20250220-Notulen van de raadsvergadering van 20 februari 2025
Tekst van het document
274
De VOORZITTER. De heer Tak. De heer TAK (pvda). Ja, dank u wel voorzitter. Ik had inderdaad ook achter de schermen met de ondersteuning contact gehad, maar alleen was het voor mij niet helemaal 100% duidelijk of wat wij beogen met deze motie, ook het effect is van de maatregelen die al zijn ingezet. Dus om een voorbeeld te noemen, eigenlijk vond ik het voorbeeld van de heer Kind zojuist, dat is precies het doel. Leefwerelden bij elkaar samenbrengen. Ik zou gewoon graag willen dat ik daar dan expliciet inzicht in krijg. Kijk, als u wilt toezeggen dat dat als onderdeel van die rapportage wordt meegenomen dan is het goed, zodat ik in ieder geval kan beoordelen of dat voldoende gebeurt. Ik weet uit ervaring dat het nu niet voldoende gebeurt, dus dat er nog heel veel moet gebeuren. Maar wat ik eigenlijk graag zou willen is dat we een pilot hebben, dat die hopelijk succesvol is en we dat later groot kunnen maken. De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja voorzitter, kijk, ik denk dat dat het voorbeeld is van die innovatieklassen waar ik het net over had. We zetten juist in op die kinderen die dus geen aansluiting hebben op die verschillende leefwerelden, die nu thuis zitten. Daarvan weten we dat zo'n driehonderd kinderen thuis zitten.
Dat we die regulier terug willen brengen naar het onderwijs, daar speciale klassen voor inrichten, omdat we zien dat die extra aandacht of zorg nodig hebben. Maar wel op een locatie die gemengd is en daarmee dus aansluiting vindt met die verschillende leefwerelden. Maar kijk, dit is nu heel kort, in juni zal wethouder Kasmi hier verder en dieper op in kunnen gaan. De VOORZITTER. De heer Tak. De heer TAK (pvda). Ja, dank voorzitter. Misschien een korte toevoeging. Het gaat me dus niet alleen om de thuiszitters, het gaat me juist ook om mensen die bijvoorbeeld bepaalde hulpbehoeftes hebben en daardoor in het speciaal onderwijs terechtkomen, die daarmee volledig afgezonderd raken van hun andere leeftijdsgenootjes en naar een school moeten die wat verder weg is. Dus het gaat me juist niet alleen om die thuiszitters, het gaat me juist om het feit dat we eigenlijk een groep kinderen compleet afzonderen van hun leeftijdsgenootjes. Is daar ook aandacht voor in dat programma? De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja, dan merk je dat die dus te gedetailleerd wordt voor mij om daar goed antwoord op te geven. Ik kan vragen of wethouder Kasmi deze mee wil nemen op het moment dat de stand van zaken hierop teruggegeven wordt, dat hij dit dan expliciet daarin meeneemt. De VOORZITTER. De heer Tak. De heer TAK (pvda).
Dat lijkt me inderdaad goed en als het inderdaad in die rapportage in juni meegenomen kan worden dan trek ik de motie in en dan vind ik het ook prima. De VOORZITTER. Dat is motie 2. Ja, hij moet eerst de toezegging hebben. We helpen een beetje mee. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Motie 2. Bij dezen neem ik het mee richting de heer Kasmi tijdens de stand van zaken hierop. De VOORZITTER. Heel goed. Met deze toezegging is motie 2 ingetrokken. Dan vervolgt u de beantwoording. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja voorzitter, dan de laatste motie, dat is conform de Regeling Brede Raad 010 een Regeling Young010 vorm te geven. Ik moet vertellen dat beide adviesorganen formeel van de raad zijn, dus in die zin hebben ze wat mij betreft eenzelfde status. En een verordening voor Young010 zal voor het einde van het jaar aan de raad worden voorgelegd, heb ik begrepen. En zoals u zelf zegt: Young010 adviseert de gemeente gevraagd en ongevraagd over veel onderwerpen en u mag van mij aannemen, kijk, het zit hem nu bij u denk ik vooral op de manier waarop ze worden afgedaan, maar ze worden altijd serieus genomen. En ik denk dat dat veel essentiëler is dan de manier waarop ze worden afgedaan voorzitter. Dus ik moet deze motie ontraden. Dan ben ik er voorzitter.
raadsvergadering van 20 februari 2025
Notulen pagina
275
De VOORZITTER. Dan kijk ik even of er nog vragen zijn blijven liggen. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Ja voorzitter, ik had nog de vraag gesteld over het hulpaanbod en hoe dat vindbaar is voor ouders en kinderen op de webpagina. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja, dat klopt voorzitter, excuus, ik had hem wel opgeschreven. Kan de wethouder de website niet toegankelijker maken door zelf even te kijken? Ik moest denken aan de discussie die we hadden over lokettenjungle. Daarvan heb ik gezegd: we moeten erkennen dat we gewoon zoveel loketten binnen zo'n grote organisatie als de gemeente nodig hebben, ook vanwege de grootte van onze gemeente en daarmee ook de verschillende behoeftes die er zijn en verschillende vragen hebben. In het voorbeeld van de kinderombudsman, waarbij één persoon vijf loketten moest bezoeken, daarvan kan ik me echt voorstellen dat je denkt: potverdorie zeg, hoe moet ik nu door al die structuren heen om te komen waar ik wil komen? Dus die ingewikkeldheid begrijp ik. Als u specifiek zegt: wil je ernaar kijken? Ja, ik wil er absoluut naar kijken. Kijk, ik heb ernaar gekeken, maar ik wil geen illusie wekken dat daarmee bijvoorbeeld die lokettenjungle waar we dan zogenaamd over spreken, ineens er niet meer is.
Daarvan heb ik gezegd: we moeten dan gaan nadenken hoe wij als organisatie onze dienstverlening daarop kunnen inrichten dat als mensen niet door die jungle heen kunnen springen, wandelen, lopen, doen, of we ze dan op een bepaalde manier eventueel aan de hand kunnen nemen. En dat gebeurt ook. Met die wijkhubs, met die infopleinen, om door die jungle hun weg te vinden. Dus ja, ik wil er echt naar kijken, nog een keer naar kijken, zonder dat dat een toezegging is van: we gaan daar iets in veranderen. Dus dat is even hoe ik er zelf tegen aankijk voorzitter. De VOORZITTER. Dan kijk ik even of er behoefte is aan een tweede termijn. Mevrouw Van de Peppel. Mevrouw VAN DE PEPPEL (pvdd). Ja voorzitter, ik wil graag een schorsing aanvragen. De VOORZITTER. We hebben zo een theepauze, dan zou ik hem willen combineren met de theepauze. Dan kijk ik eerst even of er nog anderen zijn die voor de tweede termijn iets willen. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Ja, ik zat even na te denken over die… Mag ik hem noteren als een toezegging dat u dat wel even checkt? Want ik denk dat het namelijk helpt als u gewoon zelf even kijkt en je ziet dan door de ogen van die ouders wat je ziet. Dat kan al helpen. De VOORZITTER. Ik verzamel nog heel eventjes de vragen. De heer Soytekin. De heer SOYTEKIN (denk). Ja, dank voorzitter. Ik had nog één vraag gesteld over schoolniveaus.
Misschien dat de wethouder daar nog even op in kan gaan. De VOORZITTER. Anderen nog? Nee, dan zijn er nog twee vragen en een verzoek om een schorsing. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja, over die schoolniveaus heb ik in de commissie ook al aangegeven dat Het Passer College de school is waar het hoogste niveau aangeboden wordt, vwo. En daarnaast zijn er natuurlijk allerlei andere scholen die ook gewoon van vmbo-basis tot en met vwo…, met het Passer College erbij. Dus er is een mogelijkheid om daarin te bewegen en op een bepaald niveau terecht te komen. Dus die mogelijkheden zijn er in Rotterdam. Dan voorzitter, die toezegging waarbij ik ga kijken zonder dat dat iets oplevert. Ik wil hem dan nog even iets groter maken, wellicht dat dat helpt, dat ik even samen met ervaringsdeskundigen een keer naar die website ga kijken. Want als ik ga kijken dan kijk ik natuurlijk met een andere bril. Ik heb u gezegd, met zo'n ervaringswandeling ga je het toch anders ervaren. Ik wil best een keer een sessie met een aantal, of het nu de klankbordgroep is of de Brede Raad, maar laten we nu eens even naar die website kijken wat nu de grote heikele punten zijn, en kunnen wij dat wat veranderen? Dus ik wil dan zeggen: kunnen wij dat dan veranderen? Dus met die afspraak wil ik dat doen. De VOORZITTER. Helemaal goed. Dan heb ik twee toezeggingen genoteerd.
De wethouder heeft aan de heer Tak toegezegd dat hij aan wethouder Kasmi gaat vragen om de vraag mee te nemen in de rapportage van juni en motie 2 is daarmee ingetrokken. En de wethouder heeft toegezegd naar aanleiding van een vraag van mevrouw Kockelkoren om met ervaringsdeskundigen naar de website te
raadsvergadering van 20 februari 2025
Notulen pagina
276
kijken en daar de raad over terug te rapporteren. Dan schors ik nu tot 16.20 uur voor een theepauze en dan pakken we het debat op met de tweede termijn. De heer Van der Velden. De heer VAN DER VELDEN (pvdd). Ja voorzitter, dat zou het streven zijn, maar misschien hebben wij iets meer tijd nodig voor de schorsing, maar dan laat ik het u bijtijds weten. Maar laten we in principe uitgaan van 16.20 uur. Mocht het later worden dan laat ik het weten. De VOORZITTER. Dat is goed. Dan schors ik hierbij tot 16.20 uur of tot nader order. (De vergadering is geschorst.) Heropening De VOORZITTER. Volgens mij is iedereen die deelnam aan het debat weer aanwezig, dus dan heropen ik de vergadering. Aan de orde is nog steeds het debat over de opvolgingsrapportage van het rapport van de kinderombudsman ꞌHoor mij en zie mij!ꞌ Ik geef het woord aan mevrouw Van de Peppel, want zij had verzocht om een schorsing, dus als mevrouw Van de Peppel nu behoefte heeft aan een tweede termijn. Mevrouw VAN DE PEPPEL (pvdd). Ja voorzitter, ik heb niet voor niets geschorst. Ik heb dat gedaan omdat ik een motie heb, een motie van afkeuring, omdat ik, wij eigenlijk, een patroon zien in de handelswijze van de wethouder. Ik heb er geen vertrouwen in dat deze wethouder gaat doen wat hij zegt, wat hij nu belooft, dat hij zijn ambitie waarmaakt.
Voor ons is het niet een wethouder Inclusie, maar het is de wethouder illusie. We zien iedere keer mooie voorbeelden, maar echt concreet iets op papier zien we niet en daarom dienen wij deze motie van afkeuring in. De VOORZITTER. Mevrouw Van de Peppel heeft de volgende motie ingediend. Motie 4. Motie van afkeuring "De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 20 februari 2025, ter bespreking van de opvolgingsrapportage van het rapport van de kinderombudsman "Hoor mij en zie mij!"; constaterende dat: - de raad op 2 februari 2023 de aanbevelingen uit het rapport "Hoor mij en zie mij!" in een raadsbesluit heeft overgenomen; - het college de opdracht kreeg om binnen een halfjaar over de voortgang te rapporteren aan de raad; - de raad te laat, onvolledig en onjuist is geïnformeerd; overwegende dat: - de wethouder niet laat blijken hoe hij op korte termijn en op effectieve wijze invulling gaat geven aan de aanbevelingen uit het rapport; - de wethouder geen opvolging heeft gegeven aan eerder aangenomen moties waaronder "de jeugdige participant omarmd" van 7 juli 2022; spreekt uit: - de handelswijze van wethouder Achbar van welzijn, samenleven, sport en digitale inclusie inzake de opvolging van het rapport van de kinderombudsman "Hoor mij en zie mij!" af te keuren; en gaat over tot de orde van de dag." w.g. S.
van de Peppel De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER. Bij een motie van afkeuring is het gebruikelijk dat wij dan ook meteen aan het einde van het debat zullen stemmen, dus het verzoek is om uw mensen ook allemaal hiernaartoe te halen zodat er ook gestemd kan gaan worden over deze motie. Ik zag de heer Soytekin eerst staan.
raadsvergadering van 20 februari 2025
Notulen pagina
277
De heer SOYTEKIN (denk). Ja, dank u voorzitter. Ik heb de redelijk theatrale bijdrage van mevrouw Van de Peppel gevolgd en ik begrijp eigenlijk helemaal niet zo goed waar deze motie vandaan komt. De wethouder heeft volgens mij zelf aangegeven dat er stappen worden gezet, dat op de aanbevelingen allemaal is gereageerd. Je kan ze niet allemaal in één keer overnemen, dat begrijp ik ook wel. Sommige dingen kosten gewoon eenmaal tijd. Maar ik krijg gewoon steeds meer het gevoel dat omdat er een motie twee keer niet wordt aangenomen omdat die gewoon simpelweg overbodig is, dat er een soort rancunemotie wordt ingediend om een motie in te dienen. Dus ik zou graag wel iets meer duiding willen dat u eigenlijk al met voorbedachten rade dit debat inging, van: ik ga die motie indienen. Ik vraag een regulier debat aan. Dus dit was een beetje een vooropgezet plan. Dat is prima, maar misschien kunt u het nog wel even ophelderen. De VOORZITTER. Mevrouw Van de Peppel. Mevrouw VAN DE PEPPEL (pvdd). Ja voorzitter, dat wil ik heel graag. De wethouder heeft al twee jaar ambitie om dit op te pakken en heeft het niet gedaan. Hetzelfde was met volkstuinen, hetzelfde was met gezondheidsbeleid, hetzelfde was met welzijnsbeleid. Ik kan zo nog wel doorgaan. De VOORZITTER. De heer Soytekin. De heer SOYTEKIN (denk). Over gezondheidsbeleid gaat deze wethouder niet, dat is een andere wethouder.
Dus dan haalt u echt wel een aantal dingen door elkaar. Het is niet voor niets dat de stad Rotterdam de aanmoedigingsprijs heeft gekregen en niet voor niets dat we gewoon uitgeroepen zijn tot een van de meest toegankelijke steden in Nederland. Dat betekent dat er wel degelijk dingen gebeuren. Maar u sluit uw ogen daarvoor. Dat is prima, goed om het theaterstukje af te ronden, maar nogmaals, het is een beetje vooropgezet en dat vind ik jammer. Want u heeft de beantwoording van de wethouder gehoord, u heeft gehoord dat er ook een enorme mate van zelfreflectie is. En toch denkt u: nou, laat ik het maar even doen. U heeft er een leuk woordspelinkje bij bedacht. Prima. De VOORZITTER. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Ja voorzitter, graag een punt van orde. Want ik zou het wel op prijs stellen om even vijf minuten te schorsen om ons ook te kunnen beraden op zo'n motie. Mijn fractieleden waren niet bij het debat aanwezig, dus ik wil daar heel even over kunnen nadenken. De VOORZITTER. Dat begrijp ik. Dan schors ik de vergadering tot 16.40 uur. Dan heeft u ongeveer zeven minuten. (De vergadering is geschorst.) Heropening De VOORZITTER. Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de motie van afkeuring die zojuist is ingediend. Daar gaan wij over stemmen. Mevrouw Kockelkoren of de heer Tak. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl).
Ja voorzitter, ik zou dan wel eerst graag een stemverklaring willen geven als dat kan. De VOORZITTER. Ja, u heeft helemaal gelijk. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Wij hebben daar net even over beraadslaagd en hoewel wij het ook buitengewoon teleurstellend vonden in het commissiedebat dat er in onze beleving twee jaar te weinig is gedaan door de wethouder, hebben we daar wel ook vandaag weer toch een debat over gevoerd vanwege het onderwerp met pogingen tot toenadering en wij vinden daarom nu het instrument van een motie van afkeuring te zwaar wegen en we zullen daar ook niet voor stemmen. De VOORZITTER. Hartelijk dank. De heer Tak.
raadsvergadering van 20 februari 2025
Notulen pagina
278
De heer TAK (pvda). Ja, dank u wel voorzitter. Ook mijn fractie heeft het erover gehad en ik moet heel eerlijk zeggen, zeker mijn collega Vogelaar, die bij de commissievergadering was, was niet te spreken over het feit dat het zo lang is blijven liggen, maar als ik heel eerlijk ben, we hebben echt gezien dat de wethouder een aantal toezeggingen heeft gedaan, dat hij ermee aan de slag gaat. We zien wel, een gewaarschuwd mens telt wat ons betreft voor twee, dus we rekenen ook echt op vooruitgang voor de zomer, maar we zullen op dit moment de motie niet steunen. De VOORZITTER. De heer Coşkun. De heer COŞKUN (sp). Voorzitter, als voorzitter van de commissie heb ik ook gezien dat de kinderombudsman zeer kritisch was over de uitwerking die de wethouder tot nu toe in de afgelopen twee jaar heeft laten zien. Maar wat we daar ook hebben gezien is dat er ook wel een aantal dingen met de Brede Raad in gang zijn gezet. Het is in Rotterdam wel: geen woorden, maar daden, dus eerst zien en dan geloven, dus we willen echt voor de zomer zien dat ook inderdaad de kinderen gehoord zijn en gezien zijn en dat naar hen geluisterd wordt. Maar dan is een motie van afkeuring op dit moment niet het juiste middel om voor die kinderen op te komen. De VOORZITTER. Dank. De heer Crielaard. De heer CRIELAARD (lr). Ja, dank voorzitter.
Ook ik heb in de commissie en zojuist ook teleurstelling uitgesproken omtrent het opvolgingsrapport. Als raad hebben we natuurlijk diverse instrumenten, maar een instrument als een motie van afkeuring vind ik echt buiten alle proporties in dit debat. De wethouder heeft ook laten zien dat hij de kritiek en de teleurstelling zich aantrekt en hij heeft een aantal toezeggingen gedaan, dus wat ons betreft zijn wij ook gewoon tegen. De VOORZITTER. De heer Elbay. De heer ELBAY (d66). Ja, dank voorzitter. Ook wij hebben als fractie hierover gesproken. We vinden dit toch wel een flauw voorstel en steunen dit niet als fractie. We weten dat de wethouder met man en macht keihard werkt voor onze kwetsbare kinderen, maar ook op het gebied van welzijn. Als we kijken naar de voortgangsrapportage, daar hebben we inderdaad wat steken laten vallen. Daar heeft de wethouder ook in de commissie zijn excuses voor aangeboden. Het betekent ook niet dat er helemaal niets wordt gedaan op dit gebied, dus wij rekenen ook op de toezeggingen van de wethouder en zullen dus deze motie niet steunen. De VOORZITTER. Anderen? Niet, dan zullen we nu overgaan tot stemming. Als u voor de motie bent stemt u voor, als u ertegen bent, stemt u tegen. Motie 4, ꞌMotie van afkeuringꞌ. De motie is met 36 stemmen tegen en 4 stemmen voor verworpen. Voor hebben gestemd de fracties van BIJ1, Partij voor de Dieren en 50PLUS.
De VOORZITTER. Dan kijk ik nog heel even, want we waren nog bezig met het debat, of er nog behoefte is aan een tweede termijn in dit debat. De heer VAN CAMPENHOUT (bij1). Ja, dank u voorzitter. Vanuit BIJ1 hebben we het regelmatig over gemarginaliseerde groepen. Dit is er een van. U zegt nog een onderzoek af te wachten. Er zitten nog verschillende recessen tussen. Hoe gaat u waarborgen dat in die korte tijd die u heeft voor de verkiezingen deze groep gaat krijgen wat u heeft toegezegd? De VOORZITTER. (Er wordt buiten de microfoon gesproken.) Nee, we hadden het nog niet afgerond. We waren nog voor de tweede termijn. We vroegen of er nog behoefte was aan een tweede termijn en toen diende mevrouw Van de Peppel meteen ook haar motie in en daar hebben we meteen over gestemd. Dus wij waren nog bezig in de tweede termijn. Dat was echt de gang van zaken. Kunt u de vraag nog een keer herhalen, is hier de vraag. De heer VAN CAMPENHOUT (bij1). Jazeker voorzitter. In technische tijd? BIJ1 zet zich regelmatig in voor gemarginaliseerde groepen en dit is er een van. U geeft aan dat u nog een onderzoek heeft lopen dat zes maanden op zich laat wachten. Daar zitten ook de nodige recessen tussen. Dus hoe gaat u
raadsvergadering van 20 februari 2025
Notulen pagina
279
ervoor zorgen dat voor straks de nieuwe verkiezingen er zijn deze groep gaat krijgen wat u hun heeft toegezegd middels uw beleid? De VOORZITTER. Anderen nog? Niet meer, dan vraag ik de wethouder of hij meteen kan antwoorden. Dat is het geval. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja, dank voorzitter. Ik kom niet alleen op voor gemarginaliseerde groepen. Ik kom op voor alle Rotterdammers, maar wat ik wel wil is dat iedereen gelijke kansen heeft en obstakels die zich voordoen zoveel mogelijk weg te nemen. Deze specifieke doelgroep zoals ik zei heeft te maken met heel veel obstakels op allerlei terreinen. U heeft heel veel vragen gesteld. Of het nu gaat om onderwijs of het gaat om plezier maken in de buitenruimte tot aan vervoer, dus u ziet daarmee dat de opgave erg complex en groot is. U refereert naar een onderzoek over zes maanden. Ik probeer even goed te begrijpen wat u bedoelt met een onderzoek. Ik heb wel toegezegd over zes maanden te komen met een nieuw voorstel en daarin neem ik de uitwerking van het onderdeel jeugdparticipatie mee. Of doelt u op: binnen zes maanden zorg ik ervoor dat die klankbordgroep een plek krijgt binnen de Brede Raad? Nou, voor allebei zal een reces dat ertussen zit geen belemmering moeten zijn, omdat ik ook heb aangegeven: kijk, ik geef aan zes maanden, ik ben redelijk actiegericht.
Ondertussen ben ik wat snellere stappen aan het zetten om dat voor elkaar te krijgen, omdat ik die urgentie zelf heb en ook bij u voel. Dat is wat ik ook in de eerste termijn heb gezegd, dus wat dat betreft hoop ik dat dat zelfs binnen die zes maanden gefikst moet zijn. De VOORZITTER. Hartelijk dank. Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van agendapunt 7.6. 8.1.
Het voorstel tot vaststelling van de Verordening AOW- en Jeugdtegoed 2025
De VOORZITTER. Wij gaan door met agendapunt 8.1. Dat is een regulier debat geworden, dus geen tweeminutendebat. We hebben nog niet vernummerd, maar wees er dus op voorbereid dat het geen tweeminutendebat is. Het is het voorstel tot vaststelling van de Verordening AOW- en Jeugdtegoed 2025. Mevrouw Reitema mag als eerste het woord voeren. Mevrouw REITEMA (pvda). Ja voorzitter, dat had ik even niet door. De PvdA gelooft in gerichte inkomensondersteuning, direct mensen versterken in hun portemonnee daar waar dat het hardst nodig. En dat vinden wij eerlijker dan mensen vragen hun hand op te houden bij verschillende gemeentelijke loketten, instellingen, stichtingen en wat we al niet allemaal hebben voor mensen die gewoon niet rond kunnen komen. Het AOW- en Jeugdtegoed is een van de manieren om als lokale overheid mensen direct in de portemonnee te versterken en het liefst verhogen wij deze tegoeden en verbreden we ook de groep die daarvoor in aanmerking komt. En het minste wat we toch kunnen doen is dan een inflatiecorrectie. En voorzitter, ik heb deze bijna letterlijke woorden vaker herhaald in deze raadzaal. Veel van onze moties en amendementen zijn weggestemd door de coalitiepartijen DENK, D66, VVD en Leefbaar Rotterdam en we zouden moeten wachten op de herijking, werd ons verteld.
Maar we weten ook: van uitstel komt afstel, want hier staan we dan weer, want we hebben geen herijking, we hebben geen inflatiecorrectie, we hebben geen structurele verhoging of verbreding van deze tegoeden. Waarom niet voorzitter? Was dit college met zogenaamd linkse partijen DENK en D66 überhaupt wel ooit van plan de Rotterdammers direct in de portemonnee te gaan versterken op deze manier? Of houdt dit blijkbaar onliberale college mensen liever eindeloos vast in de lokettenjungle en hun de hand op te blijven laten houden bij vooral filantropen. Wij horen graag van de wethouder antwoorden hierop. De VOORZITTER. Mevrouw Maassen heeft een vraag. Mevrouw MAASSEN (d66). Ja voorzitter, ik ben toch wel een beetje verbaasd, want in de vorige periode is het de PvdA in ieder geval niet gelukt om mensen die in de Wsnp zitten ook een AOW- en Jeugdtegoed te kunnen gunnen en met het voorstel dat nu voorligt, lukt dat wel. En voor iemand die zich zo erg hard maakt voor mensen die omkomen in de schulden en juist zelfs daardoor de titel Beste politica van het jaar heeft verdiend, vind ik het dus vreemd dat u miskent wat er nu in deze verordening staat, namelijk dat we juist het AOW- en Jeugdtegoed uitbreiden, zodat we die mensen die in de schulden zitten en die in het traject zitten ook toegang bieden tot die hulpverlening die mensen zo hard nodig hebben.
raadsvergadering van 20 februari 2025
Notulen pagina
280
De VOORZITTER. Mevrouw Reitema. Mevrouw REITEMA (pvda). Ja voorzitter, we weten natuurlijk dat iedereen die voor AOW- en Jeugdtegoed in aanmerking komt, dat dat nog veel meer mensen zijn, en deze mensen krijgen jaar in, jaar uit nu dezelfde tegoeden en dat betekent in feite gewoon een bezuiniging. En wij staan op voor alle groepen die te maken hebben met een kleine portemonnee in deze grote uitdagingen. De VOORZITTER. Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66). Ja voorzitter, hoor ik de PvdA nu zeggen: oké, maar houd die groep van mensen die dus in die schuldsanering zitten erbuiten, zodat we het AOW- en Jeugdtegoed kunnen indexeren? De VOORZITTER. Mevrouw Reitema. Mevrouw REITEMA (pvda). Ja, ik vraag me af of dat een serieuze vraag is, want volgens mij weet mevrouw Maassen hartstikke goed mijn antwoord hierop. De VOORZITTER. Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66). Nou ja, ik word uitgenodigd om een antwoord te formuleren dat de PvdA dan zelf zou geven, dus ik concludeer dat de PvdA hartstikke blij is met het feit dat wij dus het AOW- en Jeugdtegoed uitbreiden naar mensen die in de schuldsanering zitten en ik ben blij dat we daarvoor in ieder geval de steun van de PvdA kunnen krijgen. De VOORZITTER. Mevrouw Reitema. Mevrouw REITEMA (pvda).
Dat heeft mevrouw Maassen goed gezien en het zou D66 ook sieren als wij ook de inflatiecorrectie, want ik neem aan dat D66 dat ook inziet, dat alle andere groepen, de jongeren en de ouderen ook een steuntje in de rug verdienen en dat deze inflatiecorrectie toch wel minste is wat we kunnen doen. De VOORZITTER. De heer Soytekin. De heer SOYTEKIN (denk). Voorzitter, misschien een kleine correctie. Mevrouw Reitema gaf net aan dat het AOW- en Jeugdtegoed al jarenlang ongewijzigd zijn. Ik wil haar er toch aan helpen herinneren dat het Jeugdtegoed vorig jaar met een behoorlijk bedrag is verhoogd naar ruim € 800,00 per jaar, waardoor ook die jongeren heel veel meer kunnen doen, bijvoorbeeld ook aan vervoersarmoede, dan het geval was. De VOORZITTER. Mevrouw Reitema. Mevrouw REITEMA (pvda). Ja, dan een vraag terug aan DENK. Is dit een structurele of een incidentele verhoging? De VOORZITTER. De heer Soytekin. De heer SOYTEKIN (denk). Die verhoging is voor in ieder geval twee jaar, en wellicht dat we hem na de verkiezingen nog een keer in kunnen voeren. Dat zou natuurlijk helemaal mooi zijn. Daar hebben we uw steun natuurlijk ook hard voor nodig. De VOORZITTER. Mevrouw Reitema. Mevrouw REITEMA (pvda). Ja, zoals DENK weet heeft de PvdA juist deze motie tegen vervoersarmoede ingediend en is die later op de andere manier erdoorheen gekomen, dus wij staan zeker achter dit voorstel.
Maar wij staan natuurlijk voor een structurele verhoging. Want het is natuurlijk zeer verwarrend dat dadelijk deze jongeren weer een veel lager tegoed gaan zien, dus wij zijn voor structurele verhogingen en geen incidentele verhogingen.
raadsvergadering van 20 februari 2025
Notulen pagina
281
De VOORZITTER. Mevrouw Reitema, u vervolgt uw betoog. Mevrouw REITEMA (pvda). Ja, ik heb mijn vragen gesteld en ik krijg graag een reactie van de wethouder. En we hebben hier moties en amendementen liggen voor als de beantwoording onvoldoende is voor ons. De VOORZITTER. Hartelijk dank. Dan geef ik het woord aan de heer Vonk. De heer VONK (cu). Dank u wel voorzitter. De bekende Belgische psychiater Dirk De Wachter heeft een aantal mooie metaforen verzonnen om onze samenleving te typeren. Een van die metaforen is de metafoor van de speedboot met de naam TINA, There Is No Alternative. En die boot gaat hard en die gaat steeds harder. En voor op die speedboot staan de mensen van het succes. Meestal mannen in blazers met in de ene hand een fles champagne en zich stevig vasthoudend aan de goede reling die zorgt dat ze binnenboord blijven. En achterop verliezen we steeds meer mensen. We verliezen de mensen, ze vallen van boord, omdat de relingen daar afwezig zijn of te laag zijn. Maar dat merken we niet, want we gaan steeds harder. Voorzitter, ik moest daaraan denken toen ik ging nadenken over de indexering van het AOW- en Jeugdtegoed. We zitten sinds 2022 echt in een loon-prijsspiraal. De prijzen zijn omhooggegaan, daarom moeten we meer gaan verdienen. En omdat wij meer gaan verdienen kunnen de prijzen verder omhoog en moeten wij dus weer meer gaan verdienen.
Ook de raadsvergoedingen, ik herinner u er maar aan, stijgen om die reden. En voorzitter, als wij zo in een loon-prijsspiraal zitten dan verliezen de mensen die uiteindelijk niet mee kunnen komen. Als daar de lonen of de vergoedingen, de subsidies gelijk blijven, dan is dat de facto een achteruitgang. En ik stel me zo voor dat we als raadsleden een beetje midden in die boot zitten. En als we het hebben over het AOW- en Jeugdtegoed, dan is eigenlijk vanmiddag de vraag: op wie focussen wij ons? Focussen wij ons op de mensen van het succes aan de voorkant of hebben wij inderdaad oog voor de mensen die dreigen overboord te vallen? Of zorgen we er dus voor dat die mensen kunnen blijven meedoen? Want dat is waar het AOW- en Jeugdtegoed over gaat, meedoen. Meedoen, schoolspullen kunnen kopen voor je kinderen, kleding of hulpmiddelen zoals een rollator. Dingen die je nodig hebt om mee te kunnen doen in deze samenleving. Want voorzitter, ik hoop dat we dat elkaar met eens zijn. Gelijkblijvende regelingen betekent de facto minder kunnen besteden om te kunnen participeren. Ik heb daarom de volgende vragen aan de wethouder.
Is de wethouder het met ons eens dat een gelijkblijvende vergoeding met deze torenhoge inflatie een achteruitgang voor deze mensen betekent? Tweede vraag, in het onderzoek wordt de positie van AOW'ers en ook de positie van gezinnen met jonge kinderen, dat zijn dus de mensen die niet profiteren van die € 350,00 extra, precair genoemd. Wat bedoelt de wethouder daar precies mee? En dan als derde, het onderzoek waar wij drie jaar ongeveer op hebben moeten wachten stelt gewoon botweg dat een logische inflatiecorrectie niet wordt toegepast. Maar waarom niet? De argumenten. Er wordt hooguit gesproken over geld, maar daar gaan wij over, dus dat kan niet de reden zijn. Wij gaan over het geld en dat is een politiek besluit. Dus wat zijn dan wel de argumenten? En is ook onderzocht wat een inflatiecorrectie gaat kosten bij een redelijk percentage, zodat wij de afweging kunnen maken of we daar budget voor kunnen beschikbaar stellen? En als laatste, de IBB, de individuele bijzondere bijstand, is wel geïndexeerd en in de collegebrief werd daarover gezegd dat als je dat niet doet, zo schrijft het college, de bijdragen de aansluiting missen bij de daadwerkelijke prijsontwikkelingen in de afgelopen jaren.
Is de wethouder het met ons eens dat dat precies ook zo geldt voor het AOW- en Jeugdtegoed? Voorzitter, de politieke wens die we hebben ten aanzien van de indexering is ingediend door de PvdA in de vorm van een amendement en een motie. Ik zou ten slotte willen zeggen voorzitter: de speedboot gaat steeds harder. Laten we de reling ook achter op de boot stevig en hoog genoeg houden zodat er niet meer mensen overboord vallen. Dank u wel. De VOORZITTER. Hartelijk dank. Dan is nu het woord aan mevrouw Vlieger. Mevrouw VLIEGER (gl). Voorzitter, met deze verordening is de raad in de hoek gedrukt. Het lostrekken van het AOW- en Jeugdtegoed van de herijking inkomensregelingen, het onderzoek waar we drie jaar op hebben gewacht, zorgt ervoor dat de raad niet aan alle knoppen tegelijkertijd kan draaien. De gemeenteraad staat once again voor een voldongen feit. Door het niet tijdig informeren van de raad en het formuleren van de uitgangspunten van de herijking zonder deze voor te leggen aan de raad, staan wij schaakmat. De kaderstellende rol is zoek. GroenLinks is bovenal teleurgesteld over het gemak waarmee dit college met de raad maar vooral met de stad omgaat. Want uiteindelijk is het de Rotterdammer die dit voelt. Omdat dit college geen keuze wil maken zullen de groepen die het volgens
raadsvergadering van 20 februari 2025
Notulen pagina
282
de cijfers echt nodig hebben, er niets op vooruitgaan. Waarom kiest het college daarvoor? Waarom wordt dit losgetrokken? Om de situatie van meer Rotterdammers beter te maken hebben wij samen met de PvdA en de ChristenUnie duidelijk op cijfers gebaseerde moties en amendementen. GroenLinks dient een amendement in om de leeftijdsgrens voor jongeren te verruimen van 18 naar 21 jaar. Een logische stap om de armoedeval na het achttiende levensjaar te verzachten. Ouders zijn financieel verantwoordelijk tot het eenentwintigste levensjaar en ook blijven kinderen steeds langer thuis wonen. Het is goed om daar rekening mee te houden. Ons tweede amendement gaat over het feit dat mensen in een schuldtraject ook een hoger besteedbaar inkomen dan 100% van het WSM zouden kunnen hebben en hier momenteel geen rekening mee wordt gehouden in het systeem. In het kader van uniformiteit en gelijkheid, om in de termen van het kader te blijven, stellen we dat deze grens ook op 130% zou moeten liggen. De VOORZITTER. Mevrouw Vlieger heeft de volgende amendementen ingediend. Amendement A.
Voorkom armoedeval, pas de leeftijdsgrens aan "De gemeenteraad van Rotterdam, bijeen op 20 februari 2025 ter bespreking van agendapunt 8.1 Het voorstel tot vaststelling van de Verordening AOW- en Jeugdtegoed 2025; besluit de verordening AOW en Jeugdtegoed 2025 als volgt te wijzigen: was: "Artikel 1 Definities - jongere: jongere die op 1 maart 2025 twaalf jaar of ouder is en de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt en op de aanvraagdatum van het tegoed met een woonadres staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen in Rotterdam"; wordt: "Artikel 1 Definities - jongere: jongere die op 1 maart 2025 twaalf jaar of ouder is en de leeftijd van eenentwintig jaar nog niet heeft bereikt en op de aanvraagdatum van het tegoed met een woonadres staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen in Rotterdam"." w.g. L.S. Vlieger en S. Reitema Toelichting Wanneer jongeren vanaf hun achttiende geen aanspraak meer kunnen maken op jeugdtegoed zorgt dit voor een aanzienlijke armoedeval bij huishoudens met oudere kinderen. Jongeren verlaten in Rotterdam vaker niet het ouderlijk huis wanneer ze achttien jaar worden dan dat ze dit wel doen. Daarnaast geldt voor ouders tot het eenentwintigste levensjaar een onderhoudsplicht voor hun kinderen en zijn het aantal inkomensondersteunende maatregelen waarop deze jongeren aanspraak kan maken uiterst beperkt.
Dit maakt het van groot belang de leeftijd voor het verstrekken van het jeugdtegoed te verleggen van achttien naar eenentwintig. Zo voorkomen we een serieuze armoedeval voor veel huishoudens. Amendement B. Gelijke inkomensgrens voor Msnp Wsnp "De gemeenteraad van Rotterdam, bijeen op 20 februari 2025 ter bespreking van agendapunt 8.1 Het voorstel tot vaststelling van de Verordening AOW- en Jeugdtegoed 2025; besluit de verordening AOW en Jeugdtegoed 2025 als volgt te wijzigen: was: "Artikel 5 Verstrekken van het tegoed 2. Voor AOW-gerechtigden of ouders van kinderen of jongeren die op de datum van aanvraag van het tegoed, zijn toegelaten tot de minnelijke schuldsanering natuurlijke personen en zich in de fase van aflossing bevinden of de wettelijke schuldsaneringsregeling, geldt dat voor het recht op AOW- of Jeugdtegoed het inkomen wordt gelijkgesteld met 100% van het wettelijk sociaal minimum."
raadsvergadering van 20 februari 2025
Notulen pagina
283
wordt "Artikel 5 Verstrekken van het tegoed 2. Voor AOW-gerechtigden of ouders van kinderen die op de datum van aanvraag van het tegoed, zijn toegelaten tot de minnelijke schuldsanering natuurlijke personen en zich in de fase van aflossing bevinden of de wettelijke schuldsaneringsregeling, geldt dat voor het recht op AOW- of jeugdtegoed dat het inkomen wordt vastgesteld ten hoogste 110% van het wettelijk sociaal minimum en voor het Jeugdtegoed bij ouders van jongeren een inkomen van ten hoogste 130% van het wettelijk sociaal minimum."" w.g. L.S. Vlieger en S. Reitema Toelichting Het beschikbaar stellen van AOW- en Jeugdtegoed voor Rotterdammers in een Msnp- of Wsnpregeling is een mooie ontwikkeling. Aangezien het niet onmogelijk is dat Rotterdammers in deze trajecten een besteedbaar inkomen hebben dat tussen de 100 en 130% van het WSM ligt is het in het kader van uniformiteit en gelijkheid wenselijk om de besteedbare inkomensgrens voor deze doelgroep gelijk te trekken aan de geldende inkomensgrenzen zoals deze gelden voor Rotterdammers die niet onder een van deze regelingen vallen. De amendementen zijn voldoende ondersteund en maken deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER. Mevrouw Reitema heeft nog een vraag? Mevrouw REITEMA (pvda). Ja, aanvullend zou ik wel vast de moties ook willen indienen. De VOORZITTER.
Mevrouw Reitema heeft de volgende motie en de volgende amendementen ingediend. Motie 1. Maak inflatiecorrectie ook de standaard voor AOW- en Jeugdtegoed "De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 20 februari 2025, ter bespreking van 'de Verordening AOW- en Jeugdtegoed 2025'; constaterende dat: - het gemiddelde prijsniveau in Nederland de afgelopen jaren enorm is gestegen; - om die reden standaard indexatie wordt toegepast, bijvoorbeeld voor lonen, subsidies, doorberekende kosten en andere tarieven; - deelname aan de samenleving significant duurder is geworden; - zowel in 2023 als in 2024, afgezien van het nu eenmalige verhoogde bedrag per jongere, geen wijziging in de hoogte van AOW- en Jeugdtegoed is doorgevoerd; overwegende dat: - een gelijkblijvend AOW- en Jeugdtegoed bij stijgende prijzen de facto een bezuiniging betekent op de ondersteuning van maatschappelijke participatie door Rotterdamse minima; - de behoefte aan steun om mee te kunnen blijven doen in onze stad eerder is toegenomen dan afgenomen; - dit college extra middelen ter beschikking heeft gekregen ten opzichte van de vorige periode om mensen in armoede te ondersteunen; - de gemiddelde prijsstijging van goederen en diensten blijft toenemen en het niet aannemelijk is dat deze jaarlijkse stijging op korte termijn zal stoppen; verzoekt het college: - een voorstel te doen hoe in de komende jaren een
koppeling wordt gemaakt tussen inflatie en de hoogte van het AOW- en Jeugdtegoed; en gaat over tot de orde van de dag." w.g. S. Reitema, T.J. Vonk, L.S. Vlieger en T. Kind
raadsvergadering van 20 februari 2025
Notulen pagina
284
Amendement C. Inflatiecorrectie AOW- en Jeugdtegoed "De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 20 februari 2025, ter bespreking van 'Verordening AOW en Jeugdtegoed 2025'; besluit om de verordening van het AOW- en Jeugdtegoed als volgt te wijzigen: "Artikel 6 Hoogte tegoed 1. Het AOW-tegoed bedraagt € 450,- per huishouden. 2. Het jeugdtegoed bedraagt: a. € 275,- per kind; b. € 850,- per jongere." te wijzigen in: "Artikel 6 Hoogte tegoed 1. Het AOW-tegoed bedraagt € 464,40 per huishouden. 2. Het jeugdtegoed bedraagt: a.€ 283,80 per kind; b. € 877,20 per jongere." w.g. S. Reitema, T.J. Vonk, L.S. Vlieger en T. Kind Toelichting De verordening voor het AOW- en Jeugdtegoed wordt jaarlijks vastgesteld. Afgelopen jaar was er sprake van hoge inflatie. De gemiddelde prijsstijging van goederen en diensten in 2024 was volgens de HICP 3,2%. De huidige AOW- en jeugdtegoeden doen geen recht aan de verslechterde financiële situatie van de gezinnen die hier aanspraak op maken. Daarom pleiten wij voor een inflatiecorrectie van deze tegoeden o.b.v. het jaarlijks gemiddelde, 3,2%. We verzoeken het college om met een voorstel tot dekking te komen bij de voorjaarsnota. Amendement D.
Verhoog de inkomensgrens AOW- en Jeugdtegoed "De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 20 februari 2025, ter bespreking van 'Verordening AOW en Jeugdtegoed 2025'; besluit om de verordening van het AOW- en Jeugdtegoed als volgt te wijzigen: "Artikel 5 Verstrekken van het tegoed 1. In dit artikel wordt bij ouders van kinderen en AOW-gerechtigden onder laag inkomen verstaan een inkomen van ten hoogste 110% van het wettelijk sociaal minimum en bij ouders van jongeren een inkomen van ten hoogste 130% van het wettelijk sociaal minimum, dat is ontvangen in een van de laatste drie maanden voorafgaand aan de aanvraag, waarbij onder wettelijk sociaal minimum wordt verstaan: a. 100% van de bijstandsnorm voor gehuwden, bij gehuwden; b. 70% van de bijstandsnorm voor gehuwden, bij een alleenstaande; c. 70% van de bijstandsnorm voor gehuwden met inbegrip van de alo-kop, bij een alleenstaande ouder." te wijzigen in: "Artikel 5 Verstrekken van het tegoed 1. In dit artikel wordt bij ouders van kinderen en AOW-gerechtigden onder laag inkomen verstaan een inkomen van ten hoogste 110% van het wettelijk sociaal minimum en bij ouders van jongeren een inkomen
raadsvergadering van 20 februari 2025
Notulen pagina
285
van ten hoogste 140% van het wettelijk sociaal minimum, dat is ontvangen in een van de laatste drie maanden voorafgaand aan de aanvraag, waarbij onder wettelijk sociaal minimum wordt verstaan: a. 100% van de bijstandsnorm voor gehuwden, bij gehuwden; b. 70% van de bijstandsnorm voor gehuwden, bij een alleenstaande; c. 70% van de bijstandsnorm voor gehuwden met inbegrip van de alo-kop, bij een alleenstaande ouder."" w.g. S. Reitema, L.S. Vlieger en T. Kind Toelichting Het gemiddelde prijsniveau is de afgelopen jaren ontzettend hard gestegen in Nederland. Steeds meer Rotterdammers hebben moeite om rond te komen. Uit de meest recente Nibud-cijfers blijkt dat zowel bij eenoudergezinnen met oudere kinderen als bij een paar met twee oudere kinderen een armoedeval is bij 140%. Onze fractie is van mening dat de inkomensgrens voor ouders van jongeren verhoogd moet worden. Zo kunnen meer Rotterdammers direct in de portemonnee versterkt worden. Voor de dekking van de verhoging verzoeken wij het college om met een voorstel te komen bij de voorjaarsnota 2025. De motie en de amendementen zijn voldoende ondersteund en maken deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER. Dan is nu het woord aan de heer Soytekin. De heer SOYTEKIN (denk). Dank voorzitter, ik zal het dan vrij kort houden.
Zojuist ook al gerefereerd aan de motie waardoor het Jeugdtegoed vorig jaar werd verhoogd met € 350,00 en natuurlijk zijn we ook blij dat het dit jaar wordt voortgezet. Maar extra tevreden natuurlijk met de uitbreiding, dat wil ik toch even benoemd hebben, waarbij ook mensen in een schuldhulptraject in aanmerking kunnen komen voor de Rotterdampas. Dus blij dat er ook wordt gekeken naar dat besteedbaar inkomen. Voor de rest heb ik eigenlijk niet zoveel punten voorzitter, dus we kunnen het mooi vaststellen zo meteen. Dank. De VOORZITTER. Zijn er nog andere leden die het woord wensen? Dat is niet het geval. Dan kijk ik of de wethouder al kan reageren op de amendementen en moties die zijn ingediend en op een vraag. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja, dank voorzitter. De vraag aan u als raad om de verordening vast te stellen, waarbij u terechte vragen stelt, ook als het gaat met name om de inflatiecorrectie, waar u als raad ook opmerkt dat dat een politieke keuze is. Je hebt een budget dat je kunt besteden op één manier en daar is in deze verordening voor gekozen om een uitbreiding van de doelgroep te creëren, dus de mensen in schuldtrajecten. En aan de andere kant ook die verhoging naar € 850,00, zodat dat opgevangen wordt. En ja, het is een politieke keuze, dus daarmee kun je niet en/en doen.
Dus er wordt niet gekozen voor een inflatiecorrectie en als u dat anders wenst is dat natuurlijk aan u. Maar zoals het voorligt is de keuze, die budgetten zijn zo beschikbaar. Vanuit ons perspectief lijkt dit de beste manier om het in te richten. Je breidt de doelgroep uit en je verhoogt daarmee het Jeugdtegoed, waarbij je de participatie gaat bevorderen. En dus kun je niet ook nog eens kiezen voor een inflatiecorrectie omdat de vraag van de heer Tjalling was het, wat kost dat dan gemiddeld per jaar? Dan moet ik even snel rekenen. Ik weet dat het zo ongeveer € 125.000,00 per maand is op het moment dat je een inflatiecorrectie zou willen toepassen. De VOORZITTER. Mevrouw Reitema heeft een vraag en mijnheer Tjalling is mijnheer Vonk. Mevrouw REITEMA (pvda). Ja voorzitter, de wethouder pretendeert hier alsof het een schaarste is en het en/of-verhaal, maar we hebben gewoon de afgelopen jaren gedekte moties ingediend met bijvoorbeeld geld via de ozb, dus daar hebben we geschoven. Dus het is wel degelijk mogelijk en dat is ook een politieke keuze. De VOORZITTER. Mevrouw Vlieger hier aanvullend aan?
raadsvergadering van 20 februari 2025
Notulen pagina
286
Mevrouw VLIEGER (gl). Ja, aanvullend. Voorzitter, ik heb niet voor niets aangegeven, dit staat nu los van de herijking van de inkomensregelingen. Binnen die verandering is er budget. Daar kunnen keuzes mee gemaakt worden. Daarmee hadden we ook bijvoorbeeld een indexatie kunnen doen. De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja, kijk. De VOORZITTER. Mevrouw Maassen hierop nog? Mevrouw MAASSEN (d66). Ja voorzitter, mevrouw Vlieger van GroenLinks vergeet te vertellen dat met die herijking ongeveer 1500 alleenstaanden minder individuele inkomenstoeslag krijgen en daardoor andere groepen meer, dus het is altijd een keuze in schaarste, namelijk als we de ene groep wel geld toekennen, als je dat dan wil dekken binnen dezelfde begroting, dan krijgt een andere groep minder. Wij kiezen er vandaag voor om de mensen die in de schuldsanering zitten, toegang te bieden tot het AOW- en Jeugdtegoed en niet te indexeren. Dat is een keuze, dat is inderdaad een politieke keuze in schaarste, maar ik vind dat een goede keuze, omdat de groep mensen die toegang krijgt tot het AOW- en Jeugdtegoed wordt uitgebreid. De VOORZITTER. Mevrouw Vlieger. Mevrouw VLIEGER (gl). Ja voorzitter, mevrouw Maassen gaat voorbij aan mijn punt.
Mijn punt is dat we twee dingen lostrekken van elkaar die samen horen te zitten, waarbij de raad in een positie had moeten staan om een beter kader te stellen in de totaliteit van de inkomensregelingen die wij hebben en dat wordt ons momenteel ontnomen. De VOORZITTER. De wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja, dat hebben we ook met elkaar besproken, de wens was inderdaad om dat integraal te bespreken. Door samenloop van omstandigheden hebben we hem even uit elkaar moeten trekken, waarbij AOW- en Jeugdtegoed nu vastgesteld moet worden zodat dat wel op tijd is om die verordening uit te kunnen rollen en de IT, de herijking daarvan, weten we dat dat geagendeerd staat. Dus ik begrijp ook daarin dat dat de wens was om dat gezamenlijk te doen, maar helaas is die situatie nu niet het geval. Maar een terechte opmerking van mevrouw Maassen. Ja, het is gewoon een politieke keuze. Als je het daar weghaalt dan betekent het dat je ergens anders kunt opplussen, maar dat gaat natuurlijk ten koste van een andere doelgroep. We zien dat de behoefte met name bij mensen in een schuldtraject, dat is een doelgroep die je eraan toevoegt en dus een plus creëert op een kwetsbare groep en het bevorderen van participatie voor deze specifieke doelgroep. Ja, dat is een politieke keuze. Voorzitter, dan de heer Vonk.
Ja, zoals u het redeneert, we voeren geen inflatiecorrectie uit op de producten die we nu hebben. Tegelijkertijd zien we dat er wel sprake is van inflatie. Je zou daarmee kunnen stellen dat als iets ooit € 100,00 kostte en er komt steeds iets bij maar tegelijkertijd blijf je hetzelfde ontvangen, dan kun je niet meer hetzelfde kopen op dat moment. Wat we wel proberen te doen met het AOW- en Jeugdtegoed is die participatie te bevorderen zodat mensen wel voldoende mee kunnen komen, dus we hopen dat we daarmee 100% kunnen dekken, maar het zijn producten die we extra hebben als gemeente boven allerlei andere landelijke regelingen om te voorkomen dat mensen een grotere val hebben en een groter gat hebben om mee te komen. Dus je hoopt daarmee dat het vooruitgang creëert in plaats van juist achteruitgang, waarbij als ik redeneer zoals u zegt, je zou kunnen stellen dat je minder te besteden hebt, maar dat hoeft niet per definitie een achteruitgang te zijn voorzitter. Dan een andere vraag, in het onderzoek wordt de positie van AOW'ers en gezinnen met kinderen beschreven als precair. Gezinnen met kinderen komen in aanraking met diverse, vaak ook wel wat hogere kosten en dit kan leiden tot onverwachte tegenvallers.
AOW'ers kunnen volgens het Nibud maandelijks rondkomen, echter hebben AOW'ers in mindere mate de mogelijkheid hun inkomen op te hogen vergeleken met huishoudens die inkomen verkrijgen vanuit bijvoorbeeld arbeid. Het onderzoek waar we drie jaar op wachtten, en dat de inflatiecorrectie niet wordt toegepast, wat zijn nu de argumenten? Een ander argument is gewoon dat een indicatie vanwege de hoge kosten leidt tot structureel hogere uitgaven op het AOW- en Jeugdtegoed en daarin moeten keuzes gemaakt worden zoals ik net heb aangegeven. Bij IBB is dat wel geïndexeerd. De bedragen die we voor 2020 verstrekten via de IBB waren niet meer in lijn met het algemene prijspeil, dus dat is de reden waarom dat wel is gedaan en indexatie was noodzakelijk om te kunnen voldoen
raadsvergadering van 20 februari 2025
Notulen pagina
287
aan die wettelijke taak die we daarin hebben. Dat is de reden waarom dat daar wel is gebeurd. Voorzitter, dan heb ik een amendement van GroenLinks. Wanneer jongeren vanaf hun achttiende geen aanspraak meer kunnen maken. Ik begrijp die zorg, want ook daar heb ik vaak over nagedacht: hoe zorg je ervoor dat die overstap waarin heel veel jongeren te kampen krijgen met allerlei uitdagingen, hoe zorg je ervoor dat zij voldoende gesteld zijn om niet in een val terecht te komen? Alleen zie je dat AOW- en Jeugdtegoed een regeling is die toeziet op de bevordering van participatie van doelgroepen die niet of in mindere mate zijn opgenomen in de Participatiewet. En vanuit de wet, de wetgever heeft zich op het standpunt gesteld dat het generieke inkomensbeleid voorbehouden dient te zijn aan het rijk en dus daarmee richt de Participatiewet zich op de participatie van personen vanaf 18 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd, waarbij participatie gekoppeld is aan werkaanvaarding en sociale uitkering. Dat maakt dat uitbreiding van het Jeugdtegoed doorkruising van het landelijk beleid zou betekenen. Dus ik begrijp echt wel uw zorg, alleen kunnen we die doelgroep niet in aanmerking laten komen. Het leidt ook gewoon tot hogere kosten binnen de begroting, dus ook daarin is een keuze. De VOORZITTER. Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66).
Ja voorzitter, ik begrijp de uitleg van de wethouder op dit punt, maar waar GroenLinks natuurlijk een punt heeft is dat deze doelgroep wel ook in de Nibud-staatjes elke keer echt een probleem heeft met rondkomen. Dat was ook jammer aan het stuk dat we nog niet hebben behandeld, maar dat wel terugkomt in de commissie, namelijk dat die ook overal buiten de boot valt, ook in het beleid van de gemeente, omdat er elke keer wordt gezegd: individuele bijzondere bijstand. Dus dan is mijn vraag wel aan de wethouder of hij dit punt dan wel zou willen meenemen naar Den Haag in zijn gesprekken en aankaarten of misschien voor dit soort mogelijkheden wel wettelijk ruimte wordt gemaakt zodat we daar wel iets voor kunnen doen. De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja, daarom erkende ik echt wel de zorg die mevrouw Vlieger heeft daarin. Ik zie dat ook de verhalen van jongeren die ineens geconfronteerd worden met allerlei uitdagingen, of het nu gaat om zorgverzekering of allerlei andere zaken. Ik ga het zelf niet doen, omdat mijn collega het over gaat nemen. Het is niet dat we het niet doen, maar extra aandacht daarop, dus die lobby hebben we echt wel al zo, maar ik denk extra aandacht op basis van dit gesprek lijkt me ook gewoon, om het nog een keer onder de aandacht te brengen. Dus ja, ik denk dat ik deze wel mee kan nemen.
Dan heb ik een tweede amendement van GroenLinks, het beschikbaar stellen van AOW- en Jeugdtegoed voor Rotterdammers in Msnp- of Wsnp-regeling. Dat is een mooie ontwikkeling, aangezien het niet onmogelijk is dat Rotterdammers in deze trajecten een besteedbaar inkomen hebben dat tussen de 100% en 130% van het wettelijk sociaal minimum ligt. Het is in het kader van uniformiteit en gelijkheid wenselijk om de besteedbare inkomensgrens voor deze doelgroepen gelijk te trekken. Wanneer iemand aantoont af te lossen binnen een schuldhulpverleningstraject, stellen we het inkomen in dat geval gelijk aan 100% van het sociaal minimumloon. Ongeacht het besteedbaar inkomen, heeft deze doelgroep recht op het AOW- en Jeugdtegoed. Dus dat is wat er dan gebeurt. Er is geen aparte inkomensgrens voor deze doelgroep. Het betekent enkel dat we het inkomen gelijkstellen aan 100% van het wettelijk sociaal minimum. Dus om die reden moet ik deze motie ontraden. Voorzitter, de motie van de PvdA, ꞌMaak inflatiecorrectie ook de standaard voor AOW- en Jeugdtegoedꞌ, een voorstel te doen hoe in de komende jaren een koppeling wordt gemaakt tussen inflatie en de hoogte van het AOW- en Jeugdtegoed. Daar heb ik het nodige over gezegd waarom dat een politieke keuze is, want indexatie van het AJT is een jaarlijks terugkerend thema bij de vaststelling van de verordening. Dus hij komt, zoals u zelf opmerkte, terug.
Maar de argumenten heb ik al met u gedeeld waarom dat… De VOORZITTER. Mevrouw Reitema. Mevrouw REITEMA (pvda). Ja, het was ook een politieke keuze om voor de begroting van 2024 ervoor te kiezen om in plaatsen van € 3 miljoen naar armoede € 3 miljoen naar de ozb-verlaging te laten gaan. Dus ja, het is inderdaad een politieke keuze en ik hoor hier de politieke keuze die de wethouder hier vandaag maakt. En wij nemen dit zeker mee naar de volgende rondes voor de voorjaarsnota. De VOORZITTER. Wethouder.
raadsvergadering van 20 februari 2025
Notulen pagina
288
De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja, waarvan akte denk ik voorzitter. Dan heb ik een amendement, ook van de PvdA, ꞌVerhoog de inkomensgrens AOW- en Jeugdtegoedꞌ. Ophoging van de inkomensgrens van het jeugdtegoed betekent een uitbreiding van de doelgroep van meer dan duizend jongeren. Gegeven de hoogte van het jeugdtegoed in 2025, namelijk die € 850,00, waar we dus al een uitbreiding op hebben, betekent dit een uitgavenstijging van bijna € 1 miljoen. Ook daarin zie je dat daar gewoon keuzes in gemaakt moeten worden, dus het Jeugdtegoed in 2026 bedraagt dan weer € 500,00. Dat betekent een structurele uitgavenstijging van € 575.000,00. Er is geen ruimte in de begroting voor een dergelijke structurele wijziging voorzitter, dus ik moet deze ontraden. Dan het laatste amendement voorzitter, ook van de PvdA, ꞌInflatiecorrectie AOW- en Jeugdtegoedꞌ. Het toepassen van indexatie, als je dat doet dan wil je dat natuurlijk ook als structurele maatregel doorvoeren. Dit betekent dat indexatie leidt tot structurele hoge uitgaven op het AOW- en Jeugdtegoed. Een indicatie van 3,2% zou in 2025 leiden tot € 520.000,00 extra kosten boven de huidige begroting en in 2026 verdwijnt de tijdelijke ophoging van het Jeugdtegoed, dus daar kun je niet op rekenen dat je dat dan kan doen.
Dus als je voor inflatiecorrectie of indexatie zou kiezen, dan betekent dat dat je die middelen in 2026 sowieso niet hebt. Dus dan kun je het ook niet opvangen. Dus om die reden ook ontraden. De VOORZITTER. Mevrouw Reitema. Mevrouw REITEMA (pvda). Ja, nog een heel korte laatste vraag. Beseft de wethouder dat door deze tegoeden vast te houden geen inflatiecorrectie toe te passen, het in feite een bezuiniging is voor de mensen die dit nu in de portemonnee gaat raken? Want de rest van de kosten van deze wereld gaan wel omhoog. De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Nou voorzitter, daarom zeg: je kunt een bepaalde redenatie volgen, en dat was als antwoord op de heer Vonk. Kijk, dit is een extra op veel landelijke ondersteuningsmaatregelen. Dus wat wij als Rotterdam doen is dat we willen dat er geen groter gat ontstaat zodat mensen goed mee kunnen doen. Daar kijken we naar verschillende doelgroepen. We kijken naar verschillende producten. En dan kun je ervoor kiezen om te zeggen: oké, die inflatie die plaatsvindt, het voorbeeld dat iets nu € 100,00 kost en je krijgt € 100,00. Dan kun je dat een-op-een kopen. Maar inmiddels kost het product € 110,00 en je krijgt nog steeds € 100,00. Dan is dat een achteruitgang om het maar precies te zeggen, als je zo redeneert, maar wat je wilt, kijk, het is sowieso een plus op een plus.
Dus je hoopt dat ze daarmee wel voldoende mee kunnen participeren in die samenleving, waarbij het dus een vooruitgang blijft, maar geen grote gap ontstaat door het anders in te richten. En daarbij zeg ik ook: dit is nu de weg die is ingeslagen en het blijft daarmee schuiven in beschikbare middelen die je hebt en het blijven politieke keuzes. Dat is de conclusie. Dan heb ik ze gehad voorzitter. De VOORZITTER. Hartelijk dank. Dan kijk ik even rond of er nog vragen zijn blijven liggen. Nee, dat is niet het geval. Mevrouw Vlieger nog wel? Mevrouw VLIEGER (gl). Ja, een ordepunt eigenlijk. Dat ik naar aanleiding van de beantwoording dan amendement B intrek, met de kanttekening dat we echt wel al weken hebben gevraagd naar meer duidelijkheid op dit punt, omdat we dachten dat het echt nodig was. En het nu dus pas horen. Het was onduidelijk, maar ik ga ervan uit dat het amendement dus overbodig is, dus dan trekken we die in. De VOORZITTER. Amendement B is hierbij ingetrokken. Is er nog behoefte aan een tweede termijn? De heer Vonk. De heer VONK (cu). Ja voorzitter, ik heb geen tijd maar toch nog even een soort slot. Ik had gehoopt dat we in de raad ook even tot een uitwisseling zouden kunnen komen van hoe andere partijen het taxeren dat als je geen inflatiecorrectie doet, die je overal in de samenleving doet en hier niet, wat dat dan betekent voor deze groep.
Ik had daarop gehoopt, maar dat is niet gekomen. Ik waardeer in ieder geval de duidelijke beantwoording van de wethouder. We zijn het niet met elkaar eens, dat is wat we moeten concluderen. Ik heb nog even in de begrotingen gekeken van afgelopen jaren, afgelopen jaarrekeningen en ik zie dat we een aantal jaren € 850.000,00 hebben teruggestort in de algemene middelen omdat het over was op armoede. Ik vind het dan schrijnend om te horen dat hier
raadsvergadering van 20 februari 2025
Notulen pagina
289
gesuggereerd wordt dat we geen geld hebben. Het is echt een politieke keuze om dit nu te doen, en het betekent dus dat we ons als raad dat ook echt moeten aantrekken. Wij kiezen er met elkaar voor om alleen deze groep, want in de hele samenleving wordt er geïndexeerd, maar voor deze groep, die het het hardst nodig heeft, dat niet te doen. Dat is mijn conclusie. De VOORZITTER. Dank. Mevrouw Vlieger. Mevrouw VLIEGER (gl). Ja voorzitter, GroenLinks is echt gefrustreerd en teleurgesteld over de manier waarop we omgaan met het onderwerp armoede. We zijn nog steeds een van de armste steden. We zouden dit groot aan moeten pakken, met zijn allen. Maar ondanks dat kiezen we ervoor om dingen uit elkaar te trekken. We hebben drie jaar lang moeten wachten op een onderzoek. Het zorgt er gewoon voor dat we niet de stappen kunnen maken die we wel moeten maken op armoede en dat is echt teleurstellend, dus we hopen dat we toch nog daar verandering in kunnen brengen dit jaar. De VOORZITTER. Hartelijk dank. Mevrouw Reitema. Mevrouw REITEMA (pvda). Ja heel kort. Het zijn inderdaad politieke keuzes en de PvdA is eerder ook gekomen met gedekte voorstellen om structureel in vier jaar tijd € 12 miljoen naar armoede te krijgen, om juist dit soort tegoeden te kunnen verhogen. Dat zullen wij blijven doen. De VOORZITTER. Hartelijk dank. Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66).
Ja voorzitter, ik ben blij dat de heer Vonk in ieder geval ook naar de begrotingen van de armoedewethouder van de ChristenUnie van de vorige periode heeft gekeken en heeft geconcludeerd dat er toen geen structurele indexatie is doorgevoerd voor het AOW- en Jeugdtegoed. Wij kiezen er dit keer voor om een grotere groep mensen AOW- en Jeugdtegoed toe te kennen. Ik mag hopen dat in de toekomst, maar we weten allemaal dat het ravijnjaar eraan komt, er meer geld beschikbaar is in de gemeentebegroting om nog meer goede dingen te doen voor deze stad, maar helaas moeten we wel keuzes maken in schaarste. De VOORZITTER. Hartelijk dank. Dan constateer ik dat er nog één toezegging is gedaan door de wethouder. Hij bereidt dus een lobby bij het rijk voor voor financiële problematiek van 18- tot 21jarigen. Verder heb ik geen vragen meer gehoord aan de wethouder, dus dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van dit debat. De stemmingen vinden vanavond plaats. 8.
TWEEMINUTENDEBATTEN
De VOORZITTER. Dan gaan we over tot de tweeminutendebatten. 8.2
Derde update Klimaat Actieplan