CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20241219- Notulen van de raadsvergadering van 19 december 2024

Gemeenteraad 19 december 2024, gemeente Rotterdam68.457 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 7

raadsvergadering van 19 december 2024

Notulen pagina

2461

asiel zitten, plekken vasthouden, om die doorstroom te realiseren. Wat zegt Rotterdam? We willen die prop eruit halen en we creëren 2000 plekken op de Silja. Daarmee zeggen we: we dragen bij aan het probleem van heel die Spreidingswet door die asielketen te ontlasten en daarmee 2500 plekken te realiseren in Rotterdam. Dus u kunt daarmee een positief verhaal vertellen over Rotterdam. We voldoen aan onze wettelijke taakstelling door statushouders te huisvesten. Ook als raad maakt u wel eens die vergelijking ten opzichte van andere steden. En u realiseert 2500 plekken binnen die Spreidingswet, om die asielketen te ontlasten, waarbij we ook zien dat het op deze manier organiseren een positieve bijdrage heeft aan het laten landen van de gekoppelde statushouders in onze regio, omdat we faciliteiten hebben georganiseerd op in dit geval Silja, zoals de Vroege Start, een Meedoenbalie, maar ook ten aanzien van gezondheidszorg. En vergeet niet, ook die sociale cohesie, activiteiten die daar georganiseerd worden, zodat ze meteen onderdeel worden van die samenleving waar ze straks in terechtkomen. Dus daarvan zie ik dat dat een enorm positief verhaal is, waar we absoluut trots op mogen zijn als Rotterdam, waarbij je kunt zeggen: die Spreidingswet vraagt 2667, heel specifiek asielzoekers. Maar we hebben voor 94% aan die opdracht voldaan.

Als straks die Spreidingswet definitief wordt gemaakt en dat verdeelbesluit, dan kun je zeggen: u heeft nog 6% te gaan, of niet, dat weten we niet. Daar wachten we nog op. Maar vanuit de redenering: hoe doen wij het hier in Rotterdam, kan ik niet anders dan echt alleen maar een positief verhaal houden. De VOORZITTER. De heer Kind. De heer KIND (volt). Van die 2000 op de Silja zijn er 1000 aan Rotterdam gekoppelde statushouders, dus die onderdeel zijn van onze taakstelling. Klopt dat? Van onze taakstelling statushouders? De VOORZITTER. De wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Nou, je moet het zo, er zitten er nu 488. U stelde, wat zit er precies nu in? 488. Wij zeggen ook: de doorstroom is gemiddeld zo'n vijfenhalve maand. Wij moeten er per jaar gemiddeld 1200 huisvesten. Dat doen wij doordat ze daar binnenkomen en dan doorstromen. Dus uiteindelijk kunnen we zeggen, die cijfers krijgt u begin volgend jaar waarschijnlijk, dat wij voor 2024 voldoen aan die taakstelling. Dat betekent dus dat mensen door die Silja heen zijn gegaan en uiteindelijk een duurzame oplossing hebben doordat we ze hier hebben gehuisvest. De VOORZITTER. De heer Kind, afrondend. De heer KIND (volt). Nou, ik vind het nog wel een belangrijk onderwerp eigenlijk, want hier zien we dus gegoochel.

Dit gaat over statushouders en dat zijn aan Rotterdam gekoppelde statushouders die wij sowieso moeten opvangen. Dat zijn dus de helft van die 2000 plekken. Dat is mijn conclusie. Maar dan moet u mij dus wel even heel goed uitleggen, wij voldoen aan die taakstelling van 1200 ongeveer. Dus u zegt nu: van die 1200 zit niemand op de Silja? De VOORZITTER. Ik merk dat we heel erg over cijfers elke keer zitten heen en weer te praten. Ik snap de behoefte om die duidelijkheid te hebben, maar ergens blijft het een beetje hangen, dus daarom vroeg ik ook om daar gewoon toch even wat doorheen te gaan, of duidelijker overzicht te geven of wat dan ook, maar anders blijven we die vragen heen en weer stellen. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja, voor mij is het dan eigenlijk heel simpel. Wij krijgen een opdracht vanuit het rijk, u moet 1200 statushouders in Rotterdam in een woning plaatsen. Dat is helder. Daar voldoen wij aan, met misschien een kleiner aantal, maar in principe voldoen we daar tot nu toe ieder jaar aan. Vervolgens is er een Spreidingswet. Die zegt: u moet opvang creëren. Dat hebben wij gedaan door te zeggen: wij gaan voor gekoppelde statushouders, dus mensen die al deels naar Rotterdam komen, of deels naar Zuid-Holland, plek regelen. Dat hebben we gedaan op de Silja.

Van die 488 die er nu in zitten, daarvan weten we nu al, of ze nu in een azc zitten te wachten of dat ze hier zitten, daarvan weten we al: die gaan we in Rotterdam straks moeten opvangen door ze huisvesting te geven. En daar hebben we ook de ruimte voor. Dus als je aan je taakstelling kan voldoen, als u naar de cijfers van vorig jaar kijkt ziet u dat wij een plus hebben gerealiseerd in het voldoen aan de taakstelling. Ik moet het niet ingewikkelder maken dan nodig, maar u vermengt eigenlijk twee discussies met elkaar, terwijl dat niet hoeft. Het zijn echt twee aparte dingen. De wettelijke taakstelling het huisvesten van statushouders, 1200, en het opvangen binnen de Spreidingswet, en wij kiezen voor

raadsvergadering van 19 december 2024

Notulen pagina

2462

dat met gekoppelde statushouders, omdat wij daar allerlei positieve instrumenten voor inzetten, zodat zij hier een goede landing in kunnen maken. De VOORZITTER. De heer Kind. De heer KIND (volt). Een afrondende vraag. Wat is dan het onderscheid tussen een gekoppelde statushouder die aan Rotterdam gekoppeld is en een statushouder die niet gekoppeld is aan Rotterdam maar aan een regiogemeente? Want dat is wat in die deal met de SIlja, wat daar heel duidelijk in is opgenomen, dus daarvan wil ik graag weten wat dan het onderscheid daartussen is. De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja, zoals elke gemeente de taak heeft om te voldoen aan het huisvesten van statushouders heeft elke gemeente dat. Dat is het enige verschil. Dus als er een gekoppelde statushouder is voor Rotterdam, moet die uiteindelijk gehuisvest worden in Rotterdam. En als die gekoppeld is aan een andere gemeente, dan moet de gemeente die huisvesten. De VOORZITTER. Concluderend, echt, want mevrouw Vlieger staat ook al even. De heer KIND (volt). Ja, met dit laatste, dus als de wethouder aangeeft dat zijn gekoppelde statushouders die aan Rotterdam gekoppeld zijn vanuit de status vergunninghouder, dan is dat geen onderdeel van de Spreidingswet. Dat is onze wettelijke taak om deze mensen op te vangen, en daarmee worden we, ik kan het niet anders zeggen, het bos ingestuurd. De VOORZITTER.

Mevrouw Vlieger. Mevrouw VLIEGER (gl). Ja voorzitter, want u zei net inderdaad de getallen, maar dat zijn allemaal mensen. En waar het hier onduidelijk wordt is het feit dat wij inderdaad ervoor kiezen om te zeggen: wij voeren de Spreidingswet uit door middel van het opvangen van statushouders in plaats van asielzoekers. En daar ontstaat de verwarring over. En daarom ging net dat debat over de taakstelling voor statushouders en over de Spreidingswet want het gaat allemaal door elkaar heen. En dan kan er wel naar ons gekeken worden als raad, maar het is klaarblijkelijk niet duidelijk genoeg. Het zijn ook constant verschillende cijfers en wij moeten elke keer teruggraven in oudere documenten om duidelijkheid te krijgen. Dus ik wil dat ook meegeven aan de wethouder voor de volgende brief. Verschaf wat meer duidelijkheid, geef ons beter inzicht hierin. Want het is ontzettend belangrijk, het gaat hier om grote getallen, maar het gaat hier uiteindelijk om mensen. De VOORZITTER. Even ook, mevrouw Vlieger, het was geen opmerking die ik naar de raad maakte, het was meer dat ik constateerde dat we steeds in die cijfers bleven hangen en dat we daar dus niet verder in kwamen, maar dat was gewoon het enige punt dat ik wilde maken. Maar de oproep naar de wethouder is duidelijk. U kunt verder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder).

Nou ja, goed, ik denk dat ik daar inderdaad een aantal brieven over heb gestuurd. Ik zal uw suggestie meenemen, kijken of ik dat nog scherper voor u kan formuleren. Maar we hebben deze discussie natuurlijk vaker gehad, vaker met elkaar besproken. Ik heb het vaker geprobeerd uit te leggen. Dus ik neem uw suggestie mee. Dan werd een vraag gesteld door mevrouw Maassen voorzitter, ten aanzien van de Thuisgevers. Kijk, de heer Segers-Hoogendoorn heeft daar ook een vraag over gesteld en de heer Vonk. Kijk, alle partijen die initiatieven nemen in de stad omarm ik graag. Het is niet zo dat ik denk: oké, doe maar niet. Alleen probeer ik toch echt te kijken: kunnen zij dan een goede bijdrage leveren in de maatschappelijke vraagstukken die wij hebben? Er ligt straks ook een motie, dus daar kan ik wel iets meer over zeggen. Maar ik begrijp echt wel uw vraag ten aanzien van de groep Thuisgevers, hoe wij hun aanbod zouden kunnen benutten in de stad, maar dat doe ik dan zo bij de motie. Maar omdat er een aantal vragen waren, dacht ik dat het goed was om daar nu even bij stil te staan. Dan een vraag over amv'ers, ook van mevrouw Maassen. Kijk, er is nu een indicatieve taakstelling opgegeven ten aanzien van amv'ers. Ik heb u ook in de commissie aangegeven dat mijn verkenning zal blijven, zoeken naar een geschikte locatie voor alle doelgroepen, zo ook voor amv'ers.

Er werd mij heel specifiek gevraagd: heeft u iets op dit moment? Ja, we hebben iets op het oog, maar zodra ik dat met u kan delen zal ik dat doen, zeker met de verwachting die er mogelijk zou

raadsvergadering van 19 december 2024

Notulen pagina

2463

kunnen zijn in het verdeelbesluit zijn we hier en daar aan het voorsorteren om te kunnen voldoen aan de wettelijke opdracht die ons gegeven wordt. Dat waren de vragen voorzitter. De VOORZITTER. Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66). Ja, een punt van orde. Ik had het in de commissieapp al aangekondigd, maar ik had per ongeluk een onhandige typfout gemaakt in mijn motie, dus als de wethouder de juiste motie wil beoordelen, dan zou ik graag nog de gewijzigde motie richting de wethouder willen laten gaan. De VOORZITTER. Het zal dan vast geen dt-fout zijn geweest. Mevrouw Maassen heeft de volgende motie ingediend. Motie 10A.

Eer(lijk) over onze wettelijke taak "De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 19 december 2024, ter bespreking van agendapunt 6.2: Ontwikkelingen opvang van vluchtelingen en Oekraïners en huisvesting van statushouders; constaterende dat: - de gemeente verschillende wettelijke taken heeft die worden opgelegd vanuit het rijk; - een van die taken het huisvesten van statushouders is; - een andere nieuwe taak per 1 januari voortvloeit uit de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen ('Spreidingswet') - de wethouder heeft benadrukt dat hij zich houdt aan de wet; - volgens de brief van het college van 17 december een aantal statushouders die worden gehuisvest op de Silja zowel worden meegeteld in de taakstelling voor huisvesting van statushouders als in de taakstelling voor de Spreidingswet; overwegende dat: - het huisvesten van de statushouders de doorstroom van de asielketen bevordert aangezien er nog 17.000 statushouders in een azc wachten op een woning; - het belangrijk is dat Rotterdam een bijdrage levert aan asielopvang, ook door middel van het bevorderen van de doorstroom van de asielketen, en hierbij huisvesting van statushouders van belang is; - er geen reden is om de harde doorstroomafspraken los te laten, zeker niet omdat de doorstroom van de asielketen essentieel is om de druk op de keten te verminderen, en dit ook realistisch is omdat

de gemeente Rotterdam extra geld krijgt vanuit het rijk voor huisvesting; - het dubbel tellen van één statushouder voor de wettelijke taak van de Spreidingswet én de wettelijke taak van het huisvesten van statushouders creatief boekhouden is waardoor onderaan de streep Rotterdam zich niet volledig houdt aan de wet en wat onwenselijk is gezien de beoogde doorstroomdoelstellingen; - het onwenselijk is dat statushouders lang op een boot woonachtig zijn en met het niet meer hebben van harde afspraken de gemeente niet is aan te spreken op doelstellingen of afspraken; verzoekt het college: - de dubbeltelling van de statushouders voor de twee wettelijke taakstellingen na de opleverdatum van 1 juli van de Spreidingswet niet meer toe te passen; - hierover te rapporteren aan de gemeenteraad; en gaat over tot de orde van de dag." w.g. A.J.A. Maassen De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja voorzitter, in het verlengde van het laatste dat ik heb gezegd ten aanzien van amv'ers, de motie van GroenLinks, waarbij gevraagd om amv'ers niet aan hun lot over te laten. Dat zal nooit mijn insteek zijn. Ik heb u ook gezegd, ik zal zodra bekend wordt wat de

raadsvergadering van 19 december 2024

Notulen pagina

2464

taakstelling is voor Rotterdam, mij daar altijd aan houden. Deze motie ga ik ontraden, omdat ik ook in de commissie heb aangegeven dat we locaties aan het verkennen zijn, dus het heeft onze aandacht en daarmee is deze motie overbodig. De VOORZITTER. De heer Van Campenhout heeft een vraag. De heer VAN CAMPENHOUT (bij1). Dank u voorzitter. Ik heb ook een kleine wijziging in mijn motie. Hij komt nu uit de printer en dan lever ik hem in. De VOORZITTER. De wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja, dan motie 2, ꞌMoraliteit leidtꞌ. Helemaal mee eens. U kunt ervan uitgaan, dat heb ik ook in de commissie aangegeven, wij hebben vooralsnog geen signalen dat dat zo is. Als het gaat om relaties met partijen en als er vermoedens zijn gaan we daar natuurlijk niet mee werken. Dat is een vanzelfsprekendheid. Dus ook deze motie ga ik ontraden. De VOORZITTER. Mevrouw Vlieger heeft een vraag. Mevrouw VLIEGER (gl). Ja, kort, want de wethouder geeft nu een reactie specifiek op die casuïstiek weer, maar het dictum van die motie is breder dan dat, dus ik zou wel graag willen dat de wethouder gewoon het dictum over een mogelijk kader even beantwoordt. De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja voorzitter, dat heb ik gedaan. Ik heb gezegd dat wij alleen relaties aangaan met partijen waarvan we weten dat ze goed zijn. Als er signalen zijn dan gaan we dat niet doen.

Van een aantal partijen die ik in de commissie zijn genoemd, zijn bij ons geen signalen bekend. En als er vermoedens zijn, dan gaan we sowieso niet de samenwerking aan. Maar dat heb ik zojuist expliciet gezegd. Dus als er vermoedens zijn van partijen, dan gaan we sowieso niet een relatie met ze aan. Voorzitter, dan motie 3. Ik kan daar het volgende over zeggen voorzitter. Hij is te voorbarig en er wordt iets aan ons gevraagd wat ook onuitvoerbaar is, dus deze motie kan ik niet omarmen. De VOORZITTER. Mevrouw Vlieger heeft nog een vraag. Mevrouw VLIEGER (gl). Eén korte, naar aanleiding van de eerste motie nog. Ik hoorde volgens mij de wethouder zeggen: als die definitieve taakstelling er is, dan gaan we die ook gewoon uitvoeren, ook dus voor de amv'ers, dus dat is een soort toezegging dan. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja kijk voorzitter, het is geen toezegging, het is gewoon mijn taak. Ik bedoel, als er een opdracht is dan voer ik die gewoon uit. Volgens mij is dat een soort mantra dat ik op alles herhaal. Dat geldt voor amv'ers of een andere opdracht die we krijgen, maar vooruitlopen op een taakstelling die er nog niet is, is voor mij gewoon ingewikkeld, om daar al iets over te zeggen. Terwijl ik wel in de commissie heb gezegd: vooruitlopend op iets wat mogelijk is, zijn we locaties aan het verkennen met elkaar. De VOORZITTER.

De heer Van Campenhout heeft de volgende motie ingediend. Motie 12A. Housing First op de Eerste Plek "De gemeenteraad van Rotterdam, bijeen op 19 december 2024 ter bespreking van het agendapunt 6.2 'Ontwikkelingen opvang van vluchtelingen en Oekraïners en huisvesting van statushouders'; constaterende dat: - elk mens recht heeft op een (t)huis; - Rotterdam kampt met een groeiend tekort aan betaalbare en duurzame woonplekken, wat leidt tot verslechterde situaties voor kwetsbare groepen, waaronder statushouders, vluchtelingen, dak- en thuislozen; - het huidige huisvestingsbeleid voor statushouders en vluchtelingen veelal afhankelijk is van tijdelijke en vaak inadequate oplossingen, wat de integratie en inburgering bemoeilijkt;

raadsvergadering van 19 december 2024

Notulen pagina

2465

-

volgens verschillende onderzoeken (RIVM, VU) blijkt dat vluchtelingen een verhoogd risico hebben op psychische problematiek; de Housing First-aanpak bewezen effectief is in het bieden van stabiliteit, integratie en structurele oplossingen voor kwetsbare groepen door huisvesting als basisrecht centraal te stellen; de kosten-batenanalyse uit 2022 laat zien dat elke geïnvesteerde euro in 'Housing first' maatschappelijk € 2,50 bespaart, bijvoorbeeld door vermindering van zorgkosten en een toename van arbeidsparticipatie;

overwegende dat: - een eigen woning het beste startpunt is voor herstel, met (intensieve) ambulante begeleiding om terugval te voorkomen; - het gemeentelijke beleid voor statushouders en vluchtelingen inclusiever kan worden door prioriteit te geven aan langdurige en menswaardige huisvesting in plaats van tijdelijke noodoplossingen; - het huidige beleid rondom opvang en huisvesting van vluchtelingen en statushouders kan leiden tot langdurige onzekerheid en segregatie; verzoekt het college: - het 'Housing First'-principe toe te passen bij het huisvestingsbeleid voor statushouders en vluchtelingen; - met een concrete planning te komen voor de transitie van tijdelijke woonoplossingen naar duurzame huisvesting vóór 2026; - betere inspraakmogelijkheden te organiseren voor vluchtelingen en statushouders, zodat zij zelf kunnen bijdragen aan het vormgeven van beleid dat hen direct aangaat; - jaarlijks aan de gemeenteraad te rapporteren over de voortgang; en gaat over tot de orde van de dag." w.g. M.R. van Campenhout De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER. De wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja voorzitter, dan motie 4, van de PvdA, alsnog aan de indicatieve opgave van 2667 te voldoen. Ik heb u aangegeven dat wij nu op 94% zitten ten opzichte van wat de indicatieve taakstelling is.

We wachten af wat de definitieve is en dan kunnen we daarnaartoe werken, dus ik zal deze motie ontraden, omdat ik niet kan vooruitlopen op wat nu het exacte aantal zal worden. Er wordt in motie 5 gevraagd naar menswaardige opvang, kwalitatieve menswaardige opvanglocaties. Het suggereert daarmee alsof we op dit moment opvanglocaties hebben die niet menswaardig zijn. Ik zal deze motie ontraden omdat wij altijd inzetten op kwalitatieve en menswaardige opvanglocaties voorzitter. De VOORZITTER. Mevrouw Vogelaar. Mevrouw VOGELAAR (pvda). Ja, ik wil wel even reageren, want ik ben wel benieuwd, ik had ook gehoopt dat in de toelichting op de motie waarvan ik al vreesde dat die zou worden ontraden, de wethouder dan wel aangeeft op wat voor manier hij dan wel duurzame opvang gaat realiseren. Ik snap dat hij struikelt over dat woordje, daar zou ik ook best nog naar willen kijken, om te kijken of dat dan kan helpen om een positieve appreciatie te krijgen. Maar ik ben eigenlijk vooral benieuwd wat nu uw plannen zijn om die duurzame opvang te realiseren. De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja voorzitter, deze vraag is eerder gesteld en een aantal keer zelfs. Kijk, ik volg wat er gevraagd wordt binnen het wettelijke kader. Ik heb u net ook gezegd in mijn algemene beantwoording van uw vraag dat we een wetscyclus hebben die loopt tot 31 januari 2026.

Dat is wat we nu toe hebben als duurzaam en ze zijn van hoge kwaliteit, en zeker niet mensonwaardig. Dus wat dat betreft doen we echt fantastische dingen in Rotterdam. Voorzitter, dan motie 6. Er wordt

raadsvergadering van 19 december 2024

Notulen pagina

2466

gesuggereerd dat er kinderen zijn in noodopvangvoorzieningen. Dat is niet het geval. Er werd dan gezegd: Silja wel, maar dat is een ander soort locatie en wat dat betreft is het echt wel van een zodanige kwaliteit dat daar heus wel kinderen op kunnen. De motie van de ChristenUnie roept op het gesprek te heropenen en tot een akkoord te komen. Dat vind ik ingewikkeld. Kijk, ik wil best wel kijken en in gesprek gaan met partijen, dat weet u van mij, om te onderzoeken hoe wij, even de vraag van mevrouw Maassen meenemend daarin, kunnen wij dan hun aanbod op een bepaalde manier als gemeente benutten. Waarbij je niet per se afkadert op voorhand dat er per se een akkoord voor bijvoorbeeld de doelgroep statushouders, maar wellicht, we hebben meer doelgroepen in onze samenleving, kijken of dat aanbod op die manier georganiseerd of benut kan worden. Dus op deze manier moet ik deze motie helaas ontraden, maar het gesprek aangaan om met elkaar te verkennen of het aanbod van Thuisgevers voor wellicht ook andere kwetsbare doelgroepen benut kan worden, daar zou ik zeker voor openstaan. De VOORZITTER. De heer Vonk. De heer VONK (cu). Dank u wel voorzitter. Ja, u heeft mijn toelichting wel gehoord hè, toen ik de motie indiende. Toen heb ik ook gezegd: ik ga niet zeggen dat u een akkoord moet sluiten, maar dat u het gesprek aangaat met de intentie om tot een akkoord te komen. Dat is wat anders.

Dat was mijn toelichting. Dus als u hem zo leest, en dat zou ik eventueel ook nog wel in het dictum willen toevoegen, dat ꞌmet de intentie omꞌ, kunt u hem dan omarmen? Want dat is eigenlijk precies hetgeen wat u zegt. De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja, ik maak hem toch iets breder, want er staat ook in: statushouders van dit maatschappelijk initiatief. Ik zou hem voor meerdere kwetsbare doelgroepen willen verkennen. Wellicht dat we hem kunnen inzetten voor andere kwetsbare doelgroepen in de stad als maatschappelijk initiatief. De VOORZITTER. De heer Vonk. De heer VONK (cu). Maar bedoelt u dan te zeggen, dus Thuisgevers en andere maatschappelijke initiatieven? Dan maakt u hem breder. Dat wil ik natuurlijk ook met alle liefde nog even doen. De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Nou kijk, Thuisgevers zet vooral in op statushouders. Er werd gevraagd: geef één argument waarom je geen statushouders daarvoor wilt inzetten. Ik heb er een aantal genoemd. Maar ik zie wel het belang van maatschappelijke initiatieven, zoals Thuisgevers, maar voor statushouders zie ik het op dit moment niet.

Maar ik wil best het gesprek aangaan voor eventuele andere kwetsbare doelgroepen die wij ook in de stad hebben, of we de locaties via Thuisgevers, er zijn twee locaties beschikbaar, ook kunnen inzetten voor andere kwetsbare doelgroepen, zonder dat je hen per se voor statushouders wilt inzetten. De VOORZITTER. De heer Vonk nog? De heer VONK (cu). Volgens mij willen we ongeveer hetzelfde. Ik beraad me nog even over een herformulering en dan kom ik daar nog even op terug. Ik heb verder ook geen spreektijd. De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja voorzitter, dank. Ik blijf die argumentatie rondom de Thuisgevers toch vreemd vinden, want eigenlijk zit er in de beantwoording van de wethouder: we willen voor statushouders de Thuisgevers niet meer gebruiken. Terwijl u ook weet dat er allerlei voorwaarden hangen aan de opvang of huisvesting van verschillende doelgroepen. Het zijn ook altijd weer andere voorwaarden. Dit maatschappelijk initiatief, waarvan u zegt: ik omarm zoveel mogelijk maatschappelijke initiatieven. U zegt ook: we zetten allerlei positieve instrumenten in om mensen zo goed mogelijk te laten landen. Dit voldoet daar helemaal aan. Superkleinschalig, dat is het wel, daardoor zou je juist denken: het is niet zo'n punt. En u zegt eigenlijk gewoon tegen die mensen: we werken niet meer met u samen.

Sowieso is die boodschap daar al totaal onbegrijpelijk gevallen. Dat

raadsvergadering van 19 december 2024

Notulen pagina

2467

zou sowieso al denk ik een goede toezegging zijn om dat gesprek te hervatten, want de mensen begrijpen het niet, terwijl ze er wel heel veel op inzetten hè. Want ook rondom bijvoorbeeld die kerken die dat doen zijn dan ook heel veel vrijwilligers die die mensen helpen om precies die zachte landing te hebben die u wilt. En dan zegt u tegen zo'n initiatief: we werken niet meer met u samen. Dus die boodschap wordt daar niet begrepen. Die begrijp ik eerlijk gezegd ook niet. En ik zou ook niet weten waarom u daar niet gewoon mee kan doorwerken. Het enige wat zij nodig hebben vanuit die statushouders, en dat is voor u een administratieve handeling, is die HAR-regeling voor de gemiste huurinkomsten. That's it. Dus waarom werkt u niet gewoon samen met die Thuisgevers, die het gewoon al jarenlang doen? De VOORZITTER. De wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Nou ja, kijk voorzitter, ik ga het toch herhalen. Een van de argumenten is, zolang er plek op Silja is, is de vraag of je per se die doelgroep ook in een kleinschalige locatie wilt hebben, waarbij alle voorzieningen ook georganiseerd zijn op Silja. Dus de inzet zal vooral zijn, als we statushouders hebben, probeer ze dan zoveel mogelijk daar, dan heb je alle faciliteiten op één locatie. Tegelijkertijd omarm ik allerlei maatschappelijke initiatieven in de stad. Ik zie echt wel de meerwaarde die ze kunnen hebben.

De vraag is of het altijd bij Thuisgevers of bij deze kerkelijke instanties, voor statushouders moet zijn. Ik wil graag het gesprek aangaan, verkennen of we andere doelgroepen die ook huisvesting, een zachte landing, ondersteuning nodig hebben van die vrijwilligers, of we dat op die manier, eventueel wat breder dan mijn portefeuille, met elkaar kunnen verkennen. Dat is wat ik zou kunnen doen, maar zoals die motie hier ligt, moet ik deze ontraden, omdat ik u als argument geef: full focus op Silja, want als die plekken daar ook leeg zijn, zijn dat ook gewoon kosten die we onnodig maken, want dan maak je dubbele kosten en dat lijkt me onnodig. De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja voorzitter, afrondend. Kijk, we gaan het hier niet over eens worden. Ik denk dat u eigenlijk een probleem maakt dat er niet is. Want er was namelijk een oplossing, en die oplossing is er nu in één keer niet meer. Maar goed, daar gaan we niet uit komen. Kijk, stel, de heer Vonk gaat die motie misschien aanpassen. Maar stel, dat wil ik dan toch even zeggen voorzitter, als hij alsnog ontraden wordt, dan zou ik op zijn minst de toezegging van de wethouder nu willen, dat hij in ieder geval opnieuw in gesprek gaat met die mensen, want die begrijpen werkelijk niet wat hier gebeurt.

En dit is precies een maatschappelijk initiatief dat we niet willen verliezen in deze stad. Dus mocht het tot een ontraden en niet aannemen van die motie komen, dan alsnog een toezegging dat de wethouder in gesprek gaat met de Thuisgevers. De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Nou ja, volgens mij deed de heer Vonk een suggestie om eventueel te kijken naar die motie. Maar in gesprek gaan, nogmaals, ik ga graag met alles en iedereen in gesprek. Maar daarbij wil ik ook zeggen: dan niet met het idee dat we tot een akkoord komen of iets dergelijks. Dus ik ga graag met ze koffiedrinken, geen enkel probleem. De VOORZITTER. De wethouder vervolgt zijn betoog. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Voorzitter, dan ook een andere motie van de ChristenUnie, met het verzoek in het eerste kwartaal te komen met een plan waarin beschreven staat welke stappen het college zet om taakstellingen te realiseren. De betrokkenheid van u als raad wordt wel gewaardeerd hè, voor het realiseren van opvangplekken van amv. De realisatie van de taakstelling voor de opvang van amv is een complexe opgave waarbij zorgvuldige afstemming nodig is. Het is echt wel ingewikkeld en vraagt veel afstemming om een geschikte locatie te vinden en die afstemming goed te organiseren met allerlei stakeholders die we hebben in de stad.

Dus ik ga deze ontraden, want dat vraagt in het proces gewoon iets te veel, waarbij ik wel de waardering ervoor wil uitspreken dat u daarin mee wilt denken. Dan heb ik motie 9 van DENK. Bij het starten van een nieuwe opvanglocatie de wijk en omwonenden op een gestructureerde wijze meer en beter te betrekken. Ik heb daar ook al iets over gezegd in de commissie richting mevrouw Maassen. In het verlengde daarvan kan ik deze motie omarmen.

raadsvergadering van 19 december 2024

Notulen pagina

2468

De VOORZITTER. Mevrouw Vlieger. Mevrouw VLIEGER (gl). Voorzitter, we hebben meermaals gevraagd om communicatie rondom Nesselande en ook om hoe dingen nu lopen met bewoners. Voor mijn gevoel is dit staand beleid. Dat is toch zo uitgelegd aan ons? De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Zoals ik zei, in het verlengde van wat ik ook in de commissie heb gezegd, waarin hier wordt gevraagd bij het starten van een nieuwe opvanglocatie de wijk en omwonenden op een gestructureerde wijze meer en beter te betrekken door bijvoorbeeld het oprichten van een klankbordgroep. Deze motie kan ik omarmen. Dan voorzitter, de volgende motie is aangepast. Even checken wat de aanpassing is. ꞌEer(lijk) over onze wettelijke taakꞌ. U refereert naar de dubbeltellingen die er nu plaatsvinden, ik heb u daar een brief over gestuurd, waarin u vraagt: houd 1 juli 2025 als eindpunt om die dubbeltellingen te realiseren. Wat mij betreft kan ik deze motie omarmen, maar wel met de kanttekening, volgens mij zei u het ook zelf in uw bijdrage, dat het wel nog wat organisatie vraagt, ook bij ons intern hoe we daar dan wel aan de ene kant willen blijven voldoen aan onze wettelijke taakstelling voor het opvangen van statushouders, maar dat moet niet wringen met andere doelgroepen die we ook willen huisvesten. Maar ik kan deze motie omarmen. De motie ꞌZorg voor iedereenꞌ.

Dit is een motie die vraagt om specifiek zorgbeleid te ontwikkelen voor vluchtelingen in Rotterdam. We hebben echt wel oog voor de specifieke situatie van vluchtelingen. Het is een motie van BIJ1. En ik kan u zeggen dat deze motie overbodig is, dus ik moet deze helaas ontraden, omdat ingezetenen die rechtmatig in Nederland verblijven, aanspraak kunnen maken op WMO en allerlei andere faciliteiten, en vluchtelingen vallen ook voor wat betreft de zorg onder de verantwoordelijkheid van het rijk en gemeentelijk beleid specifiek voor vluchtelingen is in principe daarmee niet nodig. Dan de laatste motie voorzitter. Die is ook overbodig. De motie is gebaseerd op een verkeerde aanname dat het Housing First-principe nu niet geldt voor statushouders. De inzet voor elke statushouder is dat zij duurzaam gehuisvest worden. Dit is de wettelijke taak van de gemeente, maar gezien de krapte op de woningmarkt is het nodig om aanvullende tijdelijke alternatieve huisvesting te bieden en daarbij is de inzet dat statushouders die daarin verblijven zo snel mogelijk doorstromen naar duurzame huisvesting, dus daarmee overbodig voorzitter. De VOORZITTER. Hartelijk dank. Ik kijk even of er nog een veegronde is voor de vragen die zijn blijven liggen? Dat lijkt niet het geval. Dan vraag ik nog even of er behoefte is aan een tweede termijn? Mevrouw Vlieger. Mevrouw VLIEGER (gl).

Ik wil graag een schorsing aanvragen. De VOORZITTER. Dat kan. Mevrouw VLIEGER (gl). Totdat de wethouder dus een antwoord kan geven op wat wij net hebben gevraagd. Dan gaan we de tweede termijn dan verder. De VOORZITTER. Even heel exact. Wat we net hebben gevraagd, dat gaat over de reactie op de LVV? Mevrouw VLIEGER (gl). De wethouder gaf aan, 14.30 uur heb ik ingepland om ernaar te kijken. Nou, dit onderwerp hoort ook bij het onderwerp vluchtelingenbeleid et cetera. Dus dan kan hij in de tweede termijn een korte reactie geven op de situatie en dan kunnen we dan het debat afsluiten. Dan kunnen we nog wat tweedetermijnpunten aangeven, moties. Ja voorzitter, ik bedoel dan dat er een ander debat eerst kan overigens, als dat duidelijk is. De VOORZITTER. De wethouder gaat nu even reageren ook op het punt van hoe snel hij kan reageren et cetera. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Uiteindelijk bepaalt u als raad hè, maar ik heb echt wel gevraagd: als het snel kan dan doe ik dat ook heel graag heel snel. Ik kan me heel goed voorstellen dat zo'n verse uitspraak toch echt vraagt om goed en gedegen daarnaar te kijken. U kunt zich voorstellen dat naast de inhoudelijke expert ook de experts maar ook de juristen, iedereen moet daar iets van vinden en naar kijken. U kunt schorsen en u kunt daar een tijd voor kiezen. Maar ik vraag u nogmaals: gun mij die tijd om dit zorgvuldig te doorlopen.

Er moet afstemming plaatsvinden, los van intern, maar ook met externe stakeholders, waaronder zelfs de minister in dit geval. Dus als u zegt: ja, ik moet dat nu

raadsvergadering van 19 december 2024

Notulen pagina

2469

voor elkaar gaan krijgen. Ik zie echt een ingewikkeldheid daarin. Ik heb volgens mij ook in de eerste ronde gezegd: alles wat ik met u kan delen ga ik delen. Als het vandaag niet lukt, zo snel mogelijk. Maar als u het op deze manier wilt, ik vind het persoonlijk ingewikkeld en ben bang dat ik dan met een antwoord kom dat nog steeds onbevredigend is richting u. Dat wordt denk ik dan het echte verhaal. De VOORZITTER. Mevrouw Vlieger. Mevrouw VLIEGER (gl). Voorzitter, ik wil graag de wethouder de mogelijkheid geven om het gesprek aan te gaan, zich in te lezen en inderdaad te schorsen en dan een ander debat eerst te doen. Als we dan meer informatie hebben, kan de wethouder iets met ons delen. We vragen niet om een uitgebreide uitleg en de gevolgen et cetera. Maar gewoon een korte duiding. Dat is alles waar we om vragen. De wethouder hoeft echt nog niet alles uitgezocht te hebben. Dat snappen we echt wel van elkaar dat dat niet gaat lukken. De VOORZITTER. De heer Van Campenhout. De heer VAN CAMPENHOUT (bij1). Ja, dank u voorzitter. Vanuit BIJ1 zijn we gewoon benieuwd naar een eerste reactie van u. Hoe heeft u de uitspraak gezien? Hoe heeft u hem ervaren? Wat ging er door u heen? De VOORZITTER. Mevrouw Verkoelen. Mevrouw VERKOELEN (50+). Ja, ik snap wat er gevraagd wordt.

Ik vind dat zelf niet helemaal zoals het zou moeten kunnen, maar wat ik veel belangrijker vind, stel dat we die eerste emotie van de wethouder krijgen, prachtig, maar daar heb ik niet zoveel aan. Ik wil veel meer weten van de wethouder en dat echt nog voor 1 januari, wat gaat het worden, hoe gaan we het opvangen en wat gaan we doen als hij anders beslist? Want het is nogal wat. Dus ik zit veel meer met het procesmatige van: voor 1 januari nog iets geregeld te krijgen naar aanleiding van deze uitspraak. Dat vind ik belangrijker. En de emotie, ik ben het ermee eens, natuurlijk, dat mag ook even. Maar daar doe ik niet zoveel mee met die eerste emotie. Wel met het andere. Wanneer weet ik, zodat ik ook iets voor 1 januari kan doen? Dat is van belang. De VOORZITTER. De heer Soytekin. De heer SOYTEKIN (denk). Ik snap de vragen wel van GroenLinks en BIJ1 hoor, gezien de versheid van de uitspraak. Kijk, het lastige is wel, op het moment dat er een korte reactie wordt gegeven, is het denk ik dat we daar iets aan gaan koppelen wat misschien niet helemaal overeenkomt met het grotere antwoord. Het wordt misschien iets te ongenuanceerd en dat zou ik ook wel zonde vinden, omdat er misschien ook vervolgvragen uit kunnen ontstaan waar dan geen antwoord op gegeven kan worden. Ik geef het alleen maar mee, ik denk dat het niet handig is.

Ik hoop wel dat er inderdaad zo snel mogelijk een reactie komt, maar ik weet niet of dat vandaag gaat lukken. Ook omdat je waarschijnlijk dingen uit moet zetten naar externen, dat maakt het ook wel lastig. De VOORZITTER. De heer Ceulemans. De heer CEULEMANS (lr). Ja voorzitter, dank. Even los van de verdere inhoud. Ik heb de uitspraak net gelezen. De uitspraak betreft de minister, betreft ook niet de gemeente, dus nu moet de wethouder met stoom en kokend water een reactie gaan geven op een uitspraak die helemaal geen betrekking heeft op de gemeente. Dit werkt zo niet. Ik stel gewoon voor dat we dit debat voortzetten, dat we gewoon verdergaan met andere debatten, want wat de wethouder vandaag ook gaat zeggen, u gaat het allemaal per definitie niet genoeg vinden, omdat hij op dit moment ook niets anders kan zeggen dan het feit: ik constateer dat er een uitspraak is richting de minister. Dus wat moet de wethouder er überhaupt mee? De VOORZITTER. Ik kijk ook heel eventjes naar de wethouder, want ik probeer even chocola te maken van alle verzoeken die er nu liggen en dat valt niet mee, kan ik u vertellen. Is het mogelijk dat de wethouder nog even kijkt naar de uitspraak, dan na het volgende debat een korte reactie geeft op wat hij daar, misschien als hij helemaal weet wat het antwoord is dat hij dat gelijk geeft, maar ik begrijp goed dat hij zegt: ik moet het zorgvuldig bestuderen.

En dat dat dan ook het antwoord is dat gegeven

raadsvergadering van 19 december 2024

Notulen pagina

2470

wordt. Want ik vind het ook wel belangrijk, juist bij zo'n groot onderwerp, waar zoveel, met zo'n voorgeschiedenis, dat we dat ook wel zorgvuldig doen en dat we dat nu niet even in een uurtje tijd allemaal proberen te regelen. Maar wel met de vraag of de wethouder in ieder geval dan kan zeggen wat hij nu in ieder geval heeft gelezen. Ik probeer er een beetje tussenin te gaan zitten. Is dat een voorstel? Mevrouw Verkoelen. Mevrouw VERKOELEN (50+). Ik ben het helemaal met u eens, op één ding na, ik wil wel een datum weten. Want 1 januari 2025 is keihard, en daar wil ik wel iets over horen. Horen we voor 1 januari iets? De VOORZITTER. Maar dat verzoek is duidelijk en dat kan de wethouder dan ook betrekken bij het eventuele antwoord dat hij zo meteen geeft. Dan kan hij daar mogelijk ook wat meer inzicht in geven. Zullen we het zo doen? Dan gaan we nu niet de tweede termijn voeren. Dan doen we na het volgende debat. Is dat genoeg tijd voor de wethouder? Ja, dat duurt wel wat langer. Dus ik denk dat de wethouder wel genoeg tijd heeft om in ieder geval een eerste blik daarop te werpen, is mijn indruk. Dan komt de wethouder terug na onderwerp 6.3 en dan schors ik nu het debat voor onderwerp 6.2. 6.3

Debat over ꞌBehoud buitenschoolse muzieklessenꞌ, aangevraagd door het lid Bokhove e.a.

De VOORZITTER. We gaan wethouder Kasmi weer even opsporen en we zien wethouder Achbar zo meteen nog even terug. De wethouder is binnen, dus we kunnen aanvangen met debat 6.3, het debat over ꞌBehoud buitenschoolse muzieklessenꞌ en ik geef het woord aan mevrouw Bokhove. Mevrouw BOKHOVE (gl). Ja, dank u wel voorzitter. En nu ik hier sta en de mensen op de tribune zie, denk ik: had ik nu toch nog maar iets langer dan die vier jaar pianoles gehad, en misschien zangles, want dan had ik een heel ingewikkeld onderwerp misschien wel in één minuut kunnen doen, zoals bij Even tot hier, maar dat gaat mij niet lukken en het is wel een ingewikkeld onderwerp. GroenLinks is van mening dat goed georganiseerde buitenschoolse muzieklessen een essentieel onderdeel zijn van het culturele ecosysteem en ervoor zorgen dat Rotterdamse amateurs en talenten zich in een doorlopende lijn kunnen ontwikkelen. Soms tot Codarts, mbo voor muziek. Het is goed dat de SKVR vele jonge Rotterdammers via de scholen bereikt en hen laat kennismaken met muziek en instrumenten, IKEI. Maar is eenmaal die vonk overgeslagen, dan is het belangrijk dat er verdieping en verdere ontwikkeling kan volgen met professioneel muzieklesaanbod. In het debat van vorige week hebben wij veel vragen gesteld en gisteren verscheen er een brief van de wethouder. GroenLinks is het er niet mee eens dat het proces zorgvuldig is verlopen.

De raad is zo lang mogelijk buiten beeld gehouden en je creëert pas draagvlak voor plannen als er tijdigheid, transparantie en openheid is. Dat maakt besluiten controleerbaar en navolgbaar. De VOORZITTER. Mevrouw Van Wifferen. Mevrouw VAN WIFFEREN (d66). Ja voorzitter, ik wil dan wel graag aan GroenLinks vragen, aan mevrouw Bokhove, of zij van mening is dat dus op onderdelen van organisaties waar geen subsidie aan wordt gegeven, de wethouder daar dus verplicht is de raad over interne procedures, over beleid van organisaties zelf op de hoogte te stellen? Want dan zijn er nog wel veel meer zaken waar de wethouder verplicht is om de raad overal van op de hoogte te houden. De VOORZITTER. Mevrouw Bokhove. Mevrouw BOKHOVE (gl). Volgens mij gaat er wel degelijk een deel subsidie, niet voor die volwassenen, die 400 volwassenen, maar de 800 leerlingen, de schoolgaande kinderen, daar valt zeker een deel van de subsidie in, en anders nog wel een indirecte subsidie omdat zij bijvoorbeeld gebruikmaken van de leslokalen. Ik vind het echt een wezenlijke wijziging waar ik graag van op de hoogte was geweest. De VOORZITTER. Mevrouw Van Wifferen. Mevrouw VAN WIFFEREN (d66). Ja, al sinds 2013 heeft de gemeente het beleid dat deze individuele lessen geen subsidie krijgen en gaat het ook in het cultuurplangebeuren echt om andersoortige muzieklessen die gesubsidieerd worden vanuit de gemeente.

Dus om nu te zeggen dat omdat er een klein beetje kruissubsidie is vanwege bijvoorbeeld de instrumentenbank en de huisvesting, de

raadsvergadering van 19 december 2024

Notulen pagina

2471

wethouder hier helemaal verantwoordelijk voor is omdat hij dit subsidieert, dat lijkt mij veel te ver gaan. Ik vind dat u wel een beetje bij een eerlijk verhaal moet blijven. U zat zelf ook in het college toen dit al lang een feit was dat hier geen subsidie naartoe zou gaan en u heeft daar ook zelf niets aan veranderd. De VOORZITTER. Mevrouw Bokhove. Mevrouw BOKHOVE (gl). Dat is misschien wel het volgende punt inderdaad of de wethouder ons had moeten informeren, dat had ik nog niet eens gezegd. Ik had in ieder geval aangegeven dat ik vond dat de SKVR dat had moeten doen omdat er echt wel een wijziging in de koers hiermee is. En het grappige is dat op een heleboel andere onderdelen die eigenlijk onder dit stukje markt vallen niet wordt bezuinigd. En daar is dus wel bestaansrecht voor en daar blijft die kruissubsidie ook gewoon voor in stand. Dus het is puur een financiële kwestie die ingegeven is en waarvan ik het echt wel belangrijk vind dat als onderdeel van een doorlopend leersysteem deze doelgroep bediend blijft. De VOORZITTER. De heer Van Dommelen heeft ook een vraag. De heer VAN DOMMELEN (vvd). Ja, dank u wel voorzitter. Ik heb in dit kader ook een vraag. Het is volgens mij gebruikelijk dat alle culturele instellingen die subsidie krijgen nadat de definitieve subsidiebeschikking er is, dan met een aangepast plan komen.

Maar nu leverde de SKVR bij het vorige Cultuurplan € 900.000,00 in, nu levert ze € 600.000,00 in. Is dan niet dat het moment dat je naar het aangepaste plan van de SKVR kijkt en op dat moment bepaalt wat je van het aangepaste plan vindt? Zijn we niet veel te vroeg? En is dan de vraag, had de wethouder of had de SKVR moeten communiceren, niet veel te vroeg? De VOORZITTER. Mevrouw Bokhove. Mevrouw BOKHOVE (gl). Vindt u het goed als ik daar dadelijk op terugkom? Want ik heb daar een stukje tekst over opgenomen, maar dat staat bij mij wat verder. Nu blijft er onrust en onduidelijkheid over financiële onderbouwing van dit plan, over alternatieve scenario's binnen de SKVR, en is er veel te kort tijd om een volwaardig alternatief op te richten. GroenLinks vindt het doodzonde dat de toegankelijke buitenschoolse muzieklessen van gekwalificeerde docenten verdwijnen en roept de wethouder op om in gesprek te gaan met de SKVR om alle alternatieven te bekijken die dit kunnen voorkomen en daarover de raad te informeren.

Wij willen per motie de wethouder opdragen uitstel te bedingen, ten minste tot het einde van het schooljaar en die motie heet ꞌ1, 2, 3, rustꞌ, zodat de rust kan terugkeren, leerlingen het lesjaar kunnen afmaken, terugbetaling van broodnodige inkomsten niet nodig is en dat scheelt ook werk, en daarmee tijd is voor bestudering van alternatieven en er tijd is voor de raad om te beoordelen of de herplaatsingsplicht bij zo'n reorganisatie ook voldoende wordt nagekomen. De VOORZITTER. De heer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd). Dank u wel voorzitter. Dit onderdeel van de SKVR kostte € 1,1 miljoen per jaar. Daar maken ze € 1,1 miljoen verlies op. Nu wilt u dat het een halfjaar doorgevoerd wordt, dus een halfjaar langer dan de SKVR zelf wil. Hoe gaat u dat dan bijdragen aan de SKVR? Hoe gaat u dan dat verlies aanvullen? De VOORZITTER. Mevrouw Bokhove. Mevrouw BOKHOVE (gl). Ja, dank u wel. Ik heb het in dit geval niet over een halfjaar. Ik heb het over tot het einde van het lesjaar, en dat is twee maanden langer. De vso's, de vaststellingsovereenkomsten, per 1 mei stoppen die werkzaamheden, dan is het schooljaar nog niet afgelopen. Dat betekent ook twee maanden inkomstenderving op de lessen die al in rekening zijn gebracht. Ik heb het over twee maanden in de motie en in mijn verhaal. De VOORZITTER. De heer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd). Dank u wel.

Dan zal het bedrag wat kleiner zijn, maar dan is er nog steeds een tonnetje of twee dat de SKVR gaat missen en de vraag is: hoe gaat u die bijdragen?

raadsvergadering van 19 december 2024

Notulen pagina

2472

De VOORZITTER. Mevrouw Bokhove. Mevrouw BOKHOVE (gl). Ik was afgelopen maandag bij de SKVR en er is inderdaad € 1,1 miljoen tekort op de markt, maar dat wordt niet helemaal veroorzaakt door muziek. Dat is € 0,5 miljoen. Dat is natuurlijk veel, maar ik zou het niet alleen maar economisch willen bekijken, want er is natuurlijk ook een enorm toegevoegde waarde van. In dit geval gaat het over twee maanden, dus het is echt een overzichtelijk bedrag en het geeft ook de tijd om te zorgen dat die overgang naar bijvoorbeeld een coöperatie naadloos kan. Het geeft ons nu tijd, twee maanden langer aan de voorkant, om te zorgen dat er een betere overgang kan plaatsvinden en ik hoop dat dat op uw steun kan rekenen. De VOORZITTER. De heer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd). Ja, dank u wel. Ja kijk, ik vind al uw doelstellingen nobel, daar gaat het niet om, maar het kost gewoon geld. En het is makkelijk om doelstellingen neer te leggen, te vragen aan de SKVR: doe dit, zonder erover na te denken hoe we dat dan financieel gaan oplossen. En of het nu € 0,5 miljoen of € 1,1 miljoen, volgens mij is het € 1,1 miljoen, maar dat doet er even niet toe. Het gaat mij niet om het getal. Het kost geld en u zegt eigenlijk, SKVR, het maakt me niet uit, maar lever even nog die diensten, ook al kost het geld. En hoe u dat gaat financieren is aan u. De VOORZITTER. Mevrouw Bokhove. Mevrouw BOKHOVE (gl).

Het kost nu ook geld omdat er twee maanden geen lessen worden gegeven. Dat kost ook geld. Die zijn al betaald, en die moeten terugbetaald worden, ook dat kost geld. En ik heb gezien dat bijvoorbeeld op het moment dat RIF even niet zo lekker gaat, dan kan er ook een lening van € 200.000,00 worden verstrekt aan RIF010. Dus het budget dat nodig is voor het uitstel van die twee maanden, ik denk echt dat dat te vinden moet zijn als we dat met elkaar willen en daar wil ik me in ieder geval voor inzetten en ik hoop dat dat op uw steun kan rekenen. Het is ook logisch om aan het eind van het schooljaar pas te stoppen met de lessen. De VOORZITTER. Afrondend mijnheer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd). Ja, dank u voorzitter. Ik wilde eigenlijk al eerder afronden, maar nu begint mevrouw Bokhove over RIF010 en kijkt ze naar de wethouder en dan wordt het weer een heel andere discussie. Allereerst heeft het helemaal niets met RIF010 te maken. Twee, een lening is heel wat anders dan financieren, dan gewoon de kosten voor je rekening nemen. En u had het net over de SKVR en nu heeft u het erover dat de wethouder moet bijdragen. Nu ben ik helemaal lost. Mevrouw BOKHOVE (gl). Nou, ik geef dit antwoord en dat is misschien een beetje kort door de bocht, maar in mijn beleving is: waar een wil is, is een weg.

En ik vind hier, ik spreek in eerste instantie de SKVR aan op de verantwoordelijkheden, want ik ben echt teleurgesteld dat dit niet eerder is gedeeld, dat we niet eerder naar oplossingen hebben kunnen kijken samen met de SKVR. En aangezien wij in die zin niet direct aan tafel zitten bij de SKVR vraag ik in mijn motie de wethouder om aan tafel te gaan met de SKVR om dit uitstel te bedingen. En ik hoop nogmaals dat dat op uw steun kan rekenen. Dan kom ik op uw eerdere vraag, GroenLinks vindt dat de afstoting van deze muziektak wel een wezenlijke wijziging van de koers van de SKVR betreft in de doorlopende leerlijnen en ook in de opdracht om een goed cultureel ecosysteem over de volle breedte te maken. Het is ook een wijziging ten opzichte van de aanvraag in het Cultuurplan. Het blijkt ook uit alle gesprekken dat dit al voorgenomen was in juni, ongeacht de uitkomst van de korting op het Cultuurplan. In de procedure van verantwoording, waar de wethouder in zijn brief naar verwijst, ziet hij toe op de situatie dat er minder budget door de raad wordt toegekend. De VOORZITTER. Mevrouw Van Wifferen heeft een vraag. Mevrouw VAN WIFFEREN (d66). Ja voorzitter, stond dan in de aanvraag voor het Cultuurplan dat er individuele lessen gegeven zouden worden? Want dat kan ik me bijna niet voorstellen als het al zo lang geleden is dat is afgesproken dat dat zou worden afgebouwd. De VOORZITTER.

Mevrouw Bokhove.

raadsvergadering van 19 december 2024

Notulen pagina

2473

Mevrouw BOKHOVE (gl). Er stond inderdaad niet in dat het zou worden afgebouwd. En voor ons is er dus tot nu toe, zo lang er geen koerswijziging is die op papier staat, geen aanleiding om te denken dat we iets anders krijgen dan in de vorige cultuurplanperiode. De VOORZITTER. Mevrouw Van Wifferen. Mevrouw VAN WIFFEREN (d66). Ja, maar er was geen subsidie voor, behalve dat kleine beetje kruisbestuiving, dus wat dat betreft was er ook geen plan om dat ineens wel te gaan doen, en dat liep al jaren niet. De VOORZITTER. Mevrouw Bokhove. Mevrouw BOKHOVE (gl). Maar zou u ook niet verbaasd zijn als die andere buitenschoolse lessen ook ineens worden afgeschaft, dat je dadelijk ineens niet meer kunt dansen, als je dadelijk ineens niet meer kunt beeldhouwen? Dat valt allemaal onder diezelfde regeling. Ik maak me daar zorgen over, ik ben ook nog een beetje bang voor een domino-effect, maar blijkbaar vindt u dat allemaal heel logisch als dat dadelijk ineens ook wordt afgeschaft, want het stond er niet in dat het wel gegeven zou worden. Ik had graag gehoord dat als er gestopt wordt dat wij dat tijdig weten zodat we daar maatregelen op hadden kunnen treffen, bijvoorbeeld door extra budget. De VOORZITTER. Mevrouw Van Wifferen. Mevrouw VAN WIFFEREN (d66).

Ik denk dat een organisatie ook zelf beslissingen moet nemen over wat zij doet, en dat wij dus op hoofdlijnen daarop sturen en niet gaan zeggen: je moet wel of niet dit soort muzieklessen of dat soort dans aanbieden. Dus dat daar veranderingen in kunnen komen is een beetje inherent aan de autonomie van organisaties. De VOORZITTER. De heer Engberts, ook hierop. De heer ENGBERTS (pvda). Ja, aan mevrouw Van Wifferen, in het advies van de adviescommissie die alle plannen die zijn ingediend heeft beoordeeld, wordt wel gewag gemaakt van dit aanbod. Vindt mevrouw Van Wifferen het dan niet logisch dat wij ervan uitgegaan zijn dat dit zou voortbestaan? De VOORZITTER. Mevrouw Van Wifferen. Mevrouw VAN WIFFEREN (d66). Nou, naar mijn weten is dat niet zo, en wordt er wel muziekaanbod aangeboden, maar niet individuele lessen. Dus volgens mij moeten we dat anders even bij de wethouder navragen, maar ik heb daar een ander beeld bij. De VOORZITTER. De heer Engberts. De heer ENGBERTS (pvda). Ik zie het wel staan en ik zie ook een ongesubsidieerd deel voor volwassenen gewoon staan. Ik zal het even herhalen voorzitter. De VOORZITTER. Mevrouw Van Wifferen kijkt bijna over de schouder van de heer Engberts waar hij dat... De heer ENGBERTS (pvda). Er staat letterlijk in, 'ook wordt er over het aanbod ongesubsidieerd deel voor volwassenen'. Dat staat gewoon in het advies. Mevrouw VAN WIFFEREN (d66).

De vraag is of dat muziek is of iets anders. De VOORZITTER. De heer Engberts. De heer ENGBERTS (pvda). Dat klopt, ook muziek wordt genoemd. Er wordt ook gezegd dat er misschien wel wat veel muziek wordt aangeboden. Dus mijn vraag herhaal ik, is het niet logisch dat wij dan toen gedacht hebben: dat wordt gecontinueerd?

raadsvergadering van 19 december 2024

Notulen pagina

2474

De VOORZITTER. De heer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd). Ja, dank u wel. Even naar de heer Engberts. Allereerst leest u net 'ongesubsidieerd' voor. Dan is het helemaal merkwaardig dat wij daar van alles van vinden. Maar los daarvan, wat ik net ook al tegen mevrouw Bokhove zei, de SKVR krijgt € 600.000,00 minder dan ze aangevraagd heeft. Dat ze daarvoor bepaalde maatregelen moet nemen, begrijpt iedereen. En dat is juist wat haar gevraagd wordt en dan komt ze met een plan en dat is dan een uitstekend moment om te kijken naar het aangepaste plan van de SKVR. Dus ik begrijp niet goed waarom de SKVR verweten wordt dat ze dat niet met ons gedeeld heeft, of laat staan dat de wethouder dat verweten wordt. De VOORZITTER. De heer Engberts. De heer ENGBERTS (pvda). Voorzitter, mijn verwijt gaat ook niet naar de SKVR op dit punt. Mijn verwijt gaat naar de wethouder, die op het moment dat wij dit bespraken wist wat daar gaande was. Mijn vraag aan zowel de heer Van Dommelen als mevrouw Van Wifferen is dus: vindt u het niet heel logisch dat de commissie op dat moment heeft gedacht: dit wordt gecontinueerd. De VOORZITTER. Mevrouw Van Wifferen. Mevrouw VAN WIFFEREN (d66). Nee, dat vind ik helemaal niet. Ik vind dat organisaties als de SKVR zelf beslissingen kunnen nemen en daarin ook zelf financiële keuzes kunnen maken.

En zeker als dat niet gesubsidieerd wordt dat de wethouder niet verplicht is om dat met ons te delen. Ik vind dat u wat dat betreft echt spijkers op laag water zoekt. Als dit van alle organisaties die niet-gesubsidieerde activiteiten doen, moet worden gemeld, dan worden we helemaal overstroomd met informatie. De VOORZITTER. De heer Van Dommelen moet ook reageren, ja. De heer VAN DOMMELEN (vvd). Er was ook een vraag aan mij gesteld, dus even de tijd stil graag, want het is een reactie op de vraag van de heer Engberts. Nee, ik vind niet dat de wethouder hoeft te reageren. Allereerst gaat het over ongesubsidieerde diensten. Dat leest u zelf net ook voor. Service van de SKVR. Ten tweede komt er nog een plan, een aangepast plan naar aanleiding van de subsidieverlaging. En op dat moment komen zij naar de wethouder en dan hoort de wethouder op dat moment wat de SKVR gaat bieden en daar kan de wethouder van alles van vinden en met ons delen, maar niet in deze fase. De VOORZITTER. De heer Engberts. De heer ENGBERTS (pvda). Subsidie is altijd een aanvulling in een tekort. Op het moment dat er geen tekort is verlenen wij geen subsidie. Dat wil niet zeggen dat het niet van belang is voor het culturele leven en dus ook voor het cultuurbeleid.

En ik vind het ook veel te eng om alleen maar te zeggen: als het geen subsidie is, dan gaan we er niet over of dan hoeven we er ook niets van te vinden. Het gaat over het cultuurbeleid in den brede, het gaat over het ecosysteem dat we hebben. En als er staat: ongesubsidieerd aanbod is er en er wordt ook nog positief over geoordeeld over het vrijetijdsaanbod. Er wordt goed aangesloten bij de ontwikkeling, muziek wordt expliciet genoemd. Dan vind ik dat wij ervan uit hadden kunnen gaan, tenzij de wethouder over andere informatie had beschikt, en dan had hij die ons gewoon moeten leveren in mijn ogen. De VOORZITTER. Ik stel voor dat mevrouw Bokhove nu haar betoog vervolgt. Mevrouw BOKHOVE (gl). Ik had nog een vraag van mevrouw Van Wifferen, dus ik krijg daarvoor nog dertig seconden. Wij vinden wel dat het een wezenlijke wijziging van de koers van de SKVR betreft, gaf ik al aan. Deze koerswijziging hangt niet af van de toekenning van de subsidie die minder is geworden. Want normaal gesproken maak je dan inderdaad een nieuw plan en zul je je plan moeten aanpassen omdat het niet voldoet aan wat je precies zou binnenkrijgen. Maar deze afstoting van de buitenschoolse muzieklessen was al voorgenomen voordat überhaupt de uitkomsten van de cultuurplanprocedure bekend waren.

Dus dit was al voorgenomen en dan vind ik echt dat je dat moet vermelden in je aanvraag, of een aangepaste aanvraag moet doen. En we verwachten inderdaad dadelijk allemaal herziene plannen bij de nieuwe begroting op het moment dat de raad een korting heeft doorgevoerd.

raadsvergadering van 19 december 2024

Notulen pagina

2475

De VOORZITTER. De heer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd). Ja, dank u wel. Daar zou ik dan toch wel graag even opheldering over willen hebben, want volgens mij is het advies van de cultuurcommissie, waar € 600.000,00 minder wordt toegewezen dan is aangevraagd van juni 2024, en het besluit is genomen door de interimdirecteur van de SKVR. En ik weet niet uit mijn hoofd wanneer ze begonnen is, maar het is rondom juni 2024 volgens mij. Dus ik snap niet goed dat dat besluit al genomen is. Ik wil daar toch wel graag opheldering over. De VOORZITTER. Mevrouw Bokhove. Mevrouw BOKHOVE (gl). Bij ons is dat advies natuurlijk ietsje later binnengekomen, dus het kan zijn dat daar een kleine discrepantie in zit. Maar ik heb niet de indruk, de interim-directeur heeft echt vanaf dag 1 de taak meegekregen om dit door te gaan voeren, die korting, of die afstoting van de muziek. Dat is gewoon echt een van de opdrachten waarmee zij is aangenomen. De VOORZITTER. De heer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd). Ja, dank u wel voorzitter, een laatste opmerking hierover hoor. Ik vind wel, als u dit soort dingen zegt dan moeten we het ook echt gewoon weten. U zegt nu iets waarvan ik me afvraag of het zo is. Volgens mij heeft de directeur van de SKVR de opdracht gekregen om het verlies goed te maken. Dit is de keuze die ze gemaakt heeft.

Zij is nog niet lang werkzaam bij de SKVR, dus ga niet hier zeggen als u het niet zeker weet dat dit besluit al genomen was voordat het advies op tafel lag. Mevrouw BOKHOVE (gl). De ondernemingsraad is hier in juni al over in gesprek geweest met de nieuwe directeur en dat is allemaal zo kort dat dat eigenlijk niet anders kan zijn dan dit besluit al langer was. En dat sluit ook aan bij wat de wethouder vorige keer zei, dat er al jarenlang problemen zijn. Maar wij zijn natuurlijk in het ongewisse geweest van wat daar dan de gevolgen van zouden kunnen zijn en ik had dat echt wel willen weten. Op het moment dat daar zo'n wezenlijke wijziging is, dan wil ik dat gewoon eigenlijk van tevoren weten. En ik wil namelijk ook weten of niet de andere takken daarin gevaar lopen. Docenten hebben in ieder geval in september bij de wethouder hierover aan de bel getrokken en waarom heeft de wethouder op dat moment niet ook de raad nog eens geïnformeerd van: dit zit eraan te komen. Juist inderdaad omdat dit niet in die cultuuraanvraag was vermeld en afwijkend van de koers. Bovendien blijkt er nu een discrepantie in het advies van de commissie. De commissie heeft gezegd: de SKVR is financieel gezond. En de SKVR is in gesprek gegaan met de wethouder om te vertellen dat dit heel anders in elkaar zit. Die hebben een verschil van inzicht in de financiële situatie.

Welke route houdt de wethouder nu aan? Volgt de wethouder het advies van de adviescommissie dat de SKVR financieel gezond was, of volgt hij de versie van de SKVR waarin sprake is dat er eigenlijk een tekort is, en welk advies kiest hij en waarom? Want het kan natuurlijk niet allebei waar zijn. Temeer daar de SKVR daarna niet heeft ingesproken en ook niemand de SKVR heeft geadviseerd om in te spreken, is er natuurlijk een extra korting in die precaire situatie gekomen. Een groep docenten heeft zich georganiseerd en wil een poging doen om op alternatieve wijze de buitenschoolse muzieklessen over te nemen, bijvoorbeeld via een coöperatie. Er is ruimte en tijd nodig om dit te kunnen ontwikkelen. Daar sprak ik al over in die eerdere motie. Wat kan de wethouder hierin betekenen voor docenten en leerlingen? We hebben de brief gezien, maar we vinden het echt belangrijk dat er meer inzet op wordt gepleegd en we willen ook voorkomen dat een eventuele doorstart leidt tot schijn-zzp of tot een race to the bottom voor de docenten. GroenLinks is ook blij met de raadsbrede steun voor de motie 'Dat klinkt als muziek in de oren', die de SKVR en de gemeente oproept een steentje bij te dragen aan de ontwikkeling van zo'n coöperatie als eventueel alternatief. In ons gesprek met de SKVR blijkt dat er grote afhankelijkheid is van een flexibele schil, dus van zzp'ers.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=03d5076f-eca7-49ff-ae23-fe81fa618695