CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20241219- Notulen van de raadsvergadering van 19 december 2024

Gemeenteraad 19 december 2024, gemeente Rotterdam68.457 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 7

raadsvergadering van 19 december 2024

Notulen pagina

2446

"De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 19 december 2024, ter bespreking van 'Ontwikkelingen opvang van vluchtelingen en Oekraïners en huisvesting van statushouders' agendapunt 6.2; constaterende dat: - het gebrek aan draagvlak en informatievoorziening rondom asielopvanglocaties leidt tot toenemende spanningen in wijken en buurten; - het coalitieakkoord pleit voor een inclusieve stad waarin iedereen de kans krijgt om zich te ontwikkelen; - de gemeente momenteel al inzet op transparantie en samenwerking met wijkorganisaties; overwegende dat: - goede communicatie en betrokkenheid van bewoners bijdragen aan draagvlak voor asielopvang; - betrokkenheid van lokale organisaties en wijkbewoners de sociale cohesie in wijken kan versterken; verzoekt het college: - bij het starten van een nieuwe opvanglocatie de wijk en omwonenden op een gestructureerde wijze meer en beter te betrekken door bijvoorbeeld het oprichten van een klankbordgroep; - hiervoor, zo mogelijk, een uniforme aanpak te hanteren; en gaat over tot de orde van de dag." w.g. S. Soytekin De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER. Mevrouw Maassen heeft een vraag? Mevrouw MAASSEN (d66). Ja voorzitter, ik heb met veel interesse geluisterd naar de inhoud van de motie van de heer Soytekin.

Ik ben heel erg benieuwd, want ik heb het hier al veelvuldig met de wethouder over gehad in debatten over de communicatie. Ik heb zelfs een aantal suggesties aan de hand gedaan. Ik vraag me af wat de achtergrond is om deze motie dan nog in te dienen? Want ik had vrij veel comfort bij de beantwoording van de wethouder. De VOORZITTER. De heer Soytekin. De heer SOYTEKIN (denk). Nou, je gaat inderdaad in gesprek over een dergelijke motie om die communicatie te verbeteren, om die samenwerking met de buurt te verbeteren, en wat mijn gevoel een beetje is, is dat de aanpak nu oké is, maar dat het nog niet structureel is en dat er bijvoorbeeld ook niet een bepaalde formaliteit aan zit en wellicht dat deze motie daarin kan helpen. De VOORZITTER. Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66). Ja, ik had het gevoel dat ik in mijn dialoog met de wethouder juist wel tot dat punt was gekomen, maar ik teken graag mee met uw motie als bij u het gevoel bestaat dat dat nog niet helemaal het geval is. De VOORZITTER. De heer Soytekin. De heer SOYTEKIN (denk). Veel dank, dan zal ik later een gewijzigde motie inleveren. De VOORZITTER. Mevrouw Vogelaar heeft ook nog een vraag. Mevrouw VOGELAAR (pvda).

Ja voorzitter, het klinkt als een sympathieke motie van de heer Soytekin en hij lijkt ook wel aan te sluiten bij de motie die we vanuit de PvdA hebben ingediend, om vaart te maken met het regelen van duurzame opvang en daar ook te zoeken naar maatschappelijk draagvlak

raadsvergadering van 19 december 2024

Notulen pagina

2447

en in het bijzonder draagvlak in de wijken in mee te nemen. Is de heer Soytekin bereid om ook die motie te steunen? De VOORZITTER. De heer Soytekin. De heer SOYTEKIN (denk). Die motie ga ik inhoudelijk bekijken. Volgens mij zit er wel een verschil tussen de motie die ik heb ingediend en de motie die u heeft ingediend. Mevrouw VOGELAAR (pvda). Zeker, het verschil is namelijk dat de motie van de PvdA focust op zorgen dat we nu echt die duurzame opvang gaan realiseren en daar is natuurlijk communicatie wel een onderdeel van, waar uw motie dan over gaat. Dus ik ben benieuwd wat u daarvan vindt en ik hoop u aan mijn zijde te kunnen treffen. De VOORZITTER. Dan kijk ik nog even of er andere leden zijn die nog het woord wensen. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja voorzitter, dank. Als het gaat over de opvang van vluchtelingen, om dat maar even als term te gebruiken, want er zijn veel verschillende soorten, dan kijken wij daar als CDA moreel naar en rechtsstatelijk. En als het over het morele deel gaat, dan heb je vluchtelingen gewoon op te vangen. En als ik dat dan iets preciezer maak, dan is wat ons betreft de Spreidingswet ook een heel goede wet, want die verdeelt ook de lasten over het hele land. Dat geldt niet alleen voor gemeenten die mensen op te vangen hebben, maar ook voor die mensen zelf, zodat ze op een goede manier kunnen landen.

De Spreidingswet is bij uitstek een eerlijke wet. En hij is nog wat eerlijker ook, omdat het niet alleen op basis van bijvoorbeeld inwoneraantal gaat, want dan zou je misschien op basis van de drukte, waar al eerder over werd gesproken, een verkeerde verdeling krijgen, maar dat ook die sociaaleconomische score meegenomen wordt, dus dat kijkt ook naar draagkracht van een gemeente. Met andere woorden, moreel zeggen wij, die Spreidingswet is eigenlijk een heel goede wet, want die verdeelt de problemen over het hele land. En dat wij nu te maken hebben, zowel lokaal als landelijk, met een heel stigmatiserende politiek, dat helpt totaal niet. Dat de integratie er met de haren bij gesleept wordt, waar vervolgens niemand die term ooit definieert. En dat de groep mensen met een migratieachtergrond weer ineens een groep is, dat zorgt in dit land eigenlijk alleen maar voor verdere verdeling voorzitter, daar waar politieke partijen en politici en bestuurders nu juist de opdracht hebben, hoezeer ze ook van mening kunnen verschillen, om mensen bij elkaar te brengen en problemen op te lossen in plaats van ze verder van elkaar af te brengen en stigmatiserende politiek, net zoals zo'n motie Becker, helpt daar helemaal niet bij.

Want dan krijg je debatten zoals vandaag, die uiteindelijk tot niets leiden, alleen maar tot een verdere stigmatisering van een bepaalde groep mensen en daar willen wij ons in ieder geval duidelijk tegen keren. En voorzitter, ik ben dus ook blij dat mijn partij landelijk heeft ingezien dat het steunen van die motie een fout was, en dat ze zo dapper waren om dat ook te erkennen in de publiciteit. Dan voorzitter, het rechtsstatelijke deel. Het valt mij op dat vooral bij de bijdrage van Leefbaar Rotterdam het toch een beetje shoppen is in rechtsstatelijkheid. Want een wet die gewoon geldt, de Spreidingswet, maar die onder druk staat, en waar een kabinet van heeft gezegd: die gaan we afschaffen. Niemand weet hoe en wanneer en of dat überhaupt gaat lukken, maar die geldt gewoon. En daar dan van te zeggen: ja, nee, maar dat is geen taakstelling, het wordt gemeenten gevraagd om aan een indicatief aantal te voldoen. Die kun je dan gewoon niet uitvoeren. Maar een wet die er mogelijk komt, namelijk op het weghalen van de taakstelling op statushouders, die al wel vast uitvoeren. Dat heb ik vooral onthouden uit het betoog van de heer Ceulemans, en ik denk zelf dat hij ook niet heel trots is op de rechtsstatelijkheid die daaruit voortvloeit. De VOORZITTER. De heer Ceulemans. De heer CEULEMANS (lr). Nou, ik ben heel trots op alles wat ik heb gezegd.

Mag ik aan de heer SegersHoogendoorn vragen: wat heeft de gemeente Rotterdam tot op dit moment gedaan dat in strijd is met de Spreidingswet? De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Voorzitter, de Spreidingswet geeft een indicatief aantal per gemeente. Dat is voor Rotterdam, volgens mij, ik zeg het even uit mijn hoofd, een vijfvoud van wat er in

raadsvergadering van 19 december 2024

Notulen pagina

2448

het coalitieakkoord is afgesproken. Met andere woorden, de gemeente Rotterdam voldoet nog voor geen 20% aan de taakstelling. Die zou je niet als een taakstelling kunnen zien, dat gaat de heer Ceulemans dan zeggen hè, want dat is een indicatief aantal. Maar als je dat indicatieve aantal niet haalt dan betekent dat dus dat je het afwentelt op andere gemeenten in het land en dat kunnen we in Ter Apel zien. De VOORZITTER. De heer Ceulemans. De heer CEULEMANS (lr). Nee, dus het verhaal is nu alweer gedegradeerd van de gemeente Rotterdam voert de wet niet uit naar: nou, ik vind de manier waarop de gemeente Rotterdam de wet uitvoert niet goed. Dat is een heel wezenlijk verschil. De Spreidingswet zegt, op 1 februari 2025 wordt een indicatieve opgave per gemeente vastgesteld. Vervolgens gaan die gemeenten aan regietafels zitten. Die moeten voor 1 november 2024 via de provincie dat aanbod naar het rijk sturen. Dat is allemaal gedaan. Vervolgens gaat het rijk kijken naar wat er op het bureau ligt en dan tekent de minister het verdeelbesluit. Rotterdam heeft aan al die stappen meegedaan. Rotterdam heeft op geen enkele manier die wet overtreden, heeft op geen enkele manier niet meegewerkt aan die wet. En de uitkomst en de manier waarop Rotterdam invulling aan die wet geeft, die bevalt u niet. Want u wilt de stad kennelijk zo vol mogelijk stouwen met asielzoekers.

Daar staan wij anders in, maar de gemeente Rotterdam handelt gewoon conform de Spreidingswet en u heeft geen enkel argument om het tegendeel te bewijzen. De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja, het is altijd prachtig, de krachttermen die de heer Ceulemans brengt, om dan uiteindelijk de discussie dood te slaan. Kijk, die Spreidingswet, ik zou hem eens lezen mijnheer Ceulemans want volgens mij heeft u dat niet gedaan. Alles wat in die Spreidingswet staat, en daarom is het ook niet taakstellend maar indicatief, is er juist op gericht om te zeggen tegen gemeenten: neem allemaal uw verantwoordelijkheid. We hebben een zo goed mogelijk getal bij uw gemeente neergezet. Neem die verantwoordelijkheid. Neemt u die niet, dan wentelt u dat uiteindelijk af op andere gemeenten in dit land. Dat is wat die Spreidingswet bedoelt en dat is wat mij betreft een heel goede wet, want die laat ook nog ruimte inderdaad bij gemeenten, maar neem wel je verantwoordelijkheid. Dus als de heer Ceulemans zegt: de gemeente Rotterdam doet dat op een keurige manier. Ja, keurig het getal van 500 opschrijven terwijl je er meer dan 2500 moet doen. Ja, dat kun je keurig vinden, maar uiteindelijk wentel je gewoon 2000 mensen af op andere gemeenten in dit land. De VOORZITTER. De heer Ceulemans. De heer CEULEMANS (lr).

Ja, tot slot van mijn kant, want ik laat me niet zeggen dat ik die wet niet ken. Ik ben zelfs voor mijn werk heel intensief met die wet bezig geweest. Ik ken hem van haver tot gort, ik durf te zeggen dat ik hem het best ken van iedereen hier in deze zaal, nou, misschien de wethouder. Oké, een goede tweede. Dus dat u suggereert dat ik hem niet ken om te verhullen dat u hem zelf niet kent en dat u feitenvrije onzin de zaal in gooit over het wel of niet voldoen aan die wet, dat siert u niet. Het zegt alles over u, het zegt niets over mij, en nogmaals, u kunt op geen enkele manier hard maken dat de gemeente niet aan die wet meewerkt. Gemeenten mogen voor 1 november 2024 een aanbod doen. Dat aanbod gaat vervolgens naar het rijk, en daar gaat de minister vervolgens wel of niet een krabbel onder zetten. Dat is precies hoe die wet in elkaar zit en dat is precies wat de wet van ons vraagt. De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja voorzitter, ik kan het op geen enkele manier hard maken. Rijksoverheid.nl., lukt het gemeenten niet om samen de hele provinciale opgave te verdelen, dan kan de minister zelf gemeenten aanwijzen die gehouden zijn om het vastgestelde aantal opvangplekken te realiseren. Dat is wat er gaat gebeuren. En het kan zijn dat de minister dan Rotterdam aanwijst.

Het kan ook zijn dat de minister een andere gemeente in deze regio aanwijst. Maar dan doe je wel degelijk wat ik de heer Ceulemans via u voorzitter verwijt en dat is niet in de geest van de wet handelen, en je problemen afwentelen op de gemeenten die naast je liggen.

raadsvergadering van 19 december 2024

Notulen pagina

2449

De VOORZITTER. Afrondend, de heer Ceulemans. De heer CEULEMANS (lr). Afrondend inderdaad, want dit duurt al veel te lang, dat de minister vervolgens naar die provinciale stukken kijkt en daar wel of niet een handtekening onder zet, is onderdeel van de wet. Wij hebben ons onderdeel van de wet verricht. Dat hebben we gedaan aan die regietafels. Dat hebben we gedaan in het stuk dat vervolgens via de provincie naar het rijk gegaan is. Wij hebben daarmee voldaan aan wat de wet van ons vraagt en vervolgens gaat de minister nu kijken wat zij daarvan vindt. Dat is gewoon onderdeel van de wet. De wet zegt niet: gemeenten moeten aan die regietafels voldoen aan de indicatieve taakstelling. Dat is niet wat er in die wet staat, dat weet u ook. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja voorzitter, afrondend constateer ik dat we niet doen wat die wet van ons vraagt, want die wet vraagt ons namelijk om meer dan 2500 mensen op te vangen. Dat doen we niet, dat doen we nog niet bij benadering. En je hebt ook nog zo'n verschil, en dat is wat ik dan de heer Ceulemans heb verweten in het kennen van die wet, je hebt handelen in de geest en in de techniek van de wet. En dit is alleen de techniek. Staat er niet taakstellend, dan hebben we verder niets te doen. We leveren het briefje in van 500.

Je hebt ook naar de geest van de wet te handelen, en nogmaals, ik houd heel erg van landelijke wetten die gemeenten juist de ruimte geven om daar ook nog in gezamenlijkheid in provinciaal verband de beste oplossing voor te verzinnen. Dat wij daar veel en veel en veel te weinig in het bakje doen, dat mag overduidelijk zijn voorzitter. Die som hoef ik niet opnieuw te maken. Dan afrondend voorzitter, vind ik het echt onbegrijpelijk en in dat opzicht steun ik heel erg de motie die de heer Vonk net heeft ingediend, en ik denk dat we even via het appverkeer vergeten zijn om aan te geven dat we mee wilden tekenen, maar natuurlijk tekenen we van harte erop mee, dat ik het onbegrijpelijk vind dat wij zouden stoppen met een initiatief zoals de Thuisgevers. Het een sluit het ander totaal niet uit. Sterker nog, dit vult juist aan en het vult juist aan op een manier waarop we dat denk ik zouden moeten willen voorzitter. Vanuit de gemeenschap, vanuit sterke gemeenschappen mensen een echt thuis geven, dus het lijkt mij echt ridicuul om daarmee te stoppen en ik wil dus via u voorzitter de wethouder vragen: geef nu eigenlijk eens één argument waarom je met die samenwerking zou willen stoppen. Dank. De VOORZITTER. Hartelijk dank. Ik kijk nog even rond. De heer Kind. Mag de heer Kind eerst? Ja, oké. De heer KIND (volt). Dank u wel voorzitter.

Ik heb ook het commissiedebat bijgewoond en het was weer zo'n typisch voorbeeld van een onderwerp waar veel mee gepaard gaat, maar dat ook snel technisch wordt. En het gaat vaak over cijfers. Zoals ik het begrepen heb, en ik heb de wet er ook nog even bij gepakt, zijn er twee zaken waar we op dit moment rekening mee moeten houden. Ten eerste statushouders. Die worden gekoppeld aan gemeenten en daar hebben we een taakstelling, via de Huisvestingswet en de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen. Volgens die taakstelling moeten we ongeveer 1265 plekken realiseren. Dus dat is dat. Daarnaast hebben we asielzoekers, staan we op 500, inderdaad in het coalitieakkoord. Dan hebben we de taakstelling vanuit de Spreidingswet. Dat is 2667. En we hebben die deal. En wat ik merk is dat we als we het woord deal noemen, dat we dan heel erg hard blijven roepen dat het een goede deal is omdat het een goede deal is en de deal is goed, want de deal is gesloten. Maar als we heel specifiek gaan kijken naar die oorspronkelijke deal die we hebben gesloten, dan staat er heel duidelijk: we gaan 1500 plekken realiseren op de Silja, waarvan twee derde aan Rotterdam gekoppelde statushouders en een derde statushouders die gekoppeld zijn aan de regiogemeenten. Van die 1500 zou je dan op 500 komen.

En je merkt al, dit kun je al bijna niet meer uitleggen aan de Rotterdammers, want het wordt een cijfermatig gebeuren. Waar ik naartoe wil, is dat ik heel scherp van het college wil weten: hoeveel gekoppelde statushouders, die niet aan Rotterdam gekoppeld zijn maar aan regiogemeenten, vangen wij nu precies op? Omdat die mee zouden moeten tellen bij die aftrekpost van die 2667. Daar wil ik in de eerste termijn heel graag antwoord op, want dit is de duidelijkheid die centraal staat. Ten tweede, en dat is meer een principiële zaak, en ik sluit me aan bij de woorden van de heer Segers en ook bij de woorden van mevrouw Vogelaar, overigens een uitstekende column in het AD gisteren, is dit een wet en deze wet dienen wij uit te voeren. En in deze hele wet staat nergens het woord statushouder. Zelfs in de definitiebepaling staat daar niets over. En als wij dan een taakstelling hebben van 2667, ongeacht wat voor andere deals wij kunnen sluiten, dan moeten wij ons hier aan houden, wetende dat dit aantal gaat oplopen. En dan kunnen we praten over deals, wat we willen. Maar als wij hier de wet willen volgen en u bent wethouder, dan verwacht ik van u meer dan dit. Ik verwacht dat we die 2667 gewoon gaan halen met asielzoekers.

raadsvergadering van 19 december 2024

Notulen pagina

2450

De VOORZITTER. Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66). Ja voorzitter, ik begrijp heel goed dat heel veel mensen heel graag willen praten in de labels, maar het werkt in Nederland zo. Mensen komen binnen, op de vlucht voor oorlog en geweld, zij melden zich ergens en dan zijn ze een asielzoeker. Vervolgens gaat de IND kijken: wat doen we met uw aanvraag? Dat kan heel lang duren, daarom zitten mensen ook zo heel lang in een azc. En dan zijn ze statushouder, als de IND zegt: uw aanvraag kennen wij toe. Dan betekent het niet dat je ploep, in één keer in een huis in Nederland zit. Nee, dan ben je statushouder en dan ga je wachten. Wachten totdat je ergens in Nederland wordt gekoppeld aan een gemeente, en dat de gemeente zegt: oké, deze statushouder is dus van ons. Dat betekent nog steeds niet dat je een huis hebt in Nederland. Er zijn talloze gemeenten, ik noem er maar een paar, Amsterdam, Utrecht en ook heel veel in ZuidHolland, waarbij er dan wordt gezegd: o jee, wij moeten deze statushouders eigenlijk een huis geven, maar we hebben die huizen niet dus we gaan dat ook niet doen. Dus die statushouders zitten daar maar en die zitten daar maar. En vervolgens zitten er heel veel statushouders, 17.000, in azc's. Vervolgens blijven er ook nog asielzoekers binnenkomen en die willen ook allemaal een status hebben.

Wat betekent het? De asielketen, daar hebben we het de hele tijd over, verstopt. Wat Rotterdam doet is: ze voldoet aan de taakstelling voor statushouders om die te huisvesten. Dat is één. Twee, wij zeggen: oké, al die statushouders die daar al zitten en die eigenlijk dus gewoon een huis moeten krijgen, brengen wij alvast naar de regio. En dat doen we niet alleen voor Rotterdam maar dat doen we ook voor Barendrecht, voor Schiedam, weet ik veel met welke dorpen en gemeenten wij allemaal afspraken hebben gemaakt. En dat is goed, want dan wordt het minder druk in al die azc's en dat verlicht de keten. En dan wordt hier in dit huis gezegd: nee, u moet gewoon die asielzoekers hiernaartoe brengen en die moeten dan later weer naar een andere plek toe. Want misschien worden ze wel toegekend aan Nijmegen of aan Valkenburg, maar het is heel erg fout dat u de statushouders die hier in Rotterdam uiteindelijk een huis zouden moeten krijgen volgens die taakstelling, dan in de Silja gaat opvangen. Dat is zo fout. Daar begrijp ik helemaal niets van. De VOORZITTER. Mevrouw Verkoelen wil hierop reageren. Mevrouw VERKOELEN (50+). Ja, dat wilde ik al heel veel eerder voorzitter, maar het duurde eventjes. Het was een heel lange zin mevrouw Maassen. Even, want mevrouw Maassen geeft een prima analyse. Statushouders zijn geen asielzoekers.

Kinderen die geen huis kunnen krijgen zijn ook geen asielzoekers. Ouderen die geen huis kunnen krijgen zijn ook geen asielzoekers. Nou, hoeveel hebben we er nog meer? Noem ze allemaal maar op, zijn geen asielzoekers. De Spreidingswet gaat over asielzoekers, gaat niet over het feit dat mijn zoon geen huis kan krijgen, dat een statushouder geen huis kan krijgen, dat senioren geen huis kunnen krijgen. Want dat zijn gewoon allemaal medeinwoners die gewoon geen huis kunnen krijgen. Daar zullen we wat voor moeten bedenken, maar daar gaat de Spreidingswet niet over. U haalt de hele wereld erbij zonder dat dat nodig is. Het gaat over asielzoekers en daar hebben we gewoon heel keihard een quotum voor gekregen en dat moeten we uitvoeren. De VOORZITTER. Even kijken, want er staan nu een paar mensen heel hard te zwaaien en mevrouw Maassen wil ook reageren. Oké, dan ga ik eerst naar de heer Segers-Hoogendoorn en dan gaan we mevrouw Maassen laten antwoorden. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ik denk dat dat het debat dient namelijk, want ik wil daarop aansluiten. Kijk, mevrouw Maassen zegt, kijk, niet alles is slecht aan het plan dat u hier heeft bedacht hè. Dat even als disclaimer vooraf. Maar het zijn wel heel grote woorden en met heel veel vertrouwen gebracht, om eigenlijk te verhullen dat u natuurlijk, en dat snap ik heel erg, enorm in uw maag zit met het getal van 500.

Waar overigens in het coalitieakkoord staat dat daar de statushouders ook bij zijn. Dus wat dat betreft heeft u wel wat gewonnen op Leefbaar Rotterdam. Maar het is natuurlijk wel iets heel anders, en dat weet mevrouw Maassen ook voorzitter. Kijk, die statushouders worden daar voor gemeenten in onze omgeving eventjes tijdelijk opgevangen. Uiteindelijk geeft dat even een paar maanden lucht, maar in feite niet. Dus het is toch een soort doekje voor het bloeden om af te komen van die taakstelling op asielzoekers. En het zou wel sieren als u gewoon de deal zo uitlegt zoals die is, van: wij hebben iets bedacht om toch dat coalitieakkoord nog gestand te doen, maar we doen inderdaad eigenlijk niet wat de wetgever van ons vraagt.

raadsvergadering van 19 december 2024

Notulen pagina

2451

De VOORZITTER. Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66). Ja voorzitter, de heer Segers-Hoogendoorn heeft zojuist de heer Ceulemans uitgenodigd om te denken in de geest van de wet. En ik denk juist in de geest van de wet, want de geest van de wet is niet om quota op te leggen. De geest van de wet is, er is zo'n druk op die asielketen. Dat is zo'n ontzettend probleem. We moeten een instrument in handen hebben als COA, als rijk, om ervoor te zorgen dat daar lucht in komt. En mijn conclusie is, de manier waarop we dat als Rotterdam doen, betekent dat er lucht wordt gecreëerd in die asielketen. Wij doen het op onze eigen manier, maar dat is de geest van de wet en dat is ook hoe we in Rotterdam volgens mij lucht geven aan die keten. De VOORZITTER. De heer Kind. De heer KIND (volt). Ja, en daar zijn wij het dus helemaal niet mee eens. Alles rondom statushouders is geregeld in een andere wet. Daar hoeven we het hier nu helemaal niet over te hebben. Statushouders is geregeld in de Huisvestingswet en de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen. Daar wordt… Het is dus eigenlijk de Spreidingwet avant la lettre, waarin alle gemeenten in Nederland al worden gevraagd om een aantal statushouders op te vangen. Dus wat we hier zouden moeten doen is niet zelf nu in één keer de problemen van andere gemeenten oplossen.

We zouden moeten zeggen: handhaaf op die gemeenten die daar niet aan voldoen. Wat zij zouden moeten doen, is het voortouw nemen op die asielzoekers, 2667 zo snel mogelijk realiseren. En daar zouden we voor moeten gaan. En wat ik nu hoor, en ik kan met een heel praktijkverhaal komen over hoe het gaat bij de COA, dat weten we allang, daarom zijn die wetten er ook gekomen. En wat wij van u verwachten is dat we ons vol focussen op het behalen van die 2667, want dat worden er volgend jaar alleen maar meer. De VOORZITTER. Ik kijk even rond. De heer Becker wilde inderdaad het woord. De heer BECKER (vvd). Ja, dank u wel voorzitter. Afgelopen commissie hebben we uitgebreid gesproken over opvang. We zijn ook blij met de stappen die de wethouder en het college op dit gebied zetten. Mevrouw Maassen heeft net eigenlijk een uitgebreid college gegeven over waarom dat zo goed is en waarom ook het belang van statushouders die worden toegewezen aan de regio, om die hier op te vangen, dat heeft ook een heel groot belang voor de integratie. Wat wij ook in de commissie al hebben aangegeven, is voor ons dat werk daarvoor essentieel is. Werk is de manier om mee te doen in de samenleving en te integreren. En uit onderzoek komt regelmatig terug dat statushouders nog vaak in de bijstand terechtkomen en dat is zonde, want in deze regio is er juist zoveel werk.

Dus nogmaals, de wethouder heeft er ook al op gereageerd in de commissie, maar de oproep van: maak werk van werk voor statushouders. Dank u wel. De VOORZITTER. Hartelijk dank. Zijn er nog anderen die het woord willen? Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66). Voorzitter, het doel van de wet is niet om de vrijheid te beperken maar juist om deze te vergroten. Met deze wijze woorden van de rechtsfilosoof John Locke wil ik benadrukken waarom het voor D66 Rotterdam zo belangrijk is om de Spreidingswet na te leven, en ik zal u niet meer toelichten waarom D66 Rotterdam van mening is dat we dat ook daadwerkelijk zullen doen. Zonder een eerlijke verdeling van de opvang van asielzoekers en statushouders over het hele land blijven we chaotische toestanden zien in Ter Apel. En voorzitter, we hebben niet alleen een wettelijke plicht maar ook een morele plicht. Want iedereen die op de vlucht is voor oorlog en geweld moet een plek kunnen vinden waar zij veilig zijn. En de verschrikkelijke beelden die de afgelopen dagen, weken vanuit Syrië onze kant zijn op gekomen, met massagraven, martelgevangenissen en grove mensenrechtenschendingen gaan bij mij door merg en been en sterken mij in de gedachte dat we ook hier in Nederland een plicht hebben om deze mensen een veilige plek te bieden. Voorzitter, het asielsysteem zit vast.

Er zitten 17.000 statushouders vast in opvanglocaties en hierdoor is het hard nodig om ook hen een plek te geven, ook in Rotterdam. Maar het is daarvoor wel belangrijk dat we niet creatief gaan boekhouden met de verschillende wettelijke plichten die wij hebben en we niet dubbel tellen met de taakstellingen die we hebben en daarvoor hebben wij een motie. De VOORZITTER. De heer Kind heeft daar een vraag over.

raadsvergadering van 19 december 2024

Notulen pagina

2452

De heer KIND (volt). Een vraag aan mevrouw Maassen. Wat is volgens u een dubbeltelling? Mevrouw MAASSEN (d66). Ja voorzitter, er is afgelopen dinsdag een brief uitgekomen, waarin de wethouder heeft aangegeven hoe ze daar tot 1 juli 2025 mee omgaan, en dat is namelijk dat er deels mensen worden opgevoerd voor de Spreidingswettaakstelling en voor de taakstelling voor de huisvesting. Dat wordt gedeeltelijk dubbel gedaan en mijn verzoek is om dat na 1 juli 2025 niet meer te doen. De VOORZITTER. De heer Kind. De heer KIND (volt). En betreft dat dan de taakstelling die we als Rotterdam sowieso hebben rondom statushouders of ook die gekoppelde statushouders die we daar bovenop nog opvangen? Die deal die we hebben gesloten? De VOORZITTER. Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66). Ja kijk, mijn verzoek is om niet te doen wat er wordt beschreven. Dus ik kan uitleggen hoe het straks gebeurt of hoe het in de brief staat beschreven, maar dat is een antwoord dat de wethouder eigenlijk eerder kan geven dan ikzelf denk ik. Voorzitter, ik begrijp ook dat het makkelijker is gezegd dan gedaan hè. We leven in tijden van schaarste en we moeten daarom namelijk ook keuzes maken en ik begrijp ook heel goed dat het niet zo makkelijk is als gezegd.

Maar wat ik daarom dan ook niet begrijp, is dat de wethouder heeft besloten om de samenwerking met Thuisgevers te stoppen, want deze mensen, deze organisatie werkt echt al twee jaar goed samen met de gemeente en dat ging tot voor kort eigenlijk nog best wel prima. Zij bieden woningen aan waarin mensen dan kunnen worden opgevangen en met de HAR-regeling kost het ons ook echt geen cent, behalve wat bureaucratie. Een win-win denk je dan, maar wij gaan ermee stoppen waardoor er nu zelfs al een woning leegstaat waar mensen in principe gewoon in zouden kunnen verblijven. Ik vraag daarom aan de wethouder: doe dat niet en ga met hen in gesprek alstublieft, om te kijken of er mogelijkheden zijn om dat aanbod te benutten, want volgens mij is dat echt een easy win, en zeker in deze tijden van schaarste. Graag een antwoord van de wethouder daarop. Dan tot slot, er is één groep die extra aandacht nodig heeft maar waarbij we ook eigenlijk allemaal zoals ik het heb begrepen, zijn verrast door wat minister Faber aan ons nu heeft opgelegd en dat is de taakstelling voor de amv'ers.

Dat is een nieuwe taak voor de gemeente, maar ik zie ook dat we daar echt nog wel wat te doen hebben met elkaar als gemeente, en ik vraag ook aan de wethouder: gaat hij hier prioriteit aan geven? Kan hij zeggen dat hij ook zich daarvoor zal inspannen om ervoor te zorgen dat we daar aan onze plichten zullen voldoen? Dat was het, dank u wel. De VOORZITTER. Mevrouw Maassen heeft de volgende motie ingediend. Motie 10. Eer(lijk) over onze wettelijke taak "De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 19 december 2024, ter bespreking van agendapunt 6.2: Ontwikkelingen opvang van vluchtelingen en Oekraïners en huisvesting van statushouders; constaterende dat: - de gemeente verschillende wettelijke taken heeft die worden opgelegd vanuit het rijk; - een van die taken het huisvesten van statushouders is; - een andere nieuwe taak per 1 januari voortvloeit uit de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen ('Spreidingswet'); - de wethouder heeft benadrukt dat hij zich houdt aan de wet; - volgens de brief van het college van 17 december jl.

een aantal statushouders die worden gehuisvest op de Silja zowel worden meegeteld in de taakstelling voor huisvesting van statushouders als in de taakstelling voor de Spreidingswet; overwegende dat: - het huisvesten van de statushouders de doorstroom van de asielketen bevordert aangezien er nog 17.000 statushouders in een azc wachten op een woning;

raadsvergadering van 19 december 2024

Notulen pagina

2453

-

-

het belangrijk is dat Rotterdam een bijdrage levert aan asielopvang, ook door middel van het bevorderen van de doorstroom van de asielketen, en hierbij huisvesting van statushouders van belang is; er geen reden is om de harde doorstroomafspraken los te laten, zeker niet omdat de doorstroom van de asielketen essentieel is om de druk op de keten te verminderen, en dit ook realistisch is omdat de gemeente Rotterdam extra geld krijgt vanuit het rijk voor huisvesting; het dubbel tellen van één statushouder voor de wettelijke taak van de Spreidingswet én de wettelijke taak van het huisvesten van statushouders creatief boekhouden is waardoor onderaan de streep Rotterdam zich niet volledig houdt aan de wet en wat onwenselijk is gezien de beoogde doorstroomdoelstellingen; het onwenselijk is dat statushouders lang op een boot woonachtig zijn en met het niet meer hebben van harde afspraken de gemeente niet is aan te spreken op doelstellingen of afspraken;

verzoekt het college: - de dubbeltelling van de statushouders voor de twee wettelijke taakstellingen voor de opleverdatum van 1 juli van de Spreidingswet niet meer toe te passen; - hierover te rapporteren aan de gemeenteraad; en gaat over tot de orde van de dag." w.g. A.J.A. Maassen De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER. Hartelijk dank. De heer Van Campenhout wil nog het woord? De heer VAN CAMPENHOUT (bij1). Dank u voorzitter. We hebben een zorgplicht. Een zorgplicht die verdergaat dan het bieden van een dak boven het hoofd, bed, bad of brood. Het gaat om het fundamentele recht op goede zorg, ongeacht iemands afkomst, achtergrond of papieren. Helaas laat de realiteit te wensen over en worden vluchtelingen geconfronteerd met een zorgsysteem dat hen niet gelijk behandelt. Het is niet ongebruikelijk dat zij maanden moeten wachten op iets simpels als een medische screening. En zelfs na die screening blijft de geboden zorg te basaal, zonder oog voor de complexe problematieken. Het negeren van gezondheidsproblemen leidt tot onvermijdelijke grote schadelijke complicaties en als deze problemen onbehandeld blijven, betaalt uiteindelijk niet alleen de vluchteling maar ook de samenleving de prijs. Rotterdam heeft een nieuwe zorgaanpak nodig.

Het beleid dat verder kijkt dan een minimale basis en recht doet aan de waardigheid van ieder mens. Wij vragen daarom aandacht voor geestelijke gezondheidszorg, waarin traumazorg, mentale zorg centraal staan. Zorg moet niet alleen gericht zijn op het oplossen van problemen wanneer deze zich voordoen, maar ook op het voorkomen ervan. Preventieve zorg is daarom een onmisbaar onderdeel. Daarnaast is cultuursensitieve zorg essentieel en dit vraagt om training van zorgverleners in trauma-geïnformeerde benadering en cultuursensitiviteit, ondersteund door professionele tolken om taal- en cultuurbarrières te overbruggen. Tot slot moet er toegang zijn tot de reproductieve en seksuele gezondheidszorg, inclusief abortuszorg, anticonceptie en prenatale zorg, die van cruciaal belang zijn voor het welzijn van vrouwen en de lhbtqia+-personen. Het is onze verantwoordelijkheid om op te komen voor de meest kwetsbaren in onze stad, goede zorg te leveren aan iedereen, ongeacht afkomst, achtergrond of papieren. We dienen daarom de motie in ꞌZorg voor iedereenꞌ. Ook bepleit BIJ1 Rotterdam dat ieder mens recht heeft op een thuis, ongeacht achtergrond of status. In een stad waarin een tekort aan betaalbare en duurzame woonplekken blijft groeien, worden steeds kwetsbaardere groepen, zoals statushouders, vluchtelingen, dak- en thuislozen onevenredig zwaar getroffen.

Het huidige huisvestingsbeleid dat veelal afhankelijk is van tijdelijke oplossingen maakt duurzame integratie en herstel voor deze groepen vrijwel onmogelijk. BIJ1 Rotterdam pleit daarom voor een fundamentele verandering volgens het Housing First-principe. De aanpak is bewezen effectief in het bieden van stabiliteit en structurele oplossingen en deze moet daarom de basis gaan vormen van gemeentelijk beleid met speciale aandacht voor inclusieve en langdurige huisvesting. Naar aanleiding hiervan dienen wij de motie in voor een thuisbasis voor iedereen. Voor een duurzame oplossing betekent dat ook dat de stem van vluchtelingen en statushouders actief wordt meegenomen in de beleidsvorming. Alleen zo kan Rotterdam een stad zijn waarin huisvesting wordt erkend als basisrecht en iedereen een kans krijgt om een waardig bestaan op te bouwen. Tot zover.

raadsvergadering van 19 december 2024

Notulen pagina

2454

De VOORZITTER. De heer Van Campenhout heeft de volgende moties ingediend. Motie 11. Zorg voor iedereen "De gemeenteraad van Rotterdam, bijeen op 19 december 2024 ter bespreking van het agendapunt 6.2 'Ontwikkelingen opvang van vluchtelingen en Oekraïners en huisvesting van statushouders'; constaterende dat: - structurele aandacht voor geestelijke gezondheidszorg, preventieve zorg en cultuursensitieve ondersteuning cruciaal is voor de zorg van vluchtelingen; - vluchtelingen vaker kampen met complexe zorgbehoeften, waaronder trauma-gerelateerde klachten, terwijl kwetsbare groepen zoals alleenstaande minderjarige vluchtelingen, lhbtqia+personen en mensen met chronische aandoeningen onvoldoende specifieke ondersteuning krijgen; overwegende dat: - toegang tot kwalitatieve zorg, inclusief geestelijke gezondheidszorg, een fundamenteel recht is dat ook voor vluchtelingen gewaarborgd moet worden; - seksuele en reproductieve gezondheidszorg, inclusief toegang tot abortus en anticonceptie, een fundamenteel mensenrecht is; - het verbeteren van zorg voor vluchtelingen bijdraagt aan hun welzijn; - cultuursensitieve en trauma-geïnformeerde zorg essentieel is om barrières te overwinnen en effectief te kunnen inspelen op de diverse zorgbehoeften van vluchtelingen; - de gemeente Rotterdam als stad van inclusiviteit en solidariteit een voorbeeldfunctie kan vervullen door te investeren in

uitgebreide en menswaardige zorg voor vluchtelingen; verzoekt het college: - een specifiek zorgbeleid te ontwikkelen voor vluchtelingen in Rotterdam, met aandacht voor: - geestelijke gezondheidszorg; - toegang tot reproductieve en seksuele gezondheidszorg; - preventieve zorg; - cultuursensitieve zorg; en gaat over tot de orde van de dag." w.g. M.R. van Campenhout en S. van de Peppel Motie 12. Housing First op de Eerste Plek "De gemeenteraad van Rotterdam, bijeen op 19 december 2024 ter bespreking van het agendapunt 6.2 'Ontwikkelingen opvang van vluchtelingen en Oekraïners en huisvesting van statushouders'; constaterende dat: - elk mens recht heeft op een (t)huis; - Rotterdam kampt met een groeiend tekort aan betaalbare en duurzame woonplekken, wat leidt tot verslechterde situaties voor kwetsbare groepen, waaronder statushouders, vluchtelingen, dak- en thuislozen; - het huidige huisvestingsbeleid voor statushouders en vluchtelingen veelal afhankelijk is van tijdelijke en vaak inadequate oplossingen, wat de integratie en inburgering bemoeilijkt; - er veel vluchtelingen zijn met psychische problematiek; - de Housing First-aanpak bewezen effectief is in het bieden van stabiliteit, integratie en structurele oplossingen voor kwetsbare groepen door huisvesting als basisrecht centraal te stellen; - de kosten-batenanalyse uit 2022 laat zien dat elke geïnvesteerde euro in 'Housing

First' maatschappelijk € 2,50 bespaart, bijvoorbeeld door vermindering van zorgkosten en een toename van arbeidsparticipatie; overwegende dat: - een eigen woning het beste startpunt is voor herstel, met (intensieve) ambulante begeleiding om terugval te voorkomen;

raadsvergadering van 19 december 2024

Notulen pagina

2455

-

het gemeentelijke beleid voor statushouders en vluchtelingen inclusiever kan worden door prioriteit te geven aan langdurige en menswaardige huisvesting in plaats van tijdelijke noodoplossingen; het huidige beleid rondom opvang en huisvesting van vluchtelingen en statushouders kan leiden tot langdurige onzekerheid en segregatie.

verzoekt het college: - het 'Housing First'-principe toe te passen bij het huisvestingsbeleid voor statushouders en vluchtelingen; - met een concrete planning te komen voor de transitie van tijdelijke woonoplossingen naar duurzame huisvesting vóór 2026; - betere inspraakmogelijkheden te organiseren voor vluchtelingen en statushouders, zodat zij zelf kunnen bijdragen aan het vormgeven van beleid dat hen direct aangaat; - jaarlijks aan de gemeenteraad te rapporteren over de voortgang; en gaat over tot de orde van de dag." w.g. M.R. van Campenhout De moties zijn voldoende ondersteund en maken deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER. Hartelijk dank. Ik kijk nog even rond. Geen andere leden die het woord meer willen voeren? Mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd). Voorzitter, als er geen raadsleden het woord meer willen voeren, zou ik graag een schorsing willen hebben voordat de wethouder gaat beantwoorden. De VOORZITTER. Dan gaan we schorsen. Mevrouw VERKOELEN (50+). Even een puntje van orde. Kan toegelicht worden waarom we een schorsing krijgen? De VOORZITTER. In principe hoeft dat niet. En het is bijna etenstijd en wij moeten ook nog een foto gaan maken met elkaar. Dus ik zou eigenlijk willen voorstellen om wel even hier te blijven zodat we een foto kunnen maken met elkaar en dat we dan om 13.30 uur meteen aanvangen met de beantwoording van de wethouder.

Ja? Dan schors ik de vergadering tot 13.30 uur, en nogmaals, zorg dat iedereen nu even hier in de zaal is voor de foto. (De vergadering is geschorst.)

raadsvergadering van 19 december 2024

Notulen pagina

2456

Notulen raadsvergadering Notulen van de raadsvergadering van 19 december 2024 Notulen van de raadsvergadering van 19 december 2024 (middagzitting) Voor de agenda wordt verwezen naar volgnummer 19. Voorzitter: mevrouw drs. C.J. Schouten, met dien verstande dat het voorzitterschap van 17.40 uur tot 18.32 uur is waargenomen door de heer G.J. Engberts Voor de presentielijst van deze vergadering wordt verwezen naar de ochtendzitting van deze vergadering. Namens het college zijn tegenwoordig: de heer F. Achbar, de heer R. Buijt, de heer S. Kasmi, de heer P.J.P. Lansink-Bastemeijer, de heer R.A.C.J. Simons en mevrouw C.M. Zeegers Griffier: mevrouw I.C.M. Broeders Heropening De VOORZITTER. Geachte leden, mag ik u vragen uw plaats in te nemen? Ik heropen de vergadering. 6.2 Ontwikkelingen opvang van vluchtelingen en Oekraïners en huisvesting van statushouders – vervolg De VOORZITTER. Aan de orde is de beantwoording van de wethouder bij het debat Ontwikkelingen opvang van vluchtelingen en Oekraïners en huisvesting van statushouders, agendapunt 6.2. Ik mag het woord geven aan de wethouder. Mevrouw Vogelaar heeft een vraag? Mevrouw VOGELAAR (pvda). Ik heb eigenlijk een punt van orde voorzitter. Want de rechtbank heeft zojuist een uitspraak gedaan in het kort geding dat is aangespannen over het openhouden van de Landelijke Vreemdelingen Voorziening.

Daarin is geoordeeld dat de minister van Asiel en Migratie voorlopig ook na 1 januari 2025 opvang moet blijven bieden aan 22 vreemdelingen zonder verblijfsvergunning die op dit moment in de Rotterdamse Landelijke Vreemdelingen Voorziening verblijven. Dus mijn vraag is, nu we dit feit hebben, ik snap dat de wethouder eerst het vonnis moet bestuderen. Maar wanneer zou hij inhoudelijk kunnen ingaan op deze uitspraak? De VOORZITTER. Ik begrijp dat er net een uitspraak binnen is, dus ik kan me voorstellen dat de wethouder er ook even naar moet kijken. Ik kijk even naar hem of hij er al op kan reageren. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja, dank voorzitter. Inderdaad is die uitspraak net binnen. We hadden hem ook vandaag verwacht. Ik heb daarvoor ook ruimte in mijn agenda gereserveerd, dus afhankelijk van het verloop van dit debat staat die nu gepland om 14.30 uur, om dan even te kijken wat dat concreet betekent. Inhoudelijk kan ik er dus nog niet op reageren, anders dan: hij is bekend en er staat een moment ingepland om daar voldoende tijd voor te nemen, dus ik hoop niet dat u zegt: kunnen wij vandaag dit nog uitgebreid bespreken? Ik heb daar natuurlijk wel de tijd voor nodig om te kijken wat voor consequenties dit heeft en wie daar verantwoordelijk voor is. De VOORZITTER. Mevrouw Vogelaar. Mevrouw VOGELAAR (pvda).

Ja voorzitter, vandaag uitgebreid bespreken, ik begrijp wel dat dat misschien niet tot de mogelijkheden behoort, maar dan zou ik wel de wethouder willen verzoeken dat hij wel vandaag, nadat hij het vonnis heeft kunnen bestuderen, de raad informeert over hoe hij uitvoering gaat geven aan dit vonnis.

raadsvergadering van 19 december 2024

Notulen pagina

2457

De VOORZITTER. De wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Nou ja precies voorzitter, daar was ik al bang voor. Daarom zei ik dat ook. Kijk, dwingen om onder stoom en kokend water iets aan te leveren. Ik probeer in dit proces juist alles zorgvuldig te doen. Zodra het kan, zal ik u informeren, maar ik vind, per se vandaag, ik hoor uw voorkeur, maar ik wil me er niet aan vastpinnen. Dus ik kan met u afspreken: zo snel mogelijk als het kan. De VOORZITTER. Mevrouw Vogelaar. Mevrouw VOGELAAR (pvda). Ja, misschien dan toch nog even waarom ik vandaag zeg, want vandaag is natuurlijk de laatste dag van het jaar dat we hier vergaderen, dus 1 januari staat voor de deur. We hebben als raad verder geen mogelijkheid meer tot 1 januari om hierover in gesprek te gaan of verder geïnformeerd te worden. Dus vandaar dat ik toch nadrukkelijk verzoek of de wethouder toch vandaag alvast iets van informatie aan deze raad kan verstrekken, nadat hij het vonnis heeft kunnen bestuderen. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja nogmaals voorzitter, ik begrijp de wens echt wel, gelet ook op het onderwerp en het belang daarvan. Maar ik vraag u ook om mij die ruimte te bieden om dat zorgvuldig te doen en ook u te informeren zodra het kan. En als dat vandaag lukt, zal dat vandaag zijn. Als dat vandaag niet is, dan zal dat zo snel mogelijk zijn zodra het kan. De VOORZITTER.

Ik hoor de wethouder echt wel een intentie uitspreken om het wel te doen, maar ook de vraag of hij dat toch echt even zorgvuldig mag doen. Dat snap ik ook heel goed. Ik hoop dat u dat ook begrijpt. Kunnen we dat gewoon op deze manier zo vormgeven dat we ook even de ruimte laten aan de wethouder om de raad zo snel mogelijk te informeren, maar dat hij wel even de tijd neemt die hij nodig heeft? Mevrouw VOGELAAR (pvda). Wat mij betreft hoeft dat nog niet heel erg in detail, maar vooral op de hoofdlijnen: gaan we dit dan ook zo uitvoeren? Want dat is voor ons belangrijk om te weten. Want als we dan nog als raad moeten bijsturen dan weten we ook of we dat kunnen doen ja of nee. De VOORZITTER. Ja, volgens mij heeft de wethouder zelf de ruimte om te antwoorden zoals hij wil. Het verzoek is helder, maar ik vraag mevrouw Vlieger ook nog wat zij daaraan toe wil voegen. Mevrouw VLIEGER (gl). Ja voorzitter, ik denk dat het verzoek voor vandaag heel redelijk is, omdat het inderdaad de laatste raad is, maar anderzijds kunnen we ook in de tweede termijn van dit onderwerp de vraag gaan stellen aan de wethouder en dan moet de wethouder er ook op een moment op terug gaan komen vandaag.

Dus ik hoop toch ook echt dat de wethouder ook eerlijk naar de raad wil zijn en gewoon dit vandaag wil duiden in ieder geval en gewoon een antwoord wil geven, zoals mevrouw Vogelaar zegt, gewoon kort een reactie geven. De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja voorzitter, kijk, ik probeer echt mijn best te doen hè. Ik wil niet antwoorden met: nee, dat gaat niet lukken vandaag. Ik wil mijn best doen dat het lukt. Zo heb ik hem geformuleerd. Maar als u per se zegt: ik wil het vandaag. Dat gaat mij niet lukken. Ik wil die ruimte pakken om dat zorgvuldig te bespreken. Het belang daarvan heb ik gezien. Ik wist dat die uitspraak er was. Ik heb daar ruimte voor gereserveerd in mijn agenda. Ik weet hoe belangrijk het is. Maar als u mij vraagt: ik wil het per se vandaag. Ja, ik kan mijn best doen, maar als u hem zo dwingend vraagt dan wordt hij echt wel ingewikkeld, moet ik eerlijk bekennen voorzitter, want dan ben ik bang dat het niet zorgvuldig gaat gebeuren. De VOORZITTER. Ik heb gehoord dat de wethouder zegt, hij heeft de wens gehoord van uw raad of een deel van uw raad, dat hij zijn best doet om zo snel mogelijk te beantwoorden, maar dat hij ook niet kan garanderen dat dat vandaag is. Ik denk dat dat een werkwijze is waar de intentie in ieder geval in zit dat hij dat echt probeert, dus dat we op deze manier gewoon vooral even voort kunnen gaan met het debat.

Want des te meer tijd heeft de wethouder straks om ernaar te kijken. Want als we lang wachten weten we zeker dat het vandaag al niet meer gaat lukken, dus ik geef het woord aan de wethouder.

raadsvergadering van 19 december 2024

Notulen pagina

2458

De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja, dank voorzitter. Dan terug naar het onderwerp van de agenda en dat is opvang. Er zijn een aantal vragen gesteld. Ik begin eerst met het beantwoorden van de vragen en dan de appreciatie op de ingediende moties, gewoon in volgorde van vragen die zijn binnengekomen en waar kan en nodig zal ik een algemene toelichting geven op technische zaken. Beginnend bij mevrouw Vogelaar, ten aanzien van de Spreidingswet, hoe kan het dat wij maar 500 asielzoekers gaan opvangen? Wij hebben voor de Spreidingswet gezegd dat wij 2500 plekken beschikbaar stellen in Rotterdam voor het ontlasten van de keten. In principe is elke gemeente vrij om aan te geven hoe zij invulling wil geven aan die Spreidingswet en dan is het uiteindelijk aan de minister om daar al dan niet een akkoord op te geven, ook qua aantallen. Waar de aantallen die nu opgegeven worden een prognose zijn van 2667, en daarvan zegt Rotterdam, met de constructie die wij nu hebben, waar deels op slaapschepen 465 worden opgevangen, een amv-locatie en 2000 voor Silja, dat wij daarmee een bijdrage leveren om de asielketen te ontlasten. Ik zie iemand staan. De VOORZITTER. De heer Van der Velden. De heer VAN DER VELDEN (vvd). Ja, dank u voorzitter, even van de orde. De VVD had om een schorsing gevraagd en dan is het gebruikelijk waarom de schorsing was. Ja, ik moest even traplopen, vandaar.

Maar dan hoort normaal degene die de schorsing heeft aangevraagd uit te leggen waarom de schorsing was. De VOORZITTER. Volgens mij hoef je niet per se te zeggen waarom je wilt schorsen, maar mevrouw Van Groningen kan dat misschien, als ze daar iets over wil zeggen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd). Nou voorzitter, allereerst hadden we best wel zin in de lunch, maar belangrijker nog, ik wilde even met mijn team overleggen en dat hebben we gedaan en daar konden we deze lunchpauze goed voor gebruiken, dus dank u wel. De VOORZITTER. De heer Van der Velden. De heer VAN DER VELDEN (vvd). Ja voorzitter, dat is niet een voldoende antwoord. Een schorsing vraag je aan om een reden. Nee, want dan kunnen we tijdens de hele raadsvergadering de hele tijd vragen om een schorsing, want ik wil even overleggen. Dus ik verzoek de VVD gewoon wat meer inhoud te geven. De VOORZITTER. De heer Van der Velden, u weet dat raadsleden geen verantwoording aan elkaar hoeven af te leggen. Wij moeten verantwoording aan u afleggen, zo werkt het meestal. Maar mevrouw Maassen heeft misschien nog iets toe te voegen. Mevrouw MAASSEN (d66). Ja, ik wil even in herinnering roepen dat we bij de vorige raad, tijdens de behandeling van het Cultuurplan, ook een schorsing hebben gehad en dat we daarna weer verder zijn gaan vergaderen en dat dat ook een schorsing is geweest, punt.

Ja, soms heb je een schorsing en daarna ga je weer verder met het debat. Hartstikke gezond. De VOORZITTER. De heer Van der Velden. De heer VAN DER VELDEN (vvd). Ja, toen hing er een motie in de lucht. U vraagt een schorsing midden in een debat, maar als u het niet wilt toelichten... Ja, nee, voorzitter, dat is wel enigszins gebruikelijk. De VOORZITTER. Ik stel echt voor dat we doorgaan met het debat, want volgens mij is het onderwerp relevant genoeg om dit debat te voeren. Er zijn veel vragen gesteld. De wethouder is net begonnen met zijn beantwoording. Het lijkt me goed om daar nu gewoon tijd voor te nemen. De wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja, dank voorzitter, dan ga ik weer terug naar het onderwerp dat op de agenda staat. Ik was bij mevrouw Vogelaar. Uw andere vraag was of ik kan aangeven hoe wij uitvoering geven aan het verdeelbesluit en dat ik daar geen idee over heb. Goed om te weten dat de wetscyclus die er is ten aanzien van de Spreidingswet vraagt om locaties te realiseren tot 31 januari 2026 en dat is precies wat wij doen. Dus daarmee geven wij wel gehoor aan het verzoek in het kader van die Spreidingswet.

raadsvergadering van 19 december 2024

Notulen pagina

2459

De VOORZITTER. Mevrouw Vogelaar. Mevrouw VOGELAAR (pvda). Ja, dat bestrijd ik ook niet voorzitter, maar waar het mij om gaat is dat we juist precies weer op het minimale gaan zitten, of met het aantal eronder, waardoor we net voldoen. Terwijl die Spreidingswet juist is gericht op duurzame opvang. En hoe kun je nu opvang duurzaam noemen die tot en met 31 januari 2026 is geregeld? Ik begrijp best wel dat er ook tijd nodig is om die opvang voor daarna te regelen, maar ga daar dan mee aan de slag. En daar hoor ik ook nog weinig ambitie van bij deze wethouder. De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja, wij doen wat er gevraagd wordt en dat is in deze wetscyclus binnen het verdeelbesluit tot 31 januari 2026. Daarvan kunt u ook zeggen: goed dat wij dat doen want wij doen wat er gevraagd wordt. De VOORZITTER. Mevrouw Vogelaar. Mevrouw VOGELAAR (pvda). Ik vind het in ieder geval goed om te horen dat ik de wethouder hier hoor bevestigen dat hij uitvoering gaat geven aan het verdeelbesluit zoals dat straks door de minister bekend wordt gemaakt. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Voorzitter, dan de volgende vraag van mevrouw Vogelaar.

Ik weet niet of mevrouw Vogelaar refereert naar de brief van de minister naar de Tweede Kamer van 2 december, waarin wel iets gezegd wordt over een prognose van het COA, maar er is vooralsnog geen sprake van een verhoging van 96.000 naar 115.000 plekken, of u moet zich op iets anders baseren, dan hoor ik dat graag van u. Maar vooralsnog is er geen sprake van een verhoging van het totale aantal plekken van 96.000 naar 115.000. Dan voorzitter, de vragen van de heer Vonk. Over de locatie amv en waarom er op die manier is gehandeld, dat hebben we uitvoerig besproken in de commissie en daar is mijn standpunt ten aanzien van uw vraag onveranderd voorzitter, dus dat is onveranderd. Qua proces is het zo dat er nu een indicatie is gegeven van 2667 plekken realiseren vanuit die Spreidingswet. Hoe wij daar handen en voeten aan gaan geven, is vanuit het idee: we realiseren sowieso 2500 plekken. 2000 voor heel Zuid-Holland inclusief Rotterdam op Silja, en 500 voor de plekken. Definitieve aantallen krijgen wij uiterlijk 31 december te horen. En dan is het wel lastig om, we zijn voorbereid, we zijn goed voorbereid. U kunt zeggen als u nu het totale aantal opvangplekken optelt ten opzichte van wat we moeten realiseren, dan zitten we zo tegen de 94% aan.

Dus als het straks zo is dat het verdeelbesluit aangeeft dat we op die 2667 moeten zitten, dan hebben we nog 6% te gaan, en dat hebben we ook op deze manier gedaan om te voorkomen dat we in één keer van 500 naar 2667 plekken moeten gaan, maar dat hebben we dus al zien aankomen en op die manier gehandeld. Dus er is geen plan van aanpak, maar er is wel verwachting, als straks duidelijk is wat het exacte verdeelbesluit is, de verwachting is dat dat een dezer dagen binnenkomt, dat we daarnaar handelen en ervoor zorgen dat we daar, omdat het een wet is, zo handelen wij binnen dit college, dan voeren wij de wet uit zoals dat aan ons gevraagd wordt. Dan de vraag van de heer Coşkun voorzitter. Waar gaan de asielzoekers dan plaatsnemen als er geen nieuwe ruimte komt en de Silja ook niet gaat? Ik begreep die vraag niet zo goed, moet ik u heel eerlijk zeggen voorzitter. Dus ik kan wel een antwoord geven, maar dan is het hetzelfde als zonet. Wij hebben binnen de Spreidingswet aangegeven dat wij op deze manier willen bijdragen aan het ontlasten van de asielketen, door 2500 plekken te reserveren voor mensen die nu anders elders in het land zouden zitten. Dat aantal kent u. Ik weet niet of dat aantal anders is, maar dat weten we zo snel mogelijk. De heer Soytekin had een vraag gesteld over warme overdracht van amv'ers. Ik heb in een brief op 27 november jl.

toegelicht over hoe de warme overdracht is ingeregeld. Voor één groep, amv die kort na hun achttiende statushouders worden, dat is nog niet ingeregeld, maar Rotterdam neemt deel aan een ambtelijke werkgroep om hier wel een oplossing voor te vinden. Tijdens de commissie heb ik toegezegd, volgens mij aan mevrouw Maassen, om terug te koppelen wat er uit de groep komt, en ik probeer u volgend jaar daar dus een brief over te sturen. Dan ook de vraag van de heer Soytekin, het zwalkend beleid van het rijk en hoe ik daarmee omga, en geef mee in gesprek met de minister dat dit niet bijdraagt aan het oplossend vermogen van de gemeente. Kijk, wij werken op verschillende niveaus met verschillende lagen en hierin delen wij wel onze signalen en knelpunten om te komen tot een oplossing, altijd vanuit een constructieve houding, of het nu landelijk is of provinciaal. Uiteindelijk moeten we in het vizier houden waar we het gesprek over voeren en dat is in

raadsvergadering van 19 december 2024

Notulen pagina

2460

dit geval de vluchtelingen. De heer Segers-Hoogendoorn stelde een vraag ten aanzien van Thuisgevers, kunt u één argument geven? Ik moet u eigenlijk zeggen dat ik er wel een aantal kan geven, maar u vraagt er één. Ik zal u er één geven, als u er meer wenst, dan hoor ik dat graag in uw tweede termijn. Maar een van de argumenten is: we hebben Silja. We willen die capaciteit sowieso maximaal vullen, dus als daar plek is, willen we het liefst dat iedereen, ook vanwege de voorzieningen die er zijn, daarop inzetten. Dus dat is een van de argumenten. Maar zal ik er dan twee geven? Een ander argument is: het is kleinschalig. Dat kan een voordeel zijn, maar tegelijkertijd willen we als mensen tijdelijk opgevangen worden dat ze niet weer verplaatst worden in de tijdelijkheid, maar dat ze na één keer tijdelijke opvang meteen een duurzame oplossing vinden. En dat is niet altijd het geval als je via zo'n constructie werkt, dus dat is het tweede argument. De heer Kind, hoeveel gekoppelde statushouders die aan regiogemeenten gekoppeld zijn en niet aan Rotterdam? Even kijken, u wilt exacte aantallen. Overigens refereerde u naar een verkeerd getal in uw verhaal, waarbij we iets verder zijn in de afspraken. Goed om dat even aan u mee te geven als het mag voorzitter. Want de eerste afspraak die wij met het rijk hadden ging om 1500 mensen, waarbij tweederde- en eenderdeverdeling was.

Twee derde was voor Rotterdam, zeg 1000, en een derde is voor de regio Rotterdam-Rijnmond. Inmiddels zijn er nieuwe afspraken gemaakt. Dat hebben we verhoogd naar 2000 plekken op Silja, waarbij we hebben gezegd: fiftyfifty ongeveer, of daar moeten we niet zo hard aan vasthouden. Het gaat erom dat we zoveel mogelijk mensen moeten kunnen opvangen om die keten te ontlasten, dus daar zit niet zo'n strakke verhouding in. Maar wat ik u wel kan zeggen, is dat er op dit moment 488 gekoppelde statushouders voor Rotterdam op het schip zitten. De VOORZITTER. De heer Kind heeft een vraag. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). En in totaal zitten er 1824. Dus als u 1824 min 488 doet, dan komt u uit op 1336 gekoppelde statushouders vanuit de rest van Zuid-Holland. De VOORZITTER. Mijnheer Kind. De heer KIND (volt). Een kleine correctie, ik noemde wel die verhoging naar 2000 in mijn spreektekst. En ook die verhouding inderdaad een derde, twee derde. Als ik nu hoor dat die verhouding is veranderd en dat dat nu fiftyfifty is, dan moet ik toch concluderen dat dit een heel matige deal is. En dat is om het volgende. We hebben een taakstelling vanuit de Spreidingswet van 2667 asielzoekers. Op de Silja verblijven dus nu 1000 aan Rotterdam gekoppelde statushouders, als het de helft is van die 2000 die u nu aangeeft.

Die zouden dus sowieso al aan Rotterdam gekoppeld zijn, dus als wij ons zouden houden aan die Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen, zouden we hen sowieso moeten opvangen. Dat is namelijk in een andere wet geregeld. Dan blijven er nog 1000 anderen over die dus gekoppeld zijn vanuit de regiogemeenten. Als ik dan van die 2667 er 1000 aftrek, dan kom ik op 1667. Want als wij al deze deal goed zouden vinden en we het oké vinden dat gekoppelde statushouders hier onderdeel van zijn, dan zijn we alsnog 1667 onder de taakstelling vanuit de Spreidingswet. En dat is wat ik hier dus de hele tijd constateer. Het is een soort goochelshow met verschillende wetten en verschillende regelingen en verschillende deals die we ook tussentijds aanpassen. Maar ik concludeer dat we hiermee dus wellicht niet eens aan onze taakstelling voldoen van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen, en al helemaal niet aan de Spreidingswet. De VOORZITTER. De wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Nee, ja, ik bedoel het niet vervelend als ik het zo zeg, maar volgens mij vermengt de heer Kind een aantal dingen met elkaar. U moet het echt even lostrekken, want wij voldoen aan onze wettelijke taak om statushouders duurzaam te huisvesten. Dat is onze gemeentelijke opdracht, die wij binnen de wettelijke taken voldoen.

Zeker van dit college kan ik u zeggen, vanaf jaar één hebben wij gezegd: dat gaan wij doen en daar voldoen wij ook aan. Dat staat los van de discussie over de Spreidingswet. Dus als u vraagt: voldoet u aan uw wettelijke taak om statushouders te huisvesten? Ja, dat doen wij. Volgens mij is dat zo'n 1200-zoveel mensen per jaar, en dat doen wij. Dan heb je een andere discussie en dat is de Spreidingswet. Daarvan zegt het rijk: wij hebben een probleem in die asielketen. Onze lijn in Rotterdam, ook toen onder staatssecretaris Van der Burg was: los nu eens die prop die je in die keten hebt op. En die prop die erin zit zijn gekoppelde statushouders aan het land, waarbij gemeenten zeggen: wij voldoen dus niet aan die wettelijke taak door ze wel tijdig te huisvesten. Dus wat zie je in die asielketen? Dat gekoppelde statushouders in die

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=03d5076f-eca7-49ff-ae23-fe81fa618695