20240709 en 20240711- Notulen van de raadsvergadering van 7 en 9 juli 2024
Tekst van het document
Ouders die het goede voorbeeld willen geven, de buren te verbinden met Opzoomer Mee, bewonersinitiatief starten of die zich als vrijwilliger inzetten bij de sportvereniging van hun kind, na een lange werkdag lekker willen ontspannen in hun volkstuin. Dit zijn mensen die zich inzetten als mantelzorger via de Unie Van Vrijwilligers. Dit college zet rücksichtslos een streep door subsidies en dan maar klagen over de stijgende kosten voor de zorg. Het college bestaat uit wethouders die het leuk vinden om lintjes door te knippen, terwijl ze het hele sociale en maatschappelijke weefsel verscheuren. Het is onverstandig, het is ondoordacht en het is ook nog eens onnodig. Mijn collega Kockelkoren heeft net onze gezamenlijke tegenbegroting ingediend, een tegenbegroting waarin de lusten en de lasten in deze stad wel eerlijk verdeeld worden. En het mooie is, met dit voorstel staat de gewone Rotterdammer niet in de kou. De VOORZITTER. Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66). Ja voorzitter, ik begrijp heel goed dat we in deze raad met elkaar discussiëren over politieke keuzes die we met elkaar maken. En het is heel duidelijk dat uw partij, samen met GroenLinks, andere politieke keuzes voorstaat dan dat dit college doet en deze coalitie. Maar om nu te zeggen dat onze wethouders alleen maar lintjes willen doorknippen, dat vind ik echt onder de gordel.
Dit college doet keihard zijn best, maar maakt andere politieke keuzes dan u zou doen als u in het college zou zitten. U wenst en we hebben het er al veelvuldig over gehad dus ik zal het heel kort houden voorzitter, u wenst heel graag rücksichtslos allemaal geld bij Rotterdammers weg te halen, om ze een schijnvertoning voor te houden dat het hen geen pijn zal gaan doen. Maar we moeten hier bezuinigen, en dit college kiest ervoor om ervoor te zorgen dat het geld efficiënter en effectiever wordt ingezet, maar het is niet zo dat deze mensen hier elke dag alleen maar lintjes aan het doorknippen zijn. Dat wil ik echt, echt niet meer horen. De VOORZITTER. De heer Engberts. De heer ENGBERTS (pvda). Wat ze in ieder geval wel doen is het maatschappelijk en sociaal weefsel van deze stad verscheuren. Dat doen ze in ieder geval wel. Wat ze wel doorknippen zijn de draden waaraan deze stad zich vasthoudt en hangt. En ik ben het er totaal niet mee eens, maar dan ook echt totaal niet mee eens dat er bezuinigd moet worden. Het is een politieke keuze en dat hebben we nu net precies aangetoond met ons amendement. Dat als je andere keuzes maakt en zegt: nee, maar we zien
raadsvergadering van 9 en 11 juli 2024
Notulen pagina
1157
dat het grote bedrijfsleven en toeristen wel meer kunnen betalen, en we bezuinigen wat op die citymarketing, dan kunnen we heel andere keuzes maken. Dan kunnen we ervoor zorgen dat die hele welzijnskant in de lucht blijft. Dan kunnen we ervoor zorgen dat de culturele potjes gevuld blijven. Wij kunnen daarvoor zorgen. Het is een keuze, en het is niet een 'wij moeten bezuinigen', wat de hele tijd door dit college en deze coalitie wordt gezegd. De VOORZITTER. Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66). Voorzitter, als wij niets doen dan loopt het tekort op tot honderden miljoenen, worden wij onder curatele gesteld door de provincie en geven wij alle eigen bevoegdheid uit handen. Dan krijgen we een keiharde tik op de vingers en dan is het maar kijken waar de stad hier eindigt. U wenst dat te doen. Wij niet. Wij handelen daarnaar. En wat er nu gebeurt, is dat er minder dan 5%, maximaal 5% wordt bezuinigd op alle programma's van alle wethouders. Dus 95% van wat wij hier doen blijft gewoon keihard overeind staan. Misschien nog wel meer, misschien nog meer omdat wij ook gebruikmaken van een slimme constructie in de RIM. En u wenst dat allemaal in de boeken te laten lopen. Dus wat wij hier doen is dat wij ervoor zorgen dat we zelf de regie houden hier in de stad. En dat het overgrote deel, afgerond alles, nog overeind blijft staan. En ja, dat doet pijn. Dat doet pijn, zeker.
En ik zal niet ontkennen dat het pijn doet bij de Rotterdammers. Het doet ons ook pijn. Maar we moeten die keuzes maken, want anders is het aan de provincie. De VOORZITTER. De heer Engberts. De heer ENGBERTS (pvda). Wat mij pijn doet en wat onze partij pijn doet en wat de mensen in het linkse blok pijn doet, is het verscheuren van het maatschappelijk weefsel, het bezuinigen waar het niet nodig is. Want ook al is het maar 5%, dat geeft u toch eigenlijk zelf ook al aan via de voorzitter, hoe eenvoudig we dit op kunnen lossen, met een gering bedrag dat we weghalen bij het toerisme en bij het bedrijfsleven, die jarenlang op de nullijn hebben mogen zitten als het gaat om de belastingdruk lokaal. Dat gaan we dan toch gewoon regelen? Dan gaan we er toch gewoon voor zorgen? En dan kunnen we die pijn, waar ook u het over heeft, weghalen bij de Rotterdammers. De gewone Rotterdammers kunnen wel gewoon verder met hun leven. De VOORZITTER. Mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd). Ja, dank u voorzitter. Het is vandaag al vaker gezegd. Keuzes maken is lastig en dat doet pijn. Wij vinden het ook lastig. Maar om te doen alsof wij niets geven om dat sociale weefsel, dat vind ik echt heel naar. En u weet net zo goed als ik, want laten we eerlijk zijn, de overheid verdient geen geld, dat doen de bedrijven in deze stad.
Dat zijn de bedrijven die ook de banen bieden voor Rotterdammers, voor mensen in de regio. En het zijn diezelfde bedrijven die netjes hun belasting betalen. En mijnheer Engberts, u weet ook dat die belastingcenten die bij ons binnenkomen, de centen zijn die wij kunnen uitgeven aan die welzijnsorganisaties. Dus u kunt wel doen alsof uw begroting geen impact heeft op de Rotterdammer, dat heeft het wel. Want het raakt die bedrijven die meer belasting moeten betalen, nog meer belasting, zodat ze hun eigen broek niet meer kunnen ophouden en uiteindelijk de mensen moeten ontslaan, zodat ze allemaal in de kaartenbak bij mijnheer Versnel komen en dat is wat wij niet willen. De VOORZITTER. Ik ben wederom getuige van nog een keer herhaling van argumenten die ik vanochtend hier heb gehoord. Doet u dat niet, dan kunnen we elkaar een beetje helpen om het tempo van het debat een beetje erin te houden. De heer Ceulemans. De heer CEULEMANS (lr). Ja kijk, als de heer Engberts los komt van zijn tekst en boos wordt en gaat zeggen wat hij echt vindt, dan geeft hij ontluisterende inkijkjes. Hij zegt: we kunnen alles doen, we kunnen al het sociale weefsel overeind houden. We kunnen alle cultuursubsidies overeind houden. Als we maar die lasten gaan verzwaren. Dat is waar de PvdA voor staat.
En nu we hier toch staan, mag ik ook een keer aan u vragen, want ik heb het een paar keer aan mevrouw Kockelkoren gevraagd, die ozb voor bedrijven wat u noemt, want ik ben het met de burgemeester eens, deze vraag is al heel vaak gesteld. Maar er komt van de heer Engberts geen antwoord op. Die ozb voor bedrijven zoals hij noemt, bestaat niet. Het is een ozb voor niet-woningen. Daar valt dus alles onder. Daar vallen niet de multinationals onder. Daar valt de bakker onder, daar valt de sportvereniging onder, daar valt de biljartvereniging onder, daar valt de volkstuin onder. En kunt u daar nu voor het eerst een keer helder
raadsvergadering van 9 en 11 juli 2024
Notulen pagina
1158
op ingaan? Waarom maakt u die keuze? Waarom kiest u niet voor snijden in het eigen vlees? Waarom kiest u niet voor het lenen uit eigen middelen en die netjes terugbetalen? Maar waarom kiest u voor het keihard pakken van het sociale weefsel in de stad? De VOORZITTER. De heer Engberts. De heer ENGBERTS (pvda). Voorzitter, wij kiezen niet voor het snijden in het vlees van deze stad. Wij kiezen ervoor om daar niet in te snijden en ervoor te zorgen dat we dat overeind houden. En we hebben ervoor gekozen om te zeggen: we leggen die rekening neer daar waar we hem op dit moment heel redelijk vinden, bij de toeristen die genieten van deze prachtige stad en die daar heel graag komen. Dat blijkt ook uit alle onderzoeken, dat ze in groteren getale steeds komen en die kunnen best wat extra betalen als we zo in de knel zitten met onze financiën. Hetzelfde geldt voor het bedrijfsleven. Want de ozb voor de niet-woningen niet zijnde bedrijfsleven kunnen we prima compenseren. Dat is inderdaad een truc die u liever niet heeft. Maar wij kiezen er wel voor, omdat wij vinden dat de grote bedrijven jaar in, jaar uit hun waardes hebben zien stijgen, hun winst hebben zien stijgen, en dat we ze op de nominale lijn hebben gehouden waar het om de ozb gaat. En dat vinden we gewoon niet meer terecht. We vinden dat niet te verdedigen.
En mevrouw Van Groningen heeft het over pijnlijke keuzes die er gemaakt moeten worden. Ik blijf het pijnlijk vinden dat we dan kiezen voor het snijden in het vlees van de Rotterdammers en het buiten schot laten van het bedrijfsleven en de toeristen. Ik vind het raar, ik vind het teleurstellend. Ik snap dat de VVD dat doet, maar ik begrijp gewoon niets van Leefbaar Rotterdam, DENK en D66, dat je meegaat in zo'n VVD-redenering. De VOORZITTER. De heer Ceulemans. De heer CEULEMANS (lr). Ik ga nooit mee in een PvdA-GroenLinks-redenering dat alle problemen in de stad zijn op te lossen met lastenverzwaringen met gigantische negatieve gevolgen. Daar ga ik niet in mee. Maar nu we het toch over de ozb hebben, u heeft er de hele lunchpauze over kunnen denken, waar is uw villataks gebleven? Kunt u dat uitleggen? Uw villataks, die vette miljonairs in Kralingen en Hillegersberg, die wel eens via de ozb alle tekorten in deze stad gingen dichten? Waar zijn die gebleven in uw tegenbegroting? De VOORZITTER. De heer Engberts. De heer ENGBERTS (pvda). Ik wil dat best nog een keer uitleggen.
Wij hebben ervoor gekozen, we hebben gekeken waar nu het grote onrecht is op dit moment, want wij vinden het onrecht dat bedrijven jaar in, jaar uit op de nullijn zijn gezet waar het gaat om de ozb, grote bedrijven, dat hun waardes zijn gestegen, hun winsten zijn gestegen, en dat dat niet terugvloeit in de stad, daar waar ze wel profiteren van de economische ontwikkeling, dat vonden we een groot onrecht. En toen hadden we dat optellijstje gemaakt en zeiden we: potverdikkie, we hebben al € 56 miljoen. Je kan natuurlijk ook overdrijven. We hadden al heel veel over. Dat gaat ook al terug in de reserve. Dus we hadden het niet nodig. Zo florissant ziet dat plaatje eruit als je met 0,04% het ozb-tarief voor de bedrijven gaat verhogen. Dan heb je het helemaal binnen. Dus ik snap ook helemaal niet waarom iedereen zo loopt te roepen dat het allemaal toch een enorme lastenverzwaring is. Het is een buitengewoon lage verzwaring. Hetzelfde geldt voor de toeristenbelasting. Het is weinig, het is overzichtelijk, en we lossen daar precies mee op waar eigenlijk alle coalitiepartijen van zeggen: we vinden het zo pijnlijk dat we dat moeten doen. We lossen het heel simpel op. Dan bent u ook van die pijn verlost. De VOORZITTER. De heer Ceulemans. De heer CEULEMANS (lr). Er zijn eigenlijk maar twee opties en ik weet niet welke ik erger vind.
De eerste is dat de PvdA, maker van het lijstje, kennelijk tot de conclusie is gekomen: nee, we vinden het belangrijker om miljonairs te ontzien dan de bakker en de sportvereniging te ontzien. Dat is eigenlijk wat u zegt. Of het is zo dat u erachter bent gekomen dat het ozb verhogen van woningen waar u eigenlijk al jarenlang en uw voorganger Moti ook, op loopt te hameren, niet die miljonairs raakt, maar dat dat de gewone Rotterdammer in een rijtjeshuis raakt, dat u die het vel over de neus trekt. Dus u kunt kiezen: welke van de twee is het? Of u vindt het belangrijker om miljonairs te ontzien dan de bakker op de hoek en de sportvereniging. Of u bent erachter gekomen dat uw hele ozb-verhaal jarenlang één grote zeepbel is geweest.
raadsvergadering van 9 en 11 juli 2024
Notulen pagina
1159
De VOORZITTER. De heer Engberts. De heer ENGBERTS (pvda). We hebben inderdaad de vorige periode gezegd dat de ozb-reductie, of van dat tarief, dat dat nauwelijks iets opleverde. Ik had toen nog uitgerekend dat je er niet eens meer aan overhield dan de jaarlijkse contributie voor de VVD, ook cijfers van niks. Toen werd er ook geroepen dat het een schande was dat wij dat wilden verhogen, want een lastenverzwaring van jewelste. Hetzelfde geldt voor de bakker op de hoek, een pandje van € 300.000,00, het zal een tientje per maand meer kosten. Ik denk dat het een heel overzichtelijk bedrag is voor elkaar om dat te doen. En we hebben er inderdaad principieel voor gekozen om te kijken naar het bedrijfsleven en naar de toeristen. De VOORZITTER. Mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd). Ja, dank u voorzitter. De heer Engberts heeft het steeds over het sociale weefsel om deze stad. Maar ik heb nieuws voor u, het sociale weefsel in deze stad zijn de kleine ondernemers. Dat zijn de plekken waar de mensen samenkomen, waar ze plezier hebben, waar ze hun bestaansrecht aan te danken hebben omdat ze aan het werk zijn. En wat doet u? U legt niet één belasting op, u legt er niet twee op, maar zelfs drie belastingverhogingen voor het bedrijfsleven. Want de rioolbelasting, waar we het nog niet over hebben gehad, wilt u ook verhogen. U treft ze dus keer op keer.
En dadelijk zijn er geen sterke schouders meer om die lasten te dragen en dan? De heer ENGBERTS (pvda). Ik ben blij dat mevrouw Van Groningen begint over die rioolbelasting. Ik vind het een grote schande, echt een grote schande dat hoe groter je bedrijf is, hoe meer je vervuilt, je op een gegeven moment niet meer rioolbelasting hoeft te betalen. Dat we dat accepteren in deze stad. Ik vind dat we dat onmiddellijk moeten afschaffen en ervoor moeten zorgen dat de grote vervuiler meer betaalt. Dat lijkt me heel erg logisch. En natuurlijk, het sociaal weefsel is ook de bakker op de hoek, is ook de slager, is ook het kleine bedrijfsleven, het zijn de winkels. Het liefst doe ik daar ook mijn boodschappen. Maar de suggestie dat die hiermee zouden omvallen is volstrekt uit de lucht gegrepen. Net zoals het uit de lucht gegrepen is dat dit banen gaat kosten. Ongefundeerd, het gaat relatief om een heel lage verhoging, dus ik maak me nergens zorgen over. De VOORZITTER. U kunt verdergaan. Mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd). Ja voorzitter, dan wil ik toch nog even een opmerking aan de heer Engberts meegeven. U weet natuurlijk wel dat de rioolheffing niet gebaseerd is op vervuiling, maar op de WOZ-waarde. Dus het is niet zo dat u hiermee dus ook de vervuilers in de stad aanpakt als u dat zo belangrijk vindt. De VOORZITTER. Mijnheer Engberts, u kunt verdergaan.
De heer ENGBERTS (pvda). Nou, er is heel veel gewisseld dat hier gewoon in plukjes op mijn tekst staat, dus ik improviseer hem even, want ik denk dat we gewoon echt in staat zijn om met ons amendement gewoon de rekening die nu bij de gewone Rotterdammer is neergelegd door dit college, terug te draaien. Nogmaals, het VVD-verhaal dat dat meteen tot banenverlies leidt is volstrekt uit de lucht gegrepen. Ik kan het niet vaak genoeg herhalen. Ik begrijp hem van de VVD, maar ik snap gewoon niet dat de andere partijen uit deze coalitie daarin meegaan, omdat u zich echt zorgen zou moeten maken juist over de bezuinigingen op welzijnsorganisaties, de tariefsverhoging op de volkstuinen, de subsidies voor de jonge makers in de cultuursector, de huiswerkbegeleiding, Opzoomer Mee, en ga zo maar door. En die hele rits kunnen wij repareren met elkaar. We hebben nog wel een paar vragen aan het college ook. Want wethouder Struijvenberg heeft in de commissie aangegeven dat er geen alternatief op tafel heeft gelegen dan dat wat nu voorligt in deze Voorjaarsnota. U heeft dus überhaupt dan niet gekeken naar de opties die wij in onze tegenbegroting hebben opgenomen.
En onze vraag is: waarom eigenlijk niet? Waarom heeft u daar niet naar gekeken? En de vervolgvraag natuurlijk, nu u ze ziet, bent u bereid deze wel over te nemen en te kiezen voor welzijn en preventie? Wij vroegen ons ook af hoe u de daling van de zorgkosten kan combineren met bezuinigingen op preventie. Of heeft u ook die bezuinigingen op de preventie meegenomen in de forecast voor de zorgkosten? Er wordt heel veel geschermd met efficiënter werken en we vroegen ons af welke onderbouwing daarbij is en waaruit blijkt dat de gemeente over zo'n brede linie niet efficiënt aan de slag is geweest de afgelopen twee jaar. Voorzitter, in moeilijke tijden is solidariteit onmisbaar,
raadsvergadering van 9 en 11 juli 2024
Notulen pagina
1160
zeker van de mensen die het goed hebben in onze stad. We hebben vandaag twee smaken. Gaan we voor een sociale begroting of gaan we voor een boekhoudersbegroting waarmee we Rotterdammers in de kou zetten? Het mag duidelijk zijn dat wij voor het eerste gaan. Het is een goed onderbouwd plan en als u mee wilt doen bent u van harte welkom. Doet u niet mee, dan wensen wij u veel succes met uw natte broek. De VOORZITTER. De heer Ceulemans. De heer CEULEMANS (lr). Ja, volgens mij ligt er vandaag inderdaad een heel heldere keuze voor. Kiezen we voor een moeilijke maar solide begroting, of voor een puinbak? Het tweede is wat u met uw tegenvoorstel doet. U laat het tekort met € 100 miljoen oplopen en u doet daarbij alsof het een detail is. Ik heb uw persbericht gelezen toen het college de Voorjaarsnota presenteerde. Daarin zei u: dit college heeft een gat in de hand en daarom gaat er nu geld uit de RIM genomen worden. Het laten oplopen van het tekort met € 100 miljoen dat de volgende generatie Rotterdam mag ophoesten, vindt u dat geen voorbeeld van een gat in de hand? De VOORZITTER. De vraag is aan u. De heer ENGBERTS (pvda). Nee, ik wil er wel op antwoorden. Om nu het persbericht dat we de dag nadat wij de Voorjaarsnota hebben gezien als uitgangspunt te nemen voor dit debat lijkt mij niet. Wij hebben natuurlijk een veel minder groot apparaat dan 14.000 ambtenaren die ons even helpen.
Wij hebben gaandeweg het voorbereiden richting commissies en deze raadsvergadering ervoor gekozen om te zeggen: nee, wij kunnen de problemen die er zijn prima oplossen door een alternatieve begroting in te dienen en dat is hem. De heer CEULEMANS (lr). Ja, dus u zegt eigenlijk, als er een Voorjaarsnota wordt gepresenteerd of een begroting voor mijn part, mijn eerste reactie is gewoon uit de onderbuik, ik fakkel het helemaal af en ik ga in de weken erna even kijken of het wel klopt wat ik zeg. De VOORZITTER. Sabotage van de voorzitter. O, toch. De heer ENGBERTS (pvda). Nee, dat is natuurlijk ook overdreven. Dat weet mijnheer Ceulemans ook wel. Maar wij hebben toen niet dat accent gelegd in dat persbericht, omdat we dat amendement toen nog niet hadden en we ook nog technische vragen gingen stellen van: hoeveel geld is er dan nog op te halen, wat betekent het als je die ozb… Dus alles wat we nu in het amendement hebben is ook onderbouwd en ambtelijk getoetst en dat hadden we natuurlijk op dat moment niet. Dat begrijpt u ook wel. De VOORZITTER. U was klaar? Hartelijk dank. Mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd). Dank u wel voorzitter. Soms denk ik terug aan de tijd dat ik in 1998 in Rotterdam ging studeren. Rotterdam was toen onveilig en echt rauw. Op de Lusthofstraat kon ik na 17.00 uur niet lopen zonder lastiggevallen te worden.
Op metrostations en bij bushaltes hingen junks en vage types en er was eigenlijk nauwelijks horeca te vinden in deze stad. Rotterdam had geen iconisch centraal station. Bij Blaak geen Red Apple, en de Meent was zeker niet de place to be die het nu is. Als ik nu door de Maasstad fiets, dan voel ik de dynamiek van een stad in beweging. Door de hele stad wordt gebouwd, overal gezellige horeca, vol met terrassen waar de heer Engberts ook graag zit. De stad wordt jaarlijks groener en aantrekkelijker om in te wonen, te werken en te leven. De economische groei van Rotterdam en haar haven levert meer banen op en dat trekt mensen naar Rotterdam. Alleen waar zaken rooskleurig lijken zijn de uitdagingen groot. Onze Maasstad zit in een uitdagende periode. Voorzitter, laat ik er dan ook geen doekjes om winden. Als gemeente moeten we lastige en pijnlijke keuzes maken. Het is aan ons om voor Rotterdam de juiste keuzes te maken zodat de stad vooruit kan en financieel gezond blijft. Dat is wat wij als Rotterdamse VVD willen. Voorzitter, het zal u niet verbazen dat wij geloven in een kleine, slagvaardige en bovenal een dienstverlenende overheid. Een overheid die inzet op haar kerntaken en kritisch durft te kijken naar wat ze echt moet doen.
We steunen dan ook de voorstellen van het college en dat is nodig, want in deze gemeenteraad hebben we het wel altijd over wat er meer kan en nooit over wat er minder kan. Voorzitter, de oplossing is wat de Rotterdamse VVD betreft in ieder geval niet om met de pet langs Rotterdam te gaan. Wij willen de rekening niet bij Rotterdammers neerleggen door bedrijven op te zadelen met hogere
raadsvergadering van 9 en 11 juli 2024
Notulen pagina
1161
belastingen. Heel veel mensen moeten de eindjes aan elkaar knopen en ze hebben de zekerheid van een baan nodig. Laten we dan ook niet vergeten dat er heel veel bedrijven zijn die al veel bijdragen. Ze betalen hogere energielasten, hogere loonkosten en ook hogere inkoopkosten. En het zijn deze bedrijven die voor de banen van Rotterdam zorgen. Ik durf dan ook te zeggen dat ik trots ben op al die bedrijven, van groot tot klein. Zij maken samen met de mensen Rotterdam. En er wordt hier met groot gemak in deze zaal gezegd vandaag: o, verhoog de ozb maar voor niet-woningen. O, verhoog de rioolbelasting maar. O, en de logiesbelasting. Voorzitter, alsof het niets is. Hierdoor pak je de banen van Rotterdammers. Rotterdammers die werken in de horeca, in de retail, in de maakindustrie en in de congressector. Zelfs bedrijven die meewerken aan de energietransitie in de haven. Je zet al die banen op het spel. Voorzitter, ik dacht het niet. De VOORZITTER. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Ja voorzitter, ik heb er nu een tijdje naar zitten luisteren. Hoe vindt u het dan dat in de Voorjaarsnota ook heel makkelijk wordt gezegd: o, we schrappen de Wet maatschappelijke ondersteuning, preventiebudget, € 2,2 miljoen. O, we versoberen de trajecten voor jongeren van € 500.000,00 en nog eens een keer € 1 miljoen in 2027-2028.
O, we schrappen de subsidies voor de Unie Van Vrijwilligers, en o, we doen ook eventjes de culturele sector, we schrappen de Pitcher Perfect 010-subsidie, we verlagen de projectsubsidies structureel. We stoppen met de Impulsregeling. Dat zijn toch ook allemaal keuzes die hier wel voorliggen en die kennelijk wel met heel veel gemak worden geschrapt door de VVD. De VOORZITTER. Mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd). Voorzitter, dank u wel. Ik heb ook nooit gezegd dat keuzes maken makkelijk is. Het is ook lastig. Alleen moeten we keuzes maken. We moeten vandaag de dag keuzes maken om te zorgen dat de zorgkosten niet uit de klauwen lopen, anders wordt de zorg onbetaalbaar. Niet voor niets is er ook een Bestuursopdracht Zorg. We moeten keuzes maken en dat betekent dat er soms initiatieven die heel waardevol voor de stad zijn… Wij willen in ieder geval zoveel mogelijk bewaken dat de schade niet te groot is. Daarom steunen we, en daar kom ik zo nog op, ook een amendement van D66 om bijvoorbeeld die Impulsgelden wel te houden. Daarom steunen we ook het verzoek van Leefbaar Rotterdam om ervoor te zorgen dat we in ieder geval de Unie Van Vrijwilligers behouden. En ja, keuzes maken doet pijn. De VOORZITTER. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Ja, ik zou dan toch nog heel even terug willen komen op die zorgkosten die onbetaalbaar worden.
Daar hebben we het inderdaad al heel veel over gehad. En wat dus het rare is aan de keuzes die hier voorliggen, is dat ontzettend geschrapt wordt in preventie, in het voorkomen dat mensen ernstig ziek worden. En dat is de opgave waar wethouder Buijt voor staat, waar hij keer op keer ons van probeert te overtuigen dat we daar wat aan moeten doen. Nu wordt er juist in die preventie ongehoord hard geschrapt, we horen het van allerlei partijen in de stad. Dat betekent dat uiteindelijk jongeren, ouderen aanspraak zullen moeten maken op zware zorgkosten omdat ze niet voldoende geholpen zijn in het voortraject. Dat is toch penny wise, pound foolish? De VOORZITTER. Mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd). Voorzitter, u weet heel goed dat niet elke zorgvraag ook een hulpvraag is. Daarom hebben we dit ook zo met elkaar ingericht. Maar waar het ons om gaat is dat we niet die rekening nu bij de bedrijven en de Rotterdammer neerleggen en dat is wat u met uw tegenbegroting doet. Dat is waar wij van zeggen: dat willen wij niet. Wij willen ervoor zorgen dat de bedrijven hier kunnen blijven. Dat ze Rotterdam aantrekkelijk vinden zodat de Rotterdammer die hier is gewoon een baan heeft. De VOORZITTER. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Ja voorzitter, dan kiest u er dus ook voor dat de zorgkosten oplopen en dat de gezondheid van Rotterdammers, dat u die laat zitten.
Dat zij aangetast worden in hun gezondheid, in hun leefomgeving, omdat u al die initiatieven die hen dag voor dag bijstaan om te
raadsvergadering van 9 en 11 juli 2024
Notulen pagina
1162
voorkomen dat ze uiteindelijk zwaardere zorg nodig hebben, wegkapt. Dat lijkt mij echt een onuitlegbare keuze en ik heb ook nog steeds geen goed argument gehoord waarom u dat doet. De VOORZITTER. Mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd). Ja voorzitter, dit is nu precies het verschil van inzicht dat wij hebben. Wij maken wel die keuzes, wij zeggen: als wij nu geen keuzes maken, worden die zorgkosten onbetaalbaar. En dan hebben de mensen die de zorg echt nodig hebben dadelijk geen zorg meer. Dat geldt voor jeugdzorg, dat geldt ook voor zorg voor ouderen. Wij willen dat we dit goed inrichten met elkaar en dan moet je die keuzes maken. Maar nogmaals, uiteindelijk begint alles met een baan hebben, met zorgen dat mensen een inkomen hebben, met zorgen dat mensen aan het eind van de dag hun huis, hun hypotheek en bijvoorbeeld de kinderopvang kunnen betalen. En dat is waar wij op inzetten en u niet. De VOORZITTER. De heer Vonk. De heer VONK (cu). Ja, dank u wel voorzitter. Ik hoor u zeggen: we moeten pijnlijke keuzes maken. En ik hoor u zeggen: de rekening komt niet bij de Rotterdammer.
Maar bent u het met mij eens dat als we bezuinigen op de jongeren, de kwetsbare jongeren, als we bezuinigen op al die vrijwilligers die de handen uit de mouwen willen steken voor hun buren en de mensen in hun wijk, dat de rekening dus wel degelijk bij die Rotterdammers terechtkomt? De VOORZITTER. Mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd). Voorzitter, dank. Ja inderdaad, dat zijn lastige keuzes en wij hebben ook een warm hart voor al die vrijwilligers. Dat is ook een van de redenen waarom we zeggen: laten we in ieder geval een stuk behouden. Over die jongeren gesproken, daarvan hebben we met elkaar gezegd: laten we nu zorgen dat we goed in kaart brengen welke jongeren die zorg echt nodig hebben en daar ook op inzetten. Want niet iedereen die een hulpvraag heeft, heeft ook inderdaad meteen die zorgvraag nodig. En we moeten dat met elkaar wel doen, anders is het dadelijk onbetaalbaar geworden. En aan het einde van de dag, en dan kom ik weer terug waar ik was, is het belangrijk dat mensen werk hebben, zodat wij ook belasting kunnen innen en we daar als gemeente onze zaken van kunnen betalen. Want dat geld hebben we gewoon wel nodig om dingen overeind te houden. De VOORZITTER. De heer Vonk. De heer VONK (cu). Oké, u zegt dus wel degelijk inderdaad dat de rekening bij bepaalde Rotterdammers terechtkomt, namelijk die Rotterdammers die we net noemden.
Daar komt de rekening terecht. En dan is het nogal vervelend als u zegt dat de rekening niet bij Rotterdammers terechtkomt. Alsof u die mensen helemaal niet eens ziet staan. U ziet alleen bepaalde mensen staan en daar richt u zich op. Dan heb ik een andere vraag aan u. Wij komen straks met een voorstel en u heeft dat al kunnen lezen in de media, u heeft het amendement al gezien, 1,5% logiesbelasting, 1,5%, € 1,50 als je voor € 100,00 per nacht overnacht. Is er één Rotterdammer die daar last van heeft? Is er één ondernemer die dat gaat merken? De VOORZITTER. Mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd). Ja, dank u voorzitter en ook dank voor deze vraag. Want u gaat hier dus van uit dat die logiesbelasting alleen maar impact heeft op de toerist. Maar het is diezelfde Rotterdammer die 's ochtends naar haar werk gaat en daar als garderobejuffrouw de jassen aanneemt van die mensen op het congres. Het is diezelfde Rotterdammer die als kamermeisje werkt in het hotel. Het is diezelfde Rotterdammer die achter de balie staat en zijn klant ontvangt. Dat is waar het ons om gaat. En als u die logiesbelasting verhoogt zult u zien: komt die toerist niet, houden die congressen op, kiezen ze voor een andere stad en staat Rotterdam buitenspel. Dat is wat wij niet willen. De VOORZITTER. De heer Vonk.
raadsvergadering van 9 en 11 juli 2024
Notulen pagina
1163
De heer VONK (cu). Voorzitter, als u werkelijk met droge ogen beweert dat 1,5% logiesbelasting dit tot gevolg heeft, dan heeft u minder verstand van ondernemen dan ik dacht en dan ga ik ervan uit dat bijvoorbeeld partijen als D66 en DENK zich iets meer kunnen verplaatsen in de ondernemer, want echt, dit gaan we niet voelen. Dit kun je doorberekenen. En elke toerist die zegt: voor die 1,5%, voor die € 1,50 kom ik niet naar Rotterdam, laat die lekker thuis blijven. Daar merkt helemaal niemand wat van. De VOORZITTER. Mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd). Ja dank u voorzitter. Ik had gedacht dat u iemand was die altijd op de inhoud zou spelen en niet op de bal. Ik kan heel prima rekenen, dus dank u wel daarvoor. Want 6,5% naar 12,5% is nog altijd 6% verhoging, wat hier de oppositie voorstelt. Wij hebben daarvan gezegd: dat doen we niet. Amsterdam voert een ontmoedigingsbeleid, daar gaan wij niet in mee, wij hebben die toeristen nodig. We hebben die ook nodig omdat we hier fantastische projecten in Rotterdam hebben die wij willen laten zien aan de buitenwereld. Wij zijn er trots op dat er dadelijk een fantastisch Boijmans Van Beuningen komt, dat we nu een Depot hebben, dat we musea hebben die interessant zijn voor de buitenwereld. We moeten gewoon zorgen dat die toeristen hier komen en niet dat we die aan de zijlijn laten staan. De VOORZITTER. De heer Vonk.
De heer VONK (cu). Ik wil liever niet op de persoon spelen, maar ik had het over 1,5% verhoging. Dat is van 6,5% niet naar 12,5%. U kunt wel rekenen hoop ik. Van 6,5% naar 8%. Daar hadden we het over en daar ging mijn punt over en daar vroeg ik een reactie op. En u begint gelijk weer het mantra over de 12,5%. Daar hebben we het helemaal niet over gehad. U moet wel luisteren. De VOORZITTER. Mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd). Ja voorzitter, wij vinden geen enkele verhoging op dit vlak een slim idee, omdat we daarmee onszelf buiten de markt prijzen. Want als we ook kijken naar omliggende gemeenten, hebben wij een lager tarief. Wij vinden het belangrijk die toerist hier te ontvangen, dat ze hier kunnen genieten van Rotterdam. We weten ook dat de zakelijke toerist veel geld uitgeeft in deze stad. Dat kan onze economie gebruiken en daarmee ook de bedrijven. Ik ga verder met mijn betoog. De VOORZITTER. Dat dacht ik niet, want er staan nog een paar vragen. Ja, vanochtend was u er ook goed bij om alle vragen te stellen, dus dat moet nu ook maar kunnen lijkt mij. De heer Ceulemans eerst. De heer CEULEMANS (lr). Ja, dank u voorzitter.
Even richting de heer Vonk, want de heer Vonk verwijt mevrouw Van Groningen heel makkelijk dat zij al die Rotterdammers niet ziet staan die nu te maken krijgen met besparingen op de zorg, met besparingen op welzijn, noem het allemaal maar op. Terwijl wij volgens mij de hele ochtend en middag al aan het benadrukken zijn dat wij ook zien dat dit lastig is, dat het onvermijdelijk is, maar dat we proberen bij te sturen wat we kunnen. Maar wie u niet ziet staan, zijn de mensen die dat bedrag mogen ophoesten van u. Want u praat zo makkelijk over lastenverzwaringen. U praat over lastenverzwaringen alsof die niet door mensen moeten worden opgebracht maar door dingen. Kunt u daar ook even op reflecteren? De VOORZITTER. De heer Vonk. De heer VONK (cu). Voorzitter, ik reageerde op het punt dat mevrouw Van Groningen zei: de Rotterdammer betaalt de rekening niet, terwijl we ook met elkaar constateren dat de Rotterdammer wel degelijk de rekening betaalt, maar bepaalde Rotterdammers. En dan concludeer ik: o, dan ziet u die dus niet staan. Dat is mijn eerste reactie. Daar reageerde ik op. Het tweede is, u zegt: alsof het zo makkelijk is om de lasten te verhogen. Ik heb het over die 1,5% logiesbelasting. Ja inderdaad, dat is haalbaar. Dat is prima haalbaar en leg mij anders maar eens uit dat ondernemers diep getroffen worden, dat we banen verliezen als we 1,5% logiesbelasting gaan verhogen.
Dat is echt niet realistisch. De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja voorzitter, ik denk dat we binnenkort CPBdoorberekeningen moeten hebben eigenlijk om dit soort gevolgtrekkingen. Moeten we dat misschien
raadsvergadering van 9 en 11 juli 2024
Notulen pagina
1164
doen? Nee, ik wilde even reageren op wat mevrouw Van Groningen zei in een van de bijzinnen, om te voorkomen dat die zorg onbetaalbaar wordt. Nu hebben wij hier natuurlijk recent meerdere debatten gehad met de verantwoordelijk wethouder Zorg, die eigenlijk ook, en dat snap ik, want het is voor iedere gemeente in het land extreem ingewikkeld, met de handen in het haar zit en zegt: ik heb eigenlijk nauwelijks knoppen om aan te draaien om die zorgkosten enigszins binnen de perken te houden. Het enige wat hij daarbij concreet zei, was eigenlijk: ik heb die preventie keihard nodig. Die preventie zit in dat voorveld. En precies wat er in deze Voorjaarsnota gebeurt is nu juist met die kaasschaaf die u hanteert, dat u die preventie in dat voorveld keihard aanpakt. Wat vindt u dan dat er nog voor knoppen over zijn voor de wethouder verantwoordelijk voor zorg om die kosten betaalbaar te houden, zoals u zelf wenst? De VOORZITTER. Mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd). Ja voorzitter, dank. Ik ben het college niet, dus wellicht dat we deze vraag in ieder geval aan het college kunnen stellen, want ik heb daar nu geen antwoord voor u op. Ik deel uw mening dat ik het moeilijk vind dat we daar die keuzes maken en dat is ook de reden waarom we in ieder geval die motie van Leefbaar Rotterdam ondertekend hebben. De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn.
De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja, met permissie, maar dat vind ik nu net iets te makkelijk. Want ik stel de vraag aan u hè, want we hebben hier een tamelijk inhoudelijk debat tot nu toe, en ik refereer gewoon aan een debat dat we met de wethouder Zorg hebben gehad waarbij hij klip-en-klaar was. Hij zegt: ik heb dat voorveld nodig, die preventieve maatregelen is de enige knop waar ik aan kan draaien. Met de Voorjaarsnota wordt die knop waar de wethouder aan kan draaien vrijwel weggevaagd. Dat is wat we al weken horen hier ook in de stad en wat in de Voorjaarsnota staat. Daar mag ik u toch naar vragen, vindt u dat dan niet penny wise, pound foolish? Vindt u het niet onverantwoord om die knop uit handen van de wethouder te halen? De VOORZITTER. De heer Ceulemans. De heer CEULEMANS (lr). Ja, het wordt nu wel enigszins karikaturaal op twee gronden. Het voorveld wegvagen, dat is natuurlijk een totale karikatuur, maar dat begrijpt u zelf ook wel. Ik snap dat het een trucje is om te doen. Maar ik noemde u net al, organisaties waar eerst zorgen over waren, Welschen en Herstelacademie blijven gewoon overeind. De wethouder gaat aan de slag met de opdracht om in ieder geval voor volgend jaar de subsidie voor UVV staande te houden. U doet nu net alsof het hele voorveld weggesneden wordt, terwijl natuurlijk het gros ongemoeid blijft. Dat is één.
En twee, u zegt: deze wethouder Zorg heeft geen enkele knop om aan te draaien om de zorgkosten binnen de perken te houden. Deze wethouder is met een gigantische bestuursopdracht bezig die hij samen met het veld tot stand heeft laten komen. U vond eerst allemaal dat het te lang duurde. Toen had het kennelijk zonder het veld gemoeten, bot snijden. Nu ligt die opdracht er, daar is de wethouder mee aan de slag. Dat is iets dat nu loopt. Dat is een totaalproject. En nu zegt u dat hij geen knoppen heeft om aan te draaien. Dat is een gigantische knop waaraan gedraaid is en die nu loopt. De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja goed, ik constateer dat ik de vraag aan mevrouw Van Groningen stel en dat mijnheer Ceulemans antwoord geeft. Hij legt mij ook woorden in de mond. Ik heb niet gezegd dat er geen andere knoppen zijn om aan te draaien. Ik heb gezegd dat de wethouder nu juist zei: ik heb die preventie nodig. Dat is voor mij de belangrijkste knop om aan te draaien. Dat is gewoon een feit, dat is gewoon gezegd. Ja, het voorveld wordt wel degelijk weggevaagd, want met uw 'gratis bier-motie' gebeurt helemaal niets. En u noemt nu één organisatie die u dan zogenaamd wil redden, nogmaals, met een 'gratis bier-motie'. Maar er zijn zo vijf, zes, zeven, acht organisaties op te noemen die gewoon wegbezuinigd worden in deze Voorjaarsnota.
Dat is het voorveld en u heeft het zelf gezegd. Als het eenmaal weg is komt het niet meer terug. Ik constateer voorzitter, dat er geen antwoord komt op mijn vraag en dat snap ik ook. Want er zijn geen knoppen anders om aan te draaien dan die preventie en nogmaals mijn oproep: laten we hier nu de handen ineenslaan als coalitie en oppositie en niet met een 'gratis bier-motie' één organisatie redden.
raadsvergadering van 9 en 11 juli 2024
Notulen pagina
1165
De VOORZITTER. De heer Ceulemans. De heer CEULEMANS (lr). Mag ik eens voor de grap een wedervraag aan de heer Segers-Hoogendoorn stellen? Want hij vindt alles slecht en alles wordt wegbezuinigd en dat is allemaal slecht en dat moet allemaal terugkomen en er mag geen cent ergens van af. Waar wil hij dat van betalen? Ondersteunt u bijvoorbeeld die tegenbegroting die net is ingediend? Of wilt u het op een andere manier doen? De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja voorzitter, mijn termijn komt toch op een moment in het debat dat niemand meer luistert, dus het geeft mij mooi de gelegenheid om daar al iets over te zeggen. De VOORZITTER. Ik luister altijd. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Zoals het ons betaamt als raad denk ik dat ik pas in de tweede termijn eventueel met voorstellen kom, want ik wil eerst kijken wat het debat oplevert. Dus ik ga eerst vragen stellen. Nou ja, ik kan, nogmaals, met uw 'gratis bier-motie' vrij weinig. Ik zal er voor stemmen hoor, want het staat te lelijk om tegen te stemmen. Dat is precies ook waar u op doelt natuurlijk met die motie. Maar goed, die doet verder niets.
Ja, wij hebben bijvoorbeeld gezegd in de commissie, en het is mooi dat mevrouw Van Groningen staat, de verkeersaso-aanpak, niet onbelangrijk, maar in het financiële gesternte waar wij voor staan zou ik denken: temporiseer maar even die verkeersaso-aanpak. Daar haal je tonnen weg en dan kun je daar zes, zeven, acht organisaties in het voorveld mee redden. De VOORZITTER. Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66). Ja voorzitter, ik ben ook wel heel erg benieuwd welke Voorjaarsnota de heer Segers-Hoogendoorn nu precies heeft gelezen, want als ik het goed heb gelezen dan is het niet zo dat het hele voorveld wordt weggevaagd. Er wordt op een heel klein stukje van het totaal aan welzijn en zorg dat we hebben, bezuinigd. Dat is heel vervelend, want we hebben een heel grote opgave. Maar de paradox die wij hier in Nederland misschien al wel twintig jaar hebben, is dat we altijd, te allen tijde, juridisch verplicht zijn om de zorg te leveren die de Rotterdammers nodig hebben. En ja, dat betekent dat je daarnaast ook de juridisch niet-verplichte preventieve maatregelen wilt leveren. Maar op het moment dat je te maken hebt met een begroting die je sluitend wilt krijgen, dan betekent het dat je moet gaan snijden in de zaken die niet juridisch verplicht zijn en dat betekent ook dat wij ervoor kiezen dat alle Rotterdammers die die zorg nodig hebben, het zullen blijven krijgen.
Dat is het uitgangspunt dat wij hier altijd met elkaar hebben afgesproken, altijd herhalen, ja, en dat betekent ook dat het heel erg vervelend is dat we bepaalde preventieve maatregelen helaas niet meer kunnen doen, maar het betekent wel dat alle Rotterdammers hier in deze stad altijd de zorg krijgen die ze nodig hebben. De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja voorzitter, een geweldig verhaal en een geweldige definitie van de term penny wise, pound foolish. Want je moet nu juist voorkomen dat jeugdigen, bijvoorbeeld bij de jeugdhulp, die nu nog niet in de jeugdhulp zitten, erin komen. Daar is dat voorveld voor nodig. Daar zijn die zes, zeven, acht organisaties die u wel degelijk wegvaagt met deze Voorjaarsnota voor nodig. Bijvoorbeeld wethouder Versnel heeft gezegd: ik vind de Rotterdamse Douwers een heel belangrijke organisatie. Die is belangrijk in mijn portefeuille. De Rotterdamse Douwers zeggen zelf: wij hebben die mentoringprogramma's want van Stichting Big Friends, die nu nogmaals weggevaagd worden, nu juist weer nodig als voorveld voor die mensen die bij Rotterdamse Douwers komen. En zo hangt dat hele bindweefsel van de stad aan elkaar, mevrouw Maassen via de voorzitter. Dus wat u doet is met uw juridische verhaal, u bent penny wise, pound foolish.
U richt zich alleen op de zorgkosten die u juridisch verplicht bent te betalen, maar u vaagt het voorveld weg waardoor er alleen maar meer jeugdigen in de Jeugdwet komen, waardoor het alleen maar onbetaalbaarder wordt en dat is precies wat het is. Penny wise, pound foolish. Stop met die kaasschaaf, houd deze organisaties in stand. Zoek andere middelen om het te dekken, want dan bewijst u de stad pas echt een dienst. De VOORZITTER. Mevrouw Maassen.
raadsvergadering van 9 en 11 juli 2024
Notulen pagina
1166
Mevrouw MAASSEN (d66). Ja voorzitter, volgens mij miskent u met uw verhaal echt heel veel organisaties die heel veel goeds doen hier in deze stad en die ook bijdragen aan de preventie van die jeugdhulp die geleverd moet worden. Maar uiteindelijk onderaan de streep zeg ik ja tegen iedereen en al die jongeren die die zorg nodig hebben en die dan op een gegeven moment bij de GGZ of de jeugdhulp aankloppen, daar zeg ik ja tegen. En dan kunt u zeggen: dat is een heel juridisch en formeel verhaal, maar ik zeg liever ja daartegen. En u zegt: u heeft uw juridisch formele houding. Nou ja goed, ik zeg: iedereen die er recht op heeft krijgt die zorg hier in Rotterdam, in het bijzonder zelfs de jongeren. De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja voorzitter, en die krijgt dus die zorg, en dat moeten we dus met elkaar betalen. Mevrouw Maassen doet nu net alsof ik zeg dat die kinderen die zorg niet moeten krijgen en dat is nu juist wat ik niet zeg. Mevrouw Maassen, wat ik zeg, via de voorzitter, tegen u, is: regeren is vooruitzien. Wat u doet is eigenlijk alleen maar voor één, twee jaar een financieel probleem oplossen. Andere mensen hebben dat een boekhoudersvoorjaarsnota genoemd. Ik vind dat eigenlijk wel een correcte term, want daarmee schrijft u zwarte cijfers, maar u doet niet aan regeren is vooruitzien.
Dat betekent namelijk zorgen dat de instroom minder wordt. Hoe doe je dat? Door in te zetten op preventie. Dat kost een fractie van de inzet die je moet plegen op de zorg die je moet leveren inderdaad, want daar ben je juridisch aan gehouden. En regeren is vooruitzien zou betekenen dat je jaren vooruitkijkt, dat je weet: ik ga dit nu niet doen, dit is een kaalslag die jaren door blijft dreunen en die alleen maar zorgt voor grotere onbetaalbaarheid en uiteindelijk voorzitter, gaat dat alle Rotterdammers snoeihard raken. De VOORZITTER. Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66). Afrondend, ik ben eigenlijk heel blij dat u aan ons vraagt om vooruit te zien, want dat is namelijk ook wat we met de Bestuursopdracht Zorg hebben gedaan. Daarvoor heeft de wethouder Zorg gezegd: oké, ik zie hier een langetermijntrend, en het is niet elke keer maar één of twee jaar vooruitkijken, zoals in de vorige collegeperiode gebeurde, waarbij we het dan voor een jaar weer voor elkaar hadden gekregen. Nee, wij kijken juist vooruit en we zien wat er gebeurt in die zorg. En daar moeten we ook inderdaad pijnlijke maatregelen nemen. Dat is niet makkelijk. Onze bevolking vergrijst, juist ook in Rotterdam. En we weten dat in Rotterdam veel kwetsbare mensen wonen die dat allemaal nodig hebben. En dat is wat wij doen. De VOORZITTER. Mijnheer Kind. De heer KIND (volt). Ja, dank u wel voorzitter.
Ik denk dat het belangrijk is om de cijfers er gewoon even bij te halen, want als we kijken naar het aantal vrijwilligers in Rotterdam, die nemen af. De afgelopen jaren, we hebben een omnibusenquête, ik nodig iedereen uit om daarnaar te kijken, dat neemt af. Tegelijkertijd nemen de personeelstekorten gigantisch toe. De wachtlijsten nemen toe. Dus we kunnen de zorg niet blijven organiseren zoals we het op dit moment doen. Dat is zo in de jeugdzorg, ook binnen de WMO. En we hebben de Bestuursopdracht Zorg en als we die gaan bekijken, we hebben die pas nog vastgesteld, dan staat eigenlijk in ongeveer elke alinea: we gaan die verschuiving maken naar het voorveld, naar het sociaal domein, naar die informele organisaties. Die moeten we versterken. We moeten erin gaan investeren. Er staat nu continu trouwens ook, naar mevrouw Maassen, we moeten zorg niet meer als recht gaan zien maar we moeten het op een andere manier gaan benaderen. Dat betekent dat we moeten gaan kijken naar die informele organisaties. En wat ik heel treffend vond, tijdens de inspreekbijdrage, ook tijdens de Voorjaarsnota, kwam de Unie Van Vrijwilligers. Die had alles mooi doorgerekend. 1850 vrijwilligers, 624.000 uur per jaar. Als je dat gaat omrekenen naar het minimumloon van € 13,87 kom je op € 8 miljoen per jaar uit.
Ga je daar nog cao-lonen in de zorg tegenover zetten, dan is dat € 17,8 miljoen aan vrijwilligerskosten als je ze zou omrekenen naar normale reguliere uren. Dat betekent dat als wij deze vrijwilligers niet meer gaan ondersteunen, als zij die uren niet meer kunnen leveren, want wij weten hoe kwetsbaar vrijwilligerswerk is, dat weten we allemaal omdat we een politieke partij hebben, dan weet je dat als je daar geen aandacht aan besteedt, als je die mensen niet goed matcht, als je er niet voor zorgt dat alles goed geregeld is, dat er geen trainingen geregeld zijn, als je al die investeringen niet doet, dan vallen die organisaties om. Want je kunt spreken over cofinanciering, maar als die cofinanciering wegvalt aan een deel van de gemeente heb je nog steeds je vaste lasten. Je hebt je gebouwen, je hebt je personeel dat soms vaste contracten
raadsvergadering van 9 en 11 juli 2024
Notulen pagina
1167
heeft. Die organisaties gaan omvallen, dat is ook meerdere keren gezegd. Dan gaan wij dus snijden in die informele organisaties, in dat sociale vangnet in de stad en dan gaan de zorgkosten ongelofelijk hard stijgen de komende jaren. En daar kunnen we lang of kort over praten, maar dat is wat er gaat gebeuren. Dus wat lastenverzwaringen aan de ene kant krijgen we op zo verschrikkelijk veel manieren terug. En als je de zorg echt toekomstbestendig wilt maken dan moeten we er nu voor kiezen om die organisaties uit de brand te helpen en voor structurele financiering te gaan zorgen voor de komende tien tot vijftien jaar. De VOORZITTER. Dat is niet een interruptie, een hele bijdrage in de eerste termijn. Ik weet niet of mevrouw Elfilali daar blij mee is. De heer Engberts. De heer ENGBERTS (pvda). Ik dacht, dan stel ik een paar vragen aan mevrouw Van Groningen, want ik vond het eigenlijk wel mooi, ze had al een paar keer gezegd dat niet elke hulpvraag een zorgvraag is. U gaf ook toe, via de voorzitter, dat er eigenlijk veel meer aan preventie moet gebeuren en dat u daarom het voorstel van Leefbaar Rotterdam ondersteunt. Eigenlijk denk ik, dan moet er toch veel meer gebeuren? En ik begrijp ook dat mevrouw Van Groningen niet graag de lastenverzwaring voor het bedrijfsleven inzet, maar we kunnen natuurlijk ook gewoon € 1 miljoen sociaal rechercheurs wegstrepen.
Die staat ook in ons amendement. Aantoonbaar een mislukking. Want het heeft niets meer opgeleverd aan resultaat waar het voor bedoeld was. Dus als we het nu hebben over efficiënter werken dan kunt u die € 1 miljoen perfect inzetten. Dan heeft u meteen de UVV. Ik zit even te kijken wat u nog meer allemaal wel niet kan redden. Dus ik vraag me eigenlijk af waarom u daar dan niet voor kiest, als u zegt: ik vind preventie zo belangrijk. Dan gaan we dus een betere motie maken dan die er nu ligt. Dan hebben we meteen de dekking erbij en u kunt ook nog een paar andere dingen in dat domein redden. Dan bent u goed bezig. Ik ben benieuwd of u dat ook zo vindt. De VOORZITTER. Mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd). Ja, dank u voorzitter. U weet dat wij fraude in de bijstand enorm onrechtvaardig vinden. Een Rotterdammer mag ervan uitgaan dat wij de belastingcenten die wij innen ook op de juiste manier inzetten en dat mensen daar geen fraude mee plegen. Maar de vraag terug, heeft u dan het idee dat de sociaal rechercheurs waar u het over heeft niet effectief zijn? De VOORZITTER. De heer Engberts. De heer ENGBERTS (pvda). Ja, dat idee heb ik inderdaad. Zo heb ik hem ook eigenlijk terug gehoord van de wethouder, maar die zal er vast een ander verhaal over hebben. Ik heb het wel zodanig geïnterpreteerd. Maar wat ik belangrijk vind, is om de dingen ook naast elkaar te zetten.
Ik vind het wel belangrijk, wij zijn superkritisch geweest natuurlijk vanaf het begin af aan om die intensivering erin te doen, omdat wij fraude wel belangrijk vinden, maar dat we die € 3,5 miljoen die er al in zat, genoeg vinden en dat we denken dat we op een andere manier met de onderbuikgevoelens van onze stad om moeten gaan. Ik kom even terug bij het punt dat ik wil maken. We wegen de dingen natuurlijk altijd af. Vindt u nu dat die € 1 miljoen extra sociale recherche noodzakelijk is en dat we daarmee een aantal dingen in het preventiedeel laten zitten of gaat u met ons mee en zegt u: ik vind die preventie eigenlijk inderdaad belangrijker. Dat heb ik net ook gezegd. En dan, put your money where your mouth is, dan gaan we ervoor zorgen dat we de UVV meteen gered hebben. We hebben de dekking al en we kunnen ook nog een aantal andere dingen doen. De VOORZITTER. Mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd). Ja, dank u voorzitter. Ja, er wordt hier lekker selectief geshopt door PvdA. Ik hoor iets, denk ik, mogelijkerwijs. Nou, laat ik u uit de droom helpen. Die sociaal rechercheurs zijn hartstikke effectief en wij vinden het ook belangrijk, want bijstandsfraude is gewoon onrecht en dat kost gewoon geld van onze gemeenschap, van onze Rotterdammer die belasting betaalt.
Dus natuurlijk gaan we daar niet op bezuinigen, maar laten we ook de vraag maar aan de wethouder stellen hoe het zit met de cijfers want ik heb het idee dat we namelijk veel meer fraudegevallen aan het licht hebben gekregen dit jaar, maar het antwoord is aan het college. De VOORZITTER. De heer Engberts.
raadsvergadering van 9 en 11 juli 2024
Notulen pagina
1168
De heer ENGBERTS (pvda). Natuurlijk, hoe meer je daarop inzet, hoe meer fraudegevallen je natuurlijk opspoort en naar boven krijgt. Dat snap ik ook wel, maar het is een keuze. Waar leg je de lat? En ik begrijp dus dat de VVD liever de Rotterdammer nog verder achter de broek zit en nog meer, nog meer, nog meer wil kijken of ze fraude kunnen opsporen en liever dat doet dan dat we ervoor zorgen dat de UVV gered wordt en dat nog een aantal andere, jongerentrajecten, de mentoringsubsidies, Stevige Start, u kunt het allemaal doen, maar u kiest liever daarvoor. Helder. De VOORZITTER. Mijnheer Ceulemans. De heer CEULEMANS (lr). Ja voorzitter, ik vind de Rotterdammer achter de broek zitten wel echt een bizar frame moet ik zeggen. De Rotterdammers die wij achter de broek willen zitten zijn Rotterdammers die frauderen met hun bijstand. En door wie wordt die bijstand opgebracht? Die wordt opgebracht door hardwerkende Rotterdammers. Mensen die elke maand moeite hebben om rond te komen, uw achterban, of ik moet zeggen uw vroegere achterban, moet dat belastinggeld ophoesten. Daarmee worden bijstandsuitkeringen uitgekeerd. Wij willen er alles aan doen om te voorkomen dat daarmee gefraudeerd wordt. Iedere inzet daarop is hartstikke goed. U noemt het Rotterdammers achter de broek aan zitten. Dat laat zien hoe ver u bent afgedreven van uw oorspronkelijke idealen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd).
Ja voorzitter, zo ken ik de PvdA weer, mij lekker woorden in de mond leggen. Wij vinden het gewoon belangrijk om fraude aan te pakken, net zoals we het overigens belangrijk vinden om overlast aan te pakken, want er zijn genoeg ergernissen in deze stad waar de Rotterdammer zich aan stoort. Voorzitter, ik ga verder met uw goedvinden. We zijn namelijk als Rotterdamse VVD blij dat dit college geen extra lastenverhoging bij Rotterdammers of bedrijven neerlegt. Het is een beetje onrustig in de zaal. We halen tijdelijk geld uit onze eigen spaarpot en stoppen het dan ook zo snel mogelijk weer terug. En om ervoor te zorgen voorzitter dat we deze afspraak ook echt nakomen, wil de Rotterdamse VVD een garantie inbouwen met de volgende motie en die noemen wij ꞌDe Rotterdamse Zalmnormꞌ. Die vraagt om geen euro meer te lenen dan strikt noodzakelijk. De VOORZITTER. Mijnheer Vonk. De heer VONK (cu). Ja, ik heb de motie nog niet gezien hè, dus ik ga hem bekijken. Maar gewoon even een vraag. Is dit een motie met een uitspraak van de raad die ongeveer dezelfde status heeft als de uitspraak die we hebben gedaan over de inzet van RIM-gelden, die we niet gaan gebruiken voor het oplossen van begrotingstekorten? Heeft het een beetje dezelfde status? Dan weet ik een beetje hoe ik die motie moet interpreteren. De VOORZITTER. Mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd).
Voorzitter, wij denken dat het tijdelijk lenen uit onze eigen spaarpot, dat wij als overheid onze eigen boontjes doppen, wij onze verantwoordelijkheid nemen voor het financiële beleid, een goede keuze is. Ik vind alleen dat we dan ook de verantwoordelijkheid hebben om dat geld zo snel mogelijk terug te betalen en dat is wat deze motie vraagt aan het college, om daarop in te zetten. Want ik deel ook helemaal de mening van mevrouw Maassen, wij moeten er gewoon voor zorgen dat we het hier goed regelen. Wij willen niet onder curatele gesteld worden, dus we gaan ook niet mee in een frame dat we een niet-gedekte begroting gaan indienen. We moeten dat hier goed regelen. De VOORZITTER. De heer Vonk. De heer VONK (cu). Nee, dat begrijp ik, maar goed, ik wilde hem even in de context van die vorige uitspraak van de raad plaatsen, die we ook kennelijk gewoon aan onze laars lappen. Dus ja, je kan voor deze motie stemmen, want een volgend college of een volgend jaar zeggen we: we gaan het toch weer anders doen. En dat is een beetje wat u veroorzaakt met het feit dat u gewoon rücksichtslos de afspraken die we met elkaar hebben gemaakt naast u neerlegt. De VOORZITTER. Mevrouw Van Groningen.
raadsvergadering van 9 en 11 juli 2024
Notulen pagina
1169
Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd). Nou ja, voorzitter, ik heb liever dat wij wel een voorbeeld zijn, want wij vragen aan al die Rotterdammers om hun huishoudboekje op orde te hebben. We staan voor een heel moeilijke situatie. We moeten lastige keuzes maken. We hebben nu tijdelijk dat geld nodig. Nogmaals, met de nadruk op tijdelijk, waarbij wij zeggen: er is zelfs rente die wij daarop terugbetalen. Dus we betalen alles netjes in die RIM terug. En wij hebben gezegd: als de komende periode blijkt dat er geld van over is, dan stoppen wij dat terug in die pot waar dat geld vandaan komt. En daar sta ik achter, goed financieel beleid. De VOORZITTER. De heer Van der Velden. De heer VAN DER VELDEN (pvdd). Ja, dank u voorzitter. Ja, goed financieel beleid, ik ken de VVD toch als een partij die altijd zegt: afspraak is afspraak, naar elke Rotterdammer. De motie die u nu indient, wij zijn er allemaal bij geweest. Alle 45 hebben we een raadsbesluit genomen om dat niet te doen. Dat raadsbesluit is nog steeds geldig. Dat ligt er. En dan zegt de VVD nu het hen eventjes uitkomt, wij houden ons niet meer aan de afspraak, wij gaan weer een nieuw regeltje verzinnen. Zo ken ik de VVD niet. Waarom nu wel ineens? De VOORZITTER. Mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd). Voorzitter, wij halen het geld als lening uit de RIM, dus we betalen het ook weer terug.
Dat is iets heel anders dan dat we dat ergens verkwisten. Maar u weet natuurlijk net zoals ik dat om het huishoudboekje goed op orde te krijgen, we in deze situatie lastige keuzes moeten maken. Wij willen niet de belastingen verhogen voor bedrijven of voor Rotterdammers. En het is niet zo makkelijk om zomaar ergens geld vandaan te halen. Heel veel zaken die wij in een begroting hebben zitten zijn meerjarig geregeld. Daar kun je niet opeens een streep doorheen zetten. Dus om met elkaar te zorgen dat we dit toch regelen hebben we gezegd: laten we dan lenen in plaats van een nietvolledige begroting hier neer te leggen. Wat voor een beeld denkt u dat dat aan de Rotterdammers is? Ik kan beter zeggen: dat hebben we uit onze eigen spaarpot gehaald. Dat doen we tijdelijk en daarna betalen we het terug en dat vraagt deze motie. De VOORZITTER. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Ja maar voorzitter, omdat we daar dus nog geen raadsbesluit over hebben genomen, leg je hier nu een niet-complete begroting neer. Dat is eigenlijk wat we doen. Want we hebben een kader waar nadrukkelijk in staat dat de verkoopopbrengst niet gebruikt mag worden voor het oplossen van begrotingsknelpunten en dat wordt nu wel in dit voorstel gedaan. Dat klopt toch gewoon simpelweg niet? De VOORZITTER. Mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd).
Ja voorzitter, maar u weet net zo goed als ik dat we niet zomaar overal op kunnen bezuinigen en dan moet je wel een oplossing bedenken als je daar niet mee de lasten nog verder wilt verzwaren bij de Rotterdammers. En laten we wel wezen, uiteindelijk is besturen ook een langetermijnvisie. Het is een soort olietanker die je niet van de ene op de andere dag 180 graden draait. En het antwoord van het college daarop is: wij doen nu dit, daar betalen we ook rente over, en uiteindelijk betalen we het terug. En ik vind het belangrijk dat we dat ook echt doen en dat mag u van mij verwachten. De VOORZITTER. De heer Van der Velden. De heer VAN DER VELDEN (pvdd). Ja voorzitter, ik heb een beetje een déjà vu, en daarvoor is het altijd fijn als er nog een beetje geheugen in de raad is want het doet me zo sterk denken aan die gelden van de AVR. Weet je wel, we pakken het maar, we stoppen het weer in een potje, en dan onder het mom van: we lenen het, we geven het terug. Nee, wij hebben geleerd van de AVR-affaire. Daar hebben we van geleerd dat we dat geld niet weggeven. Dat is leergeld dat we allemaal betaald hebben. Dat geld is foetsie. En wat doet de VVD? We hebben er niets van geleerd. We gaan het gewoon weer uitgeven. Ik vind het echt onverantwoord dat u deze motie indient. De VOORZITTER. Mevrouw Van Groningen.
raadsvergadering van 9 en 11 juli 2024
Notulen pagina
1170
Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd). Ja voorzitter, dat zijn uw woorden. Wij hebben gezegd: als het een lening betreft, en wij zijn net zo kritisch geweest als alle andere mensen hier in de raad tijdens de behandeling bij BOFV, We hebben ook de wethouder echt bevraagd of dit inderdaad een lening is en of we dit gaan terugbetalen. Het antwoord daarop was ja. Wij willen een extra garantie inbouwen dat we financiële meevallers die er de komende tijd zijn, dan ook inzetten om dit echt terug te betalen. De VOORZITTER. De heer Ceulemans. De heer CEULEMANS (lr). Ja voorzitter, de heer Van der Velden heeft het over fijn als er nog wat geheugen zit. Er zit bij mijn kant niet zoveel geheugen, ik loop hier twee jaar rond. Maar ik heb wel geheugen aan eerdere commissievergaderingen die ik deze periode heb gehad. En daarin is de Partij voor de Dieren nota bene die ervoor pleit om bij de Eneco-middelen überhaupt het hele revolverende karakter ervan af te nemen. Dus dan wordt er niet eens gezegd: je mag er niets uithalen om het terug te betalen. Er wordt gezegd: nee, je mag er gewoon alles uit halen zonder terug te betalen. Dat mag uitgegeven worden aan ieder doel dat het college wil. Ik heb nota bene uw commissielid daar moeten vertellen, dat doen we onder andere om u te beschermen, om te voorkomen dat een college in één periode honderden miljoenen aan eigen hobby's kan uitgeven.