20240620- Notulen van de raadsvergadering van 20 juni 2024
Tekst van het document
Onze jongeren verdienen onze aandacht "De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 20 juni 2024 ter bespreking van 'Voortgangsrapportage armoede en schulden 2024';
raadsvergadering van 20 juni 2024
Notulen pagina
1068
constaterende dat: - volgens de Minima Effect Rapportage 2024 bijna alle onderzochte huishoudtypen er in 2024 in meer of mindere mate op vooruit gaan ten opzichte van 2023; - de enige groep die op basis van de MER niet voldoende rond kan komen, zelfstandig wonende jongeren tot 21 jaar zijn die niet op de onderhoudsplicht van hun ouders kunnen terugvallen; - de lopende 4-jarige leerstoel Kinderarmoede wordt uitgevoerd door de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Hogeschool Rotterdam; - de eerste onderzoeksresultaten en aanbevelingen voor de gemeente volgen begin 2025; overwegende dat: - de MER de kanttekening maakt dat alleen het rijk dit tekort kan aanpakken omdat het rijk gaat over inkomensbeleid; - we als volwassenen de gezamenlijke en gedeelde verantwoordelijkheid dragen voor de kinderen in onze samenleving; - jongeren vaker buiten de boot vallen van regelingen; - het Armoedefonds bedoeld is voor kinderen t/m 18 jaar; - het Kinderarmoede-onderzoek gericht is op kinderen en de eerste resultaten pas volgend jaar bekend zijn; - de jongeren van vandaag de kinderen van gisteren zijn; - het perspectief van onze jongeren een directe doorkijk is naar de toekomst van onze samenleving; verzoekt het college: - om te onderzoeken in hoeverre aanvullende, eventueel tussentijdse, maatregelen mogelijk zijn om deze groep jonge kwetsbare Rotterdammers een beter perspectief in onze stad te
bieden; en gaat over tot de orde van de dag." w.g. S. Reitema, M.Y. Morkoç, T. Kind en S. van de Peppel De moties zijn voldoende ondersteund en maken deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER. Wie mag ik het woord geven? Mevrouw Van de Peppel. Mevrouw VAN DE PEPPEL (pvdd). Geen enkel leven voegt zich naar de mediaan van een statistisch model. Dat zijn de wijze woorden van koning Willem-Alexander. Achter de zogenaamde gemiddelden, achter de cijfers, achter de rekenkundige modellen gaan mensenlevens schuil. Mensen, van jong tot oud, die op standje overleven staan omdat men worstelt met het veelkoppige monster armoede. Ik ga vandaag dan ook pleiten om verder te kijken dan alleen maar naar gemiddelden. Alhoewel een nuttige indicatie gaat hier een hele wereld achter schuil met echte mensen en situaties die ver van dit gemiddelde afstaan. De gemiddelde Rotterdammer bestaat niet en burgers herkennen zich vaak niet in een koud gemiddelde. Rotterdam is divers. De problematiek is divers. En het is belangrijk dat onze indicatoren hier meer rekening mee gaan houden. Daarom dienen wij na de bijdrage de motie ꞌDatagedreven armoedebudget uitgevenꞌ in, zodat we kunnen checken of we onze middelen wel effectief inzetten.
Komt het wel bij de juiste Rotterdamse huishoudens terecht? Zijn dat nu de huishoudens die het echt nodig hebben? En om te illustreren wat dat voor ons beleid kan betekenen het volgende voorbeeld met zo dadelijk bijbehorende motie. We zien in het rapport van het Nibud dat jongeren van 18 tot en met 21 jaar structureel maandelijks tekortkomen in bepaalde financiële situaties, voornamelijk wanneer zij niet kunnen terugvallen op de onderhoudsplicht van de ouders. Dit betekent dat zij een doelgroep zijn die juist onze aandacht vraagt en wij bieden hiervoor te weinig aan naast het … dat alsnog niet het gewenste effect oplevert. Zolang onze eigen medewerkers jongeren in een precaire financiële situatie adviseren om in te schrijven bij een opleiding, om zo aanspraak te kunnen maken op een bijdrage van DUO, let wel: een schuld, is het eind van bestaansonzekerheid zoek. Dit zijn onze aankomende leerkrachten, zorgmedewerkers, havenarbeiders. We roepen hard dat we ze nodig hebben, maar we laten ze gewoon keihard vallen. Hierbij dienen we een oplossing in, ꞌJongerentegoed, hoe je bestaanszekerheid beïnvloedtꞌ, die meteen illustreert wat onze eerste motie kan betekenen. Dank u wel voorzitter. De VOORZITTER. Mevrouw Van de Peppel heeft de volgende moties ingediend.
raadsvergadering van 20 juni 2024
Notulen pagina
1069
Motie 4. Datagedreven armoedebudget uitgeven "De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 20 juni 2024, ter bespreking van de monitor Armoede en schuldhulpverlening; constaterende dat: - er data beschikbaar zijn vanuit het CBS, het onderzoek van het Nibud, Rapport Update Minimaeffectrapportage en lokaal geïnitieerde onderzoeken; - deze data overgenomen worden in de monitor Armoede en schuldhulpverlening; - deze data effectiever ingezet kunnen worden wanneer men de data analyseert; - de gemeente beperkte financiële middelen heeft om in te zetten; overwegende dat: - een datagedreven analyse een ondergrond kan zijn om de financiële middelen effectief in te zetten; - we krijgen wat we kregen als we doen wat we deden; in dit geval laten de data zien dat er een stabiel gemiddelde is vanaf 2015; - wanneer we een data-analyse maken, we kunnen checken of we onze ingezette middelen effectief inzetten; - wanneer we een data-analyse maken, we kunnen checken of we wel echt de huishoudens bereiken die het het hardst nodig hebben; verzoekt het college: - de beschikbare data te analyseren en duiden in meer dan een maatstaf dan één gemiddelde (mediaan); - door daarnaast inzicht te geven in de spreiding rond dit gemiddelde, zoals in zogenaamde boxplots; - de gemiddelden en spreiding uit te splitsen naar verschillende huishoudtypes voor zover bekend zoals naar inkomensbron,
inkomenshoogte, alleenstaande versus paren, gezinnen met en zonder kinderen, gezinnen onder en boven de AOW-leeftijd; zie de 10 gedefinieerde huishoudtypes door het Nibud; - en dit te rapporteren aan de raad; en gaat over tot de orde van de dag." w.g. S. van de Peppel, S. Reitema, M.R. van Campenhout en M.Y. Morkoç Motie 5. Jongerentegoed, hoe je bestaanszekerheid beïnvloedt "De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 20 juni 2024, ter bespreking van de monitor Armoede en schuldhulpverlening; constaterende dat: - Rotterdam op dit moment inkomensondersteuning biedt aan gezinnen met kinderen (het Jeugdtegoed) en gepensioneerden (het AOW-tegoed) met een minimuminkomen; - uit de Minima-effectrapportage van het Nibud blijkt dat deze groepen relatief gezien positievere bestedingsruimtes hebben dan andere minimumgezinnen;
raadsvergadering van 20 juni 2024
Notulen pagina
1070
voorts constaterende dat: - jongeren in de leeftijd van 18 tot en met 21 jaar zelfs een fors negatieve bestedingsruimte hebben;
overwegende dat: - de budgetten voor inkomensondersteuning in Rotterdam effectiever ingezet kunnen worden, wanneer er meer datagedreven naar de inkomenspositie van verschillende typen huishoudens gekeken wordt; - de gemeente financiële middelen heeft die ze in kan zetten om de bestaansonzekerheid die jongeren van 18 tot en met 21 jaar opbouwen zonder financieel vangnet van hun ouders te verkleinen; verzoekt het college: - de mogelijkheden tot een Jongerentegoed te verkennen en nader uit te werken gelijkend aan het Jeugdtegoed; - in dit tegoed rekening te houden en als voorwaarde te stellen: - jongeren in de leeftijd van 18 tot en met 21 jaar zijn en zelfstandig wonen en niet kunnen terugvallen op de onderhoudsplicht van hun ouders; - jongeren in de leeftijd van 18 tot en met 21 jaar die gebruik moeten maken van de bijstand of een ander laag inkomen hebben, gedefinieerd als lager dan 130% van het geldende sociaal minimum; - verschillende opties uit te werken voor de dekking van de kosten van dit Jongerentegoed, waaronder een herverdeling van budgetten tussen AOW-tegoed, Jeugdtegoed en het Jongerentegoed, zodat de maandelijkse bestedingsruimte eerlijker verdeeld is tussen deze groepen; - het Nibud vragen om deze opties door te rekenen op de gevolgen voor de maandelijkse bestedingsruimte van deze groepen; - de gemeenteraad hier voor de bespreking van de begroting over te
informeren; en gaat over tot de orde van de dag." w.g. S. van de Peppel, S. Reitema, M.R. van Campenhout en M.Y. Morkoç De moties zijn voldoende ondersteund en maken deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER. Wie mag ik het woord geven? Mijnheer Vonk. De heer VONK (cu). Dank u wel voorzitter. Ik ga geen moties indienen maar ik zou nog wel een vraag willen stellen aan de wethouder en dat gaat over het jongeren-en-schuldenplan, dat we heel recent kregen. Ik heb even overwogen: moeten we niet een regulier debat gaan voeren, want ik heb veel vragen. Maar dat was allemaal last minute informatie voor mij, en ik dacht: dat gaan we maar niet doen. Dus ik laat het bij een enkele vraag en ik vertrouw erop dat er nog een moment komt dat we dit kunnen bediscussiëren, bedebatteren. Het gaat over het volgende. Het Perspectieffonds is natuurlijk ongeveer een jaar geleden gestopt door dit college. Dat betekent dat een groep jongeren die lage aflossingscapaciteit hebben maar wel problematische schulden, dat instrument niet meer krijgen. Nu is mijn vraag eigenlijk, want met JES zie ik dat er nu wel een instrument komt, maar voor een kleinere doelgroep. Zo lees ik dat in de stukken.
Maar de groep die nu dus niet bediend wordt maar wel onder die oorspronkelijke doelgroep valt, raakt die niet uit beeld en gaat de wethouder ook blijven onderzoeken of voor deze doelgroep er ook extra instrumenten komen om deze groep wel te helpen? Dat eigenlijk omdat ook de wethouder van toen heeft gezegd: die totale doelgroep mag niet tussen wal en schip vallen. Dus vandaar mijn vraag of die belofte ook gestand wordt gedaan. De VOORZITTER. De heer Coşkun.
raadsvergadering van 20 juni 2024
Notulen pagina
1071
De heer COŞKUN (sp). Voorzitter, we hebben het vaker helaas nog over armoede in de stad. En armoede is een veelkoppig monster, met veel oorzaken en veel gevolgen. Je bent arm omdat je verslaafd bent, je bent verslaafd omdat je arm bent en noem allemaal maar op. We hebben het er in de commissie uitgebreid over gehad. Dit is een voortgangsrapportage. De wethouder weet dat er een deltaplan tegen armoede in de maak is, samen met de wijkraden, met allerlei bewoners in de stad, onder leiding van Warm Rotterdam. We hebben het er in de commissie ook over gehad, mijn vraag is een beetje, we hebben nu de Voorjaarsnota. Dat deltaplan wordt nu overal in de stad besproken. In de zomer gaan uw ambtenaren weer de begroting maken. Kunnen we iets van dat deltaplan al terugzien in de begroting 2025, die u in september presenteert en die wij in november gaan vaststellen, of kunnen we daar op een of andere manier samen met uw ambtenaren wat organisatorische boost aan geven zodat het deltaplan er ook komt, dat gedragen wordt door alle bewoners in deze stad? De VOORZITTER. Dank u wel. Andere sprekers? Mevrouw Morkoç. Mevrouw MORKOÇ (gl). Voorzitter, ik val vandaag even in voor mijn collega-raadslid Vlieger en ik heb ook van haar een tekst ontvangen.
Vijf keer een uitverkocht Ahoy, dat is hoeveel mensen er in Rotterdam leven in armoede, of tenminste, dat is hoeveel mensen er onder de 110% van het wettelijk sociaal minimum leven. Het totaal aantal mensen dat niet mee kan doen in onze samenleving en moeite heeft met rondkomen is vele malen groter. Uit rapportages valt te lezen dat we er duidelijk nog lang niet zijn om deze groep mensen weer mee te laten doen in de samenleving. De grootste zorg ligt bij de groep jongeren die geen ondersteuning van hun ouders of verzorgers kunnen krijgen. Hun inkomen is laag, ze kunnen bijna nergens aanspraak op maken en als ze ergens recht op hebben vragen ze het vaak niet aan. De jongeren van nu, de volwassenen van de toekomst. We steunen dan ook van harte de moties van PvdA en D66 om voor deze groep op te komen en ze te helpen, maar de cijfers die we krijgen zijn gebaseerd op een schijnrealiteit. De cijfers gaan uit van een sprookjesscenario, dat een persoon in armoede alle regelingen waar deze recht op heeft aanvraagt en geen onverwachtse, onvermijdelijke hoge rekeningen heeft, zoals hoge huur of hoge energierekening. Dit geeft een slecht beeld van de werkelijkheid. Daarom dienen wij deze motie in, met de oproep om te onderzoeken hoe we bij de volgende MER een meer representatieve rekenmethode kunnen gebruiken. Dank u wel. De VOORZITTER. Mevrouw Morkoç heeft de volgende motie ingediend.
Motie 6. Een realistisch beeld maakt realistisch beleid "De gemeenteraad van Rotterdam, bijeen op 20 juni 2024 ter bespreking van agendapunt 7.5 Voortgangsrapportage armoede en schulden 2024; constaterende dat: - de Minima Effect Rapportage (MER) een onderdeel is van de jaarlijkse Voortgangsrapportage van het beleidskader armoede en schulden; - de hoogte van aanvullende inkomensondersteuning wordt gebaseerd en bijgestuurd op de uitkomsten van de MER; overwegende dat: - de resultaten binnen de huidige MER voortkomen uit een te simplistische rekenmethode waarbij wordt uitgegaan van dat men zeer goed met geld kan omgaan, dat men alle inkomensondersteuning aanvraagt waar men recht op heeft en dat men niet of zeer beperkt te maken heeft met onvermijdbare uitgaven zoals een hogere huur of hoge energiekosten; - mensen die (langdurig) in armoede leven door de effecten van deze armoede aantoonbaar en buiten hun schuld om minder goed in staat zijn zeer goed met geld om te gaan; - uit de Voortgangsrapportage armoede en schulden blijkt dat het aanvragen van alle inkomensondersteuning waar men recht op heeft in het merendeel van de gevallen niet lukt/gebeurt; - het onmogelijk is zeer beperkt te maken te hebben met persoonlijk onvermijdbare uitgaven zoals een hoge huur en/of hoge energierekening, zeker in Rotterdam; - deze rekenmethode derhalve een onrealistisch beeld van de financiële
situatie van mensen in armoede laat zien;
raadsvergadering van 20 juni 2024
Notulen pagina
1072
-
een onrealistisch beeld in de MER leidt tot onrealistische besluitvorming inzake de aanvullende inkomensondersteuning; reeds door Nibud, CBS en SCP wordt onderzocht hoe de rekenmethode die gebruikt wordt voor het berekenen van maandsaldo, naar huishoudtype verbeterd kan worden;
verzoekt het college: - vanaf de volgende Voortgangsrapportage armoede en schulden, in samenspraak met het Nibud een MER aan te bieden waarbij de gebruikte rekenmethode zo veel mogelijk representatief is voor de werkelijkheid; en gaat over tot de orde van de dag." w.g. M.Y. Morkoç, S. Reitema en T.S.J. Coşkun De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER. Andere sprekers? Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66). Ja voorzitter, we hebben een goed debat gehad met elkaar in de commissie en de Minima-effectrapportage van het Nibud vind ik echt een bron van nuttige informatie. Ik kijk reikhalzend uit naar de inventarisatie die de wethouder gaat maken over de verschillende regelingen die we hebben in Rotterdam en welke inkomenseisen we daaraan stellen. Ik ben blij dat de wethouder heeft toegezegd dat ze daar ook het advies van het Nibud in gaat meenemen. Ik had een motie in voorbereiding om een klantreis te maken van het proces dat iemand doorloopt in de schuldhulpverlening, maar ik heb begrepen dat daar ook reeds aan wordt gewerkt, dus ik kijk daar ook naar uit. Dan nog twee andere zaken. Dat is namelijk allereest dat uit die rapportage van het Nibud blijkt dat wat een zelfstandig wonende jongere nu ook doet, studeren, werken of een bijstandsuitkering ontvangen, dat ze niet kunnen rondkomen.
De een wat beter dan de ander in die situaties, maar ze kunnen per definitie niet rondkomen. En er is een groep jongeren in Rotterdam die nu eenmaal niet kan terugvallen op de onderhoudsplicht van hun ouders, omdat die ouders ook in armoede leven, chronisch ziek zijn of er andere zaken spelen. Om die reden heb ik een motie, samen met GroenLinks en de PvdA, om in ieder geval te onderzoeken wat we voor deze jongeren zouden kunnen doen. En ik ben heel erg benieuwd wat daar uit gaat komen. En daarnaast is men bezig met een aanvraagmodule, om ervoor te zorgen dat eigenlijk die sprookjeswereld iets meer dichterbij gaat komen, want we willen namelijk dat iedereen gewoon een beroep doet op de regelingen waar ze recht op hebben. En wat daar essentieel in is, wat ons betreft, is ook dat je dan gebruikmaakt van alle landelijke inkomensondersteunende regelingen die er zijn, bijvoorbeeld de AIO of de zorgtoeslag. Ik zou dus heel graag op lange termijn willen zien dat ook die landelijke regelingen met een bepaalde knop of iets in die richting in de adviesmodule komen. Daarom heb ik een motie samen met GroenLinks, PvdA en DENK. De VOORZITTER. Mevrouw Maassen heeft de volgende moties ingediend. Motie 7.
Geef een stem aan jongeren tussen wal en schip "De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 20 juni 2024, ter bespreking van agendapunt 7.5 Voortgangsrapportage armoede en schulden 2024; constaterende dat: - uit de update Minima-effectrapportage (MER) 2024 van het Nibud blijkt dat zelfstandig wonende jongeren die niet kunnen terugvallen op de onderhoudsplicht van de ouders, in alle drie de onderzochte scenario's (ontvangen van bijstand, werken tegen minimumloon en ontvangen van studiefinanciering) niet kunnen rondkomen; - in de MER wordt geconstateerd dat zelfstandig wonende jongeren tot 21 jaar die niet op de onderhoudsplicht van hun ouders kunnen terugvallen de afgelopen jaren niet konden rondkomen; - deze doelgroep zelfs met de aanvullende bijzondere bijstand voor levensonderhoud niet kan rondkomen; - diverse gemeenten experimenteren met een andere aanpak om armoede en schulden bij jongeren tegen te gaan dan wel te mitigeren, bijvoorbeeld door schuldaflossing door een maatschappelijke
raadsvergadering van 20 juni 2024
Notulen pagina
1073
tegenprestatie in Arnhem1 en Helmond2, of door het tijdelijk voorzien van een basisinkomen in Eindhoven3; overwegende dat: - het schrijnend is dat zelfstandig wonende Rotterdammers tot 21 jaar, die niet kunnen terugvallen op de onderhoudsplicht van de ouders, niet kunnen rondkomen, en deze groep vaak tussen wal en schip valt als het aankomt op gemeentelijke regelingen; - het rijk verantwoordelijkheid draagt voor inkomensbeleid, maar de gemeente geen afwachtende rol moet aannemen en ook zelf initiatieven kan optuigen om deze groep te ondersteunen, gezien het feit dat de doelgroep al meerdere jaren niet kan rondkomen en dit kan zorgen voor het ophopen van schulden en de daarbij horende verergering van persoonlijke problemen én gemeentelijke kosten; - deze groep jongeren een stem heeft, maar deze onvoldoende wordt gehoord; verzoekt het college: - de inzichten van de behoeften van zelfstandig wonende Rotterdammers tot 21 jaar die niet op de onderhoudsplicht van hun ouders kunnen terugvallen te gebruiken als basis voor het onderzoeken van creatieve mogelijkheden binnen het armoededomein om deze jongeren vanuit de gemeente te ondersteunen en hier ook de inzichten van andere gemeenten zoals Groningen, Venlo, Eindhoven, Arnhem en Helmond te betrekken; - hierover te rapporteren aan de raad; en gaat over tot de orde van de dag." w.g. A.J.A. Maassen, M.Y. Morkoç en S. Reitema 1
Moen, N. (2024). “Goed voorbeeld – Jongeren lossen schulden af door MDT”, Gemeente.nu, https://www.gemeente.nu/sociaal/goed-voorbeeld-arnhemse-jongeren-lossen-schulden-af-door-mdt/. Geraadpleegd op 14 juni 2024. 2 Plas, A. van der (2023). “Schulden van jongeren afgekocht voor een maatschappelijke tegenprestatie”, Omroep Brabant, https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/4386176/schulden-van-jongeren-afgekocht-voor-een-maatschappelijke-tegenprestatie Geraadpleegd op 14 juni 2024. 3 Velzen, J. van (2023). “Geef kwetsbare jongeren gratis geld en ze krijgen hun leven op de rit”, Trouw, https://www.trouw.nl/binnenland/geef-kwetsbare-jongeren-gratis-geld-en-ze-krijgen-hun-leven-op-de-rit~bec4629c/. Geraadpleegd op 14 juni 2024.
Motie 8. Echt álles op één plek "De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 20 juni 2024 ter bespreking van agendapunt 7.5 Voortgangsrapportage armoede en schulden 2024; constaterende dat: - de gemeente voornemens is, zoals te lezen in de Voortgangsrapportage armoede en schulden van mei 2024, een toegankelijke, digitale adviesmodule te ontwikkelen waar Rotterdammers kunnen inzien op welke gemeentelijke inkomensondersteunende regelingen zij eventueel recht hebben; - de landelijke overheid ook diverse inkomensondersteunende regelingen kent, zoals de aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) en zorgtoeslag; overwegende dat: - het web van inkomensondersteunende maatregelingen ingewikkeld is en het bouwen van een overzichtelijke adviesmodule daarom waardevol is; - de diverse bestuurslagen van de Nederlandse overheid en de daarbij behorende inkomensondersteunende regelingen waar iemand mogelijk aanspraak op kan maken niet bijdragen aan duidelijkheid, en het goed is om echt álles op één plek te kunnen vinden voor een hulpvragende Rotterdammer; - iemand die inkomensondersteunende regelingen behoeft zo goed mogelijk moet worden geholpen en het aanvragen van deze regelingen – of ze nu van de gemeente zijn of van het rijk – zo makkelijk mogelijk moet zijn; verzoekt het college:
raadsvergadering van 20 juni 2024
Notulen pagina
1074
-
in de te ontwikkelen advies- en aanvraagmodule op lange termijn te betrekken hoe ook landelijke inkomensvoorzieningen, bijvoorbeeld de AIO, een plek kunnen krijgen in de module zodat mensen eenvoudig de weg kunnen vinden naar zowel gemeentelijke als landelijke inkomensvoorzieningen; hierover te rapporteren aan de raad;
en gaat over tot de orde van de dag." w.g. A.J.A. Maassen, M.Y. Morkoç, S. Reitema en S. Soytekin De moties zijn voldoende ondersteund en maken deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER. Mijnheer Van Campenhout. De heer VAN CAMPENHOUT (bij1). Dank u voorzitter. Momenteel staan we voor een cruciale uitdaging in de strijd tegen armoede in onze stad. Rotterdam is een stad van diversiteit en veerkracht, maar kampt met een groeiende kloof tussen arm en rijk en dit is onacceptabel en vraagt om een directe, krachtige inzet. Armoede is een realiteit van bijna 20% van onze inwoners en dit betekent dat duizenden gezinnen dagelijks worstelen om de eindjes aan elkaar te knopen. Dit met alle gevolgen van dien voor gezondheid, hun onderwijs en toekomstperspectieven. Deze factoren creëren een vicieuze cirkel, waaruit ontsnappen bijna onmogelijk is. Wij ondersteunen daarom de motie die we hebben ondertekend met de Partij voor de Dieren, want door anders te kijken naar deze problemen kunnen we de aanpak ook beter afstemmen voor de groepen die daarop een uitzondering vormen. Dank u voorzitter. De VOORZITTER. Dank u. De heer Soytekin. De heer SOYTEKIN (denk). Dank voorzitter. Ik heb een aantal vragen, geen moties naar aanleiding van het commissiedebat.
We zien dat er op het gebied van het bereiken goede scores worden gehaald als het gaat om de ondersteunende regelingen die er zijn in Rotterdam. IIT blijft daar helaas achter, loopt zelfs terug. Daarbij wordt wel aangegeven het bereik te willen verhogen met een online adviesmodule, waarbij die Rotterdammers dus eenvoudig moeten zien waar ze aanspraak op kunnen maken. Alleen zie ik ook dat dit pas in 2025 eventueel gerealiseerd wordt. Het is al aangekondigd in 2023, zeg ik even uit mijn hoofd. Ik vind het wel heel erg lang duren. Dat is een van mijn zorgen. Dus kan het proces niet versneld worden? En wat gaat de wethouder dan in de tussentijd doen om het bereik van de IIT te verhogen? Dan nog een vraag over jongeren en schulden, JES, maar de heer Vonk was mij al deels voor, dus ik kan een groot gedeelte overslaan. Ik ga ervan uit dat dit nog uitgebreid terugkomt, dus ik denk dat ik die vragen dan bewaar voor later, want ik heb best wel wat inhoudelijke vragen over JES, maar die laat ik nu even gaan. Dan tot slot, in het rapport of een van de rapporten wordt aandacht gevraagd om voor volwassenen ook de sociale participatie te verhogen door bijvoorbeeld activiteiten toe te voegen et cetera, zodat je bijvoorbeeld ook kansen op de arbeidsmarkt kunt vergroten.
En het Nibud-advies is om ook voor die inwoners, vanaf 18 jaar een vergoeding voor sociale participatie te verstrekken en ik ben benieuwd hoe de wethouder naar dit advies kijkt. Tot slot, in de brief geeft de wethouder aan dat Rotterdammers bij de Fietsbank Rotterdam met een inkomen van maximaal 130% gratis een tweedehands fiets kunnen krijgen. Dit is niet helemaal waar, want op dit moment is het alleen voor Charlois en Feijenoord. Ik heb daarvoor ook een motie ingediend, om meer fietsbanken te realiseren in Rotterdam, zodat meer Rotterdammers hier gebruik van kunnen maken. Die motie is nog niet afgedaan, dus ik zou de wethouder willen vragen om dit samen met waarschijnlijk de nieuwe wethouder, zeg ik dan even, zo snel mogelijk op te pakken. Ik wil dan ook graag weten op welke termijn ik daar een reactie van kan verwachten. Dank. De VOORZITTER. Dank. De heer Becker. De heer BECKER (vvd). Dank u wel voorzitter. De Rotterdamse VVD ziet de voortgang die deze wethouder heeft geboekt op het thema armoede. Steeds meer Rotterdammers weten de weg naar grip op geldzaken te vinden en de Kredietbank en ook naar de schuldhulpverlening, dus daar worden stappen gemaakt. Maar voorzitter, wat in het debat blijft verbazen is hoe vaak de basis uit het oog wordt verloren.
Want wat is nu de duurzame weg uit de armoede? Er wordt veel gesproken over hoe men in armoede belandt, hoe erg het allemaal is. Maar wat doen mensen die niet in armoede leven nu anders? En dat is één ding, en dat is werk. Werk is uiteindelijk de weg uit armoede en laten we die
raadsvergadering van 20 juni 2024
Notulen pagina
1075
feiten onder ogen zien. Bijna de helft van de Rotterdammers die onder 110% van het wettelijk sociaal minimum verdienen, ontvangt een bijstandsuitkering en slechts 1,7% van de werkenden leeft in armoede. En dat cijfer daalt al jaren, die 1,7%. Dat spreekt boekdelen hè. Werk is de sleutel voor armoedebestrijding en het college moet in dezen ook nadrukkelijk inzetten op het stimuleren van werkgelegenheid en economische zelfstandigheid. We zien dat wethouder Versnel daar grote stappen in zet, gezamenlijk met het hele college, maar wij vinden dat echt de kern. Werk is de weg uit armoede. Dank u wel. De VOORZITTER. De heer Ceulemans. De heer CEULEMANS (lr). Dank u wel voorzitter. Van mijn kant twee punten, te beginnen met JES, jongeren en schulden. Dat plopte in de Voortgangsrapportage ineens op als een soort opvolger van het Jongerenperspectieffonds. Bij ons in de fractie krijgt een aantal mensen, onder wie de heer Roskam en ik een rolberoerte als het over het Jongerenperspectieffonds gaat. Het was wat ons betreft heel goed dat er een einde aan kwam en dat dreigt nu ineens een doorstart onder een andere naam te krijgen. Daar was wat onduidelijkheid over. In ieder geval dank voor de brief met de nadere toelichting die wij hebben kunnen krijgen daarover. Dat heeft een aantal zaken wat meer uitgeklaard. Bij mij blijft echter nog wel een bron van zorg de financiering daarvan.
Kan de wethouder daar wat nader op ingaan? En het tweede, en dat is voor ons een heel essentieel punt, een van de belangrijkste bezwaren die wij tegen het Jongerenperspectieffonds hadden, was dat er ook schulden afgekocht werden door de gemeente van jongeren die gewoon verwijtbaar in de schulden waren beland. Jongeren die te belazerd waren om te werken en wel luxe producten willen. Wij vinden het voor deze uitvoering, daar is in de brief verder niets over terug te vinden, essentieel, en het is voor ons ook voorwaardelijk, dat daar een voorwaarde aan verbonden wordt dat jongeren die verwijtbaar in de schulden zijn beland, hier niet voor in aanmerking kunnen komen en al helemaal niet voor het afkopen van schulden. Daar komen we nog nader over te spreken, maar in ieder geval een primaire reactie hierop met begrip voor die voorwaarde. Dan de informele organisaties. Ik heb bij de behandeling van het beleidskader armoede in de raad vorig jaar een toezegging gekregen dat wij nadere informatie zouden krijgen of nadere kaders over de rol van informele organisaties, omdat dat een beetje onduidelijk bleef. Het was duidelijk dat daar meer geld naartoe ging, maar wat nu precies die rol werd, anders dan wat die was, bleef onduidelijk. We hebben die informatie niet voor de behandeling van de Voortgangsrapportage gekregen, waardoor er in de commissie opnieuw wat onduidelijkheid was.
Dus ik wil eigenlijk graag in ieder geval van de wethouder klip-en-klaar horen dat de rol van informele organisaties door dit beleidskader niet anders is geworden dan wat die was, dus dat wij niet meer bevoegdheden en vrijheden geven aan informele organisaties als het gaat om het uitvoeren van gemeentelijk beleid. Dat is één. En twee, ik noemde al even de kaders en voorwaarden. Een bron van zorg, die die zorg bij ons eigenlijk nog verder versterkt, is de manier waarop met informele organisaties wordt omgegaan in het Crisisfonds. Het Crisisfonds wordt deze zomer geëvalueerd en daar komen we dus nog nader over te spreken, maar we zien daar dus bijvoorbeeld dat het ontzettend makkelijk is voor een informele organisatie, namelijk letterlijk op basis van een mailtje, om partner van de gemeente te worden en vervolgens geld van de gemeente te kunnen krijgen om dat verder te verstrekken, dus daar graag een reactie van de wethouder op en in ieder geval ook de garantie dat wat ons betreft dit nog niet een gesloten discussie is. De VOORZITTER. De heer Soytekin. De heer SOYTEKIN (denk). Voorzitter, een verhelderende vraag aan de heer Ceulemans, want ik merk wel dat er een soort obsessiviteit is op het moment dat het gaat om informele organisaties en dat er telkens weer diezelfde vraag wordt gesteld, terwijl het antwoord volgens mij ook vaak is gegeven.
Er gaat niets veranderen, alleen krijgen ze wel meer de mogelijkheid om mensen beter te kunnen helpen. Dus ik begrijp niet zo goed waarom die xenofobe nekharen zeg maar overeind gaan staan op het moment dat we het hebben over informele organisaties. De VOORZITTER. De heer Ceulemans. De heer CEULEMANS (lr). Nou, op het moment dat de heer Soytekin in paniek raakt en wild om zich heen gaat maaien als ik subsidienetwerkjes probeer bloot te leggen dan ben ik denk ik op het goede pad. Waar mijn vrees zit is dat er door de wethouder, Achbar was dat destijds, bij het vaststellen van het beleidskader in de gemeenteraad heel veel gezegd werd over informele organisaties. Die gingen
raadsvergadering van 20 juni 2024
Notulen pagina
1076
veel meer doen. Als ik dan doorvraag dan wordt het wat onrustiger en dan wordt er ineens gezegd dat er eigenlijk niets verandert behalve dan dat er meer geld bij is. Die onduidelijkheid blijft voortbestaan. Ik vind het essentieel dat wij als gemeente neutraal zijn en dat wij geen taken gaan uitbesteden aan informele organisaties en dat gaat in de praktijk met name om levensbeschouwelijke organisaties. Dat is essentieel en ik ga door tot ik daar duidelijkheid in heb, en ik ga ook net zo lang door tot ik voorkom dat hier een netwerk ontstaat van subsidies voor zulke organisaties. De VOORZITTER. Mijnheer Soytekin, u moet er even op letten dat dit geen debat is hè. De heer SOYTEKIN (denk). Nee, ik zal het ook heel kort houden. Want mijnheer Ceulemans geeft eigenlijk het antwoord op zijn eigen vraag in zijn eigen betoog, dat er namelijk inderdaad niets gaat veranderen, dat ze er geen extra taken bij krijgen. Dus ik snap niet zo goed waarom hij die vraag stelt. Misschien om mooie sier te maken, maar goed, dat is u wellicht gelukt. De VOORZITTER. De heer Ceulemans. De heer CEULEMANS (lr). Ik heb twee dingen gevraagd. Ik heb een garantie gevraagd van de wethouder hier ook vandaag in deze raad dat er niets verandert aan de rol van de informele organisaties en dat is een toezegging waar ik dan vervolgens dat heel duidelijk aan kan toetsen.
En ten tweede heb ik gevraagd om kaders en voorwaarden voor wat betreft met welke organisatie we wel en niet in zee gaan. Dat kunnen in de praktijk organisaties zijn die er gedachtegoed op nahouden dat haaks staat op de uitgangspunten van de gemeente. Ik vind dat onwenselijk. En twee, ik heb een voorbeeld genoemd van een crisisfonds waar informele organisaties op basis van één mailtje tot een netwerk kunnen toetreden dat geld van de gemeente kan krijgen. Ik vind het ondoorzichtig, ik vind het heel risicovol en ik blijf het hier tig keer aankaarten hoe vaak u ook gaat staan. De VOORZITTER. De heer Van Campenhout. De heer VAN CAMPENHOUT (bij1). Dank u voorzitter. Gisteren hebben heel veel informele partijen hun inspraak kunnen doen over de manier waarop wij met subsidie omgaan. Mijn vraag aan u is eigenlijk hoe bezwaarlijk het is als wij informele partijen inzetten die het werk goedkoper kunnen doen, beter kunnen doen en altijd in contact staan met ons om het tot een goed eind te brengen. Wat is uw bezwaar daartegen? De VOORZITTER. De heer Ceulemans. De heer CEULEMANS (lr). Ik heb in essentie helemaal niets tegen informele organisaties. Dat zou ook een heel raar standpunt zijn.
Waar ik iets tegen heb is het risico dat de gemeente gemeentelijk beleid gaat uitbesteden aan informele organisaties en dan met name met een levensbeschouwelijk karakter, waar een exclusieve werking van uitgaat. Dat vind ik onwenselijk en dat is mijn punt. De VOORZITTER. De vraag is helder, het antwoord ook blijkbaar. Anderen nog in de eerste termijn? Nee? Wethouder. Mevrouw MOHAMED-HOESEIN (denk) (wethouder). Dank u wel voorzitter. Er zijn door de PvdA niet zozeer vragen gesteld als wel moties ingediend waarbij ik de moties dan ook als eerste wil langsgaan voorzitter. Ik kijk dan naar de motie van de PvdA 'Wij loodsen jou door onze jungle heen'. Ja voorzitter, hoewel ik mij kan voorstellen dat wij heel graag zouden willen werken aan het creëren van een een-opeenhulpverlening waarbij er een koppeling plaatsvindt tussen hulpverlener en hulpvrager en die continu de hulpvrager kan bijstaan. Ja voorzitter, wij zien dat wij met die opdracht al aan de gang zijn. En voorzitter, ik heb geprobeerd om dat ook middels de Voortgangsrapportage duidelijk te maken, dat wij van mening zijn dat er heel veel informele partijen zijn die fungeren als menselijke loods. We zien dat daarbij ook de welzijnspartners aan de slag zijn om mensen te kunnen doorverwijzen op het moment dat zij de behoefte signaleren.
We zien dat er sociaal advocaten ingezet worden via de Vraagwijzer op het moment dat er vragen gesteld worden. Kortom voorzitter, de meerdere instrumenten die wij hebben, het inzetten van de promoteams, het laagdrempelig maken van hulpverlening en het kunnen begeleiden maakt dat wij van mening zijn dat er op dit moment veel wordt ingezet en voldoende wordt ingezet om mensen te kunnen begeleiden bij het gebruikmaken van
raadsvergadering van 20 juni 2024
Notulen pagina
1077
in zijn algemeenheid regelingen waar ze recht op zouden kunnen hebben. Voorzitter, ik zal de motie dan ook ontraden. De VOORZITTER. Mevrouw Reitema. Mevrouw REITEMA (pvda). Ja, dank voor de reactie, maar het antwoord van de wethouder toont eigenlijk ook aan waarom ik de motie indien. Heel veel partijen, er wordt ook gesproken over heel veel doorverwijzen, en dat is juist het probleem. Van het kastje naar de muur gestuurd worden. Wij zijn juist op zoek naar een vast iemand die gewoon met iemand door die jungle heengaat en dat is ook waarover de motie gaat. De VOORZITTER. Wethouder. Mevrouw MOHAMED-HOESEIN (denk) (wethouder). Voorzitter, via het moment dat mensen zich bij de Vraagwijzer melden is er een aanspreekpunt en wordt iemand doorverwezen naar specifieke hulpverlening. Voorzitter, daar wordt gewerkt met een aanspreekpunt en daar kan dan ook via één lijn hulp gevraagd worden voor verschillende problemen. Voorzitter, de multiproblematiek die aan de orde is maakt soms ook specialistische hulpverlening noodzakelijk. Dat betekent dat er ook specifieke hulpverlening op gezet moet worden, een specifieke hulpverlener. Dus voorzitter, ook in die zin verwijzen wij door naar specifieke hulpverlening maar wij laten niet los. Het advies blijft staan.
Voorzitter, de PvdA heeft ook de motie 'Omkering bewijslast als je echt wil dat Rotterdammers maximaal gebruik maken van de regelingen' ingediend. Voorzitter, we kunnen als gemeente niet het omkeren van bewijslast gaan invoeren. En ik begrijp hem even als juridische termen, we kunnen hem gewoon niet omdraaien. Wat ik wel wil doen is de motie uitleggen. Dat ik ernaar kijk en zie de vraag van Reitema van hoe kunnen we regelingen toegankelijk maken om aan te vragen? En voorzitter, daarmee proberen zoveel mogelijk fouten te voorkomen. Voorzitter, we zetten daarin steeds meer stappen. Het ambtshalve verstrekken van regelingen is er een van. We hebben de energietoeslag voor een deel automatisch verstrekt. Bij de kwijtschelding. We zien bij het AOW- en jeugdtegoed steeds meer ambtshalve gebeuren. Voorzitter, hiermee ligt het risico van een onterechte verstrekking al bij de gemeente. Dat is dus niet een omkering, maar wel via het ambtshalve kunnen uitkeren. Dus voorzitter, in die zin gaan wij enerzijds mee met de behoefte die mevrouw Reitema heeft. Anderzijds voorzitter, zien wij ook dat enige vorm van toetsing op rechtmatige uitkering van een aanvraag uiteraard van belang blijft. Dus voorzitter, de schaarse middelen moeten ook wel terechtkomen bij de mensen die er recht op hebben.
Voorzitter, de aanvraagmodule die we aan het ontwikkelen zijn geeft ook voldoende ruimte om te zeggen: we maken de regelingen die er zijn toegankelijker en simpeler. Voorzitter, ik zal de motie dan ook ontraden. Voorzitter, de PvdA heeft nog een motie ingediend, 'Onze jongeren verdienen onze aandacht'. Voorzitter, in de constatering wordt gesproken over de bevindingen van de MER. Wij zien echter dat er weinig financiële ruimte is om daarin te kijken naar de mogelijkheden. Voorzitter, we zien geen grotere rol voor de gemeente. We zien daarbij wel dat er behoefte is om deze groep in de gaten te houden. Voorzitter, ik zal deze motie ontraden. Voorzitter, ik heb ook moties van de Partij voor de Dieren ontvangen. Ook daar geen concrete vragen. Voorzitter, datagedreven armoedebudget uitgeven. In het dictum wordt gevraagd de beschikbare data te analyseren en veel dieper in te gaan op specifieke boxplots. Voorzitter, wij kijken in de breedte naar heel veel data die we analyseren om te komen tot het beleid. Dus voorzitter, ook daarbij, de middelen effectief inzetten is van belang. Dat doen we ook continu. Daarbij nemen we verschillende vormen van data mee. De MER is er een van. Voorzitter, we zien dan ook op dit moment geen reden om de motie te omarmen. Ik moet de motie ontraden. Voorzitter, 'Jongerentegoed, hoe je bestaanszekerheid beïnvloedt', ook van de Partij voor de Dieren.
Daarin wordt gevraagd om een jongerentegoed te verkennen en nader uit te werken. Voorzitter, wij zien daarin echter ook hetzelfde, dat er wordt verwezen naar de MER voor die specifieke doelgroep. Ja voorzitter, ook hier zien wij niet een grotere rol voor de gemeente dan die wij nu op dit moment opgepakt hebben en aan het uitvoeren zijn. Voorzitter, ik heb vervolgens vragen gekregen van de ChristenUnie over de jongeren en schulden, waar ik in de Voortgangsrapportage op heb geanticipeerd. Voorzitter, de groep die wij niet adresseren per se via het JES, namelijk bij het JES adresseren we met name studenten, jongeren die problematische schulden hebben maar toch wel redelijk gericht op studenten. De andere groepen raken wij niet uit beeld. Voor hen blijft bestaand beleid beschikbaar. We zetten ook in op het vergroten van de zichtbaarheid van de regelingen en hopen daarmee die groepen ook gebruik te laten maken van bestaand beleid. En voorzitter, het blijft een aandachtspunt, dat geef ik zonder meer ook mee aan de heer Vonk van de ChristenUnie. Maar voorzitter, op dit moment zit daar geen specifiek beleid op. Voorzitter, ik heb ook vragen en moties
raadsvergadering van 20 juni 2024
Notulen pagina
1078
gekregen van mevrouw Maassen. Ik pak daar de moties bij. Voorzitter, 'Geef een stem aan jongeren tussen wal en schip'. Voorzitter, ik zie dat de motie een specifieke groep aanspreekt, waarbij er wordt gevraagd om mogelijkheden te onderzoeken binnen het armoededomein om jongeren te ondersteunen, de groep zelfstandig wonende Rotterdammers. Ik zie wel reden hierin voorzitter om te kijken, te inventariseren welke creatieve mogelijkheden er zijn. Op zich voorzitter wil ik daar dan ook deze motie omarmen. Voorzitter, tegelijkertijd geef ik daarbij ook een winstwaarschuwing. Ik weet niet wat hieruit zal kunnen voortkomen. Want voorzitter, zoals ik ook heb aangegeven bij de moties van de Partij voor de Dieren en PvdA, is er op dit moment voldoende basis om te zeggen: reguliere hulpverlening is beschikbaar voor deze groep. We zetten maximaal in op het verbreden van de bekendheid met die regelingen. Maar voorzitter, op zoek gaan naar creatieve ideeën kan geen kwaad, dus voorzitter, in die zin, met die winstwaarschuwing daarbij wil ik de motie wel omarmen, maar wel met een winstwaarschuwing. De VOORZITTER. Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66). Ja voorzitter, ik begrijp wel wat de wethouder zegt. Die refereert natuurlijk gewoon naar allerlei armoederegelingen die voor alle groepen die 18-plus zijn en in armoede leven beschikbaar zijn.
Maar die groepen zijn allemaal in staat om, wel extreem sober, rond te komen volgens het Nibud. En deze groep waar ik het over heb, die kan niet rondkomen. Als ze op hun kop gaan staan, wat dan ook, wat ze doen, ze kunnen niet rondkomen. En dat is wel echt een essentieel verschil dat ik hier onderstreept zou willen hebben. De VOORZITTER. Wethouder. Mevrouw MOHAMED-HOESEIN (denk) (wethouder). Ja voorzitter, wij gaan de motie omarmen en zullen in dat opzicht kijken of dat aan de orde is in die zin dat er creatieve mogelijkheden kunnen worden gevonden. Maar voorzitter, nogmaals, op dit punt is en blijft het standpunt wel dat er aanbod is waar deze groep ook gebruik van kan gaan maken. Voorzitter, de motie 'Echt alles op één plek' van D66, daar wordt gevraagd om de adviesmodule en aanvraagmodule die wij op dit moment aan het ontwikkelen zijn uit te breiden naar landelijke inkomensvoorzieningen. Voorzitter, de vraag van DENK was daar ook op gericht, om ernaar te kijken of mensen gebruik van kunnen maken van landelijke inkomensvoorzieningen. Ja voorzitter, wij zien wel dat wij zo snel mogelijk die module die wij nu in ontwikkeling hebben willen uitzetten. Daar zijn geen landelijke regelingen bij betrokken. Die kunnen nog niet daarin met één druk op de knop naar boven worden gehaald.
Maar voorzitter, wij willen zeker wel kijken op termijn, geef ik nogmaals aan, want navraag heeft ook geleerd dat het op dit moment neerzetten van die vraag in het lopende traject zal leiden tot vertraging. Dat lijkt mij een uiterst onwenselijke situatie. Dus voorzitter, we zullen eerst de lokale aanvraag module indienen. Uitzetten en laten implementeren. En vervolgens kijken hoe het mogelijk is om de landelijke regelingen daarbij te betrekken. Maar voorzitter, met dien verstande, ook hier weer een duidelijke winstwaarschuwing. De uitvoering of inventarisatie van deze motie zal wel enige tijd op zich laten wachten. Voorzitter, GroenLinks heeft de motie ingediend 'Een realistisch beeld maakt realistisch beleid' en vraagt daarbij in samenspraak met het Nibud een MER aan te bieden waarbij de gebruikte rekenmethode zoveel mogelijk representatief is. Voorzitter, wij hebben de gesprekken gevoerd. We voeren ook de gesprekken met het Nibud. Wij zien nog geen wijziging in de manier waarop de MER kan worden uitgevoerd en/of worden aangeboden. Dus voorzitter, ik kan niet aan het verzoek van GroenLinks voldoen om vanaf de volgende voortgangsrapportage een MER aan te bieden die volgens... De VOORZITTER. Mevrouw Morkoç. Mevrouw MORKOÇ (gl).
Voorzitter, ik hoor u, en ik ben vooral benieuwd wanneer dat wel zou kunnen en als u dan gesprekken heeft met het Nibud, via de voorzitter, zijn wij nieuwsgierig naar hoe die gesprekken dan voortgaan. Als we het hebben over dit onderwerp, als we het hebben over de representatieve meetmethode, hoe gaat dat dan en wanneer ziet u het voor u dat het wel kan worden meegenomen in zo’n volgende voortgangsrapportage? Dank u wel voorzitter. De VOORZITTER. Wethouder. Mevrouw MOHAMED-HOESEIN (denk) (wethouder). Ja voorzitter, wat wij hebben geprobeerd is met het Nibud maar ook met andere partners in gesprek gaan over een zo duidelijk mogelijke module. We
raadsvergadering van 20 juni 2024
Notulen pagina
1079
zien dat geen enkele benadering een representatief daadwerkelijk realistisch beeld kan geven. We werken met indicatiemodellen omdat we niet elk huishouden kunnen bedienen en zelfs als we uitgaan van gelijke inkomens en gelijke uitgaven zijn de bestedingspatronen toch anders. Dus voorzitter, daarin zouden we niet kunnen werken met een realistisch model. We gaan toch altijd werken met modellen waarbij een zekere onzekerheid erin wordt meegenomen. Dus voorzitter, op dit moment maar ook zoals wij dat nu meekrijgen, de MER van het Nibud geeft het beste inzicht dat wij op dit moment kunnen verkrijgen, maar voorzitter, ik geef daarbij ook mee: voor het beleid wordt niet alleen gebruikgemaakt van de MER maar wegen we verschillende inzichten maar ook het lokale inzicht en het lokale beeld mee. Voorzitter, ik moet deze motie dan ook ontraden. Voorzitter, ik heb de vragen van DENK gehoord. Ja, de vragen over de Fietsbank. Ik was inderdaad recent ook bij de Vraagwijzer. Zij zijn ook voornemens om richting de Fietsbank dat zo snel mogelijk te gaan uitrollen en voorzitter, de ervaringen die zij opdoen gebruiken zij om dat steeds verder uit te rollen en dat is een lopend proces. Voorzitter, we zetten continu in om het aantal fietsen te vergroten dat beschikbaar is, dus dat is inderdaad een van de punten waar we continu op inzetten.
Voorzitter, de VVD gaf aan werk te zien als de sleutel voor armoedebestrijding. De VOORZITTER. De heer Soytekin. De heer SOYTEKIN (denk). Dank voorzitter. Ja, het is goed dat dat gebeurt. Alleen ging mijn specifieke vraag over de motie waarbij er gekeken zou worden om echt die punten ook uit te breiden door heel Rotterdam, om daar uitvoering aan te geven. De VOORZITTER. Wethouder. Mevrouw MOHAMED-HOESEIN (denk) (wethouder). Ja voorzitter, de heer Soytekin heeft gerefereerd naar een motie. Ik heb nu niet scherp welke motie dat is. Dat wordt nu uitgezocht en ik ga even kijken of ik daar dan inhoudelijk zo meteen op kan reageren, maar dit is wel waaraan wordt gewerkt en waarbij er ook concrete stappen worden gezet. Dus voorzitter, ik ga ervan uit dat dat ook naar aanleiding van die motie is geweest dat het aantal punten steeds meer wordt uitgebreid. Voorzitter, ik was bij de bijdrage van de VVD. Ik kan het met de heer Becker eens zijn: werk is een sleutel voor armoedebestrijding. En voorzitter, verschillende vormen van inzet maken het mogelijk dat wij de Rotterdamse problematiek kunnen aanpakken. Daarbij is werk een van de opties, maar moeten we ook inzetten op kansengelijkheid, we moeten daarbij ons ook realiseren dat de kansen niet voor elke Rotterdammer hetzelfde zijn en dat we ook daar actief mee aan de slag moeten gaan.
Voorzitter, de heer Ceulemans heeft de vragen die hij tijdens de commissie al aanstipte inderdaad over het verschil tussen het JPF en JES. Voorzitter, wij zijn daarmee bezig als het gaat om het verdere invullen van het JES. Dat is nog geen kant-en-klaar project. Verdere invulling moet plaatsvinden. De kaders waarmee wij willen werken zijn dat deze aanvraag wordt belegd bij het Jongerenloket, dus dat daarbij een evaluatie plaatsvindt. Hoe die precies wordt ingevuld voorzitter, ik hoorde de heer Ceulemans toch echt aangeven als absolute voorwaarde verwijtbaar te willen invoeren in het systeem. Voorzitter, dat wordt een heel moeilijke vraag, omdat je natuurlijk ook te maken hebt met jongeren die in de groei zijn, waarvan we vast kunnen stellen dat algemeen geaccepteerd is dat die in zijn algemeenheid ook nog domme beslissingen kunnen nemen die ze achteraf betreuren. Dus voorzitter, in de discussie verwijtbaarheid zitten heel veel gradaties waar ik mij niet aan wil wagen in deze fase, waarbij we ons wel realiseren dat het van belang is dat jongeren leerbaar zijn, maar voorzitter, dat we ook aan de voorkant toetsen of het inhoudelijk zinvol is om jongeren deze kans te bieden. De VOORZITTER. De heer Ceulemans. De heer CEULEMANS (lr). Ja kijk, we zijn allemaal in de groei geweest en alle jongeren doen wel eens iets doms.
Maar de meeste jongeren steken zich niet in de schulden door luxeproducten aan te schaffen. De meeste jongeren worden gewoon thuis opgevoed op een manier dat je een krantenbaantje neemt of dat je gaat vakken vullen als je dure schoenen wilt. En er zijn een aantal jongeren die dat niet van thuis meekrijgen of die er gewoon lak aan hebben omdat ze weten: het wordt toch wel voor me opgelost. En waar ik het fundamenteel mee oneens ben en ik spreek denk ik ook namens de heer Roskam, is dat we een fonds gaan inrichten, opnieuw, waarin jongeren die dat soort fratsen uitgehaald hebben, op kosten van de Rotterdamse belastingbetaler, die iedere maand ook moeite heeft om het eind van de maand te halen, die dat mag ophoesten. Dus ik geef het nog een keer
raadsvergadering van 20 juni 2024
Notulen pagina
1080
mee aan de wethouder. Ze zegt: we spreken nog over de kaders. Ik geef dit echt mee: voor ons is het onacceptabel als dat een uitkomst kan zijn. De VOORZITTER. Ik zie heel veel mensen gaan staan, maar dit is geen onderwerp waarbij debat aan de orde is. Dus u kunt hooguit aan de portefeuillehouder een toelichtende vraag stellen en niet met elkaar in debat gaan. Dus ik moet u toch manen te gaan zitten. Dat geldt ook voor u mevrouw Morkoç, als u met de heer Ceulemans in debat wilt sta ik dat niet toe. Heel goed. Dan was mijnheer Van Campenhout u voor. De heer VAN CAMPENHOUT (bij1). Voorzitter, dank u wel. Kunt u misschien toelichten dat het zo is dat als mensen in de schuldhulpverlening zijn geweest dat ze niet binnen aanzienlijke tijd gewoon zomaar weer opnieuw schulden kunnen maken en dan weer zomaar van de schulden af komen? Herhaalverkeer. Mevrouw MOHAMED-HOESEIN (denk) (wethouder). Voorzitter, de heer Van Campenhout heeft gezegd... De VOORZITTER. Het was een vraag aan de wethouder. Ja. Mevrouw Morkoç. Mevrouw MORKOÇ (gl). Voorzitter, een verhelderende vraag aan de wethouder. Wij zijn ontzettend blij dat de wethouder zich zo inzet voor jongeren die graag willen gaan studeren en studeren, maar door hun schulden in de problemen komen. Zou de wethouder kunnen toelichten hoe deze doelgroep daar ook behoefte aan heeft, om hulp te krijgen vanuit de gemeente? De VOORZITTER.
Wethouder. Mevrouw MOHAMED-HOESEIN (denk) (wethouder). Ja voorzitter, op zich denk ik dat wel duidelijk is, want het is uitgebreid besproken tijdens de commissie, dat de groep jongeren waar we het bij JES over hebben, jongeren zijn die ofwel met name door de DUO-lening die ze hebben niet in staat zijn om een schuldhulpverleningstraject in te kunnen gaan en daardoor niet gebruik kunnen maken van reguliere dienstverlening. Dus voorzitter, dit is een heel specifieke groep waar specifiek hulpaanbod op zit. En voorzitter, tegelijkertijd zien we ook dat dit een heel grote groep jongeren zou kunnen betreffen in Rotterdam. Voorzitter, ik heb de heer Ceulemans gehoord en nogmaals, de kaders moeten nog worden vastgesteld. Tegelijkertijd voorzitter, de invulling daarvan luistert redelijk nauw. Voorzitter, de discussie over informele organisaties, ik zal toch maar herhalen zoals ik dat volgens mij tijdens de commissiebehandeling toch een aantal keren heb gezegd, blijven binnen de subsidiekaders, de informele en de levensbeschouwelijke organisaties hun subsidie verstrekken en dat gebeurt niet door meer bevoegdheden of meer invloed te verstrekken aan die informele organisaties. Voorzitter, het Crisisfonds is laagdrempelig.
Daarom is het ook tijdens de energiecrisis ingesteld, waarbij mensen ook echt voor kleinere artikelen een aanspraak kunnen doen op die middelen die in het Crisisfonds zijn. Die worden dus geëvalueerd. Voorzitter, op dat moment zullen wij dan ook bij de evaluatie betrekken of dit wordt gecontinueerd of niet. Voorzitter, ik meen dat ik alle moties van advies heb voorzien. De VOORZITTER. Nee mijnheer Coşkun, u heeft geen spreektijd meer. De heer COŞKUN (sp). Nee, maar in technische tijd, want ik heb de wethouder een vraag gesteld. En soms zit ik te slapen, maar nu even niet. Ik was na de heer Vonk en voor mevrouw Maassen, maar ze heeft geen antwoord gegeven op mijn vraag of ze het Deltaplan Armoede, dat nu in de maak is, dat nu bij de wijkraden ligt, gaat meenemen. Volgens mij heeft u helemaal geen antwoord gegeven op mijn concrete vraag. De VOORZITTER. Helder. Ik doe nog even een rondje, zijn alle vragen beantwoord? Ik kom ook bij mijnheer Ceulemans. De heer CEULEMANS (lr). Dank, dan één verhelderende vraag van mijn kant. De wethouder zegt: we blijven binnen de subsidiekaders. Dat is natuurlijk een goede zaak maar het zou ook raar zijn als ze zou zeggen: nee, we treden buiten de subsidiekaders. Dus heel veel zegt het ook niet. Dus gewoon nu voor eens en voor altijd de duidelijkheid. Zij zegt dus dat op basis van dit beleidskader, behalve dan dat er
raadsvergadering van 20 juni 2024
Notulen pagina
1081
meer budget beschikbaar is voor informele organisaties dat als gevolg van dit beleidskader informele organisaties niets meer of minder doen dan ze al deden bijvoorbeeld in de vorige periode. De VOORZITTER. De heer Soytekin. De heer SOYTEKIN (lr). Ik zal het heel staccato doen. Die online adviesmodule, laat ik zeggen het tijdspad, want twee jaar vind ik best lang en in de tussentijd het bereik van IIT, hoe we dat dan gaan realiseren, omdat we dus nog echt wel een jaar moeten wachten. En het tweede was het Nibud-advies met betrekking tot sociale participatie voor 18-plussers. De VOORZITTER. Ik check nog even of er vragen zijn die niet zijn beantwoord. Mevrouw Maassen heeft nog een motie? Mevrouw MAASSEN (d66). Ja, ik heb één meetekenaar, Volt, bij mijn motie. De VOORZITTER. Mevrouw Maassen heeft de volgende motie ingediend. Motie 8.
Echt álles op één plek "De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 20 juni 2024, ter bespreking van agendapunt 7.5 Voortgangsrapportage armoede en schulden 2024; constaterende dat: - de gemeente voornemens is, zoals te lezen in de Voortgangsrapportage armoede en schulden van mei 2024, een toegankelijke, digitale adviesmodule te ontwikkelen waar Rotterdammers kunnen inzien op welke gemeentelijke inkomensondersteunende regelingen zij eventueel recht hebben; - de landelijke overheid ook diverse inkomensondersteunende regelingen kent, zoals de aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) en zorgtoeslag; overwegende dat: - het web van inkomensondersteunende maatregelingen ingewikkeld is en het bouwen van een overzichtelijke adviesmodule daarom waardevol is; - de diverse bestuurslagen van de Nederlandse overheid en de daarbij behorende inkomensondersteunende regelingen waar iemand mogelijk aanspraak op kan maken niet bijdragen aan duidelijkheid, en het goed is om echt álles op één plek te kunnen vinden voor een hulpvragende Rotterdammer; - iemand die inkomensondersteunende regelingen behoeft zo goed mogelijk moet worden geholpen en het aanvragen van deze regelingen – of ze nu van de gemeente zijn of van het rijk – zo makkelijk mogelijk moet zijn; verzoekt het college: - in de te ontwikkelen advies- en aanvraagmodule op lange termijn te betrekken hoe ook landelijke
inkomensvoorzieningen, bijvoorbeeld de AIO, een plek kunnen krijgen in de module zodat mensen eenvoudig de weg kunnen vinden naar zowel gemeentelijke als landelijke inkomensvoorzieningen; - hierover te rapporteren aan de raad; en gaat over tot de orde van de dag." w.g. A.J.A. Maassen, M.Y. Morkoç, S. Reitema, S. Soytekin en T. Kind De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER. Mevrouw de wethouder, nog een tweetal opmerkingen. Mevrouw MOHAMED-HOESEIN (denk) (wethouder). Ja voorzitter, de vraag van de SP heb ik inderdaad niet gelijk meegenomen in de eerste termijn. Nou ja goed, in een tweeminutendebat heb je geen termijnen. Zal ik het Deltaplan Armoede meenemen? Ik neem in zekere zin alles mee wat ik vanuit de stad krijg wat relevant is voor beleidsvorming maar ook voor nieuwe inzichten, dus ook dat heb ik tijdens de commissie al aangegeven. Ik zal er zeker kennis van nemen en daar waar de inzichten
raadsvergadering van 20 juni 2024
Notulen pagina
1082
mij nopen tot een aanpassing of een nieuw inzicht voor het beleid voorzitter, zal ik niet schromen om dat te doen. Voorzitter, de vraag van Leefbaar Rotterdam was duidelijk. Het antwoord daarop hoop ik ook kort en krachtig: nee. De heer CEULEMANS (lr). Het antwoord is nee op de vraag: gebeurt er iets meer dan voorheen? Oké. De VOORZITTER. Goed. Mevrouw MOHAMED-HOESEIN (denk) (wethouder). Voorzitter, de vraag van DENK, u vindt het heel erg lang duren dat de adviesmodule en de aanvraagmodule nog niet online is. Dat ben ik volledig met u eens. We zien alleen wel een versnelling in de afgelopen periode waarmee ik ervan uit kan gaan, in elk geval de toezegging heb vanuit de ambtenaren en de ontwikkeling dat wij vanaf 2025 online kunnen gaan. En voorzitter, vandaar ook mijn insteek om te zorgen dat er geen verdere vertraging optreedt en nieuwe inzichten daarin wil inbouwen. Voorzitter, de tweede vraag van DENK over de Fietsbank. Het aantal punten wordt dus gestaag uitgebreid. Daarmee wordt volgens mij dan ook voldaan aan datgene wat in de motie is opgenomen. En voorzitter, het derde onderdeel. Ik moet even zoeken want de heer Soytekin had drie vragen neergelegd. Die moet ik er even bij zoeken. De VOORZITTER. Misschien dat de heer Soytekin kan helpen. De heer SOYTEKIN (denk). Ik zal proberen de tijd een beetje op te vullen in de tussentijd.
Ik ben in ieder geval blij dat de punten worden uitgebreid met betrekking tot de Fietsbank, dus dat de afdoening van de motie ook snel zal volgen. De derde vraag ging over het Nibud-advies, die dan aangeven: er is best wel veel geregeld als het gaat over 18-minners in Rotterdam als het gaat om sociale participatie en hun advies is: eigenlijk zou dat ook meer moeten voor 18-plussers in Rotterdam en mijn vraag was hoe de wethouder dit advies weegt of ernaar kijkt. Maar ik kan me voorstellen, dit mag wat mij betreft ook op een later moment. De VOORZITTER. Wethouder. Mevrouw MOHAMED-HOESEIN (denk) (wethouder). Voorzitter, dan kom ik daar op een later moment op terug. Ik wil wel even één opmerking maken richting de heer Soytekin. Want de motie-afdoening ligt bij wethouder Karremans. Dus de informatie die ik u heb gegeven is informatie die ik gisteren heb gekregen vanuit de Vraagwijzer, dat die verder wordt uitgerold. Maar de afdoening van die motie en hoe die verder uitgevoerd wordt is in de portefeuille van wethouder Karremans. De VOORZITTER. Daar komt het college op enig moment op terug. Dank u wel. Goed, dat noteren we dan. We gaan de beraadslaging op dit punt afronden. Ik constateer dat er een favoriet woord van de wethouder vandaag is: uitrollen. Een fietsbank uitrollen, ik stel vast dat de politie u dankbaar zal zijn als u een fietsbank gaat uitrollen. De VOORZITTER.
Wij gaan naar agendapunt 8. Ik zie dat raadsleden weglopen. 7.2. Mag ik u erop wijzen dat we straks vrij snel hierna gaan stemmen? Dat u misschien uw partijgenoten erop wijst dat ze in de raadzaal terug moeten zijn voor zover ze er nu niet zijn. 7.2
Het voorstel tot het op twee punten afwijken van het Rotterdams Grondbeleid, ten behoeve van het in erfpacht uitgeven van het Recreatieoord Hoek van Holland
De VOORZITTER. Dan gaan we naar 7.2, als eerste mevrouw Verkoelen. Ze is inmiddels in ons midden, maar u heeft geen spreektijd. Mevrouw VERKOELEN (50+). Heel veel niet vandaag voorzitter, dus ik vraag toch aan u coulance, want dertig seconden. De VOORZITTER. Nee, nee, ik was nog niet uitgesproken. Als u geen spreektijd heeft dan kunt u nog een enkele zin uitspreken en een eventuele motie indienen. Dat wil ik tegen u zeggen. Mevrouw VERKOELEN (50+). Dank u wel.