20240613- Notulen van de raadsvergadering van 13 juni 2024
Tekst van het document
Nee, maar ook al zou ik alleen maar één projectje, alleen maar wethouder aardgasvrij zijn, als dat mijn enige taak zou zijn, dan zou ik niet meer resultaat halen. Dat is mijn stellige overtuiging. Dus dat heeft helemaal niets te maken met de omvang van mijn portefeuille. Dat wil ik wel benadrukken. Als ik bijvoorbeeld ook kijk naar de portefeuille van mijn voorganger was die niet veel kleiner dan de mijne. Die was ook verantwoordelijk voor de energietransitie in de wijken. Die had daarnaast ook nog de vastgoedportefeuille. Die heb ik niet. Dus ik hecht er toch waarde aan om te kijken, om goed te zien hoe dat in elkaar steekt. Maar ik hoorde vooral uw zorg: stuurt u wel voldoende op sociale woningbouw? Dat was uw zorg, want dat was het punt waarvan u zei: komt er wel voldoende sociale woningbouw van de kant geroeid? Nou, vorig jaar 30% sociale woningbouw. 30%. Dus daar werk ik heel erg hard aan. En als ik kijk waar onze rol het best zit in het planologisch gereed maken van woningbouw, hebben wij een ongelofelijk grote planvoorraad in Rotterdam. 17.000 woningen zijn hard planologisch bestemd, dat betekent dus in een bestemmingsplan. De VOORZITTER. De heer Van der Velden staat al een tijdje.
raadsvergadering van 13 juni 2024
Notulen pagina
983
De heer VAN DER VELDEN (pvdd). Ja dank u. Dank u dat ik het woord krijg, want we waren bij klimaat en we dwalen steeds verder af daarvan, want de wethouder mag kennelijk uren doorgaan. Maar goed, met betrekking tot klimaat is er natuurlijk wel een heel belangrijke vraag die mevrouw Morkoç stelt en ik kan me daar ook wel in vinden, en u verkleint dat een beetje door te zeggen: stel je voor dat ik alleen maar wethouder aardgasvrij zou moeten zijn. Nou, als u zo over het aanpakken van het klimaatprobleem denkt, dat het alleen maar te maken heeft met aardgasvrij maken, dan vergist u zich en dan begrijp ik ook dat heel veel projecten nu blijven liggen, want het klimaat is zoveel meer. Dus ja, die urgentie zouden wij ook wel graag willen terugzien. En over het verdelen van de portefeuilles, dan merk ik al bijvoorbeeld dat één wethouder er bijna heel de dag al niet is. Dat is een van uw collega’s, die heeft ook een van de lichtste portefeuilles, dus die zou er misschien best wat bij kunnen krijgen, wat meer kunnen doen, ook wat meer interesse tonen in de gemeenteraad. Dus misschien is het toch het overwegen waard. Hoe kijkt u daar tegenaan? De VOORZITTER. Wethouder. Mevrouw ZEEGERS (d66) (wethouder). Nou, ik parafraseerde de vraag van mevrouw Morkoç, stel dat het alleen dat zou zijn, dan nog. Soms heeft het niet te maken met hoeveel tijd je als bestuurder ergens in steekt.
Wij zitten met zijn allen gesteld. En zoals ik zei: we doen het als een team. Zo ervaar ik dat. Dus er is niet één wethouder Klimaat, er zijn heel veel wethouders bezig met die energietransitie. Dat is een heel belangrijk onderdeel van de klimaataanpak, die energietransitie. Nou, daar zijn een aantal collega’s mee bezig, en ook de verkeerscirculatie op een andere manier inrichten waardoor dus ook minder CO2-uitstoot in de stad is. We doen dat als een team. En ik vind eigenlijk dat het heel mooi is dat we dit in dit college zo met elkaar kunnen doen, ieder vanuit zijn eigen invalshoek. Ik ervaar dat als een kracht en als een sterkte, dus ik voel mij op deze manier niet overbelast om met dat klimaat aan de slag te gaan. Ik ben het met u eens dat we qua klimaatneutrale stad worden in 2050 nog ontzettend veel te doen hebben. Daar zijn we ook ongelofelijk afhankelijk van landelijke wetgeving en financiële middelen, want we kunnen het echt niet als gemeente Rotterdam allemaal uit eigen zak betalen. Wat wij nu doen met die aardgasvrij, € 52 miljoen zelf betalen. Ontzettend veel geld. En dan hebben we maar vijf wijken gedaan. Dat kunnen we niet voor de hele stad doen. Dus het is en regelgeving en financiën, daar moet het rijk echt meer aan bijdragen. Dus even dat. Weer terug naar de andere vragen rond die sociale woningbouw. 30% sociale woningbouw vorig jaar.
En dat is ook doordat ik daar met de corporaties ontzettend vaak het gesprek over voer: hoe vaak kunnen we dit versnellen? En als ik kijk naar de vergunningen die nu verleend zijn voor sociale woningbouw of in de pijplijn zitten, zijn dat er 900. De VOORZITTER. De heer Roskam wil een vraag stellen. De heer ROSKAM (lr). Hartelijk dank. Ja sorry, maar u zegt het nu twee keer, dus ik vraag me even af, want in de jaarrekening zien we bij targets staan: 61.400 waarvan 19% in het sociale segment. En u zegt nu dus 30% in het sociale segment. Is het dan de 30% die gerealiseerd is in 2023? Moet ik het zo interpreteren? De VOORZITTER. Wethouder. Mevrouw ZEEGERS (d66) (wethouder). Ja, het klopt. Het eerste jaar hadden we 10% sociale woningbouw, in 2022. En in 2023 29% moet ik eerlijk zeggen, dus geen 30% maar 29%. En als je dat dan bij elkaar middelt kom je op die 19%. De VOORZITTER. De heer Tak. De heer TAK (pvda). Kijk, de Rekenkamer schrijft niet voor niets dat we graag meetbare getallen hadden gehad, per begin van de collegeperiode. Dus mijn vraag aan u is dan nog een keer: waarom hebben we die niet gewoon als gemeenteraad? Want nu moeten we het uit uw mond horen, maar ik had het gewoon graag in het rapport van de Rekenkamer gelezen. De VOORZITTER. Wethouder.
raadsvergadering van 13 juni 2024
Notulen pagina
984
Mevrouw ZEEGERS (d66) (wethouder). De Rekenkamer zegt vanaf het begin van de collegeperiode. Wat ik nu zei is 2023, dus dat zou dan ook geen antwoord hier op hebben gegeven. Wij gaan die cijfers aanpassen naar aanleiding van de opmerkingen van de Rekenkamer. De VOORZITTER. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Ja voorzitter, ik ben blij dat te horen. Alleen wat mij stoort, we zitten nu voor de verantwoording van 2023 en wij hebben als raad die aanbeveling al in 2022 overgenomen en toen hebben wij u de opdracht gegeven om dat te doen. Dus u had over het hele jaar 2023 deze aanbevelingen al kunnen uitvoeren. Kijk, het klinkt dan heel goed en meedenkend van: ik ga dat doen. Maar wij controleren of u het gedaan heeft en u heeft het niet gedaan en dat stoort. Dus ik zou daar eigenlijk graag een reactie op hebben: waarom heeft u dat dus niet het afgelopen jaar gewoon gedaan zoals we hadden afgesproken? De VOORZITTER. Wethouder. Mevrouw ZEEGERS (d66) (wethouder). Ja, dat hadden wij moeten doen, dat ben ik eigenlijk wel met u eens. Het is iets waarvan wij eigenlijk dachten: het helpt zoveel meer als je het per jaar doet, omdat je dan de vergelijkbaarheid met alle steden en ook landelijk, dat alle cijfers dan allemaal hetzelfde zijn. En als wij dan een aanpassing gaan doen namelijk halverwege het jaar beginnen, dan is het met de onderlinge vergelijkbaarheid lastig.
Nou, wij kregen daar inderdaad niet de handen voor op elkaar, dus wij gaan dat voor de volgende ronde doen. De VOORZITTER. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Ja goed, deze tegenwerping had u dan dus in 2022 moeten geven. Ik ben blij dat u het gaat doen, maar ik wil hier dus wel noteren dat ik het betreur dat het niet vorig jaar is gedaan, omdat het gewoon al een raadsopdracht was geweest. En dan het tweede punt over de grondexploitaties, daarvan zegt u: we zitten nu in zwaardere tijden. Als je het over een langere periode bekijkt dan hebben we ook veel verdiend aan grondexploitaties, maar we zitten nu al in het tweede jaar op rij dat we grote verliezen lijden op grondexploitaties, ook een verlies dat we kennelijk in november, december nog niet in die omvang hadden zien aankomen en dat we nu in het nieuwe jaar bij de eindafrekening, als de hamer valt, pas de volledige omvang zien. En dat geeft een patroon dat er toch te weinig zicht is op die grondexploitaties, althans wij als raad daarmee ook niet voldoende in de lead zijn, om te zeggen: natuurlijk willen wij investeren in betaalbare woningbouw. Natuurlijk willen wij investeren om die doelen te behalen.
Alleen sturen wij u op pad om die doelen te halen en vervolgens te rapporteren: gaat dat goed? Gaat het zowel goed qua doelen als qua financiën? En de twee laatste jaren laten dus zien in de jaarrekening dat daar onvoldoende controle op is. En daar voel ik toch onvoldoende reflectie, terugkoppeling van hoe dat beter kan. De VOORZITTER. Wethouder. Mevrouw ZEEGERS (d66) (wethouder). Nou, ik kan me heel goed voorstellen dat u zegt: ik krijg die informatie zo laat, zeker die jaarstukken komen dan eind mei, volgens mij, en dan zijn die cijfers eigenlijk natuurlijk al in januari of februari bekend, laat ik het zo zeggen. Dus in die planning-encontrolcyclus zit best wel vertraging, ook met die herzieningen die je tussendoor krijgt. Dus daar kan ik mij iets bij voorstellen, dat u zegt: kan ik niet eerder ook horen dat dat zo is. De VOORZITTER. De heer Tak. De heer TAK (pvda). Maar sorry voorzitter, via u, het punt van mevrouw Kockelkoren was dat er in november een herziening lag en toen was het tekort veel kleiner. Dus wat is er in die laatste twee maanden gebeurd? Want een aantal van die dingen, renteontwikkeling, inflatie, waren ook toen al aan de orde. De VOORZITTER. Wethouder. Mevrouw ZEEGERS (d66) (wethouder). Die in die tweede herziening, was volgens mij € 35 miljoen als ik het goed heb. Maar eerder in het jaar was ook al een tekort, dus dat was erbovenop. Toen is
raadsvergadering van 13 juni 2024
Notulen pagina
985
natuurlijk die grondprijsverhoging gekomen waardoor dus het verlies uiteindelijk kleiner is geworden. Dus door de stijging van de sociale grondprijs. Dus het wordt in partjes geserveerd. Ik kan mij goed voorstellen dat je dan niet helemaal het overzicht hebt. De VOORZITTER. De heer Tak. De heer TAK (pvda). Ja sorry voorzitter, maar dat verklaart niet het verschil naar -€85 miljoen in een jaarrekening. De VOORZITTER. Wethouder. Mevrouw ZEEGERS (d66) (wethouder). Nou, kijk, de datum en de bedragen weet ik niet meer precies uit mijn hoofd, dus dat zal ik heel eventjes navragen. De VOORZITTER. We komen erop terug in de tweede termijn? Mevrouw ZEEGERS (d66) (wethouder). Ja, we komen erop terug in de tweede termijn. Wanneer welke informatie precies verzonden is, dat heb ik niet helemaal in mijn hoofd zitten. Tegelijkertijd is de systematiek: we rekenen de grondexploitaties één keer per jaar door op basis van de autonome ontwikkeling. Dat doen we één keer per jaar op basis van die rapportage. Die doorrekening kost ongelofelijk veel tijd. Want we hebben tachtig grondexploitaties en dat wordt heel secuur gedaan. Dus wil je betrouwbare informatie verstrekken kost dat heel veel tijd.
Dat zijn dezelfde mensen die dat moeten doen die bij iedere grondexploitatie, dat zijn dus die markt- en contractspecialisten en planeconomen die dat allemaal moeten uitrekenen en die tegelijk in projecten ook moeten meedraaien. Dus het kost onvoorstelbaar veel tijd om dat goed door te rekenen om u ook een getrouw beeld te doen schetsen. Dat is hoe we dat doen en daarom krijgt u met name het juiste beeld in de jaarrekeningresultaten. Maar het kost gewoon ook veel tijd om het door te rekenen. De VOORZITTER. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Ja voorzitter, het gaat er gewoon om: u begroot iets, daar sturen wij u mee op pad. Dan krijgen wij in november de tweede herziening. En wij willen graag kunnen volgen wat er gebeurt. Als in de herziening in november gewoon nog heel andere bedragen staan dan uiteindelijk in de jaarrekeningen die we nu bespreken, dan geeft dat mij het gevoel: er is te weinig grip aan die kant en ik kan het slecht volgen en dat is ons probleem. De VOORZITTER. Wethouder. Mevrouw ZEEGERS (d66) (wethouder). Nou, dat begrijp ik helemaal en daar wil ik zeker kijken hoe ik daar meer informatie over kan geven. Want dat begrijp ik heel goed, zeker als het goed gaat, dan is die behoefte natuurlijk veel minder groot dan wanneer dat niet goed gaat.
Dus als u zegt: neem ons mee in meer tussentijdse informatie over de financiële situatie rond grondexploitaties, dan wil ik daar zeker over meedenken wat voor u dan een goede manier zou zijn. De VOORZITTER. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Ik denk dat dat ontzettend noodzakelijk is, dus heel graag. En mijn tweede punt is dan wel, want mijn beeld is dus ook dat er tussen november en tussen de jaarrekening ook voor de wethouder nog dingen gebeuren waar geen zicht op is en dat geeft mij een slecht gevoel. Want wie heeft er dan nog wel grip? Dat is mijn vraag. Dus het beeld is dat u tussen de tweede herziening en de jaarrekening ook verrast wordt door een enorm extra tekort. Misschien kunt u dat nog rechtzetten. De VOORZITTER. Wethouder. Mevrouw ZEEGERS (d66) (wethouder). Nee, daar word ik niet door verrast, want ik krijg van mijn ambtenaren vrij goed mee hoe het staat met de grondexploitaties. We hebben alleen planning-encontrolafspraken met u, hoe wij die informatie uw kant op doen komen. En de jaarstukken hebben als peildatum natuurlijk 1 januari, of 31 december zal dat zijn. Dus tussen november, daar zit dan zeg maar
raadsvergadering van 13 juni 2024
Notulen pagina
986
twee maanden. Ik krijg natuurlijk wel vaker informatie over de financiële situatie, maar dat is per grondexploitatie ook bekijken hoe ik bijvoorbeeld de kosten naar beneden kan krijgen, dus ik ben heel erg druk bezig met die financiële situatie rond de grondexploitaties. Alleen de standaardrapportagemanier die wij met uw raad hebben is de planning-en-controlcyclus. En dat u zegt: dat is voor mij te weinig als het financieel zo slecht weer is, daar kan ik me iets bij voorstellen. Dus ik ben ook helemaal niet tegen om dan te kijken hoe ik u daar dan meer in kan meenemen. De VOORZITTER. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Ja voorzitter, nog één ding. Dan vind ik het toch merkwaardig dat als het in november € 35 miljoen is en in januari u weet dat het € 70 miljoen, € 80 miljoen wordt, dan verwacht ik een brief. De VOORZITTER. Wethouder. Mevrouw ZEEGERS (d66) (wethouder). Helder. Ik zit even te zoeken wanneer die € 35 miljoen… en wat we daarvoor hebben gecommuniceerd. Dat ga ik in de tweede termijn nog even toelichten. Maar dat u zegt, ik wil daar proactiever van op de hoogte gesteld worden, ik denk dat u een terecht punt heeft. Maar het is wel zo dat ik dan hooguit waarschuwingsbrieven kan geven, omdat het specifieke doorrekenen ervan, behoorlijk wat tijd vergt en dat wil je ook netjes en secuur doen.
Maar ik heb uw oproep gehoord en daar kan ik me ook iets bij voorstellen, dus ik werk daar graag aan mee. Dan het CDA, de heer Segers-Hoogendoorn, u gaf ook aan: kunt u mij een klein beetje geruststellen op die CO2target? Ik heb daar het een en ander over gezegd. We doen ontzettend veel, zonnepanelen, windenergie, groene opwek is een grote bijdrage aan CO2-reductie, want opwek van groene energie telt mee in de berekening. Ook energiebesparing, van het gas af, dat zijn echt zaken die meewerken aan die CO2-reductie. We zien dat het op sommige fronten goed gaat, op een aantal andere minder goed. Dus daar denk ik het een en ander nu wel over gezegd te hebben. De VOORZITTER. U was klaar? Mevrouw ZEEGERS (d66) (wethouder). Ik had nog een motie van Leefbaar Rotterdam en dat ging ook over de grondexploitaties. U geeft eigenlijk ook aan, meer financiële strategie inzichtelijk maken. Nou, daar kan ik mij heel veel bij voorstellen. We hebben ook ons besluitvormingsmodel waarin we eigenlijk zeggen: geef per specifieke momenten ook inzicht in welke financiële strategie we gebruiken. Ik kan me ook voorstellen dat u meer inzicht wilt of een onderbouwing op grond van ons grondbeleid. Waarom kiezen we in sommige gevallen bijvoorbeeld voor actief grondbeleid en in sommige gevallen voor passief grondbeleid? Dat u zegt: geef daar meer inzicht in.
Maar u vraagt ook als laatste: gedurende de looptijd van gebiedsontwikkelingen mitigerende maatregelen voor te leggen indien de ontwikkeling buiten de bandbreedte gaat. En dat zullen altijd mitigerende maatregelen zijn, want autonome ontwikkelingen kan ik niet mitigeren. De bouwrente is de bouwrente, daar kan ik gewoon weinig aan doen. Dat wat wij nu kunnen mitigeren heeft heel vaak politiek-bestuurlijke consequenties. Het is of een lage parkeernorm of, wat ik net aangaf, alleen maar dure woningen maken, of helemaal geen buitenruimte aanleggen. Het zijn altijd dingen die politiek heel gevoelig liggen of die strijdig zijn met wat wij ook in ons coalitieakkoord hebben afgesproken, dus om vanuit mij eens even met voorstellen te komen van we doen alleen maar dure woningen en geen parkeerplaatsen meer, dat wordt heel lastig. Wat ik wel kan doen, en ik snap ook wel uw behoefte, net als mevrouw Kockelkoren aangaf: geef ons nu iets meer tools hoe we hierop kunnen sturen. Dat ik daar met een brief uw kant opkom om daar meer inzicht te geven van hoe nu die systematiek van die grondexploitaties gaat, dus zowel die rapportage van die autonome ontwikkelingen, die grondmonitor die we hebben en mogelijk tussentijdse momenten waarin ik u meer kan informeren over de hele portefeuille als ook: welke knoppen zijn er nu om aan te draaien in een grondexploitatie.
Want bij iedere grondexploitatie zijn dat eigenlijk allemaal dezelfde dingen. Dus daar zou ik op in kunnen gaan, als u op die manier uw motie zou kunnen aanpassen dan zou ik hem kunnen omarmen, maar op deze manier ontraad ik het. De VOORZITTER. Helder, dank u. Wethouder Versnel. De heer VERSNEL (vvd) (wethouder). Voorzitter, ik had één vraag van mevrouw Verkoelen, maar die is er niet, en die vraag had ook meer betrekking op de toekomst dan het afgelopen jaar, dus misschien
raadsvergadering van 13 juni 2024
Notulen pagina
987
kan ik die meenemen bij de bespreking van de Voorjaarsnota. (Er wordt buiten de microfoon gesproken.) Kijkt ze beneden mee? De VOORZITTER. Dan heeft ze het antwoord gehoord. De heer VERSNEL (vvd) (wethouder). Kan iemand contact maken? Ellen, als je kijkt. Nou goed, Ellen, als je er bent, mevrouw Verkoelen vroeg: waar is nu het Marshallplan voor de arbeidsmarkt? Nou, hier ben ik, zou ik zeggen. Maar alle gekheid op een stokje, we zijn natuurlijk wel in alle ernst heel erg bezig om te zorgen dat zoveel mogelijk Rotterdammers mee gaan doen op de arbeidsmarkt, want we hebben iedereen inderdaad keihard nodig. Allereerst betekent dat zoveel mogelijk mensen vanuit de bijstand terugleiden naar werk. Dat is in 2023 met 3385 mensen gelukt. Dat is echt een grandioze prestatie van al die Rotterdammers en ook heel goed nieuws voor alle werkgevers waar ze zijn geland. Dat is iets waarin we ook beter hebben gepresteerd dan een groot deel van de rest van het land, ook beter dan de andere G4-steden, dus dat is ook iets dat ik denk dat we voor een deel ook onszelf mogen toerekenen. Dan zijn we natuurlijk ook bezig om de arbeidsparticipatie in de breedte steeds verder te verhogen, al is dat ook iets waarvoor we erg afhankelijk zijn van het rijk. Het rijk moet meer werken meer laten lonen.
Nu werken onze belastingen helaas nog zo dat het eigenlijk vanuit puur financieel opzicht wordt ontmoedigd om maximaal te werken. Desalniettemin is de arbeidsparticipatie in onze regio stap voor stap toegenomen de afgelopen jaren en is die komend jaar voor het eerst op het Nederlands gemiddelde. In Rotterdam hebben we er altijd behoorlijk op achtergelopen en volgend jaar voor het eerst op het Nederlands gemiddelde en 75,5% van de bevolking in de leeftijd van 15 tot 74. Dus dat is best mooi. Daarmee hebben we alleen nog niet al die arbeidstekorten in met name ook de cruciale sectoren die mevrouw Verkoelen noemde opgelost. Dat is ook niet mogelijk. We zitten gewoon in een demografische knel eigenlijk. En het is dus ook vooral een kwestie dat werkgevers in die maatschappelijk cruciale sectoren de concurrentie om personeel beter gaan voeren en ook vaker gaan winnen. Dat is ook iets waar we vanuit ons eigen beleid een steentje aan proberen bij te dragen, bijvoorbeeld met het Rijnmonds Arbeidsmarkt Perspectieffonds. Daar zijn we in het afgelopen jaar natuurlijk mee begonnen en inmiddels lopen de eerste trajecten daar ook van. En in totaal hebben we in 2023, ik moet het even goed zeggen, 1429 Rotterdammers via onze eigen trajecten toegeleid naar werk in een van die maatschappelijk cruciale sectoren. Dat is best een prestatie. En daar gaan we dus volle bak mee door. Dank u wel.
De VOORZITTER. Dank u zeer. Wethouder Buijt. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Voorzitter, dank u wel. Ik wil beginnen met iets te recht zetten wat de heer Tak opmerkte. Hij verwees naar de commissievergadering en toen zei hij: er is geen tweede termijn geweest omdat de wethouder naar huis moest. De waarheid is, we hebben een heel uitgebreide bespreking gehad, een heel uitgebreide beantwoording van mij. Daarna is er een veegronde geweest. Toen vroeg de voorzitter: is er behoefte aan een tweede termijn? Toen is er uiteindelijk van alle vragen die ik beantwoord heb één ding voor de veegbrief blijven hangen. Dat is de vlaktaks waar ik zo uitgebreid op terugkom. En vervolgens is aan de commissie voorgelegd: de GRJR nu nog behandelen en onder andere een van de redenen was dat naast mij nog een aantal mensen niet konden deelnemen, dat de vergadering toen is beëindigd, en dat de GRJR-bespreking is uitgesteld. Dus ik wil hier echt het beeld wegnemen dat hier een wethouder stond die nog heel veel vragen had te verduren, maar die zei: nee jongens, ik moet weg, we gaan nu weg. Zo is het niet gegaan. Dus ik wil even daarmee beginnen, want dat past ook een beetje in een patroon dat ik ontdek. Er zijn een aantal zaken waar ik natuurlijk graag op inga, want er zijn een aantal vragen over de vlaktaks, over de. De VOORZITTER. De heer Tak. Ik kan niet wegen of het een punt van orde is.
De heer TAK (pvda). Nou, ik heb een feitelijke correctie. Nou, ik heb namelijk gevraagd in die commissievergadering om extra spreektijd, want mijn spreektijd was op. Dat is niet gehonoreerd. We hebben toen nota bene… ook mijn collega’s vroegen daarom. En het argument was dat we om 18.00 uur moesten stoppen. Dat kunt u nazoeken. We maken geen notulen van de commissievergadering maar voor iedereen die het thuis terug wil kijken, ik heb toevallig gisteravond zelf het debat nog even teruggekeken als voorbereiding hier op vandaag. Ik weet 100% zeker dat het zo is gelopen, dus ik wil even deze feitelijke correctie maken op wat de wethouder zegt.
raadsvergadering van 13 juni 2024
Notulen pagina
988
De VOORZITTER. Ik constateer dat het twee belevenissen zijn. Volgens mij is het handig als we verdergaan. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Nee, ik wil hier toch echt heel zuiver in zijn. Ik wil echt het beeld wegnemen, het debat is heel breed gevoerd en de spreektijd van mijnheer Tak had ermee te maken dat er nog een volgend punt op de agenda stond, dat zijn tijd op was, en er is toen door de voorzitter gezegd: ik ga heel coulant met de spreektijd om. Er zijn ook mensen heel coulant behandeld toen. En het is dus absoluut niet zo dat er nog een heleboel vragen lagen, getuige ook de veegbrief vanuit een wethouder die 41 vragen kreeg is er alleen één ding in de veegbrief meegenomen over een vlaktaks. Ik hecht er toch aan voorzitter, ondanks dat het misschien een interpretatie is, om toch eventjes duidelijk te maken dat het commissiedebat op een heel goede manier beëindigd is. De VOORZITTER. Waarvan akte. We schrijven het op. Van dit raadsdebat wordt in ieder geval wel een verslag gemaakt. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Zo is het. Een aantal zaken. We beginnen even met de vlaktaks. Dat is iets wat voor heel veel misverstanden, ruis heeft gezorgd en waar de meest aparte theorieën op zijn losgelaten. De vlaktaks is in 2021, besloten in de GRJR nog onder voorzitterschap van mijn voorganger, afgeschaft. Er zou in het jaar 2023 voor het eerst een begin mee gemaakt worden.
In 2022 hebben mensen met heel veel verstand van financiën gezegd, die hebben dat zo bekeken. En die hebben we dus ook ingevoerd, de systematiek van de vlaktaks is ook veranderd, we kunnen nu op gemeenteniveau veel beter sturen. En die hebben toen gemeend de systematiek die we al jaren voeren met onder- of overbestedingen blijven we hetzelfde hanteren, omdat de boeken al vrij snel dichtgaan in Rotterdam en we krijgen ook nog vrij veel naheffingen. Dus het is niet handig om dat al in de lopende begroting te verwerken. Dat hebben de financieel deskundigen in de zomer van 2022 zo besloten. Vervolgens word ik in november 2023 wethouder. Ik ken helemaal niet de geschiedenis van hoe daar door financiën op beoordeeld is. We krijgen een melding in maart van de accountant van de GRJR die ons erop attent maakt: jongens, jullie gaan dit nu op 2024, maar dat moet eigenlijk al in 2023. Het gaat om een bedrag van € 43 miljoen. Dus de jaarrekening moest worden aangepast. Daar hebben we uitgebreid over gesproken, maar toen kwam in de commissie ineens het verhaal van: en de wethouder heeft anderhalf jaar zitten slapen en er zijn miljoenen verloren gegaan. Ik hoorde vandaag zelfs een theorie die ik ook in de krant las. Het was de bedoeling dat het over jaren werd uitgesmeerd.
Nou, ik ben blij met net ook de woorden van de wethouder van Financiën die ook benadrukte: wat je er ook van vindt dat we dat op die manier hebben geboekt en dat het teruggeboekt is, het bedrag van € 43 miljoen dat we extra aan zorg hebben uitgegeven, wat op zich al heel erg is hè, want ik wil op geen enkele manier dat bedrag bagatelliseren. Dat heeft geen enkele euro extra of minder of meer gekost. Dus het is, wat ik ook in de commissie zei, een boekhoudkundig iets waar je van alles van mag vinden, maar het is natuurlijk niet zo dat er iets buiten het zicht van de wethouder voor € 43 miljoen gebeurd is, dat de kosten opgelopen zijn. En zelfs de theorie van mijnheer Biljoen, het plan was om dit over jaren uit te smeren, die is helemaal uit de lucht gegrepen. Dus ik wil hier klip-en-klaar maken, je kunt van alles verwijten over het jaar waarin het geboekt is, het bedrag doet daar niets aan af, geen euro extra. En van uitsmeren over jaren is helemaal geen sprake. De VOORZITTER. De heer Tak. De heer TAK (pvda). Vorig jaar is de begroting van de GRJR besproken en daar stond dit expliciet in genoemd. Waarom is dat toen niet door de financiële administratie opgepakt? De VOORZITTER. Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder).
Er is een inschatting gemaakt, wat ik u ook net probeerde uit te leggen, dat dit voor Rotterdam niet werkbaar was, dat dat op het jaar daarop, omdat er ook nog naheffingen komen, omdat onze boeken vrij snel dichtgaan, daarom is voor die systematiek gekozen. Uiteindelijk is er dus daarop een correctie gekomen van de accountant van de GRJR. Daar kun je van alles van vinden dat financiële mensen die dit beoordelen daar met elkaar, maar dat is, nou ja. De VOORZITTER. De heer Tak.
raadsvergadering van 13 juni 2024
Notulen pagina
989
De heer TAK (pvda). Ja voorzitter, daar vinden wij inderdaad wat van, want volgens mij is het zo dat uw ambtenaren of onze eigen financiële administratie door Financial Audit erop gewezen is. Klopt dat? De VOORZITTER. Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Mijn financiële administratie wordt weer gecontroleerd door Financial Audit. Die hebben dat ook gezegd van: dit kan naar 2024. Vervolgens heeft de accountant van de GRJR gezegd: dat kan niet. Die zijn naar Financial Audit gegaan, en die hebben vervolgens gezegd: het moet zo gedaan worden. Dus dat is hoe de werkelijkheid gelopen is. De VOORZITTER. De heer Tak. De heer TAK (pvda). Wanneer heeft dan die accountant dat gezegd van de GRJR? Want nog voor de zomer in 2023 stond nota bene in de begroting van de GRJR dat deze systeemwijziging had plaatsgevonden, dus voor de zomer wisten we het al. De VOORZITTER. Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ik ben niet bij alle technische gesprekken geweest, ik vertel alleen het tijdspad, de financiële mensen hebben beoordeeld: dat gaan we op deze manier doen. Het was voor mij geen issue, het is ook niet zo dat er zorggeld is verbrast of zo, laat dat ook helder zijn. Het is een technische kwestie en op aanwijzing van de accountant van de GRJR is Financial Audit erop gewezen. Die heeft vervolgens gezegd: oké, dan gaan we het op die manier doen.
Dat heeft niets te maken met een wethouder die achter de feiten aanloopt en tientallen miljoenen kwijt is of zo. Dat beeld wil ik echt even rechtzetten. De VOORZITTER. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Ja voorzitter, het heeft wel te maken met dat wellicht de wethouder het wel wist. Dat probeert hij hier bij hoog en bij laag in elk geval te beweren. Maar in de tweede herziening in november is er geen briefje gekomen naar de raad, van: geachte raad, er hangt u nog € 43 miljoen boven het hoofd. We hebben niets gehoord. En dat is het. U staat hier om de verantwoording over de jaarrekening van 2023 te geven en wij zijn totaal verrast door die € 43 miljoen. Dan kunt u beweren dat u niet verrast bent. Als u niet verrast was, had u een brief moeten sturen. Want wij zijn nu wel verrast en wij staan hier om u ter verantwoording te roepen over het te voeren beleid en wij zitten hier nu met een tekort op een begroting. De VOORZITTER. Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ja, ik wil niet eindeloos langs elkaar heen blijven praten. Wat is er gebeurd? De budgetten liepen uit de rails in 2023. Ik kom er dadelijk op terug hoe ik daarop heb gehandeld op, hoe ik daarop in control probeer te komen. Als je een systematiek hebt, als je in de film leeft, het overschot voor 2023 moeten wij in 2024 bij de retraite meenemen in het financiële beeld.
Als je in die film leeft, en je weet al: die tekorten lopen op. We wisten al de eerste burap van de GRJR, de tweede burap, daar bent u allemaal netjes over geïnformeerd, dus dat die kosten zo enorm opliepen, dat dat dit bedrag was, dat is niet de verrassing. De verrassing is achteraf dat de verwerking op een andere manier gaat. Dus er was op dat moment voor mij toch ook geen reden, als je denkt: we moeten dat dadelijk in de retraite bij het beeld voor 2024 doen, zoals we het ook het jaar daarvoor deden. Toen hebben we dat ook op die manier gedaan. Als je in die film zit, die ambtenaren het zo hebben bedacht, van zo gaan we het doen, dan ga je toch ook niet een brief sturen? Want het bedrag van de tekorten is ook niet een heel grote verrassing. De VOORZITTER. De heer Tak. De heer TAK (pvda). Voorzitter, eigenlijk gaat het om iets heel simpels. Wethouder, geef gewoon toe dat dit buitengewoon slordig was geweest, dat u had kunnen weten voor de zomer dat dit anders had gemoeten. Het stond nota bene in die begroting van de GRJR expliciet genoemd. Dat had u kunnen en dat had u moeten weten, maak gewoon excuses en dan is daarmee misschien de kous af.
raadsvergadering van 13 juni 2024
Notulen pagina
990
De VOORZITTER. Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Voorzitter, ik ben nooit te beroerd om ergens excuses voor te maken. Als ik vind dat ik een fout heb gemaakt dan geef ik dat ruiterlijk toe. Ik vind het ontzettend vervelend dat dit zo gelopen is, maar het beeld dat u in de commissie probeerde op te roepen en wat ook in de krant geprobeerd is, dat is gewoon niet terecht. Dus ik vind echt dat het geen recht doet om nu te gaan zeggen: dat is een fout van mij. Uiteindelijk hebben wij iets fout gedaan en uiteindelijk zijn we daarvoor verantwoordelijk, dus uiteindelijk moeten wij zeggen: dit had anders gemoeten. Absoluut. Maar dat is iets anders, dus als u zegt: maak daar excuses voor, ik wil dat best doen, maar dat is niet het beeld bevestigen van: u heeft miljoenen verbrast en heeft achter de feiten aan gelopen. Dat wil ik echt wel even markeren. Dus u heeft gelijk dat het niet goed is gegaan. En ik heb ook gelijk dat ik heb uitgelegd: het heeft geen extra geld gekost en al helemaal niet het voorkomen van uitsmeren over jaren. Dus laten we het hier dan bij houden. Voor volgend jaar moet het anders, maar wel met de conditie zoals ik het gezegd heb. De VOORZITTER. U kunt verdergaan. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ja, dank u. De VOORZITTER. Toch nog niet. Er zijn nu wel heel veel vragen hierover gesteld hè.
U kunt heen en weer blijven gaan, maar u gaat elkaar niet overtuigen schat ik zo in. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Ik zou dan ook wel graag willen weten hoe de wethouder dit gaat verbeteren. Want ik hoor toch nog steeds iemand die iedereen de schuld geeft, de accountant, de ambtenaren, Financial Audit, dus hoe gaat u dat dan in de toekomst voorkomen en ons in elk geval als raad ook beter informeren? De VOORZITTER. Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ik vind dit echt jammer voorzitter. Ik probeer juist een beeld te schetsen van hoe dit is gelopen, hoe dit tot stand is gekomen. Ik geef niemand de schuld, want uiteindelijk is er maar een verantwoordelijk en dat zijn wij als college. Laat dat gewoon helder zijn. Maar als ik nu probeer een beeld te schetsen en ik probeer een beeld dat ontstaan is van: er zijn miljoenen verbrast en u loopt achter de feiten aan. Ik neem dat weg. Ik zeg nota bene op het einde nog: nou, als u daar excuses voor wilt, want het had niet zo mogen lopen, dan geef ik die nog. En dan nog zegt u: ja maar… Maar hoe kan ik u dan overtuigen? Wat moet ik u dan zeggen? Ik schets u het beeld, ik geef excuses. En dan zegt u: ja, maar ik vind het nog niet genoeg. De VOORZITTER. De heer Kind. De heer KIND (volt).
Ja, dan heb ik nog een vraag die misschien niet direct te beantwoorden is, maar met de GRJR zit je natuurlijk met meerdere gemeenten in een regeling. Ik kan me voorstellen dat die misschien wel ongeveer hetzelfde debat hebben gevoerd. Zijn alle gemeenten binnen de GRJR ongeveer hetzelfde met deze problematiek omgegaan? Of zijn er gemeenten die het gewoon al direct bij de begroting hadden geregeld en niet met een naheffing zijn gekomen? De VOORZITTER. Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ja, die vraag heb ik natuurlijk ook gesteld, want ik vind het wel relevant. We hebben het van drie gemeenten getoetst. Bij een was het sowieso niet aan de orde. En bij twee, die hebben er wel op in kunnen spelen, maar daar is vooral de schaalgrootte. In Rotterdam is de schaalgrootte heel groot en wij krijgen ook nog nafacturatie in het eerste kwartaal op grote schaal. Dus die hebben daar inderdaad wel op geanticipeerd. En wij hebben gemeend, dat heb ik ook uitgelegd, waarom we dat dus in het jaar daarop moeten doen. De VOORZITTER. Mijnheer Kind. De heer KIND (volt). Nou ja, schaalgrootte definieer ik vooral als een voordeel omdat je dan meer ambtenaren hebt, meer expertise waardoor je het juist beter kan regelen, dus vind ik het juist een
raadsvergadering van 13 juni 2024
Notulen pagina
991
beetje opvallend dat die kleinere gemeenten met minder ambtenaren het dus wel zo snel hebben kunnen regelen en dat wij achteraf pas verrast zijn geworden. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Voor de duidelijkheid, het is niet zozeer snelheid of, maar het is meer gewoon dat je denkt: we hebben in Q1 2024 een beter en completer beeld van 2023 dan op dat moment. Dus dat is een beetje de reden. Dat is het en ik weet het van twee gemeenten. Ik weet niet hoe het in de andere negen is. Maar van twee gemeenten weet ik het en die hebben het wel op deze manier gedaan. De VOORZITTER. U kunt verdergaan. De heer BUIJT (lr) (wethouder). En het volgende punt, daar wens ik ook toch heel eventjes te reageren op de bestuursopdracht Zorg. Er wordt een beeld geschetst door een aantal partijen, en ik vind ook dat er een terechte kritische noot is gekraakt over die bestuursopdracht Zorg is totaal niet te controleren. Niet inzichtelijk. We hebben er geen grip op. En dan wordt er steeds verwezen: en de accountant zegt het ook in het COR-rapport. Wat zegt die hierover? Ik citeer: "De voortgang van de Bestuursopdracht Zorg is toegelicht in het jaarverslag. In deze toelichting wordt geen concrete analyse gegeven van de financiële resultaten en de reeds genomen maatregelen uit hoofde van de bestuursopdracht. Hierdoor is het moeilijk om vast te stellen of de opdracht op schema ligt.
Hierdoor is de raad afhankelijk van aparte rapportages van de resultaten." Mijnheer Elbay wees er ook al op. Ik heb u drie heel uitgebreide rapportages gestuurd. Precies van: hoe loopt het, welke maatregelen kunnen we precies duiden, welke niet. En ik heb u toegezegd: ik vind het eigenlijk wel een terechte constatering. We moeten dat ook voortaan in de jaarrekening meenemen. En dat heeft ook de heer Elbay gevraagd en dat gaan we ook doen. Dat heb ik toegezegd. Dus volgend jaar komt hij er wel, maar dat is iets anders van: het staat niet in de jaarrekening. Dat is iets anders dat het totaal niet inzichtelijk is en niet te volgen is. Dat beeld wil ik ook nuanceren. De VOORZITTER. De heer Tak. De heer TAK (pvda). Ja voorzitter. Kijk, u heeft twee weken of drie weken geleden toegezegd, maar u heeft gewoon een jaar lopen slapen. De VOORZITTER. Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Nou, ik hou niet van jij-bakken, dus dat ga ik niet doen. Maar ik hoorde u net zeggen over: ja, er is een bestuursopdracht Zorg 1, een bestuursopdracht Zorg 2, een bestuursopdracht Zorg 3. Nee, er is één bestuursopdracht Zorg, waarbij we aan de voorkant hebben aangegeven: we hebben tranche 1 in 2022, of tranche 1, 1-1-2023, tranche 2, 1-7-2023 en tranche 3 heeft vertraging opgelopen. Dat heb ik ook vorig jaar uitgelegd, waardoor we ook het bedrag niet hebben gehaald.
Ik heb helemaal niet lopen slapen. Ik neem hun aanbeveling ter harte. Ik ga het voortaan ook in de jaarrekening opnemen, maar uw constatering: het is onnavolgbaar, niet te volgen, die is niet juist. De VOORZITTER. U kunt verdergaan. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ja, dan wordt er natuurlijk gezegd: u bent niet in control en u heeft dat ook zelf toegegeven. Dan is altijd de vraag: wat is dan in control? Wat ik heb gezegd is: op deze portefeuille, met de openeinderegeling die jeugdzorg is, met de landelijke ontwikkelingen met de afbouw van de gesloten jeugdzorg, met de gigantische cao-opplussen, ben je op deze portefeuille nooit 100% in control. En dat zei mijnheer Elbay net ook: het is of je bent in control of je bent niet in control. En dat heb ik toen ook in de commissievergadering uitgelegd. Ik ben niet volledig in control op de punten waarop ik niet in control kan zijn. Maar op de zaken waar ik wel in control kan zijn, ben ik het wel en stuur ik maximaal. Ik heb daar ook een aantal voorbeelden van: hoe heb je dan gestuurd? Allereerst merkte ik dat ik vond dat ik op te lage frequentie terugkoppelingen, analyses en updates kreeg. Dus ik heb dat sowieso opgevoerd. We kregen de burap van de GRJR eerste en tweede, die liepen helemaal uit de klauwen.
Wat hebben we gezegd? We gaan een soortgelijk iets voor de GRJR doen, dus waar we voor de gemeente Rotterdam al de bestuursopdracht Zorg hebben, gaan we nu de RBOK doen, dus er is ongelofelijk op geanticipeerd. We krijgen nu voor dit jaar eenzelfde traject dat we nu in de bestuursopdracht Zorg al hebben. Dat gaan we nu regionaal met alle gemeenten opstarten.
raadsvergadering van 13 juni 2024
Notulen pagina
992
We hebben de begrotingssystematiek van de GRJR waarin we al in een vroeg stadium de begroting maken voor het jaar daarop. En als dan het jaar daarvoor hoger blijkt te zijn, werd in het verleden al door al mijn voorgangers ook niet, die begroting aangepast aan de actualiteit. Dat doen we nu wel. We kijken nu al jaren vooruit, dus we hebben nu ook veel inzichtelijker, dit jaar hebben we de begroting dusdanig opgehoogd, juist door die enorme gebeurtenissen in 2023. Dus daar kan ik op in control zijn. Daar kan ik op handelen. En daar stuur ik maximaal op. En ja, ik vertrouw op ambtenaren, ik sta echt voor ze. Ik vertrouw ze en ik zie hoe hard ze werken en ik zie hoe die cultuuromslag hier stuk voor stuk… Maar in het beeld dat opgeroepen wordt, hij leunt volledig op zijn ambtenaren. Dat gaat erom, als ik over weerstandsvermogen en risicoanalyses word geadviseerd door financieel heel deskundige mensen, dan vertrouw ik op die ambtenaren. Maar als er ergens een euro te veel wordt uitgegeven, zit de directeur de volgende dag op mijn kamer: wat is er aan de hand? Want daar kan ik op sturen. En ik vertrouw dat hij daar vervolgens dan iets mee doet. Dat is in control zijn volgens mij, en volgens mij ben ik dat. En ik wilde het hier eigenlijk voorlopig maar even bij laten, want mijn energie zit in een hoge stand. De VOORZITTER. Water doet wonderen, zeg ik altijd. Even afkoelen.
Heeft mijnheer Tak nog een vraag? De heer TAK (pvda). Ik had u gevraagd wanneer u ons plan B zou kunnen toezenden? De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ja kijk, daar maakt u ook, we hebben afspraken gemaakt. Ik heb u aangegeven, vorig jaar hebben wij de bestuursopdracht Zorg-reeks niet gehaald. Dit jaar hebben we nieuwe maatregelen genomen, hebben we heel goed met het veld afgestemd en we hebben u een derde tranche gepresenteerd en we denken dat we het dit jaar wel halen. Ik heb daarop gezegd: maar we willen wel echt kunnen anticiperen op de situatie, dus ik heb ook nog een plan B. Ik heb u aangegeven dat ik niet onnodig onrust in de stad wil veroorzaken met maatregelen die misschien nooit van toepassing worden, dus ik heb gezegd: in september willen we daar u in een besloten sessie heel graag in meenemen en ook graag uw mening over hebben. Wat u zei, van: een beetje over de zomer heen getild. Ik dacht juist: de begroting komt er de komende weken aan, je moet dit wel goed voorbereiden, dus het is niet echt handig om dat nu op stel en sprong binnen twee weken te gaan organiseren. Dus in september, dat is de afspraak die we in de commissie gemaakt hebben. De VOORZITTER. De heer Tak. De heer TAK (pvda).
Ja voorzitter, kijk, aangezien de wethouder het toch al heeft liggen, ik dacht: dan stuurt hij het gewoon naar de kluis, en dan kunnen we het ter voorbereiding op de Voorjaarsnota betrekken bij het debat. De VOORZITTER. Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Nee voorzitter, plan B is een set maatregelen die we achter de hand houden. We gaan nu heel veel maatregelen tegelijk invoeren, dus het is sowieso geen optie om die op korte termijn in te voeren. Het voelt niet goed aan om maatregelen die misschien nooit het daglicht gaan zien in een kluis te leggen, zonder toelichting, zonder mogelijkheid dat als u daar vragen bij hebt dat ik een toelichting kan geven. Dat is niet de goede manier. Dat moeten we echt via een sessie doen waar u vragen kunt stellen en waar wij antwoorden kunnen geven. De VOORZITTER. De heer Kind. De heer KIND (volt). Ja, we hebben al twee tranches Bestuursopdracht Zorg gehad. Waarom kan er niet gewoon een derde tranche zijn? Dan is het in ieder geval openbaar, publiek, dan kunnen we het allemaal inzien. Dan kunnen we daar ook een oordeel over vellen. En door het nu naar de achterkamertjes te verschuiven, daar voel ik me niet echt comfortabel bij.
En we weten al dat we bij die eerste twee tranches al heel vaak met elkaar gediscussieerd hebben over het verlagen van herindicaties, over doorverwijzingen naar het voorliggend veld, allerlei zaken waar wij ons heel erg veel zorgen over maken. Dan voelt een plan B in de achterkamertjes als iets waar wij ons echt zorgen over moeten maken. En ik vind dat dat soort zaken openbaar en transparant moeten worden gemaakt. De VOORZITTER. Helder. Wethouder.
raadsvergadering van 13 juni 2024
Notulen pagina
993
De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ik heb ook eerlijk aangegeven dat die maatregelen die in plan B staan, echt een afwijking zijn van het beleidsplan 'Heel de Stad'. Dus uit plan B ga ik niets invoeren zonder dat die vooraf aan de raad worden voorgelegd. En het is van heel veel niet zeker of ze ingevoerd gaan worden, dus ik kies echt voor deze manier en ik vind dit ook een heel correcte manier om te doen. De VOORZITTER. De heer Coşkun. De heer COŞKUN (sp). Ja voorzitter, ik snap dat de wethouder geen slapende honden wil wakker maken, maar er is ook nog zoiets als een risicoparagraaf. Hoe groot is het risico dat hij plan B moet gaan invoeren? Want ook de Rotterdammers moeten misschien rekening gaan houden, zij moeten ook een plan B maken dat ze zorg die ze nu wel krijgen straks niet meer krijgen, en dan nog meer moeten leunen op hun netwerk, op de mantelzorgers enzovoorts. Dus in hoeverre moeten Rotterdammers nu alvast een plan B gaan maken omdat u bezig bent met een plan B? De VOORZITTER. Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). De kans dat er uit plan B nog dit jaar iets ingevoerd zal worden, is zeer klein. Want als je in september met elkaar daarover gaat praten, er wat van gaat vinden, we hebben ook de systematiek dat we eerst rechtmatigheid, toepasbaarheid, uitvoerbaarheid uitvoerig toetsen, dus Rotterdammers worden sowieso niet overvallen.
En het is ook helemaal niet zeker dat het moet. Dus dat is gewoon de weg die we nu volgen. Laten we nu met elkaar in september gewoon eens kennis nemen van wat die gedachtes nu zijn. Misschien komen er uit de commissie ook heel goede ideeën. Dan kun je daar misschien ook aan denken of: alstublieft doe dat nooit. Nou, dan komt die onderaan de lijst. Ik denk juist dat zo’n sessie waar u om vroeg, die betrokkenheid bij maatregelen, dat dit juist een instrument is om dat wel te kunnen doen. De VOORZITTER. De heer Coşkun. De heer COŞKUN (sp). Maar het gevaar van plan B is altijd dat je dan minder hard werkt aan plan A. Dus als we nu eens gewoon proberen plan A uit te voeren en geen plan B gaan maken. Kijk, een noodmaatregel kan altijd, maar je moet alles op alles zetten om samen met Rotterdammers plan A tot een succes te maken. En als je al een voorziening hebt getroffen, is de kans heel groot dat je hem vast wegsnoept. De VOORZITTER. Er zit geen vraag in. Mijnheer Kind. De heer KIND (volt). Ja, plan B voelt ook een beetje als een slechte Hollywoodfilm. En om het even scherp te maken, we hebben die eerste tranche van de bestuursopdracht Zorg, die was al doorgevoerd voordat er een addendum op het beleidskader 'Heel de Stad' kwam.
Dus in het verleden, als u uw eigen lijn zou hebben gevolgd, was het ook geen probleem om die eerste tranche door te voeren nog voor die aanpassing van het beleidskader. Dus als u nu een plan B hebt liggen, dan kunt u dat ook net zo goed al direct aan ons laten zien omdat het bij de eerste tranche ook geen probleem was. De VOORZITTER. Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Nee, want het zijn ook echt nog gedachtes. Ze zijn niet verder uitgewerkt. Geloof me nu, dit is echt niet verstandig om te doen. Laten we hier nu met elkaar het gesprek over aangaan en dan kijken. De VOORZITTER. De standpunten zijn helder. Mevrouw Mohamed-Hoesein, had u nog vragen? Mevrouw MOHAMED-HOESEIN (denk) (wethouder). Voorzitter, nee, ik had geen vragen. Wel één motie die is ingediend, de motie die verzoekt alvorens de jaarstukken 2023 worden gepresenteerd aan de raad de voorlopig ingeboekte vrijval van de bestemmingsreserve terug te draaien. Voorzitter, deze vrijval is bij de Voorjaarsnota 2023 vastgesteld. Het is dus technisch gewoon niet mogelijk om dit met terugwerkende kracht aan te passen. Dus voorzitter, ik moet de motie ontraden. De VOORZITTER. Dank u wel. Mag ik mevrouw Kockelkoren vragen even te helpen?
raadsvergadering van 13 juni 2024
Notulen pagina
994
De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Het woord is aan de burgemeester. De heer ABOUTALEB (burgemeester). Ja voorzitter, in mijn afwezigheid vanochtend had de fractie van Volt een vraag gesteld over de mate waarin verschillende variabelen die betrokken zijn bij de Veiligheidsindex al dan niet separaat worden voorgelegd aan bewoners bij het bepalen van hun cijfer voor de subjectieve veiligheid. En in dit geval ging het met name heel specifiek over de vraag of daar cyber bij betrokken is. Nee, dat is niet zo. Het gevoel van veiligheid wordt als een soort algemeen generiek oordeel van bewoners gegeven aan hun gevoel van veiligheid. Dat kan ook zijn het gevoel van sociale veiligheid, ik ben mijn baan kwijt, ik heb geen inkomen, ik dreig uit huis gezet te worden, de verlichting doet het niet goed, ik ben bestolen via internet. Nou, dat soort elementen. Maar dat geeft een algeheel oordeel, een algehele waardering over: hoe voel ik mij in de stad? Er worden dus geen aparte variabelen betrokken bij het bepalen van het gevoel van veiligheid door de bewoners. Het tweede, voorzitter was de opmerking van de heer Van der Velden inclusief de motie over transparantie inzake filantropie. Dat is een debat dat wij ook in de commissie hebben gehad met mijnheer Rozema.
Het is niet juist dat eerder gesignaleerd, dat in een motie… dat een soort kader nodig zou zijn, dat dat niet door het college is beantwoord. Dat is namelijk wel gebeurd, op 2 november 2021. Er is toen een brief nog naar de vorige raad gestuurd, en daarin is wel gemotiveerd aangegeven waarom het college toentertijd vond dat het kader niet nodig was. Want waarom zou je filantropen in de stad anders behandelen dan alle andere partijen in de stad? Zij hebben exact dezelfde speelruimte als alle anderen. Op het verzoek van de raad hebben we nog Bibob aangescherpt. Dat geldt dus nu ook voor filantropen. We hebben het Didam-arrest, waarmee geen voorkeur voor de filantropen aan de orde is boven andere partijen die geïnteresseerd zouden kunnen zijn in een stuk grond of in onroerend goed. En dat is ook een compliment voor dit college. Men dacht van meet af aan: laten we de burgemeester maar belasten met dit vraagstuk, want voor zover het misschien aan de orde zou kunnen zijn, een discussie over integriteit, welaan, de burgemeester is bij wet verantwoordelijk voor het bewaken van bestuurlijke integriteit. Dus eigenlijk alle ingrediënten die nodig zijn om het hier netjes te doen, conform de regels, filantropen niet boven anderen te verheffen, is aan de orde. Derhalve was toentertijd gemotiveerd en wel aangegeven dat een kader hier niet aan de orde zou zijn.
Ik zal die motie dan ook niet omarmen voorzitter. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). De heer Van der Velden. De heer VAN DER VELDEN (pvdd). Dank u. Ja, u doet net of dat niet bij ons bekend is. Maar als u de motie leest citeren wij zelfs die brief. Dus u moet niet doen alsof dat niet bekend was bij ons. Wij noemen die brief in de motie. Ten tweede is het gewoon een heel duidelijk advies van onze accountant. En ja, de gemeenteraad had zelf ook al eerder aangegeven: wij willen een kader. Maar eigenlijk sla je nu een advies van de accountant in de wind, en dat lijkt me niet heel erg verstandig met dit onderwerp. Ten tweede is het niet zomaar een partij die, ik noem maar wat € 5.000,00 investeert in de stad. Nee, we hebben een begroting van € 4,4 miljard en deze partij slaat inmiddels € 800 miljoen stuk in deze stad. Dat gaat nog meer worden, hebben ze aangegeven. Dan lijkt het mij heel vanzelfsprekend dat de gemeenteraad wordt meegenomen in de afwegingen, in de geldstromen, in alles wat betrekking heeft op deze filantroop. En de accountant onderschrijft dit. En dit kun je niet als college zomaar in de wind gaan slaan. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). De burgemeester. De heer ABOUTALEB (burgemeester). Ja voorzitter, we hebben een aanzienlijk debat met elkaar, toch? Dit vind ik ervan, dat geef ik dan terug.
In de tussenliggende tijd hebben we Bibob aangescherpt, van toepassing verklaard ook op filantropen, ook aan u voorgelegd. Dit heeft u in handen. Het Didamarrest is wat ons betreft een prima kader om te waarborgen dat filantropen niet boven anderen worden gesteld. Maar voorzitter, ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat wij hier al eens eerder met de heer Van der Velden een debat hebben gehad over betrokkenheid van met name één grote filantroop in de stad, en dat de heer Van der Velden en de Partij voor de Dieren daar inhoudelijke bezwaren heeft tegen betrokkenheid van zo’n grote particuliere investeerder in sociale zin in Rotterdam. Ja, dat neem je met zo’n beleidskader niet weg. Dat blijft een, ik zou bijna willen zeggen, politiek oordeel over de vraag of je vindt dat filantropen in deze omvang in de stad goede doelen zouden kunnen steunen. Maar dat is een politiek oordeel dat u dan met elkaar aangaat. Als dat de kern is van het bezwaar, dan los je
raadsvergadering van 13 juni 2024
Notulen pagina
995
dat met een kader als deze niet op, los van het feit dat ik vind dat die ingrediënten die in zo’n kader aan de orde zijn met de elementen die ik net noemde in voldoende mate worden ondervangen. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). De heer Van der Velden nog even kort de tijd. De heer VAN DER VELDEN (pvdd). Nou ja, ik wil me gewoon beperken tot wat we vandaag bespreken. Dat zijn de stukken en ik wil me beperken tot de motie. En wat er nu voor de hand ligt is dat de accountant dat advies geeft. Het advies wordt onderschreven door de hele gemeenteraad door middel van de COR. Simpel, dus de gemeenteraad wil het, de accountant wil het, de enige die het niet wil is de burgemeester van Rotterdam, want u praat ook de hele tijd in de ik-vorm. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). De burgemeester. De heer ABOUTALEB (burgemeester). Ja, ik ben portefeuillehouder. Nee, het is het standpunt van het college, zeg ik er maar even bij. Ik ben portefeuillehouder, dus als ik op die manier iets uitleg dan is dat niet de bedoeling. Maar ik omarm die motie niet namens het college, heel precies, en het is aan de gemeenteraad om straks bij de stemming daar een oordeel over te vellen. Maar ik raad u deze motie op deze manier niet aan.
En dat betekent dat voor de filantropen in de stad andere maatregelen, andere kaders gaan gelden dan voor alle anderen die ook een oogje hebben laten vallen op een pand of een oogje hebben laten vallen op een stukje grond. Eigenlijk zijn de algemene kaders op iedereen van toepassing, of je nu filantroop bent of dat je een andere commerciële partij bent die geïnteresseerd is in een pand of in een stuk grond. Dat is precies hetzelfde. We leggen iedereen langs de meetlat, namelijk Bibob is aan de orde en het Didam-arrest is aan de orde. En als er twijfel is aan integriteit is de portefeuille in handen van de burgemeester en die heeft de wettelijke taak om te borgen dat de bestuurlijke integriteit in de gaten wordt gehouden. Ik kan het niet preciezer zeggen voorzitter. Dan voorzitter, niet zozeer een vraag maar een terloopse opmerking van Forum voor Democratie, de heer Oostdijk, over veiligheid en over camera’s en gebruik van camera’s. We hebben het daar al eens eerder met elkaar over gehad, ook in de commissie. Een goed voorbeeld van waar je in de evolutie van veiligheid stijgende lijnen kunt zien dat je denkt: nu heb ik het cameratoezicht in dezen niet nodig of in beperkte mate nodig, bijvoorbeeld in slaapstand brengen, dat je wel registreert maar niet actief uitkijkt, is Katendrecht.
Lang geleden was Katendrecht qua veiligheidsniveau ongeveer dicht bij 0, en nu is dat een van de best scorende veiligheidsgebieden van onze stad. Ja, dan heeft natuurlijk een overdaad aan camera’s daar ook geen zin. Dat doe je dan op een andere plek waar dat eerder hard nodig is. Dat debat heb ik ook eerder met mevrouw Van Wifferen van D66 in de raad gehad en ook daar de belofte gedaan: als de camera’s niet nodig zijn, ofwel we verplaatsen ze of we brengen ze in slaapstand. Maar dat is eigenlijk beleid in onze stad sinds jaar en dag. Dat is het voorzitter. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Dank u wel. Dan geef ik de hamer weer even over aan de burgemeester. De VOORZITTER. Er is veel uitgewisseld en ik kan me voorstellen dat er nu ruimte is voor een korte pauze, maar ik zie dat de heer Tak is gaan staan. De heer TAK (pvda). Ja, ik zou graag inderdaad willen schorsen. Ik zou graag willen voorstellen voorzitter via u om te schorsen inderdaad, zodat we ook even kunnen overleggen met een aantal collega’s. Ik weet niet of we iets van 45 minuten… dan kunnen we dat combineren met de theepauze, om onze bevindingen van dit debat mee te nemen en te kijken wat we daarmee… De VOORZITTER. Dat is dus een schorsing voor een eventuele tweede termijn, begrijp ik dat goed? De heer TAK (pvda). Exact. De VOORZITTER. Als daar behoefte aan is. Ja, de heer Segers-Hoogendoorn.
De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja, dan heb ik nog wel een behoefte aan een veegronde. De VOORZITTER. Nog een keer. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Een veegronde.
raadsvergadering van 13 juni 2024
Notulen pagina
996
De VOORZITTER. Maar dat doen we aan het begin van de tweede termijn. Als er toch een tweede termijn komt dan doen we dat daar. (Er wordt buiten de microfoon gesproken.) Nee, oké, prima. Ook van de orde? Ook een veegronde? Dan doen we dat maar. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja, dank voorzitter. Misschien heb ik het niet duidelijk genoeg gezegd, maar ik had met mijn eerste opmerking in mijn termijn over het combineren van jaarrekening en Voorjaarsnota ook een appel gedaan aan het college en specifiek de wethouder van Financiën. En ik denk eigenlijk dat hij dat zo niet begrepen heeft, dus dit is mijn veegvraag, of de wethouder van Financiën daar nog op kan reageren, bijvoorbeeld of hij kan komen met mogelijkheden waarbij we die knip toch kunnen maken, bijvoorbeeld door de rekening eerder in het jaar te doen. Maar goed, dat is slechts een suggestie. Maar toch even de vraag aan de wethouder van Financiën om daar op te reageren. De VOORZITTER. Mevrouw Elfilali. Mevrouw ELFILALI (volt). Ja, ik had nog een vraag gesteld aan wethouder Bouwen en wonen over studentenwoningen en volgens mij begon ze aan het antwoord maar toen kreeg ze een interruptie en toen is het er volgens mij niet meer van gekomen. Dus die vraag heb ik nog staan. De VOORZITTER. Oké. Dan kijk ik nog even naar de wethouder van Financiën. Mevrouw VERKOELEN (50+). Voorzitter. De VOORZITTER.
U had ook een veegvraag. Sorry, ik zag alleen maar twee mensen staan. Mevrouw VERKOELEN (50+). Nee nee, ik sta toch. U keek gewoon over me heen, ik ben niet zo groot. Dat klopt. De VOORZITTER. U valt altijd op, zeker. Mevrouw VERKOELEN (50+). Ik had nog één veegvraag voor de heer Buijt en dat was dat ik heel concreet naar een plan vroeg voor de jeugdzorg. Dat heb ik nog gevraagd. Komt er een plan voor de jeugdzorg en hoe ziet dat eruit en wat gaan we doen gezien de enorme tekorten die we gehad hebben? De VOORZITTER. Andere veegvragen nog? Mijnheer Biljoen. De heer BILJOEN (gl). Voorzitter, ik pak hem er heel even bij. Ik had in mijn speech aan wethouder Buijt gevraagd over het openbare verslag van de GRJR van begin april. Daarin stond: het verschil in de zorgkosten is voornamelijk ontstaan door een achterstalligheid in de afgifte van toewijzingen van jeugdhulp voor zorg die al wel is geleverd. De gemeente geeft die toewijzingen af, en ik hoor dan graag even van de wethouder hoe dit nu precies zit. De VOORZITTER. Ja? Dan gaan we de wethouders langs. Wethouder Financiën eerst. De heer STRUIJVENBERG (lr) (wethouder). Dank voorzitter. Ik had het inderdaad wel gehoord, niet opgevat als vraag aan mij. Ik hoor nu twee gedachtes die ik misschien niet goed kan combineren.
Aan de ene kant de gedachte: kan de jaarrekening wat eerder, dan zit er meer tijd tussen een jaarrekeningbehandeling en een Voorjaarsnotabehandeling. En een combinatie, wat juist weer zou betekenen: je behandelt ze allebei in één raadsvergadering of misschien zelfs in één agendapunt. Ik snap de opties maar wat is nu de vraag? Want ze zijn tegengesteld aan elkaar. De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). De vraag aan u is om ons als raad opties te geven. Want als je het samen doet terwijl je de Voorjaarsnota al onder ogen hebt gehad, krijg je wat je vandaag krijgt, het ingewikkelde moeizame debat met dat je eigenlijk al informatie hebt die je niet bij dit debat mag betrekken maar die wel heel relevant is. De enige manier om dat te voorkomen mijns inziens is om het verder uit elkaar te trekken. Dat zou betekenen dat de rekening eerder moet en die vraag stel ik aan u.
raadsvergadering van 13 juni 2024
Notulen pagina
997
De VOORZITTER. Wethouder. De heer STRUIJVENBERG (lr) (wethouder). Nee, dat is me helder. Het eerder opleveren van de jaarrekening zal ingewikkeld worden. We hebben al een behoorlijke uitdaging om dat op een goede manier te doen. We voeren daarover ook vaak het gesprek over in de COR natuurlijk over het controleproces. Dus ik deel graag dat we dat op een nog betere en kwalitatief ook betere manier gaan doen. En om dat voor elkaar te krijgen, dat gaat me niet lukken om dat te combineren met: doe het ook nog maar een aantal weken eerder. Dat zal mij niet lukken. De Voorjaarsnota later, daar gaat u denk ik niet om vragen. Dat is de optie niet. Nee, helder. De VOORZITTER. Wethouder Buijt. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ja, op de vraag van mevrouw Verkoelen, een plan voor de jeugdzorg. We hebben op verschillende terreinen, we hebben bij de GRJR de RBOK waarin we een aantal maatregelen nemen. Landelijk hebben we de Hervormingsagenda Jeugd, waar op een aantal wijzigingen, ook in de reikwijdte van jeugdzorg wordt gewerkt. Dus er wordt op allerlei fronten heel hard gewerkt om te zorgen dat we a: de wachtlijsten proberen omlaag te krijgen, b: dat de zorg beschikbaar blijft, en c: heel scherp te kijken waar wordt de juiste zorg nog geleverd. Dus het is eigenlijk onderdeel van en de bestuursopdracht Zorg en de RBOK en de landelijke ontwikkelingen Hervormingsagenda Jeugd.