CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20240215- Notulen van de raadsvergadering van 15 februari 2024

Gemeenteraad 14 maart 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Vaststelling van de notulen van de raadsvergadering van 15 februari 2024.66.522 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 7

Tot zover. De VOORZITTER. De heer Biljoen heeft de volgende moties ingediend. Motie 8. Al Assessment "De gemeenteraad van Rotterdam, bijeen op 15 februari 2024 ter bespreking van agendapunt 6.1 programmaplan Digitale Inclusie; constaterende dat: - bij algoritmes die in de categorie hoog risico vallen, er altijd een Impact Assessment Mensenrechten en Algoritmes (IAMA) en een ethische toets uitgevoerd wordt; - kunstmatige intelligentie en zelflerende algoritmes altijd in de categorie hoog risico vallen; overwegende dat: - ondanks de IAMA en de ethische toets, bewezen is dat zelflerende algoritmes en kunstmatige intelligentie het risico hebben om onwenselijke verbanden te leggen die onevenredig negatief kunnen uitpakken voor gemarginaliseerde groepen; - het daardoor enorm belangrijk is om de risico's op negatieve gevolgen van kunstmatige intelligentie en zelflerende algoritmes zo klein mogelijk te maken; - een Al Impact Assessment kan helpen bij het maken van afwegingen over het inzetten van kunstmatige intelligentie en zelflerende algoritmes; - een Al Impact Assessment daarnaast bijdraagt aan het vergroten van de verantwoording over kunstmatige intelligentie en de zelflerende algoritmes en de kwaliteit hiervan; verzoekt het college: - bij het inzetten van kunstmatige intelligentie en zelflerende algoritmes naast een Impact Assessment Mensenrechten en Algoritmes en ethische toets

te doen, ook een Al Assessment uit te voeren; en gaat over tot de orde van de dag."

raadsvergadering van 15 februari 2024

Notulen pagina

170

w.g. M.H. Biljoen en S. Reitema Motie 9. Impact Assessment Mensenrechten en Algoritmes "De gemeenteraad van Rotterdam, bijeen op 15 februari 2024 ter bespreking van agendapunt 6.1 programmaplan Digitale Inclusie; constaterende dat: - bij algoritmes die in de categorie hoog risico vallen, er altijd een Impact Assessment Mensenrechten en Algoritmes (IAMA) uitgevoerd wordt; - in de inleiding van het Impact Assessment Mensenrechten en Algoritmes staat dat het IAMA gebruikt kan worden als instrument voor reflectie wanneer een algoritme in gebruik genomen is; overwegende dat: - bij het gebruik van algoritmes het risico op mensenrechtenschendingen aanwezig is, doordat de algoritmes bijvoorbeeld gebruik maken van bevooroordeelde informatie; - we ervoor moeten zorgen dat de kans op mensenrechtenschendingen door algoritmes te allen tijde zo klein mogelijk is; - het evalueren van algoritmes door gedurende het gebruik van het algoritme de IAMA uit te voeren ervoor zorgt dat de kans dat algoritmes mensenrechten schenden kleiner wordt; - het daarnaast van belang is dat de gemeenteraad op de hoogte gehouden wordt van de risico's van de algoritmes die de gemeente gebruikt; verzoekt het college: - wanneer een Impact Assessment Mensenrechten en Algoritmes uitgevoerd wordt, deze te delen met de gemeenteraad; - jaarlijks voor de gebruikte algoritmes opnieuw de Impact Assessment Mensenrechten en

Algoritmes uit te voeren; en gaat over tot de orde van de dag." w.g. M.H. Biljoen en S. Reitema De moties zijn voldoende ondersteund en maken deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER. De heer Ceulemans. De heer CEULEMANS (lr). Ja dank voorzitter. Kortheidshalve kan ik me eigenlijk volledig aansluiten bij het verhaal van de heer Oostdijk, van A tot Z mee eens. Met name ook als het gaat om het niet beperken van digitale inclusie tot het digitaal vaardiger maken van mensen die dat op dit moment niet zijn. Maar juist ook alternatieven die niet digitaal zijn blijven aanbieden als gemeente. Daarom zijn wij groot voorstander van alle wijkhubs en eigenlijk alles wat door de overheid op wijkniveau of op straatniveau kan worden aangeboden, ook als het gaat om het leveren van overheidsdiensten aan mensen die dat niet online hoeven te regelen maar gewoon aan een loket. Dus een goede zaak. Dan kan ik eigenlijk heel veel overslaan. Nou ja, we hebben het in de commissie met de wethouder gehad over ouderen die niet specifiek als doelgroep worden genoemd in dit stuk, omdat de wethouder zegt: het is eigenlijk een gedateerd beeld dat alleen ouderen digitaal niet vaardig zijn. Nou, dat begrijp ik, ik denk wel dat het een groep is waarbij het risico het grootst is dat ze minder mee kunnen komen, omdat het wel de groep is die het minst makkelijk nog bijleert op dat terrein.

Dus prima dat het er zo staat, maar in de voortgang zou ik wel graag van de wethouder ook specifiek horen hoe dit programma uitwerkt op ouderen en of het het bereik heeft dat het moet hebben op die doelgroep specifiek. Dan tot slot, het Civic AI-Lab. Ik ben het eigenlijk wel eens met mevrouw Reitema. Kan dat niet gewoon een Nederlandse naam krijgen ook? Dat lijkt me ook een goed idee. En ik heb een beetje mijn twijfels over burgerparticipatie als het gaat om algoritme. Dat hebben we in de commissie ook al even gewisseld. Als er nu één ingewikkeld onderwerp is dat zich denk ik moeilijk leent voor burgerparticipatie is het algoritme. Een leek, dat ben ik ook, ik begrijp er al weinig van. Laat staan dat gewoon een Rotterdammer daar actief zich voor gaat melden om erover mee te praten. Maar goed, we gaan zien hoe het uitpakt. Ik wil wel graag de toezegging dat die burgerparticipatie of wat deze wethouder ook gaat doen met algoritme, niet een verdere inperking van de mogelijkheden van algoritme teweeg gaat

raadsvergadering van 15 februari 2024

Notulen pagina

171

brengen die bijvoorbeeld wethouder Versnel op zijn bordje kan krijgen. Hij ervaart natuurlijk continu hoe moeilijk het is om binnen de heel strakke kaders die er momenteel zijn algoritmes in het kader van fraudebestrijding te hanteren. Laten we er in ieder geval voor zorgen dat dit het niet nog verder inperkt. En helemaal tot slot, graag een bevestiging van de wethouder dat dit programma op geen enkele manier afbreuk doet aan de afspraak dat we als gemeente in het Nederlands communiceren en dat we daar alleen van afwijken op het moment dat de volksgezondheid of de openbare orde in het geding is. De VOORZITTER. Iemand nog het woord? Wethouder Achbar. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja, dank voorzitter. Het plan Digitale Inclusie hebben we besproken in de commissie. Dat klopt. Met een aantal doelstellingen waarbij twee belangrijke componenten toch even genoemd moeten worden, waarbij het allerbelangrijkste is, en dat staat ook in het rapport, dat we uitgaan van een aantal onderzoeken, dat ruim een derde van de Rotterdammers achterblijft en niet makkelijk meekomt in die digitale wereld. En dat is toch nogal een grote groep, waarbij dus de doelstelling ook is hoe we nu die kloof tussen mens en systeem kunnen dichten door een aantal interventies in de stad te organiseren. Dat is component 1. Component 2 is het hebben van een Civic AI-Lab.

Ik vond het zelf een sexy naam, maar ik hoor dat daar kritiek op komt vanuit de raad, dus ik zal hem meenemen om na te denken wat nu nog een betere naam kan zijn voor het Civic AI-Lab. Het is op dit moment een werktitel, ook omdat dat in Amsterdam ook zo genoemd wordt, dus wij kijken ook hoe het in andere gemeenten gaat om niet het wiel helemaal zelf uit te vinden. Het bijzondere ten opzichte van Amsterdam is dat wij wel gaan inzetten op het oplossen van maatschappelijke vraagstukken door wel aan die burgerparticipatie te doen, vooral in het Nederlands zal de inzet zijn om juist niet een beperking te creëren maar eerder juist een oplossing te vinden voor die maatschappelijke vraagstukken. Daarbij zien we ook collegebreed dat dat juist een versterking zou moeten zijn in plaats van een beperking. Digitale inclusie als zodanig is een nieuwe portefeuille. Er is inderdaad ook € 5 miljoen voor gereserveerd voor de komende twee jaar. Daarbij zijn we ook nog lerende in alles wat we doen.

Ik heb in de commissie toegezegd: eind maart zal ik komen met concrete doelstellingen, want ook ik hecht daar enorm veel waarde aan, om te zeggen: oké, we gaan nu wel die stappen zetten, maar wat levert het nu voor die een derde Rotterdammers concreet op? En draagt het ook echt bij aan het dichten van die kloof? Dus die toezegging heb ik gedaan in de commissie en zoals beloofd hoop ik dat eind maart u te doen toekomen. De VOORZITTER. Mevrouw Reitema. Mevrouw REITEMA (pvda). Ja, ik hoor wat de wethouder zegt. Toch vind ik het een beetje een omgedraaide volgorde. Het lijkt me logisch dat je eerst zegt: dit zijn de doelstellingen, dat is het beleidskader en zo gaan we dat concreet doen met een uitvoeringsplan. Dus ik vind het een beetje gek om het nu over een heel hoogover beleidskader te hebben en daarna doelstellingen te formuleren. Ook begrijp ik dat er dus geen uitvoeringsplan komt, dus ik vraag hierbij alsnog, het is € 5 miljoen gemeenschapsgeld, het is geen speeltuin, wilt u alstublieft met een uitvoeringsplan komen? De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Voorzitter, ik heb gezegd dat dit een nieuw plan is, met nieuwe ideeën, waarvan we ook een aantal voorbeelden vanuit andere gemeenten meenemen, waarbij de doelstellingen wel geformuleerd staan. Moge dat helder zijn, de doelstellingen staan geformuleerd, waarbij twee componenten net genoemd zijn.

Hoe we daarmee aan de slag willen gaan, staat in het beleidsstuk en ik heb u toegezegd in de commissie: de concretisering daarvan in de vorm van doelstellingen doe ik u eind maart toekomen. En dat betekent niet dat we nu alleen een beleidsplan hebben. We zijn echt wel keihard aan het werk, want ik moet ook die deadline halen eind maart. Dus ik realiseer me terdege dat dit geen speeltuin is. Dus u mag er ook op vertrouwen dat we hier de goede dingen met elkaar aan het doen zijn. Zeker als ik de opmerking maak: ook ik vind het belangrijk om met concrete doelstellingen te werken, omdat ik ook wil weten wat voor effect en impact dit nu maakt. Want uiteindelijk sta ik hier voor die Rotterdammers en niet om een leuk € 5 miljoen uit te geven in een speeltuin. De VOORZITTER. Mevrouw Reitema.

raadsvergadering van 15 februari 2024

Notulen pagina

172

Mevrouw REITEMA (pvda). Nee, ik heb er vertrouwen in dat de wethouder het doet, maar ik vraag ook om iets te presenteren dat de gemeenteraad dan ook daadwerkelijk kan controleren. En nogmaals, hierbij dan een aanvullend verzoek, of dan in die doelstellingen die in maart komen ook gewoon een percentage komt, van: zoveel Rotterdammers gaan wij digitaal vaardig maken in de rest van deze collegeperiode. Zit die doelstelling daar dan in? De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja voorzitter, ik heb ook vaker gezegd, ik vind het fijn dat u uw controlerende taak uitvoert. Dat waardeer ik ook. Dat is ook hoe we het met elkaar hebben afgesproken. Maar ga niet op detailniveau, of ja, dat is ook de keuze aan u. Kijk, of het nu percentages of aantallen zijn, geef die ruimte tot maart en dan krijgt u het toegestuurd en kunnen we het er daarna over hebben. Van nou ja, dit is in aantallen uitgedrukt en ik zou het graag in percentages willen hebben, dan zal ik u bedienen. Maar op voorhand aangeven: ik wil het in percentages hebben vind ik eigenlijk net weer de omgekeerde wereld. De VOORZITTER. Mevrouw Reitema. Mevrouw REITEMA (pvda). Ja, dit vind ik een beetje een semantische discussie worden.

Het lijkt me gewoon logisch dat als je een plan digitale inclusie hebt, dat je gewoon concreet wil hebben: hoeveel Rotterdammers gaan we nu digitaal vaardig maken? Of het nu in aantallen of in percentages is, ik hoop dat in ieder geval eind maart terug te zien. De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Om uit de semantische discussie te komen voorzitter, dan zeggen we hetzelfde. Want ik zeg dat ik zoals toegezegd eind maart kom met concrete doelstellingen. Voorzitter, dan ga ik naar de moties van de PvdA. Om te beginnen met motie 1, 'Thuis online kunnen zijn met een digitaal akkoord'. U vraagt mij om me in te spannen voor een digitaal akkoord met providers. Die kan ik omarmen, dat lijkt me alleen maar goed. Het draagt bij aan de doelstellingen. 'Buiten online kunnen zijn met een public roam' voor heel de stad. Dat is niet de doelstelling van het plan, dus die ga ik ontraden. De VOORZITTER. Mevrouw Reitema. Mevrouw REITEMA (pvda). Ja, ik hoor graag wel even wat meer toelichting waarom die ontraden wordt en onder welke wethouder dit dan valt, want u geeft wel in een eigen toezegging aan dat er wel aan de slag wordt gegaan met een deel van een public roam. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja, een deel van een public roam. Kijk, wij willen juist die kloof dichten tussen mens en systeem voor die een derde.

Maar als u hem zo formuleert, lijkt het alsof we het in heel Rotterdam moeten gaan invoeren, en dat is niet het doel van het plan. De focus is wel op de mensen die nu niet makkelijk meekomen in die digitale wereld, en daar zal dus ook die focus op zijn. De VOORZITTER. Mevrouw Reitema. Mevrouw REITEMA (pvda). Graag in technische tijd, want ik vroeg onder welke wethouder dit dan valt. U noemt zelf in uw toezegging-uitleg dat er veertig wifipunten bij komen. Dan hoor ik graag, oké, waarom dan niet door heel de stad en wie gaat daar dan mee aan de slag als u dat dan blijkbaar niet bent. De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja, volgens mij begrijpen we elkaar verkeerd. Op het moment dat we zeggen veertig, dan zal dat een focusgebied zijn of gericht op die een derde Rotterdammers. Maar zoals u hem vraagt, zegt u: doe heel de stad. Nou, heel de stad is niet het doel van dit programma. Dan kost het sowieso veel meer en dan vraagt het ook een andere target. En zeker als u vraagt: wat is nu uw concrete doelstelling? Als dan de doelstelling is: heel de stad gaan voorzien van public roam, dan wordt het voor mij too much.

raadsvergadering van 15 februari 2024

Notulen pagina

173

De VOORZITTER. Het wordt wel erg veel Engels. Mijnheer Ceulemans, u luistert, maar het is én public roam en too much. Het is wel erg veel Engels. Ja, ik zeg het toch maar. Mevrouw Reitema. Mevrouw REITEMA (pvda). Ja, heel kort, ik begrijp dus dat de wethouder Digitale Inclusie hierover gaat. Mooi. Ik hoor wel graag wat dan de motivering is voor het plaatsen van deze veertig en waarom dan dat een derde van de stad. Als de wethouder dat kan toezeggen. De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Voorzitter, het doel van digitale inclusie is niet een nieuwe service voor alle Rotterdammers te realiseren. Het doel is voor Rotterdammers die in een digitale kloof zitten de mogelijkheid te bieden om online te gaan. Dat is het doel van digitale inclusie. De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja voorzitter, ik was even gaan staan omdat dit precies naar aanleiding van de conceptmotie van mevrouw Reitema ook een discussie was in onze fractie. En eigenlijk aansluitend op wat de heer Biljoen vroeg, misschien komt u er dadelijk nog op terug, maar omdat u nu alleen op deze motie adviseert, ik zou wel graag iets meer willen weten over oké, je gaat dus nu wat meer aan de slag met dat public roam.

Wat zijn de lessons learned van die afgelopen jaren, maar ook: wat zou het dan kosten als je het verder zou willen uitbreiden? Stel uw plan is straks succesvol en je zegt: we willen dat toch op meer plekken hebben. En dat was precies de discussie die wij in onze fractie hadden. Dus als u daar nog wel wat meer op in wilt gaan, wat kost het nu en wat zijn de voor- en nadelen ervan. Want het lijkt mij wel dat gratis wifi in de stad aanbieden op allerlei plekken natuurlijk wel een digitale kloof kan dichten. De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja kijk, dat is er echt eentje die we kunnen evalueren op het moment dat we die stappen hebben gemaakt. Laten we dan nu beginnen met die veertig, kijken wat voor effect dat heeft. Dat is meteen het antwoord op de vraag van de heer Biljoen. Vijftien jaar geleden ging het helemaal mis en was het niet zo succesvol. Ik ben blij dat we na vijftien jaar ook wel wat betere technologische stappen hebben kunnen zetten, ook als het gaat om de veiligheid daaromtrent. Dus we hebben daar ook enorm van geleerd om het anders te doen. Dus wat dat betreft zal het anders zijn dan vijftien jaar geleden. Maar ik vind het wel een interessante vraag.

Maar laten we nu beginnen met die veertig om dan te kijken wat voor impact dat heeft, aan de hand van die concrete doelstellingen, om dan te kijken: moeten we minder of juist meer gaan doen? Maar om nu op voorhand te zeggen: doe heel die stad, dat vind ik te gortig. De VOORZITTER. U kunt verdergaan. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Dan heb ik een motie, ook van de PvdA, die doet collega Struijvenberg. Over de doelstellingen heb ik het gehad. Dat is motie 5, ook van de PvdA. Die ga ik ontraden, omdat ik de toezegging al heb gedaan voor eind maart. Dan heb ik een motie van DENK. Omarmen. Ja, goed, dat is zeker de vraag die er ligt, veilig werkende apparaten en toegang creëren. Dat past bij de doelstelling van digitale inclusie. Volgens mij ben ik er qua moties voorzitter. De VOORZITTER. Dan gaan we naar wethouder Struijvenberg. De heer STRUIJVENBERG (lr) (wethouder). Dank, een motie en ik had geloof ik nog één vraag van de heer Oostdijk. Die zegt: het is ook belangrijk in deze wereld, mooi al dat digitale, dat ben ik ook met hem eens. Het dient ons, het dient onze inwoners. Maar het is wel belangrijk om ook offline dienstverlening te blijven aanbieden als ik het zo mag zeggen, en dat ben ik van harte met hem eens.

Het is ook belangrijk dat we ons blijven realiseren dat alles wat er digitaal wordt aangeboden, dat je natuurlijk ook nog steeds offline bij de gemeente terechtkan, bijvoorbeeld via 14010 telefoon, maar bijvoorbeeld ook in de stadswinkels of natuurlijk in de wijkhubs die dit college over de wijken verspreidt. Dus ik ben het van harte met die oproep eens voorzitter. Dan heb ik twee moties, motie 3 en motie 6. Motie 3, 'Geen digitale inclusie zonder digitale toegankelijkheid'. Die heeft het over: goh, moet je niet een VNG-aanjaagteam erbij betrekken om ervoor te zorgen dat dit een boost krijgt? Nu is het zo

raadsvergadering van 15 februari 2024

Notulen pagina

174

dat we inderdaad waar mevrouw Reitema ook in de motie aan refereert, het tweede bolletje van de constateringen, dat onvoldoende werd gescoord. We zaten op 3% toegankelijkheid. Dat is begin 2023. Maar dat is op dit moment 25% en ik verwacht dit jaar te gaan naar 50%. Dat geef ik haar wel mee. En als ik dan combineer met motie 6 van Volt, 'Digitaal toegankelijke websites'. Die zegt: maak nu in ieder geval inzichtelijk wat er moet gebeuren om dat allemaal nog te doen. Die vraagt meer het programmalijstje als het ware. Wat ga je nu doen, hoe gaat het ongeveer eruitzien, wat kunnen we daarvan verwachten? Natuurlijk voor de websites die we duurzaam in de lucht willen houden, dank ook dat dat er staat. Want er zijn nu eenmaal websites die we niet in de lucht willen houden omdat we ze onder rotterdam.nl willen brengen en dan is een investering daarin niet zo verstandig. Dus voorzitter, motie 6 zou ik daarmee willen omarmen. En bij motie 3 vraag ik me af of die daar dan nog echt iets op toevoegt, omdat ik me ook afvraag of ik een aanjaagteam nodig heb als ik van 3% naar 25% naar 50% ga. De VOORZITTER. Mevrouw Reitema. Mevrouw REITEMA (pvda). Ja, technisch, motie 6 is dus dat actieplan delen. De heer STRUIJVENBERG (lr) (wethouder).

Motie 6 geeft een oproep: breng het op orde en zoveel mogelijk als dat kan naar status A en afdoening van die motie zal moeten beschrijven hoe we daar in zitten en eigenlijk inzichtelijk maken wat we daarvoor moeten doen, dus een soort actieplan, of in ieder geval een to-dolijst of hoe je dat wilt zien. En motie 3 zegt: ga in gesprek met het VNG-aanjaagteam, maar ik meen eerlijk gezegd dat… ik vermoed dat ik ze niet nodig heb. Ik ga al van 3% naar 25% naar 50%. Maak dat concreet richting de raad. Dat lijkt me uitstekend. Dat is motie 6, en dan kunnen we het daar natuurlijk ook verder over hebben. De VOORZITTER. Mevrouw Reitema. Mevrouw REITEMA (pvda). Ja, even, de wethouder bedoelt met motie 6 dus 'Rotterdamse doelstellingen digitale toegankelijkheid volgens het VN-verdrag'. De VOORZITTER. Nog een keer Reitema. Mevrouw REITEMA (pvda). Motie 6 zegt: in het licht van het VN-verdrag Handicap een actieplan voor een grotere digitale toegankelijkheid te delen met de gemeenteraad. Dus ik ga ervan uit dat die er is en dat we die kunnen delen. De VOORZITTER. Wethouder. De heer STRUIJVENBERG (lr) (wethouder). Hebben wij een andere versie van de motie of ik lees nu ergens overheen voorzitter? De VOORZITTER. Wilt u misschien het dictum even kort voorlezen? De heer STRUIJVENBERG (lr) (wethouder). Het is een lang dictum maar ik ga mijn best doen.

Verzoekt het college inzichtelijk te maken wat er gedaan moet en kan worden om alle gemeentelijke websites die de gemeente duurzaam in de lucht wil houden een toegankelijkheidsverklaring te geven. Om bij al deze websites die dit nog niet hebben dit zo snel mogelijk dat te doen. Om al deze websites door middel van een toegankelijkheidsverklaring digitaal toegankelijk te maken of deze aantoonbaar aan de wettelijke verplichting van tijdelijk besluit digitale toegankelijkheid te laten voldoen, dat is status C. En dat is de laatste, maar streeft naar zoveel mogelijk websites met status A. De VOORZITTER. En uw advies daaromtrent is. De heer STRUIJVENBERG (lr) (wethouder). Die beveel ik de raad aan, die omarm ik. De VOORZITTER. Mevrouw Reitema.

raadsvergadering van 15 februari 2024

Notulen pagina

175

Mevrouw REITEMA (pvda). Ja sorry, ik ben gewoon in de war. Want volgens mij is er al een toegankelijkheidsverklaring, waarnaar wij ook verwijzen en er komt een nieuwe per 1 april a.s. Maar goed. Ik begrijp dus dat de moties van de PvdA worden ontraden? De heer STRUIJVENBERG (lr) (wethouder). Ja. Er zijn externe gemeentelijke – we hebben rotterdam.nl, maar er zijn ook andere websites. We hebben op dit moment in totaal nog 88 websites van de gemeente. Het doel is om zoveel mogelijk daarvan onder rotterdam.nl onder te brengen, en dan zit het daar natuurlijk in. Dat moet je op de goede manier doen. Dan ligt het niet voor de hand om de websites waarvan je zegt: die gaan we onder rotterdam.nl brengen, om daar separaat, eerst nog even zo’n toegankelijkheidsverklaring en alles wat erbij hoort te doen, want die komen onder rotterdam.nl. Maar er zullen websites zijn die we niet onder rotterdam.nl gaan brengen. Ja, dan wel. Dat is waar deze motie rekening mee houdt. De VOORZITTER. Mevrouw Reitema. Mevrouw REITEMA (pvda). Ja, heel kort. Kijk, het is gewoon duidelijk, je ziet het aan het actuele dashboard, aan de laatste auditverklaring, dat de digitale toegankelijkheid nog niet op orde is. Dus wij roepen daartoe op en we doen daarvoor een suggestie. Dus ik zou het toch wel waarderen als een van onze moties toch wel omarmd wordt. De VOORZITTER. Wethouder.

De heer STRUIJVENBERG (lr) (wethouder). Ja voorzitter, maar dan moet ik er ook achter kunnen staan. En omarmen, ja, de raad moet uiteindelijk besluiten. Die gaan stemmen. Er staat: ga in gesprek met het VNG-aanjaagteam. Volgens mij is dat niet nodig. Rapporteer aan de raad. Ja, in het kader van motie 6 ga ik daarover al rapporteren. En dan heb ik het idee als ik de motie lees, dat inhoudelijk dat redelijk overeenkomt met wat de PvdA, GroenLinks en het CDA beogen met deze motie, behalve het gesprek met het VNG-aanjaagteam. De VOORZITTER. Is er behoefte aan een tweede termijn? Sorry, wethouder Achbar had nog een punt laten liggen. Excuus. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja, want ik ben net iets te snel overgegaan op de moties voorzitter, maar ik had inderdaad nog wel wat vragen. Sowieso over open source, kan AI open source zijn? Kijk, waar mogelijk zullen we dat doen. Dat kan ik gewoon toezeggen. Als dat past binnen de kaders en de vertrouwelijkheid, dan is dat wat mij betreft ook goed, juist ook om het open te gooien en van elkaar te kunnen leren. En dan had ik ook nog een vraag van de heer Ceulemans hoe je ervoor zorgt dat de voortgang op ouderen ook goed in beeld blijft. Die neem ik ook mee, want dat is zeker wel een doelgroep waarvan we verwachten en zien dat de kloof veel groter is tussen mens en systeem. Dan heb ik denk ik alles voorzitter. De VOORZITTER.

Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66). De bijdrage van de heer Ceulemans heeft mij geïnspireerd voor een vraag. Er is best wel veel onduidelijk over wat nu precies dat Civic AI-Lab wordt. Zouden wij op het moment dat er meer duidelijkheid is misschien een brief kunnen krijgen waarin wij worden meegenomen in de aanpak van dit nog nader naam te geven AI-lab? De VOORZITTER. Anderen nog? De heer Biljoen. Ik begrijp dat de wethouder nog twee andere moties had. Ik check nog even voordat u doorgaat of er nog vragen zijn blijven liggen. Ja, mijnheer Biljoen. De heer BILJOEN (gl). Ja voorzitter, over dat openbare wifipunt had ik aan wethouder Achbar gevraagd hoeveel dat ongeveer gaat kosten, in het kader van de lessons learned. De VOORZITTER. Nog één keer duidelijk. De heer BILJOEN (gl). In het kader van de lessons learned, we hebben dat openbare wifinetwerk dat hier in het centrum was vijftien jaar geleden in de verkoop gedaan, omdat het ook gewoon veel te duur was. U heeft aangegeven dat u een aantal lessons learned nu ook weer meeneemt. Ik heb ook

raadsvergadering van 15 februari 2024

Notulen pagina

176

gevraagd wat de kosten zijn. Daarnaast wil ik dan ook even gelijk aan u meegeven dat om public roam in te loggen op een iPad-device je een certificaat moet installeren. Dus dat is niet heel gebruiksvriendelijk. Dus of u dat dan ook wilt meenemen. De VOORZITTER. De heer Ceulemans. De heer CEULEMANS (lr). Voorzitter, dank. Het kan zijn dat ik niet opgelet heb, maar er waren ook twee vragen die ik gesteld heb over taal. O, en dat was een bevestigend antwoord op wat ik zei? (Er wordt buiten de microfoon gesproken.) De VOORZITTER. Buiten de microfoon, de wethouder herhaalt zijn antwoord zo meteen nog even. De heer CEULEMANS (lr). Dank daarvoor. En het tweede was eigenlijk, mevrouw Maassen maait een beetje het gras voor mijn voeten vandaan, het ging over de samenhang van het Civic AI-Lab en wat daar over algoritmes besproken wordt met het andere geldende algoritmebeleid van de gemeente. Als u daar nog even één kort helder antwoord op kunt geven. De VOORZITTER. De heer Soytekin. De heer SOYTEKIN (denk). Eén vraag die volgens mij nog is blijven liggen of ik heb hem gemist. Om mensen digitaal vaardiger te maken moet je ze dus niet digitaal bereiken maar vooral offline, en mijn vraag was hoe de wethouder dat voor zich ziet en welke middelen hij daarvoor gaat inzetten. De VOORZITTER. Dan gaan we eerst naar de vergeten moties door wethouder Struijvenberg.

De heer STRUIJVENBERG (lr) (wethouder). Ja, excuus aan de heer Biljoen en mevrouw Reitema. Ze zijn allebei van hen samen. Voorzitter, ik kan daar wel wat inhoudelijks over zeggen, maar ik moet zeggen: we hebben het governancebeleid rond algoritmen hier vastgesteld. Dat gaan we evalueren. Er loopt ook een Rekenkameronderzoek, een vervolgonderzoek naar. En dat zit al in de ambtelijke adviesronde, oftewel in de eindfase eigenlijk van dat Rekenkameronderzoek. Dus het lijkt me eerlijk gezegd handiger om moties 8 en 9 aan te houden en te betrekken, indien gewenst natuurlijk, bij het gesprek over de evaluatie van het algoritmebeleid van de gemeente. De VOORZITTER. Helder. Wethouder Achbar nog de resterende vragen en misschien het herhalen van de antwoorden aan de heer Ceulemans. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja, ik had het misschien in wat bijzinnen uiteindelijk wel gezegd, maar ik zal ze even specifiek beantwoorden. Want u stelde de vraag: is de inzet van Civic AI-Lab straks geen beperking voor bijvoorbeeld collega Versnel met zijn systemen? Daarvan heb ik gezegd: ik denk niet dat het een beperking is maar juist een oplossing kan bieden voor de maatschappelijke vraagstukken die er zijn, doordat je dat op voorhand zodanig inricht. Dus we zien dat eerder als een oplossing dan dat dat een beperking zou moeten opleveren, althans dat is wel het idee van Civic AILab.

En u stelde ook de vraag in welke taal dat zal gebeuren. Onze voertaal in Rotterdam is gewoon Nederlands en dat zal gewoon wat ons betreft de taal blijven, ook al is de werknaam Engels. Dan de vraag van de heer Soytekin, hoe je nu mensen bereikt die niet digitaal vaardig zijn. Ja, dat gebeurt hè, er vinden nu al activiteiten plaats waarvan we zien dat ouderen echt op een andere manier bereikt moeten worden dan bijvoorbeeld jongeren en dat wordt op die manier ook ingezet. Dus het is niet alleen digitaal of online, maar zeker ook offline. En die voorbeelden staan ook in het programma genoemd. Maar we blijven er ook wel scherp op dat als we iets willen doen aan het terugdringen van die kloof binnen die een derde Rotterdammers, dan moeten we toch echt kijken naar zowel online als offline. Dan de vraag van mevrouw Maassen. De contouren zijn er van Civic AI-Lab. Kunnen wij, als dit straks verder is uitgewerkt, daar het een en ander van zien? Ja, wat mij betreft zeker. Ik weet niet op welk moment, of het nu tegelijk met de evaluatie komt, maar dat kan ik u zeker doen toekomen. Dan de vraag van de heer Biljoen. Voorzitter, dat staat gewoon in het plan, wat wij reserveren voor die public roam en welk bedrag we daarvoor hebben gereserveerd. Ik kan het wel benoemen, maar het staat gewoon uitgebreid beschreven in het plan hoeveel we daarvoor reserveren.

Dan heb ik ze denk ik allemaal gehad voorzitter.

raadsvergadering van 15 februari 2024

Notulen pagina

177

De VOORZITTER. Als we alle vragen beantwoord hebben en de moties voorzien zijn van advies dan stel ik u voor de beraadslagingen op dit punt te beëindigen. Dat is het geval. 6.4

Het voorstel tot vaststelling van de Verordening AOW- en Jeugdtegoed 2024

De VOORZITTER. Dan gaan we naar 6.4, het voorstel tot vaststelling van de Verordening AOW- en Jeugdtegoed 2024. Mevrouw Mohamed-Hoesein is gearriveerd. Ik heb als eerste spreker op mijn lijst mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66). Ja voorzitter, ook hier hebben we uitgebreid over gesproken in de commissie. Het is goed dat we geld uittrekken om vervoersarmoede aan te pakken. Maar we weten ook dat de charme van het AOW- en Jeugdtegoed erin zit dat het zo is ingericht dat mensen zelf maatwerk kunnen toepassen op hoe ze de tegoeden kunnen uitgeven. Dat is waar voor D66 toch ook enige reserveringen bij zaten om dat, zoals het nu voorligt in de verordening, het tegoed dat wordt gereserveerd eigenlijk maar zeer beperkt kan worden uitgegeven door de jongeren, terwijl daar ook toch een diversiteit aan behoeften kan liggen. En om die reden heb ik een amendement, samen met GroenLinks en de VVD, om het hekje dat op dit moment om dat extra geld in de verordening staat, weg te halen en ervoor te zorgen dat jongeren meer vrijheid krijgen in het besteden van dat tegoed. Het kan ofwel zoals het nu in de verordening staat, worden uitgegeven aan OV, maar met dit amendement kan bijvoorbeeld een jongere er ook voor kiezen om er een fiets voor aan te schaffen. En op die manier proberen wij het geld dat we nu vrijmaken nog effectiever besteedbaar te maken.

En verder begrijp ik ook de bijdrage van de ChristenUnie tijdens de commissiebehandeling en kijk ik naar de wethouder en ben ik heel erg nieuwsgierig naar de evaluatie die is aangekondigd ook over dat indexeren en dat wachten wij graag af. Wellicht dat de wethouder nog iets meer indicatie kan geven over wanneer dat naar ons toekomt. De VOORZITTER. Mevrouw Maassen heeft het volgende amendement ingediend. Amendement A. Jeugdtegoed omhoog, met meer bestedingspunten op het oog "De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 15 februari 2024 ter bespreking van agendapunt 6.4 Het voorstel tot vaststelling van de Verordening AOW- en Jeugdtegoed 2024; besluit de Verordening AOW- en Jeugdtegoed Rotterdam 2024 als volgt te wijzigen: 'Artikel 6 'Hoogte tegoed' komt als volgt te luiden: 1. Het AOW-tegoed bedraagt € 450,00 per huishouden; 2. Het jeugdtegoed bedraagt: a. € 275,00 per kind; b. € 850,00 per jongere;'" w.g. J.A. Maassen, M.Y. Morkoç en S.J.C. Becker Toelichting De verhoging van het Jeugdtegoed heeft als doel vervoersarmoede tegen te gaan. Vervoersarmoede betreft echter niet alleen beperkte toegang tot het openbaar vervoer, maar ook tot andere modaliteiten, zoals de fiets.

Het aanbod van bestedingspunten van het Jeugdtegoed omvat ook fietsenwinkels, waar jongeren die te maken hebben met vervoersarmoede ook makkelijker financiële toegang tot zouden moeten krijgen middels het opgehoogde Jeugdtegoed. Dit amendement beoogt een breder aanbod aan modaliteiten voor jongeren die vervoersarmoede ervaren. Aanvullend daarop kan worden geconstateerd dat niet elke jongere die recht heeft op het Jeugdtegoed, te maken heeft met vervoersarmoede. Voor hen is de besteding van de extra € 350,00 bij een vervoersaanbieder mogelijkerwijs niet nodig, maar kan beter bij een ander bestedingspunt worden uitgegeven dat past bij hun persoonlijke behoeften en situatie. Dit amendement beoogt daarom een meer diverse invulling van het opgehoogde jeugdtegoed, om te zorgen dat het tegoed kan worden besteed waar dat voor die persoon nodig is. Het amendement is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen.

raadsvergadering van 15 februari 2024

Notulen pagina

178

De VOORZITTER. Mevrouw Morkoç. Mevrouw MORKOÇ (gl). Voorzitter, gezinnen en ouderen met een laag inkomen moeten kunnen rekenen op inkomensondersteuning vanuit de gemeente. Essentiële producten en diensten zoals laptops en sportkleding, menstruatieproducten en reistegoeden kunnen hierbij helpen. GroenLinks vindt het daarom ook belangrijk dat het AOW- en Jeugdtegoed er is en dat het bestaan van deze tegoeden bij eenieder bekend is. Ondanks het feit dat wij inkomensondersteuning aanmoedigen, zijn wij niet enthousiast over de voorliggende wijzigingen in de verordening. Een budget van € 350,00 voor jongeren, dat ze alleen kunnen uitgeven bij de RET, is niet de manier om gezinnen met geldzorgen de ondersteuning te bieden die zij wel hard nodig hebben. Uit onderzoeken die de wethouder zelf aanhaalt blijkt namelijk dat kinderen en gezinnen vooral behoefte hebben aan keuzevrijheid in het besteden van het jeugdtegoed. Zij weten zelf namelijk het beste of zij behoefte hebben aan een metrokaart, een fiets, of juist aan een jas of een laptop. Daarom dienen wij samen met D66 een amendement in om het hek rondom het extra tegoed weg te halen en de keuzevrijheid voor de besteding hiervan ook vergroten. Daarnaast geeft dit RET-budget, gebaseerd op de kosten van een tweesterrenabonnement een ander probleem. Naast de € 350,00 moet daar nog € 280,00 voor worden bijgelegd.

Het ligt voor de hand dat dit gebeurt vanuit het tussen aanhalingstekens vrij te besteden jeugdtegoed, waardoor dit budget ook lager wordt. Hoe reflecteert de wethouder hierop? Momenteel is de inkomensgrens die bepaalt of er gebruik kan worden gemaakt van het AOW- en Jeugdtegoed niet gelijk. Gezinnen met oudere kinderen kunnen met een hoger inkomen in aanmerking komen voor het tegoed dan gezinnen met jonge kinderen of ouderen. Dit terwijl deze gezinnen moeite hebben om rond te komen. Ook maakt dit verschil de regeling onnodig verwarrend. We zouden dan ook graag zien dat de inkomensgrens voor het jeugdtegoed en het AOW-tegoed worden gelijkgetrokken naar 130% van het wettelijk sociaal minimum. Daarom dienen wij hiervoor een amendement in. Tot slot wil GroenLinks nog zorgen uiten over de dekking. Komend jaar komt het benodigde budget nog volledig uit de rijksmiddelen, maar in 2025 is € 1,5 miljoen betaald vanuit het Kinderarmoedefonds. Het jaar erop wordt het bedrag mogelijk nog hoger. Mogelijk zelfs € 4,7 miljoen. In dit fonds is € 20 miljoen reeds verdeeld onder tien doelen van armoede en schuld te bereiken. Wij vragen ons af of het verstandig is om bijna een kwart van het budget aan openbaar vervoer voor jongeren te besteden. Ook horen wij graag van de wethouder ten koste van welke acties van het Kinderarmoedefonds dit gaat. Dank u wel. De VOORZITTER. Dank u wel.

Een vraag van mevrouw Maassen? Nee, toch niet. Mevrouw Maassen gaat zitten. Mevrouw Morkoç heeft het volgende amendement ingediend. Amendement B. Duidelijke inkomensgrens: 130% "De gemeenteraad van Rotterdam, bijeen op 15 februari 2024 ter bespreking van agendapunt 6.4 Het voorstel tot vaststelling van de Verordening AOW- en Jeugdtegoed 2024; besluit de Verordening AOW- en Jeugdtegoed als volgt te wijzigen: artikel 5, lid 1 komt als volgt te luiden: 'Artikel 5. Verstrekken van het tegoed 1. Onder laag inkomen wordt bij ouders van kinderen, ouders van jongeren en AOW-gerechtigden verstaan een inkomen ten hoogte van 130% van het wettelijk sociaal minimum, dat is ontvangen in een van de laatste drie maanden voorafgaand aan de aanvraag waarbij onder wettelijk sociaal minimum wordt verstaan: a. 100% van de bijstandsnorm voor gehuwden, bij gehuwden; b. 70% van de bijstandsnorm voor gehuwden, bij een alleenstaande; c. 70% van de bijstandsnorm voor gehuwden met inbegrip van de alo-kop, bij een alleenstaande ouder.'" w.g. M.Y. Morkoç Toelichting

raadsvergadering van 15 februari 2024

Notulen pagina

179

Binnen de voorliggende Verordening wordt een onderscheid gemaakt in inkomensgrenzen om in aanmerking te komen voor het Jeugdtegoed op basis van de leeftijd van kinderen. Dit is onwenselijk omdat ook Rotterdammers met jongere kinderen, en AOW-gerechtigden, tot 130% WSM baat hebben bij deze vorm van ondersteuning. Daarnaast zorgt het niet hanteren van een uniforme inkomensgrens voor onduidelijkheid bij Rotterdammers. In navolging van het rapport 'Onder de loep: gemeentelijke regelingen voor kinderen in armoede' van de kinderombudsman is het verstandig om gehoor te geven aan het advies de toegankelijkheid van regelingen te verbeteren en financiële voorwaarden te verduidelijken. De uniformiteit die deze wijziging met zich meebrengt is een stap in deze richting. Om dit voorstel te bekostigen kan het college, indien nodig, bij de Voorjaarsnota 2024 met een aanvullend dekkingsvoorstel komen. Wegens het feit dat de beoogde dekking van het voorliggende voorstel deels uit de meicirculaire 2023 komt en het nog onduidelijk is in hoeverre het extra jeugdtegoed gebruikt zal worden is het op dit moment niet mogelijk hier met een concreet voorstel voor te komen. Het amendement is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER. De heer Vonk. De heer VONK (cu). Voorzitter. Kunnen meedoen in de samenleving.

Kleding kunnen kopen, bijdragen in de keukenspullen, om te kunnen eten, schoolspullen om te kunnen leren. Het lijkt zo gewoon, maar als je weinig geld hebt is het zeker niet vanzelfsprekend. En juist als je weinig geld hebt is deelname aan die samenleving zo van ongelofelijk groot belang. En om die impasse te doorbreken is er een AOWen Jeugdtegoed. We zijn blij met de verhoging van het budget voor jongeren, hoewel het wel specifiek inderdaad alleen is voor OV. Daar is al het nodige over gezegd. Maar voor de rest blijven die tegoeden op hetzelfde niveau en daar zijn wij niet blij mee. In 2023 spraken we over hetzelfde onderwerp. Toen was compensatie voor de hoge inflatie een onderwerp van politiek debat. In het raadsvoorstel werd echter voorgesteld om de bedragen toen gelijk te houden, niet te verhogen, omdat er in het voorjaar van 2023 een onderzoek zou komen waarin een aantal zaken onderzocht zouden worden zoals de hoogte van de bedragen. En dus hebben wij toen voor het voorstel gestemd. Maar voorzitter, we zijn een jaar verder. De resultaten van het onderzoek zijn voor zover wij weten nog steeds niet bekend, maar de wethouder heeft al wel laten weten dat indexatie geen onderwerp is van het onderzoek.

Zijn wij dan toen voor de gek gehouden? Lonen stijgen vanwege de inflatie, iedere cao rekent inflatie door, subsidies worden geïndexeerd, doorberekende kosten worden verhoogd, allemaal vanwege die inflatie. Zouden we dan voor Rotterdamse minima de andere kant op kijken? Bedragen voor maatschappelijke participatie hetzelfde houden betekent de facto dat je minder kunt doen. Het is dus voor de Rotterdamse minima een bezuiniging op maatschappelijke participatie en dat is wat ons betreft onacceptabel. Het leven wordt duurder, de prijzen stijgen en de steun voor de minima dus ook. Dit college kreeg vanuit de voltallige raad meer budget om armoede te bestrijden. We rekenen dan ook op de voltallige raad om deze tegoeden mee te laten groeien. We dienen een motie in, die ik zo dadelijk zal pakken, die vraagt met een voorstel te komen hoe een koppeling te leggen tussen inflatie en deze tegoeden, in algemene zin. En een amendement om dat voor 2024 te gaan regelen. Want na het gelijk blijven van de tegoeden voor het jaar is het nu echt de hoogste tijd. Ik pak de motie en het amendement en dan zal ik ze zoals dat hoort via het schaaltje indienen. De VOORZITTER. De heer Vonk heeft de volgende motie en het volgende amendement ingediend. Motie 1.

Als de prijs stijgt, stijgt de steun "De gemeenteraad van Rotterdam, bijeen op donderdag 15 februari 2024 ter bespreking van het voorstel tot vaststelling van de verordening AOW- en Jeugdtegoed 2024; constaterende dat: - het gemiddelde prijsniveau in Nederland de afgelopen jaren enorm is gestegen; - om die reden overal indexatie wordt toegepast, zoals lonen, subsidies, doorberekende kosten, tarieven etc.; - de deelname aan de samenleving in de vorm van activiteiten en middelen die de participatie ondersteunen significant duurder zijn geworden;

raadsvergadering van 15 februari 2024

Notulen pagina

180

-

er in 2023 geen wijziging in de hoogte van AOW- en Jeugdtegoed is doorgevoerd, o.a. met verwijzing naar een onderzoek dat in het voorjaar 2023 zou plaatsvinden waarin de hoogte van de tegoeden onderwerp van onderzoek zou zijn;

overwegende dat: - gelijkblijvend AOW- en Jeugdtegoed bij stijgende prijzen de facto een bezuiniging betekent op de ondersteuning bij maatschappelijke participatie voor de Rotterdamse minima; - het onderzoek uit voorjaar 2023 nog steeds niet gepubliceerd is; - de behoefte aan steun om mee te kunnen blijven doen in onze stad eerder is toegenomen dan afgenomen; - dit college extra middelen ter beschikking heeft gekregen ten opzichte van de vorige periode om mensen in armoede te steunen; verzoekt het college: - de raad een voorstel te doen hoe in komende jaren er een koppeling wordt gemaakt tussen inflatie en hoogte van het AOW- en Jeugdtegoed; en gaat over tot de orde van de dag." w.g. T.J. Vonk, S. Reitema en T.S.J. Coşkun Amendement C. Als de prijs stijgt, stijgt de steun "De gemeenteraad van Rotterdam, bijeen op donderdag 15 februari 2024 ter bespreking van het voorstel tot vaststelling van de verordening AOW- en Jeugdtegoed 2024; besluit Artikel 6 van de Verordening AOW- en Jeugdtegoed Rotterdam 2024: 'Artikel 6 Hoogte tegoed 1. Het AOW-tegoed bedraagt € 450,00 per huishouden. 2. Het jeugdtegoed bedraagt: a. € 275,00 per kind; b. € 500,00 per jongere. 3. Het jeugdtegoed voor een jongere wordt opgehoogd met € 350,00 ter besteding bij de RET.' te wijzigen in: 'Artikel 6 Hoogte tegoed 1. Het AOW-tegoed bedraagt € 495,00 per huishouden. 2. Het jeugdtegoed bedraagt: a.

€ 302,50 per kind; b. € 550,00 per jongere. 3. Het jeugdtegoed voor een jongere wordt opgehoogd met € 350,00 ter besteding bij de RET.'" w.g. T.J. Vonk, S. Reitema en T.S.J. Coşkun Toelichting Het prijsniveau in Nederland is de afgelopen jaren enorm gestegen, waardoor bijna overal indexatie plaatsvindt. De hoogte van het AOW- en Jeugdtegoed is echter al jaren hetzelfde bedrag, wat de facto een bezuiniging betekent op de ondersteuning bij maatschappelijke participatie voor de Rotterdamse minima. Met dit amendement wordt het AOW- en Jeugdtegoed met 10% verhoogd, wat betaald kan worden met de extra middelen die dit college ter beschikking heeft gekregen ten opzichte van de vorige periode om mensen in armoede te steunen. De motie en het amendement zijn voldoende ondersteund en maken deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER. Mevrouw Reitema. Mevrouw REITEMA (pvda). Voorzitter, de PvdA versterkt Rotterdammers het liefst direct in de portemonnee, en daarover hebben we ook al vaker voorstellen gedaan. Vandaag tekenen we uiteraard

raadsvergadering van 15 februari 2024

Notulen pagina

181

mee met de motie van de ChristenUnie over een inflatiecorrectie voor 2024 en in 2023 hebben wij ook gezamenlijk met andere partijen hetzelfde voorstel gedaan, waarover de ChristenUnie net een uitleg heeft gegeven. En voorzitter, enkele maanden geleden, op 10 november 2023, hadden wij ook een voorstel. Een voorstel om het AOW- en Jeugdtegoed op te hogen en een OV-tegoed toe te voegen. En wij dachten: mooi twee vliegen in één klap. Je helpt de RET en jongeren krijgen extra OV-tegoed. Ons voorstel is helaas weg gestemd drie maanden geleden. En natuurlijk staan wij achter de inhoudelijke verandering van vandaag, extra OV-tegoed voor jongeren. Wat een goed idee. En ik denk dat DENK en de PvdA daarbij de handen ineen kunnen slaan. Dus laat ik niet langer stilstaan bij het proces, een proces met deze voorgeschiedenis, ook niet het proces dat het een onderzoeksmotie was, want ik ben wel blij dat het uiteindelijk gebeurt. Wel verwachten we dat de wethouder met dezelfde creativiteit ook de inflatiecorrectie van het hele AOW- en Jeugdtegoed gaat realiseren, een terechte verhoging die dus ook voor de AOW-ouderen gaat gelden. Dank. De VOORZITTER. Dank. Ik kijk nog even de zaal in. Ja, mevrouw Van de Peppel. Mevrouw VAN DE PEPPEL (pvdd). Ja, dank u wel voorzitter.

Ja, de fractie van de Partij voor de Dieren werd dinsdag, tijdens de fractievergadering ook nog toevallig, verrast met een boodschap van een dierenvriend, die ons erop wees dat in het AOW- en Jeugdtegoed op de site staat dat men met het Jeugdtegoed kleine levende huisdieren kan aanschaffen. Nou, de eerste vijf minuten hebben we even stilgestaan, want we waren echt in shock. Hoe kan dit? Hoe kunnen dieren aangeboden worden als producten? Daar waren wij echt even van ontdaan. En meteen in de actie natuurlijk. Hier zijn wij op tegen, dat begrijpt u wel. Een, omdat het natuurlijk aangeboden wordt als producten. Dat kan niet. En twee, de kosten die het met zich meebrengt om voor de huisdieren te zorgen, rijzen de pan uit. Sterker nog, 6 februari jl. is er zelfs een motie aangenomen om een prijsplafond voor de dierenartskosten te gaan realiseren. Het is dus echt ontzettend belangrijk, echt ontzettend belangrijk dat we dit eruit gaan halen. En daarom dien ik deze motie in. De VOORZITTER. Mevrouw Van de Peppel heeft de volgende motie ingediend. Motie 2.

AOW- en Jeugdtegoed niet voor aanschaf van kleine dieren "De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 15 februari, ter bespreking van het voorstel tot vaststelling van de Verordening AOW- en Jeugdtegoed 2024; constaterende dat: - met het AOW- en Jeugdtegoed onder meer kleine dieren kunnen worden aangeschaft, te weten "Kleine huisdieren (cavia's, hamsters, vissen, vogels, enzovoort)"; overwegende dat: - het ongewenst is dat de gemeente Rotterdam met publieke middelen huisdierbezit stimuleert; - goede verzorging van huisdieren veel geld kost, een kostenpost die niet bevorderlijk is voor de financiële positie van huishoudens of personen die in aanmerking komen voor het AOW- en Jeugdtegoed; voorts overwegende dat: - de gemeente diverse producten heeft aangewezen waar het AOW- en Jeugdtegoed heeft aangewezen omdat het niet bijdraagt aan het beoogde doel van deze regeling, zoals alcohol, tabak, sieraden, horloges en ook diervoeding; verzoekt het college: - levende dieren aan te wijzen als besteding waar geen AOW- en Jeugdtegoed aan kan worden besteed; - deze aanwijzing zo snel mogelijk te verankeren in de uitvoering van de Verordening AOW- en Jeugdtegoed 2024; en gaat over tot de orde van de dag." w.g. S. van de Peppel

raadsvergadering van 15 februari 2024

Notulen pagina

182

De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER. De heer Becker. De heer BECKER (vvd). Dank u wel voorzitter. Ja, wij hebben dit in de commissie uitgebreid besproken. Ook nog bedankt aan de wethouder en de ambtenaren voor de brief die is gevolgd aan de hand van alle vragen die tijdens de commissiebehandeling gesteld zijn. Het gaat hier om AOW- en Jeugdtegoed. Deze keer hebben we natuurlijk een groot budget dat heel specifiek wordt ingezet op jongeren met vervoersarmoede. Zoals in de commissie gezegd vinden wij dat wel een vrij specifieke manier waarop het geld wordt besteed. Anderzijds is daar wel echt behoefte aan. Zoals net al door mevrouw Maassen en mevrouw Morkoç gezegd, wij tekenen ook mee op het amendement van D66 om het hekje eraf te halen, zodat het breder inzetbaar is. Want het is wel heel specifiek, en niet elke jongere met vervoersarmoede wil misschien gebruikmaken van het OV. Fietsen is ook een heel mooie manier om je in de stad te verplaatsen. Dus met dat amendement zullen wij ook voor dit voorstel stemmen. Dank u wel. De VOORZITTER. Mijnheer Ceulemans. De heer CEULEMANS (lr). Ja voorzitter, dank u wel. Een iets andere lijn van mijn kant. Wij vinden dit, om met de deur in huis te vallen, geen goede verordening. Zowel de totstandkoming als de inhoud van de verordening.

Aan de totstandkoming heeft mevrouw Reitema al enigszins gerefereerd. Er ligt een onderzoeksmotie. Die wordt aangenomen met een tegenstem van Leefbaar Rotterdam. Vervolgens horen we maandenlang niets en ineens wordt er € 6,4 miljoen aan een Verordening AOW- en Jeugdtegoed toegevoegd. Wij keken daar heel erg van op en wij kijken daar nog steeds van op. Wij zijn er ook zeer ongelukkig mee. Dit neemt een heel grote hap uit beschikbaar gestelde rijksmiddelen in het kader van armoede die op alle mogelijke manieren besteed hadden kunnen worden, ook aan zaken die wij veel relevanter hadden gevonden, bijvoorbeeld als het gaat om ouderen of het tegengaan van energiearmoede of noem maar op. Deze besteding is wat ons betreft ook nog eens erg arbitrair en de onderbouwing die er achteraf aan gegeven is in de brief is wat ons betreft wankel. We vinden het inhoudelijk dus ook geen goed plan. Dat is ook de reden dat wij tegen die onderzoeksmotie hebben gestemd en dat ook deze verordening niet op onze steun kan rekenen. De VOORZITTER. Andere sprekers? De heer Soytekin. De heer SOYTEKIN (denk). Voorzitter, dank. Uiteraard zijn wij wel blij dat onze motie uitvoering krijgt in deze verordening en dat we die ook terugzien. Goed nieuws voor al die jongeren die het Jeugdtegoed moesten opmaken voor het OV, dat daar nu iets meer ruimte is.

Het is belangrijk voor die jongeren dat ze kunnen reizen, naar school, sport, naar hun bijbaan, evenementen et cetera. Ik ga niet alle redeneringen waarom het van belang is nog een keer herhalen. Dat heb ik eerder vaak gedaan. Dus ik sla een stuk over. Ik heb het amendement van de D66, GroenLinks en de VVD gezien, ik snap het argument. Dat zou ook kunnen betekenen dat jongeren meer middelen hebben om ook echt een tweesterrenabonnement te kopen, dus wat dat betreft kunnen wij het amendement ook steunen. Een slotopmerking. Er komt inderdaad nog een onderzoek. Naar aanleiding van dat onderzoek of de resultaten daarvan zouden de voorwaarden van een aantal regelingen eventueel herzien kunnen worden. Uiteraard zijn wij benieuwd naar de onderzoeksresultaten. Volgens mij komt die in maart als ik me niet vergis, maar anders moet de wethouder mij corrigeren, dus die wachten wij met belangstelling af. Tot zover, dank. De VOORZITTER. Andere sprekers? Wethouder Mohamed-Hoesein. Mevrouw MOHAMED-HOESEIN (denk) (wethouder). Ja voorzitter, dank u wel voor het woord. De Verordening AOW- en Jeugdtegoed, daar hebt u ook in de commissie uitgebreid met mij over gesproken.

En terecht wordt opgemerkt, veel jongeren die niet kunnen sporten of niet kunnen deelnemen aan activiteiten waar hun leeftijdgenootjes wel kunnen deelnemen, of niet kunnen kiezen voor de school die zij willen bezoeken omdat vervoer een rol speelt. Voorzitter, met het raadsvoorstel helpen wij die jongeren om wel deel te kunnen nemen om het sociaal isolement te doorbreken. Maar we hebben uitvoerig met elkaar gesproken tijdens de commissie en naar aanleiding van de commissiebehandeling maar ook naar aanleiding van gesprekken daarna met verschillende raadsleden heb ik een en ander goed tot me genomen. Ik heb daar ook gewoon echt goed op

raadsvergadering van 15 februari 2024

Notulen pagina

183

gereflecteerd. En een van de verzoeken die tijdens de commissie naar voren kwam was ook de vraag om de besluitvorming over deze verordening te verschuiven en daar meer tijd en ruimte voor te hebben. Nou, ik ben blij dat het in de praktijk mogelijk was om die verschuiving plaats te laten vinden. Dat die uitvoering dan als die plaatsvindt tijdig kan gebeuren voor 1 maart a.s. Daar ben ik dus in elk geval wel blij mee dat we dat nu op dit moment kunnen doen. Maar behalve naar het veranderen van het tijdstip heb ik ook gekeken naar de inhoud en naar de verschillende aspecten van vervoersarmoede, maar ook het kunnen besteden van de tegoeden. Dat heb ik allemaal tegen het licht gehouden. U hebt mij zonet een aantal moties en amendementen voorgelegd binnen de mogelijkheden die er nu zijn, de financiële mogelijkheden die er nu zijn, maar vooral met die brede blik naar aanleiding van de commissiebehandeling, zal ik daar ook naar kijken. Maar u hebt mij, voordat ik naar de moties en naar de amendementen kan gaan, ook een aantal vragen gesteld. De vraag die via een aantal partijen terugkwam, was de vraag over het onderzoek dat plaatsvindt naar aanleiding van een motie die was ingediend. Ik kan u meegeven en dat heb ik inderdaad ook met referte naar de brief die ik had toegestuurd, aangereikt gekregen dat dit onderzoek dat plaatsvindt niet een onderzoek is dat zich richt op indexatie.

Het richt zich op het herijken van een aantal verschillende regelingen. Daar vindt een integrale beoordeling plaats. Dus die integrale beoordeling zit op verschillende niveaus. Er wordt gekeken wat kan worden geschrapt, wat kan worden overgenomen en tegelijkertijd hoe die in elkaar kunnen worden gevlochten, maar waar de belangen voor zijn. Dus voorzitter, de resultaten van dat onderzoek komen inderdaad eind Q1, begin Q2 en die komen, en dan kijk ik even naar de voortgangsrapportage armoede en schulden, die komen daar dan uitgebreid aan bod. Ik heb de oproep gehoord om indexatie. Van belang is daarbij ook op te merken dat indexatie wel gedekt moet worden uit structurele middelen. En de middelen die hiervoor zouden worden ingezet betreffen nu middelen die een incidenteel karakter hebben, dus die voor de duur van twee jaar nu kunnen worden ingezet. Daar hebben wij nu de dekking voor. De VOORZITTER. Mijnheer Vonk. De heer VONK (cu). Ja, over die indexatie komen we nog te spreken, maar eerst even over dat onderzoek. In 2023 ging het debat over indexatie. In het raadsvoorstel stond toen letterlijk: er komt een onderzoek in het voorjaar. Dat is net te laat om nu al, dat was februari 2023, iets mee te nemen en daarom stellen wij voor de bedragen gelijk te houden.

Hoe kijkt u daar nu zelf op terug? Ten eerste, als je dan een onderzoek in het voorjaar gaat doen, dat dan nu de resultaten er nog niet zijn. Is dat dan volledig vertraagd, is dat niet onder controle geweest? Hoe kan dat nu dat we een jaar later nog steeds die uitslagen niet hebben, dat verbaast me, dus deelt u die verbazing? En het tweede is, vindt u ook niet dat op het moment dat je als raadslid in een politiek debat over indexatie leest: er komt een onderzoek waar ook – dat staat er expliciet – gekeken wordt naar de hoogte van de bedragen, dat je dan op een bepaald been wordt gezet, namelijk er gaat ook gekeken worden naar die indexatie. Bent u dat met mij eens? De VOORZITTER. Wethouder. Mevrouw MOHAMED-HOESEIN (denk) (wethouder). Voorzitter, ik begrijp de vragen van de ChristenUnie zonder meer. Op het moment dat u dit bij mij onder de aandacht bracht ben ik daarmee aan de slag gegaan. Ik kan u alleen maar toezeggen dat het onderzoek nu loopt en in de versnelling, nou ja versnelling, in het tijdsverloop dat we nu hebben komt hij op zijn vroegst naar u toe in de voortgangsrapportage. Ik deel dat u inderdaad zegt: dat stukje, kunnen we daar sneller op acteren? Daar zal ik zeker ook alert op zijn op het moment dat ik daar inderdaad bij betrokken ben, en dat is vanaf nu, vanaf dat ik wethouder ben. De VOORZITTER. De heer Vonk. De heer VONK (cu).

Nou ja, dan kan ik alleen maar zeggen: ik betreur het wel echt buitengewoon hoe dat proces dan gelopen is, dat wij in februari 2023 deze informatie krijgen, dan een besluit nemen op grond van die informatie van toen, en dan blijkt nu dat het eigenlijk gewoon anders zit. Ik betreur dat ten zeerste en ik hoop u ook met mij. De VOORZITTER. Wethouder, u kunt verdergaan.

raadsvergadering van 15 februari 2024

Notulen pagina

184

Mevrouw MOHAMED-HOESEIN (denk) (wethouder). Ja voorzitter, daarnaast waren er ook andere vragen die gesteld waren. GroenLinks over het budget van de RET, het tweesterrenabonnement. De vraag hoe ik reflecteer dat het gebruik vrij te besteden is. Nou ja, op dit moment, ik moet nog toekomen aan de beantwoording of het advies op de amendementen en de moties, maar ik snap uw punt en daarin zal worden tegemoetkomen aan de vraag die u daarin stelt zodat die ruimte inderdaad wat vrij kan worden besteed en niet zozeer enkel en alleen voor vervoersarmoede. Voorzitter, ik kreeg ook nog de vraag of en hoe deze budgetten kunnen worden verdeeld en of er wordt geschrapt in de punten die uit het Kinderarmoedefonds worden voldaan, of daar op dat beleidsplan. Nee, ik ben zeker niet van plan om onderdelen te schrappen. Het zal zeker wel binnen de kaders die wij hebben gesteld met elkaar worden aangepast en daar zal gezocht worden naar mogelijkheden. Voorzitter, ik ga door naar de moties en de amendementen. Het amendement van D66 met meerdere ondertekenaars, meerdere indieners. Ik heb net al aangegeven, gelet op mijn eigen reflectie naar aanleiding van wat in de commissie is gebeurd, zal ik die ook omarmen. Daar kan ik in meegaan. Dat betekent wel dat het Jeugdtegoed tijdelijk verhoogd wordt.

Even die kanttekening, even dat stukje nog benadrukken, dat het tijdelijk verhoogd wordt, omdat het incidentele middelen betreft. De vraag van GroenLinks in het amendement om te komen tot een ophoging naar 130% voor alle partijen die daarbij betrokken zijn, de AOW-gerechtigden en die jonge kinderen. Op dit moment zou dat leiden tot een stijging van kosten die niet te dekken zijn uit middelen die wij hebben verkregen. Dus bestaande budgetten maken dat niet mogelijk. De VOORZITTER. Mevrouw Reitema. Mevrouw REITEMA (pvda). Ja, een heel korte vraag. Ik zat nog even na te denken. De wethouder gaf net aan dat het dan een tijdelijke verhoging is. Zou de wethouder daar nog even iets kunnen uitleggen wat die tijdelijkheid dan inhoudt van die tijdelijke verhoging van het jeugdtegoed? De VOORZITTER. Wethouder. Mevrouw MOHAMED-HOESEIN (denk) (wethouder). Ja voorzitter, er zijn incidentele middelen beschikbaar gekomen. Die incidentele middelen worden ingezet om die verhoging te realiseren. Dat is het tijdelijke karakter van incidentele middelen, zodat die verhoging ook tijdelijk van aard is. De VOORZITTER. Mevrouw Reitema. Het gaat over. Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66). Ja, mijn amendement leidt er niet toe dat dit één keer tijdelijk is. Alleen gaat het van een tijdelijk OV-budget naar een tijdelijke verhoging, dus het is per definitie tijdelijk. De VOORZITTER. Wethouder.

Mevrouw MOHAMED-HOESEIN (denk) (wethouder). Nou voorzitter, dank u wel. Het amendement van ChristenUnie waarbij wordt gevraagd om de middelen te indexeren, ook daarvan is hetzelfde punt. Wij kunnen tijdelijke middelen niet gebruiken om te indexeren, omdat we uiteraard niet willen dat er op een gegeven moment na de uitputting van de incidentele middelen een indexatie terugvalt. De indexatie moet natuurlijk wel kunnen doorlopen voorzitter. De VOORZITTER. De heer Vonk. De heer VONK (cu). Voorzitter, nog even over die incidentele middelen. We hebben ooit gekozen om ook het AOW- en Jeugdtegoed te verhogen. Dat hebben we volgens mij in de vorige periode gewoon besloten. Dat kunnen we nu dus ook weer besluiten. Het is toch gewoon een politiek besluit om dat te doen en dan vind je daar wel de middelen bij, dus ik begrijp niet helemaal waarom u steeds terugvalt op dat krampachtige van: het moet vanuit tijdelijke middelen. Het is gewoon een politiek besluit. De VOORZITTER. Wethouder. Mevrouw MOHAMED-HOESEIN (denk) (wethouder). Voorzitter, er is gezocht naar een dekking voor inderdaad het ophogen van de middelen. Daar is ruimte gevonden in die incidentele middelen. Dat maakt dat wanneer ik die verordening zoals ik hem nu onderbouwd heb, financieel onderbouwd heb en financieel verantwoord heb, dat dat komt uit die incidentele middelen. En inderdaad is daar een

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=a5914664-fcd9-4c83-87b8-bcddd82a8674