CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20230928- Notulen van de raadsvergadering van 28 september 2023

Gemeenteraad 7 november 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Vaststelling van de notulen van de raadsvergaderingen van:66.917 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 7

En het zou denk ik het debat in de toekomst helpen als de wethouder een definitie geeft van Housing First volgens zijn interpretatie en die opneemt in het plan, want dan weten we tenminste waar we het over hebben met elkaar. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ik vind het een terecht punt, want het is inderdaad verwarrend. De begrippen lopen erg door elkaar heen, dus ik ben dat met u eens. We moeten daar eigenlijk meer helderheid in scheppen, dus ik zal ook proberen om daar volop rekening mee te houden. Nog één keer, Housing First in de Rotterdamse context is dus de zware gevallen die je van straat eindelijk zover krijgt naar een huis, Wonen Eerst zijn mensen in de categorie daaronder. Dan heeft de ChristenUnie met een aantal andere partijen de motie ꞌOpvang in donkere dagenꞌ. Ik voel daar wel een stukje in mee. Ik vind ook met kerst en oud en nieuw, daar kan ik eigenlijk wel mee leven. Ik vind alleen de tussenperiode, als ik hem mag lezen als Eerste en Tweede Kerstdag, voor mijn part ook Kerstavond, en Oudejaarsavond, dan wil ik hem omarmen, omdat ik het eigenlijk ook een vorm van fatsoen vind waarbij ik wel wil zeggen: kerst zien we echt als iets heel speciaals. Dus ik vind dat we daar een uitzondering voor moeten maken. Dus ik doe u dat aanbod, dus ik hoop dat u daar op wil reageren met de tweede termijn, of u dan daarmee instemt. GroenLinks heeft de motie ꞌMeten is wetenꞌ.

Ik wil ook meten en weten. Het gaat over de bankslapers, ook een heel belangrijke aandachtsgroep, dus deze motie kan ik ook omarmen. De VOORZITTER. De heer Elbay. De heer ELBAY (d66). Ja voorzitter, waarom alleen barmhartigheid tijdens kerst en oud en nieuw?

raadsvergadering van 28 september 2023

Notulen pagina

1834

De VOORZITTER. Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ik vind dat we in algemene zin juist barmhartig zijn. Wij stellen de winterkouderegeling open voor een groep die er feitelijk geen recht op heeft, maar uit medemenselijkheid, als de temperatuur te laag wordt, en als we dan een teken willen geven, nou, met Kerstmis wil ik dan best de hand over mijn hart halen, maar continu als Rotterdam de winteropvang opendoen, is echt onverstandig. Dat heeft ook een aanzuigende werking en daarmee zouden we ook af gaan wijken van de afspraken die we ook met anderen gemaakt hebben. Dus ik wil daar graag een uitzondering voor maken en het is aan u om daar wel of niet mee in te stemmen. De VOORZITTER. Ja, gaat uw gang. De heer ELBAY (d66). Ja, ik wil het even snappen voorzitter. Het is ook een mooi teken, een goed gebaar dat dit gebeurt tijdens kerst en oud en nieuw. Maar dat dat enkel voor een bepaalde doelgroep mensen die daaraan meedoen is bedoeld, dat kan ik niet plaatsen. Er zijn ook nog andere religieuze dagen die mensen belangrijk vinden, die dan ook op zo’n belangrijke dag ook nachtopvang wensen. Hoe gaat de wethouder daarmee om? De VOORZITTER. Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ja, hier zat precies mijn twijfel, omdat ik zelf hier ook wel wat bij voelde. Maar ik had ook mijn twijfel, want dan gaat natuurlijk iemand anders zeggen: maar dan kun je ook dan.

De afweging is eigenlijk geweest: het is in principe in de winterperiode, dus december, januari, februari, met uitzondering in november en maart. Volgens mij valt Pasen nooit voor eind maart op zijn vroegst. En ik vind gewoon dat kerst iets bijzonders is in Nederland, over de hele wereld. Ik zou het fijn vinden als u het positief zou zien en zou zeggen: fijn dat in ieder geval dit kan. In plaats van: ja, maar als dit kan waarom dan dat niet? Dat is natuurlijk uiteraard aan u, maar zo sta ik erin. De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja voorzitter, ik ben even een beetje confuus. Want toen we het vorig jaar hadden over die winterkouderegeling was uiteindelijk het argument geld. Dat bleef namelijk als enige nog over, want het argument aanzuigende werking was weg, want we wisten van Den Haag bijvoorbeeld dat zij gewoon een volledige winteropening hadden en dat dat tot geen aanzuigende werking had geleid. Nu gebruikt u toch weer het argument aanzuigende werking, dus ik ben even benieuwd wat het nu is. Want bewezen is dus dat die aanzuigende werking er niet is, wat ook heel logisch is, want mensen gaan natuurlijk niet naar Rotterdam komen omdat daar ergens een sporthal open is waar ze kunnen slapen. Die mensen hebben helemaal geen vervoer of wat dan ook, dus we wisten al dat die aanzuigende werking natuurlijk een broodje aap is.

De heer BUIJT (lr) (wethouder). Nou, het is goed dat u die conclusies denkt al zo makkelijk te kunnen maken, maar zo is het niet. In Den Haag heb je regiobinding nodig, dus het is niet het hele jaar open. Dat is gewoon een opvang waar voorwaarden worden gesteld voor regiobinding. En als Rotterdam altijd zijn winteropvang zou openen, dan zou je wel degelijk het risico lopen dat mensen uit de omliggende plaatsen, uit Schiedam, uit Vlaardingen, deze kant op komen. Het is juist een broodjeaapverhaal dat er in andere grote steden wel permanente winteropvang is. Dat is echt niet het geval. De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja voorzitter, de vraag is natuurlijk welk risico je wilt lopen. Vorig jaar vroeg de raad ook al om een winterregeling. En waar het mij om gaat is, regiobinding of niet, is dat ik op geen enkel verjaardagsfeestje kan uitleggen dat als je winteropvang hebt geregeld, dat het dan efficiënter is, zowel financieel als qua aanzuigende werking, om daar een flipperkast van te maken. Iedere keer te kijken wat de temperatuur is die verwacht wordt, dan gaat ie weer open en dan gaat ie weer dicht. Dat lijkt mij allemaal heel veel kosten met zich meebrengen en zeer inefficiënt. Maar u zegt: nee, dat doen wij hier niet, terwijl andere steden dat wel doen. En daar wordt ieder jaar opnieuw om gevraagd.

U zou ook van die hele discussie af zijn als u gewoon zou zeggen: wintermaanden zijn wintermaanden en mensen zijn mensen, die slapen niet op straat, we hebben een winteropvang en die

raadsvergadering van 28 september 2023

Notulen pagina

1835

is gewoon open. Dan hebben we het hier verder nergens meer over en dan doet u iets heel goeds voor de stad. De VOORZITTER. Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Dat is dus niet het beleid zoals we dat nu voeren, hetzelfde als in de vorige periode voerde. Dit is het beleid waar ik ook voor sta, waar ik ook achter sta. Het afgelopen jaar is het één keer voorgekomen dat die twee dagen, één keer in al die jaren zover ik weet, in ieder geval de laatste twee jaar is het één keer voorgekomen dat die een keer twee dagen dichtging en toen weer open. En daarvan hebben we gezegd: dat is niet wenselijk. Dus we hebben nu wel gezegd: het moet minimaal drie dagen achter elkaar boven de gevoelstemperatuur zijn die we afgesproken hebben. Dat is een correctie die we gemaakt hebben, maar ik wil wel waken dat we een flipperkast krijgen, het is één keer voorgekomen. Daarnaast is het aantal dagen dat de winteropvang open is, er zijn mensen die zich heel erg zorgen maken over de opwarming van de aarde, nou, we zien ook in de praktijk dat in de winter nog slechts minder dan 40% van de dagen de winteropvang open is geweest. Dus het is niet zo van: 100% open en dat zijn dezelfde kosten. Dit zijn echt de feiten. Ik sta voor dit beleid. Ik vind het menselijk dat als het koud op straat is dat je mensen die hier eigenlijk niet horen te zijn opvang geeft, maar wel gelimiteerd. De VOORZITTER.

De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja voorzitter, de enige twee redenen volgens mij waarom je eventueel nog zou kunnen beargumenteren dat het heel logisch is om dit beleid te voeren, zouden zijn: geld, dat kan ik me niet voorstellen. Daar reageert de wethouder ook niet op. Want het lijkt mij veel duurder om open-dicht, open-dicht te gaan, ook al is het drie dagen aaneengesloten. De wintermaanden zijn veel langer. En het tweede argument kan die aanzuigende werking zijn, en daar is geen bewijs van. Dus op basis van die twee dingen, dat is het enige dat nog enigszins geloofwaardig zou zijn, daar is allebei eigenlijk geen uitleg bij. Dus dat is eigenlijk wat wij volgens mij allemaal aan u vragen. Het komt ieder jaar opnieuw terug en er is eigenlijk gewoon geen goed argument bij, want u sluit het nu af met: dit is het beleid dat we al jaren hebben en dit is het beleid waar ik voor sta. Maar gaat u daar nu eens op in. Wat zijn die kosten dan van dat beleid, van open-dicht, open-dicht? En wat is dan die aanzuigende werking die volgens u bewezen is of in ieder geval volgens u genoeg reden is om hem niet de hele winter open te doen? De VOORZITTER. Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ja, ik verschil van mening met de heer Segers-Hoogendoorn dat ik niet inga op zijn vragen.

Ik ga er juist wel op in, maar de antwoorden bevallen hem niet en dan zegt hij dat ik er niet op inga. Ik leg u net uit dat slechts rond de 40% van de dagen dat de winterkouderegeling van toepassing is, hij open is. Het is dus niet een jojobeleid, het is vorig jaar één keer voorgekomen en daarvan hebben we ook gezegd dat het onwenselijk is. Dus we reageren wel degelijk, maar ik ga mezelf nu herhalen voorzitter. De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja voorzitter, met permissie, maar er wordt geen antwoord gegeven op de vraag. Het is niet omdat het antwoord mij niet zou bevallen. U geeft geen antwoord op de vraag. Het beleid is nog steeds zo dat bij een bepaalde gevoelstemperatuur de winteropvang opengaat. Dat klopt toch? Dus dat is het beleid. Ik heb dat net flipperkast genoemd. U zegt: nee dat is geen flipperkast, want het moet drie dagen achter elkaar zijn. Nou prima, wat je flipperkast noemt en wat niet. Maar dat is het beleid. Het gaat over een gevoelstemperatuur. Dan gaat hij open en anders is hij niet open. En ik vraag u, de twee argumenten die dat kunnen zijn, zouden zijn geld en zouden kunnen zijn aanzuigende werking. Beide wat mij betreft onvoldoende onderbouwd, en ik vraag u daarop te reageren.

Waarom is het goedkoper om dit beleid te hanteren dan een winteropvang die gewoon open is, en waarom zou het een aanzuigende werking hebben? En dan moet u daar ook bewijs voor hebben. De VOORZITTER. Wethouder.

raadsvergadering van 28 september 2023

Notulen pagina

1836

De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ja, er is ook nog een derde reden. Deze mensen hebben eigenlijk geen recht om in Rotterdam te zijn, maar omdat wij medemenselijk zijn, zeggen wij: bij de winterkouderegeling vinden wij het niet verantwoord om die mensen op straat te laten slapen. Maar het is dus niet zo dat wij gaan faciliteren. Wij willen juist ervoor zorgen, en dat is succesvol beleid, dat een aantal mensen ook teruggaat naar het land van herkomst. Dus ja, u zegt wel dat een aanzuigende werking niet bewezen is. Nou ja, ik heb genoeg signalen gehad dat het wel zo is. We gaan in herhalingen vallen voorzitter. De VOORZITTER. Ja, dat is politiek. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja voorzitter, ik constateer dat de wethouder geen antwoord heeft op allebei mijn vragen. Dat is gewoon nu gebleken. En dan komt er een derde argument. En volgens mij is dat gewoon het argument. En komt u daar dan ook gewoon voor uit, want er is absoluut geen financieel argument te bedenken waarom dit beter zou zijn, en er is ook nog steeds geen enkel bewijs van die aanzuigende werking. Dit is gewoon wat uw beleid is. U wilt ontmoedigen en u wilt zeggen: mensen, u heeft er geen recht op dus u moet hier weg. Dat is de reden waarom u dit doet. Dan zou het u ook sieren om dat gewoon te zeggen. De VOORZITTER. Dan gaan we naar de heer Kind. De heer KIND (volt).

Ja, om in deze drietrapsraket van mythes dan maar even door te gaan. Inderdaad is de financiële kant onduidelijk, de aanzuigende werking is onduidelijk. En zoals net in mijn betoog al aangegeven, is het juridische verhaal misschien nog wel het meest onduidelijk. En daar maken wij ons dus zorgen over. Dat we nu dus beleid hebben, we noemen het ook beleidsvrijheid, die is er misschien wel helemaal niet, en dat maakt dit verhaal dus zeer kwetsbaar en dan is het inderdaad logisch dat we in herhaling gaan vallen, want we voelen dat daar iets niet lekker zit. De VOORZITTER. Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ik ga verder met de moties. Ik heb ꞌHuishoudboekje op ordeꞌ. Deze motie van in ieder geval GroenLinks en van een aantal andere partijen kan ik omarmen. Ik heb twee moties over lhbti. Van D66, ik onderschrijf het belang van maatwerk. Er wordt behoorlijk geprobeerd maatwerk te verlenen nu, als mensen het signaal zouden geven dat ze onveilig zijn, wordt er gezocht naar een aparte kamer en zelfs in het ergste geval, als dat niet zou mogen lukken, dan is zelfs de mogelijkheid dat iemand in een hotel mag. Maar we gaan het nog explicieter maken, dat we het nu ook gaan vastleggen in de afspraken die we met zorgpartijen maken en in de subsidieverordening, dat er aandacht moet zijn en dat er mensen getraind moeten zijn.

Dus ja, wat u vraagt is deels al bestaande praktijk en deels is het al het voornemen wat we gaan doen. Ik laat het dus verder aan de raad. Wat mij betreft kun je het een duwtje in de rug noemen, je kunt ook zeggen dat het niet echt nodig is. Dus ik laat het verder aan u en de raad wat u ermee doet, maar ik kan er ook niet tegen zijn. Dat ben ik wel tegen de motie van GroenLinks op dit punt. U vraagt echt om eenpersoonskamers te gaan creëren voor deze doelgroep. Omdat u verwees naar het landelijk beleid heb ik ook nog even precies gekeken wat daar stond. En ik adviseer u bladzijde 43 nog even terug te lezen, maar dat heb ik er ook echt niet uit kunnen halen. En het is voor ons op dit moment ook niet uitvoerbaar. Ik moet ook zeggen, er zijn wel enkele gevallen nu bekend, in tegenstelling tot de commissie, toen ik zei dat er helemaal geen signalen zijn. Dat moet ik wel herstellen, want ik heb nu wel gehoord dat er wel degelijk twee incidenten zijn geweest. Maar de locaties geven ook wel aan dat dit probleem niet echt op grote schaal speelt. En als het speelt hebben we in principe een adequate oplossing en er zijn inderdaad twee incidenten geweest, maar daarvoor gaat deze motie in mijn ogen iets te ver. Dan heb ik de motie van de ChristenUnie ꞌOnderzoek behoefte EU-opvangꞌ. Die analyse en dergelijke heb ik op zich niet nodig.

Op dit moment hebben we tien plekken die mensen terug geleiden of naar werk of naar het land van herkomst. Dat is behoorlijk succesvol beleid. Het afgelopen jaar zijn er 221 mensen naar werk via daar doorgestroomd en 323 terug naar het land van herkomst. Dit jaar zitten we al geëxtrapoleerd ongeveer op hetzelfde niveau. En die opvang is nog niet eens altijd helemaal 100% bezet. Dus op dit moment is er niet echt de behoefte om daar onderzoek naar te doen. Dit voorziet erin. Wat we wel proberen is in die aanpak met name ook in West, Delfshaven, Centrum, dat we meer bijvoorbeeld 24 uur die opvang open gaan doen. Dat mensen niet overdag weer op straat gezet worden. Ze blijven nu 24 uur in de opvang, zodat je beter kunt terugwerken naar die twee doelen. In plaats dat mensen voor een overtreding naar een politiecel gaan, gaan we proberen om ze bij Barka of bij de Ontmoeting te krijgen.

raadsvergadering van 28 september 2023

Notulen pagina

1837

En in plaats van in de cel en dan weer de straat op, proberen we met een kop koffie en een gesprek ze meer in de meewerkende modus te krijgen. Dus dat is mijn reactie op deze motie. De VOORZITTER. De heer Vonk. De heer VONK (cu). Voorzitter, waar de motie vooral over gaat, is dat veel Rotterdammers aangeven dat ze een enorme toename zien van mensen die op straat verblijven, en dat zijn dan over het algemeen EU-arbeidsmigranten. Het wil er bij mij niet in dat die mensen er liggen omdat ze dat leuk vinden. Ik denk dat dat mensen zijn die echt gebaat zijn bij opvang, om van daaruit ook te werken aan herstel dan wel naar werk dan wel naar land van herkomst. Maar ik heb geen idee over die aantallen. Sommige mensen zeggen: het gaat om tientallen. Volgens sommigen gaat het om honderden. Iedereen ziet ze op de bankjes liggen, al dan niet op het Centraal Station. Dus je wilt toch iets kunnen zeggen over de omvang en bijvoorbeeld ook over de groei van die groep. Dat wilt u toch ook? De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ja, dat wil ik ook, maar ik weet het ook mijnheer Vonk. De omvang is al twee jaar tussen de 120 en de 140 qua EU-arbeidsmigranten, of mensen uit de EU. Maar het probleem is dat de instroom en de uitstroom elkaar wat dat betreft redelijk in evenwicht houden. Daarnaast hebben we nog een groep mensen die naar de LVV zouden moeten, dus een aantal ongedocumenteerden.

En we hebben een groep hardnekkige Nederlanders die of de weg niet weten naar de opvang, of gewoon zelf kiezen: ik wil op straat. In totaal zijn er ongeveer nu rond de 300 mensen in Rotterdam die niet in de opvang zitten, en een heel klein gedeelte daaruit, echt op één hand te tellen, zijn mensen die recht hebben op de opvang, maar omdat net een paar plekken te weinig zijn voor die nachten. Dus dat inzicht hebben we, maar ik heb ook in de commissie de vorige keer gezegd mijnheer Vonk, vroeger had je gewoon dat een arbeidsmigrant hierheen kwam, dan was in Polen al geregeld: een huis waar hij veel te veel voor betaalde, een baan waar hij zestien uur voor veel te weinig werkte, maar alles was geregeld. Hij kwam hier aan. Maar nu zien we ook mensen die hier komen en dan is dat helemaal niet geregeld, maar die komen gewoon rechtstreeks uit Boekarest naar Rotterdam toe, en daar waren ze op straat en hier komen ze ook op straat. Dat is een fenomeen dat we zien toenemen. En die mensen, dat is een hardnekkige groep, maar als we die opvang gaan geven, ben ik er ook van overtuigd dat we het verkeerde signaal afgeven.

Dus we proberen er echt stevig op in te zetten om die groep die dus helemaal geen arbeidsverleden heeft, dat we hen vaker proberen in kaart te krijgen en wat we ook gaan proberen is de grootste overlastgevers, want ik ben het helemaal met u eens, en dat heb ik ook in het begin gezegd, dat willen we gewoon allemaal niet. We willen ten eerste niet dat mensen op straat slapen, maar ten tweede willen we ook niet dat heel veel Rotterdammers er last van hebben. Dus wat betreft de grootste overlastgevers gaan we er ook gericht op inzetten om die ook echt in het vizier te krijgen. De VOORZITTER. De heer Vonk. De heer VONK (cu). Hoor ik u zeggen dat er 120 tot 140 mensen zijn die op straat verblijven, die daar kwetsbaar zijn, die dus ook niet op dat moment in staat zijn om te werken aan herstel, want dat doe je niet vanaf de straat, dan ben je aan het overleven. Zo’n 120 tot 140 mensen verblijven op die manier op straat. Dat is het cijfer dat u geeft. En daarvoor hebben we dan tien opvangplekken. De VOORZITTER. Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ja, en dat is juist omdat het een kortlopende opvang is, dus die doorstroom. En degenen die het aanbieden zeggen ook dat het werkt. Want als je er een heel lang traject van gaat maken. Nu weten mensen: het werkt echt mijnheer Vonk.

Dus juist doordat die doorstroomtijd snel is, maar omdat ook nu de instroom aan de onderkant bijna gelijk loopt, blijft dat aantal rond die 120, 140 mensen zitten. Maar we proberen die mensen wel heel erg te verleiden om wel naar die opvang te komen. Dus dat is op zich ook succesvol beleid. De VOORZITTER. De heer Vonk. De heer VONK (cu). Ik ben benieuwd naar de mensen die u daarover spreekt. Ik hoor dat graag buiten de vergadering en dan spreek ik ze ook. Ik spreek ook mensen die zeggen: wij laten mensen op straat liggen omdat het geen zin heeft om ze voor één week op te vangen, want één week is gewoon te kort. Dus die mensen maken de afweging: ik laat deze mensen in een park liggen. Die zijn er ook.

raadsvergadering van 28 september 2023

Notulen pagina

1838

De heer BUIJT (lr) (wethouder). Dan moeten we dat soort mensen nog beter in beeld gaan krijgen en ik wil overigens ook opmerken dat we voor mensen die echt een verslavingsprobleem hebben, een langere opvang hebben. Dus voor mensen die echt een alcohol- of drugsverslaving hebben, hebben we ook de opvang met enkele weken verlengd. En we hebben hem al uitgebreid naar 24 uur. Dus het is niet zo dat we helemaal niets doen. We hebben ook echt dat signaal dat iemand noemde van dat park, dat is ook echt een eyeopener voor ons geweest. Van: er moet echt nu goed beleid op komen en daar zijn we ook echt mee bezig. Dus dat is wat ik erover kan zeggen mijnheer Vonk. De VOORZITTER. De heer Vonk. De heer VONK (cu). Afsluitend dan voorzitter, ik ben blij dat er kleine stappen worden gemaakt. We blijven uiteraard hier gewoon keihard op drukken, en er zullen ongetwijfeld meer stappen worden gemaakt. Dan gaan we maar eigen onderzoek doen en dan gaan we zelf maar vragen aan de mensen die veldwerk doen wie zij tegenkomen en wat de omvang is van de mensen die echt opvang verdienen en er nu niet in komen, omdat we tien plekken hebben in een grote stad als Rotterdam, waar mensen maximaal een week mogen verblijven. Voorzitter, het is te weinig en het is te weinig kwaliteit. Dat moet echt beter. De VOORZITTER. Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder).

We blijven er heel hard aan werken en ik doe echt mijn uiterste best. De motie van Volt die wil dus de toezichthouder WMO vragen. De toezichthouder WMO doet eigenlijk onderzoek naar de kwaliteit van dienstverlening en die checkt of het pgb goed wordt besteed. Die is er niet om ernaar te kijken of iemand recht heeft of niet. Dus wat dat betreft is het juridisch ook een beetje lastig uitvoerbaar, dus die wil ik ontraden. De VOORZITTER. De heer Kind. De heer KIND (volt). Ik citeer uit het toetsingskader van de GGD. De reikwijdte van het toezicht is onder andere het volgende: de gemeente als aanbieder van maatschappelijke ondersteuning denkt daarbij aan de verantwoordelijkheid voor de toegang, indicatiestelling, doorlooptijden en aanvragen die daaruit voortvloeien. Als ik dit volg, dan staat daar wel degelijk dat ook de toegang tot WMOvoorzieningen en de nachtopvang daaronder vallen. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Oké, ik heb hier zelf ook een tekst waaruit ik eigenlijk haal: de toezichthouders voeren het toezicht bij de zorgaanbieders waar gemeenten een contract mee hebben en bij de aanbieders die cliënten zelf contracteren via een persoonsgebonden budget. Ik wil niet welles nietes doen, dus ik wil wel aanbieden of we hier dan misschien samen naar kunnen kijken.

Dat wil ik dan als toezegging doen, want ik kan ook niet bepalen of uw tekst wel of niet klopt, dus ik wil daar dan wel graag dieper naar kijken, maar ik kan het nu ook niet zomaar omarmen zonder dat ik het op zijn merites kan beoordelen. De VOORZITTER. De heer Kind. De heer KIND (volt). Ja, buiten dan dat ik het zorgelijk vind dat er dus en vragen zijn over de wetgeving en de rechten van EU-burgers en dat u blijkbaar niet volledig op de hoogte bent van de toetsingskaders en het toezichtsorgaan WMO, ga ik hier uiteraard graag op in. We kijken nog even of we de motie aanhouden of niet op dit moment. De VOORZITTER. Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ja. Overigens de opmerking dat ik niet op de hoogte ben van de voorwaarden waarop iemand rechthebbend is of niet-rechthebbend is deel ik overigens niet, maar dat is uw conclusie. 50PLUS heeft de motie om de groep bankslapers ook een urgentieverklaring te geven. Dat is echt onmogelijk, want als we dat zouden doen, de groep wordt nu geschat op 5000, maar dat zijn dan degenen die bekend zijn. Ten eerste hebben we die woningen niet. En ten tweede, dan blijft er ook echt helemaal geen woning meer over voor een regulier woningzoekende. Dus deze motie zou ik echt willen afraden. En de motie van de Partij voor de Dieren, daar moet ik even naar kijken want die is later gekomen.

raadsvergadering van 28 september 2023

Notulen pagina

1839

De VOORZITTER. De heer Kind. De heer KIND (volt). Ja, toch nog even als aanvulling, want u zei volgens mij net via de voorzitter dat de motie werd besproken en dan ook een vraag beantwoord zou worden. Ik gaf net aan dat er zoveel nieuwe juridische inzichten zijn in wetenschappelijke tijdschriften die aangeven: Rotterdam gebruikt de term niet-rechthebbend verkeerd. De opbouw van rechten wordt verkeerd gebruikt. En ik vroeg richting u eigenlijk om een bespiegeling. Bent u bereid om op basis van deze inzichten eventueel uw eigen standpunt te heroverwegen? De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ja, maar ik kom zo ook nog terug op de vraag die mijnheer Elbay gesteld heeft, en daar schaar ik ook een beetje uw vraag onder, dus ik kom daar echt zo op terug. De laatste motie die ik becommentarieer is de motie van de Partij voor de Dieren. In de commissie vroeg u er ook naar, en toen was er iets met een metro. Ik wist het niet helemaal, dus ik heb u toen toegezegd met een overzicht te komen. Die toezegging heb ik u gestuurd. Heeft u die ook ontvangen? Daarin staat ook dat wij zomer 2024 dit gerealiseerd willen hebben, dus dat tijdspad is er in principe al. Dus ik zie dan eigenlijk weinig aanleiding om dan ook nog deze motie aan te nemen, want ik heb het toegezegd en zomer 2024 is er in ieder geval één opvanglocatie waar dus ruimte is voor mensen met een hond.

Wat is handig, dat ik nu inga op de vragen, of dat eerst de motie door collega Zeegers wordt gedaan. De VOORZITTER. Doe eerst de moties maar even. Mevrouw ZEEGERS (d66) (wethouder). Ja, dank u wel voorzitter. Ja, ik heb één motie te behandelen. De motie van de ChristenUnie die aangeeft ꞌEinde dakloosheid in Rotterdams woonprogrammaꞌ. U vraagt dan ook om de ambitie om een einde te maken aan dak- en thuisloosheid in 2030 op te nemen in het Rotterdamse woonprogramma en concrete doelstellingen et cetera te formuleren. Deze motie moet ik helaas ontraden en dat komt omdat wij in het woonakkoord dat u heeft gesloten met elkaar, een punt hebben opgenomen en dat is ons kader waarmee wij werken. Ik heb uw woonakkoord genomen als leidraad volgens welke wij als gemeente het participatietraject hebben geregeld, met allerlei partijen aan de slag zijn gegaan en op basis daarvan met een woonprogramma zijn gekomen, dat natuurlijk het hele spectrum van het wonen in Rotterdam betreft, uitgaande van de zinsneden uit het woonakkoord. En ook in het woonakkoord staat dat wij ons inspannen om het te voorkomen en op te lossen, maar niet om een harde deadline te zetten dat het niet meer voorkomt in 2030.

Ik denk wat mijn collega de heer Buijt ook zegt, dat het ongelofelijk belangrijk is dat wij voldoende woningen creëren in Rotterdam, maar we zien dat hoe hard we er ook aan trekken, er nog steeds een enorm tekort is in woningen. En dat het dus een worst voorhouden zou zijn die we niet kunnen waarmaken, en het ook in die zin een brede afweging moet zijn geweest die we doen op basis van de uitspraken in het woonakkoord. En daar kan zo’n harde target dus geen plek in krijgen. De VOORZITTER. Ja, gaat uw gang. De heer VONK (cu). Voorzitter, twee dingen. Ten eerste is het ook een rijksambitie. En ik denk dat u als lagere overheid die ambitie dan ook te volgen heeft. Het is namelijk waarmee wij als gemeente op pad worden gestuurd. De ambitie om in 2030 de dakloosheid te beëindigen. Zo staat het ook in het landelijke plan van aanpak. En u heeft zelf al een keer ook in deze raadzaal, het kostte wat moeite, maar toen heeft u wel gezegd: ja natuurlijk, ik sta ook volledig achter die ambitie. Dat heeft u toen ook hier verklaard. Dus u vindt het zelf, het rijk legt het ons op, dus dat is toch voldoende kader om het ook in een woonakkoord of in een woonprogramma mee te nemen? Mevrouw ZEEGERS (d66) (wethouder). Nou, ik kan me niet herinneren dat ik die ambitie heb gezegd, maar u heeft ongetwijfeld gelijk, want u zult dat precies hebben nagezocht.

Ik denk dat het een ambitie is waar je zeker je gevoel bij kan hebben en wat ook belangrijk is om na te streven. Tegelijkertijd hebben we ook de ambitie dat we woningzoekenden een woonplek bezorgen. Statushouders moeten we opvangen. Er zijn mensen die uit beschermd wonen komen, die willen we ook een plek bezorgen in de woningmarkt. En al die groepen, eigenlijk heb ik de ambitie om iedereen een goede huisvesting te geven. Maar het gaat ons niet lukken met de hoeveelheid woningen die we nu kunnen creëren in Rotterdam om iedereen in 2030 een dak boven zijn hoofd te geven. Het is wat dat betreft, als het ons lukt fantastisch. We moeten alles op alles zetten, maar als we nu kijken naar de tekorten op de woningmarkt en de enorme wachtlijsten die er zijn voor onder andere sociale huur, maar ook de middencategorie, maar we hebben het nu natuurlijk vooral over de sociale huur. Die wachtlijsten zijn

raadsvergadering van 28 september 2023

Notulen pagina

1840

gigantisch en er komen alleen maar meer mensen bij, dus ik denk dat het realismeverhaal ons verder helpt dan keiharde targets op te nemen die we niet gaan waarmaken en die we ook niet hebben afgesproken, die u niet heeft afgesproken in uw woonakkoord. De VOORZITTER. De heer Vonk. De heer VONK (cu). Voorzitter, de wethouder gaat niet in op zeg maar de ambitie van het rijk, die ons dit ook gewoon oplegt. Ik constateer dus dat het rijk zegt: die ambitie moet er zijn. U zegt: nou, lekker niet, daar geloven wij niet in. U bent een van de weinige G4-steden die die ambitie dan ook niet zo ruimhartig omarmt. Ik denk: wat een ongelofelijk slappe vertoning van Rotterdam. Rotterdam nota bene hè, geen woorden maar daden, dat ze die ambitie niet durven te omarmen. De VOORZITTER. Dat is een mededeling. Wilde u nog ingaan op de gestelde vraag wethouder Buijt? De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ja, met name de heer Elbay die vroeg welke ondersteuning we van het rijk nodig hebben, omdat ik bij EenVandaag zei dat we voor een groot gedeelte afhankelijk zijn van het rijk. Ik heb daar een interview van ruim dertig minuten gegeven en er kwamen uiteindelijk twee quotes op tv, waaronder deze. En wat ik daarmee bedoelde was de aanpak van malafide uitzendbureaus.

Dat is echt iets waar ook collega Versnel al echt stappen in gezet heeft in zijn aanpak, maar dat is wel echt wat in het rapport Roemer ook naar voren is gekomen. Dus de uitbuiting van mensen, het voorkomen dat mensen met z’n achten op een etage zitten. Het voorkomen dat mensen zestien uur werken voor veel te weinig geld. Dus dat is echt wetgeving die echt landelijk geregeld moet worden. U heeft beiden, u en mijnheer, ik ben even uw naam kwijt, Kind, mijnheer Kind toch, ja sorry, excuus hoor, u heeft beiden uw zorgen uitgesproken, van: klopt het nu wel hoe wij in Rotterdam eigenlijk omgaan met het fenomeen? Ik heb me daar ook zeker sinds de commissie toen wij er ook al flink over gedebatteerd hebben samen. We hebben ook afgesproken: we komen hier nu vandaag niet uit, laten we erop terugkomen. Wat in ieder geval mij duidelijk is, is dat je een verschil hebt tussen rechten opbouwen omdat je gewerkt hebt, dus dat betekent dat als je hier een jaar gewerkt hebt, dan heb je gewoon recht op WW. En op een gegeven moment heb je ook recht op een bijstandsuitkering, maar dat is wat anders dan recht hebben op sociale voorzieningen.

En daar zit ook een beetje het verschil in met degene die u aanhaalt, die koppelt dat een-op-een aan elkaar en wat ik ook echt lees is van: nee, er is vrij verkeer van mensen en goederen, maar het is niet vrij om een overmatige belasting te doen op het sociale stelsel van het land binnen de EU waar je heen reist. En dat staat ook echt heel nadrukkelijk als voorwaarde erin en op basis daarvan staat het een gemeente wel vrij. Het is niet verboden hè, om dat te doen, om die opvang te verlenen. Maar het is wel een keuze en tot nu toe zijn er bij mij geen gemeenten bekend die zeggen dat mensen die niet-rechthebbend zijn wel die opvang… maar het is wel toegestaan. Ik wil nog een tweede punt maken waardoor ik ook huiverig ben. Mensen die bij ons in de opvang zitten, willen we perspectief bieden. Dat betekent urgentie voor een huis en zicht op langdurig inkomen, dus langdurige bijstand. Nou, mensen die hier niet-rechthebbend zijn kunnen we dat perspectief ook niet zomaar aanbieden in de opvang. Dus het is ook nog een principieel iets. De opvang is bedoeld dat je aan die twee zaken gaat werken en dan gaan we er eigenlijk ook nog mensen die al tegen het aantal aanloopt dat met 98% bezettingsgraad al onder druk staat. Nou, er komt een technische sessie.

Er komt ook een nieuw plan van collega Versnel waar ook de landelijke overheid tools gaat geven, omdat er dus meer mensen zijn die er vraagtekens bij gezet hebben, komt hij als het goed is ook met een nadere duiding van wat nu wel en niet is toegestaan. Dus op dit moment zie ik, zoals ik het plan gelezen heb en de wetgeving bekeken heb, dat wij niet afwijken van de regels. Ja, mocht dadelijk blijken uit landelijke correspondentie of anderszins, ik ben wel een wethouder, dus ik houd me wel aan de wet hè. Alleen op dit moment zie ik geen reden om het te veranderen. Dus ik hoop, nogmaals, we zullen het misschien niet eens zijn met elkaar, maar ik probeer wel aan te geven hoe ik in de discussie sta. Sorry, excuus, dit was het voorlopig. De VOORZITTER. Dank u zeer. U kunt nog allerlei vragen stellen, maar ik ga er nu toch even een stokje voor steken. Ik wilde eigenlijk deze zitting kort schorsen en ik verzoek iedereen die hier geen rol heeft in deze zaal, alle medewerkers van de griffie, van de fracties en de pers, om de zaal te verlaten. (De vergadering is geschorst.)

raadsvergadering van 28 september 2023

Notulen pagina

1841

raadsvergadering van 28 september 2023

Notulen pagina

1842

Notulen raadsvergadering Notulen van de raadsvergadering van 28 september 2023 Notulen van de raadsvergadering van 28 september 2023 (avondzitting) Voor de agenda wordt verwezen naar volgnummer 13. Voorzitter: de heer ing. A. Aboutaleb, met dien verstande dat het voorzitterschap van 19.35 uur tot 23.12 uur is waargenomen door mevrouw J.M. Nunnely en van 23.23 uur tot 0.53 uur door mevrouw A. Kockelkoren Voor de presentielijst van deze vergadering wordt verwezen naar de ochtendzitting van deze vergadering. Namens het college zijn tegenwoordig: de heer F. Achbar, de heer R. Buijt, de heer V.P.G. Karremans, de heer R.A.C.J. Simons, de heer T.B. Versnel en mevrouw C.M. Zeegers Griffier: mevrouw I.C.M. Broeders Heropening De VOORZITTER (mevrouw Nunnely). Goedenavond allemaal. Welkom terug in de raadzaal. Op dit moment is de burgemeester afwezig, maar ik neem het even over. We zitten nog in onze eerste termijn. De wethouder zal nog een aantal vragen beantwoorden. De heer Engberts krijgt van mij zo direct het moment en na de beantwoorde vragen door de wethouder zal ik een veegronde doen voor als er nog openstaande vragen zijn. Ja? Goed. De heer Engberts. 7.2

De voorstellen tot: a. vaststelling van het Beleidskader Participatie 2023-2026 ꞌWerk is geweldig!ꞌ b. instellen van Rijnmonds Arbeidsmarkt Perspectieffonds (RAP) – vervolg

De heer ENGBERTS (pvda). Ja, ik wilde graag een aangepast dictum indienen bij agendapunt 7.2, motie 8, en een extra ondertekenaar. De VOORZITTER (mevrouw Nunnely). De heer Engberts heeft de volgende motie ingediend. Motie 8A. Een visuele beperking hoeft geen beperking te zijn! "De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 28 september 2023 ter bespreking van 'RV Beleidskader Participatie 2023'; constaterende dat: - er 360.000 blinden en slechtzienden zijn in Nederland; - de arbeidsparticipatie van deze groep zeer laag is ten opzichte van andere doelgroepen, namelijk maar 29% bedraagt;1 - een grote groep van de desbetreffende doelgroep zowel kan en wil werken en participeren in de arbeidsmarkt;2 overwegende dat: - er een nieuwe wetswijziging is ingediend en aangenomen in de Tweede Kamer op 20 juni jl., die de zorg voor de uitvoering van technische werkvoorzieningen voor mensen met een visuele beperking overhevelt van de gemeenten naar het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV);3 - de beoogde inwerkingtreding van deze nieuwe wetswijziging pas 1 januari 2024 is; - het college nog verantwoordelijk is voor de aanvragen van de bovengenoemde doelgroep, op grond van de huidige Participatiewet tot de beoogde inwerkingtreding van de nieuwe wet;

raadsvergadering van 28 september 2023

Notulen pagina

1843

verzoekt het college: - om deze doelgroep na deze wetswijziging ook blijvend te ondersteunen bij het vinden van betaald werk; - te zorgen voor een warme overdracht aan het UWV waar het gaat om technische werkvoorzieningen voor mensen met een visuele beperking; en gaat over tot de orde van de dag." w.g. G.J. Engberts en S. Soytekin 1

Belangrijke stap naar een inclusievere arbeidsmarkt - Koninklijke Visio Wij willen werken! https://wijwillenwerken.nl/ 3 Wijziging van de Participatiewet ten behoeve van de werkvoorzieningen voor visueel beperkten | Tweede Kamer der StatenGeneraal 2

De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. 7.3

Het plan van aanpak ꞌOp weg naar herstel en een thuisꞌ (2023-2026) – vervolg

De VOORZITTER (mevrouw Nunnely). Dan ga ik het woord geven aan de wethouder om te vervolgen met het beantwoorden van zijn vragen. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ja, dank u wel. Ik was in de afronding toen we… 7.2

De voorstellen tot: a. vaststelling van het Beleidskader Participatie 2023-2026 ꞌWerk is geweldig!ꞌ b. instellen van Rijnmonds Arbeidsmarkt Perspectieffonds (RAP) – vervolg

De VOORZITTER (mevrouw Nunnely). Excuses, de wethouder moet er nog even op reageren. De heer VERSNEL (vvd) (wethouder). Ja, zo kan ik hem omarmen. Dank u wel. 7.3

Het plan van aanpak ꞌOp weg naar herstel en een thuisꞌ (2023-2026) – vervolg

De VOORZITTER (mevrouw Nunnely). Wethouder Buijt, aan u het woord. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Dank u voorzitter. Ik was in de afrondende fase van mijn beatwoording. Ik ben in alle hectiek één motie vergeten van advies te voorzien, dat doe ik ook nog. En ik was nog bezig met de bijdrage van de heer Elbay en ik had nog een vraag uitstaan van het CDA en ik heb er nog een van BIJ1 en nog een aantal vragen van de heer Vonk. Dus die wil ik even langslopen. Ik was bij mijnheer Elbay gebleven. Hij maakte zich eigenlijk zorgen of die tien plekken nu eigenlijk wel genoeg zijn, als je de aantallen ziet. Op dit moment is het genoeg, maar uiteraard is ook mij net als u er alles aan gelegen om zo min mogelijk mensen op straat te houden. Dus blijkt dadelijk dat dat niet voldoende is dan ben ik uiteraard bereid om naar extra plekken te gaan. Dus daar maakte u zich zorgen om. Ik maak me daar op dit moment nog geen zorgen om, want het voldoet op dit moment, maar ik wil graag De VOORZITTER (mevrouw Nunnely). U heeft een interruptie van de heer Elbay. De heer ELBAY (d66). Dank wethouder. Ik hoor volgens mij ook een toezegging. Mocht het druk worden, de bezettingsgraad richting de 100% gaan, dat u dan bereid bent om meer plekken beschikbaar te maken voor EU-migranten in Rotterdam. Klopt dat? De VOORZITTER (mevrouw Nunnely). Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder).

Nee, het is een beetje technisch, maar wat ik bedoelde is: we hebben nu die opvangplekken. Dat zijn er nu tien, voor mensen terug te geleiden en als er behoefte is en als die tien plekken niet voldoen, dan zullen we die plekken uitbreiden. Dat is hetgeen wat ik kan toezeggen. De VOORZITTER (mevrouw Nunnely). De heer Elbay.

raadsvergadering van 28 september 2023

Notulen pagina

1844

De heer ELBAY (d66). Ik hoor een toezegging, klopt dat? De VOORZITTER (mevrouw Nunnely). Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ja, T O E Z E G G I N G is bij mij ook een toezegging. Ja. De VOORZITTER (mevrouw Nunnely). Gaat u door. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Oké, dan de heer Vonk. Die vroeg nog of we de gevolgen gaan monitoren van dat er nu nachtsluitingen overdag dichtgaan. We gaan van negen 24 uur naar zeven 24 uur, en twee overdag dicht en ’s nachts open. En we gaan van vijftien inlooplocaties naar negen. Dat is in 2025. Die negen-zeven is in 2024. En u vroeg of we dat gaan monitoren op overlast en wij hebben de aanname dat mensen dan ook meer van huizen van de wijk gebruik gaan maken. Gaat dat niet ten koste van anderen? Uiteraard gaan we dat sterk monitoren. U vroeg ook naar frictiekosten en die zijn er in principe niet. Want de mensen die door de zorgpartijen niet meer op die locatie zijn, gaan sowieso binnen die organisatie andere werkzaamheden doen, omdat ze natuurlijk sowieso hard nodig zijn binnen de organisatie zelf. Mochten die er wel zijn, dan is dat natuurlijk onderdeel van het gesprek dat we voeren, maar het gaat over 1 januari 2025 en welke locaties die zes dan precies worden van vijftien naar negen, dat is nog niet in alle gevallen al helemaal duidelijk. Maar dat zal dan wel aan de orde komen, dus dat waren uw vragen.

Mijnheer Segers-Hoogendoorn vroeg nog: als er nu nieuwbouw komt, wordt er dan in elk geval voor één kamer gebouwd? Het antwoord is in eerste instantie nee, maar ook ja. Hoe kan dat dan? We hebben nu negen locaties en we gaan daar niet bij bouwen. Maar we gaan wel op bestaande locaties de komende jaren eigenlijk vervangen, dus we gaan daar de situatie aanpassen. Daarbij is het op dit moment nog zo dat de capaciteit dan kleiner wordt, want we gaan sowieso van grotere zalen naar vierpersoonskamers. Maar we maken ze wel dusdanig dat we in een later stadium naar één kunnen. Waarom? Het moment dat we nu de eerste twee gaan verbouwen, is het aantal mensen dat daar gebruik van maakt nog zo hoog, dat we dat gewoon niet kunnen met minder locaties. Maar we hebben natuurlijk wel de ambitie dat we de komende jaren natuurlijk wel sterk naar beneden gaan. En dan kunnen we dus wel alsnog omschakelen naar één kamer. Dus de intentie is hetzelfde als wat u bedoelt. Leg ik het duidelijk uit of is het onduidelijk? De VOORZITTER (mevrouw Nunnely). U heeft een interruptie van de heer Segers. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Nou ja, ik interrumpeer om het even gewoon precies te weten, want op zich bent u niet onduidelijk. Mijn aanname vanuit de commissie was eigenlijk dat het ook vooral een kostenkwestie zou zijn geweest voor het verbouwen an sich.

Wat ik u nu volgens mij hoor zeggen, is: we kunnen eigenlijk niet in één keer op welke locatie dan ook van zalen naar één, want dan hebben we eigenlijk gewoon te veel mensen die we niet kwijt kunnen op die korte termijn. Dat is wat u volgens mij nu zegt als belemmering. En ik dacht dus dat het ging over het verbouwen an sich en de kosten die daarmee gepaard gingen. En dan zou ik het logischer vinden om in ieder geval één locatie eruit te lichten waar je dat al wel doet. Maar dan snap ik wat de wethouder zegt. De VOORZITTER (mevrouw Nunnely). Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Oké, en dan had ik tot slot mevrouw Van der Elst van BIJ1, die dus vroeg of cliënten ook bij beheerscommissies betrokken konden worden, en dat heb ik in de commissie ook toegezegd. Toen was u er niet bij, dus het is niet gek dat u dat niet weet. Dat gaan we nu ook in twee gevallen doen. Ik meen dat het een verzoek was van GroenLinks. Ja? Dat gaat nu ook in twee gevallen gebeuren en we kijken hoe het bevalt dat die mensen er ook bij betrokken worden. Dus dat in ieder geval. Dan heb ik zelf tot slot nog de motie van de heer Vonk, de motie ꞌEen eigen kamerꞌ. Ik heb net al een beetje voorgesorteerd bij de heer Segers-Hoogendoorn. We hebben ook berekend wat dat zou kosten in de toezeggingen die naar u toe zijn gekomen. Ik had gezegd, geef dan een overzicht van de kosten.

Die afbouw is voorlopig dus nog niet aan de orde. Het is op dit moment gewoon niet betaalbaar. U wijst zelf wel naar de Blokhuis-gelden en de Van Ooijen-gelden, maar zelfs die zijn totaal eenmalig bij elkaar, ik meen tussen de € 6 miljoen en de € 7 miljoen. Maar als we echt volledig naar eenpersoonskamers zouden gaan, nog even los dat we dan nog locaties nodig hebben want dat kun je natuurlijk niet op de huidige locaties doen, zou dat rond de € 20 miljoen, € 25 miljoen gaan kosten. Dus dat is in ieder geval de reden dat ik hem niet kan omarmen. Voorzitter, volgens mij heb ik dan in ieder geval alle moties gehad en bij mijn weten ook alle vragen beantwoord.

raadsvergadering van 28 september 2023

Notulen pagina

1845

De VOORZITTER (mevrouw Nunnely). Ik zie de heer Vonk. Die heeft in technische tijd een vraag. Ja, gaat uw gang. De heer VONK (cu). Er was inderdaad één vraag blijven liggen voorzitter, namelijk het verzoek van de Pauluskerk. De Pauluskerk had gevraagd, en dat had ik aangehaald, is de wethouder ook voornemens of wil hij ook gaan lobbyen in Den Haag voor dat de groep ongedocumenteerde ouderen ook als een aparte groep wordt gezien, net als de EU-arbeidsmigranten, en ook een plek krijgen in het plan van aanpak. Dat was een vraag, eigenlijk een verzoek van de Pauluskerk dat ik overbracht en waarop ik een reactie van de wethouder had gevraagd. De VOORZITTER (mevrouw Nunnely). Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Nou, ik ben daar persoonlijk geen voorstander van, maar dat zou dan ook echt een wijziging van beleid zijn, wat ik dan sowieso ook zou willen overleggen. Wij hebben nu een regeling voor ongedocumenteerden. Die kunnen opgevangen worden in de LVV en bij heel hoge uitzondering hebben we wel eens zulke schrijnende gevallen van mensen die hier al zo lang zijn en zo ziek zijn, en dan is er ook een mogelijkheid dat er dus een uitzondering gemaakt wordt. Maar om echt een aparte groep te benoemen, daar ben ik op dit moment geen voorstander van. Wel benadruk ik dat er in heel enkele gevallen uitzonderingen te maken zijn en dat gebeurt ook. De VOORZITTER (mevrouw Nunnely).

Een vraag ter verduidelijking? De heer VONK (cu). Meer een oproep dan aan de raad. Want uiteindelijk is het een politieke afweging en dat is aan ons. Ik zou de raad dan willen oproepen: laten we deze kans grijpen om te kijken of we inderdaad in Den Haag een lobby kunnen voeren om te zorgen dat voor deze groep ouder wordende ongedocumenteerden ook een fatsoenlijke opvang komt. Er is een kans, dus laten we die groep, en de wethouder daarmee op pad sturen. De VOORZITTER (mevrouw Nunnely). Dank. Ik kijk de raad aan. Zijn er nog openstaande vragen? Is er behoefte aan een tweede termijn? Ja? Mevrouw Kockelkoren, gaat uw gang. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Ja voorzitter, dank u wel. Ik wil op één punt nog eventjes terugkomen. Ik vind het buitengewoon teleurstellend dat de wethouder het veiligheid bieden aan dakloze mensen uit de lhbtiqa+-gemeenschap afdoet met de zin: ja, het is maatwerk, nu zijn er inmiddels wel incidenten bekend, maar we kunnen niet meer doen. GroenLinks vindt het belangrijk dat er wel meer wordt gedaan voor deze groep, zeker gezien de incidenten, en ik roep dan ook alle raadsleden op om voor deze motie te stemmen en dat advies te negeren, want we kunnen deze mensen simpelweg niet in de kou laten staan. De VOORZITTER (mevrouw Nunnely). Dank. Mevrouw Van de Peppel in tweede termijn. Mevrouw VAN DE PEPPEL (pvdd). Ja, dank u wel voorzitter.

Ik wilde nog even duidelijk maken wat ik bedoelde met de motie. Ja, er staat een tijdspad dat de wethouder heeft uitgestippeld. Alleen wil ik even teruggaan, het was namelijk eerst november dit jaar, toen werd het eerste kwartaal 2024, nu staat het gepland voor de zomer 2024. En dan worden er portakabins geplaatst. Alleen is de vraag niet om nieuwe voorzieningen te plaatsen. Je kan ook op een slaapzaal grote benches neerzetten naast een bed en daar de hond naast laten slapen. Dat is zo geregeld. En onze vraag is dus ook gewoon: regel het gewoon. Het is niet zo moeilijk. De VOORZITTER (mevrouw Nunnely). Dank. Een reactie op mevrouw Van de Peppel? Gaat uw gang. Mevrouw AAFJES- VAN AALST (lr). Dank u voorzitter. Ik ben onlangs zelf bij de Pauluskerk geweest op werkbezoek en ook daar hebben we inderdaad gesproken over honden op een slaapzaal. Maar er zijn juist ook heel veel dakloze mensen die juist bang zijn voor honden. En men is ook bang inderdaad voor bijvoorbeeld vlooien die meekomen. Dus het is niet zo makkelijk om te zeggen: joh, we zetten een bench op een slaapzaal. Ik juich echt het initiatief heel erg toe. Ik ben ook heel blij dat de pilot er komt, maar om te zeggen: joh, we zetten even snel een bench op de slaapzaal, dat biedt ook wel voor heel veel andere mensen ongemak.

raadsvergadering van 28 september 2023

Notulen pagina

1846

De VOORZITTER (mevrouw Nunnely). Mevrouw Van de Peppel. Mevrouw VAN DE PEPPEL (pvdd). Ja uiteraard, en daar willen we ook niet aan voorbijgaan. Het punt is alleen dat er tussen die twee uitersten een middenweg is, waar we best wel iets in kunnen vinden op de korte termijn. Je kunt aparte slaapzalen maken, je kunt best wel een oplossing verzinnen. Alleen nu lijkt echt wel vanaf 2019: van uitstel komt gewoon afstel. Vandaar de urgentie die wij uitspreken. De VOORZITTER (mevrouw Nunnely). Dank. Dan is het woord aan de heer Elbay. De heer ELBAY (d66). Ja voorzitter, ik had ook een vraag gesteld over waarop nu die één week kortdurende opvang is gebaseerd. Is dat ervaring, ervaring uit het verleden? Is dat dan ook echt strikt één week, dus zeven dagen of kan dat ook worden uitgebreid tot twee weken bijvoorbeeld? Dus ik zou graag van de wethouder willen weten waarop die ene week kortdurende opvang voor EU-migranten is gebaseerd. De VOORZITTER (mevrouw Nunnely). Zijn er nog vragen voor de tweede termijn? Ik geloof het niet. De heer Vonk. Ja, gaat uw gang. De heer VONK (cu). Ja voorzitter, er was gevraagd om even terug te komen op een suggestie van de wethouder om mijn motie aan te passen. Die ging over de kerstdagen. Ik ben daar op zich mee akkoord, dus dan passen we de motie aan. Dan wordt het kerst en oud en nieuw en niet de tussenliggende periode.

Die moet nog wel aangepast worden, dus die ga ik dan iets later indienen. En dan misschien nog even een algemene opmerking als tweede termijn. De afdronk voor ons is wel dat het Wonen Eerst echt wat ons betreft te weinig ambitieus is, dus we zullen allebei de wethouders erop blijven bevragen om dat uit te breiden. En een oproep aan de raad om het onderzoek naar de behoefte voor EU-opvang in ieder geval te steunen. Want wie kan er nu tegen een onderzoek zijn voor behoeftepeiling? Dank u wel. De VOORZITTER (mevrouw Nunnely). Dank u wel. Het woord is aan de wethouder. En mijnheer Vonk, ik moet u erop wijzen dat u door uw tijd heen bent. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Voorzitter, dank u wel. Ik wil kort terugkomen op de opmerking van mevrouw Van de Peppel en nog de vraag van de heer Elbay. Ik snap de scepsis bij mevrouw Van de Peppel, omdat er inderdaad al een aantal keer dingen zijn beloofd die niet zijn nagekomen. Dus wat dat betreft kan ik u geen ongelijk geven. Ik ga me er echt hard voor maken dat deze toezegging nu ook echt staat. Dus daar kunt u mij echt op afrekenen. Maar ik kan verder niet meegaan met deze motie. De VOORZITTER (mevrouw Nunnely). Mevrouw Van de Peppel. Mevrouw VAN DE PEPPEL (pvdd). Oké, dus als ik het goed begrijp belooft u dat wij in juni 2024 de eerste portakabins openen samen? Want dan trek ik de motie in. De VOORZITTER (mevrouw Nunnely). De heer Buijt.

De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ja, ik vind een 100% garantie geven… want ik kan nooit dingen uitsluiten. Maar neemt u van mij aan: ik ga daar alles aan doen, ik ga er alles voor in het werk stellen en als er geen goede verklaring voor is, zou ik het beschamend vinden dat ik deze belofte niet kan nakomen. Maar 100% garantie kan ik niemand geven, maar ik beloof u dat ik er alles aan ga doen om dat te halen. En als u mij toestaat om het samen met u te doen, dan ga ik natuurlijk nog meer mijn best doen. Mevrouw VAN DE PEPPEL (pvdd). Nou oké, vooruit dan, dan geef ik u het voordeel van de twijfel. De VOORZITTER (mevrouw Nunnely). Goed, duidelijk. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ja, ik dacht dat ik de vraag van de heer Elbay ook had meegenomen in de eerste termijn in een debat met iemand anders. Die ene week blijkt te werken. Ik heb ook de cijfers genoemd van honderden mensen die ook of naar werk of naar het land van herkomst zijn terugverwezen. Ook vanuit het veld is aangegeven dat die korte tijd ook echt zorgt voor de urgentie

raadsvergadering van 28 september 2023

Notulen pagina

1847

dat mensen weten: ik moet nu echt aan de slag. En natuurlijk sluit ik niet uit dat het wel eens een paar dagen langer duurt. Het is natuurlijk niet zo: ja, je wordt er sowieso uitgegooid, maar in principe is het een termijn die werkt, want die aantallen, en ook vanuit het veld wordt gezegd: die korte termijn is op zich juist een goede stok achter de deur. Dank u voorzitter. De VOORZITTER (mevrouw Nunnely). Goed, dank u wel wethouder. Als alle vragen zo zijn beantwoord dan wil ik dit punt afronden. De motie ꞌHelp ook dieren zonder dak of thuisꞌ van de Partij voor de Dieren is hierbij ingetrokken. En we hebben volgens mij een afspraak. We gaan door naar het volgende agendapunt, 7.4, het voorstel tot vaststellen van de Startnotie Rotterdams Burgerberaad Klimaat, maar ik zie mevrouw Vlieger. 7.2

De voorstellen tot: a. vaststelling van het Beleidskader Participatie 2023-2026 ꞌWerk is geweldig!ꞌ b. instellen van Rijnmonds Arbeidsmarkt Perspectieffonds (RAP) – vervolg

Mevrouw VLIEGER (gl). Ja, voorzitter, ik heb een procedureel puntje, namelijk bij het debat voor het afgelopen debat heb ik twee moties om even opnieuw in te dienen. Daar zijn de ondertekenaars van gewisseld. Het gaat over de motie ꞌSchrap dwang en drangꞌ en de motie ꞌGeen extra straffen boven op sanctiesꞌ. Die zou ik even opnieuw willen indienen. De VOORZITTER (mevrouw Nunnely). Zijn deze moties inhoudelijk gewijzigd? Mevrouw VLIEGER (gl). Nee, de ondertekenaars zijn veranderd. De VOORZITTER (mevrouw Nunnely). Mevrouw Vlieger heeft de volgende moties ingediend. Motie 3. Schrap dwang en drang "De gemeenteraad van Rotterdam, bijeen op 28 september 2023 ter bespreking van agendapunt 7.2: De voorstellen tot: a. vaststelling van het Beleidskader Participatie 2023- 2026 'Werk is geweldig!'; b.

instellen van Rijnmonds Arbeidsmarkt Perspectief fonds (RAP); constaterende dat: - alle Rotterdamse bijstandsgerechtigden verplicht zijn om een tegenprestatie te leveren tenzij ze in het kader van artikel 6b of artikel 9a van de Participatiewet duurzaam of tijdelijk vrijgesteld worden van deze verplichting; overwegende dat: - de participatiewet gebaseerd is op arbeidsactivering, niet op het principe van wederkerigheid; - niet alle bijstandsgerechtigden in staat zijn om een vorm van tegenprestatie te leveren; - niet alle bijstandsgerechtigden gebaat zijn bij de verschillende mogelijkheden die wij aanbieden in het kader van een tegenprestatie; - niet alle bijstandsgerechtigden realistisch gezien nog stappen zullen gaan zetten op het gebied van arbeidsactivering; verzoekt het college: - wanneer het leveren van een tegenprestatie niet langer bijdraagt aan de persoonlijke ontwikkeling van de werkzoekende, ambtenaren in de uitvoering van de Participatiewet de mogelijkheden te geven om op basis van maatwerk (buiten artikel 6b of artikel 9a van de Participatiewet) een duurzame of tijdelijke vrijstelling te geven van het leveren van een tegenprestatie; en gaat over tot de orde van de dag." w.g. L.S. Vlieger en G.J. Engberts Motie 4. Geen extra straffen boven op sancties

raadsvergadering van 28 september 2023

Notulen pagina

1848

"De gemeenteraad van Rotterdam, bijeen op 28 september 2023 ter bespreking van agendapunt 7.2: De voorstellen tot: a. vaststelling van het Beleidskader Participatie 2023- 2026 'Werk is geweldig!'; b. instellen van Rijnmonds Arbeidsmarkt Perspectief fonds (RAP); constaterende dat: - Rotterdam bij schending van de inlichtingenplicht door een bijstandsgerechtigde in veel gevallen direct over gaat op het opleggen van een boetebedrag, oplopend tot 150% van het benadelingsbedrag, boven op de terugvordering van de te veel ontvangen bijstand; - artikel 18, vierde lid van de Participatiewet stelt dat "Het college kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing...

tenzij niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een zodanige waarschuwing is gegeven."; overwegende dat: - ondanks sociaal vorderen de terugvordering van de te veel ontvangen bijstand een grote financiële klap is voor de persoon die niet voldaan heeft aan de inlichtingenplicht; - het opleggen van een boete boven op de terugvordering deze financiële klap exponentieel heftiger maakt; - het opleggen terugvorderen van het te veel uitgekeerde bedrag een 'straf' op zich is; - deze zware financiële maatregelen in de regel negatief werken voor het activeringsproces richting arbeidsparticipatie; - de afschrikkende werking van een geldboete omstreden is en uitgaat van rationeel handelen van iemand in overtreding; - mensen in (financieel) kwetsbare posities lang niet altijd rationeel handelen en/of consequenties overzien; - het opleggen van een boete in het kader van afschrikkende werking geen passende maatregel is om gedrag te beïnvloeden; - Rotterdam, binnen de kaders van de Participatiewet, de keuzevrijheid heeft om geen bestuurlijke boetes op te leggen bovenop terugvordering; verzoekt het college: - bij schending van de inlichtingenplicht uitsluitend bij aantoonbare opzet en/of bij schending binnen twee jaar na een eerdere waarschuwing, over te gaan tot het opleggen

van een bestuurlijke boete; - bij het opleggen van een bestuurlijke boete een maximum van 50% van het benadelingsbedrag te hanteren bij aantoonbare opzet en een maximum van 25% bij overige vormen van 'verwijtbaarheid'; en gaat over tot de orde van de dag." w.g. L.S. Vlieger en G.J. Engberts De moties zijn voldoende ondersteund en maken deel uit van de beraadslagingen. 7.4

Het voorstel tot vaststellen van de Startnotitie Rotterdams Burgerberaad Klimaat

De VOORZITTER (mevrouw Nunnely). Wie mag ik als eerste het woord geven? Mevrouw REHIM ZADEH (denk). Ja, dank u wel voorzitter. We hebben het in de commissie al uitgebreid gehad over het burgerberaad en het komt steeds dichterbij. Dat vinden wij mooi nieuws. Alle expertise en kunnen is van harte welkom vanuit alle hoeken van onze stad. En dat is ook waar onze fractie zich op gericht heeft, in ieder geval tijdens de opzet van het burgerberaad. Voorzitter, over het wervingsplan hebben we het ook in de commissie al gehad. In de startnotitie zien we dat de term ꞌetnische identificatieꞌ geïmplementeerd is in de vragenlijst, maar mensen worden gevraagd naar hun etnische afkomst. En voorzitter, wij hebben ook gepleit voor die weerspiegeling en die diversiteit. Het draagt ook bij aan het doel, namelijk ervoor zorgen dat zo’n burgerberaad een weerspiegeling is van de stad, van Rotterdam. In de commissie hebben we de discussie ook gehad over de term en dat het wellicht wat negatieve onderbuikgevoelens met zich kan meebrengen bij sommige burgers, dat het zwaar op de maag ligt, ook in het licht van bijvoorbeeld het toeslagenschandaal. Voorzitter, dat begrijpen we. Ik wil toch nog één keer de wethouder daarop horen reflecteren en hoe we los van dat

raadsvergadering van 28 september 2023

Notulen pagina

1849

stukje uit die vragenlijst ook naar andere manieren zoeken om die diversiteit alsnog te garanderen. In dezelfde lijn vroeg ik de wethouder ook naar het uitgangspunt van de strategische communicatieopgave, en ik heb nog steeds niet echt het idee dat ik weet waar we aan gaan beginnen als het gaat om het communiceren naar de burger toe, en ik denk dat dat een belangrijk onderdeel is van het burgerberaad. Dat de mensen in de stad weten waar het over gaat en dat ze zich er ook mee kunnen bemoeien. Dat is het even voor nu. Dank u wel voorzitter. De VOORZITTER (mevrouw Nunnely). Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Morkoç. Mevrouw MORKOÇ (gl). Dank u wel voorzitter. In ons verkiezingsprogramma staat: Rotterdam organiseert een burgerberaad voor het klimaat, dus vanzelfsprekend waren wij enthousiast om dit ook terug te zien in het coalitieakkoord. De afgelopen maanden hebben wij geleerd wat de vereisten zijn voor een goed burgerberaad en daar is een ontzettende consensus over. In deze startnotitie staan al goede dingen. Onafhankelijkheid, dat terugkomt in de taalvoorzitters, en in de verslagleggers. En er is nagedacht over inclusieve loting en ook dat er een dagvergoeding beschikbaar is. Dat vinden we allemaal ontzettend goed.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=037b2f18-68ac-4268-8a31-d0d43f2baf3f