20221512 - Notulen van de raadsvergadering van 15 december 2022
Tekst van het document
doelgroep waar jongerenwerkers mee werken veelal kwetsbaar is, en het van belang is dat deze doelgroep zo snel en goed mogelijk ondersteund wordt; - een nauwere concretere samenwerking tussen jongerenwerkers en huisartsenpraktijken vroegsignalering verbetert en kennisuitwisseling tussen jongerenwerkers en medisch professionals optimaliseert; verzoekt het college: - in gesprek te treden met Rotterdamse huisartsenpraktijken om te achterhalen in hoeverre de behoefte bestaat aan de aanstelling van, dan wel een vaste samenwerking met een jongerenwerker in de praktijk, en indien deze behoefte er is, bespreken op welke wijze hier invulling aan gegeven kan worden; - opleidingsmogelijkheden te onderzoeken voor informele actoren zoals buurtmoeders en -vaders en (religieuze) instellingen in het kader van basale vroegsignalering van een hulpbehoefte bij jongeren, alsmede het ondersteunen van het wegwijs maken van jongeren bij het bereiken van de gemeentelijke dienstverlening, zoals het Jongerenloket; - hierover te rapporteren aan de raad; en gaat over tot de orde van de dag.ʺ w.g. F. Elbay De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER (de heer Van Schaik). Ik kijk verder rond in de raad of er nog partijen zijn die vragen hebben en als dat niet het geval is, wil ik wethouder Achbar het woord geven. De heer ACHBAR (denk) (wethouder).
Ja, dank voorzitter. Ik wil beginnen te zeggen dat wij een fantastisch rapport hebben mogen ontvangen van de Rekenkamer en dat is zeker complimenten waard. Ik heb het ook op die manier ontvangen als zijnde: we hebben een
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1984
onafhankelijke organisatie die kritisch meekijkt naar ons functioneren op verschillende beleidsterreinen. Mijn houding was ook geweest heel constructief zoeken naar: oké als dit de aanbevelingen zijn dan moeten wij het daar ook mee doen als zijnde herkennen wij ons in deze punten maximaal om die ook over te nemen. Ik wil daar wel bij opmerken, en dat staat ook in het Rekenkamerrapport, dat wij net in die fase zaten waarin er een nieuwe welzijnsopdracht is aanbesteed en dat we ergens ook wel in een heel nieuwe werkelijkheid zijn terechtgekomen als het gaat om het welzijnswerk en het jongerenwerk. Er zijn een aantal vragen gesteld, onder andere over de aanbevelingen, over de monitoring. Een heel interessante is de jongerenhub en laat ik daarmee beginnen voorzitter. Ik vind het ook tof dat die energie hier in deze raad zit als het gaat om het realiseren van die jongerenhubs in de stad. Maar het is goed om ook even te weten dat er een raadsbesluit aan ten grondslag ligt als het gaat om het realiseren van die jongerenhubs in de stad, en zeker ook als het gaat om de locaties. Want er werd een vraag gesteld: hoe zorgt u ervoor dat er juist in die kwetsbare wijken een jongerenhub komt. Dus daar zijn afspraken, die locaties zijn bekend en die opdracht ligt bij de welzijnsaanbieder om die tot uitvoering te brengen.
Ik begrijp uw haast, want die voel ik ook, maar tegelijkertijd wil ik u ook vragen om even de ruimte te geven en wellicht dat ik dan zo rond februari bij u terug mag komen om een beter beeld te geven waar we nu staan met gerealiseerde jongerenhubs. Wat zijn nu tijdelijke jongerenhubs die eventueel vervangen zouden moeten worden of waar nieuwe voor moeten komen, en op welke locaties komen er nog nieuwe hubs binnen de afspraken die er zijn gemaakt? Nou, ik begrijp dat er een onderzoek is geweest, dat er behoefte is aan 22 jongerenhubs. Nou, de afspraak binnen het coalitieakkoord is twintig. En als u mij de ruimte geeft om in februari het een en ander in beeld te brengen, dan zou ik bijna willen zeggen, houd uw motie aan of trek hem in. Er is even overleg zie ik. Nee? Oké. Dat zou mijn voorstel zijn, omdat die afspraken gemaakt zijn om te komen tot twintig jongerenhubs. En als u hem zo vraagt, dan weet u dat daar ook nog financiën aan gekoppeld moeten worden. De VOORZITTER (de heer Van Schaik). De heer Balwantsingh. De heer BALWANTSINGH (pvda). Ja voorzitter, dank u wel. Ik begrijp de oproep van de wethouder. Ik zou het nog even met de fractie en ook nog met anderen willen bespreken, die ook nog vanuit de vorige periode hebben bijgedragen aan de realisatie sowieso van inmiddels al vijftien jongerenhubs. Dus ergens knelt het ook bij mij wel aan de ambitie die de wethouder...
Ik heb de wethouder tijdens de commissie letterlijk horen zeggen: wat mij betreft in elke wijk een jongerenhub, dus aan de ambitie van de wethouder ligt het niet. Ik vraag me wel af hoe het in de afspraken met de andere coalitiepartijen is gegaan, dat er in principe al vijftien gerealiseerd zijn, dat er nog maar vijf bij komen. Ik bedoel, maak er dan zeven van. Zoveel beslag legt dat ook weer niet, dus dat is mijn reactie. Ik zal het bespreken of we hiermee doorgaan of niet. Maar misschien toch wel even een reflectie over die ambitie die u zelf heeft tegenover wat u voor elkaar heeft gekregen in de coalitieafspraken. De VOORZITTER (de heer Van Schaik). Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ik probeer ook aan te geven, ik begrijp uw haast. Daarmee geeft u terecht aan ook hoe ik erin sta. Er zijn afspraken binnen de coalitie en dat is twintig. U vraagt iets anders. Tegelijkertijd zeg ik: geef mij die ruimte om in februari voor u in beeld te brengen waar we staan ten aanzien van die jongerenhubs. Wellicht dat daaruit voortkomt dat er meer mogelijk is dan we nu aan het realiseren zijn. Zo wil ik hem graag aan u uitleggen. Dat doet niets tekort aan de ambitie die ik persoonlijk heb. Dan voorzitter, de vraag over de monitor, waarbij een aantal interessante oneliners zijn gemaakt. Hij is door een aantal partijen op verschillende manieren gesteld.
Maar als het gaat om die monitoring zijn wij op dit moment bezig met een datadashboard. Dat is bijna af. Daarmee kunt u ook
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1985
zien hoe een wijk ervoor staat. We hebben daar zelfs een emeritus hoogleraar, Hosman, in de arm genomen, om te begeleiden bij het opstellen van zo’n praktische en haalbare monitor. Dus het heeft echt wel onze aandacht. Tegelijkertijd zeggen wij: oké, wij willen impact gedreven werken. Dat is ook hoe wij die welzijnsopdracht hebben aanbesteed. Dus zo proberen wij wel continu, even los van de gesprekken met een plan van aanpak waar ook een soort monitoring als vorm plaatsvindt, dat ook door middel van een dashboard waarbij we bewust ook iemand die stevig is en daar verstand van heeft in de arm nemen, om daar toe te komen. De VOORZITTER. De heer Verweij. De heer VERWEIJ (vvd). Dank u wel voorzitter. Kan de wethouder aangeven wanneer die monitor af is? Wanneer gaan we die zien? De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ik heb nu staan: bijna af. Geef me even de ruimte, dan ga ik even… De VOORZITTER. In jargon is dat meestal eerste kwartaal. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja, die wilde ik bijna zeggen, maar ik bevestig hem zo. Mag ik hem zo even bevestigen? De VOORZITTER. Mevrouw Van Aalst. Mevrouw AAFJES-VAN AALST (lr). Ja voorzitter, en dan aansluitend, gaan we die monitor halfjaarlijks krijgen of jaarlijks? Wat is daar inderdaad uw streven in? De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder).
Nou ja, zo’n dashboard hè, dat is gewoon een dashboard waarin beweging ontstaat, waarin je per wijk zou kunnen zien hoe een wijk ervoor staat. En wanneer die af is, voor die specifieke vraag moet u me nog even de ruimte geven om daar zo op terug te komen. Maar een dashboard zou ook dynamisch moeten zijn. Er gebeuren dingen en er gaan weer dingen af. Het is een dynamisch iets. De VOORZITTER. De heer Verweij. De heer VERWEIJ (vvd). Dank u wel. Ik vraag me af of een dashboard het meest geschikte middel is. Want als we het hebben over de effecten van welzijnswerk, hebben we het over de manieren waarop heel ingewikkelde, abstracte dingen als praatjes maken en mensen op school begeleiden, bij sportverenigingen, een hart onder de riem steken, helpen met geld omgaan en dat soort zaken. Dat laat zich best wel lastig kwantificeren in een soort rood tot groen radertje wat je bij de coronatijden weleens zag hè, dat je daar dan een dashboard voor had. Dus ik hoop dat de wethouder het rapport echt in handen neemt wat nu precies die factoren zijn die we gaan meten. Een dashboard klinkt heel hip en heel cool, maar het is echt belangrijk dat dat soort ingewikkeldheden zich niet altijd daarvoor lenen. Soms gaat het echt over diepgaand kwalitatief onderzoek en ik hoop inderdaad dat daar ruimte voor zal zijn. De VOORZITTER. Wethouder.
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1986
De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja, kijk, dat is inderdaad wel heel erg gedetailleerd. Ik heb daar niet zo veel verstand van, daarom gaf ik ook aan, dat we dat samen doen met zo’n emeritus hoogleraar die daar heel veel verstand van heeft, om juist die inzichten en die monitoring goed te krijgen. Daar vertrouw ik dan ook op, dat daar die kennis zit om een goede monitoring te krijgen. De VOORZITTER. De heer Kind. De heer KIND (volt). Net als de heer Verweij sla ik ook aan op het woord dashboard. Ik zit ook wel eens in de auto, dan kijk ik ook wel eens naar een dashboard, maar dat wil niet altijd zeggen dat ik op de plaats van bestemming terechtkom. Daar ben ik hier dus ook een beetje bang voor. Want wat we hier meemaken en wat het onderzoek van de Rekenkamer ook heel duidelijk laat zien, is dat de effecten niet alleen in het jongerenwerk zelf zitten, dus inderdaad een praatje maken, vertrouwen winnen, iemand goed op weg kunnen helpen, maar het zit hem vooral in die schakel daarna. En dat is het verschil tussen misschien dat kwalitatieve deel waarin je er dus heel lastig achter komt wat effectief is en wat niet. En wat harder is, namelijk wordt iemand doorverwezen naar een jongerenloket en wordt iemand daar daadwerkelijk geholpen? En dat zou een vraag zijn. Wat ik eigenlijk heel erg belangrijk vind is dat dat in die monitor zit.
In een emeritus hoogleraar heb ik vertrouwen, maar ik zou wel graag weten of wij uit de raad ergens nog hierover mee kunnen denken of wellicht ook een voorstel kunnen doen in die richting. Dus het niet vanuit één koker bekijken maar vanuit het hele speelveld vanuit de sociale voorzieningen die we hier binnen de gemeente hebben. De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja voorzitter, ik begrijp de wens zeker. Ik noemde het dashboard als één voorbeeld, dus we moeten niet focussen op alleen maar een dashboard dat straks door iemand ontwikkeld wordt met heel veel kennis. Tegelijkertijd hebben we gewoon ook heel concrete afspraken met welzijnsaanbieders van kom met een plan van aanpak hoe je dat soort concrete gevallen nu oplost in die wijken. Het is en-en, en zeker omdat er niet een one size fits all-principe is. Dus zeker, het dashboard één, het plan van aanpak. Er zit natuurlijk ook gewoon een programma van eisen waarin we aan de voorkant hebben gezegd wat we verwachten. En in die uitvoering komt dat plan van aanpak voor en zo probeer je continu wel te monitoren. De VOORZITTER. Mevrouw Van Aalst. Mevrouw AAFJES-VAN AALST (lr). Ja voorzitter, een dashboard klinkt inderdaad hip, maar zal ook niet voor eenieder openbaar zijn om te raadplegen, en daarom nogmaals mijn vraag met betrekking tot de monitor.
Vroeger hadden wij ook een soortgelijke monitor waardoor je inderdaad kon zien hoeveel jongeren er worden bereikt, en of de kpi’s inderdaad worden gehaald. Daarom nogmaals de vraag of we die jaarlijks gaan zien of halfjaarlijks, dus wat is inderdaad het plan? De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Nou ja voorzitter, even twee dingen. Kijk, zo’n dashboard, dat probeer ik net uit te leggen, dat lijkt me gewoon een dynamisch instrument, waarin inderdaad gegevens veranderen. Maar zo’n plan van aanpak krijgt u jaarlijks. Daarvan kunt u ieder jaar verwachten wat daar in staat per welzijnsaanbieder. Dan voorzitter, een vraag over het overnemen van de aanbevelingen. Misschien een stukje techniek. De Rekenkamer voert rapporten uit in opdracht van de raad. Die komt dan met
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1987
aanbevelingen en uiteindelijk neemt u de aanbevelingen al dan niet geheel over en ik ben enkel uitvoerder daarin. Dus als u zegt: u moet ze allemaal overnemen, dan zal ik ze allemaal overnemen. Als u zegt, één niet, één wel, en vier deels, dan is dat natuurlijk aan u. Wat wij doen, wij komen met een bestuurlijke reactie. Daar begon ik mijn verhaal ook mee. Door te zeggen: wij kijken heel constructief naar zo’n Rekenkamerrapport. Waar staan we en wat kunnen we er maximaal van leren? En op basis daarvan hebben wij onze bestuurlijke reactie gegeven. En dan is het uiteindelijk aan u. Kijk, over aanbeveling 4, want daar was dan de concrete vraag over gesteld, welke consequenties hebben die keuzes en informeer daar de raad over. Het is misschien ook goed om te weten dat hier ook een raadsbesluit aan ten grondslag ligt. Dat wij zeggen: oké, we halen een aantal onderdelen die voorheen bij de welzijnsaanbieder zaten, veel meer prioriteren op doelgroepen, kind, jongere en volwassene. En we gaan nog specifiek een aantal wijken prioriteren. Nou, daardoor zijn een aantal onderdelen uit die opdracht gehaald, ergens anders ondergebracht. Als voorbeeld hebben we van het onderwerp ꞌveiligꞌ, dat deels voorheen binnen de vorige welzijnsopdracht zat, gezegd: die halen we eruit en die zetten we bij directie Veilig, waardoor het dus niet meer terug te vinden is.
Als dat uw vraag is: breng in kaart welke keuzes er zijn gemaakt aan de hand van het raadsbesluit en waar is het nu ondergebracht? Ja, daar wil ik, als u zegt, neem dan… het is aan u. Dan begrijp ik uw vraag wel. Vervolgens is mijn vraag: oké, als dat in kaart brengen is, voilà, maar weet dat u als raad een besluit hebt genomen om het op die manier te doen. En of het logisch is dat u zegt: ik vraag u ook zo’n aanbeveling ook als bestuurlijke reactie alsnog over te nemen. De VOORZITTER. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Ja, dank u wel voorzitter. Het is eigenlijk gewoon een simpele vraag. U heeft nu zojuist de fracties gehoord. De fracties roepen op: voer onverkort alle vijf de aanbevelingen uit. En gaat u dat dan dus doen, ja of nee? Dat is dus de vraag die dan voorligt. En u zegt dus eigenlijk: als dat de opdracht is die de raad mij geeft, dan ga ik daar gewoon mee aan de slag. De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). U als raad besluit straks welke aanbevelingen er worden overgenomen. En dan mag u ervan uitgaan als u mij als raad vraagt om iets te doen, dat ik dat voor u ga doen, ook al kom ik met een bestuurlijke reactie, maar uiteindelijk bent u als raad leidend daarin. De VOORZITTER. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl).
Nou, dat is prima om te horen, maar ik hoor u namelijk ook wat slagen om de arm houden, van: ja, er zijn ook andere raadsbesluiten en ja, ook dit en ook dat. Mijn vraag in de eerste termijn was ook heel simpel. Dat in kaart brengen van die doelgroepen waar je dan je primaat legt, zoals in aanbeveling 4 wordt beschreven. Als je in welzijnswerk keuzes maakt, breng dan in kaart ten koste van welke andere doelgroepen dat gaat, ten opzichte van welke andere gebieden dat gaat. En dan was mijn concrete vraag wanneer we dat dan krijgen. De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Nou, voorzitter, twee dingen. U hebt mijn bestuurlijke reactie gelezen. Ik probeer net even een voorbeeld aan te geven waarom ik zeg: dat lijkt me niet logisch. U hebt als raad besloten om het op deze manier in te richten. Dus als het goed
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1988
is weet u waarom die keuze is gemaakt. Om dat inzichtelijk te maken, wat is de meerwaarde om dat inzichtelijk te maken? Dat is al de eerste vraag. Als het alleen om inzichtelijk te maken is, wil ik best wel voor u de keuzes die zijn gemaakt, als voorbeeld veilig niet meer bij welzijn maar bij directie Veilig, of de individuele begeleiding niet meer bij welzijn, uitbreiding bij JOZ. Dat zijn die keuzes die u hebt aangegeven, van: maak die op basis van de prioritaire wijken en prioritaire doelgroepen. En tegelijkertijd, voorzitter ik zie… De VOORZITTER. Ik laat u uitspreken. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Dat is één. Ik ben even mijn tweede punt kwijt. De VOORZITTER. Dan de heer Coşkun. Dan heeft u iets meer tijd om na te denken. De heer COŞKUN (sp). Ja, misschien hoeft u het gewoon ook helemaal niet af te maken, want u gaat nu voor de derde keer uitleggen wat andere raadsbesluiten hiermee te maken hebben, maar dat heeft er allemaal niets mee te maken. Er staat gewoon aanbeveling 4, zijn er consequenties van uw extra inzet voor jeugd voor de andere delen van het welzijnswerk, ja of nee, en zo ja, breng dat in kaart en rapporteer dat aan ons. Dat heeft allemaal niets met Bureau Veiligheid of wat dan ook te maken. U moet in overleg met de welzijnsorganisaties gaan. Zijn er consequenties als we extra inzet voor jeugd doen, ja of nee, en zo ja, welke zijn dat? Zo simpel is het.
Met Bureau Veilig, bespaar u de moeite om dat voor de vijfde keer uit te leggen. De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Nou ja voorzitter, daarmee wilde ik zeggen, als u dus een aantal maanden geleden een besluit neemt, hoe logisch is het dan om dat op deze manier uit te voeren. Maar goed, nogmaals, dat is aan u. Daarom wilde ik hem aan de hand van voorbeelden even aangeven. Zeker ja, het kan vijf keer zijn, maar dat is natuurlijk aan u. De VOORZITTER. Was u klaar wethouder? Sorry, mevrouw Van Aalst, ik had u niet gezien. Mevrouw AAFJES-VAN AALST (lr). Ja voorzitter, in aanvulling op de heer Coşkun, zelf doen wij als raad ook de handreiking. We hoeven het niet tien cijfers achter de komma te weten, maar we willen gewoon weten: gaat het koffie-uurtje eraf? Hoeveel uur wordt het opgeplust richting de jongeren? En we hoeven het echt niet helemaal specifiek te weten en u mag er ook de tijd voor nemen. Want we weten ook dat u geen wonderen kan verrichten, maar globaal willen we wel graag weten wat we inderdaad kunnen verwachten. De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Helder, en goed, als dat globaal is kan ik u dat zeker doen toekomen. Ik weet alweer wat mijn tweede punt was. Wanneer kunt u dat verwachten? Zoals binnen elk Rekenkamerrapport zal dat binnen zes maanden zijn, met die wrap voorzitter, kan ik dit punt denk ik afronden.
De VOORZITTER. De heer Kind. De heer KIND (volt). Ja, zo’n termijn van zes maanden vind ik dan wel weer een beetje vreemd. Want in aanbeveling 4 staat eigenlijk heel simpel: maak het inzichtelijk. Dan is de collegereactie: dat was zeven maanden geleden al inzichtelijk gemaakt toen er een brief werd gestuurd. Nu komen wij na een aantal maanden na het Rekenkamerrapport tot de
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1989
conclusie dat wij toch wel heel erg graag zouden willen weten wat eventuele waterbedeffecten zijn of waar verantwoordelijkheden elders belegd zijn. En dan krijgen we nu weer te horen: ja, dat krijg je dan weer zes maanden later. Dan denk ik: dat is eigenlijk onnodig, gewoon simpel, overzichtelijk, kan het volgens mij binnen een maand of twee naar ons toe komen. Want de informatie ligt er waarschijnlijk ambtelijk al. De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja goed, voorzitter, liever wil ik vasthouden aan die zes maanden. En dat kan wellicht eerder zijn, maar geef mij gewoon die zes maanden die er ook is als reactie op het Rekenkamerrapport, of de uitvoering van de aanbevelingen in het Rekenkamerrapport. De VOORZITTER. U kunt verdergaan. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Voorzitter, dan werd een vraag gesteld over openingstijden van Huizen van de wijk. Ik kan u zeggen dat die gesprekken al gevoerd worden. Dus wij zijn op dit moment al gesprekken aan het voeren over het creëren van die bruisende Huizen van de wijk. Dat vraagt ook nog wel iets, ook omdat in die aanbesteding afspraken zijn gemaakt over hoeveel uur zo’n Huis van de Wijk minimaal open is. Maar daar worden op dit moment wel de gesprekken over gevoerd hoe we ervoor kunnen zorgen, eventueel buiten de opdracht die er is, met vrijwilligers, om meer openstelling van de Huizen van de wijk te creëren.
Even kijken voorzitter, dan werd er een vraag gesteld door mevrouw Van de Peppel over welke beleidsmatige interventies we nu gaan uitvoeren. Wat wij willen, is dat we impact gedreven echt in die uitvoering willen zitten, waardoor die actiegerichte kleine maatregelen merkbaar zijn in die wijk. Dus ik zit niet alleen maar beleidsmatige interventies te bedenken, dus ik zit ook te zoeken, we willen juist impact gedreven bezig zijn in die wijken. Dat is ook de opdracht richting de welzijnsaanbieders en dat willen wij terug zien. Het voorbeeld van de heer Kind, als iemand een vraag heeft over het Jongerenloket, dat dat ook heel snel opgepakt en doorverwezen wordt. Zoals bijvoorbeeld het inrichten van een vliegende brigade van het Jongerenloket. Dus dat soort interventies willen wij in die wijken gaan creëren. Even kijken, dan had ik nog één motie van de heer Elbay. Voorzitter, ik zit even te zoeken hoe ik hier handen en voeten aan zou kunnen geven, want ik begrijp de strekking van de motie. Maar wij hebben een zorgstructuur die eigenlijk hierin voorziet, namelijk dat de praktijkondersteuner en Jeugd en gezin bij de huisartsen zit. Maar hij is opgesplitst in twee delen. Ik kan bijvoorbeeld wel toezeggen dat ik het collectief aanbod van het jongerenwerk beter bekend kan maken onder de praktijkondersteuners bij Jeugd en gezin, waarbij de motie dan wel overbodig wordt. De VOORZITTER.
De heer Elbay. De heer ELBAY (d66). Voorzitter, we hebben gezien dat we in Rotterdam behoorlijk wat jongeren kunnen bereiken. Dat is een goede ontwikkeling. Wat we ook zien, is dat jongeren ook psychische problemen ervaren. En dan is een huisarts of een huisartsenpraktijk een vertrouwde omgeving waar ze hun problemen dus ook kunnen delen met hun eigen huisarts. In zo’n huisartsenpraktijk heb je inderdaad ook een praktijkondersteuner, maar die is eerder gericht op het ondersteunen bij de behandeling van een fysiek probleem of een geestelijk probleem. En het is juist belangrijk om jongerenwerkers te koppelen aan huisartsenpraktijken, zodat jongeren die bijvoorbeeld financiële problemen ervaren, ook makkelijker gekoppeld kunnen worden door de huisarts aan een jongerenwerker om een gemeentelijke instantie te bereiken. En deze motie vraagt eigenlijk: ga met de
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1990
huisartspraktijken in gesprek, kijk of daar behoefte aan is en kijk hoe die samenwerking in Rotterdam vormgegeven kan worden. Dus volgens mij is deze motie niet overbodig. De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja, ik probeer een handreiking te doen door toe te zeggen het collectief aanbod van het jongerenwerk onder de aandacht te brengen van die praktijkondersteuners. Daarmee hopen we dat ze dan ook een doorverwijsfunctie hebben als ze iemand medisch behandelen. Tegelijkertijd zeggen: weet dat in uw wijk ook een groot aanbod is aan interventies die jongeren kunnen helpen. Dan draai ik hem als het ware om, als toezegging in plaats van dat ik een samenwerking ga opzetten omdat er al een zorgstructuur is. Maar zo probeer ik u, maar goed, het is… De VOORZITTER. De heer Elbay. De heer ELBAY (d66). Voorzitter, er is een zorgstructuur. Dat begrijp ik volkomen. Alleen moeten we wat mij betreft ook beter de samenwerking opzoeken met de huisartsen en onze informele partners in de stad. En ik vraag u om dat te onderzoeken, dus ga in gesprek, is er behoefte? Want bij mij weten is daar wel behoefte aan. Dat zien we ook met name terug op Zuid.
Want zo’n toezegging is goed, maar ik wil toch wel dat u echt in gesprek gaat met de huisartspraktijken om te achterhalen of hier een behoefte aan is en of we dan die structurele samenwerking met de huisartsenpraktijken in de stad kunnen opzoeken. Want juist zo kunnen we nog meer jongeren bereiken en juist zo kunnen we ook preventief gaan acteren in de stad. En deze motie is natuurlijk ook breder, ik vraag dus ook aan u of we de opleidingsmogelijkheden kunnen onderzoeken bij onze informele actoren, buurtmoeders, buurtvaders, instellingen, culturele, religieuze instellingen, dus het is breder dan dat er een bepaalde structuur wordt aangegaan met de huisartsenpraktijken. Dus het zou mooi zijn als u op zoek gaat naar wat meer informatie. Wat is nu de behoefte bij de huisartsen, welke behoeften bestaan er bij onze informele partners, en dat we de motie eigenlijk zo proberen vorm te geven. De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja voorzitter, volgens mij willen hetzelfde, alleen kijk ik even naar de uitvoering. Vandaar dat ik hem ook zo breng. Er gaan wat haken en ogen ontstaan omdat jongerenwerkers bijvoorbeeld niet opgenomen zijn in een privacyconvenant.
Dat is bijvoorbeeld al een blokkade, terwijl ik wel zie, als je zo’n praktijkondersteuner hebt als doorverwijzer, doordat die bekend is met het collectief aanbod binnen het jongerenwerk zijn er veel meer mogelijkheden dan wanneer ik hem andersom draai. Dus ik kan wel een inventarisatie maken van de behoeften, maar het is belangrijker om aan te geven wat er aan aanbod beschikbaar is en hoe zo’n praktijkondersteuner snel kan doorverwijzen. Daarom probeer ik hem zo als toezegging te doen. De VOORZITTER. Mevrouw Van de Peppel. Mevrouw VAN DE PEPPEL (pvdd). Ja, dank u wel voorzitter. Ik hoor eigenlijk in uw antwoord alweer heel veel radartjes en drempels waar een jongere overheen moet als hij een probleem heeft. En eigenlijk was een van de aanbevelingen van het rapport juist om dat zo laagdrempelig mogelijk te maken. Dus ik denk dat wij echt met zijn allen goed moeten kijken hoe en waar wij die jongerenwerkers inzetten. Als een jongere binnenkomt bij een huisarts, eindelijk het durft te zeggen en dan hoor: ja, dan moet je naar die en dan naar die. Dat maakt het zoveel lastiger ze te bereiken. Wat is er nu zo lastig aan als de heer Elbay
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1991
vraagt: koppel een jongerenwerker aan een huisartsenpraktijk. Ik begrijp niet wat daar zo moeilijk aan is. De huisarts zegt: hé, daar zit iemand die jou kan helpen en dan kan iemand gelijk doorlopen. We moeten het ze makkelijker maken, niet moeilijker. Dat doen we al vijf jaar. De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja, mee eens. Volgens mij is mijn doel niet het moeilijker te maken voorzitter. De VOORZITTER. U kunt verdergaan. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ik was aan het eind. De VOORZITTER. Is er behoefte aan een tweede termijn? Wat zegt u? Zijn er vragen blijven liggen wellicht? Mevrouw AAFJES-VAN AALST (lr). Met betrekking tot het dashboard de vraag of dat inderdaad openbaar is, zodat wij daar ook in kunnen kijken. De VOORZITTER. De wethouder zegt buiten de microfoon: zeker. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Ja voorzitter, nog één opmerking in de tweede termijn. Ik hoor hier in de raad een breed gedeeld gevoelde urgentie om met die aanbevelingen van de Rekenkamer gewoon ontzettend hard aan de slag te gaan. Ik hoor toch nog wat ontwijkende bewegingen van de wethouder, maar als GroenLinks gaan wij in elk geval met die grote urgentie de wethouder het vuur aan de schenen blijven leggen om dat dan ook echt daadwerkelijk te doen. De VOORZITTER. Ik hoor geen vraag wethouder, maar u mag. De heer ACHBAR (denk) (wethouder).
Ja voorzitter, ik wil wel even reageren, want weet je, ik vind het een beetje… Volgens mij ben ik begonnen door te zeggen hoe constructief ik me juist opstel richting het Rekenkamerrapport en dat ik daar maximaal van wil leren. Dat u zegt: we willen dat u alle aanbevelingen overneemt, ook dat heb ik gehoord. Maar het blijft dat ik een bestuurlijke reactie heb gegeven en dat ik vind waarom ik één aanbeveling niet heb overgenomen en eentje deels. Daar zit een toelichting bij. Daar mag u iets van vinden en uiteindelijk heb ik ook gezegd dat u als raad daar leidend in bent. En als u mij de opdracht geeft om alle aanbevelingen over te nemen, dan zal ik die ook uitvoeren. Zo heb ik dat gezegd voorzitter, en ik denk niet dat ik heel anders me daarin heb opgesteld. Maar dat wilde ik wel even gezegd hebben. De heer BALWANTSINGH (pvda). In technische tijd. Dat mag u zo beoordelen. De wethouder had mij de vraag gesteld of ik de motie die ik heb ingediend wilde aanhouden of intrekken. Wij brengen hem in stemming voorzitter. Dat wilde ik zeggen. De VOORZITTER. Aanhouden kan niet, dan moet u hem intrekken, maar hij komt ter stemming. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ik zat nog met een vraag waarop ik terug zou komen. Dat is met betrekking tot het dashboard wanneer dat dan af is. Hij is nog niet heel concreet, maar we hopen voor de zomer 2023.
Ik hoop dat dat iets meer tijdsbesef geeft.
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1992
De VOORZITTER. De heer Elbay. De heer ELBAY (d66). Voorzitter, ook graag vanuit de technische tijd. Ook wij brengen de motie in stemming. De VOORZITTER. Helder, dank. Dan heb ik een drietal toezeggingen genoteerd. De laatste van de wethouder is dat het dashboard voor de zomer te verwachten zal zijn. De wethouder zegt toe om in februari te komen met een overzicht van de realisatie van de jongerenhubs en de eventuele mogelijkheid om tot 22 hubs te komen in plaats van 20. En de wethouder zegt toe om het collectief aanbod jongerenwerk onder de aandacht van huisartsen te brengen. Als de motie Elbay wordt aangenomen, komt de toezegging te vervallen. Zo ben ik volledig. Oké, helder. Dan sluit ik de beraadslaging op dit punt af. 8.4
Het voorstel met betrekking tot het aangaan van een gemeenschappelijke regeling Beschermd wonen regio Rotterdam door burgemeester en wethouders
De VOORZITTER. Dan gaan we naar agendapunt 8.4, het voorstel met betrekking tot het aangaan van een gemeenschappelijke regeling Beschermd wonen regio Rotterdam door het college. Ik heb twee sprekers en wethouder Buijt is inmiddels gearriveerd. Als eerste spreker op mijn lijstje staat de heer Verweij. De heer VERWEIJ (vvd). Voorzitter, dank u wel. Ik zal mij niet te veel richten op het agendapunt beschermd wonen maar wel op het stukje begeleid wonen, dat ook in de brief staat. Voor degenen die hier niet elke dag mee bezig zijn, beschermd wonen houdt in dat je woont in een gesloten instelling, dat je weinig ruimte hebt om naar buiten te treden, zorg krijgt, zonder dat je veel bewegingsvrijheid hebt. Het alternatief is in veel gevallen dat je zelfstandig woont en dat je af en toe een keer een uurtje begeleiding krijgt, maar heel veel vrijheid krijgt, soms onverantwoord veel vrijheid. En die gulden middenweg ertussen is dus begeleid wonen. Bij begeleid wonen krijg je dus met enige regelmaat mensen die met je meekijken in een wooncomplex, waar je met meerdere mensen zit. Begeleiding is altijd in de buurt en op die manier krijgen mensen de begeleiding die ze nodig hebben om te leren op eigen benen te staan.
En in die brief wordt wel gesproken over begeleid wonen en daarover staat het volgende: ʺMogelijk bij de voorbereiding op een aanbesteding, op zijn vroegst 2024 ook nog semimurale voorzieningen toevoegen aan het zorglandschap.ʺ Ik maak me hier zorgen over. Ik vind het als liberaal belangrijk dat mensen de kans krijgen om op eigen benen te staan. Daarvoor is nodig dat je soms mensen beschermt en inderdaad echt in een gesloten omgeving grootbrengt. Daarvoor is nodig dat je ze zoveel als mogelijk de vrijheid geeft om te leren voor zichzelf te zorgen. Maar dat tussenstapje, dat grijze gebiedje ertussen, ontbreekt nu te veel. En ik wil de wethouder op het hart drukken om werk te maken, vroeger dan 2024, met vooronderzoek. Want begeleid wonen is belangrijk, maar heeft ook eigen uitdagingen. Begeleid wonen kost meer geld dan mensen gewoon vrij laten en aan hun lot overlaten. Begeleid wonen zal soms zijn impact hebben op de omgeving waar zo’n begeleid-wonen-complex terechtkomt. En begeleid wonen vraagt ook inderdaad zorgpersoneel dat die begeleiding kan bieden. Ik vind het belangrijk dat wij ook puur economisch en puur financieel gezien zo vroeg mogelijk gaan zoeken naar manieren waarop we mensen zoveel mogelijk vrijheid kunnen geven, mensen de kans kunnen geven om ze te leren voor zichzelf te zorgen.
Neem de zorg niet van mij over maar leer mij het zelf te doen, heb ik altijd een heel mooi adagium gevonden. En misschien in 2024 eens kijken in de aanbesteding vind ik daarin niet concreet genoeg. Dus via u voorzitter, wil ik de wethouder vragen op welke manier hij werk zou kunnen maken van begeleid wonen als tussenvorm voor mensen die nog hulp nodig hebben met voor zichzelf te zorgen. Dank u wel.
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1993
De VOORZITTER. Dank u wel. De heer Ceulemans. U weet van niks. Nee. Dat is een grapje van mevrouw Van Aalst. Mevrouw AAFJES-VAN AALST (lr). Dat klopt voorzitter. Leefbaar Rotterdam is over het algemeen tevreden over de gemeenschappelijke regeling Beschermd wonen. Wij ontvangen echter nog steeds signalen van Rotterdammers die zo nu en dan overdonderd worden met het nieuws dat bij hen een beschermd-wonen-voorziening als buurman komt. Ondanks dat dit echt wel op het netvlies van de gemeente staat, wil ik toch benadrukken bewoners niet te verrassen en vanaf het eerste moment te informeren over de komst van een beschermdwonen-voorziening in hun straat. Verder maken wij ons nog altijd zorgen over de spreiding onder de deelnemende gemeenten. Volgens de regiomonitor Beschermd wonen 2020 vond gemiddeld 90% van de plaatsingen beschermd wonen nog altijd plaats in Rotterdam. Dit is nog altijd zeer disproportioneel. We hopen dan ook op een eerlijker verdeling van het aantal beschermd-wonen-voorzieningen en horen graag van de wethouder hoe hij hier tegenover staat en wanneer wij de actuele regiomonitor Beschermd wonen kunnen verwachten. De VOORZITTER. Dank. Andere sprekers bij dit agendapunt? De heer Elbay. De heer ELBAY (d66). Ja, dank u wel voorzitter. In de stukken is te lezen dat de colleges en de raden dezelfde regie houden op de besluitvorming aangaande de gemeenschappelijke regeling.
Dat stelt mij gerust. Het is in deze fase namelijk cruciaal om controle te houden en zo te zorgen dat mensen niet tussen wal en schip vallen. Als D66 vinden wij dit punt het allerbelangrijkste. Goede ondersteuning voor wie dat dan ook nodig heeft. Ik lees ook dat in het bestuurlijk overleg met de regio van 30 november 2022 uitgangspunten zijn vastgesteld om te komen tot een geactualiseerde spreidingsopgave. Hierbij is onder meer afgesproken om de spreiding van beschermd wonen zowel in het domein van de WMO als in het domein van WLZ te gaan monitoren. Ik krijg signalen voorzitter, dat bepaalde cliënten signalen krijgen bij de gemeente dat ze onder de Wet langdurige zorg vallen en dat ze naar het zorgkantoor moeten gaan, en bij CIZ, dus bij het zorgkantoor te horen krijgen dat zij onder de WMO vallen. En zo worden ze telkens van het kastje naar de muur gestuurd. Kan de wethouder mij vertellen dat er hieromtrent afspraken zijn gemaakt en dat een cliënt niet continu en bij de vraagwijzer en bij het zorgkantoor continu langs moet om zelf te achterhalen in welk domein hij of zij valt. Verder zie ik in de voorgestelde regeling dat er duidelijke afspraken zijn gemaakt, dat de taken, verantwoordelijkheden voor de centrumgemeenten duidelijk zijn beschreven en een goede structuur en bestuurlijke en ambtelijke overleggen zijn opgezet.
Ik constateer dat het beleidsplan dus ook in 2021 conform artikel 9 dan ook door de raad is vastgesteld. Een klein punt dat mij opvalt voorzitter is artikel 20, dat er eens in de vier jaar wordt geëvalueerd. Is het misschien niet handig om dit vaker te doen? Dank u wel. De VOORZITTER. Andere sprekers? Wethouder Buijt. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Dank u wel voorzitter. Dank u wel aan de raadsleden. Allereerst het betoog van de heer Verweij, dat uit mijn hart gegrepen is. Want als ik iets belangrijk vind is het wel dat mensen die zelfstandigheid of meer zelfstandigheid kunnen krijgen, dat ook daadwerkelijk krijgen. We zijn helaas een jaar vertraagd. Er zijn rechtszaken aangespannen. Daardoor wordt de nieuwe aanbesteding voor de WMO op zijn vroegst 1 januari 2024, dus we kunnen gewoon niet eerder dan 2024 die woonvormen gaan introduceren. Maar u roept mij ook op om daar heel goed op voor te bereiden. Nou, weet één ding zeker, dat we dat gaan doen. Ik ga met mijn collega-wethouders die over die woonvoorzieningen gaan en andere wethouders die op andere terreinen belangen hebben
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1994
en besluiten kunnen nemen, daar echt stevig op inzetten, ook met de andere gemeenten natuurlijk. Want het is natuurlijk een zorgtaak van zeven gemeenten hier in de regio, maar weet dat dit een van de absolute prioriteiten is. Want u zegt al: als mens moeten mensen op eigen benen kunnen staan, maar ook financieel kunnen we het ons niet veroorloven, want de ene vorm is peperduur en de andere vorm is aanzienlijk goedkoper, dus dat is win-win. Dus ja, weet in ieder geval dat dit ook heel hoog op de prioriteitenlijst staat. Dat is denk ik wel helder. Mevrouw Van Aalst wijst terecht op de verantwoordelijkheid van de regio. Dat zien we wel vaker, ook met het aantal sociale-huurwoningen zitten we in Rotterdam altijd beduidend hoger dan in de regio en dat is ook een strijd die lang duurt. Wij krijgen in het eerste kwartaal van 2023 weer het nieuwe overzicht. Ik heb begrepen, maar nogmaals, ik ben me natuurlijk nog aan het inwerken en er moet nog overleg hierover plaatsvinden, dat er een aantal gemeenten echt meer verantwoordelijkheid nemen dan in het verleden, dus de eerste tekenen zijn daar gunstig op, maar weet ook dat dit natuurlijk voor ons als stad ook heel belangrijk is om daarin die spreiding aan te brengen. En ja, de buurt op de hoogte stellen, dat staat gewoon in het convenant, dus dat moeten we ook gewoon doen en dat zullen we ook gewoon doen.
Dan had ik de vraag, D66 zegt natuurlijk dat mensen van het kastje naar de muur worden gestuurd. Bij CIZ zeggen ze: je moet bij de WMO zijn en bij de gemeente zeggen ze: WLZ. Ik zou u willen vragen, zou u misschien twee of drie van die mensen die zich tot u gewend hebben naar mij kunnen doorverwijzen, want dan wil ik wel eens kijken waar nu die pijn zit. Waar zit dan die discrepantie waar je onder valt? Want op zich is het glashelder. Er zijn gewoon criteria, en dan val je of onder het een of onder het ander. En het kan niet zo zijn dat je onder beide valt en het kan zeker niet zo zijn dat je heen en weer geslingerd wordt, dus daar ontvang ik heel graag die paar voorbeelden. Dan wees u ook op de regio, zelf regie houden. Kunt u die nog één keer herhalen, want ik heb niet helemaal scherp wat u daar op vroeg. De VOORZITTER. De heer Elbay. De heer ELBAY (d66). Ja voorzitter, in de regeling staat in artikel 20 dat er eens in de vier jaar geëvalueerd wordt over de gemeentelijke regeling, en is het niet handig om dat vaker te doen dan eens in de vier jaar? De VOORZITTER. Wethouder. De heer ELBAY (d66). Voorzitter, ik hoop dat dit van mijn technische tijd ging. Dank u wel. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ja, ik heb hem weer. Ja, nou, ik twijfel een beetje. Aan de ene kant vind ik een evaluatie belangrijk, dat je als dingen niet goed gaan snel kan ingrijpen en kan handelen.
Aan de andere kant evalueren we ons ook soms helemaal gek en helemaal kapot, merk ik, op heel veel terreinen. Dus ik wil het niet toezeggen, ik wil wel eventjes uitzoeken of inderdaad vier jaar niet een te lange termijn is om te kunnen handelen. Ik weet wel dat het gremium natuurlijk een aantal keer bij elkaar komt in overleg, dus daar komen waarschijnlijk wel dingen uit, dus staat u mij toe om daar bij u op terug te komen. Misschien kunnen we een middenweg doen, om de twee jaar. Zullen we daar naartoe werken? De heer ELBAY (d66). Dat is prima voorzitter. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Dus dan hebben wij een deal voorzitter, dat wij een toezegging doen voor om de twee jaar. Als het goed is, heb ik alle vragen beantwoord voorzitter.
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1995
De VOORZITTER. Dat vermoeden heb ik. Is er nog iets blijven liggen of is er behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval. Dan rond ik de beraadslaging op dit punt af. 8.5
Debat over ꞌDe gegarandeerde vertraging van het voorlopig ontwerp van Boijmans Van Beuningenꞌ, aangevraagd door de leden Verkoelen, Vlasblom, Vonk en Van der Velden
De VOORZITTER. 8.5 is nu aan de orde, het debat ꞌDe gegarandeerde vertraging van het voorlopig ontwerp van Boijmans Van Beuningenꞌ, aangevraagd door een aantal leden. We beginnen met mevrouw Verkoelen als eerste. Mevrouw Verkoelen, u heeft het woord. Mevrouw VERKOELEN (50+). Voorzitter. Ja wacht even, mis ik niet één wethouder voorzitter? De VOORZITTER. Nee, volgens het college doet wethouder Struijvenberg dit onderwerp. Mevrouw VERKOELEN (50+). Maar het is voor de heer Kasmi ook aantrekkelijk. De VOORZITTER. Ik ga ervan uit dat wethouder Kasmi meeluistert en als hij het zinvol vindt om aan te schuiven doet hij dat. Mevrouw VERKOELEN (50+). Dat is niet aan de heer Kasmi of hij dat aantrekkelijk vindt. Ik denk dat het aan de raad is, dat wij bepalen wie wij te gast vragen. De VOORZITTER. De volgorde der dingen mevrouw Verkoelen, is dat het college zijn afvaardiging naar de raad bepaalt, maar als de raad erop staat dat een wethouder hier per se moet zijn, moet de raad daarom vragen. De afspraak is dat wethouder Kasmi bij dit onderwerp meeluistert. Dan kunnen we de tijd van de wethouders ook nuttig besteden voor andere dingen. Maar als de raad vraagt om wethouder Kasmi uit te nodigen, dan doen we dat. Maar het college bepaalt zelf zijn eigen afvaardiging. Mevrouw VERKOELEN (50+). Ik zou graag de heer Kasmi erbij willen hebben. De VOORZITTER.
Vindt de rest van de raad dat ook? Is het noodzakelijk om wethouder Kasmi op te roepen? Nee? D66, niet. Ik merk dat er geen draagvlak voor is. U kunt verdergaan. Mevrouw VERKOELEN (50+). Voorzitter, het herontwerpen van een museum doe je natuurlijk niet alleen als gemeente of als gemeente alleen maar samen met je architect, hoe gerenommeerd die architect ook moge zijn. Bij het ontwerpen van een museum zijn natuurlijk vele andere stakeholders betrokken, waaronder, en dat behoeft bijna geen toelichting lijkt mij, de gebruiker van het museum als huurder van het pand en als conservator van de museumstukken. Je mag toch aannemen dat die betrokken wordt bij het participatieproces. Tenslotte weet de museumdirectie het meest van het functioneren van het museum, is het best op de hoogte van het gebruik van het museum en weet het museum maximaal te exploiteren. Maar voorzitter, omdat het relatiebeheer van onze wethouder nogal eens te wensen overlaat, en dus vele participanten sinds 2018 gefrustreerd afgehaakt zijn, is in december 2021 door het college besloten om de directie van het museum te weren uit de projectorganisatie. En ondanks dat dit een absurde situatie is, kun je dat als gemeente nog enigszins verantwoorden, zolang je maar niet sleutelt aan het ontwerp. En daarvoor zit nu dus de angel.
De architect die volgens 50PLUS Rotterdam toch beter had moeten weten, heeft wel nog fundamenteel ingegrepen in het voorlopig ontwerp voor de renovatie en nieuwbouw van museum Boijmans Van Beuningen. En de directie geeft terecht aan dat niet
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1996
te verkroppen te vinden. Dit betekent dat er sinds de commissievergadering van 23 november jongstleden een fundamenteel andere situatie is ontstaan. En dit brengt 50PLUS Rotterdam tot de volgende vragen aan het college. Was het college op de hoogte van het ongenoegen van de directie en de raad van toezicht van Boijmans Van Beuningen? 2: Welke consequenties heeft dit voor het voorlopig ontwerp van Boijmans Van Beuningen? Zoals in mijn aanvraag ook opgenomen, heeft de wethouder van Financiën aangegeven het voorlopig ontwerp eerst te willen doorrekenen alvorens er verder mee door te willen gaan. Dat het voorlopig ontwerp niet omarmd wordt door de directie en de raad van toezicht van Boijmans betekent hopelijk dat er vooralsnog ook geen voorlopig ontwerp doorgerekend gaat worden. Dat zou namelijk veel geld kosten en ook onnodige vertraging kunnen opleveren omdat het voorlopig ontwerp misschien nog gaat wijzigen. 3: Kan het college aangeven of er wel of geen doorrekening van het voorliggende voorlopig ontwerp gaat gebeuren? De VOORZITTER. De heer Van Dommelen heeft een vraag. De heer VAN DOMMELEN (vvd). Dank u voorzitter. Voor mij had dit debat niet gehoeven. Ik bedoel, de wethouder was duidelijk over wat hij wilde gaan doen, het voorlopig ontwerp doorrekenen en dan zouden we over het ontwerp en de begroting gaan praten. Mevrouw Verkoelen ziet dat anders.
Ik heb daar een vraagje over. In hoeverre denkt u dat als we wachten tot er consensus is over het voorlopig ontwerp, dat een versnelling van het hele proces gaat opleveren. Waarom denkt u dat? De VOORZITTER. Mevrouw Verkoelen. Mevrouw VERKOELEN (50+). Het gaat geen versnelling opleveren. Nee, zeker niet mijnheer Van Dommelen. Maar mag ik u er wel op wijzen dat het toch wel heel handig is dat er draagvlak is voor een voorlopig ontwerp überhaupt in deze situatie. De VOORZITTER. Mijnheer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd). Maar als het geen versnelling gaat opleveren, wat wilt u hier dan mee bereiken? Wat is het verschil met de discussie na het voorlopig ontwerp? Waarom wilt u die discussie dan naar voren halen? Wat wilt u precies bereiken? De VOORZITTER. Mevrouw Verkoelen. Mevrouw VERKOELEN (50+). Heeft u wel eens een huis gebouwd? Dat heb ik gedaan. Ik ben het niet eens met het voorlopig ontwerp, maar laten we het maar doorrekenen en dan zeg ik aan het eind: nou sorry hoor, ik ben het niet eens met je voorlopig ontwerp. Toch eventjes opnieuw beginnen. Het is toch te gek voor woorden dat we opnieuw moeten beginnen? Want dat betekent het namelijk als het voorlopig ontwerp niet ontvangen wordt. De VOORZITTER. De heer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd).
Ja, het vergelijken met een huis is natuurlijk gewoon ridicuul, want het gaat hier over een museum en u weet hoe ingewikkeld dat is. Maar wat is het verschil, of ik nu een voorlopig ontwerp heb en ik ga dan over aanpassingen praten, of ik ga nu over aanpassingen praten? Ik probeer een beetje te begrijpen wat u wilt bereiken. Mevrouw VERKOELEN (50+). Dat ik in de kern gewoon een juist voorlopig ontwerp voor mijn kiezen wil krijgen. En het is wel te vergelijken met een huis. Er is een programma van eisen, er zijn allerlei zaken die we ons wensten en dat moet in een fatsoenlijk voorlopig
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1997
ontwerp aan de orde komen. Als we nu al weten dat het niet in orde is, ga je het toch niet laten doorrekenen? Laten we eerst maar eens een zuiver voorlopig ontwerp krijgen waar we met zijn allen achter staan. Dat is de kern. En wij gingen ermee akkoord, maar de directie en de raad van toezicht, die erover gaat, want die gaan dadelijk in dat museum zitten, zeggen: sorry, we zijn het er niet mee eens. De VOORZITTER. De heer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd). Elke maand uitstel kost ongeveer € 200.000,00 tot € 300.000,00 op dit verhaal. En wat u betreft gaan we dus gewoon nog even lekker een hele tijd door discussiëren over het ontwerp, voordat een keer die hele begroting en die berekening op tafel komt en we weten waar we aan toe zijn. De VOORZITTER. Mevrouw Verkoelen. Mevrouw VERKOELEN (50+). Die hele berekening is niets waard als het voorlopig ontwerp dadelijk door de drain gaat. Ik snap u niet mijnheer Van Dommelen. U kunt toch niet akkoord gaan met het feit dat we nu een voorlopig ontwerp doorrekenen om er dadelijk achter te komen dat we het opnieuw moeten gaan laten doorrekenen omdat er allerlei aanpassingen zijn ontstaan? Kom nu gewoon met een fatsoenlijk voorlopig ontwerp. Dat was ook de opdracht. Kom op nou. Wat zijn we hier nu aan het doen? We zitten in de kern gewoon nu met een voorlopig ontwerp dat niet geaccepteerd wordt door de directie. De VOORZITTER.
U kunt verdergaan mevrouw Verkoelen en ik adviseer u om af en toe iets dieper adem te halen. U kunt verdergaan. Mevrouw VERKOELEN (50+). Ik ben blij dat u niet de architect van mijn huis bent geweest ooit, want het was me toch bizar geweest. Sorry, uw toilet staat op een andere plek. Daar ben ik het niet mee eens. Ik vind het heel apart, heel apart. Goed, voorzitter, dat het voorlopig ontwerp door de huurder en beheerder van het museum afgewezen wordt, betekent een vertraging van een voorlopig ontwerp dat eigenlijk formeel nu in de maand december 2022 al aangeleverd had moeten worden. Met het voorstel van de wethouder Financiën om het voorlopig ontwerp eerst door te rekenen, was alweer een extra vertraging van vier maanden voor de raad opgetreden. Maar deze nieuwe onverkwikkelijke situatie zal zeker weer effect hebben. Kan het college aangeven hoeveel vertraging het voorlopig ontwerp gaat oplopen? 5: Is er ondertussen overleg tussen het college en de directie en de raad van toezicht van Boijmans Van Beuningen? De VOORZITTER. Mijnheer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd). Ja, dank u wel voorzitter. Ik had nog één vraagje. U vraagt de wethouder om de vertraging van het VO aan te geven. Is dat inclusief die extra vertraging die u voorstelt? De VOORZITTER. Mevrouw Verkoelen. Mevrouw VERKOELEN (50+). Geen extra vertraging mijnheer Van Dommelen. Geen extra vertraging.
We hebben ons huiswerk niet goed gedaan. Dat moet u eens tussen uw oren krijgen. Daarom hebben we die vertraging. We hadden een halfjaar geleden al moeten ingrijpen en dat hebben we niet gedaan en daarom komen we nu in de vertraging. Dat is een vertraging die opgeleverd is doordat u allemaal steeds blijft zeggen: gaat u maar door. In april spreek ik u weer. Dan krijgen we dezelfde discussie opnieuw.
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1998
De VOORZITTER. De heer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd). Ik begrijp niet helemaal waarom u zegt dat wij zeggen dat u door moet gaan. Nee, sterker nog, wij zeggen tegen de wethouder: bereken het voorlopig ontwerp. U zegt: ga maar door. U zegt: ga nu maar lekker een aantal maanden voor € 200.000,00 à € 300.000,00 per maand lekker met elkaar zitten discussiëren en dan zien we wel welk bedrag eruit komt. Dus u draait de zaak om, mevrouw Verkoelen. Mevrouw VERKOELEN (50+). Nee, nee, u. Zorg voor een goed voorlopig ontwerp dat acceptabel doorrekenbaar is. Ik ga toch niet geld over de balk gooien om een voorlopig ontwerp door te rekenen dat dadelijk toch weer afgeketst wordt omdat het niet akkoord is. Echt waar, serieus. Dat kunt u ook niet menen mijnheer Van Dommelen. Echt, u kunt het niet menen. 5: Is er ondertussen overleg tussen het college en de directie van de raad van toezicht van Boijmans, welke afspraken zijn er gemaakt tussen het college en Boijmans over deze situatie? Heeft er al een gesprek plaatsgevonden tussen de directie en de raad van toezicht van Boijmans en de architect? Wat is het resultaat van het gesprek tussen de architect en Boijmans en hoe gaat het college deze ontstane onverkwikkelijke situatie met Boijmans oplossen? Voorzitter, tijd kost geld in dit dossier, veel geld. We lopen nu al gigantisch uit de tijd.
En met deze laatste ontwikkelingen gaat het weer meer tijd en dus weer meer geld kosten. 50PLUS Rotterdam is ervan overtuigd dat er geen museum geopend gaat worden voor 2030. We hebben dan meer dan twaalf jaar geld verbrand aan een museum dat niets opgeleverd heeft. En het gaat ons, zeker met alle hick-ups die er nog aan gaan komen, zeker meer dan € 300 miljoen kosten, want dit kost ook weer geld. Dat brengt mij bij mijn laatste vragen voorzitter. Vindt het college niet dat het nu tijd wordt om te herbezinnen over de verdere ontwikkelingen van Boijmans? En de laatste vraag: moeten we niet de grote broek uittrekken en terug naar de minimumvariant van een museum Boijmans Van Beuningen? Een mooi, een gezond, een leuk regionaal museum, dat uiterlijk in 2025 zijn deuren weer kan openen. Tot zover voorzitter. De VOORZITTER. Dank u zeer. Mevrouw Vlasblom. Mevrouw VLASBLOM (bij1). Dank voorzitter. Inmiddels is museum Boijmans Van Beuningen al sinds 2019 gesloten. De renovatie zou in eerste instantie al zeven jaar duren, maar het lijkt erop dat het einde nog niet in zicht is. Binnenkort gaat het museum namelijk een volgende fase in. Voor het kunstminnende publiek klinkt het misschien als een stap vooruit, maar inmiddels weten we allemaal dat het onontkoombaar is dat het weer gaat zorgen voor vertraging. En hoe zou dat nu komen? Nou voorzitter, hiervoor zijn verschillende redenen.
Om mee te beginnen: deze gemeente is heel erg goed in dingen plannen zonder te weten of het daadwerkelijk gaat lukken. We houden hier meer van risico’s nemen dan van zekerheid. Voorzitter, als nieuwkomer in de raad kan Rotterdam BIJ1 zich als geen ander voorstellen hoe Rotterdammers buiten de raad zich voelen als zij via de media vernemen dat er weer een duur ambitieus plan in duigen valt. Wij spreken dan ook namens de Rotterdammer wanneer we zeggen dat de verantwoordelijke beleidsmakers een obsessie hebben met termen als vernieuwing, ambitie en innovatie. Overal in de stad zijn symptomen van deze obsessie zichtbaar. Kijk naar het verloop van Feyenoord City en u zult zich verbazen over de gelijkenissen die het heeft met museum Boijmans Van Beuningen. De afhankelijkheidspositie die wij als gemeente gaan innemen ten opzichte van private marktpartijen is dan ook geen geheim meer. Het lijkt wel alsof de markt bepaalt welke stappen wij als raad gaan zetten. Maar voorzitter, die markt is onvoorspelbaar en heeft een eigen wil. Het marktkapitaal waar de raad op rekende om dat ambitieuze plan te realiseren is er namelijk nooit van gekomen. En dat zal er ook niet meer van komen aangezien we weer terug bij af zijn. Terug bij de
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1999
basisplusvariant. Het lijkt erop alsof de aanpak van het museum overal om draait, behalve om renovatie. In plaats van waarborgen, koesteren en beschermen van wat we al hebben, zijn we inmiddels meester geworden in het verkwanselen van onze eigen parels. Ja voorzitter, we hebben het marktkapitaal een grotere medespeler laten zijn in het project dan het museum zelf. De directie van Boijmans heeft namelijk al aangegeven dat ze het nieuwe ontwerp niet zullen omarmen. Maar wij begrijpen dan ook niet dat zij niet voldoende betrokken zijn in het project. Wie weet er nu beter wat er nodig is voor het museum dan het museum zelf? Ze hebben aangegeven dat er geen meerwaarde zit in de sloop van het stukje rijksmonument. Het lost functioneel namelijk niets op. Het museum houdt de poot stijf, wat wederom zal zorgen, je raadt het al, voor vertraging. En geef ze eens ongelijk. Voorzitter, zoals we al eerder hebben benoemd zijn we nieuw in de raad en dus ook nieuw in deze materie, een groot project. We willen onze steun dus ook uitspreken naar partijen die er al jaren mee bezig zijn en we maken de belofte dat wij ook naast hen komen te staan om de kaders te stellen voor een hoopvoller, sneller traject. Tot zover. De VOORZITTER. Ik dank u zeer. Mijnheer Van der Velden. De heer VAN DER VELDEN (pvdd). Ja, dank u voorzitter.
De directie en de raad van toezicht van museum Boijmans Van Beuningen hebben op 7 december de gemeenteraad laten weten zich in functionele en conceptuele zin niet te kunnen verenigen met bepaalde keuzes in het voorlopig ontwerp die op dat moment waren gemaakt. Te weten de entree, de belly, de begane grond Bodon, verbinding bouwdelen Bodon en Van der Steur. En het lijkt me ook heel logisch, want museumspecifieke kennis en ervaring zit echt bij een directie. Die zit echt bij de museumorganisatie. En als je die er niet bij betrekt, dan is dat gewoon vooruitlopen op een rampscenario. Er moet dus gewoon een goed creatief proces zijn tussen de architect en de museumdirectie. Dat staat voorop. En als ik dan de architect zich hoor verdedigen in het Rotterdams Dagblad met een cliché en een opmerking die een baard heeft van hier tot gunder, dat musea niet meer de gesloten burcht moeten zijn maar zich openen naar de stad. Ik geloof dat we dat nu al tien jaar horen bij elke museumarchitect. Daarmee verdedig je niet een enorme ingreep in het rijksmonument dat het Van der Steur-gebouw is. Voorzitter, verder constateren wij dat het college bij monde van wethouder Grote projecten heeft toegezegd het voorlopig ontwerp te zullen doorrekenen met als doel een realistische kostenraming.
En wij overwegen dan ook dat goedkeuring van de museumorganisatie voor het ontwerp van cruciaal belang is, omdat zij immers ook, en dat is ook heel belangrijk in dit, cofinanciering moet zien te regelen voor realisering van die gewenste ambitie. Nou, dat ligt nu natuurlijk ook min of meer in de prullenbak. Dus daarvoor komen de Partij voor de Dieren, 50PLUS, BIJ1 en de ChristenUnie met een motie waarin wij het college verzoeken bij het doorrekenen van het voorlopig ontwerp de nadrukkelijke instemming van de museumorganisatie als randvoorwaarde te hanteren. De VOORZITTER. De heer Van der Velden heeft de volgende motie ingediend. Motie 1. Akkoord Museumorganisatie voor VO ʺDe gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 15 december 2022, ter bespreking van de debataanvraag ꞌDe gegarandeerde vertraging van het voorlopig ontwerp van Boijmans Van Beuningen!ꞌ van het lid Verkoelen; constaterende dat: - de directie en raad van toezicht van museum Boijmans Van Beuningen op 7 december de gemeenteraad hebben laten weten zich in functionele en conceptuele zin niet te kunnen verenigen met bepaalde keuzes in het voorlopig ontwerp (VO) die op dat moment waren
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
2000
gemaakt, te weten: entree, belly, begane grond Bodon, verbinding bouwdelen Bodon en Van der Steur; voorts constaterende dat: - het college bij monde van wethouder Grote Projecten heeft toegezegd het VO te zullen doorrekenen met als doel een realistische kostenraming; overwegende dat: - goedkeuring van de museumorganisatie voor het ontwerp van cruciaal belang is, omdat zij immers cofinanciering moet zien te regelen voor realisering van de gewenste ambitie; draagt het college op: - bij het doorrekenen van een VO de nadrukkelijke instemming van de museumorganisatie als randvoorwaarde te hanteren; en gaat over tot de orde van de dag.ʺ w.g. R.T.J. van der Velden, M.M. Vlasblom, P.J.H.D. Verkoelen en T.J. Vonk De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER. De heer Verhoef. De heer VERHOEF (lr). Voorzitter, in de commissie BWB van afgelopen 23 november hebben wij het uitgebreid gehad over museum Boijmans. De wethouder heeft toen uitgelegd wat zijn beweegredenen zijn om het VO eerst door te laten rekenen. Wij kunnen ons daar wel in vinden. Wij denken dat je dan pas weet waar je over spreekt, wat voor budget ermee gemoeid is en dan kunnen we het er pas goed over hebben.
Dat lijkt nu misschien een vertraging op te leveren, maar volgens mij scheelt dat ook weer in het doorrekenen van het definitief ontwerp, dat je dan weer een beetje kan terug winnen. Ik heb de volgende vragen aan de wethouder. We hebben kennisgenomen van de brief van de directie van Boijmans van 7 december jongstleden. Hebben zij op voorhand contact gehad met de wethouder over hun ongenoegen of hebben zij direct de brief gestuurd aan het college en de raad? Het komt nu een beetje over als die ene collega die ruzie heeft met een andere collega, die daar een mail over stuurt en daar gelijk de hele afdeling en de rest van de directie daarin meeneemt. Dus ik ben benieuwd of er op voorhand al een bericht is geweest naar de wethouder over deze situatie. Klopt wat de directie stelt dat het VO niet in overeenstemming is met het PvE en de toekomstvisie? Is hier overleg met de museumdirectie en de projectorganisatie over geweest? En met de architect? We hebben ook kennisgenomen van het artikel in het AD, ꞌMuseum Boijmans kraakt het ontwerp van architect Houbenꞌ. Is het overleg tussen de architect en het museum gaande of is dat überhaupt geweest? Wie is nu eigenlijk de opdrachtgever van de architect en zijn er aan de architect kaders meegegeven en zo ja, welke dan? Het lijkt ons vreemd dat een ontwerp van een architect dermate afwijkt van de kaders die eerder zijn vastgesteld.