20221512 - Notulen van de raadsvergadering van 15 december 2022
Tekst van het document
Overigens had ik het ook geen probleem gevonden om wel te draaien, maar dat is hoe we dat proces hebben aangevlogen. Dus voorzitter, dat is er uitgekomen. Die brief is er uitgekomen en volgens mij, dat heb ik in ieder geval begrepen uit de reacties, zijn heel veel bewoners blij met dat standpunt. Dan voorzitter, is er volgens mij als ik het goed heb één vraag gesteld en die is van de ChristenUnie. Want voor de rest zijn er heel veel moties ingediend. Die ga ik ook allemaal netjes even langs. Er is één vraag ingediend als het gaat om dat leefomgevingsfonds, of om het verdere proces rond de luchthaven. Blijf ik dan in gesprek met bewoners? Het antwoord is ja, op logische momenten zou ik dat doen. Ik moet in mijn agenda natuurlijk ook ruimte houden voor andere bewoners en andere zaken. Over dat leefomgevingsfonds, dat is een motie van de VVD, ga ik eerst afwachten of die het haalt of niet. Dus dan kan ik daar pas wat over zeggen. Maar uiteraard probeer ik natuurlijk wel in gesprek te blijven met bewoners en bewonersvertegenwoordigers. Wel op logische momenten zeg ik daarbij tegen de heer Vonk. Dan voorzitter, de moties. Ik zal proberen het zo goed mogelijk op de volgorde van indiening te doen. Vergeeft u het mij als ik het niet helemaal in de volgorde doe, maar ze komen allemaal aan de beurt. Dan begin ik met de moties van de PvdA.
ꞌGeen groei van het aantal vluchten, ook niet bij stillere vliegtuigenꞌ. Het dictum luidt: verzoekt het college in haar reactie op het luchthavenbesluit op te nemen dat ook in het geval van stillere vliegtuigen er geen sprake mag zijn van groei van het aantal vliegtuigen. Nou, dat staat letterlijk in onze brief. Ik heb het ook nog even omcirkeld. Het staat op bladzijde 2 onderaan. Daar staat letterlijk dat standpunt. Dat hebben we in de
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1967
commissie ook besproken. Daar was de heer Moti niet bij. Dat was mevrouw De Bruijn die dat namens de PvdA deed. Dat hebben we toen ook besproken en dat hebben we toen ook letterlijk bevestigd, dus die motie is overbodig en kan ik om die reden ontraden. Dan ꞌZeker zijn van een goede nachtrustꞌ. De VOORZITTER. De heer Moti. De heer MOTI (pvda). Voorzitter, ik lees uit de brief en ook het interview, dat het naar alle waarschijnlijkheid zal leiden tot minder vluchten en ik zou graag willen dat het college gewoon pleit: wij willen minder vluchten. Want later in de brief, op pagina 3, zegt het college: mochten er dan meer vluchten komen, dan moeten die vluchten geconcentreerd worden tussen 9.00 en 21.00 uur. De tweede alinea op pagina 3. Mochten er meer vluchten komen. Nou, wij willen gewoon helemaal niet meer vluchten en dat antwoord zou ik wat scherper door u hier uitgesproken willen hebben, maar ook in de brief verwoord willen zien. De VOORZITTER. Wethouder. De heer KARREMANS (vvd) (wethouder). Nee voorzitter, de motie roept op dat de geluidswinst van stillere vliegtuigen, dat is wat in het dictum van de motie staat, niet mag leiden tot meer vluchten. Dat zegt niet minder vluchten hè, dat zegt niet meer vluchten.
En daarvan hebben we letterlijk gezegd, ik kan het wel even voorlezen omdat er dan blijkbaar wat verwarring over is: RTHA stelt dat met de inzet van stillere vliegtuigen de geluidsbelasting wordt verlaagd en dat de vrijgekomen geluidsruimte deels kan worden ingevuld met extra vluchten. Let op: hier zijn wij het niet mee eens. Ik weet niet hoe helder u het wilt hebben, maar volgens mij is dat heel helder. Ik kom zo op de motie over krimp als doel. Daarvan heb ik gezegd: dat is niet het doel van het college. Wij hebben gezegd: hinderbeperking is het doel en daarvan is het waarschijnlijk, snappen wij dat het waarschijnlijk is, dat dat zal leiden tot minder vluchten. Maar dat is niet het doel van het college. Maar dat was ik eigenlijk van plan te zeggen in reactie op de motie van de heer Segers. Daar kom ik zo nog even op. Maar op de motie van de heer Moti dit antwoord, en daarmee is die dus overbodig, want het staat letterlijk in de brief. Dan de tweede motie van de PvdA, ꞌZeker zijn van een goede nachtrustꞌ. Die vraagt het college in reactie naar Rotterdam The Hague Airport op het luchthavenbesluit op te nemen geen nachtvluchten toe te staan, ook niet door vertraging, behalve bij calamiteiten. Inderdaad, calamiteiten, daar zal iedereen het over eens zijn, dan moet je natuurlijk de mogelijkheid bieden om dat te doen.
We willen natuurlijk dat die vertragingen zo veel mogelijk afnemen. Dat is ook in het EPP zo vastgesteld. Maar we zijn het er niet mee eens om te zeggen: dan helemaal potdicht en geen vluchten meer, want vertraging kan ook ontstaan tijdens de vlucht. En je zal dan moeten landen als vliegtuig. En kijk, rond Schiphol wonen ook mensen. Rond Eindhoven wonen ook mensen. Rond Maastricht wonen ook mensen. Dus we vinden dat het minder moet worden, maar we zeggen niet een absolute stop op de vertragingen, juist omdat die dus ook midden in de nacht, of tenminste tijdens de vlucht kunnen plaatsvinden voorzitter. De heer MOTI (pvda). Ja voorzitter, de wethouder gebruikt het voorbeeld van vertragingen tijdens een vlucht. Nu is het zo dat 99 van de 100 vluchten die vertraagd aankomen niet vertraagd zijn tijdens de vlucht, want er zijn nooit files in de lucht, maar vaak gewoon tot stand komen omdat vluchten te laat vertrekken. Is de wethouder het met ons eens dat vluchten die gewoon te laat vertrekken gewoon voordat ze opstijgen te horen moeten krijgen: u kunt niet meer landen op Rotterdam The Hague Airport, want dat is gesloten. De VOORZITTER. Wethouder.
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1968
De heer KARREMANS (vvd) (wethouder). Nee, dat ben ik niet met de heer Moti eens. Dat ligt helemaal aan de situatie. Ik kan me voorstellen dat als mensen een reis hebben geboekt en komen vanaf Londen of vanuit Wenen of vanuit een andere bestemming naar Rotterdam. Die wonen in Rotterdam, moeten de volgende dag weer werken, is dat ze graag op hun bestemming willen aankomen. We willen het verminderd hebben en we willen daar een beperking op hebben. Alleen helemaal uitsluiten doen we niet. Dat is het antwoord op de vraag voorzitter. De heer MOTI (pvda). Ja voorzitter, we snappen natuurlijk dat het ongemak oplevert voor passagiers. Maar het is de verantwoordelijkheid van vliegtuigmaatschappijen om ervoor te zorgen dat ze op tijd vertrekken. En als ze dat niet doen, hebben we daar regels voor in Europa. Dan moeten reizigers daarvoor gecompenseerd worden en moeten vliegtuigmaatschappijen een hotelovernachting en ook nog eens een financiële vergoeding betalen. Maar dat betekent niet dat de bewoners rondom Zestienhoven midden in de nacht, omdat vliegtuigmaatschappijen hun zaken niet op orde hebben, wakker gemaakt moeten worden vanwege die nachtvluchten door vertragingen waarvan ze wisten toen ze vertrokken dat die zouden plaatsvinden.
En ik snap niet waarom het college eigenlijk die nachtvluchten niet wil verbieden, omdat heel veel andere vliegvelden in Europa wel degelijk gewoon nachtvluchten verbieden. De VOORZITTER. De heer Van Drunen. De heer VAN DRUNEN (lr). Dank u voorzitter. Misschien is het wel handig voor de heer Moti om zich even bewust te zijn van de volgende situatie. Een vlucht die hier niet ’s avonds kan landen, kan de volgende ochtend ook niet vanaf Rotterdam vertrekken. Dus wat moet er dan gebeuren met die passagiers die de volgende ochtend in dat toestel willen stappen? Het is niet zoals de RET die een busterminal heeft waar altijd wel ergens een reservebus staat. Nee, zo’n toestel landt hier omdat het hier ook weer moet vertrekken. Dus dat is een heel simpele reden waarom je wel degelijk een vertraagde vlucht toe zou moeten laten. De VOORZITTER. De heer Moti. De heer MOTI (pvda). Ja, en dat is de reden waarom vliegtuigmaatschappijen op Rotterdam The Hague Airport wat meer ruimte in hun planning moeten doen. Wat je ziet is dat ze alles zo krap plannen dat het bijna eerder regel is dat er vertraging plaatsvindt en vluchten te laat landen, dan uitzondering. En dat is het grote probleem. De VOORZITTER. Wethouder. De heer KARREMANS (vvd) (wethouder). Voorzitter, dat is niet waar. Het is niet eerder de regel dan de uitzondering. Dat klopt gewoon feitelijk niet.
Maar voorzitter, we zijn het niet met elkaar eens. We willen vertragingen zo veel mogelijk beperken. Dat heb ik gezegd en dat hebben we ook in onze brief geschreven. Dat staat ook in het EPP. We vinden dat het belangrijk is dat je die nachtrust juist zo veel mogelijk waarborgt. Daarom hebben we ook gezegd: zaken- en privéjets niet meer ’s nachts laten vliegen, maar daar ook een timeslot op zetten. Dat timeslot geldt ook voor groothandelsverkeer. Dat is er niet voor niets. Er kan altijd onverhoopt vertraging ontstaan. Dat moet je al zo veel mogelijk proberen te voorkomen, maar als het ontstaat, snap ik ook dat passagiers terug willen naar de bestemming. En weet ook wel dat het alternatief is, als ze dan op Schiphol zouden landen of op een andere luchthaven, ten eerste heb je daar meer hinder voor de mensen daar in de nacht. En ten tweede, dan moet dat vliegtuig ’s ochtends heel vroeg weer terug naar Rotterdam The Hague Airport. Dat zijn de zogenaamde positievluchten, waar heel veel overlast van is en
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1969
wat we ook willen verminderen. Dus zo zit het in elkaar. En dat is de reden waarom we deze motie zo adviseren. Dan ga ik door naar de motie ꞌZeker zijn van een gezonde werkomgevingꞌ. Dan herken ik de heer Moti weer als vakbondsman. Ik geloof dat de PvdA ook wel eens schriftelijke vragen erover heeft gesteld, over werkomstandigheden bij Rotterdam The Hague Airport. Toen hebben we ook gezegd: dat is natuurlijk in de eerste plaats logischerwijs de verantwoordelijkheid voor de werkgever zelf. Dat is het sowieso. En daarnaast is dat natuurlijk iets wat bij de MER geldt en als we daar al iets mee zouden willen, wij vinden dat het in de eerste plaats gewoon bij de werkgever zelf hoort, dan is de juiste plaats om dat aan te kaarten de zienswijze op de MER en niet nu in de brief naar Rotterdam The Hague Airport. Vandaar dat we deze motie ook ontraden. Voorzitter, dan ga ik toch maar gewoon het stapeltje af zoals het ligt met excuus dat het niet helemaal op de juiste volgorde is. Dan kom ik bij de motie van 50PLUS, ꞌGeluidswinst is van de mensen en niet van de luchtvaartmaatschappijenꞌ. Eigenlijk roept die tot hetzelfde op als de motie van de PvdA, namelijk de geluidswinst die vanwege de innovatie en ontwikkelingen ontstaat, niet op te vullen met vliegbewegingen. Ik heb net uitgelegd, dat staat letterlijk in de brief, dus die is overbodig dus die kunnen we ontraden.
Dan de motie ꞌDe RTHA is een zakenluchthaven!ꞌ De luchthaven Rotterdam The Hague Airport weer een zakenluchthaven te maken, dat is waartoe deze motie oproept. De heer Segers heeft dat eigenlijk perfect verwoord. Dat kan je niet zo, je kan niet daarin kiezen: dit is een zakenluchthavenbestemming en dat is een vakantiebestemming. Dus om die reden kan ik deze ontraden. Dan de motie ꞌDe RTHA is de meest duurzame en innovatie luchtavenhub van de EUꞌ. Die draagt het college op de luchthaven Rotterdam The Hague Airport als meest duurzame en innovatieve luchthaven en hub van Europa te laten ontwikkelen. Nou, mevrouw Van Groningen refereerde al aan een certificaat, of een onderscheiding. Het is al staand beleid en het is ook wat de gemeente Rotterdam vindt, dus in die zin is die ook overbodig en zijn we het met elkaar eens, maar ga ik hem wel ontraden. Dan tot slot de motie ꞌGeef de nacht terug aan de bewonersꞌ. Daarin wordt het college opgeroepen de openingstijden van de luchthaven Rotterdam The Hague Airport van 8.00 uur tot 21.30 uur ’s avonds te laten zijn en geen vluchten tussen 21.30 uur en 8.00 uur ’s morgens toe te staan. Nou, volgens mij hebben we juist al heel veel maatregelen voorgesteld om de nachtrust voor de bewoners te verbeteren.
Maar je moet natuurlijk ook wel ruimte laten om te vliegen en wij vinden de overige tijden dragelijk, acceptabel en daarom willen we daar verder in ieder geval in de brief naar de airport niet verder in gaan dan we al doen in de brief. Dan de motie van het CDA. Die vraagt om een krimpscenario. Daarvan heb ik gezegd: ik snap waar het CDA vandaan komt, ook andere partijen die de motie ondertekend hebben. Voor het college is krimp niet een doel. Dus wat we gezegd hebben is dat het gaat om hinderbeperking. We hebben een hele lijst aan maatregelen voorgesteld die we heel belangrijk vinden dat die worden geïmplementeerd. Dus zoals die privé- en zakenjets niet meer ’s nachts. Zoals dat opwarmen en dat stationair draaien, dat je dat ook aan openingstijden koppelt. Zoals een maximum in dagdelen, seizoensgebonden, zodat je niet met een gemiddelde geluidsruimte werkt maar dat je op sommige dagen in de zomervakantie helemaal gek wordt en je op een dinsdagmiddag in december juist veel minder vluchten hebt, maar dat het gemiddelde zo op papier heel schappelijk lijkt. Dat is die systeemwereld waar we het over hebben. Dat willen we allemaal niet. We hebben in onze brief gezegd dat het waarschijnlijk is dat we snappen dat dat tot minder vluchten leidt als je dat een beetje bij elkaar optelt. Maar het is niet het doel. Het is niet wat het college vindt. De VOORZITTER.
De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja voorzitter, maar dan wil ik toch de wethouder vragen mijn motie goed te lezen, want het is ook niet mijn doel, voor de zoveelste keer. Er staat heel, heel genuanceerd in, lees de overwegingen alstublieft, en het is echt een heel
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1970
belangrijke motie mijns inziens, want, zal ik u vertellen, ik was ook in gesprek met de luchthavendirectie. Zij zeggen: wij gaan straks bij die Nota Reikwijdte en Detailniveau en bij de MER scenario’s uitwerken. En ik snap dat eigenlijk ook wel. Ze zeggen, more or less, maar ik parafraseer ze wel, wij gaan over ons eigen bedrijf natuurlijk niet ook een krimpscenario uitrekenen. Dat is volkomen logisch. Dat doet een bedrijf over het algemeen niet. Maar wij moeten het wel willen, niet met krimp als doel, maar we moeten het willen om te kunnen vergelijken wat groei betekent en wat krimp betekent. Want pas dan kunnen we een uitspraak doen over die economische belangen bijvoorbeeld die er spelen. Dat is wat deze motie vraagt. De motie vraagt slechts: als je in die scenario’s die uitwerking doet, neem dan naast groei ook krimp mee, dan kunnen we een vergelijking maken. Dus dat is echt, de wethouder moet goed die motie lezen. De VOORZITTER. Wethouder Karremans. De heer KARREMANS (vvd) (wethouder). Die motie heb ik heel goed gelezen, van voor naar achter en van achter naar voor. Maar toch ben ik het met de heer Segers niet eens, omdat, wat wij gezegd hebben en wat wij willen dat de luchthaven doet, en dat is waarom wij die brief sturen, want het is in aanloop naar een actie die zij gaan nemen om een luchthavenbesluit aan te vragen, is dat we zeggen: neem deze punten nu mee.
En het zou zomaar kunnen dat dat tot een scenario leidt met minder vluchten en dan moet dat inderdaad doorgerekend worden. En dat zijn de scenario’s die je doet. Je kan ook meerdere, het is ook helemaal niet gek om in een NRD meerdere scenario’s op te nemen. Maar wat voor ons leidend is, is die hinderbeperking. Daarvan heb ik in die brief gezegd, en dat heb ik overigens ook in het interview gezegd, de krimp is niet het doel, maar we snappen wel dat dat het gevolg kan zijn van bepaalde maatregelen die je neemt. En dan is die toch wel omgedraaid. En ik denk dat dat ook ergens misschien een principiële discussie is. Wij vinden principieel dat het moet gaan om hinderbeperking en niet om krimp, en dat mijnheer SegersHoogendoorn daar misschien iets anders tegenaan kijkt, maar daar zijn we het dan niet over eens. De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja, maar tegen de achtergrond van die hinder, hebben wij altijd het debat met elkaar wat de waarde is van het vliegveld. Wat is nu de waarde? En daar zit die footprint, en dat is meestal een negatieve waarde, aan vast. En daar zit die economische waarde aan vast, die een positieve waarde zou kunnen zijn. Maar we brengen hem niet in kaart, we brengen hem steeds opnieuw niet in kaart. En het is ook heel logisch.
Want de luchthaven zelf is eigenaar van het hele traject en een bedrijf gaat niet zijn eigen krimp doorrekenen. Daarom vind ik dat wij als bevoegd gezag van de grond waar de luchthaven op zit klip-en-klaar moeten zeggen: als u scenario’s doorrekent, dan willen wij naast groei ook krimp doorgerekend zien. Dat is wat deze motie vraagt en ik hoop dat u bij de manier waarop ik het verwoord ook het belang daarvan inziet. De VOORZITTER. Wethouder. De heer KARREMANS (vvd) (wethouder). Voorzitter, dan zal dat nog steeds door die luchthaven moeten gebeuren. Kijk, wij gaan dat zelf niet doen. En dat is wat die motie vraagt en wij zeggen juist, ook om hem even zuiver te houden, de reactie van het college is: we willen hinderbeperking, we vinden dit belangrijk. Dat is overigens ook wat ik, als ik met veel bewoners spreek, dan zeggen ze: het gaat me niet om een getal in algemeenheid, het gaat om wanneer er wordt gevlogen, door wat voor vliegtuigen er wordt gevlogen, om wat routes er worden gevlogen. Dus krimp in zijn algemeenheid, en dat is ook de reactie die we daar vrij
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1971
duidelijk over geven denk ik, is niet ons doel. Kijk, dat een krimpscenario mogelijk doorgerekend zal worden, ja, dat zal moeten blijken uit de NRD en dat is ook afhankelijk van wat de luchthaven doet. Wij hebben daar onze mening over, die staat namelijk heel duidelijk in de brief, en dan zullen we zien welke scenario’s daar uit komen voorzitter. De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja, dan afrondend voorzitter, ik ben echt teleurgesteld met deze reactie van de wethouder. Want we zouden het ons allemaal moeten gunnen, de voorstanders van de luchthaven en de tegenstanders. Als wij dit niet doen, dan zal er geen krimpscenario doorgerekend worden, dan zullen er wel groeiscenario’s doorgerekend worden. En dan zitten wij weer opnieuw jarenlang aan een stuk te debatteren over de waarde van deze luchthaven en laten we onszelf dat niet aandoen. Dus ik wil ook echt onafhankelijk van het advies van de wethouder mijn collega’s zeer aanraden deze motie aan te nemen. De VOORZITTER. De heer Vonk. De heer VONK (cu). Ja, dank u wel voorzitter. Ik onderstreep de oproep van de heer SegersHoogendoorn. Ik heb nog een andere vraag ook over uw reactie. U zegt: het doel voor ons is minder hinder. Bij minder is altijd de vraag: ten opzichte van wat. In de debatten ging het heel erg over peildatum 2019, heb ik vanuit de commissie ook begrepen.
Ik heb in mijn bijdrage gezegd: toen was er al te veel hinder. Toen was er al te veel een aanslag op gezondheid. Is de wethouder het met mij eens dat we niet moeten teruggaan naar 2019 en moeten zeggen: dat is het uitgangspunt, daar moeten we naar terug. Maar dat we zeggen: ook ten opzichte van 2019 moeten we een enorme stap maken om ook ten opzichte van dat moment minder hinder te gaan realiseren. De VOORZITTER. Wethouder. De heer KARREMANS (vvd) (wethouder). Ja, dat is in feite natuurlijk wat het college zegt. Ten opzichte van 2019 niet meer vluchten en 2019, je hebt daar dezelfde beperkingen of niet-beperkingen als die nu gelden, namelijk bijvoorbeeld het stationair draaien, warm draaien, dat zakenvluchten gewoon in de nacht mogen, dat gold ook in 2019 zo. Daarvan zeggen we: doe dat niet meer. Dat is dus inderdaad ten opzichte van 2019. Overigens was daar in het commissiedebat niet een uitgebreide discussie over. Er was één vraag die gesteld werd: waarom niet 2016? Overigens was er toen meer groothandelsverkeer dan in 2019. Toen zei ik ook: be careful what you wish for. En dan kom je dus eigenlijk al bijna op een glijdende schaal, waarom niet 1920 als referentiejaar, of 1970? Toen bracht mevrouw Van Wifferen in: dat aanbod wil ik graag aannemen, maar dat aanbod is er niet. Dus we hebben gewoon het laatste referentiejaar voor corona gepakt.
Dat leek ons heel redelijk en goed om te doen. De VOORZITTER. De heer Vonk. De heer VONK (cu). Ik zou dan sowieso pleiten voor 2020. Dat is toch dichterbij en bovendien hebben we ook altijd gezegd: laten we de zegen van de crisis ook vooral in acht nemen. Dat zouden we dan prachtig doen op deze manier. Ik zou dan voor 2020 willen pleiten. Maar zeker niet 2019, omdat ook toen al bewoners hebben aangegeven: dit is too much. Dus als we zeggen: het doel is dat we terug willen naar dat niveau, denk ik dat we streven naar een doel dat we echt niet moeten willen, ook als we die bewoners serieus nemen.
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1972
De heer KARREMANS (vvd) (wethouder). Ja voorzitter, volgens mij, en dat heb ik ook echt terug gehoord van bewoners, die neem ik heel serieus. Die zijn heel blij met die brief, ook wat betreft het referentiejaar heb ik daar, het zou kunnen dat mensen daar anders over denken, in ieder geval is dit wat wij ervan vinden. Het staat ook in de brief en daar hebben we veel positieve reacties op ondervonden. Ja, ik kan ook niet iedereen blij maken. We hebben het er in de commissie heel even over gehad. Het lijkt ons een goed referentiejaar en uiteindelijk moet dat inderdaad tot minder hinder leiden. Dat is nog steeds het standpunt van het college. Dat was de motie van het CDA. Dan motie ꞌVijfde locatie in Nederland voor de traumahelikopterꞌ, van mevrouw Van Groningen van de VVD. Daarvan heb ik in de commissie ook al gezegd dat ik daar positief tegenover sta en die lobby ook wil voeren. Dus die is in lijn daarmee, dus die kan ik omarmen. En dan tot slot ꞌLeefomgevingsfonds Rotterdam The Hague Airportꞌ. Die verzoekt het college in samenwerking met Rotterdam The Hague Airport, provincie Zuid-Holland, rijksoverheid en eventueel omringende gemeenten te inventariseren of er draagvlak is voor een omgevingsfonds en op welke manier dit dan in te richten. Ja voorzitter, daarvan zeg ik dat ik dat kan omarmen. Dat vind ik een interessant idee.
Het zou ook interessant zijn om dat te laten koppelen aan eventuele klimaatmaatregelen. Overigens was het ook een vraag die door een van de bewoners werd gesteld tijdens de bewonersavonden, dus die kan ik omarmen voorzitter. En dan heb ik hier voor me nog een niet-ingediende motie van Volt. Op een magische wijze. Maar misschien moeten we het procedureel dan even op de goede manier doen. De VOORZITTER. Dat lijkt mij wel ja. Mevrouw Elfilali. Mevrouw ELFILALI (volt). Ja, op magische wijze kan de wethouder mijn gedachten lezen, want inderdaad, ik was nog even aan het nadenken of ik iets wilde indienen en ik zou graag inderdaad een motie willen indienen met GroenLinks, 50PLUS en het CDA komt er ook nog bij. Om het bredere Europese plaatje mee te nemen richting de minister. De VOORZITTER. Ik begrijp dat het CDA nog mee wil tekenen bij deze motie? Goed, er staat de afkorting CDA, Christen Democratisch Appèl. Mevrouw Elfilali heeft de volgende motie ingediend. Motie 17.
Neem de minister mee op EU-reis ʺDe gemeenteraad van Rotterdam, bijeen op 15 december 2022 ter bespreking van agendapunt 8.1, Het (tweede herziene) voorstel met betrekking tot de reactie van burgemeester en wethouders op het Eindproduct Participatietraject inzake Rotterdam The Hague Airport (RTHA), alsmede de brief van burgemeester en wethouders van 29 november 2022 over de luchthaven Rotterdam The Hague Airport; constaterende dat: - Rotterdam The Hague Airport één van de vijf nationale luchthavens is; - er vlak over de grens in België en Duitsland ook meerdere grote luchthavens zijn; overwegende dat: - er nu een nieuw luchthavenbesluit moet komen voor Rotterdam The Hague Airport; - het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een rol speelt in het proces tot de totstandkoming van het luchthavenbesluit; - vliegtuigen vervuilende vervoersmiddelen zijn, zeker in vergelijking met de trein, bus en auto; - er gemeentelijke, nationale en Europese klimaatdoelstellingen zijn;
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1973
verzoekt het college: - om bij de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan te dringen om, ten behoeve van klimaatdoelen en de effecten voor Rotterdammers, in het debat over een nieuw luchthavenbesluit van Rotterdam The Hague Airport ook het bredere nationale en Europese mobiliteitsplaatje mee te nemen; en gaat over tot de orde van de dag.ʺ w.g. I. Elfilali, M.H. Biljoen, P.J.H.D. Verkoelen en R.G.C. Segers-Hoogendoorn De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER. Ja, de kerstherdenking van gisteravond van het CDA ging over die A van Appèl, dus vandaar dat ik hem nog even uitspreek. Wethouder. De heer KARREMANS (vvd) (wethouder). Voorzitter, en dan heb ik nog de motie die de Partij voor de Dieren heeft ingediend. Die heeft namelijk een nieuwe brief ingediend. Ik hoop niet dat dit van de heer Van der Velden een verkapte sollicitatie is om mijn speechschrijver te worden of moties. Daar kunnen we het nog eens over hebben. Ik heb hem gelezen, het was een interessante brief, maar ik ga hem niet overnemen. Ik vind mijn eigen brief beter om heel veel verschillende redenen. Dat zal u niet verbazen, dus die ga ik ontraden, maar dank voor die motie. En tot slot de motie van Volt, om de minister mee te nemen op EU-reis. Dat zal dan wel per trein zijn denk ik en niet… Volgens mij kan je niet eens vliegen naar Brussel.
Kun je vliegen naar Brussel? Vanaf Rotterdam The Hague Airport? Vanuit Maastricht. Jaja, dat zegt de griffier. Daar geloof ik helemaal niets van, maar dat gaan we uitzoeken. Verzoekt het college om bij de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan te dringen ten behoeve van klimaatdoelen en de effecten voor Rotterdammers in het debat over een nieuw luchthavenbesluit van Rotterdam The Hague Airport, ook het brede nationale en Europese mobiliteitsplaatje mee te nemen. Nou, het is natuurlijk een motie gegrepen, of uit het hout van Volt gesneden, maar toch ga ik hem ontraden, omdat ik vind dat we het nu moeten beperken op die hinder en de onderwerpen die we in de brief hebben aangekaart. Juist om hem ook heel scherp te houden en ook om zo goed mogelijk die brief zijn effect te laten hebben. Dus dat is de reden waarom ik hem ga ontraden. Wellicht komt het later nog ter sprake in volgende behandelingen, maar voor nu ontraad ik hem. Dank u. De VOORZITTER. Mevrouw Elfilali. Mevrouw ELFILALI (volt). Dank voorzitter. Dan zou ik even willen toevoegen dat juist dat grotere plaatje effect heeft op de hinder. Het gaat natuurlijk niet alleen om de luchthaven maar ook alles eromheen. En aangezien wij natuurlijk voor de Rotterdammers staan zou ik de wethouder toch nog een keer willen vragen om het toch nog eens te bekijken of hij het niet toch kan meenemen. De VOORZITTER. Wethouder.
De heer KARREMANS (vvd) (wethouder). Ja voorzitter, mijn antwoord blijft hetzelfde. Ik snap het heel goed. We willen met elkaar meer treinreizen. En ik weet dat Volt daar hartstochtelijk voor pleit, ook in de Tweede Kamer, een breder Europees treinnetwerk. Alleen zijn we daar nog zo ver vandaan en dat luchthavenbesluit zit in de tijd zoveel dichter bij ons dat ik denk dat het een goede is om in ieder geval in je achterhoofd te houden maar dat als je kijkt naar het luchthavenbesluit dat nu genomen moet worden, het echt moet gaan om de
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1974
hinder van bewoners. Dat heb ik ook veel van bewoners zelf gehoord, ik denk dat het een logische manier is om dat aan te vliegen. Maar dat wil niet zeggen dat het niet valide is. Ik wil het alleen nu niet meenemen in dit verhaal voorzitter. De VOORZITTER. Mevrouw Elfilali. Mevrouw ELFILALI (volt). Voorzitter, maar de wethouder kan toch gewoon richting de minister wel dat bredere plaatje benadrukken? Omdat wat hij ook zelf zegt, het wel relevant is, net zoals dat we nog gaan wachten op de MER, dat we dus nog de gezondheidseffecten gaan onderzoeken, is dit een eigenlijk een beetje hetzelfde idee. Wat is het bezwaar eigenlijk om dat gewoon in ieder geval richting de minister te benoemen? De heer KARREMANS (vvd) (wethouder). Voorzitter, ik weet dat de minister heel goed op de hoogte is van die mobiliteitsaspecten en ik zie het dus ook niet in die zin als onderdeel van dit proces. Kijk, wat ik richting de minister wil doen, is vragen dat er een goed luchthavenbesluit wordt genomen. Dus ook in informele zin. Ik schrijf nu een brief aan de luchthavendirectie. Uiteindelijk moet de minister een luchthavenbesluit nemen en ik wil graag dat dat een goed luchthavenbesluit is, dat er heel veel dingen die in onze brief staan ook worden overgenomen. Ik denk dat dat het meest effectief als we daarop focussen, en niet op het andere verhaal.
Dat maakt het niet minder valide, dat zeg ik er wel bij. Maar het is denk ik effectiever als we het houden bij dit verhaal. De VOORZITTER. U was klaar? De heer KARREMANS (vvd) (wethouder). Ik heb nog de moties van GroenLinks. Die was ik nog helemaal vergeten, want die zijn natuurlijk later ingediend, dus die ga ik nu even behandelen voorzitter. De motie ꞌPrivéjetsꞌ, die vraagt het college te onderzoeken op welke manier ook kleine passagiersvliegtuigen gereguleerd kunnen worden. Nou, we hebben daar al wat over in gezet, over privéjets, zakenjets, niet meer in de nacht, dus in feite ben je dan ook aan het reguleren. En het is verder aan Rotterdam The Hague Airport om maatregelen te nemen om overlast te beperken. Je zou het zo kunnen lezen dat ze onderdeel zijn van de geluidsruimte en daarmee gereguleerd en ze mogen straks ook niet meer ’s nachts vliegen als het aan ons ligt. Dus daarmee zijn we het er al over eens en dan overbodig, en verder aan Rotterdam The Hague Airport. Dus die ga ik ontraden. Dan ꞌEerlijke prijs voor alle bedrijfsmodellenꞌ. Verzoekt het college in de brief naar RTHA inzake het eindproduct participatietraject te pleiten dat er een eerlijke prijs betaald moet worden waarin milieu en leefomgeving verrekend zijn en een level playing field voor alle bedrijfsmodellen. Dat is niet aan de gemeente om dat verder van Rotterdam The Hague Airport te verlangen.
Ik heb daar natuurlijk wel wat over gezegd in mijn interview dat ik aan het AD heb gegeven, dat ik vind dat het niet maar eindeloos moet groeien of dat je eindeloos maar voor € 30,00 naar Ibiza moet kunnen vliegen of voor € 50,00 of € 60,00, omdat dat vervolgens hinder oplevert voor omwonenden. Dus in die zin zou je ook zo kunnen lezen dat we het met elkaar eens zijn en dan is die overbodig. Ik ga er in ieder geval niets meer over inzetten in mijn brief. Dus die ontraad ik. ꞌSplits de geluidsruimte nietꞌ, verzoek van GroenLinks middels deze motie. Ja, daar ga ik niet in mee, omdat ik dat ook een systeemdiscussie vind, die geluidsruimtespits. Ik wil dat er minder hinder komt en of dat nu gebeurt rechtsom, linksom, met een gescheiden geluidsruimte of niet, dat maakt me niet zoveel uit. Ik heb heel duidelijke grenzen gesteld die te maken hebben met ervaren overlast, want daar moet het om gaan als het aan het college ligt. Dus niet over het precieze ꞌhoeꞌ als het gaat om bijvoorbeeld een systeemdiscussie als deze. Dus die ga ik ontraden. Dan de motie ꞌActieplan Rotterdam The Hague Airport ultrafijnstofꞌ. Nou ja, procedureel, ik kan daar twee dingen over zeggen. Daar staat in de brief natuurlijk al wat over ultrafijnstof, dat daar zorgen over zijn bij de bewoners. Dat heb ik op
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1975
verzoek van de heer Biljoen nota bene toegevoegd aan de brief, dus wat dat betreft vind ik dat ik dat ook al gedaan heb, dat actieplan opstellen, dat hoort echt bij de MER thuis, dus die moeten we dan echt met elkaar bespreken, dus voor nu ga ik hem ontraden. En dan landelijke wetgeving ultrafijnstof. Nou, daar is men al mee bezig, want die vraagt bij de landelijke politiek erop aan te dringen. Overigens is de EU daar ook voornamelijk mee bezig, dus niet alleen landelijk, dus die kan ik om die reden ook ontraden. Voorzitter, en dan heb ik denk ik echt alle moties gehad. Dank u wel. De VOORZITTER. Is er behoefte aan een tweede termijn, of is er nog een enkele vraag blijven liggen? Nee? Dan toch nog de heer Biljoen als enige. De heer BILJOEN (gl). Ja voorzitter, een reactie op de reactie van de wethouder. In uw interview was u ontzettend scherp. Ik wil er nu eigenlijk geen motie van maken, maar kunnen we het interview meesturen met de brief? De VOORZITTER. Wethouder. De heer KARREMANS (vvd) (wethouder). Ik vermoed zomaar dat ze dat gelezen hebben voorzitter, dus dat zou niet nodig hoeven te zijn. Maar als u zelf een kopietje van het AD wil bezorgen bij Rotterdam The Hague Airport dan staat u dat uiteraard natuurlijk vrij, maar ik ga het niet doen. Dank u wel. De VOORZITTER. Geen behoefte aan een tweede termijn. Dan stel ik vast dat we deze brief zeer uitputtend hebben behandeld.
En ik had u een lunchpauze beloofd rond 12.45 uur. Het volgende onderwerp is denk ik vrij lang om in een kwartier te doen, dus ik gun u ietwat vervroegd pauzeren, namelijk nu. Ik had u daarvoor een uur willen gunnen. Dat betekent om 13.30 uur terug om de vergadering verder voort te zetten. Ik doe dan ook een dringend beroep op een vicevoorzitter van de raad om dan alvast te beginnen. Ik ben ietsjes later. Mevrouw Verkoelen. Nee? Dat was het? Ik zag u staan dus ik dacht van de orde maar het was niet zo. Nu even niet. Mevrouw VERKOELEN (50+). Van de orde, een goede zaak voorzitter om dit te doen. De VOORZITTER. Goed zo, ik schors de vergadering tot 13.30 uur. (De vergadering is geschorst.)
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1976
Notulen raadsvergadering
Notulen van de raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen van de raadsvergadering van 15 december 2022 (middagzitting) Voor de agenda wordt verwezen naar volgnummer 17 Voorzitter: de heer ing. A. Aboutaleb, met dien verstande dat het voorzitterschap van 13.50 uur tot 14.20 uur en van 17.00 tot 18.15 uur is waargenomen door de heer B. van Schaik Voor de presentielijst van deze vergadering wordt verwezen naar de ochtendzitting van deze vergadering. Namens het college zijn tegenwoordig de heer F. Achbar, de heer R. Buijt, de heer R.A.C.J. Simons, de heer M.J.W. Struijvenberg, de heer T.B. Versnel en mevrouw C.M. Zeegers Griffier: mevrouw I.C.M. Broeders Heropening De VOORZITTER (de heer Van Schaik). Mag ik de raadsleden verzoeken plaats te gaan nemen. Ik heb begrepen dat de wethouder onderweg is. Ik zie de heer Balwantsingh ook binnenkomen. Hij krijgt dadelijk als eerste het woord. 8.2
Het rapport van de Rekenkamer Rotterdam ꞌMeer waarde voor jongeren: onderzoek naar effecten van jongerenwerkꞌ, alsmede het voorstel van het presidium met betrekking tot de conclusies en aanbevelingen uit dit rapport
De VOORZITTER (de heer Van Schaik). Dan wil ik vragen of de heer Balwantsingh op zijn plek wil gaan zitten. U bent namelijk de eerste in dit debat die op agendapunt 8.2 als spreker genoteerd is. Het gaat om het rapport van de Rekenkamer ꞌMeerwaarde voor jongeren: onderzoek naar de effecten van jongerenwerkꞌ, alsmede het voorstel van het presidium met betrekking tot de conclusies en aanbevelingen uit dit rapport. Dank u wel. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Ja voorzitter, ik wil toch even een punt van orde maken, iets wat mij nu even van het hart moet. Ik vind het wel bijzonder jammer dat we twintig minuten moeten wachten tot de wethouder aanwezig is, want we wisten dat het tot 13.30 uur zou duren. Wij zitten hier allemaal met ons goede gedrag. We hebben nog heel veel agendapunten te gaan. Dit dus toch even als boodschap richting het college. De VOORZITTER (de heer Van Schaik). Ik begrijp dat de wethouder iets wil zeggen. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Jazeker, jammer dat jullie nu al klappen zonder dat ik de kans krijg om even toe te lichten wat de reden was. Maar goed, het statement is gemaakt. Terecht, en daarvoor ook mijn excuses. Ik zat in een overleg met de burgemeester in de veronderstelling dat we daar zaten met de voorzitter en ik had niet meegekregen hoe laat we zouden beginnen. Dus excuus daarvoor.
Ik zal in het vervolg proberen daar gewoon rekening mee te houden. Dus een terecht punt.
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1977
De VOORZITTER (de heer Van Schaik). Prima. Dank voor uw punt van orde. Dan dit gezegd hebbende kom ik wel bij u, mijnheer Balwantsingh, uit. U staat bij mij op de lijst als eerste spreker. En mag ik graag aan de raadsleden vragen om stilte te bewaren zodat we naar het betoog van de heer Balwantsingh kunnen luisteren. De heer BALWANTSINGH (pvda). Ja, dank u voorzitter. Ja, een kort betoog, niet een heel lang betoog. We hebben het in de commissie uitvoerig gehad over het jongerenwerk en het belang van het jongerenwerk, hoeveel jongeren bereikt worden. Dat Rekenkamerrapport is daar erg duidelijk over geweest, ook over het belang van goed jongerenwerk. En binnen het belang van goed jongerenwerk past ook het aanbieden en het realiseren van voldoende jongerenhubs. Nu is de ambitie van dit college om twintig hubs te realiseren, waar we enorm blij mee zijn. Er is wel een vraag die ik aan de wethouder wil stellen. Ik heb begrepen dat er in de vorige collegeperiode ook al vijftien gerealiseerd zijn, dus misschien kunt u daar wat opheldering over geven. Komen er nog twintig bovenop, dan gaat de vlag uit bij ons. Dan hebben we straks 35 jongerenhubs. Maar ik betwijfel dat, dus ik hoor graag van de wethouder hoe dat precies zit.
Dan heeft ons raadslid van de vorige raadsperiode, Lammering, in de motie Lammering, gevraagd om een onderzoek naar behoeften van jongerenhubs in de Rotterdamse wijken. Daar kwam uit dat er in 22 wijken behoefte is aan een jongerenhub. En nu worden er twintig gerealiseerd. Dat wil zeggen dat er twee wijken zijn waar dan geen jongerenhub gerealiseerd wordt terwijl er wel behoefte aan is. Nu zou je kunnen vragen om te kijken welke wijken dat nu zijn en volgens de behoefte daar toch die twee hubs nog extra te realiseren. Vandaar dat ik deze motie indien, ook ondertekend door de SP, BIJ1, PvdD en Volt, waarin wij vragen om die motie van Lammering, die uitwijst dat er 22 hubs moeten komen, in elk geval te honoreren. Dus bij dezen. De VOORZITTER (de heer Van Schaik). De heer Balwantsingh heeft de volgende motie ingediend. Motie 1.
22 jongerenhubs in Rotterdam "De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 15 december 2022 ter bespreking van Het rapport van de Rekenkamer Rotterdam 'Meer waarde voor jongeren: onderzoek naar de effecten van jongerenwerk'; constaterende dat: - in het programma van eisen aanbesteding Welzijn is opgenomen dat het aantal jongerenhubs gedurende de komende jaren naar minimaal 22 locaties uitgebreid zal worden; - deze uitspraak is gedaan naar aanleiding van een inventarisatie naar de behoefte van jongerenhubs in Rotterdamse wijken die is uitgevoerd in lijn met een raadsuitspraak; - het voorstel dat ten grondslag ligt aan de raadsuitspraak vraagt om de wijken die deze behoefte uitspreken 'zo mogelijk te voorzien van een jongerenhub'; overwegende dat: - in de begroting te lezen valt dat de taakstelling binnen de welzijnsopdracht een uitbreiding naar 20 jongerenhubs betreft; - het huidige target van 20 jongerenhubs geen recht doet aan de reeds uitgevoerde inventarisatie en de raadsuitspraak; - jongerenhubs belangrijke plekken in de wijken zijn waar jongeren een alternatief geboden kan worden voor de negatieve aspecten van de straatcultuur en talentontwikkeling wordt gestimuleerd;
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1978
verzoekt het college om: - de taakstelling binnen de welzijnsopdracht uit te breiden naar 22 jongerenhubs door de stad; - hierover te rapporteren aan de raad; en gaat over tot de orde van de dag.ʺ w.g. N. Balwantsingh, S. van de Peppel, T. Kind, T.S.J. Coşkun en M.M. Vlasblom De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER (de heer Van Schaik). Dank u wel. Dat gezegd hebbende wil ik mevrouw Van de Peppel het woord geven. Mevrouw VAN DE PEPPEL (pvdd). Dank u wel voorzitter. ʺDe jongeren worden er vaak van beschuldigd hun problemen te overdrijven. Ze doen dit heel vaak in de hoop enige indruk te maken op de traagheid en de onbeweegbaarheid van het zelfzuchtige oude.ʺ Een quote van Robertson Davies. Al vijf jaar geleden is er geconstateerd dat de Rotterdamse jongeren hun problemen helemaal niet overdrijven. Ik citeer uit het rapport ꞌMeerwaarde voor jongerenꞌ: ʺZo concludeerde de Rekenkamer in 2017 in het rapport ꞌHulp buiten bereikꞌ dat veel aanvragers van schuldhulpverlening moeite hadden met de aanvraagprocedures en een halfjaar na het eerste contact met de gemeente nog steeds niet waren aangemeld voor de schuldsanering.ʺ Of: in 2018 concludeerde de Rekenkamer in het rapport ꞌHet komt niet in de buurtꞌ, dat mede door die wachttijden veel mensen pas hulp van het wijkteam kregen als hun problemen al hoog waren opgelopen.
En in datzelfde rapport ꞌMeerwaarde voor jongerenꞌ hebben we kunnen lezen dat dit komt door de traagheid en de onbeweegbaarheid van het zelfzuchtige oude, in dit geval de gemeente. We vragen dan ook aan de wethouder welke beleidsmatige veranderingen de wethouder nu gaat invoeren om de kansen voor de jongeren te vergroten in plaats van hun volwassen zelfstandigheid te beginnen met 5-0 achterstand door de gemeente. Welke beleidsmatige veranderingen gaat de wethouder nu invoeren om de onbeweegbaarheid van het zelfzuchtige oude van de gemeente te laten bewegen? Dank u wel voorzitter. De VOORZITTER (de heer Van Schaik). Dank u wel voor uw bijdrage. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Aafjes-van Aalst. Mevrouw AAFJES-VAN AALST (lr). Voorzitter, we hebben het vorige week al uitgebreid besproken in de commissie, maar ik wil toch de noodzaak van enkele aanbevelingen benadrukken bij deze wethouder. Om te beginnen met aanbeveling 2: het naar zich toe trekken van de regie over dit jongerenwerk. Verschillende organisaties werken vaak nog als losse eilandjes en missen de kennis om door te verwijzen of integraal te werken met de wijkteams. Daarnaast horen we van een insprekende jongerenwerker dat men naar pleintjes wordt gestuurd waar op dat moment helemaal geen jongeren zijn. Dat er jongerenhubs zijn waar je alleen op afspraak terechtkan.
Het maken van zo’n afspraak is gewoonweg de drempel verhogen in plaats van te verlagen. Omdat de middelen vaak schaars zijn moeten we deze zo effectief mogelijk inzetten. De gemeente moet daarom optreden als regievoerder om alles optimaal te laten verlopen, daarbij de lijntjes in het veld te verbinden en jongerenorganisaties bijsturen wanneer zij inefficiënt te werk gaan. Wij verwachten dan ook maximale inspanning van deze wethouder en zijn dan ook benieuwd naar de rapportage over zes maanden. Aanbeveling 4 werd ook door het college ontraden, terwijl wij toch benieuwd zijn naar de effecten van investeringen in jeugdwerk op andere domeinen. Daarom
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1979
wil niet zeggen dat we dit uitgebreid moeten doen, maar onderzoek naar effecten kan zeker waardevol zijn. Als er ergens uren worden opgeplust, zal er mogelijk minder tijd zijn voor de schilderclubjes of het koffie-uurtje voor de ouderen. Afsluitend voorzitter, wij benadrukken nogmaals dat wij graag zien dat jongerenhubs vooral gerealiseerd worden in de kwetsbaarste wijken en daarna uitgebreid worden in andere wijken. Als er geen maatschappelijk vastgoed voorhanden is in deze kwetsbare wijken, verwachten wij dat de wethouder een alternatieve locatie creëert. Tot zover. De VOORZITTER (de heer Van Schaik). Dank u wel voor uw bijdrage. De heer Verweij. De heer VERWEIJ (vvd). Yes voorzitter, dank u wel. Het rapport van de Rekenkamer had slecht nieuws en goed nieuws. Het slechte nieuws was denk ik het grote aantal jongeren dat nog steeds in een precaire situatie zit. Maar liefst 13.000 jongeren groeien op in een omgeving waarin hun ouders een laag inkomen hebben, net aan rondkomen en misschien een slechte relatie met hun kind hebben. Dat betekent dat het voor heel veel Rotterdamse jongeren nog steeds uitmaakt waar ze geboren zijn voor hun kansen om zichzelf te ontwikkelen. Daar schrok ik van. Dat zou geen nieuws moeten zijn maar het blijft toch altijd slikken om dat te lezen. Maar het goede nieuws is dat het jongerenwerk dat in Rotterdam wordt uitgevoerd heel veel jongeren bereikt.
Maar liefst 22.000 tot 25.000 jongeren per jaar komen op straat, sport, school, socials in contact met jongerenwerk en krijgen op die manier advies, begeleiding, hulp om het beste uit zichzelf te halen. Ik was er blij mee om dat te lezen. Waar ik ook blij mee was, was het feit dat er op basis van casusstudies, dus achteraf, een soort onderzoek, in specifieke gevallen heeft het jongerenwerk nu effect gehad. Toen zei de Rekenkamer: ja, dat was zo. Dus op sommige momenten was er een aanwijsbaar beter resultaat of een betere kans voor jongeren om zichzelf te ontwikkelen. Maar dit wordt niet op voortdurende basis gedaan. Dat is wat ik de wethouder echt op het hart wil drukken. Ik heb daar een paar nietszeggende oneliners voor om dat een beetje mee te geven, wat hopelijk blijft hangen. De eerste is: meten is weten. Als je niet daadwerkelijk gaat meten welke effecten inspanningen hebben, dan kun je wel heel hard werken en heel veel geld ertegenaan gooien, maar dan weet je niet wat effectief is. Het Rekenkamerrapport was daar heel duidelijk over, dat welzijnsorganisaties er eigenlijk van uitgaan dat de gemeente dat doet. Dat moeten ze ook doen op basis van de aanbesteding. Maar dat de gemeente daar nog onvoldoende haar verantwoordelijkheid in neemt. In die zin heb je dus een betrouwbare overheid nodig die ook haar afspraken nakomt. Een andere oneliner is: don’t work hard, work smart.
Houd bij wat je resultaten zijn. Stel van tevoren vast wat je eigenlijk wilt bereiken met de inspanningen die je uitvoert. Zorg dat de middelen die we gebruiken op een zo effectief mogelijke manier terechtkomen. Dat betekent dus: houd zorgvuldig bij wat voor resultaten die inspanningen hebben. En dan lees ik wel in aanbeveling 5 die de wethouder omarmt, dat we inderdaad moeten gaan toewerken naar betere monitoring. Wij moeten inderdaad gaan kijken, in gesprek met welzijnsorganisaties, hoe we dit gaan doen. Maar wat ik niet lees in de omarming in de bestuurlijke reactie is hoe, heel concreet hoe, wat gaat de wethouder doen om te zorgen dat de monitoring beter gaat verlopen? Wie gaat wat doen, hoe meten we resultaat en hoe gaat de raad op de hoogte gehouden worden van de voortgang daarvan? Dat is waar ik benieuwd naar ben. De VOORZITTER (de heer Van Schaik). Dank u wel. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Ja voorzitter, dank u wel. Ook GroenLinks wil de Rekenkamer bedanken voor het onderzoek en rapport ꞌMeerwaarde voor jongerenꞌ. Ik denk dat het essentieel is dat onze onafhankelijke Rekenkamer ons helpt en ons heeft gewezen op de zaken die nog verbetering behoeven omdat nog steeds zo veel jongeren in Rotterdam in die kwetsbare gezinssituaties zitten waardoor zij een grotere kans hebben op problemen
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1980
met hun welzijn. Ik ben ook heel blij dat ons debatje in de commissie er uiteindelijk toe geleid heeft dat wij ook raadsbreed zeggen: wethouder, alle aanbevelingen dienen te worden overgenomen. Want in de commissie kregen we nog een enigszins omfloerst verhaal, nee, aanbeveling 2 doen we maar half, aanbeveling 4 doen we liever niet. Nee, dit zijn gewoon keiharde aanbevelingen die ons gaan helpen om de grip op het jongerenwerk, daar waar dat nog verbetering behoeft, te verstevigen. Ik zou dan ook graag willen weten van de wethouder met name over aanbeveling 4, want u zegt 5 maar het is 4, die u niet had omarmd. Daar staat in: breng in overleg met de welzijnsorganisaties in kaart wat de consequenties zijn van de extra inzet voor jeugd voor het welzijnsaanbod voor andere doelgroepen van het welzijnswerk en informeer vervolgens de raad over die consequenties. En ik wil heel graag horen van de wethouder hoe hij nu na dit duidelijke signaal in de raad die handschoen gaat oppakken en wanneer wij ook zicht krijgen in die consequenties. Want ik denk dat onze Rotterdamse jongeren deze inzet gewoon keihard nodig hebben en dat wij niet gisteren, niet eergisteren, maar het liefst zo snel mogelijk daar ook inzicht in krijgen. Dan nog als laatste over de jongerenhubs.
GroenLinks heeft met een wethouder Jeugd in het vorige college ervoor gezorgd dat die eerste vijftien jongerenhubs gerealiseerd werden. Wij zijn er ook hartstikke blij mee, we zijn er trots op dat het college daar ook verder uitvoering aan wil geven. We snappen de wens om dat nog te verbreden naar 22, zoals de PvdA heeft neergelegd, maar voor ons is wel belangrijk; het doel, meer programma, activiteiten voor jongeren in de wijk. Dat horen wij ook uit de wijken. Als extra jongerenhubs daaraan bijdragen, heel graag. Maar houd vooral dat doel voor ogen. Dat is mijn oproep aan de wethouder. De VOORZITTER (de heer Van Schaik). Dank u wel. De heer Kind. De heer KIND (volt). Voorzitter, de fractie van Volt is blij met het Rekenkamerrapport ꞌMeerwaarde voor jongerenꞌ. Het onderzoek laat zien dat we in Rotterdam op de goede weg zijn met het jongerenwerk. Zo bereiken jongerenwerkers ongeveer 22.000 tot 25.000 Rotterdamse jongeren, is het jongerenwerk beter geborgd in de welzijnsopdrachten en gaat de samenwerking tussen verschillende vormen van jongerenwerk – preventief en handhavend – steeds beter. Tegelijkertijd wijst het onderzoek op een aantal kwetsbaarheden, vooral als het gaat over de samenwerking tussen het jongerenwerk en andere afdelingen van de gemeente Rotterdam, zoals de wijkteams, de expertiseteams Financiën en het Jongerenloket.
Te vaak leidt het tot knelpunten, waardoor jongeren na bijvoorbeeld een verwijzing naar het Jongerenloket geconfronteerd worden met een ambtelijke wereld die niet goed aansluit bij hun belevingswereld. Dat kun je je ook voorstellen, het werk van een jongerenwerker is door naar die vindplaatsen te gaan, vertrouwen te winnen, op de pleintjes, met de jongeren in gesprek te gaan en vervolgens denken: oké, ik heb het vertrouwen gewonnen, het contact opgebouwd, en nu verwijzen we iemand door naar een jongerenloket. Formulieren, misschien wat afstand en dat kan ertoe leiden dat de jongeren afhaken, onder andere door de wachtlijsten die daar ontstaan. Over deze samenwerking spreekt de Rekenkamer van een hardnekkig probleem, waarover ook eerder is gerapporteerd in onderzoeken over wijkteams en schuldenproblematiek, waar mevrouw Van de Peppel zonet aan heeft gerefereerd. Ons stelsel van sociale voorzieningen lijkt goed te functioneren binnen loketten en afdelingen. Daarbuiten wordt het al snel ingewikkeld. En het is problematisch voor veel bewoners, die geconfronteerd worden met meervoudige problematiek en zich ten opzichte van verschillende voorzieningen en professionals moeten verhouden. En dat geldt, zo blijkt ook, voor jongeren. Een andere kwetsbaarheid die in het rapport wordt benoemd betreft het monitoren van de effecten van het jongerenwerk.
Daar heeft de heer Verweij net ook al even aan gerefereerd. Zo weten we niet precies wat de impact is op de thema’s werk, zorg, vroegtijdig schoolverlaten en armoede. En dat is belangrijk, want het jongerenwerk wordt te weinig gemonitord en zelfs als
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1981
het wordt gedaan via een afgesproken klanttevredenheidsonderzoek, ik houd zelf niet van het woord in deze context, wordt dat dus te weinig gedaan en gebeurt dat te veel binnen kokers. Te veel binnen de verschillende afdelingen, bijvoorbeeld binnen het Jongerenloket en niet tussen verschillende afdelingen van de gemeente Rotterdam in. De fractie van Volt Rotterdam vindt het goed dat het college de aanbevelingen overneemt om in te zetten op het impact gedreven werken, en gaat kijken naar een herziening van de monitoring van het jongerenwerk. Dat vinden wij heel goed, maar we zouden ook graag zien dat we in deze doorontwikkeling meenemen dat het jongerenwerk niet alleen staat, niet op zichzelf staat, dat het pas functioneert en effectief is als die aansluiting op een vraagwijzer, op een ETF en op een jongerenloket, goed gaat. Daarom willen wij dat het jongerenwerk echt in die monitoring wordt meegenomen. We hopen echt dat de wethouder dat gaat meenemen in het vervolg van de aanbevelingen en ook de vervolgstappen die er worden gezet. Dus voorzitter, wij hopen dat het college deze inzet meeneemt in die doorontwikkeling van de monitoring. Tot slot wil ik nog een aantal zaken zeggen over bijvoorbeeld aanbeveling 4, waar het net ook even over ging. Er wordt gezegd: maak aanbeveling 4 nu inzichtelijk.
Wat zijn bijvoorbeeld de gevolgen voor het welzijnswerk onder ouderen? We weten dat daar ook veel problemen zijn. Er staat dan: er is vorig jaar een brief gestuurd. Daarin staat het allemaal duidelijk aangegeven. Dan zegt vervolgens de Rekenkamer: we hebben daarnaar gekeken, het komt daar niet heel duidelijk naar voren. Dan zeg ik wel via de voorzitter: kom op wethouder, maak dat gewoon inzichtelijk, want we weten dat er waterbedeffecten optreden. Zoals in de vorige welzijnsopdracht, daarin was jongerenwerk weer te weinig opgenomen, waardoor er weer een addendum moest komen om het jongerenwerk er later weer in te krijgen. Dus dat soort effecten krijg je. Nog eventjes dan, echt tot slot, over de jongerenhubs. We weten dat er in de vorige periode vijftien gerealiseerd zijn. Daarvan zijn er ook weer een aantal verdwenen of stopgezet. Dus je ziet ook dat het daar beweeglijk is. We weten dat er 22 jongerenhubs gewenst zijn. Nou, daar sluiten wij bij aan en daarom tekenen we ook mee met die motie. Maar we willen dus ook vragen, en dat is ook naar aanleiding van de eerdere motie die wij hebben ingediend: kijk ook naar innovatie. Kijk naar nieuwe manieren om dat mogelijk te maken in al die 22 wijken. Dank u wel voorzitter. De VOORZITTER (de heer Van Schaik). Dank u wel. Dan kijk ik in de raad rond of er nog andere partijen het woord willen op dit onderwerp. DENK.
Mevrouw REHIM ZADEH (denk). Voorzitter, we hebben het in de commissie al uitgebreid met elkaar gehad over het belang van het beschermen van het welzijn van onze jongeren, dat nu zo erg kwetsbaar is. Het Rekenkamerrapport onderschrijft dat ook en ook het belang van het jongerenwerk. Het doet ook aanbevelingen die daarop aansluiten. Dus voorzitter, ik zal het kort houden. Mijn collega’s hebben al heel goede dingen meegegeven aan de wethouder. Ik wil twee dingen meegeven die voor onze fractie belangrijk zijn. Te beginnen met de Huizen in de wijk. Tijdens de commissievergadering hoorden we onze inspreker erover. We vinden het belangrijk dat de Huizen toegankelijk en laagdrempelig blijven. Zou de wethouder de mogelijkheden rondom het uitbreiden van de openingstijden willen verkennen en de commissie of de raad daarover willen informeren? En voorzitter, mijn tweede punt gaat over de jongerenhubs. In ons prachtige coalitieakkoord hebben we vastgesteld dat er aan het einde van deze bestuursperiode twintig jongerenhubs, verspreid door Rotterdam zijn. Kan de wethouder een inventarisatie maken van de inmiddels gerealiseerde jongerenhubs en kan de wethouder een tijdspad koppelen aan de jongerenhubs die er nog aan zitten te komen? Dank u wel. De VOORZITTER (de heer Van Schaik). Dank u wel. De heer Coşkun.
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1982
De heer COŞKUN (sp). Dank u voorzitter. De SP is zoals altijd blij met een Rekenkamerrapport en zeker ook met dit Rekenkamerrapport. Een belangrijk onderwerp. In mijn commissie, ZWCS, was ook een inspreker, Adam uit IJsselmonde die de wereld, de werkelijke wereld zoals dat dan onder jongeren bijvoorbeeld in IJsselmonde ervaren wordt, dat die nog weleens kan verschillen met de wereld zoals die geschetst wordt door de welzijnsorganisaties op papier. Er is veel behoefte aan jongerenhubs. Maar er is vooral ook veel behoefte aan: voor jongeren door jongeren. Natuurlijk wel onder professionele begeleiding, maar meer begeleiding zoals een coach, zoals TOS daarmee omgaat bij jongeren in de buitenruimte. Veel welzijnsorganisaties lijken nog niet echt ertoe in staat. Dus er is ook coaching en begeleiding en toezicht op die welzijnsorganisaties nodig. Geopende jongerenhubs, zoals in mijn Agniesebuurt, ogen nogal als een bruisend stiltecentrum. Maar misschien heb ik dat mis. Er gebeurt daar rondom heen weinig, tenminste als bewoner die daar langs loopt denk ik: nou, ik ben geen jongere, maar ja, in mijn tijd bruisten jongerencentra toch op een andere manier dan wat ik daar zo zie. Kortom voorzitter, de SP is kritisch, maar we zijn niet cynisch. Nog niet. Het Rekenkamerrapport geeft ons hoop. Kortom, maar dan moeten wel alle aanbevelingen onverkort worden overgenomen.
En vanuit die hoop moet dan stevig het gesprek aangegaan worden met de welzijnsorganisaties hoe dat kan verbeteren, zodat de jongeren ook echt tevreden zijn. Dat moet je doen als gemeente, als regisseur van dat welzijnsnetwerk. De hamvraag is dan ook, door sommigen is het hier al gesuggereerd, gaat B&W nu dan ook alle aanbevelingen onverkort uitvoeren nu de raad daartoe vandaag gaat oproepen? De VOORZITTER (de heer Van Schaik). Dank u wel. Ik kijk verder in de raad of er nog partijen zijn. De heer Elbay. De heer ELBAY (d66). Dank u wel voorzitter. Bijna een derde van de Rotterdammers is tussen 0 en 26 jaar oud in onze stad. Een derde van onze inwoners bestaat uit mensen die de wereld aan hun voeten hebben liggen. En op het moment dat die wereld misschien wat te veel is door wat voor reden dan ook, dan staan onze jongerenwerkers altijd klaar om deze groep Rotterdammers op te vangen. Het stelt mij tevreden dat het jongerenwerk in onze gemeente een aanzienlijk deel van de Rotterdamse jongeren bereikt. Anderzijds is het een gemis dat jongerenwerkers samenwerking met de gemeentelijke instanties moeizaam vinden. Om die toegankelijkheid te optimaliseren, dien ik vandaag ook de motie in ꞌPraktijkervaring in de praktijkꞌ.
Het dictum luidt: een verzoek aan het college om in gesprek te treden met Rotterdamse huisartsenpraktijken om te achterhalen in hoeverre de behoefte bestaat aan de aanstelling van, dan wel een vaste samenwerking met de jongerenwerker in de praktijk. En indien deze behoefte er is, bespreken op welke wijze hier invulling aan gegeven kan worden. En voorzitter, opleidingsmogelijkheden te onderzoeken voor informele actoren zoals buurtmoeders, buurtvaders en instellingen in het kader van basale vroegsignalering van een hulpbehoefte bij jongeren alsmede het ondersteunen van het wegwijs maken van jongeren bij het bereiken van de gemeentelijke dienstverlening zoals het Jongerenloket. Formele en informele betrokkenheid bij jongeren zoals huisartsen, buurtmoeders en buurtvaders kunnen in de ogen van mijn fractie bijdragen aan vroegsignalering en het verwijzen naar de gemeentelijke dienstverlening. Zo hopen wij dat elke jongere die ondersteuning nodig heeft die tijdig en op soepele wijze kan ontvangen. De VOORZITTER (de heer Van Schaik). Dank u wel. De heer Elbay heeft de volgende motie ingediend. Motie 2. Praktijkervaring in de praktijk
raadsvergadering van 15 december 2022
Notulen pagina
1983
ʺDe gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 15 december 2022 ter bespreking van agendapunt 8.2 Het rapport van de Rekenkamer Rotterdam 'Meerwaarde voor jongeren: onderzoek naar effecten van jongerenwerk', alsmede het voorstel van het presidium met betrekking tot de conclusies en aanbevelingen uit dit rapport; constaterende dat: - het college voornemens is om een aantal hoofdconclusies van het rapport van de Rekenkamer Rotterdam getiteld 'Meer waarde voor jongeren' te onderschrijven en aanbevelingen over te nemen; - in het coalitieakkoord 'Eén Stad' te lezen is dat het aantal jongerenwerkers uitgebreid zal worden; - medio juni 2021 Rotterdamse huisartsen een brandbrief hebben verstuurd naar koningin Máxima, onder andere over de toenemende wachtlijsten voor wijkteams en jeugd-GGZ in de regio Rotterdam; overwegende dat: - jongerenwerkers momenteel onder meer samenwerken met hulpverlenende organisaties, waar ook huisartsenpraktijken onder vallen, en dat de moeilijkheden waar jongeren tegenaan lopen ook psychische en/of fysieke oorzaken kunnen hebben, wat de signalering voor hulp bij medische professionals des te duidelijker maakt; - informele actoren zoals buurtmoeders- en vaders en (religieuze) instellingen mogelijkerwijs ook kunnen bijdragen aan het signaleren van een hulpbehoefte dan wel het wijzen op de gemeentelijke dienstverlening voor deze doelgroep; - de