CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20210218- Notulen van de raadsvergadering van 18 februari 2021

Gemeenteraad 18 maart 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 3.2 18 februari 2021.58.532 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

En ik ben ook benieuwd naar de reactie van de wethouder op die brief, want het is natuurlijk wel buitengewoon wrang dat als je als bewoners en gemeente al participerend een mooi stukje groen invult, je een paar maanden later moet vaststellen dat met de grootse plannen daar rücksichtslos een streep doorheen gaat. Graag een reactie van de wethouder. De bewoners zijn ook kritisch, plaatsen kritische kanttekeningen bij het omgaan met de monumenten. En dat doet ook een artikel dat deze week op Vers Beton verscheen. In dit artikel van Vers Beton wordt afgevraagd of het niet te vroeg is voor deze ontwikkelingen. Wordt het gebied niet te zeer opgezadeld met

raadsvergadering van 18 februari 2021

Notulen pagina

324

verplaatsingskosten en zouden we niet beter kunnen wachten met de ontwikkelingen? We zijn benieuwd naar de visie van de wethouder op deze kritische geluiden van zowel de bewoners als van Vers Beton en de suggestie van Vers Beton om voorlopig maar niet te gaan ontwikkelen. En ten slotte steunen we van harte de moties die zijn ingediend door mijnheer Van Putten en ook zo uitgebreid zijn toegelicht door hem. Dank u wel. De VOORZITTER. Ik dank u zeer. Mijnheer Jonker. De heer JONKER (sp). Ja dank u wel, voorzitter. De herontwikkeling van de voormalige Meelfabriek Latenstein, zoals ik hem altijd goed heb gekend op Katendrecht, is een prima initiatief. De SP had dolgraag ingestemd met dit plan, maar doet dat niet. Dat komt omdat van de 1500 woningen die er zullen worden gebouwd slechts 10% in de sociale sector komen. De SP vindt dat minimaal 10% te weinig, met 20% sociaal hadden we graag ingestemd. Helaas is dat niet iets waar u zich voor heeft ingezet. Over die 10% sociaal heb ik dan nog een volgende vraag: klopt het dat Woonstad Rotterdam als kandidaat-corporatie om deze woningen te bouwen enige terughoudendheid heeft om als opdrachtgeefster te gaan fungeren? En zo ja, wie zal zich anders ontfermen over de bouw van deze 150 woningen als Woonstad afhaakt? Tot zover voorzitter. Dank u wel.

De woningnood is groot en dat belang weegt zeer zwaar. DENK is uiterst teleurgesteld dat in de verdeling van woningcategorieën de sociale woningbouw er op dit moment zo bekaaid van afkomt. Dat is wat DENK betreft te weinig in tijden van enorme wachtlijsten en een groot tekort aan sociale huurwoningen. Maar in de algehele belangenafweging voor de stad met het woningtekort laten wij de ontwikkeling op dat gebied op dit moment prevaleren over die kritiek, dus wij zullen er wel mee instemmen, maar wij zijn over het gebrek aan sociale huurwoningen op die locatie, uiterst teleurgesteld. En wij hopen dat in de verdere uitwerking van de plannen hier toch meer aandacht voor kan komen. Ten tweede is er veel kritiek geuit door mensen in de omgeving, ik rond even af, nog twee seconden. Er is veel kritiek geuit van bewoners in de omgeving als het gaat om participatie. En namens DENK een oproep in de richting van de wethouder om hier meer werk van te gaan maken. Dank u. De VOORZITTER. U krijgt een vraag van mijnheer Jonker. De heer JONKER (sp). Ja dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan mijnheer Van Baarle. Hij moppert enigszins over het feit dat 10% te weinig is, maar hij gaat toch instemmen met dit plan. Stel dat dit percentage die 5% was geweest, 3% of 0, had u dan het plan afgewezen? De heer VAN BAARLE (denk). Aan ‘alsdan’-verhalen doen we niet mee, voorzitter.

De VOORZITTER. Dank u zeer. Mijnheer Van Baarle. De heer VAN BAARLE (denk). Ja voorzitter, dank u wel. Het plan, de Nota van uitgangspunten dat voorligt bij het zogenoemde Codrico-terrein is een ontwikkeling die goed kan zijn voor de stad met een toevoeging van flink wat woningen en die ook aansluit bij de ontwikkeling die we met elkaar gepland hebben aan de Rijnhaven. Dus in dat kader is DENK er een voorstander van dat we in dat gebied ervoor zorgen dat die ontwikkeling er komt.

De heer JONKER (sp). Ja, nou, we zitten aan de vooravond van de verkiezingen en dan gaat het alleen maar over ‘als-dan’ verhalen. Maar goed, ik zal genoegen moeten nemen met het antwoord van mijnheer Van Baarle. Dank u wel voorzitter. De VOORZITTER. De nationale verkiezingen, mijnheer Jonker, mag ik u eraan herinneren. We besturen hier nog altijd een stad.

raadsvergadering van 18 februari 2021

Notulen pagina

325

De heer JONKER (sp). Gelukkig maar.

alstublieft reageren op de gestelde vragen en de moties van advies dienen?

De VOORZITTER. Zo is het. Mijnheer Van Baarle was uitgesproken. Mevrouw Eskes. Mevrouw ESKES (cda). Ja dank u wel voorzitter. Ja, een prachtige ontwikkeling bij de Codrico-locatie. In de commissie hebben we daar uitgebreid bij stilgestaan en wat ons betreft alle steun voor dit plan. Ik zou nog kort een verzoek willen doen aan de wethouder. Er is een motie ingediend door Leefbaar Rotterdam, die heet ‘Doorbouwen voor starters en doorstromers’ en de achtergrond is dat mijnheer Van Putten vaak oproept tot het toevoegen van meer koopwoningen aan ontwikkelingen. En ik snap zijn verzoek wel, want ik gun ook iedereen een eigen woning, die je in volledig eigendom kunt hebben en waar je op termijn ook wat winst op kunt maken. Tegelijkertijd zit onze zorg in de beschikbaarheid in het middensegment en ook in het feit dat je voor middenkoop ook de grondprijzen omlaag moet bijstellen om die tot ontwikkeling te brengen. En het risico is dat je vervolgens als particulier die woning na een jaar of vier, vijf met forse winsten kunt verkopen. En dat gun je natuurlijk iedereen, maar gemeenschapsgeld is niet bedoeld om enorme spaarpotten voor particulieren aan te leggen.

Mijn vraag aan de wethouder is dus of hij bij de motie ‘Doorbouwen voor starters en doorstromers’ wil betrekken het onderzoeken van instrumenten waarbij je voor koopwoningen deze langer kunt houden in het middensegment, dan wel tot een afrekenmoment kunt komen op het moment dat er woningen eerder verkocht worden, zodat we niet gemeenschapsgeld in zo’n ruime mate laten weglekken naar particulieren. Tot zover, voorzitter. De VOORZITTER. Dank u zeer, mevrouw Eskes. Ik check nog of er iemand nog een bijdrage wil leveren aan dit debat. Volgens mij heb ik alle mensen die op de lijst stonden inmiddels aan het woord gehad. Dat is het geval. Wethouder Kurvers, wilt u

De heer KURVERS (vvd) (wethouder). Dank u wel voorzitter en ook dank aan alle insprekers voor de bijdragen die geleverd zijn, waarin ook wel woorden van steun doorklinken. Uw raad herkent een stevige ambitie die er ligt, de potentie die het Codrico-terrein heeft. En dan niet alleen qua woningbouw natuurlijk, maar vooral ook het wegnemen van de fabriek haalt ook een deel van de belasting op Katendrecht weg. Die vaargeul komt vrij, er komt minder vrachtwagenverkeer. En we kunnen dat felbegeerde rondje Rijnhaven ook echt rond gaan maken. En dat 30 jaar eerder dan de erfpachtcontracten aflopen. We willen daar zo maken, natuurlijk ook gewerkt kan worden, waar horeca is en wat te beleven valt, kortom: echt een stad maken. Er is een aantal vragen gesteld door de raad. Die zal ik eerst beantwoorden en tot slot zal ik toekomen aan de moties, waarbij ik ook de vraag van mevrouw Eskes meeneem, die als laatste gesteld is. Laat ik beginnen met de vraag naar de woningbouwimpulsen, want zowel mevrouw Kockelkoren als mijnheer De Roon en mijnheer Vonk en anderen stelden daar vragen naar. En ik heb in de commissie reeds gezegd: wij reserveren elf miljoen aan cofinanciering om deze ontwikkeling mogelijk te maken en we hebben voor elf miljoen aangevraagd bij het Rijk. Helaas is het deze ronde niet gelukt.

Tegelijkertijd denk ik dat we niet bij de pakken neer moeten zitten, ik heb daarover persoonlijk contact gehad met het Rijk. Zij zijn voornemens om vrij snel hierna een derde ronde in gang te stellen. En we hebben op zich een degelijke en goede onderbouwing, alleen zij willen wel vervolgvragen stellen. En ze hebben ook vragen over de hardheid van het plan en de mogelijkheden tot realisatie. Wij krijgen nog een inhoudelijke toelichting ambtelijk, we zullen daar onze voordelen mee doen, we zullen daarmee de aanvraag gaan verscherpen en verbeteren. Ik zie dat dan

raadsvergadering van 18 februari 2021

Notulen pagina

326

ook wel positief tegemoet, om die volgende kans en die volgende ronde te pakken. En ik denk ook dat het vaststellen en bespreken vandaag van de Nota van uitgangspunten daar ook weer een bijdrage aan gaat leveren, omdat we daarmee laten zien als gemeente Rotterdam dat we de haalbaarheid dan ook weer een stapje dichterbij hebben gebracht. Ook de ontwikkelaars en initiatiefnemers willen gewoon vol door met dit plan, zij zullen de komende tijd ook niet bij de pakken neerzitten. Die weten ook dat er een relatie is met het verplaatsen van de fabriek in de Spaanse Polder, daar wordt ook aan doorgewerkt in de tussentijd. En dit voorjaar, is mijn inschatting, zal de nieuwe tranche open zijn, zullen wij er weer aan mee gaan doen. Dat is dus ook hoe het proces eruit gaat zien. Mocht dan onverhoopt blijken dat het toch niet doorgaat, ja dan moeten we onszelf herbezinnen. Dan zal ik ook in overleg treden met uw raad over de mogelijkheden en de onmogelijkheden die er dan voor ons liggen. Maar voor nu gaan we gewoon door, zoals dat ook past bij Rotterdam. Als het gaat over de participatie, want daar is ook een aantal vragen over gesteld, er zijn natuurlijk verschillende vormen van participatie geweest. We hebben het Masterplan Rijnhaven zelf gehad, dat heeft een veel langere aanlooptijd gehad. Daar is nog veel meer werk bij geweest.

En bij dit project op het niveau van participeren, informeren en consulteren zijn er twee bijeenkomsten geweest: één fysiek en eentje helaas digitaal. Alhoewel het voordeel daarvan wel weer is dat dat soms wat laagdrempeliger is voor mensen. Al met al toch een flink bereik, het heeft ook geleid tot een aantal aanpassingen. Dus ook al was het informeren en consulteren, desalniettemin is er ook een aantal aanpassingen gedaan. De afstand van de woningen tot de moet minimaal 35 meter zijn. De bouwlogistiek over het water om Katendrecht te ontlasten, en ook nadrukkelijker in het plan zit nu mobility service om ook in de fase daarna, als het is opgeleverd om ook inderdaad de

parkeerdruk, de mobiliteitsdruk omlaag te brengen. Dus die participatieronde heeft wel degelijk wat opgeleverd en is hiermee ook nog niet klaar. Ik denk dat dat ook wel belangrijk is om te zeggen. Er zullen hierna werkgroepen gevormd gaan worden en hier kunnen omwonenden zich ook voor aanmelden om dan ook weer bij de uitwerking van het plan input te blijven leveren. Mijnheer Vonk, toch nog een kleine reactie wat betreft het groen. Ik denk dat het ook goed is, in de commissievergadering hebben we het er ook over gehad, het is ook belangrijk als we kijken naar dat groen, die fabriekshekken die er nu staan, die gaan straks weg. Je kunt daar dan omheen lopen. Ik zie toch ook wel de relatie met de Rijnhavenontwikkeling in totaal. Er is echt flink substantieel groen toegevoegd. En nou, inmiddels is er dus ook die toezegging gedaan dat die minimale afstand 35 meter moet zijn. Ja, je zou dus ook, zoals in het artikel stond, je zou kunnen wachten. Dat betekent dus ook dertig jaar wachten, dertig jaar langer fabriek in Katendrecht, dertig jaar lang vrachtverkeerbewegingen en dertig jaar lang vaargeul en dertig jaar lang geen mogelijkheid om het rondje Rijnhaven af te maken. Ook juist dat maakt de koppeling naar de monumentale waarde, dat het soms ook in het belang is van onze monumenten om naar elkaar toe te bewegen.

We hebben in Rotterdam ook voorbeelden gezien, waarbij de ontwikkeling en het vertrek bijvoorbeeld van ons postkantoor niet hand in hand gaan. En dat postkantoor staat nu al tien jaar leeg. Ik denk dat dat ook iets is wat wij willen, dat het juist mooi is beweegt. Mijnheer De Roon, wat betreft de cultuurhistorische waarde. Juist in die Nota van uitgangspunten hebben we dat eigenlijk per blok in dit plan beschreven. Ik denk dat het dus ook goed is om die NvU vast te stellen nu, want dat is dan ook vanaf dat moment het toetsingskader waarlangs gewerkt kan gaan worden om te kijken of het plan ook echt voldoet aan de criteria van uw raad. Welstand en

raadsvergadering van 18 februari 2021

Notulen pagina

327

Monument zal bij dat vervolgproces ook aangesloten worden. Die hebben al aangegeven hier ook gewoon goed vanuit hun rol en kritisch in mee te kijken en de RCE zal ook betrokken gaan worden. Dat zal dus allemaal via de reguliere werkwijze verder voortgaan. Mijnheer Jonker, wij zijn in gesprek met Woonstad, dat klopt. Ik ga ervan uit dat we daar ook gewoon goed uitkomen. Het heeft mijn absolute voorkeur om gewoon een woningcorporatie die woningen te laten afnemen. Is dat niet bij Woonstad, dan wat mij betreft een andere corporatie. En lukt dat echt niet, dan hebben we in de commissie ook gezegd, dan gaan we die huurprijzen in ieder geval voor vijftien jaar vastzetten, zoals we ook bij het middensegment doen. Maar laten we daar niet van uitgaan, want laten we ervan uitgaan dat we daaruit gaan komen met elkaar. Richting mijnheer Van Baarle: u gaf aan de algemene belangenafweging te zien, ook al had u liever meer sociaal gezien. U weet dat wij werken volgens de Gebiedsatlas, zo komen wij op deze verdeling. Maar misschien toch ook richting uw kant, juist toch ook substantieel woningen in dat middensegment toe te voegen, daartoe bieden we mensen toch ook een kans om door te stromen en doen we dus ook wat aan de algehele druk op de algehele woningmarkt, maar dus ook meer aan het sociale segment, zodat mensen dan een kans krijgen om door te groeien en wat achterlaten.

Over participatie heb ik net al een opmerking gezegd en er komen ook werkgroepen voor het vervolg. Dan kom ik uit bij de twee moties die er liggen, de motie: ‘Codrikoop’, die oproept om in gesprek te gaan om te kijken of dat middensegment voor koop vergroot kan worden van 10% naar 15%. En er dan ook naar te streven die zelfbewoningsplicht en die antispeculatie daarop te zetten. Nou, die inspanning neem ik heel graag op mij. Ik weet dat er heel veel behoefte is aan

koop. Ik heb uw raad ook net gehoord. De discussie komt ook steeds terug en steeds manifester terug. Dus de urgentie is heel duidelijk. Ik denk dat koop ook bijdraagt aan eigenaarschap, ook in een wijk, en het dat dan weer bijdraagt aan sociale cohesie. Ik denk dat dat ontzettend goed is. Tegelijkertijd zit er inderdaad dat spanningsveld, zeker bij dit soort grote ontwikkelingen. Er moet 70 procent afgenomen zijn voor de start bouw. Maar deze inspanning neem ik graag op me, alhoewel ik er geen garanties op kan leveren. Deze motie zou ik dan ook willen omarmen. En dan hebben we de tweede motie: ‘Doorbouwen voor starters en doorstromers’. En die verzoekt eigenlijk om instrumenten om hier structureel wat aan te gaan doen en komt met twee concrete suggesties: een doorbouwfonds waar de rijksoverheid ook een rol kan vervullen en het afrekenmoment van de grondprijzen verschuiven. Mevrouw Eskes voegt daar terecht aan toe: ja, het kan niet zo zijn dat wij de spaarpot van particulieren gaan spekken via een verborgen subsidie van onze grexen, want zo interpreteer ik het dan maar in mijn woorden, en vraagt om onderzoek te doen om het weglekeffect te voorkomen in grexen. Die kan ik hier ook in meenemen.

Ik zou hier ook kortheidshalve willen verwijzen naar het Actieplan Middenkoop dat we aan het uitwerken zijn, waarin uw raad ook heeft gevraagd om meer aandacht voor middenkoop te hebben en instrumenten daartoe uit te werken. Ja, en met deze toelichting kan ik deze motie ook van harte omarmen. Dank u wel voorzitter. De VOORZITTER. Dank u zeer. Ik check nog even of alle vragen zijn beantwoord, of er nog iets is blijven liggen. Eenmaal, andermaal, niet. Dan gaan we naar het volgende agendapunt. Niet nadat ik verteld heb dat het rapport over Blijdorp nu bij de stukken is toegevoegd voor agendapunt 24, dus als u dat in het digitale systeem opzoekt, dan kunt u dat rapport daar ook aantreffen. Dit omdat we dit vanochtend zo

raadsvergadering van 18 februari 2021

Notulen pagina

328

besproken hebben na de interventie van mijnheer Simons. 17. Het voorstel tot verlenging van het onderhandelingsmandaat Warmtebedrijf Rotterdam in het kader van WLQ+ De VOORZITTER. Dan gaan we naar agendapunt 17: Het voorstel tot verlenging van het onderhandelingsmandaat Warmtebedrijf Rotterdam in het kader van WLQ+. Mijnheer Achbar als eerste. De heer ACHBAR (denk). Ja voorzitter, dank u wel. Het verzoek dat vandaag voor ons ligt gaat gepaard met enorm veel risico’s. Ben ik trouwens goed te verstaan, voorzitter? Want ik kreeg net een melding dat ik niet zo luid te verstaan was. Ja oké, top. En naar onze mening zijn de onzekerheden als mederisico’s alleen maar toegenomen sinds het afgelopen raadsbesluit in november. Nou, door middel van het verlengen van de onderhandelingen zal er verdere liquiditeitssteun nodig zijn. Maar de onderhandelingen horen dan ook naar onze mening volledig in het teken te staan van het belang van Rotterdam. Het geld van de Rotterdammers staat namelijk niet ter beschikking voor onnodige financiële risico’s. Wij achten het dan ook uiterst belangrijk dat er gedurende het onderhandelingsproces aanbevelingen worden overgenomen uit de Raadsenquête, alsmede het feit dat eindresultaten voor worden gelegd aan de raad voordat er een besluit gemaakt wordt. En op deze wijze kunnen wij als raad ook onze input geven waar nodig.

Er ligt op dit moment een motie van collega Simons en voor deze stap lijkt het ons goed dat we die gaan ondersteunen, maar diep in mijn hart ben ik eigenlijk voorstander om de stekker eruit te trekken. Wij gaan nu dus mee als DENK met de motie van onze collega Simons. Tot zover mijn bijdrage, voorzitter. De VOORZITTER. Dank u zeer. Mevrouw Roest. Mijnheer Simons.

De heer SIMONS (lr). Dank u voorzitter. Het dossier Warmtebedrijf Rotterdam is geen hoofdpijndossier. Het is ook geen migrainedossier. Het is een clusterhoofdpijndossier. Ik heb me laten vertellen dat clusterhoofdpijn de ergste hoofdpijn is die een mens kan treffen. In november hebben wij een debat gehad in de raad met de verantwoordelijk wethouder Van Gils, over de onderhandelingen, waarin wij een richting moesten aangeven. We hebben als Leefbaar Rotterdam daar onze bedenkingen en zorgen geuit. Maar de wethouder zei: geef me tot 31 december de tijd, dan kom ik bij u terug. Helaas is dat niet gehaald. Nu legt de wethouder een voorstel voor om tot 1 mei door te mogen onderhandelen. Wij zullen hem daarin steunen, mits, nou ja, aan de voorwaarden, die in de motie staan, die ik samen indien met de Partij van de Arbeid en D66 en de steun ook heeft van DENK, en zo de meerderheid heeft, dat de wethouder vanuit het belang van Rotterdam handelt, dat hij de lessen van de Raadsenquête van het Warmtebedrijf, waar vele collega’s hard aan hebben gewerkt zich ter harte neemt en geen onomkeerbare besluiten neemt en het eindresultaat voorlegt aan de raad. Als de wethouder daarmee kan instemmen, dan zullen wij hem mandaat geven dat hij van ons vraagt. Dat was het voorzitter. De VOORZITTER. Mijnheer Simons heeft de volgende motie ingediend. Motie 1.

Wel de lusten, niet de lasten ‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 18 februari 2021 ter bespreking van het Warmtebedrijf; Constaterende dat: - het college tot 1 mei 2021 het mandaat vraagt om te onderhandelen over de uitwerking van WLQ+; - op 17 september 2020 het eindrapport Raadsenquête Warmtebedrijf is overhandigd aan de voorzitter van de gemeenteraad; Overwegende dat: - dit eindrapport 21 conclusies en aanbevelingen bevat van de

raadsvergadering van 18 februari 2021

Notulen pagina

329

Raadsenquête, waaronder: ‘Bezint eer ge begint’, ‘Niet starten zonder een voldragen businesscase’ en ‘Stoppen is geen falen’, waar de gemeente van kan leren; Verzoekt het college: - tijdens het onderhandelingsproces de relevante aanbevelingen uit de Raadsenquête mee te nemen; - tijdens deze gesprekken te handelen uit belang van Rotterdam en niet opnieuw grote financiële risico’s op te nemen die kleven aan een nieuwe pijpleiding, de WLQ+; - in de onderhandelingen geen onomkeerbare besluiten te nemen en het eindresultaat van de onderhandelingen voor te leggen aan de raad; En gaat over tot de orde van de dag.’

instemmen, maar het is opnieuw niet van harte. De VOORZITTER. Dank u zeer. Mevrouw Zeegers.

w.g. R.A.C.J. Simons, D.P.A. Tak en C.M. Zeegers De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. Ik dank u zeer. Mevrouw Roest. Mijnheer Leewis? Mijnheer Leewis, mijnheer Verheij eerst. De heer VERHEIJ (vvd). Ja voorzitter, dank u wel. Ja opnieuw ligt een besluit over het Warmtebedrijf voor en opnieuw is het een besluit dat in eerdere instantie niet als zodanig de bedoeling was, niet was voorgenomen. En opnieuw uitstel, opnieuw een langere periode van onzekerheid, opnieuw een langere periode van onduidelijkheid. Mijnheer Simons noemt het clusterhoofdpijn. Of het dat is, weet ik niet. Het is in ieder geval niet goed. Tegelijkertijd, in het zicht van de finish, ga je niet nu de stekker eruit trekken, terwijl na de finish wellicht een betere wereld voor het Warmtebedrijf wacht. Mijnheer Simons dient een motie in, of heeft een motie ingediend, die eigenlijk als je hem goed leest volstrekt overbodig zou moeten zijn, maar het signaal is in dit dossier dusdanig belangrijk, dat ook de VVD deze motie zal steunen om te zorgen dat daar de goede dingen gebeuren. Wij zullen voor nu

Mevrouw ZEEGERS (d66). Ja dank u wel, voorzitter. D66 kan kort zijn hierover, het is inderdaad wat mijnheer Verheij zei: in het licht van de finish hopen we natuurlijk ook dat het echt dan ook de finish is en dat we tot een resultaat gaan komen waarmee we perspectief hebben voor dit toch ongelooflijk complexe en lastige dossier. Dus we steunen de wethouder daarin, ook in de aanpak hoe hij dit aan heeft gevlogen de afgelopen periode, met zorgvuldigheid, met het meenemen van de raad, alles goed in kaart brengend, de verschillende scenario’s. Tegelijkertijd zien we dan toch dat het elke keer weer wat langer duurt. Ja, het is zo en het is zeer te betreuren, maar we merken ook wel dat het college gewoon echt er stevig bovenop zit. Dus wat dat betreft ook steun voor de verlenging van dit mandaat. We zullen dus ook de motie van Leefbaar Rotterdam steunen hierin. De VOORZITTER. Dank u zeer. Mijnheer Leewis, volgens mij. Mijnheer SegersHoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja dank, voorzitter. Ja, u hoort mij wel? Oké. Anders dan mijnheer Verheij zou ik willen zeggen: juist wel van harte ondersteuning bij deze motie. Het zou eigenlijk ook bij dit hoofdpijndossier heel gek zijn geweest als de onderhandelingen extreem soepel zouden verlopen.

En wat wij met deze motie doen, en daarvoor heel veel dank aan Leefbaar Rotterdam en mijnheer Simons, is dat we als raad wel even heel expliciet gewoon wat regie terughalen uiteindelijk als het gaat over de besluiten. Want één ding is zeker, wat het CDA Rotterdam betreft, de ontwikkeling van het Warmtebedrijf zou er dan eentje moeten zijn die exploitabel is, maar vooral eentje die de richting opgaat van minder verantwoordelijkheid en dus ook minder risico bij de gemeente. En alles wat dat

raadsvergadering van 18 februari 2021

Notulen pagina

330

proces ten goede komt is van harte welkom wat ons betreft. De VOORZITTER. Mijnheer Verheij heeft een vraag aan u.

houden, dat we hier straks niet ongehoorde financiële risico’s gaan lopen in de toekomst. Dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER. Oké. Mijnheer Leewis.

De heer VERHEIJ (vvd). Nou meer een reactie, voorzitter. De VVD steunt van harte de motie die ingediend wordt. Wat de VVD niet van harte ondersteunt, maar er wel mee akkoord gaat, is het raadsbesluit dat voorligt. En dat onderscheid moet wel gemaakt worden. Want natuurlijk vinden wij dat dat goed moet gebeuren, vandaar die steun voor die motie. De VOORZITTER. Helder. Mijnheer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja heel fijn dat mijn opmerking die reactie heeft uitgelokt bij mijnheer Verheij, want dan is het inderdaad voor mij ook heel duidelijk. Ik had hem inderdaad begrepen als niet echt con amore meegaan met de motie, maar oké, vooruit dan. Maar gelukkig dus wel. En nou heb ik daarmee ook genoeg gezegd wat dat betreft en wij steunen de motie dus van harte. Dank. De VOORZITTER. Dank u zeer. Dan gaan we naar mijnheer Tak. De heer TAK (pvda). Ja dank u wel, voorzitter. Ja ook mijn partij steunt overigens de motie van Leefbaar Rotterdam van harte. Wij vinden het heel belangrijk dat we inderdaad onze lessen leren van het Rekenkamerrapport en die ook goed op de juiste manier gebruiken bij dit besluitvormingsproces rondom het Warmtebedrijf. Ik moet zeggen: kijk, dit proces is denk ik toch voor geen van ons een fijn proces. Hoe het tot nu toe loopt en hoe het ook in de toekomst zal lopen. Het is buitengewoon ongewis wat de toekomst ons gaat brengen.

Ik moet persoonlijk zeggen, dat ik het heel spannend vind dat we hier op een goede manier uit gaan komen. Uiteraard geven we onze zegening aan het raadsbesluit, maar wij zullen wel heel goed de vinger aan de pols blijven

De heer LEEWIS (gl). Ja voorzitter, ik wilde graag nog wel enige nuance in dit debat aanbrengen. Ja, GroenLinks zal zeker instemmen met de motie en ook instemmen met het raadsbesluit. Ik ben niet van mening dat het nu zo grimmig is als een aantal fracties doet voorkomen. In mijn beleving is er sinds lange tijd eindelijk wat licht aan de horizon. Ja, het duurt wat langer met onderhandelen, maar we hebben nu eindelijk serieuze partijen om tafel met het Rijk, de Gasunie en de Provincie, die bereid zijn om écht in te stappen. Die ook bereid zijn om risico’s over te nemen en die bereid zijn om een heel ingewikkeld infrastructuurproject aan te leggen en dat niet bij het Warmtebedrijf te leggen. Dat vind ik hele grote winst. Ja, het is niet zeker dat dat helemaal rond komt, maar ik zou zeker het college alle ruimte willen geven om tot zo’n deal te komen. Want als dat lukt, dan slaan we én een grote slag in de energietransitie van ons land, én we dragen bij aan het financiële gat dat het Warmtebedrijf heeft doen ontstaan dus. Daarin zie ik eigenlijk veel positieve ontwikkelingen, maar het is inderdaad nog lang niet zeker en het is nog lang geen einde van het dossier Warmtebedrijf, maar wel een goede ontwikkeling. De VOORZITTER. Dank u zeer. Mijnheer Van Zevenbergen. De heer VAN ZEVENBERGEN (sp). Dank u, voorzitter.

Ja voorzitter, de SP is een verantwoordelijke partij en wil ook een verstandige partij zijn en dat probeer ik ook te zijn in dit dossier. Ik weet dan soms niet hoe ik hiermee om moet gaan. Vorige keer heb ik vertrouwen gegeven aan de wethouder, achteraf heb ik daar gewoon spijt van gekregen. Soms heb ik ook het gevoel dat we meer met believers te maken hebben dan met verstandige

raadsvergadering van 18 februari 2021

Notulen pagina

331

mensen. En als ik mijnheer Leewis zo hoor, is er nu echt licht, is er nu echt licht aan het einde? En dat wil ik ook graag geloven en ik hoop het ook oprecht, maar, sorry, wij gaan niet meer mee. Wij zijn er klaar mee. Hoe hard het ook klinkt, wij zijn er klaar mee. En zowel de motie als het voorstel heb ik dus geen behoefte om te steunen.

energiestrategie, waar ook de voorzitter, de burgemeester van Alphen aan den Rijn aan trekt, en zegt van: wij kunnen niet zonder die warmte. En de Gasunie heeft intussen pijpen besteld voor, of in ieder geval een besluit genomen om dat te gaan doen, voor die bredere pijp. Dus kortom, binnen het geheel gaat het goed.

De VOORZITTER. Dank u wel. Andere sprekers? Wethouder Van Gils.

De VOORZITTER. Mijnheer Van Zevenbergen wil u een vraag stellen.

De heer VAN GILS (d66) (wethouder). Ja dank u wel, voorzitter. Ik zou het geen clusterhoofdpijn willen noemen, maar ik heb veel marathons gelopen in mijn leven, dit is er ook wel eentje, een bestuurlijke marathon en een politieke marathon. In die zin zijn we ook nog niet aan de finish. Dus ik hoef het gelukkig niet alleen te doen, wethouder Kurvers en wethouder Bonte doen daar volop aan mee. Het was mooi geweest en we hebben er echt hard op geduwd om te zeggen, en we willen het, zowel de Provincie als wij ook, bij Economische Zaken, wij willen dat het voor de jaarwisseling rond is, want het duurt lang en we kunnen het niet voor ons uit blijven schuiven. Uiteindelijk bleek dat niet mogelijk, omdat daar toch nog een paar open eindes zaten met name aan de Leidse kant en hebben we gezegd: dan moeten we verder door en dus naar een verlenging van het mandaat. Er is in die zin niets nieuws onder de zon, we hebben er uitgebreid in de commissie over gesproken, in het openbare en geheime deel. Ook bij de eerste keer en nu ook bij de tweede keer, waarom dat nodig is en wat de ingrediënten zijn. Ik ben het in die zin wel eens, en dat herken ik wel van mijnheer Leewis, de verhoudingen zijn goed. Er staat intussen een veel robuuster WBR. De verhouding met de Provincie is, zeg maar, genormaliseerd en gestabiliseerd.

EZK doet constructief mee en heeft een hoeveelheid geld beschikbaar en heeft ook een belang vanuit de Warmtewet. En die Leidse regio is niet alleen de gemeente Leiden, maar een conglomeraat van een vijf en mogelijk straks zeven gemeenten en maakt deel uit van de regionale

De heer VAN ZEVENBERGEN (sp). Ja dank u wel, voorzitter. Ik vind het toch een misleidend voorbeeld, dat de wethouder geeft, een marathon. Nou, u hebt er een paar gelopen, dan weet u ook dat het bij een marathon heel erg belangrijk is om je energie te verdelen. Je weet het einde en je weet het begin en je weet in het begin soms al hoe je aan het eind ongeveer terechtkomt, omdat je je krachten kunt verdelen. Nou, dat is in dit geval absoluut niet mogelijk. Het is allemaal giswerk en het blijft giswerk, en zo is het als je de geschiedenis terugkijkt ook geweest. Het is een misleidend voorbeeld als u zegt dat het net een marathon is. Het blijft wat mij betreft ook een soort clusterhoofdpijn. U moet wel eerlijk zijn in dit debat. De heer VAN GILS (d66) (wethouder). Nou, een clusterhoofdpijn zou het zijn als je niet kan functioneren en dat het ondraaglijk is. En dat is gewoon niet waar. Er zitten professionele mensen die dat doen. Het is ingewikkeld, en dat heeft mijnheer Tak ook benadrukt. De wet- en regelgeving is nog in ontwikkeling met de Warmtewet. Er moet een regionale energiestrategie zijn, maar de tegemoetkomingen en de middelen en de bevoegdheden die de gemeenten hebben moeten nog geregeld worden in het Haagse en bij een nieuw kabinet kan dat toch net weer even anders zijn dan dat we nu denken. Dus er zit gewoon een aantal onzekerheden in.

En ik kan het niet mooier maken dan dat het is. We zitten niet in een situatie dat je zegt: zou je het nog een keer doen? Alleen, dat hoor ik bij velen van u, ik zit daar voor Rotterdam en om de belangen van Rotterdam en de

raadsvergadering van 18 februari 2021

Notulen pagina

332

Rotterdammers te behartigen om geen nieuwe risico’s en onnodige risico’s aan te gaan. Door na te denken, en die toezegging is er ook al, om ook te werken aan een publiek kader, dat ook als dit rond is, meteen kan bepalen hoe we ons daar verder in willen verhouden, daar hebben we ook al over gewisseld, beperk je tot waar het belang van de stad en Rotterdam echt in zit, neem geen risico’s verder en kijk naar een robuustere toekomst met minder risico’s. We gebruiken deze tijd om het open einde dat in de contractonderhandelingen nu een keer zit, om van die verplichtingen in die leiding over Oost om te zetten naar die nieuwe. Daar zijn in totaal dus een twaalftal spelers bij betrokken. Daar wordt hard aan gewerkt. Dat gaat so far so good, maar het moet allemaal op het goede moment allemaal passen en bij elkaar komen. Die balans maken we dan op. Die motie is, in die zin, zou je kunnen zeggen, overbodig, omdat die voor zichzelf voor zich spreekt, maar ik kan hem niet anders dan als van harte omarmen. Omdat dat nou net betekent: ja we houden het in de gaten, met al die lessen, omdat we wel eens eerder hebben gedacht we zijn dicht bij de eindstreep en dan bleek het toch geen eindstation maar een tussenstop te zijn. Ja, we zijn van mening dat we steeds vanuit Rotterdam onderhandelen en niet zeggen: om de lieve vrede of een groter geheel of laten wij maar elders een gat dicht lopen.

Ja, alles wat we doen is uiteindelijk, gelet op het budgetrecht van de raad, onder het voorbehoud van bestuurlijke goedkeuring van uw raad en dat komt bij u terug. Dus zowel de overwegingen als het dictum kan ik van harte ondersteunen. Dus ik beschouw dat maar als én een waarschuwing om daar alert op te zijn én een steun in de rug om voortvarend door te gaan met deze marathon met soms wat hoofdpijn. Dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER. Dank u zeer. Ik check nog even of alle vragen zo beantwoord zijn. De advisering over de motie. Dat is het geval.

18. De betaalbaarheid van huisartsenpraktijken en eerstelijnszorgruimtes De VOORZITTER. Dan gaan we door naar agendapunt 18: De betaalbaarheid van huisartsenpraktijken en eerstelijnszorgruimtes. Mijnheer Van Schaik als eerste spreker. Welkom mijnheer Van Schaik. De heer VAN SCHAIK (lr). Voorzitter, over welk onderwerp hebben we het nu, want mijnheer Van Schaik was even van zijn plek af. De VOORZITTER. We gaan naar punt 18: De betaalbaarheid van huisartsenpraktijken. De heer VAN SCHAIK (lr). Daar zou mijnheer Van Elck wat over zeggen. De VOORZITTER. Mijnheer Van Elck zegt: geen bijdrage. Dan gaan we verder met mevrouw Roest. Mevrouw ROEST (gl). Dank voorzitter. GroenLinks maakt zich grote zorgen over de beschikbaarheid van goede eerstelijnszorg, zoals huisartsen, maar ook apothekers, fysiotherapeuten en verloskundigen dicht bij huis. Formeel is het geen taak meer van de gemeente om hiervoor te zorgen, maar in de praktijk zien we dat het niet goed gaat als we het aan de markt overlaten. Er is dus sprake van marktfalen. En dat onderkent het college ook, want al in 2019 gaf u aan dat het college hier een actievere rol in wil gaan spelen en daar zijn wij blij mee. Toch heeft het ruim een jaar geduurd voordat we dit punt dan eindelijk inhoudelijk bespreken. En nog steeds is het niet volledig duidelijk hoe we die actievere rol concreet gaan invullen.

De wethouder is al meer dan een jaar in gesprek met de andere partijen die hier een rol in hebben over hoe verdere structurele samenwerking kan worden vormgegeven. Het is goed dat dit zorgvuldig wordt gedaan, maar mijn partij wil er wel op aandringen dat het zeer

raadsvergadering van 18 februari 2021

Notulen pagina

333

urgent is om hier snel en goed mee aan de slag te gaan. Gelukkig heeft de wethouder ons in de commissiebehandeling al toegezegd dat we uiterlijk in juni een concrete lijst krijgen met maatregelen die de gemeente gaat nemen om dit probleem te tackelen. Daarnaast start de gemeente een loket waar we vraag en aanbod bij elkaar brengen. Dat is mooi, maar dat is tegelijkertijd pas het begin. Wethouder Van Gils zei net bij het vorige agendapunt al dat het Warmtebedrijf als dossier soms als een marathon aanvoelt en ik voorzie dat dit ook voor dit dossier zou kunnen gaan gelden. Nou is onze wethouder een duursporter, maar wij zouden hem vanuit de raad toch willen aanmoedigen om ook eens een sprintje te proberen. De VOORZITTER. Dank u zeer. Mijnheer Lansink-Bastemeijer.

Dan gaan we naar mevrouw Verkoelen. Uw microfoon is niet goed afgesteld, mevrouw Verkoelen. Mevrouw VERKOELEN (50plus). Ik wilde enkel twee moties indienen voorzitter. Dat was het. De VOORZITTER. De zinnen die u net heeft uitgesproken, mevrouw Verkoelen, heb ik niet verstaan. Wilt u dat nog in technische tijd doen? Mevrouw VERKOELEN (50plus). Twee moties, 50PLUS heeft twee moties ingediend die hierbij horen. De VOORZITTER. Helder. Dan doen we het daarmee. Mevrouw Verkoelen heeft de volgende moties ingediend, die erbij horen.

De heer LANSINK-BASTEMEIJER (vvd). Ja voorzitter, dank u wel. Volgens mij bij alle fracties een belangrijk punt. We zien onze stad groeien, we zien ook de vraag naar huisartsen groeien, dat komt door de groei van de stad, maar zeker ook doordat de huisartsen steeds meer taken toegeschoven krijgen. Het is belangrijk om die huisartsenzorg goed te borgen. Ik ben dan ook blij met het rapport dat voorligt, maar ik ben het wel met mevrouw Roest eens dat dit rapport eigenlijk meer een startpunt is van een volgende loop, namelijk toch echt veel meer uitwerking en resultaat. Ik ben bereid om het nu zonder moties aan te nemen de wethouders op pad te sturen, wethouder De Langen op pad te sturen, maar ik vind wel dat we ook concrete resultaten moeten gaan zien. Dat we dus ook echt zien dat er meer huisartsenpraktijken in de stad geopend worden. Dus ik geef hem het voordeel van de twijfel en ik verwacht ook wel, dat samen met de samenwerkingspartner, want hij doet het niet alleen, er ook wel schot in de zaak gaat komen. Dank u wel.

Motie 3. De huisarts is een basisbehoefte

De VOORZITTER. Dank u zeer. Dan gaan we naar mevrouw Mohamed-Hoesein. Mevrouw Mohamed-Hoesein reageert niet.

‘De gemeenteraad van Rotterdam in vergadering bijeen op 18 februari 2021 ter bespreking van ‘De betaalbaarheid van huisartsenpraktijken en eerstelijnszorgruimtes’; Constaterende dat: - huisartsen essentieel zijn voor de zorg dichtbij. Zij zijn de spil in de zorg, de poortwachter voor de tweedelijns zorg, de ogen en oren voor vele problemen die ook voor de Rotterdamse gemeenteraad van groot belang zijn, waaronder misbruik, mishandeling en eenzaamheid; - uit het onderzoek Huisvestingen huisartsenpraktijken in Rotterdam (21bb971) onder andere blijkt dat: * 74% van de onderzochte huisartsenpraktijken de praktijkruimte te klein vindt; * 91% ontevreden is met de uitbreidingsmogelijkheden; * 87% de praktijkruimte huurt; - de huur door huurverhoging een steeds groter deel van de vaste lasten uitmaakt; - het daardoor steeds moeilijker wordt om een huisartsenpraktijk te kunnen beginnen;

raadsvergadering van 18 februari 2021

Notulen pagina

334

- er door vergrijzing een tekort aan huisartsen in Rotterdam dreigt; - er nu al vele Rotterdammers geen huisarts hebben, (een huisarts die zijn praktijk weer openstelde voor nieuwe patiënten had binnen twee weken 150 nieuwe patiënten); Overwegende dat: - huisartsen allereerst en vooral ondernemers zijn, maar met een maatschappelijk zeer relevante rol; - deze ondernemers met de handen gebonden zijn omdat niet zij, maar de zorgverzekeraars hun tarieven vaststellen; - hun ondernemingsvrijheid daarmee beperkt is; - dit gevolgen heeft voor de maximale praktijkkosten, waaronder huur; - het college geen directe verantwoordelijkheid heeft voor de huisartsenpraktijken en het vestigingsklimaat, maar wel de (morele) verantwoordelijkheid heeft om te zorgen dat alle Rotterdammers zich kunnen inschrijven bij een huisartsenpraktijk; - als wij de zorg voor alle Rotterdammers serieus willen nemen, dan moeten we ook serieus zorgen voor de Rotterdamse huisartsen; Draagt het college op: - te inventariseren waar nu en in de nabije toekomst een tekort dreigt aan huisartsen; - actief beleid te voeren op beschikbaar zijn van geschikte en betaalbare huisvesting; En gaat over tot de orde van de dag.’ w.g. P.J.H.D. Verkoelen, E. Büyükçifci en A. van Zevenbergen Motie 4.

De Huisarts staat niet alleen ‘De gemeenteraad van Rotterdam in vergadering bijeen op 18 februari 2021 ter bespreking van ‘De betaalbaarheid van huisartsenpraktijken en eerstelijnszorgruimtes’; Constaterende dat: - huisartsen zijn essentieel voor de zorg dichtbij, zij zijn de spil in de zorg, de poortwachter voor de tweedelijns zorg, de ogen en oren voor vele problemen die ook voor de Rotterdamse gemeenteraad van

groot belang zijn, waaronder misbruik, mishandeling en eenzaamheid; - de huisarts steeds vaker een samenwerkingspartner is van de gemeente, maar meer nog van allerlei andere professionals in de zorg en niet te vergeten de wijkteams; - deze samenwerking vooral effectief is in gezondheidscentra; - dit de zorg voor Rotterdammers verbetert en vergemakkelijkt; - veel huisartsen wel samenwerken, maar nog wel een zelfstandige praktijk voeren; Overwegende dat: - het aantal 65-plussers in Rotterdam volgens opgave van het college tot 2035 met 32.000 toeneemt (Masterplan Ouder en Wijzer); - personeel in de zorg, waaronder huisartsen, doktersassistenten en ander ondersteunend personeel schaarser wordt; - de behoefte aan efficiënte zorg daardoor toeneemt; - gezondheidscentra daar een belangrijke bijdrage aan kunnen leveren; Draagt het college op: - actief beleid te gaan voeren om gezondheidscentra te promoten en te stimuleren; - gemeentelijk maatschappelijk vastgoed beschikbaar te stellen in verhuur en/of verkoop voor deze te ontwikkelen gezondheidscentra; En gaat over tot de orde van de dag.’ w.g. P.J.H.D. Verkoelen, E. Büyükçifci en A. van Zevenbergen De moties zijn voldoende ondersteund en maken deel uit van de beraadslagingen. Dan gaan we naar mijnheer Van Zevenbergen. Mevrouw MOHAMED-HOESEIN (denk). Dank u wel, voorzitter.

Ik hoorde u niet, maar ik zag wel dat u aangaf dat ik het woord heb. Voorzitter, huisartsen zetten zich in voor hun patiënten, nu en in de toekomst. Ze brengen de gewenste ontwikkeling in de zorg graag vooruit en ze willen in de komende jaren bijdragen aan

raadsvergadering van 18 februari 2021

Notulen pagina

335

goede, doelmatige, betaalbare zorg in de buurt van hun patiënten. En wat ik hoorde tijdens de verschillende bijdragen is dat er sprake is van behoefte om daarin te kunnen blijven voorzien. En om een beroep te kunnen doen op de huisarts, is het van groot belang dat de huisarts meer tijd krijgt voor zijn patiënten. In 2017 sprak de LHV al over meer tijd door minder patiënten per huisarts en een stevig breed inzetbaar praktijkteam. Voorzitter, de forse uitdagingen in de gezondheidszorg maken dit streven al moeilijk haalbaar. En ik verwijs naar de gigantische toename van de zorgvraag en de zorgzwaarte door de vergrijzing, maar ook door de hervormingen in de GGZ, de Jeugd- en Ouderenzorg die steeds meer vorm krijgen. Voorzitter, laat nou die uitdagingen liggen in het verlengde van wat dit college met haar diverse programma’s wil realiseren: een gezond, sterk, veerkrachtig Rotterdam. Dus voorzitter, DENK is verheugd dat de wethouders hebben toegezegd zich te zullen inspannen om samen met de huisartsen te kijken naar onder andere problemen rondom de huisvesting. En we hopen dan ook dat de wethouders de betrokken partners serieus nemen in die verzoeken, daadkrachtig aan de slag gaan met oplossingen, concrete oplossingen, creatieve oplossingen. Want voorzitter, soms is het ook zoeken naar de grenzen wat mogelijk is en soms is het ook grenzen verleggen.

Voorzitter, wij steunen meerdere moties, maar DENK wil zelf nog een motie indienen voor ondersteuning voor huisartsen en jongeren. Voorzitter, dit is een van de punten waar er kan worden gewerkt aan het verbreden van de basis van de huisartsen, zodat zij daadwerkelijk een breed inzetbaar praktijkteam kunnen krijgen. Voorzitter, tot zover. De VOORZITTER. Mevrouw MohamedHoesein heeft de volgende motie ingediend. Motie 5. Ondersteuning voor huisartsen en jongeren

‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 18 februari 2021, ter bespreking van agendapunt 18, De betaalbaarheid van huisartsenpraktijken en eerstelijnszorgruimtes; Constaterende dat: - uit het onderzoek naar de knelpunten van huisvesting van huisartsenpraktijken blijkt dat veel huisartsenpraktijken in Rotterdam een ruimtetekort ervaren; - 90 procent van de huisartsen aangeeft dat er geen mogelijkheid is tot uitbreiding van ruimte; - het ruimtetekort een invloed heeft op de instroom van nieuwe huisartsen; - het aantal opleidingsplekken minder is dan waar praktijkhouders toe bereid zijn te geven; Van mening dat: - de instroom van nieuwe huisartsen zou moeten meegroeien met de ontwikkelingen in Rotterdam; - het onwenselijk is dat praktijk ondersteunende functies belemmerd worden door het huidige ruimtetekort; - vooral wanneer hierbij de verschuiving van de tweedelijnszorg naar de eerstelijnszorg in aanmerking wordt genomen; - de Rotterdamse samenleving gebaat is bij een snellere doorverwijzing naar de juiste hulp; - huisartsen alle hulp van POH’s goed kunnen gebruiken; Verzoekt het college: - een inventarisatie te maken onder Rotterdamse huisartsen over in hoeverre er behoefte is aan praktijk ondersteunende medewerkers; - een uitvraag te doen naar het aantal beschikbare opleidingsplekken en de behoefte daaraan bij Rotterdamse huisartsenpraktijken en

onderwijsinstellingen die de opleiding POH aanbieden; - hierover te rapporteren aan de raad; En gaat over tot de orde van de dag.’ w.g. N.D.Z.R. Mohamed-Hoesein De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen.

raadsvergadering van 18 februari 2021

Notulen pagina

336

Ik dank u zeer. Dan gaan we naar mijnheer Van Zevenbergen. De heer VAN ZEVENBERGEN (sp). Dank u wel, voorzitter. Och arme stad, och arme burgers. Maar ook de huisartsen nu zijn het slachtoffer van de liberale dogma’s, dat de markt allesbepalend is. Ik heb niet veel spreektijd, dus ik zal daarom kort mijn moties toelichten. Maar een huisarts kon het zo mooi zeggen, dat kan ik niet anders, beter dan hij. Hij zei: we zijn ondernemers, doch enerzijds gebonden aan de tarieven van de NZA, wat de Nederlandse Zorgautoriteit bepaalt, en anderzijds gebonden aan onze beroepseer om onze patiënten niet in de kou te laten staan. En steun van lokale politiek voor het veilig stellen en toekomstbestendig maken voor onze noodzakelijke huisvestingsvoorzieningen in de wijk is een directe steun voor onze patiënten. En daar staan we toch voor, voor de Rotterdammers. Jong, oud, rijk, arm en kwetsbaren. We hebben als SP twee moties ingediend: één aanspreekpunt en de andere: in gesprek met de zorgverzekeraars. Tot zover. De VOORZITTER. Mijnheer Van Zevenbergen heeft de volgende moties ingediend. Motie 1.

In gesprek met zorgverzekeraars ‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 18 februari 2021, ter bespreking van agendapunt 18 ‘De betaalbaarheid van huisartsenpraktijken en eerstelijnszorgruimtes’; Constaterende dat: - het college heeft uitgesproken zich verantwoordelijk te voelen voor voldoende huisartsenzorg dichtbij de bewoners, ondanks dat zij niet formeel verantwoordelijk is voor de huisvesting van huisartsen; - het college streeft naar een nauwe samenwerking met de Landelijke Vereniging Huisartsen (maar bij voorkeur de Regionale Huisartsen coalitie) en Zilverenkruis in de formulering van een

huisvestingsvisie die is toegespitst op het oplossen van de huidige knelpunten en inspeelt op toekomstige trends zoals benoemt in het eindrapport (21bb970) ‘Huisvesting huisartspraktijken in Rotterdam’; Mede overwegende dat: - zorgverzekeraars verantwoordelijk zijn voor de adequate bereikbaarheid van zorg; - met het inspreekmoment van 27 januari jl. duidelijk is geworden dat de geschatte kosten voor het opstarten van een praktijk beginnende huisartsen afschrikt; - huisartsen van de zorgverzekeraar(s) te horen krijgen dat zij geen hulp krijgen bij het opstarten van een praktijk, omdat met de introductie van marktwerking in de zorg huisartsen worden gezien als ondernemers; - met het inspreekmoment de LHV Kring Rotterdam aangeeft dat de obstakels bij het vinden van geschikte betaalbare praktijken te groot zijn om door het veld zelf opgelost te worden; - de gemeente een overzicht heeft van maatschappelijk vastgoed in de stad; Verzoekt het college: - in gesprek te gaan met zorgverzekeraars over de mogelijkheden om huisartsen in de stad te ondersteunen bij de aankoop van een praktijk dan wel de mogelijkheden om garant te staan; - huisartsen in de stad op de hoogte te stellen van de resultaten van dit gesprek; - hierover te rapporteren aan de raad; En gaat over tot de orde van de dag.’ w.g. A. van Zevenbergen en P.J.H.D. Verkoelen Motie 2.

Eén aanspreekpunt voor huisartsen ‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 18 februari 2021, ter bespreking van agendapunt 18 ‘De betaalbaarheid van huisartsenpraktijken en eerstelijnszorgruimtes’; Constaterende dat: - huisartsen vragen naar een aanspreekpunt om hen binnen het ambtelijk apparaat de weg te wijzen;

raadsvergadering van 18 februari 2021

Notulen pagina

337

- het college in het eindrapport (21bb979) ‘Huisvesting huisartspraktijken in Rotterdam’ de suggestie doet om een loket of functionaris specifiek voor de huisvestingsvragen van huisartsen op te starten; Verzoekt het college: - een gemeentelijk aanspreekpunt voor huisartsen te realiseren waar zij al hun vragen omtrent huisvesting kunnen richten en te weten krijgen wat de gemeente voor hen kan betekenen; - bij de realisatie van het aanspreekpunt mee te nemen dat deze in staat is binnen de verschillende delen van de gemeente afstemming te vinden; - huisartsen in Rotterdam op de hoogte te stellen als dit aanspreekpunt is gerealiseerd; - hierover te rapporteren aan de raad; En gaat over tot de orde van de dag.’ w.g. A. van Zevenbergen en P.J.H.D. Verkoelen De moties zijn voldoende ondersteund en maken deel uit van de beraadslagingen. Dank u zeer. Mijnheer Balwantsingh. De heer BALWANTSINGH (pvda). Ja dank u voorzitter. Ja de huisartsen hebben de alarmbel geluid en dat is voor de Partij van de Arbeid natuurlijk ook reden om zich grote zorgen te maken. Huisartsen zijn natuurlijk het eerste aanspreekpunt als mensen te maken krijgen met gezondheidsproblemen. En de problemen met het vinden van praktijkruimte zijn zo nijpend dat de druk op het verlenen van de eerstelijnszorg, nou ja, die komt onder druk te staan, groot is.

Wat ik heb opgehaald aan informatie bij huisartsen, gebiedscommissieleden en in de stad schetst een zorgwekkend beeld, voorzitter. Een van de huisartsen die ik sprak vertelde dat hij zich meer vastgoedondernemer voelt dan huisarts, zoekend naar een geschikte ruimte, die dan vinden, dan opbieden tegen vastgoedondernemers, het kunnen kopen dan weer afgebeld worden omdat iemand meer geboden heeft. Vervolgens een telefoontje krijgen de dag

erop met een vraag of hij interesse heeft in hetzelfde pand en of hij dat dan wil kopen, maar dan verhoogd met 25 tot aan 50 procent. Voorzitter, huisartsen moeten zich bezighouden met het verlenen van eerstelijnszorg en niet bezig zijn met ondernemen in vastgoed. En wij vinden dat de verantwoordelijkheid van de gemeente er ook is, om te zorgen voor betaalbare ruimte. We hebben een goede commissievergadering gehad, voorzitter, waarin wethouder De Langen en wethouder Kurvers wat ons betreft voldoende intentie en urgentie hebben uitgesproken. Ze hebben voor dit probleem een toezegging gedaan, ze hebben ook actiepunten. En deze hadden ook betrekking op punten als maatschappelijk vastgoed, vasthouden van maatschappelijke doeleinden en een loket of contactpersoon van de gemeente, voor huisartsen en gemeente. Misschien kan de wethouder nog wel reflecteren op de volgende vragen: is er een overzicht van dekking van huisartsen in Rotterdam? Is er een overzicht waar in de stad behoefte is aan artsen en huisvesting? Wat is de norm? Voldoen we aan de norm? En wat gaat de wethouder verder doen, voorzitter? En daar hebben wij dan voorlopig vrede mee. We houden het in de gaten. Dank u voorzitter. De heer VONK (cu-sgp). Voorzitter, ja de beschikbaarheid van de huisartsen in de buurt en daarmee de toegang tot de zorg is een cruciale functie voor iedere Rotterdammer.

En die beschikbaarheid staat zwaar onder druk. Die beschikbaarheid is de primaire verantwoordelijkheid van de zorgverzekeraar, zeker. Maar de gemeente heeft ook een rol en gelukkig erkent het college dat ook volledig. Daar hoeven we nu nog niet eens per motie toe op te roepen. Want de erkenning is er en de concretisering daarvan lezen we in het rapport ‘Huisvesting huisartsenpraktijken in Rotterdam’. We zijn blij met het rapport, de suggesties, de conclusies en de

raadsvergadering van 18 februari 2021

Notulen pagina

338

aanbevelingen. Bijvoorbeeld de suggestie om een makelaar aan te stellen en een gemeentelijke contactpersoon c.q. loket. In de brief staat wat mij betreft niet heel duidelijk dat de wethouder met alle punten uit het rapport aan de slag wil gaan. Kan de wethouder dat bevestigen? Dat alle suggesties, conclusies en aanbevelingen het uitgangspunt zijn bij het monitoren op de voortgang die is toegezegd in het tweede kwartaal van 2021. Het rapport bevat veel goede ideeën waar de wethouder mee aan de slag gaat, hopelijk dus met alle. Nog wel een vraag: hoe ziet de informatievoorziening naar de stad, in het bijzonder de huisartsen er concreet uit om ze op de hoogte te stellen van deze ontwikkelingen? Hoe weten de huisartsen, of andere directbetrokkenen waar ze op korte termijn terecht kunnen met hun vragen en knelpunten op dit gebied? Tot zover. De VOORZITTER. Dank u zeer. Wenst nog iemand het woord? Nee? Dan gaan we naar wethouder De Langen. De heer DE LANGEN (cda) (wethouder). Dank u voorzitter. Wij hebben inderdaad een goede commissievergadering gehad waar eigenlijk alles en ook heel veel besproken is. Om eventjes terug te komen op het begin van mevrouw Roest en mijnheer Lansink-Bastemeijer, ik denk ook inderdaad dat het een marathon is, maar dat we echt wel al een eind op weg zijn. Dus dat maakt dat we een sprintje kunnen trekken naar de finish.

Wat heel goed is, is dat we inderdaad in 2019 als college al een andere weg zijn ingeslagen. En dat door de referentienormen er nu overal gebiedsontwikkelingen zijn, waar ook maatschappelijk vierkante meters zijn opgenomen voor huisartsen. En dat maakt het ook mogelijk om in zo’n loket ook snel, concreet te gaan matchen. Ik denk dat het heel goed is dat we die slag hebben geslagen en dit rapport helpt om daar nog een stapje bij te doen en nog verder te specificeren wat de rol precies is die de

gemeente inneemt. En het klopt ook dat wij een van de partners zijn. En ondanks dat wij geen wettelijke taak hebben, vinden wij als stadsbestuur wel dat we die rol op ons moeten nemen, want inderdaad een huisarts in de buurt is wel het minste wat je kan verwachten in de stad. Er zijn eigenlijk twee vragen gesteld en dan ga ik gelijk door naar de moties, voorzitter. De Partij van de Arbeid vroeg naar die overzichten en de dekking. Daar hebben we het in de commissie ook over gehad. Dus we hebben als gemeente een inventarisatie gedaan naar aanleiding van die vragenlijsten en daar kwam redelijk goed uit naar voren dat met name in het Centrum en Delfshaven een tekort is. Maar de echte feitelijke cijfers, die wij niet konden gebruiken in dit onderzoek, zijn beschikbaar bij zorgverzekeraars op kantoor. En die weten ook dat wij die betrekken, zeg maar, in de gesprekken met de huisartsen om te komen tot oplossingen in dit loket. En daar worden bijvoorbeeld ook, en dat is niet onze verantwoordelijkheid maar wel die van de opleiders en weer van de verzekeraars, dat er voldoende nieuw potentieel aan huisartsen klaarstaat. Dat was ook een punt dat in de commissievergadering terugkwam. Tegen ChristenUnie-SGP zeg ik: ja, inderdaad. Net als in de commissie zeg ik: alle aanbevelingen van het onderzoek nemen wij over en mee.

En die staan dan ook aan de basis van de toezegging die ik heb gedaan om voor de zomer daarop terug te komen. Dus dat is zeker waar. En hoe bereiken we nu die huisartsen? Nou dat is oprecht in het verleden best wel een lastig punt geweest. In tegenstelling tot andere gemeenten, bijvoorbeeld Zoetermeer, waren de huisartsen in Rotterdam niet zo eenvoudig en als geheel georganiseerd. Maar ik moet ze daar echt een groot compliment voor geven. Wij hebben altijd heel goed zaken gedaan met de LHV, de afdeling daarvan in het Rotterdamse. Maar er ontstaat nu ook een

raadsvergadering van 18 februari 2021

Notulen pagina

339

Rotterdamse huisartsencoalitie. En juist dit onderwerp, en alle onderwerpen die gaan over huisartsen, gezondheidscentra, maar ook het beleid daaromheen, dat kunnen we nu met de huisartsencoalitie afstemmen. En het gesprek om die agenda vorm te geven is binnenkort. Dan de moties, voorzitter. De eerste motie is een motie van de SP en die vraagt om in gesprek te gaan met de zorgverzekeraars over dit punt. Nou ik kan mijnheer Van Zevenbergen geruststellen, het zou wel heel gek zijn als dat niet al het geval was, en dat blijven we natuurlijk doen. Zeker ook in de afspraken die we daarin hebben gemaakt en de verzekeraars die zijn daarvan op de hoogte en het er ook mee eens. Dus motie 1: ‘In gesprek met zorgverzekeraars’ is overbodig. Hetzelfde geldt, kan ik met enige blijdschap zeggen, over motie 2. Want juist dat loket dat we gaan inrichten is dat ene aanspreekpunt. Dus dat is misschien wel het belangrijkste wat we doen. Dat is de rotonde waar we het over hadden, waar de vraag naar huisvesting en ook het aanbod dat we nu creëren door middel van die referentienormen en ook andere voorbeelden daarvan, bij elkaar zou moeten komen. Dus dat is ook de plek, in samenwerking met die huisartsencoalitie, waar iedereen terecht kan, zodat er ook één aanspreekpunt is voor alle onderwerpen rondom de huisartsen. Dus deze motie is eveneens overbodig. Dan motie 3 van 50PLUS.

Ja, de titel is natuurlijk meer dan logisch: ‘De huisarts is een basisbehoefte’. Alleen ze vragen te inventariseren waar een tekort dreigt. En dat is nou net hetgeen we net in het onderzoek hebben gedaan en waar de zorgverzekeraar ook inzicht in heeft. Dus dat hoeven we niet nog een keer over te doen. En actief beleid te voeren op de beschikbaarheid van geschikte en betaalbare huisvesting. En dat actieve beleid zijn we ook gestart vanaf 2019 en we zijn nu al zover dat we het loket kunnen gaan inrichten. Dus motie 3 is overbodig.

Dan motie 4: ‘De huisarts staat niet alleen’. Dat klopt, sterker nog: er komen steeds meer medewerkers om de huisarts heen staan, bijvoorbeeld de praktijkondersteuner, en die draagt het college op om beleid te gaan voeren om gezondheidscentra te promoten en te stimuleren. Nou dat is precies ook hetgeen er in het rapport staat en wat ik al overgenomen heb. En gemeentelijk vastgoed beschikbaar te stellen, nou dat is ook opgenomen, daar hebben we over gesproken in de commissie. Dat willen we zeker doen, wel met die kanttekening dat het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed in omvang natuurlijk beperkt is. En als het er is ook niet altijd geschikt is om een heel gezondheidscentrum in te ontwikkelen. Dus ook deze motie is overbodig, voorzitter. Dan gaan we naar de laatste motie van DENK, die vraagt om ondersteuning voor huisartsen en jongeren. Die verzoekt het college een inventarisatie te maken in hoeverre er behoefte is aan praktijk ondersteunende medewerkers. Nou, dat vind ik wel echt een taak die niet bij de gemeente ligt, maar daar is natuurlijk in het onderzoek wel aan geraakt.

Een van de punten die naar voren komt, is dat er steeds een groeiend aantal andere medewerkers zijn, met name ook in de gezondheidscentra en dat dat zorgt voor een extra ruimtebehoefte, sterker nog: daar draag ik als gemeente aan bij, want bijvoorbeeld mijn collega, wethouder Bokhove zorgt ervoor dat er steeds meer praktijkondersteuners Jeugd-GGZ worden toegevoegd bij de huisartsen. Dus het eerste lijkt me niet. Het tweede, een uitvraag te doen naar het aantal beschikbare opleidingsplekken, dat gaan we zeker bespreken in de driehoek, zeg maar, met de zorgverzekeraars, maar dat is ook echt wel een punt dat bij hen ligt. Dus ik was niet van plan om dat zelf te doen, maar natuurlijk is dat wel onderdeel van het gesprek met alle partijen die gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen. En ook in de gesprekken die wij voeren met bijvoorbeeld de onderwijsinstellingen die wij gelukkig in onze stad hebben

raadsvergadering van 18 februari 2021

Notulen pagina

340

waaruit ook huisartsen naar voren komen, nemen we dat natuurlijk mee. Maar dat neemt niet weg dat deze motie in de richting van de gemeente niet de juiste richting is. Dus ik wil motie 5 ontraden, voorzitter. De VOORZITTER. Mevrouw MohamedHoesein heeft een vraag aan u. Mevrouw MOHAMED-HOESEIN. (denk). Ja voorzitter, als ik het goed begrijp zegt u: daar wordt op ingezet. Dan ben ik wel benieuwd, is de wethouder dan wel bereid om toe te zeggen dat hij daarover terugkoppelt over het verloop van die gesprekken die gevoerd worden? De heer DE LANGEN (cda) (wethouder). Dat wil ik zeker doen met uw welnemen daarin, dat als daar iets uitkomt, het vervolgens wel weer aan de onderwijsinstelling en de verzekeraar is om daar iets mee te doen. Maar natuurlijk, dat nemen wij mee in het totaal. Als wij straks prachtige panden hebben voor gezondheidscentra, maar we hebben over twintig jaar geen huisartsen meer, dan hebben we natuurlijk ook een probleem. Ik snap uw punt natuurlijk heel erg goed. Mevrouw MOHAMED-HOESEIN. (denk). Fijn, dank u wel. De VOORZITTER. Wethouder, dank u zeer. Ik check nog even of alle vragen beantwoord zijn, dat er niets is blijven liggen. Eenmaal andermaal, dat is niet het geval. 20.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=2920c52c-2dec-48c3-b461-0010a4337301