20201217- Notulen van de raadsvergadering van 17 december 2020
Tekst van het document
De VOORZITTER. Ik dank u zeer. Mijnheer Vonk.
De VOORZITTER. Mijnheer Vonk heeft de volgende motie ingediend. Motie 4. Verkameren? Niet zonder vergunning
raadsvergadering van 17 december 2020
Notulen pagina
2147
‘De gemeenteraad van Rotterdam bijeen op 17 december 2020 ter bespreking van de “Toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad”; Constaterende dat: - er door krapte op de woningmarkt gebrek is aan woningen in Rotterdam; - het college bouwt aan 2000 nieuwe studenteneenheden; - studenten toch lastig een kamer vinden en andere oplossingen zoeken; Overwegende dat: - er sprake is van legale en illegale verkamering (zie ook motie 19bb14492); - het vestigen van nieuwe studentenhuizen voor vier of meer personen met de voorliggende verordening minder makkelijk is; - woningen nu door drie personen, niet behorend tot één huishouden, bewoond mogen worden, zonder dat een vergunning noodzakelijk is; - Rotterdam hiermee afwijkt van vrijwel alle studentensteden in Nederland; - complete appartementsblokken op deze manier vergunningvrij dreigen te verkameren; - er grote risico’s zijn op overbewoning, hinder en overlast vanwege botsende leefstijlen; Verzoekt het college: - te onderzoeken onder welke voorwaarden een vergunning verplicht gesteld kan worden vanaf drie personen of meer, niet behorend tot één huishouden; - bij de eerstvolgende wijziging van de verordening (voorjaar 2021) hiervoor concrete voorstellen te doen aan te raad; En gaat over tot de orde van de dag.’ w.g. T.J. Vonk, J.W. van Putten en G.J.
Engberts De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen.
de Huisvestingsverordening, laat ik het even zo afkorten. En eerder hebben we het hier al over gehad, toen in het kader van het voorbereidingsbesluit. Wat we de afgelopen periode hebben gezien, is in bepaalde wijken in Rotterdam toch massale opkoping van panden die vervolgens werden verkamerd waarbij ook duidelijk de leefbaarheid in bepaalde straten in het geding was. Nou, eerder hebben we het al gehad over het voorbereidingsbesluit in die wijken waar het speelde, om tot een jongerenquotum te komen. En gezien ook alle signalen die er uit die wijken kwamen in het kader van de disbalans, om het zo maar te zeggen in die straten, is de fractie van D66 het daar ook van harte mee eens. Dus complimenten ook aan het college en iedereen hier aanwezig die de Verordening heeft bijgewerkt om op deze manier het voorbereidingsbesluit in die wijken dat nulquotum te formaliseren. De andere kant van de zaak is wel natuurlijk dat we een grote opgave hebben als het gaat over de studentenhuisvesting. Mijnheer Vonk zei dat net al, wat onze fractie betreft is het dan ook zaak om daar in de toekomst oplossingen voor te bieden en te bouwen. En wat ons betreft moeten we niet tegenover elkaar staan, maar het ook samen met de studenten doen. Een groot deel van die verkameringsplannen gaat om studenten, maar het gaat ook om arbeidsmigranten en ja, wij vragen ons ook af of daar ook starters tussen zitten.
Dus dat is de reden eigenlijk dat wij twee moties willen indienen om ook samen met studenten, studenten voor te lichten, zodat studenten ook weten wat hun rechten en plichten zijn, wat de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn.
Dank u zeer. Mijnheer de Roon.
En daarnaast ook een motie om het samen met de studenten en studentenverenigingen te doen. Daar willen wij graag twee moties voor indienen.
De heer DE ROON (d66). Ja dank u wel, dank u wel, voorzitter. Ja, op dit moment bespreken we inderdaad de Verordening,
Voorzitter, wat ook in het voorstel zit, voor de wijken waar geen nul-quotum geldt, is het zogenaamde vijftig-metercriterium, om
raadsvergadering van 17 december 2020
Notulen pagina
2148
het zo maar te zeggen, waarbinnen er geen vergunningen meer worden verstrekt. D66 snapt dat, want je wil niet naar de gebieden waar je geen nul-quotum hebt een soort waterbedeffect. Aan de andere kant vragen wij ons wel af of dit instrument het juiste instrument is en daarom hebben wij een amendement en een motie om dat vijftig-metercriterium te evalueren, want wij zien ook dat het niet in alle steden gebeurt. Ik zie dat mijn tijd al op is. De VOORZITTER. Mijnheer De Roon heeft de volgende moties ingediend.
- deze ‘one-pager’ wijd te verspreiden onder de huidige studenten en nieuwe studenten te wijzen op de ‘one-pager’ op het moment van inschrijving bij een hogeschool of universiteit. Met uitzondering van het aankomende schooljaar, waarbij de ‘one-pager’ wordt verstrekt bij de start van het schooljaar; - hierover terug te koppelen naar de raad; En gaat over tot de orde van de dag.’ w.g. R.C.J. de Roon, A. Kockelkoren en T.J. Vonk Motie 2. Studenten en buurtbewoners komen er samen wel uit
Motie 1. One-pager goed (ver)huurderschap voor studenten ‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 17 december 2020 ter bespreking van de Wijziging Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019 t.b.v. het omzetten van woonruimte voor kamerbewoning; Constaterende dat: - de aanpak (Ver)huren in Carnisse problemen op de huurmarkt in Carnisse aan het licht heeft gebracht; - het college met het Actieplan Goed Huren en Verhuren komt met een stedelijke aanpak voor de gehele stad; - de gemeente als marktmeester aan de slag gaat om problemen op de huurmarkt op te sporen en te verhelpen; Overwegende dat: - D66 verheugd is met de plannen van het college om problemen op de Rotterdamse huurmarkt aan te pakken; - goed (ver)huurderschap ook van belang is voor de studentengeleding van de stad; - de informatievoorziening over de rechten en plichten als huurder richting studenten voor verbetering vatbaar is; Verzoekt het college: - in samenwerking met verschillende studentenverenigingen, hogescholen en de universiteit een ‘one-pager’ te ontwikkelen waarin de rechten en plichten van studenten als huurder duidelijk staan uitgewerkt;
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 17 december 2020 ter bespreking van de Wijziging Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019; Constaterende dat: - het kamergewijs verhuren van een woning iets is wat al jaren voorkomt in Rotterdam en ook tegemoetkomt aan een vraag binnen de Rotterdamse woningvoorraad; - het college schrijft steeds meer signalen te ontvangen van overlast door kamerbewoners; - dit o.a. in Kralingen speelt, een wijk waar veel studenten wonen; - het college in het kader van het Actieplan Goed Huren en Verhuren veel aandacht besteedt aan rechten en plichten van (ver)huurders in onze stad; Overwegende dat: - studenten een waardevolle toevoeging zijn aan Rotterdam; - desondanks het studentenleven ook overlast met zich mee kan brengen en het in zo’n situatie zoeken is naar een juiste leefbare balans voor alle bewoners in de wijken; - studenten zelf goed in staat zijn om samen met buurtbewoners in gesprek te treden over wat nu een leefbare balans is voor iedereen in de wijk; Verzoekt het college:
raadsvergadering van 17 december 2020
Notulen pagina
2149
- samen met verschillende studentenverenigingen en gebiedsorganisaties uit de stad ideeën uit te werken over de wijze waarop er op een gezamenlijke wijze zorg kan worden gedragen voor een leefbare balans in de wijken; - hierover terug te koppelen aan de raad; En gaat over tot de orde van de dag.’
- de maatschappelijke effecten van dit instrument te evalueren; - in de voortgangsrapportage van de Woonvisie expliciet te rapporteren over het effect van deze maatregelen; - inclusief een analyse van het effect op het woningaanbod voor studenten en starters; - de evaluatie begin 2022 de raad te doen toekomen; En gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. R.C.J. de Roon en T.J. Vonk w.g. R.C.J. de Roon, P.J.P. LansinkBastemeijer
Motie 3. Evalueer effecten van het afstandscriterium ‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 17 december 2020 ter bespreking van de Wijziging Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019 t.b.v. het omzetten van woonruimte voor kamerbewoning; Constaterende dat: - de raad recentelijk het Actieplan Goed Huren en Verhuren heeft vastgesteld; - de gemeente als marktmeester aan de slag gaat om problemen op de huurmarkt op te sporen en te verhelpen; - er een voorbereidingsbesluit is vastgesteld om overlastsituaties in wijken tegen te gaan en in de verordening ook het afstandscriterium van 50 meter is opgenomen; Overwegende dat: - D66 begrijpt dat ingrijpen in deze markt nodig is, om overlastsituaties in bepaalde wijken tegen te gaan; - het kamergewijs aanbieden van woningen o.a. voortkomt uit een krappe woningmarkt waarin het voor studenten, arbeidsmigranten en starters steeds moeilijker wordt om een woonruimte te vinden; - andere steden kiezen voor een alternatief instrumentarium waarbij er wordt ingezet op het tegengaan van hetzelfde probleem; - er vooralsnog geen inzicht is in de eventuele effecten van de inzet van dit instrument; Verzoekt het college:
De VOORZITTER. Mijnheer De Roon heeft het volgende amendement ingediend. Amendement A. Geen afstandscriterium van 50 meter ‘De gemeenteraad van Rotterdam bijeen op 17 december ter bespreking van Wijziging Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019. Besluit het concept beleidskader als volgt te wijzigen: Onder artikel 1 sub C, kopje ‘Artikel 3.2.5 wordt als volgt gewijzigd’ onder lid 2 sub d: Te verwijderen: d. de woonruimte bevindt zich op minimaal 50 meter afstand van een andere woonruimte waarvoor reeds een vergunning voor kamerbewoning is verleend; Toelichting: Zoals het college zelf al omschrijft in het raadsvoorstel, komt het kamergewijs verhuren van woningen tegemoet aan een vraag binnen de Rotterdamse woningvoorraad. Er is simpelweg maar een beperkt aanbod woningen in deze prijsklasse in de stad waardoor het vinden van een woning steeds lastiger wordt voor studenten, arbeidsmigranten maar ook een toenemend aantal starters. Veel van hen wonen in een verkamerd pand, simpelweg omdat alternatieve woonvormen voor hen
raadsvergadering van 17 december 2020
Notulen pagina
2150
nog niet mogelijk zijn. Het beperken van het aanbod, maakt het zo dus nog moeilijker voor hen om een woning te vinden, iets wat D66 Rotterdam als onwenselijk acht. In de ogen van D66 zijn er alternatieve instrumenten denkbaar, zoals we dat ook in andere steden zien.’
andere steden moeten kijken naar de kamerbewoning door drie personen. En of we daar niet ook beter op moeten gaan toezien. Kortom voorzitter, met veel genoegen dienen wij de motie samen met ChristenUnie-SGP en Leefbaar Rotterdam in op dit punt.
w.g. R.C.J. de Roon
De VOORZITTER. Ik dank u zeer. Mevrouw Eskes.
Het amendement is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. Ik dank u zeer. Mijnheer Engberts. De heer ENGBERTS (pvda). Ja dank u wel, dank u wel, voorzitter. Ja, de woningmarkt is behoorlijk in de war. Niet alleen in Rotterdam, maar laten we ons daartoe beperken en ingrijpen is nodig. En terecht verwees de burgemeester ook zojuist voor de lunchpauze naar de nieuwe mogelijkheden in de APV om beter te kunnen handhaven op misstanden in de huur. Maar daarmee zijn we er natuurlijk nog niet. Er is veel meer nodig en we zijn dan ook heel blij met deze Verordening. Ik wil graag het punt van de verkamering eruit lichten. Goed dat de voorstellen die in de verordening staan, dat die er liggen. Goed ook, dat daar samengewerkt wordt met studenten. De Rotterdamse Kamer van Verenigingen mag niet onvermeld blijven. Maar we vrezen dat het niet voldoende zou kunnen blijken te zijn. En we hebben nog een motie in de lucht hangen, zogezegd, uit april 2019. Die ging over het probleem van verkamering in de zeven focusgebieden in het NPRZ-gebied. Daar hebben we ook heel specifiek aandacht gevraagd voor de verkamering in combinatie met het woningsplitsen. Het kan je zomaar gebeuren dat een woning naast je in drieën wordt gesplitst en dan heb je in plaats van dat de kinderen gezellig met de buren kunnen spelen negen mensen naast je wonen.
Dus we hebben daarom, mede daarom, samen met de ChristenUnie-SGP en Leefbaar Rotterdam, de motie ingediend om te kijken of we niet toch net zoals de
Mevrouw ESKES (cda). Ja dank u wel voorzitter. Ja, wat het CDA betreft is het een uitstekende verordening die voorligt. Een belangrijke stap om inderdaad beter te kunnen ingrijpen waar het gaat om misstanden in de woningmarkt. En zeker ook op het gebied van verkamering is dat een verstrekkend, maar ook een belangrijke ingreep om de leefbaarheid overeind te houden. Dat steunen wij volmondig. Wel wil ik de wethouder vragen om blijvend te monitoren wat de impact is op studentenhuisvesting. Want eerder onderzoek van de AEF heeft aangetoond dat er in het collegejaar 2025-2026 9000 extra studentenkamers nodig zijn in Rotterdam. Dat is een forse opgave en hoewel wij dit zeer steunen en er volmondig achterstaan, betekent dit daarnaast dat we wel in de gaten moeten houden wat dit betekent voor het toekomstig tekort voor studentenhuisvesting. Dus graag een reactie van de wethouder daarop. Voor de rest zullen wij diverse moties en amendementen steunen op dit gebied. Dank u wel. De VOORZITTER. Dank. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Dank u wel voorzitter. Ook wij vinden het een goed voorstel dat voorligt. Samen met het plan voor goed huren en verhuren, worden daarmee in Rotterdam goede stappen gezet om malafide huisjesbazen tegen te gaan, maar tegelijkertijd ook kamerbewoning te reguleren. GroenLinks vindt het wel belangrijk dat er ruimte blijft in
raadsvergadering van 17 december 2020
Notulen pagina
2151
de stad om ook te kunnen voorzien in bijvoorbeeld studentenkamers. Tegelijkertijd geeft een groot aantal panden met kamers in één straat soms overlast voor andere bewoners. Om hier een goede balans in te houden is GroenLinks voorstander van een vergunning met een vijftig-meter-afstandscriterium. Tegelijkertijd is goed verhuurderschap ook van belang voor studentengeledingen van de stad en daarom dienen we graag de motie: ‘One pager goed (ver)huurderschap voor studenten’ van D66 mede in. En we zullen ook andere moties op die onderwerpen steunen. Dank u wel. De VOORZITTER. Dank u zeer. Ik kijk in de chat of ik nog sprekers zie, want dit is mijn lijst. Eenmaal andermaal, niet? Wethouder Kurvers. De heer KURVERS (vvd) (wethouder). Yes, dank u wel voorzitter. Ja voor ons ligt de Verordening toegang woningruimte en samenstelling woningvoorraad en eigenlijk zou die in zijn totaliteit herzien en verbeterd worden in het eerste kwartaal van volgend jaar. En tegelijkertijd proef ik ook in uw woorden een ontzettende urgentie. Dat is ook de reden dat we het onderwerp ‘verkamering’ eerder hebben voorgelegd, zodat we nu alvast kunnen ingrijpen daar waar dat nodig is.
Een aantal dingen: deze Verordening die we stevig beetpakken, een nul-quotum op de gebieden waar we gewoon hebben gezien dat er een te grote concentratie is, te veel botsende leefstijlen en dat leidt tot te veel overlast in een woningmarkt die zeer onder druk staat, zoals ook mijnheer Engberts zei. Ik zal eerst ingaan op de vragen die zijn gesteld en daarna zal ik de moties en het amendement behandelen, want daarmee beantwoord ik ook uw bijdragen. Als het gaat om de wijze van handhaving, dan is het nu zo geregeld dat we bij iedere vierde inwonende en bij een mutatie onderzoek gaan doen, omdat dat een indicatie is: hé daar is wat aan de hand en zou een vergunning mogelijk moeten zijn. Waar het
gaat om woongroepen, daar vroeg mijnheer Vonk ook specifiek naar, hebben we eerder de Verordening ingezet en aangegeven dat als er een student in een woongroep zit, dat een contra-indicatie is. Met andere woorden: dat accepteren we niet meer als een woongroep en daarom hebben we de handhaving goed dichtgezet, is onze ervaring nu. En we handhaven nu frequent. We hebben de afgelopen tijd mede ook op aanjagen van uw raad er bovenop gezeten. En ja, als u meer specifieke informatie wil, denk ik dat het goed is dat ik die ook gewoon per wethoudersbrief toestuur, zodat we die kunnen betrekken bij het debat over de verordening dat wij in het eerste kwartaal volgend jaar weer hebben met elkaar. Laat dat dan een toezegging zijn dat we daar dan meer informatie over geven. Zowel mijnheer Vonk als mevrouw Eskes maakten er ook een punt van en mevrouw Kockelkoren ook: ja we moeten ook wel ruimte houden voor studenten en dan op een goede manier. Dat betekent ook dat wij hebben gezegd: je moet ook gaan bouwen voor studenten. En we hebben natuurlijk al met elkaar afgesproken dat we studentenkamers gaan bouwen. Ik heb samen met de universiteit, met de hogescholen en de mbo-instellingen, maar ook met de studentenorganisaties zelf een manifest getekend waarin we zeggen: we willen gaan bouwen naar behoefte.
Daar willen we ook ruimte voor gaan reserveren op plekken en op nieuwe locaties in Rotterdam. Dat is dus tegelijkertijd ook wel een spannende vraag, want als je goed naar die behoefte kijkt op basis van de huidige cijfers, dan zie je dat Nederland gaat vergrijzen. Je ziet dat de behoefte aan studentenwoningen op basis van binnenlandse studenten steeds verder afneemt en tegelijkertijd juist een toename door buitenlandse studenten die hier naar Nederland komen om hier te studeren. Daar zullen we gewoon over rapporteren, over hoe dat gaat en de aantallen die we daar gaan halen bij de voortgang op de woonvisie, zoals we dat doen.
raadsvergadering van 17 december 2020
Notulen pagina
2152
Dan de amendementen. Het amendement om geen afstandscriterium in te voeren, dat zou ik echt willen ontraden. Een aantal van u heeft ook in uw bijdragen aangegeven dat juist een goed instrument te vinden. Laat ik daar dan in ieder geval nog het volgende bij zeggen: we kiezen voor dit afstandscriterium. En het is misschien goed om te zeggen: bestaande reeds afgegeven vergunningen blijven gewoon bruikbaar. Ik kies juist voor een afstandscriterium omdat we ook wel dingen mogelijk willen blijven maken in de stad. We willen de stad juist niet op slot zetten. Tegelijkertijd willen we de situaties zoals we die in Kralingen hebben gezien met zoveel overlast en zoveel drukte met elkaar voorkomen. En we zijn tot dit afstandscriterium gekomen op basis van de ervaring uit die wijken waar het water over de schoenen loopt. En we willen een waterbedeffect voorkomen, dus ik denk dat we daarmee juist met het afstandscriterium het goede doen. Dit amendement zou ik daarom willen ontraden. De motie: ‘One pager goed (ver)huurderschap voor studenten’ roept op om die one pager te maken en studenten te informeren over goed verhuurderschap, dus ook het huurderschap is ook hun verantwoordelijkheid, denk ik. Ik denk dat het ook heel mooi is om die balans steeds te pakken. Het gaat om goede verhuurders, maar het gaat ook om het gedrag van die huurders.
Ik kan deze motie omarmen, wel met de kanttekening dat die flyer nog gemaakt moet worden, die one pager. En dat zal dus in de zomer zijn, wanneer we dat kunnen gaan doen. U refereert aan het moment van inschrijving en theoretisch kan iemand zich nu al inschrijven. Laten we daarvan maken dat we het in de zomer doen. En dat past ook heel mooi bij de lijn van de voorlichting die we hebben in het kader van goed huren en verhuren. Dus deze kan ik omarmen. Dan motie 2: ‘Studenten en buurtbewoners komen er samen wel uit’. Ja, nou is dat natuurlijk niet altijd zo, dus die kanttekening
wil ik maken, want u roept op een overlegtafel te organiseren en daarover terug te koppelen aan de raad. We hebben in Kralingen ervaringen met een dergelijk overleg. Ik denk dat het goed is om die ervaringen mee te nemen en te kijken of we dat in andere gebieden ook kunnen gaan organiseren. Misschien ook wel aardig om de gebiedsorganisaties daarbij te betrekken om ook de kant van de bewoners daar stevig in te verankeren. Maar deze motie zou ik kunnen omarmen, maar wel met de kanttekening dat ik denk dat niet iedereen er altijd gelijk uitkomt. Motie 3: ‘Evalueer effecten van het afstandscriterium’. Ik denk dat dat hartstikke goed is om te doen. U vraagt om dat te doen binnen een jaar. Ik denk dat dat te snel is. Als we die kunnen zetten op het tweede kwartaal van 2022, dan hebben we ook echt goede ervaringen en dan kan ik deze motie omarmen. Dan blijft over motie 4: ‘Verkameren? Niet zonder vergunning!’ En u roept op te onderzoeken of wij niet ietwat stringenter moeten worden en vanaf drie al moeten gaan controleren of er ook niet sprake is van een echt huishouden of niet. Ik deel die zorg, laat ik dat gezegd hebben. Tegelijkertijd denk ik dat het ook heel belangrijk is dat we precies weten wat we doen en niet overhaast doorschieten. Dus dit onderzoeken vind ik prima.
Ik heb van een aantal van u ook gehoord die zeggen: ja, we willen ook wel ruimte houden voor studenten in deze stad om te wonen. Ik denk dat we ook even preciezer moeten bekijken wat er precies gebeurt als we dit zouden doen. We zouden ook niet onbedoeld een angstbeeld bij studenten willen neerleggen dat zij niet meer met z’n drieën mogen samenwonen. Ik heb vanuit de professionals ook niet altijd een terugkoppeling gekregen dat dit nu precies het segment is, met z’n drieën samenwonen, waar de overlast ontstaat, dat is eerder toch de grotere groep bij elkaar. U roept mij ook op om dat zo snel mogelijk te doen, zodat we het kunnen
raadsvergadering van 17 december 2020
Notulen pagina
2153
betrekken bij de verordening begin volgend jaar, wanneer we het meer in totaal meepakken. Dat lijkt me heel goed om te doen. Daar zal ik ook alle inzet op plegen, maar dat betekent wel dat we het dan ook moeten doen met wat ik dan heb. Dat betekent dat het meer een vorm van bureauonderzoek zal zijn, de cijfers kwantificeren, dat spiegelen aan de professionele ervaringen van de afgelopen tijd, van Bouw- en Woningtoezicht en eventueel de politie. Dus dat zal meer zo’n bureauachtig onderzoek zijn, dan dat we echt in de praktijk echt op huisbezoeken kunnen gaan, want we zitten vlak voor de kerst, en omdat we het eigenlijk al vlak na de kerst willen hebben om te kunnen betrekken bij de bespreking. Maar met die kanttekening kan ik deze motie ook van harte omarmen. Dank u wel voorzitter. De VOORZITTER. Een vraag van mijnheer De Roon. De heer DE ROON (d66). Ja dank u wel voorzitter. Ja even niet zozeer een vraag, maar een reactie op wat de wethouder zei naar aanleiding van de door ons ingediende moties. Nee, wij begrijpen dat volledig als het gaat over de termijn, de evaluatie, zal ik maar zeggen, de inschrijving van studenten. We hebben het daar al over gehad en de moties zijn ook overeenkomstig aangepast. Ik wilde graag nog even gezegd hebben: wat dat betreft kunnen wij volgen. Dus dank aan de wethouder voor het omarmen van de moties. Misschien dan nog één opmerking.
Nee, natuurlijk is het zo dat bewoners en studenten er niet altijd uitkomen, maar wat ons betreft zou dat wel altijd het uitgangspunt moeten zijn. Zeker in de wijken waar veel studenten wonen. Maar het is goed om daar inderdaad die balans terug te brengen in de Verordening. Maar ook altijd zoveel mogelijk met elkaar in gesprek blijven. Dus dat nog even naar aanleiding van wat de wethouder daarover zei. Dank, voorzitter.
De VOORZITTER. Dank. Is er behoefte aan een tweede termijn? De heer DE ROON (d66). Nou, die heb ik gehad nu. De VOORZITTER. Nee, anderen. Er zijn altijd nog raadsleden. Geen. Wethouder, behoefte nog te reageren op de laatste opmerking van mijnheer De Roon? De heer KURVERS (vvd) (wethouder). Nee, dank u wel. En ik ben blij dat we dan overeenstemming daarover hebben. En ik denk dat die tafels van mijnheer De Roon, dat moet ook zeker een gat kunnen vervullen, want onbekend maakt ook onbemind. En het begint natuurlijk altijd met een plek waar je elkaar kunt treffen en ontmoeten en uiteindelijk ook het goede gesprek kunt voeren. De VOORZITTER. Akkoord, dan sluit ik de beraadslagingen op agendapunt 19 af. 20. Het voorstel met betrekking tot de aanwijzing van straten in het kader van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Rotterdamwet) De VOORZITTER. Dan gaan we naar agendapunt 20, het voorstel met betrekking tot de aanwijzing van straten in het kader van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek, de Rotterdamwet. Wethouder Moti luistert hoop ik mee. En dan begin ik met mijnheer Van Putten. De heer VAN PUTTEN (lr). Dank u, voorzitter. We hebben het hier over de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek.
Uit een evaluatie is gebleken dat artikel 8 van de Rotterdamwet, zo noem ik het ook maar even, die toeziet op het inkomen van de huurder uit werk of uit vrijwilligerswerk heeft gewerkt, omdat in 83 procent van de straten deze maatregel nu niet meer nodig is. In deze straten heeft het dus gewerkt en er zijn dus verbeteringen
raadsvergadering van 17 december 2020
Notulen pagina
2154
opgetreden, mede dankzij Leefbaar Rotterdam. Artikel 9 gaat over het geven van voorkeur aan beroepen in wijken, zoals agenten, verpleegkundigen of leraren. Sinds begin 2019 heeft dit gewerkt als voorrang op woningen in wijken als Hillesluis en Bloemhof. Hierdoor is de leefbaarheid in die wijken aan het stijgen. Artikel 10 gaat over het antecedentenonderzoek, of er geen eerdere woonoverlast is geweest door degene die een sociale huurwoning aanvraagt. Hieruit is gebleken dat hier een afschrikkende werking van uitgaat. Ja, wij willen wel wijzen op het waterbedeffect, omdat mensen indien ze worden afgewezen in bepaalde wijken dan naar de andere wijken zullen toegaan. En we moeten er ook scherp op blijven letten dat hier geen woonoverlast gaat optreden. En concluderend kan worden gezegd, dat de oorspronkelijk door Leefbaar Rotterdam ingevoerde wet een goed instrument is gebleken om bepaalde straten erbovenop te krijgen via artikel 8 en dat het nu via artikel 9 en via artikel 10 door een voorkeur te geven aan bepaalde beroepen en het antecedentonderzoek, ja, verder wordt voortgezet. Dat is mijn verhaal. Dank u wel. De VOORZITTER. Dank u zeer. Mijnheer Vonk. De heer VONK (cu-sgp). Dank u wel voorzitter. Ik ga het kort houden, ook gezien de tijd.
Ja, we gaan ook geen motie of amendement op dit punt indienen, maar we willen wel even markeren dat we blij zijn met de uitvoering van de motie Sies, bekend geworden vanwege de verrijking van ons vocabulaire met het woord ‘stadsacupunctuur’. Daarmee werd tegemoetgekomen aan de conclusie van een rapport over het effect van de Rotterdamwet en die luidde: de gebieden zijn nu te groot en de verschillen binnen die gebieden ook, dat op gebiedsniveau moeilijk iets te zeggen is over het nut van het instrument. Je moet het dus gerichter inzetten. En dat is wat we nu doen. En wat
we dan zien, is dat de toepassing van artikel 8, een artikel dat we in deze coalitieperiode willen uitfaseren, teruggaat met maar liefst 83 procent. En er komt in deze termijn, na de termijn van de aanvraag ook geen nieuwe aanvraag. En ook de overige artikelen worden gerichter ingezet. En dat is ook nodig, want we hebben grootstedelijke uitdagingen op het gebied van de woningmarkt en de leefbaarheid die je met bijzondere maatregelen te lijf moet gaan. Dus al met al zijn we blij met de afdoening van onze motie. Dank u wel. De VOORZITTER. Dank u zeer. Mijnheer De Roon. De heer DE ROON (d66). Ja dank u wel voorzitter. Ja, ik kan heel kort zijn, want we hebben het hier in de commissie al uitgebreid over gehad. De standpunten van de verschillende partijen zijn bekend. Ik kan me eigenlijk grotendeels aansluiten bij de woorden van mijn voorganger, mijnheer Vonk. Het is voor iedereen bekend dat wij nooit echt grote voorstanders geweest zijn van de Rotterdamwet, maar wij vinden het heel goed, dat artikel 8 inderdaad een aflopende zaak is. En we zeiden vorige keer over dat onderwerp: wij kunnen prima leven met artikel 10. Gezien de tijd ook, en de lange dag, voorzitter, wil ik het hierbij laten. Wij zullen het voorstel ondersteunen. De VOORZITTER. Ik dank u zeer. Mijnheer Jonker. De heer JONKER (sp). Dank u wel voorzitter.
Voor alles wat de Rotterdamwet aangaat, krijgt u van de SP geen applaus. De Rotterdamse SP schaamt zich in feite dood dat de naam van onze waanzinnig mooie stad gekoppeld is aan een wet die het mogelijk maakt om de armste mensen uit de goedkoopste, dus lees de meest verpauperde straten uit onze waanzinnig mooie stad te kunnen weren. Ja, het is op zich goed nieuws, dat er nog maar 55 in plaats van 336 straten zijn, waar arme drommels, zoals ze in de gemeenteraad
raadsvergadering van 17 december 2020
Notulen pagina
2155
genoemd mogen worden, geen betaalbare huurwoning toegewezen kunnen krijgen. Maar het zijn er nog altijd 55 te veel. Het teruggaan van 336 naar 55 verboden straten ziet de SP veel meer als bewijs van het mislukken van de maatregel. Ik geloof er namelijk weinig van dat in die straten, waar het arme-drommelverbod de afgelopen jaren heeft gegolden, de leefbaarheid nu opeens weer helemaal oké is. En dat de komst van de armste Rotterdammers met de grootste financiële problemen daar weer zal worden toegejuicht. De SP denkt aan andere oplossingen als je het hebt over de verbetering van de leefbaarheid van de slechtste wijken. Bijvoorbeeld beter onderhoud van de woningen, het aanpakken van disfunctionerende woningcorporaties en andere huisjesmelkers, en het instellen van een algehele bewoningsplicht bij verkoop van woningen. Ook het laten voorpiepen van politieagenten, onderwijzers en verpleegsters bij de verhuur van woningen, vindt de SP niet bepaald het ei van Columbus. Op zich is het fijn dat u zich daarvoor sterk maakt, maar ook dat gaat weer ten koste van de armste mensen met de meeste pech. Een bijstandsmoeder, die drie jaar op de wachtlijst staat, kan dan fluiten naar een woning. Kortom: de SP is tegen dit voorstel, omdat SP de Rotterdamwet niet goed vindt, en dus tegen een versoepeling daarvan is. Dank u wel voorzitter. De VOORZITTER. Dank u wel mijnheer Jonker.
Misschien dat u iets kunt doen aan de belichting in uw kamer, want er schijnt fel licht op uw halve gezicht, beneden uw neus. Dat maakt de videoverbinding niet zo mooi. Wellicht dat u daar iets aan kunt doen voor het beeld. U weet, het beeld is ook heel belangrijk hè.
discriminatoire wet. Ik heb eerder ook al ons standpunt ten aanzien van de Rotterdamwet aangegeven. Net als de Woonvisie en het NPRZ is de Rotterdamwet in feite een hoofdstuk uit een groter verhaal, het verhaal dat verdringing van mensen van kleur en met een klein kapitaal inhoudt. En als NIDA geloven wij in een inclusief Rotterdam. De wegjaagpolitiek van dit stadsbestuur, ondersteund door zogenaamd sociale partijen ook nog eens, staat mijlenver van onze visie op de stad. En nu hoor ik ook nog van raadsleden dat ze blij zijn dat artikel 8 wordt afgebouwd. Maar in plaats daarvan komt artikel 9. Die wisselen elkaar af, maar dat is in feite even kwalijk voorzitter. We hebben te maken met schaarste en in tijden van schaarste lijken die twee artikelen wel heel sterk op elkaar. Of je nu als school zegt: geen plek voor leerlingen van ouders met een migratieachtergrond en een laag opleidingsniveau, dat is zo’n beetje het principe van artikel 8, of: alleen plek voor leerlingen van ouders zonder migratieachtergrond en een hoog opleidingsniveau, het principe van artikel 9. Het komt op hetzelfde neer voorzitter. Even discriminatoir, dezelfde logica als 1+2=3 en 2+1=3. Ik heb nog één vraag aan de wethouder. We hebben het er al vaak over gehad, over de leefbarometer en eigenlijk de racistische indicator in de leefbarometer.
Dat werkt door in ons beleid, in het NPRZ, maar ook in de Rotterdamwet. En daar zit een item, een indicator, dat meet eigenlijk het aandeel van niet-westerse en het aandeel van mensen uit MOE-landen. Hoe staat het daarmee? Heeft de wethouder al inzicht of het ministerie van mening is dat deze indicator eruit gesloopt moet worden? Heeft hij daar al zicht op? Graag antwoord van de wethouder.
De heer JONKER (sp). Ja. De heer BÜYÜKÇIFCI (nida). Ja voorzitter, dank. Voorzitter, ja, kwalijk dat we onze naam hebben verbonden aan zo’n
De VOORZITTER. U krijgt een interruptie van mijnheer Lansink-Bastemeijer.
raadsvergadering van 17 december 2020
Notulen pagina
2156
De heer LANSINK-BASTEMEIJER (vvd). Ja voorzitter, mijnheer Büyükçifci geeft aan de Rotterdamwet discriminatoir te noemen. Ik vroeg mij af of de fractie van NIDA of de persoon Büyükçifci aangifte heeft gedaan bij de politie van discriminatie door de gemeente Rotterdam. De heer BÜYÜKÇIFCI (nida). Ik heb geen aangifte gedaan. Vandaag zijn ook weer de resultaten bekend geworden over de Belastingdienst, hoe de Belastingdienst heeft gehandeld. Dus op een gegeven moment hoop ik in ieder geval dat het zijn draai zal gaan krijgen. En ik heb sterke hoop, in ieder geval, ook door hoe het er in de Tweebosbuurt aan toegaat, ook hoe de rechter daar tegenaan kijkt, dat daarin ook in ieder geval dit soort facetten worden meegenomen. Daar heb ik echt een sterke hoop op en ook vertrouwen. Dat hoop ik ja. De VOORZITTER. Mijnheer LansinkBastemeijer. De heer BÜYÜKÇIFCI (nida). Hij heeft ook goede hoop denk ik, voorzitter. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (vvd). Nee hoor voorzitter. Ik hoor dus eigenlijk dat het niet discriminatoir is, want dan had mijnheer Büyükçifci al lang en breed bij het Doelwater gestaan, want zo ken ik de fractie van NIDA. Daar waar er iets mis is gaan ze er gelijk aangifte van doen. Dus ik denk dat de soep niet zo heet wordt gegeten, dat het een beetje voor de bühne is. Enfin, dat weten we dan ook maar weer. De heer DE ROON (d66). Ik hoor u niet, voorzitter.
Ligt dat aan mij? De VOORZITTER. Mijnheer De Roon had ook nog een interruptie. De heer DE ROON (d66). Ja, even heel kort, want volgens mij hebben we dit debat ook al in de commissie gevoerd. Maar goed, ik wou u toch even uitdagen. Volgens mij zijn mijnheer Büyükçifci en ik het erover eens dat de Rotterdamwet nou
niet het beste instrument is. Dat heb ik ook al eerder aangegeven. En wij zijn ook blij dat artikel 8 inderdaad verdwijnt. Wij hebben wel ook de vorige periode gezegd dat artikel 10 als het gaat over overlast, dat daar zeker wel wat voor te zeggen valt. We hebben daar toentertijd ook voor gestemd. Maar wij zijn het met de Rotterdamwet niet eens. We hebben afspraken gemaakt met de coalitie, laat dat duidelijk zijn. Maar wat mij wel een beetje te ver gaat, en daarom begrijp ik mijnheer Lansink-Bastemeijer wel, is dat u zegt: ja, er wordt geselecteerd op afkomst, dat hoor ik u eigenlijk zeggen. En daar wil ik dan toch wel even afstand van nemen, want daar ben ik het gewoon niet mee eens. Maar misschien dat mijnheer Büyükçifci daar nog even op kan reageren. De heer BÜYÜKÇIFCI (nida). Ja, ik kan een korte toelichting geven daarop. Kijk, beleid, maar ook wetgeving, maakt gebruik van een leefbarometer, waarin gewoon een indicator staat die gewoon racistisch is. En sterker, die leefbarometer heeft de ambitie ook voor beleidsvorming. En zolang dat het geval is, zolang je leefbaarheidsscores vastkoppelt aan de samenstelling van een wijk, dus de etnische samenstelling van een wijk, dan is het gewoon per definitie racistisch. En dat wil ik echt nog wel een keer uitleggen, het keer op keer benoemen, maar dan is het per definitie racistisch.
Ik hoop in ieder geval dat u zich daarin verdiept en ook eens een keer op een goede manier aan de bel trekt in plaats van: ja, eigenlijk zijn we het er niet mee eens, met de Rotterdamwet. Hij is in het leven geroepen door Leefbaar Rotterdam, waarvan de fractievoorzitter, de huidige fractievoorzitter Eerdmans destijds zei: wij zijn trots op die Rotterdamwet. We hebben hem ingevoerd, want mensen voelen zich verweesd in hun eigen stad. En ze herkennen niks Nederlands meer in hun wijken. Dus hij is doelbewust ingetrokken, en dat weet u ook, en ik kan dit nog wel een keer uitleggen hoor, ik heb daar geen problemen mee, maar ik hoop in ieder
raadsvergadering van 17 december 2020
Notulen pagina
2157
geval dat meerdere partijen hier afstand van nemen. De heer DE ROON (d66). Nee, u hoeft dat niet aan mij nu uit te leggen, geen college te geven. Wij zijn het ermee eens dat het instrument niet hét instrument is, maar dat heb ik al eerder gezegd. Maar nogmaals, de opvatting dat het racistisch zou zijn of discriminatoir, daar zijn we het gewoon niet over eens. Maar goed, volgens mij is dat punt helder. Dank u wel voorzitter. De VOORZITTER. Het is helder. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Dank u wel voorzitter, een korte bijdrage. GroenLinks is blij dat met dit voorstel, het uitfaseren van artikel 8, de inkomenseis van de Rotterdamwet vorm krijgt. In 83 procent van de huidige aangewezen gebieden wordt per 1 januari 2021 dit artikel niet langer toegepast. Ik denk dat dat in lijn is met de afspraak die we hebben gemaakt in het coalitieakkoord, dat we van dat stuk van de Rotterdamwet waar wij altijd fel tegen zijn geweest nu langzaam afstand gaan nemen en ik denk dat dat een ontzettend goede stap is. Dank u wel. De VOORZITTER. Ik dank u zeer. Mijnheer Van Baarle. De heer VAN BAARLE (denk). Ja, dank u wel voorzitter. De Rotterdamwet is een onding, een slechte wet.
Op basis van het feit dat de fractie van DENK erin gelooft om achterstanden met elkaar weg te werken door middel van sociaal beleid en niet mensen die de stad zien als een mogelijkheid om zichzelf omhoog te werken, te weren. Iedereen heeft ondersteuning nodig. En de Rotterdamwet is een discriminatoir instrument, dat mensen buitensluit. En daar zijn wij niet voor. En het toont ook de zwakheid van een gedeelte van de coalitie aan, die aangeven de Rotterdamwet ook niet goed te vinden, maar het toch toestaan, dit slikken. En dat is uiterst teleurstellend te
noemen. Het is teleurstellend dat artikel 8 in een aantal straten nog blijft bestaan. Het is nog teleurstellender dat artikel 8 via de achterdeur met artikel 9 gewoon weer doorgevoerd wordt. En over het punt van de leefbarometer zou ik graag een vraag in de richting van de wethouder willen stellen. Wij hebben lange tijd geleden een motie ingediend waarin we de wethouder vroegen te lobbyen bij het ministerie van Binnenlandse Zaken om de component afkomst weg te laten halen uit die leefbarometer en op het moment dat dat niet gebeurt, op het moment dat we hier in Rotterdam, dat is echt schandelijk, nog steeds beleid maken op basis van de vraag hoeveel mensen van een bepaalde afkomst wonen in een bepaalde wijk, wordt het dan langzamerhand niet tijd dat we ons beleid op iets anders gaan baseren? Dat we die leefbarometer van het ministerie van Binnenlandse Zaken laten varen? En dat we zelf een instrument samenstellen waar die discriminatoire aspecten niet in vervat zitten? Want ik vind het echt een schande dat we ons beleid baseren op de karakteristiek hoeveel mensen van een bepaalde afkomst wonen in een wijk. Dat mag gewoon nooit de bedoeling zijn. Dus daar graag een helder antwoord op van de wethouder. De VOORZITTER. Helder. Andere sprekers bij dit agendapunt? Eenmaal andermaal, nee? Dan gaan we naar wethouder Kurvers. De heer KURVERS (vvd) (wethouder). Dank u voorzitter.
Allereerst te beginnen met terugwerkende kracht door toch mijnheer Sies te bedanken voor de motie ‘Stadsacupunctuur’, waar wij voorheen grofmazige analyses maakten op basis van een leefbarometer hebben we dat nu veel nauwkeuriger kunnen doen. We kunnen precies dat doen, daar waar dat nodig is. Ik denk dat dat een mooie stap is. Wat wij vandaag doen: uw raad stemt in met het aanwijzen van een aantal gebieden. Dat gaat naar de minister. Die
raadsvergadering van 17 december 2020
Notulen pagina
2158
beoordeelt of wij het goed gedaan hebben en dan komt het terug naar de stad Rotterdam en dan gaan wij dat verwerken in de Verordening. Dat zegt ook wat over de zorgvuldigheid waarmee dit allemaal gebeurt. Dat is gevangen in wet- en regelgeving en ja, die bijnaam van de wet Bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek is de Rotterdamwet. Sommigen van u vinden dat kwalijk. Het enige wat ik er kwalijk aan vind, is dat het helaas nodig is om in te zetten. Dat heb ik in de commissie ook gezegd. Ik zou willen dat wij een stad hadden waarin je op basis van een leefbarometer tot de conclusie komt: alles gaat hartstikke goed, het is niet nodig om het instrument in te zetten. We hebben die analyse gemaakt. Helaas kwamen we tot de conclusie dat het in een aantal gebieden wel zo is. En dan zit hier een stadsbestuur dat bereid is te doen wat nodig is om Rotterdammers een fijne leefomgeving te bieden.
nemen in de evaluatie rondom de leefbarometer, die zal in het eerste kwartaal van volgend jaar zijn. Wat ik in ieder geval mooi vind aan het voorstel dat nu voorligt is juist ook, daar zou ik toch mee willen afsluiten, dat die stadsacupunctuur, dat objectieve criterium, die objectieve weegschaal die uw raad ook heeft vastgesteld, dat we daarlangs werken en dat we op die manier tot de beoordeling van deze straten komen, waar dat nodig is. Dank u wel, voorzitter.
De vraag die gesteld is door mijnheer Büyükçifci en mijnheer Van Baarle. Het klopt, mijnheer Van Baarle had eerder ook een motie ingediend, juist op dat punt van de etnische achtergrond in de wijken. We hebben toen ook een motie van u aangenomen. Ik heb toen ook gezegd: het gaat mij in Rotterdam niet om uw afkomst, maar het gaat me om uw toekomst. Ik denk dat dat belangrijk is, dat delen we. Nu hebben we ook gelobbyd bij het Rijk, een brief gestuurd en aangegeven dat het de wens van uw raad is op deze indicator een herbezinning te hebben om die toe te passen. Wij hebben van de minister toen ook een brief teruggekregen en ook een reactie terug. Daarin werd ook geschetst: het is niet gezegd dat mensen met een etnische achtergrond meer overlast veroorzaken, zoals u soms lijkt te impliceren, omdat u het discriminatoir noemt. Maar het is wel zo dat er relatief meer mensen met een migratieachtergrond in wijken wonen waar die overlast is. Dus dat is ook heel vervelend voor die mensen zelf. De minister heeft ook aangegeven dit te willen heroverwegen en mee te willen
Voorzitter, ja, nog één vraag aan de wethouder. Ik weet dat hij inderdaad bij het ministerie heeft aangeklopt, dat dit eerder aan bod is gekomen. Of hij toch nog een toezegging kan doen om wederom het signaal af te geven richting het ministerie dat wij gewoon niet met zo’n indicator willen werken. Want u zegt wel: het komt relatief vaak voor dat mensen met een migratieachtergrond in die wijken wonen waar de leefbaarheidsscore laag is, maar die score komt juist tot stand door een hoger aandeel van mensen met een migratieachtergrond. En die score wordt vervolgens ook, zowel in het NPRZ als in de Rotterdamwet, gebruikt om daar dan het beleid op te maken. Dus het is wel degelijk van invloed. Het is niet alleen een beschrijvende indicator, maar het heeft ook gewoon invloed op ons beleid. Zou de wethouder het signaal nogmaals kunnen afgeven richting het ministerie om hier gewoon definitief afscheid van te nemen?
De VOORZITTER. Dank u zeer. Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Er is geen behoefte aan een tweede termijn zie ik. Mijnheer Büyükçifci, toch nog een vraag? De heer BÜYÜKÇIFCI (nida). Even alles scherp afsluiten hoor, want ik krijg die meldingen telkens. Ja, ik moet vier keer op het kruisje klikken.
De VOORZITTER. Wethouder, wilt u daar nog iets over zeggen?
raadsvergadering van 17 december 2020
Notulen pagina
2159
De heer KURVERS (vvd) (wethouder). Ja zeker, voorzitter. Misschien toch iets ietsje nader ingaan op de werking van zo’n leefbarometer. Er is een veelheid van indicatoren, waaronder degene die de mijnheer Büyükçifci noemt, maar ook geluidsoverlast en andere. De inhoudelijke analyse is gemaakt op basis van de leefbarometer. Daar wordt nog door professionals naar gekeken, op straatniveau wat er aan de hand is. Dan wordt gekeken wat wij denken, bijvoorbeeld geluidsoverlast veroorzaakt wordt door een belwinkel of een avondwinkel, ja dan moet je niet iets in de woningvoorraad gaan doen. Dan is dat het andere probleem dat je aan moet grijpen. De VOORZITTER. Wethouder, u praat of erg zacht, of uw microfoon staat niet goed. De heer KURVERS (vvd) (wethouder). Zo beter? De VOORZITTER. Misschien ook het volume iets, het is misschien een namiddagdip, maar u praat wel erg zacht. De heer KURVERS (vvd) (wethouder). Bij mij niet. Maar is het geluid zo beter voorzitter? De VOORZITTER. Ja. De heer KURVERS (vvd) (wethouder). Oké. Tot slot, een extra toezegging acht ik niet nodig richting mijnheer Büyükçifci en dat is omdat wij een motie hebben aangenomen in uw raad. En op basis daarvan is er gewoon een hele duidelijke brief gestuurd naar de minister met de wensen van uw raad. Dat is vele malen krachtiger. Dus wat u vraagt is al gedaan. De heer VAN BAARLE (denk).
Ja voorzitter, de wethouder geeft aan dat die evaluatie begin dit jaar plaatsvindt. Dus de vraag in de richting van de wethouder zou zijn: kan hij ons van de uitkomsten van die evaluatie van de leefbarometer op de
hoogte stellen, zodat we weten wat daar de gevolgen van zijn? En mijn tweede vraag zou zijn: mocht het nou zo zijn dat zij die indicator etniciteit niet laten wegvallen, of de wethouder dan in overweging kan nemen een ander instrument te gaan hanteren, of andere metingen op basis waarvan we ons beleid gaan baseren? De heer KURVERS (vvd) (wethouder). Op het eerste doe ik graag de toezegging dat zodra wij wat weten over die evaluatie en de minister tot een oordeel is gekomen we dat ook ter kennisgeving aan uw raad melden. Dat lijkt me een goede toezegging, dan kunt u dat ook in de gaten houden. Op het tweede kan ik alleen maar nee zeggen, omdat dit het objectieve instrument is waarlangs deze wetgeving werkt. En daar hebben wij het mee te doen in eerste aanzet. Ik denk dat het belangrijk is om nog een keer te benadrukken dat in die leefbarometer vele indicatoren zitten en dat we ook die professionele toets nog doen en dat we nu ook op die acupunctuur doen met dat wegingskader dat uw raad heeft vastgesteld. Daar zou ik het bij willen laten. Dank u wel voorzitter. De VOORZITTER. Is dit voldoende zo? Dat blijkt. Dan sluit ik de beraadslagingen op dit punt af. 21. Uitkomst evaluatieonderzoek pilot trajectbegeleiding en afdoeningsvoorstel motie-Yildirim over kwalitatief inzichtelijk maken ondersteuningstrajecten Reset Rotterdam De VOORZITTER.
Dan gaan we naar agendapunt 21, de uitkomst van het evaluatieonderzoek pilot trajectbegeleiding en afdoeningsvoorstel motie-Yildirim over kwalitatief inzichtelijk maken ondersteuningstrajecten Reset Rotterdam. Mevrouw Arsieni staat als eerste op mijn
raadsvergadering van 17 december 2020
Notulen pagina
2160
lijst. Mevrouw Arsieni laat haar beurt passeren. Mijnheer Yigit. De heer YIGIT (denk). Ja voorzitter, hoort u mij? De VOORZITTER. Ik hoor u. De heer YIGIT (denk). Ja, oké, dank u wel, voorzitter. De schulden rijzen de pan uit voor vele Rotterdammers. Studenten, werkende armen en eenzame ouderen met gezondheidsproblemen. Allemaal snakken zij naar een uitweg, naar een nieuwe start, een tweede kans. En gelukkig zijn er mensen die hen helpen, zoals onze trajectbegeleiders. Zij fungeren vaak als eerste stap tot een oplossing. En ze hebben vaak een cruciale rol. De pilots waar we het vandaag over hebben laten onder goede resultaten zien en ook een aantal aandachtspunten die wij in de commissie eerder hebben besproken. En voorzitter, wij vinden het belangrijk dat we blijven investeren in componenten die van belang zijn bij trajectbegeleiding. Dan heb ik het over vertrouwen, toegankelijkheid, kennis- en informatiedeling en ook cultuursensitiviteit. Allemaal belangrijke punten die de schuldhulpverlening ten goede komen. Want voorzitter, soms is het één tip die duizenden euro’s aan terugbetaling kan besparen, soms is het één gebaar dat schaamte overwint. Wij komen daarom vandaag met een zestal moties die ervoor moeten zorgen dat deze mensen die in de schulden zitten geholpen worden, maar ook is het bedoeld voor de mensen die hen helpen als steuntje in de rug. Dank u wel voorzitter.
De VOORZITTER. Mijnheer Yigit heeft de volgende moties ingediend. Motie 1. Geen DIGI-armoede bij kinderen ‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 17 december 2020, ter bespreking van agendapunt 21, Uitkomst evaluatieonderzoek pilot trajectbegeleiding en afdoeningsvoorstel
motie-Yildirim over kwalitatief inzichtelijk maken ondersteuningstrajecten Reset Rotterdam; Constaterende dat: - het kabinet heeft besloten om alle scholen vanaf woensdag 16 december te sluiten; - alle scholen over moeten stappen op online-onderwijs; - deze coronamaatregel in ieder geval tot maandag 18 januari van kracht is; - uit een peiling van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) blijkt dat bij één op de vijf scholen geen thuisonderwijs wordt geregeld als een leerling thuis moet blijven omdat er sprake is van structurele tekorten; - onderwijs op afstand niet altijd mogelijk is omdat er nog steeds een gebrek is aan technische middelen, zoals een laptop; - de wethouder heeft aangegeven dat zodra er een tekort is aan laptops dit gemeld kan worden bij de gemeente Rotterdam; Van mening dat: - de maatregelen tegen het coronavirus een grote impact hebben op het onderwijs van kinderen; - tijdens de coronacrisis aandacht moet blijven worden gehouden voor kwetsbare kinderen; - nu het onderwijs weer digitaal gaat en kinderen vanuit huis les krijgen, het belangrijk is dat elk kind in Rotterdam ook toegang heeft tot een laptop; - ook kinderen uit kwetsbare gezinnen in Rotterdam die financieel niet in staat zijn om een laptop aan te schaffen toegang moeten hebben tot technische middelen om geen onderwijsachterstanden op te lopen; Verzoekt het college: - een oproep te doen aan alle
relevante partners in de stad om proactief een melding te maken bij de gemeente wanneer er signalen worden gekregen over een tekort aan laptops voor onlineonderwijs; - hierover te rapporteren aan de raad; En gaat over tot de orde van de dag.’ w.g. E. Yigit
raadsvergadering van 17 december 2020
Notulen pagina
2161
Motie 2. Gratis wasbare mondkapjes naar alle minima
w.g. E. Yigit
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 17 december 2020, ter bespreking van agendapunt 21, Uitkomst evaluatieonderzoek pilot trajectbegeleiding en afdoeningsvoorstel motie-Yildirim over kwalitatief inzichtelijk maken ondersteuningstrajecten Reset Rotterdam; Constaterende dat: - vanaf 1 december er een mondkapjesplicht geldt in alle winkels, musea, restaurants en theaters in Rotterdam; - de gemeente Rotterdam gratis wasbare mondkapjes stuurt naar alleen de minima die bij zorgverzekeraar VGZ een Rotterdampakket hebben; - Rotterdammers met een laag inkomen het oneerlijk vinden dat alleen minima die bij zorgverzekeraar VGZ een Rotterdampakket hebben gratis wasbare mondkapjes krijgen; Van mening dat: - iedereen over goede mondkapjes moet beschikken, maar de minima in Rotterdam dit niet kunnen veroorloven omdat goede mondkapjes meestal duur zijn; - het oneerlijk is om alleen minima die bij zorgverzekeraar VGZ een Rotterdampakket hebben gratis wasbare mondkapjes krijgen; - minima die geen Rotterdampakket hebben bij zorgverzekeraar VGZ niet uitgesloten moeten worden van deze steunmaatregel; - alle minima in Rotterdam die een inkomen hebben tot 130 procent van het minimumloon gratis wasbare mondkapjes verstrekt moeten krijgen; Verzoekt het college: - te onderzoeken of de steunmaatregel waarbij gratis wasbare mondkapjes worden verstrekt uitgebreid kan worden naar alle
minima in Rotterdam die een inkomen hebben tot 130 procent van het minimumloon; - hierover te rapporteren aan de raad; En gaat over tot de orde van de dag.’
Motie 3. Breng de aanvullende beurs beter onder de aandacht van studenten ‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 17 december 2020, ter bespreking van agendapunt 21, Uitkomst evaluatieonderzoek pilot trajectbegeleiding en afdoeningsvoorstel motie-Yildirim over kwalitatief inzichtelijk maken ondersteuningstrajecten Reset Rotterdam; Constaterende dat: - een kwart van de eerstejaarsstudenten in het hoger onderwijs geen gebruikmaakt van de aanvullende beurs waar zij recht op hebben waardoor zij gemiddeld 175 euro per maand mislopen; - voor sommige studenten die recht hebben op een maximale beurs het gaat om tot wel 400 euro per maand; - 40 procent van deze studenten wel geld leent; - onderwijsminister Van Engelshoven deze cijfers zorgelijk vindt; - volgens Debby Lanser van het CPB het hoogstwaarschijnlijk te maken heeft met dat studenten onvoldoende bekend zijn met de beurs; - de Landelijke Studentenvakbond wil dat aankomende studenten al op de middelbare school voorlichting moeten krijgen over hun rechten en plichten; Van mening dat: - de aanvullende beurs een grote financiële steun in de rug geeft van studenten met ouders met een lager inkomen; - de aanvullende beurs beter onder de aandacht gebracht moet worden bij Rotterdamse studenten in het hoger onderwijs; - aankomende studenten al op de middelbare school voorlichting moeten krijgen over hun rechten en
plichten waarbij expliciet de aanvullende beurs onder de aandacht wordt gebracht; Verzoekt het college: - te onderzoeken of in de voorlichtingslessen over geld op scholen al
raadsvergadering van 17 december 2020
Notulen pagina
2162
aandacht wordt besteed aan de aanvullende beurs; - indien dit niet het geval is te kijken hoe het mogelijk is om daar wel aandacht voor te besteden; - hierover te rapporteren aan de raad; En gaat over tot de orde van de dag.’
- hen te wijzen op de schuldhulp, waar de mogelijkheid bestaat dat deze schulden worden betrokken; En gaat over tot de orde van de dag.’ w.g. E. Yigit en D. Yildirim Motie 5. Voorkom toeslagschulden
w.g. E. Yigit Motie 4. Informele schulden ‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 17 december 2020, ter bespreking van de voortgang evaluatie trajectbegeleiding Rotterdam; Constaterende dat: - de gemeente Rotterdam met de individuele trajectbegeleiding een succesvolle weg heeft ingeslagen om de schuldenproblematiek in de stad aan te pakken; - met de huidige aanpak 70 procent van de intakes succesvol plaatsvinden en in vergelijking met vier jaar terug dat twee keer zo vaak is; - grote aantallen Rotterdammers bereikt worden met de schuldondersteuningstrajecten en de individuele trajectbegeleiding; Overwegende dat: - in veel gevallen de toeleiding naar de Gemeentelijke Kredietbank (KBR) plaatsvindt, waarna (minnelijke) betalingsregelingen worden gemaakt; - een onderdeel van de individuele trajectbegeleiding ook kan resulteren in het treffen van een betalingsregeling; - informele schulden in dit verband moeilijk te bewijzen zijn, en dat het betrekken van deze schuldeisers in betalingsregelingen nog moeilijker is; - het aannemelijk is dat ondernemers en individuen, mede door de coronacrisis, thans met informele schulden rondlopen; Verzoekt het college om: - in de communicatiestroom Rotterdammers en relevante intermediairs extra te attenderen op de risico’s van het aangaan van schulden, in welke vorm dan ook, waaronder informele schulden;
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 17 december 2020, ter bespreking van agendapunt 21, Uitkomst evaluatieonderzoek pilot trajectbegeleiding en afdoeningsvoorstel motie-Yildirim over kwalitatief inzichtelijk maken ondersteuningstrajecten Reset Rotterdam; Constaterende dat: - uit het evaluatierapport over trajectbegeleiding blijkt dat door schulden ontstaan door de verandering van inkomen ook het recht op toeslagen wijzigt, waardoor te veel ontvangen toeslagen terug moeten worden betaald; - de Nationale Ombudsman wijst op het risico dat toeslagen, bedoeld als inkomensondersteuning, de ontvangers in schulden brengt; - uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer blijkt dat het gaat om een groot probleem waarbij ieder jaar 46 procent van alle ontvangers te maken krijgt met terugvorderingen; - uit het onderzoek van de Algemene Rekenkamer blijkt dat ruim een kwart van de terugvorderingen die na afloop van een toeslagjaar pas twee tot vier jaar later door de Belastingdienst worden verstuurd; - de Belastingdienst kan zien of individuele huishoudens aanzienlijke toeslagschulden hebben; Van mening dat: - het terugbetalen van het toeslagbedrag dat te veel ontvangen is lastig kan zijn voor kwetsbare Rotterdammers; - bij kwetsbare huishoudens de toeslagschulden opstapelen, waardoor voor deze groep afbetaling een langdurige kwestie is; - het ongewenst is dat
terugvorderingen leiden tot het ontstaan van schulden;
raadsvergadering van 17 december 2020
Notulen pagina
2163
- Rotterdammers met aanzienlijke toeslagschulden beter begeleid moeten worden; Verzoekt het college: - Rotterdammers in schuldtrajecten te attenderen op het belang van het aan de voorkant tijdig doorgeven van eventuele wijzigingen in inkomsten aan de Belastingdienst om toeslagschulden te voorkomen; - hierover te rapporteren aan de raad; En gaat over tot de orde van de dag.’ w.g. E. Yigit en P.J.H.D. Verkoelen Motie 7. Onschuldig aan schuld door zorgkosten ‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 17 december 2020, ter bespreking van agendapunt 21, Uitkomst evaluatieonderzoek pilot trajectbegeleiding en afdoeningsvoorstel motie-Yildirim over kwalitatief inzichtelijk maken ondersteuningstrajecten Reset Rotterdam; Constaterende dat: - de wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (WGS) op 1 januari 2021 zal ingaan; - met deze wijziging de gemeente Rotterdam de mogelijkheid krijgt om gegevens van Rotterdammers met betalingsachterstanden in een vroeg stadium uit te wisselen met onder andere zorgverzekeraars; - vroegsignalering van problematische schulden een onderdeel is van de brede schuldenaanpak van het kabinet; - verzekerde Rotterdammers met een premieschuld van meer dan zes maanden een wanbetalersstatus krijgen; - Project CAK ervoor moet zorgen dat Rotterdammers met zes maanden betalingsachterstand op de zorgpremie, benaderd zullen worden door
gemeentelijke hulpverleners op een outreachende manier (een brief met aanbod tot een persoonlijk gesprek); Van mening dat:
- door de wijziging van de WGS de gemeente tijdig de schulden van Rotterdammers in beeld krijgt; - de wijziging van de WGS de gemeente in staat stelt om eerder schuldhulpverlening aan te bieden; - er verbeteringen gevoerd kunnen worden met betrekking tot het klantcontact met de verzekerden om te voorkomen dat Rotterdammers met een premieschuld aangemerkt worden als wanbetalers; - zorgverzekeraars gestimuleerd moeten worden om op een outreachende manier verzekerden te benaderen met bijvoorbeeld een aanbod tot een persoonlijk gesprek voordat zij een wanbetalersstatus krijgen; Verzoekt het college: - met zorgverzekeraars conform de nieuwe WGS afspraken te maken in het kader van vroegsignalering om te voorkomen dat verzekerden een wanbetalersstatus krijgen en in de schulden terechtkomen; - hierover te rapporteren aan de raad; En gaat over tot de orde van de dag.’ w.g. E. Yigit Motie 8.
Cultuursensitief schuldhulpverlening ‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 17 december 2020, ter bespreking van agendapunt 21, Uitkomst evaluatieonderzoek pilot trajectbegeleiding en afdoeningsvoorstel motie-Yildirim over kwalitatief inzichtelijk maken ondersteuningstrajecten Reset Rotterdam; Constaterende dat: - uit het evaluatierapport over trajectbegeleiding blijkt dat er meer rekening gehouden moet worden met de culturele achtergrond van de cliënten; - Rotterdammers met schulden vaak laat aankloppen bij de gemeente voor hulp door onbegrip voor de persoonlijke situatie; - er een speciale cultuursensitieve training voor budgetcoaches samen met ervaringsdeskundigen en het Nibud is ontwikkeld;
raadsvergadering van 17 december 2020
Notulen pagina
2164
- vrijwilligers individuele budgetbegeleiding aan statushouders bieden en zijn getraind in cultuursensitieve dienstverlening; Van mening dat: - een cultuursensitieve schulddienstverlening zal helpen bij het bespreekbaar maken van de problemen en de cliënten zal motiveren om sneller hulp te zoeken en te aanvaarden; Verzoekt het college: - de speciale cultuursensitieve training voor budgetcoaches die samen met ervaringsdeskundigen en het Nibud is ontwikkeld onder de aandacht te brengen bij Rotterdamse schulddienstverleners; - hierover te rapporteren aan de raad; En gaat over tot de orde van de dag.’ w.g. E. Yigit De moties zijn voldoende ondersteund en maken deel uit van de beraadslagingen. Ik dank u zeer. Mijnheer SegersHoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja dank u wel voorzitter. Gezien de spreektijd zal ik het kort houden en alleen maar verwijzen naar onze motie: ‘Iedereen is van schulden en schulden is van iedereen’. Want naar aanleiding van de pilot die we hier bespreken, is gebleken dat er onduidelijkheid is over of de Vraagwijzer of het zogenaamde expertiseteam Financiën nou moet verwijzen naar het wijkteam, wie de regie heeft, wie ervan is. Wat we natuurlijk wel vaker in dit soort stelsels zien.