20201126- Notulen van de raadsvergadering van 26 november 2020
Tekst van het document
En daarbij wil ik opmerken dat het signaal belangrijker is dan het bedrag dat in mindering wordt gebracht. Voorzitter, vicevoorzitter, ik weet niet wie er nu aanwezig is, maar ik hoop dat u dat doet. En ik ga er ook van uit dat de burgemeester en de wethouder deze motie omarmen. Doen zij dat niet, dan vraag ik me oprecht af: wat is waar van hetgeen tijdens de besloten sessie is besproken? En daar praat ik dan graag een keer met u beiden verder over en liever niet meer in een besloten sessie. Verder, voorzitter, heb ik ook een motie die moet onderzoeken hoe wij als Rotterdam
weer vaste invloed kunnen krijgen op de grote culturele instellingen. De VOORZITTER. Mijnheer Koster heeft de volgende moties ingediend. Motie 11. Business in culture ‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 26 november 2020 ter bespreking van het agendapunt ‘Stad in transitie, cultuur in verandering, Cultuurplan 2021-2024; Constaterende dat: - cultuur een belangrijke bijdrage levert aan een levendige stad; - veel cultuurinstellingen afhankelijk zijn van (structurele) subsidie vanuit de gemeente; - de coronacrisis uitwijst dat vele (horeca) ondernemers zeer creatief kunnen omgaan met de beperkingen; - de Nederlandse kunst- en cultuursector qua ondernemerschap in de kinderschoenen staat, gezien het feit dat de culturele instellingen in Nederland nog geen 20 procent omzet uit eigen inkomen behoeven te behalen; - een gangbaar percentage uit eigen inkomsten circa 21 procent is, aldus de Raad voor Cultuur; Overwegende dat: - het gewenst is dat instellingen meer omzet uit de markt halen; - cultuurinstellingen met een eigen kleine onderneming - bijvoorbeeld als horecagelegenheid en/of de verkoop van aan hun instelling verbonden voorwerpen vaak kansrijker zijn om voort te blijven bestaan als gezonde cultuurinstelling; - deze zelfredzaamheid meer gestimuleerd dient te worden; Verzoekt het college: - bij wijze van proef in het cultuurplan na 2024, nieuwe
cultuurplanaanvragers tevens te beoordelen op hun ondernemerszin; - de RRKC binnen de huidige cultuurplanperiode best practices op dit gebied te laten formuleren en die bespreekbaar te maken met de sector;
raadsvergadering van 26 november 2020
Notulen pagina
2005
En gaat over tot de orde van de dag.’
Motie 13. Eerlijke beoordeling RRKC
w.g. G.F.E. Koster
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 26 november 2020 ter bespreking van het agendapunt ‘Stad in transitie, cultuur in verandering, Cultuurplan 2021-2024’; Constaterende dat: - de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) de verantwoordelijkheid heeft om de cultuurplanaanvragen van culturele instellingen te beoordelen op basis van het gemeentelijk beleid; Overwegende dat: - cultuurinstellingen alleen (schriftelijk) de mogelijkheid krijgen om te reageren op kwantitatieve gegevens zoals financiële kengetallen; - aanvragen voor het cultuurplan juist vaak worden beoordeeld op basis van kwalitatieve gegevens en inhoudelijke argumentatie; - culturele instellingen zelf niet de mogelijkheid hebben om het gesprek aan te gaan met de RRKC, dan wel de wethouder over de beoordelingen van de individuele adviezen; - er hierdoor geen sprake is van het zogenoemde hoor en wederhoor-principe binnen het cultuurplanproces en er op basis van verkeerde of incomplete informatie beoordeeld wordt door de RRKC; - Jazz International zo bijvoorbeeld beoordeeld is binnen de kaders van de categorie muziek, in plaats van de categorie talentontwikkeling, terwijl talentontwikkeling overduidelijk het doel is van de instelling; Verzoekt het college: - alsnog hoor en wederhoor toe te passen op de huidige cultuurplanaanvragen van 2021-2024; - structureel in het cultuurplanproces ruimte te
bieden voor instellingen om (inhoudelijk) te reageren op het oordeel van de RRKC; - de mogelijkheid te benutten om de aanvragen opnieuw te beoordelen op basis van eerlijkere procesbehandeling; En gaat over tot de orde van de dag.’
Motie 12B. Cultuur in Alexander ‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 26 november 2020 ter bespreking van het agendapunt ‘Stad in transitie, cultuur in verandering, Cultuurplan 2021-2024’; Constaterende dat: - Rotterdam een groot aantal cultuurinstellingen kent die een belangrijke functie in de stad vervullen; - vrijwel alle cultuurinstellingen uit het Cultuurplan zijn gevestigd in het centrum van de stad of op Zuid; - de nieuwe Cultuurcampus ook wordt gevestigd op Zuid; Overwegende dat: - er amper tot geen culturele instellingen zijn gehuisvest in Prins Alexander; - Alexander een rijk en afwisselend gebied is waar een cultuurinstelling een waardevolle toevoeging zou kunnen zijn voor de levendigheid van het stadsdeel; - de gebiedscommissie Prins Alexander jaarlijks meerdere cultuuraanvragen krijgt en de behoefte voor bijvoorbeeld een expositieruimte onderschrijft; - er daarnaast behoefte is aan culturele activiteiten dichter bij huis, bijvoorbeeld in Nesselande waar het draagvlak voor cultuur groot is; - er al jaren wordt gesproken over een mogelijke bioscoop in Alexander maar tot op heden nog geen concrete plannen zijn voorgesteld; Verzoekt het college: - te laten onderzoeken welke grotere rol cultuur kan spelen in Prins-Alexander; - een inventarisatie te maken voor welke verschillende soorten cultuur en welke locaties het meest kansrijk zijn in het gebied
voor het vestigen van culturele initiatieven; - hierover te rapporteren aan de raad; En gaat over tot de orde van de dag.’ w.g. G.F.E. Koster
raadsvergadering van 26 november 2020
Notulen pagina
2006
w.g. G.F.E. Koster
Motie 15. Meer geld, meer invloed voor Rotterdam
Motie 14. Inclusie als exclusie ‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 26 november 2020 ter bespreking van het agendapunt ‘Stad in transitie, cultuur in verandering, Cultuurplan 2021-2024’; Constaterende dat: - interconnectiviteit, inclusiviteit en innovatie de drie criteria zijn binnen het cultuurbeleid waar de Rotterdamse Raad van Kunst en Cultuur (RRKC) haar beoordeling van de cultuurplanaanvragen op baseert; - elke instelling hierdoor inclusief en divers moet zijn, alvorens zij subsidie van de gemeente mag ontvangen; Overwegende dat: - de sleutelwoorden interconnectiviteit, inclusiviteit en innovatie voor het college klaarblijkelijk belangrijker zijn dan een volwaardig totaalaanbod van cultuur; - diversiteit en inclusie de toverwoorden van het college zijn waarmee alle ‘problemen’ opgelost kunnen worden; - deze deugdpolitiek echter niet ten goede komt aan het Rotterdamse cultuurbestel; - deze drie criteria bij de beoordeling van de aanvragen van de Rotterdamse Culturele Basis-instellingen echter niet zo nauw worden genomen; - instellingen zonder diversiteits-‘sausje’ negatief worden beoordeeld als nietinclusief en hierdoor geen of minder subsidie krijgen, terwijl zij wel een waardevol cultureel aanbod kunnen verzorgen; - inclusiviteit als criterium nu juist zorgt voor exclusiviteit; Verzoekt het college: - inclusiviteit als criterium te laten vallen/niet
als ultieme must te zien voor individuele cultuurplanaanvragen; - in plaats daarvan toe te zien op een volwaardig totaalaanbod van cultuurinstellingen in het cultuurplan; En gaat over tot de orde van de dag.’
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 26 november 2020 ter bespreking van het agendapunt ‘Stad in transitie, cultuur in verandering, Cultuurplan 2021-2024’; Constaterende dat: - in Rotterdam 45‚8 miljoen euro van het Cultuurplan 2021-2024 naar de acht instellingen gaat die een sleutelpositie in het Rotterdamse culturele veld zouden moeten vormen, de Rotterdamse Culturele Basis (RCB); - in de uitgangspuntennota voor het Rotterdams cultuurbeleid 2021-2024 staat dat de RCB-instellingen “veel nadrukkelijker een instelling overstijgende taak krijgen op grond van hun strategische positie voor de stad. Zij worden geacht meer dan anderen verantwoordelijkheid te nemen voor de Rotterdamse cultuursector als geheel en voor de talenten in de stad. Zij worden als strategische partner gezien voor de opgaven waar de stad voor staat.
Daar staat tegenover dat hun voortbestaan om verschillende redenen niet ter discussie staat”; - de RRKC concludeert dat de acht RCBinstellingen niet voldoen aan de eisen op gebied van interconnectiviteit, inclusiviteit en innovatie; - de IABX, een internationale adviesraad in 2017 concludeerde: “None of the Rotterdam cultural institutions alone has so much international prestige that it would be able to lift the complete sector to a higher level”; - de raad tijdens een besloten vergadering op 12 maart 2020 door de burgemeester en wethouder Kasmi is voorgelicht over de achtergronden van het niet-slagen van de externe financiering van het ambitieuze scenario van Museum Boijmans Van Beuningen; Overwegende dat: - Rotterdam fors investeert in de RCBinstellingen en in de renovatie van Boijmans in het bijzonder;
w.g. G.F.E. Koster en E. Jami
raadsvergadering van 26 november 2020
Notulen pagina
2007
- het voor Rotterdam en de culturele sector gewenst is dat minimaal één van de Rotterdamse instellingen “so much international prestige” heeft “that it would be able to lift the complete sector to a higher level”; - binnen de kaders van de RCB en het Cultuurplan weinig (doorslaggevende) ruimte bestaat voor inspraak door de gemeente Rotterdam, zeker waar het gaat om (i) “een belangrijke verandering van de identiteit of het karakter van een museum” en/of (ii) de door de RCB beoogde “instellingsoverstijgende taak op grond van hun strategische positie voor de stad"; - gezien het belang van de acht RCBinstellingen meer invloed vanuit de gemeente Rotterdam wenselijk zou zijn; - een en ander mede te wijten is aan de verzelfstandiging van de instellingen in de vorm van een stichting met een eigen raad van toezicht, waardoor de gemeente Rotterdam geen (significante) invloed kan hebben op de instellingen; - de gewenste inspraak contractueel en/of statutair geregeld zou kunnen worden tussen de instellingen en de gemeente Rotterdam bijvoorbeeld als onderdeel van opname in de RCB; - het nadrukkelijk niet de bedoeling dient te zijn van de politiek zich te bemoeien met dagelijkse gang van zaken en strategie, hetgeen nadrukkelijk aan de directie en raad van toezicht van de instellingen is; Verzoekt het college: - de juridische en economische mogelijkheden te onderzoeken hoe de gemeente
Rotterdam een grotere rol kan krijgen bij de acht RCB-instellingen op gebied van (i) “een belangrijke verandering van de identiteit of het karakter van een museum" en/of (ii) de door de RCB beoogde “instellingsoverstijgende taak op grond van hun strategische positie voor de stad”; En gaat over tot de orde van de dag.’ w.g. G.F.E. Koster Motie 16. Het signaal naar Boijmans mag groter
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 26 november 2020 ter bespreking van het agendapunt ‘Stad in transitie, cultuur in verandering, Cultuurplan 2021-2024’; Constaterende dat: - de raad op 12 maart 2020 de motie “Geen gemeentelijk geld van ambitie-scenario Boijmans” heeft aangenomen; - Boijmans tot op heden niet is geslaagd in het vinden van externe financiering voor het ambitieuze scenario; - de raad tijdens een besloten vergadering op 12 maart 2020 door de burgemeester en wethouder Kasmi is voorgelicht over de achtergronden van het niet-slagen van de externe financiering van het ambitieuze scenario van Museum Boijmans Van Beuningen; - diverse raadsleden de ontvangen informatie als schokkend hebben ervaren; - de nestor hier de volgende woorden heeft uitgesproken: “Gezien de aard van de informatie vinden wij het nog schokkender dat er schijnbaar niets gebeurt. Dit gaat in tegen ons rechtvaardigheidsgevoel, dit gaat in tegen alles waar wij voor staan, dit gaat in tegen de kernwaarden van onze samenleving. Zo ervaren wij deze gang van zaken.
Achteraf kunnen wij geen andere conclusie trekken dan dat deze geheime vergadering niets anders was dan een ordinaire doofpot.”; Overwegende dat: - wethouder Kasmi Boijmans in het Cultuurplan 2021-2024 wil korten met circa 400.000 euro omdat Boijmans niet heeft voldaan aan zijn eisen op het gebied van interconnectiviteit, inclusiviteit en innovatie; - wethouder Kasmi bij deze overwegingen nadrukkelijk niet heeft meegenomen hetgeen tijdens de besloten vergadering op 12 maart 2020 aan de orde is geweest; - alsnog om deze reden een duidelijk signaal richting Boijmans wenselijk is; - Boijmans in het concept-Cultuurplan 2021-2024 nog steeds 9,35 miljoen euro per jaar ontvangt, terwijl het museum tot 2026 gesloten zal zijn; Verzoekt het college:
raadsvergadering van 26 november 2020
Notulen pagina
2008
- een duidelijk signaal te geven aan de directie en raad van toezicht van Boijmans dat hetgeen besproken is tijdens de besloten vergadering op 12 maart 2020 niet in het belang van de gemeente Rotterdam is; - om deze reden Boijmans te korten in het Cultuurplan 2021-2024 met een aanvullend bedrag van ---- euro En gaat over tot de orde van de dag.’ w.g. G.F.E. Koster
partijen, zoals het NPRZ, de gemeente Rotterdam dan wel het Rijk; - het oude pand van de V&D op Zuid nog steeds beschikbaar is als locatie voor de dependance van Boijmans Van Beuningen; Verzoekt het college: - zich alsnog tot het uiterste in te spannen om ‘Boijmans op Zuid’ op de korte termijn te realiseren; - over dit grondige onderzoek te rapporteren aan de raad; En gaat over tot de orde van de dag.’
Motie 17. Toch nog een Boijmans op Zuid?
w.g. G.F.E. Koster
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 26 november 2020 ter bespreking van het agendapunt ‘Stad in transitie, cultuur in verandering, Cultuurplan 2021-2024’; Constaterende dat: - met het oog op de verbouwing, renovatie en tijdelijke sluiting van het museum Boijmans Van Beuningen er is gezocht naar een tweede museumlocatie om een deel van de collectie alsnog ten toon te kunnen stellen; - dit onder de noemer ‘Boijmans op Zuid' echter vanwege financiële strubbelingen destijds geen doorgang heeft gevonden; Overwegende dat: - Boijmans op Zuid een waardevolle toevoeging kan zijn voor de stad, in het bijzonder voor de aandacht voor cultuur op Zuid; - Boijmans op Zuid op deze manier een ideale wegbereider is voor de Cultuurcampus op Zuid; - Boijmans op Zuid tevens aansluit bij de ambities van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid en de gebiedsontwikkeling Hart van Zuid; - Museum Rotterdam zelfs eventueel in deze dependance van Boijmans Van Beuningen, al dan niet tijdelijk, gehuisvest kan worden; - er eigenlijk nog maar 2 miljoen euro nodig was voor het realiseren van Boijmans op Zuid; - dit gat relatief makkelijk te dichten valt met bijdragen van andere belanghebbende
Motie 18. Toekomstbestendige RRKC? ‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 26 november 2020 ter bespreking van het agendapunt ‘Stad in transitie, cultuur in verandering, Cultuurplan 2021-2024’; Constaterende dat: - de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) een grote rol heeft bij het opstellen van het Cultuurplan door haar beoordelende functie; - er binnen de cultuurplanprocedure amper sprake is van hoor en wederhoor tussen de verschillende cultuurinstellingen, de RRKC én de wethouder; Overwegende dat: - er geen consistentie is tussen verschillende Raden van Kunst en Cultuur (RRKC’s) over de jaren en verschillende cultuurplanperiodes heen; - de RRKC eerder een veroordelende rol inneemt dan een beoordelende rol binnen het algehele proces; - door het gebrek aan hoor en wederhoor gemakkelijk misinterpretaties kunnen ontstaan over de aanvragen en de adviezen van de cultuurinstellingen en RRKC; - hierdoor instellingen verkeerd beoordeeld kunnen worden op basis van verkeerde informatie; - cultuurinstellingen na de beoordelingen niet meer (inhoudelijk) kunnen reageren op de adviezen van de RRKC;
raadsvergadering van 26 november 2020
Notulen pagina
2009
- mede hierdoor twijfels bestaan over de rol en het functioneren van de RRKC in het algehele cultuurplanproces; - ook de wethouder zelf geen luisterend oor biedt naar de cultuurinstellingen toe; Verzoekt het college: - de RRKC nadrukkelijk op te leggen om in de toekomst hoor en wederhoor toe te passen op het gehele cultuurplanproces; - als gemeente een zelfstandig oordeel te vormen over de cultuurplanaanvragen van instellingen en hierin durven leiderschap te tonen; - een kritische externe evaluatie uit te voeren over de RRKC als beoordelende instelling; En gaat over tot de orde van de dag.’ w.g. G.F.E. Koster De moties zijn voldoende ondersteund en maken deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER. U krijgt een vraag van mijnheer Van der Velden. De heer VAN DER VELDEN (pvdd). Ja dank u, voorzitter. Ja, ik erger me al lange tijd aan het standpunt hoe Leefbaar Rotterdam dat naar buiten brengt. Ze hebben het de hele tijd over een geheime sessie, maar ze geven nooit hom of kuit. Dat is niet netjes. Ik weet precies wat er speelt, dat is het geval zogenaamd tussen mijnheer Ex en mijnheer Pijbes, tussen Droom en Daad en Boijmans. En ik vind het langzamerhand erg storend worden dat u nu al twee maanden iets suggereert wat er is gezegd. Dan moet u het er helemaal niet over hebben. Stopt u daar toch gewoon mee. De heer KOSTER (lr). Ja, dat vind ik een standpunt van u.
Maar wij zijn in een besloten sessie geïnformeerd. Onze nestor heeft daar ook over gezegd dat het schandalig is. Ik ga die uitspraak niet nog een keer voorlezen. Maar ik vind het heel erg gemakkelijk om dan maar te zeggen: stop er dan mee. Onze handen zijn gebonden en we vinden het schandalig en
we vinden dat er iets mee moet gebeuren. En dat u besluit om daar niets mee te doen, dat laat ik graag aan u. De VOORZITTER. U kunt verdergaan mijnheer Koster. De heer KOSTER (lr). Ja, we hebben ook een motie waarin we onderzocht willen hebben hoe wij als Rotterdam meer gepaste invloed kunnen krijgen op de grote culturele instellingen. Gezien het besprokene tijdens de besloten sessie, maar ook blijkt uit de doelstellingen van RCB, is invloed vanuit Rotterdam noodzakelijk. De gemeente kan geen speelbal blijven van instellingen die deels bestaan bij de gratie van de subsidie die ze van diezelfde gemeente ontvangen. Dat we een lijdzaam toeschouwer zijn bij een kostbare en ingrijpende verbouwing als bij Boijmans, is te gek voor woorden. Zeker aangezien we zowel eigenaar van het gebouw als van de collectie zijn. Voorzitter, in ruil voor opname in de RCB moet de gemeente een grotere rol krijgen bij deze instellingen. Sterker, de gemeente moet een doorslaggevende invloed bij deze grote instellingen kunnen afdwingen. Het gaat hier om maatwerk, het zijn allemaal aparte instellingen, weliswaar meestal in een stichtingsvorm, maar met andere statuten, dus daar is maatwerk voor nodig. Ik kan helaas niet hier een alomvattende oplossing voorstellen, maar ik kom dus met een onderzoeksmotie: meer geld, meer invloed voor Rotterdam. Voorzitter, vanwege de tijd ga ik snel door. De VOORZITTER.
U krijgt een vraag van mijnheer Engberts. De heer ENGBERTS (pvda). Ja voorzitter, ik hoorde hem zeggen: in ruil voor opname in de RCB. Dat doet vermoeden dat in de ogen van Leefbaar een enorm, het niet alleen maar een eer is, maar ook een enorm voordeel oplevert als je in de RCB zit. En ik was eigenlijk wel benieuwd op
raadsvergadering van 26 november 2020
Notulen pagina
2010
welk voordeel mijnheer Koster dan eigenlijk doelt. De heer KOSTER (lr). Die RCB. Aan de instellingen uit de RCB worden strategische instelling overschrijdende taken op grond van een strategische positie toebedeeld. Zij worden rechtstreeks door het college beoordeeld en niet door de RRKC. Ik wil graag met u hier verder over praten. Maar ik heb nog echt een paar minuten en wil nog twee, drie moties indienen. De VOORZITTER. U mag de vraag negeren, maar mijnheer Engberts heeft het recht u de vraag te stellen. De heer KOSTER (lr). Natuurlijk. De heer ENGBERTS (pvda). Ja, er wordt toch eigenlijk wel vrij boud gezegd dat het een enorm voordeel is om door het college te worden beoordeeld in plaats van de RRKC. Nou, dat kan ook wel eens een keertje tegenvallen. Dus het in-ruil-voor zie ik niet zo. Ik denk dat het een andere positie is. Maar om nou te zeggen: ja voor wat, hoort wat. Ik moet eerlijk zeggen dat ik me heel goed voor kan stellen dat je als culturele instelling, als je in die RCB zit ook een aantal extra verantwoordelijkheden hebt te dragen. Je moet je ook bekommeren om het geheel, je wordt ook zo rechtstreeks aangesproken, in het hele systeem zit al meer, zeg maar bemoeienis, positief geformuleerd, vanuit de overheid. Dus het komt op mij niet heel erg logisch over om te zeggen: dan moet daar nog weer iets tegenover staan. De heer KOSTER (lr).
Laat ik het zo zeggen, voorzitter, als ik het woord heb, ik heb nog geen klachten van instellingen gehoord dat ze opgenomen zijn in de RCB. Ik heb wel klachten van twee instellingen, ik vind het niet kies om nu namen te noemen, maar minimaal twee instellingen gehoord, die verbolgen waren dat ze niet zijn opgenomen in de RCB.
Ik kom met een motie over de dancesector. Ik vind dat wij daar ook iets mee moeten doen. Zeker in deze coronatijd, ze hebben het hartstikke zwaar. Dance the COVID away, ik zou willen dat ik de titel zelf had bedacht. Maar dat heeft onze fractiemedewerker Manon gedaan, waarvoor hulde. Daarin spreken we uit dat de dance-sector onmisbaar is voor Rotterdam en dan ook gesteund moet worden. En dat we onderzoek gaan doen naar de mogelijkheden om de uitgaanswereld in een post-coronaperiode beter financieel te ondersteunen. Voorzitter, ik kom bijna tot een afronding. Leefbaar Rotterdam is ongelukkig met de instelling van de RCB zonder dat zij grip heeft op deze instellingen die een strategische positie moeten hebben voor de stad. Wij vinden dat wethouder Kasmi door de drie i’s verkeerde criteria heeft gesteld en dat maakt de fundering voor het Cultuurplan 2021-2024 niet stabiel. Voorzitter, iedere Rotterdammer weet dat je geen huis moet kopen zonder een goede fundering. Een Cultuurplan zonder goede fundering is niets anders. Zeker, er bestaat een kans dat de fundering het houdt, maar op korte en zeker middellange termijn is veel herstelwerk nodig. De VOORZITTER. Mijnheer Koster heeft de volgende motie ingediend. Motie 10.
Dance the COVID away ‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 26 november 2020 ter bespreking van het agendapunt ‘Stad in transitie, cultuur in verandering, Cultuurplan 2021-2024’; Constaterende dat: - de cultuur-‚ horeca- en evenementensector financieel een zware tijd hebben in deze coronaperiode; - de dance-sector en uitgaanswereld al sinds maart geen gasten meer hebben mogen ontvangen; Overwegende dat:
raadsvergadering van 26 november 2020
Notulen pagina
2011
- er meerdere steunpakketten en noodmaatregelen zijn voor bepaalde sectoren, zoals voor zelfstandige ondernemers en de cultuursector; - de nachtsector momenteel qua steun tussen wal en schip raakt, gezien het grote aantal zzp’ers dat werkzaam is in de sector maar die geen aanspraak kunnen maken op de tozo en de instellingen zelf nauwelijks subsidiebanden hebben met het Rijk en/of de gemeente; - de kans voor de opening van de dancesector en het nachtleven voor dit jaar echter nog erg klein wordt geacht door de sterk beperkende coronamaatregelen; - Rotterdam gekenmerkt wordt door een rijke dance-sector en meerdere toonaangevende nachtclubs heeft zoals Now&Wow, Annabel, Toffler, Rotown en vele anderen; - het echter nog steeds ontbreekt aan gemeentelijke steun en initiatieven om specifiek deze sector te ondersteunen om te voorkomen dat deze omvalt; Verzoekt het college: - uit te spreken dat de dance- en nachtsector onmisbaar is voor Rotterdam en dan ook gesteund moet worden; - op zoek te gaan naar mogelijkheden om de uitgaanswereld in Rotterdam beter financieel te ondersteunen; En gaat over tot de orde van de dag.’ w.g. G.F.E. Koster De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen.
Leefbaar Rotterdam dat zo vindt. Maar wat mij opvalt: zodra het dan over de drie i’s gaat, waar precies deze instellingen ook op worden aangesproken, om juist die rol te vervullen op interconnectiviteit, innovatie en vooral ook op inclusie in onze ogen, dat dan vervolgens het weer even niet geldt. Dus het is ook maar gewoon wat mijnheer Koster uitkomt aan inhoudelijke criteria. En precies daarom is het zo gevaarlijk, dat de politiek zich boven op die instellingen wil werpen. En daarom is het zo belangrijk dat we juist die instellingen bejegenen, geheel volgens het Thorbecke-principe, dat de overheid geen oordelaar is van de inhoud van de kunst. Dus laat dat vooral weg, beoordeel ze vooral op de rol die ze spelen in het geheel, want hier wordt precies aangetoond waarom het in onze ogen zo’n ontzettend slecht idee is. Zodra het mijnheer Koster even inhoudelijk niet bevalt dan niet. Dus puur uit politieke opportuniteit ingrijpen in het functioneren van de cultuursector, dat is echt absoluut iets om niet te doen. De heer KOSTER (lr). Het spijt me dat ik meteen moet reageren. De laatste overweging van mijn motie is dat het nadrukkelijk niet de bedoeling dient te zijn dat de politiek zich bemoeit met de dagelijkse gang van zaken en strategie, hetgeen nadrukkelijk aan de directie en Raad van Toezicht van de instellingen is. De VOORZITTER. U kunt verdergaan.
De VOORZITTER. U krijgt een vraag van mijnheer Engberts, mijnheer Koster. De heer ENGBERTS (pvda). Ja, ik wil daar geloof ik toch wel een opmerking over maken. Zojuist vond mijnheer Koster dat er meer grip moet zijn op de instellingen die in de RCB zitten, want het is zo’n enorm voordeel, kennelijk, als je daarin zit. In plaats van dat je dus ook al een andere verantwoordelijkheid voor het geheel hebt, is het ook heel fijn, kennelijk, om dicht bij de overheid te zitten. Het is mooi, dat
De heer KOSTER (lr). Voorzitter, ik was bij de fundering. Die is dus instabiel. Zorgen om een fundering waren voor mijn vriendin en mij recent doorslaggevend om een huis niet te kopen. Zorgen om de fundering van het Cultuurplan zijn doorslaggevend om mijn fractie te adviseren tegen het Cultuurplan te stemmen. De VOORZITTER. Voordat u verdergaat, mijnheer Engberts heeft nog een vraag. De heer ENGBERTS (pvda). Nou ja, goed, mijnheer Koster reageerde, maar ik had
raadsvergadering van 26 november 2020
Notulen pagina
2012
mijzelf al weggedrukt. Ik dacht: hij heeft niet zoveel tijd, dus hij zal misschien niet zoveel meer zeggen. Maar hij illustreert natuurlijk perfect dat hij dat laatste dictum van zijn eigen motie zelf al niet opvolgt. Want hij zit ogenblikkelijk op de, dat wat zelfs democratisch gewoon in onze raad is vastgesteld, beleidsinhoudelijke prioriteit en stelt vervolgens dat over te laten aan een onafhankelijke adviescommissie. Om er dan vervolgens zelf weer in te gaan zitten poeren. Dus dat dichterbij halen en dan zeggen dat de politiek zich er niet mee gaat bemoeien in bijna dezelfde zin, daarmee illustreert hij perfect waarom hij dat wel zal doen. En waarom dat dus een motie is die ik niet zal steunen.
functioneren en de activiteiten die wel of niet worden ontplooid. Of hij haalt het zelf door elkaar, dat kan ook. Maar ik hoor hem zo nadrukkelijk afstand nemen van prioriteiten als inclusiviteit, interconnectiviteit en innovatie om dan vervolgens een pleidooi te houden voor meer invloed vanuit de politiek op het functioneren, niet zozeer op het dagelijks functioneren, maar op een beleidsinhoudelijk functioneren van de instellingen. En ik ben daar gewoon super beducht voor om dat toe te staan.
De heer KOSTER (lr). Waarom ik dat wel zou doen, mijnheer Engberts, het spijt me, maar u haalt allerlei dingen door elkaar. Ik heb nadrukkelijk gezegd dat we ons niet gaan bemoeien met de doelstellingen. Bij zaken die nu spelen, zoals bij Boijmans, moeten wij wel grip kunnen hebben op het proces zonder dat een externe stichting daar doorheen gaat. En die uiteindelijk ons, als Rotterdam, straks gaat opzadelen met een museum waar geen ambitieuze verbouwing heeft plaatsgevonden, en we dus tot 2026 alleen maar vastzitten aan een asbestverwijdering.
De heer KOSTER (lr). Nee. We draaien rondjes. Ik wil u best nog een keer uitleggen hoe het precies zit. Ik wou graag tot een afsluiting komen, voorzitter, kan dat?
De VOORZITTER. Mevrouw Walgenbach. Sorry, mijnheer Engberts. De heer ENGBERTS (pvda). Ja, volgens mij haalt mijnheer Koster de dingen volledig door elkaar. Want we zijn wel degelijk ook in staat om ons bij een instelling als Boijmans in zo’n groot project, precies met die punten bezig te houden waar mijnheer Koster op doelt. Waar ik op doel, zijn zijn uitspraken die hij voortdurend doet, dat de beleidsinhoudelijke prioriteiten hem niet zinnen en dat hij daar dus liever de RCB-instellingen nog dichter naar zich toe haalt om dat te doen wat juist niet moet gebeuren. Die instellingen horen juist beschermd te worden tegen de politieke waan-van-de-dag-invloed op het
De VOORZITTER. Wilt u daar nog iets over zeggen, mijnheer Koster? Anders ga ik naar mevrouw Walgenbach.
De VOORZITTER. Nee, ik heb mevrouw Walgenbach nog. Die wou nog een vraag stellen. Mevrouw WALGENBACH (d66). Op een ander punt dan mijnheer Engberts ben ik het wel helemaal met mijnheer Engberts eens. Hoor ik nou weer mijnheer Koster zeggen dat u uw fractie adviseert tegen het Cultuurplan te stemmen? De heer KOSTER (lr). Dat heeft u goed gehoord, inderdaad. Mevrouw WALGENBACH (d66). Oké. Een vervolgvraag. Als uw moties worden aangenomen, stemt u dan nog steeds tegen? De heer KOSTER (lr). Dan ben ik heel benieuwd. Ik heb weinig support gekregen. U heeft de moties al langer liggen, dus ja, we gaan het zien. Ik wil tot een afronding komen. Mevrouw WALGENBACH (d66). Ja voorzitter, ik was nog niet klaar.
raadsvergadering van 26 november 2020
Notulen pagina
2013
De VOORZITTER. Ja, mevrouw Walgenbach. Mevrouw WALGENBACH (d66). Ja dank u wel. Ik vraag het me eigenlijk af, want ik heb uw moties gezien en ik vond er heel veel hele goede ideeën bij zitten, maar ik moet daarbij ook constateren dat driekwart echt overbodig is, zwaar overbodig, omdat we het al doen. En dan vind ik het wel opvallend dat u dan moties indient die overbodig zijn, tegelijkertijd wel tegen dit Cultuurplan bent, met dingen die u blijkbaar heel goed vindt, want we doen het al. En u weet niet wat u doet als uw moties aangenomen worden, wat u dan gaat doen. Ik vind het eigenlijk wel een opvallende move van Leefbaar Rotterdam. Dus ik vraag me dan eigenlijk af waarom u tegen bent, terwijl u vindt dat er zulke goede ideeën staan in dat Cultuurplan. De heer KOSTER (lr). Sorry, voorzitter, driekwart van onze moties overbodig. Ik vind dat een gratuite uitspraak. Welke zijn dat dan? Mevrouw WALGENBACH (d66). Ik wil de tekst er wel even voor u bij pakken. Die ene over Dance is een fantastisch idee. Het is precies dezelfde strekking als de wethouder heeft gezegd in het NRC-artikel. Dat is er al één. Ik kan het zo wel even met u doornemen als u dat wenst. Maar u weet denk ik zelf ook wel welke moties overbodig zijn. Boijmans op Zuid, daar heeft u een motie over ingediend. Nou, Boijmans op Zuid, dat is er al. Niet in de V&D, maar er is wel een Boijmans op Zuid.
Dat is nog een motie die overbodig is. Nou, dat zijn er al twee, dus. De heer KOSTER (lr). Ja, dat zijn er maar twee. Ik vind het een leuk spelletje dat u speelt, maar mevrouw Walgenbach, jammer, het lukt niet. Voorzitter, we moeten door de coronamist en door de zware, donkere wolken. En in ieder geval moeten we in Rotterdam minimaal één topper krijgen. Die topper
zou het Museumparkgebied vanaf 2026 kunnen worden met een vernieuwd, ambitieus verbouwd Boijmans. Een prachtig depot en ook de Kunsthal. Dat zal nog een hele grote klus worden, daar is leiderschap voor nodig, die verdergaat dan de drie O’s van Harry van Raaij. En die culturele omslag moet er nu maar eens komen. Dank u wel. De VOORZITTER. Ik dank u zeer. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Eskes. Dan vraag ik mijnheer Simons om kort het voorzitterschap op zich te nemen. (Burgemeester Aboutaleb draagt het voorzitterschap over aan de heer Simons.) De VOORZITTER (de heer Simons). Mevrouw Eskes, gaat uw gang. Mevrouw ESKES (cda). Dank u wel voorzitter. Ja, we bespreken vandaag het Cultuurplan. Nou, mijn collega mevrouw Zandberg heeft daar in de commissie uitgebreid haar bijdrage over gedaan. Ik wil kort vanwege de tijd nog een aantal punten aanstippen. Culturele instellingen in Rotterdam vertegenwoordigen een ongelooflijke belangrijke waarde. En ze verkeren op dit moment in zwaar weer. Ik denk dat er, naast de horeca, maar weinig sectoren zijn, die zo hard geraakt worden als de culturele instellingen. En als we het dan hebben over het verdelen van gelden voor een langere periode dan is het natuurlijk altijd zo dat er instellingen zijn die blij zijn, maar ook instellingen die teleurgesteld, boos of verdrietig zijn, omdat het anders uitpakt dan gehoopt.
Zoveel instellingen, zoveel meningen. En dat dit tot ongenoegen leidt, is een feit. Maar wij zijn als CDA ook echt wel kritisch op hoe dit proces heeft gelopen, als we kijken naar de RRKC, dat is voor ons een belangrijke instelling om ons van advies te dienen. Juist omdat de keuzes in de cultuursector niet een politieke zaak moeten zijn, maar vanuit de sector zelf vormgegeven moeten worden.
raadsvergadering van 26 november 2020
Notulen pagina
2014
En als we dan kijken naar hoe dit proces heeft plaatsgevonden, enigszins onder druk van corona, dan is er eigenlijk geen redelijke wijze van hoor, wederhoor en bezwaar toegepast. Dat is wat ons betreft echt onbestaanbaar. Er worden grote en belangrijke keuzes gemaakt en dan moeten instellingen ook feitelijke onjuistheden kunnen corrigeren of nog eens een keer kunnen reageren op het voorstel van de RRKC. En wij vinden het uitermate teleurstellend dat dat niet heeft plaatsgevonden. Wij hebben lang nagedacht over de moties van Leefbaar Rotterdam om dit alsnog te doen. En tegelijkertijd vinden wij dat voor ons doorslaggevend is, dat in deze coronatijd je wel de ruimte moet geven aan de culturele instellingen die al onder druk staan. Daarom dienen wij een motie in om dit in ieder geval voor de toekomst goed en duidelijk te regelen. En dat vinden we heel belangrijk. Het is een motie van mijn collega mevrouw Zandberg en medeingediend door D66, GroenLinks, VVD, DENK, SP en ChristenUnie-SGP. Een ander punt van kritiek is de wijze waarop er is omgegaan met Museum Rotterdam. Wat ons betreft is het echt een vorm van kapitaalvernietiging dat je aan de ene kant een museum afbouwt en vervolgens ergens in de toekomst in de bibliotheek van Rotterdam de mogelijkheid openlaat om dat weer op te bouwen.
De kosten die gepaard gaan met het afbouwen, de frictiekosten, die je nu moet maken en vervolgens weer de opstartkosten, dat is wat ons betreft echt weggegooid geld. En we vinden het zonde dat deze keuzes gemaakt zijn. Tegelijkertijd zijn we wel weer positief over het feit dat er herstel heeft plaatsgevonden op het Gergiev en Sinfonia. Wat ons betreft is dat een belangrijk herstel die het college nog heeft laten plaatsvinden. Wat ons betreft: goed dat er een keuze gemaakt is, goed dat we weer een stap verder komen, maar we zijn uiterst kritisch op het proces en op de onderbouwing van een aantal
keuzes. Ik zou het hierbij willen laten. Dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER (de heer Simons). Ja, dank u wel, mevrouw Eskes. Mijnheer Büyükçifci is nu aan de beurt. De heer BÜYÜKÇIFCI (nida). Ja voorzitter, cultuur is vaak niet in beeld als sector waar een stad in crisistijd echt in wil investeren. Er is structureel te weinig geld voor kunst en cultuur in de stad. En alleen daarom al is het extra van belang dat die schaarse middelen zo optimaal en eerlijk mogelijk moeten worden besteed. Schaarste vraagt om duidelijkheid en transparantie, om eerlijk en rechtvaardig leiderschap en visie. Er is in Rotterdam een eigenwijze gemeenschap van theatermakers, filmmakers en andere personages van kleur, jong en oud. Diversiteit en inclusie in de culturele sector is van onmisbaar belang. Er is in de afgelopen jaren in de aanloop van het nieuwe Cultuurplan eindeloos gedebatteerd, gediscussieerd en geconsulteerd over diversiteit en inclusie. Zeker als het gaat om de dans om geld en middelen van het Rotterdams cultuurbeleid. Maar daar zien we nog niet de juiste resultaten van terug. Het lukt nog steeds niet die groepen waarover gesproken wordt en die juist die verjongende, vernieuwende kleurrijke creatieve impuls, die de vergrijzende Rotterdamse cultuursector nodig heeft, te bereiken.
Het presenteren van het Cultuurplan gaat altijd wel gepaard met discussie, maar het mag en kan niet zo zijn, dat men ontmoedigd raakt en gedemotiveerd. We zien hoe met regelmaat plannen worden afgedaan als niet toereikend, maar het werk in aanloop naar die plannen gretig wordt omarmd en de lucht in geprezen. Dit is het gevolg van óver mensen praten en niet met ze praten. Of wat nog beter zou zijn, is luisteren naar wat zij, hen die we claimen te willen bereiken, nodig hebben. Het ontbreekt nu nog te veel aan transparantie en goede begeleiding. De bekendmaking van het Cultuurplan zoals het nu is, is te veel een erop-of-eronder-verhaal, zeker voor de
raadsvergadering van 26 november 2020
Notulen pagina
2015
instellingen die niet tot de Rotterdamse culturele basis behoren. Misschien zou het goed zijn als we het omdraaien en het RRKC en de wethouder zich in aanloop naar het volgende Cultuurplan laten adviseren door de partijen die zich nu niet gehoord en gezien voelen. De vraag ‘wat hebben jullie nodig en hoe kunnen wij daarin voorzien?’, mag daarin centraal staan. Het ontbreekt Rotterdam aan een bloeiend amateurcircuit en individuele kunstenaarsbroedplaatsen en activiteiten op wijkniveau. Het zijn wel plekken die van toegevoegde waarde zijn voor ook de culturele instellingen waar het meeste geld naartoe gaat. Dus zien wij voor die grote instellingen in de toekomst een rol weggelegd in begeleiding, advisering, huisvesting en het tentoonstellen van die kleine spelers. Divers en inclusie is ruimte maken voor meer, voor anders en niet alleen op je eigen voorwaarden. Jouw huis is mijn huis. Vandaar onze motie om meer hierop in te zetten. Dus echt meedenken, echt meespelen, echt meepraten, echt bekommeren om wie die partijen zijn die zich elke keer als het het Rotterdamse Cultuurplan betreft, niet gezien en niet echt gehoord worden, terwijl juist zij Rotterdam zijn. De toekomst van de sector hangt namelijk af van de mate waarin jonge mensen zich erin herkennen. Dat zijn namelijk dezelfde jonge mensen die met zijn duizenden op de Erasmusbrug stonden afgelopen zomer. De VOORZITTER.
Mijnheer Büyükçifci heeft de volgende motie ingediend. Motie 20. Maak plaats voor kleine cultuurmakers ‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 26 november 2020, ter bespreking van het Cultuurplan 20212024; Constaterende dat: - het Cultuurplan 2021-2024 inclusiviteit en innovatie nastreeft;
- het Rotterdam nog ontbreekt aan een bloeiende sector met veel ruimte voor kleine cultuurmakers; Overwegende dat: - kleine makers ook van belang zijn voor culturele instellingen waar het meeste geld naartoe gaat; - inclusie ook inhoudt: ruimte maken voor nieuw, voor anders, en niet alleen op je eigen voorwaarden; Verzoekt het college: - om bij grote culturele instellingen erop aan te dringen dat ze nog meer hun verantwoordelijkheid nemen voor begeleiding, advisering en huisvesting van kleinere cultuurmakers; En gaat over tot de orde van de dag.’ w.g. E. Büyükçifci De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De heer VONK (cu-sgp). Ik hoor even niks. Krijg ik het woord voorzitter? De VOORZITTER (de heer Simons). Excuses, ik had hem even op ‘mute’ gezet in verband met achtergrondgeluiden. Excuses daarvoor. Gaat uw gang, mijnheer Vonk. De heer VONK (cu-sgp). Dank u wel voorzitter. Ja, wij dragen cultuur als uitdrukking van de menselijke verbeelding een warm hart toe. Maar we zijn ook kritisch op de grote hoeveelheid Rotterdams geld dat daarnaartoe gaat. En zo kijken we ook met gemengde gevoelens naar het voorstel dat er vandaag voorligt. Zeker als we in ons achterhoofd het Rekenkamerrapport houden waar dadelijk over gesproken wordt over het beperkte publieksbereik van sommige instellingen.
Anders gezegd: we subsidiëren instellingen voor grote bedragen. We hebben bijvoorbeeld uitgerekend dat we in 2019 voor een voorstelling van het Rotterdams Filharmonisch 42,50 euro per kaartje aan subsidie gaven, terwijl iedereen weet hoe beperkt het publieksbereik is voor deze
raadsvergadering van 26 november 2020
Notulen pagina
2016
voorstellingen. Maar we willen niet onsportief doen. Budget en kaders zijn eerder vastgesteld en het is ons niet gelukt om daaraan iets ten goede te veranderen. Goed dat vervolgens het afgesproken proces is doorlopen om met vooraf meegegeven criteria alle ingediende voorstellen te beoordelen en te komen tot een advies. Dat hadden we als raad nooit zelf gekund en ook niet moeten willen doen. We zijn de RRKC zeer erkentelijk voor hun werk daarin. In het proces om te komen tot een definitief advies vinden wij hoor en wederhoor enorm van belang. Eerdere sprekers gaven dat ook al aan. En wij hebben dat ook gemist. Er moet in het proces ook een formeel moment zitten, waarin instellingen kunnen reageren op een advies en waarin ook een moment zit van eventueel bijstellen. De motie van het CDA verwoordt dat prima en die dienen wij dan ook daarom mede in. En ook de moties van D66 en DENK om nog eens advies te vragen over het proces kan op onze steun rekenen. Ik sluit me ook aan bij het pleidooi van de vorige sprekers, in ieder geval bij mijnheer Smet en mijnheer LansinkBastemeijer. Zij hadden het erover om kleinere organisaties die ook doelen op andere gebieden realiseren, zoals bijvoorbeeld taal, armoede of integratie, niet uit het oog te verliezen. Concreet denk ik bijvoorbeeld aan een organisatie als Women Connected.
Ik hoop dat er ook voor hun een betere structurele financiering komt in de toekomst. Dan iets over de fair practice-code. Dat werd ook genoemd door mijnheer Engberts. De sector blijkt tot nu toe onvoldoende in staat om eerlijke betaling zelf af te dwingen. Maar ik krijg de indruk dat de wethouder er bovenop gaat zitten om dit nu goed te gaan regelen. Maar de vraag is dan ook: hoe gaat de wethouder dat precies doen en hoe neemt hij de raad daarin mee? Is het bijvoorbeeld een idee om halverwege de rit met informatie te komen naar de raad om samen te kunnen
vaststellen of deze logische, eerlijke praktijk nu ook echt de praktijk is in deze sector? Voorzitter, we zijn van plan om uiteindelijk in te stemmen met het voorliggende Cultuurplan, omdat we, zoals ik eerder aangaf, budget en spelregels met elkaar hebben afgesproken en het werk conform de afspraak is uitgevoerd. En laten we dan maar hopen dat activiteiten uit het Cultuurplan veel mensen zullen ondersteunen om zelf deel te nemen aan culturele expressie als muziek, theater, beeldende kunst, dans et cetera. En dat al die voorstellingen en producties veel mensen mogen bereiken en mogen bijdragen aan inspiratie, aan een verwijzing naar datgene wat ons menszijn overstijgt, aan bredere bewustwording, dat het maatschappelijke thema’s agendeert en mensen mag verbinden. En daarmee de Rotterdammers rijker maakt. Dank u wel. De VOORZITTER (de heer Simons). Dank u wel mijnheer Vonk. Dan hebben we nu mevrouw Verkoelen. Mevrouw VERKOELEN (50plus). Dank u wel voorzitter. Het Cultuurplan 2021-2024. Over Museum Rotterdam heb ik al iets gezegd bij de renovatie van de bibliotheek. Daarvan vinden wij dat het meegenomen had moeten worden. En om direct in te springen op het verhaal van Leefbaar Rotterdam: ook 50PLUS heeft heel duidelijk bij de voortgangsrapportage van Boijmans Van Beuningen aangegeven dat wat ons betreft de verbouwing compleet de verkeerde kant opgaat.
En dat wij geen ambitieuze verbouwing voorstaan, om dat gelijk maar nog een keertje hier neergelegd te hebben. Dus de minimumvariant zou wat ons betreft de voorkeur hebben. Maar nu over naar het Cultuurplan 20212024. Een plan met veel gelukkigen die meedelen uit de ruif en velen, en misschien zijn die wel verongelijkt, die net naast het net gevist hebben. De drie i’s, inclusiviteit, innovatie en interconnectiviteit, komen wat
raadsvergadering van 26 november 2020
Notulen pagina
2017
50PLUS betreft te weinig terug in de toegekende bedragen. Ook op het terrein van fair practice en fair pay is er nog veel te doen. Maar de grootste uitdaging, voorzitter, voor veel cultuurmakers is wat de coronamaatregelen voor effect zullen gaan hebben. Het lijkt dan ook redelijk dat jaarlijks vinger aan de pols wordt gehouden of de ingediende plannen wel uitvoerbaar zijn en of we met onze subsidie geen spookinstellingen in leven houden. We roepen daarom het college op om daar goed naar te kijken. En verder, en dat is het laatste, voorzitter, hadden wij graag gezien dat de impulsregeling en de perfect pitch over meer budget hadden kunnen beschikken om jonge makers die over het algemeen erg goed scoren op die drie i’s toch een beetje geholpen hadden kunnen worden in deze periode. En daar roepen wij ook het college toe op, dat we dat wel graag zouden zien. Jonge makers zijn de toekomst en behoren daar toch aandacht voor te krijgen. Tot zover, voorzitter. De VOORZITTER (de heer Simons). Ja, dank u wel, mevrouw Verkoelen. De burgemeester is weer terug, dus ik geef het stokje van het voorzitterschap weer over aan onze burgemeester. (De heer Simons draagt het voorzitterschap weer over aan burgemeester Aboutaleb.) De VOORZITTER. Ben ik zo verstaanbaar? Fijn, mijnheer Simons, dat u bent ingevallen. Mijnheer Van der Velden. De heer VAN DER VELDEN (pvdd). Ja, dank u voorzitter.
Voorzitter, een stad die de geschiedenis niet kent, kan niet vooruit. Dat is een recente uitspraak van onze burgemeester, waar ik het volledig mee eens ben. Helaas vindt deze zelfde burgemeester met zijn wethouders dat ons enige historische stadsmuseum, Museum Rotterdam, zo snel mogelijk dicht moet. En, gemeenteraad van Rotterdam, dit is werkelijk waar het domste wat je kan doen. Ik zal dat ook uitleggen. Alle grote
wereldsteden hebben stadsmusea die de geschiedenis en de eigen tijd tonen. Als iets de huidige tijd kenmerkt, dan zijn het wel de volgende vragen: wie zijn we? Waar komen we vandaan? Wat is onze geschiedenis? Wat bindt ons als stadsbewoners? Wat is het verhaal van de stad? En daarom is de wereldwijde trend dat stadsmusea juist groeien, steeds meer bezoekers trekken. Maar wat doet Rotterdam? Dat sluit ons enige stadsmuseum. Een museum dat bovendien ook nog eens financieel kerngezond is. Voorzitter, juist nu moet je het verhaal van de stad vertellen. Juist nu moeten Rotterdammers toegang hebben tot ons erfgoed en verleden. Als je nu het museum sluit, is dat echt een minachting voor de stad en haar inwoners, want een museum is meer dan een gebouw. Een museum is het centrum van museale kennis en ervaring en daar moet je niet mee stoppen, want dat bouw je eenvoudigweg niet meer op. Sluiting van het museum is contraproductief zonder enig zicht op een mogelijke toekomst. De toekomst van een museum kan namelijk veel beter voorbereid worden en gerealiseerd vanuit de continuïteit dan vanuit het niets. En, voorzitter, er moet me toch iets van het hart en dat is dat de gemeente op dit moment geen enkel respect toont voor de collecties van de stad en de collectie van Museum Rotterdam. Ik zal maar eens een voorbeeld noemen.
Bijvoorbeeld de schilderijen van de Rotterdamse schilder Hendrick Sorgh, ook wel de Rotterdamse Johannes Vermeer genoemd. Zijn schilderijen hangen in de eregalerij van het Metropolitan Museum in New York en ook in de eregalerij van het Rijksmuseum te Amsterdam. En wat doen wij als stad? Wij bergen het op in een depot in de Alexanderpolder. Waar? In een depot in de Alexanderpolder, voor jaren. Voorzitter, het is werkelijk waar een schande. Wat een minachting voor de collectie van de stad. Net zoals men het eerder wel goed vond dat de collectie van het Wereldmuseum verkocht zou worden, totdat de Partij voor de Dieren hiervoor ging voor strijden. En
raadsvergadering van 26 november 2020
Notulen pagina
2018
die collectie is nu weer te zien in het Wereldmuseum. En dat brengt mij gelijk bij het advies van de RRKC, echt een beschamend advies. En bovendien een politiek advies. Eerder zagen we net zo’n desastreuze actie van dit adviesorgaan, toen vier jaar geleden op precies vergelijkbare gronden en op vergelijkbare wijze het advies werd gegeven het Wereldmuseum te sluiten. Gelukkig werd dit advies uiteindelijk niet opgevolgd. En kijk nu naar het Wereldmuseum, het staat weer op. Erg opvallend dat je de RRKC hier helemaal niet meer over hoort in het advies. En voorzitter, het advies van de RRKC rammelt. Er moet me toch weer iets van het hart. Hoe haalt een voorzitter van een adviesorgaan, wat de RRKC is, het in zijn hoofd om te zeggen: Museum Rotterdam, zoals het nu heet, klaar ermee. Dat zei hij in NRC Handelsblad van 20 juni. Wat een schandalige uitspraak van deze voorzitter. Ten eerste is dat helemaal niet aan hem, want hij doet een politieke uitspraak. En ten tweede, een grotere belediging voor het museum en alle medewerkers die daar keihard werken, bestaat er niet. De voorzitter die vier jaar geleden ook al zo opzichtig faalde. Voorzitter, zal ik het dan maar eens zeggen? En dan een beetje in de woorden van de voorzitter van de RRKC? Zoals hij nu functioneert, wij zijn er klaar mee, met deze voorzitter. En voorzitter, Museum Rotterdam heeft nooit een eerlijke kans gehad.
Elke adviesronde werd erop bezuinigd en uiteindelijk werd men weggestopt in een hoekje in het Timmerhuis, een gebouw dat überhaupt nooit gebouwd is als museumgebouw. Het heeft niet eens een klimaatinstallatie en daar wordt het dan op afgerekend. In acht jaar tijd ging de subsidie van 5,8 miljoen naar 1,7 miljoen. Voorzitter, wij komen daarom met een motie: ‘Volle kracht vooruit’. Wij verzoeken het college zorg te dragen voor een adequate financiering van het museum, zodanig dat het museum geopend kan blijven en in staat is om op lange termijn perspectief te ontwikkelen.
Laat het museum het verhaal van de stad vertellen. Laat het museum onze geschiedenis en onze toekomst vertellen. Uit eerbied voor onze mooie stad, onze geschiedenis, maar vooral voor de Rotterdammers, want, voorzitter, een stad die de geschiedenis niet kent, kan niet vooruit. Ik dank u. De VOORZITTER. Mijnheer Van der Velden heeft de volgende motie ingediend. Motie 19. Volle kracht vooruit ‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 26 november 2020, ter bespreking van het voorstel tot vaststelling van het Cultuurplan 2021-2024: Stad in transitie, cultuur in verandering; Constaterende dat: - met het Cultuurplan een einde komt aan het voortbestaan van het historisch museum van Rotterdam, het Museum Rotterdam; Overwegende dat: - het voortbestaan van het historisch museum van Rotterdam noodzakelijk is en gewenst wordt voor de stad Rotterdam en haar burgers; - er veel steun in de stad is voor een toekomstperspectief voor het museum dat de continuïteit op langere termijn waarborgt; - het museum met de huidige vestiging in het Timmerhuis niet tot volledige ontplooiing kan komen en een nieuw onderkomen op termijn derhalve noodzakelijk is; - sluiting nu contraproductief is zonder enig zicht op een mogelijke toekomst van het museum; - sluiting van het museum ongewenst is omdat dat tot groot verlies van museale kennis en expertise en geld (frictiekosten) leidt en
reconstructie vele jaren gaat duren (in de sector wordt tien jaar als ondergrens genoemd); - het ongewenst is dat de Rotterdammers daardoor onnodig jarenlang verstoken zullen zijn van een historisch
raadsvergadering van 26 november 2020
Notulen pagina
2019
stadsmuseum, van vitaal belang voor elke stad; - de toekomst van het museum veel beter voorbereid en gerealiseerd kan worden vanuit de continuïteit dan vanuit het ‘niets’ en dat daardoor ook de kosten van het ontwikkelen van een langetermijnperspectief aanzienlijk kunnen worden beperkt; - het gewenst is in dit kader te onderzoeken of structurele financiering van het historisch museum, behorend bij de onmisbaarheid van het museum voor de stad, passend en nodig is; - het in dat geval voor de hand ligt dat het Oorlogs- en Verzetsmuseum zijn collecties in eigendom overdraagt aan de gemeente; - het wellicht raadzaam is als na verloop van enige tijd de huidige raad van toezicht en de directeur van het museum plaatsmaken voor een nieuwe leiding om met frisse blik te werken aan de toekomst; Verzoekt het college: - zorg te dragen voor een adequate financiering van het museum, zodanig dat het museum geopend kan blijven en in staat is om een langetermijnperspectief te ontwikkelen; - bindende afspraken te maken met het bestuur van het museum over een (kosten)efficiënte organisatie van het ontwikkelen van dit toekomstperspectief; En gaat over tot de orde van de dag.’ w.g. R.T.J. van der Velden en N.D.Z.R. Mohamed-Hoesein De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. Ik dank u zeer. Volgens mij heb ik nu alle mensen op mijn lijstje gehad.
Ik heb geen andere sprekers. Ben ik nog iemand vergeten? Meldt iemand zich alsnog aan? Nee, dan gaan we naar wethouder Kasmi. De heer KASMI (d66) (wethouder). Goedemiddag voorzitter. Test: ben ik te verstaan?
De VOORZITTER. Ja, u bent goed te verstaan. De heer KASMI (d66) (wethouder). Goed zo. Ik hoor u gelukkig ook nu, fijn. Ja, een mooi moment wederom, want we spreken vandaag met elkaar over het Cultuurplan. We hebben hier met elkaar al uitgebreid over gesproken in de commissie, zoals een aantal raadsleden ook al heeft gezegd. En toch is het, denk ik, goed om ook van mijn kant een aantal inleidende woorden uit te spreken. Allereerst ben ik ontzettend blij met hoe wij het met elkaar hebben geregeld dit keer. Er is een uitgebreide evaluatie geweest naar aanleiding van vorige cultuurplanprocessen en daar is een aantal aanbevelingen uit voortgekomen. En we hebben daar samen ook de goede afspraken met elkaar over gemaakt. En een van die afspraken was bijvoorbeeld het verder weg organiseren van de politiek. Mijnheer Koster heeft hier een motie over ingediend, daar kom ik straks over te spreken. Maar ik ben heel blij, kan ik nu al melden, dat we dat zo met elkaar hebben georganiseerd. We hebben ook met elkaar een hele mooie visie vastgesteld, een uitgangspuntennota, die als basis diende voor de cultuurplanaanvraag. En in zo’n proces zijn er altijd winnaars en afvallers, helaas. Hoezeer ik ook iedereen een plek gun in het Cultuurplan, de middelen zijn daarvoor gewoon niet toereikend.
En we hebben ook gewoon een organisatie, de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur, die we hebben gevraagd om dat proces voor ons te begeleiden en daar een advies over uit te brengen richting ons. En daar hebben wij uiteindelijk, wat mij betreft, ons voordeel mee gedaan. Ook ben ik ontzettend blij, mijnheer Büyükçifci refereerde eraan, en daar kom ik straks ook op terug, dat we maar liefst twintig nieuwkomers op deze manier opnemen in ons Cultuurplan. Dat is tot nu toe nog niet eerder gebeurd, dat is dus ongekend. Dus als we het hebben over
raadsvergadering van 26 november 2020
Notulen pagina
2020
vernieuwing, als we het hebben over ruimte maken voor andere cultuurmakers, voor andere instellingen, dan kan ik niet meer dan tevreden zijn en zijn we volgens mij met elkaar de goede weg ingeslagen. Ook als het aankomt op de maar liefst veertien doorgroeiers, ook dat is een heel goed teken. Daarnaast hebben we ook met elkaar afgesproken, ook op basis van de evaluatie van de afgelopen jaren, dat we het subsidiestelsel zoals we dat voorheen hadden ingericht, flexibeler willen inrichten met elkaar. Vandaar dat we ook een aantal aanpassingen hebben gemaakt aan het stelsel. En daarmee hebben we dat flexibeler gemaakt. Denk aan de impulsregeling, denk aan het plusprogramma, denk aan de verschillende projectsubsidies, maar ook aan de subsidies voor kleinere initiatieven in de wijk. Maar ook initiatieven als Pitcher Perfect, daar ben ik echt ontzettend blij mee en daarmee kunnen we veel meer initiatieven realiseren. Ook wil ik toch even stilstaan bij het feit dat we in deze hele moeilijke periode met elkaar, u als raad en ik vanuit het college, met elkaar hebben kunnen organiseren dat juist in deze moeilijke tijden er extra geld beschikbaar is voor onze culturele sector, die nu op dit moment zo hard getroffen wordt.
Een aantal raadsleden refereerde er al aan, maar ik ben er bijzonder trots op dat wij als enige stad in Nederland nu ook fair pay hebben zodat mensen ook in de culturele sector op een eerlijke beloning kunnen rekenen. Voorzitter, ik vergeet nog één ding. Ik wil namelijk ook via deze weg onze minister van Cultuur heel hartelijk danken, want ik weet dat ook zij zich keihard heeft gemaakt voor allerlei extra steunpakketten die onze culturele sector nu ook overeind houden. Ze zal nu vast niet meeluisteren, maar via deze weg ook mijn dank aan haar, want ik weet dat dat niet altijd even gemakkelijk is geweest.
Voorzitter, dan ga ik over tot de vragen die binnen zijn gekomen, beginnend bij mevrouw Mohamed-Hoesein. Die had het over een zogenaamd plafond van 75.000 euro dat wij zouden hebben gesteld. Nou, ik kan u vertellen dat dat niet klopt. Ik weet niet hoe u aan die informatie komt, maar dat is niet waar. Wij hebben dat nooit op die manier gecommuniceerd, dus laat ik die ruis op de lijn maar meteen verhelpen, want het klopt niet. Vervolgens heeft u een aantal moties ingediend, waar u ook de basis voor in uw bijdrage heeft geleverd. Ik kom straks terug op die moties, want die moties, voorzitter, pak ik allemaal tegelijkertijd en daarmee kan ik ook nog een aantal vragen beantwoorden die u heeft gesteld. Dus ik ga nu echt alleen maar in op die bijdragen die niet in de moties terugkomen. Mevrouw Walgenbach, dank voor de complimenten. Ook ik ben ontzettend blij, dat heb ik net al gezegd, met al het extra geld dat we beschikbaar hebben gesteld in deze tijd voor onze culturele sector. En ook u had het over een motie die u heeft ingediend en een aantal moties dat u steunt. Ook daar kom ik straks over te spreken. Mijnheer Smet heeft ook het een en ander gewisseld, dat het belangrijkste is dat er een evaluatie komt en dat we met elkaar gaan terugkijken op het hele proces en gaan kijken van wat er beter kan. Daar is een motie over ingediend. Er zijn verschillende moties over ingediend.
Daar kom ik straks over te spreken. U had ook nog een punt ten aanzien van de filmeducatie en u vroeg zich af welke stappen we nou verder gaan nemen. Nou, ik kan u daarover in elk geval melden dat we met LantarenVenster, met de directeur daarvan, in goed overleg zijn om te kijken hoe we vanuit bijvoorbeeld de cultuureducatiebudgetten extra activiteiten daarin kunnen organiseren. We gaan in ieder geval, zo hebben we met elkaar afgesproken, een platform Broedplaats creëren waar talent bij elkaar kan komen,
raadsvergadering van 26 november 2020
Notulen pagina
2021
waar ze van elkaar kunnen leren, maar ik ga me ervoor inzetten om te kijken of er vanuit de educatiemiddelen extra inzet hierop gepleegd kan worden.
De heer ENGBERTS (pvda). Volgens mij hebben we het binnenkort over film in de commissie. Als het over het filmfonds gaat en dergelijke kunnen we er dus wellicht ook nog even net iets dieper op ingaan. Maar dank u wel voor het antwoord tot zover.
Dan mijnheer Lansink-Bastemeijer. De VOORZITTER. U krijgt een vraag van mijnheer Engberts.
De VOORZITTER. Mijnheer Smet. De heer SMET (gl). Ja, een klein vervolgvraagje. Ik miste net even iets doordat ik ging inschakelen. Maar in de commissie had u, de wethouder, het erover, voorzitter, dat er wellicht nog ruimte is te vinden binnen de educatiebudgetten. Maar ik hoor nu aan uw vraag dat u daar nog op terug gaat komen als u die ruimte heeft gevonden. En ondertussen heeft u al een aantal stappen genomen met betrokkenen. Kan ik het zo goed samenvatten? Ik zie geknik, dus dan ga ik weer weg.