CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Stadsoevers - toelichting.pdf

Gemeenteraad 23 november 2023, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5b: Raadsvoorstel Verzoekbesluit onteigeningsplan Stadsoevers Roosendaal29.982 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Omdat het om een gering aantal dieren gaat heeft de ingreep geen effect op de gunstige staat van instandhouding van de soort. Toch is het niet toegestaan de ingreep zonder aanvullende mitigerende maatregelen uit te voeren. Artikel 11 van de Flora- en faunawet verbiedt namelijk onder andere het vernietigen van vaste rust- en/of verblijfplaatsen. Voor het uitvoeren van de werkzaamheden dient daarom een mitigatieplan opgesteld te worden en een ontheffing aangevraagd te worden in het kader van de Flora- en faunawet. Het is aan te bevelen bij het verder uitwerken van de inrichtingsplannen voor het gebied tijdig een deskundige op het gebied van vleermuizen te betrekken. Conclusie De beoogde ontwikkeling heeft een negatief effect op de lokaal aanwezige populaties van de gewone dwergvleermuis en de gewone grootoorvleermuis. Voor het uitvoeren van de werkzaamheden wordt daarom een mitigatieplan opgesteld en een ontheffing aangevraagd in het kader van de Flora- en faunawet. Met inachtneming van deze maatregelen staat het aspect flora en fauna de beoogde ontwikkeling niet in de weg. 4.10 M.e.r. Toetsingskader De m.e.r.-regelgeving is erop gericht het milieu een volwaardige plaats in besluitvormingsprocessen te geven. Besluitvorming over ruimtelijke plannen vraagt altijd om een integrale afweging.

In bepaalde gevallen is de verplichting opgelegd om de milieugevolgen van een voorgenomen activiteit alsmede alternatieven hiervoor en mogelijke maatregelen te beschrijven. Situatie ter plaatse Het plan valt onder D 11.2 ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterrein’ van de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage. Onder D 11.2 is opgenomen dat een m.e.r.-beoordeling moet worden opgesteld in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: - Een oppervlakte van 100 hectare of meer, - Een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of - Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De omvang van voorliggende ontwikkeling is aanzienlijk kleiner en valt derhalve niet direct onder deze gevallen. Aangezien ook voor kleinschaligere ontwikkelingen de milieueffecten moet worden beoordeeld, de zogenaamde vormvrije m.e.r., is onderstaand nader ingegaan op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect. De ontwikkeling bestaat uit de realisatie van circa 600 woningen en lichte bedrijvigheid (bijvoorbeeld in de plint van appartementencomplexen). Het totale plangebied van het bestemmingsplan omvat circa 20 hectare. De locatie ligt in een stedelijke omgeving.

Het terrein ligt niet in een beschermingszone voor de winning van grondwater en op meer dan 8 km van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied. In het kader van het plan is onderzoek gedaan naar de diverse milieuaspecten, waaruit volgt dat de

44 - 83

NL.IMRO.1674.2087STADSOEVERS-0601

diverse aspecten geen belemmering zijn voor de ontwikkeling. De ontwikkeling heeft een toename van de verkeersbewegingen tot gevolg. Deze toename is echter dusdanig beperkt dat er geen significante effecten zijn op Natura 2000-gebied. Dat komt mede door de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied en het amoveren van bedrijvigheid in het plangebied. Potentiële negatieve effecten vanwege het project op de omgeving zijn niet te verwachten. Conclusie De ontwikkeling heeft geen aanzienlijke milieueffecten tot gevolg. Er is geen noodzaak tot het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling. 4.11 Cultuurhistorie, monumenten en archeologie 4.11.1 Cultuurhistorie en waardevolle objecten De provincie Noord-Brabant heeft een Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) opgesteld. Sinds 2011 beschikt de gemeente Roosendaal zelf over een Erfgoedkaart waarbij de Provinciale CHW is verfijnd en ondersteund wordt met aanvullende gegevens zoals bijvoorbeeld luchtfoto's uit 1934, 1958, 1975 en 1985. Op basis van deze gemeentelijke verfijning zal de Provinciale CHW -daar waar nodigworden aangepast. Volgens de CHW is er één waardevol object in het plangebied, namelijk het standbeeld van de beer ('polar bear'), aangeduid als 'overige bouwkunst' (zie figuur 4.8). In het vigerende bestemmingsplan wordt ook het Essent-gebouw aangeduid als waardevol. Behoud van deze objecten is uitgangspunt.

Daarnaast wordt behoud van het Essentgebouw in de bestemmingsregeling voorgeschreven.

Figuur 4.8 Uitsnede CultuurHistorische Waardenkaart

45 - 83

NL.IMRO.1674.2087STADSOEVERS-0601

4.11.2 Archeologie In het kader van de planontwikkeling SpoorHaven is archeologisch onderzoek verricht. De resultaten van dit onderzoek kunnen worden benut voor het bestemmingsplan Stadsoevers. De onderzoeksresultaten zijn beschreven in de bijlage bij de toelichting. Geconcludeerd is dat in een groot deel van het plangebied sprake is van een lage archeologische verwachting. In het zuidelijk deel van het plangebied (rondom het Kadeplein) is sprake van een middelhoge archeologische verwachting. Voor dit gebied wordt in dit bestemmingsplan een dubbelbestemming voor archeologie opgenomen, waarbij deze waarden door middel van een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden worden beschermd. Conclusie Het aspect cultuurhistorie, monumenten en archeologie vormt geen belemmering voor de vaststelling en de uitvoering van het bestemmingsplan. 4.12 Ladder voor duurzame verstedelijking, Besluit ruimtelijke ordening, artikel 3.1.6, lid 2 Toetsingskader Bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling is duurzame verstedelijking het uitgangspunt. Hiertoe wordt de ladder voor duurzame verstedelijking gevolgd die is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6. lid 2 Bro). Deze ladder bestaat uit de volgende drie treden. 1. Er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte. 2.

Indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel a, blijkt dat sprake is van een actuele regionale behoefte, wordt beschreven in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. 3. Indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel b, blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan plaatsvinden, wordt beschreven in hoeverre wordt voorzien in die behoefte op locaties die, gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld. Toetsing a. Is er een actuele regionale behoefte aan de beoogde ontwikkeling? Er is sprake van een actuele regionale behoefte aan woningbouw. Dit blijkt uit de gemeentelijke documenten. Tevens hebben marktconsultaties bevestigd dat de beoogde opzet van het woongebied succesvol kan zijn. Er zijn aspecten die bij de realisering aandacht vragen. Binnen de opzet is het goed mogelijk hier op in te spelen, zoals een toepasselijke differentiatie in woningtypes en er zijn goede mogelijkheden voor fasering. Door de realiseringsopzet die uitgaat van woonblokken die successievelijk tot stand komen, is steeds sprake van mooie afgeronde woongebieden.

Dit zorgt voor een verdere uitnodiging aan anderen om ook naar Stadsoevers te verhuizen. Op diverse locaties is ruimte voor bescheiden ontwikkelingen op het gebied van detailhandel, kantoren en horeca. Dit zijn in feite de ondersteunende functies die zorgen voor een aantrekkelijk woongebied en stadsdeel. In de regeling is specifieke voor iedere locatie en deelgebied vastgelegd welke functies zijn toegestaan, het aantal en de oppervlakte. Verwacht mag worden dat die mogelijkheden benut gaan worden door de markt die daar dan behoefte aan heeft. Het is ook denkbaar dat functies onderling gedurende de looptijd van het plan, wisselen. Uitwisselbaarheid en differentiatie waarborgen een levendig gebied. Belangrijk is dat het gebied in het vorige bestemmingsplan reeds is bestemd voor een aanzienlijk groter aantal woningen en voor grootschalige stedelijke functies, zoals meerdere scholen, een stadskantoor (verzameling van kantoren op stadsniveau) en accommodaties die gerelateerd zijn aan zorg (scholen) en sport (stadion). Destijds ging het om aantallen en oppervlaktes die aanzienlijk groter waren dan in de huidige opzet. Tabel 4.3 Vergelijking functies in oppervlaktes en aantallen bestemmingsplan Spoorhaven en bestemmingsplan Stadsoevers

functies SpoorhavenStadsoeverssaldo Wonen 905 600 tot 700 -205 -tot -305 woningen Detailhand 2.300 2.400 100 m2 el

46 - 83

NL.IMRO.1674.2087STADSOEVERS-0601

Horeca 2.750 Kantoor 3.550 Leerbedrijv 1.400 en Maatschap 32.400 pelijk Sport 1.600 Zorg 800 Voorzienin 4.700 gen divers Ligplaatsen25

2.000 1.600

-750 -1.950

m2 m2

3.750

2.350

m2

16.500

-15.900

m2

2.000 800

400 0

m2 m2

5.500

800

m2

80

55

ligplaatsen

Er zijn destijds aanzienlijk meer woningen geprojecteerd dan in de huidige situatie. De afname bedraagt globaal 200 tot 300 woningen. Ook de oppervlakte aan diverse functies neemt aanzienlijk af met circa 15.000 m². Het is wel zo dat de gemengde functies nu op enkele andere locaties zijn gesitueerd. Bijvoorbeeld het Essentgebouw en het Douanekantoor worden nu gehandhaafd en bieden ruimte voor gemengde functies. De noordoostlocatie wordt niet meer ingevuld met gemengde functies, zoals een onderwijsvoorziening en een stadskantoor. Hiervoor in de plaats komen huisvestingsmogelijkheden voor tijdelijke werknemers en placemaking. Op het niveau van het plangebied is sprake van vergelijkbare functies die zijn toegestaan, afname van aantallen en oppervlakte en uitwisseling tussen locaties. Volgens jurisprudentie is enige wisseling mogelijk voor zover reeds bouwmogelijkheden waren geboden en de nieuwe functies vergelijkbare ruimtelijke effecten hebben (201307360/1, 201310814/1, 201311211/1, 201400349/1, 201406857/1, 201403512/1, 201505014/1, 201506618/1). Dat is in dit plangebied aan de orde. Per saldo is namelijk het effect op de omgeving, zoals het verkeer in de omgeving, veel beperkter. b. Kan de actuele regionale behoefte worden opgevangen binnen bestaand stedelijk gebied? De actuele behoefte wordt geheel binnen bestaand stedelijk gebied opgevangen.

Er is duidelijk sprake van intensivering van ruimtegebruik zodanig dat de transformatie resulteert in een duurzaam stedelijk gebied. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de voorkeursvolgorde voor verstedelijking. c. Kan een nieuwe locatie worden gevonden die passend multimodaal is ontsloten? De locatie is multimodaal ontsloten. Door de ligging aan het spoor nabij het station met een passerelle inclusief andere vervoersmodaliteiten, is sprake van een uitstekend multimodaal ontsloten stedelijk gebied. Conclusie De ontwikkeling voldoet aan de verschillende treden van de Ladder voor duurzame verstedelijking.

47 - 83

NL.IMRO.1674.2087STADSOEVERS-0601

48 - 83

NL.IMRO.1674.2087STADSOEVERS-0601

Hoofdstuk 5 Visie op het plangebied In hoofdstuk 5 is aangegeven hoe het beleid en de planuitgangspunten zijn vertaald naar de inhoud van het bestemmingsplan en zijn verwerkt in de planregels. Aangegeven wordt welke aspecten in het bestemmingsplan geregeld worden. 5.1 Uitgangspunten en randvoorwaarden 5.1.1 Inleiding Gebiedsontwikkeling heeft nu een fundamenteel ander karakter dan twee decennia terug. Het is in deze tijd van herschikking van uitgangspunten, grondwaarden en planontwikkeling uitermate complex om stedelijke ontwikkelingen van de grond te krijgen. Bovendien is er binnen de ruimtelijke ontwikkeling een focusverschuiving merkbaar. Zat in het verleden de waarde- en leefbaarheidsontwikkeling enkel in de stenen (huizen, gebouwen) nu zit de waardeontwikkeling ook tussen de stenen, in de trapveldjes en braakliggende stukken bouwgrond of tussen leegstaande gebouwen. Het nieuwe spel bestaat eruit deze elementen op waarde te schatten en ze met elkaar in verbinding te brengen zodat nieuwe perspectieven ontstaan. Binnen Roosendaal is Stadsoevers hier uitermate geschikt voor omdat het gebied in een pionierssituatie verkeert. Er is een situatie ontstaan die vraagt om oplossingen en denkrichtingen die handvatten kunnen bieden voor de toekomst.

5.1.2 Uitgangspunten en randvoorwaarden op basis van de beleidsdocumenten Woonagenda De Woonagenda 2015 geeft goede aanleidingen om het gebied Stadsoevers in ontwikkeling te nemen. De woningmarkt is in de afgelopen jaren sterk teruggelopen. Het aanbod van stedelijke nieuwbouwlocaties is daardoor op dit moment beperkt. Er is echter wel voldoende vraag. Het gebied Stadsoevers kan op relatief korte termijn deel van de behoefte aan woningen vervullen. Met name op het gebied van stedelijke grondgebonden woningen is een markt te verwachten. 5.1.3 Uitgangspunten en randvoorwaarden op basis van de ruimtelijk en functionele analyse Betekenis voor Roosendaal Door haar strategische ligging vormt Stadsoevers een ideale voedingsbodem voor een zeer aantrekkelijk gemengde stadswijk waar wonen, werken en recreëren hand in hand gaan. Het gebied dient op een zodanige manier ingericht en ontsloten te worden dat het betekenis krijgt voor de inwoners en bezoekers van Roosendaal. 5.1.4 Overige uitgangspunten en randvoorwaarden Samen ontwikkelen Stadsoevers biedt flexibiliteit en ruimte aan de wensen en de creativiteit van burgers en andere initiatiefnemers. Vooraf wordt alleen het hoognodige vastgesteld, zodat het algemeen belang geborgd is, maar tegelijkertijd veel vrijheid wordt geboden aan de ontwikkeling van het woongebied. Ruimte geven aan particuliere plannen is uitgangspunt.

De rol van de overheid beperkt zich tot de hoofdlijnen; zij faciliteert, stimuleert en geeft ruimte voor het experiment. Zij formuleert de ambities voor het gebied en verzorgt het raamwerk. Het gebied wordt vervolgens voor en door Roosendalers ontwikkeld. Duurzaam In de toekomst zullen de ambities op het gebied van duurzaamheid heel anders zijn. Verhoudingen en opgaven zijn in korte tijd enorm veranderd. Gemeenten moeten voortaan veel meer zelf doen, zonder dat zij het initiatief nemen. Zij moeten enerzijds inspelen op kleinschaliger lokale initiatieven, en anderzijds sturing geven aan verstedelijking, waarbij klimaat- en energiebewust bouwen vanzelfsprekend worden. De ontstaansgeschiedenis van Stadsoevers levert een unieke situatie met zowel voor- als nadelen op. Geluidsbelasting, veiligheidscontouren en bodemverontreinigingen vergen een zorgvuldige doordachte

49 - 83

NL.IMRO.1674.2087STADSOEVERS-0601

inpassing of oplossing. Anderszijds kan gebruik worden gemaakt van restwarmte, multimodale ontsluiting, voorzieningen, bestaande gebouwen en infrastructuur. 5.2 Ruimtelijke streefbeelden 5.2.1 Ruimtelijke hoofdstructuur Ruimtelijke principes De ligging in de stad en de kwaliteiten van Stadsoevers zijn leidend geweest voor de ruimtelijke principes die de basis vormen voor het ruimtelijk raamwerk. Dit raamwerk vormt de basis voor de verdere ontwikkeling van het gebied Stadsoevers. De principes volgen uit de actuele inventarisatie van het gebied en haar context. Stedelijk knooppunt

Figuur 5.1 Stedelijk knooppunt (bron: Ruimtelijke Positionering Stadsoevers, december 2015)

In Stadsoevers komen belangrijke structuurdragers van Roosendaal bijeen: het spoor, de Molenbeek, de Roosendaalse Vliet en de Kade. Daarnaast komen hier het centrum, de wijk Westrand en bedrijventerrein Borchwerf samen. Hierdoor ontstaat een gebied met aantrekkingskracht op functies van bovenstedelijk niveau. De strategische ligging van dit gebied en de samenhang met de omliggende stadsdelen zijn de basis voor een mix van hoogwaardige openbare ruimte met publieke voorzieningen en gemengde woon- en werkfuncties. Beheersing van de mobiliteit en een duurzame bereikbaarheid zijn van groot belang voor Stadsoevers. Een goede bereikbaarheid is een belangrijke voorwaarde voor de vestigingskwaliteit van het gebied. Betrouwbaarheid van alle vormen van vervoer staat hierbij voorop. Een stedelijk knooppunt met nieuwe functies vraagt ook om goede verbindingen op alle schaalniveaus.

50 - 83

NL.IMRO.1674.2087STADSOEVERS-0601

Dit begint met de relatie tot het naastgelegen spoor. De Passerelle vormt een eerste aanzet tot een nieuwe langzaam verkeersverbinding die de Westrand en Stadsoevers aansluiten op het station en daarmee op de internationale netwerken. Naast het openbaar vervoer is ook het versterken van de autobereikbaarheid en de aansluiting op de snelwegen belangrijk. Om Stadsoevers bereikbaar te houden, zijn alleen aanpassingen in de bestaande structuur nodig. Deze aanpassingen bestaan uit het verleggen van het vrachtverkeer van de Oostelijke Havendijk naar de (nieuwe) Spoorlaan en het instellen van een eenrichtingscircuit rondom de Kade. Het langzaam verkeer (fietsen en lopen) krijgt meerdere duidelijk herkenbare routes naar de verschillende functies in het gebied en krijgt een prominente plek binnen de openbare ruimtes zoals de Roosendaalse Vliet en Scherpdeel. Ook de vaarverbinding wordt weer in ere hersteld. Door de Vlietbrug weer beweegbaar te maken, kan de recreatievaart tot aan de zwaaikom komen, waar een nieuw stedelijk brandpunt kan ontstaan. Rondje Roosendaal

Figuur 5.2 Rondje Roosendaal (bron: Kwaliteitskader buitenruimte Stadsoevers Roosendaal, november 2016)

Rondom het stedelijk knooppunt beginnen zich de contouren af te tekenen van een ringstructuur die de verschillende belangrijke plekken in en rondom het centrum van Roosendaal met elkaar verbindt. Het station, Mariadal, de Oude Markt en het winkelgebied zijn door de Passerelle en de Kade met Stadsoevers verbonden. Binnen Stadsoevers wordt de reeks van bijzondere elementen voortgezet. Deze elementen bestaan uit de Roosendaalse Vliet, Molenbeek en campus rondom de Kade. De inrichting van de openbare ruimte bepaalt in sterke mate de verblijfskwaliteit en aantrekkelijkheid van

51 - 83

NL.IMRO.1674.2087STADSOEVERS-0601

het nieuwe gebied. De belangrijkste assen krijgen vorm door een helder profiel met ruimte voor grote bomen, en sluiten aan bij het karakter van de directe omgeving. De locaties die zich kenmerken door een grote levendigheid, worden vormgegeven als stedelijke pleinen. Dit zijn de plekken waar ontmoeting en interactie plaatsvindt en ook de kades van de Roosendaalse Vliet behoren hiertoe. Het gemotoriseerd verkeer is hier ondergeschikt aan langzaam verkeer. Er is ruimte voor recreatie en evenementen. Aan de oevers van de Molenbeek zal ruimte vrijkomen voor een parkachtige omgeving, waar grassen, riet, elzen en wilgen het beeld zullen bepalen. Beide ruimtes komen bij elkaar in de campuszone, die naast de verbinding tussen deze zones ook de verbinding legt tussen de Kade en de Westrand. Hierdoor vormt de campuszone het nieuwe stedelijke hart van het gebied. Ruimtelijk raamwerk

Figuur 5.3 Ruimtelijk raamwerk (bron: Ruimtelijke Positionering Stadsoevers, december 2015)

De al aanwezige en gerealiseerde kwaliteiten, zoals het Kellebeekcollege en de Passerelle, zijn geïncorporeerd in het ruimtelijk raamwerk. Het ruimtelijk raamwerk bestaat uit drie hoofdassen met elk een aantal deelgebieden die waar nieuwe stedelijke ontwikkelingen zullen plaatsvinden met elk een duidelijke identiteit en karakter. Binnen de hoofdstructuur kunnen de afzonderlijke deelgebieden gefaseerd tot ontwikkeling komen. Het functionele programma per deelgebied is op deze kwaliteit en karakteristiek afgestemd. Dit vertaalt zich in een ruimtelijke karakteristiek zodat elk deelgebied op zich een eenheid vormt. Het is belangrijk dat juist op de overgangen en knooppunten helder blijft hoe de hoofdverbindingen liggen. De drie hoofdverbindingen zijn de ecologische verbindingszone Molenbeek, die zich door het gebied heen slingert, de Roosendaalse Vliet met de haven en de Noordlaan.

52 - 83

NL.IMRO.1674.2087STADSOEVERS-0601

Figuur 5.4 Hoofdassen en deelgebieden (bron: Ruimtelijke Positionering Stadsoevers, december 2015)

Zuidelijk deelgebied Het zuidelijke gebied van Stadsoevers, Kade en Campus, kenmerkt zich door levendigheid en dynamiek. Hier is ruimte en aanleiding om met de grote volumes die aanwezig zijn (Essentgebouw, Douanekantoor, EKP en het Kellebeekcollege) een (zorg)campus te creëren waar zorg, onderwijs en economische functies bij elkaar komen. Campus Op de campus komen alle belangrijke structuren samen. De Kade vormt hierbij het ondersteunende (horeca) hart. Aan de kop van de Roosendaalse Vliet, in de Zwaaikom, krijgt de recreatievaart een plek. De oevers van de Molenbeek, die door het gebied heen slingert, bieden een aantrekkelijke verblijfplek. Deze oevers krijgen op sommige plekken een meer stedelijke uitstraling en op andere plekken een meer landschappelijke uitstraling. Via de Wethouder Lanenstraat, Pater Damiaanstraat en de locatie Van Goghlaan ontstaat de verbinding met de Westrand. Scherpdeel De opbouw van het gebied Scherpdeel bestaat uit open(bare) groene ruimte met aan de oostzijde een nieuwe kleinschalige wand (drie lagen). De waterverbinding voltooit de ecologische verbindingszone en biedt tevens een oplossing voor de waterproblematiek van de Westrand. Deze ruimtelijke eenheid wordt op een aantal punten oost west-doorkruist door langzaam verkeerverbindingen die het nieuwe gebied met de Westrand verbinden.

Rondom de Roosendaalse Vliet Rondom de Roosendaalse Vliet is een compacte en gesloten invulling uitgangspunt. Kenmerkend zijn de blokken aan de Westelijke Havendijk, die qua maat en schaal de nadruk leggen op stedelijke wandvorming (drie bouwlagen met accenten) aan de Roosendaalse Vliet. Aan de zuidzijde is ruimte gelaten voor de nieuwe stedelijke kop met een mix van functies - wonen, werken, cultuur - rondom de zwaaikom. De zwaaikom zal functioneren als passantenhaven, grenst aan het nieuwe stedelijke plein en zal ruimte bieden voor wateractiviteiten. Vlietkades De Vlietkades (Oostelijke en Westelijke Havendijk) worden ingericht als stadspromenades. Op beide zijden is de auto toegestaan, maar gemotoriseerd verkeer is hier ondergeschikt aan langzaam

53 - 83

NL.IMRO.1674.2087STADSOEVERS-0601

verkeer. Aan de Oostelijke Havendijk wordt de nieuwe bomenrij enkele meters teruggezet van de waterkant zodat de promenade onderdeel wordt van het Vlietsysteem. Passerelle Rond de opening waar de Passerelle op uitkomt, het voormalige Wubbenterrein, kan op termijn een langzaam verkeersbrug komen die het nieuwe woongebied een snelle verbinding geeft met het station. Dit geeft aanleiding om aan de westzijde van de Roosendaalse Vliet een onderbreking van de stedelijke wand te maken, dat de verbinding met het achterliggende gebied vormt. Noordlaan Tot slot vormt de Noordlaan de centrale ontsluiting van het noordelijk deel. Deze laan krijgt een klassieke laanopbouw met een centrale groenzone met dubbele bomenrij. Aan de buitenzijdes komt ruimte voor het bezoekersparkeren en naast de woonblokken komt een voetgangerszone die aansluit op de dwarsverbindingen naar de Roosendaalse Vliet en Scherpdeel. 5.2.2 Nieuwe ontwikkelingen openbare ruimte In deze paragraaf worden per deelgebied de beoogde ontwikkelingen voor de openbare ruimte verder uitgewerkt. Vlietkades Oostelijke Havendijk De hoofdverkeersverbinding over de Oostelijke Havendijk wordt verlegd naar de (nieuwe) Spoorlaan. Hiermee wordt de oude situatie, van een front aan de Roosendaalse Vliet en een ontsluiting aan de achterzijde, in ere hersteld en wordt het conflict tussen voetgangers en vrachtverkeer opgelost.

Het voltooien van de laanstructuur vanaf de Kade over de Veemarkt en Oostelijke Havendijk tot aan de Jan Vermeerlaan hangt hiermee samen. Dit gebeurt door een stevige dubbele bomenrij langs de Roosendaalse Vliet, die de aansluiting richting centrum vormgeeft. Hier sluit ook de verbinding naar de Passerelle op aan. Door de bomenrij aan de Oostelijke Havendijk op enkele meters van de oostelijke Vlietkade te leggen, ontstaat er een promenade die echt onderdeel uitmaakt van het Vlietsysteem.

Figuur 5.5 Profiel Vliet en kades (bron: Kwaliteitskader buitenruimte Stadsoevers Roosendaal, november 2016)

Westelijke Havendijk De Westelijke Havendijk vormt een belangrijke noord-zuid recreatieve route op stadsschaal, maar ook voor het Stadsoeversgebied an sich. Door het handhaven van de industriële kades en deze toegankelijk te maken voor recreatievaart krijgen ze, een nieuwe recreatieve betekenis voor Stadsoevers en Roosendaal. Kenmerkend zijn de blokken aan de Westelijke Havendijk, die qua maat en schaal de nadruk leggen op stedelijke wandvorming aan de Roosendaalse Vliet. Aan de zuidzijde is ruimte gelaten voor de nieuwe stedelijke kop met een mix van functies - wonen, werken, cultuur en horeca rondom de zwaaikom.

54 - 83

NL.IMRO.1674.2087STADSOEVERS-0601

Figuur 5.6 Impressie Vliet en kades (bron: Kwaliteitskader buitenruimte Stadsoevers Roosendaal, november 2016)

De brug De langzaamverkeerbrug over de Roosendaalse Vliet zal vorm krijgen in een draai- of hefbrug om geen belemmering te vormen voor het vaarverkeer. De brug vormt een verbinding tussen het station, de Passerelle en het woongebied. Zwaaikom Voor de levendigheid in het gebied is het herstellen van de Vlietbrug belangrijk, zodat de recreatievaart tot in de zwaaikom kan komen. . Deze plek moet het nieuwe centrale punt van Stadsoevers worden. Rondom de Zwaaikom is ruimte gelaten voor de nieuwe stedelijke kop met een mix van functies - wonen, werken, horeca en recreatie.

Figuur 5.7 Impressie Zwaaikom (bron: Kwaliteitskader buitenruimte Stadsoevers Roosendaal, november 2016)

55 - 83

NL.IMRO.1674.2087STADSOEVERS-0601

Molenbeek Scherpdeel Deze zone heeft naast een recreatieve functie ook twee andere belangrijke functies; de ecologische verbindingszone en de waterberging voor zowel de naastgelegen wijk Westrand als het nieuw te realiseren programma. De aanwezige bomenstructuur wordt hierbij verder versterkt door nieuwe bomen toe te voegen. Ook het aanleggen van een oost-westverbinding door het noordelijk deel van het plangebied is van belang. Deze as sluit aan op een in de toekomst te realiseren langzaamverkeersbrug over de Roosendaalse Vliet richting de Passerelle, maar geeft in de huidige situatie de mogelijkheid om het gebied te ontsluiten en toegankelijk te maken.

Figuur 5.8 Impressie Scherpdeel (bron: Kwaliteitskader buitenruimte Stadsoevers Roosendaal, november 2016)

Campus De huidige situatie van dit deelgebied is een samenraapsel van nieuwe en oude gebouwen en ruimtelijke structuren. De gebouwen zelf vertellen het verhaal van de Kade en Haven door de jaren heen. Dit begint bij het Essentgebouw, via het EKP en Douanekantoor en eindigt bij het recent gerealiseerde Kellebeekcollege. Deze gebouwen, die zich nu soms enigszins verloren of krampachtig binnen de ruimte positioneren, krijgen samenhang door de openbare ruimte te transformeren naar een campus waar stedelijke en landschappelijke structuren worden geïntegreerd. Dit begint bij de opwaardering van de verbinding tussen de Oostelijke Havendijk en de Kade via de Veemarkt. Een stevige laanstructuur, tussen de Jan Vermeerlaan en Kade, vormt de voltooiing van een van de twee hoofddragers van het gebied. Een aanvullende ingreep kan hierbij bestaan uit het afschermen van de nu grote open parkeervelden ten noorden en zuiden van het EKP. Door het realiseren van een afscheiding krijgt deze diffuse openbare ruimte meer structuur en begeleiding en wordt de plek helderder en sociaal veiliger. Deze afscherming kan wellicht zelfs in de vorm van een gebouwde parkeervoorziening, waardoor de parkeercapaciteit van het gebied vergroot wordt. Cruciaal voor de ambitie om het gebied als campus te laten fungeren zijn de gevels van de gebouwen op de begane grond.

Deze dienen een passende functie en een open relatie met het gebied te krijgen. De bebouwing op het Kadeplein functioneert al grotendeels op deze manier, maar de grote aparte gebouwen ogen heel gesloten. Vooral 's nachts geeft een meer opene uitstraling een sociaal veiliger gevoel.

56 - 83

NL.IMRO.1674.2087STADSOEVERS-0601

In het creëren van samenhang ligt er een grote kans bij het omvormen van de buitenbocht van de Molenbeek tot een stedelijke parkruimte. Deze gaat een knooppunt vormen tussen het Kellebeekcollege, het EKP en het Douanekantoor. Deze ruimte sluit aan op de laanstructuur van de Veemarkt en levert voor de bebouwing die eraan ligt een buitenruimte van hoge kwaliteit waar mensen kunnen recreëren en verblijven. Ook ligt het voor de hand om op termijn een verbinding over de Molenbeek aan te leggen waardoor de campus nog meer samenhang krijgt.

Figuur 5.9 Impressie Campus (bron: Kwaliteitskader buitenruimte Stadsoevers Roosendaal, november 2016)

57 - 83

NL.IMRO.1674.2087STADSOEVERS-0601

Wipwei De Wipwei vormt in essentie de laatste verbindende schakel in de ecologische verbindingszone. De verbinding zal vorm krijgen door verschillende poelen en wadi's die met elkaar in verbinding staan onder de verschillende wegen en kabels en leidingbundels door. Het gebied heeft naast een ecologische functie ook een recreatieve functie voor de wijk. De woningen aan deze zone krijgen een directe relatie met het groen en water gescheiden door enkel een Delftse stoep. Noordlaan De nieuwe centrale Noordlaan gaat de hoofdontsluiting van het nieuwe woongebied worden. De as krijgt vorm als karakteristieke laan met een centrale groene ruimte met daarin platanen die de ruimte krijgen om uit te groeien tot forse bomen. Op deze wijze krijgt deze as ook een duidelijke ruimtelijke kwaliteit en wordt het aangenaam om er doorheen te bewegen en er aan te wonen.

Figuur 5.10 Impressie Noordlaan (bron: Ruimtelijke Positionering Stadsoevers, december 2015)

5.2.3 Nieuwe ontwikkelingen woonblokken De programmatische invulling van het raamwerk bestaat uit drie hoofddelen: het deel ten zuiden van de Wethouder Lanenstraat, het deel ten noorden ervan en de percelen ten oosten van de Roosendaalse Vliet. De woonblokken zijn weergegeven in figuur 5.2.3. Het zuidelijke deel bestaat hoofdzakelijk uit de herontwikkeling van een aantal bestaande vastgoedcomplexen. Voor het Douanekantoor zijn de plannen in de vergevorderd stadium, het Essentgebouw zit midden in de planvorming en voor het EKP is nog niet duidelijk welke invulling dit kan krijgen. Tot het zuidelijke deel wordt tevens de Wipwei locatie gerekend. Dit deel kan op relatief korte termijn gerealiseerd worden, aangezien dit binnen het vigerende bestemmingsplan past. Het noordelijke deel bestaat uit een raamwerk met drie hoofddragers, De Molenbeek, Noordlaan en de Roosendaalse Vliet,waarbinnen zich woonblokken positioneren. De afmetingen van deze blokken bewegen zich tussen de 80 m x 80 m en 100 m x 100 m waardoor ze optimale maat hebben om flexibel en vraaggericht ingevuld te worden. De blokken kunnen bovendien gefaseerd in de markt gezet worden, waardoor telkens bijgestuurd kan worden op programma, opbrengsten en ruimtelijke kwaliteit. De blokken bestaan hoofdzakelijk uit grondgebonden woningen, met rondom de haven twee appartementencomplexen.

58 - 83

NL.IMRO.1674.2087STADSOEVERS-0601

Voor alle blokken en met name de appartementen geldt dat de parkeeropgave de grenzen bepaalt van de progammatische invulling. Het parkeren moet, conform de aantallen uit de parkeernormennota, in het bouwveld zelf opgelost worden. De wijze waarop dit gebeurt, is hierbij grotendeels vrij, het kan op maaiveld, half verdiept, verdiept of gebouwd. Maar de randvoorwaarde is dat dit uit het zicht gebeurt en op een kwalitatief goede wijze wordt opgelost. Samenhangend met de parkeeropgave is ook de wijze waarop de binnenzijde van de blokken vorm krijgt. Vast staat dat alle blokken, inclusief de appartementen, een randbebouwing krijgen die naar buiten georiënteerd is, maar de wijze waarop het binnengebied vorm krijgt, ligt nog grotendeels open. Van belang is wel dat wanneer hier woningbouw wordt toegevoegd, de binnenwereld ook vorm krijgt door middel van straatjes en pleintjes waarop voorkanten van woningen zijn georiënteerd. Voor het gehele gebied geldt, dat alle erfscheidingen mee ontworpen moeten worden.

Figuur 5.11 Woonblokken (bron: Ruimtelijke Positionering Stadsoevers, december 2015)

Zuid Campus complexen Het zuidelijke deel bestaat hoofdzakelijk uit de herontwikkeling van een aantal bestaande vastgoedcomplexen. Voor het Douanekantoor zijn de plannen in een vergevorderd stadium, het Essentgebouw zit midden in de planvorming en voor het EKP is nog niet duidelijk welke invulling dit kan krijgen. De gebouwen zelf vertellen het verhaal van de Kade en Haven door de jaren heen. Dit begint bij het Essentgebouw, via het EKP en Douanekantoor en eindigt bij het recent gerealiseerde Kellebeekcollege. Deze gebouwen krijgen samenhang door de openbare ruimte te transformeren naar een campus waar stedelijke en landschappelijke ruimtes en structuren hand in hand gaan. Belangrijk gegeven op gebouwniveau is dat de complexen een veel transparantere uitstraling krijgen. Met name op plintniveau is dit van groot belang en is een publieke functie wenselijk. Douanekantoor

59 - 83

NL.IMRO.1674.2087STADSOEVERS-0601

De herontwikkeling van het Douanekantoor is inmiddels in een vergevorderd stadium. Het transformeren van de huid van het gebouw, het toevoegen van balkons en het publiek maken van de plint zijn hierbij speerpunten. De bouwwerkzaamheden zijn inmiddels begonnen.

Figuur 5.12 Uitsnede stedenbouwkundig plan ter plaatse van het douanekantoor

Essentgebouw Het Essentgebouw is een karakteristiek na oorlogs gebouw ontworpen door de Roosendaalse architect Jacques Hurks. Het is door zijn verschijningsvorm en positionering een belangrijke wand voor het Kadeplein en dient dus ook gehandhaafd te blijven. Aan de achterzijde liggen kansen om het woonblok te voltooien en het een voorkant aan de Molenbeek te geven. Hierdoor gaat het blok de nieuwe poort vormen tussen Kade en Wipwei.

60 - 83

NL.IMRO.1674.2087STADSOEVERS-0601

Figuur 5.13 Uitsnede stedenbouwkundig plan ter plaatse van het Essentgebouw

Wipwei Het woonblok op de Wipwei is overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan 'Spoorhaven 1e Fase' en grotendeels realiseerbaar binnen het huidige bestemmingsplan. De bouw hiervan is vergund en begint in 2017. In de actuele plannen is de ruimte tussen de woningen en de Pater Damiaanstraat iets vergroot, als gevolg daarvan is de oostgrens van het blok ook verschoven. Door de positionering zal het blok de Pater Damiaanstraat tot een echt buurtstraatje maken en tevens een nieuw front geven aan de ecologische verbindingszone. Dit nieuwe front moet van grote architectonische kwaliteit zijn aangezien het de centrale plek in het plan begrenst aan de zuid- en westzijde.

Figuur 5.14 Uitsnede stedenbouwkundig plan ter plaatse van de wipwei

61 - 83

NL.IMRO.1674.2087STADSOEVERS-0601

Noord Kom complexen Rondom de Zwaaikom zijn twee appartementencomplexen bedacht. Deze complexen vormen de nieuwe wanden aan de west- en noordzijde en bieden zo uitzicht over de nieuwe haven. Beide blokken dienen alzijdig georiënteerd te zijn en het parkeren zal op de kavels zelf gebeuren. De wijze waarop hieraan invulling wordt gegeven, is leidend voor het aantal woningen dat hier gerealiseerd wordt. Voor het zuid-geörienteerde deel van het noordelijke blok ligt het voor de hand om ook horeca mogelijk te maken. Hiertoe is ook ruimte gereserveerd voor terrassen die zullen grenzen aan de nieuwe haven. Spelregels <0000> Parkeren vindt plaats centraal in het blok en kan verdiept of gebouwd opgelost worden. De parkeernormen van de gemeente Roosendaal zijn hier van toepassing. <0000> De bebouwing is alzijdig georiënteerd en kent geen gesloten plinten (als gevolg van het parkeren). <0000> <0000>

De bouwmassa's dienen een samengesteld volume te zijn en zich te verjongen om de schaduwslag te beperken. Een ambitieuze duurzame houding wordt als vanzelfsprekend aangenomen.

Figuur 5.15 Uitsnede stedenbouwkundig plan ter plaatse van de kom complexen

Vlietblokken Het stedenbouwkundige plan bestaat uit een eenvoudig en sterk raamwerk. De blokken hierbinnen zijn geschikt voor diverse typologieën en ontwikkelingen. De flexibele, gelaagde verkaveling creëert een wijk met een grote mate aan variatie in kavelgrootte, oriëntatie van de kavel, zelfbouw, koop of huur. De architectonische uitstraling ondersteunt de diversiteit in kavels en typologieën. De Vlietblokken grenzen aan de Westelijke Havendijk, Noordlaan en de dwarsstraatjes. Spelregels De blokken bestaan uit randbebouwing en een binnengebied.

62 - 83

NL.IMRO.1674.2087STADSOEVERS-0601

Randbebouwing: <0000> De randbebouwing is naar buiten toe georiënteerd en heeft aan de noord- en zuidzijde minimaal 5 m vrije ruimte vanaf de rooilijn voor zich zodat er tussenstraten ontstaan van minimaal 10 m breed. <0000> De rooilijn mag tot 2 m terugspringen. <0000> De randbebouwing wordt aaneengesloten met minimaal 6 m hoogte en maximaal 10 m hoogte tussen de kavels gebouwd, alleen onderbroken ter plaatse van de straatjes. <0000> Bebouwing aan de Westelijke Havendijk en Jan Vermeerlaan dient zo veel mogelijk aaneengesloten en - bij voorkeur 10 m hoog - zodat het achterliggende gebied wordt afgeschermd en geluidluw wordt. <0000> Differentiatie in bouwhoogte en variatie in woonvormen en architectonische uitstraling is uitgangspunt. <0000> De maximale gevellengte per straatwand met een eenduidige uitstraling is 25 m. <0000> Hoogteaccenten zijn toegestaan tot 14 m hoogte. Binnengebied: <0000> Het creëren van een binnengebied met bebouwing ligt gezien de blokmaat voor de hand en kan zowel ruimtelijk kwalitatief als exploitatietechnisch een meerwaarde betekenen voor het blok. Dit heeft logischerwijs consequenties voor de wijze waarop het parkeren in het blok wordt opgelost. <0000> Het binnengebied bestaat uit grondgebonden woningen die zoveel mogelijk op de straatjes en pleintjes georiënteerd zijn.

<0000> Alle erfafscheidingen in het blok zijn mee ontworpen en de uitwerking is hoogwaardig en duurzaam. Parkeren: Parkeren vindt plaats in het blok en kan op maaiveld, half verdiept, of gebouwd opgelost worden. In alle gevallen is de afscheiding of gevel mee ontworpen en de uitwerking hoogwaardig en duurzaam. De parkeernormen van de gemeente Roosendaal zijn hier van toepassing. Duurzaamheid: <0000> Een ambitieuze duurzame circulaire houding wordt als vanzelfsprekend aangenomen. <0000> De belevingswaarde van het water wordt vergroot: wonen, werken en recreëren aan, op en met het water en bijbehorende flora en fauna. <0000> Aansluiting op het smartclimategrid is verplicht. <0000> Verschillende typen groen worden gestimuleerd: private tuinen, collectieve tuinen, openbare pleinen en daktuinen en dakterrassen. Aanplant van bomen wordt toegejuicht. <0000> Het hemelwater wordt niet in het riool geleid, maar zo lang mogelijk op de locatie gehouden en via een goot in het openbare maaiveld afgevoerd naar of de Molenbeek of de Roosendaalse Vliet.

63 - 83

NL.IMRO.1674.2087STADSOEVERS-0601

Figuur 5.16 Uitsnede stedenbouwkundig plan ter plaatse van de Vlietblokken

Molenbeek blokken Het stedenbouwkundige plan bestaat uit een eenvoudig en sterk raamwerk. De blokken hierbinnen zijn geschikt voor diverse typologieën en ontwikkelingen. De flexibele, gelaagde verkaveling creëert een wijk met een grote mate aan variatie in kavelgrootte, oriëntatie van de kavel, zelfbouw, koop of huur. De architectonische uitstraling ondersteunt de diversiteit in kavels en typologieën. De Molenbeekblokken grenzen aan de Ecologische verbindingszone, de Noordlaan en de groene corridors. Spelregels De blokken bestaan uit randbebouwing en een binnengebied. Randbebouwing: <0000> De randbebouwing is naar buiten toe georiënteerd en heeft aan de noord en zuidzijde minimaal 10 m vrije ruimte vanaf de rooilijn voor zich zodat er groene corridors ontstaan van minimaal 20 m breed. <0000> De rooilijn mag tot 2 m terugspringen. <0000> De randbebouwing wordt aaneengesloten met minimaal 6 m hoogte en maximaal 10 m hoogte tussen de kavels gebouwd, alleen onderbroken ter plaatse van de straatjes. <0000> Differentiatie in bouwhoogte en variatie in woonvormen en architectonische uitstraling is uitgangspunt. <0000> De maximale gevellengte per straatwand met een eenduidige uitstraling is 25 m.

Binnengebied: <0000> Het creëren van een binnengebied met bebouwing ligt gezien de blokmaat voor de hand en kan zowel ruimtelijk kwalitatief als exploitatietechnisch een meerwaarde betekenen voor het blok. Dit heeft logischerwijs consequenties voor de wijze waarop het parkeren in het blok wordt opgelost. <0000> De binnenwereld bestaat uit grondgebonden woningen die zoveel mogelijk op de straatjes en pleintjes georiënteerd zijn.

64 - 83

NL.IMRO.1674.2087STADSOEVERS-0601

<0000>

Alle erfafscheidingen in het blok zijn mee ontworpen en de uitwerking is hoogwaardig en duurzaam.

Parkeren: Parkeren vindt plaats in het blok en kan op maaiveld, half verdiept, of gebouwd opgelost worden. In alle gevallen is de afscheiding of gevel mee ontworpen en de uitwerking hoogwaardig en duurzaam. De parkeernormen van de gemeente Roosendaal zijn hier van toepassing. Duurzaamheid: <0000> Een ambitieuze duurzame houding wordt als vanzelfsprekend aangenomen. <0000> De belevingswaarde van het water wordt vergroot: wonen, werken en recreëren aan, op en met het water en bijbehorende flora en fauna. <0000> Aansluiting op het smartclimategrid is verplicht. <0000> verschillende typen groen worden gestimuleerd: private tuinen, collectieve tuinen, openbare pleinen en daktuinen en dakterrassen. Aanplant van bomen wordt toegejuicht. <0000> Het hemelwater wordt niet in het riool geleid, maar zo lang mogelijk op de locatie gehouden en via een goot in het openbare maaiveld afgevoerd naar of de Molenbeek of de Roosendaalse Vliet.

Figuur 5.17 Uitsnede stedenbouwkundig plan ter plaatse van de Molenbeekblokken

Nieuw noord Het meest noordelijke blok aan de Scherpdeelkant, gelegen naast het woonwagencentrum, krijgt net als de meer zuidelijk gelegen blokken een invulling met woonfuncties.

65 - 83

NL.IMRO.1674.2087STADSOEVERS-0601

Figuur 5.18 Uitsnede stedenbouwkundig plan ter plaatse van Nieuw Noord

5.2.4 Groen Alle infrastructuur krijgt een groene begeleiding, zoals hiervoor beschreven bij de Noordlaan en de deelgebieden. Aan de westzijde van het plangebied is een prominente plaats ingeruimd voor het aanleggen en opwaarderen van de ecologische verbindingszone. Deze verbindingszone bestaat zowel uit groen als uit water, zoals hierna nader wordt toegelicht. De Molenbeek als ecologische verbindingszone Na de herinrichting van de Molenbeek moet de Molenbeek een functionele natte EVZ door de stad worden. De EVZ bestaat uit de aanleg van natuurlijke oevers, oorspronkelijke beekdalbeplantingen diverse amfibieënpoelen door het stedelijk gebied over een lengte van 1,8 kilometer. In het noordelijk deel worden maatregelen getroffen op diverse locaties/stapstenen. De Watermolenbeek heeft een belangrijke waterhuishoudkundige functie: het afvoeren van water van het verdeelwerk naar de Roosendaalse Vliet. Binnen de randvoorwaarden van deze functie is ruimte voor ecologie. De natuurvriendelijke oevers die over het gehele tracé worden aangebracht zullen fungeren als paaiplaats voor vissen, zoals de Winde en de Snoek. Tevens zullen ze fungeren als broedplaats voor moerasvogels en leefgebied voor libellen. Door de aanleg van de natuurvriendelijke oevers zal het aantal insecten toenemen waardoor de Molenbeek aantrekkelijker zal worden voor vleermuizen.

Voor een optimale werking als verbindingszone voor de Alpenwatersalamander en andere amfibiesoorten worden er in de EVZ poelen aangelegd op een maximale onderlinge afstand van 400 m zodat een uitwisseling mogelijk is tussen verschillende amfibieënsoorten. Door middel van een betonnen constructie die aan de nieuw te realiseren kadewand wordt bevestigd, zal een ecologische passage worden gerealiseerd. De ecologische passage zal worden voorzien van beplanting. De bak wordt gerealiseerd met gaten in de bodem, zodat beplanting voedingsstoffen uit de Molenbeek kan halen. Een plas-dras zone is een zone met ondiep water, dat door schommeling in de waterstand varieert van plas naar dras. In dit ondiep water kunnen planten groeien, omdat het zonlicht kan doordringen. De plas/dras zone en oeverzone heeft hierin meerdere functies. Hiervan zijn het vasthouden van de grond en de waterzuiverende functie het belangrijkst. Naast deze functies biedt het ook een schuil- en

66 - 83

NL.IMRO.1674.2087STADSOEVERS-0601

foerageerplaats aan diverse diersoorten en geeft het vissen een locatie om kuit te schieten (ei afzetting). Omdat deze plas-dras zone grenst aan een parkeerterrein zal hier een keerwand moeten worden gerealiseerd. Looprichels zijn technische voorzieningen om migratie-barrières op te heffen in de duiker. Een goede faunapassage geleidt kleine zoogdieren. Geleiding wordt gerealiseerd door middel van beplanting. Waar nodig wordt een geleidestrook gerealiseerd naar groenzones, aangezien op diverse plekken een vrij brede betonnen barrière moet worden opgeheven. 5.2.5 Verkeer en infrastructuur Verkeersstructuur Stadsoevers krijgt een simpele en doelmatige verkeersstructuur. De verkeersontsluiting is er op gericht om zo weinig mogelijk autobewegingen door de wijk te krijgen. De Noordlaan is de noord-zuid verbinding waaraan de bouwblokken gesitueerd zijn. De andere drie zijden van de bouwblokken aan de beekzone en de Vliet worden het domein van de voetganger.

Figuur 5.19 Globale verkeersstructuur (bron: aangepast van Kwaliteitskader buitenruimte Stadsoevers Roosendaal, november 2016)

67 - 83

NL.IMRO.1674.2087STADSOEVERS-0601

Parkeren Het parkeren gebeurt binnen de nieuwe woonblokken. Binnen de bouwopgaven wordt het parkeren op maaiveld, half verdiept, verdiept of gebouwd opgelost. Het bezoekersparkeren van het noordelijk deel krijgt een plek binnen het profiel van de Noordlaan door middel van langsparkeervakken. In het zuidelijke deel zijn twee parkeervelden aanwezig, op de Kade en ten noorden van het EKP. De parkeervoorzieningen zijn weergegeven in figuur 5.20. De parkeernormen van de gemeente Roosendaal zijn van toepassing.

Figuur 5.20 Parkeervoorzieningen (bron: aangepast van Kwaliteitskader buitenruimte Stadsoevers Roosendaal, november 2016)

68 - 83

NL.IMRO.1674.2087STADSOEVERS-0601

Langzaam verkeer Drie langzaamverkeerroutes lopen vanaf de Kade over de Oostelijke, Westelijke Havendijk en Scherpdeel naar het Noorden en moeten aantrekkelijke loop- en fietsverbindingen worden die het nieuwe gebied aan de stad hechten. De vierde route loopt vanaf het NS station, via de Passerelle naar de Roosendaalse Vliet en Stadsoevers Noord. Het nieuwe stadsdeel ligt op 10 minuten lopen van het station. Fietsroute De nieuwe fietsroute langs de Roosendaalse Vliet sluit aan op het bestaande fietsnetwerk van Roosendaal. Momenteel loopt er een fietsroute aan de zuidkant van het plangebied over de Kade en er loopt een fietsroute ten noorden van Roosendaal langs de Roosendaalse Vliet door het buitengebied. Tussen deze twee routes kan een nieuwe fietsroute worden opgenomen die langs de Roosendaalse Vliet loopt. De lengte van de nieuwe fietsroute is 4 km en de gemiddelde reisduur is 15 minuten. De nieuwe fietsroute langs de Roosendaalse Vliet is te onderscheiden in drie verschillende delen. <0000> Het eerste deel ligt ten noorden van de snelweg in het buitengebied. <0000> Het tweede deel ligt tussen de snelweg en het plangebied en loopt over een bedrijventerrein. <0000> Het derde deel loopt door Stadsoevers heen. Deze nieuwe route betekent zowel op stadschaal als voor het gebied Stadsoevers, een nieuwe recreatieve impuls.

Evenementen In het bestemmingsplan is een regeling voor evenementen opgenomen. Dit is nodig gezien de jurisprudentie van de Raad van State dat er in een bestemmingsplan aanleiding is om bij evenemententerreinen bepalingen op te nemen ten aanzien van het aantal evenementen per jaar, het soort evenementen en de maximale bezoekersaantallen. Daarbij is er gelet op een goede ruimtelijke ordening ook voor gekozen om de geluidbelasting van evenementen in het bestemmingsplan te regelen en niet over te laten aan voorschriften bij de evenementenvergunning. Gehanteerde begrippen en uitgangspunten Een evenement kenmerkt zich doordat het een tijdelijke activiteit is die van het reguliere gebruik op een terrein of in een gebouw afwijkt. Doorgaans is deze voor het publiek toegankelijk (al dan niet tegen betaling), waardoor er sprake is van een zekere publieks- (en verkeers-)aantrekkende werking. In het algemeen is een evenement gericht op cultuur/ontspanning of vermaak. Een evenement kan plaatsvinden in de open lucht of in tijdelijke onderkomens (zoals tenten of paviljoens). Als het evenement in een bestaand gebouw plaatsvindt is dat het tijdelijke onderkomen voor het evenement. Een incidenteel evenement in de openbare ruimte, dat zich alzijdig verspreidt, bijvoorbeeld een hardloopwedstrijd of avondvierdaagse is niet direct relevant voor het bestemmingsplan.

Hetzelfde geldt voor meer plaatsgebonden evenementen, die op zich weinig ruimtelijke effecten hebben, zoals straatfestivals, braderieën, buurtfeesten en dergelijke. Hier kan de regeling vanuit openbare orde (de APV) aanvullend werken op het bestemmingsplan. Hetzelfde geldt voor eventueel benodigde verkeersbesluiten. Geluidrelevante en verkeersrelevante evenementen Vandaar dat er voor gekozen wordt om in het bestemmingsplan met name de geluidrelevante en verkeersaantrekkende evenementen te regelen. Deze vinden plaats op specifiek daarvoor aangewezen terreinen, zoals het Kadeplein en het water van de zwaaikom. De overige evenementen worden wel benoemd in het bestemmingsplan omdat zij anders in strijd zouden zijn met het bestemmingsplan, maar er wordt geen regeling voor gegeven qua geluid, verkeer, aantal en duur. De APV werkt hier in voldoende mate aanvullend. Geluidseffecten Voor een geluidrelevant evenement zijn de normen gebaseerd op het Activiteitenbesluit en komen neer op gemiddeld 50 dB(A) etmaalwaarde. Wordt naar verwachting meer dan 80 dB(A) geproduceerd (bijvoorbeeld verheven stemgeluid), dan worden de reguliere geluidnormen overschreden. Als het evenement buiten plaatsvindt is dit doorgaans het geval wanneer het gaat om versterkt muziekgeluid of

69 - 83

NL.IMRO.1674.2087STADSOEVERS-0601

versterkt stemgeluid (omroepinstallatie). Ook bij ander muziekgeluid (bijvoorbeeld blaasinstrumenten) kan een overschrijding van de reguliere geluidnormen ontstaan. Dus als er sprake is van muziek in de buitenruimte of van versterkt stemgeluid is er sprake van een geluidrelevant buitenevenement. Aan beide soorten (binnen en buiten) evenementen worden geluidnormen gesteld, die hoger liggen dan regulier. Wel worden deze afwijkingen in de tijd begrensd: aantal per kalenderjaar, aantal dagen, begin- en eindtijden. Onversterkt stemgeluid in de buitenruimte is moeilijk te regelen. Hier worden dan ook geen normen voor opgenomen. Wel kunnen bepaalde voorwaarden gesteld worden aan situering en afscherming. Zang in de buitenruimte telt daarom niet mee als muziek. Verkeerseffecten Naast geluidseffecten kunnen evenementen ook verkeerseffecten hebben. Deze zijn vooral afhankelijk van bezoekersaantallen en relatie daarmee het aantal auto's en het aantal beschikbare parkeerplaatsen. In de situatie van Stadsoevers wordt de grens hiervoor op 2.500 bezoekers gesteld. Voor evenementen die deze grens overschrijven moeten begrenzingen in de tijd worden gesteld. In ieder geval is per jaar één evenement toegestaan met een bezoekersaantal van meer dan 5.000 bezoekers.

Praktijkervaringen In de praktijk van de gemeente Roosendaal en het gebied Stadsoevers in het bijzonder, blijkt dat het gebied geschikt is voor meerdere evenementen. Een aanzienlijk bezoekersaantal, geluid en verkeer vormen daarbij geen knelpunten. Dit is mede terug te voeren op de gedegen organisatie van deze evenementen en de aandacht die wordt besteed aan veiligheid en de effecten voor de omgeving. Hiervoor worden bijvoorbeeld specifieke parkeervoorzieningen aangewezen. Belangrijk is ook dat het gebied direct naast het station is gelegen, met de passerelle als hoogwaardige voetgangsverbinding. Op basis van praktijkervaringen blijkt dat de ruimte die voor evenementen wordt geboden, passend is voor dit gebied. 5.3 Functionele streefbeelden Deze paragraaf geeft een toelichting en achtergrondinformatie bij de belangrijkste ruimtelijk-functionele programmaonderdelen die in Stadsoevers zijn voorzien. Het betreft vooral een woonprogramma, met enkele ondersteunende voorzieningen zoals detailhandel en horeca. Het programma is gebaseerd enerzijds op de potenties van het gebied en uitvoerbaarheidaspecten en anderzijds op gemeentelijke beleidsnotities en onderzoeken die de afgelopen jaren zijn verricht. De resultaten zijn in het kader van het bestemmingsplan verder verfijnd. Het programma wordt in de navolgende subparagrafen beschreven en nader onderbouwd.

Essentieel is dat het hierbij gaat om indicaties van de beoogde toekomstige situatie die wat betreft realisering, onder invloed zullen staan van actuele (markt)ontwikkelingen. 5.3.1 Wonen De functionele invulling van het plangebied bestaat vooral uit woningbouw (grondgebonden en gestapeld). Het woonprogramma wordt in een goede verhouding over het gebied verdeeld. Tussen de Molenbeek en de Roosendaalse Vliet worden in totaal negen woonblokken gerealiseerd. Woningbouwprogramma Kwantitatief woningbouwprogramma In de gemeentelijke woningbouwprogrammering (april 2012) is voor Stadsoevers een woningbouwopgave opgenomen van 140 woningen voor de periode 2012 - 2015 en 460 woningen voor de periode 2016-2020. Daarnaast zijn nog 289 woningen opgenomen die zullen worden gebouwd in een nog nader te bepalen periode. Kwalitatief woningbouwprogramma Algemene uitgangspunten voor de te ontwikkelen woongebieden zoals genoemd in de Woonagenda Roosendaal zijn: <0000> de voorraad is zoveel mogelijk levensloop geschikt; <0000> het nieuwbouwpogramma ondersteunt de gewenste ontwikkeling van de bestaande voorraad; <0000> alle doelgroepen van de volkshuisvesting worden bediend.

Speciale aandacht gaat daarbij uit naar kwetsbare groepen aan de onderkant van de samenleving, zorgbehoevenden en jongeren die met een kleine beurs willen starten op de woningmarkt; <0000> ruimte geven aan nieuwe woon- en zorgconcepten.

70 - 83

NL.IMRO.1674.2087STADSOEVERS-0601

Woningmarkt In het kader van de Woonagenda is door Fakton en Smartagent woningmarktonderzoek uitgevoerd. Daaruit blijkt dat voor de periode 2015-2020 per jaar een vraag naar nieuwbouwwoningen wordt verwacht van tenminste 232. In tabel 5.1 is de verwachte vraag per jaar en per segment weergegeven. Tabel 5.1 Marktvraag woningen (Woonagenda Roosendaal 2015)

marktvraag woningen Jaarlijks 2015-2020 Huur eengezins tot 200 woz waarde Huur eengezins 200-300 Huur eengezins 300+ Huur meergezins tot 200 woz waarde Huur meergezins 200-300 Huur meergezins 300+ subtotaal

laag 12 12 2 49 17 3 95

20 20 7 42 25 7 121

hoog

Koop eengezins tot 200 woz waarde Koop eengezins 200-300 Koop eengezins 300+ Koop meergezins tot 200 woz waarde Koop meergezins 200-300 Koop meergezins 300+ subtotaal totaal

25 35 30 24 11 12 137 232

19 62 112 24 36 31 284 405

Uit het woningmarktonderzoek blijkt dat de woningmarkt voldoende ruimte biedt om de in het woningbouwprogramma genoemde woningen op te nemen. Landelijk is sprake van een duidelijk herstel van de woningmarkt. Dat herstel biedt ook kansen voor Roosendaal. Gedifferentieerde nieuwbouw levert een belangrijke bijdrage aan een gezonde doorstroming. De locatie Stadsoevers is volgens de visie geen gemakkelijke locatie, maar heeft een aantal unieke kwaliteiten. Met een juiste uitwerking van het plan heeft de locatie zeker de potentie om één van de 'places to be' van Roosendaal te worden. Belangrijke investeringen zijn de aanpak van het campusgebied en de aanleg van de haven. Verder wordt geadviseerd een brede woningdifferentiatie toe te passen, met de nadruk op grondgebonden woningen. De vrije huursector wordt hierbij ook gezien als interessant segment voor Stadsoevers. 5.3.2 Bedrijven Maatschappelijke trends en ontwikkelingen leiden ertoe dat burgers aan-huis-gebonden beroepen en bedrijvigheid zijn gaan uitvoeren. Het betreft doorgaans (organisatie)adviesbureaus, schoonheidsverzorging, technische ontwerp en advies bureaus en assurantietussenpersonen. Ook binnen de planopzet van Stadsoevers is hiervoor aandacht. De ruimtelijke opzet van de wijk leent zich voor relatief kleinschalige aan-huis-gebonden beroepen en beperkte vorm van bedrijvigheid.

Daarbij kan worden aangesloten op de algemene principes die hiervoor in Roosendaal gelden (waarborgen woonklimaat en -kwaliteit). Daarnaast is er in het zuidelijk deel van het plangebied ruimte voor kleinschalige kantoren. In de regels is er rekening gehouden met een maximum van 800 m², in eenheden van ten hoogste 200 m². 5.3.3 Detailhandel Het plangebied Stadsoevers grenst aan het kernwinkelgebied van de gemeente Roosendaal. In het bestemmingsplan worden geen grootschalige detailhandelsvoorzieningen voorzien. In het plangebied zullen wel kleinschalige detailhandelsfuncties gerealiseerd kunnen worden. Deze bevinden zich rond de Zwaaikom. Ook aan de Kade is detailhandel mogelijk, aangezien dit een aanloopstraat naar het kernwinkelgebied is. In de regels is verspreid over de verschillende bestemmingen maximaal 2.000 m² detailhandel mogelijk, in eenheden van maximaal 400 m². 5.3.4 Horeca Nieuwe horeca is voorzien in het zuidelijk deel van het plangebied, rondom de zwaaikom en bij de Kade. Uit het beleid van de gemeente Roosendaal volgt dat zeer terughoudend omgegaan wordt met grootschalige horeca. Het gaat dan ook om kleinschalige Horeca, aanvullend op de functies in het

71 - 83

NL.IMRO.1674.2087STADSOEVERS-0601

gebied. Bijvoorbeeld voor de jachthaven en het ROC. In de regels is verspreid over de verschillende bestemmingen maximaal 1.600 m² horeca mogelijk, in eenheden van maximaal 400 m². 5.3.5 Maatschappelijke voorzieningen Aan de zuidzijde van het plangebied is er ruimte voor verschillende maatschappelijke voorzieningen. Het gebouw van het Kellebeekcollege neemt al een prominente plaats in tussen de haven en het Kadegebied. Het EKP-gebouw, het Douane gebouw en het Essent gebouw bieden ruimte aan nieuwe maatschappelijke voorzieningen zoals zorg en bijzondere woonvormen. Ook is een care innovation center voorzien. Dit is een verzameling bedrijven op het gebied van innovatieve gezondheidszorg. Aan de noordijzde van het plangebied, tussen de Roosendaalse Vliet en het stadion is er, net als in het geldende bestemmingsplan, ruimte voor een nieuwe onderwijsvoorziening. 5.3.6 Sport en recreatie Met de herontwikkeling van Stadsoevers ontstaan er nieuwe en extra mogelijkheden voor de waterrecreatie. In de Zwaaikom wordt een nieuwe jachthaven aangelegd. Aansluitend worden watersportgelieerde detailhandelsvoorzieningen beoogd. Ook in ondersteunende horeca wordt voorzien. De oevers van de Molenbeek aan de zijde van het Scherpdeel worden breed en natuurlijk aangelegd, waardoor recreatief gebruik mogelijk wordt gemaakt.

72 - 83

NL.IMRO.1674.2087STADSOEVERS-0601

Hoofdstuk 6 Juridische aspecten In hoofdstuk 6 wordt aangegeven welke bestemmingen in het plan zijn opgenomen en hoe dit de inhoud van het bestemmingsplan regelt. <0000> In paragraaf 6.1 wordt de verhouding met wet- en regelgeving naast het bestemmingsplan aangegeven. <0000> In paragraaf 6.2 wordt een toelichting gegeven op het juridische systeem en op alle afzonderlijke bestemmingen. <0000> Ten slotte wordt in paragraaf 6.3 aangetoond dat het bestemmingsplan handhaafbaar is. 6.1 Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) De Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (hierna SVBP 2012), die voortvloeit uit de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. SVBP 2012 geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. Dit om de gewenste vergelijkbaarheid zeker te stellen. De standaarden hebben geen betrekking op de toelichting van het bestemmingsplan. Wel dient het bestemmingsplan van een toelichting vergezeld te gaan. Het bestemmingsplan zelf bestaat uit een verzameling geografische bepaalde objecten, die zijn opgeslagen in een digitaal ruimtelijk informatiesysteem. De objecten zijn voorzien van bestemmingen met bijbehorende doeleinden en regels.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1451/documents/39847