CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Omgevingsvisie Roosendaal 14 mei.pdf

Gemeenteraad 17 juni 2021, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 6c: Raadsvoorstel 28 voorontwerp Omgevingsvisie32.752 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Zonne-energie en windenergie bij bedrijven leveren in principe niet terug aan het net (om overbelasting te voorkomen). • De DER benut de restwarmte van de afvalcentrale als voeding voor het lokale warmtenet. Voorlopig blijft afvalverbranding de belangrijkste bron. We hebben als doel dat er in de toekomst (bijna) geen afval meer is. Zolang dit er nog is benutten we het, tegelijkertijd werken we aan andere, duurzame bronnen. • Het gebruik van waterstof als duurzame brandstof wordt uitgebreid, onder andere voor verduurzamen van het openbaar vervoer en de transportsector.

39

Elektriciteits- en warmte-infrastructuur op orde: • Energie-infrastructuur zo vormgeven dat deze het verduurzamen van woningen, bedrijven en mobiliteit mogelijk maakt. Open toegankelijk warmtenet (voor leveranciers van warmte) maakt toekomstige overstap naar andere bronnen dan afvalverbranding mogelijk. Regionale koppeling warmtenet biedt schaal om geothermie toe te passen plus back up-systeem. Extra HS-station naast bestaande (in De Wig). • Geothermie is kansrijk, maar duur, dus daar is grote schaal voor nodig. Mede daarom is het van strategisch belang om grotere warmtenetten te koppelen. We werken aan een regionaal warmtenet Bergen op Zoom-Roosendaal-Amernet-Heusden. • De precieze toekomst van warmtenetten is nog niet zeker, we onderzoeken de mogelijkheden. Een aantal overwegingen uit de Warmtetransitievisie: • Opwaardering van het net is van belang, inclusief HS/MS-stations. Bij de ontwikkeling van warmtenetten sluiten we aan bij het bestaande DER-net. • Het warmtenet bestaat uit twee delen. Het net is een investering voor 40, 50 jaar; de warmtebron is voorlopig voor 15 jaar (Suez), maar op termijn zijn andere bronnen mogelijk. Het net vormt een grotere investering dan de bron. • Corporatiebezit is een motor om een en ander aan te zwengelen. • Opslag in wijk of buurt van warmte en/of duurzaam opgewekte elektriciteit wordt belangrijk.

Om elektriciteitsnet niet te zwaar te belasten (ook) sturen op lokaal gebruiken/opwekken. Netschaarste moet worden voorkomen (o.a. m.e.r. initiatieven ‘“achter de aansluiting”). • Het elektriciteitsnet kan de toename van de vraag naar elektriciteit en van het lokaal geproduceerde aanbod aan. Daarom worden nieuwe aanvragen voor zonnepanelen, windmolens en laadpaalstations in een vroeg stadium afgestemd met de netbeheerder Enexis. Hoogspanningsstation Tennet (in de Wig) wordt uitgebreid, er zijn voldoende MS-stations van Enexis aanwezig (en tijdig gerealiseerd) om verdergaande elektrificering en teruglevering aan te kunnen. • Ruimte voor energie-pilots om de toepassingsmogelijkheden van technische en sociale innovatie te verkennen. Stimuleren inwoners, ruimte voor innovatie en voorbeeldrol gemeente: • Faciliteren van duurzaamheidsinitiatieven; stimuleren van draagvlak bij, participatie met, en proactieve communicatie naar inwoners. • We stimuleren en faciliteren bewonersinitiatieven die bijdragen aan het realiseren van de energietransitie. Bij nieuwe grootschalige energieprojecten streven we naar 50% participatie (in eigendom) door lokale inwoners en bedrijven. 40

• • •

De gemeente vervult een voorbeeldrol op het gebied van duurzaamheid. Het nieuwe stadskantoor wordt zo duurzaam mogelijk verbouwd; alle beheer en onderhoud van de gemeente en het gebruik van eigen panden wordt duurzaam uitgevoerd. Flink uitbreiden van het aantal laadpalen. We bieden ruimte voor pilots met betrekking tot innovatieve vormen van opwek en opslag van energie, voor proefprojecten met betrekking tot het gebruik van waterstof (voor industrie, logistiek en/of verwarming van gebouwen) en voor nog onbekende technieken die kunnen bijdragen aan de energietransitie. We onderzoeken in samenwerking met bedrijven of aansluiting op de buisleidingenstraat voor waterstofprojecten en/of aantakken op restwarmte van Moerdijk kansen biedt voor verdere verduurzaming van bedrijven of gebouwen.

Opgave: verduurzamen van de woningvoorraad

In 2050 willen we een woningvoorraad die vrijwel CO2-neutraal is. Dat betekent: uitstekend geïsoleerde woningen die grotendeels gebruik maken van duurzaam opgewekte energie. Daarmee wordt zowel de woning verwarmd als de elektriciteitsvraag gedekt. Waar mogelijk wordt de duurzame energie zo nabij mogelijk gewonnen uit water, wind, zon en bodem. Bewoners houden zelf de keuze op welke manier zij aan hun energievraag willen voldoen: via individuele oplossingen of collectief. De gemeente ziet erop toe dat voor elke woning een collectieve aansluitmogelijkheid beschikbaar blijft. Duurzame woningen zijn ook gezonde en comfortabele woningen. Woningen hebben een gezond binnenklimaat met voldoende ventilatie, combineren energie- en waterbesparende maatregelen met comfort en gebruiksgemak, en minimaliseren de uitstoot van fijnstof en CO2. Nieuwe woningen en wijken/buurten worden duurzaam, klimaat- en natuurinclusief ingericht. Dus we bouwen met name op ‘droge’ plekken, of zetten slimme innovatieve oplossingen in om te bouwen op ‘natte’ plekken. Waterberging en-stromen krijgen plaats op natuurlijk logische plekken. Een gezonde leefomgeving is belangrijk, met schone lucht, veel groen en die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Er wordt bij zowel nieuwe als bestaande wijken aandacht besteedt aan een zo goed mogelijke bereikbaarheid per hoogwaardig ov en fiets.

Nieuwe wijken en woningen worden zongericht ontworpen. We willen een circulaire economie en circulair bouwen stimuleren. Het is van belang dat sloop van bestaande bebouwing duurzaam plaatsvindt, met maximale recycling van materialen. Voor nieuwbouw kunnen circulair aanbesteden en materialenpaspoorten

worden ingezet. Met de bouw van ons nieuwe stadskantoor stellen we een inspirerend voorbeeld op dit gebied.

4.3.4 Klimaatadaptatie

Nieuwe woningen worden aardgasvrij opgeleverd. Voor bestaande woningen (huur en koop) werkt de gemeente een warmtetransitievisie en een bijbehorend uitvoeringsprogramma uit. Daarin staat onder meer welke wijken of buurten als eerste aardgasvrij zullen worden gemaakt. Op zijn vroegst 8 jaar ná vaststelling van het uitvoeringsprogramma zullen de eerste wijken of buurten daadwerkelijk worden afgekoppeld. Omdat in alle gevallen – ook als we verder niets veranderen – isoleren en besparen tot CO2-reductie én kostenbesparing leidt, zetten we de komende jaren stevig in op en stimuleren we actief verdergaande isolatie en energiebesparende (‘no regret’) maatregelen van woningen.

We werken aan een klimaatbestendig Roosendaal door maatregelen te nemen tegen overlast van overvloedige regenval, overstromingen, droogte en hitte. Door hittestress en stijgende temperaturen staat het leefklimaat in de stad onder druk. Door het versterken van het bodem- en watersysteem spelen we in op de veranderende weersomstandigheden. Hiermee wordt de sponswerking van de bodem beter benut. Bij nieuwe ontwikkelingen vragen we meer ruimte voor het vasthouden van water. We zorgen voor schaduw op trottoirs en voldoende koele plekken in de stad. Daarnaast passen we de keuze van beplanting aan op het veranderende klimaat. Zo ontstaat een klimaatadaptieve leefomgeving.

Inwoners van oudere wijken en met lagere inkomens hebben minder kans om zelf hieraan vorm te geven. Dit kan leiden tot een ongewenste tweedeling en ‘energie-armoede’ (oplopende energiekosten die vooral diegenen raken die niet kunnen investeren in duurzame en op termijn goedkopere nieuwe warmte- en elektriciteitsbronnen). Om groeiende ruimtelijke en maatschappelijke tegenstellingen te voorkomen willen we juist daar met overheidsmiddelen positieve effecten van de transitie het eerst laten landen (ruimere, groenere, schonere leefomgeving; comfortabele woning en energievoorziening op basis van woonlastenneutraliteit). Via fondsen, financiële regelingen, socialisering van kosten en bijdragen vanuit Rijk/provincie /EU zorgen we ervoor dat de energietransitie voor iedereen betaalbaar blijft en voordelen biedt. Doelen: • Alle nieuwbouw is aardgasvrij en bijna-energieneutraal. De eerste wijken zijn in 2030 aardgasvrij of aardgasvrij-gereed. • We streven naar minimaal een gemiddeld energielabel B in de bestaande woningvoorraad in 2030. • In 2030 is het energiegebruik voor warmte 15% minder dan in 2020 (door besparen en isoleren). • In 2050 is de woningvoorraad energieneutraal (een eventuele plus bij de ene woning is daarbij te verevenen met een min bij een andere). • Alle nieuwbouw heeft oog voor water.

We zorgen voor gescheiden inzameling van hemelwater, infiltratie van hemelwater dat op verharding valt rond de woning en hergebruik van hemelwater.

Opgave: een duurzame ontwikkeling tot een klimaatadaptieve stad

Hoewel piekbuien zich beperkt voordoen, zijn er een aantal plaatsen in de stad waar in die gevallen te veel water naartoe stroomt en schade toe kan brengen. Om de visie te realiseren moet onder andere het watersysteem in het bebouwde en landelijke gebied tegen een stootje kunnen. In 2050 moeten het watersysteem en de waterketen in staat zijn om verstoringen op te vangen, waardoor nieuwe ontwikkelingen geen bedreiging vormen. Ook dient op basis van de Kaderrichtlijn Water in 2027 de gewenste chemische en ecologische toestand van het watersysteem te zijn bereikt. Samen met het waterschap werken we aan klimaatrobuuste natuurrijke beken en we gaan daarbij veel verder dan de geijkte opgaven voor ecologische verbindingszones. Hiermee maken we dat enerzijds water wordt vastgehouden in bovenlopen waardoor de verdroging van het landelijk gebied en natuurgebieden wordt beperkt en anderzijds voorkomen we dat stedelijk gebied met wateroverlast te kampen krijgt. Ook zetten we in op verantwoord watergebruik. Om de impact van klimaatverandering te verminderen is het ook een opgave om stedelijk gebied te ontharden door onder andere bedrijventerreinen groener te maken (inclusief de verouderde bedrijventerreinen). We zetten in op vergroening van bebouwd gebied, en nieuwe woningen, gebouwen en gebieden moeten klimaatadaptief ontworpen worden.

41

De opgave van klimaatadaptatie is verweven met verschillende andere thema’s en opgaven. Zo zijn ook bij de opgaven van vergroening (4.3.1), water (4.3.2) en duurzaamheid (4.3.3) aspecten van klimaatadaptatie aan bod gekomen. Van belang is dan ook dat klimaatadaptatie integraal als opgave wordt meegenomen in de inrichting van de fysieke leefomgeving. 4.3.5 Milieuveiligheid en -hinder Op het gebied van milieuveiligheid en -hinder geldt in elk geval dat elke nieuwe ontwikkeling wordt getoetst aan de wettelijke normen. De gemeente Roosendaal werkt momenteel nog aan haar eigen milieubeleid, op verschillende aspecten. Zo worden onder meer de nieuwe aandachtsgebieden veiligheid onder de Omgevingswet in kaart gebracht, en stellen we beleidskaders op met betrekking tot geluid. Opgave: zorgen voor een schoon milieu dat bijdraagt aan de gezondheid van de inwoners

In dit kader hebben we de opgave om te zorgen voor schone lucht. Actueel liggen de concentraties aan vervuilende stoffen in de lucht beneden de wettelijke grenswaarden, maar dit dient wel actief bewaakt te worden en indien nodig zullen we regulerend optreden. Luchtkwaliteit staat continu onder druk wegens het vele verkeer en de bedrijvigheid. Nieuwe ontwikkeling mag in ieder geval niet bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor het verbeteren van onze luchtkwaliteit zetten we in op het stimuleren van schoner vervoer in onze stad. Ook de ingezette energietransitie gaat bijdragen aan een verbeterde luchtkwaliteit. Door regionale samenwerking gaan we werken aan het verbeteren van de achtergrondbelasting en verminderde uitstoot van stikstof ten gunste van onze leefomgeving en omliggende natuurgebieden. We monitoren de luchtkwaliteit via het Innovatief Luchtmeetsysteem. Een goede kwaliteit van lucht, bodem, water en voldoende natuur is noodzakelijk om een gezonde en veilige fysieke leefomgeving te kunnen bereiken en behouden. Een draagkrachtige bodem en goed functionerend bodemwatersysteem is daarom zowel in het stedelijk als in het landelijk gebied van belang. Hierbij sluiten we aan bij het landelijk beleid uit de NOVI. Tot nu toe hebben we vooral gekeken of de (chemische) kwaliteit van de bodem en het grondwater geschikt is voor de beoogde functie.

De bodem en ondergrond maken echter deel uit van het natuurlijk systeem en zijn daarmee onlosmakelijk onderdeel van duurzame oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. Zo biedt de ondergrond ook kansen voor de energieopgave door het gebruik van bodemenergie en geothermie, 42

en maatregelen ten behoeve van klimaatadaptatie. Om deze reden werken we nog aan het opstellen van kaders en regels met betrekking tot de bodem. Daarbij brengen we de ondergrondkwaliteiten in beeld, maar ook de maatschappelijke opgaven in relatie tot bodem en de consequenties daarvan. Daarbij onderzoeken we ook bedreigingen zoals verdroging, vermesting, verarming, verdichting en verzilting. Ook op gebouwniveau is milieuveiligheid van belang. Zo streven we naar het gebruik van duurzame materialen die rekening houden met het milieu en de gezondheid van bewoners en gebruikers. Daarnaast is een gezond binnenmilieu door goede ventilatie belangrijk, zowel in nieuwe als bestaande gebouwen. Opgave: zorgen voor een goed evenwicht tussen (milieu- en gezondheids-) risico’s en de omgeving

We willen onze inwoners veilig en gezond laten leven. Tevens is er ruimte nodig voor economische activiteiten. Hoe kunnen we die beperkte ruimte veilig benutten en de hinder en risico’s die inwoners (en bezoekers) lopen door allerlei activiteiten in hun omgeving zoveel mogelijk beperken? Met milieuzonering wordt een noodzakelijke ruimtelijke scheiding aangebracht tussen milieubelastende (bedrijvigheid) en milieugevoelige functies (zoals woningen), ter bescherming of vergroting van de kwaliteit van de leefomgeving. Milieuzonering beperkt zich in het algemeen tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie, geur, stof, geluid en externe veiligheid. Om op deze aspecten specifieker beleid te kunnen voeren, brengen we de huidige situatie nog in kaart. De hoeveelheid van sporen in Roosendaal, het emplacement en de koppeling van diverse transportassen op internationaal niveau maken dat het externe veiligheidsaspect in toenemende mate van invloed is op onze ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden. In het algemeen geldt dat op risico’s die van buitenaf (extern) bedreigend zijn we als gemeente minder invloed hebben (zoals incidenten met gevaarlijke stoffen). Dan moeten onze inwoners er in ieder geval wel op kunnen vertrouwen dat de overheid maatregelen heeft getroffen om deze incidenten te voorkomen of de gevolgen te beperken. Daadkrachtige crisisbeheersing is dan van belang.

Het gaat bij crisisbeheersing ook om de risico’s die komen door het klimaat c.q.

Afbeelding 4.4: Externe veiligheid en risicobronnen in Roosendaal.

klimaatverandering, zoals het tegengaan van hittestress, (natuur)branden en het beheersen van overstromingsrisico’s. Extreme hitte heeft een groot aantal gevolgen, bijvoorbeeld voor de gezondheid van mensen, voor de buitenruimte en de leefbaarheid in de stad. Hitte buiten beïnvloedt het comfort in gebouwen. Ook heeft hitte gevolgen voor andere aspecten van de leefomgeving, waaronder infrastructuur, drinkwater en oppervlaktewater. We werken aan fysieke veiligheid. Wij vinden het belangrijk risico’s bij branden, rampen en crisis te beperken en te beheersen, zoals bijvoorbeeld ongevallen op het spoor of verstoring van de energie- of drinkwatervoorziening. Hiervoor werken we samen met de veiligheidsregio. 43

44

4.4 Sociaal

Roosendaal is een inclusieve gemeente. Iedereen krijgt de kans volwaardig mee te doen aan de samenleving ongeacht afkomst of beperking. Dit leidt in het sociale domein tot de centrale doelstelling: bestrijden van kansenarmoede. Daarmee wille we de groeiende kloof tussen kansrijk en kansarm, tussen hoog- en laagopgeleid, tussen veilige en minder veilige plekken, tussen gezond en ongezond, tussen jong en oud, en tussen wijken en buurten verkleinen. De sociale opgaven die hieruit volgen zijn: • Werken aan fysieke en sociale toegankelijkheid; • Werken aan sociale verbondenheid & ontmoeting; • Werken aan gezonde leefstijl; • Werken aan gezond en veilig opgroeiklimaat; • Werken aan gelegenheid tot ontspanning. Veel uitwerkingen die hieruit volgen hebben geen ruimtelijk effect, en blijven in deze omgevingsvisie daarom buiten beschouwing. Maar op onderdelen is er wél een relatie met de fysiek leefomgeving. Die onderdelen krijgen in de paragraaf een plek. 4.4.1 Gezondheid De druk op de gezondheidszorg is groot, en groeit. Dit werd heel zichtbaar tijdens de corona-pandemie, maar die tendens is al langer gaande. Door vergrijzing komen er meer ouderen, die meer zorg vragen. Die zorg is op hogere leeftijd bovendien complexer en duurder.

Tegelijkertijd nemen de medische mogelijkheden enorm toe, wat fijn is in het oog van de gezondheid van inwoners, maar ook weer een extra druk (in menskracht en geld) op de zorg legt. De vraag naar zorg is ook niet evenwichtig verdeeld. Behalve ouderen hebben ook mensen met een lagere opleiding vaak meer zorgvraag. Gemiddeld leven zij volgens het CBS (2020) in Nederland 6 jaar korter, en bovendien bij 15 jaar minder in de goede gezondheid. Laagopgeleide inwoners hebben bijna zes keer zo vaak diabetes, twee of drie keer vaker COPD (longziekte), ruim twee keer zoveel chronische stress of depressies en ruim tweeënhalf keer zo vaak obesitas. Bovendien sterven in armere wijken baby’s veel vaker voor de geboorte. De oorzaken zijn complex en veelzijdig. Lagere inkomens leiden aantoonbaar tot een ongezondere leefstijl (meer roken, minder bewegen) en daarmee ook vaker tot overgewicht. Slechtere huizen leiden tot een toename van allergieën. De mentale frustratie groeit als er steeds meer mensen met een verslaving of psychische problematiek in de straat of aan hetzelfde portiek komen wonen, of als schulden zich opstapelen.

Behalve tot oplopende verschillen tussen wijken, leidt dit ook tot een steeds verdere afname van het vertrouwen in de overheid. De grootste sleutel tot bijsturing ligt in preventie. Positieve gezondheid gaat uit van het verbeteren van de leefstijl en de leefomgeving van inwoners, zodat zij zowel fysiek als mentaal gezonder worden. Vanuit ‘zorg’ gezien gaat het dus meer om voorkomen dan om genezen. Naast beleid op het gebied van welzijn, zorg, werk en inkomen en onderwijs, heeft dit ook een fysieke component. Veel groen en blauw, schone lucht, ruimte om te bewegen en ontmoeten in de directe leefomgeving dragen aantoonbaar bij aan een positieve gezondheid. Uit onderzoek blijkt dat minder stress, een gezondere leefomgeving met schone lucht en veel groen, ruimte voor ontmoeten en meedoen (in de openbare ruimte en in gebouwen), ergens bij horen, zingeving, bewegen en een gezond eetpatroon de gezondheid aanmerkelijk kunnen verbeteren. Dat vraagt inzet van de mensen zelf, maar ook regie op ruimtelijke ontwikkeling en gedragsbeïnvloeding via bijvoorbeeld aan de zorgverzekering gekoppelde leefstijlprogramma’s. Het inzetten op dit soort samenhangende preventieve opgaven noemen we ‘positieve gezondheid’. Voor de ruimtelijke opgaven betekent dit dat Roosendaal inzet op: • Een openbare ruimte die toegankelijk en gebruiksvriendelijke is voor iedereen.

• Ruimte voor sporten, spelen, bewegen en ontmoeten in de directe leefomgeving. • Voldoende ontmoetingsruimten en ruimten voor zinvolle dagbesteding van ouderen en kwetsbaren in elke wijk of dorp. • Stimuleren gebruik fiets en wandelen voor korte verplaatsingen als volwaardig alternatief voor autogebruik. • Stimuleren en promoten gezondere voeding middels ‘pluktuinen’ of moestuinen in de wijken en de dorpen (en dit koppelen aan leefstijl- en gezonde vovedingsprogramma’s). • Verbeteren luchtkwaliteit door vergroening van de omgeving en vermindering van de schadelijke uitstoot. • Vergroten veiligheid in de wijken, aanpakken ‘enge plekken’. De woonomgeving is schoon, heel, veilig en aantrekkelijk. De openbare ruimte in de stad wordt intensief gebruikt. Mensen en hun gewoonten hebben ook invloed op gezondheid. We willen stimuleren dat mensen blijven sporten en bewegen. We behouden de goede spreiding van sportaccommodaties over de stad en ontwerpen de openbare ruimte zodanig, dat deze uitnodigt tot actief bewegen, 45

ontmoeten, spelen en ontspannen. Zo kan de leefomgeving bijdragen aan vermindering van overgewicht, verlaging van de bloeddruk en verbetering van de mentale gezondheid. De leefomgeving kan een belangrijke bijdrage leveren aan het vergroten van het gezondheidspotentieel van kwetsbare groepen. 4.4.2 Zorg

Opgave: faciliteren van langer thuis wonen in eigen omgeving

Het huidige nieuwbouwprogramma woningen geeft prioriteit aan levensloopgeschikte woonvormen. Hierbij investeren we ook in basisvoorzieningen in de wijk: buurthuizen kunnen voorzieningen en activiteiten voor ouderen bieden. Ouderen en zorgbehoevende moeten beter worden ondersteund in hun zoektocht op de woningmarkt. In het kader van duurzaamheid wordt er bij nieuwbouw van woningen ook gelet op levensloopgeschiktheid van woningen. Vanuit het duurzaam exploiteren van woningen is de inzet ook gericht op het levensloopgeschikt maken van de bestaande woningvoorraad.

We hebben een woonzorgvisie opgesteld, die inzet op langer, veilig thuis wonen, maar met sociale controle. We ontwikkelen in de toekomst woningen (en omgevingen) waarin mensen gezond oud kunnen worden en leven in een voor hen passende omgeving. Dat betekent het bouwen van voldoende geschikte woningen waar mensen zich thuis voelen en voldoende ondersteuning krijgen om gezond mee te kunnen doen, en gezond en zinvol aan het bestaan kunnen deelnemen. Dat betekent ook het (ver)bouwen van woningen voor senioren nabij voorzieningen, het realiseren en behouden van voldoende buurthuizen en stamtafels, vrij toegankelijke lichte ondersteuning (Wmo), ontmoetingsplaatsen in de buurt en optimale ondersteuning via een goede ICT-infrastructuur ten behoeve van domotica. Het omvormen van bestaande woningen naar levensloopbestendige woningen moet worden gestimuleerd. Daarbij blijft overigens ook belangrijk dat wijken en buurten een goede mix van woonvormen voor zowel jongere als oudere inwoners behouden. Er is ruimte voor nieuwe woonzorgconcepten, zoals een ‘bejaardenhuis nieuwe stijl’ en vernieuwende financieringsconstructies om verhuizen betaalbaar te maken. 4.4.3 Onderwijs

Opgave: zorgen voor goed onderwijs dat aansluit bij de arbeidsmarkt

Onderwijs, van voorschoolse voorzieningen tot en met hbo, is een belangrijke voorziening voor onze inwoners. We handhaven daarom de voorzieningenstructuur, begeleiden eventuele krimp en zetten ons blijvend in voor een sterk mbo en hbo. Wijken en (kleine) kernen zijn voor het basisonderwijs het meest voor de hand liggende schaalniveau. Een complete studentenstad wordt Roosendaal niet. Roosendaal is complementair aan de steden in de omgeving. Gezamenlijk bieden de steden een breed spectrum van onderwijsvoorzieningen. Roosendaal is een aantrekkelijke stad om te studeren, maar wordt niet als een studentenstad ervaren. Er is een beperkte vraag naar studentenhuisvesting, omdat de studenten relatief jong zijn in Roosendaal, en verbindingen met de omgeving goed zijn waardoor voor veel studenten wonen in Roosendaal niet noodzakelijk is. Daarbij moet worden opgemerkt dat het overgrote deel van de studenten tevreden is over het activiteitenaanbod. De leefomgeving voor studenten kan wel worden verbeterd, door het faciliteren van studieplekken en (op beperkte schaal) huisvesting in de stad, het verduurzamen van de onderwijslocaties (inmiddels in gang gezet) en het vergroenen van omgeving van de onderwijsinstellingen. Afbeelding 4.5: Voorzieningen op het gebied van gezondheidszorg in Roosendaal. 46

Een belangrijke vraag voor de toekomst is of moet worden nagedacht over een campus waar alle voortgezette opleidingen worden gecombineerd. In het Vlietpark zien we goede mogelijkheden voor het clusteren van mbo+/hbo opleidingen. Een alternatief is het ontwikkelen van een centrale locatie voor de voorzieningen en gedecentraliseerde onderwijslocaties, bijvoorbeeld door zorgonderwijs bij het Bravis-ziekenhuis te concentreren. Goede combinaties van praktijk en onderwijs maken het mogelijk om arbeidsmarkt en onderwijs beter op elkaar af te stemmen. Het vinden van stages wordt op die manier vereenvoudigd. Aandachtspunt daarbij is dat de (ov-)verbindingen met de bedrijventerreinen, die belangrijk zijn voor stageplekken, momenteel onvoldoende zijn. Doelen: • Het doel is goed onderwijs. De (mbo, mbo+ en hbo) opleidingen in Roosendaal vormen een grote kans voor onze stad. Zowel op het gebied van cultuur en sport als voor de zorg- en bedrijvensector. • Roosendaal bereidt zich voor op de vestiging van bedrijven in onze stad. Met onderwijs en het bedrijfsleven zetten wij in op nieuwe opleidingen die aansluiten bij de (toekomstige) vraag van de arbeidsmarkt. • Een doel is om meer aandacht te besteden aan het aantrekkelijk maken van Roosendaal voor studenten.

Mogelijkheden om dit te doen zijn bijvoorbeeld: stimuleren van ondernemers om evenementen en uitgaansgelegenheden te organiseren gericht op studenten; stimuleren en maken van de verbinding tussen werkgevers en studenten via scholen; een studentenpanel oprichten dat de behoeftes van studenten op alle thema’s oppakt (in samenwerking met JONG Roosendaal). • 4.4.4 Maatschappelijke en openbare voorzieningen Opgave: optimaliseren van het niveau van leefbaarheid

Op sociaal vlak streven we naar het vergroten van de leefbaarheid. In feite geldt voor veel onderwerpen uit de omgevingsvisie dat deze bijdragen aan de leefbaarheid. Het is ook onderdeel van alle in deze visie genoemde thema’s. Instrumenten om de leefbaarheid specifiek te vergroten zijn onder andere het stimuleren van ontmoeting (bijvoorbeeld in bestaande accommodaties) of van sport en spel in de openbare ruimte. Een andere en samenhangende opgave is om te zorgen meer sociale verbondenheid. Daarbij gaat het ook om het tegengaan van eenzaamheid. Inwoners voelen zich niet geïsoleerd en hebben een netwerk om op terug te vallen. Randvoorwaarden hiervoor zijn de aanwezigheid, een goede bereikbaarheid en een optimale toegankelijkheid van ontmoetingsruimten in de openbare ruimte. Naast voorzieningen op het gebied van gezondheid, zorg of onderwijs zijn daarom maatschappelijke en openbare voorzieningen van groot belang.

Afbeelding 4.6: Onderwijsinstellingen in Roosendaal.

De fysieke opgave die hierbij hoort is het behoud en versterken van de kwaliteit van stad en dorpen, door vernieuwing en transformatie van gebouwen, openbare ruimte en buitengebied. Daarbij is ook uitbreiding van stedelijk gebied of toevoeging van functies aan het buitengebied mogelijk. Ontwikkelingen dienen bij te dragen aan de opgave om de leefbaarheid van wijken en dorpen te waarborgen, door behoud en versterking van collectieve openbare ruimte en groenblauwe structuren. In wijken en dorpscentra is zo veel als mogelijk behoud van sociaalmaatschappelijke voorzieningen voor de leefbaarheid het uitgangspunt, mits er voldoende draagvlak is in de directe omgeving. We organiseren voorzieningen zo veel mogelijk op het schaalniveau van wijken en dorpen, omdat dit het beste aansluit bij de directe leefwereld van de inwoners. Zorg en ondersteuning geven we vorm vanuit de leefwereld van mensen. 47

4.4.5 Cultuur en evenementen

Opgave: een krachtig en aangenaam evenementenklimaat creëren

Roosendaal heeft de ambitie uit te groeien tot een echte evenementenstad. We werken in Roosendaal aan een evenementenklimaat waarbij levendigheid en economische meerwaarde in balans zijn met leefbaarheid. Voorwaarden daarvoor zijn dat bezoekers langer blijven en de verblijfskwaliteit verbetert. Roosendaal wil een aantrekkelijk klimaat creëren voor evenementenorganisatoren die economische en maatschappelijke waarde toevoegen. We bekijken ook of het woon- en leefklimaat op of in de omgeving van de locatie niet te sterk belast wordt. We stimuleren vermaakfuncties in stedelijk gebied en faciliteren die in het buitengebied. Door cultuur, cultuurhistorisch erfgoed en het cultureel aanbod beter te benutten en te versterken wordt de aantrekkelijkheid van de stad voor huidige en toekomstige inwoners en bezoekers vergroot. Cultuur stimuleert ontmoetingen en innovatie in andere domeinen. Cultuur inspireert en helpt inwoners creatieve vaardigheden te ontwikkelen. Cultuur is daarmee niet alleen iets voor de binnenstad, maar ook voor de wijken. Om het evenementenklimaat te versterken is het verder ontwikkelen van culturele hotspots van belang. Het museum en de schouwburg moeten meer in verbinding worden gebracht met de aantrekkelijke binnenstad. Een manier om cultuur zichtbaar te maken is het stimuleren van de aanleg van kunst in de openbare ruimte. 4.4.6 Sociale veiligheid

Afbeelding 4.7: Cultuurhistorische en archeologische monumenten in Roosendaal.

Opgave: sociaal veilig inrichten en beheren van de openbare ruimte

Het gaat hier om de zorg voor een veilige buurt voor iedereen. In de kern draait het om het welbevinden van de gebruiker van en de openbare ruimte. Straten, pleinen en parken zijn nooit een doel op zich. Inrichting en beheer staan in dienst van het gebruik. Met het ontwerp (en het beheer) van de openbare ruimte wordt invloed uitgeoefend op het veiligheidsgevoel. Aantrekkelijk ontworpen en ingerichte openbare ruimtes leveren een bijdrage aan (het gevoel van) veiligheid. Veiligheid moet onderdeel uitmaken van het programma van eisen. Het doel is om de veiligheidsrisico’s tijdig in beeld te brengen, zodat reductie van de veiligheidsrisico’s direct wordt meegenomen bij het ontwerp van de maatregelen (proactief).

48

Opgave: tegengaan van georganiseerde criminaliteit in het buitengebied

Door onze ligging in de grenszone en bijvoorbeeld het vrijkomen van agrarisch vastgoed ontstaat in het buitengebied een risico op ondermijnende criminaliteit. Een manier om tegen te gaan is het zoeken naar nieuwe functies of hanteren van een sloopregeling, zoals de vroegere ‘rood voor rood’-regeling. Nieuwe vormen van sloopregelingen kunnen worden onderzocht. Daarop vooruitlopend zetten we in op het weerbaar maken van (agrarische) ondernemers.

4.5 Verkeer en mobiliteit

Op het gebied van verkeer en mobiliteit maken we onderscheid tussen verkeersmanagement en mobiliteitsmanagement. Bij verkeersmanagement gaat het om de infrastructuur, die voor de verschillende vervoersmodaliteiten zorgt voor een goede en veilige bereikbaarheid. Mobiliteitsmanagement gaat over het vervoer van personen, en de verschillende (duurzame) vormen van vervoer die bijdragen aan de mobiliteit van alle inwoners. 4.5.1 Verkeersmanagement

Opgave: zorgen voor robuuste en betrouwbare verbindingen

Goede bereikbaarheid is een belangrijke voorwaarde voor een aantrekkelijke woonen werkomgeving. Onze infrastructuur is daarom toekomstbestendig, en faciliteert schoner, stiller, zuiniger en slimmer verkeer en vervoer in Roosendaal in de toekomst. We streven naar een sterke en robuuste positie in het regionale en landelijke netwerk. Het optimaliseren van infrastructurele verbindingen en het beter benutten van de multimodale ontsluitingsmogelijkheden (weg, water, spoor, buis) van Roosendaal blijft een speerpunt. Voor onze inwoners, ondernemers en bezoekers zijn wij optimaal bereikbaar, waarbij ingezet wordt op een breed palet aan vervoerswijzen. Multimodaliteit is dan ook een sleutelbegrip en voorwaarde voor de doorontwikkeling van Roosendaal. Roosendaal is en blijft een belangrijk (boven)regionaal knooppunt in deze multimodale netwerken, wat zorgt voor een optimale bereikbaarheid. In breder perspectief gaat het hierbij om regionale netwerkversterking, het ontwikkelen en verbinden van economische toplocaties, hoogstedelijke zones en multimodale knooppunten en het verbeteren van de fysieke en functionele verbindingen met andere stedelijke regio’s en tussen kernen. We hebben daarbij de opgave om een efficiënte en veilige verkeersafwikkeling voor alle vervoersgebruikers te behouden.

Uit economisch oogpunt en voor het verduurzamen van de mobiliteit is het belangrijk dat Roosendaal een blijvende functie als knooppunt binnen de regio en het landelijk spoornetwerk behoudt (ic-station in alle richtingen). Ook dient Roosendaal via verschillende soorten mobiliteit aangehaakt te blijven op de (inter)nationale goederencorridors en achterlandverbindingen.

Afbeelding 4.8: Overzicht verschillende mobiliteitsnetwerken in Roosendaal.

het gaat zijn onder meer de ontsluiting van Tolberg (richting A58), de realisatie van multimodale overslagpunten en de Dedicated goederenspoorlijn/ RoBellijn. Bij binnenstedelijke verbindingen vergroten we de ruimte voor de fiets, voetgangers en meer groen, door het geleidelijke terugdringen van de auto uit de binnenstad. Dat neemt niet weg dat we voor het autoverkeer streven naar robuuste en betrouwbare verbindingen door het versterken van de samenhang tussen wegen in Roosendaal met het rijkswegennet en het onderliggend provinciaal en regionaal wegennet.

(Inter)regionale samenwerking en lobby moeten ervoor zorgen dat deze dossiers op termijn haalbaar zijn, zowel technisch als financieel. Belangrijke projecten waarover 49

Voor het buitengebied kiezen we voor een systematische aanpak verkeer. Er worden oplossingen uitgewerkt die ingaan op de volgende thema’s: • Wegen buitengebied afstemmen op functie en gebruik met balans voor landbouwen recreatief verkeer. • Voorkomen sluipverkeer en verhogen van de verkeersveiligheid, specifiek ook voor fietsers. • Beter stroomlijnen van landbouwverkeer in het buitengebied en binnen de bebouwde kommen. • Gericht uitwerken welke nieuwe functies in vrijkomende agrarische bebouwing mogelijk zijn, mede afgestemd op de capaciteit en verkeersveiligheid van de wegen. Op het gebied van de ov-infrastructuur zijn in het bijzonder de volgende aspecten aan de orde: • Op termijn de ontwikkeling van een nieuw NS-station Weihoek/Bulkenaar. • In verband met de versterking van het knooppunt NS-station en de ontwikkeling in het centrum vervangen we busstation Roselaar voor een centrumhalte. • Behouden en versterken van de regionale en internationale functie van het station Roosendaal. Daartoe moet het huidige kwaliteitsniveau gegarandeerd blijven voor ic-, sprinter- en internationale verbindingen. De bestaande goede verbindingen en frequenties met de Randstad, Brabant, Zeeland en België moeten worden behouden. Uitbreiding van het gebruik van de spoorinfrastructuur door goederenvervoer mag niet ten koste gaan van het personenvervoer.

• Dedicated goederenspoorlijn / goederenspoor uit de stad (omleiding) in combinatie met het uitplaatsen van de emplacementsfunctie. Voor langzaam verkeer (fietsers, voetgangers) zetten we in op: • De snelfietsroute tussen Roosendaal en Bergen op Zoom. • Fietsparkeren nabij het NS-station (versterken regionale plaatswaarde van de stationsomgeving). • Verbeteren van fietsverbindingen tussen kernen en steden en met bedrijventerreinen. • Goede voetgangersverbindingen in en door de stad. • Voetpadenstructuur ook vanuit stad en dorpen tot in en door het landelijk gebied. • Bij herinrichtingen of andere nieuwe projecten maken we onze openbare ruimte Bereikbaar, Toegankelijk en Bruikbaar (BTB) voor alle verkeersdeelnemers en gebruikers van de openbare ruimte. Bij de inrichting van de openbare ruimte en 50

infrastructuur houden we rekening met de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid voor fietsers, rolstoelrijders, scootmobielers, doven, slechtzienden en mensen met een andere lichamelijke beperking. 4.5.2 Mobiliteitsmanagement en ov

Opgave: zorgen voor een goede uitwisseling van mobiliteitsvormen

Multimodaliteit (gebruik van verschillende mobiliteitsvormen) en synchromodaliteit (afwisseling tussen verschillende mobiliteitsvormen die goed op elkaar aansluiten) zijn sleutelbegrippen en een voorwaarde voor de doorontwikkeling van Roosendaal. We streven naar een betere benutting van de multimodale vervoersnetwerken, en betere aansluiting tussen de verschillende modaliteiten. Dat doen we onder meer door: • Stimuleren van het gebruik van vervoer en transport via water en rails. • Verbeteren van de ketenmobiliteit, door onder meer P&R- en fietsvoorzieningen op stations. • Nemen en stimuleren van innovatieve maatregelen; te denken valt aan actuele multimodale reisinformatie, nieuwe coöperatieve systemen, navigatie- en parkeerverwijssystemen, rijtaakondersteuning, spitsmijden. Daarmee wordt het verkeers- en vervoersysteem optimaal benut en een bijdrage geleverd aan het verduurzamen van de mobiliteit. • Ruimtelijke intensivering van de stationsomgevingen voor betere benutting van het openbaar vervoer. Stationsomgevingen krijgen een belangrijkere plaats in de stad en worden meer en meer een plek om te verblijven in plaats van ‘transferruimte’. • Aanleg van een nieuw station nabij het ziekenhuis als vervoersknoop in een sprinternetwerk met een regionale functie. • Parkeerregime moet klantvriendelijker en efficiënter (link Hart voor Binnenstad).

Parkeernormen worden naar de landelijke norm aangepast. Opgave: schoner, stiller, zuiniger en slimmer vervoer

In het Roosendaal van de toekomst willen we duurzame mobiliteit. Dat houdt in dat we een opgave hebben om fietsen en lopen te stimuleren en gemotoriseerd verkeer te verminderen. Hierdoor verkleinen we de ruimteclaim van infrastructuur en maken we meer plek voor duurzame mobiliteit. We stimuleren bedrijven om schone vormen van transport in te zetten, transportcapaciteit efficiënter te gebruiken en vervoersstromen van goederen en personen te bundelen.

We zetten ook in op elektrisch rijden en bijbehorende laadsystemen in woon-, werk- en verblijfsgebieden. Verder zetten we vanuit deze opgave in op innovatie en de toepassing van nieuwe slimme (‘smart’) technieken bij voertuigen en in de infrastructuur. Doelen: • Stimuleren van openbaar vervoergebruik, door het huidige kwaliteitsniveau te garanderen voor ic-, sprinter- en internationale verbindingen. Uitbreiding van het goederenvervoer op het spoor mag niet ten koste gaan van het personenvervoer. De bestaande goede verbindingen en frequenties met de Randstad, Brabant, Zeeland en België moeten worden behouden. • Verbeteren van de ic-verbinding met de Randstad en Zeeland (twee per uur); • Behouden en versterken van de regionale en internationale functie van station Roosendaal, door middel van een extra versnelde treinverbinding en een extra stoptrein (dus twee stoptreinen per uur) tussen Roosendaal en Antwerpen. • Stimuleren van schoner, zuiniger en efficiënter verkeer via de weg. Zo moet het toenemende aantal elektrische voertuigen worden gefaciliteerd door uitbreiding van het aantal laadpalen. • Stimuleren van (e-)fietsgebruik. Naast de benodigde infrastructuur (4.5.1) doen we dat onder meer door promotie en marketing van ‘de fiets als alternatief’. Zo streven we bijvoorbeeld naar meer forenzen per (e-)fiets tussen Roosendaal en Bergen op Zoom.

• Stimuleren van initiatieven van onderop voor slimme en kleinschalige vervoersoplossingen. • Voor de bedrijventerreinen willen we: • multimodaliteit bevorderen en regelgeving voor schone distributie; • ov-/bedrijfsvervoer ten behoeve van bedrijfsterreinen, met behulp van een vervoerscoördinatiecentrum; • forenzen zoveel mogelijk met de fiets.

Uitgangspunt is dat iedereen hetzelfde recht op mobiliteit en (openbaar) vervoer heeft. Doelen: • Bij de (her)inrichting van de openbare ruimte dragen we er zorg voor dat deze bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar is voor alle doelgroepen. • Verder toegankelijk maken van de bushaltes, zodat zoveel mogelijk doelgroepen gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer. • bereikbaar houden van dorpen per openbaar (bus)vervoer (tegengaan van verschraling buitengebied). • Wmo-regiotaxi gebruik verminderen, door Wmo-reizigers gebruik te laten maken van het reguliere ov.

Opgave: bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar vervoer voor iedereen

We zorgen voor een Bereikbaar, Toegankelijk en Bruikbaar (BTB) Roosendaal voor alle verkeersdeelnemers en gebruikers van de openbare ruimte. Daarbij denken we aan fietsers, maar ook bijvoorbeeld rolstoelrijders, scootmobielers, doven, slechtzienden en mensen met een andere lichamelijke beperking. Dit doen we onder meer in de routes van, naar en dóór de binnenstad. 51

52

5. Koers per deelgebied

5.1 Inleiding: overzicht deelgebieden

In het vorige hoofdstuk zijn per thema de belangrijkste opgaven voor de toekomst van Roosendaal beschreven. Deze opgaven vertalen we in dit hoofdstuk naar de verschillende deelgebieden van de gemeente. Voor elk deelgebied wordt de koers geschetst met de specifieke opgaven die daarbij horen. Deze gebiedsuitwerkingen vormen geen exacte blauwdruk voor de toekomstige ontwikkeling van het deelgebied. Wel geven we de dilemma’s, keuzes en mogelijke ontwikkelrichtingen voor het gebied aan. Grofweg bestaat de gemeente uit drie delen: een sterke stad, de stadsrandzones en een vitaal platteland. De sterke stad valt uiteen in vijf deelgebieden: Rondje Roosendaal, de Bulkenaar, De Stok / Rosada, de woonwijken en de bedrijventerreinen. Er zijn stadsrandzones aan te wijzen aan de noordoost-, oost-, zuid- en zuidwestkant van de stad. Voor het vitale platteland maken we onderscheid tussen de dorpen en het buitengebied.

5.2 Sterke stad

5.2.1 Rondje Roosendaal Het ‘Rondje Roosendaal’ is de overkoepelende term voor locaties in en rondom het centrum van Roosendaal: het stationsgebied, (Groot) Mariadal, het oude centrum, de compacte commerciële binnenstad, de Laan van Brabant, het westelijk deel van de binnenstad, Stadsoevers en het Vlietpark. Het omvat een verzameling van ontwikkelingen en transformaties, die met elkaar worden verbonden door een openbare gebiedsroute (het ‘rondje’). De ontwikkelingen dragen gezamenlijk bij aan de ontwikkeling van een aantrekkelijke en kwalitatief hoogwaardige woon-, werk en leefomgeving. Met het Rondje Roosendaal realiseren we een efficiënter gebruik van het stedelijk gebied, en spelen we in op verschillende opgaven. Hiermee geven we invulling aan de provinciale Verstedelijkingsstrategie, aan Sterke Steden én de opgaven uit deze omgevingsvisie. Zo voorzien we in een behoefte aan woningbouw en andere functies in de nabijheid van ov-knooppunten. Daarmee zien we ook mogelijkheden om een bijdrage te leveren aan de opvang van de overloop van wonen én werken vanuit de zuidvleugel van de Randstad.

Afbeelding 5.1: Locaties in het Rondje Roosendaal.

Bij de invulling van onze woningbouwopgave (2.000 tot 4.500 woningen) geven we het Rondje Roosendaal prioriteit. Het Rondje Roosendaal kan in totaal een programma van 2.000 woningen opnemen. We zoeken allereerst mogelijkheden voor het toevoegen van stedelijke woonmilieus op deze locaties. Daarna kijken we naar de stadsrandzones (zoals Weihoek en de voormalige ziekenhuislocatie) en kleinschalige landgoederen, waar we andere woonmilieus kunnen bieden.

53

Daarnaast kan met de transformatie van winkel- en kantoorpanden de leegstand worden aangepakt, en een compactere winkelstad ontstaan. De ontwikkelingen zorgen voor een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van het gebied, en kunnen worden gekoppeld aan duurzaamheidsdoelstellingen. De transformaties zullen een fundamentele bijdrage leveren aan opgaven als klimaatadaptatie, vergroening, de energetische kwaliteit van de gebouwde omgeving en de emissievrije binnenstad. Ook zal dit gepaard gaan met een duurzaam binnenstedelijk mobiliteits- en parkeersysteem, terwijl het station verder wordt uitgebouwd als regionale ov-hub. Daarbij worden de identiteitsdragers in de stedenbouwkundige structuur van de stad steeds bewaard en versterkt, met daartussen functionele en herkenbare verbindingen. Het Rondje Roosendaal is een flexibele ontwikkeling. De binnenstad en stationszone zijn al lange tijd in ontwikkeling. Een aantal ontwikkelingen is recent al in gang gezet, zoals de V&D-locatie en de Markt/ Nieuwe Markt, (Groot) Mariadal, Stadskantoor (‘Huis van Roosendaal’), Stadsoevers en het Vlietpark. Daarbij onderzoeken we welke ruimte er aanvullend is voor de toevoeging van functies en programma: met name in het stationsgebied, rondom de Laan van Brabant en in verdere verdichting van de al bestaande ontwikkelingen.

Een integrale aanpak wordt nader uitgewerkt in het Ontwikkelplan Rondje Roosendaal. Een compacte binnenstad met verschillende functies In de toekomst kent Roosendaal een aantrekkelijke en compacte binnenstad, waarin het prettig wonen, werken, winkelen en recreëren is. Dit willen we realiseren door onder andere het concentreren van winkelfuncties en horeca in het kernwinkelgebied en daarbuiten de transformatie naar wonen en werken te faciliteren. Het oude centrum hervindt zich als hoogstedelijk gemixt woongebied, waarbij incourante commerciële functies getransformeerd worden naar woningen. De compacte commerciële binnenstad ontwikkelt door als gastvrij bezoekerscentrum van de stad en de regio, waarbij het commercieel centrum compacter wordt, incourant commercieel vastgoed wordt getransformeerd naar woningen, zorgfuncties of andere voorzieningen en het wonen in zijn algemeenheid geïntensiveerd wordt. Het westelijk binnenstadsdeel wordt doorontwikkeld tot een gebied van hoge toegevoegde waarde met zowel woon- als werkfuncties. 54

We zetten in op het behouden en versterken van de sub-regionale functie van de binnenstad voor Roosendaal en de omgeving. Door diverse ontwikkelingen (waaronder online winkelen, minder regionale aanloop van bezoekers) neemt de winkelvloeroppervlakte af en is leegstand ontstaan. Daarom streven we naar een compactere commerciële binnenstad. Een binnenstad die compacter wordt, maar grootser aanvoelt. Winkels en voorzieningen worden zoveel mogelijk geconcentreerd in de binnenstad. We staan geen nieuwe locaties toe voor detailhandel, en beperken de mogelijkheden voor solitaire winkelvoorzieningen. Detailhandslocaties buiten het centrum zullen worden ‘wegbestemd’ om de concentratie in het centrum te ondersteunen. Daarbij is wel sprake van maatwerk. Niet alle detailhandelsfuncties kunnen worden verplaatst en sommige functies zijn niet geschikt voor een nieuwe plek in het centrum. Om de binnenstad te versterken leggen we daar wel de prioriteit. Daarmee sluiten we aan bij het plan van Riek Bakker en ‘Roosendaal Gezonde Stad’. Het winkelen van de toekomst vindt in Roosendaal plaats. We zetten in op versterken van de boodschappenfunctie én de recreatieve functie, waarbij er voldoende kritische massa is (keuze, variëteit). Ook stimuleren we initiatieven op het gebied van digitale stadsontwikkeling en Smart Retail.

We vinden het daarbij een belangrijk uitgangspunt dat het belevenis- en betekenisaspect in het gehele winkelgebied tot uiting komt, zowel in de openbare ruimte als door de aanwezigheid van functies als horeca en cultuur. Via binnenstadsmanagement en citymarketing werken gemeente en ondernemers samen aan het aantrekkelijker maken van de binnenstad. Stadspromotie speelt daar zeker een prominente rol in. De binnenstad van Roosendaal, integraal onderdeel van de stad Roosendaal, krijgt een herkenbaar en aantrekkelijke profiel voor de huidige en toekomstige doelgroepen. Het bezoek aan de stad wordt veraangenaamd door de verzorgde uniforme aankleding en uitstraling van de binnenstad. Gezien onze visie voor de binnenstad zoeken we de kracht in een meer integraal beeld van de binnenstad; evenwicht in aantrekkelijke winkels, horeca, cultuur, openbare ruimtes, groen, evenementen en wonen. Er ligt een opgave om meer functies toe te voegen. Het realiseren van wonen, maar ook zorgen voor vermaak, programmering en beleving (ook na 17:30). Het imago en de belevingswaarde van de binnenstad worden versterkt door een verscheidenheid aan functies, maar ook vergroening en het zichtbaar en toegankelijk maken van verborgen cultuurhistorische schatten, zoals Mariadal met de bijbehorende monumentale kloostertuin.

Er ligt een opgave in het vergroten van de aantrekkingskracht van de binnenstad door het versterken van de culturele waarde als bezoekmotief; en het vergroten van de aantrekkingskracht van de culturele instellingen voor bezoekers van de binnenstad met een ander bezoekmotief. Hiertoe kan bijvoorbeeld meer ruimte worden geboden aan culturele initiatieven en evenementen. In ruimtelijk opzicht streven we zodoende naar een compacte structuur met intensief ruimtegebruik en een combinatie van functies, waarbij ook ruimte is voor gemixte functies en nieuwe concepten. Leegkomende ruimte krijgt een andere functie, bijvoorbeeld als woonruimte, voor dienstverlening of als creatieve broedplaats. Het mes snijdt zo aan twee kanten, meer woonruimte leidt tot meer sociale veiligheid en tot een groter draagvlak onder voorzieningen.

We werken vanuit deze opgave aan het: • herontwikkelen van bestaand vastgoed; • herontwikkelen van pleinen en openbare ruimten; • verbinden van particuliere investeringsinitiatieven met gemeentelijke projecten; • organiseren compacter maken van de binnenstad; • verbreden en creëren samenhang van binnenstedelijke functies; • vergroten ruimtelijke kwaliteit (met name meer groen, verweven oud-nieuw); • emissieloos bevoorraden van de binnenstad en voetgangersgebieden; • bepalen ontwikkelingsperspectief en mogelijkheden voor functietransformatie aanloopstraten; • aanpakken van leegstand (o.a. door huisvesting van pop-up stores, transformatie naar bijvoorbeeld wonen); • inzetten op ‘blurring’ van functies (concepten die diverse sectoren verbinden zoals retail, horeca, cultuur, ambacht en/of dienstverlening). Een impuls voor het stationsgebied Het gebied rondom het station en in verbinding met de binnenstad van Roosendaal heeft aandacht en een impuls nodig. De stationsomgeving is verouderd en de binnenstad heeft te maken met een toenemende leegstand van winkels en kantoren. De leefbaarheid staat onder druk. Wel verwachten we dat dit gebied potentie heeft, die we concreet nader onderzoeken met het Ontwikkelplan Rondje Roosendaal.

Het doel daarbij is om van de spoorzone een levendig gebied te maken en hier stedelijke dynamiek in te brengen. De spoorzone komt tot ontwikkeling als een multifunctioneel woon-werkgebied waarin het station als mobiliteitshub optimaal verbonden wordt met de stad, de regio en de omliggende stedelijke agglomeraties. Verdere inbreiding en het toevoegen van extra functies op deze locatie biedt een kans voor de binnenstad. Een ander programma maakt ook dat de identiteit van een gebied wijzigt. Daarbij denken we bijvoorbeeld aan (combinaties van) wonen, werken en onderwijs. Stadsoevers en Vlietpark als nieuwe stadswijk Ten oosten van het spoor, tussen het station en de Kade, wordt het nieuwe stadsdeel Stadsoevers ontwikkeld. Stadsoevers wordt een levendige stadswijk, waar wonen, werken, onderwijs en recreatie samenkomen. Het gebied aan de westkant van De Vliet wordt ontwikkeld als een woongedeelte. In het zuiden wordt wonen gecombineerd met onder meer onderwijsvoorzieningen. Het oostelijk deel van Stadsoevers is het Vlietpark. Hier vormt zich een parkachtig gebied met een innovatief programma; een nieuw stuk groene en klimaatbestendige stad, waar verschillende partijen en functies zich kunnen vestigen. In een open, groene ruimte wordt ruimte geboden voor wonen, werken, leren, innoveren en recreëren.

De ontwikkeling van Stadsoevers en Vlietpark is al in gang gezet, en zal de komende jaren worden voortgezet. In onder meer een Ruimtelijk raamwerk, Beeldplan Stadsoevers en Ontwikkelkader Vlietpark zijn de ambities, ruimtelijke principes en ontwikkelscenario’s voor het gebied vastgelegd. Het Vlietpark wordt vormgegeven volgens het campusprincipe. De ruimtelijke structuur van het park is opgebouwd uit een fysiek grid van verbindingen en open ruimtes, een robuust openbaar raamwerk dat de basis vormt voor ontwikkelplots. Binnen de ontwikkelplots is sprake van een grote mate van flexibiliteit. We hanteren een open grondhouding voor initiatieven, zolang ze maar bijdragen aan het innovatieve en gezonde karakter van het park. De kaders waaraan de ontwikkelplots moeten voldoen, zijn in een aantal heldere principes beschreven. Deze gaan niet uit van een vastomlijnd eindbeeld maar laten zien welke mogelijkheden er zijn om de ontwikkelplots in te vullen.

55

Het bereikbaar houden van het centrum De binnenstad is goed en laagdrempelig bereikbaar met alle vervoersmodaliteiten. Bezoekers kunnen eenvoudig hun weg vinden. Bij een compactere binnenstad hoort een nieuwe centrumring en een efficiënter, klantvriendelijker parkeerregime. Zonder betere bereikbaarheid en toegankelijkheid is de aanpak voor de compacte binnenstad maar half werk. Parkeren vindt hoofdzakelijk plaats in parkeergarages. Parkeren op maaiveld wordt afgebouwd met uitzondering van parkeren voor bewoners. Op de centrumring wordt eenrichtingsverkeer ingevoerd. Het parkeerregime zal klantvriendelijker worden. We werken aan het volgende: • Er is voldoende stallingsaanbod voor auto`s, fietsen en overige voertuigen voor de bezoekers van de binnenstad. • Zorgen voor een schonere en meer leefbare binnenstad, door te zorgen voor een afname in het aantal gemotoriseerde voertuigen. • Het creëren van plek voor fietsers en wandelaars. • Verbeteren bereikbaarheid en het beleid voor parkeren, waarbij we inzetten op parkeren op maaiveld voor bewoners en gebruik van parkeergarages door bezoekers. Vergroening en klimaatadaptatie De ambitie is om met elkaar te komen tot een binnenstad die beter in staat is om de klimaateffecten op te vangen. Een stad die groener is en waarvan de openbare ruimte door de bezoekers en bewoners hoger wordt gewaardeerd.

Het toevoegen van dak- en geveltuinen in de binnenstad draagt eveneens bij aan het groene karakter en voorkomen van hittestress. Een slimme, milieuvriendelijke en emissieloze distributie en routing dragen bij aan een gezonde en rustige binnenstad wat het wooncomfort en de belevingswaarde verhoogt. De binnenstad van Roosendaal wordt ‘zero-emissie’ bevoorraad. We sluiten aan bij de ontwikkelingen vanuit de Rijksoverheid. 5.2.2 De Bulkenaar De Bulkenaar betreft een gebiedsontwikkeling aan de zuidwestkant van de stad, direct ten oosten van de A58. De grootste ontwikkeling die hier is voorzien is de bouw van het nieuwe Bravis-ziekenhuis, ter vervanging van de twee bestaande ziekenhuizen in Roosendaal en Bergen op Zoom. De ruimte rondom het nieuwe ziekenhuis wordt ingericht als een plek waar ontspanning, natuur en zorg elkaar ontmoeten en versterken. 56

Hier bieden we alle ruimte voor de beste zorg. Het gebied De Bulkenaar wordt ontwikkeld tot een groot, aantrekkelijk en duurzaam parklandschap, waar gezondheid, natuurbeleving en recreëren centraal staan. Naast het ziekenhuis komt er ook ruimte voor bedrijven, onderwijs en diensten die zich richten op andere typen zorg, aanvullend op het bestaande aanbod in de stad en regio. Hiervoor wordt zo’n 12 hectare benut. We willen een aantrekkelijke en goed bereikbare groene buffer realiseren tussen het woongebied en het ziekenhuis. In de vormgeving van dit gebied houden we zoveel mogelijk rekening met de bestaande natuur en het landschapsbeeld. Het landschapspark zal uitnodigen om te bewegen, te ontspannen, te fietsen en te wandelen. We zorgen bij de gebiedsontwikkeling ook voor een betere bereikbaarheid. Zo zien we mogelijkheden om de wijk Tolberg aan te sluiten op de snelweg en is een toekomstig spoorstation nabij het ziekenhuis een extra voorziening ter verbetering van de regionale bereikbaarheid. Bij de ontwikkeling van De Bulkenaar staan de volgende vijf thema’s centraal: • Duurzaam gebruik van de ruimte; • Innovatief zorglandschap; • Optimale infrastructuur; • Mobiliteit; • Landschap en recreatie. 5.2.3 De Stok / Rosada Aan de westrand van Roosendaal, direct aan de A17 liggen Designer Outlet Roosendaal (Rosada) en het recreatiepark De Stok.

Designer Outlet Roosendaal vormt als themacentrum een bijzondere concentratie van detailhandel. Waar we voor de binnenstad vooral focussen op een compactere commerciële binnenstad met een functie voor de stad en omgeving, biedt Rosada een complementair winkelaanbod met een belangrijke (boven) regionale functie. Daarmee trekt Rosada jaarlijks 1,4 miljoen bezoekers. De Stok, met een verzameling van allerlei vormen van intensieve recreatie, trekt op jaarbasis 1,1 miljoen bezoekers van binnen en buiten de regio. We zetten dan ook in op het vitaal houden van dit gebied, en versterken van de koppeling tussen beide regionale publiekstrekkers. Met de combinatie van de winkelfunctie van Rosada met de voorzieningen voor sportief en avontuurlijk vermaak op De Stok fungeert het gebied als vrijetijds- en vermaakgebied, gericht op zowel inwoners van de gemeente, de regio als van daarbuiten.

Daarbij hanteren de volgende doelstellingen: • Voldoende kritische massa in een heldere en aantrekkelijke structuur (circuitvorming). • Een eigen profilering en identiteit is noodzakelijk voor aantrekkingskracht en beleving. • Ruimtelijke component dient aan te sluiten op het functionele profiel. • Verblijfskwaliteit door de aanwezigheid van o.a. rustpunten en horeca. • Goede bereikbaarheid en voldoende parkeergelegenheid. • Uitbreiden Designer Outlet Roosendaal en toevoegen van Leisure- en hotelfuncties aan de Stok 5.2.4 Woonwijken In het algemeen willen we onze wijken inrichten met meer groen en meer water. Dat zorgt voor een aantrekkelijkere woonomgeving en gezonder leefmilieu met schonere lucht. Het biedt ook mogelijkheden voor ontmoetingsplekken in de (semi-) publieke ruimte. Wat betreft mobiliteit in de woonwijken willen we zoveel mogelijk schone mobiliteit en deelmobiliteit faciliteren en stimuleren. Bij nieuwe ontwikkelingen zien we mogelijkheden voor zowel verdichten (hoogbouw) waar dat passend is, als extensiveren met meer ruimte voor parken, groen en langzaam verkeerroutes. Bij stedelijke vernieuwing zoeken we de koppeling met opgaven als de warmtetransitie en klimaatadaptatie. We stimuleren initiatieven voor betaalbare en duurzame woningbouw; daarbij valt te denken aan vormen van houtbouw en prefab, maar ook groene gevels en daken.

In de woonwijken van Roosendaal is vanuit het oogpunt van leefbaarheid zo veel als mogelijk het behoud van sociaalmaatschappelijke en detailhandelsvoorzieningen het uitgangspunt. De laatste geconcentreerd in de bestaande winkelcentra. Voldoende draagvlak in de directe omgeving is daarvoor wel een voorwaarde. Ons uitgangspunt daarbij is dat er in iedere wijk buurt- en wijkhuizen zijn, mits in de wijk de behoefte daarvoor aanwezig is. Wat betreft wijk- en buurtwinkelcentra hanteren we de volgende uitgangspunten:

Wijkwinkelcentra: • Verzorgingsfunctie voor de eigen wijk (niet wijkoverstijgend). • Accent op dagelijkse artikelen (supermarkten en versspeciaalzaken) met frequent benodigd niet-dagelijks winkelaanbod (huishoudelijke artikelen, bloemen, boek en kantoor et cetera) en wijkverzorgende functies (enige horeca, diensten, ambachten en zorg). • Trekkersrol wordt vervuld door maximaal twee bij voorkeur complementaire supermarkten (prijs/ kwaliteit) van moderne omvang. • De supermarkten hebben een moderne omvang naar huidige maatstaven (supermarkten ca. 1.000 - 1.500 m² wvo, maatvoering afhankelijk van verzorgingsfunctie. • Kernwoorden zijn gemak, overzichtelijkheid en efficiëntie. • Goede bereikbaarheid en voldoende parkeergelegenheid. • Voldoende draagvlak in de directe omgeving. • Centrale ligging in het verzorgingsgebied. • Omvang varieert tussen 3.000 en maximaal 4.500 m² wvo, afhankelijk van het draagvlak in de wijk. Buurtwinkelcentra: • Gericht op primair levensonderhoud voor inwoners uit de directe omgeving. • Een volwaardig buurtcentrum moet in ieder geval beschikken over een supermarkt van circa 1.000 - 1.200 m² wvo (maatvoering afhankelijk van verzorgingsfunctie). Er kan enkel sprake zijn van toevoeging van een tweede supermarkt wanneer het een verplaatsing van een bestaande solitaire supermarkt uit de omgeving betreft.

• Er is ondersteuning van speciaalzaken met dagelijkse artikelen, eventueel enkele niet-dagelijkse artikelenwinkels en enige andere functies (zoals cafetaria, kapper, zorg en welzijn). • Kernwoorden zijn nabijheid, gemak, uitstraling en prijs. • Bereikbaarheid en parkeren (zij het vanwege de nabijheidsfactor in mindere mate dan bij wijkwinkelcentra). Omvang varieert tussen 1.500 en maximaal 3.000 m² wvo, afhankelijk van het draagvlak in de buurt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1090/documents/28909