CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Omgevingsvisie Roosendaal 14 mei.pdf

Gemeenteraad 17 juni 2021, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 6c: Raadsvoorstel 28 voorontwerp Omgevingsvisie32.752 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

•

Geopolitieke veranderingen De internationale machtsverschuivingen én ‘corona’ leiden beiden tot herbezinning op het belang van sterke continentale ketens. Europa hecht in toenemende mate aan het belang van strategische voorraden in Europa en aan meer continentale productie. Productie-, handels- en logistieke stromen veranderen hierdoor, maar blijven belangrijk. Dit biedt nieuwe kansen voor Roosendaalse en West-Brabantse bedrijven.

Het ontwikkelplan wordt uitgewerkt in een uitvoeringsplan (Regionale Investeringsagenda West-Brabant West, ofwel RIA WBW) en een verstedelijkingsstrategie RoosendaalBergen op Zoom. Leidend in deze uitvoeringsplannen zijn een duurzame ontwikkeling, een versterking van de regionale identiteit en toevoeging van extra woningen om de transformatie van de bestaande steden en dorpen een extra boost te geven.

2.6 (Boven)lokale trends en ontwikkelingen

Surfen op de trends De wereld om ons heen verandert sneller dan ooit maar we zien zowel wereldwijd als op de schaal van Nederland een aantal trends die bepalend zijn voor hoe de wereld van morgen – hoe onvoorspelbaar die toekomst ook is – eruit zal zien. Slim inspelen op die trends biedt Roosendaal kansen zelf regie te voeren op haar toekomst en deze route naar de toekomst slimmer af te leggen. 20

•

Vakmanschap op de arbeidsmarkt Technologisering en robotisering leiden tot innovatie in productie en verschuivingen op de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd zien we nu al, en voor de komende jaren nog meer, een krapte op de arbeidsmarkt als het gaat om praktische beroepen, zoals beroepen in de techniek (installateurs, bouwers) en in de zorg. Het profiel van de Roosendaalse beroepsbevolking en van de Roosendaalse beroepsopleidingen biedt kansen dit ‘gat’ te vullen. Tegelijk zijn Roosendaalse en West-Brabantse bedrijven van oudsher sterk in innoveren: aanpassen aan veranderende omstandigheden, elders ‘uitgevonden’ innovaties een praktische en vermarktbare toepassing geven. Om schaal te maken is nauwere samenwerking tussen bedrijven en sectoren nodig; het Ontwikkelplan West-Brabant West speelt daar met de strategie van ‘verbinden-verduurzamen-verslimmen’ op in. Technologisering, innovatie en gerichte opleidingen bieden kansen voor de toekomstige economie van Roosendaal, gebaseerd op een DNA van ‘doen, toepassen en innoveren’ en gebruik makend van de immer goede verbindingen met Europa en de wereld

•

Verduurzaming De energietransitie brengt met zich mee dat we de komende 10 jaar flink moeten investeren in het verduurzamen van woningen en bedrijven, in zon- en windenergie, geothermie en warmtenetten. Dit zijn forse investeringen, die kansen bieden voor scholing en voor aannemers. Kansen ook voor bedrijven die snel meebewegen met de wensen van overheden en andere klanten. In de regio liggen kansen voor het ontwikkelen van de ‘biobased economy’ en crossovers in de ‘chemie-agrofood’.

•

Klimaatadaptatie Onderdeel van de klimaatadaptie is het tegengaan verdroging op zandgronden en het brengen van meer groen en blauw in stad. Dit biedt ook de kans om het woonklimaat fors aangenamer te maken: parkachtig wonen en ontmoeten of wonen aan water. Volop kansen dus voor de opwaardering wijken, zeker als we erin slagen geplande grootschalige werkzaamheden aan (ondergrondse) infrastructuur te koppelen aan renovaties van wijken en buurten en daarmee gepaard gaande duurzaamheidsinvesteringen.

•

Vergrijzing en kleinere huishoudens Mensen worden steeds ouder en in alle leeftijdscategorieën wonen mensen steeds meer alleen. Dit brengt niet alleen een noodzaak tot kleinere woningen met zich mee, maar ook de noodzaak tot woningen met meer ontmoetingsruimte en andere collectieve voorzieningen eromheen, waarbij je kunt denken aan meer ruimte om te bewegen in kader van positieve gezondheid maar ook het faciliteren van bijvoorbeeld deelautogebruik

•

Digitalisering Door de digitalisering verplaatst het dagelijks leven zich in toenemende mate van het fysieke naar het digitale domein. De coronacrisis heeft dit nog sterker duidelijk gemaakt. Werk en relaties (privé en zakelijk) komen los van plaats en tijd. Dit heeft een direct effect op de inrichting van de fysieke ruimte, op de vormen van bedrijvigheid, op de detailhandel en de recreatie.

Verduurzaming biedt ook kansen voor vernieuwingen in de landbouw, onder meer voor de bosbouw (hout als bouwmateriaal) en voor nieuwe vormen van bedrijvigheid zoals de energie-boerderij, circulaire landbouw en voedselbos. Daarnaast wordt onderzocht of de huidige landbouwgebieden ruimte kunnen bieden voor functies zoals CO2-opslag in bodem en zon-wind-zonthermie-geothermie.

21

22

3. Toekomstperspectief voor Roosendaal 3.1 De hoofdambitie: De verbonden stad

Hoe ziet Roosendaal eruit in de toekomst? Welke ambities hebben we? Waar streven we naar? In dit hoofdstuk beschrijven we het Roosendaal van de toekomst; Roosendaal op zijn best. Soms duurt het nog even voordat het toekomstbeeld gerealiseerd is, maar we streven hier iedere dag naar. Voortbordurend op het DNA en de huidige situatie van Roosendaal, en rekening houdend met bovenstaande trends en ontwikkelingen, hebben we onze stip op de horizon bepaald.

De hoofdambitie voor 2030: Roosendaal ‘de verbonden stad’ Roosendaal is in 2030 een gemeente waarbinnen inwoners en bedrijven, stad, wijken en dorpen met elkaar verbonden zijn. Roosendaal is verbonden met omliggende gemeenten in de regio, verbonden met de Brabantse stedenrij en economisch stevig verbonden met en gelegen tussen de metropolen Rotterdam, Antwerpen en Brainport Eindhoven. Deze verbondenheid is al eeuwen de kracht van Roosendaal en maakt dat voor inwoners een scala aan kwalitatieve voorzieningen én werkgelegenheid binnen handbereik ligt. Voor bedrijven zijn internationale afzetmarkten goed bereikbaar. Roosendaal heeft een sterke positie als centrumstad in westelijk West-Brabant. Roosendaal is een belangrijke schakel in de sterke stedenrij. Daarbinnen biedt Breda een stedelijk klimaat, Bergen op Zoom vooral historie en Roosendaal vult dit aan met een op het eerste gezicht bedrijvig en zakelijk karakter, maar ook met een sociaalmaatschappelijk aangename verbondenheid. Roosendaal wordt omgeven door een vitaal platteland. We bieden ruimte voor groei en daarmee voor het opvangen van overloop vanuit de Randstad. Hier vind je belangrijke stedelijke functies voor een regionaal verzorgingsgebied, op het gebied van zorg, arbeidsmarkt en onderwijs. Roosendaal heeft tevens een belangrijke knooppuntfunctie in de regio.

Roosendaal is in staat om zich snel aan te passen aan de steeds veranderende vraag naar ruimte om te wonen, werken, verblijven, zorgen, leren en recreëren.

We hebben onze integrale hoofdambitie voor 2030 als volgt geformuleerd: Bij het realiseren van deze hoofdambitie hanteren we drie leidende principes: Stad van de menselijke maat Balans tussen mens en natuur Ruimte voor talent en ondernemerschap Aan de hand van deze leidende principes geven we invulling aan onze hoofdambitie. Gezamenlijk en in samenhang dragen deze principes bij aan Roosendaal als ‘de verbonden stad’. In de volgende paragraaf werken we de drie leidende principes verder uit.

3.2 Leidende principes

Stad van de menselijke maat Kernbegrippen: Gelukkige inwoners. Positieve gezondheid in een aantrekkelijke en veilige woon- en leefomgeving. Oog voor het individu.

In de toekomst is en blijft goed wonen een onderscheidende kwaliteit van de gemeente. Roosendaal is een aantrekkelijke en gezonde woonstad voor haar inwoners, in al hun diversiteit. De woonwijken en dorpen zijn ruim van opzet, gezond, groen, rustig en veilig. Straten, parken en paden nodigen uit tot veilig bewegen en ontmoeten. De inrichting van de openbare ruimte draagt bij aan de gezondheid en het geluk van de inwoners. Roosendaal beschikt over een gevarieerd woningaanbod, voor grotere en kleinere huishouders, voor ouderen, gezinnen en jongeren, voor alle inkomens. Alle belangrijke voorzieningen zijn voor inwoners bereikbaar en beschikbaar. Soms in de eigen wijk, soms in de eigen gemeente, soms ook dankzij de goede verbindingen goed bereikbaar in de buursteden of in echte stedelijke agglomeraties Rotterdam en Antwerpen. Roosendalers gelden nu al als gelukkige mensen en daar staan we hopelijk ook in de toekomst nog bekend om. In maatschappelijk opzicht is Roosendaal veerkrachtig. Onderling sterk verbonden inwoners zorgen ervoor dat niemand er alleen voor staat. Het rijke verenigingsleven en veel maatschappelijk actieve inwoners en organisaties zitten in het DNA van Roosendaal en vormen de basis voor sociale cohesie, veerkrachtige inwoners en onderlinge betrokkenheid. Mensen voelen zich thuis in Roosendaal en 23

veilig in hun eigen buurt. In 2030 is de gezondheid van onze inwoners verbeterd. Met de invulling van de ruimtelijke omgeving willen we daaraan bijdragen, door een gezond en veilig leefklimaat te bieden. Rondom De Bulkenaar ontwikkelen we een zorglandschap met in het hart een regionaal ziekenhuis. Roosendaal is in de toekomst bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar voor alle verkeersdeelnemers en gebruikers van de openbare ruimte zoals fietsers, rolstoelrijders, scootmobielers en mensen met een lichamelijke beperking. Zoals bijvoorbeeld op de routes van, naar en dóór de binnenstad. In de toekomst is goed wonen een onderscheidende kwaliteit van de gemeente. We bieden ruimte en oplossingen voor het enorme woningtekort elders. Roosendaal staat voor een duurzame ontwikkeling, een versterking van de identiteit van stad en dorpen en ziet in de toevoeging van extra woningen een mogelijkheid om de transformatie van de bestaande staeden en dorpen een extra boost te geven. Bewoners hebben hier veel woning voor hun geld. Er zijn bijzondere woonvormen waar wonen en werk wordt gecombineerd en met ‘wooncommunities’ waarin buren ook voorzieningen en openbare ruimte met elkaar delen. Roosendaal is en blijft een aangename en aantrekkelijke stad waar het hele jaar door wat te beleven valt.

Evenementen sluiten aan bij de sfeer en het karakter van de stad en de dorpen, en zijn primair gericht op de inwoners uit de eigen gemeente en de regio. Op het gebied van vrije tijd is Roosendaal onderdeel van een groter geheel. Antwerpen en Rotterdam zorgen voor een kwalitatief hoogstaand en bereikbaar aanbod; historische buursteden als Bergen op Zoom en Breda voor een op zeer korte afstand liggend complementair aanbod. Roosendaal biedt een binnenstad als huiskamer voor de stad en de dorpen, en Rosada / De Stok waar we de winkelfunctie van de Designer Outlet combineren met sportief en avontuurlijk vermaak op het recreatiepark. ‘Urban leisure’ en ‘smart retail’ hebben hier vorm gekregen. Balans tussen mens en natuur Kernbegrippen: Duurzame stad, dorpen en buitengebied. We geven vorm aan transities. We maken de stad en het leven comfortabeler en mooier. Roosendaal kent in 2030 meer groen in de stad, en meer stad in het groen. Roosendaal is een groene gemeente en biedt in de buitenwijken en de dorpen dorpse ruimte, veel groen, bos en open landschap. Er is een goede balans tussen het bebouwde gebied, de 24

landbouw, de natuur en de recreatie. Er zijn in de stad schaduwrijke plaatsen gecreëerd, onder andere door meer bomen te planten en verhardingen zijn vervangen door groen. Groen krijgt de overhand in alle wijken en dorpen van de gemeente Roosendaal. Dat draagt bij aan een prettiger leefklimaat, ook doordat het ontmoetingen faciliteert. Het groen is zo ingericht dat het geen gevoel van onveiligheid geeft. Natuurgebieden zijn onderling verbonden door de ecologische verbindingszones en een groenblauwe dooradering van het buitengebied en de bebouwde kom, maakt dat Roosendaal een echte natuurstad is. Ook het buitengebied speelt daarin een belangrijke rol als vitaal platteland. Samen vormen ze het Natuurwetwerk Brabant. Wandelaars en fietsers krijgen meer ruimte, er komen meer groenverbindingen binnen de stad en dorpen en naar het buitengebied. Bodem, oppervlakte en lucht zijn schoon, en de leefomgeving kent een grote biodiversiteit. Roosendaalse inwoners en bedrijven besparen op energiegebruik en benutten lokaal opgewekte duurzame energie. In het buitengebied is zowel intensieve en duurzame landbouw als agrarisch natuurbeheer en meer natuur en recreatie te vinden. Bodemgesteldheid, bodemsoort en (grond) waterbeheer zijn belangrijke wegingskaders bij het nemen van ruimtelijke beslissingen.

Door goed water- en grondwaterbeheer worden pieken in hemelwaterafvoer in periodes van droogte ondervangen. Gebouwen, wijken, straten en openbare ruimtes worden zongericht, energiebesparend en duurzaam ontworpen. Het grotere aandeel ‘groen en blauw’ zorgt voor een gezondere, meer comfortabele en hoger gewaardeerde leefomgeving. De toename van groen en verdere verduurzaming van de landbouw zorgen voor minder uitstoot en meer natuurlijke opvang van CO2, en het verminderen van hittestress. In de toekomst is Roosendaal een klimaatadaptieve stad. De openbare ruimte kan pieken regenwater opvangen, negatieve effecten van hitte beperken en langere perioden van droogte opvangen. Kwetsbare locaties hebben een betere bescherming gekregen. Door een slimmere inrichting van gebieden, realisatie van voldoende berging en open water en waterconservering in de zandgronden, vormen lange perioden van droogte of neerslag geen grote bedreiging meer. Roosendaal heeft een gezonde biodiversiteit. De toegepaste boom- en plantsoorten horen bij het veranderende klimaat. De zoetwatervoorziening is robuust, kwelstromen zijn

25

hersteld, trekvissen zijn weer terug en (afval)water wordt nuttig gebruikt. De natuurlijke variatie aan leefgebieden voor planten en waterinsecten is hersteld en het waterbeheer is een succes doordat gemeente, bewoners en bedrijven waterbewust handelen. Door bodembewust handelen neemt het organische stofgehalte van het landbouwareaal weer toe (CO2-binding) en is het bodemleven aanmerkelijk verbeterd. Ruimte voor talent en ondernemerschap Kernbegrippen: Sterke economie. Centraal in de regio, verbonden met Europa. Aanpakken, innoveren en opschalen. Roosendaal is nu en in de toekomst een stad met bedrijven die sterk zijn in het opschalen van innovaties en met een beroepsbevolking die is opgeleid voor een plaatsje op de arbeidsmarkt in die sectoren die perspectief bieden: zorg, techniek, zakelijke dienstverlening, vrijetijdseconomie en logistiek. De gemeente weet in diezelfde sectoren sterke bedrijven aan te trekken om zich in Roosendaal te vestigen en aan Roosendaal te binden. Voor inwoners is er daardoor de keuze om in de eigen omgeving te werken, of dankzij de goede verbindingen elders in Brabant, in de Randstad of in Antwerpen.

nabijheid van het station. De ruimtelijke kwaliteit rond het station krijgt een impuls door te kiezen voor gewaagde architectuur en innovatieve woon-werkconcepten.

3.3 De overkoepelende opgaven voor Roosendaal

De analyse van de huidige situatie van Roosendaal (2.3), de trends en ontwikkelingen (2.4 – 2.6), in combinatie met de geformuleerde ambitie voor de toekomst van Roosendaal (3.1) en leidende principes daarbij (3.2), leiden tot een drietal overkoepelende opgaven voor Roosendaal. Dit zijn de algehele opgaven waar Roosendaal voor staat, die doorwerken in alle thema’s. Deze overkoepelende opgaven worden in hoofdstuk 4 per thema vertaald in opgaven voor de fysieke leefomgeving, en in hoofdstuk 5 vervolgens nader uitgewerkt per deelgebied. Opgave 1: Inspelen op extra groei

Roosendaal en de regio zijn een goede vestigingsplek en broedplaats voor vernieuwend ondernemerschap. Onze positie in het landelijke netwerk is sterk en robuust en we gelden nog steeds als logistieke hotspot. Voor onze inwoners, ondernemers en bezoekers zijn we optimaal bereikbaar, waarbij ingezet wordt op een breed palet aan vervoerswijzen. Multimodaliteit is een sleutelbegrip en een voorwaarde voor de doorontwikkeling van Roosendaal. Roosendaal blijft binnen de regio een belangrijk (boven)regionaal knooppunt in de multimodale netwerken. Ook digitaal zijn we goed verbonden. In Roosendaal is er goed mbo en hbo onderwijs in zorg en techniek. Bedrijfsleven en onderwijs werken nauw samen en we zorgen ervoor dat we talenten, studenten en nieuwkomers kunnen boeien en aan ons kunnen binden. Andere opleidingen en universitair onderwijs zijn binnen een straal van 45 minuten reizen goed bereikbaar. Veel onderwijsinstellingen in Roosendaal zijn geclusterd, waardoor een campuscultuur ontstaat. Innovaties die elders zijn bedacht worden hier breed toegepast. Roosendaal is een stad met moderne maakbedrijven, vaak mkb, waar talent naartoe komt om te leren en zijn dromen realiseert. Er is een hoogwaardig vestigingsklimaat met een kennisinfrastructuur ten dienste van ondernemers. Ruimtelijk gezien heeft Roosendaal aantrekkelijke bedrijvenlocaties en is er werk in 26

Afbeelding 3.1: Prognose bevolkingsgroei in Roosendaal, de regio West-Brabant en de provincie Noord-Brabant, 2020-2040 (bron: provincie Noord-Brabant).

Roosendaal kiest ervoor om niet alleen de verwachte autonome groei te accommoderen, maar ook ruimte te bieden aan de overloop uit de Randstad. Dat doen we als onderdeel van de Sterke Steden, wat inhoudt dat Roosendaal inzet op het versterken van de bestaande kwaliteiten, maar niet streeft naar een ontwikkeling als complete stad. Roosendaal maakt onderdeel uit van een netwerk van sterke, onderling verbonden steden die complementair zijn aan elkaar. De keuze brengt ook met zich mee dat we de lijn van de compacte stad loslaten, en behalve bouwen en herontwikkelen in de bestaande stad ook kijken naar uitbreidingen in de stadrandzones. Daarnaast benutten we ruimte in het buitengebied om kleinschalig woon-, zorg- en recreatiefuncties in te passen. Opgave 2: Inzetten op klimaatmaatregelen en positieve gezondheid Meer groen in de stad, meer stad in het groen. Roosendaal kiest voor het creëren van ruimte in de stad door het autogebruik terug te dringen: hoe meer naar de binnenstad, hoe minder ruimte voor de auto. Bij nieuwbouw in de stad kiezen we vaker voor hoogbouw, om zo ruimte te scheppen voor ontmoetingsruimtes, groen en blauw. In het buitengebied kiezen we voor meer natuur en op minder plaatsen (geconcentreerd) grootschalige, intensieve en duurzame landbouw.

Dat werken we de komende jaren samen met alle belanghebbenden uit, waarbij we ook zoeken naar nieuwe verdienmodellen voor agrariërs, zodat de rekening van deze omslag niet bij hen wordt gelegd. Opgave 3: Werken aan een inclusieve stad Terugdringen van de groeiende tweedeling tussen ‘goede’ en ‘aandachts’-wijken, tussen arm en rijk, bieden perspectief aan de jeugd, aanpakken ondermijning en zorgen voor een veilige leefomgeving. Veel van de opgaven hebben meer betrekking op sociaal, economisch of veiligheidsbeleid, en maar beperkt op fysieke onderwerpen die in deze omgevingsvisie worden uitgewerkt. Maar bij alle fysieke ingrepen die we doen, houden we rekening met het effect op een inclusieve samenleving.

27

28

4. Opgaven 4.1 Opgaven in de fysieke leefomgeving

In dit hoofdstuk beschrijven we de opgaven in en voor onze fysieke leefomgeving. Op basis van onze kenmerken en ‘stand van zaken’ zoals geschetst in het verhaal van Roosendaal (hoofdstuk 2), benoemen we hier de opgaven waar we voor staan om ons toekomstperspectief voor Roosendaal (hoofdstuk 3) te realiseren. Hiertoe verdelen we de fysieke leefomgeving in vier thema’s: Ruimte, Natuur en milieu, Sociaal en Verkeer en mobiliteit. Elk thema hebben we weer onderverdeeld in meerdere subthema’s, zoals te zien in het model in afbeelding 4.1. Samen vormen deze een integraal beeld van de fysieke leefomgeving, en een kapstok voor het uitwerken van de opgaven. Dit doen we in de hierop volgende paragrafen, per thema en subthema. Het gaat hier dus om thematische opgaven, voor de gemeente als geheel. In hoofdstuk 5 vertalen we deze vervolgens naar de verschillende deelgebieden binnen de gemeente.

4.2 Ruimte

Algemene opgave thema ruimte Roosendaal is een sterk sub-regionaal centrum van de regio West-Brabant. De kracht van Roosendaal is complementair aan Bergen op Zoom en Breda. Die positie wil Roosendaal behouden. Nieuwe ontwikkelingen op het gebied van energie, voedsel- en landbouwtransitie hebben een groot effect op de ruimte. De ruimte is schaars en de vraag is hoe we om kunnen gaan met conflicterende functies en belangen. We willen nieuwe ontwikkelingen en functies primair faciliteren in bebouwd gebied, onder andere via meervoudig ruimtegebruik. Zo kunnen daken beter worden benut voor het aanbrengen van zonnepanelen of als ‘groen dak’. We streven nog steeds naar het optimaal gebruiken van bestaand bebouwd gebied, dus we kiezen voor inbreiding waar dat kan. Binnen de huidige contouren ontwikkelen we het Rondje Roosendaal en De Bulkenaar. Daarna komt Weihoek als een goede optie in zicht. We willen echter óók ruimte creëren voor meer groen en blauw in de stad, en ruimte bieden voor de in Sterke Steden benoemde extra groei. Daarbij hoort het terugdringen van de ruimte voor autoverkeer en goed ingepaste hoogbouw. Bovendien voegen we ook kleinschalig nieuwe woon-, werk- en zorgmilieus toe. Dit houdt in dat we naast inbreiding ook kleinschalig ruimte zien voor uitbreiding.

Afbeelding 4.1: Thema’s in de fysieke leefomgeving.

29

In de dorpen is ruimte voor kleinschalige toevoegingen. Voor sommige functies voldoet dit niet en is uitbreidingsruimte buiten de bestaande contouren nodig. Uitbreiden, grenzend aan de huidige bebouwing, wordt dan mogelijk bij voorkeur kleinschalig in nieuwe ‘landgoederen’ of aan de oostkant van Roosendaal. De ‘landgoederen’ kunnen zorgen voor nieuwe hoogwaardige woonmilieus. Autonome groei en overloop uit Randstad Volgens de provinciale bevolkingsprognose groeit Roosendaal tot 2040 met circa 6.100 inwoners; een groei van 8%, waarvan het grootste deel voor 2030 zijn beslag krijgt. Dat is exclusief de groei die naar verwachting volgt uit de keuzes die we met Sterke Steden maken: we accommoderen als regio een deel van de overloop uit de Randstad en dragen bij aan het terugdringen van het grote tekort aan woningen. In deze omgevingsvisie wordt rekening gehouden met een mogelijke extra groei van 2.000-5.000 inwoners. Ruimtelijk gezien is dit in Roosendaal mogelijk. Deze extra groei als gevolg van overloop vanuit de Randstad en inspelen op de versnellingsopgave Wonen vanuit het Rijk is afhankelijk van een aantal factoren en afspraken op (sub)regionale schaal en zal de komende jaren duidelijk worden. Voor het faciliteren van deze groei moet de rode contour losgelaten worden. 4.2.1 Wonen

Opgave: een gedifferentieerde woningvoorraad passend bij de woonbehoefte

Roosendaal wil een duurzame woningvoorraad die past bij de woonbehoefte: voldoende woningen, passend bij de bevolkings- en huishoudenssamenstelling en de inkomens van inwoners. De vraag naar woningen voor eenpersoonshuishoudens neemt nog steeds toe. De meeste – maar niet alle – vraag zit in het goedkope en middeldure segment. Bij een groei van tussen de 3.600 en 4.800 inwoners tot 2030, in combinatie een toename van het aantal kleine huishoudens, is de bouw van 3.000 tot 4.500 woningen in de komende 10 jaar noodzakelijk. Een toename van het aantal bewoners zorgt voor een groter draagvlak voor de voorzieningen. Kwaliteit is belangrijk. Nieuwbouw in de bestaande wijken moet ook bijdragen aan het verbeteren van de veiligheid en de gezondheid. Dat vergt een zorgvuldig ontwerpproces. Om te voorkomen dat de woningbouwproductie stagneert en tegenvallers in de realisatie of procedures te ondervangen zal jaarlijks een overaanbod in de woningbouwprogrammering worden opgenomen, zodat steeds voldoende locaties beschikbaar zijn. Daarnaast is het van belang om barrières die vertragend werken weg te nemen en mee te doen in woningbouwdeals van het Rijk. Industrieel bouwen en het langere tijd stabiel houden 30

van de bouwvoorschriften kan meehelpen het bouwtempo te verhogen. Door tempo te maken kunnen we een deel van de (extra) groei in Roosendaal accommoderen. We zetten in op een evenwichtige groei van de woningvoorraad en een toegankelijke woningmarkt’. Wonen moet goed, betaalbaar en bereikbaar worden voor iedereen. Er zal wordt ingezet op nieuwbouw voor alle segmenten: huur, goedkope huur, middelduur en duur. We willen starters ondersteunen bij het kopen van een woning, ouderen bij het ‘seniorproof’ maken, maar ook bij het doorstromen naar een andere – kleinere, zorggeschiktere – woning en alle inwoners bij het verduurzamen van woningen. Samen met banken, ontwikkelaars en woningcorporaties zetten we daar ondersteuningsinstrumenten voor in. Roosendaal wil een voldoende betaalbare woningvoorraad behouden voor alle huidige en toekomstige inwoners van Roosendaal. Daarbij is inbegrepen het aanbieden van voldoende betaalbare huurwoningen voor mensen uit diverse kwetsbare groepen. We vinden het van belang dat goedkope en betaalbare woningen verspreid zijn over de wijken en dorpen. In de bestaande voorraad ligt een grote opgave om woningen duurzaam (energetisch en levensloopgeschikt) te maken. Bij de verduurzaming van huurwoningen blijft betaalbaarheid voorop staan. Verduurzaming van woningen moet voor de bewoners woonlastenneutraal zijn.

We zetten in op 15% besparing op het warmteverbruik in 2030 en op het verduurzamen van zowel huur- als particuliere woningen. Nieuwe woningen en woongebieden worden duurzaam ontworpen. We zien goede mogelijkheden voor prefab- en houtbouw, wat zowel de betaalbaarheid kan verbeteren als de milieubelasting verlagen. De verduurzaming van de woningvoorraad komt verder aan bod in paragraaf 4.3.3. Opgave: werken aan aantrekkelijke woonmilieus voor alle doelgroepen en veranderende wensen en leefvormen

Om voor alle doelgroepen een aantrekkelijk woonmilieu te behouden en te ontwikkelen willen kijken naar de kwaliteit en identiteit van de locatie. Bij de keuze voor identiteit en kwaliteit hoort ook een keuze voor profiel. Roosendaal kent nu een bevolking met relatief veel lagere en middeninkomens. Voor het vervoer ligt het accent op de auto. Roosendaal is een autostad, maar andere keuzes zijn mogelijk en deze keuze heeft invloed op de invulling van ontwikkellocaties.

Niet elke plek heeft dezelfde kwaliteit. De crux is om uit elke plek het maximum te halen. Daarbij moet aandacht zijn voor het ontwikkelen van nieuwe woonmilieus, ook op kleinschalige locaties en ook in het buitengebied. Nieuwe woonmilieus kunnen bijvoorbeeld zijn: ‘rauw en hip’, ‘duurzame communities in het groen’ (hereboerderijen) of ‘ov-netwerk georiënteerd’. Per locatie kan een profiel worden gekozen om op die manier een aanbod te genereren voor elke doelgroep. Zo ontwikkelen we in de binnenstad en nabij het station bijvoorbeeld meer stedelijke woonmilieus, inclusief hoogbouw. In de wijken en dorpen zetten we juist in op ruimer opgezette woongebieden. Tot 2030 gaan woningen en de woonomgeving verder vergroenen. Behalve dat dit bijdraagt aan duurzaamheidsdoelen, vergroot het ook de aantrekkelijkheid van woongebieden. Wonen in een groene en/of waterrijke omgeving zorgt voor toename van het woongenot. Zowel binnen de bestaande wijken en dorpen, als kleinschalig verspreid in het buitengebied, voegen we ‘groene woon- en woon-werklocaties’ toe als nieuwe, nu nog weinig aanwezige woonmilieus. Hiermee beogen we meer Roosendalers aan de stad te binden, en midden- en hogere inkomensgroepen vanuit de Randstad te trekken. De behoefte om voor een breed aanbod woningen te bouwen komt ook voort uit de variatie aan de doelgroep die op de woningmarkt een plek moeten vinden.

Voor senioren of voor mensen met ‘zorg-achtergrond’ (bijvoorbeeld GGZ-problematiek) geldt dat het belangrijk is om het mogelijk te maken om langer te blijven wonen in een eigen omgeving. Daarvoor zullen woningen worden aangepast en zal er gekeken worden naar het spreiden van de doelgroep over de stad om concentratie van de problematiek in toch kwetsbare buurten te voorkomen. Nieuwe seniorenwoningen bouwen we bij winkels en bij medische en culturele voorzieningen. Wellicht kan ook gekeken worden naar ‘bejaardenhuizen nieuwe stijl’. Er zijn voldoende voorbeelden van collectief wonen ontwikkeld door senioren die gezamenlijk een nieuwe woonomgeving zoeken. Met de inzet van seniorenadviseurs (verhuismakelaars) kunnen individueel slimme arrangementen worden geboden die passen bij de zorgbehoefte en kunnen zorgen voor doorstroming op de woningmarkt. Een aparte categorie vormen de mensen die tijdelijke woonruimte zoeken, de zogenaamde spoedzoekers, zoals economische urgenten en structureel overlast veroorzakende inwoners. Daarnaast zal er ook plek moeten worden geboden aan de arbeidsmigranten, die wellicht deels (semipermanent) ‘op het erf’ bij de agrarische ondernemers een plek kunnen vinden. Deze nieuwe opgaven zullen ook worden gefaciliteerd.

Opgave: inbreiden en uitbreiden, ruimte voor alle opgaven met focus op Rondje Roosendaal

Het grootste deel van de nieuwe ontwikkelingen tot 2030 wordt gebouwd binnen de bestaande stedelijke contour. We combineren de principes van de compacte stad met het realiseren van meer groen, voldoende waterberging, levendige ontmoetingsplekken en een goede ov-bereikbaarheid. We maken echter ook meer ruimte voor voldoende groen, en hebben ruimte nodig om de groei in goede banen te leiden. Daarvoor maken we op beperkte schaal ook ontwikkeling mogelijk in de stadsrandzones, bij de dorpen en op enkele verspreide locaties in het buitengebied, mits goed landschappelijk inpasbaar en onder gelijktijdige versterking van de natuur. Het zwaartepunt van het Roosendaalse beleid ligt bij het Rondje Roosendaal: de binnenstad en een aantal daaromheen gelegen ontwikkellocaties. Dat geldt niet alleen voor commerciële functies en cultuur, maar ook voor wonen. Om de beoogde groei van Roosendaal in de toekomst te kunnen faciliteren is inbreiding in de kern onvoldoende. In het Rondje Roosendaal is ruimte voor ca. 2.000 woningen. Voor 2.500 woningen zal de komende 10 jaar buiten de huidige bebouwingscontour plek moeten worden gevonden. Deels kan dit binnen de stedelijke contour (Weihoek). De binnenstad wordt ontwikkeld als hoogwaardig woonmilieu in combinatie met verblijf, werk, ontspanning en detailhandelsfuncties.

Daarbij ligt – in de binnenstad – de prioriteit bij de woningbouwprogrammering op de bouw van meergezinswoningen en grotere en duurdere woningen, zowel koop als huur. Op die manier wordt rekening gehouden met het specifiek consumentprofiel van de binnenstadsbewoners. Daarnaast zal er ook rekening moeten worden gehouden met woningbouw voor jongeren. 4.2.2 Economie Agrofood & biobased, onderhoud, installatie en bouw, en logistiek vormen historisch gezien de economische basis van de regio. Als onderdeel van deze opgave willen we optimaal gebruikmaken van de ligging van West-Brabant in een bijzonder gunstig economisch kerngebied, de Vlaams-Nederlandse delta. Daarbij maken we gebruiken van de zeer gedifferentieerde economie van West-Brabant. We creëren (regionaal) ruimte voor de speerpunten en topsectoren van economisch beleid en zorgen dat ontwikkelingen hierin van toegevoegde waarde kunnen zijn voor de gemeente.

31

Opgave: versterken van de sectoren Agrofood & Biobased, onderhoud, installatie en bouw en logistiek

Het agrofoodcluster wordt steeds belangrijker en we willen innovatie stimuleren. Voor het agrofoodcluster blijft import en verwerking van primaire landbouwproducten belangrijk. De kracht van het cluster is de blijvende kennisontwikkeling, het inzetten van agrofooddiensten als exportproduct en het ontwikkelen van crossovers in chemie en agrofood. Het aandeel van de primaire landbouw zal veranderen. Op goede (klei-)bodem kan de innovatieve, intensieve en hoogwaardige landbouw behouden blijven. Op mindere (zand-)bodems of in deelsectoren die onder druk staan zoeken we naar een meer natuurinclusieve bedrijfsvoering, circulaire landbouw, meer natuur en bosbouw en ook nog ruimte voor nieuwe stedelijke functies. De lokale opbrengst van de primaire landbouw kan daardoor verminderen en minder bijdragen aan het toeleveren van grondstoffen aan het agrofoodcluster. Het gaat daarbij met name over de zandgronden en de gebieden grenzend aan de stad in het westen (Bulkenaar/Weihoek). Het zoeken naar nieuwe verdienmodellen is een onverbrekelijk onderdeel van het stimuleren van transformatie van het buitengebied. Een optie is bijvoorbeeld CO2-opslag in de bodem gekoppeld aan de verplichting van bedrijven om CO2 te compenseren.

Vrijkomende bedrijfsruimten van landbouwbedrijven kunnen worden ingezet voor andere sectoren of voor wonen om leegstand en ondermijnende criminele activiteiten te voorkomen. Bij het zoeken naar alternatieve invulling moet een negatief (ruimtelijk) effect op de omgeving worden voorkomen. Voorbeelden van ontwikkelingen met een negatief effect op de kwaliteit van het landelijk gebied zijn de inzet van teeltondersteunende voorzieningen en de huisvesting van arbeidsmigranten. Deze zijn nu nog gebonden aan het agrarische bouwblok. Agrarische bouwblokken van bedrijven die stoppen worden nu selectief opgekocht door grotere bedrijven om deze voorzieningen mogelijk te maken. Een bedrijf beschikt dan over meerdere bouwblokken verspreid over het gebied. Dit leidt tot ongewenste verstening van het buitengebied. Hiervoor moet een oplossing worden gevonden. De transformatie van agrarische bedrijven gebeurt altijd op vrijwillige basis. De gemeente zet in op stimuleren en faciliteren. De logistiek blijft, ook bij verdergaande robotisering en dus afnemend belang voor werkgelegenheid, een belangrijke motor voor de economie. Voor de logistiek is de energietransitie een belangrijke opgave, zowel wat de loodsen betreft als voor het rollend 32

materieel of het veranderen van de ‘modal shift’ in aan- en afvoer van goederen. De ‘modal shift’ houdt in het veranderen van het aandeel weg-, spoor-, buis-, lucht- en watertransport, om een optimale logistieke planning maar ook een optimale CO2besparing te realiseren. Roosendaal is sterk in de bouw en de installatietechniek. Om deze kracht in stand te houden is een goede koppeling tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt. Voldoende goed geschoold personeel blijft belangrijk. Om het dreigende tekort aan personeel te voorkomen moet de arbeidsparticipatie van de Roosendaalse beroepsbevolking worden vergroot. Opgave: Uitbreiden, herstructureren en verduurzamen bedrijventerreinen

De haven van Moerdijk en het logistiek park zijn in de regio primair de vestigingslocatie voor zware industrie en grootschalige logistiek. In Roosendaal ontwikkelen we op beperkte schaal nieuwe subregionale bedrijfslocaties, aansluitend op bestaande concentraties en zoveel mogelijk multimodaal ontsloten. We willen toekomstige leegstand of veroudering van bedrijventerreinen voorkomen. Wanneer die situatie dreigt zetten we zoveel mogelijk in op transformatie of herstructurering om aan de vraag naar bedrijfslocaties te voldoen. Voor uitbreiding is ruimte aan de noordzijde van Roosendaal ten oosten van Borchwerf en ten noorden van het Majoppeveld. Deze ‘Wig’ willen we ook benutten voor zogenaamde schuifruimte, dus met name voor bedrijven die nu op een locatie zitten die minder gewenst is of voor bedrijven die op hun huidige locatie uit hun jas groeien. Zowel bestaande als nieuwe bedrijventerreinen worden klimaatadaptief en zo energieneutraal mogelijk ontwikkeld. We stimuleren zoveel mogelijk duurzame energie-opwek op bedrijven en bedrijventerreinen, mits de netinfrastructuur dit aankan. Nabij het bestaande hoogspanningsstation reserveren we ruimte voor toekomstige uitbreidingen van de elektriciteits-infrastructuur. In de huidige situatie is het lastig een juiste prognose te doen over de kantorenmarkt. Het afgelopen jaar is door corona het kantoorwerk veranderd.

Er is een verschuiving naar flexibel of thuiswerken en tegelijkertijd is per werkplek voor de veiligheid meer ruimte nodig. De behoefte aan ontmoeting en kennisuitwisseling is groter dan aan werkruimtes voor administratieve functies. De crux is om de bestaande voorraad klimaatbestendig en kwalitatief passend te maken. Nieuwe kleinschalige kantoorlocaties zijn alleen nog te realiseren op passende binnenstadslocaties en nabij

het station en het Vlietpark. Binnen een omgevingsplan is inspelen op functiemenging bij nieuwbouw de beste optie om te kunnen reageren op wijzigende omstandigheden. Opgave: Stimuleren en faciliteren groei en innovatie

Naast de traditionele sectoren hebben we behoefte aan vernieuwend ondernemerschap. De wereld vraagt om slimme en duurzame oplossingen. Daarbij moeten we gebruik maken van onze bijzondere regionale ligging: tussen twee wereldhavens, met een eigen West-Brabantse zeehaven en centraal op de assen Amsterdam-Brussel en ZeelandRuhrgebied. Samen met de regio zetten we in ons economisch beleid in op verbinden, verslimmen en verduurzamen. Dat bereiken we door groei van het MKB en startups te ondersteunen en door het ontwikkelen van programma’s voor kennisdiensten. We bieden ruimte aan innovatiecentra, broedplaatsen en proeftuinen. Daarvoor kunnen plekken en gebouwen worden gebruikt die (tijdelijk) leegstaan of nog niet worden benut. Daarmee komen tijdelijke en betaalbare ruimtes beschikbaar voor starters. Met gerichte ICT-toepassingen kan een slimme binnenstad ontstaan als proeftuin voor de toepassing van vernieuwende technologie van bedrijven. De wereld verandert snel (drones, robotisering, duurzaamheidsdoelstellingen, Klimaatakkoord, et cetera). Daardoor gaan we op een andere manier werken. Samen. Als samenwerking tussen ondernemers, overheid en onderwijs. Maar ook slimmer, duurzamer en meer in verbondenheid met elkaar en onze omgevingen. We ’Verbinden’ om de economische massa te maken die nodig is om (op wereldschaal) te kunnen slagen.

Bij verbinden denken we aan het verbinden van bedrijven onderling en het zoeken naar nieuwe verbindingen tussen bedrijfsleven, onderwijs en arbeidsmarkt. We ‘Verslimmen’, maar niet door te proberen om slimmer te worden dan andere regio's, maar juist door het goed en snel (durven) toepassen van slimme oplossingen. We worden slim door te innoveren, te robotiseren en het inrichten van campussen en proeftuinen. En we ‘Verduurzamen’. Duurzaamheid is een (vereiste geworden van de) markt. We worden duurzaam door het stimuleren van circulaire processen en het vergroenen van energie, projecten, vervoer en de bouw. De toepassing en opschaling van duurzame producten, technieken en diensten zorgt daarbij niet alleen voor een duurzame stad, maar ook voor nieuwe concurrentievoordelen. Opgave: Evenwichtige detailhandelsstructuur

De grotere dorpen en de wijken kennen een voldoende aanbod aan dagelijkse winkelvoorzieningen. In elk gebied zijn een supermarkt en speciaalzaken aanwezig, passend bij de omvang van de lokale vraag. De winkels zijn en worden zoveel mogelijk geclusterd in winkelgebieden, die aantrekkelijk, sociaal veilig en schoon zijn, voorzien

van voldoende parkeergelegenheid en veilig en goed bereikbaar voor in de omgeving wonende ouderen. Uitbreiding van winkeloppervlak is in principe niet mogelijk, tenzij dit noodzakelijk is om de consumentenverzorging voor de dagelijkse boodschappen in het verzorgingsgebied op peil te kunnen houden. Verspreid gelegen bewinkeling (met uitzondering van boerderijwinkels) wordt zoveel mogelijk teruggedrongen en geconcentreerd op plekken waar ze elkaar onderling kunnen versterken, zoals de bestaande centra. De binnenstad van Roosendaal fungeert als compacte huiskamer van de stad. Het gebied kent gemengde voorzieningen en functies op het gebied van cultuur, evenementen, horeca, dagelijkse- en niet-dagelijkse winkels, en kantoren. De binnenstad is gezellig, groen, autoluw en qua verkeer emissieloos, en bovendien voorzien van goede ICTvoorzieningen (een ‘slimme binnenstad’). Aan de rand van Roosendaal is op twee plekken ruimte voor complementair winkelaanbod. Aan de westkant van de stad fungeert Designer Outlet Roosendaal (Rosada) in combinatie met de voorzieningen op De Stok als vrijetijds- en vermaakgebied, met zowel een lokale, regionale als bovenregionale functie. Het stimuleren van een verdere uitbreiding van Rosada en De Stok verstevigt de regionale concurrentiepositie van Roosendaal.

Aan de oostkant van de stad biedt Oostpoort ruimte aan woon-gerelateerde winkels en winkels die qua oppervlakte niet in reguliere winkelgebieden thuishoren. Hieronder vallen winkels op het gebied van woninginrichting met een winkelvloeroppervlak (wvo) van meer dan 500 m2, of winkels binnen het thema ‘in en om het huis’ van 1000 m2 wvo of meer (bruingoed, witgoed, rijwielen en automaterialen, tuincentra, outdoor, dierenspeciaalzaken en bouwmarkten). Wat ambulante handel betreft is het streven erop gericht het huidige sterke aanbod te behouden. 4.2.3 Landschap en openbare ruimte

Opgave: duurzaam gebruik en beheer buitengebied

In verband met klimaatverandering en de milieugezondheidslast zoals beschreven in de Foto van Roosendaal en de visie op een aangenaam leef- en woonklimaat, is het een opgave om het buitengebied te ontzien van een sluipende en ongecontroleerde verstedelijking. We versterken de identiteit van stad en dorpen door het handhaven en ontwikkelen van de landschappelijke en cultuurhistorische basisstructuren in het buitengebied en van de bebouwde omgeving. 33

Het is hierbij een opgave om zowel agrarische als recreatieve dynamiek te faciliteren. Hierbij blijft er ruimte voor agrarische dynamiek in het noordelijk deel van het buitengebied en toerisme en recreatie in gebieden als Visdonk en Brabantse Wal.

Opgave: beschermen en zichtbaar maken cultuurhistorisch erfgoed

Het afstemmen van de teelt op de behoefte van de biobased industry in de regio biedt ontwikkelingsmogelijkheden voor zowel de (intensieve) landbouw als voor het versterken van de agrofoodsector in de regio.

De gemeente voert een monumentenbeleid dat erop gericht is monumentale bouwkunst uit het verleden te beschermen en te behouden. Daarbij wordt met alle perioden van de ontwikkeling van Roosendaal rekening gehouden. Momenteel wordt vooral de nodige aandacht geschonken aan de Wederopbouwperiode. In deze naoorlogse periode (19451965) kreeg Roosendaal een enorme groeispurt.

In het buitengebied hebben we ook de opgave om verder te bouwen aan het versterken van de natuurwaarden, waaronder de biodiversiteit. De belangrijkste natuurgebieden zijn onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant. Dit is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Van het Natuurnetwerk bestaat 90% uit bestaande natuurgebieden. De overige 10% is nieuw. Het versterken van het Natuurnetwerk Brabant is synoniem aan het versterken van de natuurwaarden.

De gemeente heeft een programma om alle beschikbare informatie over het cultureel erfgoed, zoals Rijks- en gemeentelijke monumenten bij elkaar te brengen en eenvoudig te kunnen raadplegen. Het verhaal van het ontstaan van Roosendaal, met het daarbij behorende culturele erfgoed in voorwerpen en foto's, wordt zichtbaar via Stichting erfgoedcentrum Tongerlohuys in museum Tongerlohuys. Daar is ook het gemeentelijk historisch archief dat wordt beheerd door het West-Brabants archief, te raadplegen in het Historisch Informatie Punt.

De ontwikkeling van de primaire landbouw, zoals beschreven onder Economie, zal een ruimtelijke weerslag moeten krijgen in de vorm van gebiedsuitwerking. In de gebiedsuitwerkingen kunnen zones worden benoemd waar akkerbouw, de rundvee- en de varkenshouderij, de tuin- en bosbouw worden gestimuleerd.

Ook in regelgeving wordt het belang van cultuurhistorie en erfgoed benadrukt. Zo is in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) de verplichting vastgelegd om in de ruimtelijke ordening “rekening te houden met aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten”. Dit doen we door archeologische verwachtingswaarden te duiden en deze te beschermen in ruimtelijke plannen (zoals in de toekomst het omgevingsplan).

Daarnaast kunnen er zones worden aangewezen voor een natuurlijker inrichting met mogelijkheden voor waterberging en nieuwe landgoederen en zones waar circulaire/ natuurinclusieve landbouw in combinatie met bosbouw, natuurontwikkeling en duurzame en kleinschalige woningbouw ruimte kan krijgen. Een terugkerend punt met een sterke ruimtelijke impact zijn de teeltondersteunende voorzieningen (zoals plastic tunnelkassen, overkappingen voor tuinbouw, rekken voor aardbeienteelt, asfaltverhardingen voor landbouwmachines et cetera). Waar verruiming en ‘jaarrond laten staan’ vanuit bedrijfsoogpunt gewenst en begrijpelijk zijn, kan dit negatief zijn voor de landschappelijke kwaliteit. Via een omweg kunnen dan een soort kassen terugkomen, die nu juist regionaal zijn geconcentreerd. Dit leidt tot verlies van open landschap en zorgt voor verrommeling en ontsiering. Daarnaast vormen ook natuur en hydrologie een afweging om het toelaten van voorzieningen te doseren. Een evenwichtige afweging met betrekking tot teeltondersteunende voorzieningen is dan ook gewenst. Daar waar het kan zonder storende of negatieve effecten op het landschap en de natuur is verruimen wellicht mogelijk, maar elders niet. 34

Hiertoe hanteren we bij ontwikkeling de volgende uitgangspunten: • Om cultuurhistorische waarden te beschermen zal voor diverse locaties en gebieden nader cultuurhistorisch onderzoek noodzakelijk zijn. • Het aanpassen van een monument dient zorgvuldig te gebeuren met behulp van een restauratiedeskundige. Een goede aanpassing, met een passend gebruik van het pand, zal de levensloop van het monument aanzienlijk verlengen. • Naarmate een plan meer invloed heeft op de identiteit van de gemeente zullen er meer aspecten worden betrokken bij de beoordeling en zal er zo nodig zorgvuldiger worden gewogen. • Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of de omgeving groter is.

35

4.3 Natuur en milieu 4.3.1 Natuur

Opgave: beschermen en verder ontwikkelen groenblauwe structuur

Het is een opgave om te zorgen voor behoud en eventueel compensatie van natuur en landschap en de bestaande groene en blauwe hoofdstructuren, zowel in het buitengebied, het stedelijk gebied als de verbinding daartussen. We grijpen deze maatregelen aan als kans voor een prettige(re) en gezonde leefomgeving. Het bestuursakkoord onderstreept de noodzaak van vergroenen en streeft naar een toename van 15% groen (stedelijk of hele grondgebied). In vergelijking met de rest van Nederland scoort Roosendaal in de klasse ‘zeer slecht’. Het CBS registreert hier 6,3% van het landoppervlak als ‘bos en open natuurlijk terrein’ tegen een landelijk gemiddelde van 12,5%. Roosendaal werkt mee aan de realisatie van de Brabantse Natuurnetwerken (BNN). Dit netwerk bestaat uit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), Ecologische Verbindingszones (EVZ) die natuurgebieden onderling verbinden en de groenblauwe dooradering van het landelijk gebied. In Roosendaal ligt een stevige opgave voor het realiseren van ecologische verbindingszones. Samen met het waterschap pakken wij die opgave stap voor stap aan. Daarnaast zetten we in op het ontwikkelen van de Brabantse Wal als Natura 2000-gebied. In lijn met het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) ‘De Zoom van West-Brabant’ werken we samen met Bergen op Zoom aan behoud en versterking van de landschappelijke structuur en waarden van het gebied.

Ook participeert de gemeente actief in het project en beleidsprogramma ‘Landschap van Allure’ voor de Brabantse Wal. Met name in het zuidelijk deel van ons buitengebied ligt de nadruk dan ook op het behouden en verbinden van natuur en landschap. Waar dat past binnen de landschappelijke waarden worden de mogelijkheden voor recreatief medegebruik en plattelandsontwikkeling verruimd. In het noordelijk gebied zien we meer ruimte voor verdergaande agrarische ontwikkeling. In het algemeen ontzien we het buitengebied van stedelijke ontwikkelingen, al zoeken we gericht naar locaties waar (kleinschalige) uitbreiding voor duurzame woningbouwontwikkeling mogelijk en passend is. Om sluipenderwijs verstedelijking te voorkomen, concentreren we dit rond (een beperkt aantal) dorpskernen, linten en kleinschalige landgoederen. Daarnaast is het van belang dat het groene buitengebied en het groene stedelijk gebied met elkaar verbonden blijven. 36

Afbeelding 4.2: Beschermde natuurgebieden in Roosendaal en omgeving.

Opgave: Roosendaal Natuurstad: vergroening van stedelijk gebied

Naast onze groene structuren en natuurgebieden, zien we ook een belangrijke opgave in de vergroening van ons stedelijk gebied. Groen is een belangrijk element om de leefbaarheid van de stad op peil te houden en te verbeteren. Zo draagt het bij aan het klimaatadaptiever maken van de bebouwde omgeving. Het bestrijden van hittestress, verdroging, wateroverlast en het opvangen van piekbelastingen van hemelwater, en terugdringen van CO2-uitstoot vraagt om fors meer groen (en blauw) in de stad. Daarnaast zorgt het voor verbetering van de biodiversiteit en luchtkwaliteit. Veel groen met toevoeging van ontmoetingsplekken draagt bovendien bij aan een positieve gezondheid (schonere lucht, minder hittestress, ruimte voor bewegen, ontmoeten en onthaasten, stressreductie). Dit wordt des te belangrijker nu we ervoor kiezen om binnenstedelijk te verdichten (Rondje Roosendaal).

20% hoger ligt dan in 2018. Bij de (her)inrichting van straten en parkeerplaatsen ruimen we meer plek in voor bomen en ander groen. We willen meer groene daken en gevels, plantsoenen, parkjes en waterpartijen in de gebouwde omgeving. Naast de hoeveelheid groen is ook behoud en verbetering van de kwaliteit van het groen van groot belang. Bij het inrichten van groen spelen de aspecten ontmoeten, veiligheid en gezondheid een belangrijke rol. Er moeten er meer mogelijkheden komen om te recreëren en te ontmoeten in de stad, waarbij groen en natuur toegankelijk(er) zijn voor iedereen. Stedelijk groen moet bijdragen aan een gezonde leefomgeving en levensstijl (uitnodigen tot bewegen, in beperkte mate toestaan van voedselproductie). Aandachtspunt voor stedelijk groen is dat het niet moet zorgen voor gevoelens van onveiligheid. Dit betekent overigens niet dat we elke locatie op precies dezelfde manier (kunnen) vergroenen. We zoeken naar de toevoeging van groen binnen de aanwezige ruimte en mogelijkheden. Sommige locaties lenen zich uitstekend voor een groene inrichting, terwijl op bepaalde locaties een keuze voor verdichting (bijvoorbeeld om invulling te kunnen geven aan de woningbehoefte) meer voor de hand ligt. In die gevallen zorgen we voor verbinding met of compensatie in groenvoorzieningen in de nabije omgeving. Opgave: vergroten biodiversiteit en dierenwelzijn

Afbeelding 4.3: Hoofdgroenstructuur van Roosendaal.

We borduren voort op bestaande en lopende initiatieven in Roosendaal, waaronder: • de aanleg van ‘minibossen’; • waterdoorlatende verhardingen in woonwijken; • de aandacht voor klimaat en duurzaam en circulair bouwen bij de realisatie van het Bravis-ziekenhuis en het vrijkomend terrein; • de verduurzaming van Majoppeveld; waterberging Borchwerf; meer vergroening van de Binnenstad in de omgeving van de oude V&D; • en met de Ster van Roosendaal.

Het beschermen van zeldzame planten en dieren is een opgave, mede door het in stand houden van hun leefgebieden, of door het bieden van alternatieven. Dit doen we onder andere door zorgvuldig beheer van natuurgebieden. De gemeente Roosendaal zal zich altijd actief inzetten voor het bevorderen van dierenwelzijn. We sluiten op dit vlak aan bij ons Faunabeheerbeleid, waarin onder meer de spelers in het veld en de gemeentelijke taken op het gebied van faunabeheer zijn beschreven, met mogelijke verbeteringen daarin. Ook zijn de consequenties voor het gemeentelijk handelen uitgewerkt bij onder meer ruimtelijke en beheerplannen, onderhoudswerkzaamheden, dierhouderijen en jacht.

In het algemeen zetten we in op meer groen ten opzichte van bebouwing, en stellen we eisen aan vergroening bij nieuwe woningbouwlocaties en herontwikkelingen. We zorgen zelf voor de aanplant van bomen, zodat het aantal bomen in gemeentelijk beheer in 2030 37

4.3.2 Water We zetten primair in op de waterkwantiteit (vasthouden/bufferen) en de waterkwaliteit (helder/schoon). Op het gebied van water voldoen we in ieder geval aan de wettelijke verplichtingen, zoals de watertoets en het waterneutraal realiseren van nieuwe ontwikkelingen. Ook sluiten we aan bij de waterschapsverordening. We geven op doelmatige wijze invulling aan de zorgplichten ten aanzien van afval-, hemel-, gronden drinkwater. Daarnaast zetten we in op het beschermen en verbeteren van de waterkwaliteit.

•

•

Opgave: doelmatig waterbeheer

In lijn met het bestuursakkoord Water blijven we streven naar een zo doelmatig mogelijke werking van de waterketen. We willen op doelmatige wijze invulling geven aan de zorgplichten ten aanzien van afval-, hemel- en grondwater, en dragen een verantwoordelijkheid voor de zorgplicht drinkwater. We werken aan klimaatbestendigheid, onder meer door de eis voor het klimaatneutraal realiseren van ontwikkelingen. Om te kunnen inspelen op de effecten van klimaatverandering, houden we binnen de zorgplichten meer dan voorheen rekening met extreme situaties, en waar doelmatig verkleinen we de risico’s. Ook zetten we in op een goede waterbalans tussen bebouwd en landelijk gebied: we beschermen de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater, brengen de waterstromen tussen bebouwd en landelijk gebied met elkaar in balans, en richten het beheer van retentievijvers zo doelmatig mogelijk in. Voor het speerpunt waardevol water willen we inzetten op de meest strategische locaties, en risico’s in beeld brengen als gevolg van (nieuwe) installaties in de bodem. Doelen: • Verwerken van hemelwater voeren we uit via de voorkeursvolgorde voor waterkwaliteit (schoonhouden-scheiden-zuiveren) en voorkeursvolgorde waterkwantiteit (hergebruik-bergen-afvoeren). • Ook op particuliere percelen wordt meer regenwater vastgehouden zodat het de kans krijgt om in de bodem te zakken.

Op deze manier zijn de gevolgen van piekbuien beperkt en ontlasten we de riolering en afvalwaterwaterzuivering. Regenwater op verharde perceeloppervlakken wordt niet meer afgevoerd naar het riool maar wordt vastgehouden op eigen terrein. • Retentievoorzieningen voor regenwater moeten worden gemaakt vanaf 500 m2 verhard oppervlak (was 2.000 m2). 38

•

We zetten in op het vasthouden van bodemwater in droge (zand-)gebieden. We werken verdelingsafspraken uit voor bodemwater (in plaats van vrij aftapbaar) met boeren en particulieren, in relatie tot klimaatadaptatie en verdrogingsproblematiek. We voeren regie op de ondergrond: dit om te voorkomen dat particulieren vrij ‘putten slaan’ voor wateronttrekking of warmte-koudepompen, die vervolgens lekken, bodemlagen vervuilen en/of te veel bodemwater onttrekken. Het ingezette pad van uniformering op het vlak van o.a. maaien en baggeren, meten en monitoren, centraal databeheer, asset management, kostentoerekening en incidentenbeheersing zetten we door. We streven als waterpartners naar synergie door gezamenlijk infrastructurele werkzaamheden te plannen en verhogen daarmee tevens de kwaliteit. Voldoende gebiedskennis en systeemkennis zijn van belang om de juiste investeringsbeslissingen te kunnen nemen. Met het verminderen van de afhankelijkheid van derden ontwikkelen we eigen kennis en blijven we goed in staat om projecten in regie uit te voeren. Zeker op het gebied van assetmanagement en klimaatadaptatie kunnen we nog veel kennis uitwisselen tussen de waterketenpartners onderling en daarbuiten.

Opgave: het beschermen en verbeteren van de waterkwaliteit

Op het gebied van water streven we ook naar veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Samen met het waterschap blijven we werken aan verbetering van de waterkwaliteit. Daarbij willen we openbare drinkwatervoorziening duurzaam veiligstellen. Uit onderzoek in Roosendaal is gebleken dat gemeenten er (behalve goede rioolzorg) vooral goed aan doen om het natuurlijke karakter van het oppervlaktewater te herstellen. Daarom werkt Roosendaal aan ecologische verbindingszones. Met deze zones wordt de natuurlijke morfologie van waterlopen hersteld, waardoor er meer zuurstof in het water komt en het zelfreinigend vermogen toeneemt. Niet door grote investeringen, maar wel door kansen te pakken als die zich voordoen. Hierbij staat het watersysteem als geheel centraal inclusief alle functies die het vervult. Daarbij hebben we oog voor de ecologie, de morfologie (beperken piekafvoeren), de stoffen in het water én het vermijden van (nieuwe) gezondheidsrisico’s. Mooi en schoon water helpt ook om de leefbaarheid van Roosendaal te verhogen. Er is hiertoe een Waterplan Roosendaal opgesteld in nauwe samenwerking met Waterschap Brabantse Delta, Provincie Noord-Brabant en drinkwaterbedrijf Brabant Water. Voor een goede kwaliteit van ons water blijven we handelen in lijn met de Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR).

4.3.3 Duurzaamheid Opgave: terugdringen van CO2-uitstoot via een energietransitie Roosendaal wil in lijn met nationale en regionale ambities in 2050 zo goed als CO2-neutraal zijn, en in 2030 halverwege. Roosendaal ligt in 2050 in een afvalloze regio waar afval wordt gewaardeerd als grondstof en waar de economie circulair is ingericht. Roosendaal heeft een schone leefomgeving waar zoveel mogelijk duurzame energie wordt opgewekt, warmte wordt bespaard en via groene daken verkoeling en CO2-opgvang wordt gerealiseerd. Een flink aantal zaken is vastgelegd in de Regionale Energiestrategie (RES), de zonnevisie en het programma Verduursamen, of wordt gerealiseerd via het warmtenet van het DER (Duurzaam Energiebedrijf Roosendaal) en het duurzaam inrichten van nieuwe woongebieden. De opgaven voor de energietransitie zijn: • Terugdringen energieverbruik door isoleren en besparen. • Duurzaam opwekken van energie. 14% van alle energieverbruik in Roosendaal wordt in 2021 duurzaam opgewekt. In 2030 wordt in Roosendaal 68 GWh elektriciteit duurzaam opgewekt door wind of zonne-energie-op-land, 68 GWh via grote projecten (meer dan 100 panelen), zon-op-dak (of gevel), en zo veel mogelijk zonnepanelen op woningen. • Elektriciteits- en warmte-infrastructuur op orde (dus flink uitbreiden).

• We willen onder inwoners een beweging op gang brengen om de energie-, voedselen circulaire transitie te realiseren. • De gemeente vervult een voorbeeldrol. Doelen: Terugdringen energieverbruik: • Ongeacht verdere keuzes is isoleren en besparen altijd interessant, en zetten we daarop in. Corporatiebezit kan bijvoorbeeld een motor zijn om dit aan te zwengelen. Aansluitend daarop kunnen met ‘wijkpakketten’ zowel huurders als eigenaren van (dezelfde) koopwoningen in de wijk hun woning verduurzamen. • Stimuleren groene daken (houden water vast, bieden verkoeling en daarmee energiebesparing, vangen CO2 af). • Alle nieuwbouw is aardgasvrij en bijna-energieneutraal. De eerste wijken zijn in 2030 aardgasvrij of aardgasvrij-gereed. • De gemeente zorgt dat er uiterlijk in 2021 een plan ligt waarin wordt aangegeven op welke manier woningen van warmte kunnen worden voorzien, en op welke termijn de eerste wijken/ buurten/ dorpen/ deelgebieden van het aardgasnet zullen worden

•

afgekoppeld. Een Transitievisie Warmte 1.0 is naar verwachting in het najaar van 2021 gereed. Het einddoel hierbij is dat in 2050 alle woningen van het aardgas zijn afgesloten. In 2030 wordt tenminste 15% minder energie voor verwarming gebruikt dan in 2020. Emissieloze binnenstad; elektrische levering, elektrisch ov, weren vervoermiddelen op fossiele brandstof.

Duurzaam opwekken van energie: • 2030: 75 ha zon op veld, en overal zoveel mogelijk zon op dak of gevel en/of groene daken. • Er wordt tot 2030 maximaal 75 ha zonneweiden gerealiseerd in het buitengebied; deze zijn allen al gerealiseerd of in voorbereiding. Bestaand beleid geeft deze maximale ruimte voor zonneweiden aan, inclusief compensatieplicht en landschappelijke inpassing. Naast de realisatie van 75 ha wordt gekeken naar zon-op-dak, en dubbel ruimtegebruik (bijvoorbeeld combineren van bedrijfsfuncties, parkeren, teelt of kippen onder zon-dak). • Zon-op-dak bij woningen en bedrijven wordt gestimuleerd. In 2030 is tenminste 25% van het dakoppervlak van grote bedrijven bedekt met zonnepanelen; in 2050 benutten we alle realistische ‘dakpotentie’ van zowel grote gebouwen als woningen: in totaal circa 45% van het totale dakoppervlak. • Tot 2030 geen extra windturbines realiseren. Wel onderzoeken of kleine turbines (ashoogte 15 m, wiekhoogte 21 m) bij boerenbedrijven kunnen worden geplaatst, om in combinatie met zon-op-dak, zon-op-loodsen en zon-boven-veld (bijvoorbeeld boven fruit of uitloopkippen) in een groot deel van de eigen energiebehoefte van bedrijven te voorzien. Inzet is om bedrijven zoveel mogelijk zelfvoorzienend van elektriciteit te laten zijn. We realiseren geen nieuwe aansluitingen op het Enexis-net, maar opwek, gebruik en opslag op eigen bedrijf.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1090/documents/28909