Bijlage Omgevingsvisie Roosendaal 14 mei.pdf
Tekst van het document
Omgevingsvisie Roosendaal De verbonden stad Mei 2021
Omgevingsvisie Roosendaal De verbonden stad Samenvatting ‘De verbonden stad’
Roosendaal heeft de ambitie zich tot 2030 verder te ontwikkelen als een ‘verbonden gemeente‘. Een gemeente waar inwoners zich verbonden voelen met elkaar en met hun leefomgeving. Een gemeente waarbinnen stad en dorpen met elkaar verbonden zijn. Roosendaal ontleent ook haar kracht aan de verbondenheid met omliggende gemeenten in de regio, met de Brabantse stedenrij en met de metropolen Rotterdam, Antwerpen en Brainport Eindhoven. Deze verbondenheid is al eeuwen de stuwende motor achter de ontwikkeling van Roosendaal en zorgt ervoor dat voor inwoners een scala aan kwalitatieve voorzieningen én werkgelegenheid binnen handbereik ligt. Voor bedrijven zijn internationale afzetmarkten goed bereikbaar. Bij het realiseren van deze ambitie hanteert de gemeente drie leidende principes: 1. Stad van de menselijke maat In de toekomst is goed wonen een onderscheidende kwaliteit van de gemeente. Roosendaal is een aantrekkelijke en gezonde woonstad voor haar inwoners, in al hun diversiteit, met veel ruimte voor ontmoeting en oog voor het individu. De woonwijken en dorpen zijn ruim van opzet, gezond, groen, rustig en veilig en hebben ieder een eigen sfeer en identiteit. 2. Balans tussen mens en natuur Roosendaal kent in 2030 meer groen in de stad, en meer stad in het groen.
Wandelaars en fietsers krijgen meer ruimte, er komen meer groene verbindingen binnen de stad en de dorpen, en naar het buitengebied. Bodem, oppervlakte en lucht zijn schoon, en de leefomgeving kent een grote biodiversiteit. In de toekomst is Roosendaal klimaatadaptief. Er is een goede balans tussen het bebouwde gebied, landbouw, natuur en recreatie. 3. Ruimte voor talent en ondernemerschap Roosendaal huisvest nu en in de toekomst bedrijven die sterk zijn in het opschalen van innovaties. De beroepsbevolking is opgeleid voor een plaatsje op de arbeidsmarkt in sectoren die perspectief bieden. Bedrijven, mbo+ en hbo werken samen aan goed hierbij passende opleidingen in de zorg, techniek, logistiek en vrijetijdseconomie. Roosendaal is hiermee een belangrijke schakel in een rij van sterke steden en in een regio die gericht is op vernieuwend ondernemerschap.
2
Een analyse van de ontwikkeling en huidige situatie van Roosendaal, de trends en ontwikkelingen, in combinatie met de geformuleerde ambitie voor de toekomst en leidende principes, leidt tot een drietal overkoepelende opgaven voor Roosendaal. Deze zijn: Opgave 1: Inspelen op extra groei Roosendaal kiest ervoor om niet alleen de autonome groei te accommoderen, maar om ook ruimte te bieden aan de overloop uit de Randstad. Dat doen we als onderdeel van de Sterke Steden, wat inhoudt dat Roosendaal inzet op het versterken van de bestaande kwaliteiten, als complementaire stad in de West-Brabantse stedenrij. De keuze brengt met zich mee dat we de lijn van de complete en compacte stad loslaten, en behalve bouwen en herontwikkelen in de bestaande stad ook kijken naar uitbreidingen in de stadrandzones. Daarnaast benutten we ruimte in het buitengebied om kleinschalig woon-, zorg- en recreatiefuncties in te passen. Opgave 2: Inzetten op klimaatmaatregelen en positieve gezondheid Meer groen in de stad, meer stad in het groen. Roosendaal kiest voor het creëren van ruimte in de stad door het autogebruik terug te dringen: hoe meer naar de binnenstad, hoe minder ruimte voor de auto. Bij nieuwbouw in de stad kiezen we vaker voor hoogbouw, om zo ruimte te scheppen voor ontmoetingsruimtes, groen en blauw.
In het buitengebied kiezen we voor meer natuur en op minder plaatsen voor grootschalige en intensieve landbouw. Dat werken we de komende jaren samen met alle belanghebbenden uit, waarbij we ook zoeken naar nieuwe verdienmodellen voor agrariërs, zodat de rekening van deze omslag niet bij hen wordt gelegd. Opgave 3: Werken aan een inclusieve stad Terugdringen van de groeiende tweedeling tussen ‘goede’ en ‘aandachts’-wijken, tussen arm en rijk, het bieden van perspectief aan de jeugd, aanpakken ondermijning en zorgen voor een veilige leefomgeving. Veel van de opgaven hebben meer betrekking op sociaal, economisch of veiligheidsbeleid, en maar beperkt op fysieke onderwerpen die in deze omgevingsvisie worden uitgewerkt. Maar bij alle fysieke ingrepen die we doen, houden we rekening met het effect op een inclusieve samenleving.
De hoofdambitie, de leidende principes en de opgaven hebben we thematisch vertaald naar de deelopgaven: Ruimte, Natuur en milieu, Sociaal, en Verkeer en mobiliteit. Op die manier wordt duidelijk hoe de hoofdlijnen van beleid doorwerken in deze thema’s die een directe invloed hebben op de fysieke leefomgeving. De thema’s gelden in principe voor geheel Roosendaal, voor zowel de stad, de dorpen als het buitengebied. Om meer sturing te geven aan de concrete opgaven zijn deze daarna vertaald in een koers per deelgebied. Als deelgebieden zijn daarbij te onderscheiden: de (sterke) stad, de stadrandzones en het vitale platteland (de dorpen en het buitengebied). Bij de thema’s en de deelgebieden wordt concreet wat we willen bereiken met deze omgevingsvisie. De gemeente hecht sterk aan de inbreng van de inwoners, het bedrijfsleven en de kennis van onderwijsinstellingen om scherpte te houden in de ambities die we stellen. We hopen dat inwoners en partijen zich door de ambities laten inspireren en met ons meewerken aan het realiseren van deze ambities. In 2020 zijn we daarom op verschillende manieren het gesprek aangegaan met inwoners en professionele organisaties. Deze lijn willen we continueren. We willen u betrekken bij de verdere uitwerking. We willen dit doen door heldere processen met u af te spreken in een sturingsfilosofie.
De basis voor onze manier van samenwerken blijven de kernwaarden van de gemeente: Samen, Resultaatgericht en De Ander Centraal. De netwerksamenleving van nu vraagt om deze samenwerkingsstijl en bestuursstijl. Op deze pijlers wil de gemeente actief samenwerken met inwoners, ondernemers, verenigingen, lokale en (sub)regionale samenwerkingspartners waaronder gemeentelijke samenwerkingsverbanden zoals RWB, Sterke Steden en Netwerkstad. We kiezen daarbij voor een duidelijke, open bestuursstijl én voor een respectvolle bestuurscultuur.
3
4
Inhoudsopgave
Samenvatting ‘De verbonden stad’ Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Samenspraak 1.3 Omgevingseffectrapport (OER) 1.4 Leeswijzer 2. Het verhaal van Roosendaal 2.1 DNA van Roosendaal 2.2 De ontwikkeling van Roosendaal 2.3 Roosendaal nu 2.4 Actuele ruimtelijke ontwikkelingen en projecten 2.5 Roosendaal in de bredere context 2.6 (Boven)lokale trends en ontwikkelingen 3. Toekomstperspectief voor Roosendaal 3.1 De hoofdambitie: De verbonden stad 3.2 Leidende principes 3.3 De overkoepelende opgaven voor Roosendaal 4. Opgaven 4.1 Opgaven in de fysieke leefomgeving 4.2 Ruimte 4.2.1 Wonen 4.2.2 Economie 4.2.3 Landschap en openbare ruimte 4.3 Natuur en milieu 4.3.1 Natuur 4.3.2 Water 4.3.3 Duurzaamheid 4.3.4 Klimaatadaptatie 4.3.5 Milieuveiligheid en -hinder
2 5 8 8 9 10 10 12 12 13 17 20 20 21 24 24 24 27 30 30 30 31 32 34 37 37 39 40 42 43
4.4 Sociaal 4.4.1 Gezondheid 4.4.2 Zorg 4.4.3 Onderwijs 4.4.4 Maatschappelijke en openbare voorzieningen 4.4.5 Cultuur en evenementen 4.4.6 Sociale veiligheid 4.5 Verkeer en mobiliteit 4.5.1 Verkeersmanagement 4.5.2 Mobiliteitsmanagement en ov 5. Koers per deelgebied 5.1 Inleiding: overzicht deelgebieden 5.2 Sterke stad 5.2.1 Rondje Roosendaal 5.2.2 De Bulkenaar 5.2.3 De Stok / Rosada 5.2.4 Woonwijken 5.2.5 Bedrijventerreinen 5.3 Stadsrandzones 5.3.1 Noordoost 5.3.2 Oost 5.3.3 Zuid 5.3.4 Zuidwest 5.4 Vitaal platteland 5.4.1 Dorpen 5.4.2 Buitengebied 6. Uitvoering 6.1 Sturingsfilosofie 6.2 Grondbeleid 6.3 Financiën 6.4 Beleid en de ruimtelijke kringloop van Roosendaal
46 46 47 47 48 49 49 50 50 51 54 54 54 54 57 57 58 59 61 61 61 61 62 62 62 63 70 70 70 71 71 5
6
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
De omgevingswet Op 1 januari 2022 treedt de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Daarmee vormt de wet de basis voor de samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. Ook moeten procedures korter worden en biedt de wet mogelijkheden om eenvoudiger initiatieven te starten. In het kort is het doel van de Omgevingswet het bereiken van een balans tussen: • Een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en het in stand houden hiervan; • De fysieke leefomgeving doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen om er maatschappelijke behoeften mee te vervullen. De Omgevingswet bevat een zestal juridisch-planologische instrumenten, de zogenaamde kerninstrumenten, waarmee bestuursorganen van het Rijk, de provincie, de gemeente en het waterschap de doelen van de wet in de praktijk kunnen brengen. De gemeente moet zelf met vier kerninstrumenten aan de slag. Dit zijn: • De omgevingsvisie; • Programma’s; • Het omgevingsplan; • De omgevingsvergunning. Gemeenten moeten bij het opstellen hiervan rekening houden met het beleid en de regels van de hogere overheden, zoals Europese regelgeving, de regels van het Rijk, de omgevingsverordening (provincie) en de waterschapsverordening (waterschap).
De omgevingsvisie De Omgevingswet verplicht elke gemeente om één omgevingsvisie op te stellen voor het gehele grondgebied. Een omgevingsvisie is een visie voor de lange termijn voor de hele fysieke leefomgeving van de gemeente. Daaronder verstaan we dat wat je ziet, hoort, voelt en ruikt, zowel op de grond, onder de grond als in de lucht: gebouwen, wegen, parken, schone en minder schone lucht, buisleidingen, landbouwgronden, bossen, waterwegen et cetera.
In de omgevingsvisie wordt beschreven op welke manier de gemeente ook in de toekomst een prettige omgeving blijft om in te wonen, werken, winkelen en recreëren. De omgevingsvisie vormt daarmee de basis voor het omgevingsplan. Het omgevingsplan vervangt straks alle bestemmingsplannen en andere bindende regels voor de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie bevat volgens de Omgevingswet (artikel 3.2 van de Omgevingswet): • De hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving; • De hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkelingen, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied; • De hoofdzaken van het beleid op alle relevante terreinen van de fysieke leefomgeving. Een goede omgevingsvisie draagt bij aan integrale en afgewogen besluitvorming en een transparantere overheid. De visie vormt daarmee de basis voor en werkt door in programma’s en het omgevingsplan. Ook het Rijk (novi) en de provincie (povi) stellen zelfstandig een omgevingsvisie vast. De omgevingsvisie vormt onder de Omgevingswet een wettelijke basis om beleid op te maken. De visie is zelfbindend. Dat betekent dat de omgevingsvisie alleen verplichtingen schept voor degene die het document heeft vastgesteld. De lokale omgevingsvisie sluit wel aan op de provinciale en nationale omgevingsvisie, maar deze werken daar niet rechtstreeks in door.
In de omgevingsvisie worden ook afspraken met andere overheden, zoals bijvoorbeeld de afspraken vastgelegd in de Regionale Energiestrategie (RES), opgenomen. De gemeenteraad stelt de omgevingsvisie voor de gemeente vast. Het is een politiek bestuurlijk integraal beleidsdocument op strategisch niveau. De visie bevat fundamentele beleidskeuzen. Gemeenten dienen uiterlijk in 2024 een omgevingsvisie vast te stellen. De plicht tot het vaststellen van een omgevingsvisie dwingt de raad om: • ‘aan de voorkant’ na te denken over het beleid, en zo • een duidelijke koers te bepalen om ad hoc beslissingen te vermijden. De beleidscyclus krijgt onder de Omgevingswet een prominente plek. Het is daarbij overigens een misvatting dat de cyclus moet beginnen bij visie/beleid. Het is namelijk een continu proces dat afgestemd moet worden. 7
De omgevingsvisie geeft de ambitie weer voor de fysieke leefomgeving tot 2030. De fysieke leefomgeving heeft raakvlakken met andere belangrijke, niet-fysieke doelen, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid, duurzaamheid, veiligheid, economie en onderwijs. Deze overkoepelende ambities komen in dit document samen in een aantal leidende principes, die we ook gebruiken voor het beheer, gebruik en de (her)ontwikkeling van onze leefomgeving. De omgevingsvisie komt in de plaats van de ‘Structuurvisie Roosendaal 2025’ uit 2012.
1.2
Afbeelding 1.1: De ruimtelijke kringloop van Roosendaal.
Ook in de gemeente Roosendaal is aandacht voor de beleidscyclus in de vorm van de ‘Ruimtelijke Kringloop’. Deze kringloop sluit naadloos aan bij de beleidscyclus onder de Omgevingswet, en ook visie/ beleid zijn de in de kringloop opgenomen. De omgevingsvisie van de gemeente Roosendaal Met de omgevingsvisie ontwikkelt de gemeente een toekomstgerichte ‘kapstok’ voor het eigen beleid en voor bestuurlijke samenwerking. De visie is richtinggevend voor de inwoners, de raad, het college en de ambtelijke organisatie. De omgevingsvisie is een instrument om verbinding en samenwerking te zoeken. Het dient om de communicatie met de inwoners en de bedrijven te versterken. De inhoud van de visie is integraal en beleidsterrein overstijgend, met oog voor creativiteit en innovatie. De visie wil inspireren. De wereld om ons heen verandert snel. De visie is daarom adaptief en flexibel. We moeten kunnen reageren op veranderende omstandigheden. De omgevingsvisie start niet op nul. Uitgangspunt is de huidige kracht van Roosendaal. Die kracht is het fundament van de visie. Een belangrijk kader is het coalitieakkoord. We hebben ook al veel gedaan. Zo hebben we de Foto van Roosendaal opgesteld en het Omgevingskader vastgelegd. In een open dialoog (de Samenspraak, zie paragraaf 1.2) zijn we het gesprek met de gemeenschap aangegaan. We zijn op zoek gegaan naar wat de stad en de dorpen willen. 8
Samenspraak
De omgevingsvisie is alleen bindend voor de gemeente zelf. We werken vanuit de ambities zoals beschreven in dit document. De gemeente hecht sterk aan de inbreng van de inwoners, het bedrijfsleven en de kennis van onderwijsinstellingen om scherpte te houden in de ambities die we stellen. We hopen dat inwoners en partijen zich door de ambities laten inspireren en met ons meewerken aan het realiseren van deze ambities. In 2020 zijn we daarom op verschillende manieren het gesprek aangegaan met inwoners en professionele organisaties. Bij de samenspraak met de bewoners lag de focus vooral op het bereiken van de jongeren. Zij zijn tenslotte de toekomst van Roosendaal. De uitdaging van de samenspraak was om een zo representatief en divers mogelijk beeld te krijgen van de verschillende opvattingen. De traditionele inspraak voldoet dan niet meer. Deze leidt tot een te eenzijdig beeld. Er is een vernieuwend proces ontwikkeld met diverse vormen van samenspraak. We hebben op die manier de meningen van veel Roosendalers kunnen verzamelen, ondanks de beperkingen die het gevolg waren van de corona-maatregelen. We hebben onder meer: • 12 diepte-interviews gehouden. Dit zijn lange gesprekken met inwoners die een sterke mening hebben over de omgevingsvisie. De gesprekken hebben goede inzichten opgeleverd. • Ongeveer 100 straatinterviews uitgevoerd.
Mensen van de gemeente zijn in de wijken en dorpen de straat op gegaan om willekeurige voorbijgangers aan te spreken op hun opvattingen en hun visie op de toekomst van Roosendaal. Dit leverde een breed scala aan meningen op en zorgde voor een divers beeld van de toekomstige kansen én bedreigingen. • 513 mensen deel laten nemen aan de ‘swipocratie’. Bij de ‘swipocratie’ krijgen deelnemers (online) stellingen voorgelegd waarop ze via een ‘swipe’ een eens/ oneens antwoord kunnen geven. Van de deelnemers was 63% jonger dan 35 jaar. Met de ‘swipocratie’ is het dus gelukt ook jongeren te bereiken. • 1.135 mensen bereikt via het Digipanel. Naar onze vaste digipanelgroep is een
• •
vragenlijst rondgestuurd. Deze vragenlijst is ook gedeeld op de social mediakanalen van de gemeente. Een professionele bijeenkomst georganiseerd. Een dagdeel lang is er (online) gebrainstormd over de toekomst van de stad met lokale belangenverenigingen en professionele organisaties. Dorpsbijeenkomsten georganiseerd. Tijdens de dorpsbijeenkomsten hebben vertegenwoordigers van de verschillende dorpen gebrainstormd over de toekomst van Roosendaal vanuit het perspectief van hun eigen dorp.
Uit de samenspraak komt naar voren dat een goede woning en goed werk de voornaamste redenen zijn om in Roosendaal te wonen. Om hier ook in de toekomst aan de tegemoet te komen zal er een gevarieerd programma aan woningen worden gerealiseerd; dat mag wat de inwoners betreft zowel in de bestaande wijken als op nieuwe locaties in of buiten de stad en in de dorpen. Vrijetijdsvoorzieningen zijn er vooral voor de Roosendalers en inwoners uit de omliggende gemeenten. De inwoners willen dat Roosendaal een complete stad blijft met goede voorzieningen. Tegelijk geven veel mensen aan dat ze het ook prima vinden om voor zaken die je in Roosendaal niet kunt vinden, naar Breda of andere steden te gaan. Groen moet bijdragen aan de gezondheid van de mensen, maar de gezondheid van de Roosendalers is het meest gebaat bij het bestrijden van armoede (onder kinderen) en van eenzaamheid. Daarnaast staat het verbeteren van de luchtkwaliteit hoog op de agenda. Voor verduurzaming zien Roosendalers kansen bij het leggen van zonnepanelen op dakoppervlaktes en het creëren van goede fiets- en wandelverbindingen. Veel inwoners zien weinig carrièrekansen in Roosendaal. Economisch zien ze het meeste perspectief in technologische innovatie, het uitbreiden van de detailhandel en goed onderwijs gericht op de lokale arbeidsmarkt.
Roosendaal is goed bereikbaar, maar er zou meer aandacht kunnen worden besteed aan het verbeteren van de mobiliteit van ouderen en mindervaliden. Het goederenvervoer over het spoor zien de Roosendalers wel als een bedreiging voor de veiligheid. Over het algemeen krijgt Roosendaal van inwoners een mooie 7. De resultaten van deze uitgebreide samenspraak zijn zoveel mogelijk verwerkt in deze omgevingsvisie. Aan het einde van het ontwikkelingsproces van deze omgevingsvisie zal
nog een slotbijeenkomst worden georganiseerd om het resultaat te delen met inwoners van Roosendaal.
1.3 Omgevingseffectrapport (OER)
In het kader van de omgevingsvisie is het doorlopen van de procedure van de milieueffectrapportage (de m.e.r.-procedure) verplicht. In het kader van de m.e.r.procedure wordt een omgevingseffectrapport (OER) opgesteld: een milieueffectrapport (MER) voor een omgevingsvisie. Het OER heeft als doel om het omgevingsbelang mee te wegen bij de besluitvorming rondom de omgevingsvisie. Het OER doet dit door de effecten op de omgeving te beschrijven van de ambities, opgaven en ontwikkelingen in de omgevingsvisie en zo aandachtspunten mee te geven voor de te maken afwegingen en keuzes. Het OER wordt bij de ontwerp-omgevingsvisie ter inzage gelegd, waarna eenieder zijn/haar reactie op het OER kan geven. Op basis van de inspraakverordening van de gemeente Roosendaal wordt eerst de voorontwerp-omgevingsvisie ter inzage gelegd. Na de inspraakperiode zal de ontwerpomgevingsvisie en het daarbij behorende OER worden opgesteld c.q. afgerond. Deze documenten worden dan gezamenlijk opnieuw ter inzage gelegd. Daarmee start ook de wettelijk verplichte procedure.
1.4 Leeswijzer
De omgevingsvisie is opgedeeld in zes hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk geeft naast deze leeswijzer inzicht in de achtergronden van het opstellen van de omgevingsvisie en geeft bovendien aan welke stappen tot nu toe al zijn genomen. Bij de samenspraak wordt bijvoorbeeld uitgelegd hoe de Roosendalers tot nu bij het project betrokken zijn. In het tweede hoofdstuk worden de inhoudelijke achtergronden van de omgevingsvisie uitgelegd met aandacht voor het DNA van Roosendaal, de historische achtergrond, het beeld van de huidige situatie en een inzicht in de trends en ontwikkelingen. Hoofdstuk 3 vormt het hart van de omgevingsvisie. In dit hoofdstuk worden de kernwaarden van waaruit de gemeente wil werken bij de uitwerking van de omgevingsvisie vastgelegd. In dit hoofdstuk staan de hoofdambitie, de leidende principes en de hoofdopgaven. In hoofdstuk 4 worden deze vertaald naar thematische opgaven voor geheel Roosendaal, die in hoofdstuk 5 nader toegespitst zijn in een koers per deelgebied. In het laatste hoofdstuk (6) wordt ten slotte uitgelegd welke sturingsfilosofie leidend zal zijn voor onder andere de wijze waarop de gemeente wil en kan samenwerken met u en met andere betrokken partijen. 9
10
2. Het verhaal van Roosendaal 2.1 DNA van Roosendaal Een visie begint bij wat een gemeente nu is. Want je kunt dat wat je morgen of overmorgen wilt worden, niet los zien van wat je nu bent. Iedere stad, elk dorp is niet voor niets geworden tot wat het nu is. Iedere stad, elk dorp heeft zijn eigen DNA, en dit DNA vormt een essentieel onderdeel van de toekomst.
en klimaatdoelen, energietransitie en een nieuw bewustzijn als gevolg van de wereldwijde corona-epidemie dwingen tot een herbezinning. De wereld ligt open, maar de toekomst is onvoorspelbaarder dan ooit. En daar ligt juist de kracht van Roosendaal: flexibel kansen pakken.
Inwoners maken de stad en de dorpen In maatschappelijk opzicht is Roosendaal veerkrachtig. Onderling sterk verbonden inwoners zorgen ervoor dat nagenoeg niemand er alleen voor staat. Het rijke verenigingsleven en veel maatschappelijk actieve inwoners en organisaties zitten in het DNA van Roosendaal en vormen de basis voor sociale cohesie, onderlinge betrokkenheid en veerkrachtige inwoners. Dit maakt Roosendaal sterk, gezond en veilig. Roosendaal als stad van de menselijke maat. Roosendaal is een gemeenschap van doeners en aanpakkers, met een beroepsbevolking die is opgeleid voor een plaatsje op de arbeidsmarkt in die sectoren die echt perspectief bieden: zorg, techniek, zakelijke dienstverlening, vrijetijdseconomie. Ondanks de sterke groei, heeft Roosendaal altijd haar gemoedelijke karakter behou¬den. Roosendalers zijn misschien bescheiden en zelfs niet erg trots als het om hun stad gaat. Maar ze zijn over het algemeen tevreden en gelukkig en zien Roosendaal als stad van de menselijke maat. Evenementen en amusement worden hoog gewaardeerd en de inwoners dragen met name de lokale cultuur maar ook het groene buitengebied een warm hart toe. De ondernemende, inventieve en organisatorische geest van inwoners en ondernemers zorgt ervoor dat in Roosendaal altijd iets te beleven valt. En wat voor de stad geldt, geldt zeker ook voor de vijf dorpen.
De trots op de eigen identiteit van met name Wouw en Nispen en sterke onderlinge verbondenheid van de inwoners van Heerle, Moerstraten en Wouwse Plantage zorgen ervoor dat het nog altijd goed wonen is in de dorpen. De bewoners nemen zelf het initiatief, ondanks demografische en andere ontwikkelingen, om te voorkomen dat de leefbaarheid afneemt.
Afbeelding 2.1: Ligging van Roosendaal en de dorpen.
Dit alles zit in het DNA van Roosendaal en is al sinds jaar en dag de kracht van Roosendaal. En dat zal de komende decennia niet veranderen. Maar het behouden en versterken van die kracht, vraagt nu wel om het maken van de juiste keuzes. Juist nu, aan het begin van het derde decennium van de 21e eeuw. Op een moment dat de tijdgeest meewerkt. Een tijdsgewricht waarin de economische en financiële crisis van de jaren ’10 achter de rug is 11
2.2
De ontwikkeling van Roosendaal
Positie in de regio: ‘de verbonden stad’ Roosendaal ligt in West-Brabant. Dit is een veelzijdige regio met ruim 700.000 inwoners, mooie natuur, veel evenementen en een groeiende economie. In een iets ruimere straal van 45 trein- of autominuten leven meer dan 2 miljoen mensen en zijn alle denkbare stedelijke voorzieningen voorhanden. Roosendaal is in veel opzichten een verbonden stad: verbonden met de dorpen in de regio, verbonden met de Brabantse stedenrij, verbonden met de metropolen Rotterdam en Antwerpen, verbonden met Europa. Deze verbondenheid is al eeuwen de kracht van Roosendaal en maakt Roosendaal tot een stad waar het vooral goed wonen is, met voldoende basisvoorzieningen in de stad, en dankzij haar ligging en verbindingen een scala aan kwalitatieve voorzieningen én werkgelegenheid onder handbereik. Roosendaal is in eerste instantie een stad die geworden is wat het is, dankzij haar ligging tussen Rotterdam en Antwerpen en haar verbindingen. Dat staat buiten kijf. Ontstaan als centrum van de turfvaart, gegroeid als spoorstad. Met name in de tweede helft van de 20e eeuw is Roosendaal snel gegroeid dankzij haar lig¬ging en de bereikbaarheid via het spoor en de snelwegen. Dit maakte de stad niet alleen tot een gewilde vestigingsplaats voor de naoorlogse bedrijvigheid, maar ook tot een interessante woonstad.
Goed wonen in groene wijken, goede voorzieningen en prima onderwijs zorgden ervoor dat de stad qua inwonersaantal tussen met name 1960 en 1990 sterk groeide. Ligging en voorzieningen maken Roosendaal ook nu tot de centrale plaats in de regio. De bedrijvigheid en werkgelegenheid zorgen ervoor dat de stad een centrumfunctie heeft voor heel westelijk West-Brabant. En al staat de regionale winkelfunctie van Roosendaal misschien onder druk, Roosendaal blijft belangrijk voor de omliggende regio door het mbo en hbo-onderwijs, werkgelegenheid, recreatiepark De Stok, Designer Outlet Roosendaal en de zorgfunctie van met name het Bravis-ziekenhuis. Verbindingen in en naar buiten de regio zijn goed, zoals de verbindingen naar Rotterdam, Breda, Antwerpen en Zeeland. Deze plaatsen hebben bovenregionale voorzieningen die ook voor inwoners van Roosendaal belangrijk zijn, zoals universiteiten en grootschalige evenementen. De Stok richt zich ook op (boven)regionale klanten. Ontstaan op de grens van klei en zand Roosendaal ligt op de grens van het Brabantse dekzandgebied (in het zuiden) en het 12
kleigebied (in het noorden). Tijdens de laatste ijstijd (circa 120.000 jaar geleden) is een deken van dekzand afgezet. Door de overheersende windrichting werden overwegend langgerekte zuidwest-noordoostgerichte dekzandruggen gevormd. Wouwse Plantage ligt op zo’n dekzandrug. Omstreeks 10.000 jaar geleden brak een warme periode aan. De hogere zandgronden raakten begroeid met bossen en werden doorsneden door beken. Ook vond door het smelten van ijs een zeespiegelrijzing plaats. Door de hiermee samenhangende grondwaterstijging ontstond een moerasachtig gebied in het noordelijk deel van het buitengebied, waardoor het gebied in de loop der tijd bedekt raakte met een dikke laag veen. Vanaf de Middeleeuwen is de invloed van de mens op het landschap goed zichtbaar. Tijdens de Middeleeuwen was veen een waardevolle grondstof voor de turf- en zoutproductie en vanaf de 13e eeuw werd op grote schaal veen gewonnen, waardoor een groot deel van het veen verdween. Er ontstonden gehuchten die de basis zijn voor de huidige dorpen en steden. De meeste nederzettingen in Noord-Brabant ontstonden op de middelhoge zandgronden. Deze zandgronden waren het meest geschikt voor akkerbouw. Ten behoeve van de akkerbouw en houtwinning werden bossen gekapt. Door boskap en overbeweiding ontstonden heidevelden. Heidevelden die later in de Middeleeuwen en erna werden ontgonnen voor akkerbouw.
Door het opbrengen van mest op de gronden ontstonden de essen: de oude bouwlanden. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde de landbouw. Waar voorheen vooral traditionele gemengde boerenbedrijfjes voorkwamen, nam de veehouderij nu een overheersende positie in. Veel bouwlanden veranderden in grasland. Ook nam de oogst van maïs toe. Maïsverbouw komt tegenwoordig ook voor in de beekdalen en in de jonge heideontginningen. De lage gebieden worden tegenwoordig voornamelijk gebruikt als grasland, terwijl de middelhoge gebieden voornamelijk gebruikt worden als bouwland. De hogere gronden zijn vaak arm, en worden daarom vaak als weiland of bos gebruikt. Het buitengebied helt in noordelijke richting af, vanuit het relatief hooggelegen bosgebied van de Wouwse Plantage (tot 13 meter +NAP), naar het lagergelegen zand en kleigebied in het noorden (tot 0 meter -NAP). De vorming van het landschap en het gebruik door de mens heeft geleid tot het ontstaan van verschillende landschapstypen. In het Landschapsontwikkelingsplan (2005) zijn deze landschapstypen op grond van de geologische ondergrond, het huidige grondgebruik en het landschapsbeeld ingedeeld in gebieden die per type een samenhangend geheel vormen.
In de huidige situatie is in de klei- en (voormalige) veengebieden de waterhuishouding het belangrijkste aandachtspunt. Op de zandgronden zijn met name verdroging en uitputting van voedingsstoffen aandachtspunt. Een groot deel van het buitengebied van Roosendaal is infiltratiegebied en gevoelig voor verdroging. Het noordelijk deel van het buitengebied en de beekdalen zijn kwelgebieden, gebieden waar grondwater naar boven komt en uittreedt. Op de natuurlijke ondergrond heeft zich natuur ontwikkeld. Veel van de natuur is door de mens ontgonnen en verdwenen. Roosendaal kent een relatief klein oppervlak natuurgebied (6% van het grondgebied, waar het in Nederland gemiddeld 12% is) en relatief weinig grote natuurgebieden. De belangrijkste natuurwaarden zijn te vinden in de Wouwse Plantage (onderdeel van Natura 2000-gebied Brabantse Wal), op landgoed Visdonk-Rozenven en in de beekdalen. Door het intensieve gebruik van het buitengebied, met o.a. schaalvergroting, toenemende verharding, grondwaterbeheersing, gebruik van bemesting en gewasbeschermingsmiddelen, is de biodiversiteit de afgelopen decennia achteruitgegaan. Het buitengebied kent nog diverse relicten van vroegere bewoning en gebruik (archeologische en cultuurhistorische waarden).
Het voormalige veengebied ten westen van Moerstraten, de Wouwse Plantage en landgoed Visdonk-Rozenven hebben zodanig bijzondere cultuurhistorische landschappelijke waarden dat ze door de provincie zijn aangewezen als cultuurhistorisch waardevol gebied en /of complex. Daarnaast kent het buitengebied diverse gebieden die door de gemeente als cultuurhistorisch waardevol zijn aangeduid en liggen er diverse Rijks- en gemeentelijke monumenten en historische geografische cultuurhistorische waarden als oude wegen, verkavelingsstructuren, groenstructuren en waterlopen. De zuidelijke zandgronden (met name de oude essen) en de beekdalen hebben een hoge archeologische verwachtingswaarde.
Afbeelding 2.2: Bodemlandschap van Roosendaal.
Landschappelijk gezien vinden we vooral ruimtelijke kwaliteiten aan de zuidzijde van de stad: de Molenbeek en het tot binnen de komgrenzen doorlopende Molenbeek¬park, de soms nog zeer herkenbare turfvaarten en als bos- en wandelgebied Landgoed Visdonk met een redelijk uniek coulisselandschap.
13
Historische ontwikkeling van Roosendaal De naam Roosendaal wordt in 1268 voor het eerst gebruikt. In de 12e eeuw was Nispen een grote parochie waar ook Roosendaal deel van uitmaakte. Roosendaal was toen nog niet meer dan een verzameling buurtschappen. De weg vanuit die buurt¬schappen naar de toen al bestaande kerk van Nispen was moeizaam. Daarom ver-zochten de buurtschappen Langdonk, Hulsdonk en Kalsdonk in 1266 aan de Abdij van Tongerlo om een eigen kapel te stichten. Zo werden deze buurtschappen aan elkaar verbonden. De kapel werd in 1268 gevestigd op de plek waar nu de Sint-Janskerk staat. In eerste instantie ontwikkelt Roosendaal zich vanuit de Markt en de drie histo¬rische linten (Hulsdonksestraat, Kalsdonksestraat en Raadhuisstraat), met de Markt als centraal punt waar deze linten samenkwamen. Door het bevaarbaar maken van de Roosendaalse Vliet in 1451 kreeg Roosendaal een haven en kon het zich ontwikkelen tot het centrum van de turfhandel. Er werd een netwerk aan turfvaarten gegraven waarmee de turf vanuit de wijde omgeving naar Roosendaal werd vervoerd. Ook nu nog vinden we een aantal van die turfvaarten terug aan de zuidkant van de stad. De groei van Roosendaal stagneerde al snel, vooral als gevolg van de Tachtigja¬rige Oorlog. Pas ver in de 19e eeuw begon Roosendaal weer te groeien.
De belangrijkste impuls was de spoorwegverbinding tussen Breda en Antwerpen en later ook van Rotter¬dam en Vlissingen met Antwerpen, waardoor Roosendaal in 1854 een eigen station kreeg. Hiermee kon de stad een internationale transportfunctie ontwikkelen, die leidde tot de komst van de nodige industrie. Ook leidde de spoorverbinding ertoe dat enkele kloostergemeenschappen zich vestigden in de stad. Vanaf het begin van de 20e eeuw neemt de bevolkingsgroei toe, vooral door de komst en groei van bedrijven als Red Band, van Gilse Kandij, Borstelfabriek Vermunt en Indiana Rubber. Dan ook worden de eerste planmatige wijken ontwikkeld waarbij de wijk Burgerhout het meest aansprekend is. Door de toenemende groei besluit de gemeenteraad met het plan Schaap (1934) tot een meer gestructureerde begeleiding van de groei. Zo wordt de Ceintuurbaan aangelegd, een ringweg om de toenmalige bebouwde kom die later tot rijksweg A58 omgevormd zal worden. Na de Tweede Wereldoorlog groeit Roosendaal explosief. Roosendaal ontwikkelt zich in die periode snel als spoorstad en grote bedrijven als Liga en Philips vestigen zich in de stad en zorgen voor veel werkgelegenheid. In de periode tot 1965 leidt dit tot uitbreiding van bestaande wijken Kalsdonk, Burgerhout en Westrand ten noorden van de huidige A58. De 14
historische binnenstad veranderde door verplaatsing en uitbreiding van centrumfuncties. Er is toen een scheiding ontstaan tussen de functionele nieuwe binnenstad met de Nieuwe Markt en de Roselaar ten opzichte van de oude uitvalswegen en de Markt. Vanaf begin jaren 60 ontwikkelen zich ten zuiden van de dan nog in ontwikkeling zijnde A58 geheel nieuwe woonwijken. In de periode 1965 – 1990 komen achtereenvolgens Kroeven, Langdonk, Kortendijk en Tolberg in hun huidige vorm en omvang tot stand. Veel nieuwe inwoners, veelal afkomstig uit de drukke Randstad vestigen zich in deze periode van suburbanisatie graag in deze groene woonwijken. De huidige ruimtelijke kwaliteit van Roosendaal wordt in hoge mate bepaald door de naoorlogse uitbreidingen van de stad. Deze periode begint in de jaren ’50 met een wederopbouw¬periode gestoeld op traditionele opvattingen, waarbij de parochiegedachte nog volop aanwezig is. We zien dit nog steeds terug in delen van het huidige Kalsdonk en Burgerhout. De wijkgedachte en de opvattingen over het moderne wonen vinden we vooral terug in de wijken die vanaf begin jaren ’60 zijn gebouwd: thematisch ingerichte wijken waarbinnen duidelijk de opvattingen over het moderne wonen tot uiting zijn gekomen: de Westrand met de eerste woonerfjes en Langdonk dat ruim is opgezet en is opge¬bouwd uit woonerven met veel openbaar groen.
Deze periode kenmerkt zich door veel seriematige woningbouw. Iedere wijk kreeg zijn of haar eigen identiteit met een veelzijdige woningvoorraad tussen koop en huur. Met name Kortendijk en Langdonk zijn ‘wijken met voor elk wat wils’ met ‘knusheid’ als een belangrijke kwaliteit. Hoog¬bouw wordt verlaten en de wijken kennen weinig hiërarchie. Deze kleine schaal wordt tot in de jaren ’80 doorgezet in de eerste delen van Tolberg: de ABC-bergen. Eind jaren ’80 komen ook andere opvattingen over ruimtelijke kwaliteit naar voren: optimalisatie en hiërarchie komen terug en er komt meer aandacht voor collectie¬ve groene hoofdstructuren en ecologische zones in de dan ontwikkelde delen van Tolberg, Weihoek en aan de rand van de bestaande wijk Kroeven. Deze laatste ste¬delijke uitbreidingen zijn vooral gericht op een concentratie van koopwoningen en meer dan voorheen participeren verschillende ontwikkelende partijen in het proces. Het aandeel sociale huurwoningen neemt af en ook corporaties gaan bouwen voor de koopmarkt. Door middel van afspraken en grondprijsbeleid wordt gestimuleerd om ook voor lagere inkomens koopwoningen te realiseren. De wijken hebben een veel¬kleuriger beeld, zijn compacter en zijn vaak onder beeldregie gebouwd.
In de jaren ‘90 van de vorige eeuw is de uitbreiding van de stad tot stilstand gekomen. Roosendaal wordt vanaf dat moment verder ontwikkeld vanuit de principes van de compacte stad. Dat wil zeggen een compact stedelijk gebied dat ruimtelijk strak wordt begrensd en een open landschap waarin geïnvesteerd kan worden in de kwaliteit van ondergrond (bodem en beken). Nieuwe woonruimte en ruimte voor bedrijventerreinen worden primair in het bestaand stedelijk gebied gezocht. De gedachte is om met een compacte stad ruimte (buitengebied) te sparen en zoveel mogelijk gebruik te maken van bestaande onder- en bovengrondse infrastructuur om minder beheerkosten voor de toekomst te maken en om bestaande voorzieningen te stimuleren. Binnen het bestaand stedelijk gebied breekt een periode van stadsvernieuwing aan, te beginnen met kleinschalige interventies in de oude woonstraten aan de rand van het centrum: Damstraat, Dunantstraat en omgeving. Verdichting, inbreidingen het realiseren van kleinere appartementen zijn hier het uitgangspunt; met verdere verste¬ning van de openbare ruimte als negatief bijeffect. Op grote schaal vindt rond de eeuwwisseling ook de herstructurering van Kalsdonk plaats: sociale huurwoningen worden gerenoveerd.
Niet alleen het oude RBC-stadion, maar ook 340 huurwoningen moeten plaatsmaken voor grotendeels koopwoningen waarbij niet alleen wordt ingespeeld op de wens om te komen tot een gemêleerd woonmilieu, maar waarbij ook wordt teruggevallen op hiërarchie en duidelijkheid. Daarom wordt aansluiting gezocht op de historische structuur. Er is bij de herstructurering van Kalsdonk ook aandacht voor het creëren van kwaliteit in de openbare ruimte (Luitenpark) en het transformeren van gebouwen naar andere functies (Brede School Vlindertuin en H. Hartkerk). Kroeven, als eerste wijk die ten zuiden van de A58 begin jaren ’60 is gerealiseerd, vormt begin 21e eeuw een tweede grote uitdaging. Het eenzijdige woningbestand van relatief grote en goedkope sociale woningen wordt omgevormd. Aanpassingen aan gevels op diverse manieren, doorbreken de eenzijdige aanblik in de straten van Kroeven. Een deel van de woningvoorraad wordt vervangen door kleinere wooneen¬heden of maakt plaats voor openbare ruimte. Door op strategische plekken markante gebouwen te realiseren en te investeren in de kwaliteit van de groenstructuur, wordt de ruimtelijke kwaliteit van de wijk verbeterd.
Begin 21e eeuw start de meest recente stedelijke ontwikkeling met de omvorming van het verouderd industriegebied aan de Roosendaalse Vliet en het spoor tot het nieuwe stadsdeel Stadsoevers, met een mengeling van wonen, werken en recreatie.
Cultuurhistorisch erfgoed en ruimtelijke kwaliteit in de stad Roosendaal kent geen overdaad aan cultuurhistorisch erfgoed, maar het is er wel. Rijksmonumenten vinden we voornamelijk in het centrum: het Raadhuis, het herenhuis aan de Bloemenmarkt waar nu het fractiehuis is gevestigd, de Sint Jan, het hofje Mari¬agaard en het Tongerlohuys zijn bekende en in het oog springende voorbeelden. Maar ook de voormalige Nederlandse Hervormde Kerk, de Douaneloods, het Seinhuis en het Station, het Emile van Loonhuis, de Watertoren, de Molen aan de Wouwseweg en de Cleyne Cat zijn opgenomen in het Rijksmonumentenregister. Verder zijn ook de Ludwig¬straat met zijn vele Hurkspanden, het voormalige Essent-gebouw aan de Kade en het voormalig klooster Mariadal noemenswaardig. Roosendaal kent in en om het centrum een aantal fraaie parken met een hoge ruimtelijke kwaliteit: het Emile van Loonpark, Park Vrouwenhof met twee monu¬mentale villa’s en het Burgemeester Coenenpark aan de Parklaan. Een behoorlijk deel van de bebouwde om¬geving van de stad wordt ingenomen door bedrijventerreinen, vooral aan de noorde¬lijke en oostelijke zijde. Hoewel de laatste jaren veel is verbeterd aan de inrichting en uitstraling van deze terreinen, is de aard van de bebouwing toch vooral grootschalig en zakelijk. Daarmee is de entree van de stad via deze gebieden minder uitnodigend.
Roosendaal beschikt echter ook over industrieel erfgoed dat wel vaak kwaliteit heeft. In Roosendaal vinden we nog mooie voorbeelden terug, zoals de Ligatoren en de Wennekerfabriek die beiden aan de spoorlijn liggen. De ontwikkeling van de dorpen De dorpen van Roosendaal hebben van oorsprong een heel eigen ontwikkelingsgeschiedenis. Elk dorp heeft een eigen verhaal, een eigen karakteristiek en een eigen identiteit. De geschiedenis van de stad Roosendaal begint in Nispen, de oudste plaats binnen de huidige gemeente Roosendaal. De naam Nispen als plaatsaanduiding komt voor het eerst voor in 1157. Ook nu nog wordt Nispen gezien en genoemd als het moederdorp van Roosendaal. Het dorp is tot in de late Middeleeuwen een grote parochie geweest, waar ook Roosendaal en het Belgische Essen deel van uitmaakten. De lange geschiedenis heeft niet tot grootse gebouwen geleid, wel tot een intiem en vriendelijk dorp met kenmerkende linten en een aantrekkelijk buitengebied.
15
Wouw is het grootste dorp, met het grootste voorzieningenaanbod en de meeste bedrijvigheid. Het dorp Wouw stamt uit 1232. Het dorp heeft met de Sint Lambertuskerk, het voormalig kasteel van Wouw en de Markt enkele indrukwekkende cultuurhistorische dragers. De opbouw van het dorp is duidelijk aanwezig met de markt en de kerk als dorpshart en de oude wegen naar Roosendaal en Bergen op Zoom. Daaromheen is een aantal rustige woonwijken gebouwd. Heerle is een oude gemeenschap (vanaf de 13e eeuw). Het is van oorsprong een dorp dat zich langs de Herelsestraat heeft ontwikkeld. Ook in dit dorp zijn enkele woonwijken aangebouwd waardoor het dorp iets forser van omvang is geworden. Heerle is een echt woondorp met een sterke agrarische binding. Wouwse Plantage heeft een minder ver teruggaand verleden, maar daarom geen minder interessante ontstaansgeschiedenis. Het dorp is ontwikkeld vanuit het Landgoed Wouwse Plantage, mede in relatie tot de bosbouwactiviteiten. Het dorp bestaat hoofdzakelijk uit één lint, waaraan later nog wel enkele woongebieden zijn aangebouwd. Moerstraten is het kleinste dorp van Roosendaal. Het oude buurtschap is in een lint gebouwd en ligt dichtbij laaggelegen moergebieden. Daarmee heeft Moerstraten een heel ander karakter dan de meer zuidelijk gelegen zanddorpen zoals Nispen. Wonen en landbouw domineren het aanzicht van het dorp.
2.3
Roosendaal nu
Wonen: ‘een inhaalslag is nodig’ Het is nu aangenaam wonen en recreëren in Roosendaal. In vergelijking met de Randstad zijn de woningen nog betaalbaar. Roosendaal kent levendige wijkcentra, een aantrekkelijk buitengebied en een uitstekend onderwijsaanbod tot op hbo-niveau. Roosendaal trekt veel bezoekers door de boven¬regionale functie van het recreatiepark De Stok met o.a. de Designer Outlet en de Sky¬dive. Ook kent Roosendaal goed bezochte evenementen als De Draai en de Kermis, en mooie parken, bossen en de Roosendaalse Vliet. Dit alles biedt volop kansen voor recreatie. Door gewijzigd winkelgedrag kent het kernwinkelgebied, net als in andere vergelijkbare gemeenten, een krimp van het winkelbestand. Roosendaal heeft daar tijdig op ingespeeld door te kiezen voor het mengen van functies, zoals winkelen, horeca en wonen in de binnenstad. Er is wel leegstand ontstaan, maar de ingezette koers begint vruchten af te werpen. Dit is te zien in de Dr. Brabersstraat en in het voormalige pand van de V&D. Hier zijn en worden winkels omgevormd naar woningen. Tegelijkertijd zien we ook dat de inwonersgroei van Roosendaal achterblijft bij de regio en andere middelgrote steden in Nederland, terwijl er op basis van de gegevens van het 16
CBS en de provincie ruimte is voor groei. Op het gebied van verduurzamen van woningen heeft Roosendaal een voorsprong: het warmtenet van het DER (Duurzaam Energiebedrijf Roosendaal) won in 2019 de prijs voor “beste kleinschalig warmtenet van Nederland”, Bij de transformatie van De Douanier of het energieneutraal maken van jaren ’60-woningen in de Kroeven liep Roosendaal voorop. Echter: de verdere ontwikkeling hiervan is de laatste jaren vertraagd, terwijl andere steden in Nederland meters zijn blijven maken. Hierdoor dreigt Roosendaal haar voorsprong langzaam te verliezen. We zien wel een licht herstel van de groei, maar dit is nog niet voldoende. Op de huizenmarkt zien we weinig doorstroming. Verhuizen is vaak financieel niet aantrekkelijk. Daar staat een toenemende behoefte aan woningen voor kleinere huishoudens en zorggeschikte woningen tegenover. Verder verwachten we dat de druk op de woningmarkt verder wordt versterkt door de overloop van mensen vanuit de Randstad die in West-Brabant een plek zoeken. Daarnaast staat in enkele wijken van de stad de leefbaarheid onder druk; een vraagstuk dat ook vraagt om aanpassing van de bestaande woningvoorraad. Gezondheid en milieu ‘kan beter’ De publieke gezondheid en het milieu staan op diverse manieren onder druk, bijvoorbeeld door stikstof en fijnstof in de lucht en geluidsoverlast.
De zuidwestelijke rand van Roosendaal heeft een relatief hoge geurbelasting. De luchtkwaliteit voldoet aan Europese normen, maar is door transport en verkeer relatief slecht ten opzichte van andere gemeenten. De concentratie van PM2,5 (fijnstof) overschrijdt – net als in het grootste deel van Nederland – wel de strengere adviesnorm van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Verdroging vormt ook voor de gemeente Roosendaal een grote uitdaging. Zowel op de hogere zandgronden als in het stedelijk gebied. Ook in het agrarische gebied komt droogte voor. Op de hogere zandgronden en in de binnenstad is het behouden van de biodiversiteit een van de uitdagingen. Die is in het geding vanwege toenemende verdroging. Dit vormt een risico voor de natuur. Door de verstening heeft de stad Roosendaal ook last van de toenemende hitte in de bebouwde kom. De jarenlange stadsinbreidingen maken dat klimaatadaptatie een belangrijk onderdeel is geworden van onze recente bouwopgave. Ook de stedelijke transformatie (Rondje Roosendaal) en mogelijke verdichting van de bebouwing vraagt om adequate hittestressmaatregelen. Het kan in warme perioden in de stad enkele graden warmer worden dan in niet-stedelijke gebieden. Hierdoor neemt de kans op hittestress en de intensiteit hiervan aanzienlijk toe.
Afbeelding 2.3: Luchtkwaliteit in Roosendaal
Afbeelding 2.4: Stedelijk hitte-eilandeffect in Roosendaal.
De stad kent bovendien een relatief hoog aandeel oudere inwoners juist in die gebieden die een sterk verhittende werking kennen. Het hoge aandeel ouderen in gebieden met een hoog stedelijk hitte-eiland-effect is zorgelijk. Verhitting is ook aan de orde op de bedrijventerreinen.
Ook qua veiligheid zijn er de nodige zorgen vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg en spoor. Daarnaast worden de spoorwegovergangen in de stad vaak als onveilig ervaren.
De grondwateroverlast en de overlast van langdurige neerslag vormen tezamen een aanzienlijk risico voor zowel wonen, werken als voor de landbouw in de matig doorlatende delen van de gemeente Roosendaal. De structurele en bekende wateroverlastlocaties bevinden zich in Kalsdonk, Westrand, Burgerhout, Centrum, Kroeven, Kortendijk en in Wouw.
Als het gaat om een openbare ruimte die uitnodigt tot ‘gezond gedrag’ kunnen we constateren dat er de afgelopen jaren behoorlijk is geïnvesteerd in bijvoorbeeld fietsverbindingen binnen de gemeente en in sport- en spelvoorzieningen voor kinderen en jongeren, maar dat we er nog lang niet zijn. Met name in de oudere wijken van de stad zijn de fietsverbindingen nog voor verbetering vatbaar en over de gehele gemeente zijn er onvoldoende sport- en spelvoorzieningen voor volwassenen en ouderen.
Op het gebied van gezondheid moeten we constateren dat de publieke gezondheid onder druk staat als gevolg van stikstof en fijnstof in de lucht en geluidshinder. De luchtkwaliteit voldoet weliswaar aan de Europese normen, maar is door transport, verkeer en de nabijheid van het Antwerpse industriegebied relatief slecht.
Economie ‘in de kern sterk, maar op onderdelen kwetsbaar’ Roosendaal heeft nu een sterke economische positie door haar gunstige ligging en goede bereikbaarheid. Anders dan breed wordt aangeno¬men, omvat de Roosendaalse economie veel meer dan alleen logistieke dienstverlening. 17
Roosendaal heeft een aantal historisch sterke punten. Agrofood doen we in de regio al meer dan 100 jaar. De suikerindustrie, die voorheen in alle steden en dorpen van onze regio te vinden was, is daar een mooi voorbeeld van. Door diversificatie, optimalisatie en de diverse industriële revoluties zijn industrieën en sectoren ontstaan als logistiek en onderhoud. Qua logistiek staat Roosendaal al jaren in de top van de logistieke hotspots en vervult Roosendaal met haar grote Europese distributiecentra een belangrijke rol. In het onderhoud van de JSF-motoren bij Aviolanda in Woensdrecht levert het aanwezige techniekonderwijs in Roosendaal een bijdrage voor onze regio. Verder is ook de moderne maakindustrie sterk in Roosendaal vertegenwoordigd. Op dit moment hebben we een veerkrachtige economie. We bevinden ons niet in een economisch dal, noch op een piek. Maar dat biedt geen garantie voor de toekomst. Het economisch DNA van West-Brabant heeft wel een aantal minder sterke elementen (zwakke netwerkvorming, diversiteit en beperkte economische massa) en het aandeel lager geschoolden ligt in Roosendaal nog steeds substantieel hoger dan in vergelijkbare steden. De arbeidsparticipatie is laag. Een deel van het arbeidspotentieel blijft daarmee onbenut, terwijl er op termijn tekorten dreigen aan werknemers in de zorg, de techniek en de bouw.
Dat betreft vooral geschoolde arbeid voor mensen met een middelbare of hogere opleiding en juist daar blijft het aanbod in Roosendaal achter. De kloof op de arbeidsmarkt groeit. Het agrocluster (primaire landbouw, verwerkende industrie en toeleveringen, verwerking buitenlandse invoer) blijft belangrijk, maar de primaire landbouw kampt met problemen. Het aantal bedrijven neemt sterk af en de inkomensontwikkeling houdt geen gelijke tred met het nationaal gemiddelde. De sector kampt met milieuproblemen en onvoldoende toekomstperspectief. Alternatieven worden nog te weinig opgepakt. De detailhandel voor niet-dagelijkse goederen staat, zoals overal, onder druk. Het internet in combinatie met de bezorgdiensten is een steeds belangrijker verkoopkanaal. Het winkelcentrum zal compacter worden. Leisure in combinatie met functiemenging wordt belangrijk om de binnenstad interessant, levendig en aantrekkelijk te houden. .
Kansen voor de toekomst Kansen liggen er volop. In ruimtelijk opzicht door te kiezen voor het versterken van de effecten van de strategische ligging door te blijven investeren in de multimodale verbindingen. In september 2020 is Roosendaal bijvoorbeeld definitief gestart met de regionale opgave Sterke Steden. Deze opgave komt voort uit de Samenwerkingsagenda 18
van de Regio West-Brabant en de provincie Noord-Brabant. De bedoeling is om meer samenhang te brengen in de regionale ruimtelijk economische opgaven en binnen de regio een sterke steden-as te ontwikkelen, waar de stedelijke transformaties voortvarend worden opgepakt, de steden onderling complementair zijn, de voorzieningen kwalitatief op orde zijn en bereikbaarheid is gegarandeerd. Roosendaal is samen met Bergen op Zoom aangewezen als stedelijke regio in de Verstedelijkingsstrategie Brabant. Dit betekent dat voor deze regio’s bekeken gaat worden in hoeverre ze op een duurzame wijze een bijdrage kunnen leveren aan een ambitieuzere woningbouwopgave en toekomstige verstedelijkingsmodellen. Een ambitieuzere woningbouwprogrammering wordt mogelijk. De stedelijke regio Roosendaal-Bergen op Zoom zou in de toekomst een bijdrage kunnen leveren aan het landelijk woningtekort om voor onder andere de zuidvleugel van de Randstad extra woningen te bouwen. De uitdagingen die er nu liggen op het gebied van energietransitie en duurzaamheid kunnen ons helpen kansen te benutten; ons helpen om de woningvoorraad te laten groeien, maar ook te transformeren naar meer duurzame woningen en meer woningen geschikt voor kleinere huishoudens; en ons helpen om ruimte te creëren voor het combineren van wonen en werk en voor ‘wooncommunities’ waarin buren ook voorzieningen en openbare ruimte met elkaar delen.
Op economisch gebied geldt dat het voor het behoud van de sterke logistieke sector verdere innovaties noodzakelijk zijn. Ook als het gaat om techniek in bredere zin en de zorg bieden innovaties economische groeikansen. Roosendaal, als stad van doeners en met een goede opgeleide mbo+ beroepsbevolking, heeft alle kansen om zich te profileren als stad waar elders bedachte innovaties breed worden toegepast. Belangrijke randvoorwaarde is wel dat we blijven investeren in het mbo en hbo-onderwijs, met name in kansrijke sectoren zorg en techniek. De vestiging van een nieuw regionaal ziekenhuis biedt zowel mogelijkheden om de daaraan verbonden opleidingen te versterken, als kansen voor het verder ontwikkelen van zorginnovaties in aan zorg en ziekenhuis gelieerde bedrijven. Op het gebied van vrije tijd is Roosendaal meer dan ooit onderdeel van een groter geheel. Antwerpen en Rotterdam zorgen voor een kwalitatief hoogstaand en bereikbaar aanbod; historische buursteden als Bergen op Zoom en Breda bieden een op zeer korte afstand liggend complementair aanbod. Roosendaal kan met het leisure park De Stok, het Vlietpark, de binnenstad en de Wielerexperience haar stadsgebonden vrijetijdsaanbod verder uitbouwen om deze regio nog sterker en attractiever te maken.
2.4 Actuele ruimtelijke ontwikkelingen en projecten in Roosendaal De ontwikkeling van de dorpen
Roosendaal (ver)bouwt De afgelopen jaren zijn verschillende plannen in gang gezet of voorbereid. Voor de stad betekent dit, dat de komende jaren veel plekken “op de schop” gaan: op de Bulkenaar wordt een nieuw regionaal Bravis-ziekenhuis ontwikkeld in een groen landschap. Deze activiteiten bieden tegelijk kansen voor het verbeteren van de ontsluiting van Tolberg en de ontwikkeling van zuidwest-Roosendaal. De verbeterde ontsluiting en vrijkomende locaties hebben daarbij ook effect op de ontwikkeling elders in de stad. De reconstructie van de Josephbuurt zorgt niet alleen tot het verbeteren van de (sociale) woningbouw daar, maar kan ook gelijk een aanjager zijn voor de verduurzaming en het aardgasvrij maken van de wijk. Verduurzamingskansen zijn er ook door de ontwikkeling van bestaande en nieuwe bedrijventerreinen te koppelen aan het vergroten van “zon op dak” bij bedrijven (bijvoorbeeld op de nieuwe invulling van het Philipsterrein), maar ook op grote daken in het centrum van de stad en Borchwerf, zoals de eind jaren ’10 opgeleverde distributiecentra van LIDL en Primark. Ondertussen werken we zowel in regionaal als lokaal verband aan de planning en ontwikkeling van bedrijventerreinen; voor Roosendaal van belang is nu dat Borchwerf en Majoppeveld ‘vol’ raken.
Op West-Brabants niveau is afgesproken dat Roosendaal ruimte zoekt voor een subregionaal bedrijventerrein om de groei van kleine en middelgrote bedrijven te accommoderen.
2.5 Roosendaal in de bredere context
Roosendaal is op diverse sporen actief op provinciale en (sub)regionale schaal. Sterke Steden De regio West-Brabant wil met deze opdracht komen tot een sterke steden-as als ruggengraat van de regio. Een steden-as waar de stedelijke transformaties worden opgepakt, de onderlinge complementariteit wordt benut tussen de steden onderling, het voorzieningenniveau op peil wordt gebracht en waar de bereikbaarheid van de steden onderling en de verbindingen met de omliggende gemeenten en regio’s wordt geïntensiveerd. Een regionale opgave die onderdeel uitmaakt van de Samenwerkingsagenda tussen de regio en de provincie Noord-Brabant. Naast deze opgave wordt ook gewerkt aan een regionale investeringsagenda waar we voor de westflank van de regio Roosendaal samen met Bergen op Zoom het voortouw hebben genomen om tot een ambitieuzere woningbouwopgave te komen.
Ook in het ’Rondje Roosendaal’ is veel in gang gezet, en er volgt nog: verbetering van de binnenstad en invulling van de V&D-locatie, herontwikkeling van (Groot) Mariadal en de afronding van de herontwikkeling van het Stadskantoor ‘Huis van Roosendaal’, de aanpak van het Stationsplein en omgeving, de ontwikkeling van de spoorzone, het oude centrum (Brugstraat, Molenstraat, Hoogstraat), Stadsoevers en Vlietpark. Nog in onderzoek is de Laan van Brabant met de omgeving. Voor deze ontwikkeling wordt intensief samengewerkt met de provincie als partner. In de Weihoek en aan de Evert Kreekweg komen zonneweides, en ook voor an¬dere locaties in het buitengebied is tot een totaal van 75 ha aan zonneweides gepland. In Westrand heeft het DER (Duurzaam Energiebedrijf Roosendaal) in samenwerking met de afvalverbranding van SUEZ een warmtenet gerealiseerd. We onderzoeken of dit de komende jaren zal worden uitgebreid, in de stad mogelijk door het grootschalige net verder uit te breiden, in de dorpen wellicht met kleinschaliger warmtenetten. Op langere termijn (na 2030) is voorzien dat de bestaande drie windmolens een upgra¬de krijgen en zo meer vermogen kunnen gaan leveren.
Afbeelding 2.5: Ligging van Roosendaal in de regio. 19
Ontwikkelplan West-Brabant West Naast deze Sterke Steden-opgave wordt ook gewerkt aan een Ontwikkelplan WBW om de westflank van de regio beter te profileren en positioneren. Een sub-regionale opgave waar Roosendaal met Bergen op Zoom het voortouw heeft genomen om hier samen met de sub-regiogemeenten vorm en inhoud aan te geven. In het Ontwikkelplan worden de kwaliteiten van de verschillende gemeentes beschreven. De Roosendaalse opgave staat hierin als volgt benoemd: • Roosendaal is de robuuste woon-werkstad. Met het hart op de goede plek en een gezonde no-nonsense mentaliteit. Roosendaal is sterk als mobiliteitshub. Roosendaal is een mbo-plus stad met een groeiend hbo-onderwijs. Daarnaast is Roosendaal een logistieke hotspot, en krijgt het met een nieuw regionaal ziekenhuis een formele zorgcentrum functie voor de regio. Roosendaal biedt een ‘smart retail’ binnenstad en is een centrum voor ‘urban leisure’. Roosendaal heeft een stedelijk transformatieplan (Rondje Roosendaal) klaarliggen voor de ontwikkeling van een hoog stedelijk woonen werkgebied in en rondom de binnenstad en de spoorzone/emplacement. • Er kunnen in heel West-Brabant-West meer woningbouwlocaties worden ontwikkeld met grotere aantallen woningen met een concentratie rondom de centra van de twee kerngemeenten, de ov-lijnen en de werkgelegenheidsclusters.
Daarbij wordt niet alleen gekeken naar traditionele woonvormen. De ontwikkeling wordt versneld als dat nodig is. • Er wordt samen gekeken hoe het ov in dit gebied gestructureerd moet worden, uitgaande van de NS-stations en een regionale ov-hub in Roosendaal.
Op nationaal dan wel zelfs mondiaal niveau, zien we met name de volgende trends en ontwikkelingen, die op Roosendaal en haar toekomstige ontwikkeling een grote invloed zullen hebben. • Verstedelijking en concentratie Steeds meer mensen wonen wereldwijd in steden. In 2030 is dat 60%. Zij wonen dan op 0,5% van het aardoppervlak, maar gebruiken 75% van de natuurlijke middelen. Alleen al daarom blijven logistiek en distributie belangrijk. •
Migratie De trek naar de stad betekent wereldwijd ook een trek naar (Noordwest-)Europa. De bijbehorende migratiestroom stelt ons enerzijds voor de opgave om een goede economische ontwikkeling van ‘herkomstlanden’ op gang te brengen om een te grote stroom te beperken, maar biedt anderzijds ook kansen om door een integratie en scholing van de nieuwkomers onze economie te voorzien van goed geschoolde werknemers die nodig zijn waar in vergrijzende regio's een tekort aan arbeidskrachten dreigt.
•
Suburbanisatie en nieuwe vormen van mobiliteit Nederland ontwikkelt zich, op wat gebieden aan de randen na, steeds meer tot één verstedelijkt gebied. Roosendaal is onderdeel van het verstedelijkte gebied van Nederland-Ruhrgebied-België. Op anderhalf uur rijden en treinen wonen 1,5 miljoen mensen. In de Randstad zijn woningen ondertussen zo duur, krap bemeten en schaars, dat een trek naar de omliggende regio's zichtbaar wordt. Dat biedt goede kansen om nieuwe inwoners aan Roosendaal te binden. Roosendaal als betaalbare woonstad, waarbij het wel noodzakelijk is blijvend te werken aan betere, meer diverse en duurzame vormen van mobiliteit. Het is dus zaak niet alleen het gebruik van de (elektrische) auto en het bestaande ov te faciliteren, maar ook andere vormen van mobiliteit te introduceren en stimuleren zoals lightrail, snelfietspaden, maatwerk-ov en/of nieuwere collectieve vormen van vervoer.