CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

94-2025 Jaarstukken openbaar onderwijs.pdf

Commissie 2 oktober 2025, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 8: Raadsmededeling 94-2025 Jaarstukken openbaar basisonderwijs 202429.534 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Onderwijsachterstandenmiddelen De onderwijsachterstandenmiddelen worden door OCW achterstandsscores van de scholen. Het Centraal Bureau achterstandsscores op basis van de volgende 5 factoren:

toegekend op basis van voor de Statistiek bepaalt

de de

opleidingsniveau van beide ouders; herkomstland van de moeder; verblijfsduur van de moeder in Nederland; gemiddelde opleidingsniveau van alle moeders op de school; of de ouders in de schuldsanering zitten De score kan per jaar wisselen. • • • • •

Binnen OBO worden de middelen volledig toegekend aan de scholen conform de beschikkingen vanuit OCW. De scholen bepalen zelf hoe ze deze middelen inzetten. De meeste scholen zetten het in voor klassenverkleining of inzet van een onderwijsassistent.

34

2. 5 Continuïteitsparagraaf De volgende onderdelen uit de continuïteitsparagraaf zijn opgenomen in de verantwoording op het financieel beleid: • 3. 1 Prognose voor medewerkers en leerlingen • 3. 2 Meerjarenbegroting • 4. De rapportage van het toezichthoudend orgaan is opgenomen in het verslag intern toezicht. Intern risicobeheersingssysteem Binnen OBO is een goed functionerend systeem voor de controle van de resultaten operationeel. De directeuren (met hun kwaliteitscoördinatoren) en het College van Bestuur bespreken de resultaten driemaal per jaar door , waarbij alle beschikbare data , als bron/uitgangspunt voor het gesprek dient. Op basis van deze resultaten leggen de directeuren verantwoording af en kunnen hun bevoegdheden (tijdelijk) ingeperkt worden indien daar aanleiding toe zou zijn. Vanuit de duiding tijdens deze gesprekken wordt na elke gespreksronde een stichtingsbreed beeld gevormd middels data en duiding , waarbij per school , maar ook per domein verschillende opdrachten geformuleerd worden. Aanvullend monitort de controller de resultaten voortdurend en verzorgt financiële rapportages voor het College van Bestuur en Raad van Toezicht. Naast resultaten als het exploitatieresultaat , de toetsscores of de beperking van de verwijzingen naar andere vormen van onderwijs , streven de scholen een aantal maatschappelijke doelen na.

Het behaalde resultaat op deze doelen werd geacht niet eenvoudig te meten te zijn. Door een kwaliteitsbewakingssysteem , dat onder andere bestaat uit schoolbezoeken door het bestuur , didactische visitaties en ouder- , leerling- en personeelstevredenheidsonderzoeken , streeft OBO ernaar om de kwaliteit en de mate waarin de scholen erin slagen om hun doelen te behalen , op een acceptabele wijze vast te stellen. Regelmatig brengt de organisatie op gestructureerde wijze de risico’s in beeld en bepaalt zij haar risicoprofiel. Na de identificatie van de risico’s , worden deze geanalyseerd met als doel om maatregelen te ontwerpen en te implementeren , welke de eventuele schade minimaliseren.

Onderkende continuïteitrisico’s Beschikbaarheid voldoende gekwalificeerd personeel De laatste jaren is de trend zichtbaar van krapte op de arbeidsmarkt. Het vinden van goed kwalitatief personeel is een uitdaging. OBO heeft hier in toenemende mate mee te maken. Als organisatie zetten we ons actief in op het aantrekken , behouden en ontwikkelen van ons personeel , met een duidelijke focus op een gezonde en duurzame personeelsopbouw. OBO richt 35

zich nog meer op het binden en boeien van ons huidige personeel door te investeren in hun professionele en persoonlijke ontwikkeling en een positieve , ondersteunende werkomgeving waarin iedereen zich gewaardeerd voelt. Dit versterkt niet alleen de loyaliteit en motivatie , maar ook het welzijn en de tevredenheid van onze medewerkers. Om nieuw talent aan te trekken , richt OBO zich op een aantrekkelijk instroombeleid en investeren we in opleidingstrajecten en begeleiding voor zij-instromers , mede in samenwerking met de Onderwijsregio. Door middel van een evenwichtig generatiebeleid wordt gestreefd naar een diverse personeelsopbouw: een goede balans tussen jongere , frisse krachten en ervaren professionals die elkaar versterken en inspireren. Om op deze wijze een omgeving te creëren waarin kennisdeling en samenwerking centraal staan , wat bijdraagt aan het verhogen van de onderwijskwaliteit en het inspelen op toekomstige uitdagingen. Slechte voorspelbaarheid instroom nieuwkomers OBO verzorgt op een aantal locaties in/voor de betrokken gemeentes onderwijs aan nieuwkomers. In 2024 is het aantal locaties teruggebracht en betreft het voornamelijk de gemeente Roosendaal en nog voor een kleine groep leerlingen in de gemeente Moerdijk. De nieuwkomers vormen een gemêleerde groep wat betreft specifieke status en de daaraan gekoppelde bekostigingsregels.

De voorspelbaarheid is zeer beperkt omdat het vaak vluchtelingen betreft en de hoeveelheden afhangen van macro-factoren en doorgaans relatief kort van tevoren bij de gemeente bekend is hoeveel vluchtelingen er komen , wanneer precies en hoeveel kinderen daarbij zijn. Dit betekent dat de te verwachte instroom moeilijk te voorspellen is en dat er vaak op korte termijn op- of afgeschaald dient te worden. Voor het specifieke taalonderwijs aan deze groepen leerlingen zijn andere voorzieningen nodig die op separate bekostiging gebaseerd zijn. Deze voorzieningen hebben effect op de personele formatie inzet van de betreffende school , Er worden contracten afgesloten voor de gespecialiseerde leerkrachten en ondersteunend personeel , terwijl de zekerheid van een bepaalde hoeveelheid leerlingen om hen te bekostigen , er niet is. Continuïteitsrisico onderwijskwaliteit Binnen onze stichting is blijvende aandacht voor het op orde brengen én houden van de onderwijskwaliteit. De focus ligt op het versterken van de basis: een stevig pedagogisch-didactisch fundament , duidelijke onderwijsstructuur en opbrengstgericht werken. Om

objectief beeld te verkrijgen van de situatie op de scholen zetten we Kijk- en Luisterdagen in (externe audits). Deze geven waardevolle inzichten op bestuurlijk niveau en helpen bij het tijdig signaleren van ontwikkelpunten. Hier wordt ook eventuele brede professionalisering voor georganiseerd. Daarnaast vervolgen we dit met interne audits om te bouwen aan een stevige , cyclische kwaliteitsaanpak en bewustzijn. Hiermee willen we de kwaliteitszorg op alle niveaus verankeren en 36

een

het lerend vermogen van de organisatie versterken. Het ontwikkelen van een professionele leercultuur is een belangrijk doel. Toch blijven er risico’s. In enkele scholen is de kwaliteitsbasis nog onvoldoende stevig. Door personele kwetsbaarheid , verschillen in ontwikkeltempo en ontwikkelingen richting inclusief onderwijs bestaat het risico dat de onderwijskwaliteit niet overal op het gewenste niveau komt of blijft. Dit vraagt om gerichte ondersteuning , continue monitoring en structurele inzet op professionalisering. Het risico van onvoldoende vooruitgang kan leiden tot een signaal van zorg of zelfs tot aanscherping van het toezicht door de inspectie , wat vanwege de beperkte omvang van de scholen mogelijk een negatief effect kan hebben op het leerlingenaantal en daarmee op de financiële situatie. Het College van Bestuur staat klaar om ondersteuning te bieden , waaronder advies en expertise van het bestuurskantoor en ook externe experts , waar benodigd. gedrag 10

Informatiebeveiliging en privacy (IBP) In 2024 zijn er diverse actie ondernomen op het gebied van informatiebeveiliging en privacy. • Uitvoering en uitwerking van een DPIA voor Parnassys inclusief gerichte acties met als doel de systemen beter in te richten en te beveiligen en medewerkers meer bewust te laten worden van het belang van informatiebeveiliging. Hierbij kan gedacht worden aan: • Medewerkers wijzen op en controleren van locken van de computer wanneer je niet achter je computer zit;

Delen van informatie m. b. t. phishing en wat te doen bij datalekken via intranet (bewustwording); • Instellen van de juiste autorisaties voor toegang tot privacy-gevoelige informatie en data , alleen voor de groepen waar leerkrachten specifiek voor bevoegd zijn; • Opruimen van inactieve accounts; • Aanpassing waardoor medewerkers alleen nog bovenschools aangemaakt kunnen worden i. t. t. op schoolniveau zoals voorheen; • Aanschaf en implementatie van de Parnassysmodule ‘privacybasis’ , waardoor we meer inzicht krijgen in IBP- en privacyrisico’s en hierop kunnen handelen. Daarnaast is er gestart met een werkgroep die zich actief gaat bezighouden met het uitwerken van het normenkader IBP. Voor het toepassen van maatregelen en acties uit dit normenkader werkt onze organisatie samen met een externe partner die ons hierin begeleidt. We doen dit volgens de stappen van het groeipad van Kennisnet. Directeuren zijn hierover geïnformeerd en worden actief betrokken bij het proces. •

10 Op

37

grond van artikel 4 , lid 7 en bijlage 6 van de Rjo.

3 Verantwoording

38

van

de financiën

3. 1 Ontwikkelingen in meerjarig perspectief Leerlingen

Aantal leerlingen per 1 febr. 11

2023 definitief

2024 definitief

3050

3059

2025 begroot 3004

2026 begroot 3001

2027 begroot 3046

Bij de leerlingenprognoses voor de meerjarenbegroting is een reële inschatting gemaakt voor de komende jaren op basis van realistische verwachting. Er is sprake van een daling in het begrotingsjaar 2025 en 2026. In 2027 verwachten we weer te groeien. Per 1 februari 2025 zijn er werkelijk 2999 leerlingen. Personeel Gemiddeld aantal fte Bestuur/management Onderwijzend personeel Ondersteunend personeel Totaal

2023 realisatie 179, 1 17815, 4335, 23941,

2024 begroot 160, 9 17294, 3449, 22352,

2024 realisatie 166, 3 17068, 3885, 22616,

2025 2026 2027 begrootbegrootbegroot 151, 0 149, 0 149 , 0 16340, 15530, 15440, 3590, 3040, 2900, 21440, 20060, 19830,

In bovenstaande tabel zijn zowel de reguliere werktijdfactoren als de werktijdfactoren ten laste van de subsidiegelden opgenomen. Gedurende het begrotingsproces is bij elke school individueel de huidige inzet en toekomstige inzet van fte besproken en afgezet tegen algemeen geldende normen. Dit in relatie tot ontwikkeling van het leerlingenaantal en mogelijk aanvullende subsidies. 2024 FTE begroot

2024 FTE realisatie

Totaal

1609, 17294, 3449, 2235, 2

1663, 17068, 3885, 2261, 7

11 Met de invoering van de naar 1 februari van het

vereenvoudiging van de bekostiging in januari 2023 is de teldatum verplaatst van 1 oktober voorafgaande jaar (t-1).

Functiecat. DIR OP OOP

39

2024 FTE afw. 054, -226, 436, 26, 5

In 2024 is 26, 5 fte meer ingezet dan begroot. De afwijking in fte directie is de resultante van 2 zaken: • 1 fte begroot als OP , is gerealiseerd als directie. • opvolging heeft niet aansluitend plaatsgevonden , waardoor minder fte directie ingezet zijn dan begroot.

er op een

De extra inzet OOP betreft met name externe detachering , ziektevervanging bovenschools (waardoor functiecategorie wijzigt in OOP). De lagere inzet OP is te verklaren door: • 1 fte begroot als OP is gerealiseerd als directie. • inzet van OP bovenschools waardoor functiecategorie wijzigt in OOP.

40

aantal scholen

en inzet van

OP

3. 2 Staat Staat

van

BATEN Rijksbijdrage n

Overige overheids­ bijdragen en subsidies Overige baten TOTAAL BATEN LASTEN Personeels lasten Afschrijving en

Huisvesting s lasten Overige lasten TOTAAL LASTEN SALDO Saldo baten en lasten Saldo financiële baten en lasten TOTAAL RESULTAAT

baten

van en

baten

en

lasten

lasten Verschil Verschil realisatie realisatie 2024 t. o. v. 2024 t. o. v. begroting realisatie 2024 2023

Realisatie 2023

Begroting 2024

Realisatie 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

24. 967. 065

24. 416. 581

25. 535. 706

25. 235. 343

24. 421. 141

24. 357. 015

1. 119. 125

568. 641

638. 253

542. 600

547. 108

439. 350

477. 150

443. 816

4. 508

-91. 145

502. 993

320. 570

717. 448

536460

336560

336560

396. 878

214. 455

26. 108. 311

25. 279. 751

26. 800. 262

26. 211. 15325. 234. 85125. 137. 391

1. 520. 511

691. 951

21. 985. 756

21. 235. 917

22. 348. 614

21. 411. 189

20. 441. 183

20. 283. 003

1. 112. 697

362. 858

596. 779

653. 907

612. 977

656. 568

681. 980

673. 987

-40. 930

16. 198

1. 762. 486

1. 925. 440

2. 017. 134

2. 126. 600

2. 100. 550

2. 091. 050

91. 694

254. 648

2. 175. 658

2. 327. 433

2. 329. 918

2. 230. 867

2. 017. 688

1. 865. 515

2. 485

154. 260

26. 520. 679

26. 142. 697

27. 308. 643

26. 425. 22425. 241. 40124. 913. 555

1. 165. 946

787. 964

-412. 368

-862. 946

-508. 381

-214. 071

-6. 550

223. 836

354. 565

-96. 013

146. 736

83. 010

138. 101

76. 350

76. 350

76. 450

55. 091

-8. 635

-265. 632

-779. 936

-370. 280

-137. 721

69. 800

300. 286

409. 656

-104. 648

Toelichting verschillen realisatie ten opzichte van begroot Rijksbijdragen De rijksbijdragen zijn € 1. 119. 000 hoger dan begroot. Die belangrijkste afwijkingen betreffen: € 478. 000 Hogere basisbekostiging , indexering hoger dan begroot Hogere bijzondere bekostiging voor opvang vreemdelingen , meer leerlingen € 209. 000 Hogere bijdragen samenwerkingsverband € 151. 000 Minder inzet subsidie basisvaardigheden dan begroot € -/- 105. 000 Subsidie NPO-arbeidsmarkttoelage (niet begroot) € 142. 000 Afwijking in het rekenmodel bij herverdeling baten € 132. 000 41

Overige overheidsbijdragen en subsidies De gerealiseerde overige overheidsbijdragen

en

subsidies liggen in lijn met de begroting.

Overige baten De overige baten zijn € 397. 000 hoger dan begroot. De voornaamste afwijkingen betreffen projectinkomsten van een ander bestuur uit hoofde van penvoerderschap (€ 243. 000) en hogere opbrengst verhuur/medegebruik (€ 67. 000). Personeelslasten De personeelslasten zijn €1. 113. 000 hoger dan begroot. Deze afwijking is als volgt opgebouwd: Hogere kosten lonen en salarissen € 447. 000 Ontvangen uitkeringen € -/242. 000 Overige personele lasten € 869. 000 De lonen en salarissen zijn hoger door: • structurele cao-verhoging m. i. v. oktober 24 van 49, % (niet begroot) • betaalde transitievergoedingen (grotendeels gecompenseerd door het UWV). • NPO-arbeidsmarkttoelage (niet begroot) • inzet van 27, fte boven begroot (betreft ziektevervanging , externe detachering vanuit subsidie) De afwijking in de overige personele lasten betreffen met name: Hogere kosten extern personeel Hogere dotatie aan de voorzieningen Niet begrote wervingskosten personeel

€ € €

en inzet

692. 000 103. 000 62. 000

Afschrijvingslasten De afschrijvingslasten zijn € 41. 000 lager dan begroot. Dit wordt met name veroorzaakt doordat investeringen op een later tijdstip worden gerealiseerd dan begroot en er minder geïnvesteerd is dan begroot voor 2024. Huisvestingslasten De huisvestingslasten zijn € 92. 000 hoger dan begroot. De voornaamste afwijkingen betreffen lagere onderhoudskosten (€ 131. 000) , lagere huurkosten (€ 80. 000) , hogere dotatie aan de voorziening groot onderhoud (€ 107. 000) en hogere schoonmaaklasten (€ 75. 000). Overige lasten Het totaal van de overige lasten ligt in lijn met de begroting. De voornaamste afwijkingen zijn minder uitgaven voor arrangementen ondersteuning leerlingen (€ 109. 000) en niet begrote kosten uit hoofde van penvoerderschap (€ 90. 000). 42

Financiële baten en lasten De financiële baten en lasten zijn € 55. 000 hoger dan begroot. Dit betreft voornamelijk de ontvangen rente uit het Schatkistbankieren. Toelichting verschillen 2024 ten opzichte van 2023 Rijksbijdragen De Rijksbijdragen zijn € 569. 000 hoger dan in 2023. De belangrijkste verschillen zijn: € Hogere basisbekostiging , inclusief overgangsbekostiging 1. 574. 000 Meer bekostiging onderwijsachterstanden € 103. 000 Geen groeibekostiging € -/- 176. 000 Geen NPO gelden (ontvangsten gestopt per 31/7/23) € -/- 1. 079. 000 Meer subsidie basisvaardigheden € 281. 000 Minder inzet personele subsidie vrijroosteren € -/- 198. 000 Hogere bekostiging professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders € 55. 000 Meer bekostiging nieuwkomers € 52. 000 Overige overheidsbijdragen en subsidies De overige overheidsbijdragen en subsidies zijn € 91. 000 lager dan in 2023. Dit betreft voornamelijk minder subsidie van de gemeente Roosendaal in het kader van nieuwkomers. Overige baten De overige baten zijn € 214. 000 hoger dan in 2023. Dit grootste posten betreffen projectinkomsten van een ander bestuur uit hoofde van penvoerderschap (€ 243. 000) en lagere inkomsten uit detachering (€86. 000). Personeelskosten De personeelslasten zijn € 363. 000 hoger dan in 2023. De lonen en salarissen minus uitkeringen liggen in lijn met 2023.

De afwijking betreft de overige personele lasten. Deze zijn € 396. 000 hoger dan in 2023. Dit betreft meer/duurder inhuur extern personeel (€ 399. 000) , hogere uitgaven voor professionalisering (€ 61. 000) een lagere dotatie aan personele voorzieningen (€ 111. 000). Afschrijvingslasten De afschrijvingslasten zijn € 16. 000 hoger dan in 2023. Dit betreft met meubilair.

name

de afschrijvingslasten

Huisvestingslasten De huisvestingslasten zijn € 262. 000 hoger dan in 2023. De voornaamste afwijkingen betreffen: Hogere dotatie aan de voorziening groot onderhoud € 166. 000 43

Minder kosten (bouwkundig) onderhoud Hogere kosten schoonmaak Hogere kosten energie Minder uitgaven voor tussenschoolse opvang

€ € € €

Overige lasten De overige lasten zijn € 154. 000 hoger dan in 2023. Dit is een optelsom zowel positief als negatief. De grotere posten betreffen: Meer uitgaven deskundigenadvies Meer uitgaven overige activiteiten Meer uitgaven voor leermiddelen Minder uitgaven voor tussenschoolse opvang Minder overige ICT-lasten Geen uitgaven voor de aangescherpte koers Financiële baten en lasten Het saldo van de financiële baten rente uit het Schatkistbankieren.

en lasten is €

van

-/- 181. 000 87. 000 86. 000 -/- 58. 000

vele kleinere afwijkingen , € € € € € €

182. 000 102. 000 48. 000 -/- 58. 000 -/- 85. 000 -/- 99. 000

9. 000 lager door minder de ontvangst

van

minder

Belangrijkste toekomstige ontwikkelingen in de meerjarenbegroting Als onderwijsstichting is ons voornaamste streven om passend onderwijs te bieden aan elk kind. Dit vormt ook de grondslag van deze begroting. Bij besteding van onze gelden houden we voor ogen wat goed is voor het kind. In de gezamenlijke constructieve begrotingsgesprekken is gekeken waar kansen en mogelijkheden liggen , maar ook waar we tegen grenzen aan lopen. Iedereen is co-eigenaar van het begrote resultaat. Door slimme keuzes en prioritering worden de beschikbare financiële middelen ingezet op gebieden die het meeste impact hebben op de kwaliteit van onderwijs en de ontwikkeling van leerlingen. De daling in inkomsten na 2025 is naast dalende leerlingaantallen toe te schrijven aan het wegvallen van tijdelijke subsidies , met name basisvaardigheden. De subsidie basisvaardigheden die in 2027 structureel wordt , is in deze begroting opgenomen. De overige overheidsbijdragen en -subsidies dalen in de meerjarenbegroting ten opzichte begroting 2024. Deze is toe te schrijven aan de inzet van NPO-gelden die hier in opgenomen

van

de

waren.

De overige baten zijn in 2025 incidenteel hoger door externe detachering van een medewerker. De middelen , zowel vanuit OCW als vanuit de gemeente , uit hoofde van bijzondere bekostiging voor opvang vreemdelingen blijven moeilijk in te schatten. Het bedrag per kind is hoog (middelen OCW) en de aantallen fluctueren. Ook is sterk wisselend hoe lang deze kinderen al in Nederland zijn voordat ze op onze scholen komen. 44

Gemeenten vragen in toenemende mate om nadere financiële onderbouwingen toekenningen van middelen nemen af , terwijl de investering alleen maar stijgt.

van

de aanvraag. De

Het verloop van de personele lasten is de resultante van de begrote daling van het aantal fte’s en de salarisstijging als gevolg van tredeverhogingen. De komende jaren dalen de personeelslasten doordat de formatie in lijn gebracht wordt met de dalende inkomsten , mede als gevolg van de daling van het aantal leerlingen. Deze terugloop kunnen we realiseren grotendeels door natuurlijk verloop en beëindiging van tijdelijke contracten. De personeelslasten zullen hoger liggen wanneer er (niet begrote) extra subsidies toegekend worden. De afschrijvingslasten zijn gedaald ten opzichte van de vorige meerjarenbegroting. Dit is voornamelijk toe te schrijven aan het maken van bewuste keuzes om al dan niet te investeren (‘need to have’ of ‘nice to have’) en lagere inkoopprijzen op ICT-middelen door deelname aan de collectieve aanbestedingen van Sivon. De huisvestingslasten zijn in totaal circa 10% hoger dan begoot in 2024. Deze verhoging is voornamelijk te danken aan de recent afgesloten contracten , die nu uitgebreider zijn dan voorheen. Elementen die eerder niet in de contracten waren opgenomen , zijn nu wel meegenomen , wat zorgt voor een completere dekking. Hoewel dit leidt tot hogere kosten , is het een strategische keuze die bijdraagt aan de betrouwbaarheid en duurzaamheid van onze onderhoudsprocessen op lange termijn. Daarnaast stijgen de kosten voor schoonmaakonderhoud.

Niet alleen door aanzienlijke indexeringen , maar ook door de keuze voor een hoger serviceniveau in nieuw afgesloten contracten om de kwaliteit van onze schoonmaakdiensten te verbeteren en te waarborgen voor de toekomst. De kosten voor gas en elektra zijn begroot op het niveau van 2024. Er komt in 2025 een nieuw aanbestedingstraject. De overige lasten fluctueren jaarlijks omdat bepaalde kosten niet ieder jaar aan de orde zijn. Balans in meerjarig perspectief De hier weergegeven meerjarenbalans is doorgerekend op de realisatie van 2024 en sluit daarom niet aan op de goedgekeurde meerjarenbalans die op basis van prognose 2024 is doorgerekend in oktober 2024. Het werkelijk gerealiseerde eigen vermogen bedraagt € 2. 344. 000 tegenover een geprognosticeerd eigen vermogen in de begroting ad € 1. 890. 000

45

Balans Realisatie Realisatie Begroot Begroot Begroot Begroot V aste activa 2023 2024 2024 2025 2026 2027 Materiele vaste activa€ 3. 664. 115€ 3. 633. 946€ 3. 927. 608€ 3. 633. 946€ 3. 825. 157€ 3. 676. 448 Financiele vaste active€ 28. 200€ 27. 750€ 28. 200€ 27. 750€ 27. 750€ 27. 750 Vlottende activa Vorderingen € 1. 351. 283€ 1. 235. 256€ 1. 351. 283€ 1. 235. 256€ 1. 235. 256€ 1. 235. 256 Liquide middelen € 4. 334. 987€ 4. 218. 185€ 2. 586. 920€ 3. 400. 051€ 3. 080. 738€ 3. 806. 255 Totaal activa € 9. 378. 585€ 9. 115. 137€ 7. 894. 011€ 8. 297. 003€ 8. 168. 901€ 8. 745. 709 Eigen vermogen Algemene reserve € Bestemmingsreserve publiek € Bestemmingsreserve privaat € Voorzieningen € Kortlopende schulden€ Totaal passiva €

1. 685. 516€

1. 687. 874€

1. 019. 963€

1. 550. 153€

1. 619. 953€

1. 920. 239

9 78. 513€

580. 337€

838. 591 €

580. 337€

580. 337€

580. 337

50. 784€ 3. 349. 532€ 3. 314. 240€ 9. 378. 585€

76. 322€ 76. 322 € 3. 175. 996€ 2. 644. 895€ 3. 594. 608€ 3. 314. 240€ 9. 115. 137€ 7. 894. 011€

76. 322€ 2. 495. 583€ 3. 594. 608€ 8. 297. 003€

76. 322€ 2. 297. 681€ 3. 594. 608€ 8. 168. 901€

76. 322 2. 574. 203 3. 594. 608 8. 745. 709

Toelichting mutaties 2024 t. o. v. 2023 De waarde van de materiële vaste activa zijn afgenomen , doordat de investering lager zijn dan de afschrijvingen. Dit is het toe te schrijven aan het maken van bewuste keuzes om al dan niet te investeren (‘need to have’ of ‘nice to have’) en lagere inkoopprijzen op ICT-middelen door deelname aan de collectieve aanbestedingen van Sivon. De afname van de financiële vaste activa betreft de afname van waarborgsommen. De afname van de vorderingen komt grotendeels door de afname van het debiteurensaldo en een hogere vordering op OCW. De afname van de liquide middelen is de resultante van de hogere investeringen , de lagere vorderingen en de toename van de kortlopende schulden. De mutatie in het eigen vermogen betreft het negatieve resultaat van 2024. De voorzieningen zijn met € 172. 000 afgenomen. Dit betreft voor € 272. 000 de afname van de voorziening groot onderhoud en een toename van de personele voorzieningen van totaal € 100. 000. De kortlopende schulden zijn per saldo toegenomen. Dit is grotendeels toe te schrijven hoger bedrag vooruit ontvangen subsidies OCW.

46

aan een

Meerjarig perspectief Hierbij is uitgegaan van de gerealiseerde cijfers 2024

en de

begrote cijfers 2025 t/m 2027.

De mutaties in de materiële vaste activa zijn berekend aan de hand van de meerjareninvesteringsplannen van de scholen en het bestuurskantoor. De investeringen dalen de komende jaren. Er worden geen grote investeringen verwacht als gevolg van ingebruikname van nieuwe gebouwen. Daarnaast is het toe te schrijven aan het maken van bewuste keuzes om al dan niet te investeren (‘need to have’ of ‘nice to have’) en lagere inkoopprijzen op ICT-middelen door deelname aan de collectieve aanbestedingen van Sivon. De financiële vaste activa bestaan alleen nog uit waarborgsommen , deze zijn voor de komende jaren gelijk gehouden. Ook de vorderingen worden de komende jaren gelijk gehouden. De liquide middelen muteren door de begrote resultaten en de mutaties in de overige posten op de balans. Het eigen vermogen muteert door de begrote resultaten. De voorziening groot onderhoud wordt berekend op basis van de stand per 31 december 2024 en de begrote dotatie in de meerjarenbegroting. De hoogte van de personele voorzieningen is voor de komende jaren gelijk gehouden , net als de kortlopende schulden.

3. 3 Financiële positie Kengetallen Kengetal

Solvabiliteit 2 (Eigen vermogen + voorzieningen) / Balanstotaal Weerstandsvermogen Eigen vermogen / totale baten

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

06,

06,

06,

06,

06,

010,

009,

008,

009,

010,

Liquiditeit Vlottende activa / Kortlopende schulden

Rentabiliteit Resultaat / totale baten * 100% 47

Signaleringswaarden

Ondergrens: < 03, Ondergrens OBO: < 04, Ondergrens: < 005, Ondergrens OBO: < 010, Ondergrens: 075, (bij totale baten boven

17,

15,

13,

12,

14,

-10%,

-14%,

-05%,

03%,

12%,

€12 mln) Ondergrens OBO: 10, Afhankelijk van de financiële positie

Kengetal Absolute

omvang

liquide

middelen x € 1. 000 Normatief publiek eigen vermogen (absoluut)

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Signalerings-

€ 4. 335

€ 4. 218

€ 3. 400

€ 3. 081

€ 3. 806

€ 100

-/€2. 289. 079

-/€2. 708. 561

-/€3. 028. 302

-/€2. 798. 026

-/€2. 316. 164

n. v. t.

054,

046,

041,

044,

052,

waarden

Werkelijk publiek eigen vermogen

-/- ((05, x aanschafwaarde gebouwen x 127) , + boekwaarde resterende materiële vaste activa +

(omvangrijke rekenfactor x totale baten)) Normatief publiek eigen vermogen (ratio) Werkelijk publiek eigen

vermogen/ ((05, x aanschafwaarde gebouwen x 127) , +

Signaleringswaarde: 1

boekwaarde resterende materiële vaste activa +

(omvangrijke rekenfactor x totale baten))

Toelichting op de financiële positie Ultimo 2024 voldoen de kengetallen solvabiliteit 2 , weerstandsvermogen , liquiditeit en rentabiliteit aan de gestelde normen van de inspectie. Het weerstandsvermogen ligt onder de norm van OBO. Dit komt mede door de stelselwijziging groot onderhoud in 2023. Deze stelselwijziging resulteerde in een eenmalige verlaging van het eigen vermogen ten gunste van een voorziening.

Op basis van de huidige meerjarenbegroting 2025-2029 is de verwachting dat het weerstandsvermogen ook weer aan de OBO-norm gaat voldoen. De afname van het eigen vermogen werkt door in de ratio normatief eigen vermogen. Deze is ultimo 2024 lager dan de signaleringswaarde van 10, . Deze onderschrijding is niet direct een probleem. De voorzieningen bedragen ultimo 2024 € 32, miljoen waarvan er in 2025 circa €1 miljoen besteed wordt. Dit betekent dat er nog circa 22, miljoen gespaarde middelen zijn die niet in 2025 worden uitgegeven. Het streven blijft deze norm te behalen , deze ratio verbetert de komende jaren. Uit bovenstaand overzicht blijkt dat onze ingezette verbeteracties en ombuigingen langzaam vruchten af gaan werpen. 48

4

Verslag 4.|

intern toezicht

Samenstelling

De

Raad

De

leden hebben zitting voor

van

Toezicht is 2020

intern

voor

een

Raad

van

Toezicht is zodanig

Bestuur

en

andere

kunnen

opereren.

mogelijke belanghebbenden Met

betrekking

hiervoor ook

Binnen

een

er

tot

binnen OBO

vier

vastgesteld

dat de leden en

begonnen.

De

Raad bestaat uit

jaar met de mogelijkheid

door de Raad

een

samengesteld

onafhankelijkheid. Zie

de Raad zijn

eerst

termijn van

opnieuw 4 jaar. Zij treden af volgens

De

het

toezicht

ten

van

vijf leden.

herbenoeming voor

rooster.

opzichte

van

elkaar, het College

van

deelbelangen onafhankelijk en constructief kritisch

nevenfuncties

kan

gesteld

worden

dat

er

sprake

is

van

bijlage 2.

tweetal commissies

met

de

volgende commissie-indeling en bezetting:

*__Remuneratiecommissie Auditcommissie: nn: e__

Voorzitter RvT

(geanonimiserd) 49

Voorzitter

Onderwijs- en bestuurskundig

remuneratiecommissie

Onderwijs,

Onderwijs- en bestuurskundig,

Onderwijs,

Lid auditcommissie

Economisch

organisatie.

Voorzitter auditcommissie

huisvesting.

Financieel, management

en

organisatie.

Lid auditcommissie

Lid remuneratiecommissie

Juridisch,

cao,

Wetenschappen

bestuurs-

bestuur

en

Accountancy, financieel management.

Bestuurskundig, HRM, Sociale

en

organisatie

Plaatsverv. voorzitter RvT

en

bestuur

Bestuurlijk, HRM, werkgevers-/ werknemersaangelegenheden. Juridisch,

en

organisatiekundig, governance

Stakeholdermanagement, toezicht.

Vergoeding De leden van de Raad van Toezicht ontvangen voor hun werkzaamheden een billijke vergoeding. De Raad van Toezicht heeft in voorjaar 2023 besloten om de honorering van de raad vast te stellen voor wederom een periode van (ten minste) 3 jaar op een percentage van 5% WNT-maximum voor een lid en 75, % voor de voorzitter. Deze honorering is per 1 mei 2023 in werking getreden en wordt geëvalueerd in 2026-2027. In bijlage 5. 2 is de hoogte van de vergoeding weergegeven. De vergoeding wordt jaarlijks in de jaarrekening opgenomen en verantwoord. Aanwijzing accountant Op advies van de auditcommissie van de Raad van Toezicht wijst de raad jaarlijks de externe accountant aan voor de controle van jaarstukken en van de administratieve organisatie en interne beheersing. In juni 2023 is op verzoek van het CvB ad interim een raadsbesluit genomen om een 3jarig contract aan te gaan met DRV Accountants als onze externe accountant. Dit omdat de markt van accountants aan het versmallen is en tegelijkertijd de samenwerking tussen OBO en DRV Accountants al jaren naar beider tevredenheid verloopt. Jaarlijks voert de auditcommissie van de Raad van Toezicht , onafhankelijk van het College van Bestuur , een gesprek met de accountant , ter verduidelijking van de financiële positie en om een beeld te krijgen van eventuele financiële risico's en verbeterpunten.

4. 2 Hoe het toezicht is vormgegeven Met dit hoofdstuk in het jaarverslag van stichting OBO leggen wij verantwoording af over de wijze waarop wij vanaf 2020 invulling hebben gegeven aan de interne verantwoording en de horizontale dialoog , hoe de functies van het bestuur en het intern toezicht worden uitgeoefend. OBO is een financieel gezonde organisatie en levert een goede kwaliteit van onderwijs afgezet tegen de basisnormen van de onderwijsinspectie. Er is gekozen voor een besturingsfilosofie die als ‘Rijnlands’ gekenmerkt kan worden , waarbij het eigenaarschap van de kwaliteit van onderwijs bij de directeuren is belegd. Bestuurlijk krijgt dit vorm via de uitgangspunten van het Policy Governance © model waar dit jaar tijdens een heidag bijzondere aandacht aan is besteed. Doel toezichthouden De Raad van Toezicht van OBO houdt intern toezicht op het functioneren van het College van Bestuur en is tevens werkgever van het College van Bestuur. Zij zien erop toe dat het gevoerde beleid kan rekenen op draagvlak bij alle betrokkenen en dat het beleid leidt tot goede onderwijsresultaten en een goede strategische positie. Dit geven zij vorm door de gesprekken met het bestuur , tweemaal per jaar met de GMR , via schoolbezoeken en met de antenne voor signalen uit de organisatie en omgeving. Als Raad van Toezicht letten zij erop dat door het bestuurlijk handelen 50

zorgzaamheid , integriteit en rechtmatigheid niet in het gedrang komen. In het algemeen zijn de aandachtspunten van Raad van Toezicht ten minste: • De kwaliteit van het door de organisatie geboden onderwijs; • Rechtmatig en integer bestuur en beheer van de organisatie; • Rechtmatige verwerving en doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van middelen; • Naleving van de Code Goed Bestuur in het Primair Onderwijs. Als Raad van Toezicht geven zij daarnaast bijzondere aandacht aan de onderwijskwaliteit , de organisatieontwikkeling en HR , huisvesting en financiën. Dit doet de Raad door ook op de meeste raadsvergaderingen een spreker rondom een specifiek thema vanuit de organisatie te gast te hebben (bijv. een adviseur , directeur of kwaliteitscoördinator). Zij hebben daarnaast ook aandacht voor de eigen doorontwikkeling van de Raad van Toezicht en het eigen toezichtkader. Belangrijke onderwerpen 2024 De Raad van Toezicht kan bevragen , adviseren , instemmen , goedkeuren of afkeuren. Zij houden ons daarbij aan de 'Code Goed Bestuur PO'. Belangrijke thema’s in 2024 waren: De ontwikkelingen in de kwaliteit van onderwijs en organisatie. Hierbij specifiek de ontwikkelingen ten aanzien van personeel , de arbeidsmarkt en de kwaliteit van het onderwijs.

Het vormgeven van de werkwijze en relatie tussen de Raad van Toezicht en het College van Bestuur door verdieping van de werkwijze binnen Policy Governance®. De versterking van de relatie met de medezeggenschap binnen OBO. De ontwikkelingen van de huisvesting. Voornamelijk de stand van zaken rondom de lopende , grote ver(nieuw)bouwprojecten.

• • • •

Verdere onderwerpen tussen RvT • • • • •

en

CvB

waren

in 2024:

(Proces) totstandkoming nieuw strategisch beleid 2025-2029 Begroting 2025 Schoolbezoeken door RvT leden; Ontwikkeling van de bedrijfsvoering , juridische aangelegenheden , verantwoording en organisatie; (Ver)nieuwbouw en onderhoud van gebouwen.

Klachten en calamiteiten Afspraak is dat het College van Bestuur in voorkomende gevallen die mogelijk tot media-aandacht zouden kunnen leiden , contact opneemt met de voorzitter van de Raad van Toezicht. In 2024 zijn er een aantal situaties geweest waarbij de Raad direct geïnformeerd en betrokken gebleven is bij het verloop. Eigen ontwikkeling De Raad van Toezicht heeft , net als in voorgaande jaren , ook in 2024 de eigen ontwikkeling ter hand genomen en heeft onder begeleiding van een extern deskundige , gewerkt aan de eigen ontwikkeling en het eigen functioneren. 51

Bovendien is er gewerkt aan de doorontwikkeling van het toezichtskader en het benoemen ijkpunten. Hieruit heeft de RvT de volgende ontwikkelpunten geformuleerd: • Inventariseren en borgen van de eigen professionaliteit en lerend vermogen. • Werken aan en het vaststellen van het governance-model. • Het versterken van de governance-driehoek en de communicatie daaromtrent. • Het werken met het vernieuwde toezichtskader.

4. 3 Toelichting

op

gegeven

van

adviezen

De Raad heeft het College van Bestuur in 2024 tijdens de raadsvergaderingen enkele adviezen meegegeven. Zo heeft de Raad adviezen gegeven ten aanzien van de meerjarenbegroting , het jaarverslag en de jaarrekening. Verder is er bij meerdere vergaderingen advies gegeven over de vorm en inhoud van de verantwoordingsrapportages. Hieruit kwam naar voren dat het wenselijk is om , aanvullend op de interpretatie en de bewijslast ook aandacht te hebben voor de kernachtige schrijfwijze , alsook voor het bredere perspectief op het thema en de eventuele gesignaleerde risico’s en mitigatie daarop. Dit ter bevordering van de beeldvorming voor de Raad van Toezicht en de inhoudelijke dialoog hierover tussen raad en college. Het College van Bestuur neemt dit mee voor de vervolgrapportages. Ook is de Raad actief sparringpartner geweest op het vlak van interbestuurlijke samenwerking en daarnaast actief betrokken geweest bij een casus rondom aanhoudende klachten van een ouder met grote impact op één van de scholen.

4. 4 Woord

van

dank

en trots

De Raad hecht er waarde aan om ook in deze verantwoording van haar toezicht haar dank en trots uit te spreken voor de zichtbare en merkbare betrokkenheid , inzet en kwaliteit van de medewerkers binnen OBO. Dit is tijdens de afgelegde schoolbezoeken door de raadsleden nadrukkelijk gezien , gevoeld en benoemd. Ook kwam dit bij de gesprekken , de sfeer en betrokkenheid op elkaar en het onderwijs waarvoor we binnen OBO staan , duidelijk naar voren. De Raad dankt ook de betrokken leden van het directeurenoverleg en de GMR voor de goede gesprekken en toegenomen onderlinge openheid.

52

5 Bijlagen bij bestuursverslag Bijlage 1 - Overzicht scholen Bijlage 2 - Hoofd- en nevenfuncties Bijlage 3 – HR data 2024

en

bezoldigingsafspraken leden bestuur en toezicht

5. 1 Bijlage 1 - Overzicht scholen School

Website

Scholenopdekaart. nl

06CZ De Baayaert Wouw 18DY De Boemerang Zevenbergen 10BV De Gezellehoek Roosendaal 09FX De Klimroos Roosendaal 08DJ De Linde Oud-Gastel 21OV Het Palet Rucphen 07GD De Regenboog Oudenbosch 22KV Kindcentrum BergOp Roosendaal 10TR De Singel Roosendaal 18DT De Springplank Fijnaart 32BV De Wending Roosendaal 04HZ Willem de Zwijger Willemstad 04HC Kindcentrum Jij Terheijden 24NL De Wingerd Roosendaal 22KU ZieZo Roosendaal

https://www. baayaert. nl/

Baayaert

https://www. basisschooldeboemerang. nl/

Boemerang

https://www. gezellehoek. nl/

Gezellehoek

https://www. deklimroos. nl/

Klimroos

https://lindeoudgastel. nl/

Linde

https://www. paletrucphen. nl/

Palet

https://obsderegenboog. nl/

Regenboog

https://www. kindcentrumbergop. nl /

BergOp

https://www. obsdesingel. nl/

Singel

https://obsdespringplank. com/

Springplank

https://www. obsdewending. nl/

Wending

https://www. basisschool-willemdezwijger. nl/

Willem de Zwijger

https://kindcentrumjij. nl/

Jij

https://wingerd. nl

Wingerd

https://www. ombsziezo. nl/

ZieZo

53

5. 2

Bijlage

2

-

hoofd-

en

bezoldigingsafspraken

nevenfuncties bestuurder

en en

toezichthouders

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Voorzitter

College van Bestuur Stichting OBO

Vennoot

Eigenaar HVA ._

bij VOF Broeders

Voorzitter Raad van Commissarissen SWV Passend Onderwijs Helmond-Peelland Voorzitter Ondernemersvereniging

Majoppeveld

(geanonimiseerd) Geen Manager Accounting & Financial (geanonimiseerd) World Netherlands B. V. Logistics

3. Voorzitter Jazz750 Lid Landelijke Klachtencommissie Control

bij DP

(geanonimiseerd)

Manager Collectieve Belangenbehartiging bij CNV

(gean onimisee rd)

Directeur Faculteit Technische Natuurkunde Eindhoven School of Education TU/e

bijzonder onderwijs (GCBO)

algemeen

|Geen |Geen

&

Lid

Raad van Toezicht Stichting Brabants Verenigd Openbaar Onderwijs (BRAVOO) 2. Lid Raad van Advies Jeugdontbijt Breda 3. Bestuurslid Stichting Voormalig Gasthuis Breda tot april 2023

De voorzitter van de Raad € 11. 925 op jaarbasis

oorzitter

College

van

Bestuur

Toezicht

ontvangt een honorering

van

€ 7. 950 op jaarbasis |De voorzitter van het College van Bestuur is ingeschaald , conform de cao Funderend Onderwijs bestuurders PO. Inschaling , vergoedingen etc. worden door de remuneratiecommissie van de Raad van Toezicht toegekend en verantwoord in de jaarrekening. -

54

van

5. 3 Bijlage 3 – HR data 2024 Instroom medewerkers

In deze cijfers zie je dat de instroom de afgelopen jaren gelijk is en dit schooljaar een kleine terugloop heeft. In deze cijfers wordt het lerarentekort en de doorwerking hiervan vanuit de randstad naar onze regio zichtbaar. Dit betekent dat wij op dit moment aandacht moeten hebben voor voldoende instroom. Het is lastiger om bekwaam en vaardig gekwalificeerd persoon te vinden. Dit is iets wat ook in de nieuwe strategische periode zal moeten worden opgepakt middels strategische personeelsplanning. *schooljaar 2024-2025 is nog lopende en daarom zijn de cijfers hierin nog lager. In de laatste maanden van het schooljaar is de verwachting dat de instroom zal afnemen. Vanaf nieuwe schooljaar zal de instroom weer wat toenemen.

Doorstroom medewerkers Op het gebied van doorstroom zijn de cijfers lastig in beeld te brengen. In 2023 is binnen OBO de transitie gemaakt van het woord mobiliteit naar loopbaanontwikkeling. Door deze nieuwe termen te creëren maakt het ook dat er op een andere manier het gesprek hierover wordt aangegaan. De jaarlijkse inventarisatie naar medewerkers die graag door willen stromen binnen de organisatie heeft een flexibele vorm. Dit houdt in dat de gesprekken hierover gedurende het hele jaar plaatsvinden.

55

Uitstroom medewerkers

De uitstroom lijkt op dit moment lager uit te vallen dan voorgaande jaren , echter is de verwachting dat de uitstroom zal stijgen richting einde van het schooljaar. Vanuit het team HR is de wens om ook de exit-gesprekken meer vorm te geven vanuit het bestuurskantoor , middels een offboardingbeleid. Vergrijzing is op dit moment nog niet aan de orde als je kijkt naar uitstroom. Vanaf het jaar 2025 is de verwachting dat dit wel een rol zal gaan spelen. Verzuim medewerkers Stichting OBO West-Brabant Jaaroverzichten 2021 2022 2023 2024 275 368 358 243 Aantal ziekmeldingen: 59%, 71%, 61%, 55%, Verzuimpercentage: 11, 7 091, 114, 085, Verzuimfrequentie: 460%, 404%, 406%, 491%, Nulverzuim € 675. 261 € 1. 199. 080 € 1. 227. 178 € 1. 092. 935 Verzuimkosten school € 60. 651 € 97. 106 € 24. 169 € 38. 400 Verzuimkosten AE80gez € 441. 204 € 386. 718 € 429. 504 Kosten vervanging ziekte Op het gebied van verzuim zien we doorgaande lijn in een positieve kentering van de cijfers t. o. v. 2022. Vanaf 2025 kunnen directeuren in het systeem Paradigma de verzuimcijfers ophalen. De adviseur duurzame inzetbaarheid ondersteunt de directeuren bij het maken van een analyse van hun verzuimcijfers. Door dit op deze manier aan te pakken , kijken de directeuren vanuit een helicopterview naar dit proces en worden zij zich ook bewuster van de consequenties.

Naast de verzuimcijfers is er voor de directeuren ook een providerboog beschikbaar. In deze providerboog zijn er verschillende aanbieders terug te vinden waar zij de medewerker preventief (ter voorkoming van langdurige uitval) naar kunnen verwijzen. Daarnaast is er een intensieve samenwerking met de arbodienst. Door deze aanpak te hanteren , ontstaat er meer grip vanuit het bestuurskantoor op het verzuim , maar vooral ook bij de directies van de scholen.

56

Terugblik teamanalyse 2023 Vanuit de strategische personeelsplanning is er in 2023 voor het eerst gestart met een teamanalyse om te kwalitatieve gegevens op schoolniveau in beeld te brengen. Dit is een tool die is ontwikkeld vanuit het vervangingsfonds , waar OBO gebruik van maakt. De tool is gebaseerd op het huis van werkvermogen en kijkt vanuit deze 4 verdiepingen naar de inzet en kwaliteiten van de medewerker. De tool wordt ingevuld op medewerkersniveau , maar de uitkomsten worden vooral bekeken op teamniveau. Zo komt er een beeld waar het team nu staat en waar de uitdagingen liggen. Zie dit als een 0-meting en een gesprek dat jaarlijks gevoerd kan worden om een goed overall beeld te krijgen van de scholen en waar de personeelsbehoefte ligt in de organisatie. In volgende teamanalyse staat centraal: Wat is er gedaan met de uitkomsten? Hoe staat het team er nu voor? Wat zijn opvallende veranderingen? Wat is er gedaan in combinatie met de kwantitatieve analyse?

57

6 Jaarrekening

58

2024

6. 1 Financiële positie 2024 Ter analyse van de financiële positie dient de volgende opstelling , welke is gebaseerd uit de balansen: Vergelijkend balansoverzicht

x € 1. 000

31-12 2024

%

x € 1. 000

31-12 2023

%

Activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa Vorderingen Liquide middelen

3 . 634 28 1 . 235 4 . 218 9 . 115

399, % 03%, 135, % 463, % 1000, %

3. 664 28 1. 351 4. 335 9. 379

391, % 03%, 144, % 462, % 1000, %

2 . 344 3 . 176 3 . 595 9 . 115

257%, 348, % 394, % 1000, %

2. 715 3. 350 3. 314 9. 379

289%, 357, % 353, % 1000, %

Passiva Eigen vermogen Voorzieningen

Kortlopende schulden

59

op de gegevens

6. 2 Resultaat Het resultaat over 2024 bedraagt € 370. 280 negatief tegenover € 265. 632 negatief over 2023. De resultaten over beide jaren kunnen als volgt worden samengevat: Realisatie 2024 x € 1. 000

Begroting

Realisatie

2024 x € 1. 000

2023

x € 1. 000

Baten (Rijks)bijdragen Overheidsbijdragen / subsidies overige overheden Overige baten Totaal baten

25. 536 547 717 26. 800

24. 417 543 321 25. 280

24. 967 638 503 26. 108

Personele lasten Afschrijvingslasten Huisvestingslasten Overige lasten Totaal lasten

22. 349 613 2. 017 2. 330 27. 308

21. 236 654 1. 925 2. 327 26. 143

21. 986 597 1. 762 2. 176 26. 521

Saldo baten en lasten

-508

-863

-413

Financiële baten en lasten

138

83

147

Resultaat baten en lasten

-370

-780

-266

Lasten

Financiële baten en lasten

60

6. 3 Grondslagen

voor

de jaarrekening

Toelichting op de balans en winst-en-verliesrekening: Algemene toelichting Activiteiten Stichting Openbaar Basisonderwijs West-Brabant (OBO) is het bevoegd gezag en verzorgt primair onderwijs aan 4 tot 12 jarigen in 5 gemeenten in West-Brabant vanuit een openbare grondslag. Continuïteit Het eigen vermogen van Stichting Bestuur Openbaar Basisonderwijs West-Brabant bedraagt december 2024 € 2. 344. 533.

per

31

Stelselwijzigingen Er zijn geen stelselwijzigingen in 2024. Verbonden partijen Als verbonden partij worden alle rechtspersonen aangemerkt waarover overheersende zeggenschap , gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen worden aangemerkt als verbonden partij. Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht. Algemene grondslagen voor verslaggeving Algemeen De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de richtlijnen van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs (Rjo) , de verslaggevingsvoorschriften en bepalingen zoals weergegeven in Boek 2 titel 9 van het Burgerlijk Wetboek en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ) , waaronder Richtlijn 660 Onderwijsinstellingen. De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van kostprijs. Tenzij bij de desbetreffende grondslag voor de specifieke balanspost anders wordt vermeld , worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben.

Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen en mogelijke 61

verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar , worden in acht indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

genomen

Voor zover van toepassing zijn ter vergelijking de realisatiecijfers van het voorgaand jaar , alsmede de (goedgekeurde) begroting van het huidige jaar opgenomen. Het bestuur heeft zich een oordeel gevormd over de zaken die in het jaarverslag worden besproken en heeft voor de bedragen die in de jaarrekening zijn opgenomen schattingen gemaakt. Indien dit voor het geven van het in art. 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is , is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningpost. De in de jaarrekening

opgenomen

bedragen luiden in hele euro's.

De gehanteerde grondslagen van waardering en resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaande jaar , met uitzondering van de toegepaste stelsel- en schattingswijzigingen zoals opgenomen in de desbetreffende paragrafen. Grondslagen balans Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs onder aftrek van eventuele investeringssubsidies , verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs , rekening houdend met een eventuele restwaarde. Er wordt een activeringsgrens gehanteerd van 500 euro. Investeringen onder de activeringsgrens worden rechtstreeks ten laste van het resultaat gebracht. Afschrijvingen vinden plaats volgens de lineaire methode op basis van de geschatte levensduur. Er wordt afgeschreven vanaf de maand na ingebruikneming. Op terreinen wordt niet afgeschreven. Schoolgebouwen waarvan het juridisch eigendom berust bij de stichting en het economisch eigendom bij de gemeente zijn niet in de balans opgenomen. De kosten

onderhoud groter of gelijk aan € 5.000=, worden ten laste gebracht voorziening groot onderhoud. Bedragen < € 5.000=, komen ten laste van de exploitatie.

62

voor groot

van

de

Financiële vaste activa De onder de financiële vaste activa opgenomen obligaties , die eveneens niet behoren tot handelsportefeuille , worden gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs.

een

Vorderingen De vorderingen worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor het risico van oninbaarheid worden in mindering gebracht. Deze voorzieningen voor oninbaarheid worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen. Liquide middelen De liquide middelen staan , voor zover niet anders vermeld in de toelichting op de balans , ter vrije beschikking van het bestuur en worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Liquide middelen die gedurende langer dan twaalf maanden niet ter directe beschikking staan , worden verwerkt onder de financiële vaste activa. Eigen vermogen De algemene reserve betreft een buffer ter waarborging van de continuïteit van de stichting en wordt opgebouwd uit resultaatbestemming van overschotten welke ontstaan uit het verschil tussen de toegerekende baten en werkelijk gemaakte lasten. In geval van een tekort wordt dit resultaat ten laste van de algemene reserve gebracht. Reserves worden geacht uit publieke middelen te zijn opgebouwd tenzij expliciet anders is vermeld in de toelichting op de balans.

Bestemmingsfondsen Een bestemmingsfonds is gevormd voor de nog niet bestede middelen waaraan een beperkte bestedingsmogelijkheid is toegekend en waarbij die beperking is opgelegd door derden. Voor Stichting Openbaar Basisonderwijs West-Brabant betreft het een fonds ouderbijdragen. Deze wordt gevormd via resultaatbestemming waarbij overschotten worden toegevoegd en tekorten worden onttrokken. Bestemmingsreserve Een bestemmingsreserve is gevormd voor de nog niet bestede middelen waaraan het bestuur van Stichting Openbaar Basisonderwijs West-Brabant een bestedingsmogelijkheid toekent. Deze reserve wordt gevormd via resultaatbestemming waarbij overschotten worden toegevoegd en tekorten worden onttrokken. De gevormde bestemmingsreserves publiek zijn bestemd voor Passend Onderwijs en NPO-gelden. 63

Het doel van de bestemmingsreserve Passend Onderwijs is om dit bedrag in te kunnen zetten ter versterking van de ondersteuningsstructuur op de verschillende scholen. De bestemmingsreserve NPO-gelden is bedoeld om in te zetten voor de ontstane onderwijsachterstanden door de schoolsluitingen tijdens de coronapandemie. Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan , waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen , tenzij anders vermeld. Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt , en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting , dan wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen. Voorzieningen worden onderscheiden naar aard en doel. Toevoegingen aan de voorzieningen vinden plaats door dotaties ten laste van de staat van baten en lasten.

Onttrekkingen vinden rechtstreeks plaats ten laste van de betreffende voorziening. Voorziening groot onderhoud Stichting OBO is per 1 januari 2023 overgegaan naar de voorziening voor groot onderhoud welke wordt bepaald op basis van de componentenmethode (RJ 212 MVA). De kosten van groot onderhoud betreffen de kosten voortvloeiend uit periodieke werkzaamheden na een langere gebruiksperiode om de huidige staat van een actief in stand te houden en die niet kwalificeren als frequent voorkomende onderhoudskosten. De componentenmethode houdt in dat van de diverse onderdelen van het gebouw (de zogenaamde componenten) zoals vermeld in het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) het bedrag dat voor groot onderhoud nodig is wordt bepaald op basis van de verwachte levensduur van de desbetreffende component. De voorziening betreft per component het bedrag dat naar rato van de onderhoudscyclus per jaareinde opgenomen dient te worden , gebaseerd op een door een deskundige derde ingeschat benodigd bedrag per component zoals opgenomen in het MJOP Personeelsvoorzieningen Voorziening jubilea Op basis van richtlijn 271 van de RJ is een voorziening opgenomen voor verplichtingen uit hoofde van toekomstige uitkeringen bij ambtsjubilea van personeelsleden. De voorziening jubilea wordt opgenomen tegen de contante waarde van de verwachte uitkeringen gedurende het dienstverband.

Bij de berekening van de voorziening wordt onder meer rekening gehouden met verwachte salarisstijgingen en ingeschatte blijfkans. Bij het contant maken is de marktrente van hoogwaardige ondernemingsobligaties ad 27, % (2023: 25, %) als disconteringsvoet gehanteerd. 64

Voorziening duurzame inzetbaarheid Op basis van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving Onderwijs moet voor de gespaarde uren op basis van het ouderenverlof (werknemers van 57 jaar en ouder) een voorziening worden aangelegd. Deze voorziening is gebaseerd op een vooraf ingediend plan hoe deze uren de komende vijf jaren worden ingezet. De basis voor het vaststellen van de hoogte van de voorziening duurzame inzetbaarheid is het aantal uur dat een medewerker op basis van deze plannen heeft gespaard (en niet heeft opgenomen) , vermenigvuldigd met de loonkosten per uur. Alleen de bijdrage van de werkgever is in de voorziening berekend. Er is gerekend met een opnamekans van 80% en een rekenrente van 0% (gebaseerd op het model zoals beschikbaar is gesteld door de PO Raad).

Kortlopende schulden Dit betreffen schulden met een op de balansdatum resterende looptijd van ten hoogste één jaar. Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. De reële waarde

en geamortiseerde

kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde

van

de schuld.

Overlopende passiva betreffen vooruit ontvangen bedragen die aan opvolgende perioden worden toegerekend en nog te betalen bedragen , voor zover ze niet onder de kortlopende schulden zijn te plaatsen. Grondslagen voor bepaling van het resultaat Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar , worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Rijksbijdragen Onder de Rijksbijdragen OCW/EZ worden de vergoedingen voor de exploitatie opgenomen verstrekt door het Ministerie OCW/EZ. Tevens worden hier de door het samenwerkingsverband ontvangen doorbetalingen van de Rijksbijdrage verantwoord. De ontvangen (normatieve) rijksbijdrage en de niet geoormerkte OCW-subsidies (vrij besteedbare doelsubsidies zonder verrekeningsclausule) worden in het jaar waarop de toekenningen betrekking hebben volledig verwerkt als bate in de staat van baten en lasten.

65

Geoormerkte OCW-subsidies met een vrij besteedbaar overschot (doelsubsidies waarbij het overschot geen verrekeningsclausule heeft) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord naar rato van de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten. Het deel van de subsidies waar nog geen activiteiten voor zijn verricht per balansdatum worden verantwoord onder de overlopende passiva. Geoormerkte OCW-subsidies (doelsubsidies met verrekeningsclausule) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord in het jaar waarin de gesubsidieerde lasten verantwoord worden. Niet bestede middelen worden verantwoord onder de overlopende passiva zolang de bestedingstermijn nog niet is verlopen. Niet bestede middelen worden verantwoord onder de kortlopende schulden zodra de bestedingstermijn is verlopen op balansdatum.

Overige overheidsbijdragen Onder de overige overheidsbijdragen worden de vergoedingen opgenomen verstrekt door gemeenten , provincie of andere overheidsinstellingen. De overige overheidsbijdragen worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben. Exploitatiesubsidies worden als bate verantwoord in de staat van baten en lasten in het jaar waarin de gesubsidieerde kosten zijn gemaakt of opbrengsten zijn gederfd , of wanneer een gesubsidieerd exploitatietekort zich heeft voorgedaan. De baten worden verantwoord als het waarschijnlijk is dat deze worden ontvangen en de instelling de condities voor ontvangst kan aantonen. Overige baten Onder de overige baten worden de vergoedingen opgenomen die niet verstrekt zijn door het Ministerie van OCW , gemeenten , provincies of andere overheidsinstellingen. De overige baten worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben. Personeelslasten Lonen , salarissen en sociale lasten worden op grond van de cao uitbetaald. De beloningen van het personeel worden als last in de staat van baten en lasten verantwoord in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en , voor zover nog niet uitbetaald , als verplichting op de balans opgenomen.

Als de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen , wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door het bevoegd gezag. Pensioenlasten Stichting Openbaar Basisonderwijs West-Brabant heeft alle pensioenregelingen verwerkt volgens de verplichtingenbenadering. De over het verslagjaar verschuldigde premie wordt als last verantwoord. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde 66

premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de

balans opgenomen. Stichting Openbaar Basisonderwijs West-Brabant heeft voor haar werknemers een toegezegde pensioenregeling. Hiervoor in aanmerking komen de werknemers die op de pensioengerechtigde leeftijd recht hebben op een pensioen dat is gebaseerd op het gemiddeld verdiende loon berekend over de jaren dat de werknemer pensioen heeft opgebouwd. Verplichtingen , welke voortvloeien uit deze rechten van haar personeel , zijn ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds ABP. Aan het ABP worden premies betaald waarvan een deel door de werkgever en een deel door de werknemer wordt betaald. De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd , indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door haar financiële verplichtingen) dit toelaat. Per december 2024 heeft dit pensioenfonds een dekkingsgraad van 1117, % (2023: 1105 , %). De pensioenverplichting wordt gewaardeerd volgens de 'verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering'. In deze benadering wordt de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last in de staat van baten en lasten verantwoord. Er bestaat geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bedragen in het geval van een tekort bij het ABP , anders dan het effect van hogere premies. Daarom zijn alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar verantwoord in de jaarrekening.

Afschrijvingen op materiële vaste activa De volgende afschrijvingstermijnen worden gehanteerd: Onder gebouwen en terreinen vallen: • Gebouwen: afschrijvingstermijn 40 jaar • Verbouwingen: afschrijvingstermijn 20 jaar • Meubilair speelzaal: afschrijvingstermijn 25 jaar • Zonnepanelen: afschrijvingstermijn 10 jaar • Inrichting speelterrein: afschrijvingstermijn 15 jaar Onder inventaris en apparatuur vallen: • Meubilair: afschrijvingstermijn 15 jaar • Duurzame apparatuur: afschrijvingstermijn 5 jaar • ICT tablets: afschrijvingstermijn 3 jaar • ICT overig: afschrijvingstermijn 5 jaar Onder andere vaste bedrijfsmiddelen vallen: • Leermiddelen: afschrijvingstermijn 8 jaar • Overig: afschrijvingstermijn 8 jaar 67

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1779/documents/50918