1706123-E-VEILIGHEIDSREGIO MWB-Burap 2026 en Begrotingswijziging 2026-3 (Geanonimiseerd)
Tekst van het document
Wat zijn de kosten Weergave van de kosten voor het leveren van een hulpvaardige en slagvaardige inzet: Hulpvaardige en slagvaardige inzet (bedragen x € 1.000) Advies en uitbesteding € 2.103 € - € 2.244 € - € 2.349 € - € -105 € - € -105 Facilitaire kosten € 4.576 € - € 4.765 € - € 4.948 € - € -182 € - € -182 Gemeentelijke- en Rijksbijdragen € 2.721 € -2.827 € 2.753 € -2.859 € 2.838 € -2.944 € -84 € 84 € -0 Investeringen en kapitaallasten € 8.137 € -120 € 7.556 € -500 € 7.579 € -500 € -23 € - € -23 Lonen en salarissen € 41.441 € -43 € 41.884 € -316 € 41.897 € -328 € -13 € 12 € -2 Mutaties reserves en voorzieningen € 1.192 € - € 1.192 € - € 1.367 € -14 € -175 € 14 € -161 Opleiden en oefenen € 3.498 € - € 3.538 € - € 3.248 € - € 290 € - € 290 Overig € 1.915 € -3.136 € 4.581 € -3.294 € 3.983 € -3.277 € 598 € -17 € 581 Voertuigkosten € 2.478 € - € 2.153 € - € 2.377 € - € -224 € - € -224 Vrijwilligers € 7.627 € - € 8.110 € - € 8.110 € - € - € - € - Gerealiseerde Resultaat € 75.688 € -6.126 € 78.776 € -6.969 € 78.695 € -7.062 € 81 € 93 € 174 Begroting Primair Begroting na wijziging BURAP prognose Verschil (begroting -/- prognose) Totaal Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Burap 2026 23 2.5 Wendbare en duurzame organisatie We zien ‘wendbare en duurzame organisatie’ als het fundament onder onze drie beleidspijlers.
Onder een ‘duurzame organisatie’ valt zowel de inzetbaarheid van onze mensen als het bijdragen aan een betere regio door ons handelen en onze inkopen. ‘Wendbaarheid’ vraagt om nieuwe manieren van werken, een informatievoorziening die betrouwbaar is en bijdraagt aan besluitvorming op alle niveaus en medewerkers die in een snel veranderende wereld in staat zijn met autoriteit en passie te participeren. Zo spelen we snel in op nieuwe situaties en veranderende risico’s. Wat willen we bereiken Doorontwikkelen van onze organisatie en goed werkgeverschap Wat is het plan? • In 2025 formuleren we kernwaarden voor onze organisatie. Die vertalen we naar onze dienstverlening en komen tot uiting in het dagelijks handelen van onze medewerkers. • We versterken inclusief leiderschap, waarbij verschillende achtergronden, perspectieven en ideeën van onze medewerkers gewaardeerd en benut worden om onze ambities waar te maken. • We implementeren een plan van aanpak voor het voorkomen en beperken van mentale en fysieke gezondheidsrisico’s (waaronder PTSS) en het bieden van handelingsperspectieven. • De verdere doorontwikkeling van het tweede loopbaanbeleid is in afwachting van de uitkomsten van het landelijke Semfire Onderzoek1 door de Universiteit Maastricht.
Waar staan we nu? • Kernwaarden zijn geformuleerd en worden onder andere door middel van workshops in de afdelingen/teams gedefinieerd en vertaald naar ons dagelijks handelen: onze gedragscode (moresverhaal) en de daarbij behorende beleidsinstrumenten. • Leidinggevenden volgen leiderschaps-/ontwikkeltrajecten waarin de thema's Integriteit, diversiteit, inclusie, sociale- en psychologische veiligheid centraal staan en de vertaling maken naar zichzelf en hun medewerkers. • Twee medewerkers zijn voor een deel van hun functie beschikbaar voor psychosociale ondersteuning bij mentale disbalans/last. Er is een PTSS-proces beschreven dat medewerkers die gebruik willen maken van de landelijke erkenningsregeling PTSS helpt om zich te kunnen melden. Verder organiseren we interne trainingen ter bevordering van sociale steun en het vergroten van psychologische veiligheid. Tot slot is er een eerste aanzet gemaakt van de procesbeschrijving en bijbehorende standaard documenten waarmee we invulling geven aan een meer integrale en uniforme aanpak voor mentale ondersteuning en herstel na belastende gebeurtenissen. • Landelijk zijn verschillende oplossingsrichtingen voor het tweede loopbaanbeleid verkend en de eindresultaten van het SEmFire-onderzoek dat in mei opgeleverd is, zijn hierbij betrokken.
Deze vormen de basis voor het overleg met de vakcentrales over de herziening van hoofdstuk 9a CAR(-UWO). De overlegpartners streven in 2027 naar definitieve afspraken over eventuele herziening. Dit jaar bereiken de eerste medewerkers die onder het 2e loopbaanbeleid vallen, de termijn van 20 jaar. Voor deze medewerkers zijn in 2022 aanvullende afspraken gemaakt om onder voorwaarden langer dan 20 jaar in een bezwarende functie door te werken (verzoek tot uitstel) totdat er definitieve afspraken zijn gemaakt. Alle medewerkers waarvan de einddatum 20 jaar in het jaar 2026 of 2027 ligt, hebben een vastgesteld loopbaanplan en uitstel. We anticiperen nu op de groep medewerkers met einddatum in 2028. 1 Grootschalig onderzoek naar duurzame inzetbaarheid van brandweermedewerkers - Nieuws - Maastricht University
Burap 2026 24 Bedrijfscontinuïteit is geborgd in de organisatie Wat is het plan? • We versterken onze weerbaarheid als organisatie en bereiden ons voor op (langdurige) verstoringen, waardoor we na een omvangrijke storing of calamiteit snel herstellen en onze dienstverlening kunnen voorzetten. In 2025 richten we bedrijfscontinuïteitsmanagement (BCM) in. Een onderdeel hiervan is de ontwikkeling van een bedrijfscontinuïteitsplan (BCP), waarin is beschreven hoe we omgaan bij een calamiteit. In 2026 zijn verschillende functies, rollen, verantwoordelijkheden en bevoegdheden op het gebied van bedrijfscontinuïteit- management ingericht en geborgd in de organisatie. Waar staan we nu? • We hebben een bedrijfscontinuïteitsplan (BCP) opgesteld. Op basis daarvan werken we vervolgplannen uit voor de continuïteit van de crisisorganisatie en deelplannen met partners. We stemmen af met ketenpartners en de Veiligheidsdirectie via bezoeken, samenwerkingen en presentaties. De uitvoering van maatregelen uit het BCP loopt volop. Op alle kazernes zijn noodstroomaggregaten en noodverlichting geplaatst. We maken operationele informatie offline beschikbaar, plaatsen antennes voor noodcommunicatie, ontwikkelen formulieren voor noodmeldingen, testen noodstroomvoorzieningen in gebouwen en hebben een impactanalyse uitgevoerd.
• We werken specifiek aan maatregelen voor de bereikbaarheid en alarmering van de crisisorganisatie bij langdurige verstoring van reguliere communicatievoorzieningen. Zo hebben we gewerkt aan een alarmering voor een black-outscenario, zodat de koude en warme organisatie in de beginfase kunnen opkomen naar afgesproken locaties. • Onze medewerkers ontvangen, net als alle Nederlanders, informatie via de nationale Denk Vooruit-campagne. Van hen verwachten we extra inzet bij maatschappelijke hulp tijdens een crisis. Daarom besteden we aandacht aan persoonlijke weerbaarheid via intranet, narrowcasting2, posters en checklists. Extra aandacht blijft nodig. Eind zomer 2026 start een campagne die medewerkers stimuleert om tijdens een crisis naar brandweerkazernes en coördinatiepunten te komen om te helpen. Ook bereiden we medewerkers inhoudelijk voor. Draaiboeken, instructies en taakkaarten komen deze zomer beschikbaar. Brandweerposten oefenen met langdurige stroomuitval, medewerkers krijgen handvatten en teams spreken werkwijzen af. • Bedrijfscontinuïteit vraagt ook afstemming binnen de organisatie. We hebben afspraken gemaakt over rollen binnen het interne Crisis Management Team (CMT) en verantwoordelijkheden bij GRIP-situaties. Afdelingen en teams leggen aanvullende afspraken vast voor situaties waarin zij elkaar niet kunnen bereiken.
Ook hebben we afspraken gemaakt met Omroep Brabant als rampenzender en Dutch Amateur Radio Emergency Service (DARES) voor verbinding tussen coördinatiepunten. • Tijdens de BCM-netwerkdag in mei 2026 brachten we 68 organisaties samen. Met een deel van hen werken we al samen of wisselen we kennis uit, waaronder gemeenten, waterschap Brabantse Delta, het NIPV, de Zuid6-veiligheidsregio’s en de projecten Veerkracht en weerbaarheid samenleving en Transformatie brandweerzorg. 2 Narrowcasting: communicatievorm waarbij een doelgroep een bepaalde boodschap ontvangt op het juiste moment.
Burap 2026 25 Financiële uitdagingen Wat is het plan? • Het Algemeen Bestuur heeft de bestuurlijke commissie, die ook de eerdere takendiscussie heeft geleid, de opdracht gegeven om samen met de directie in 2025 de gevolgen van de financiële ontwikkelingen vanaf 2026 te onderzoeken. Hiervoor worden twee onderzoeken uitgevoerd, namelijk het ontwikkelen van een masterplan brandweer en de risicobeheersingstaken. In 2026 werken we het besluit uit dat het Algemeen Bestuur in 2025 hierover neemt en we starten met de uitvoering die naar verwachting over meerdere jaren reikt. Waar staan we nu? • Naar aanleiding van de bestuurlijke opdracht ‘financiële uitdagingen’ heeft het bestuur in 2025 besloten geen harde bezuinigingen door te voeren. Wel zijn twee principes vastgesteld om financieel betaalbaar te blijven: ‘nieuwe taken, nieuwe knaken’ en ‘nieuw voor oud’. Daarmee worden nieuwe taken alleen opgepakt als daar middelen tegenover staan en wordt financiële ruimte gecreëerd door slimmer te investeren, capaciteit efficiënter in te zetten en middelen of taken anders te organiseren. Onze financiële positie staat onder druk door externe ontwikkelingen, waaronder aanhoudende loon- en prijsstijgingen, geopolitieke onzekerheden en de nog niet volledig uitgewerkte gevolgen van de landelijke weerbaarheidsopgave.
Deze factoren kunnen leiden tot afwijkingen ten opzichte van de huidige ramingen en brengen financiële risico’s met zich mee. We monitoren deze ontwikkelingen nauwgezet. Zo is een impactanalyse uitgevoerd naar stijgende brandstofkosten als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten en onderzoeken we de financiële effecten van de regeling spaarverlof. Duurzaam incl. duurzame inzetbaarheid Wat is het plan? • We voeren de jaarschijf 2026 van het CO2-Prestatieladder Managementplan uit: CO2-reductie < 55% in 2026 t.o.v. 2022. • We verwerken onze bevindingen uit een Grondstoffenanalyse (2025) in (inkoop)projecten en facilitaire processen. Waar staan we nu? • In maart was de tweede periodieke audit, over het jaar 2024, op onze certificering voor de CO2-Prestatieladder. Ons certificaat op Niveau 3 is weer verlengd. We hebben over 2024 in totaal 2.076 ton CO2 uitgestoten. Dit is een daling van maar liefst 14% ten opzichte van 2023. Onder andere ons gasverbruik wordt steeds lager doordat steeds meer gemeenten hun kazernes verduurzamen en de gasaansluiting verwijderen. Qua doelstellingen liggen we ruim voor op de planning. Ten opzichte van referentiejaar 2022 hebben we over 2024 namelijk al 54% CO2 gereduceerd.
Omdat we in 2025 een groot aantal dienstauto’s vervangen hebben door een elektrische variant, verwachten we in de rapportage over 2025 (cijfers nog niet beschikbaar) een verdere reductie. • De implementatie van de grondstoffenanalyse in het inkoopproces is nog niet gestart. Een eerste analyse is in februari opgeleverd door een student van AVANS Hogeschool. Deze scriptie vormt input voor een adviesbureau om ons te helpen verbeteringen in ons grondstoffenverbruik door te voeren. De eerste bevindingen hebben ons inzichten gegeven op het grondstoffenverbruik in onze ICT hardware, ons operationele uniform, onze kleine dienstauto’s en het inzamelen en scheiden van afval.
Uitvoering Strategische Agenda Informatievoorziening Wat is het plan? • | De eerste fase van de landelijke Strategische Agenda Informatievoorziening (2025-2030) is uitgevoerd en naar onze eigen organisatie vertaald. We hebben de eerste stappen gezet op enkele van de vijf landelijke thema’s: Informatiegestuurde Veiligheid, Informatiegestuurde (missie kritische) communicatie, Data en infrastructuur (technologie), Informatieveiligheid en Digitale fitheid. De samenwerking met onze partners maken we ‘slimmer’ door zowel lokaal, regionaal als landelijk vanuit eenzelfde bron (‘één waarheid’) te handelen. Waar staan we nu? • | De vertaling van de landelijke Strategische Agenda Informatievoorziening (2025-2030) naar onze organisatie heeft meer afstemming gevraagd om tot één integraal meerjarenplan voor VRMWB te komen. Inmiddels is het concept gereed en wordt na de zomer aan de directie ter vaststelling aangeboden. We hebben twee thema’s (AI en Informatiehuishouding) toegevoegd aan de vijf landelijke thema’s. • | We zijn gestart met de voorbereiding op de implementatie van de Europese AI-verordening (‘AI Act’). Het project “AI: Ready for Take-off” (naar voorbeeld van de AI-aanpak binnen gemeente Breda) heeft diverse potentiële AI-proeftuinen in kaart gebracht die na de zomer actief worden.
Een organisatie brede werkgroep ontwikkelt kaders voor een veilige, verantwoorde en doelmatige toepassing van artificiële intelligentie binnen de | organisatie. In 2026 zijn we ook gestart met het vergroten van onze ‘AI | -geletterdheid’, in het kader van een ‘digitaal fitte organisatie’. • | Het project “GEO Stip op de Horizon” heeft het Kaart Informatie Centrum | (KIC) opgeleverd: hiermee kunnen alle collega’s in hun processen gebruik maken van openbare én besloten kaartinformatie. Een plaatje zegt meer dan 1.000 woorden, vanaf planvorming en scenario denken tot en met evaluaties en communicatie uitingen. • | Het werken vanuit eenzelfde bron vraagt om optimale interne en externe samenwerking, vandaar dat de governance van de Strategische Agenda Informatievoorziening momenteel wordt geëvalueerd en herzien. Overige resultaten Deze resultaten vormden geen onderdeel van de vastgestelde begroting 2026: • | Zaterdag 9 mei ontvingen we raadsleden uit de regio Hart van Brabant tijdens de regiomarkt. In en rondom onze kazerne in Tilburg kregen zij een inkijkje in wie we zijn, wat we doen en hoe we samenwerken aan veiligheid in de regio. Op 27 mei vond een soortgelijke bijeenkomst plaats voor de raadsleden van de westelijke gemeenten.
• | Via waarderend onderzoek is met bestuurders, gemeentelijke ambtenaren, griffiers, raadsleden, directie, management en interne collega’s gekeken naar de manier waarop wij samen besturen. De opbrengst bevestigt dat de huidige bestuurspraktijk naar tevredenheid functioneert en tegelijkertijd kansen biedt voor verdere ontwikkeling. De verbeterideeën richten zich niet alleen op automatisering, maar breder op de mensen, middelen en processen die nodig zijn voor een sterke bestuurscyclus, strategische koers, heldere keuzes bij schaarste en toegankelijke besluitvorming. Prestaties In de onderstaande tabel tonen we prestatie | -indicatoren en kengetallen.
Burap 2026 | 26 Verwachting/ | Realisatie | Prognose streefwaarde | tot 1 juli 2026 | 2026 Personeel en | Ziekteverzuim (organisatie) | 4,5% | 4,7% | 4,5% organisatie % Realisatie van het | 95% | 70% | 95 % opleidingsbudget % van de beroeps brandweermense | n | 100% | 100% | 100% die in 2026 uitstromen is gestart met tweede loopbaanbeleid Communicatie | Bereik VRMWB Facebook | 17.515 | 17.515 Bereik VRMWB LinkedIn | 87.015 | 87.015 Impressies VRMWB X | 126.643 | 126.643 Bereik Brandweer MWB Facebook | 148.107 | 148.107 Bereik Brandweer MWB LinkedIn | 27.890 | 27.890 Bereik Brandweer MWB Instagram | 347.183 | 347.183 Bereik Brandweer MWB Youtube | 76.000 | 76.000 Strategie en | Aantal Woo-, informatie- en | * | 47 | 80 ontwikkeling | zienswijzeverzoeken Woo-verzoeken afgedaan binnen | 100% | 100% | 100% wettelijke termijn Afgedaan binnen primair | 1 | 4 beslistermijn Afgedaan binnen primair | 0 | 0 beslistermijn + wettelijke verdaging Aantal raadsvragen | 3 | 6 % raadsvragen binnen week | 100% | 100% | 100% beantwoord Aantal klachten | 0 | 1 | 2 Inkoop | Realiseren inkoop investeringen | 80% | 50% | 80% Informatisering | Aantal hacks (major storing) | 0 | 0 | 0 Duurzaamheid | CO2-reductie ten opzichte van | 55% | 54%* | 56% referentiejaar 2022 * 54% Is de waarde over het jaar 2024, de waarde over 2025 zijn nog niet beschikbaar.
Burap 2026 | 27 Burap 2026 28 Wat zijn de kosten Onderstaand een weergave van de kosten voor het leveren van een wendbare en duurzame organisatie (Overhead, Algemene Dekkingsmiddelen en mutatie Reserves). Overhead Algemene dekkingsmiddelen Mutatie reserves Overhead: Wendbare en duurzame organisatie (bedragen x € 1.000) Advies en uitbesteding € 2.224 € - € 2.870 € - € 3.109 € - € -239 € - € -239 Facilitaire kosten € 1.967 € - € 2.055 € - € 2.118 € - € -63 € - € -63 Gemeentelijke- en Rijksbijdragen € - € - € - € -48 € - € -48 € - € - € - Investeringen en kapitaallasten € 360 € - € 372 € - € 372 € - € - € - € - Lonen en salarissen € 9.377 € - € 9.383 € - € 9.001 € - € 382 € - € 382 Mutaties reserves en voorzieningen € - € - € - € - € 115 € - € -115 € - € -115 Opleiden en oefenen € 196 € - € 194 € - € 201 € - € -6 € - € -6 Overig € 797 € -60 € 1.225 € -60 € 1.063 € -178 € 162 € 118 € 280 Gerealiseerde Resultaat € 14.922 € -60 € 16.099 € -108 € 15.978 € -226 € 121 € 118 € 239 Begroting Primair Begroting na wijziging BURAP prognose Verschil (begroting -/- prognose) Totaal Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Algemene dekkingsmiddelen (bedragen x € 1.000) Gemeentelijke- en Rijksbijdragen € - € -95.117 € - € -96.923 € - € -96.901 € - € -21 € -21 Overig € 914 € -914 € 905 € -905 € 905 € -905 € - € - € - Gerealiseerde Resultaat € 914 € -96.031 € 905 € -97.828 € 905 €
-97.806 € - € -21 € -21 Begroting Primair Begroting na wijziging BURAP prognose Verschil (begroting -/- prognose) Totaal Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Toevoeging en Onttrekking Reserves (bedragen x € 1.000) Mutaties reserves en voorzieningen € 935 € -964 € 935 € -2.806 € 1.216 € -2.744 € -282 € -62 € -344 Gerealiseerde Resultaat € 935 € -964 € 935 € -2.806 € 1.216 € -2.744 € -282 € -62 € -344 Begroting Primair Begroting na wijziging BURAP prognose Verschil (begroting -/- prognose) Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Totaal Hoofdstuk 3: Paragrafen In dit hoofdstuk geven we een tussentijdse stand van zaken op de onderwerpen bedrijfsvoering, weerstandsvermogen en risicobeheersing. 3.1 Bedrijfsvoering Formatie en bezetting Onderstaand overzicht geeft inzicht in de personele formatie en bezetting, uitgedrukt in fte. De formatie- en bezettingscijfers hebben betrekking op medewerkers met een ambtelijke aanstelling en zijn uitgesplitst naar organisatieonderdeel. Medewerkers binnen deze organisatieonderdelen leveren een bijdrage aan verschillende pijlers. Medewerkers van de GHOR, die in dienst zijn van de GGD en werkzaamheden verrichten voor onze organisatie, zijn niet meegenomen in deze cijfers.
180 | 158,65 158,98 160 140 | 135,03137,87 120 | 115,23116,03 | 116,66114,79 100 | 82,24 81,12 | Formatie 80 60 | Bezetting 40 20 | 10,83 9,83 0 Directie | Strategie & | RB / CB | District - Hart | District - | District - Bedrijfsvoering | van Brabant | Baronie | Markiezaten De formatie voor 2026 is vastgesteld op 618,65 fte. Per peildatum 1 juli 2026 bedraagt de bezetting 618,62 fte, waarmee de personele bezetting op organisatieniveau nagenoeg volledig aansluit bij de vastgestelde formatie. Deze cijfers betreffen een momentopname en geven een totaalbeeld voor de organisatie weer. Binnen afzonderlijke organisatieonderdelen bestaan verschillen tussen formatie en bezetting als gevolg van onder meer openstaande vacatures en het anticiperen op toekomstige uitstroom. Tijdelijke overbezetting wordt in sommige gevallen bewust geaccepteerd om de continuïteit te waarborgen en nieuwe medewerkers in te werken en op te leiden. Onderbezetting ontstaat door vacatures die tijdelijk niet worden ingevuld of langer openstaan als gevolg van arbeidsmarktkrapte. Vrijwilligers Op de peildatum van 1 juli 2026 zijn 1.380 vrijwilligers actief binnen de organisatie. Daarmee ligt de bezetting boven de formatie van 1.334 vrijwilligers zoals opgenomen in het dekkings- en spreidingsplan. Deze formatie betreft de normatieve behoefte voor het realiseren van de vereiste brandweerzorg.
We zien dat de afgelopen jaren op veel plekken het nodige is veranderd ten aanzien van vrijwilligers. Mensen veranderen sneller van baan, werkgelegenheid nabij brandweerposten wordt eerder minder dan meer, vrijwilligers blijven gemiddeld minder lang verbonden aan de brandweer dan voorheen, en een aanzienlijk deel van het bestand is 53 jaar of ouder. In de praktijk is Burap 2026 | 29 er dan ook bij veel posten een hogere bezetting nodig ten opzichte van de formatie (300%) om de paraatheid te waarborgen. Van de 1.380 vrijwilligers zijn 24 vrijwilligers beperkt repressief inzetbaar en 24 vrijwilligers werkzaam als stagiair en daarmee nog niet repressief inzetbaar. Daarnaast wordt voor een deel van de vrijwilligers vooruitgelopen op verwachte uitstroom. Elk jaar worden met de postcommandanten gesprekken gehouden om hiervan een zo duidelijk mogelijk beeld te krijgen en te kunnen anticiperen. Omdat de opleiding tot manschap ongeveer twee jaar duurt en de uitstroom vanaf 55-jarige leeftijd aantoonbaar toeneemt, worden tijdig nieuwe vrijwilligers geworven en opgeleid om toekomstige vacatures op te vangen. Cruciaal daarbij is dan natuurlijk wel, dat er voldoende vrijwilligers in de directe omgeving van de post beschikbaar zijn. De leeftijdsopbouw is weergegeven in onderstaande tabel.
De huidige bezetting boven formatie vormt daarmee geen structurele overcapaciteit, maar biedt ruimte om de verwachte uitstroom en vervangingsopgave op te vangen en de operationele beschikbaarheid van posten te borgen. Daarbij bestaan tussen posten duidelijke verschillen; waar sommige posten boven de norm bezet zijn, staat de beschikbaarheid op andere posten juist onder druk. De bezetting boven formatie leidt slechts beperkt tot extra lasten, omdat een deel van deze vrijwilligers nog in opleiding is, beperkt inzetbaar is of wordt ingezet om voorziene uitstroom op te vangen. De kosten van vrijwilligers zijn bovendien grotendeels afhankelijk van daadwerkelijke inzetten, oefeningen en beschikbaarheid en nemen daardoor niet één-op-één toe met het aantal vrijwilligers. Gelet op deze ontwikkelingen blijven de werving en het behoud van vrijwilligers belangrijke aandachtspunten. Vrijwilligheid vormt daarom een belangrijk onderdeel van het programma Toekomstbestendige Brandweerzorg. Als regio sluiten we aan bij de landelijke wervingscampagne die in 2024 is gestart. Daarnaast wordt sinds 2025 gewerkt aan pragmatische oplossingen om de beschikbaarheid te vergroten op posten waar deze onder druk staat. Voor de langere termijn ligt de focus op de ontwikkeling van toekomstbestendige brandweerzorgconcepten en arbeidsarrangementen die kunnen worden ingezet bij paraatheidsvraagstukken.
Leeftijdsopbouw vrijwilligers 53+ | 314 47-52 | 190 41-46 | 203 35-40 | 260 29-34 | 221 23-28 | 142 <22 | 50 0 | 50 | 100 | 150 | 200 | 250 | 300 | 350 Burap 2026 | 30 Inhuur In de eerste helft van 2026 zijn 11 externe medewerkers ingezet op functies binnen de vaste formatie. Deze inzet was noodzakelijk vanwege onder meer openstaande vacatures, langdurig verzuim en zwangerschapsverlof. De duur van de inhuur varieerde van langdurige vervanging tot incidentele, kortdurende inzet, bijvoorbeeld voor het opvangen van diensten op de meldkamer. Daarnaast is er sprake van inhuur van 13 externen buiten de formatie. Deze inhuur wordt ingezet voor tijdelijke capaciteitsuitbreiding of voor de inzet van specialistische kennis en expertise. Ziekteverzuim Het gemiddelde ziekteverzuim over de eerste zes maanden van 2026 bedraagt 4,7%. Hiermee is het verzuim gedaald ten opzichte van dezelfde periode in 2025. Deze daling is voornamelijk een gevolg van een afname van het aantal medewerkers met langdurig verzuim (langer dan zes weken). Het verzuimpercentage ligt onder het landelijk gemiddelde van 6,8% voor de sector openbaar bestuur en overheidsdiensten in het eerste kwartaal van 2026. Onze organisatie kent met name langdurig verzuim. Een groot deel van het langdurig verzuim komt voort uit privéomstandigheden van medewerkers, in combinatie met werk.
Om langdurig verzuim zoveel mogelijk te voorkomen en de duur ervan te beperken, word intensief samengewerkt met de bedrijfsarts en wordt gebruik gemaakt van het bedrijfszorgpakket. Daarnaast wordt nadrukkelijk ingezet op preventie, duurzame inzetbaarheid en het versterken van de vitaliteit van medewerkers. 7,0% | 6,0% 6,0% | 5,2% 5,0% | 4,5% | 4,36% | 4,7% 4,0% 3,0% 2,0% 1,0% 0,0% 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 Verzuimpercentage Interne controle en beheersing Een goede administratieve organisatie en interne beheersing zijn belangrijke randvoorwaarden om betrouwbare cijfers te rapporteren en rechtmatig te handelen. Conform het intern controleplan en op basis van de risicobepaling worden controles een of meerdere malen per jaar uitgevoerd. De eerste controles zijn in het voorjaar uitgevoerd. Hiermee worden tekortkomingen in processen en uitvoering tijdig gesignaleerd, zodat benodigde herstelacties kunnen worden uitgevoerd voordat de jaarrekening 2026 wordt vastgesteld. In 2025 is gestart met de implementatie van een nieuw HR-systeem. Hierdoor is binnen de organisatie extra tijd en aandacht besteed aan dit traject. Ook in 2026 gaat er nog veel extra capaciteit naar de fine-tuning van dit systeem en de aangepaste werkwijzen die daarbij horen. De interne controle op de personeelslasten vindt daardoor nog niet altijd tijdig plaats.
De overige interne controles worden periodiek uitgevoerd. Uit de resultaten van de tweedelijnscontroles blijkt dat er nog ruimte is voor verbetering, met name ten aanzien van de inhoudelijke beoordeling van bepaalde controleonderdelen. Verdere professionalisering van deze Burap 2026 | 31 Burap 2026 32 controles is noodzakelijk om de beheersing van de processen te versterken en de interne controles efficiënter uit te voeren. Hiermee wordt ook geborgd dat de controles een betrouwbare basis vormen voor het opstellen van de rechtmatigheidsverantwoording die het Dagelijks Bestuur eind van het jaar aflegt via de jaarstukken. Bestuurlijke informatievoorziening ter beperking van rechtmatigheidsfouten Op advies van de accountant is de Planning- en Controlcyclus in 2025 herzien. Voor het eerst stelde het Algemeen Bestuur in december een slotwijziging vast om begrotingsafwijkingen te beperken. Bij de jaarrekening bleek echter dat dit nog onvoldoende effect had. Een belangrijke oorzaak was een hogere dotatie dan verwacht aan de voorziening spaarverlof. Daarom is een analyse uitgevoerd naar de ontwikkeling van het spaarverlof, zodat op basis van historische gegevens een betrouwbaardere inschatting van deze voorziening kan worden gemaakt en onverwachte afwijkingen aan het einde van het jaar zoveel mogelijk worden voorkomen.
Archief en Informatiebeheer We zijn aan de slag met het verbeterplan op basis van de archief inspectie van juni 2024. Het verbeteren van de kwaliteitszorg op informatiebeheer, het inrichten van meta informatie rondom bewaartermijnen en het inlopen van achterstanden in vernietiging (analoog en digitaal) zijn speerpunten in dit plan. In 2026 zetten we belangrijke stappen in het verder professionaliseren van onze informatiehuishouding. Als opvolger van het voormalige DMS Corsa richten we SharePoint organisatie breed in als documentmanagementsysteem (DMS). Hiermee maken we de overgang van papieren en versnipperde informatieopslag naar een digitale werkwijze, waarbij documenten en dossiers op een gestructureerde, veilige en duurzame manier worden verwerkt, opgeslagen en beheerd. Tijdens de uitrol worden per afdeling werkprocessen ingericht, voorzien van metadata en gekoppeld aan wettelijke bewaartermijnen. Daarnaast implementeren we procedures voor digitale archivering en vernietiging, zodat informatie gedurende de volledige levenscyclus aantoonbaar voldoet aan de eisen van de Archiefwet en AVG. Hiermee verbeteren we niet alleen de toegankelijkheid en vindbaarheid van informatie, maar leggen we ook de basis voor een toekomstbestendige, volledig digitale informatiehuishouding.
Digitale toegankelijkheid We vinden het belangrijk dat onze digitale dienstverlening en informatievoorziening voor iedereen toegankelijk en bruikbaar is, ongeacht eventuele beperkingen. Daarom treffen we zowel technische als organisatorische maatregelen om digitale toegankelijkheid structureel te borgen binnen onze processen, systemen en communicatie. Onze externe digitale kanalen worden periodiek getoetst aan de geldende toegankelijkheidseisen. Op basis van de uitkomsten van deze audits worden noodzakelijke verbeteringen doorgevoerd, zodat uiterlijk begin 2027 minimaal wordt voldaan aan de geldende wettelijke normen en toegankelijkheidseisen. Informatiebeveiliging en privacy Sinds januari 2025 is het team Informatiebeveiliging & Privacy (IB&P) actief. Het afgelopen jaar is met de deelnemers ingezet op het opbouwen van de basis voor informatiebeveiliging en privacy: • In april 2025 heeft het Algemeen Bestuur het Strategisch Beleid Informatieveiligheid en Privacy VRMWB 2025–2028 vastgesteld. Dit beleid is afgelopen periode verder vertaald naar een uitvoeringskader en onderliggende beleidsdocumenten, waaronder de uitvoeringsregeling Informatiebeveiliging en Privacy. Hiermee is een belangrijke stap gezet richting het structureel borgen van informatiebeveiliging en privacy binnen de organisatie.
• Op basis van de uitgevoerde nulmetingen en audits zijn verbeterplannen opgesteld en in uitvoering genomen. Daarnaast is door middel van awareness-activiteiten ingezet op het Burap 2026 33 vergroten van het beveiligingsbewustzijn en privacy binnen de organisatie. Dit heeft bijgedragen aan een grotere alertheid en betrokkenheid binnen de organisatie. • Het verwerkingsregister is opgesteld voor de sector Strategie en Bedrijfsvoering (S&B) waarmee inzichtelijk is welke persoonsgegevens worden verwerkt in onze werkprocessen. • In de eerste helft van 2026 zijn in totaal 9 datalekken gemeld. Eén datalek is gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Het betreft het datalek bij Canvas, waarvan alle veiligheidsregio’s via het NIPV gebruikmaken ten behoeve van opleiden. We hebben vooraf privacy by design toegepast, waardoor privé persoonsgegevens minimaal tot niet gelekt zijn en het voornamelijk om zakelijke gegevens gaat. • Verder is in 2026 een start gemaakt om het landelijke netwerk voor functionarissen gegevensbescherming (FG’s) te formaliseren, waarbij we deel uitmaken van de kerngroep hiervoor. • In de eerste helft van 2026 lag onze focus voor informatieveiligheid op het versterken van de governance, het vergroten van de organisatiebrede weerbaarheid en het verhogen van het volwassenheidsniveau van de informatiebeveiliging.
• Op basis van de uitkomsten van uitgevoerde BIO- en BIO2-audits zijn verbetermaatregelen vastgesteld en in uitvoering gebracht. Deze audits bevestigden dat de technische beveiligingsmaatregelen binnen de organisatie op orde zijn, maar lieten ook zien dat verdere versterking nodig is op het gebied van beleid, processen, risicobeheersing en bestuurlijke borging. We werken daarom aan het verder formaliseren van beleidskaders, het vastleggen van processen en verantwoordelijkheden en het versterken van de planning-, sturings- en verantwoordingscyclus. • We richten een Information Security Management System (ISMS) in volgens de uitgangspunten van de BIO2 en ISO 27001. Hiermee groeit informatiebeveiliging van een verzameling maatregelen naar een structureel en continu verbeterproces. De ontwikkelingen rondom de Europese NIS2-richtlijn en de aankomende Cyberbeveiligingswet (Cbw) vormen hierbij een belangrijke aanleiding. • We bereiden ons zich actief voor op de aangescherpte eisen door informatieveiligheid steeds nadrukkelijker te integreren in de reguliere bedrijfsvoering, besluitvorming en risicobeheersing. De belangrijkste opgave voor de komende jaren blijft het verder ontwikkelen van een integraal en aantoonbaar beheerst stelsel van informatieveiligheid, waarin techniek, mens, processen en governance in samenhang worden georganiseerd.
3.2 Wet open overheid In 2026 is de uitvoering van de Wet open overheid verder versterkt. Medewerkers zijn beter bekend met de uitgangspunten van de Woo en met de beschikbare informatie, waardoor verzoeken zorgvuldiger, efficiënter en consistenter worden afgehandeld. Ook zijn de werkprocessen verbeterd, is de samenwerking met partners versterkt en wordt ondersteunende software ingezet. Hierdoor kunnen ook omvangrijke of complexe Woo-verzoeken beter worden afgestemd en behandeld. We onderhouden goede contacten met gemeenten, omgevingsdiensten, de Nederlandse Arbeidsinspectie en andere partners. Deze samenwerking maakt het mogelijk om kennis en ervaringen uit te wisselen en verzoeken waarbij meerdere organisaties betrokken zijn beter af te stemmen. Voor actieve openbaarmaking voldoen we aan de huidige wettelijke verplichtingen. Daarnaast werken we aan betere publicatievoorzieningen, zodat informatie in de toekomst eenvoudiger en structureler actief openbaar kan worden gemaakt. 3.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze halfjaarlijkse bestuursrapportage worden de risico’s niet afzonderlijk toegelicht zoals in de begroting en de jaarrekening. Om tussentijds een actueel beeld te geven van de risico’s worden in deze paragraaf alleen de gewijzigde risico’s ten opzichte van de begroting 2026 nader toegelicht.
Burap 2026 34 Benodigde weerstandscapaciteit Hieronder staan de belangrijkste risico’s (per 1 juli 2026) met hun aandeel in het totaal benodigde weerstandscapaciteit: Op basis van de actuele risico’s is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op € 4.350.000. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit betreft de middelen die de organisatie heeft om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen. We rekenen alleen de algemene reserve tot de weerstandscapaciteit. Deze reserve is vrij aanwendbaar voor optredende risico’s zonder dat dit leidt tot een ernstige verstoring van het vastgestelde beleid. De algemene reserve bedraagt op dit moment € 1.116.053 en vormt een buffer voordat teruggevallen wordt op de deelnemende gemeenten. Hiermee is het weerstandsvermogen van de organisatie 0,26. Onze financiële positie staat onder druk door externe ontwikkelingen, waaronder aanhoudende loon- en prijsstijgingen en geopolitieke onzekerheden. Deze factoren kunnen leiden tot afwijkingen ten opzichte van de huidige ramingen en brengen financiële risico’s met zich mee. Tegen deze achtergrond is het weerstandsvermogen zeer beperkt en neemt de financiële weerbaarheid af doordat de algemene reserve is gedaald van € 1,9 mln. naar € 1.1 mln. Hierdoor ontstaat minder ruimte om financiële tegenvallers zelfstandig op te vangen.
We monitoren deze risico’s daarom actief en treffen waar mogelijk beheersmaatregelen. Om in toekomstige gevallen onze risico’s op te vangen dienen de deelnemende gemeenten een algemene reserve aan te houden die onder andere is bestemd voor de risico’s die voortvloeien uit de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio waarin wordt deelgenomen. Indien nodig doen we een beroep op de weerstandscapaciteit van de gemeenten. 3.4 Onderhoud kapitaalgoederen In artikel 12 van het BBV wordt aangegeven wat de beleidskaders zijn voor het onderhoud van de kapitaalgoederen, de hieruit voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling van deze consequenties in de begroting. We beschikken over een aanzienlijke omvang kapitaalgoederen. Met het onderhoud van de kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Deze kapitaalgoederen bestaan voor een groot deel uit materieel en voertuigen.
Burap 2026 35 Gebouwen Het eigendom van alle 70 kazernes berust bij de gemeenten. Voor het onderhoud van het gebruikersdeel van de kazernes zijn met de gemeenten afspraken gemaakt. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van demarcatielijsten en meerjarige onderhoudsplannen (MJOP). Voor het groot onderhoud is een voorziening ingesteld voor het egaliseren van de in de tijd gespreide onderhoudskosten. Voor alle kazernes heeft in de eerste helft van dit jaar een nulmeting plaatsgevonden waarbij ook het MJOP is geactualiseerd. In het 3e kwartaal wordt het definitieve MJOP met de gemeenten gedeeld en aan het Algemeen Bestuur voorgelegd, waarna de dotatie en de stand van de voorziening wordt aangepast. In de toelichting op de balans bij de voorziening is de financiële mutatie van de aanwending in 2026 toegelicht.(zie paragraaf 4.3 reserves en voorzieningen). Materiaal, materieel en voertuigen We beschikken over een groot wagenpark. Bij aanbesteding van deze voertuigen zijn onderhoudscontracten afgesloten. Na afloop van deze contracten vindt onderhoud plaats in eigen beheer daar waar het kan en er capaciteit voor beschikbaar is. Ook worden de bepakkings- werkzaamheden hoofdzakelijk in eigen beheer uitgevoerd. Er is geen voorziening groot onderhoud ingesteld voor materieel, aangezien daar geen noodzaak toe is. De afgesloten contracten gelden als normering.
Er is momenteel geen sprake van achterstallig onderhoud binnen ons wagenpark. Naast normeringen op materieel zijn er ook normeringen op materiaal. De voertuigen zijn WA-verzekerd. Schades aan voertuigen zijn voor eigen rekening.
Burap 2026 36 Hoofdstuk 4: Financiële rapportages 4.1 Overzicht lasten en baten Deze paragraaf bevat het overzicht van de baten en de lasten. In onderstaande tabel geven we het totaaloverzicht weer van de primitieve begroting 2026, de begroting 2026 na vastgestelde wijziging (BGW 2026-2), de prognose tijdens de BURAP en het verschil tussen de gewijzigde begroting en de BURAP prognose. De BURAP prognose is ook de voorgestelde begrotingswijziging 2026-3. Deze begrotingswijziging 2026-3 wordt separaat met deze BURAP ter besluitvorming aangeboden aan het Algemeen Bestuur. Overzicht lasten en baten Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Saldo Veiligheid € 86.597 € -6.312 € 90.369 € -7.566 € 90.470 € -7.781 € -101 € 215 € 114 Stimuleren redzaamheid in de samenleving € 762 € -145 1.032€ € -540 € 1.143 € -601 € -111 € 61 € -50 Bijdragen aan een veilige leefomgeving € 10.147 € -41 10.561€ € -56 € 10.632 € -118 € -72 € 62 € -10 Hulpvaardige en slagvaardige inzet € 75.688 € -6.126 € 78.776 € -6.969 € 78.695 € -7.062 € 81 € 93 € 174 Wendbare en duurzame organistie € - € - -€ -€ -€ -€ € - € - € - Algemene dekkingsmiddelen € 914 € -96.031 € 905 € -97.828 € 905 € -97.806 € - € -21 € -21 Overhead: Wendbare en duurzame organisatie € 14.922 € -60 € 16.099 € -108 € 15.978 € -226 € 121 € 118 € 239 Vennootschapsbelasting € - € - € - € - € - € - € - € - € - Saldo van baten en lasten €
102.432 € -102.403 € 107.373 € -105.502 € 107.353 € -105.813 € 20 € 312 € 332 Mutaties reserves € 935 € -964 € 935 € -2.806 € 1.216 € -2.744 € -282 € -62 € -344 Burap prognose resultaat € 103.367 -103.367€ 108.307€ -108.307€ 108.569€ -108.557€ -262€ 250€ -12€ Begroting Primair Verschil (begroting -/- prognose)Begroting na wijziging BURAP PrognoseProgrammaplan VRMWB (bedragen x € 1.000 Burap 2026 37 Saldo per begrotingsonderdeel Hieronder vindt u het overzicht van de baten en lasten per pijler met daaronder een corresponderende verschillenverklaring (boven de €25k) tussen de begroting na wijziging (BGW2026-2) en de BURAP prognose. Nr.
Omschrijving Baten Lasten Eindtotaal Effect op resultaat Eenmalig of terugkerend Veiligheid € 215 € -101 € 114 Stimuleren redzaamheid in de samenleving € 61 € -111 € -50 Advies en uitbesteding € - € -7 € -7 Facilitaire kosten € - € -13 € -13 Gemeentelijke- en Rijksbijdragen € 18 € - € 18 Investeringen en kapitaallasten € - € -1 € -1 1 Lonen en salarissen € - € -87 € -87 Negatief Eenmalig Opleiden en oefenen € - € -10 € -10 2 Overig € 43 € 9 € 52 Positief Eenmalig/Terugkerend Vrijwilligers € - € -2 € -2 Bijdragen aan een veilige leefomgeving € 62 € -72 € -10 Advies en uitbesteding € - € -20 € -20 3 Lonen en salarissen € 63 € -33 € 30 Positief Eenmalig/Terugkerend 4 Mutaties reserves en voorzieningen € - € -46 € -46 Negatief Terugkerend Opleiden en oefenen € - € 24 € 24 Overig € -1 € 4 € 3 Hulpvaardige en slagvaardige inzet € 93 € 81 € 174 Aanschaffingen -€ -€ -€ 5 Advies en uitbesteding € - € -105 € -105 Negatief Eenmalig 6 Facilitaire kosten € - € -182 € -182 Negatief Eenmalig/Terugkerend 7 Gemeentelijke- en Rijksbijdragen € 84 € -84 € -0 Neutraal Eenmalig/Terugkerend Investeringen en kapitaallasten € - € -23 € -23 Lonen en salarissen € 12 € -13 € -2 8 Mutaties reserves en voorzieningen € 14 € -175 € -161 Negatief Terugkerend 9 Opleiden en oefenen € - € 290 € 290 Positief Eenmalig 10 Overig € -17 € 598 € 581 Positief Eenmalig 11 Voertuigkosten € - € -224 € -224 Negatief
Eenmalig/Terugkerend Wendbare en duurzame organistie € - € - € - Algemene dekkingsmiddelen € -21 € - € -21 Gemeentelijke- en Rijksbijdragen € -21 € - € -21 Overhead: Wendbare en duurzame organisatie € 118 € 121 € 239 12 Advies en uitbesteding € - € -239 € -239 Negatief Eenmalig 13 Facilitaire kosten € - € -63 € -63 Negatief Eenmalig/Terugkerend 14 Lonen en salarissen € - € 382 € 382 Positief Eenmalig/Terugkerend 15 Mutaties reserves en voorzieningen € - € -115 € -115 Negatief Eenmalig Opleiden en oefenen € - € -6 € -6 16 Overig € 118 € 162 € 280 Positief Eenmalig/Terugkerend Vennootschapsbelasting € - € - € - Mutaties reserves € -62 € -282 € -344 17 Mutaties reserves en voorzieningen € -62 € -282 € -344 Neutraal Eenmalig Totaal prognose VRMWB € 250 € -262 € -12 Burap 2026 38 Verschillenverklaring per begrotingsonderdeel nr. Verschillenverklaring 1 Lonen en salarissen Er heeft een verschuiving plaatsgevonden van een deel van de loonkosten vanuit Overhead naar Crisiscommunicatie, waardoor op deze pijler de loonkosten zijn gestegen met € 68k. Daarnaast zijn bij enkele vacatures de formatie aangepast, een klein nadeel van € 20k. 2 Overig De € 43k hogere baten wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere opbrengsten Risk Factory. Deze bestaan uit 18k entreegelden (structureel) en € 25k subsidies (incidenteel).
Daarnaast is er nog een incidenteel voordeel van € 10k op Brandveilig Leven door verschuiving in de tijd van activiteiten. 3 Lonen en salarissen De € 63k hogere baten betreft een UWV-uitkering. De per saldo € 33k hogere lasten betreffen enerzijds € 60k hogere loonkosten door een extra BDUR CB functie (dekking uit tranche 2026 van de versterkingsgelden BDUR CB/IV) en anderzijds € 27k lagere loonkosten door onder andere aankoop verlof en een later ingevulde vacature. 4 Mutaties reserves en voorzieningen De € 46k hogere lasten betreft geraamde stortingen in de voorziening spaarverlof. 5 Advies en uitbesteding De € 105k hogere lasten worden veroorzaakt door: • € 180k hogere kosten voor het project weerbare samenleving. Dit betreft een verschuiving van kosten van categorie Overig. • € 46k hogere kosten HvB door inhuur van projectondersteuning nieuwbouwkazernes Tilburg en uitwerking van het programma van eisen voor het (nieuwe) opleidings- en oefencentrum. • € 130k lagere kosten door onderbesteding op de versterkingsgelden BDUR CB/IV. Deze incidentele onderbesteding wordt onder andere ingezet ter dekking van tijdelijke overbezetting van BDUR CB/ IV functies (Lonen en salarissen). 6 Facilitaire kosten De € 182k hogere kosten worden met name veroorzaakt door: • € 65k hogere kosten communicatiemiddelen en de facilitaire kosten voor de vakmanschapsdagen.
• € 125k hogere kosten voor energielasten, mede door een toename van het aantal elektrische voertuigen, kosten voor het dagelijks onderhoud van de gebouwen en hogere licentiekosten op telematica aanrijtijden (ART)/precom abonnementen. 7 Gemeentelijke- en Rijksbijdragen Met de nieuwe CAO is ook de FLO opnieuw berekend. Door pensioencompensatie en afkoop van FLO-rechten ontstaat er een nadeel dat wordt doorbelast via de baten. 8 Mutaties reserves en voorzieningen De € 175k hogere lasten betreft geraamde stortingen in de voorziening spaarverlof. 9 Opleiden en oefenen De € 290k lagere lasten wordt veroorzaakt door: • € 218 lagere kosten Opleiden en oefenen. Hiervan heeft € 197k betrekking op Vakbekwaam blijven. De lagere kosten ontstaan doordat de scholing van eigen medewerkers en instructeurs intern wordt uitgevoerd, in plaats van uitbesteed. Burap 2026 39 Daarnaast is het project oefenleiders opnieuw uitgewerkt, waardoor er dit jaar geen uitgaven zijn. Ook zijn nieuwe visies ontwikkeld voor realistisch oefenen op scheepsbrandbestrijding en industriële brandbestrijding. Voor industriële brandbestrijding vindt dit jaar alleen een veegklas plaats. Dit hangt samen met de ontwikkeling van de nieuwe visie en leidt tot lagere lasten. Ook zijn de decentrale kosten voor autowrakken en oefenkosten lager uitgevallen.
• € 43k lagere kosten voor scholing OCB Centralisten doordat er geen personele wisselingen hebben plaats gevonden. • € 34k lagere kosten RB/CB voornamelijk op MOTO(TEL) als gevolg van tijdelijke onderbezetting. 10 Overig De € 598K lagere lasten worden veroorzaakt door: • € 342k lagere kosten gerelateerd aan de versterkingsgelden CB/IV. Tegenover deze incidentele onderbesteding staat een storting in de reserve BDUR CB/IV. • € 302k lagere kosten door verschuiving budget voor een weerbare samenleving. • € 194k van de post 'nog te bestemmen' is ingezet voor dekking van onder meer onderhoud voertuigen en licentiekosten. • € 136k mutatie op taakstelling Vakbekwaam blijven door voordelen op hoofdcategorieën Opleiden en oefenen (€ 197k voordelig) en Facilitaire kosten (€ 37k nadelig). • € 121k nadeel op diverse overige baten en lasten. 11 Voertuigkosten De brandstofkosten zijn met name door de ontwikkelingen in het Midden-Oosten gestegen waardoor het budget met € 170k verhoogd moet worden. De onderhoudskosten voor voertuigen worden met € 55k verhoogd. Hiermee wordt een eerdere onbedoelde verlaging van het onderhoudsbudget gecorrigeerd. 12 Advies en uitbesteding Er ontstaat een nadeel van € 161k op inhuur in verband met de implementatie van AFAS HR dat langer duurde dan verwacht. Verder is er extra ingehuurd op de salarisadministratie vanwege ziekte, een bedrag van € 201k.
Verder is het budget voor PTSS-trajecten incidenteel verlaagd met € 120k, omdat op basis van lopende trajecten minder nodig is dit jaar. 13 Facilitaire kosten Het is gebleken dat er meer AFAS HR-licenties nodig zijn, vandaar dat het budget met € 43k is verhoogd. Daarnaast is er een hoger budget van € 20k voor communicatiekosten Bedrijf Continuïteit Management nodig. Dit wordt overgeheveld vanuit het centrale budget bij Overhead en is dus budget neutraal. 14 Lonen en salarissen Een deel van het voordeel op de loonkosten wordt veroorzaakt door het niet meer invullen van een formatieplaats voor een Programmamanager (€ 137k). Een ander deel komt door onder uitputting op openstaande vacatures van € 127k die later worden ingevuld. Als laatste zijn er ook nog voor € 118k verlofuren aangekocht waardoor de loonkosten lager zijn geworden. 15 Mutaties reserves en voorzieningen De € 115k hogere lasten betreft geraamde stortingen in de voorziening spaarverlof. 16 Overig Het voordeel op de baten komt doordat er vanuit 2025 een budget is gereserveerd, omdat verwacht werd dat er bij de nieuwe CAO nog betaald moest worden voor de Burap 2026 40 pensioenpremies. Deze verrekening blijkt niet nodig te zijn. Bij de lasten ontstaat een voordeel door het verlagen van het budget voor de ongevallenverzekeringen. De werkelijke premie valt € 100k lager uit.
Daar tegenover zijn diverse kleinere budgetten voor organisatieontwikkeling verhoogd met totaal € 30k en is op basis van een verhoging van de tarieven en meer afgenomen uren het totaalbedrag voor de Arbodienst met € 44k verhoogd. 17 Mutaties reserves en voorzieningen Doordat er lagere kosten voor een ICT-project verwacht worden, is een lagere onttrekking uit de reserve SAAS van toepassing. Hierdoor zijn de baten € 60k lager. De € 282k hogere lasten wordt veroorzaakt door een storting in de reserve BDUR CB/IV. Dit betreft de onderbesteding op de versterkingsgelden BDUR CB/IV door ontstane en later ingevulde vacatures en lagere bovenregionale kosten. Door onduidelijkheid over de 10% korting op de BDUR vindt besluitvorming over de structurele invulling van tranches 2025-2026 van deze gelden pas in Q3 plaats. 4.2 Investeringen De totale prognose van de investeringen is € 495k hoger dan de investeringen bij de 2e begrotingswijziging. Op “Bedrijfsgebouwen”, “Machines, apparaten en installaties” en “Overige materiële vaste activa” is de verwachting dat het begrotingsbudget wordt overschreden. Bij de “Vervoersmiddelen” zijn geen investeringen aangepast. Toelichting van de verschillen per categorie ten opzichte van het geactualiseerde investeringsplan. Bedrijfsgebouwen Op verschillende locaties zijn laadpalen geïnstalleerd.
Vanwege de toename van het aantal elektrische auto’s zijn er op 2 locaties extra laadpalen geïnstalleerd. Naar verwachting valt deze investering € 37k hoger uit. Vervoermiddelen Geen aanpassingen. De vervanging van de vervoersmiddelen loopt volgens planning. Machines, apparaten en installaties De wijziging in het investeringsvolume is het resultaat van verschillende voor- en nadelen. De grootste extra investering betreft camerabeveiliging op alle locaties (€ 315k.) naar aanleiding van meerdere inbraken waarbij technisch hulpverleningsgereedschap is ontvreemd. Het belangrijkste voordeel ontstaat doordat de aanschaf van een blusschuimcontainer voorlopig wordt uitgesteld (€ 198.000). Daarnaast zijn er enkele kleinere aanpassingen in de investeringsplanning. Per saldo resulteren deze mutaties in een hoger investeringsbedrag. Categorie (bedragen x € 1.000) Begroting Primair Begroting na wijziging Burap prognose Saldo begroting -/- prognose Bedrijfsgebouwen 106€ 79€ 116€ -37€ Vervoermiddelen 5.651€ 2.857€ 2.857€ -€ Machines, apparaten en installaties 747€ 1.298€ 1.424€ -126€ Overige materiële vaste activa 1.624€ 1.852€ 2.184€ -332€ Totaal 8.128€ 6.086€ 6.581€ -495€ Burap 2026 41 Overige materiële vaste activa In vervolg op de investeringen in noodcommunicatie bij stroomuitval in 2025 worden in 2026 aanvullende investeringen gedaan.
Het betreft extra mobilofoonsets, steunzenders voor een groter bereik en satelliettelefoons. De totale investering bedraagt € 246k. Bij de persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) is gebleken dat het normbedrag voor de ademluchtcilinders te laag was geraamd. Daarom worden in 2026 in totaal 660 cilinders vervangen, wat leidt tot een aanvullend investeringsbedrag van € 87.000. Daarnaast is de vervanging van de apparatuur voor de luchtkwaliteitsanalyse van ademluchtcilinders vervroegd van 2028 naar 2026. Uit veiligheidsoverwegingen bleek eerdere vervanging noodzakelijk. Hiermee is een investering van € 78k. gemoeid. Daar staan ook enkele voordelen tegenover. Zo vallen de investeringskosten voor de navigatiesystemen € 32k. lager uit dan verwacht en is de aanschaf van de verkenningsrobot € 53k. voordeliger. 4.3 Reserves en voorzieningen In deze paragraaf worden de beginstanden, mutaties en eindstanden van de reserves en voorzieningen gepresenteerd. Aangezien deze BURAP een tussentijdse rapportage betreft lichten we alleen het jaar 2026 toe. Inzicht in het meerjarig beeld geven we bij de begroting en jaarrekening. Reserves In de stand van de reserves per 1 januari 2026 zijn de onttrekkingen aan de reserves volgens het besluit van 9 april 2026 van het Algemeen Bestuur over de bestemming van het negatieve jaarrekeningresultaat 2025 opgenomen.
Onderstaand overzicht geeft het verloop van de reserves weer met een prognose van de nieuwe onttrekking over 2026. Hieronder een toelichting op de prognose afwijkingen ten opzichte van de laatst vastgestelde 2e begrotingswijziging. Omschrijving (bedragen x 1.000) 1-1-2026 Vrijval resultaat- bestemming Toevoeging Onttrekking 31-12-2026 Algemene reserve 1.920€ -333€ -€ -471€ 1.116€ Box gemeente -€ Doorontwikkeling organisatie 441€ -441€ -€ -€ 0€ SaaS 714€ -€ 375€ -739€ 350€ Post Moerdijk-Haven 1.122€ -€ 560€ -€ 1.681€ Subtotaal box gemeente 2.277€ -441€ 935€ -739€ 2.032€ Box Rijk / overig BDuR strategische projecten 1.177€ -€ -€ -439€ 738€ BDuR Crisisbeheersing 1.105€ -€ 282€ -936€ 451€ BDuR BTW 653€ -€ -€ -140€ 513€ HSL 332€ -271€ -€ -19€ 42€ Subtotaal box Rijk / overig 3.267€ -271€ 282€ -1.534€ 1.744€ Totaal € 7.465 € -1.045 € 1.216 € -2.744 € 4.891 Burap 2026 42 Reserve SAAS De geprognotiseerde onttrekking bedraagt € 739k. Ten opzichte van de begroting wordt € 60k minder onttrokken, omdat de kosten voor de vernieuwing van de crisiswebsite voor een deel komen te vervallen. Dit komt door lagere kosten als gevolg van een samenwerking met andere externe cisisorganisatie. Reserve BDuR Crisisbeheersing De toevoeging ad € 282k in de reserve BDuR CB betreft de geraamde incidentele onderbesteding van de extra BDuR-gelden versterking Crisisbeheersing en Informatievoorziening.
De onderbesteding is voornamelijk ontstaan door later ingevulde formatie en lagere kosten bovenregionale ontwikkelingen. Daarnaast is de onttrekking ad € 936k op basis van de gerealiseerde loonkosten € 10k hoger dan begroot. Voorzieningen Onderstaand overzicht geeft het verloop van de voorzieningen weer. Hieronder een toelichting op de prognose afwijkingen ten opzichte van de laatst vastgestelde 2e begrotingswijziging. Spaarverlof Op basis van de werkelijke storting in de voorziening en de vrijval en aanwending uit de voorziening eind 2025 is berekend wat de nieuwe storting en aanwending in 2026 zou kunnen zijn. Het blijft echter een schatting, omdat pas eind van het jaar werkelijk bekend is hoeveel uren werknemers in de voorziening willen storten. Op basis van deze inschatting wordt de storting verhoogd. Deze was €350k maar dit wordt verhoogd naar € 686k. De aanwending wordt verhoogd naar € 30k. Bij de jaarrekening 2026 wordt op basis van de verlofstand op 31 december 2026 de definitieve storting bepaald. Onderhoud kazernes De geraamde aanwending van de MJOP-voorziening bedraagt in 2026 € 832k. Per 1 juli 2026 is hiervan € 417k gerealiseerd. Op basis van de huidige planning wordt verwacht dat de begrote aanwending volledig wordt gerealiseerd.
In de tweede helft van 2026 staan nog diverse omvangrijke onderhoudsprojecten gepland waaronder gevelreiniging en conserveringswerkzaamheden aan de kazernes in Tilburg, Roosendaal en Breda. Daarnaast loopt momenteel een onderzoek naar de meest geschikte vorm van rookgasafzuiging op kazernes in relatie tot de emissiewaarden van het groot materieel. De uitkomsten hiervan bepalen of een bestaande MJOP-reservering voor rookgasafzuiging kan worden ingezet voor een alternatieve oplossing met centrale afzuiging. De resultaten van dit onderzoek worden medio augustus verwacht. Omschrijving (bedragen x 1.000) 1-1-2026 Toevoeging Aanwending 31-12-2026 Voorzieningen Regeling Vervroegde Uittreding 188€ -€ -120€ 68€ Spaarverlof 2.014€ 686€ -30€ 2.670€ Voorziening onderhoud kazernes 3.370€ 842€ -832€ 3.380€ Totaal € 5.572 € 1.528 € -982 € 6.117 Burap 2026 43 De prognose blijft echter afhankelijk van de uitvoeringscapaciteit van externe leveranciers en de uitkomsten van het onderzoek naar rookgasafzuiging. Op dit moment zijn er geen aanwijzingen dat de geraamde aanwending van de voorziening niet zal worden gerealiseerd.
4.4 Inzet langdurige crises: opvang ontheemden Ter ondersteuning van gemeenten is ook in 2026 een regionaal projectteam Opvang Vluchtelingen actief dat onder andere zorgt voor de informatiedeling tussen het Rijk en gemeenten, faciliteert bij de totstandkoming van opvanglocaties en fungeert als de schakel tussen het Rijk en de gemeenten voor de plaatsing van Oekraïense vluchtelingen. We openen zelf geen locaties en sluiten geen contracten af ten behoeve van de locaties. De kosten voor het projectteam en de ondersteuning drukken niet op ons resultaat. De kosten zijn ook in 2026 declarabel bij het ministerie van J&V middels de “Bekostigingsregeling eerste opvang ontheemden Oekraïne door regionale openbare lichamen’. De geraamde declarabele kosten voor 2026 betreffen € 301k voor kosten VRMWB (€ 18k hoger dan eerder in de begroting opgenomen) en naar verwachting € 240k voor de uren van de drie district secretarissen (loopt via de balans). Per saldo leveren beide geen financieel resultaat op. 4.5 EXTRA BDUR CB/IP: versterking crisisbeheersing en informatiepositie Financiële vertaling van het regionale bestedingsplan tot en met 2025, inclusief de prognose voor 2026 (bedragen x € 1.000) In 2026 ontvangen wij inclusief de laatste tranche van de extra BDUR gelden versterking CB/IV in totaal € 3,3 miljoen.
Op basis van het bestedingsplan 2026 is de inzet van deze gelden in de begroting opgenomen, grotendeels betreft het versterking van formatie ten behoeve van de crisisbeheersing en informatiepositie. Een deel van de gelden 2026 is gereserveerd in verband met de onzekerheden met betrekking tot de verwachte 10% korting op de BDUR-gelden. Hierdoor zijn er formatieplaatsen uit het bestedingsplan 2025-2026 nog niet ingevuld. Op basis van de toegekende gelden in de junibrief wordt in Q3 de structurele invulling bepaald inclusief de inzet van de reserve BDUR CB/IV in 2027. De geraamde incidentele onderbesteding 2026 is per saldo € 282k, hier staat een storting tegenover in de reserve BDUR CB/IV. In begroting 2026-1 is een onttrekking van de reserve BDUR CB/IV opgenomen van € 926k, op basis van realisatie is deze € 10k hoger. Per saldo is hierdoor de mutatie van de reserve BDUR CB/IV € 654k. De verwachte stand van de reserve BDUR CB/IV is € 451k. Met de extra BDUR-middelen heeft de crisisbeheersing en daarmee samenhangende informatiepositie in onze regio een behoorlijke kwaliteitsimpuls gekregen. Die was gezien alle nieuwe crisis en geopolitieke situatie hard nodig. Het laatste deel van de structurele middelen (tranche 2025-
Burap 2026 44 2026) zal op basis van de laatste inzichten nog structureel worden ingezet. De reserve BDUR wordt met name ingezet voor incidentele versteviging van de crisisorganisatie en informatiepositie. 4.6 Begrotingsrechtmatigheid Bij de rechtmatigheidscontrole vormt het begrotingscriterium één van de belangrijke toetsingscriteria. Als blijkt dat de gerealiseerde lasten, weergegeven in de jaarrekening, hoger zijn dan de geraamde bedragen in de begroting, met inbegrip van de laatste begrotingswijziging, dan is er sprake van onrechtmatige uitgaven (begrotingsonrechtmatigheid). Deze begrotingsrechtmatigheid wordt getoetst bij de jaarrekening waarbij een rechtmatigheidsoordeel wordt gegeven. Om dit gedurende het jaar te volgen werd tot afgelopen jaar bij het opstellen van de BURAP de begrotingsrechtmatigheid geanalyseerd en beoordeeld. Omdat sinds vorig jaar de prognose van de BURAP één op één leidt tot de tweede begrotingswijziging worden voorziene begrotingsonrechtmatigheden meegenomen in deze begrotingswijziging. Bij de jaarrekening vindt de toets plaats op afwijkingen van de begroting op het vastgesteld categorieniveau.
Burap 2026 45 Hoofdstuk 5: Bijlagen Bijlage 1: Lijst van veelgebruikte afkortingen Afkorting Betekenis AB Algemeen Bestuur Arbo Arbeidsomstandigheden AVG Algemene Verordening Gegevensbescherming AVL Accounthouders Veilige Leefomgeving BAC-IV Bestuurlijke Adviescommissie Informatievoorziening BBV Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten BCM Bedrijfscontinuïteitmanagement BCP Bedrijfscontinuïteitsplan BDuR Brede Doeluitkering Rampenbestrijding BGW Begrotingswijziging BIO 2.0 Baseline Informatiebeveiliging Overheid, versie 2 Brzo Besluit risico´s zware ongevallen Burap Bestuursrapportage BZK Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties CaCo Calamiteitencoördinator CAO Collectieve arbeidsovereenkomst CB/IP Crisisbeheersing en informatiepositie CBW Cyberbeveiligingswet CMMI Capability Maturity Model Integration CMT Crisis Management Team (intern team i.r.t.
bedrijfscontinuïteit en interne noodsituaties) COA Centraal Orgaan opvang Asielzoekers DARES Dutch Amateur Radio Emergency Service DB Dagelijks Bestuur DCU Decentrale uitgifte Afkorting Betekenis DUW Data Uitwisseling West-Brabant DVO Dienstverleningsovereenkomst FG Functionaris Gegevensbescherming FLO Functioneel leeftijdsontslag FTE Full Time Equivalent GEO Geografische informatie GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst GGO Gebiedsgerichte Opkomsttijden GHOR Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio GIR Gemeenschappelijke Inspectieruimte GRIP Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure IB Incidentbestrijding IB&P Informatieveiligheid en privacy ICA Infra Capacity Alliance ICT Informatie- en Communicatietechnologie ISMS Information Security Management System IT Informatie Technologie J&V Justitie & Veiligheid KB27 Koninklijk Besluit 27 KCR2 Knooppunt Coördinatie Regio's-Rijk (voormalig LOCC) KNMI Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut LACB Landelijk Actiecentrum Brandweer LBR Landelijke Benadering Risicobedrijven LMS Landelijke Meldkamer Samenwerking Burap 2026 46 Afkorting Betekenis LOAV Landelijke Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio’s LOCC Landelijk Operationeel Coördinatie Centrum LPO Loon- en prijsontwikkeling M&O Misbruik en Oneigenlijk MTVR Management Team Veiligheidsregio MJOP Meerjaren onderhoudsplan MWB Midden- en West-Brabant NCTV