CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

1706123-E-VEILIGHEIDSREGIO MWB-Burap 2026 en Begrotingswijziging 2026-3 (Geanonimiseerd)

Gemeenteraad 15 oktober 2026, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 4a: Lijst van aan de gemeenteraad geadresseerde brieven19.444 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Beste bestuurssecretariaten, griffies en AOV’ers van de 24 gemeenten in Midden- en West-Brabant, Namens het Algemeen Bestuur van Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (VRMWB) bieden wij u hierbij ter informatie de Bestuursrapportage 2026 en Begrotingswijziging 2026-3 aan. Een zienswijzetraject op de begrotingswijziging is niet aan de orde omdat de gemeentelijke bijdrage niet wijzigt. Wel vragen wij uw aandacht voor een aantal inhoudelijke en financiële ontwikkelingen. Voor een nadere toelichting verwijzen wij u naar de brief in de bijlagen. Wij verzoeken u deze stukken binnen uw eigen gemeente in procedure te brengen. Deze e-mail is gericht aan de bestuurssecretariaten en griffies, en in afschrift aan de collega’s AOV . Vertrouwend u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben, Met vriendelijke groet, Samen maken we de regio veiliger

Aan de Colleges van Burgemeester en Wethouders | Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant alsmede de Raden van de 24 gemeenten | Postbus 3208 in Midden- en West-Brabant | 5003 DE Tilburg Datum | 29 september 2026 | Behandeld door | Jolanda Trijselaar Onze referentie 260904--54 | Doorkiesnummer Uw referentie | E-mail Uw brief van | Onderwerp | Burap 2026 (inclusief begrotingswijziging 2026-3) Geachte leden van het College en de Gemeenteraad, Namens het Algemeen Bestuur van Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (VRMWB) bieden wij u hierbij ter informatie onze bestuursrapportage 2026 en begrotingswijziging 2026-3 aan. Een zienswijzetraject op de begrotingswijziging is niet aan de orde omdat de gemeentelijke bijdrage niet wijzigt, maar wij vragen wel uw aandacht voor een aantal inhoudelijke en financiële ontwikkelingen. De bestuursrapportage (Burap) 2026 beschrijft de beleidsmatige- en financiële stand van zaken van de VRMWB tot 1 juli van dit jaar. Hoever zijn we met onze plannen? Wat gaat goed en waar wijken we af? Beleidsmatige stand van zaken We staan midden in een tijd waarin risico’s sneller veranderen en vaker met elkaar samenhangen. We bereiden ons voor op infectieziekten, uitval van vitale infrastructuur, extreem weer, maatschappelijke onrust en natuurbranden. Deze prioritaire risico’s vormen de basis van deze beleidsperiode.

Tegelijk zorgen de klimaatcrisis, geopolitieke spanningen en cyberdreiging voor meer onzekerheid en druk op de samenleving. Daardoor groeit de rol van de veiligheidsregio, in langdurige crises, civiel militaire samenwerking en ondersteunen we de gemeenten bij de opgave maatschappelijke weerbaarheid. In de eerste helft van 2026 heeft VRMWB op de meeste inhoudelijke doelen volgens plan voortgang geboekt. De organisatie heeft, naast de reguliere incidentbestrijding en crisisbeheersing, nadrukkelijk gewerkt aan de versterking van weerbaarheid, toekomstbestendige brandweerzorg, informatiegestuurd werken, het dynamisch risicoproces en bedrijfscontinuïteit. Financiële stand van zaken Het negatieve resultaat over 2025 was aanleiding om de financiële sturing verder aan te scherpen. In 2026 zijn daarom belangrijke kostenontwikkelingen waarop we beperkt invloed hebben nader geanalyseerd. Het gaat bijvoorbeeld om spaarverlof, energie- en brandstofkosten en de gevolgen van de cao. Door scherp te prioriteren, efficiënter te werken en kritisch te sturen op vacatures en inhuur, hebben we ruimte gecreëerd om deze kosten binnen de begroting van 2026 op te vangen. Ondanks verschillende financiële tegenvallers sluit de prognose voor 2026 daardoor vrijwel neutraal, met een verwacht tekort van € 12k.

We hebben binnen de meerjarenbegroting ook structureel middelen vrijgemaakt om de operationele organisatie op sterkte en toekomstbestendig te houden en de continuïteit van de organisatie te versterken. Het gaat om de kazernering van vrijwilligers (€ 465k), drie extra 2 teamleiders brandweerzorg (€ 278k), een extra storting voor spaarverlof (€ 651k), landelijke samenwerking op inkoop (€ 75k) en bedrijfscontinuïteit (€ 210k). Deze ontwikkelingen hebben we zelf kunnen opvangen, zonder aanvullend beroep op de gemeenten. De ruimte om nieuwe ontwikkelingen binnen de eigen begroting op te vangen, neemt echter snel af. Het Algemeen Bestuur heeft, na twee uitgebreide bezuinigingstrajecten, de uitgangspunten ‘nieuw voor oud’ en ‘nieuwe taken, nieuwe middelen’ vastgesteld voor onvermijdelijke en wettelijk gedreven ontwikkelingen. Door aanhoudende kostenstijgingen en nieuwe, deels wettelijke opgaven komt het toepassen van deze uitgangspunten onder druk te staan. We verwachten dat we niet alle noodzakelijke ontwikkelingen binnen de bestaande begroting kunnen opvangen. Een eerste globale meerjarenprognose laat zien dat vanaf 2028 rekening moet worden gehouden met structureel oplopende kosten tot circa € 3 miljoen.

Het gaat om brandweerpost Moerdijk Haven (€ 893k), de rijkskorting op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (€ 100k), energie- en onderhoudslasten voor materieel (€ 300k), licentiekosten (€ 300k), informatiebeveiliging (€ 200k) en de wettelijke correctie van bouwsteen 1 op grond van Europese wet- en regelgeving (€ 1.200k). Voor de kaderbrief 2028 werken we deze ontwikkelingen nader uit, waarbij we per ontwikkeling inzichtelijk maken wat de financiële impact is. Ook het opvangen van financiële risico’s blijft een belangrijk aandachtspunt. De benodigde weerstandscapaciteit bedraagt € 4,35 miljoen, terwijl de beschikbare algemene reserve circa € 1,1 miljoen bedraagt. Dit resulteert in een weerstandsratio van ongeveer 0,26. De organisatie heeft daardoor slechts beperkte ruimte om financiële risico’s en incidentele tegenvallers zelfstandig op te vangen. Kortom, ondanks de stevige financiële sturing neemt de ruimte binnen de begroting en de reserves snel af en is voor noodzakelijke toekomstige ontwikkelingen en substantiële tegenvallers aanvullende financiering door de deelnemende gemeenten onvermijdelijk. Voor een nadere toelichting op deze brief kunt u ons uiteraard altijd benaderen. Met vriendelijke groet, namens het Algemeen Bestuur van Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant, De voorzitter, De secretaris, P.F.G. Depla A.C.

Trijselaar Bijlagen: Bijlage 1 - Burap 2026 Bijlage 2 - Begrotingswijziging 2026-3

Burap 2026 Veiligheidsregio Midden- en West- Brabant Burap 2026 2 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1: Terugblik ............................................................................................................... 4 1.1 Algemeen ................................ ................................ ................................ ........................... 4 1.2 Waar staan we nu? ................................ ................................ ................................ ............. 6 1.3 Prognose financieel resultaat ................................ ................................ .............................. 7 Hoofdstuk 2: Programma Veiligheid ........................................................................................ 10 2.1 Algemeen ................................ ................................ ................................ ......................... 10 2.2 Stimuleren van een redzame samenleving ................................ ................................ ......... 10 2.3 Bijdragen aan een veilige leefomgeving ................................ ................................ ............. 13 2.4 Hulpvaardige en slagvaardige inzet ................................ ................................ .................... 17 2.5 Wendbare en duurzame organisatie ................................ ................................ ..................

23 Hoofdstuk 3: Paragrafen .......................................................................................................... 29 3.1 Bedrijfsvoering ................................ ................................ ................................ .................. 29 3.2 Wet open overheid ................................ ................................ ................................ ........... 33 3.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................ ................................ ......... 33 3.4 Onderhoud kapitaalgoederen ................................ ................................ ............................ 34 Hoofdstuk 4: Financiële rapportages ....................................................................................... 36 4.1 Overzicht lasten en baten ................................ ................................ ................................ .. 36 4.2 Investeringen ................................ ................................ ................................ .................... 40 4.3 Reserves en voorzieningen ................................ ................................ ................................ 41 4.4 Inzet langdurige crises: opvang ontheemden ................................ ................................ .....

43 4.5 EXTRA BDUR CB/IP: versterking crisisbeheersing en informatiepositie ................................ 43 4.6 Begrotingsrechtmatigheid ................................ ................................ ................................ . 44 Hoofdstuk 5: Bijlagen ............................................................................................................... 45 Bijlage 1: Lijst van veelgebruikte afkortingen ................................ ................................ ........... 45 Burap 2026 3 Leeswijzer Deze bestuursrapportage (Burap) beschrijft de (financiële) stand van zaken tot 1 juli van dit jaar. Hoe ver zijn we met onze plannen? Wat gaat goed en waar wijken we af? Je leest het in deze Burap 2026. Hoofdstuk 1 Terugblik Dit hoofdstuk beschrijft het eerste half jaar van 2026. Wat valt op? Ook staat hier een samenvatting van het beleidsmatige- en financiële resultaat tot nu toe. Hoofdstuk 2 Programma Veiligheid Dit hoofdstuk beschrijft per pijler uit ons beleidsplan een korte inleiding en de stand van zaken over de eerste helft van dit jaar. Hoofdstuk 3 Paragrafen Dit hoofdstuk bevat de verantwoording van de beheersmatige aspecten van de bedrijfsvoering en toelichting op het weerstandsvermogen en de risicobeheersing.

Hoofdstuk 4 Financiële rapportages Dit hoofdstuk bevat een overzicht van de lasten en de baten en een toelichting op de afwijkingen, de stand van zaken met betrekking tot de investeringen en reserves en voorzieningen Burap 2026 4 Hoofdstuk 1: Terugblik 1.1 Algemeen 1.1.1 Incidenten en crises De eerste helft van 2026 laat zien dat we opnieuw te maken kregen met een breed spectrum aan veiligheidsvraagstukken. De brandweer werd 3.712 keer gealarmeerd, wat in de buurt van het gemiddelde van de afgelopen jaren ligt. De jaarwisseling was vrij heftig en een landelijk NL-Alert rond 00:30 uur met het verzoek om alleen in geval van spoed 112 te bellen hielp om de druk op de meldkamer te verlichten. Op het hoogtepunt kwamen er landelijk maar liefst 1.200 meldingen per kwartier binnen. We zijn de eerste zes maanden ingezet bij een aantal bijzondere branden, (water)ongevallen en bijbehorende hulpverleningen. Opvallende grote branden waren er onder andere op 20 april bij GGZ- instelling Vrederust in Halsteren (Grip 2) en op 30 april bij de Woonboulevard in Waalwijk (Grip 1). Ook 2026 kende helaas weer een aantal zware (verkeers)ongevallen met dodelijke afloop. Er waren enkele grotere incidenten in het haven- en industriegebied van Moerdijk. De enkele weken durende storing bij Shell Moerdijk vanaf 5 juni vroeg daarbij de meeste aandacht van onze crisisorganisatie.

Naast de twee genoemde Grip-opschalingen in Halsteren (20 april) en Waalwijk (30 april) is er in de eerste helft van 2026 nog 5 keer multidisciplinair opgeschaald tot Grip-niveau. Op 2 maart werd opgeschaald tot Grip 1 voor een zeer grote brand op de 4e etage van een flat in Bergen op Zoom waarbij de brand oversloeg naar omliggende appartementen. Op 18 maart werd er opgeschaald na het horen van een explosie en brand in de berging van een appartementencomplex in Etten-Leur. Op 19 april werd naar aanleiding van een vreemde lucht opgeschaald naar Grip 1 in St. Willibrord. Een ongeluk met een gasfles op een praktijkschool in Oosterhout op 27 maart leidde ook tot Grip 1. Op 4 mei was er een verdachte situatie op de vliegbasis in Gilze Rijen waarop ook multidisciplinair opgeschaald is. Bijzondere weersomstandigheden speelden een belangrijke rol bij onze inzetten. In januari gold al enkele malen Code oranje door winterse gladheid. Eind april was het in heel Nederland erg heet en droog en waren er landelijk enkele zeer grote natuurbranden tegelijkertijd. De brandweer had het in heel Nederland extreem druk. Op 30 april vonden de meeste incidenten op één dag gelijktijdig plaats en waren we zowel regionaal als interregionaal actief in ‘t Harde, Oirschot en Waalwijk (Grip 1 Woonboulevard).

Die dag waren er relatief veel andere incidenten, waaronder veel natuurbrandjes waar onder extreem warme omstandigheden gewerkt moest worden. Op vrijdag 1 mei is er zelfs voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis voor enkele andere veiligheidsregio’s Europese brandweerbijstand gevraagd via het landelijke coördinatiepunt KCR2. Onze collega’s zijn daarbij ingezet via onder andere de Handcrew Zuid en het Team Digitale Verkenning (drones). En eind juni werd gewaarschuwd voor zware onweersbuien met storm en hagel via Code oranje. Op 26 juni gold Code rood vanwege extreme hitte. Deze ontwikkelingen sluiten aan bij de bredere trend van toenemende klimaatgerelateerde risico’s waarmee we rekening moeten houden. 1.1.2 Ontwikkelingen om ons heen We staan midden in een tijd waarin risico’s sneller veranderen en vaker met elkaar samenhangen. We moeten ons voorbereiden op infectieziekten, uitval van vitale infrastructuur, extreem weer, maatschappelijke onrust en natuurbranden. Deze prioritaire risico’s vormen de basis van deze beleidsperiode. Tegelijk zorgen de klimaatcrisis, geopolitieke spanningen en cyberdreiging voor meer onzekerheid en druk op de samenleving. Daardoor groeit de rol van de veiligheidsregio in langdurige crises, civiel militaire samenwerking en ondersteunen we de gemeenten bij de opgave maatschappelijke weerbaarheid.

Burap 2026 5 Versterken bovenregionale samenwerking Het risicobeeld voor veiligheidsregio’s verandert snel: incidenten worden complexer, duren langer en overschrijden vaker regiogrenzen. Daarom is het nodig dat veiligheidsregio’s een stap naar voren zetten om toekomstbestendig te blijven. Naast het bepalen van gezamenlijke thema’s via een samenwerkingsagenda, vraagt dit om duidelijke afspraken over de inrichting van de bovenregionale samenwerking. Landelijk werken we inmiddels aan een herbezinning op governance en sturing. Daarbij zoeken we naar een balans tussen verlengd lokaal bestuur en de mogelijkheid om, waar nodig, bindende bovenregionale afspraken te maken. Grootschalig en Specialistisch Brandweer Optreden (GBO-SO) De Inspectie Justitie en Veiligheid concludeerde in 2025 in haar rapport De grenzen bereikt dat het landelijke kader voor bovenregionale samenwerking binnen GBO-SO nog slechts gedeeltelijk en versnipperd is ingevoerd. Daardoor kan bij gelijktijdige of langdurige grote incidenten de basisbrandweerzorg onder druk komen te staan. Onze regio voldoet wél aan de eisen voor interregionale slagkracht en beschikt over de vereiste pelotons voor basisbrandweerzorg, grootschalige watervoorziening en redding en technische hulpverlening.

Naar aanleiding van het inspectierapport heeft het Veiligheidsberaad de RCDV (Raad van commandanten en directeuren veiligheidsregio’s) opdracht gegeven om inzicht te creëren in de landelijke brandweerslagkracht en de bovenregionale afstemming verder te versterken. Dit heeft geleid tot een landelijke nulmeting van de beschikbare brandweercapaciteit en de inrichting van het Landelijk Actiecentrum Brandweer (LACB). De resultaten van beide opdrachten zijn op 22 juni 2026 aan het Veiligheidsberaad gepresenteerd. Daarmee zijn de opdrachten formeel afgerond, maar de uitkomsten vragen nog om een vervolg. De nulmeting geeft inzicht in beschikbare capaciteit voor bovenregionale bijstand en ontwikkelt zich tot een actueel dashboard. Daarbij blijft een belangrijk aandachtspunt dat beschikbare capaciteit niet altijd inzetbaar is door regionale inzet of gelijktijdige incidenten. Vanuit de VRMWB hebben we onze bijdrage geleverd aan de landelijke opgeleverde nulmeting bovenregionale slagkracht. Het LACB bundelt landelijke informatie, adviseert en coördineert afstemming tussen regio’s, zonder sturende bevoegdheid. In het najaar van 2026 worden landelijke brandweerrisico’s afgezet tegen de beschikbare slagkracht. Eventuele verschillen vragen om bestuurlijke keuzes over welke risico’s wel of niet volledig worden afgedekt.

Periodiek Preventief Medisch Onderzoek (PPMO) voor brandweermensen Het PPMO is bijna 20 jaar geleden ontwikkeld. Recent onderzoek concludeert dat de uitgangspunten en het protocol voor PPMO niet meer volledig aansluiten bij de huidige brandweerpraktijk en doet aanbevelingen voor acties op zeer korte, korte en middellange termijn. De RCDV heeft besloten tot directe maatregelen om het risico op cardiovasculaire incidenten te beperken. Ook heeft de RCDV opdracht gegeven voor een nadere verkenning van een uitgebreidere cardiovasculaire screening en de effecten hiervan in kaart te brengen. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan een bredere doorontwikkeling van het PPMO waarbij de effecten van de maatregelen worden gemonitord. Civiel militaire samenwerking Het Veiligheidsberaad heeft in haar vergadering van 22 juni 2026 een roadmap “Civiel-Militaire Samenwerking 2026–2027” vastgesteld en daarmee het bestuurlijk kader bekrachtigd voor verdere afstemming, prioritering en besluitvorming op dit onderwerp. De roadmap geeft invulling aan de Burap 2026 6 gezamenlijke opgave van Defensie, het ministerie van JenV en de veiligheidsregio’s om de nationale weerbaarheid te versterken in een veranderende veiligheidscontext. De focus ligt op vier prioritaire thema’s: militaire capaciteiten bij oplopende spanningen, gezamenlijke planvorming, reservisten en het intensiveren van gezamenlijke oefeningen.

Daarnaast wordt samenhang aangebracht met trajecten rond militaire dreiging, kritieke infrastructuur, evacuatie en crisisstructuren. 1.2 Waar staan we nu? Voor 2026 hebben we ambtelijk vijf thema’s bepaald waar we ons extra op focussen gezien de ontwikkelingen om ons heen. Deze vijf zogenaamde focuspunten versterken elkaar en dragen gezamenlijk bij aan een veilige, weerbare en toekomstbestendige regio. Het begint bij de weerbare samenleving: inwoners, gemeenten en maatschappelijke organisaties worden beter voorbereid op risico’s zoals langdurige stroomuitval, zodat zij zichzelf en elkaar kunnen helpen wanneer dat nodig is. Tegelijk werkt de organisatie aan toekomstbestendige brandweerzorg door inzicht te krijgen in lokale risico’s, knelpunten en kansen, zodat de brandweer ook in de toekomst effectief kan blijven optreden. Om de eigen dienstverlening onder alle omstandigheden te kunnen voortzetten, investeren we in bedrijfscontinuïteit. Kritische processen zoals brandweerinzet, crisiscoördinatie en communicatie worden beter voorbereid op verstoringen. Daarnaast zorgt de strategische agenda Informatievoorziening voor een moderne en betrouwbare informatievoorziening die de organisatiedoelen ondersteunt.

Tenslotte, het dynamisch risicoproces verbindt al deze inspanningen door risico-informatie van verschillende partners samen te brengen, te duiden en te vertalen naar gerichte acties. Zo kunnen we onze mensen en middelen inzetten waar zij het meeste veiligheidsresultaat opleveren. In de tabel hieronder is een compact overzicht per pijler vermeld van de resultaten in de eerste helft van dit jaar. Met een kleur groen, oranje of rood geven we aan wat de status van deze resultaten is. Stimuleren redzame samenleving Bijdragen aan een veilige leefomgeving Veerkracht en weerbaarheid van de samenleving Borging van risicogerichtheid 24/7 Informatiepositie is operationeel Versterking netwerkstrategie Leveren van hulpvaardige en slagvaardige inzet Wendbare en duurzame organisatie Toekomstbestendige brandweerzorg Versterken crisisbeheersing Informatiegestuurd werken in de meldkamer Sneller adequate hulpverlening bieden Doorontwikkeling van onze organisatie en goed werkgeverschap Bedrijfscontinuïteit is geborgd in de organisatie Uitwerken/uitvoeren AB-besluit ‘Financiële uitdagingen 2025’ Duurzaam incl. duurzame inzetbaarheid Uitvoering strategische agenda Informatievoorziening Verloopt (vrijwel helemaal) volgens plan Wijkt gedeeltelijk af van het plan Plan wordt niet behaald

Burap 2026 7 Het realiseren van de resultaten verloopt grotendeels volgens plan. De stand van zaken is meer uitgebreid toegelicht in hoofdstuk 2 van deze rapportage. 1.3 Prognose financieel resultaat De prognose voor 2026 sluit nagenoeg neutraal met een klein verwacht tekort van € 12k. De hogere lasten worden deels veroorzaakt door externe ontwikkelingen waarop we beperkt invloed kunnen uitoefenen. Het betreft onder meer stijgende kosten voor energie, licenties, brandstof en voertuigonderhoud, mede als gevolg van geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten. Daarnaast vallen de kosten voor inhuur en de voorziening voor spaarverlof hoger uit dan geraamd. Deze nadelen worden grotendeels gecompenseerd door vacaturevoordelen, lagere opleidingskosten, incidentele meevallers uit de Junicirculaire en de inzet van een beschikbare stelpost. De nieuwe cao loopt van 1 augustus 2025 tot 1 augustus 2027 en voorziet in structurele salarisverhogingen van 4,1% per 1 augustus 2025, 3,1% per 1 augustus 2026 en 0,1% per 1 januari 2027. Deze verhogingen zijn al verwerkt in de begroting. De financiële effecten van deze ontwikkelingen kunnen op dit moment binnen de bestaande begroting worden opgevangen. De beschikbare ruimte daarvoor neemt echter af.

Ons huidige uitgangspunt is dat we bij nieuwe of onvoorziene ontwikkelingen handelen volgens de uitgangspunten ‘nieuw voor oud’ en ‘nieuwe taken, nieuwe middelen’. Dit betekent dat primair binnen de bestaande begroting naar dekking wordt gezocht en dat alleen bij onvermijdelijke, veelal wettelijk gedreven ontwikkelingen een aanvullend beroep op gemeenten of het Rijk aan de orde is. Indien prijsstijgingen als gevolg van geopolitieke ontwikkelingen aanhouden, zich onvoorziene externe ontwikkelingen voordoen en/of nieuwe financiële tegenvallers ontstaan, is de “nullijn” in de toekomst niet houdbaar. Dit beperkt bovendien de financiële ruimte om extra opgaven, zoals Moerdijk Haven, binnen de bestaande begroting op te lossen. Tegelijkertijd blijft onze financiële situatie een aandachtspunt. De benodigde weerstandscapaciteit bedraagt € 4,35 miljoen, terwijl de beschikbare algemene reserve circa € 1,1 miljoen bedraagt. Dit resulteert in een weerstandsratio van ongeveer 0,26. Hierdoor is de organisatie slechts beperkt in staat financiële risico’s en incidentele tegenvallers zelfstandig op te vangen. Hoewel actief wordt gestuurd op risicobeheersing en financiële monitoring, verwachten wij voor toekomstige ontwikkelingen of substantiële tegenvallers, een aanvullend beroep te moeten doen op de deelnemende gemeenten.

De volgende tabel geeft de verschillen op hoofdkostencategorieën weer, gevolgd door een toelichting op hoofdlijnen. Een uitgebreide analyse per pijler vindt u terug in H4.1. Lasten Baten Saldo Lasten Baten Saldo Lasten Baten Saldo Veiligheid € 86.597 € -6.312 € 80.285 € 90.369 € -7.566 € 82.803 € 90.470 € -7.782 € 82.689 € 114 Stimuleren redzaamheid in de samenleving € 762 € -145 € 617 1.032€ € -540 € 492 € 1.143 € -601 € 542 € -50 Bijdragen aan een veilige leefomgeving € 10.147 € -41 € 10.106 10.561€ € -56 € 10.504 € 10.632 € -118 € 10.514 € -10 Hulpvaardige en slagvaardige inzet € 75.688 € -6.126 € 69.562 € 78.776 € -6.969 € 71.806 € 78.695 € -7.062 € 71.633 € 174 Wendbare en duurzame organistie € - € - € - -€ -€ -€ -€ -€ -€ € - Algemene dekkingsmiddelen € 914 € -96.031 € -95.117 € 905 € -97.828 € -96.923 € 905 € -97.806 € -96.901 € -21 Overhead: Wendbare en duurzame organisatie € 14.922 € -60 € 14.862 € 16.099 € -108 € 15.991 € 15.978 € -226 € 15.752 € 239 Vennootschapsbelasting € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - Saldo van baten en lasten € 102.432 € -102.403 € 30 € 107.373 € -105.502 € 1.871 € 107.353 € -105.814 € 1.539 € 332 Mutaties reserves € 935 € -964 € -30 € 935 € -2.806 € -1.871 € 1.216 € -2.744 € -1.527 € -344 Resultaat € 103.367 -103.367€ € 0 108.307€ -108.307€ 0€ 108.569€ -108.558€ 12€ -12€ Saldo (begroting -/- prognose) Begroting Primair Begroting na

wijziging BURAP PrognoseProgrammaplan VRMWB (bedragen x € 1.000 Burap 2026 8 Het geprognotiseerde resultaat wordt op hoofdlijnen als volgt verklaard: Nr. Toelichting 1 Advies en uitbesteding Per saldo is sprake van een nadeel van € 371k. Dit komt vooral door hogere kosten: € 180k voor het project weerbare samenleving, € 46k voor projectondersteuning nieuwbouw kazernes en het programma van eisen voor het nieuwe opleidings- en oefencentrum, € 161k voor de implementatie van AFAS HR en € 201k extra inhuur op de salarisadministratie door langdurige ziekte. Dit wordt deels gecompenseerd door € 130k onderbesteding op BDUR CB/IV. Daarnaast lopen er minder PTSS-trajecten dan verwacht, wat leidt tot € 120k lagere kosten. 2 Facilitaire kosten Per saldo is sprake van een nadeel van € 258k. De belangrijkste oorzaken zijn hogere kosten van € 65k voor communicatiemiddelen en de facilitaire kosten t.b.v. vakmanschapsdagen. Daarnaast is sprake van € 125k hogere energielasten en licentiekosten en € 43k extra licenties AFAS HR. 3 Gemeentelijke- en Rijksbijdragen Geen nadere toelichting. Het verschil is beperkt. 4 Investeringen en kapitaallasten Geen nadere toelichting. Het verschil is beperkt. 5 Lonen en salarissen Op lonen en salarissen wordt per saldo een voordeel van € 324k verwacht.

Dit voordeel wordt met name veroorzaakt door lagere lasten op loonkosten, waar tegenover inhuur op formatie staat (€ 287k). Daarbij is rekening gehouden met cao-stijgingen, de aankoop van verlof, in- en uitdiensttreding van medewerkers, nog in te vullen vacatures of inhuur op formatie en detacheringsinkomsten. Op instructeursvergoedingen wordt een voordeel van € 80k verwacht. Tegenover deze voordelen wordt een nadeel verwacht van € 43k op overwerk- en piketkosten. 6 Mutaties reserves en voorzieningen Per saldo is sprake van een nadeel van € 666k. Dit bestaat grotendeels uit de extra storting in de voorziening spaarverlof van € 336k. Daarnaast zorgt een lagere onttrekking uit de reserve SAAS voor € 60k lagere baten en leidt de onderbesteding op BDUR CB/IV door ontstane en later ingevulde vacatures en lagere bovenregionale kosten tot een storting in de reserve van € 282k.

nr Hoofdkostencategorie Begroting Primair Begroting na wijziging BURAP Prognose Positief/negatief 1 Advies en uitbesteding 4.700€ 5.714€ 6.086€ -371€ Negatief 2 Facilitaire kosten 6.707€ 6.981€ 7.239€ -258€ Negatief 3 Gemeentelijke- en Rijksbijdragen -95.223€ -97.360€ -97.357€ -3€ Negatief 4 Investeringen en kapitaallasten 8.423€ 7.481€ 7.505€ -24€ Negatief 5 Lonen en salarissen 58.092€ 58.553€ 58.230€ 324€ Positief 6 Mutaties reserves en voorzieningen 1.162€ -695€ -29€ -666€ Negatief 7 Opleiden en oefenen 3.843€ 3.991€ 3.694€ 298€ Positief 8 Overig -516€ 2.315€ 1.399€ 916€ Positief 9 Voertuigkosten 2.478€ 2.153€ 2.377€ -224€ Negatief 10 Vrijwilligers 7.641€ 8.124€ 8.126€ -2€ Negatief 11 Kosten Gemene Rekening 2.693€ 2.743€ 2.743€ -€ € - € - € 12 € -12 Negatief Verschil (begroting - /- prognose) Burap 2026 9 7 Opleiden en oefenen Per saldo bedraagt het voordeel € 298k. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere kosten Vakbekwaam Blijven (€ 218k), als gevolg van meer inzet van eigen medewerkers en door het ontwikkelen van visies en nieuw beleid van oefenen waardoor minder oefeningen zijn uitgevoerd. Daarnaast zijn de opleidingskosten lager uitgevallen (€ 77k), waarbij het voordeel voornamelijk samenhangt met tijdelijke onderbezetting binnen MOTO(TEL). 8 Overig Per saldo is sprake van een voordeel van € 916k.

Dit betreffen lagere kosten van € 342k door onderbesteding op BDUR CB/IV en € 302k lagere kosten door verschuiving van budget voor een weerbare samenleving. Een voordeel op de pensioenpremies van € 118k doordat een reservering van 2025 deels vrijvalt. De baten zijn € 43k hoger door de Risk Factory. Ook valt de ongevallenverzekering € 100k lager uit. Dit wordt deels gedempt door hogere kosten van € 74k voor organisatieontwikkeling en de Arbodienst. In de begroting is een post "nog te bestemmen lasten" opgenomen. € 287k van deze post is ingezet voor dekking van onder meer onderhoud voertuigen en licentiekosten. 9 Voertuigkosten Per saldo is sprake van een nadeel van € 224k. Dit komt vooral door € 170k hogere brandstofkosten door prijsontwikkelingen Midden-Oosten en € 55k verhoging ter correctie van een eerdere onbedoelde budgetverlaging voor onderhoud voertuigen. 10 Vrijwilligers Geen nadere toelichting. Het verschil is beperkt. 11 Kosten Gemene Rekening Geen nadere toelichting. Het verschil is beperkt.

Burap 2026 10 Hoofdstuk 2: Programma Veiligheid 2.1 Algemeen In dit hoofdstuk beschrijven we de stand van zaken aan de hand van onderstaande vragen: • Wat willen we bereiken (wat is ons plan en waar staan we nu)? • Wat zijn de kosten? Met een kleur (groen, oranje en rood) geven we aan wat de status van de doelstelling is: Verloopt (vrijwel helemaal) volgens plan Wijkt gedeeltelijk af van het plan Plan wordt niet behaald De status van een plan beoordelen we aan de hand van meerdere aspecten: inhoud, tijd (planning), kwaliteit, kwantiteit en financiën. 2.2 Stimuleren van een redzame samenleving Een redzame samenleving vraagt om inwoners die veiligheidsrisico’s herkennen en weten hoe zij kunnen handelen. We ondersteunen waar nodig en benutten eigen kracht waar mogelijk. Samen met partners ontwikkelen we gedragsgerichte interventies op basis van doelgroepen en gedrag, zodat inwoners passend handelingsperspectief krijgen. Conform onze begroting richten we ons in 2026 op de volgende resultaten: Wat willen we bereiken Veerkracht en weerbaarheid van de samenleving Wat is het plan? • We hebben een platformfunctie/rol om initiatieven voor het vergroten van weerbaarheid samen te brengen. Vanuit deze rol versterken we de samenwerking met andere hulpverleningskolommen en (vitale) partners. In 2026 is de platformfunctie op basis van een bestuurlijke opdracht ingevuld.

• We voeren samen met onze partners gerichte meetbare campagnes en interventies uit richting onze inwoners, waarmee we hen handelingsperspectief geven bij (effecten van) klassieke en nieuwe type risico's (zoals de energietransitie, geopolitieke dreiging en klimaatverandering). We zetten onder meer de Risk Factory hiervoor in. Hiernaast brengen we de regionale effecten (indicatief) in kaart door bijvoorbeeld een uitvraag in burgerpanels. • We richten burgerhulpverlening bij incidenten in als een regulier onderdeel van onze dienstverlening. Vanuit onze samenwerking met burgerhulpinitiatieven zoals Ready to Help kennen we de toegevoegde waarde van burgerhulpverlening en nemen we het op in onder meer onze planvorming en oefeningen. • In 2025 verkennen we de mogelijkheden om lokale noodsteunpunten (resilience centers) te bieden aan inwoners; waar moeten die aan voldoen en op welke manier kunnen die het meest van waarde zijn? Na besluitvorming van ons bestuur geven we in 2026 samen met onze partners invulling aan de organisatie van deze noodsteunpunten. Dit kan zijn dat we zelf noodsteunpunten organiseren of dat we gemeenten of partners adviseren bij het inrichten daarvan.

Burap 2026 11 Waar staan we nu? • Via het platform weerbaarheid wisselen een afvaardiging van gemeenten en veiligheidsregio ervaringen en informatie uit en delen we ontwikkelingen. Op basis van inhoud nodigen we hier (vitale) partners ook voor uit. Daarnaast hebben we bij verschillende partners presentaties gegeven over weerbaarheid. Er is een maandelijkse updatemail weerbaarheid die verstuurd wordt naar gemeenten en (vitale) partners. • De resultaten uit gedragsonderzoek dat in 2025 is uitgevoerd, zijn in 2026 verwerkt in onder andere de Regionale Denk Vooruit campagne. Dit jaar is er naast inwoners ook ingezet op bewustwording bij bedrijven en instellingen. • De Risk Factory weet naast schooljeugd uit de groepen 7 en 8 ook steeds meer de nieuwe doelgroep senioren te bereiken. We verwachten bijna 2x meer senioren dan vooraf begroot. De evaluatie van de Risk Factory verloopt volgens planning en de rapportage (conclusies/ aanbevelingen) staat gepland voor Q4. De betrokkenheid van partners is de afgelopen periode verder toegenomen. Daarnaast verkennen we nieuwe mogelijkheden voor samenwerking. • De uitgangspunten voor burgerhulpverlening in onze regio zijn vastgesteld. We omarmen burgerhulpverlening als onderdeel van onze hulpverlening waarbij veiligheid altijd voorop blijft staan.

We hebben in onze planvorming verwerkt hoe we de coördinatie op burgerhulpverlening doen en beoefenen we dit aspect bij de praktijkdagen. • Als onderdeel van de grote landelijke pilot worden er in onze regio vier pilots noodsteunpunten gedraaid, in Tilburg, Oosterhout, Roosendaal en Woensdrecht. We zorgen voor coördinatie tussen de vier pilots en de landelijke aanpak en het uitwisselen van de ervaringen tussen de pilots en de overige gemeenten in onze regio. De ervaringen die we op doen worden gebruikt om medio 2027 in alle gemeenten noodsteunpunten in te richten. Overige resultaten Deze resultaten vormden geen onderdeel van de vastgestelde begroting 2026: • Er is een nieuw convenant ondertekend tussen VRMWB Bevolkingszorg en de OMWB met afspraken over de werkwijze van de crisisorganisatie OMWB. • Er zijn campagnes uitgevoerd rond Denk Vooruit, sneeuw/ijzel, natuurbrand en extreme hitte. • We leggen en onderhouden contacten met netwerkpartners zoals woningcorporaties en ouderenbonden rondom onder andere verminderd zelfredzame groepen. • Begin juni werd de Week van de Weerbaarheid georganiseerd door de drie Brabantse veiligheidsregio’s. Tijdens deze week kwamen inwoners, overheden, maatschappelijke organisaties, ondernemers en professionals samen om kennis te delen, ervaringen uit te wisselen en te werken aan een weerbare samenleving.

Prestaties In de onderstaande tabel tonen we prestatie-indicatoren en kengetallen. Verwachting of | Realisatie | Prognose streefwaarde | tot 1 juli 2026 | 2026 2026 Aantal campagnes voor bewustzijns- | 8 | 4 | 8 verhoging inwoners Aantal bezoekers Risk Factory Leerlingen | 6.000 | 3.397 | 6.000 Senioren | 1.500 | 2.263 | 2.700 Bereik van specifieke campagnes Betaald | 3 | 2 | 3 Organisch | 4 | 2 | 4 Campagne Denk Vooruit – resultaten januari/februari 2026 Met een advertentiebudget van € 4.000 bereikte de campagne 288.062 unieke personen en realiseerde we 1,2 miljoen weergaven. Dit resulteerde in 14.312 bezoeken aan de website van Denk Vooruit en 97.000 volledig bekeken video's. | De campagne presteerde boven verwachting, met een doorklikpercentage van bijna 3% (doel: 2%) en een gemiddelde kostprijs van € 0,06 per klik (doel € 0,50). Daarmee is tegen relatief lage kosten een groot bereik en veel websiteverkeer gerealiseerd. Na de zomer wordt de Denk Vooruit campagne opnieuw regionaal ingezet met een focus op een ander thema en andere doelgroepen. Wat zijn de kosten? Weergave van de kosten voor het stimuleren van een redzame samenleving: Burap 2026 | 12 Burap 2026 13 2.3 Bijdragen aan een veilige leefomgeving Een veilige leefomgeving maken we samen. Gemeenten hebben hierin de regie; inwoners, ondernemers, zorg- en hulpverleners en andere partners dragen bij.

Wij adviseren gemeenten, bedrijven, inwoners en organisaties bij specifieke doelgroepen, thema’s, projecten, evenementen, objecten en gebieden. Daarbij kijken we naar bestaande én nieuwe risico’s. Met passende instrumenten en producten adviseren we tijdig en eenduidig over risicobeheersing en bereiden we ons voor om bij dreigende incidenten, rampen en crises flexibel en adequaat te handelen. Nieuwe technologische middelen ondersteunen ons daarbij. Wat willen we bereiken Borging van risicogerichtheid Wat is het plan? • Het onderzoek Risicobeheersing heeft een nieuw taken- en dienstenpalet opgeleverd waarmee het risicogerichte werken verder wordt vormgegeven en geborgd in onze processen. De uitkomsten van het onderzoek naar actuele risico’s leidt tot aanpassing van onze risicobeheersingstaken. In het verleden geaccepteerde risiconiveaus en beheermaatregelen worden afgeschaald ten behoeve van nieuwe en actuele risico’s. Ook de gebiedsgerichte opkomsttijden (GGO) zijn geïntegreerd in onze risicogerichte aanpak. • We versterken de ketensamenwerking op het thema extreem weer. We hebben een goed beeld wat extreem weer voor de samenleving betekent en hoe we hier met onze partners beter op kunnen voorbereiden. Waar staan we nu? • De uitwerking en invoering van het dienstenpalet verloopt voorspoedig maar vraagt tegelijkertijd veel tijd.

Met name het uitwerken van de werkwijze en de introductie bij de gemeenten vraagt extra aandacht. • We gaan daarnaast nieuwe netwerken aan om verder naar de voorkant te komen door het creëren van een dialoog en het delen van onze kennis. Zo zitten we aan tafel bij afstemmingsoverleggen tussen gemeente en horeca die zijn aangesloten bij Koninklijke Horeca Nederland; en praten we met verschillende betrokken afdelingen binnen gemeenten. We zijn in overkoepelende dialoog met Kober kinderopvang. • De adviseurs Risicobeheersing zijn middels een interne training (3 dagen) getraind in het risicogericht werken volgens het dienstenpalet Risicobeheersing. • We hebben de samenwerking rondom extreem weer verder versterkt met gemeenten, waterschappen en crisispartners. Zo werken we mee aan lokale hitteplannen van onder andere de gemeenten Geertruidenberg, Oosterhout en Altena. • We nemen deel aan een Brabant breed overleg met de drie Brabantse veiligheidsregio’s en waterpartners over wateroverlast door extreme neerslag. Daarnaast werken we samen met Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond op het gebied van wateroverlast en dragen we bij aan een landelijk handelingsperspectief ‘verminderen en voorbereiden wateroverlast’. Dit volgt in het najaar. • We hebben een natuurbrandwandeling georganiseerd in de gemeente Heusden in samenwerking met Brabantse veiligheidsregio’s.

Deze ging onder andere in op extreme droogte dat kan leiden tot extra natuurbranden. • We hebben op onze sociale media aandacht gevraagd voor de week van het water (eerste week van mei) waarin onder andere ingegaan werd op extreme regenval. • We sluiten aan bij landelijke en bovenregionale werkgroepen op het gebied van hoogwater en extreem weer en actualiseren waar nodig de huidige planvorming.

Burap 2026 14 24/7 informatiepositie is operationeel Wat is het plan? • Door versterking van onze data- en informatiepositie kunnen we gegevens met elkaar koppelen en daaruit nieuwe inzichten krijgen. Deze informatie delen we met onze gemeenten en veiligheidspartners, die zij kunnen verwerken in hun eigen veiligheidsplannen. • Ook het delen van informatie regionaal en landelijk is geborgd; we zijn verbonden met het Knooppunt Coördinatie Regio’s – Rijk (KCR2) waarmee we over een actueel en bovenregionaal beeld beschikken van onze risico’s, kwetsbaarheden en dreigingen. • Vanuit een krachtige informatiepositie en netwerkregie voeren we regelmatige dialogen met onze partners over risico’s om zo gezamenlijk beleid af te stemmen en risico- en crisisinterventies te doen zodat de kans op een risico/ crisis of de effecten ervan afnemen. Waar staan we nu? • We werken aan het versterken van onze data- en informatiepositie zodat we risico’s en dreigingen beter kunnen signaleren en duiden. De informatie gebruiken we onder meer voor weekbriefings en operationele informatievoorziening aan piketfunctionarissen. Deze informatie delen we waar relevant met gemeenten en veiligheidspartners, zodat zij deze kunnen betrekken bij hun eigen voorbereiding en planvorming. • We zijn aangesloten op de landelijke afspraken voor het delen van veiligheidsinformatie via het Veiligheidsbeeld.

Via het Veiligheidsbeeld voorzien we KCR2 van informatie voor de bovenregionale informatiepositie. We nemen deel aan landelijke bijeenkomsten over de doorontwikkeling van KCR2. • Om actuele veiligheidsinformatie uit de hele regio samen te brengen in één integraal beeld, zijn we gestart met het project Dynamisch Risicoproces. Met dit project ontwerpen en implementeren we een werkwijze waarin informatie over kwetsbaarheden, dreigingen en risico’s van verschillende partners wordt samengebracht. Doel is om op operationeel, tactisch en strategisch niveau tijdig en effectief passende risico- en crisisinterventies te kunnen bepalen. Eind dit jaar verwachten we inzicht te hebben in de informatiebehoefte en ligt er een conceptprocesontwerp. De implementatie is voorzien voor 2027. Gezien de omvang van het project richten we ons dit jaar eerst op de interne organisatie; externe partners sluiten in een volgende fase aan. Versterking netwerkstrategie Wat is het plan? • Met de in 2025 ontwikkelde landelijke netwerkstrategie die is voortgekomen uit de Landelijke Agenda Crisisbeheersing brengen we regionaal ons netwerk in kaart en bouwen we verder aan de bestaande samenwerking met onze partners die onderdeel uitmaken van de vitale infrastructuur voor Openbare Orde en Veiligheid. We maken inzichtelijk wat onze gezamenlijke belangen zijn en welke afspraken we met elkaar hebben.

Met het oog op actuele risico’s verkennen we of er in het netwerk nieuwe partners zijn waarmee de samenwerking geïntensiveerd mag worden. • In 2025 is een pilot accountmanagement uitgevoerd om beter zicht te krijgen op (de dynamiek in) ons netwerk en welke mogelijkheden er zijn om effectiever netwerkregie te voeren. In 2026 ontwikkelen we die werkwijze door, onder meer met automatisering. Waar staan we nu? • We hebben verder gewerkt aan het inzichtelijk maken van het regionale netwerk en het versterken van de samenwerking met vitale partners zoals buurregio’s, Waterschappen, Brabant Water en energiebedrijven. Daarbij ligt de nadruk op het vergroten van wederzijds

inzicht in rollen, verantwoordelijkheden, afhankelijkheden en risico’s. Daarbij kijken we ook of actuele risico’s vragen om intensievere samenwerking met bestaande of nieuwe partners. • | Op 2 april organiseerden we de Netwerkdag Crisisbeheersing. Daarmee versterken we onze rol als platformorganisatie en legden we, naast onze reguliere partners, ook nieuwe contacten met private partijen, waaronder de Infra Capacity Alliance (ICA). Dit collectief van bedrijven, crisisexperts en hulpverleners werkt vanuit de Whole of Society-benadering samen aan één gedeelde missie: klaarstaan voor inzet tijdens zowel civiele als militaire crises. • | We nemen deel aan de gebruikersraad NCV (Noodcommunicatievoorziening). Daardoor hebben we korte lijnen hebben met ministeries, Defensie, vitale partners en commerciële partijen. • | De methodiek voor accountmanagement (CRM) is verder ontwikkeld om de samenwerking met strategische partners meer gestructureerd vorm te geven. Hiermee kunnen relaties, afspraken, risico’s en ontwikkelkansen beter worden gemonitord en gestuurd. Dit gaan we borgen in een automatiseringssysteem. Prestaties In de onderstaande tabel tonen we prestatie-indicatoren en kengetallen: Voor toezicht op risicovolle bedrijven (niet Seveso-inrichtingen) is het lastig een prognose te geven omdat we deze uitvoeren op verzoek van de omgevingsdienst OMWB.

Toezicht bedrijfsbrandweren is de realisatie nog laag, maar dat komt omdat de bedrijven begin van het jaar de oefenplanning voor de bedrijfsbrandweer aanleveren. Na ontvangst van deze planning kan toezicht worden ingepland. Dit is de reden dat er na de zomervakantie meer inspecties op de bedrijfsbrandweer worden ingepland dan daarvoor. Verwachting of | Realisatie | Prognose streefwaarde | tot 1 juli 2026 | 2026 2026 Seveso en bedrijfsbrandweer Aantal afgesproken Brzo-inspecties | 45 | 22 | 45 Aantal onaangekondigde controles Brzo- | 45 | 21 | 45 bedrijven Toezicht bedrijfsbrandweer | 25 | 4 | 22 Industriële veiligheid en milieu Aanvragen milieu, externe veiligheid, | 150 | 81 | 150 onderzoeken explosieven Toezicht risicovolle bedrijven | 5 | 3 | 5 Levertijd advisering: tijdigheid van adviezen | 90% | * Kengetal volgt | 90% (%) | in jaarstukken Gerealiseerd gepland toezicht (%) | 90% | * Kengetal volgt | 90% in jaarstukken Burap 2026 | 15 Burap 2026 16 Wat zijn de kosten Weergave van de kosten van de bijdrage aan een veilige leefomgeving.

Bijdragen aan een veilige leefomgeving (bedragen x € 1.000) Advies en uitbesteding € 176 € - € 188 € - € 208 € - € -20 € - € -20 Facilitaire kosten € 24 € - € 24 € - € 24 € - € - € - € - Lonen en salarissen € 7.018 € -21 € 7.287 € -20 € 7.320 € -83 € -33 € 63 € 30 Mutaties reserves en voorzieningen € - € - € - € -16 € 46 € -16 € -46 € - € -46 Opleiden en oefenen € 149 € - € 229 € - € 205 € - € 24 € - € 24 Overig € 87 € -20 € 89 € -20 € 85 € -19 € 4 € -1 € 3 Kosten Gemene Rekening € 2.693 € - € 2.743 € - € 2.743 € - € - € - € - Gerealiseerde Resultaat € 10.147 € -41 € 10.561 € -56 € 10.632 € -118 € -72 € 62 € -10 Begroting Primair Begroting na wijziging BURAP prognose Verschil (begroting -/- prognose) Totaal Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Burap 2026 17 2.4 Hulpvaardige en slagvaardige inzet Nieuwe risico’s leiden tot nieuwe type incidenten, rampen en crises. In die veranderende omgeving staan de meldkamercentralisten, brandweer- en crisisteams 24/7 paraat. Ons vakmanschap, adequaat materieel en een betrouwbare operationele informatie zijn daarbij essentieel. We ondersteunen onze bestuurders, die verantwoordelijk zijn voor Bevolkingszorg en de beheersing en bestrijding van crises en incidenten.

Wat willen we bereiken Toekomstbestendige brandweerzorg Wat is het plan? • In 2025 hebben we in een masterplan mogelijke varianten beschreven om onze brandweerzorg meer toekomstbestendig te maken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten en is dit bestuurlijk vastgesteld. In 2026 werken we de gekozen variant verder uit en starten we met de implementatie hiervan. Dit doen we in samenhang met de ontwikkelingen op het terrein van risicobeheersing. • Het omvormen van de post Moerdijk-Haven naar een 100% overheidsbrandweerpost is eind 2026 gereed. • In 2025 besluit ons bestuur over een business case om ook ons opleidingscentrum Safety Village toekomstbestendig te maken. In 2026 starten we met de implementatie hiervan. Waar staan we nu? • In december 2025 is het toekomstperspectief voor brandweerzorg bestuurlijk vastgesteld. Dit beschrijft op hoofdlijnen hoe we de brandweerzorg richting 2035 betrouwbaar, risicogericht, op maat, duurzaam en betaalbaar willen inrichten. In het eerste half jaar van 2026 is het uitvoeringsplan 2026-2035 inclusief communicatieplan vastgesteld. Het communicatieplan wordt stapsgewijs uitgevoerd via onder meer presentaties, bijeenkomsten en een animatie. De ambtenaren openbare veiligheid en/of crisisbeheersing van onze gemeenten zijn actief betrokken bij het proces.

• We hebben een samenhangend assessmentmodel ontwikkeld, waarin het lokaal risicoprofiel, de ‘foto van de post’ en het diepte-interview met elkaar worden verbonden. Dit model is gedeeld met de ondernemingsraad. We hebben tien brandweerposten voor de pilot geselecteerd en we zijn gestart met de uitwerking van de lokale risicoprofielen en foto's van de posten. We onderzoeken hoe een objectief scoringsmodel, ondersteund door AI, kan bijdragen aan het verwerken en analyseren van de opbrengsten. • Het inrichtingsdocument voor de toekomstige inrichting van de overheidsbrandweerpost Moerdijk-Haven is opgesteld. Hiermee is een belangrijke vervolgstap gezet in de voorbereiding op de omvorming naar een 100% overheidsbrandweerpost met het specialisme industriële incidentbestrijding. Onderdelen zoals vakbekwaamheid en alarmering worden voor dit specialisme verder uitgewerkt. • Het Algemeen Bestuur heeft het uitgangspunt van een opleidings- en oefencentrum in eigen beheer herbevestigd als basis voor de businesscase. In vervolg daarop is het Programma van Eisen uitgewerkt. De businesscase wordt nu verder voorbereid aan de hand van scenario’s voor een toekomstbestendig Safety Village. Daarbij worden toekomstmogelijkheden, kosten, financiering en vergunbaarheid van het centrum nader in beeld gebracht.

Burap 2026 18 Versterken Crisisbeheersing Wat is het plan? • In 2025 hebben we handboeken ontwikkeld voor het proces Informatiemanagement en Calamiteitencoördinatie (CaCo) op de meldkamer. Deze werkwijze voeren we in door hiermee te oefenen. • De structuren van projectteams en scenarioteams worden behandeld in het multidisciplinaire opleidings- en oefenprogramma. Daarnaast zorgen we ervoor dat deze structuur ook toegepast wordt in interregionaal verband, zoals met Veiligheidsregio Zeeland en de andere Brabantse veiligheidsregio's. • De samenwerking voor crisisbeheersing met de Belgische partners wordt verder bestendigd met de implementatie van de afspraken in het convenant dat we met hen zijn overeengekomen. Waar staan we nu? • In 2026 is gestart met de implementatie van de vernieuwde werkwijzen voor Informatiemanagement en CaCo binnen de meldkameromgeving. Deze ontwikkeling sluit aan bij landelijke afspraken en draagt bij aan een uniforme en toekomstbestendige inrichting van crisiscoördinatie en informatievoorziening. • We hebben regionaal en interregionaal geoefend met projectteams en scenarioteams. Daarbij is aandacht besteed aan complexe en multidisciplinaire scenario’s die aansluiten bij actuele risico’s en maatschappelijke ontwikkelingen.

Zo is er bijvoorbeeld aandacht geweest voor Host Nation Support (HNS); de doorvoer van militair materieel naar het oosten in geval van internationale inzet. (artikel 4 / 5 NATO). • Het nieuwe Afsprakenkader Vlaanderen–Nederland is vastgesteld door het Algemeen Bestuur en vervangt het Convenant BE-NL uit 2017. De verdere uitwerking vindt plaats door de Grensliaison in nauwe samenwerking met Belgische partners en de brandweerorganisaties aan beide zijden van de grens. In de eerste helft van 2026 zijn stappen gezet in de uitwerking van afspraken over de liaisonstaak, grensoverschrijdende informatie-uitwisseling en gezamenlijke oefenactiviteiten. • In het kader van natuurbrandbeheersing hebben we met Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en Brabants Landschap de verouderde alarmering vervangen door alarmering via ‘iTel Alert’. Hiermee borgen we een snelle gidsfunctie van terreinbeheerorganisaties en kunnen zij gebiedsgericht worden gealarmeerd. • Met haar advisering, kennisoverdracht en het bieden van handelingsperspectief verbindt de GHOR de veiligheidsregio en de zorgsector. De GHOR heeft als doel om continuïteit van de zorg te borgen, zowel in de acute als langdurige zorg. Dit doet ze door dit jaar en de komende jaren actief invulling te geven aan de weerbare zorgketen door de zorgpartners voor te bereiden op onverwachte situaties.

Voorbeelden hiervan zijn de implementatie van het Witte Informatie Knooppunt (WIK), een digitaal platform waar de kennis en informatie die zorgpartners nodig hebben in de koude én warme fase. Het biedt plannen, draaiboeken, handreikingen, best practices en actuele inzichten voor professionals in de acute en langdurige zorg. • De GHOR heeft in april een werksessie ‘Crisisplannen zorginstellingen’ georganiseerd met acute zorgpartners en partners langdurige zorg uit onze regio waar de noodzaak van het hebben van een crisisplan en hoe hier invulling aan kan worden gegeven, centraal stonden. • Een ander belangrijk speerpunt van de GHOR is de weerbare crisisorganisatie. Deze continuïteit kan/zal namelijk onder druk komen te staan in geval van de uitval van vitale voorzieningen en/of een militair conflict. Hierbij is het black-out scenario als speerpunt genomen om de GHOR crisisorganisatie gereed te maken.

Burap 2026 19 Informatiegestuurd werken in de meldkamer Wat is het plan? • Als onderdeel van de visie Meldkamer 2030 bieden we onze inwoners sneller adequate hulpverlening door de inzet van moderne digitale middelen, waaronder beeldherkenning. • Vanuit het Beleidsplan Meldkamerfuncties Veiligheidsregio 2024-2028 ontwikkelt ons Operationeel Centrum Veiligheidsregio (OCB/VR) een landelijke standaard voor de rol van onze medewerkers bij informatiegestuurd werken. De landelijke samenwerking tussen de meldkamers biedt steeds grotere schaalvoordelen, doordat afzonderlijke meldkamers standaard werkwijzen ontwikkelen die door de anderen worden overgenomen. Waar staan we nu? • We werken mee aan een landelijk businesstransformatieplan. De hoofden Meldkamer Brandweer-Veiligheidsregio stellen dit plan op in samenwerking met het Bureau Meldkamer en Verbindingen van het NIPV. Het plan moet richting geven aan de verdere ontwikkeling van informatiegestuurd werken, digitale ondersteuning en landelijke standaardisatie binnen de meldkamerfunctie. Naar verwachting is het businesstransformatieplan eind zomer 2026 gereed en wordt het daarna geagendeerd in het Directeurenoverleg Meldkamer. • Alle centralisten brandweer beschikken inmiddels over de mogelijkheid om te beeldbellen met melders.

Om te komen tot een landelijke standaard voor het gebruik van beeld in de meldkamer, nemen we deel aan de landelijke projectgroep beeldregie. Deze projectgroep werkt aan kaders voor het gebruik van beeldbellen en verkent hoe aanvullende informatie beter kan worden ontsloten richting de meldkamer Brandweer en Veiligheidsregio. Overige resultaten Deze resultaten vormden geen onderdeel van de vastgestelde begroting 2026: • Sinds begin mei werken we met werkelijke uitruktijden. Daarmee zijn de AanRijTijdenserver (ART) en dynamisch alarmeren ingevoerd. Naast de technische implementatie vergde dit vooral een zorgvuldig veranderproces om alle betrokkenen goed mee te nemen in de gevolgen hiervan. Er is veel aandacht besteed aan communicatie en afstemming met de posten over de impact op verzorgingsgebieden. Vooral het inzichtelijk maken van de gevolgen per post en het creëren van draagvlak vroeg extra inzet. Posten die door de nieuwe werkwijze een kleiner verzorgingsgebied kregen, zijn persoonlijk geïnformeerd en hebben inzicht gekregen in hun nieuwe verzorgingsgebied. Ook burgemeesters, AOV’ers en de OR zijn gedurende het traject actief geïnformeerd en betrokken. Het was een omvangrijk proces met veel overleg, toelichting en het beantwoorden van vragen. Uiteindelijk is de invoering zorgvuldig en succesvol verlopen.

• In het eerste halfjaar van 2026 is de businesscase Toekomstbestendig TFL opgeleverd. De businesscase laat zien dat verdere professionalisering van onderhoud en keuringen in eigen beheer noodzakelijk en haalbaar is. Er is een tijdelijke werkplaats in de kazerne Bergen op Zoom geopend, als tijdelijke voorziening totdat de kazerne in Roosendaal is gerealiseerd. De regionale onderhoudsplanning is ingericht en naast planmatig onderhoud wordt ook steeds meer correctief onderhoud in eigen beheer uitgevoerd. • Door de verwachte stedenbouwkundige, demografische en infrastructurele ontwikkelingen in de gemeente Breda onderzoeken we wat deze veranderingen betekenen voor de brandweerzorg en hoe we deze ook in de toekomst effectief en toekomstbestendig kunnen organiseren. Hiervoor hebben we een omgevingsanalyse van de stedelijke ontwikkelingen in Breda voor de periode 2025–2040 uitgevoerd, aangevuld met een impactanalyse. Op basis daarvan is een concept- uitgangspuntendocument opgesteld. • Het college van B&W Tilburg heeft een besluit genomen over de toekomstige inrichting van de brandweerzorg in Tilburg waarbij wordt toegewerkt naar drie beroepskazernes. Hiermee wordt

Burap 2026 20 ingespeeld op de effecten van stedenbouwkundige, demografische en infrastructurele ontwikkelingen op de bereikbaarheid, dekking en opkomsttijden. • Samen met de gemeente Dongen wordt gekeken naar een nieuwe, meer toekomstbestendige locatie van de brandweerkazerne, passend bij de stedenbouwkundige, demografische en infrastructurele ontwikkelingen. • Ook in andere delen van de regio wordt gewerkt aan toekomstbestendige brandweerhuisvesting. Zo wordt gewerkt aan de nieuwbouw van de kazernes in Wouw en Roosendaal en vindt samen met gemeenten en provincie een verkenning plaats naar een nieuwe locatie in Willemstad. • De uitslagen van het landelijke belevingsonderzoek zijn bekend. Brandweermedewerkers in Midden- en West-Brabant zijn nog steeds ontzettend trots op hun vak. Ook is het vertrouwen in de ontwikkelrichting van de organisatie ten opzichte van 2021 sterk toegenomen. Tegelijkertijd vraagt het onderzoek aandacht voor thema’s als bezetting, betrokkenheid van medewerkers bij organisatorische keuzes en de werving en het behoud van vrijwilligers. • Tenslotte wordt er druk gewerkt aan de hercertificering van ons Regionaal Opleidingsinstituut (ROI) en het gereed maken van Safety Village voor de nieuwe manschappenopleiding die vanaf september gegeven zal worden. • Vanaf eind mei zijn zowel de nieuwe blus-/verkenningsrobot als de nieuwe drone operationeel.

Prestaties In onderstaande tabel tonen we prestatie-indicatoren en kengetallen. De weergegeven cijfers zijn daadwerkelijke cijfers die op basis van aanvraag worden gepresenteerd. Daar waar de prognoses ontbreken, wordt geen prognose meer aangeleverd. De cijfers van de meldkamer krijgen geen verwachting of streefwaarde. Verwachting/ | Realisatie tot | Prognose streefwaarde | 1 juli 2026 | 2026 2026 Repressie | Aantal vrijwilligers | 1.334 | 1.380 Aantal beroeps | 220 | 222 Gebiedsgerichte | Aantal incidenten | 387 opkomsttijden | gebouwbranden ● Aantal volgens | n.v.t. prognose ● Aantal sneller | n.v.t. ● Aantal langzamer | n.v.t.

● % volgens prognose | 60% ● % sneller | 1% ● % langzamer | 11% Vakbekwaam worden | Opkomstpercentage | 70% | 71% | 70% en blijven | vrijwilligers bij oefenen Opkomstpercentage | 30% | 45% | 40% vrijwilligers bij alarm Multidisciplinaire | Aantal grip-situaties | 7 | * incidenten % geëvalueerde grip-2 | 100% | 100% | 100% situaties Operationeel Centrum | Afgehandelde | * | 5.618 | * Brandweer (OCB/VR) | incidenten Brandweer 112 Afgehandelde | * | 1.060 | * meldingen 0900-0904 Crisiscommunicatie | Inzet crisiswebsite | * | 31 | * Deelname aan | 65% | ** | * vakbekwaamheidsactivit eiten door regionale piketfunctionarissen ** Rapportage van deze indicator volgt in de Jaarstukken 2026 Burap 2026 | 21 Burap 2026 22 Verantwoording Gebiedsgerichte Opkomsttijden Voor de beoordeling van de snelheid wordt in het nieuwe dekkingsplan gebruik gemaakt van het landelijk Beoordelingskader gebiedsgerichte opkomsttijden. Aan de hand van dit beoordelingskader is in het dekkingsplan een theoretische berekening gemaakt van de operationele prestaties. De gerealiseerde prestaties komen voor 63% van de gebouwbranden – de categorie maatgevende incidenten waarop GGO stuurt – overeen met de prognose in het dekkingsplan. In 1% van de gebouwbranden was de brandweer sneller dan voorzien. In 12% was de brandweer langzamer dan de prognose.

Voor 22% van de incidenten hebben we geen telemetrietijden omdat er bijvoorbeeld een vervangend reserve tankautospuit ingezet is en deze zijn niet voorzien van telemetrie. Van 2% van de nieuwe objecten (2%) hebben we nog geprognotiseerde opkomsttijd omdat deze data nog niet zijn verwerkt in de data van het dekkingsplan. Als laatste zijn er incidenten (1%) waarvan de data niet correct is. Deze individuele incidenten die afwijken van de prognose zijn besproken met de betreffende burgemeester in het periodiek overleg met districtsmanagers. In het algemeen zijn er de volgende redenen voor een overschrijding: • Verwerkingstijd OCB >1 min.: melding komt via Landelijke meldkamer, Politie of Regionale Ambulance Voorziening (RAV) binnen. Bij een automatische doormelding van een brandmeldinstallatie kan het ook zijn dat de centralist pas alarmeert na bevestiging door de instelling of bedrijf. • Uitruktijd van een brandweerpost is hoger dan berekend. Bij een vrijwillige post zijn we afhankelijk van de beschikbaarheid van de teamleden. • De rijtijd is langer dan de prognose als gevolg van (tijdelijke) infrastructurele aanpassingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1960/documents/55450