1358941-E-WERKPLEIN HART VAN WEST-BRABANT-Jaarstukken 2024 (Geanonimiseerd).pdf
Tekst van het document
OR Werkplein heeft aangegeven dat, ongeacht welke vorm van samenwerking uit het onderzoek naar voren komt, de OR onder andere stuurt op voorkomen boventalligheid, voorkomen versobering arbeidsvoorwaarden en voorkomen willekeur.
36
OR-uitgangspunten De OR is op 27 november 2024 op training geweest om op basis van de aanbevelingen van het CAOP en Radaradvies de OR-uitgangspunten te actualiseren en te concretiseren: 1. Basis op orde a) Duidelijkheid over taken, bevoegdheden en verantwoordlijkheden b) Duidelijkheid wat is zelforganisatie c) Uniformiteit in leidinggeven (coachen en faciliteren) d) Medewerker centraal stellen en faciliteren wat nodig is e) Respecteer eigen verantwoordelijkheid medewerker en behoefte 2. Werkplezier 3. Voorkomen willekeur (gelijke kansen voor iedereen) 4. Juiste man/vrouw op de juiste plek a) Breng kwaliteit, talenten en affiniteit in beeld van medewerkers b) Doorstroommogelijkheden 5. Voorkomen toename werkdruk De OR stuurt op de bovenstaande uitgangspunten. De WOR-bestuurder kan daarom verwachten op deze uitgangspunten aangesproken te worden. Werving nieuwe directeur/WOR-bestuurder Per 1 oktober 2024 heeft Marko Does het Werkplein verlaten voor een nieuwe uitdaging. De OR is een vroegtijdig stadium meegenomen bij het opstellen van een profiel voor een nieuwe directeur/ WOR-bestuurder. Daarnaast heeft de OR-voorzitter deelgenomen aan de adviescommissie voor de werving van de nieuwe directeur. Inmiddels is een nieuwe directeur geselecteerd. Zij start per 1 mei in deze functie. Tot die tijd blijft Arjan Dekker de WOR-bestuurder voor de OR.
OR-wijzigingen Naar aanleiding van de oproep voor 1 OR-lid en 2 stagiaires eind 2023, is Laura den Boer toegetreden als OR-lid. Eric Pals en Sietske Jongenelen hebben beide een stageperiode meegelopen. Peter Neeleman heeft zich in oktober als OR-lid teruggetrokken, waardoor een OR-zetel vrijkwam. Sietske heeft Peter als OR-lid opgevolgd. De OR heeft onderstaande onderwerpen in 2024 behandeld Naast bovengenoemde onderwerpen heeft de OR enkele instemmingsverzoek ontvangen: Bedrijfsartsenzorg Occure B.V. en het Opleidingsplan. Daarnaast is de OR betrokken geweest bij het aanstellen van de nieuwe externe vertrouwenspersoon. Bij al deze onderwerpen is de OR in een zeer vroegtijdig stadium meegenomen om ook daadwerkelijk invloed uit te kunnen oefenen op de voorgenomen besluiten. Informatievoorziening/veiligheid Het stof van de organisatieontwikkelingen is in 2024 neergedaald waardoor er wat ruimte was voor het aanpakken van andere ontwikkelingen. Zo is er een concreet plan opgesteld voor het resultaat gericht werken en voor het verhogen van de kennis op gebied van informatiebeveiliging en privacy. Verder is de samenwerking met (deelnemers van) ICT WBW geïntensiveerd. Werken met data Om resultaatgericht te gaan werken zijn dashboards gebouwd die inzicht geven in de dagelijkse taken van medewerkers.
In 2024 is het project Werken met data gestart met als doel om resultaatgericht werken onderdeel te laten zijn van het dagelijks handelen van medewerkers. 37
Informatiebeveiliging In 2024 zijn er geen incidenten voorgevallen waardoor informatie op grote schaal gelekt is of waardoor de dienstverlening in gevaar is gekomen. Dat is vooral te danken aan het zorgvuldig handelen van de medewerkers en aan de mitigerende maatregelen, zoals de toegangsbeveiliging van de digitale Werkpleinomgeving. Bewustzijn medewerkers Er is een plan uitgestippeld om het niveau van basiskennis en specifieke kennis te verhogen voor de onderwerpen informatiebeveiliging en het verwerken van persoonsgegevens. Dat bereiken we door voorlichting in team overleggen, het aanbieden van e-learning op het Leerplein en door workshops voor het verhogen van specifieke kennis. Suwinet audit & DigiD audit Het gebruik van Suwinet Inkijk en DKD inlezen is in 2024 door een externe auditor beoordeeld en akkoord bevonden. Met daarbij twee aanbevelingen die van belang zijn voor het Werkplein. Het aanbieden van voorlichting voor nieuwe medewerkers op een centrale plaats. En het tijdig afmelden van medewerkers die uit dienst zijn. De DigiD aansluitingen van webformulieren zijn beoordeeld en akkoord bevonden door een externe auditor. De belangrijkste aanbevelingen van de auditor zijn: het documenteren van procedures en het vastleggen van wijzigingen in de webformulieren.
Privacy Gemeten met de Privacy self assessment methode van het VNG IBD behaalt Werkplein over 2024 een privacy volwassenheidscore van 2,8 op een schaal van 1 tot 5. In 2023 was dit 2,7. Hierbij betekent niveau 3 dat er in de basis voldaan wordt aan de AVG. Niveau 4 betekent dat er een structurele periodieke evaluatie van alle AVG vereisten is ingericht en wordt uitgevoerd. In het overleg van het DB in oktober 2021 is over de wenselijkheid van het behalen van dit niveau gesproken. Noodzakelijk inspanningen moeten gezocht worden op de onderdelen bewustwording en het vergroten van specifiek kennis van verwerking van persoonsgegevens bij de uitvoering van de Participatiewet en als ketenpartner binnen het sociaaldomein. Er is gedurende het gehele jaar adequaat gehandeld in het geval van een beveiligingsincident of datalek en bij het behandelen van verzoeken in het kader van rechten van betrokkenen. Ook zijn concrete vragen uit de organisatie op het gebied van privacy tijdig beantwoord. Samenwerking met ICT West-Brabant West en overige deelnemers Door de pilot ‘Samenwerking op I’ werkt het Werkplein nu intensiever samen met de overige ICT-WBW deelnemers op het gebied van informatievoorziening en -beveiliging. Er zijn vier projecten benoemd (informatiebeleid, iBurgerzaken, M365 beheer en informatiebeveiliging) waarin concrete resultaten behaald worden waar het kan.
Leren door te doen staat voorop in deze projecten.
38
Financieel beheer Het is onze verplichting om op periodieke wijze verantwoording af te leggen over het gevoerde (financieel) beleid. Deze verantwoording heeft plaatsgevonden via maandelijkse managementinformatie en de bestuursrapportages per kwartaal alsmede in de diverse bestuurlijke en ambtelijke gremia. In 2024 hebben we de kaderbrief 2025 en begroting 2025 ter besluitvorming voorgelegd en zijn tevens de jaarstukken 2023 aan de gemeenten aangeboden. Er is één begrotingswijziging voor 2024 aan gemeenten aangeboden vanwege de verhoging van de uitkeringen en inburgering. Maar ook vanwege de extra kosten voor de uitvoering van de voorzieningenwijzer, de energietoeslag en het leefgeld voor Oekraïners.
Huisvesting Het Werkplein heeft één hoofdvestiging, Etten-Leur. Voor de locatie Etten-Leur was een huurcontract voor 10 jaar gesloten. Dit is eind 2024 afgelopen. Een nieuwe huurovereenkomst is momenteel onderhanden. De druk op de werkplekken is in 2024 nog relatief beperkt. Wel is door de diverse verbouwingen in gemeentehuizen tijdelijk sprake van minder beschikbare werkplekken. Ingevolge onze visie zoeken we de verbinding met onze collega’s in het sociaal domein en willen we daar zijn waar de inwoner ons nodig heeft. Gevolg daarvan is dat we in elk gemeentehuis onze dienstverlening (proberen) vorm te geven.
Bezwaar- en beroepschriften De ingediende bezwaar- en beroepschriften hebben betrekking op alle onderdelen binnen het Werkplein (Inkomen, Inkomensondersteuning en Werk & Participatie). Een bezwaarschrift kan ingediend worden als de inwoner het niet eens is met een besluit, met als volgende stap de gang naar de rechter (beroep, hoger beroep). Bezwaar Eerste kwartaal 2024 Tweede kwartaal 2024 Derde kwartaal 2024 Vierde kwartaal 2024 Totaal bezwaar- en beroepschriften
Ambtelijk 47 23 26 27 123
Commissie 1 3 6 0 10
Beroep 0 4 3 3 10
Hoger beroep 0 0 3 0 3
Totaal 48 30 38 30 146
Waarvan gegrond 0 1 0 0 1
Tabel: Aantal bezwaar- en beroepschriften 2024
In 2024 zijn 146 bezwaar- en beroepsschriften ingediend en daarvan is 1 gegrond verklaard. In 2023 zijn 150 bezwaar- en beroepschriften ingediend, waarvan 2 gegrond.
Klachten Er zijn 30 klachten ontvangen in 2024. Dit is 8 minder dan in 2023. De ingediende klachten hebben betrekking op alle onderdelen binnen het Werkplein. Van de 30 klachten zijn 6 klachten gegrond, 4 ongegrond, 3 deels ongegrond, 3 ingetrokken en 9 niet ontvankelijk. Geen van de (gegronde) klachten heeft financiële consequenties. In 2023 waren er 38 klachten, waarvan 11 gegrond en 4 deels gegrond.
Ingebrekestellingen De 11 ingebrekestellingen in 2024 hebben betrekking op team Bedrijfsondersteuning, Diagnose en Kwaliteit.
39
Van de bovenstaande ingebrekestellingen zijn er 3 gegrond zonder betaling. Acht zijn niet gegrond verklaard. Geen van de ingebrekestellingen hebben financiële consequenties gehad. In 2023 waren er 15 ingebrekestellingen waarvan 4 gegrond zonder betaling en 2 met betaling.
Rechtmatigheid Rechtmatig handelen is voor het Werkplein van groot belang. Dit wil zeggen dat financiële handelingen plaatsvinden binnen de wettelijke kaders, verordeningen en beleidsregels, vastgesteld in het normenkader. Om dit te kunnen toetsen is binnen de organisatie van het Werkplein één team belast met de controle op de handelingen en bestedingen (team Kwaliteit). Binnen dit team zijn de volgende activiteiten gericht op de rechtmatigheid: • • • • •
Interne Controle Bezwaar en Beroep Kwaliteit (de kwaliteitsmedewerkers en de security-officer) Applicatiebeheer/informatiebeveiliging Fraude
De verantwoordelijkheid voor het rechtmatig handelen ligt bij het Dagelijks Bestuur van het Werkplein. Met ingang van het verslagjaar 2023 moet het Dagelijks Bestuur van het Werkplein zelf een rechtmatigheidsverantwoording opstellen die wordt opgenomen in de jaarrekening. Deze nieuwe rechtmatigheidsverantwoording vraagt een kanteling van de bestaande vooral repressief georiënteerde controleaanpak naar een combinatie met een preventief georiënteerde aanpak. Dankzij een risico-analyse van de bevindingen uit de dossiercontroles in combinatie met een controle op de werking van bestaande beheersmaatregelen of voorstellen van nieuwe beheersmaatregelen gaan we steeds meer toe naar het voorkomen van tekortkomingen in de uitvoering. Dit zal leiden tot een goed georganiseerde doelgerichte bedrijfsvoering, die recht doet aan de nieuwe visie op dienstverlening. Ter ondersteuning van dit interne controleproces wordt gebruik gemaakt van het model “Beheersing Beheerst” binnen de applicatie Checkpoint. Hierin zijn voor de bedrijfs- en uitvoeringsprocessen de doelstellingen, risico’s en in opzet aanwezige beheersmaatregelen beschreven. De uitkomsten van deze risicoanalyse geven een leidraad voor de interne controlewerkzaamheden en dan met name voor de uitgevoerde thema- en overige controles. In 2022 is een start gemaakt met het controleren van een aantal beheersmaatregelen.
In 2024 zijn deze verder gekoppeld aan de uitgevoerde controles. Door onze (bedrijfs-)processen op deze wijze te onderzoeken en waar nodig te verbeteren kunnen we aannemen dat rechtmatigheid en doelmatigheid voldoende geborgd zijn; dit is tevens een belangrijke pijler voor de rechtmatigheidsverantwoording.
Doelstelling IC Een belangrijk doel is vaststellen of (financiële) handelingen in overeenstemming zijn met het door het Algemeen Bestuur vastgestelde normenkader en onderliggende relevante informatie nauwkeurig, tijdig en volledig is vastgelegd. Het tweede doel is onderzoeken of werkafspraken correct zijn, worden nageleefd en/of verbeterd kunnen worden. Dit is immers van belang voor zowel het rechtmatig handelen als voor de dienstverlening aan de inwoner, die gebaat is bij een juist en tijdig besluit dat recht doet aan persoonlijke omstandigheden. Door middel van dossiercontroles en signaalgerichte themacontroles onderzoekt IC of aan de doelstellingen wordt voldaan en doet waar nodig aanbevelingen op zowel managements- als uitvoeringsniveau. Samengevat is een goed opgezette interne beheersing met gerichte controles een belangrijke pijler waarop het Dagelijks Bestuur van het Werkplein Hart van West-Brabant moet kunnen steunen. De rapportages van Interne Controle worden voorgelegd aan het Managementteam van het Werkplein als 40
onderdeel van de jaarstukken zoals bedoeld in artikel 15 van de ‘Financiële verordening ISD Werkplein Hart van West-Brabant’. De uitkomsten van de interne controle ondersteunen mede de rechtmatigheidsverantwoording, zoals die door het Dagelijks Bestuur met ingang van de jaarrekening 2023 wordt afgegeven
Rechtmatigheidsverantwoording Deze paragraaf gaat in op de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening en de afwijkingen. De rechtmatigheidsverantwoording heeft betrekking op drie criteria: • • •
Begrotingscriterium Voorwaardencriterium Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium.
Sinds vorig jaar stelt het Dagelijks Bestuur de rechtmatigheidsverklaring en de verantwoording op. We beschouwen de verantwoording als een groeimodel, waarbij we ons voor 2023 hebben gefocust op de belangrijkste risico’s en kaders. In 2024 hebben we dit verder aangescherpt en de themacontroles hierop aangepast. Verder hebben wij een begin gemaakt met de impact analyse van de geconstateerde fouten en onduidelijkheden. Voor de rechtmatigheidsverantwoording zijn verantwoordingsgrenzen met het bestuur afgesproken op 23 november 2023 voor de duur van vier jaar. De verantwoordings- en rapporteringsgrens voor de rechtmatigheid is vastgesteld op 2% van de lasten inclusief dotaties aan reserves, zijnde € 2.381.756 voor 2024. Wanneer de geconstateerde afwijkingen op totaalniveau deze grens overschrijden, worden deze afwijkingen opgenomen in deze paragraaf en de maatregelen ter voorkoming van deze overschrijdingen toegelicht. In de kadernota rechtmatigheid geeft de commissie BBV aan dat het oordeel gebaseerd moet zijn op de bruto begrotingsonrechtmatigheden. Vanuit dat standpunt is sprake van onrechtmatigheden in de verantwoorde baten en lasten alsook de balansmutaties boven de grens. Het Dagelijks Bestuur is van mening dat in materiele zin binnen de kaders en de grens is gehandeld.
Dit is gebaseerd op de afspraken die gemaakt zijn met het Algemeen Bestuur en de deelnemende gemeenten ter uitvoeringen van de taken. Hiermee is de rapporteringsgrens niet overschreden. De totale begrotingsoverschrijding op de lasten over het boekjaar 2024 bedraagt € 636.100. Voor de vastgestelde afwijkingen en een toelichting per afwijking is dat gebeurd voor de programma’s in paragraaf Wat mag het kosten. De begrotingsoverschrijding op de lasten bestaat uit de volgende onderdelen: Programma Inkomen →
€ 560.641
Onderwijsroute →
€ 74.393
Extra taken vluchtelingenwerk →
€
266
Energietoeslag →
€
800
Totaal
€ 636.100
Wij beoordelen deze overschrijdingen als acceptabel, omdat er sprake is van open-einde regelingen en op basis van de afspraken met het Algemeen Bestuur in de financiële verordening. In de toekomst proberen we de begrotingsafwijking zo laag mogelijk te houden door in het proces van de begrotingswijziging de meest actuele cijfers te hanteren. Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheers handelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving, zowel intern als extern. Met onze interne controles sluiten we aan bij de goedkeurings- en rapporteringstoleranties zoals door het Algemeen Bestuur zijn vastgesteld. Op basis van onze controles zijn er geen bijzonderheden aangetroffen.
41
Het M&O beleid is in 2024 opgesteld. Ook specifiek voor Inburgering hebben we een M&O beleid opgesteld. Ten aanzien van de criteria opgenomen in het beleid van onze organisatie zijn geen bijzonderheden aangetroffen.
4.4 Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Om weerstand te kunnen bieden tegen substantiële tegenvallers, zonder aantasting van het uit te voeren beleid, is normaliter een bepaald weerstandsvermogen onontbeerlijk. Dit vormt een buffer om onverwachte en onvoorziene tegenvallers op te kunnen vangen. Het weerstandsvermogen voor het Werkplein bestaat alleen uit de post onvoorziene uitgaven. Daarnaast zijn gemeenten achtervang bij eventuele tekorten van de gemeenschappelijke regeling Werkplein Hart van West-Brabant. Bepaling weerstandscapaciteit Bij het bepalen van de weerstandscapaciteit en de omvang daarvan wordt gekeken naar de algemene reserve en de post onvoorzien. Deze twee tezamen bepalen de weerstandscapaciteit. Het Werkplein beschikt niet over een algemene reserve, wel over een post onvoorziene uitgaven. Deze bedroeg in 2024 € 50.000. De post onvoorzien is in 2024 niet aangewend. Reserve en Voorzieningen In de cao is de mogelijkheid tot verlofsparen opgenomen voor medewerkers. Onder verlofsparen vallen de opgespaarde uren die specifiek bedoeld zijn als verlofsparen, maar ook de overmatige bovenwettelijke verlofuren. Dat betekent dat verlof over meerdere jaren kan worden opgenomen.
Aangezien er bij verlofsparen sprake is van arbeidskosten gerelateerde verplichtingen die een niet voorspelbare opbouw en daarmee ook onvoorspelbare afbouw kennen, dient hier een voorziening voor gevormd te worden. In 2022 zijn we hiermee gestart. In 2024 voegen we daar een bedrag van € 295.924 en laten we een bedrag van € 60.221 vrijvallen. Risico’s Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen, moet de beschikbare weerstandscapaciteit worden afgezet tegen de risico’s. Bij het inventariseren van de risico’s is de volgende definitie van risico’s gehanteerd: ‘het betreft risico’s die een financieel gevolg kunnen hebben en die (nog) niet op een andere manier zijn ondervangen, bijvoorbeeld door het afsluiten van een verzekering, het treffen van een voorziening of het nemen van een beleidsmaatregel’. In 2024 zijn de volgende risico’s benoemd: Ziekteverzuim In paragraaf 4.3 wordt toegelicht dat het verzuimpercentage over 2024 van 6,6% is gedaald ten opzichte van 2023. Een hoger ziekteverzuim, met name langdurig verzuim, kan tot hogere kosten leiden dan geraamd. In 2024 is vervanging binnen de raming voor vervanging wegens ziekteverzuim opgevangen. Informatielek Het Werkplein werkt met veel privacygevoelige gegevens. Daar willen wij zorgvuldig mee omgaan. In paragraaf bedrijfsvoering 4.3 onderdeel privacy is dit verder toegelicht.
Na een datalek wordt gelijk actie naar de betrokken inwoner(s) ondernomen en met de medewerker(s) het voorval besproken. Dit om van te leren. Dit leerproces hebben we in 2024 doorgetrokken naar het Leerplein. In 2024 heeft dit onderwerp een plaats gekregen binnen het Leerplein maar ook tijdens de teambesprekingen. Hogere kosten Buig en bijzondere bijstand Bij de Werkplein gemeenten in totaliteit is sprake van een tekort op de Buigmiddelen die het Rijk heeft toegekend aan de gemeenten. Met name de kosten van Buig en de structurele loonkostensubsidie zijn in 2024 iets hoger uitgevallen dan in de laatste begrotingswijziging geraamd was. Alleen bij Moerdijk en Zundert is sprake van een klein overschot. Bij de bijzondere bijstand is onder andere sprake van hoge 42
kosten van inrichting. Dit komt net als vorig jaar door de hoge instroom van statushouders. En van hoge kosten voor bewindvoering. Uitvoeringskosten In 2024 zijn we binnen de raming van loonkosten gebleven. Niettemin is het bestand wel toegenomen met 1,3%. Dit is binnen de formatie opgevangen. Het blijft een groot aandachtspunt is om voldoende kennis en kwaliteit binnen te krijgen en te behouden. Dit is gezien de krappe arbeidsmarkt niet vanzelfsprekend. We blijven ons inzetten om de open formatieplaatsen in te vullen en te zorgen dat medewerkers qua kennis bij blijven. Denk hierbij aan het inzetten van buddy’s, het leerplein, maar ook op het inzetten van diverse trainingen. Extra Participatiemiddelen Op de beschikbare middelen is in 2024 een klein bedrag onbenut gebleven. Dit heeft voornamelijk te maken met iets minder ontwikkeltrajecten dan geraamd. In 2024 is er extra ingezet op bestandsbeheersing met positieve resultaten. Niettemin neemt de druk op het participatiebudget door de instroom van inburgeraars, de ketensamenwerking en de genomen bestandsmaatregelen flink toe. ESF-subsidie In 2024 is er geen gebruik gemaakt van een ESF-subsidieregeling. Kengetallen Met ingang van 2015 moet in het jaarverslag o.g.v. het BBV een aantal kengetallen worden gepubliceerd. Hiertoe is een Ministeriële Regeling d.d. 9 juli 2015 van kracht geworden.
Voor het Werkplein zijn daarbij de volgende kengetallen relevant en berekend voor het jaarverslag 2024: 2024
2023
Netto schuldquote
-5,41%
-3,90%
Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
-5,41%
-3,90%
Solvabiliteitsratio
25,93%
19,91%
Structurele exploitatieruimte
3,54%
3,52%
Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Het Werkplein heeft geen eigen vermogen. De hoge schuldquote is het gevolg van enerzijds geen eigen middelen en anderzijds van het verantwoorden van de debiteuren in de balans. In feite is de schuld aan gemeenten voor de opgenomen debiteuren participatiewet een fictieve schuld. Zouden de vorderingen daadwerkelijk overgenomen worden dan zou daarvoor een lening moeten worden opgenomen. Dit is niet het geval waardoor er ook geen sprake is van rentekosten en aflossingen. De solvabiliteit geeft aan of een organisatie in staat is om op korte en lange termijn aan haar betalings- en aflossingsverplichtingen te voldoen. De voornaamste reden om de solvabiliteit te berekenen is om in te kunnen schatten of een organisatie in staat is om bij opheffing (liquidatie) al haar schulden te betalen. Het percentage is voor reguliere organisaties gemiddeld 25%. Voordat wij de inburgeringswet gingen uitvoeren zaten we ver onder dat percentage. Tegenwoordig komen we daarbij in de buurt omdat we de middelen die de gemeenten krijgen van het Rijk in een bestemmingsreserve plaatsen voor een periode van drie jaar.
Dit is de periode dat de middelen beschikbaar worden gesteld door het Rijk. Omdat de uitgaven ook in een periode van drie jaar worden gemaakt moeten nog niet bestede middelen gereserveerd worden. Het financiële kengetal structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de (structurele) vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft het ook aan of de organisatie in staat is om structurele tegenvallers op te vangen, dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Dit is bij het Werkplein vrij 43
beperkt. In principe worden al onze uitgaven gedekt door structurele gemeentelijke bijdragen.
4.5 Paragraaf verbonden partijen Het Werkplein is één van de verbonden partijen van de zes deelnemende gemeenten. De deelnemende gemeenten zijn Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen en Zundert. Het Werkplein participeert in één verbonden partij, de ICT Samenwerking West-Brabant. In het kader van deze deelname is een Overeenkomst tot beperking van de financiële aansprakelijkheid van ‘Werkplein Hart van West-Brabant’ door alle deelnemers ondertekend. Hiervoor geldt dat de aansprakelijkheid voor Werkplein nooit meer bedraagt dan een vastgesteld percentage van de betreffende (financiële) aanspraak, waarbij de aansprakelijkheid van Werkplein nooit meer kan omvatten dan de jaarbijdrage van Werkplein. Jaarlijks wordt bepaald welk percentage aan dienstverlening Werkplein in het afgelopen jaar heeft afgenomen van ICT WBW ten opzichte van het in dat jaar totaal aan geleverde diensten door ICT WBW. Tevens wordt de totale omvang van de bijdrage van Werkplein vastgelegd. De omvang dienstverlening in 2024 bedroeg € 654.334. In het verslagjaar heeft het Werkplein geen specifiek beleid ontwikkeld met betrekking tot verbonden partijen. Dit is te wijten aan het feit dat wij maar één verbonden partij hebben. Gelet op het afgebakend risicobedrag zien wij op dit moment geen noodzaak om op korte termijn een beleid te ontwikkelen.
44
Verbonden partij in de vorm van een gemeenschappelijke regeling: ICT-samenwerking West-Brabant West Vestigingsplaats
Zevenbergen
Website
https://www.ictwbw.nl
Visie / doelstelling
Het verzorgen van een kwalitatief hoogwaardige en doelmatige uitvoering van de ICT-taken voor de deelnemers
Reden participatie c.q. openbaar belang
Het verlagen van de kwetsbaarheid; Het realiseren van kostenreductie door schaalvergroting; Het verhogen van de kwaliteit van de dienstverlening; Het verhogen van de professionaliteit van de medewerkers; Het verhogen van de arbeidsproductiviteit; Het delen van de kennis en het creeren van specialisatie.
Bestuurlijk belang WHvWB
Bestuurslid: plv directeur J.M. Dekker
Financieel belang WHvWB
De bijdrage van WHvWB voor 2024 bedraagt: € 654.334
Financiele gegevens Behaalde resultaten in 2023
Geen afwijkende resultaten anders dan het leveren van de ICT-dienstverlening
Risico's
ICT WBW beschikt niet over een algemene reserve. Eventuele tekorten komen voor rekening van de andere deelnemers.
45
4.6 Openbaarheidsparagraaf Wet Open Overheid (WOO) Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden als opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Woo is een belangrijke stap naar een transparantere overheid en waarborgt het recht van burgers op toegang tot publieke informatie (artikel 1.1 Woo). Dit betekent dat overheidsinformatie beter vindbaar en uitwisselbaar moet zijn. Gemeenten ontvangen financiële middelen voor de implementatie van de Woo. De totale verwachte kosten zijn echter nog niet volledig in beeld. Wij voorzien uitgaven op de volgende terreinen: •
Software en koppelingen: o o
•
Organisatie en personeel: o o
•
Aanpassingen aan interne applicaties; Mogelijke aanvullende softwareoplossingen.
Trainingen voor medewerkers over de Woo en informatiebeheer; Aanpassing van interne werkprocessen;
Structureel beheer en onderhoud: o o
Doorlopende kosten voor informatiebeheer en documentbeheer; Kosten voor het verwerken en publiceren van Woo-verzoeken.
In 2024 hebben een aantal medewerkers een cursus over de Wet open overheid gevolgd ter voorbereiding op de uitvoering. Daarnaast hebben wij in 2024 een informatiebeheerplan opgesteld waarin de Woo is geïntegreerd. In 2025 staat de implementatie van dit plan centraal.
46
Jaarrekening
47
5 Balans met toelichting
5.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het algemeen bestuur op d.d. 27-1-2025 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de gemeenschappelijke regeling. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening Waardering van passiva en activa alsmede de bepaling van het resultaat vinden in principe plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde, tenzij in deze grondslagen anders is vermeld. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Baten en lasten, worden daarbij verantwoord tot hun brutobedrag. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeid gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten verantwoord in het jaar dat uitbetaling plaats vindt. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt dan ook geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De waarderingsgrondslagen per balansonderdeel worden in het vervolg van deze jaarrekening toegelicht. Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: -
-
De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat:
o
Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op door de raad is vastgesteld; o Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan de raad zijn gemeld. o Ten aanzien van het M&O criterium is de nota M&O beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening.
Dit betekent dat: o Een verantwoordingsgrens van 2% (€ 2.381.756) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; o Een rapporteringstolerantie van € 100.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.
-
Algemeen Hieronder is bij de diverse onderdelen van de vaste activa een toelichting gegeven. Materiële vaste activa IRIS Materiële vaste activa zijn fysiek aanwezige activa. Het BBV kent de volgende soorten materiële vaste activa: -
investeringen met een economisch nut;
Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Alle investeringen met een economisch nut > € 15.000 worden conform de financiële verordening geactiveerd. Alle materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten, verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen die direct gerelateerd zijn aan het actief, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. De op de oorspronkelijke verkrijgings- of vervaardigingsprijs toegepaste jaarlijkse afschrijvingen corresponderen met een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur (kortste van de geschatte economische levensduur óf technische gebruiksduur) van de geactiveerde objecten en voorzieningen. De afschrijvingstermijnen van de Overige materiële vaste activa zijn: • •
Inventaris: 10 jaar Hard- en software: 4 á 5 jaar
Voor laptops, smartphones en beeldschermen wordt een afschrijvingstermijn van 3 jaar aangehouden. De economische levensduur van deze apparatuur is maximaal 3 jaar De afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode en starten in het jaar van de
49
investeringsuitgaven. Hierbij wordt de verkrijgingsprijs gelijkmatig verspreid over de verwachte gebruiksduur (in jaren) van het vaste actief. Afschrijvingen geschieden daarnaast onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. Deze voorziening wordt bepaald op basis van de geschatte inningskansen. De leeftijd/ouderdom van de vordering (gerekend vanaf het jaar van ontstaan van de vordering) alsmede de CBS-status van de incasso van de vordering bepalen daarbij het verwachte percentage van (mogelijke) oninbaarheid. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende activa De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. Deze voorziening wordt statisch bepaald. Eigen vermogen In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van reserves is een zaak van het algemeen bestuur. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene en bestemmingsreserves.
Zodra het algemeen bestuur aan een reserve een bepaalde bestemming heeft gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve. Om die reden kunnen bestemmingsreserves naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Heeft een reserve geen bestemming dan wordt het een algemene reserve genoemd. Mutaties in reserves zijn enkel mogelijk op basis van een AB-besluit genomen voor het einde van het betreffende begrotingsjaar. De reserves worden gewaardeerd tegen nominale waarde Voorzieningen Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen (schulden) van de gemeenschappelijke regeling. Om die reden kunnen voorzieningen naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Voorzieningen worden gevormd indien er sprake is van: -
Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten. Op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten.
De vorming van een voorziening, dan wel een dotatie aan een reeds bestaande voorziening, is als een last in het betreffende boekjaar verantwoord. Alle aanwendingen aan voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht en in het verslagjaar niet ten laste van de exploitatie verantwoord. Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Voor het bepalen van het “jaarlijks vergelijkbaar volume” is een tijdsperiode van vier jaar gehanteerd. Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan. De netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.
50
5.2 Balans per 31 december 2024 Balans per 31 december 2024 (in euro’s). Balans per 31 december 2024 (in euro's) Activa Vaste Activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut
Ultimo 2024 Ultimo 2023 Passiva Vaste Passiva
137.061
Ultimo 2024 Ultimo 2023
Eigen vermogen 105.852 Gerealiseerd resultaat Bestemmingsreserves Voorzieningen Voorziening voor verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten (art. 44 lid 1a Bbv)
Totaal vaste activa Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist Overige vorderingen
Liquide middelen Banksaldi
Overlopende activa Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
137.061
7.214.936 11.300.000 5.577.376
625.324
25.837
105.852 Totaal vaste passiva Vlottende Passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 6.178.881 Overige schulden 11.800.000 6.404.321 Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume 493.850 De overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen.
4.128.146 2.323.230
2.324.080 745.265
354.641
118.938
6.806.017
3.188.283
14.526.608
14.240.572
1.391.677
4.965.408
2.156.232
2.602.954
14.314
Totaal vlottende activa
24.743.473
24.891.366 Totaal vlottende passiva
18.074.518
21.808.934
Totaal Activa
24.880.534
24.997.218 Totaal Passiva
24.880.534
24.997.218
Vaste activa Het volgend overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de overige materiële vaste activa. Omschrijving
Boekwaarde 1-1-2024
Laptops Smartphones Vervanging 2 scanners Monitor + docking station Totaal Werkplein
Investeringen Afschrijvingen Bedrag 50.807 130.103 41.395 13.650 4.780 105.852 134.883
Boekwaarde 31-12-2024 74.607 24.061 3.413 1.593 103.674
106.303 17.334 10.237 3.187 137.061
Tabel: Overige materiële vaste activa 2024
Laptops In 2024 zijn volgens planning een flink aantal laptops aangeschaft ter vervanging van de laptops van 2019-2020 welke door een revisie een langere levensduur hebben gekregen.
51
Vlottende activa Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Gemeente Etten-Leur Gemeente Halderberge Gemeente Moerdijk Gemeente Roosendaal Gemeente Rucphen Gemeente Zundert Overige
€ € € € € € €
407.931 329.617 4.182.563 1.632.515 314.962 160.756 186.592
Totaal
€
7.214.936
Schatkistbankieren: Decentrale overheden zijn verplicht om hun overtollige middelen in 's Rijksschatkist aan te houden. Om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen is er een drempelbedrag, dat afhankelijk is van het begrotingstotaal, dat buiten de schatkist mag worden gehouden. Per 1 juli 2022 is het drempelbedrag gewijzigd naar 2,0% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen. Indien het begrotingstotaal hoger is dan € 500 miljoen is de drempel gelijk aan € 10 miljoen plus 0,2% van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. De drempel is nooit lager dan € 1.000.000.’ De initiële begrotingsomvang 2024 voor het Werkplein bedroeg ruim € 109.957.885. Twee procent hiervan is € 2.199.158. Dit was het drempelbedrag voor 2024. De omvang van de uitzettingen bij ’s Rijksschatkist:
52
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) (1)
(2) (3a) = (1) > (2) (3b) = (2) > (1) (1) Berekening drempelbedrag (4a) (4b) (4c)
Verslagjaar 2.199 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
Drempelbedrag Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag
Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
(1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van € 1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € Drempelbedrag 500 miljoen is is het drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
629
887
707
584
1.570 -
1.312 -
1.492 -
1.615 -
Verslagjaar 109.958 109.958 -
2.199
Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 (5a) (5b) (2) - (5a) / (5b)
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
57.262
80.683
65.026
53.740
91
91
92
92
629
887
707
584
Overige vorderingen Vorderingen cliëntdebiteuren Gemeente Etten-Leur Gemeente Halderberge Gemeente Moerdijk Gemeente Roosendaal Gemeente Rucphen Gemeente Zundert Overig
€ € € € € € €
976.713 638.476 591.734 1.634.803 435.089 348.882 -5.286
Totaal
€
4.620.409
53
Vorderingen kapitaalverstrekking Gemeente Etten-Leur Gemeente Halderberge Gemeente Moerdijk Gemeente Roosendaal Gemeente Rucphen Gemeente Zundert Overig
€ € € € € € €
120.048 107.146 195.458 192.838 253.162 83.510 4.804
Totaal
€
956.967
Invlechting debiteuren participatiewet Werkplein Waarde bijstandsvordering saldo 1-1-2024
Bruto
Voorz.dub.deb.
Netto
9.205.056
2.808.674
6.396.381
Nieuwe bijstandsvorderingen 2024
1.992.335
1.992.335
Ontvangsten 2024
-2.404.479
-2.404.479
Buiten invorderingstellingen 2024
-818.640
-818.640
Saldo 31-12
7.974.272
1.990.035
Inschatting aanv.dotatie vrz. dub.bijstandsdebiteuren 31-12 Waarde bijstandsvordering saldo balans 31-12-2024
7.974.272
5.984.238
406.379
-406.379
2.396.414
5.577.858
De cliëntdebiteuren werden tot en met het jaar 2016 op de balans van de gemeenten opgenomen. In 2017 heeft de Commissie BBV echter een bindende uitspraak gedaan dat niet de gemeenten, maar de Gemeenschappelijk Regeling (in casus het Werkplein) de juridische eigenaar is van de cliëntdebiteuren. Dit heeft tot gevolg dat de cliëntdebiteuren en de daarbij behorende voorziening dubieuze debiteuren op de balans van het Werkplein moeten worden opgenomen. De waarde van de bijstandsvorderingen waren per 31-12-2023 € 9.205.056. Dit bedrag is in 2024 verhoogd met nieuwe vorderingen (€ 1.992.335) en verlaagd met ontvangsten (€ 2.404.479) en buiten invorderingstellingen (€ 818.640) wegens oninbaarheid. Per saldo wordt de stand per 31-12-2024 € 7.974.272. Hierop is de voorziening dubieuze debiteuren ad € 2.396.414 in mindering gebracht. Per saldo staat een bedrag van € 5.577.858 op de balans van het Werkplein per 31-12-2024. Bij gemeenten staat het bedrag aan vorderingen ad € 5.577.858 als vordering op het Werkplein op de balans (bij Werkplein is dit bedrag opgenomen in de overige schulden onder vlottende passiva). Het bedrag aan dubieuze debiteuren ad € 2.396.414 staat op de gemeentelijke balans als schuld aan het Werkplein. Zoals al eerder aangegeven is een bedrag van € 2.456 buiten invordering gesteld in verband met de kinderopvangtoeslag-affaire.
Dat bedrag is als volgt per gemeente: Gemeenten Etten-Leur Halderberge
Buiten invordering ivm KOT- affaire € 1.082 €0
Moerdijk
€ 970
Roosendaal
€ 404
Rucphen
€0
Zundert
€0
Totaal
€ 2.456
54
Liquide middelen Het Werkplein heeft een tweetal bankrekeningen bij de Bank voor Nederlandse gemeenten. Saldo van deze bankrekeningnummers is € 624.702. Met de Bank Nederlandse Gemeenten is vanaf 1 januari 2019 met een open einddatum een kredietfaciliteit van € 2 miljoen afgesproken. Daarnaast bestaat nog een bankrekening bij de Rabobank voor kleine betalingen € 622. Overlopende activa Nog te ontvangen bedragen/vooruitbetaalde bedragen. Vooruitbetaalde bedragen hebben betrekking op de voorschotten cliënten € 25.837 Vaste passiva Eigen vermogen
€
6.451.371
Gerealiseerd resultaat
€
4.128.142
Het gerealiseerde resultaat van 2023 ad € 2.324.081 is voor een deel uitgekeerd en voor een deel gestort in de bestemmingsreserves Inburgering en Onderwijsroute. Het bedrag van € 746.116 is uitgekeerd aan de gemeenten. In de bestemmingsreserves is een bedrag van € 1.577.965 gestort. In de bestemmingsreserves zat al een bedrag van € 745.265. Bestemmingsreserves
Bestemmingsreserve Saldo per 1-1 2024 Resultaatbestemming voorgaand boekjaar Toevoegingen Onttrekkingen Saldo per 31-12-2024
Inburgering Onderwijsroute 745.265 1.437.249 140.716
Totaal 745.265 1.577.965
2.182.514
2.323.230
140.716
De inburgeringsvoorzieningen (zowel bestemmingsreserve Inburgering als Onderwijsroute) worden bekostigd uit de door het Rijk beschikbaar gestelde middelen. Deze middelen worden voor een inburgeraar over drie jaar beschikbaar gesteld. De uitgaven verlopen dus ook over drie jaar. Dat betekent dat de niet bestede middelen gereserveerd dienen te worden. In deze jaarstukken wordt een voorstel tot resultaatbestemming gedaan om een bedrag van € 3.216.338 te reserveren voor inburgeringsvoorzieningen. Die middelen zullen besteed worden aan voornamelijk leerroutes. Voor de SPUK Onderwijsroute wordt een voorstel gedaan om een bedrag van € 92.697 te onttrekken aan de reserve vanwege de inzet van deze middelen in 2024. Voorgestelde bestemmingsreserve Inburgering
€ 3.216.338
Voorgestelde onttrekking bestemmingsreserve Onderwijsroute
€
Resultaat bedrijfsvoering
€ 1.004.500
Gerealiseerd resultaat
€ 4.128.142
-92.697
55
Voorziening Voorziening voor verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten.
Voorziening verlof Saldo per 1-1 2024 Toevoegingen Vrijgevallen bedragen Saldo per 31-12-2024
Totaal 118.938 295.924 -60.221 354.641
In de cao is de mogelijkheid tot verlofsparen opgenomen voor medewerkers. Onder verlofsparen vallen de opgespaarde uren die specifiek bedoeld zijn als verlofsparen, maar ook de overmatige bovenwettelijke verlofuren. Dat betekent dat verlof over meerdere jaren kan worden opgenomen. Aangezien er bij verlofsparen sprake is van arbeidskosten gerelateerde verplichtingen die een niet voorspelbare opbouw en daarmee ook onvoorspelbare afbouw kennen, dient hier een voorziening voor gevormd te worden. Vier medewerkers hebben in 2024 gebruik gemaakt hiervan. Totaal hebben we een bedrag van € 60.221 laten vrijvallen om deze kosten te dekken.
Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Crediteuren Af te dragen loonheffing en premies Af te dragen pensioenpremies Betalingen aan klant Af te dragen loonheffing uitkeringen Overig
€ € € € € €
336.190 883.190 181.042 5.565.198 1.979.241 4.370
Totaal
€
8.949.232
Vorderingen cliëntdebiteuren
€
4.620.409
Vorderingen kapitaalverstrekkingen
€
956.967
Totaal overige schulden
€
14.526.608
Overlopende passiva De Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume dienen onder de overlopende passiva te worden verantwoord. Voorzieningen dub debiteuren Debiteuren Suite Dotaties Afrekening mutaties TP kosten in 2024 Afrekening debiteuren 2024 Afrekening programma's 2024 Overige te betalen bedragen
€ -2.396.414 € 7.974.274 € 9.482.082 ############ € -525.183 € -421.347 € -1.093.544 € -978
€ € € € € € € €
2.396.414 -7.974.274 -9.482.082 15.029.762 525.183 421.347 474.349 978
Totaal
€ -2.010.874
€
1.391.679
56
Dit saldo is ruim 3 miljoen lager dan het bedrag op de beginbalans. Dit verschil heeft te maken met de afrekening van de programma’s. In 2023 hebben we 2,3 miljoen euro méér uitgekeerd aan de gemeenten vanwege overschotten op de begroting. Twee miljoen hiervan was op programma inburgering. In 2023 is 2.025.088 terugbetaald aan de gemeenten en in 2024 hebben we 10.587 overschot gehad ten opzichte van de begroting.
De overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen. Verloop vooruitontvangen bedragen Stand 01-01-2024 Correctie aflossing bedrijfskapitaal 2023 Vooruitontvangen bedragen 1e kw 24 Totaal afrekening 2023 Mutaties 2024 Ontvangen voorschotten Overige overlopende passiva Totaal mutaties 2024 Stand 31-12-2024
Mutaties
Saldo -2.602.954
-452.465 1.673.934 1.221.469 -711.100 -63.647 -774.747 -2.156.232
Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen Langlopende financiële verplichtingen Het Werkplein Hart van West-Brabant is voor een aantal toekomstige jaren verbonden aan verschillende, niet uit de balans blijkende, financiële verplichtingen. Hierna volgt een opsomming van de belangrijkste van deze verplichtingen: a. Huurovereenkomst locatie Etten-Leur. Huurovereenkomst t/m 31 december 2024 is niet in de huidige hoedanigheid verlengd. I.v.m. de verbouwing van de locatie Roosendaalseweg 4 is een nieuwe overeenkomst in de maak. Naar alle waarschijnlijkheid zal dit een contract met een looptijd van 10 jaar zijn (vanaf 1 januari 2025). IRIS b. Dienstverleningsovereenkomst ondersteunende diensten (gemeente Etten-Leur), circa € 379.224 per jaar. Dit betreft de ondersteuning op het gebied van financiën, personeel & organisatie. Deze overeenkomst is gestart op 1 januari 2015 voor een looptijd van 5 jaar en wordt steeds stilzwijgend verlengd met 5 jaar. Vanaf 2020 is er een overeenkomst met gemeente Roosendaal voor KCC-telefonie (€ 58.305,50 per jaar) en enkele afzonderlijke taken zoals inkoopadviezen. Deze overeenkomst wordt vanaf 2025 steeds stilzwijgend verlengd voor 1 jaar met een opzegtermijn van 3 maanden. c.
Onderhoudsovereenkomst programmatuur betaalsysteem (Suite) (circa € 235.825 per jaar). Looptijd is 4 jaar vanaf februari 2019. Binnen de overeenkomst is de afspraak gemaakt dat na de looptijd van 4 jaar het Werkplein de mogelijkheid heeft om, met een maximum van 6 jaar, het contract telkens met 1 jaar te verlengen. Tot op heden heeft deze jaarlijkse verlening plaatsgevonden. Eind 2028 stopt deze overeenkomst.
Het Werkplein beschikt over een groot aantal inhuurcontracten die het Werkplein is aangegaan. Het uitgangspunt is om contracten korter dan een jaar aan te gaan. Gebeurtenissen na balansdatum Er is geen sprake van gebeurtenissen na balansdatum.
57
6 Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening met toelichting In 2024 bedroegen de totale lasten van het Werkplein € 119.087.819. De baten bedroegen € 123.215.960. Er is sprake van een voordelig resultaat van € 4.128.146. Hiervan is € 1.004.500 resultaat op de bedrijfsvoering. In de programmaverantwoording is voor de programma’s Werk en Participatie, Inkomen, Inkomensondersteuning en Inburgering in de paragraaf 3.1.4 (“Wat mag het kosten?”) een analyse opgenomen van de afwijkingen tussen de begroting na wijziging en de gerealiseerde baten en lasten. De plustaken (Tozo, Leefgeld Oekraïners, Energietoeslag, Alleenverdienersproblematiek, Voorzieningenwijzer en de KOT) worden daar ook toegelicht. In de jaarrekening is voor het programma Bedrijfsvoering een analyse opgenomen in de volgende paragraaf (6.1Toelichting kosten bedrijfsvoering). De analyse van de afwijkingen tussen de begroting na wijziging en het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening is opgenomen in de programmaverantwoording. Deze analyse maakt onderdeel uit van de jaarstukken. Er is in 2024 geen gebruik gemaakt van de post onvoorzien ad € 50.000. Overzicht van baten en lasten jaarrekening 2024 Programma's:
Begroting 2024 Baten
Saldo
5.909.886
5.909.886
1.014.962
70.392.642
69.377.680
618.705
9.250.354
8.631.649
3.295.967
3.295.967
Programma Werk en Participatie Programma Inkomen Programma Inkomensondersteuning
Begroting 2024 na wijziging
Lasten
Programma Inburgering
Baten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
7.236.869
7.236.869
113.147
7.133.231
7.020.084
1.203.764
78.618.890
77.415.125
1.029.802
79.179.531
78.149.729
655.670
10.571.158
9.915.488
753.544
10.275.197
9.521.653
5.610.483
5.610.483
2.383.559
2.383.559
185.393
185.393
259.786
253.005
276.250
276.250
276.516
276.516
829.100
813.376
Onderwijsroute Extra taken vluchtelingenwerk
221.963
Jaarrekening 2024
Lasten
221.963
Tozo regelingen
6.781
-
4.240 15.723
-4.240
Leefgeld Oekrainers
879.375
879.375
Energietoeslag
285.600
285.600
286.400
286.400
Alleenverdienersproblematiek
119.475
119.475
11.539
11.539 98.711.621
Subtotaal programma's
1.633.667
89.070.812
87.437.145
1.859.434
103.783.493
101.924.059
1.923.238
100.634.858
Programma Bedrijfsvoering
2.236.483
20.768.617
18.532.134
3.396.598
21.772.394
18.375.796
1.081.665
18.452.961
17.371.296
Totaal
3.870.150
109.839.429
105.969.279
5.256.032
125.555.887
120.299.855
3.004.902
119.087.819
116.082.917
Saldo
Baten
18.375.796
18.375.797
Begroting 2024
Algemene dekkingsmiddelen:
Begroting 2024 na wijziging
Gemeentelijke bijdragen Programma's: Bedrijfsvoering
Baten 18.532.134
18.532.134
Lasten
18.375.796
Jaarrekening 2024 Lasten
Saldo 18.375.797
Programma Werk en Participatie
5.909.886
5.909.886
7.236.869
7.236.869
7.020.084
7.020.084
Programma Inkomen
69.377.680
69.377.680
77.415.125
77.415.125
78.149.729
78.149.729
Programma Inkomensondersteuning
8.631.649
8.631.649
9.915.488
9.915.488
9.521.653
9.521.653
Programma Inburgering
3.295.967
3.295.967
5.610.483
5.610.483
5.599.896
5.599.896
185.393
185.393
160.308
160.308
276.250
276.250
276.516
276.516
Onderwijsroute Extra taken vluchtelingenwerk
221.963
221.963
Tozo regelingen
-4.240
-4.240
Leefgeld Oekrainers
879.375
879.375
813.376
813.376
Energietoeslag
285.600
285.600
286.400
286.400
Alleenverdienersproblematiek
119.475
119.475
11.539
11.539
120.299.855
120.211.058
120.211.058
Totaal algemene dekkingsmiddelen Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten
105.969.279 109.839.429
105.969.279 109.839.429
-
120.299.855 125.555.887
Gerealiseerd resultaat
125.555.887
-
123.215.960
119.087.819
4.128.142
4.128.142
Tabel: Overzicht van Baten en Lasten per programma 2024
In dit document wordt een voorstel gedaan aan het Algemeen Bestuur om van het gerealiseerd resultaat een bedrag van € 3.216.338 te storten in de bestemmingsreserve Inburgering en een bedrag van € 92.697 te onttrekken aan de bestemmingsreserve Onderwijsroute. In de baten bij programma bedrijfsvoering (ad € 3.396.598) zijn ook bijdragen van de gemeenten gepresenteerd. Het betreft bijdragen ten behoeve van de plustaken, ad € 374.097 in de jaarrekening. In de gewijzigde begroting gaat het om een bedrag van € 485.017. Wij hebben hiervoor gekozen, omdat de onderliggende lasten in de bedrijfsvoering zijn verwerkt. 58
Overzicht van de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Er zijn geen structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves geweest in 2024.
6.1 Toelichting kosten bedrijfsvoering Bij de begroting voor 2024 zijn door de gemeenteraden een aantal financiële begrotingsuitgangspunten aangegeven. Hier wordt de navolging daarvan aangegeven.:
Nr.
Richtlijn begroting
Toepassing
Financieel
1 2 3
4 5 6
We verwachten van het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) dat zij een structureel sluitende meerjarenbegroting 20242027 aanbiedt aan de deelnemers. De GR vermeldt duidelijk de uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting 2024. In de begroting 2024 neemt de GR ook een overzicht op met de bijdragen (2024 t/m 2027) per deelnemer.
De begroting voor 2024 was sluitend. In de bijlagen is de gemeentelijke bijdragen voor 2024 opgenomen.
De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting opgenomen, behalve als dit eerder door het (Algemeen) Bestuur is besloten.
In de begroting voor 2024 was geen nieuw beleid opgenomen.
De begroting bevat een overzicht met het verloop van de (bestemmings)reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de GR deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt. Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de GR in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan.
In deze paragraaf is het verloop van de bestemmingsreserves voor de WI 2021 en onderwijsroute opgenomen. Dit heeft een dynamisch verloop en is onder andere afhankelijk van de instroom asielzoekers en de daaruit voortkomende statushouders.
De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting 2024 stijgt maximaal met de geldende cao-indexering en de prijsontwikkeling uit de septembercirculaire 2022 (of een actuelere circulaire). Ook wijzigt de bijdrage wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen.
De begroting 2024 is eenmaal (1e begrotingswijziging 2024) aangepast. De loonkosten zijn op basis van de CAO 2024-2025 aangepast.
In de ontwerpbegroting worden de mogelijkheden beschreven om de bijdrage van de deelnemende gemeenten te verminderen, bijvoorbeeld door besparingen voor te stellen of beleidsinhoudelijke keuzes aan te geven.
De begroting 2024 is eenmaal aangepast aan de gewijzigde omstandigheden (Toename Buig door stijging minimumloon en extra taken gemeenten)
Een positief resultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. De GR kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor
Het positieve resultaat bedrijfsvoering wordt aan de gemeenten uitgekeerd.
59
resultaatbestemming voor te leggen aan het Algemeen Bestuur.
7
In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de GR de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen.
De risico’s zijn in paragraaf 4.4 toegelicht.
Aanvullende financiële richtlijnen begroting 2024
1 2 3 4
De op het Werkplein HvWB betrekking hebbende ramingen en effecten van de ketensamenwerking worden herkenbaar in een afzonderlijke paragraaf in de begroting 2024 opgenomen. Het Werkplein HvWB zorgt ervoor dat haar begroting op dit punt aansluit bij de begrotingen van het WVS en de ISD Brabantse Wal.
Zie paragraaf 2.1.5
Het Werkplein maakt een onderbouwde meerjarige prognose van het aantal bijstandontvangers per gemeente.
Dit is in de begroting voor 2024 opgenomen.
Het Werkplein neemt in de bijlagen van de begroting een overzicht op met het verloop van de vaste en tijdelijke formatie sinds 2015. Hieruit blijkt welke mutaties er sinds 2015 in de formatie zijn doorgevoerd en met welke reden en de besluitvorming hierover.
Dit is in de begroting voor 2024 opgenomen.
Het Werkplein verschaft in de diverse P&Cdocumenten inzicht in de stand van de vorderingen en de voorziening dubieuze debiteuren.
Dat is in de jaarrekening 2024 opgenomen.
De kosten van bedrijfsvoering bedroegen in 2024 € 18.452.961. De baten bedrijfsvoering bedroegen € 1.081.665 De algemene dekkingsmiddelen zijn 18.375.797. Per saldo is er sprake van een voordelig resultaat van € 1.004.500 ten opzichte van de gewijzigde begroting 2024.
60
Kosten Bedrijfsvoering
Jaarrekening 2023
Begroting 2024 Begroting 2024 na wijziging
Jaarrekening 2024
Verschil
Lasten Loonkosten
16.071.197
16.855.098
17.778.504
14.834.970
-2.943.534
Overige loonkosten
328.770
379.344
374.742
352.466
-22.276
Overige personeelskosten
378.182
342.949
376.216
444.086
67.870
Organisatiekosten
192.910
133.939
146.163
73.224
-72.939
Ondersteunende diensten
633.133
647.909
394.169
387.124
-7.045
Huisvestingskosten
472.422
434.200
486.115
452.333
-33.782
Facilitaire kosten
389.642
336.857
369.681
338.870
-30.811
Financiën
-41.613
72.761
98.261
101.433
3.172
Juridische kosten
14.883
17.500
35.000
5.846
-29.154
Communicatie
72.842
13.670
13.670
58.806
45.136
ICT kosten
1.223.479
1.484.390
1.649.873
1.403.803
-246.070
Onvoorzien
0 19.735.848
50.000 20.768.617
50.000 21.772.394
0 18.452.961
-50.000 -3.319.433
Totaal lasten Baten Rentebaten Bijdrage plustaken gemeenten Bijdrage gemeenten uitvoering Energietoeslag Bijdrage gemeenten uitvoering leefgeld Oekrainers Vrijval reservering uitvoeringskosten Tozo 2020-2022 Baten overig Doorberekende loonkosten*
600.000
570.196
-29.804
132.382
260.772
274.269
13.497
406.462
30.240
30.240
0
12.582
20.898
12.513
-8.385
171.140
0 75.000
287.918 2.236.483
2.236.483
Bijdrage uitvoering alleenverdieners Vrijval reserve DIV/archief Vrijgevallen jaarresultaat org.ontw.
137.372
2.236.483 173.205
70.981 87.593
0 62.372 -2.236.483 57.075
0
-116.130 0
Totaal baten
3.405.541
2.236.483
0 3.396.598
1.081.665
0 -2.314.933
Saldo van lasten en baten
16.330.307
18.532.134
18.375.796
17.371.296
-1.004.500
Etten-Leur
3.013.095
3.338.306
3.310.155
3.310.155
0
Halderberge
1.992.895
2.189.505
2.171.054
2.171.054
0
Moerdijk
2.219.206
2.434.200
2.413.645
2.413.645
0
Roosendaal
7.415.027
8.011.426
7.943.771
7.943.771
0
Rucphen
1.413.876
1.505.403
1.492.755
1.492.755
0
Zundert
1.022.446
Totaal bijdragen gemeenten
17.076.546
1.053.293 18.532.133
1.044.417 18.375.797
1.044.417 18.375.797
0 0
1.004.501
-1.004.500
Bijdragen gemeenten
Resultaat
746.238
Tabel: Overzicht van Baten en Lasten Bedrijfsvoering 2024 * Doorberekende loonkosten betreffen loonkosten die van de bedrijfsvoering worden doorbelast naar programma Werk en Participatie. Wij zien deze doorbelasting niet meer als baten maar als verlaging van de kosten in de jaarrekening 2024.