CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

1358941-E-WERKPLEIN HART VAN WEST-BRABANT-Jaarstukken 2024 (Geanonimiseerd).pdf

Gemeenteraad 17 april 2025, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 4a: Ingekomen stukken28.746 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

2023

2024

Etten-Leur

194

183

Halderberge

110

101

Moerdijk

133

143

Roosendaal

473

438

Rucphen

87

86

Zundert

46

60

Totaal

1043

1011

Aantal aanvragen: 2023 vs 2024

3.1.3.2 Meer inwoners krijgen passende ondersteuning Beschut werk Wij bieden onze inwoners zoveel mogelijk passende ondersteuning in hun route naar een glimlach. Eén van de doelgroepen waar het Werkplein voor werkt zijn de inwoners met een indicatie beschut werken. Iedere gemeente krijgt jaarlijks een taakstelling met daaraan gekoppeld een budget voor de plaatsing van inwoners met een beschut werken indicatie. Alle inwoners met een beschut werken indicatie die kunnen werken zijn aan het werk bij WVS of een andere werkgever. Onze regio kent geen wachtlijst. We geven iedere inwoner een kans tot betaald werk, zonder dat het budget daar een leidende rol in speelt. In 2024 waren 10 inwoners met een beschut werk indicatie werkzaam bij een reguliere werkgever. In heel 2024 zijn 34 inwoners met een beschut werken indicatie bij WVS aan de slag gegaan. Daarnaast waren nog 4 inwoners bij een reguliere werkgever aan het werk. Plaatsingen tm 2024 Plaatsingen in bij WVS en andere kwartaal 4 2024 werkgevers (aantallen inwoners) (aantallen inwoners)

(Rijks)taakstelling t/m 2024

Totaal plaatsingen op basis van 31 uur tm 2024

Etten-Leur

23

31,27

0

37

Halderberge

20

14,84

1

16

Moerdijk

17

17,16

1

17

Roosendaal

67

76

3

85

Rucphen

24

15,58

1

17

Zundert

7

9,23

1

10

158

164,08

7

182

Beschut werk

D6

Tabel beschut werk; De Rijks Taakstelling rekent met 31 uur per plek. Als alle plaatsingen beschut werk in uren worden bekeken dan zijn er 164,08 plaatsingen gedaan (kolom 2). De kolommen 3 en 4 geven weer hoeveel inwoners er geplaatst zijn. Inwoners werken niet precies 31 uur in een beschutte werkplek waardoor het aantal plaatsingen op basis van uren niet overeenkomt met het aantal inwoners dat geplaatst is. 13

In paragraaf 3.1.3 is te zien dat het WSP ook voor andere doelgroepen passende ondersteuning biedt. Bijvoorbeeld de doelgroep garantiebanen.

Ontwikkeltrajecten

WVS voert in samenwerking met de ISD en het Werkplein ontwikkeltrajecten uit. Het betreft hier uitkeringsgerechtigden van de 9 deelnemende gemeenten met een ondersteuningsvraag, die voor maximaal 12 maanden met behoud van uitkering deelnemen aan een ontwikkeltraject. Het doel van een ontwikkeltraject is een optimale arbeids- en mensontwikkeling voor de werkzoekende. Het ultieme doel is het laten uitstromen van kandidaten richting regulier werk. In 2024 zijn vanuit ISD en het Werkplein gezamenlijk 286 ontwikkeltrajecten gestart. Dit aantal is lager dan de 380 waar aan het begin van het jaar rekening mee werd gehouden. Vanuit de Werkpleingemeenten zijn in 2024 190 inwoners aangemeld voor een ontwikkeltraject bij WVS. Dit zijn er 65 minder dan dat binnen de ketensamenwerking werd verwacht. We zien dat behoorlijk wat inwoners aan de voorkant afhaken omdat het traject niet passend lijkt te zijn. Dit is een aandachtspunt voor de ketensamenwerking. Aan de uitstroomkant zien we dat steeds meer inwoners die instromen in een ontwikkeltraject naar een baan worden begeleid of een passende route vinden via de ketensamenwerking. In totaal (voor de 9 gemeenten) zijn in 2024 78 inwoners via de ketensamenwerking aan het werk gegaan. 41 inwoners zijn bij een reguliere werkgever aan de slag gegaan en 28 inwoners zijn in het beschut werk gaan werken.

3.1.3.3 Minder inwoners leven in armoede Het Werkplein Het Werkplein voert verschillende regelingen uit die bijdragen aan het verminderen van de armoede van inwoners. In deze paragraaf geven we per regeling een toelichting. Bijzondere bijstand (exclusief energietoeslag)

2024

2023

2022

2021

2020

Aantal ingediende aanvragen

3.742

5.873

5.089

5.121

5.100

Aantal toegekende aanvragen

2.778

4.761

4.104

4.277

3.918

14

Van de 2.778 toegekende aanvragen had 74,5% van de aanvragers een Werkplein-uitkering.

Het aantal ingediende -en toegekende aanvragen bijzondere bijstand is fors lager dan in voorgaande jaren. Dat betekent echter niet dat er minder gebruik van deze regeling is gemaakt. Zie hiervoor in paragraaf 3.1.4 de Tabel ‘Programma Inkomensondersteuning 2024’. Dit komt omdat in de aantallen aanvragen bijzondere bijstand ook de aanvragen individuele inkomenstoeslag zitten. In het kader van administratieve lastenverlichting is het Werkplein eind 2023 gestart met het ambtshalve toekennen van individuele inkomenstoeslag aan inwoners die periodieke bijstand ontvangen. Die inwoners behoeven dus sinds 2024 hiervoor geen aanvragen meer in te dienen. Collectieve zorgverzekering

Aantal deelnemers

1e kwartaal 2024

1e kwartaal 2023

7.265

7.226

1e kwartaal 2022 6.781

1e kwartaal 2021

1e kwartaal 2020

7.273

7.392

In 2024 daalde het aantal deelnemers met 459 naar 6.806 op 1 november 2024. Belangrijkste redenen voor deze daling zijn: premieachterstand, overlijden en de uitgevoerde inkomenscontrole.

Overig gemeentelijk minimabeleid Het gaat hierbij om tegemoetkomingen voor maatschappelijke participatie (o.a. bezoek pretpark, bioscoop, dierentuin, theater, sportbeoefening etc.), schoolkosten, vakantieactiviteit en tijdschriftenregeling. 2024

2023

2022

2021

2020

1.144

1.218

1.450

1.070

1.046

Aantal toegekende aanvragen

924

927

1.017

786

727

Aantal ambtshalve continueringen

862

831

692

724

691

Aantal aanvragen

Van de huishoudens die deze voorziening in 2024 hebben ontvangen had 81% een Werkplein-uitkering. Bij vier van de Werkpleingemeenten verloopt de uitvoering via een webwinkelsysteem. Inwoners krijgen dan elk kalenderjaar een winkeltegoed waarmee zij zelf producten en diensten kunnen kopen/afnemen bij de aangesloten leveranciers. In 2024 is van het totaal toegekende webwinkelbudget (= € 621.485) feitelijk € 477.785 (=77%) verbruikt. In de voorgaande jaren lag het feitelijke gebruik op respectievelijk: 75% (2023), 71% (2022), 66% (2021) en 64% (2020) van het toegekende budget. Lagere verbruik in 2021 en 2020 werd veroorzaakt door de coronabeperkende maatregelen. Uitvoering Voorzieningenwijzer (website: Datgeldtvoormij.nl) In het 1e kwartaal 2024 hebben vijf Werkplein-gemeenten besloten om met een regelingencheck te gaan werken. Hiermee willen we het gebruik van landelijke -en lokale armoede-en minimaregelingen vergroten. Het Werkplein heeft de uitvoering hiervan voor de gemeenten op zich genomen. Roosendaal heeft de uitvoering voor inwoners die geen Werkplein-uitkering ontvangen belegd bij het loket Inwonersondersteuning. De eerste helft van het jaar is het Werkplein vooral druk geweest met het optuigen van de uitvoeringsorganisatie waaronder opleiding en inwerken van de uitvoerend medewerkers. Na de zomer is de daadwerkelijke uitvoering op gang gekomen.

In de eerste periode zijn een aantal medewerkers afgehaakt waardoor vervanging gezocht moest worden. Dit heeft de nodige extra tijd in beslag genomen.

15

Resultaten over de periode september tot en met december 2024: Etten-Leur

Halderberge

Moerdijk

Roosendaal

Zundert

Aantal gesproken inwoners

15

4

11

56

3

Aantal inwoners met advies om regelingen aan te vragen

9

2

7

10

0

Nog te behandelen

44

34

32

51

15

Ondanks de korte ervaringsperiode stellen we nu al vast dat de in het verleden gekozen werkwijze erg tijdrovend is en de respons van inwoners laag. De inschatting is dat het wantrouwen in de overheid en de complexiteit en voorwaarden van allerlei regelingen hier zeker een rol bij spelen. Werkwijze bestond uit het inwoners vooraf bellen met uitleg over systeem Voorzieningenwijzer en hen proberen te overreden tot een persoonlijk gesprek. De gesproken inwoners ervaren de Werkpleinuitleg wel als positief. Uit de data van de leverancier Voorzieningenwijzer blijkt ook dat inwoners die gesproken worden een substantieel bedrag besparen. Echter een te groot aantal inwoners heeft na het telefoongesprek met de Werkpleinmedewerker toch een voorkeur voor het invullen van de onlineversie in plaats van een persoonlijk gesprek met een Werkplein-medewerker. Daarmee zien we dat het systeem functioneert maar dat het aantal gesproken inwoners nog achterblijft. Het Werkplein en gemeenten streven er uiteraard naar dat het systeem Voorzieningenwijzer haar meerwaarde nog beter bewijst. Om dat te bereiken heeft het Werkplein ingaande januari 2025 extra maatregelen getroffen: • “Extra geld en meedoen” is prominent op de FrontPage van de website van het Werkplein geplaatst. • Bij alle Poortgesprekken bij het Werkplein krijgen inwoners standaard de folder Voorzieningenwijzer (Datgeldtvoormij) mee.

• Werkplein heeft instrument Voorzieningenwijzer nogmaals bij externe organisaties (Voedselbank en maatschappelijk werk) onder de aandacht gebracht en bij hen ook folders achtergelaten. • Intern wordt bij alle Werkplein-medewerkers met klantcontact nogmaals het instrument Voorzieningenwijzer en de meerwaarde daarvan onder de aandacht gebracht. • Medewerkers Voorzieningenwijzer gaan hun capaciteit vooral inzetten op inwoners die zich via de website “Datgeldtvoormij” zelf melden. We stoppen dus met het veelvuldig vooraf bellen van inwoners die tot de doelgroep behoren omdat de effectiviteit daarvan te laag is gebleken. • Werkplein gaat acties tegen het onbenut laten van Werkplein-regelingen combineren. Voorbeeld: inwoners die aangeschreven worden om hun recht op individuele inkomenstoeslag te gelde te maken, gaan we ook actief informeren over het instrument Voorzieningenwijzer. • Het Werkplein en gemeenten kijken naar de mogelijkheid om via bijvoorbeeld woningcorporaties de voorzieningenwijzer onder de aandacht te brengen.

Afwikkeling kinderopvangtoeslagaffaire Sinds het 2e halfjaar 2021 verlenen gemeenten en Werkplein hulp aan gedupeerden van de kinderopvangtoeslag (KOT)-affaire. Ook in 2024 hebben gemeenten en Werkplein hiervoor weer een aantal werkzaamheden verricht. De werkzaamheden van het Werkplein bestonden uit: •

Controle of gedupeerden een uitkering in het kader van de Participatiewet (Pw) ontvingen. De door de Belastingdienst uitgekeerde compensatiebedragen moeten immers vrijgelaten worden als gedupeerden algemene periodieke bijstand ontvangen.

16

•

•

•

Pauzeren van de incasso van Werkpleinvorderingen als inwoners zich bij de BelastingdienstToeslagen melden als gedupeerde. De pauzering duurt tot het moment waarop de BelastingdienstToeslagen een besluit heeft genomen dat de inwoner daadwerkelijk als gedupeerde wordt aangemerkt. Kwijtschelden van Werkpleinvorderingen mits die ontstaan zijn vóór 2021. In het boekjaar 2024 heeft het Werkplein bij drie gedupeerden woonachtig in: Etten-Leur, Moerdijk en Roosendaal openstaande vorderingen kwijtgescholden tot een totaalbedrag van € 2.455,75. Onderzoek naar verstrekte bijzondere bijstand in de kosten van bewindvoering. Aan 23 gedupeerden van de KOT-affaire heeft het Werkplein in 2024 bijzondere bijstand in bewindvoeringskosten verstrekt voor totaal € 32.791,99. Die bijzondere bijstandskosten kunnen de gemeenten vergoedt krijgen van het Rijk. Het Werkplein heeft de gemeenten geïnformeerd over de hoogte van die kosten.

De gemeenten hebben recht op Rijksvergoeding van de hierboven vermelde werkzaamheden en kosten. De totale tijdsinzet van het Werkplein maakt onderdeel uit van de verantwoorde bedrijfsvoering kosten. Op grond van drie ministeriele regelingen z.g. specifieke uitkeringen (SPUK), compenseert het Rijk de Werkpleingemeenten voor de aan (mogelijk) gedupeerde ouders en hun gezinnen geleverde brede ondersteuning en voor de kwijtschelding van publieke vorderingen. De verantwoording en declaratie van die kosten bij het Rijk loopt via de jaarrekening met bijbehorende Single information Single auditsystematiek (SiSa) van de werkpleingemeenten. Uitvoering compensatieregeling alleenverdienersproblematiek Iedereen met een inkomen moet op grond van de Wet op de inkomstenbelasting daar inkomstenbelasting over betalen. Binnen het systeem van de inkomstenbelasting bestaan er een aantal z.g. heffingskortingen. Als men recht heeft op heffingskortingen dan betaalt men minder inkomstenbelasting. Eén van die heffingskortingen is de ‘algemene heffingskorting’. Als men werkt, of een uitkering ontvangt, dan houdt de werkgever, of uitkeringsinstantie, daar bij de inhouding van de loonbelasting al rekening mee. Hierdoor wordt het maandelijkse nettoloon, of de netto-uitkering, dus hoger.

De Wet op de Inkomstenbelasting bevatte in het verleden een aparte regeling voor gezinnen waarbij slechts één van beide partners een inkomen had. De niet verdienende partner kon zijn/haar recht op de algemene heffingskorting te gelde maken door die bij de Belastingdienst terug te vragen. Om de arbeidsparticipatie van beide partners te bevorderen heeft het Rijk die regeling in de periode 2009 tot 2023 afgebouwd. Als men periodieke bijstand op grond van de Participatiewet (Pw) ontvangt, wordt de bijstand maandelijks voor de helft aan beide partners (dus gesplitst) uitbetaald. Op die manier komen beide partners dus (ook) in aanmerking voor de hierboven beschreven algemene heffingskorting. In navolging van de afbouw van de algemene heffingskorting minstverdienende partner in de Wet op de Inkomstenbelasting, is in 2012 de bijstandswet hierop aangepast. Naast het feit dat die aanpassing van de bijstandswet dus later is gestart, loopt die afbouw ook nog langer door, namelijk tot 2036. Doordat de afbouwregeling bij beide wetten niet exact gelijk opliep, is er de afgelopen jaren een verschil ontstaan in het (netto) besteedbaar inkomen. Huishoudens die maar één keer de algemene heffingskorting krijgen, hebben immers een hoger belastbaar jaarinkomen voor de Belastingdienst-Toeslagen dan huishoudens die tweemaal de heffingskorting krijgen.

Als het belastbaar jaarinkomen hoger wordt, dan wordt het recht op huur -en zorgtoeslag immers lager. Daardoor hebben huishoudens met een hoger belastbaar jaarinkomen een lager besteedbaar inkomen dan een bijstandsgezin. Omdat de Rijksbelastingdienst dit probleem pas ingaande 2028 structureel kan oplossen heeft het Rijk aan de gemeenten gevraagd om de gedupeerde huishoudens over de jaren 2022 tot en met 2027 te compenseren voor de “gemiste huur-en zorgtoeslag”. Die compensatieregeling valt in twee fasen uiteen: • •

Fase 1: compensatie via de individuele bijzondere bijstand over de jaren 2022 tot en met 2024, Fase 2: compensatie via een nieuwe forfaitaire regeling in de Participatiewet over de jaren 2025 t/m 2027.

17

Etten-Leur

Halderberge

Moerdijk

Roosendaal

Rucphen

Zundert

Aantal aanvragen

1

3

3

11

0

0

Aantal toegekende aanvragen

2

2

1

6

0

0

€ 3.656

€ 1.542

€5

€ 6.141

€0

€0

•

Verstrekte compensatie

Verder hebben zich 18 inwoners gemeld om een verzoek om meer informatie. Met die inwoners is intussen telefonisch contact geweest maar dat heeft tot nu toe nog geen nieuwe aanvragen opgeleverd. Tot 1 april 2025 kunnen er nog aanvragen voor de regeling: 2022 tot en met 2024 worden ingediend.

3.1.3.4 We werken meer samen in het sociaal domein De lokale samenwerking binnen het sociaal domein vraagt continue aandacht. Dit geldt zowel voor gemeenten als het Werkplein. In 2024 is op uitvoerend niveau veel energie gestoken in het leren kennen van elkaar en elkaars werkwijze. In diverse gemeenten zijn collega’s van Werkplein aangesloten bij netwerkbijeenkomsten en reguliere overlegvormen van o.a. Wmo en Jeugd. Collega’s van gemeentes zijn ook bij overleggen van Werkplein aangesloten om kennis te maken met collega’s van verschillende teams en uitleg te geven over hun dienstverlening richting inwoners. Ook met organisaties als WVS, Surplus, Schuldhulpverlening, MEE West-Brabant en diverse lokale initiatieven is op deze wijze nader kennis gemaakt. Zo vindt ook een verbreding plaats van het netwerk van partners. Door de brede intake (welke we nu ruim een jaar structureel toepassen) - en de samenwerking met sociale partners van de D6 gemeenten (WMO, Jeugd en SHV) en daarbuiten - worden inwoners ondersteund op alle leefgebieden die aandacht vragen. Ook andersom worden de collega’s van het Werkplein steeds vaker benaderd omdat bij o.a. SHV, WMO en Jeugdprofessionals zaken aan het licht komen die om aandacht vragen. Zaken waarin het Werkplein weer iets kan bieden (inkomen, re-integratie, participatie, etc.). Afgelopen jaar is in alle werkgebieden een Meedoenfestival geweest.

Deze dagen hebben voor allerlei nieuwe kennismakingen en verbindingen gezorgd. Zowel voor onze inwoners als voor onze netwerkpartners en collega’s. In september hebben we een meedoen-netwerkevenement georganiseerd en input opgehaald voor een vervolg op deze festivals. 3.1.3.5 Werkgevers benutten beter de talenten en kwaliteiten van inwoners •

2023

2024

Banenafspraak

139

118

Beschut werk

34

35

Regulier betaald

191

279

Vrijwilligerswerk

Nvt

149

Statushouders

8

Nvt

Totaal

372

581

Het aantal gerealiseerde plaatsingen per jaar

18

Het totaal aantal plaatsingen is in 2024 flink hoger dan in 2023. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat de plaatsingen vrijwilligerswerk in de cijfers van 2023 nog niet zijn meegenomen. In 2024 waren er 149 plaatsingen op vrijwilligerswerk. Ook als deze aantallen niet meegenomen worden dan is er sprake van een aanzienlijk groter aantal plaatsingen dan in 2023. In 2024 was de formatie van bemiddelaars voor reguliere plaatsingen goed op orde. Dit is dus zichtbaar in de resultaten over 2024. Hierdoor was het team in staat om een groter werkgeversnetwerk aan te spreken. De contacten met de ondernemersverenigingen zoals het IKE in Etten-Leur en de ondernemersverenigingen in Halderberge en Zundert werden intensiever en hier kwamen meer beschikbare banen uit. Daarnaast hebben wij geïnvesteerd in ontwikkelplaatsen. Dit zijn op arbeid georiënteerde opleidingen in zorg, horeca, bouw. Het Werkplein heeft dat dit jaar zelf georganiseerd waardoor veel inwoners hieraan deel konden nemen. We zien dat de continue aandacht voor de samenwerking tussen de ontwikkelaars en bemiddelaars zijn vruchten afwerpt. Bemiddelaars worden in een vroeg stadium betrokken zodat inwoners ook tijdens hun ontwikkeling bezig zijn met de volgende stap naar (vrijwilligers)werk. Daardoor hebben we in samenwerking met de ontwikkelaars meer aan voorlichting kunnen doen.

Dit was terug te zien in de resultaten van de NAC-banenbeurs. Regionaal hebben wij hier de meeste plaatsingen gegenereerd meer dan 15 op 1 dag met goede voorbereiding van de kandidaten.

WSP De bemiddelaars vanuit het werkgeversservicepunt (WSP) zijn de schakel tussen ontwikkelaar, inwoner en werkgever. De inwoners die bij het Werkplein terecht komen zijn in de meeste gevallen niet meteen klaar om bij een reguliere werkgever aan de slag te gaan. Daarmee verandert ook de inzet van de bemiddelaar. Door inwoners zoveel mogelijk kennis te laten maken met de arbeidsmarkt is de kans op succes uiteindelijk ook groter. Dit geldt andersom ook voor de werkgevers. Door deze vroegtijdig kennis te laten maken met de doelgroep en inzicht te geven in problematieken wordt de kans op een succesvolle duurzame match ook groter. De samenwerking met werkgevers door middel van het stagecaroussel loopt door. Inmiddels zijn een aantal inwoners via deze weg uitgestroomd naar werk. Het afgelopen jaar zijn er vanuit het WSP heel wat verschillende events voor en met werkgevers en inwoners georganiseerd. Daarnaast is aangesloten bij bestaande ondernemersnetwerken al dan niet in samenwerking met de betreffende gemeentecollega’s. Hierbij is het netwerk uitgebreid en hebben inwoners en werkgevers elkaar ontmoet.

19

Vrijwilligerswerk Door de inzet van vrijwilligerswerk komen inwoners in beweging. In de huidige tijd zien we dat ook inwoners die nu het dichtst bij de arbeidsmarkt staan een veel langere periode nodig hebben om uit te stromen naar betaald werk. Ook voor deze groep biedt vrijwilligerswerk soms een opstap naar werk. Het zet inwoners in beweging. In 2024 zijn 149 inwoners gestart met vrijwilligerswerk om zich verder te ontwikkelen. Dit is een mooie stijging ten opzichte van 2023 (121 plaatsingen vrijwilligerswerk).

Banenafspraak en beschut werk Ongeveer een kwart van de plaatsingen in 2024 zijn inwoners met een indicatie banenafspraak of beschut werk. Team banenafspraak heeft nauwe contacten met scholen (VSO en pro-onderwijs). Hierdoor vindt een soepele overgang van school naar werk plaats. Het valt op dat het aantal plaatsingen banenafspraak gedurende heel 2024 wat lager is dan in 2023. We merken dat de doelgroep zwaardere problematieken heeft. Er zijn afgelopen jaar wel meer inwoners naar de WVS gegaan voor een voorontwikkeltraject richting plaatsing banenafspraak. Dit komt omdat inwoners moeilijker plaatsbaar zijn in de markt. Wel zien we dat de diversiteit van functies en bedrijven waar inwoners met een doelgroep indicatie geplaatst zijn hoog is. Daarnaast valt op dat een groter aantal dan normaal per 1 januari 2025 een baan gevonden hebben ten opzichte van december 2024.

20

3.1.4 Wat mag het kosten? Programma Werk en Participatie De inzet binnen het programma Werk en Participatie is gefinancierd vanuit de gemeenten. Voorheen betrof dat het participatiebudget dat gemeenten vanuit het Rijk via een specifieke uitkering kregen. Inmiddels is dat grotendeels opgenomen in de algemene uitkering. De re-integratiemiddelen zijn in de kern middelen die het Werkplein heeft ingezet om de re-integratie van inwoners te versnellen, te bevorderen dan wel mogelijk te maken. In 2024 waren de totale kosten minus baten van re-integratie activiteiten € 7.020.084. Dat is € 216.785 minder dan de gewijzigde begroting. Programma Werk & Participatie

Bijdrage aan bedrijfsvoering: Werkpunt Ontwikkeling Inzet instrumenten: Diagnostische tool en matchcare Szeebra Individuele trajecten/Maatwerk Ontwikkeltrajecten WVS Ketensamenwerking Praktijkervaringsplekpolis Extra inzet fraudepreventie Beschut werken Beschut werken reiskosten Jobcoaching Loonwaardemetingen Intensivering nazorg Project bestandsbeheersing Totaal lasten Baten Totaal baten Saldo van lasten en baten Bijdragen gemeenten Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal bijdragen gemeenten

Jaarrekening 2023

Begroting 2024

Begroting Jaarrekening 2024 na 2024 wijziging

Verschil

1.274.867 961.616

1.274.867 961.616

1.274.867 961.616

1.274.867 961.616

128.182 982.347 524.356 54.568 7.626

132.136 500.000 841.500 68.000 7.688 190.000 1.255.500 62.000 439.250 82.500 94.830

133.012 1.150.000 841.500 68.000 7.974

132.492 1.158.061 629.128 177.962 7.974 1.872.524 66.927 261.112 116.076 16.408 458.085 7.133.231 113.147

46.186 5.553.534

5.909.887

1.954.900 62.000 240.000 90.000 45.000 408.000 7.236.869

0 5.553.534

0 5.909.887

0 7.236.869

113.147 7.020.084

-520 8.061 -212.372 109.962 -82.376 4.927 21.112 26.076 -28.592 50.085 -103.638 113.147 113.147 -216.785

857.679 614.288 510.179 2.833.529 573.714 164.146 5.553.534

915.441 654.815 549.028 3.002.813 608.718 179.070 5.909.887

1.120.991 801.845 672.305 3.677.053 745.398 219.277 7.236.869

1.081.954 776.260 643.803 3.583.239 727.860 206.968 7.020.084

-39.037 -25.585 -28.502 -93.814 -17.538 -12.309 -216.785

1.236.533 53.572 209.824 73.856

Tabel: Programma Werk en Participatie 2024

Verschillenanalyse In totaliteit is er een bedrag van € 7.020.084 in 2024 ingezet voor re-integratie activiteiten. Dat is € 216.785 minder dan begroot.

Ontwikkeltrajecten WVS (voordelig € 212.372) Er zijn iets minder ontwikkeltrajecten ingezet dan we volgens de doelstelling hebben afgesproken. 21

Ketensamenwerking (nadelig € 109.962) Onder deze post vallen de kosten voor inhuur van de projectleider ketensamenwerking en overige kosten. Een deel van deze kosten, ad € 113.147, werd doorbelast naar de betrokken partijen. Hierdoor is het saldo gelijk aan de gewijzigde begroting. Beschut werk (voordelig € 82.376) Dit betreft de begeleidingskosten beschut werken. Er zijn uiteindelijk minder mensen boven de taakstelling geplaatst in 2025 in beschut werk dan van tevoren verwacht. De hoogte van de begeleidingskosten is mede afhankelijk van het moment van plaatsing. Dus bij plaatsingen later in het jaar zijn de kosten naar rato lager. Jobcoaching (nadelig € 21.112) Bij de gewijzigde begroting is deze post naar beneden bijgesteld. Uiteindelijk een lichte overschrijding door iets meer inzet van jobcoaching dan vooraf ingeschat. Loonwaardenmetingen (nadelig € 26.076) Er zijn meer loonwaardemetingen ingezet in 2024 dan verwacht. Intensivering nazorg (voordelig € 28.592) De kosten vallen lager uit dan begroot omdat er geen specifieke uren-inzet op nazorg is geweest. Project bestandsbeheersing (nadelig € 50.085) Afgelopen jaar hebben we extra ingezet op de bestandsbeheersing door middel van een aantal projecten. De kosten van de personele inzet en de kosten van het meedoenfestival zijn hoger uitgevallen dan bij de gewijzigde begroting ingeschat was.

Programma Inkomen Onze inzet binnen het programma Inkomen wordt zowel gefinancierd vanuit de reguliere begroting (qua personele inzet) als vanuit de BUIG-middelen. Deze laatste kosten worden 1- op-1 op klantniveau verrekend met de gemeenten waarvoor deze kosten gemaakt worden c.q. wiens inwoners het betreffen. De besteding van het budget over 2024 waarover het Werkplein kon beschikken is weergegeven in onderstaande tabel.

22

Programma inkomen Lasten Pwet BBZ BBZ (declarabel) IOAW IOAZ Onderzoekskosten Invorderings- en externe controlekosten Externe controlekosten Loonkostensubsidie Studietoeslag Totaal lasten Baten Baten debiteuren Buig Baten debiteuren Ioaw/Ioaz Baten debiteuren BBZ Baten debiteuren BBZ (declarabel) Totaal baten Saldo van lasten en baten Bijdragen gemeenten Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal bijdragen gemeenten

Jaarrekening Begroting 2024 Begroting 2024 2023 na wijziging

Jaarrekening 2024

Verschil

70.365.377 188.974 0 3.022.049 316.593 63.403 14.250 157.841 4.849.161 201.883 79.179.531

649.450 -61.026 0 44.798 20.047 -36.597 -10.750 -42.159 23.441 -26.562 560.641

64.171.108 247.822

62.361.337 500.000

3.287.853 299.445 55.049 12.433 214.446 3.675.335 180.666 72.144.157

3.080.582 319.418 100.000 25.000 200.000 3.789.805 16.500 70.392.642

69.715.928 250.000 0 2.977.251 296.546 100.000 25.000 200.000 4.825.720 228.445 78.618.890

816.098 4.566 11.359 43.556 875.579 71.268.578

935.420 29.542 25.000 25.000 1.014.962 69.377.680

1.089.367 39.784 72.240 2.373 1.203.764 77.415.125

926.385 22.797 40.907 39.712 1.029.802 78.149.729

-162.982 -16.987 -31.333 37.339 -173.963 734.604

12.609.081 8.211.349 8.998.578 31.971.116 5.771.142 3.707.312 71.268.578

12.309.154 7.938.445 8.602.349 31.324.064 5.565.756 3.637.911 69.377.679

13.691.630 8.684.987 10.122.988 34.314.060 6.345.190 4.256.270 77.415.125

13.874.810 8.916.189 10.097.375 34.675.774 6.404.941 4.180.640 78.149.729

183.180 231.202 -25.613 361.714 59.750 -75.629 734.604

Tabel: Programma Inkomen 2024

Verschillenanalyse in hoofdlijnen Het programma inkomen valt in zijn geheel iets hoger uit dan de gewijzigde begroting 2024. Gerekend werd met een toename van 1%, dat is uiteindelijk 1,3% geworden. Los van de stijging of daling van het bestand worden de kosten ook beïnvloed door het moment waarop de stijging of daling intreedt. Daarnaast worden de uitkeringen ook tweemaal per jaar geïndexeerd.

Participatiewet Buig (€ 649.450) In de gewijzigde begroting is gerekend met een toename van het bestand met 1%. Uiteindelijk is het uitkeringsbestand over 2024 met 1,3% gestegen. We zien dat de stijging met name in de eerste helft en de laatste twee maanden van het jaar zit. Dat beïnvloedt de uiteindelijke besteding. Op het totale bedrag is dit een kleine afwijking.

BBZ (€ -61.026) We zien dat de kosten voor de Bbz al enkele jaren achterblijven bij de verwachting. Dit is al gecorrigeerd in de eerste begrotingswijziging. Dit is in lijn met een achterblijvend aantal ondernemers die zich meldt voor deze regeling.

IOAW / IOAZ (€ 44.798 / € 20.047) IOAW en IOAZ laten al jaren een dalende lijn zien in. Gezien de specifieke aard van de regeling weten we dat deze kosten jaarlijks zullen afnemen. Eén van de voorwaarden bij de IOAW is bijvoorbeeld dat iemand geboren moet zijn voor 1965 en tussen zijn 50e en 60e werkloos is geraakt. Die groep wordt steeds kleiner. Met deze daling houden we al rekening in de begroting. Het blijft moeilijk om een exacte inschatting te

23

maken hoe groot deze daling zal zijn. Daardoor zien we dat er weliswaar een daling is ten opzichte van 2023 maar minder dan in de eerste begrotingswijzing. Onderzoeks- en advieskosten BBZ (€ -36.597) We zien de kosten voor de BBZ dalen. Daarmee hangen de externe onderzoeks- en advieskosten direct samen. Bij een aanvraag BBZ wordt vaak een levensvatbaarheidsonderzoek opgevraagd. Als er minder aanvragen BBZ zijn dan zijn er ook minder onderzoeken. Loonkostensubsidie (€ 23.441) Het aandeel loonkostensubsidie valt hoog uit ten opzichte van de begroting. Het valt ook nog iets hoger uit dan de gewijzigde begroting. Enerzijds is dit vanwege de taakstellingen met betrekking tot beschut werk anderzijds vanwege het groeiende aantal garantiebanen. Dit is het gevolg van de uitvoering van de doelstelling en gemaakte afspraken met de gemeenten. Dit bedrag wordt ieder jaar hoger omdat er jaarlijks meer mensen geplaatst worden. Studietoeslag (€ -26.562) De studietoeslag valt pas sinds 2023 onder de Participatiewet. Daarvoor vielen deze kosten onder de bijzondere bijstand. De voorwaarden om in aanmerking te komen zijn ook gewijzigd. Daarom was het moeilijk om in te schatten hoe hoog deze post zou uitvallen. Studenten met een beperking komen voor deze toeslag in aanmerking als ze naast hun studie niet kunnen werken.

In lijn met Rijksbeleid wordt deze toeslag steeds bekender en zien we de kosten ook toenemen. We zien we dat die stijging minder is dan begroot in de eerste begrotingswijziging. Baten debiteuren Buig (€ - 162.982) We zien dat de baten debiteuren Buig veel lager uitvalt dan verwacht in de gewijzigde begroting. Alle baten debiteuren hangen samen met de uitkeringslasten. Hoe meer uitkeringen er verstrekt worden, hoe hoger de baten debiteuren zijn. Het is op voorhand moeilijk in te schatten hoe hoog dit exact zal zijn. Wel zijn de baten in lijn met de oorspronkelijke begroting en gestegen ten opzichte van 2023. Vangnetregeling Het Buig-budget wordt landelijk vastgesteld. Hieronder zijn de werkelijke uitgaven op het Buig-budget ten opzichte van het rijksbudget 2024 weergegeven. Zoals te zien, is door de Rijksoverheid een Buig-budget beschikbaar gesteld van ca. € 79,7 miljoen (inclusief loonkostensubsidie). De werkelijke uitgaven Buig en loonkostensubsidies bedragen 77,8 mln. De werkelijke uitgaven Buig liggen voor de zes gemeenten gezamenlijk € 1.891.556 lager. De uitgaven voor vier gemeenten komen boven het Buig-budget uit. Gemeente Halderberge en Roosendaal hebben een overschot op de uitgaven BUIG. Om voor de vangnetregeling in aanmerking te komen moet het tekort over 2024 meer bedragen dan 7,5%. Daarnaast moet het tekort over de afgelopen drie jaar 7,5% bedragen.

24

Gemeente

Definitieve rijksvergoeding Buig 2024

Jaarrekening 2024 BvdU

Verschil

Verschil in %

Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal

13.855.696 9.041.377 9.778.306 36.953.459 5.957.018 4.084.879 79.670.735

13.920.099 8.829.399 10.055.918 34.439.342 6.366.645 4.167.775 77.779.179

-64.403 211.978 -277.612 2.514.117 -409.627 -82.896 1.891.556

-0,5% 2,3% -2,8% 6,8% -6,9% -2,0% 2,4%

Tabel: Uitgaven Buig per gemeente versus Rijksbudget 2024

Tozo (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) De Tozo-regeling is gestopt per oktober 2021. De regeling bestond uit twee delen, te weten de uitkering voor levensonderhoud die om niet verstrekt is. Er zijn mensen geweest die de uitkering ten onrechte hebben ontvangen en deze nog moeten terugbetalen. Het tweede deel van de Tozo-regeling bestond uit een bedrijfskapitaal van maximaal €10.157,00 die moest worden afgelost. Veruit het grootste deel van die ondernemers doet dit inmiddels ook. Totdat dit volledig is terugbetaald blijft het terugkomen in de jaarrekening. Overigens vloeit dit allemaal terug naar het Rijk.

TOZO Lasten Tozo om niet Tozo bedrijfskapitaal Totaal lasten Tozo Opbrengst wegens terugvordering Tozo Opbrengst bedrijfskapitaal Totaal baten Saldo van lasten en baten Bijdragen gemeenten Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal bijdragen gemeenten

Jaarrekening 2023

Begroting 2024

Begroting 2024 na

Jaarrekening 2024

Verschil

0 0 0 15.440 23.507 38.946 -38.946

0 0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0 0

0 0 0 -9.216 13.456 4.240 -4.240

0 0 0 -9.216 13.456 4.240 -4.240

2.379 -4.337 -802 -15.512 -6.281 -14.393 -38.946

0 0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0 0

-4.122 -1.639 -2.467 10.351 -4.103 -2.260 -4.240

-4.122 -1.639 -2.467 10.351 -4.103 -2.260 -4.240

Leefgeld Oekraïners Met drie van de deelnemende gemeenten heeft het Werkplein afgesproken om de betalingen te verrichten voor de leefgeldregeling voor Oekraïners. Het Werkplein doet alleen de betalingen, de deelnemende gemeenten nemen zelf de besluiten op de aanvraag. Op basis van die besluiten wordt het geld overgemaakt. Hieronder staat de hoogte van de betalingen per gemeente. Door de gemeenten worden de bedragen voor het leefgeld en uitvoering aan het Werkplein vergoed. De uitvoeringskosten zijn in de kosten bedrijfsvoering, paragraaf 6.1 verantwoord.

25

Leefgeld Oekrainers

Jaarrekening 2023

Begroting 2024

Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal

0 2.851 282.972 245.969 68.482

0 0 0 0 0 0 0

600.273

Begroting 2024 na wijziging 0 0 309.970 497.780 71.626 0 879.375

Jaarrekening 2024

Verschil

0 0 290.334 460.770 62.273 0 813.376

0 0 -19.636 -37.010 -9.353 0 -65.999

Programma inkomensondersteuning Onze inzet binnen het programma inkomensondersteuning wordt zowel gefinancierd vanuit de reguliere exploitatiebegroting (personele inzet) en gemeentelijke budgetten (programma). Deze laatste kosten worden 1-op-1 verrekend met de gemeenten waarvoor deze kosten worden gemaakt. Het door de gemeenten aan het Werkplein ter beschikking gestelde budget voor 2024, alsmede de ten laste van dat budget gebrachte uitgaven 2024 zijn weergegeven in onderstaande tabel. Programma inkomensondersteuning Lasten Bijzondere bijstand Minimabeleid (webshop) * Collectieve zvw premie Externe adviezen Totaal lasten Baten Baten debiteuren bijz. bijstand Totaal baten Saldo van lasten en baten Bijdragen gemeenten Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal bijdragen gemeenten

Jaarrekening Begroting 2024 Begroting 2024 2023 na wijziging

Jaarrekening 2024

Verschil

6.132.582 617.163 3.007.546 13.742 9.771.033

5.500.679 650.000 3.086.180 13.496 9.250.354

6.884.684 650.000 3.017.676 18.798 10.571.158

6.628.061 610.447 3.018.041 18.648 10.275.197

-256.623 -39.553 365 -150 -295.961

787.781 787.781 8.983.252

618.705 618.705 8.631.649

655.670 655.670 9.915.488

753.544 753.544 9.521.653

97.875 97.875 -393.836

2.079.495 1.095.546 1.043.287 3.622.146 696.659 446.119 8.983.252

2.034.112 1.117.667 1.012.507 3.451.623 590.039 425.701 8.631.649

2.142.542 1.227.481 1.194.927 4.076.897 746.912 526.730 9.915.488

2.112.894 1.197.424 1.143.149 3.784.629 778.808 504.749 9.521.653

-29.648 -30.058 -51.778 -292.268 31.896 -21.981 -393.836

Tabel: Programma Inkomensondersteuning 2024

Verschillenanalyse in hoofdlijnen Het verschil tussen de gewijzigde begroting 2024 en de jaarrekening 2024 bedraagt € 393.836 voordelig. Bijzondere bijstand (- € 256.623) Ten opzichte van het jaar 2023 zijn de uitgaven bijzondere bijstand met € 495.479 gestegen. De kostensoorten waarvan de uitgaven ten opzichte van 2023 fors zijn gestegen zijn: • • •

Kosten voor inrichting/huisraad: stijging met € 109.468 → betreft veelal kosten voor woninginrichting van statushouders Bewindvoering: stijging met € 139.929 Individuele inkomenstoeslag: stijging met € 138.329

26

Van alle uitgaven bijzondere bijstand 2024 waren de kosten voor: bewindvoering € 2.538.521, individuele inkomenstoeslag € 1.447.794, inrichtingskosten/huisraad € 1.396.418 en overbruggingsuitkering € 219.741 het grootst. In de begroting hebben we rekening gehouden met een stijging ten opzichte van 2023. Ondanks dat deze stijging inderdaad aan de orde is, is deze niet zo groot geweest als dat wij hadden verwacht, wat leidt tot een overschot op de begroting. Collectieve zorgverzekering (€ 365) De jaaruitgaven voor de gemeentelijke premiebijdrage zijn vrijwel gelijk aan het begrootte bedrag. Overig gemeentelijke minimabeleid (- € 39.553) Na de coronapandemie (=voorjaar 2022) zien we dat onze inwoners weer meer maatschappelijk zijn gaan participeren. De hiermee samenhangende uitgaven voor minimabeleid zijn sinds 2022 dan ook behoorlijk opgelopen. De uitgaven 2022 waren € 71.200 hoger dan in 2021. In 2023 stegen de uitgaven nogmaals met € 64.000. In 2024 zijn de uitgaven ongeveer gelijk gebleven. Energietoeslag Door de inval van Rusland in Oekraïne eind febr. 2022 stegen de energieprijzen in korte tijd heel sterk. Om huishoudens met een laag inkomen te compenseren heeft het Rijk de regeling energietoeslag in het leven geroepen. In de periode maart 2022 tot 1 april 2024 konden huishoudens met een laag inkomen deze regeling bij het Werkplein aanvragen.

In 2024 heeft het Werkplein aan 237 huishoudens de energietoeslag verstrekt. Uitgekeerd bedrag bedroeg € 286.400. Project ondersteuning slachtoffers kinderopvangtoeslag Roosendaal In dit project werken meerdere organisaties in het sociaal domein (o.a. gemeente Roosendaal – MEE – Traverse – Alwel) samen. Doel: proberen om het beschaamde vertrouwen van de KOT-gedupeerden in de overheid te herstellen en hen te adviseren/ondersteunen welke (financiële) hulp er beschikbaar is. In het 1e halfjaar 2024 heeft één medewerker van het Werkplein in de werkgroep deelgenomen. De kosten ad € 39.996 worden vergoed door de gemeente Roosendaal.

27

3.2 Programma inburgering 3.2.1 Inleiding Op 1 januari 2022 ging de nieuwe Wet Inburgering 2021 in. Onder deze wet konden gemeenten inwoners weer helpen bij de inburgering. Werkplein heeft dit opgepakt voor de gemeenten in hun werkgebied.

3.2.2 Aantallen nieuwe inburgeraars In 2024 begonnen 390 mensen met de inburgering via het Werkplein. 252 van hen waren statushouders. Zij krijgen intensievere begeleiding dan gezinsmigranten. Voor statushouders betaalt de gemeente de inburgering. Gezinsmigranten betalen de meeste onderdelen van de inburgering zelf. Ze kiezen en betalen bijvoorbeeld zelf hun taalschool. Voor statushouders regelt en betaalt Werkplein hun taalschool.

Totale instroom in 2024 Waarvan statushouder

Waarvan gezins- en overige migrant

Etten-Leur

77

48

29

Halderberge

57

41

16

Moerdijk

67

50

17

Roosendaal

140

79

61

Rucphen

24

20

4

Zundert Totaal

25 390

14 252

11 138

Aantal nieuwe inburgeraars in 2024

De meeste inburgeraars volgen de B1-route. In 2024 startten 178 inburgeraars in de B1-route bij Werkplein. Aan het eind van de inburgering maakt de inburgeraar toetsen, vooral taaltoetsen. In de B1route doen ze dit op B1-niveau. Met dat taalniveau kan iemand zich redelijk goed redden in de samenleving en bijvoorbeeld op de werkvloer. Wanneer B1 te moeilijk is, kunnen ze ook examen doen op A2-niveau. Daarmee kunnen ze nog steeds vrij goed aan het werk. Inburgeraars die veel moeite hebben om de Nederlandse taal te leren volgen de Z-route. Hierin ligt de nadruk op proberen toch de taal te leren, en veel te oefenen en mee te doen in de samenleving. 75 inburgeraars startten met de Z-route in 2024. Tot slot begonnen 32 inburgeraars in de onderwijsroute. In deze inburgeringsroute leren inburgeraars veel in korte tijd. Daarna kunnen ze onderwijs volgen op het MBO 2, 3 of 4, het HBO of het WO.

B1-route

Onderwijsroute

Z-route

Totaal

Etten-Leur

35

3

14

52

Halderberge

16

1

16

33

Moerdijk

36

10

16

62

Roosendaal

70

15

23

108

Rucphen

8

2

5

15

Zundert Totaal

13 178

1 32

1 75

15 285

Tabel: verdeling van nieuwe inburgeraars in 2024 over de inburgeringsroutes

Ter vergelijking: de verdeling over leerroutes is landelijk ongeveer 69% in de B1-route, 10% in de onderwijsroute en 21% in de Z-route. Landelijk is 2 op de 3 inburgeraars statushouder en 1 op de drie gezinsmigrant. 9 op de 10 gezinsmigranten volgt de B1-route; 8% de onderwijsroute, en 1% de Z-route. 28

3.2.3 Stappen die in 2024 zijn gezet om de inburgering nog beter te maken De nieuwe Wet Inburgering geldt sinds 1 januari 2022. Sinds die tijd zijn gemeenten in heel Nederland aan het uitvinden wat nodig is voor goede inburgering. Ook Werkplein maakt de inburgering elk jaar nog beter. De Nederlandse taal leren is heel belangrijk voor inburgeraars. In 2024 is de aanbesteding van de taallessen voor statushouders die inburgeren afgerond. Alle taallessen voor zowel inburgeraars in de B1route als in de Z-route, worden vanaf 2025 gegeven door één taalschool. Dit maakt het bijvoorbeeld makkelijker als een inburgeraar wisselt van inburgeringsroute. De taallessen zijn vanaf 2025 5 dagdelen per week, en niet 3 dagdelen per week. Daardoor zal de inburgering sneller gaan. Inburgeraars die bijvoorbeeld werken of kinderen hebben kunnen avondlessen volgen. Omdat de nieuwe taalschool in 2025 is gestart, zijn eind 2024 nieuwe inburgeraars niet direct gestart met taallessen. Zij starten begin 2025 bij de nieuwe taalschool. In de rest van 2024 zijn veel mensen gestart met taallessen voor de inburgering. Zoveel zelfs, dat er af en toe wachtlijsten waren bij de taalscholen. Hierdoor konden inburgeraars niet altijd zo snel starten als we hadden gewild. In 2024 is veel aandacht besteed aan inburgeraars mee laten doen in de samenleving, en zoveel mogelijk voor te bereiden op betaald werk.

Veel inburgeraars hebben tijd en hulp nodig om te oefenen met de Nederlandse taal op het werk. Ook moeten veel van hen wennen aan hoe Nederlanders willen dat mensen zich gedragen op het werk. Op tijd komen, je ziekmelden en hoe je met je baas omgaat is in Nederland anders dan in de landen waar inburgeraars eerst woonden. Om die reden zijn in 2024 veel ontwikkeltrajecten ingezet, bij WVS, OnsLabel, De Kringloper en het Opleidingscentrum Rijsbergen. Daar kunnen mensen oefenen met werken in Nederland. Ook hebben inburgeraars hulp gekregen om vrijwilligerswerk te vinden. Dit noemen we in de inburgering duale trajecten: mensen leren de taal én doen tegelijkertijd steeds meer mee in de samenleving. De taal leren en meedoen versterkt elkaar. Wie de taal oefent in de praktijk, leert beter en sneller Nederlands, en hoe beter iemand Nederlands spreekt, hoe gemakkelijker die persoon mee kan doen in de samenleving, en bijvoorbeeld werk kan vinden. We streven daarom naar zoveel mogelijk duale trajecten. Doordat we veel duale trajecten hebben ingezet, ontstonden er ook wachtlijsten voor ontwikkeltrajecten. Er zijn minder plekken in de regio dan we nodig hebben. We blijven dus samen met de gemeenten werken aan meer plekken waar inburgeraars kunnen werken, vrijwilligerswerk kunnen doen of kunnen oefenen met werk.

Om inburgeraars voor te bereiden op werk moeten zij verplicht de Module Arbeidsparticipatie (MAP) volgen. Dit is een training. Eind 2023 heeft Werkplein deze training gemaakt. Medewerkers van Werkplein geven de training aan mensen die (een beetje) Nederlands spreken. In 2024 zijn 8 groepen van 10 personen getraind door het Werkplein. Ook gezinsmigranten moeten deze training gratis aangeboden krijgen van de gemeente. In 2024 is de MAP voor gezinsmigranten gemaakt door Werkplein. Vanaf 2025 kunnen gezinsmigranten deze volgen. Omdat gezinsmigranten een partner of familielid hebben die al in Nederland woont en werkt, is dit een kortere training dan voor statushouders. Voor inburgeraars die veel moeite hebben om Nederlands te begrijpen is het lastig om de MAP te volgen. Voor hen is als proef een training ingekocht in het Arabisch. Hierdoor begrepen ze goed wat ze moeten doen om mee te gaan doen en werk te vinden in Nederland. Ze werden er enthousiast van en begonnen zelf plannen te maken hiervoor. Werkplein helpt ze hierbij. Ook het team dat bij Werkplein aan inburgering werkt wordt steeds groter en beter. In 2024 hebben ze veel gedaan om zoveel mogelijk samen te werken, en op dezelfde manier te werken. Alle medewerkers van Werkplein die met statushouders werken, hebben een training cultuursensitief werken gevolgd.

Hierdoor begrijpen ze nog beter hoe inburgeraars denken, hoe ze zich voelen. Daardoor kunnen medewerkers inwoners beter en sneller de hulp geven die ze nodig hebben.

29

3.2.4 Hoeveel is uitgegeven aan inburgering? Elke gemeente ontvangt geld van de landelijke overheid om de inburgering te betalen. Dit heet SPUK Inburgering. Dit geven zij door aan Werkplein, zodat die de inburgeraars ermee kan helpen. Gemeenten ontvangen voor gezinsmigranten eenmalig een bedrag. Voor statushouders ontvangen ze het geld verdeeld over drie jaar. Het eerste jaar ontvangt de gemeente het grootste deel van het totaalbedrag, en de jaren daarna steeds een lager bedrag. Twee jaar na ontvangst van SPUK-geld moet door de gemeente aan het ministerie worden aangegeven hoe dit geld is uitgegeven. Programma Inburgering

Jaarrekening 2023

Begroting 2024 Begroting 2024 na wijziging

Jaarrekening 2024

Verschil

Lasten Inburgeringsvoorzieningen Leerroutes

394.880

2.309.892

2.667.678

1.501.996

-1.165.682

Maatschappelijke begeleiding

602.869

1.000.786

777.987

757.250

-20.737

103.744

99.430

66.045

-33.385

MAP

58.693

46.096

-12.597

Tolkdiensten

156.085

5.391

-150.694

PVT

Reservering inburgeringsvoorzieningen

-118.455

1.850.610

6.781

-1.843.829

997.749

3.295.967

5.610.483

2.383.559

-3.226.924

997.749

3.295.967

5.610.483

2.383.559

-3.226.924

Etten-Leur

460.997

617.266

1.159.051

1.159.051

0

Halderberge

321.646

430.922

813.364

802.777

-10.587

Moerdijk

375.422

524.094

854.012

854.012

0

Roosendaal

804.587

1.083.127

1.831.761

1.831.761

0

Rucphen

236.706

326.103

518.798

518.798

0

Zundert Totaal bijdragen gemeenten

235.640 2.434.998

314.456 3.295.968

433.498 5.610.483

433.498 5.599.896

0 -10.587

Resultaat te bestemmen

1.437.249

3.216.338

-3.216.337

Totaal lasten inburgeringsvoorzieningen Baten Totaal baten Saldo van lasten en baten Bijdragen gemeenten

In 2024 is bijna € 2,4 miljoen uitgegeven aan inburgeringsactiviteiten door Werkplein. Dat is minder dan was ingeschat aan het begin van het jaar. Dit komt omdat minder statushouders een woning kregen dan gedacht. Daardoor waren er dus minder mensen die startten met de inburgering. Leerroutes Onder leerroutes vallen de taallessen aan statushouders, en activiteiten die inburgeraars helpen aan werk, of om mee te doen in de samenleving. Omdat er dus minder inburgeraars waren dan vooraf gedacht, is hier minder geld aan uitgegeven dan verwacht. Omdat op 1 januari 2025 een nieuwe taalschool de taallessen gaat geven, zijn eind 2024 geen inburgeraars meer gestart bij de taalscholen. Ook hierdoor is minder geld uitgegeven. Tot slot waren er soms wachtlijsten voor taallessen of andere activiteiten. Hierdoor duurde het soms langer voordat inburgeraars hiermee startten, en ook daardoor is er minder geld uitgegeven. Maatschappelijke begeleiding Statushouders die een woning krijgen in een gemeente, worden in de eerste tijd dat ze in de gemeente wonen geholpen door vrijwilligers en werknemers van Vluchtelingenwerk. Ze helpen statushouders met alles wat in die eerste tijd geregeld moet worden, zoals hun huis inrichten en geldzaken. Ook helpen ze statushouders als die brieven krijgen die ze niet begrijpen.

Participatieverklaringstraject (PVT) Aan het begin van de inburgering volgt iedere inburgeraar een participatieverklaringstraject. De gemeente betaalt dit, ook voor gezinsmigranten. In vier bijeenkomst leren inburgeraars over Nederlandse normen en waarden. Aan het eind ondertekenen ze een participatieverklaring. Daarmee beloven ze mee te doen in de Nederlandse samenleving, en zich te gedragen zoals het hoort. Vluchtelingenwerk organiseert het participatieverklaringstraject. 30

Module Arbeidsparticipatie (MAP) Alle inburgeraars volgen verplicht de Module Arbeidsparticipatie. De gemeente moet dit gratis aanbieden aan inburgeraars, ook aan gezinsmigranten. In de MAP denken inburgeraars na over wat voor werk bij hen past, en leren ze wat ze moeten doen om een baan te krijgen. De meeste inburgeraars volgen de MAP bij mensen die bij het Werkplein werken. In 2024 werd dit voor 15 mensen op proef ingekocht bij Sozy. Tolkdiensten Inburgeraars spreken aan het begin van de inburgering vaak nog geen, of niet goed, Nederlands. Daarom worden soms tolken gebruikt, die via de telefoon vertalen. In 2024 is steeds meer gebruik gemaakt van vertaalapps. Hierdoor verloopt het gesprek tussen inburgeraar en medewerker van het Werkplein natuurlijker. Ook leren inburgeraars hierdoor zelf vertaalapps te gebruiken. De kosten voor tolkdiensten zijn daarom in 2024 minder dan was verwacht. Reservering inburgeringsbudget In 2023 hebben meer inburgeraars de onderwijsroute gevolgd dan verwacht. Dat is goed nieuws. Via de onderwijsroute kunnen inburgeraars instromen in Nederlands onderwijs. Hiermee behalen ze een startkwalificatie, dus een diploma waarmee ze goed aan het werk kunnen. In 2023 is daarom € 6.187 meer uitgegeven aan de onderwijsroute dan we hiervoor kregen van het ministerie.

Dit bedrag is daarom betaald uit de SPUK Inburgering Onderwijsroute De onderwijsroute kost meer geld dan de B1- en Z-route. Dat werd pas duidelijk nadat de nieuwe Wet Inburgering al was gestart. Daarom heeft het ministerie hier een apart, tijdelijk budget voor: de SPUK Onderwijsroute. In 2024 is € 259,786 uitgegeven aan de onderwijsroute. Dit is € 92.697 meer dan we hiervoor hebben ontvangen via de SPUK Onderwijsroute in 2024.

Onderwijsroute SPUK

Begroting 2024

Begroting 2024 na wijziging 185.393

Jaarrekening 2024 259.786

Mutaties

Lasten onderwijsroutes 2024

Jaarrekening 2023 175.111

Totaal lasten onderwijsroute

175.111

0

185.393

259.786

74.393

6.781 6.781

6.781 6.781

370.786

253.005

67.612

Baten Totaal baten Saldo van lasten en baten

74.393

Bijdragen gemeenten Etten-Leur

74.391

61.956

61.956

0

Halderberge

27.785

37.140

37.140

0

Moerdijk

33.693

37.181

37.181

0

Roosendaal

121.533

18.086

-6.999

-25.085

Rucphen

38.324

24.843

24.843

0

Zundert Totaal bijdragen gemeenten

20.101 315.827

6.187 185.393

6.187 160.308

0 -25.085

Resultaat te bestemmen

140.716 -92.697

92.697

Resultaat (onttrekking bestemmingsreserve onderwijsroute)

Tabel: SPUK Onderwijsroute

Extra taken Vluchtelingenwerk Naast de begeleiding van statushouders bij de eerste zaken die ze moeten regelen als ze een huis in een gemeente gaan bewonen, voert Vluchtelingenwerk ook extra werk uit om statushouders te helpen. Zo helpen ze bij juridische vragen en verzorgen ze taalcoaching. Wanneer veel statushouders een huis krijgen in één van de zes gemeenten, krijgen ze betaald voor dit extra werk.

31

Inburgering extra taken Vluchtelingenwerk Lasten

Jaarrekening 2023

Begroting 2024 Begroting 2024 na wijziging

Jaarrekening 2024

Verschil

3

Extra taken Vluchtelingenwerk Maatschappelijk spreekuur

108.207

108.207

120.439

120.442

Juridisch spreekuur

54.172

54.171

67.596

67.596

0

Taakstelling huisvesting

36.015

22.085

41.340

41.605

265

Taalcoaching

37.500

37.500

46.875

46.873

-2

Cursus omgaan met geld

6.796 242.690

221.963

276.250

276.516

266

242.690

221.963

276.250

276.516

266

Etten-Leur

48.240

40.969

51.034

52.062

1.028

Halderberge

32.365

34.244

42.479

42.789

310

Moerdijk

42.438

38.165

46.659

46.565

-94

Roosendaal

74.400

67.056

83.998

83.860

-138

Rucphen

25.083

20.484

26.235

25.949

-286

Zundert

20.164 242.690

21.045 221.963

25.845 276.250

25.291 276.516

-554 266

Totaal extra taken Vluchtelingenwerk Baten Totaal baten Saldo van lasten en baten Bijdragen gemeenten

Totaal bijdragen gemeenten

Tabel: Extra taken 2024

3.3 Algemene dekkingsmiddelen Vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is voorgeschreven inzicht te geven in de algemene dekkingsmiddelen. Onder algemene dekkingsmiddelen wordt verstaan die middelen die niet aan een programma toegeschreven kunnen worden en algemeen inzetbaar zijn. De algemene dekkingsmiddelen bestaan uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten in de uitvoeringskosten. Deze kosten worden omgeslagen naar de deelnemende gemeenten, via een in de begroting vastgesteld percentage. Algemene dekkingsmiddelen:

Begroting 2024 na wijziging Baten

Gemeentelijke bijdrage bedrijfsvoering

Lasten

Jaarrekening 2024 Saldo

Baten

Lasten

Saldo

18.375.797

-

18.375.797

18.375.797

-

18.375.797

Leefgeld Oekrainers uitvoering

20.898

-

20.898

12.513

-

12.513

Energietoeslag uitvoering

30.240

-

30.240

30.240

-

30.240

KOT Roosendaal uitvoering

26.500

-

26.500

39.996

-

39.996

Voorzieningenwijzer uitvoering

234.273

-

234.273

234.273

-

234.273

Alleenverdienersproblematiek uitv.

173.205

-

173.205

57.075

-

57.075

Rentebaten

600.000

-

600.000

570.196

-

570.196

137.372

-

137.372

-

-

Baten overig

75.000

-

75.000

Doorberekende loonkosten

2.236.483

-

2.236.483

Totaal algemene dekkingsmiddelen

21.772.396

-

21.772.396

19.457.462

-

19.457.462

Tabel: Algemene dekkingsmiddelen

In vergelijking met de gewijzigde begroting 2024 vallen de algemene dekkingsmiddelen in de voorliggende jaarrekening 2023 € 2.314.934 lager uit. De oorzaken hiervan zijn: a. De doorbelasting vanuit bedrijfsvoering naar programma Werk en Participatie hebben we wel gedaan maar in plaats van deze als zowel baten als lasten op te nemen in de bedrijfsvoering hebben we voor € 2.236.483 de lasten verlaagd. b. Voor de uitvoering van de Alleenverdienersproblematiek is een bedrag van € 116.130 minder bij gemeenten in rekening gebracht. In de laatste 2 maanden is deze dienstverlening op gang gekomen. c. Overige baten zijn hoger uitgevallen. De overige baten bestaan uit (€ 137.372): • € 51.972 --> Restitutie RWB fee 2023 • € 23.986 --> Correctie premie ABP 2021 • € 10.847 --> Detachering medewerker aan RWB 32

•

In 2024 is een project geweest met betrekking tot samenwerking op gebied van informatie. Werkplein heeft dit voorgefinancierd. Van de overige deelnemers is € 42.045,- ontvangen.

We hebben in de begroting een bedrag van 50.000 euro als onvoorziene kosten begroot. Hier is geen gebruik van gemaakt.

33

4. Paragrafen

4.1 Paragrafen In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) staat aangegeven welke paragrafen moeten worden opgenomen in de begroting. De onderdelen lokale heffingen, onderhoud kapitaalgoederen, verbonden partijen en grondbeleid zijn niet van toepassing voor deze gemeenschappelijke regeling. De volgende verplichte paragrafen worden achtereenvolgens behandeld: a.

Financiering

b.

Bedrijfsvoering

c.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

d.

Informatie t.b.v. paragraaf verbonden partijen gemeenten

e.

R echtmatigheid

4.2 Paragraaf Financiering In de wet financiering decentrale overheden, Wet fido, zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie. Deze regeling geeft een uiteenzetting van de kaders, waarbinnen het treasurybeleid is vormgegeven. Belangrijk daarbij is dat het financieel beheer zo beheersbaar en transparant mogelijk wordt uitgevoerd. Renterisico In 2024 zijn er geen langlopende geldleningen aangegaan omdat er slechts beperkte investeringen in ICT zijn gedaan. In de begroting van 2024 hebben wij wel rekening gehouden met beperkte rentekosten maar niet met het aantrekken van een lening. Tot op heden zijn de gedane investeringen (zie bijlage staat van investeringen) binnen onze rekening-courant faciliteit gefinancierd. Voor het renterisico worden twee normen onderscheiden; de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Er dient binnen deze normen geopereerd te worden. Renterisiconorm Met de renterisiconorm wordt beoogd de renterisico’s te beheersen op de vaste schuld (schuld met een rente typische looptijd van één jaar of langer) door het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille. De renterisiconorm was in 2024 niet van toepassing omdat het Werkplein geen geldleningen heeft afgesloten.

34

Kasgeldlimiet Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. In 2024 is geen kortlopend geld aangetrokken. Wel heeft het Werkplein een rekeningcourant faciliteit met de Bank voor Nederlandse Gemeenten afgesloten waardoor we tijdelijk een roodstand kunnen hebben. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,5%) van het totaal van de totale lasten (exclusief dotaties reserves) van de primitieve begroting van het boekjaar. Voor de begroting 2024 bedroeg de kasgeldlimiet € 9,3 mln. Kasgeldlimiet in euro's Toegestane kasgeldlimiet Vlottende schuld Overschrijding (-) / Onderschrijding (+) van kasgeldlimiet

1e kwartaal 9.346.420 466.667 8.879.754

2e kwartaal 9.346.420 939.667 8.406.754

3e kwartaal 9.346.420 1.669.667 7.676.754

4e kwartaal 9.346.420 1.166.667 8.179.754

Rente In 2024 hebben we zowel rentekosten als rentebaten gehad. Wel zijn we een gedeelte van het jaar over liquide geweest en hebben we een rentevergoeding ontvangen. De rentebaten zijn in 2024 € 570.196. Kredietfaciliteit Op 16 november 2015 heeft het Werkplein een kredietfaciliteit met de bank voor Nederlandse gemeenten afgesloten. Dit betekent dat het Werkplein in voorkomende gevallen tot maximaal een bedrag van € 2.000.000 rood mag staan. Deze kredietfaciliteit is door de gemeenten gegarandeerd.

4.3 Paragraaf Bedrijfsvoering Qua bedrijfsvoering heeft het jaar 2024 voornamelijk in het teken gestaan van het verder implementeren van de organisatievisie 2024. De uitvoering van de Voorzieningenwijzer is vanaf april voortvarend opgepakt. Ook de problematiek rondom de alleenverdieners is snel opgepakt en tot uitvoering gekomen. De laatste afwikkeling van de energietoeslag 2023 heeft zijn beslag gekregen. Het leefgeld voor Oekraïners heeft wederom een de nodige inzet en inspanningen van de medewerkers gevraagd. Daarbij is de positieve inzet en het uithoudingsvermogen van medewerkers wederom van groot belang geweest. Personeel Inzet Het jaar 2024 was ook weer een zeer intensief jaar voor het Werkplein personeel. Sprake was van een oplopend bestand en ook het verder vormgeven van de uitvoering van de Wet inburgering heeft heel wat inspanningen en uithoudingsvermogen van de medewerkers gevraagd. Maar ook de werkzaamheden voor de jaarrekening 2023 en controle door de nieuwe accountant heeft om behoorlijk wat uithoudingsvermogen gevraagd. En dit alles in een tijd dat de krappe arbeidsmarkt ook voor het Werkplein voelbaar was. En dat de druk op zelfchecks (Digid, privacy, informatiebeveiliging e.d.) en verantwoording alleen maar toenam. Het decentrale werken bij de zes gemeenten ging ook niet vanzelf. Voor medewerkers voor de gemeenten een proces van gewenning en optimalisering.

Zo aan het eind van het jaar concluderen we dat we nog steeds niet zijn waar we willen zijn, maar dat er toch wederom een mooie vooruitgang is geboekt. Dit uiteraard dankzij de inzet van onze medewerkers! Maar ook doordat gemeenten investeren in hun huisvesting om de brede dienstverlening aan inwoners te optimaliseren.

35

Voorziening verlofsparen In 2022 is er voor het eerst een voorziening gevormd voor verlofsparen. Medewerkers kunnen verlofuren sparen om deze later voor hun pensioen of voor andere doeleinden op te kunnen nemen. In 2022 is een bedrag van € 87.756 in de voorziening gestort. In 2023 werd € 31.182 bijgestort. In 2024 wordt een bedrag van € 235.703 bijgestort. In totaal is voor 17 medewerkers een voorziening gepleegd. Formatie In 2024 bedroeg de formatie 194,58 fte. Werkelijk was in 2024 169,03 fte vast ingevuld. Ingehuurd is 27,67 fte reguliere formatie (inclusief 2,25 fte ziektevervanging) en 9,73 voor projecten (energietoeslag, KOT Roosendaal, voorzieningenwijzer, bestandsmaatregelen en ketensamenwerking). Ziekteverzuim Het ziekteverzuimpercentage in 2024 bedroeg 6,6% (in 2023 7,4%). Het ziekteverzuim is voor het grootste gedeelte langdurig van aard. Het verzuim is grotendeels medisch van aard. Organisatieontwikkeling Afgelopen jaar zijn de trainingen echt communiceren afgerond. Veel medewerkers delen hun ervaringen in intervisiegroepen. Met de ervaring van deze door interne trainers gegeven trainingen is een nieuwe leerlijn ontwikkeld. Vanaf het 2e kwartaal 2025 gaat die door elke medewerker gevolgd worden. Niet allen wordt ingestoken op echt communiceren. Ook op verdieping van de leidende principes. Daarnaast is het Leerplein verder ingericht.

Het aanbod wordt nu specifieker per functie ingericht. Dat zal bestaan uit verplichte trainingen/cursussen, uit cursussen/inhoudelijke verdiepingen nodig voor de functie en ontwikkelgerichte opleidingen. Gepland stond voor het najaar een agressietraining (nu norm overschrijdend gedrag) voor alle medewerkers met inwonercontacten. Vanwege de werkdruk is die verschoven naar begin 2025. Ondernemingsraad (OR) Sociale veiligheid en evaluatie organisatieontwikkeling De OR is goed betrokken geweest bij het onderzoek Sociale Veiligheid door CAOP en de evaluatie van de organisatieontwikkeling door Radaradvies. De OR heeft deelgenomen aan de werkgroep voor het actualiseren en versimpelen van de regelingen omtrent integriteit en heeft input geleverd voor de evaluatie van de organisatieontwikkeling. De OR heeft van beide partijen de aanbevelingen ontvangen. Ketensamenwerking Werkplein, ISD Brabantse Wal en de WVS Voor deze ketensamenwerking is een onderzoek gestart in welke vorm een samenwerking tot stand kan komen. Begin 2025 zal hierover meer duidelijkheid zijn. Op basis van een afvaardiging van de 3 OR-en is een OR-klankbordgroep in het leven geroepen. Deze klankbordgroep komt regelmatig bij elkaar en wordt tijdig geïnformeerd over de stand van zaken omtrent het lopende onderzoek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1754/documents/48088