CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

1 - De Bulkenaar_vastgesteld_1_Toelichting.pdf

Commissie 3 februari 2022, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 3a: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan en bijbehorende besluiten de Bulkenaar29.265 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

4.5.3

Passende beoordeling

Op basis van de conclusies uit de quickscan natuurwetgeving is een passende beoordeling uitgevoerd (zie Bijlage 9). In de passende beoordeling is onderzocht of uitgesloten kan worden dat de werkzaamheden voor de ontwikkeling van het ziekenhuis in De Bulkenaar in Roosendaal tijdens zowel de realisatie- als gebruiksfase kenmerken van Natura 2000-gebieden aantasten. Stikstofdepositie Bij de verbranding van brandstof door motoren komen uitlaatgassen vrij, die onder andere stikstof bevatten. Stikstof kan leiden tot vermesting en verzuring van de bodem, met als gevolg dat de vegetatie verruigt en (zeldzamere) soorten van voedselarme omstandigheden worden verdrongen door meer algemene soorten van voedselrijkere omstandigheden. Stikstof leidt daardoor tot een afname van de soortenrijkdom, en daarmee van de kwaliteit van de vegetatie. De reikwijdte van stikstofdepositie kan op grote afstanden van de uitstootbron effecten veroorzaken.

46

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

Voor de bouwwerkzaamheden is inzet van materieel en machines nodig. Daarnaast is sprake van bouwverkeer. In de realisatiefase is er daarom sprake van stikstofemissie, met mogelijke stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden (waaronder met name de Brabantse Wal). In de gebruiksfase kan daarom sprake zijn van meer stikstofemissie en dus -depositie dan in de autonome situatie. Zowel de realisatie- als gebruiksfase zijn daarom relevant vanwege mogelijke effecten op Natura 2000. Om de depositie tijdens de gebruiksfase en de realisatiefase te bepalen zijn twee Aerius-berekeningen uitgevoerd. Voor de ontwikkeling van het ziekenhuis De Bulkenaar zal ter plaatse 52 ha agrarisch gebied buiten gebruik worden gesteld. Dit zorgt voor een afname van de stikstofemissie ter plaatse en daarmee voor een afname van depositie in de omgeving. Deze afname is meegenomen in de berekening van de gebruiksfase. Conclusie Uit de uitgevoerde Aerius-berekeningen volgt, dat de depositie op basis van de genoemde uitgangspunten maximaal circa 5,14 mol/ha/jaar op Natura 2000-gebied de Brabantse Wal in de gebruiksfase zal bedragen. In de realisatiefase zal er op dit Natura 2000-gebied gedurende drie jaar een maximale depositie van 0,051 mol N/ha/jr plaatsvinden.

Er is in de toetsing geconcludeerd dat er geen significante effecten te verwachten zijn van de stikstofdepositie ten gevolge van de ontwikkelingen rondom de Bulkenaar op de Brabantse Wal en overige onderzochte Natura 2000-gebieden. Daarbij komt dat de berekeningen van de overschrijding van de kritische depositiewaarde (KDW) op de Brabantse Wal gebaseerd is op de achtergronddepositie uit 2018 (meest recente gegevens). De verwachting is dat de achtergronddepositie in de komende jaren steeds verder zal dalen. De effecten van de stikstofdepositie zullen daarmee naar verwachting nog minder effect veroorzaken op de instandhoudingsdoelen dan in de betreffende toetsing is beschreven. De bouw van het ziekenhuis zal plaatsvinden in 2023. In deze passende beoordeling is gebruik gemaakt van berekeningen die zijn gebaseerd op de huidige plannen voor de realisatie en gebruiksfase. Als er wezenlijke veranderingen optreden in de uitgangspunten van de Aerius-berekeningen zal de passende beoordeling moeten worden herzien.

4.6

Verkeerstoets

Het ontwikkelen van een bestaande of nieuwe locatie vraagt naast een goede ruimtelijke afweging over functie, vormgeving en inpassing ook om het in beeld brengen van de verkeerseffecten. Bij een nieuw bestemmingsplan wordt gesteld dat de effecten van de ontwikkeling voor verkeer moeten worden onderbouwd. Hierbinnen ligt de nadruk op de effecten van de ontwikkeling op de verkeersafwikkeling en parkeren (bereikbaarheid), de verkeersveiligheid en de verkeershinder (leefbaarheid). In dat kader is een verkeerstoets uitgevoerd (zie Bijlage 10). Verkeersgeneratie Het nieuwe Bravis ziekenhuis op De Bulkenaar genereert ca. 9.800 mvt/etmaal, waarvan ca. 1.500 in de ochtendspits en ca. 1.700 in de avondspits. Deze ca. 9.800 mvt/etmaal rijden straks allemaal via de nieuwe verbindingsweg vanaf aansluiting 25 Wouwse Plantage van en naar het ziekenhuis. Verkeer vanuit de wijk Tolberg gaat gebruik maken van routes door het buitengebied om naar het ziekenhuis te rijden. Dit zorgt voor toenames van verkeer op de Plantagebaan en de Rietgoorsestraat. De verkeersintensiteit op de Rietgoorsestraat komt met 7.000 mvt/etmaal tegen de bovengrens voor een goede verkeersafwikkeling. Dit betekent dat er hier in de spitsuren mogelijk problemen ontstaan in de verkeersafwikkeling.

Op het moment dat de ontsluitingsweg Tolberg is gerealiseerd, neemt de verkeersintensiteit op de Rietgoorsestraat weer af (circa 3.100 mvt/etmaal) en wordt zelfs minder dan in de referentiesituatie. Voor de realisatie van de ontsluitingsweg Tolberg is in het bestemmingsplan reeds

47

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

een reserveringszone opgenomen. De kruispunten in het ontwerp zijn voldoende robuust ontworpen: de doorstroming is in 2030 goed op de rotondes en het kruispunt met de verkeerslichten (VRI). Ook het kruispunt Thorbeckelaan/ Rietgoorsestraat kan de toename van verkeer goed verwerken. Parkeren Het parkeren dient binnen het plangebied opgevangen te worden. Op basis van de gehanteerde parkeernormen zijn voor het Bravis ziekenhuis 1888 parkeerplaatsen nodig. Langzaam verkeer Langs de nieuwe verbindingsweg komt een vrijliggend tweerichtingenfietspad aan de zuidzijde van de weg. Dit fietspad loopt helemaal tot aan het ziekenhuis. Daarnaast loopt het tracé van de nog te realiseren snelfietsroute F58 tussen Bergen op Zoom en Roosendaal dwars door het plangebied van De Bulkenaar. Een extra aftakking richting Tolberg (langs plangebied de Bulkenaar en aantakking op de Thorbeckelaan) is reeds voorzien. Vanuit centrum Roosendaal is dit echter geen directe route. Daarom bevelen wij aan om vanuit De Bulkenaar in noordoostelijke richting een doorsteek te maken voor langzaam verkeer die De Bulkenaar verbindt met de Thorbeckelaan en het fietspad wat vandaar richting de Lelieberg loopt. Dit fietspad biedt twee mogelijke routes richting het centrum van Roosendaal. Openbaar vervoer Het Bravis ziekenhuis wordt bereikbaar via het openbaar vervoer.

In eerste instantie met de bus, maar voor de lange termijn wordt onderzocht of een extra treinstation op De Bulkenaar mogelijk is. De bereikbaarheid van het ziekenhuis wordt onderdeel van de nieuwe OV concessie in 2023. Calamiteitenverkeer De nieuwe verbindingsweg zorgt ervoor dat het nieuwe ziekenhuis een goede bereikbaarheid heeft, zowel voor normaal verkeer als voor hulpdiensten. Door bij de zuidelijke toe- en afrit van de A58 een kruispunt met verkeerslichten te realiseren, kunnen hulpdiensten geprioriteerd worden als dat nodig is, waardoor de betrouwbaarheid van de aanrijtijden groter wordt. Landbouwverkeer In het plangebied wordt een landschapspark ontwikkeld, waar agrarische functies niet meer worden toegestaan. Aan de zuidoostzijde van de verbindingsweg ligt echter nog agrarisch gebied dat bereikbaar dient te blijven voor landbouwverkeer. Dit landbouwverkeer wordt afgewikkeld via het onderliggend wegennet, en is niet toegestaan op de verbindingsweg. De verbindingsweg komt zo dicht mogelijk tegen de A58 te liggen, waardoor op het onderliggend wegennet voldoende mogelijkheden zijn om deze agrarische percelen te ontsluiten.

Bijvoorbeeld via de Bulkenaarsestraat, de Huijbergseweg en de Spuitendonksestraat Verkeersveiligheid De nieuwe verbindingsweg naar het ziekenhuis is een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom met 2x1 rijstroken en ingericht conform de richtlijnen van het Handboek Wegontwerp. Er ligt een vrijliggend fietspad naast de verbindingsweg, en de kruisingen zijn geregeld met rotondes of verkeerslichten. Daarmee is de weg verkeersveilig ingericht.

48

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

4.7

Bodemkwaliteit

In het kader van de voorgenomen ontwikkeling van het gebied De Bulkenaar is een vooronderzoek verricht voor het studiegebied (zie Bijlage 11). Het onderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, Nederlands Normalisatie-instituut, 2009). Het doel van het vooronderzoek is te bepalen of de locatie al dan niet verdacht is met betrekking tot het voorkomen van bodemverontreiniging. De resultaten van het vooronderzoek geven aanleiding om de locatie als 'verdacht' aan te merken op een heterogene verontreiniging van zware metalen, bestrijdingsmiddelen en VOCL. Het gebruik is in het verleden voornamelijk agrarisch geweest. Mogelijk heeft dit geleidt tot een verontreinigingen in het grondwater van zware metalen (nikkel en arseen). Toch zijn er enkele vermeldingen van bedrijfsmatige activiteiten buiten het plangebied bekend, welke een (lokale) bodemverontreiniging rondom de huidige (woon)bebouwing veroorzaakt kunnen hebben, als het gevolg van aanwezige puin- en erfverhardingen en in het verleden aanwezige boven- en/of ondergrondse tanks. Uit de gegevens van eerder op en/of in de omgeving verrichte onderzoeken blijkt dat op de locatie algemeen in de grond maximaal licht verhoogde achtergrondwaarden worden verwacht voor o.a.

zware metalen en licht tot sterk verhoogde concentraties aan zware metalen in het grondwater. Op basis van het (potentiële) gebruik als (glas)tuinbouw binnen het gebied en/of de directe omgeving kan het gebruik van en daardoor beïnvloeding van de bodemkwaliteit door bestrijdingsmiddelen niet geheel uitgesloten worden. Omdat er vermeldingen zijn van textielveredeling en katoenbewerking, waarvan de exacte locatie (in de directe omgeving) niet geheel duidelijk is, kan enige invloed van dergelijke activiteiten op het grondwater (met name aan gechloorde koolwaterstoffen, VOCl) niet uitgesloten worden. Van overige bedrijfsmatige activiteiten wordt niet verwacht dat deze een grote invloed zal hebben gehad op de bodemkwaliteit van het studiegebied. In het verleden zijn er meerdere sloten gedempt in het studiegebied het is onbekend met wat voor materiaal de sloten zijn gedempt. In het studiegebied zijn in het verleden paden aanwezig die op een later moment zijn verwijderd. Het is tevens onbekend uit wat voor een materiaal de paden bestonden en of deze paden in zijn geheel zijn verwijderd. Derhalve zijn de voormalige sloten en paden verdacht op het voorkomen van verontreiniging van asbest en mogelijk meer parameters en dienen als aparte deellocaties te worden onderzocht.

Daarnaast is op de oude topografische kaarten te zien dat er in de periode 1940 tot en 1965 plaatselijk een boomkwekerij zich heeft gevestigd in het studiegebied. Derhalve is de onderzoekslocatie plaatselijk verdacht op het voorkomen van bestrijdingsmiddelen (OCBs). Er zijn geen brandbluslocaties en/of chemisch/industriële bedrijfslocaties bekend die de onderzoekslocatie verdacht maken op PFAS en/of GEN-X. Ook zijn er geen activiteiten en/of stortingen bekend waarbij asbest in de bodem kan zijn geraakt bekend waardoor de onderzoekslocatie niet verdacht is op asbest. Geadviseerd wordt (de te herontwikkelen gedeelten van) het studiegebied in een latere fase, bijvoorbeeld voorafgaand aan de herontwikkeling en aanvraag omgevingsvergunning, tijdens een verkennend bodemonderzoek als verdachte locatie te onderzoeken. Daarbij wordt verder geadviseerd bestrijdingsmiddelen (OCB) en arseen mee te nemen bij het (standaard) analysepakket voor de (boven)grond en tevens grondwateronderzoek (inclusief analyse op VOCl) uit te voeren. Indien er sprake kan zijn van grondverzet wordt geadviseerd PFAS mee te nemen. De gedempte sloten, verwijderde paden en de voormalige boomkwekerij dienen als aparte verdachte deellocaties worden onderzocht op de respectievelijke parameters asbest en bestrijdingsmiddelen (OCB).

49

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

Daarnaast geldt dat bij alle grondwerkzaamheden rekening gehouden moet worden met het vrijkomen van grond, die in het kader van het grondverzet onderzocht dient te worden en waarmee conform de geldende wet- en regelgeving (Besluit Bodemkwaliteit) op milieuhygiënisch verantwoorde wijze mee moet worden omgegaan.

4.8

Water

Inleiding Het watertoetsproces is een belangrijk instrument om het waterbelang in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek brengt. In dit kader hebben waterschap en gemeente vooroverleg gevoerd, waaruit de volgende doelen, uitgangspunten en criteria voor dit plan zijn afgesproken: In het plangebied wordt invulling gegeven aan een duurzame omgang met water. Een van de belangrijkste aspecten hierbij is de drietrapsstrategie; vasthouden, bergen en afvoeren. Een dergelijke aanpak vraagt 'ruimte voor water'. Om water te kunnen vasthouden en bergen wordt hiervoor in het plan ruimte gereserveerd. Op basis van de landelijke uitgangspunten 'niet afwentelen' en 'de veroorzaker betaalt' moet een bui van 60 mm binnen het plangebied kunnen worden vastgehouden en/of worden geborgen. De dimensionering van de waterpartijen speelt een belangrijke rol.

Enerzijds moet erop toegezien worden dat de waterpartijen voldoende capaciteit hebben om aanhoudende hevige regenval op te vangen, anderzijds mogen de waterpartijen bij periodes van droogte niet droog komen te staan. De wateropgave kan mogelijk gecombineerd worden met het herstel van beekdalen, waardoor een klimaatbestendige inrichting van het gebied ontstaat. Waterpanel Roosendaal Sinds geruime tijd worden in de gemeente Roosendaal alle nieuwe gemeentelijke ruimtelijke plannen besproken in het "waterpanel Roosendaal". De werkwijze van het waterpanel is vastgelegd in het 'Handboek bij de watertoets bij de Gemeente Roosendaal'. Naast enkele gemeentelijke afdelingen nemen het waterschap en de vaste adviseurs van de Gemeente Roosendaal éénmaal per kwartaal deel aan het overleg. In dit overleg wordt algemene informatie uitgewisseld, complexe projecten doorgesproken, algemene beleidsuitgangspunten doorgenomen en procesafspraken bijgesteld. Op basis van het (gemeentelijk) beleid en aan de hand van opmerkingen en aanvullingen van de waterbeheerder formuleert de gemeente een waterparagraaf bij de RO-procedure. Ook wordt de waterbeheerder bij een bestemmingsplanprocedure de mogelijkheid geboden om tijdig zijn overlegreactie te geven. De waterparagraaf is in concept per e-mail voorgelegd aan Waterschap Brabantse Delta op 31 maart 2020.

De ingekomen reacties zijn verwerkt in de waterparagraaf zoals opgenomen in Bijlage 12, Toekomstige situatie Het doel van het wateronderzoek is om de inpassing van de bergingsopgave te toetsen en een principe ontwerp te geven voor de opvang van het afstromend hemelwater en het oppervlaktewater. Deze oplossing moet voldoen aan de wensen en eisen van waterschap en gemeente, ruimtelijk mogelijk zijn en passen bij de lokale bodemkundige en waterhuishoudkundige eigenschappen van de omgeving. Oppervlaktewater In samenwerking met de (landschaps)architecten onderzoeken gemeente Roosendaal en het Bravisziekenhuis de mogelijkheden voor opvang en hergebruik van regenwater en de mogelijkheden voor het vasthouden van water op gebouwniveau. Een deel van het hemelwater zal naar infiltratievoorzieningen moeten worden gevoerd, die dienen als oppervlaktewater met landschappelijke en

50

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

ecologische kwaliteiten. De ambitie is om hiervoor de oude beekstructuren te herstellen, die vroeger zo markant waren voor het gebied De Bulkenaar. Deze kunnen worden uitgebreid met duurzame moerasen overstromingsgebieden waardoor er meer biodiversiteit in het landschap zal komen. De vroegere beekbegeleidende bossen kunnen hierbij als inspiratiebron dienen. In het plangebied liggen verschillende A- en B-watergangen. Indien deze gedempt worden, dienen ze binnen het plangebied gecompenseerd te worden. De aanwezige A-watergangen zijn in het bestemmingsplan bestemd als 'water'. Het is de wens om de wateropgave te combineren met het herstel van beekdalen, waardoor een klimaatbestendige inrichting van het gebied ontstaat. De uitwerking van het oppervlaktewatersysteem wordt in een waterhuishoudkundig plan uitgewerkt. Omgang met hemelwater De ondergrond van het plangebied heeft een redelijke infiltratiecapaciteit om hemelwater te infiltreren. Door de aanwezigheid van leem- en kleilagen wordt wel geadviseerd aanvullend onderzoek te doen wanneer de locaties voor infiltratievoorzieningen bekend zijn. Voor de omgang met hemelwater wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: Hemelwater wordt gescheiden ingezameld van het vuilwater. Voor de bergingscompensatie van verhard oppervlak is uitgegaan van de beleidsregels uit de Brabant brede Keur.

Dit komt neer op een bergingseis van 600m3/ha (60 mm). Bij de dimensionering van de waterpartijen moet erop toegezien worden dat de waterpartijen voldoende capaciteit hebben om aanhoudende hevige regenval op te vangen, anderzijds mogen de waterpartijen bij periodes van droogte niet droog komen te staan. De exacte toename van het verhard oppervlak is nog niet bekend. Daarom is er uitgegaan van een worst-case-scenario (100% verhard van de bestemmingen maatschappelijk en verkeer), wat neerkomt op een toename van 25,1 hectare. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de toekomstige ontsluitingsweg, die als reserveringszone is opgenomen in dit bestemmingsplan. Omdat het onwaarschijnlijk is dat het plangebied daadwerkelijk 100% verhard zal worden, dient de bergingsopgave op een later moment op basis van de werkelijke verharding berekend te worden. Hiervoor is in artikel 12.1.2 een algemene gebruiksregeling voor waterberging opgenomen. De totale bergingsopgave voor 100% verharding komt neer op 15.090 m3. Er is voldoende ruimte beschikbaar om de waterberging in het landschapspark in te passen. Aangezien de GHG lokaal erg ondiep ligt, dient er ruim voldoende oppervlakte gereserveerd te worden voor waterberging. Bijvoorbeeld; bij een waterbergende schijf van 0,30 meter geldt dat er voor iedere vierkante meter verharding ruim 0,2 m² aan nieuw wateroppervlak nodig is.

Voor de huidige toename komt dat neer op bijna 50.300 m² nieuw wateroppervlak. Geadviseerd wordt om bij het bepalen van de locatie van de waterberging rekening te houden met de hoogteverschillen binnen het plangebied en de mogelijkheden om het water af te voeren richting de A-watergangen. Waterkwaliteit afstromend hemelwater Door het afspoelen van de wegen met regenwater (run-off) komen verontreinigingen in de berm en het grondwater terecht. Indien er met stuwen gewerkt wordt om voldoende berging te realiseren is er het risico dat deze verontreinigingen bezinken. Door het bindend vermogen van de bodem zullen de hierin geïnfiltreerde verontreinigingen in de bovenste centimeters worden vastgehouden. Deze laag dient, wanneer de verontreinigingsgraad een bepaald niveau heeft bereikt, worden verwijderd en, zo nodig, gecontroleerd worden afgevoerd. Het zuiveringsrendement komt naar verwachting overeen met dat van de speciaal aangelegde infiltratievoorzieningen en bedraagt meer dan 90% voor metalen. (Bron: Rendement en kosten behandeling Van afstromend wegwater, Grontmij Advies, 1999). Voor de gebouwen geldt dat er geen uitlogende bouwmaterialen zoals lood, koper, zink en zacht PVC

51

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

worden toegepast. Dit om verontreiniging van het hemelwater te voorkomen. Afvalwater Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft lozingsvoorschriften voor ziekenhuizen opgesteld. Hieruit blijkt dat het afvalwater van ziekenhuizen als 'huishoudelijk' beoordeeld mag worden, wat betekent dat het op het gemeentelijk stelsel aangesloten kan worden. Wel gelden er bij uitzonderlijke activiteiten uitzonderingen waardoor een omgevingsvergunning nodig kan zijn. De DWA-belasting onder vrij verval laten afstromen richting Tolberg is vanwege de afstand en hoogteligging het meest voor de hand liggend. Een en ander is wel afhankelijk van de capaciteit van het gemeentelijk stelsel en nieuwe planhoogtes. Indien onder vrij verval afvoeren niet mogelijk is, dient er gekeken te worden naar mogelijkheden om middels een gemaal aan te sluiten op een stelsel met voldoende capaciteit of rechtstreeks naar een RWZI. Als het plan meer uitgewerkt is, dient in het op te stellen waterhuishoudkundig plan berekend te worden wat de gevolgen zijn van de gekozen maatregelen. Ontwatering gebouwen en wegen De minimale bouw- en wegpeilen worden hoofdzakelijk vastgesteld op basis van de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) en de peilen van bestaande aansluitende wegen. Te hoge grondwaterstanden veroorzaakt schade aan wegen door opvriezing en optrekkend vocht bij bebouwing.

Voor de toekomstige wegpeilen wordt minimaal 70 centimeter afstand tussen de GHG en het toekomstig wegpeil aangehouden. Voor de bouwpeilen wordt een afstand van 20 tot 30 centimeter boven wegpeil aangehouden. Dit om schade aan bebouwing bij extreme neerslag te voorkomen. Gezien de relatief ondiepe GHG kan dit betekenen dat maatregelen zoals het ophogen van de percelen en wegen vereist is. Geadviseerd wordt om de grondwaterstand in het plangebied te monitoren door in het plangebied peilbuizen te plaatsen en op basis van de meetresultaten in het waterhuishoudkundig plan de bouw- en wegpeilen en de benodigde maatregelen om aan de ontwatering te voldoen nader uit te werken. Op korte termijn worden peilbuizen geplaatst om de grondwaterstanden in het plangebied te monitoren.

4.9

Geluid

Inleiding In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 13). Het doel van dit akoestisch onderzoek is het toetsen of het mogelijk is het ziekenhuis te realiseren op de voorgestelde bouwlocatie, inclusief de aanleg van een nieuwe verbindingsweg. Toetsingskader De geluidswetgeving vanwege wegverkeerslawaai en railverkeerslawaai is uitgewerkt in de Wet geluidhinder (Wgh) en het Besluit geluidhinder. De geluidwetgeving is van toepassing op de realisatie van een nieuwe (spoor)weg, de wijziging van een bestaande (spoor)weg of de realisatie van geluidsgevoelige bestemmingen in de zone van een (spoor)weg. Dit rapport heeft betrekking op de situatie "realisatie geluidsgevoelige bestemming", op de situatie "realisatie nieuwe weg" en 'wijziging van een bestaande weg'. De realisatie van een geluidgevoelig bestemming zoals een ziekenhuis en de realisatie van de verbindingsweg gelden beide als een nieuwe situatie in de zin van de Wet geluidhinder. De voorkeursgrenswaarde bij de realisatie van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen bedraagt 48 dB (wegverkeerslawaai) en 53 dB (railverkeerslawaai). Indien de geluidsbelasting lager is dan de voorkeursgrenswaarde zijn er geen belemmeringen vanuit de Wet geluidhinder. Bij overschrijding van de voorkeursgrenswaarde dienen maatregelen onderzocht te worden.

Indien maatregelen niet voldoende zijn of op bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële

52

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

aard, dan kan een hogere waarde worden vastgesteld. Voor alle geluidsgevoelige bestemmingen binnen de geluidszone van een te wijzigen weg moet bij een wijziging van de weg onderzocht worden of er sprake is van een reconstructie zoals dat is gedefinieerd in de Wet geluidhinder. Er is sprake van een reconstructie indien de geluidsbelasting vanwege de weg in het toekomstige maatgevende jaar zonder maatregelen, met 2 dB of meer wordt verhoogd ten opzichte van de hoogst toelaatbare geluidsbelasting. Het toekomstig maatgevende jaar is meestal het tiende jaar na de wijziging. Indien sprake is van een reconstructie moeten maatregelen onderzocht worden. Het doel daarbij is om de toekomstige geluidsbelasting zo veel mogelijk terug te brengen tot de ten hoogst toelaatbare waarde. Daarbij moet eerst gekeken worden naar maatregelen aan de bron (stiller wegdek) en vervolgens naar maatregelen in de overdracht (geluidsschermen of -wallen). Indien maatregelen niet voldoende zijn of op bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard, dan kan een hogere waarde worden vastgesteld. Onderzoek Voor het akoestisch onderzoek moet de geluidsbelasting inzichtelijk worden gemaakt voor de toekomstige situatie minimaal 10 jaar na realisatie of vaststelling bestemmingsplan. In dit onderzoek is uitgegaan van de het maatgevende jaar 2035.

De verkeersgegevens die gehanteerd zijn voor dit onderzoek zijn afkomstig uit het verkeersmodel (aangeleverd door Goudappel Coffeng). Voor het berekenen van het verschil in geluidsbelasting vanwege de fysieke aanpassing van de Plantagebaan zijn ook de verkeersgegevens nodig van één jaar voor de ingreep, het jaar 2020. Voor rijksweg A58 is zoals wettelijk voorgeschreven (artikel 3.8 Reken- en meetvoorschrift geluid 2012) uitgegaan van de verkeer- en brongegevens uit het zogenoemde geluidregister. Nabij het plangebied ligt de spoorlijn Roosendaal - Bergen op Zoom. Het maatgevende referentiepunt heeft hier een geluidproductieplafond van 59 dB. Bij een geluidproductieplafond van 59 dB geldt conform art. 3.4 van het Besluit geluidhinder een geluidzone van 200 meter. De spoorlijn is op minder dan 200 meter afstand gesitueerd van het plangebied. Voor de spoorlijn Roosendaal - Bergen op Zoom is zoals wettelijk voorgeschreven (artikel 4.5 Reken- en meetvoorschrift geluid 2012) uitgegaan van de emissiegegevens uit het zogenoemde geluidregister. De berekeningen zijn verricht met het computerprogramma Geomilieu (versie 5.21). De berekeningen met dit computerprogramma zijn in overeenstemming met standaardrekenmethode II van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Omdat het bestemmingsplan op hoofdlijnen wordt vastgesteld staat de precieze invulling in dit stadium niet vast.

Het exact berekenen van de geluidbelastingen op de gevels van het ziekenhuis is daarom niet mogelijk. Om de mogelijkheden en onmogelijkheden van de realisatie van het nieuwe ziekenhuis op deze locatie inzichtelijk te maken zijn contourberekeningen verricht. Conclusie realisatie ziekenhuis Verbindingsweg Uit de berekende geluidcontouren volgt dat in een groot deel van het gebied (oostelijke deel) wat bestemd is voor het ziekenhuis voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Realisatie van het ziekenhuis stuit hier niet op bezwaren vanwege de verbindingsweg. Op grond van de contourberekeningen volgt dat er binnen het bestemde vlak genoeg mogelijkheden lijken te zijn voor een goede inpassing van het ziekenhuis. Bulkenaarsestraat/Huijbergseweg Uit de berekende geluidcontouren volgt dat in het gehele gebied wat bestemd is voor het ziekenhuis voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Realisatie van het ziekenhuis stuit hier niet op bezwaren vanwege de Bulkenaarsestraat/Huijbergseweg. Rijksweg A58 Uit de berekende geluidcontouren volgt dat ter plaatse van het gehele gebied wat bestemd is voor het

53

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

ziekenhuis, ten gevolge van de A58 de voorkeursgrenswaarde (48 dB) wordt overschreden. Ook wordt in een groot deel van het gebied de maximaal onthefbare waarde overschreden. De mogelijkheden om binnen het bestemde vlak een ziekenhuis te realiseren worden hierdoor sterk beperkt. Daarom is indicatief onderzoek gedaan naar de effecten van geluidmaatregelen. Omdat de daadwerkelijke invulling van het bestemde vlak nog niet vaststaat is het adviseren van een definitief pakket aan geluidmaatregelen (stille wegdekken, geluidschermen/geluidwallen) in dit stadium niet mogelijk. Ziekenhuis Omdat zowel stille wegdekken als ook geluidschermen en/of geluidwallen doorgaans kostbaar zijn in aanleg en onderhoud en in deze situatie slechts beperkt effectief zijn, is ook gekeken naar maatregelen aan het ziekenhuis, zoals bijvoorbeeld het toepassen van zogenoemde "dove gevels". Een "dove gevel" is een gevel zonder te openen delen zoals ramen en deuren. Het toetsen van de geluidbelasting aan de wettelijke grenswaarden is ter plaatse van een "dove gevel"niet van toepassing. Daarnaast kan ook gedacht worden aan het toepassen van een zogenoemde vliesgevel. Een vliesgevel, is een niet dragende (glazen) gevel en fungeert als scherm in de overdrachtsweg tussen de bron en het geluidgevoelige gebouw. Een vliesgevel wordt doorgaans op zeer korte afstand (tot enkele meters) van de dragende gevel geplaatst.

Door dergelijke maatregelen zoals dove gevel en/of vliesgevels te combineren met een slim ontwerp kan mogelijk worden voldaan aan de Wet geluidhinder, waarbij er ook sprake is van een geluidluwe zijde ((zijde waar de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschreden wordt). Spoorlijn Roosendaal - Bergen op Zoom Uit de berekende geluidcontouren volgt dat in een groot deel van het gebied wat bestemd is voor het ziekenhuis voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 53 dB. Realisatie van het ziekenhuis stuit hier niet op bezwaren vanwege de spoorlijn. Op grond van de contourberekeningen volgt dat er binnen het bestemde vlak genoeg mogelijkheden lijken te zijn voor een goede inpassing van het ziekenhuis. Vervolgonderzoek Wanneer de inrichting van het plangebied bekend is, zal met aanvullend onderzoek bepaald moeten worden wat de exacte geluidsbelastingen zijn. Als blijkt dat wettelijke grenswaarden worden overschreden zal gedetailleerd onderzoek naar geluidmaatregelen moeten plaatsvinden en/of zal moeten worden overgegaan tot het verkrijgen van hogere waarden. In dat geval moet ook worden aangetoond dat de wettelijke grenswaarden voor het binnenniveau niet worden overschreden. In de planregels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten einde vanuit het aspect geluid een goed verblijfsklimaat te verzekeren.

Conclusie realisatie verbindingsweg Vanwege de realisatie van de nieuwe verbindingsweg is onderzoek gedaan naar de geluidbelasting ter plaatse van bestaande geluidgevoelige bestemmingen langs de weg. Er liggen 7 geluidgevoelige bestemmingen (woningen) binnen de geluidzone van de verbindingsweg. Uit het onderzoek volgt dat bij twee bestaande woningen (Plantagebaan 77 en Oostlaarsestraat 28) de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden wordt. De geluidsbelasting bedraagt maximaal 49 dB, de maximale grenswaarde wordt dus niet overschreden. Omdat bij twee woningen de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden zijn maatregelen beschouwd. Het toepassen van een stil wegdek op de verbindingsweg stuit ter hoogte van de Plantagebaan 77 op bezwaren van technische aard. Ter hoogte van de aansluiting op de Plantagebaan zal sprake zijn van wringende krachten van optrekkend, afremmend en draaiend verkeer. Stille wegdekken zijn niet goed bestand tegen deze wringende krachten en zullen hierdoor een beperkte levensduur hebben. Ook het plaatsen van een geluidscherm is op deze landelijke locatie vanuit landschappelijk oogpunt niet wenselijk. Daarnaast zal het effect van een geluidscherm langs de verbindingsweg slechts een beperkt effect hebben op het totale akoestische klimaat aangezien de A58 de meest dominante en daarmee

54

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

maatgevende geluidbron is. Ter hoogte van de Oostlaarsestraat 28 zal het toepassen van een stil wegdek op de verbindingsweg of het plaatsen van een geluidscherm langs de verbindingsweg weinig effectief zijn. De verbindingsweg wordt gemaskeerd door de dominante geluidbron rijksweg A58. Het toepassen van maatregelen aan of langs de verbindingsweg zal daardoor niet of slechts zeer beperkt bijdragen aan het totale akoestische klimaat. Ook is het plaatsen van een geluidscherm op deze landelijke locatie vanuit landschappelijk oogpunt niet wenselijk. Omdat het treffen van bron- en/of overdrachtsmaatregelen op bezwaren stuiten, moet voor de woningen Plantagebaan 77 en Oostlaarsestraat 28 een hogere waarde vastgesteld worden vanwege de aanleg van de nieuwe verbindingsweg. Het hogere waarde besluit doorloopt een separate procedure. Bij het vaststellen van een hogere waarde moet voldaan worden aan de criteria van het gemeentelijk geluidbeleid. Het geluidbeleid kent hoofdcriteria en subcriteria. De hoofdcriteria zijn gelijk aan het wettelijk beleid waarbij hogere waarden vastgesteld kunnen worden als maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn of op bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard.

Voor het vaststellen van een hogere waarde vanwege een nieuwe weg moet volgens het subcriterium van het gemeentelijk geluidbeleid sprake zijn van een weg met noodzakelijke verkeers- en vervoersfunctie. Voor de nieuwe weg is sprake van een noodzakelijke verkeersfunctie omdat de nieuwe weg zorgt voor de ontsluiting van het nieuwe ziekenhuis naar de A58. Dit betekent dat voldaan wordt aan het gemeentelijk geluidbeleid. Conclusie wijziging Plantagebaan Vanwege de fysieke wijziging van de Plantagebaan is de geluidsbelasting berekend voor de huidige situatie 2020 en de toekomstige situatie 2035 op de gevels van bestaande woningen. In het onderzoeksgebied van de Plantagebaan liggen 8 woningen. Uit de berekeningen volgt dat de geluidsbelasting toeneemt met 2 dB of meer bij 3 woningen, te weten de Plantagebaan 69a, 75 en 77. De geluidsbelasting neemt toe met maximaal 3 dB. Dit betekent dat voor deze woningen sprake is van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. Het toepassen van een stiller wegdek kan een effectieve maatregel zijn evenals het toepassen van geluidschermen en/of geluidwallen. Het toepassen van een stil wegdek stuit echter op technische bezwaren vanwege de rotonde en het kruisingsvlak met opstelstroken. Stille wegdekken zijn niet goed bestand tegen wringende krachten van optrekkend, afremmend en draaiend verkeer.

Het plaatsen van geluidschermen ter hoogte van de rotonde en het kruispunt stuit uit bezwaren van verkeerskundige, technische en landschappelijke aard. Omdat het treffen van bron- en/of overdrachtsmaatregelen op bezwaren stuit, moet voor de woningen Plantagebaan 69a, 75 en 77 een hogere waarde worden vastgesteld vanwege de reconstructie van de Plantagebaan. Het hogere waarde besluit doorloopt een separate procedure. Bij het vaststellen van een hogere waarde moet voldaan worden aan het criteria van het gemeentelijk geluidbeleid. Het geluidbeleid kent hoofdcriteria en subcriteria. De hoofdcriteria zijn gelijk aan het wettelijk beleid waarbij hogere waarden vastgesteld kunnen worden als maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn of op bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard. Voor het vaststellen van een hogere waarde vanwege de reconstructie van een bestaande weg moet volgens het subcriterium van het gemeentelijk geluidbeleid sprake zijn van een weg met noodzakelijke verkeers- en vervoersfunctie. De Plantagebaan sluit aan op de A58 heeft daardoor een noodzakelijke verkeers- en vervoersfunctie. Dit betekent dat voldaan wordt aan het gemeentelijk geluidbeleid.

4.10

Luchtkwaliteit

Inleiding Het onderzoek luchtkwaliteit (zie Bijlage 14) heeft als doel inzichtelijk te maken wat de bijdrage van de voorgenomen ontwikkeling is aan de luchtkwaliteit en om de ontwikkeling te toetsen aan de vigerende

55

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

normen. Bijlage 2 van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) geeft grenswaarden voor de concentraties in de buitenlucht van o.a. de stoffen stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10/PM2,5), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb), benzeen (C6H6), koolmonoxide (CO) en benzo(a)pyreen (BaP). Bestuursorganen dienen rekening te houden met deze grenswaarden bij de uitoefening van bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit. In Nederland zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2.5), omdat de achtergrondconcentraties van deze stoffen het dichtst bij de grenswaarden liggen. Toetsingskader Voor stikstofdioxide geldt een grenswaarde van 40 µg/m3 als de jaargemiddelde concentratie en een uurgemiddelde concentratie van 200 µg/m3 die maximaal 18 keer per jaar mag worden overschreden. Voor PM10 (fijnstof) geldt een grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van 40 µg/m3 en de 24-uur-gemiddelde concentratie van 50 µg/m3 die maximaal 35 dagen per jaar mag worden overschreden. Voor PM2,5 geldt een grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van 25 µg/m3. Een project draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de concentratie fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2) in de buitenlucht als het project maximaal 3% van de jaargemiddelde grenswaarde bijdraagt aan de heersende concentratie.

Dit betekent dat voor zowel fijn stof als stikstofdioxide feitelijk een toename van 1,2 µg/m3 op de jaargemiddelde concentratie toelaatbaar wordt geacht (artikel 5.16, eerste lid, onder c Wm). Onderzoek Voor het onderzoek is de plansituatie voor het eerste jaar na realisatie van het ziekenhuis en de verbindingsweg in kaart gebracht. Daarnaast is ook een planhorizon beschreven, welke een verwachting geeft voor de situatie voor 10 jaar na realisatie van het project (2030). Voor deze situatie (planhorizon 2030) is gebruik gemaakt van de verkeerscijfers van 2035. Dit betreft een worst case benadering. Voor de plansituatie is zowel de concentraties stikstofdioxide (NO2) als fijn stof (PM10 en PM2.5) in kaart gebracht. Er is getoetst aan de normen uit de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, luchtkwaliteitseisen). De toetsing vindt plaats middels een rekengrid voor de nieuwe locatie van het ziekenhuis en op beoordelingspunten op 10 meter uit de wegrand van de verbindingsweg. Daarnaast is aanvullend op toetspunten, waar het toepasbaarheidsbeginsel en blootstellingscriterium van toepassing is, het effect op de concentraties inzichtelijk gemaakt. De luchtverspreiding van het wegverkeer is berekend volgens de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007. De verspreidingsberekeningen zijn voor de omliggende wegen verricht volgens Standaardrekenmethode 1 en 2.

Dit model is gebaseerd op het Nieuw Nationaal Model (NNM). Deze berekeningen zijn uitgevoerd met de PC-applicatie Geomilieu (versie 2021.0), rekenmethode STACKS. Conclusie Uit het onderzoek blijkt dat de concentraties luchtverontreinigende stoffen ruim onder de grenswaarden liggen. De maximale concentraties NO2 bedragen daar waar getoetst dient te worden 18 µg/m3. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de grenswaarde voor de jaargemiddelde norm van 40 µg/m3. Er vinden nergens in het studiegebied overschrijdingen plaats van de uurgemiddelde norm voor NO2. Tevens wordt hiermee voldaan aan de advieswaarde van de WHO. Voor PM10 bedragen de concentraties op de locaties waar getoetst dient te worden maximaal 16 µg/m3. Ook voor PM10 wordt hiermee ruimschoots voldaan aan de grenswaarde van 40 µg/m3 voor de jaargemiddelde concentratie. Tevens wordt hiermee voldaan aan de advieswaarde van de WHO. Het aantal overschrijdingen van de 24-uursgemiddelde norm voor PM10 bedraagt daar waar getoetst dient te worden 6 dagen. Dit is lager dan het toegestane aantal overschrijdingen van 35 dagen. Ook aan

56

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

de grenswaarde voor de 24-uursgemiddelde norm PM10 wordt derhalve voldaan. Ook de concentratie zeer fijn stof (PM2.5) ligt ruim onder de jaargemiddelde grenswaarde van 25 µg/m2. Deze bedraagt maximaal 9 µg/m3. Hiermee wordt aan de norm voor PM2.5 ruimschoots voldaan. Tevens wordt hiermee voldaan aan de advieswaarde van de WHO. De maximale concentraties zijn allemaal berekend op beoordelingspunten nabij de verbindingsweg. Ter hoogte van de locatie waar het ziekenhuis geprojecteerd wordt zijn de concentraties vergelijkbaar. De invloed van de Rijksweg A58 is ook beoordeeld, hieruit volgt dat de maximale concentratie NO2 op toetstafstand tussen 27 en 18 µg/m3 bedraagt, voor PM10 bedraagt de maximale concentratie op toetsafstand tussen 20 en 17 µg/m3 en voor PM2,5 bedraagt de maximale concentratie op toetsafstand tussen 11 en 8 µg/m3. De locatie van het ziekenhuis ligt op minimaal toetsafstand van de Rijksweg A58, hiervoor wordt voldaan aan de grenswaarden. Het aspect luchtkwaliteit vormt derhalve geen belemmering voor de onderliggende planvorming.

4.11

Geur

Inleiding In de omgeving van het plangebied zijn verschillende veehouderijen aanwezig. De geuremissie vanuit deze veehouderijen op het ziekenhuis ('een geurgevoelig object') moet aanvaardbaar zijn. Daarnaast moet worden voorkomen dat de bestaande veehouderijen onevenredig in hun bedrijfsvoering worden belemmerd vanwege de komst van het ziekenhuis. Een geuronderzoek heeft plaatsgevonden met als doel om de geursituatie vanwege het bestemmingsplan inzichtelijk te maken. Aan de hand van de resultaten van het geuronderzoek is beoordeeld dat het verblijfs- en leefklimaat van het nieuwe ziekenhuis aanvaardbaar zal zijn. Evenwel blijkt een nieuwe lokale geurverordening nodig, zodat de bestaande veehouderijen niet onevenredig in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. Hierover het volgende. Toetsingskadervoorgrondbelasting De Wet geurhinder en veehouderij bevat de geurnorm voor de voorgrondbelasting, waaraan vergunningplichtige veehouderijen zich dienen te houden, tenzij in een geurverordening een andere geurnorm is opgenomen. In de Wet geurhinder en veehouderij wordt onderscheid gemaakt tussen de geurbelastingen binnen en buiten de bebouwde kom. Het uitgangspunt is dat het ziekenhuis binnen de bebouwde kom is gelegen. De Wet geurhinder en veehouderij gaat namelijk uit van verstedelijking en niet de grens van de bebouwde kom. Roosendaal is gelegen in een niet-concentratiegebied.

Hierdoor geldt in het kader van vergunningverlening bij veehouderijen de norm 2 ouE/m3 voor geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom. Indien een geurgevoelig object is gelegen binnen deze contour, dan kan een omgevingsvergunning milieu voor een veehouderij niet worden verleend. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom geldt een norm van 8 ouE/m3. Onder geurgevoelige objecten worden uitsluitend gebouwen, waar personen verblijven, bedoeld. Het nieuwe ziekenhuis is een geurgevoelig object. Voor het overige zijn geen geurgevoelige objecten geprojecteerd binnen het plangebied. Worden omliggende veehouderijen beperkt in hun bedrijfsvoering? Een relatief groot deel van het plangebied is gelegen binnen de contour van 2 ouE/m3. In veel gevallen geldt een reeds overbelaste situatie, omdat de waardes t.a.v. bestaande geurgevoelige objecten al te hoog zijn. Omdat er voor het ziekenhuis een strengere norm geldt (2 ouE/m3) in vergelijking met woningen buiten de bebouwde kom (8 ouE/m3) kan de realisatie van het ziekenhuis resulteren in aanvullende beperkingen voor de aanwezige veehouderijen. De gemeente heeft daarom een geuronderzoek laten uitvoeren. Met dit geuronderzoek is inzichtelijk

57

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

gemaakt dat bij een geurnorm van 4,5 ouE/m3 voor de voorgrondbelasting de bestaande veehouderijen bij een maximale planologische invulling - niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. Door middel van een voorwaardelijke verplichting is in de planregels zekergesteld dat het ziekenhuis niet in gebruik mag worden genomen tot een gemeentelijke geurverordening in werking is getreden, waardoor de geurnorm 4,5 ouE/m3 voor de voorgrondbelasting geldt voor het gebied 'De Bulkenaar'. Op deze manier is geborgd dat het bestemmingsplan niet leidt tot een onevenredige belemmering van de bedrijfsvoering van bestaande veehouderijen. Is sprake van een aanvaardbaar woon- en verblijfklimaat? Op basis van onderstaande tabel (bron: Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant) wordt inzicht gegeven of er sprake is van een goed verblijfs- en leefklimaat.

Voor een niet-concentratiegebied is sprake van een redelijk goede milieukwaliteit indien sprake is van een geurbelasting van maximaal 3 ouE/m3. Voor de achtergrondbelasting geldt dat sprake mag zijn van maximaal een achtergrondbelasting van 6,5 ouE/m3, wil er nog een redelijk goed leefklimaat zijn. Geuronderzoek Door de omgevingsdienst Midden- en West-Brabant is een geuronderzoek uitgevoerd, waarin bepaald is of omliggende veehouderijen worden beperkt als het ziekenhuis binnen het aangegeven plangebied (roze arcering) wordt gerealiseerd. Hierbij is als uitgangspunt een geurnorm van 4,5 ouE/m3 gehanteerd voor geurgevoelige objecten binnen het plangebied. Dit komt overeen met een 'matig' of beter woon- en verblijfsklimaat. Voor de achtergrondbelasting komt een geurbelasting van 10 ouE/m3 overeen met een 'matig' woon- en verblijfsklimaat. De berekeningen zijn opgenomen in Bijlage 15. Bulkenaarsestraat 2 De veehouderij aan Bulkenaarsestraat 2 is in de richting van het plangebied overbelast op de woningen aan Bulkenaarsestraat 1 en 3. De voorgrondbelasting is daar hoger dan de geurnorm van 8 ouE/m3. De veehouderij wordt niet in haar belangen geschaad door ontwikkelingen binnen het plangebied, voor zover binnen het plangebied een geurnorm van 4,5 ouE/m3 geldt en geurgevoelige objecten buiten de geurcontour van 4,5 ouE/m3 worden gerealiseerd.

58

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

Voorgrondbelasting Bulkenaarsestraat 2

Oostlaarsestraat 6 De veehouderij aan Oostlaarsestraat 6 is in zuidwestelijke richting overbelast op de woning aan Oostlaarsestraat 5. Echter is de veehouderij in de richting van het plangebied niet overbelast op de woningen. Daarom is ook een berekening van de worst-case geurcontouren gemaakt: de maximale geurcontour die zich kan voordoen, berekend vanuit het hoekpunt van het bouwvlak zo dicht mogelijk bij het plangebied (zuidoosthoek) en rekening houdend met bestaande woningen. De worst-case geurcontouren van 2 ouE/m3, 4,5 ouE/m3 en 8 ouE/m3 zijn met blauwe lijnen op de kaart aangegeven. De worst-case geurcontour van 4,5 ouE/m3 ligt minder ver over het plangebied dan de vergunde geurcontour van ouE/m3. De veehouderij wordt niet in haar belangen geschaad door ontwikkelingen binnen het plangebied, voor zover binnen het plangebied een geurnorm van 4,5 ouE/m3 geldt en geurgevoelige objecten buiten de vergunde geurcontour van 4,5 ouE/m3 worden gerealiseerd.

Voorgrondbelasting Oostlaarsestraat 6

Haiinksestraat 1A De veehouderij aan Haiinksestraat 1A is niet overbelast op woningen. Echter is uit de kaart duidelijk op te maken dat de geurcontour van 4,5 ouE/m3 het plangebied niet kan bereiken, omdat de geurnorm van 2 ouE/m3 voor woningen in de bebouwde kom van Roosendaal dan zou worden overschreden. De

59

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

veehouderij wordt niet in haar belangen geschaad door ontwikkelingen binnen het plangebied, voor zover binnen het plangebied een geurnorm van 4,5 ouE/m3 geldt en geurgevoelige objecten buiten de geurcontour van 4,5 ouE/m3 worden gerealiseerd.

Voorgrondbelasting Haiinksestraat 1A

Haiinksestraat 6C De veehouderij aan Haiinksestraat 6C is in de richting van het plangebied overbelast op de woning aan Haiinksestraat 6. De voorgrondbelasting is daar hoger dan de geurnorm van 8 ouE/m3. Ook is de veehouderij overbelast op de bebouwde kom van Roosendaal. De voorgrondbelasting is daar hoger dan de geurnorm van 2 ouE/m3. De veehouderij wordt niet in haar belangen geschaad door ontwikkelingen binnen het plangebied, voor zover binnen het plangebied een geurnorm van 4,5 ouE/m3 geldt en geurgevoelige objecten buiten de geurcontour van 4,5 ouE/m3 worden gerealiseerd.

Voorgrondbelasting Haiinksestraat 6C

In de volgende afbeeldingen is links de voorgrondbelasting van alle veehouderijen in beeld gebracht en daarnaast de achtergrondbelasting (cumulatieve geurbelasting). Hierbij wordt opgemerkt dat de veehouderij aan de Bulkenaarsestraat 12 per 1 januari 2020 is gestopt als varkenshouderij.

60

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

Voorgrondbelasting alle veehouderijen

Achtergrondbelasting

Voor de ontwikkeling van het ziekenhuis acht de gemeente Roosendaal een 'matig' woon- en verblijfsklimaat aanvaardbaar, omdat het ziekenhuis zelf maatregelen treft om de patiënten van het ziekenhuis, zijnde een kwetsbare groep, de beschermen tegen onder meer geurhinder. Daarbij wordt geadviseerd om het toevoerkanaal van de luchtbehandelingssystemen van het ziekenhuis te realiseren op een locatie waar de geuremissie relatief laag is. Daarbij is van belang dat het plangebied direct grenst aan het buitengebied. Bovendien moet het binnenklimaat in het ziekenhuis voldoen aan de bouwen gebruiksnormen die van toepassing zijn op grond van de gezondheidszorgwetgeving. In dit kader moet worden opgemerkt dat volgens de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant binnen de bebouwde kom een achtergrondbelasting van maximaal 10 odeur units aanvaardbaar is. Dit komt overeen met 20% geurgehinderden. De berekende achtergrondbelasting bedraagt 10 ouE/m3. In het plangebied is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

4.12

Externe veiligheid

Inleiding Voor het onderzoek externe veiligheid wordt gekeken naar de externe veiligheidssituatie voor het plangebied. Bij externe veiligheid gaat het over bedrijfs- of transportactiviteiten die invloed kunnen hebben op de inrichting van een gebied of vice versa. De invloed van de invulling van het gebied op de omgeving. Dit is afhankelijk van de activiteiten. In het vakgebied externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in de richtlijnen voor stationaire bronnen en transportassen. De richtlijnen voor stationaire bronnen zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (REVI). De richtlijnen voor transport zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes, de Beleidsregels EV-beoordeling Tracébesluiten, de hieraan gerelateerde Regeling Basisnet, het Besluit externe veiligheid buisleidingen en de Regeling externe veiligheid buisleidingen. In de richtlijnen voor stationaire bronnen en transportassen worden richt- en normwaarden gegeven voor twee verschillende typen risico's; het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In de Regeling Basisnet zijn bovendien plafonds vastgelegd voor de maximale hoogte van het plaatsgebonden risico. Conform artikel 1, lid 1 onder l van het Bevi wordt een ziekenhuis als een kwetsbaar object gezien.

Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico geeft inzicht in de theoretische jaarlijkse kans op overlijden van een individu

61

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

op een bepaalde horizontale afstand van een risicovolle activiteit. Dit risico wordt bepaald door te stellen dat een (fictieve) persoon zich 24 uur per dag gedurende een heel jaar, onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt. Het plaatsgebonden risico is geheel afhankelijk van de hoeveelheid vervoer en de aard van gevaarlijke stoffen en de ongevalsfrequentie. Het plaatsgebonden risico kan als risicocontour worden weergegeven op een topografische kaart door middel van lijnen die getrokken zijn door de punten met een gelijke jaarlijkse kans op overlijden. De grenswaarde van het plaatsgebonden risico voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is een kans van één op de miljoen per jaar (10-6 per jaar). Binnen de risicocontour van 10-6 per jaar zijn kwetsbare objecten niet toegestaan. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze risicocontour als richtwaarde. Groepsrisico Het groepsrisico wordt zowel bepaald door de mogelijke ongevallen en bijbehorende ongeval- en uitstromingsfrequentie als het aantal aanwezigen in de nabijheid van een eventueel ongeval. Bij het aangeven van representatieve aantallen personen wordt gewerkt vanuit zowel de kwetsbare als de beperkt kwetsbare bestemmingen. Met het groepsrisico wordt aangegeven hoe hoog het totale aantal slachtoffers bij een ongeval kan zijn op basis van de aanwezige mensen.

Naarmate de groep slachtoffers (N) groter wordt, moet de kans (f) op een dergelijk ongeval (kwadratisch) kleiner zijn. Dit resulteert in een fN-curve waarbij de kans tegen het aantal slachtoffers is uitgezet. Risicobronnen De risicobronnen in de omgeving van het plangebied zijn de spoorlijn Breda- Roosendaal, de snelweg A58, een buisleiding ten westen van de A58 en een buisleiding ten noorden van de spoorlijn.

Uitsnede risicokaart

Conclusie

62

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

Uit het onderzoek (zie Bijlage 16) blijkt dat met name de snelweg A58 invloed heeft op de locatie van het ziekenhuis. Binnen 29 meter vanuit de snelweg mogen geen kwetsbare bestemmingen gerealiseerd worden en bij bouwen binnen 30 meter zijn aanvullende eisen gesteld aan het gebouw. Geadviseerd wordt om tenminste 30 meter uit de A58 te blijven vanuit externe veiligheid. De verwachting is dat het groepsrisico wel toeneemt als gevolg van deze ontwikkeling, maar binnen de kaders van het basisnet blijft. E.e.a kan berekend worden als er een meer gedetailleerde ligging bekend is van het ziekenhuis. De andere risicobron die van invloed is op de voorgenomen ontwikkeling is de zogenaamde DOW-leiding die propyleen transporteert. Afhankelijk van de ligging van de bebouwing kan het ziekenhuis een bijdrage leveren aan het groepsrisico. De verwachting is wel dat deze bijdrage beperkt is. De overige risicobronnen leggen geen beperkingen op aan het plan. Het plan heeft eveneens geen invloed op het groepsrisico van deze risicobronnen. Verantwoording groepsrisico Indien het groepsrisico toeneemt als gevolg van de ontwikkeling wordt ook gekeken naar mogelijkheden voor zelfredzaamheid en hulpverlening. Het gaat hierbij om vluchtwegen van de risicobronnen af, voldoende bluswater in het gebied en een goede bereikbaarheid van de locatie.

Ook zijn maatregelen aan de gebouwen zelf mogelijk of anders plaatsen in het beschikbare gebied, zodat het groepsrisico zo laag mogelijk blijft. Doorkijk externe veiligheid onder de Omgevingswet(niet vigerend) De huidige wet- en regelgeving inzake externe veiligheid omvat het Besluit externe veiligheid inrichtingen, de Regeling externe veiligheid inrichtingen en de Regeling Basisnet. In het stelsel van de toekomstige Omgevingswet wordt een aantal onderdelen aangepast. Een ervan is het definiëren van zeer kwetsbare gebouwen. Dit worden bestemmingen die nu in de huidige regelgeving vaak al als kwetsbaarder worden gezien dan de overige bestemmingen. Deze zeer kwetsbare gebouwen worden, conform Bijlage VI bij artikel 5.1 2e en 3e lid, Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl): een gebouw met een van de volgende gebruiksfuncties, alleen voor zover het gaat om die gebruiksfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan: een woonfunctie voor 24-uurszorg; een bijeenkomstfunctie:1) voor kinderopvang; of 2) voor dagverblijf van personen met een lichamelijke of geestelijke beperking; een celfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; een gezondheidszorgfunctie met een bedgebied; of een onderwijsfunctie:1) voor basisschoolonderwijs; of 2) voor onderwijs aan minderjarigen met een lichamelijke of geestelijke beperking.

Het tweede relevante onderdeel dat wordt aangepast, is hoe met het groepsrisico omgegaan wordt. Hiervoor worden aandachtsgebieden geïntroduceerd. Aandachtsgebieden zijn gebieden waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Deze gebieden maken direct zichtbaar welke gevaren in het gebied kunnen optreden en waar minimaal aandacht moet worden besteed aan extra bescherming. Hierdoor vormt het aandachtsgebied een instrument voor bedrijf, bestuurder en burger om het gesprek over veiligheid en bescherming door maatregelen te starten. Voor het basisnet (weg, water, spoor) bestaat onder de huidige wet- en regelgeving al een plasbrandaandachtsgebied. Dit blijft hetzelfde. Binnen 30 meter van een weg is een zone waarbinnen geen kwetsbare bestemmingen gevestigd mogen worden, tenzij dit op basis van de nieuwe gemeentelijke omgevingsvisie mogelijk gemaakt wordt. Voor bouwen in een aandachtsgebied gelden voorschriften die in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) worden weergegeven. Naast een plasbrandaandachtsgebied komt er onder de Omgevingswet ook een explosieaandachtsgebied bij met een afstand van 200 meter.

63

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

Een deel van het ziekenhuis (beddenhuis) valt bij inwerkingtreding van de Omgevingswet in de categorie zeer kwetsbaar gebouw. Voor het Bravis ziekenhuis betekent dit dat het advies is om dit deel niet te bouwen binnen de aandachtsgebieden. Het is strikt genomen echter niet verboden. Indien het niet mogelijk is om het zeer kwetsbare deel buiten de aandachtsgebieden te bouwen, zijn er bouwvoorschriften opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), dat gelijktijdig met de Omgevingswet in werking treedt, waaraan voldaan moet worden. Voor het ziekenhuis gelden bij de bouw van het ziekenhuis bij inwerkingtreding van de Omgevingswet de regels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

4.13

Conventionele explosieven

In het plangebied zijn volgens de 'risicokaart conventionele explosieven Tweede Wereldoorlog' meerdere locaties verdacht van explosieven. Het gaat in dat geval om zogenaamde dumpmunitie. Net buiten het plangebied op de kruising van de Bulkenaarsestraat en de Huijbergsestraat gaat het om zogenaamde afwerpmunitie.

Locaties verdacht van explosieven

64

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

Op basis van deze kaart wordt geen opsporing van conventionele explosieven uitgevoerd en kan de voorgenomen ontwikkeling op reguliere wijze worden gerealiseerd. Mochten bij werkzaamheden in het plangebied toch spontaan conventionele explosieven worden aangetroffen dan dient de procedure in werking te worden gesteld om het risico tot een minimum te beperken. In dat geval moet de politie worden gewaarschuwd, die de Explosieven Opruimingsdienst Defensie van een eventuele vondst in kennis zal stellen.

4.14

Duurzaamheid

De gemeente Roosendaal wil het gebied De Bulkenaar energieneutraal ontwikkelen. Bij duurzame, of energieneutrale, gebiedsontwikkeling gaat het om realiseren van gebieden, waarin sprake is van een toekomstvaste balans tussen milieubelangen, sociale belangen en economische belangen, zodat mensen daar graag verblijven om te wonen, werken en/of recreëren. Duurzame gebiedsontwikkeling draagt eraan bij dat leefbaarheids- en duurzaamheidsaspecten een zo optimaal mogelijke plaats in het ruimtelijk planproces krijgen, zodat bij ruimtelijke ontwikkelingen zo veel mogelijk kansen worden benut om leefbaarheids- en duurzaamheidsambities te realiseren. Duurzaamheid is een breed begrip dat op verschillende aspecten toepasbaar is. Duurzaamheid gaat niet om 'minder slecht doen', maar om het streven naar oplossingen die daadwerkelijk bijdragen aan een prettige en toekomstbestendige leefomgeving. Deze oplossingen moeten bij voorkeur meer zijn dan een verzameling van losse duurzame maatregelen. Door samenhang en een waardengerichte benadering, bijvoorbeeld door duurzaamheid te integreren met maatschappelijke opgaven en concrete behoeftes, ontstaan meerwaarde en draagvlak. De gemeente heeft in dit kader met de omgeving websessies gehouden over de duurzaamheidsambities. Het project streeft naar de ontwikkeling van een hoogwaardig landschappelijk gebied; een zorglandschap.

Voor natuur en mensen zijn belangrijke waarden vertegenwoordigd en gekoppeld aan de gezondheidsfunctie, die prominent aanwezig is door de nabijheid van het toekomstig ziekhuis. Het landschapspark geeft de ruimte om op het gebied van welzijn en sociale interactie een veelvoud aan initiatieven te starten. De verbindingswegen zijn nadrukkelijk aanwezig en geven de bereikbaarheid van het gebied een grote impuls waarbij de koppeling met diverse modaliteiten wordt gezocht. Het landschapspark biedt ruimte om water vast te houden en verdroging in het gebied tegen te gaan. Daarnaast is groen een goede 'verkoeler' om hittestress in de omgeving tegen te gaan. Verder biedt het bouwplan voor het ziekenhuis voldoende mogelijkheden voor de toepassing van zonne-energie en het gebruik van duurzame materialen met aandacht voor circulariteit. Aandachtspunt is het dimensioneren van de ondergrondse infrastructuur voor toekomstige ontwikkelingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1229/documents/32455