CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

1 - De Bulkenaar_vastgesteld_1_Toelichting.pdf

Commissie 3 februari 2022, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 3a: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan en bijbehorende besluiten de Bulkenaar29.265 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Voor het buitengebied komen daarbij: De identiteit van stad en dorpen versterken door het handhaven en versterken van de landschappelijke en cultuurhistorische basisstructuren in het buitengebied en de bebouwde omgeving; Groen/blauwe hoofdstructuren in het stedelijk gebied behouden als verbinding met het buitengebied; Het sturen van nieuwbouw op basis van strategisch voorraadbeheer; (regionaal) Ruimte creëren voor speerpunten/topsectoren van economisch beleid; Het aanbod van sociaal-maatschappelijke en detailhandelsvoorzieningen in wijken en dorpen behouden, waar mogelijk door concentratie en bundeling van voorzieningen; Het optimaliseren van infrastructurele verbindingen en het beter benutten van de multimodale ontsluitingsmogelijkheden (weg, water, spoor, buis) van Roosendaal; Benutten van de strategische ligging van Roosendaal en West-Brabant in de Vlaams Nederlandse Delta; Bij ruimtelijke ingrepen de mogelijkheden voor energietransitie en bodemenergie optimaliseren; Bijdragen aan sociale veiligheid door integratie van dit beleidsveld in het ruimtelijk ontwerp van gebouwen en openbare ruimte. Het aspect duurzaamheid is integraal onderdeel van de structuurvisie. Ruimtelijke keuzes zijn het optimale resultaat van een afweging tussen de zogenaamde people-planet-profit driehoek.

Dit wordt geuit in het benutten van bestaande voorzieningen en infrastructuren in de bestaande gebouwde stad en dorpen, het strategisch voorraadbeheer en het zuinig ruimtegebruik. Roosendaal zet primair in op behoud van bestaande kwaliteiten voor natuur, water, landschap en het buitengebied. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het weidse open landschap in het noordelijk deel en het parklandschap in het zuidelijk deel van Roosendaal. In nauwe samenwerking met zorgaanbieders ontwikkelt Roosendaal een ontwikkelingsprogramma van zorg en zorgwoningen en wordt het gewenste programma anterieur vastgelegd. Waar mogelijk biedt de gemeente eigen locaties aan.

24

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

Integratiekaart Structuurvisie Roosendaal 2025

Sinds de vaststelling van de structuurvisie (maart 2013) is het tijdsbeeld nadrukkelijk veranderd. De bevolking van Nederland groeit en er moeten zoveel woningen en zoveel werkgelegenheid worden toegevoegd dat verstedelijking van het buitengebied niet meer kan worden uitgesloten, vandaar dat de provincie het gebied kenschetst als een zone waarin verstedelijking afweegbaar is. De met dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling schuurt met de uitgangspunten van de structuurvisie. De gemeenteraad heeft dit ook onderkend en heeft in mei 2020 de "Gebiedsvisie de Bulkenaar" (zie paragraaf 2.2 en Bijlage 1) vastgesteld, waarin de kaders voor de nieuwe ontwikkeling zijn bepaald. Voorts heeft de gemeente een start gemaakt met het opstellen van een omgevingsvisie. In de voorontwerp omgevingsvisie “Roosendaal, Verbonden Stad” (mei 2021) beschrijft de gemeente hoe ze de fysieke leefomgeving van de stad, de dorpen en het buitengebied beheert, gebruikt en ontwikkelt met het oog op de toekomst. Roosendaal heeft de ambitie zich tot 2030 te ontwikkelen als een verbonden gemeente. Een gemeente waarbinnen stad en dorpen met elkaar verbonden zijn. Die verbonden is met omliggende gemeenten in de regio, met de Brabantse stedenrij en met de metropolen Rotterdam, Antwerpen en Brainport Eindhoven.

Deze verbondenheid zorgt ervoor dat voor inwoners een scala aan kwalitatieve voorzieningen én werkgelegenheid binnen handbereik ligt. Bij het realiseren van deze ambitie hanteert de gemeente drie leidende principes: 1. Stad van de menselijke maat: Roosendaal is een aantrekkelijke en gezonde woonstad voor haar inwoners, in al hun diversiteit, met veel ruimte voor ontmoeting en oog voor het individu. 2. Balans tussen mens en natuur: Roosendaal kent in 2030 meer groen in de stad, en meer stad in het groen. Wandelaars en fietsers krijgen meer ruimte, er komen meer groene verbindingen binnen de stad en de dorpen, en naar het buitengebied. De leefomgeving kent een grote biodiversiteit. In de

25

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

toekomst is Roosendaal klimaatadaptief. Er is een goede balans tussen het bebouwde gebied, landbouw, natuur en recreatie. 3. Ruimte voor talent en ondernemerschap: Roosendaal huisvest nu en in de toekomst bedrijven die sterk zijn in het opschalen van innovaties. Op de visiekaart is het gebied De Bulkenaar aangeduid als 'ontwikkeling Bulkenaar (zorg + groen)'.

Uitsnede visiekaart omgevingsvisie

In de omgevingsvisie zelf wordt hierover gezegd dat de afgelopen jaren verschillende plannen in gang zijn gezet of voorbereid. Voor de stad betekent dit, dat de komende jaren veel plekken op de schop' gaan. Op de Bulkenaar wordt een nieuw regionaal Bravis-ziekenhuis ontwikkeld in een groen landschap: "De Bulkenaar betreft een gebiedsontwikkeling aan de zuidwestkant van de stad, direct ten oosten van de A58. De grootste ontwikkeling die hier is voorzien is de bouw van het nieuwe Bravis-ziekenhuis, ter vervanging van de twee bestaande ziekenhuizen in Roosendaal en Bergen op Zoom. De ruimte rondom het nieuwe ziekenhuis wordt ingericht als een plek waar ontspanning, natuur en zorg elkaar ontmoeten en versterken. Hier bieden we alle ruimte voor de beste zorg. Het gebied De Bulkenaar wordt ontwikkeld tot een groot, aantrekkelijk en duurzaam parklandschap, waar gezondheid, natuurbeleving en recreëren centraal staan. Naast het ziekenhuis komt er ook ruimte voor bedrijven, onderwijs en diensten die zich richten op andere typen zorg, aanvullend op het bestaande aanbod in de stad en regio. Hiervoor wordt zo'n 12 hectare benut. We willen een aantrekkelijke en goed bereikbare groene buffer realiseren tussen het woongebied en het ziekenhuis. In de vormgeving van dit gebied houden we zoveel mogelijk rekening met de bestaande natuur en het landschapsbeeld.

Het landschapspark zal uitnodigen om te bewegen, te ontspannen, te fietsen en te wandelen. We zorgen bij de gebiedsontwikkeling ook voor een betere bereikbaarheid. Zo zien we mogelijkheden om de wijk Tolberg aan te sluiten op de snelweg en is een toekomstig spoorstation nabij het ziekenhuis een extra voorziening ter verbetering van de regionale bereikbaarheid. Bij de ontwikkeling van De Bulkenaar staan de volgende vijf thema's centraal: duurzaam gebruik van de ruimte, innovatief zorglandschap, optimale infrastructuur, mobiliteit en landschap en recreatie." Dit bestemmingsplan geeft invulling aan de door de gemeenteraad beoogde ontwikkeling van het gebied De Bulkenaar.

26

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

3.4.2

Gemeenteljk Verkeers- en Vervoersplan 2015-2025

Roosendaal is strategisch gelegen op een knooppunt van autosnelwegen en spoorlijnen tussen twee van de meest verstedelijkte gebieden van Europa, namelijk de Randstad en de regio Antwerpen-Brussel-Gent-Leuven (de Vlaamse Ruit). Deze ligging geeft de stad en haar omgeving een enorme aantrekkingskracht voor ruimtelijke ontwikkelingen en verkeer. De provincie onderscheidt stedelijke en landelijke regio’s. Roosendaal is samen met de gemeente Bergen op Zoom zo’n stedelijke regio waar taakstellend ruimte wordt geboden voor economische ontwikkelingen en woningbouw. In de afgelopen decennia is de stad er in geslaagd een aantrekkelijke vestigingsplaats voor werken, wonen, winkelen en overige activiteiten te blijven. Deze activiteiten (economisch en recreatief) leiden tot mobiliteit. Om dit proces in de komende decennia in goede banen te leiden, zullen forse inspanningen moeten worden verricht, onder andere vanuit het verkeersoogpunt. In 2015 is het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) voor de periode 2015-2025 vastgesteld. Het GVVP beschrijft de ambities, focus en koers van de gemeente Roosendaal binnen het totale verkeer- en vervoer systeem. In 2025 moet het verkeer en vervoer in de gemeeente schoner, stiller, zuiniger en slimmer zijn.

Voor de inwoners, ondernemers en bezoekers moet Roosendaal optimaal bereikbaar zijn, waarbij ingezet wordt op een breed palet aan vervoerswijzen. Multimodaal is een sleutelbegrip en een voorwaarde voor de doorontwikkeling van Roosendaal. In het GVVP staan verduurzaming, innovatie en regionale netwerk versterking centraal. De algemene doelstelling van het GVVP is 'het bevorderen van een goede en veilige afwikkeling van het verkeer dat noodzakelijk is voor sociaaleconomsiche activiteiten, waarbij alle vormen van verkeershinder zoveel mogelijk worden beperkt.' Deze algemene doelstelling wordt concreet vertaald door onderscheid te maken in zes verschillende thema's: gemotoriseerd verkeer langzaam verkeer openbaar vervoer verkeersveiligheid logistiek duurzame mobiliteit In voorliggend bestemmingsplan wordt een nieuwe ontsluitingsweg voor het ziekenhuis mogelijk gemaakt. Daarnaast zijn er ontwikkelingen op het gebied van wandel- en fietsroutes om het nieuwe landschapspark toegankelijk te maken. Één van de speerpunten uit het GVVP is namelijk het stimuleren van langzaam verkeer zowel in Roosendaal als daarbuiten. In het GVVP zijn opgaven en ambities voor de korte en langere termijn opgenomen. De ontsluiting van de wijk Tolberg richting de A58 is een van de lange termijn opgaven.

Kenmerkend voor de lange termijn opgaven is dat ze strategisch van aard en complex zijn, een lange doorlooptijd hebben en waarvoor de gemeente Roosendaal aansluiting moet zoeken bij landelijke of provinciale plannen. In het bestemmingsplan is een reserveringszone opgenomen om te borgen dat de realisatie in de toekomst niet onmogelijk wordt gemaakt. Mobiliteitsagenda 2015-2019 De opgaven en ambities die in het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan 2015-2025 zijn benoemd, zijn uitgewerkt in twee uitvoeringsagenda's. In de Mobiliteitsagenda 2015-2019 is de opgave Ontsluiting wijk Tolberg reeds opgenomen. De Mobiliteitsagenda 2019-2024 is de tweede en laatste uitvoeringsagenda van het GVVP 2015-2025 en bevat naast nieuwe opgaven, ook projecten die reeds in de eerste mobiliteitsagenda zijn opgestart. Dit is onder andere de toekomstige ontsluitingsweg voor de wijk Tolberg.

27

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

3.4.3

Landschapsontwikkelingsplan 'De zoom van West-Brabant'

In 2005 is het landschapsontwikkelingsplan 'De zoom van West-Brabant' vastgesteld voor het buitengebied en de kernen van Bergen op Zoom en Roosendaal. Het landschapsontwikkelingsplan spreekt zich uit over de aanwezige kwaliteiten van het landschap en over de mogelijkheden voor ontwikkeling. Het plan geeft aan hoe kwaliteiten behouden en beschermd kunnen worden, knelpunten zijn op te lossen, vernieuwingen tot meer kwaliteit kunnen leiden en hoe bedreigingen voor het landschap zijn af te wenden.

Uitsnede visiekaart landschapsontwikkelingsplan

Het plangebied is gelegen binnen het 'open hoevelandschap'. Op de hogere gronden langs de beken, de donken, liggen de oudste ontginningen; het hoevenlandschap. Het karakter wordt bepaald door de verspreide hoeves met bouwlanden op de hogere essen en grasland op de lagere delen. In vroeger tijden was dit landschap kleinschalig door singelbeplanting langs perceelsgrenzen. Nu is het landschap open waardoor het lichte reliëf zichtbaar is met een los patroon van verspreide erven en slingerende wegen, soms omzoomd met laanbeplanting. Dit open patroon dient te worden behouden omdat het eenheid geeft aan het hoevenlandschap en de kenmerkende glooiingen. Daarnaast accentueert het hoevelandschap de erfbeplanting van de oude hoeves en open essen en worden percelen verbonden door slingerende laanbeplanting langs de oude verbindingswegen. Voor de ontwikkeling van De Bulkenaar is een ruimtelijk casco voor het landschapspark vervaardigd waarin de kenmerken van het landschap worden meegenomen, dat terzijnertijd verder wordt uitgewerkt in een inrichtingsplan. Het voorlopig ontwerp van het landschappelijk inrichtingsplan is opgenomen in Bijlage 3.

28

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

3.4.4

Welstandsnota Roosendaal 2013

De Welstandsnota Roosendaal 2013 bevat het toe te passen kader voor de welstandstoets bij aanvragen omgevingsvergunning. Een belangrijke pijler van de welstandsnota is het gebiedsgerichte welstandsbeleid. De gebiedsgerichte welstandscriteria worden gebruikt voor de kleine en middelgrote bouwplannen, die de bestaande structuur van het gebied niet wezenlijk doorbreken. Naast enkele welstandsvrije gebieden zijn er drie niveaus van welstand te onderscheiden: soepel, gewoon en bijzonder. Het niveau van het plangebied de Bulkenaar is gewoon welstandsgebied. Bouwplannen in deze gebieden doen in principe geen afbreuk aan de basiskwaliteit van de openbare ruimte. Ter ondersteuning van de verschillende niveaus van welstand is een aantal gebiedsbeschrijvingen gemaakt. Per gebied is naast een beschrijving een aantal criteria opgenomen. Deze gebiedsgerichte welstandscriteria moeten gezien worden als de gewenste eigenschappen van het bouwplan. Het plangebied de Bulkenaar behoort tot het buitengebied. Het buitengebied van Roosendaal bestaat voornamelijk uit weiland, akkerland en in het zuiden bos. De bebouwing staat hier voornamelijk langs de weg en bestaat voor het overgrote deel uit boerderijen, woningen en bedrijfsgebouwen. Deze bebouwing staat in de regel vrij op een ruim groen kavel. De gebouwen zijn individueel en afwisselend, gevels van woningen zijn veelal representatief.

De waarde is vooral gelegen in de combinatie tussen de oorspronkelijke structuurelementen zoals akkers, wegen tussen de weilanden en de afwisselende lintbebouwing. Het buitengebied is gewoon welstandsgebied. Het beleid is gericht op het behoud van de oorspronkelijke structuurelementen, de cultuurhistorische bebouwing en het karakteristieke profiel van de lintwegen. Een belangrijk uitgangspunt is het belang van de bebouwing voor de beleving van de openbare ruimte. Op de gebiedenkaart is een oriëntatielijn opgenomen ter plaatse van de wat bebouwing betreft belangrijke routes. Van belang is hier de beleving van de openbare ruimte.

Uitsnede van de Gebiedenkaart behorende bij Welstandsnota Roosendaal 2013

Hoewel het plangebied in deze welstandsnota behoort tot het buitengebied, valt een ziekenhuis onder

29

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

de in de welstandsnota opgenomen categorie 'kantoren en voorzieningen'. De 'kantoren en voorzieningen' zijn gebieden met individuele gebouwen van flink formaat in een groene omgeving. De terreinen zijn ruim opgezet met veel groen. De vrijstaande gebouwen zijn op de weg georiënteerd en hebben verspringende rooilijnen. De bebouwing is individueel en eenvoudig van opzet. De gevels hebben een eenvoudige detaillering en veelal een horizontale geleding. De waarde is gelegen is de ruime en groene stedenbouwkundige opzet in combinatie met de verschijningsvorm van een deel van de bebouwing. Het beleid van kantoren en voorzieningen is gericht op het behoud van de samenhang in de massa's en het straatbeeld met behoud van de verscheidenheid per gebouw. Ook voor kantoren en voorzieningen gelden een aantal criteria. Zo dienen de gebouwen vrij te staan op de kavel, is er per kavel één hoofdmassa, en is de voorgevel gericht op de belangrijkste openbare ruimte. Voor de ontwikkeling van De Bulkenaar wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld dat als aanvulling op de welstandsnota gaat gelden. Het beeldkwaliteitsplan is een samenhangend pakket van intenties, aanbevelingen en/of richtlijnen voor het veiligstellen, creëren en/ of verbeteren van de beeldkwaliteit in het plangebied.

Het beeldkwaliteitsplan voor De Bulkenaar is gericht op het bereiken van de gewenste ruimtelijke kwaliteit in het nieuw vorm te geven zorglandschap. Het beeldkwaliteitsplan heeft als doel een helder en toetsbaar stedenbouwkundig en architectonisch raamwerk te bieden om het gewenste ambitieniveau en de kwaliteit van het nieuwe zorglandschap te kunnen realiseren.

3.5

Beleid waterschap

In januari 2019 is de meest recente versie van Keur waterschap Brabantse Delta 2015 in werking getreden. De keur van het waterschap is een verordening met wettelijke voorschriften die gelden voor alle oppervlaktewaterlichamen en keringen, op het gebied van waterkwantiteit en –kwaliteit, die in beheer zijn bij het waterschap. De keur is een aanvulling op de Waterwet met verschillende gebods- en verbodsbepalingen. Bij het verlenen van watervergunningen hanteert het waterschap verschillende beleidsregels, waaronder “toepassing Waterwet en Keur”. Hierin staat aangegeven in welke situaties een watervergunning kan worden verleend, waarop een aanvraag wordt getoetst en welke voorwaarden aan de watervergunning worden verbonden. Bij het opstellen van de watertoets is het beleid van het waterschap meegenomen. De watertoets is opgenomen in paragraaf 4.8.

30

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

Hoofdstuk 4

4.1

Milieuplanologische aspecten

M.e.r.-procedure

Dit bestemmingsplan is gekoppeld aan een m.e.r.(milieueffectrapportage)-procedure voor de voorgenomen ontwikkeling. De m.e.r.-procedure heeft tot doel om het milieu volwaardig mee te kunnen nemen bij de besluitvorming over projecten die gevolgen kunnen hebben voor de (leef)omgeving. In het MER (milieueffectrapport) worden de effecten van het project/initiatief op de (leef)omgeving in beeld gebracht. De m.e.r.-procedure is officieel van start gegaan met een openbare kennisgeving op 2 december 2019 en de ter inzage legging van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) vanaf 2 december 2019 voor een periode van 6 weken. Door middel van de kennisgeving hebben burgemeester en wethouders van Roosendaal bekend gemaakt dat Bravis het voornemen heeft om een nieuw en modern ziekenhuis te realiseren. Belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld om met hun zienswijzen, een reactie te geven op de voorgestelde aanpak voor het Milieueffectrapport (MER). Naast de openbare kennisgeving en ter inzage legging zijn bij de planvorming betrokken bestuursorganen en wettelijk adviseurs direct geraadpleegd over de reikwijdte en het detailniveau van het MER. Op de NRD zijn zienswijzen en adviezen ontvangen van betrokken bestuursorganen en belanghebbenden. Het MER is opgesteld aan de hand van de NRD. Daarbij is rekening gehouden met de ingebrachte zienswijzen en adviezen.

Advies Commissie voor de milieueffectrapportage De gemeente heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage gevraagd te adviseren over het MER. Het voorlopig advies is op 8 oktober 2021 gepubliceerd (projectnummer 3438). De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Naar aanleiding van het voorlopig advies is het MER aangevuld. In bijlage 8 van het MER zijn de adviezen en aanbevelingen uit het voorlopig advies van de Commissie samengevat en is aangegeven hoe dit is verwerkt en waar de verwerking heeft plaatsgevonden. Het definitieve MER is opgenomen in Bijlage 2. Op 10 december 2021 is het definitieve advies van de Commissie gepubliceerd.

4.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. Deze Ladder is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zodat de ruimte in stedelijke gebieden optimaal wordt benut. De Ladder is per 1 oktober 2012 verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Artikel 3.1.6, tweede lid Bro luidt als volgt:" "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." De Ladderonderbouwing zorgt ervoor dat de wens om een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk te maken, nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ontwikkelingsbehoefte van een gebied, maar ook met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte, én voor de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt. De ontwikkeling van een ziekenhuis moet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening. In dit plan gaat het echter om de

31

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

verplaatsing van twee ziekenhuizen naar één nieuwe locatie in het verzorgingsgebied van Bravis ziekenhuis en vindt daardoor ook een verkleining plaats van de bedrijfsvloeroppervlakte. Behoefte De kwalitatieve behoefte om een nieuw ziekenhuis te realiseren komt voort uit meerdere redenen. Momenteel wordt door Bravis ziekenhuiszorg verleend vanuit twee hoofdlocaties in Bergen op Zoom en Roosendaal, drie poliklinieklocaties in Etten-Leur, Oudenbosch en Steenbergen, meerdere kleine locaties bij netwerkpartners als huisartsen, verpleeghuizen en mytylschool, en inmiddels ook bij patiënten thuis. In de jaren na de fusie is veel ziekenhuiszorg samengebracht op één van beide hoofdlocaties, om daarmee de zorg in de regio te behouden en de kwaliteit te verbeteren. De twee hoofdlocaties vormen samen één ziekenhuis met het volledig zorgaanbod. Het Bravis ziekenhuis is verantwoordelijk voor de ziekenhuiszorg in een werkgebied met circa 278.000 inwoners. Dit verzorgingsgebied, zie de volgende afbeelding, strekt zich uit over de gemeenten Roosendaal, Bergen op Zoom, Woensdrecht, Reimerswaal, Tholen, Steenbergen, Halderberge, Moerdijk, Rucphen, Etten-Leur en een klein deel van de gemeenten Zundert en Breda.

Verzorgingsgebied Bravis ziekenhuis

Al in de visie op de ziekenhuiszorg van juni 2013, opgesteld door de voormalige ziekenhuizen Lievensberg en Franciscus, staat beschreven dat de twee hoofdlocaties als een tussenfase worden gezien. In het beleidsplan 2019-2021 “Samen word je beter” van Bravis wordt ingegaan op een nieuwe visie op de medisch-specialistische zorg en de fundamentele keuzes die Bravis moet maken over het toekomstige medisch specialistische aanbod en het daarbij behorende ziekenhuisgebouw. Twee ziekenhuizen binnen een straal van 15 km is geen optimale situatie. De huidige inrichting met twee hoofdlocaties is om meerdere, maar overwegend medisch inhoudelijke redenen, niet toekomstbestendig. De verdeling van klinische zorg over twee hoofdlocaties, die beide verouderd zijn, is

32

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

niet optimaal. Door het ouder worden van de bevolking en de complexere zorgvragen is het noodzakelijk om een optimale samenwerking te bewerkstellingen tussen de klinische vakspecialisten en het ondersteunend personeel met als resultaat een betere zorg aan de patiënt. Vooral in acute situaties heeft dit in de huidige situatie tot gevolg dat de patiënt niet altijd direct op de juiste locatie de juiste en meest passende zorg kan worden geboden. Vanuit het oogpunt van goede zorg moeten verplaatsingen van patiënten tot een minimum beperkt worden, zeker waar het acute situaties betreft. Voor de patiënten zitten artsen en andere zorgverleners dicht bij elkaar en kunnen makkelijker met elkaar overleg plegen. Ook is het logistiek gezien eenvoudiger voor de patiënt en de zorgverlener om onderzoek en behandeling op één locatie uit te voeren en geïntegreerde "zorgpaden" rondom de patiënt met een bepaald ziektebeeld te ontwikkelen waarin de verschillende disciplines in direct contact met elkaar staan en met de patiënt samenwerken. Dit sluit ook aan op de steeds hogere verwachtingen die patiënten hebben van de zorgverlening. Daarnaast kan de capaciteit en deskundigheid van medisch specialisten en andere zorgverleners als (gespecialiseerde) verpleegkundigen en paramedici optimaal benut worden als de zorg vanuit één locatie wordt gegeven.

Met name door het toegenomen aantal subspecialisaties en richtlijnen die hogere eisen aan de kwaliteit van zorg stellen, is de juiste inzet van aanwezige capaciteit en deskundigheid voor de patiënt van groot belang. Deze uitdaging wordt nog groter door de oplopende personeelstekorten in de zorg. Door dit toenemende tekort aan zorgpersoneel, is een ziekenhuis over twee locaties vanuit het perspectief van een structureel goede personele bezetting niet onbeperkt houdbaar. De kritische personeelstekorten zijn beter beheersbaar als het Bravis ziekenhuis één hoofdlocatie heeft en de aanwezige medische specialisten en personeel effectief, efficiënt en naar hun tevredenheid én die van de patiënten kunnen worden ingezet. Tot slot biedt één hoofdlocatie een optimalisatie van investeringen en bedrijfsvoering. Deze "winst" kan geïnvesteerd worden in betere zorg en meer tijd voor de patiënt. Het doel is dan ook om vanaf 2025 de complexe en dure ziekenhuisvoorzieningen te concentreren op één hoofdlocatie, die waarborgt dat de (klinische) ziekenhuiszorg in de regio voor de toekomst behouden blijft.

Het gaat om een kwalitatieve verbetering van de zorg voor hun patiënten, meer mogelijkheden om in te spelen op nieuwe wensen van patienten in de zorgverlening en eisen die van toepassing zijn om goede ziekenhuiszorg te kunnen blijven verlenen en een grotere aantrekkelijkheid als werkgever om voldoende zorgverleners te kunnen werven en behouden. Dit zal ertoe leiden dat de ziekenhuiszorg beter en integraler is, met nog meer faciliteiten dan op dit moment het geval is. Ziekenhuiszorg is verschillend van aard voor de chronische patiënt, voor de electieve patiënt die voor een planbare behandeling naar het ziekenhuis komt, en voor de patiënt die acute medische zorg nodig heeft. Elke acute patiënt moet ook in de toekomst erop kunnen vertrouwen dat hij de juiste zorg op het juiste moment op de juiste plaats krijgt. Voor de acute patiënt is het belangrijk dat vereiste specialisten en faciliteiten onder één dak aanwezig zijn. Het Bravis ziekenhuis beoogt geen grotere huisvesting te realiseren, maar heeft zich wel ten doel gesteld om in het nieuwe ziekenhuis een procesoptimalisatie door te voeren door middel van samenwerking in de keten, herinrichting van behandelprocessen, verbeteren van de capaciteitsbenutting en flexibele huisvesting.

De flexibiliteit richting de toekomst is onder meer belangrijk vanwege de veranderingen die zich in de zorg voor doen als gevolg van nieuwe technologieën. Flexibiliteit is ook aan de orde bij situaties, zoals die momenteel actueel zijn door de Covid19-pandemie. Dergelijke situaties stellen andere eisen aan de inrichting van een ziekenhuis. De omvang van de nieuwbouw wordt door de procesoptimalisaties kleiner dan de huidige bebouwing, maar dient vanwege de flexibiliteit wel voldoende omvang te behouden. Het ziekenhuis gaat van 110.000 m2 b.v.o. op twee locaties naar 100.000 m2 b.v.o. op één locatie. Ligging buiten bestaand stedelijk gebied Na het besluit van Bravis om naar één hoofdlocatie te gaan, is allereerst door Bravis ziekenhuis onderzocht of één van de huidige hoofdlocaties door herontwikkeling geschikt kon worden gemaakt als toekomstige hoofdlocatie. Herontwikkeling op één van de huidige hoofdlocaties blijkt niet mogelijk vanwege de belemmeringen ten aanzien van bereikbaarheid en/of beschikbare oppervlakte van beide

33

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

bestaande locaties. De bestaande locatie is in Bergen op Zoom bedraagt circa 6 hectare en in Roosendaal circa 10 hectare. Voor een nieuw ziekenhuis is een locatie van ten minste 12 hectare benodigd. Aanvullend kan het volgende nog gesteld worden: De technische en bouwkundige beperkingen van de huidige hoofdlocaties. De huidige locaties Bergen op Zoom en Roosendaal zijn reeds meer dan 50 jaar oud. Door tussentijdse renovaties zijn beide locaties nog 10-15 jaar inzetbaar, maar dan zijn ze technisch en bouwkundig verouderd. De slechte bereikbaarheid per auto locatie Roosendaal. De locatie Roosendaal is niet optimaal bereikbaar (alleen via een stedelijke route). De bereikbaarheid zal verslechteren door intensivering van het programma en de bijbehorende verkeersintensiteiten. Verkenningen (Sweco 2018) wijzen uit dat het lastig wordt om de aansluiting van de huidige ziekenhuislocatie in Roosendaal op het hoofdwegennet te verbeteren. Er zijn hoge maatschappelijke kosten mee gemoeid of er ontstaan knelpunten op het onderliggende wegennet. Het feit dat nieuwbouw op één van de bestaande locaties veel tijdelijke huisvesting van personeel en patiënten vereist en onder andere daardoor duurder is dan nieuwbouw op een nieuwe locatie.

Het Bravis ziekenhuis kan gedurende de bouw de zorgprocessen en de bedrijfsvoering van het ziekenhuis niet optimaal inrichten en daarmee komt de zorgverlening in de regio in het geding. Om op de huidige locatie een nieuw ziekenhuis te kunnen ontwikkelen, moet de bestaande bebouwing in haar geheel verwijderd worden. Tijdens de bouw van een nieuwe ziekenhuis moet op een plek elders een tijdelijk ziekenhuis worden op- en ingericht. Naast het ontbreken van een geschikte tijdelijke locatie is het ook financieel niet haalbaar om elders tijdelijke huisvesting te realiseren. Daarmee is nieuwbouw op de huidige locaties dus niet mogelijk. In overleg met de provincie en de gemeenten is geconcludeerd dat de huidige locaties niet geschikt zijn en heeft Bravis ziekenhuis, op basis van de voornoemde punten, besloten om een nieuw en modern regioziekenhuis te bouwen. Vervolgens is bekeken of binnen het bestaand stedelijk gebied van Roosendaal en Bergen op Zoom een locatie beschikbaar is van ten minste 12 hectare. Hierbij is geconcludeerd dat binnen het bestaand stedelijk gebied geen locatie met deze omvang beschikbaar is voor de ontwikkeling van het Bravis ziekenhuis. Gelet op de bedrijfsvoering van Bravis ziekenhuis zijn de volgende zeven criteria vastgesteld waaraan de nieuwe hoofdlocatie moet voldoen: 1.

In het hart van de regio, centraal gelegen in het verzorgingsgebied van Bravis ziekenhuis in verband met de aanrijtijden. Dit is een uitsluitingscriterium. 2. Goed bereikbaar vanaf een autosnelweg (minimaal binnen 3000 meter en optimaal binnen 2000 meter) en met openbaar vervoer bereikbaar (minimaal binnen 200 meter en optimaal binnen 100 meter). 3. In verbinding staand met stedelijk gebied. Dit wil zeggen grenzend aan stedelijk gebied en betreft een eis die door de provincie Noord-Brabant wordt gesteld. Onder dit criterium is tevens beschouwd of er mogelijk risico's optreden op het gebied van natuur en landschappelijke inpassing. 4. Conform de wettelijke eisen voor acute zorg en geboortezorg. Dit wil zeggen dat de locaties voldoen aan de 45 minuten grens zoals gedefinieerd in het RIVM-bereikbaarheidsmodel. Dit is een uitsluitingscriterium. 5. Met voldoende oppervlakte (minimaal 12 hectare) in verband met parkeermogelijkheden, de groene setting en mogelijke toekomstige uitbreidingen, al dan niet met samenwerkingspartners. 6. Toekomstbestendig. Dit criterium is geconcretiseerd door in te gaan op flexibiliteit. Dit betekent ontwikkelingsmogelijkheden in de toekomst. Het gaat om de mogelijkheid tot ontwikkeling van nadere medische voorzieningen.

Hierbij spelen de ontwikkelingen in de omgeving die beperkingen opleveren voor de realisatie van het ziekenhuis en mogelijke uitbreidingen in de toekomst mee. Ook de logistieke operatie in het ziekenhuis zelf en de daarbij behorende vormen zijn van belang. 7. Op korte termijn realiseerbaar. Na meerdere verkenningen, waarbij diverse locaties in de gemeente Bergen op Zoom en Roosendaal op hoofdlijnen zijn verkend voor de ontwikkeling van een nieuw ziekenhuis, is in 2019 is in opdracht van Bravis een locatieonderzoek uitgevoerd voor een nieuwe locatie. Hierbij zijn zeven potentiële locaties in

34

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

de gemeenten Bergen op Zoom en Roosendaal beoordeeld op basis van zeven criteria waaraan de nieuwe hoofdlocatie voor Bravis moet voldoen. Het betreft de volgende locaties: Locatie Rozenoord (Bergen op Zoom). Locatie Zoomland (Bergen op Zoom). 4 locaties Heerle (nabij afrit 26 van de A58, zowel Bergen op Zoom als Roosendaal). Locatie De Bulkenaar (Roosendaal). Op grond van de uitgevoerde verkenningen, het locatieonderzoek, de beoordelingscriteria van Bravis ziekenhuis en de huidige wet- en regelgeving is locatie De Bulkenaar als vestigingslocatie voorgedragen aan Bravis ziekenhuis voor het nieuwe regioziekenhuis. De grootte van het plangebied zorgt ervoor dat kan worden gezocht naar de meest optimale inpassing van het ziekenhuis in combinatie met het verbeteren van de landschappelijke kwaliteit door de realisatie van een landschapspark. Voor de uitgebreide onderbouwing van de locatiekeuze wordt verwezen naar hoofdstuk 3 van het MER. Regionale afweging Op 20 november 2019 is de ontwikkeling van de hoofdlocatie Bravis ziekenhuis besproken in het Regionaal ruimtelijk overleg West Brabant / ontwikkeldag en is ingestemd om te starten met benodigde planologische procedures.

4.3

Landschap

Ruimtelijk casco Met de komst van het nieuwe Bravis ziekenhuis in het gebied De Bulkenaar ontstaat de kans om een innovatief, aantrekkelijk en duurzaam landschapspark te ontwikkelen waar gezondheid, natuurbeleving en recreëren centraal staan. Het landschapspark wordt een ecosysteem, waarbij natuur, ecologie, water, mobiliteit, energie en mens samen meer is dan een optelsom van de losse onderdelen. De ontwikkeling van een landschapspark van deze omvang vraagt om een duurzaam ruimtelijk en functioneel organiserend principe. Wat als vanzelfsprekend aansluit op de omgeving en wat de verknoping van het (zorg)landschap en ziekenhuis duidelijk structuur en vorm geeft; het ruimtelijk casco. Met de nadruk op een kwalitatieve groene ruimte, op de voetganger, fietser en interessante functies. Het ruimtelijk casco legt de cruciale structurerende lijnen vast en verbeeldt de sfeer, beeldkwaliteit, identiteit en samenhang. Tevens vormt het ruimtelijk casco de basis voor de verdere uitwerking in het inrichtingsplan voor het landschapspark.

Belangrijkste landschappelijke onderdelen zijn: Het hestellen van de oude beekarm Het maken van het beekdal in de noordwes-telijke hoek van het gebied Het aanplanten van de bosrand, met ver-schillende typen bos afhankelijk van de land-schappelijke omstandigheden Het versterken van de landschapskamers van het agrarisch cultuurlandschap Het aanplanten van een bomengrid waar de meeste parkrecreatie zal plaatsvinden Het afstemmen tussen park en ziekenhuis, waardoor er geen duideljke grens te merken is tussen zorg en park. De kaart met het ruimtelijk casco is uitgangspunt voor de verdere uitwerking in het landschappelijk inrichtingsplan.

35

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

Mogelijke uitwerking van het ruimtelijk casco (bron: groeidocument Karres en Brands, versie 1.8, zie website www.debulkenaar.nl)

Landschappelijk inrichtingsplan Op basis van meer gedetailleerde informatie over bodem, water, hoogte, grondbalans, bestaande bomen en andere context zijn het ruimtelijk casco en de bijbehorende ontwerpprincipes aangescherpt en verder uitgewerkt in het landschappelijk inrichtingsplan (zie Bijlage 3). Het resultaat is een divers landschapspark, waar flora, fauna en de mens in een rijke groene omgeving van de natuur kan genieten. Topografie Het terrein van de Bulkenaar kent een aantal kenmerkende (maar subtiele) hoogteverschillen. Er loopt een hogere zandrug door het gebied en in het noordwesten is een lager deel aanwezig waar vroeger een beek liep. De insteek is om de landschappelijke logica van deze plek in stand te houden en te versterken om de natuurlijke rijkdom die vroeger in het gebied zat beter leesbaar te maken. Het gaat daarbij om de volgende punten: 1. Het terugbrengen van de beekarm die in het gebied lag. 2. De noordwesthoek die al lager ligt, afgraven tot dichter bij het grondwater om een beekdal met natte natuur te realiseren. 3. Op de zandruggen houtwallen ophogen als randen voor de landschapskamers. 4. In het gebied wordt gewerkt met een gesloten grondbalans. Eventuele overschot aan grond na het afgraven van de beek en het beekdal kan gebruik worden voor het egaliseren van de ziekenhuiskavel, de weg of een deel van het bos op te hogen.

Watersysteem Integraal met het landschapspark, wordt ook het watersysteem van het park gerealiseerd. Dit watersysteem draagt zijn steentje bij aan de klimaatbestendigheid van de Bulkenaar. De nieuwe

36

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

beekarm vangt al het regenwater op dat in het gebied valt en voert het af richting de Spui-tendonksebeek. Water vanaf de daken van het toekomstige ziekenhuis, andere verharde oppervlakken en overtollig regenwater uit de Tolbergvijver, kunnen opgevangen worden in de centrale watergang. Zo zal het niet tot wateroverlast zorgen, maar juist bijdragen aan de natuurontwikkeling van het beekdal. De natte natuur werkt zo als spons voor zijn omgeving, die water op kan nemen bij overschot en water terug kan geven bij droogte. Een stuw bij de onderdoorgang van de snelweg regelt dat er voldoende water is bij zowel piekbuien als droogte. Ecologie De bodem en het water zorgen samen voor de basisomstandigheden waar de natuur zich ontwikkelt. Met elke verschillende verhouding tussen het maaiveld en het grondwater, ophogen en afgraven, ontstaan kansen voor een ander soort landschap. Door met deze aspecten, en de intensiteit van het natuurbeheer, te ontwerpen ontstaat landschappelijke en ecologische rijkdom. In het landschappelijk inrichtingsplan zijn de mitigerende en compenserende maatregelen op de juiste manier geborgd. Gezondheid Behalve een mooi natuurlijk landschap, wordt de Bulkenaar ook een park waar zorg en gezondheid centraal staan. Het doel is om een goede integratie tussen zorg en park, ziekenhuis en landschap te realiseren. Het denken in positieve gezondheid helpt daarbij.

Bij positieve gezondheid is gezond zijn meer dan alleen 'niet ziek' zijn. Het gaat om een bredere kwaliteit van leven, waar het landschapspark goed aan bij kan dragen. De uitgangspunten van positieve gezondheid zijn vertaald naar ruimtelijke aspecten waaronder bijvoorbeeld de aanwezigheid van ontmoetingsplekken, gezond voedsel, ruimte voor sport en spel, inclusief en voor alle leeftijden ontwerpen, en ruimte voor rust. Relatie met ziekenhuis Hoewel het gebied voor het ziekenhuis een andere bestemming heeft dan het landschapspark, is de gedeelde ambitie dat er een goede afstemming en inpassing moet komen tussen beide onderdelen. Zelfs zo dat men straks niet door heeft waar het park eindigt en het zorglandschap begint. Afstemming met het landschapspark betekent voor het ziekenhuis simpel gezegd het volgen van de logica van het landschap. Hoewel het plan veel vrij laat voor de invulling van het ziekenhuis, dient de landschappelijke laag zeker meegenomen te worden in het verder ontwikkelen van het ziekenhuis. Bijvoorbeeld door het meenemen van belangrijke landschappelijke lijnen die doorlopen in de ziekenhuiszone. Zo wordt de eerste aanzet in het proces tot het integreren van zorg en park vormgegeven. De lijnen van het landschap die aangegeven zijn in het inrichtingsplan, vormen input voor het ontwerp van het ziekenhuis. Dit kan op vele verschillende manieren (bijv.

in vormgeving, verspringing van volume, in de gevel of het dak of anders). De architect is vrij is zijn interpretatie hoe deze lijnen terug te laten komen. De historische kamerstructuur wordt eveneens meegenomen in de ontwerptaal van het ziekenhuis. Zo wordt het ziekenhuis ontwerp locatiespecifiek en past het binnen de logica van het lokale landschap. Gelet hierop vormen het nieuwe ziekenhuis en het omliggende landschapspark samen één integrale ontwikkeling.

37

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

Inrichtingsplan

4.4

Archeologie

4.4.1

Quickscan archeologie

In het kader van de voorgenomen ontwikkeling van het gebied De Bulkenaar is een quickscan archeologie uitgevoerd (zie Bijlage 4). De quickscan brengt door middel van een korte analyse van een aantal bronnen de risico's en de te nemen maatregelen met betrekking tot archeologie in een groter studiegebied in kaart. Dit studiegebied is groter dan het plangebied van dit bestemmingsplan. Uit de archeologische beleidskaart van de gemeente is te zien dat een groot gedeelte van het studiegebied een lage archeologische verwachting heeft. Er zijn vier plekken met een hoge archeologische verwachting. Daarnaast is er een strook met een middelhoge archeologische verwachting.

38

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Roosendaal (rode lijn is studiegebied)

Er zijn binnen het studiegebied geen AMK-terreinen of vondstlocaties, wel heeft een aantal eerdere onderzoeken plaatsgevonden. In één van de rapporten wordt een verwachting gegeven voor vuursteenvindplaatsen. Voor het overgrote deel van het studiegebied is echter geen eerder archeologisch onderzoek uitgevoerd. Advies Het feit dat het studiegebied een lage verwachting heeft, betekent echter niet dat er geen archeologie aanwezig is. Het gebied is vanwege de hogere ligging geschikt voor bewoning geweest. Volgens de beleidskaart van de gemeente Roosendaal bevinden zich binnen de contouren van de lage archeologische verwachting een paar historische erven, welke ook een archeologische verwachting hebben. Op basis van voorstaande en het feit dat voor het overgrote deel van het studiegebied geen archeologisch onderzoek is uitgevoerd, is geadviseerd om voor het gehele gebied een archeologisch bureauonderzoek uit te voeren (Zie paragraaf 4.4.2).

4.4.2

Bureauonderzoek archeologie

In het kader van de voorgenomen ontwikkeling van het gebied De Bulkenaar is in het vervolg van de quickscan archeologie een bureauonderzoek archeologie uitgevoerd (zie Bijlage 5). Het doel van het bureauonderzoek is drieledig: 1. Inzicht verschaffen in de archeologische en historische resten die zich in het plangebied bevinden of verwacht worden. 2. Opstellen van een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel conform KNA 4.1. 3. Advies opstellen over of en waar er archeologisch vervolgonderzoek nodig is, en indien nodig, uit welke onderzoeksmethode het vervolgonderzoek zou moeten bestaan. Op basis van de bij het bureauonderzoek verzamelde gegevens is het mogelijk een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen ten aanzien van aard, ouderdom, diepteligging en gaafheid. Verwachting, aard en ouderdom Het verspreidingspatroon van archeologische vindplaatsen is voor een groot deel gerelateerd aan de fysieke eisen die de mens stelde aan de leef- en woonomgeving. Meest markant zijn de verschillen tussen jager-verzamelaars enerzijds en landbouwers anderzijds. Jager-verzamelaars

39

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

In de Steentijd (Mesolithicum t/m Neolithicum) leefde de mens voornamelijk van de jacht, visvangst en het verzamelen van eetbare planten en vruchten. Deze zogenaamde jager-verzamelaars trokken door het landschap en verbleven alleen tijdelijk op een plek. Van deze kort bewoonde (jacht)kampen rest tegenwoordig nog een strooiing van houtskool, vuursteen en haardkuilen. Uit een ruimtelijke analyse blijkt dat hun kampementen veelal gelegen zijn op relatief hoog gelegen gronden en bij voorkeur op de overgang van nat naar droog, zoals dalranden en geulen. Nabij dergelijke gradiëntzones waren namelijk de meeste voedselbronnen voorhanden en was (drink)water bereikbaar. Op de dekzandruggen langs het beekdal geldt een hogere kans op het aantreffen van vuursteenvindplaatsen en kampementen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum. In het beekdal zelf worden geen nederzettingsresten verwacht, maar kunnen wel resten van jachtuitrusting en deposities voorkomen. Landbouwers Met de introductie van de landbouw (vanaf het Neolithicum) werd de mate waarin gronden geschikt waren om te beakkeren een steeds belangrijker factor in de locatiekeuze van de mens. De eerste akkergronden werden op de van nature bewerkbare en vruchtbaarste gronden aangelegd. Bovendien moesten de gronden goed ontwaterd zijn.

Op de dekzandruggen in het studiegebied is de kans het grootst op het aantreffen van resten van landbouwculturen met sedentaire nederzettingen. Resten uit deze perioden kunnen bestaan uit nederzettingsresten, bestaande uit erven (woonstalhuis, enkele bijgebouwen en waterput(ten)). Hiervan rest tegenwoordig nog een vondstniveau bestaande uit onder meer aardewerk, bouwmateriaal en houtskool en een sporen niveau. Nieuwe tijd Op basis van het historisch kaartmateriaal zijn er aanwijzingen dat er in de Nieuwe tijd (tot begin 20e eeuw) bewoning in het studiegebied heeft plaatsgevonden. Voordat erven en boerderijen een vaste plek kregen 'zwierven' deze door het landschap. Om de historische erven die op de kadastrale kaart van 1811-1832 zijn weergegeven wordt daarom een buffer van 100 meter aangehouden. Binnen deze buffer is de kans groter op het aantreffen van restanten van erven uit de Nieuwe tijd en ouder. Op enkele plaatsen in het studiegebied kunnen militaire restanten uit de Tweede Wereldoorlog worden aangetroffen. Deze resten kunnen bestaan uit resten van stellingen, wapenuitrusting en niet gesprongen explosieven. Het gehele studiegebied is verdacht gebied geschutmunitie. Diepteligging Het oppervlak voor alle archeologische perioden bevindt zich ter hoogte van het plangebied in de top van de natuurlijke afzettingen. Dit betreft de B- en of C-horizont.

Op basis van gegevens ligt deze in het grootste deel van het plangebied binnen 50 cm beneden maaiveld. Ter hoogte van de enkeerdgrond in het westen van het plangebied worden deze horizonten dieper dan 50 cm beneden maaiveld verwacht. Dit geldt ook voor de ophogingen ter plaatse van de op- en afrit van de A58. Het maaiveld is hier op basis van vergelijking met de omgeving opgehoogd met een pakket van ongeveer 1 tot 2 meter. Fysieke kwaliteit Ter hoogte het afdekkend pakket (enkeerdgrond) worden de archeologische resten relatief goed beschermd tegen bodemingrepen. Hier is de fysieke kwaliteit van de resten naar verwachting hoog. In de overige delen van het plangebied worden de resten minder goed beschermd. Hier is de fysieke kwaliteit naar verwachting gematigd. Tijdens de aanleg van de op- en afrit van de A58 heeft ophoging van het maaiveld plaatsgevonden. Het is niet duidelijk in hoeverre de bodem onder deze ophogingen nog intact is. Mogelijk is de ondergrond hier verstoord.

40

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

Advies Omdat er nog geen exacte ingrepen bekend zijn, wordt er vooralsnog vanuit gegaan dat de geplande ontwikkeling de archeologische resten bedreigen binnen het gehele plangebied. De resten zijn direct onder de bouwvoor te verwachten. Deze bouwvoor zal verwijderd worden ter plekke van de realisatie. Voor de aanpassingen van de infrastructuur aan de noord en zuidzijde van de A58 geldt dat indien ingrepen worden uitgevoerd niet dieper dan aanwezige ophogingspakketten geen archeologische vindplaatsen bedreigd worden. Indien ingrepen hier dieper dan de aanwezige ophogingspakketten reiken bestaat er een kans op de bedreiging van archeologische resten. Voor een groot deel van het studiegebied wordt vervolgonderzoek geadviseerd. Alleen ter hoogte van eerder uitgevoerd veldonderzoek is het archeologisch onderzoek al afgerond en wordt derhalve geen vervolgonderzoek aanbevolen (circa 1,4 hectare). Het overige deel van het plangebied kan worden opgedeeld in vier zones: Zone met brede archeologische verwachting tot en met de Middeleeuwen (ca. 50,3 hectare). Zone met verwachting voor beekdalgerelateerde archeologische resten (ca. 1,5 hectare). Zone met aanvullende verwachting voor de Nieuwe tijd (historische erven; ca. 9,2 hectare). Zone met aanvullende verwachting voor de Tweede Wereldoorlog (ca. 0,6 hectare).

Advieskaart archeologisch vervolgonderzoek

Voor historische erven en vindplaatsen uit de Tweede Wereldoorlog is booronderzoek geen geschikte methode om de resten op te sporen. Hiertoe is proefsleuvenonderzoek meer geschikt. Om nut en noodzaak van dit proefsleuvenonderzoek te bepalen wordt als eerste onderzoeksstap aanbevolen om in deze zones eerst een verkennend booronderzoek uit te voeren. Dit advies geldt ook voor de overige zones binnen het plangebied. Verkennend booronderzoek in de lager gelegen delen van het plangebied heeft tot doel de overgangen van hoger naar lager gelegen zones en beekdalen goed in kaart te brengen. Verkennend booronderzoek in de opgehoogde locaties ter plaatse van de op- en afritten van de A58 is benodigd indien de geplande

41

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

ingrepen dieper reiken dan de bestaande ophogingspakketten. De exacte diepte van deze maatregelen is niet bekend. Dit onderzoek heeft verder als doel de bodemopbouw en/of bodemverstoringen gedetailleerd in kaart te brengen. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de volgende technieken en strategieën: boortype: Edelmanboor (Ø 7 cm); boordichtheid en -grid: circa 5 boringen per hectare (40x50 m grid); waarnemingsmethode: snijden van de boorkern met een boormes; boordiepte: tot 30 cm in de C-horizont. Op het moment dat er meer bekend is over de exacte invulling van het plangebied, wordt in samenspraak met de gemeente Roosendaal een plan van aanpak opgesteld voor de genoemde vervolgonderzoeken.

4.5

Natuur

4.5.1

Quickscan natuurwetgeving

Door de voorgenomen ontwikkeling is mogelijk sprake van negatieve effecten op beschermde soorten of kwalificerende waarden van Natura2000-gebieden in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) of effecten op wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). In de provincie Brabant wordt het NNN, Natuur Netwerk Brabant (NNB) genoemd. Is dat kader is een quickscan flora en fauna opgesteld voor een groter studiegebied om eventuele negatieve effecten op beschermde soorten en gebieden en benodigde vervolgstappen in het kader van de Wnb in beeld te brengen (zie Bijlage 6). Dit studiegebied is groter dan het plangebied van dit bestemmingsplan. Gebiedsbescherming Natura2000-gebied Het studiegebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is "De Brabantse Wal", op ruim 4,5 kilometer afstand richting het westen.

42

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld) Ligging studiegebied (rood) ten opzichte van Natura2000-gebied De Brabantse Wal (groen)

Omdat het studiegebied niet binnen een Natura 2000-gebied ligt, zijn directe negatieve effecten, bijvoorbeeld door aantasting, op voorhand uitgesloten. Gezien de ruime afstand tot Natura 2000-gebied (ruim 4,5 kilometer), zijn effecten als gevolg van verstoring door bijvoorbeeld geluid en licht eveneens op voorhand uitgesloten. Wel is er mogelijk sprake van externe effecten, namelijk als gevolg van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van habitatsoorten door nieuwbouw en de verandering van verkeer. Daartegenover staat dat door de voorgenomen ontwikkeling circa 52 hectare aan agrarisch gebied komt te vervallen, waardoor een vermindering van stikstofdeppositie aan de orde is. De inzet van verbrandingsmotoren en -installaties veroorzaken emissies (uitstoot) van stikstofverbindingen in de vorm van NOx . De stikstofverbindingen staan via de atmosfeer neer op land en water (stikstofdepositie). Stikstof is een voedingsstof voor planten. Dit kan gevolgen hebben voor de samenstelling en daarmee kwaliteit van vegetaties en indirect dus ook habitattypen die daarvoor gevoelig zijn. Ook soorten die afhankelijk zijn van een bepaald habitattype kunnen nadelig beïnvloed worden, bijvoorbeeld door verandering van de samenstelling en structuur van de vegetatie of een verandering van voedselaanbod. Veel natuurlijke ecosystemen zijn stikstof-gelimiteerd.

Door verzuring en vermesting kan de vegetatiesamenstelling veranderen en kunnen kenmerkende soorten uiteindelijk verdwijnen. Tijdens de aanlegfase worden diverse machines ingezet voor onder andere het verwijderen van vegetatie en gebouwen en de aan- en afvoer van materialen. Hierdoor vindt stikstofdepositie plaats. Dit effect zal tijdelijk zijn. Een negatief effect door stikstofdepositie kan desondanks voor de aanlegfase niet op voorhand worden uitgesloten. Wanneer de nieuwe bebouwing gerealiseerd is en de gebruiksfase ingaat, vindt een verandering van verkeersstromen plaats. Het is noodzakelijk om berekeningen te doen om voorgaande zaken inzichtelijk te maken. Hiervoor wordt verwezen naar de Passende beoordeling in paragraaf 4.5.3. Natuurnetwerk Brabant (NNB) Aan de noordzijde van de A58 ligt ter hoogte van het studiegebied een klein bos. In het wegontwerp is opgenomen dat de weg via een brug over het Haiinkbeekje (inmiddels vervallen als ecologische verbindingszone) wordt aangelegd, of er wordt gebruik gemaakt van een duiker.

43

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

Begrenzing NNB (oranje en lichtgroene vlakken). In rood het studiegebied.

In de gebruiksfase treden echter ook nog permanente effecten op. Er zal verkeer van en naar het ziekenhuis rijden via de nieuwe verbindingsweg, wat een verandering van geluid in de omgeving kan veroorzaken. Dit geluid kan van invloed zijn op de omliggende NNB-gebieden. Soortenbescherming Om de soortbescherming te toetsen is een bureauonderzoek uitgevoerd en een veldbezoek gedaan. Voor het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van vrij beschikbare informatie, zoals verspreidingsgegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van de afgelopen 5 jaar. Het veldbezoek is uitgevoerd op 9 oktober 2019. Het onderzoek bestond uit het uitvoeren van een habitatgeschiktheidsbeoordeling. Dit is een veldonderzoek waarbij op basis van de uitkomsten van het bureauonderzoek en de fysieke kenmerken van het studiegebied een indicatie wordt gegeven van het mogelijk voorkomen van beschermde plant- en diersoorten. Tijdens het veldbezoek is globaal geïnventariseerd of en welke soorten (mogelijk) in en om het gebied aanwezig zijn. Hierbij is aandacht besteed aan alle relevante soortgroepen en beoordeeld of mogelijke standplaatsen, verblijfplaatsen, voortplantingsplaatsen of leefgebieden binnen of in de directe omgeving van het ingreepgebied (kunnen) worden aangetast bij ontwikkelingen. Binnen het studiegebied kunnen beschermde soorten voorkomen.

Het gaat om algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën, broedvogels zonder/met jaarrond beschermd nest, vleermuizen, huismussen, gierzwaluwen, grote modderkruiper, kleine marterachtigen en tijdens de bouwfase de rugstreeppad. Als gevolg van de werkzaamheden zijn mogelijke negatieve effecten op beschermde soorten niet uitgesloten en worden mogelijk verbodsbepalingen van de Wnb overtreden en is nader onderzoek vereist voordat beoordeeld kan worden of negatieve effecten uitgesloten zijn of welke maatregelen noodzakelijk zijn. Voor het nader onderzoek wordt verwezen naar paragraaf 4.5.2. Zorgplicht De Wnb kent een algemene zorgplicht. Dit betekent dat zorgvuldig met aanwezige planten en dieren moet worden omgegaan. Daarom moeten de volgende maatregelen genomen worden: Maai voorafgaand aan de werkzaamheden de vegetatie in het plangebied kort en houd deze kort

44

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

totdat de werkzaamheden zijn afgerond. Hierdoor wordt het voor grondgebonden zoogdieren minder aantrekkelijk om te verblijven in deze zone tijdens aanleg. Houd wel rekening met het broedseizoen van vogels. Voer de werkzaamheden rustig uit en dusdanig dat dieren niet ingesloten raken. Op deze manier zijn dieren in de gelegenheid om te vluchten naar andere leefgebieden. Indien na het soortgericht vervolgonderzoek blijkt dat soorten zich binnen het studiegebied bevinden en hier verblijfplaatsen of andere functies hebben, dan kan aan de hand van de resultaten van dit soortgericht onderzoek bekeken worden welk mitigerende maatregelen kunnen worden toegepast en hoe mitigatie het beste ingevuld kan worden. Aanvullende quickscan In augustus 2021 is een memo opgesteld met een aanvullende quickscan (zie Bijlage 7). Middels bureauonderzoek en veldonderzoek is aangetoond dat in het toegevoegde onderzoeksgebied voor De Bulkenaar geen beschermde soorten zijn te verwachten, anders dan al eerder vastgesteld is in de eerste quickscan. Door het ontbreken van beschermde soorten, anders dan al eerder vastgesteld, is er dus ook geen sprake van aanvullende vervolgstappen of maatregelen. Voor broedvogels met jaarrond beschermd nest geldt dat de sperwer voorkomt, vervolgstappen hiervoor zijn al reeds opgenomen in de soortgericht onderzoek rapportage.

Voor broedvogels zonder jaarrond beschermd nest en vleermuizen geldt dat mitigerende maatregelen van toepassing zijn om overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen. Mitigerende maatregelen om overtreding te voorkomen zijn opgenomen in de soortgericht onderzoek rapportage. Voor algemeen voorkomende soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren zijn maatregelen in het kader van de zorgplicht van toepassing. Maatregelen in het kader van de zorgplicht zijn beschreven in de soortgericht vervolgonderzoek.

4.5.2

Soortgericht vervolgonderzoek

Op basis van de conclusies uit de quickscan natuurwetgeving is in 2020-2021 een soortgericht vervolgonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 8). In de zomer/najaar van 2020 is soortgericht onderzoek naar huismus, gierzwaluw, roofvogels, kleine marterachtigen, steenmarter, vleermuizen, roofvogels, alpenwatersalamander en grote modderkruiper uitgevoerd. In 2021 is soortgericht onderzoek naar de steenuil uitgevoerd. Uit het onderzoek wordt geconcludeerd dat de volgende beschermde soort(groep)en en functies voorkomen in en nabij het plangebied: Gewone dwergvleermuis: 8 zomerverblijfplaatsen, 3 kraamverblijfplaatsen, essentieel foerageergebied (nabij plangebied) en essentiële vliegroutes (binnen plangebied). Watervleermuis: foerageergebied (niet-essentieel binnen plangebied, essentieel nabij plangebied en essentiële vliegroutes (binnen en nabij plangebied). Roofvogels (buizerd, sperwer): broedgevallen buiten plangebied. Het plangebied kan deel uitmaken van leefgebied. Steenuil: territorium en functioneel leefgebied overlappend met plangebied. Wezel: aanwezige populatie, leefgebied. Bunzing: jaarrond aanwezig in plangebied, leefgebied en verlbijfsplaatsen. Steenmarter: incidenteel voorkomend. Uit de effectbeoordeling blijkt dat er effecten zijn te verwachten op de volgende soorten: Gewone dwergvleermuis en watervleermuis. Broedvogels zonder jaarrond beschermd nest.

Broedvogels met jaarrond beschermd nest (sperwer en steenuil). Wezel, hermelijn en steenmarter.

45

bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)

Toetsing De Wnb regelt de bescherming van in het wild voorkomende planten en dieren. In de wet is onder meer bepaald dat beschermde dieren niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en beschermde planten niet geplukt, uitgestoken of verzameld. Daarnaast is het niet toegestaan om de directe leefomgeving van beschermde soorten, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren (artikelen 3.1, 3.5 en 3.10). De Wnb heeft dan ook belangrijke consequenties voor ruimtelijke plannen. Bovendien dient eenieder voldoende zorg in acht te nemen voor alle in het wild levende planten en dieren (algemene zorgplicht, artikel 1.11). De effecten op deze soorten en bijbehorende functies zijn getoetst aan de Wet natuurbescherming. Hieruit blijkt dat voor de volgende soorten er sprake is van overtreding van een verbodsbepaling als gevolg van het plan: Gewone dwergvleermuis (indien foerageergebied en vliegroutes worden aangetast). Watervleermuis (indien foerageergebied en vliegroutes worden aangetast). Broedvogels zonder jaarrond beschermd nest. Sperwer. Steenuil. Wezel. Bunzing. Aan de hand van het ruimtelijk casco is in het vervolgonderzoek (zij paragraaf 5.2.1 van Bijlage 8) beschreven welke effecten op de genoemde soorten mogelijk verzacht worden. Het gaat hier met name om de gebruiksfase van het gebied.

In deze fase zal het landschap meer geschikt leefgebied vormen voor een groot deel van de soorten vergeleken met de huidige situatie door de groene inrichting en schakeling van groenelementen. Verstoring in de realisatiefase kan hiermee echter nog niet worden voorkomen. Om de effecten op aanwezige soorten en functies zo min mogelijk te houden, is het van belang dat mitigerende en compenserende maatregelen op de juiste manier geborgd worden in een mitigatieplan en in het inrichtingsplan voor het landschapspark. Om negatieve effecten op aanwezige individuen te beperken en voorkomen, en voldoende functioneel leefgebied voor deze soorten tijdens de werkzaamheden te behouden dienen mitigerende maatregelen genomen te worden. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de kwetsbare perioden van de aanwezige soorten. De volgende stap is om een gedetailleerd mitigatieplan op te stellen. Aan de hand van dit mitigatieplan kan dan bepaald worden voor welke soorten het alsnog nodig is om ontheffing aan te vragen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1229/documents/32455