1 - De Bulkenaar_vastgesteld_1_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan De Bulkenaar Gemeente Roosendaal
NL.IMRO.1674.2123BULKENAAR-0401 VASTGESTELD 27 januari 2022
Contactpersoon T M E
Arcadis Nederland B.V. Maastricht
bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
5 Inleiding
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Plangebied
5
1.3
Vigerend bestemmingsplannen
6
1.4
Planopzet
6
1.5
Leeswijzer
7
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
8
2.1
Inleiding
8
2.2
Toekomstige situatie
9
Hoofdstuk 3
Beleidskader
12
3.1
Rijksbeleid
12
3.2
Provinciaal beleid
15
3.3
Regionaal beleid
22
3.4
Gemeentelijk beleid
23
3.5
Beleid waterschap
30
Hoofdstuk 4
Milieuplanologische aspecten
31
3
bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)
4.1
M.e.r.-procedure
31
4.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
31
4.3
Landschap
35
4.4
Archeologie
38
4.5
Natuur
42
4.6
Verkeerstoets
47
4.7
Bodemkwaliteit
49
4.8
Water
50
4.9
Geluid
52
4.10 Luchtkwaliteit
55
4.11 Geur
57
4.12 Externe veiligheid
61
4.13 Conventionele explosieven
64
4.14 Duurzaamheid
65
4.15 Klimaatbestendig bouwen
65
Hoofdstuk 5
Het bestemmingsplan
67
5.1
Algemeen
67
5.2
Opzet van de planregels
67
5.3
Beschrijving van de bestemmingen
68
5.4
Verbeelding
69
5.5
Handhavingsparagraaf
69
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
70
6.1
Economische uitvoerbaarheid
70
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
71
4
bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)
Toelichting Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Het Bravis ziekenhuis heeft het voornemen om op één locatie een nieuw ziekenhuis te bouwen waar alle specialistische en klinische zorg, die nu nog over twee locaties verdeeld is, in ondergebracht kan worden. Beide ziekenhuizen zijn inmiddels meer dan 50 jaar oud. Om de kwaliteit van zorgverlening te kunnen verbeteren en te integreren met nog meer faciliteiten dan nu het geval is, wordt één nieuw ziekenhuis gebouwd. Het Bravis ziekenhuis vervult een belangrijke regionale zorgfunctie voor West-Brabant en oostelijk Zeeland. Het gebied De Bulkenaar ligt in het hart van de regio en is daarmee een ideale locatie om een nieuw en modern regioziekenhuis te bouwen. Het Bravis ziekenhuis heeft ca.12 hectare nodig. Binnen de 12 hectare waarin het ziekenhuis wordt gepositioneerd, kunnen behalve het ziekenhuis ook direct gerelateerde zorgvoorzieningen zich vestigen, mits dit een aanvulling is op het voorzieningenniveau van de stad en de regio. Met de ontwikkeling van het Bravis ziekenhuis wordt een extra impuls aan de stad gegeven. De gemeente ambieert de aanleg van een mooi en goed bereikbaar zorglandschap dat als een groen uitloopgebied fungeert tussen het bestaande woongebied en het ziekenhuis.
Het doel is het versterken en realiseren van de landschappelijke kwaliteiten van De Bulkenaar zodat gezondheid, natuur en recreatie op een unieke manier met elkaar worden verbonden; een landschapspark. In het landschapspark wil de gemeente tevens de historische watersstructuren herstellen, die vroeger zo markant waren voor De Bulkenaar. Deze kunnen worden uitgebreid met duurzame moeras- en overstromingsgebieden waardoor er meer biodiversiteit in het landschap zal komen en dienen de vroegere beekbegeleidende bossen hierbij als inspiratiebron. De ontsluiting van het ziekenhuis vormt een belangrijk onderdeel van de voorgenomen ontwikkeling. Om de bereikbaarheid van het ziekenhuis te garanderen, wordt parallel aan de A58 een nieuwe verbindingsweg vanaf de Plantagebaan naar het ziekenhuis gerealiseerd. Om de voorgenomen ontwikkeling van het gebied De Bulkenaar planologisch mogelijk te maken is het voorliggende bestemmingsplan opgesteld.
1.2
Plangebied
Het gebied De Bulkenaar ligt aan de zuidwestkant van de stad Roosendaal. Het is een gebied met een landelijk karakter en wordt voornamelijk gebruikt voor agrarische doeleinden. De akkers en weilanden worden omringd door de Bulkenaarsestraat en de Huijbergseweg. Deze wegen zijn bedoeld voor bestemmingsverkeer. Aan de westkant grenst De Bulkenaar aan de snelweg A58 van Bergen op Zoom naar Roosendaal. In het plangebied bevinden zich geen woningen. Er is een op- en afrit bij Wouw/Wouwse Plantage maar die vormt geen rechtstreekse verbinding met Roosendaal. Het gebied De Bulkenaar ligt in het stroomgebied van het Rissebeekcomplex, tussen de westelijk gelegen Spuitendonksebeek en de Rissebeek in het zuiden. Tussen de buurtschappen Haiink en Bulkenaar stroomt een watergang, die onder de snelweg wordt doorgeleid en zich stroomafwaarts bij de Spuitendonkse beek voegt.
5
bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)
Het plangebied, zoals weergegeven in de volgende afbeelding, heeft een oppervlakte van circa 52 hectare en omvat tevens de nieuwe verbindingsweg tussen de Plantagebaan en het ziekenhuis.
Plangebied
1.3
Vigerend bestemmingsplannen
Met de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan komen (delen van) onderstaande bestemmingsplannen te vervallen. Bestemmingsplan Buitengebied Roosendaal Nispen Buitengebied Wouw
Vastgesteld door de gemeenteraad 2 november 2016 (onherroepelijk) 21 augustus 2012 (onherroepelijk)
Daarnaast ligt er aan de westzijde van het plangebied een voorbereidingsbesluit (vastgesteld 8 oktober 2019) voor het tracé van de voorgenomen hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 kV Rilland-Tilburg. Doel van het voorbereidingsbesluit is het betreffende gebied te vrijwaren van andere ontwikkelingen die de realisatie van de hoogspanningsverbinding in de weg kunnen staan. In het gebied waarvoor het voorbereidingsbesluit geldt, zijn er beperkingen aan het bouwen van nieuwe bouwwerken en het uitvoeren van bepaalde werken en werkzaamheden.
1.4
Planopzet
Het bestemmingsplan bestaat formeel uit twee onderdelen: een verbeelding (NL.IMRO.1674.2123BULKENAAR-0401), waarop de bestemmingen in het plangebied zijn weergegeven. Deze bestemmingen (met eventuele specifieke aanduidingen) zijn gerelateerd aan de in de planregels opgenomen juridische regeling. de planregels waarin het gebruik van de binnen het plangebied aangegeven gronden en bouwwerken
6
bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)
juridisch is geregeld. Deze regels zijn in de "Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012" (SVBP2012) zoveel mogelijk gestandaardiseerd (o.a. volgorde, indeling, benaming, begripsbepalingen, overgangsbepalingen en de slotbepaling). Deze twee onderdelen dienen in samenhang te worden bekeken en zijn juridisch bindend. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de verantwoording als bedoeld in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn opgenomen. Ook maken de uitkomsten van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1. Bro deel uit van de toelichting.
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de locatiekeuze, het plangebied en geeft een beschrijving van de toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 beschrijft, voor zover relevant, in hoofdlijnen de beleidsdocumenten die door de te onderscheiden overheden zijn gepubliceerd. Deze beleidsdocumenten vormen het planologisch kader op zowel rijks-, provinciaal-, regionaal als gemeentelijk niveau van onderhavig bestemmingsplan. De uitgangspunten en randvoorwaarden die ten grondslag liggen aan de voorgestane ontwikkelingen komen vervolgens in hoofdstuk 4 aan bod. Hoofdstuk 5 gaat in op de juridische regeling van het bestemmingsplan en in hoofdstuk 6 worden zowel de economische als maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven.
7
bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)
Hoofdstuk 2
2.1
Planbeschrijving
Inleiding
Het Bravis ziekenhuis is op 1 januari 2015 ontstaan uit de fusie van het Lievensberg ziekenhuis Bergen op Zoom en het Franciscus Ziekenhuis Roosendaal om daarmee de ziekenhuiszorg in westelijk West-Brabant en het oostelijk deel van Zeeland voor de langere termijn te borgen. De ziekenhuiszorg van het Bravis ziekenhuis strekt zich uit van de Zeeuwse gemeente Tholen en het oostelijk deel van de gemeente Reimerswaal tot Breda, en van Putte en Essen op de grens met België tot Moerdijk. Momenteel wordt door Bravis ziekenhuiszorg verleend vanuit twee hoofdlocaties in Bergen op Zoom en Roosendaal, drie poliklinieklocaties in Etten-Leur, Oudenbosch en Steenbergen, meerdere kleine locaties bij netwerkpartners als huisartsen, verpleeghuizen en mytylschool, en inmiddels ook bij patiënten thuis. In de jaren na de fusie is veel ziekenhuiszorg samengebracht op één van beide hoofdlocaties, om daarmee de zorg in de regio te behouden en de kwaliteit te verbeteren. De twee hoofdlocaties vormen samen één ziekenhuis met het volledige zorgaanbod. Ziekenhuiszorg is verschillend van aard voor de chronische patiënt, voor de electieve patiënt die voor een planbare behandeling naar het ziekenhuis komt, en voor de patiënt die acute medische zorg nodig heeft. Elke acute patiënt moet ook in de toekomst erop kunnen vertrouwen dat hij de juiste zorg op het juiste moment op de juiste plaats krijgt.
Voor de acute patiënt is het belangrijk dat vereiste specialisten en faciliteiten onder één dak aanwezig zijn. Al in de visie op de ziekenhuiszorg van juni 2013, opgesteld door de voormalige ziekenhuizen Lievensberg en Franciscus, staat beschreven dat de twee hoofdlocaties als een tussenfase worden gezien. In het beleidsplan 2019-2021 “Samen word je beter” van Bravis wordt ingegaan op een nieuwe visie op de medisch-specialistische zorg en de fundamentele keuzes die Bravis moet maken over het toekomstige medisch specialistische aanbod en het daarbij behorende ziekenhuisgebouw. Twee ziekenhuizen binnen een straal van 15 km is geen optimale situatie. De huidige inrichting met twee hoofdlocaties is om meerdere, maar overwegend medisch inhoudelijke redenen, niet toekomstbestendig. Eén nieuw ziekenhuis is nodig omdat: De samenwerking tussen aanverwante specialismen ten behoeve van ernstig zieke patiënten wordt geoptimaliseerd, en dit leidt tot betere en effectievere zorg. Ook is verplaatsing tussen de locaties van deze patiënten niet meer nodig. Dit verkleint de risico's en er kan beter worden ingespeeld op de toenemende comorbiditeit (het hebben van meerdere aandoeningen) van patiënten.
De positionering van (klinische) zorg op één hoofdlocatie levert meer mogelijkheden op voor het verder organiseren van geïntegreerde zorg rondom de patiënt, mede door de optimale inzet van capaciteiten en deskundigheden van zorgverleners. Hierdoor is een verdere verbetering van de kwaliteit van zorg mogelijk. Eén hoofdlocatie maakt een einde aan de verdeling en het reizen van patiënten alsmede aan het ongemak dat daarmee gepaard gaat. Daarnaast kan de patiëntenzorg, vooral die van centrale voorzieningen als spoedeisende eerste hulp, operatiekamers, intensieve zorg en hartbewaking, efficiënter worden ingericht doordat schaarse zorgverleners en dure apparatuur niet over twee locaties zijn verdeeld. Eén hoofdlocatie geeft de mogelijkheid om te investeren in betere zorg en meer tijd voor de patiënt. Ten slotte kan het schaarse zorgpersoneel op één locatie efficiënter worden ingezet en gaat er geen tijd verloren aan reizen tussen twee vestigingen. Daarmee verstevigt Bravis zijn positie als aantrekkelijke werkgever. Vanaf 2025 wil Bravis de complexe en dure ziekenhuisvoorzieningen concentreren op één hoofdlocatie.
8
bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)
Dit zal ertoe leiden dat de ziekenhuiszorg beter en integraler is, met nog meer faciliteiten dan op dit moment het geval is. Het ziekenhuis zal in 2030 volledig operationeel zijn.
2.2
Toekomstige situatie
Inleiding De doelstelling van de gemeente Roosendaal is het ontwikkelen van locatie De Bulkenaar waarbij de realisatie van een nieuw ziekenhuis in 2025 als katalysator dient voor de gehele ontwikkeling van het gebied. Daarbij vormt de verkeersontsluiting een belangrijk onderdeel van de locatieontwikkeling en is landschappelijke inpassing een belangrijk aandachtspunt in de planuitwerking. In dit kader heeft de gemeente Roosendaal een gebiedsvisie (vastgesteld 28 mei 2020) opgesteld voor het gebied De Bulkenaar (zie Bijlage 1). Deze gebiedsvisie geeft de uitgangspunten voor de gebiedsontwikkeling en dit bestemmingsplan. De gemeente wil een aantrekkelijk en goed bereikbaar, groen uitloopgebied realiseren tussen het woongebied en het nieuw te ontwikkelen Bravis ziekenhuis.De Bulkenaar wordt een gebied waar ontspanning, natuur en zorg elkaar ontmoeten en versterken; hier is alle ruimte voor de beste zorg. Vijf ambities De gemeente heeft de ambitie voor De Bulkenaar verdeeld in vijf thema's. 1. Duurzaam gebruik van de ruimte Bij het ontwikkelen van het gebied willen de gemeente zoveel mogelijk duurzame keuzes maken. De gemeente legt de nadruk op een veilige en gezonde leefomgeving, duurzaam bouwen en oog voor natuur en ongevingskwaliteit. Ook de bereikbaarheid van het gebied is belangrijk: de ontsluiting van de wijk Tolberg is een prioriteit.
De Bulkenaar moet een groen uitloopgebied krijgen, dat het ziekenhuis en de wijk Tolberg met elkaar verbindt. 2. Innovatief zorglandschap De gemeente wil van De Bulkenaar een plek maken waar gezondheid en genieten van de omgeving en natuur samenkomen. Aan het ziekenhuis gerelateerde zorgpartners werken er samen aan de zorg van de toekomst: met een nieuwe visie op de medisch-specialistische zorg in 2030. De nieuwste ontwikkelingen in de zorg worden ook meegenomen in de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied. De bebouwing moet qua ontwerp natuurlijk perfect in de omgeving passen. De landschappelijke inpassing vloeit mede voort uit het provinciaal beleid. 3. Optimale infrastructuur Zowel het ziekenhuis als de wijk Tolberg moeten goed bereikbaar zijn. Eventuele verkeers- en geluidsoverlast dient tot een minimum te worden beperkt. Er is dan ook veel aandacht voor de infrastructuur in het gebied. Voor een goede aansluiting op rijkswegen, maar ook voor goede fietsroutes en aansluiting op het openbaar vervoer. Parkeergelegenheid en verkeersdrukte zijn belangrijke onderwerpen die de gemeente meeneemt in de planvorming. 4. Mobiliteit Een nieuwe ontsluitingsweg voor het ziekenhuis is noodzakelijk, maar het ziekenhuis moet ook goed bereikbaar zijn voor voetgangers, fietsers en met het openbaar vervoer.
De bereikbaarheid van het ziekenhuis zal een onderdeel worden van de nieuwe OV concessie in 2023. De Bulkenaar biedt kansen voor gedeelde mobiliteit, wat ervoor kan zorgen dat het aantal autoritten beperkt blijft. Er zal dan ook geïnvesteerd worden in goede alternatieven voor de auto. Dit gebeurt nu al, met de realisatie van een aftakking van de snelfietsroute tussen Roosendaal en Bergen op Zoom. Op langere termijn kan een extra treinstation tot de mogelijkheden behoren.
9
bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)
5. Landschap en recreatie De gemeente wil het landelijke karakter van de Bulkenaar behouden. Het wordt een plek waar je heerlijk kunt wandelen, hardlopen en genieten van de rustige omgeving. Bij de ruimtelijke invulling wordt goed gekeken naar de historische elementen van het landschap: een voormalig beekdal met bijbehorend struikgewas en kleinschalige percelen. Zo wordt bijvoorbeeld de historische beekloop in ere hersteld en voorzien van beekbegeleidende beplanting (moerasbos) en komen de historische landschapskamers terug in het gebied. Dat karakter wil de gemeente herstellen en zo wordt ook de ecologische kwaliteit en de belevingswaarde van het gebied verhoogd. 'Gezond' en 'groen' staan hierbij voorop. Gebiedsvisie De Bulkenaar is de locatie waar Bravis zich vanaf 2025 zal vestigen. De Bulkenaar ligt ten westen van de wijk Tolberg. Aan de westzijde van gebied de Bulkenaar ligt de A58, aan de noordzijde het gehucht Bulkenaar en het spoor en aan de zuidkant het gehucht Haiink. De komst van het nieuwe Bravis ziekenhuis vormt de aanleiding om De Bulkenaar te ontwikkelen tot zorglandschap. Hieronder wordt een groen landschapspark verstaan met volop mogelijkheden om te recreëren met daarin een gebied van ongeveer 12 hectare voor maatschappelijke functies (zorg). Bravis kan zich met enkele gerelateerde zorgaanbieders vestigen in dit zorggedeelte van het landschapspark.
Daarmee wordt ruimte gecreëerd voor toekomstgerichte zorg waarvan de hele regio zal profiteren. De Bulkenaar zal een waardevol gebied worden voor de stad Roosendaal, want behalve hoogwaardige zorg in de nabijheid ontstaan er voor de bewoners van de wijk Tolberg extra mogelijkheden om dichtbij huis te recreëren.
Uitsnede visiekaart
Ziekenhuis Binnen het plangebied is 12 hectare beschikbaar voor de ontwikkeling van het Bravis ziekenhuis. Het ziekenhuis zal maximaal 110.000m2 b.v.o. omvatten, waarbij de bouwhoogte maximaal 20 meter hoog, met een beperkte uitzondering tot maximaal 30 meter. Ook aan het ziekenhuis gerelateerde zorgverleners krijgen de mogelijkheid, in overleg met Bravis, om zich daar te vestigen, mits dit een aanvulling is op het voorzieningenniveau van de stad en de regio. Bravis heeft een visie op de medisch specialistische zorg in de regio West-Brabant en het oosten van Zeeland in 2030 opgesteld. Alle te verwachten toekomstige ontwikkelingen worden in deze visie vertaald naar de koers die Bravis de komende jaren gaat varen. Daarnaast fungeert deze visie onder andere als inspiratie en leidraad voor de keuzes die Bravis moet maken met betrekking tot het ontwerp van het
10
bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)
toekomstige ziekenhuisgebouw. Ontsluiting en mobiliteit De aansluiting van het ziekenhuis op de A58 wordt via afrit Wouw met een parallel liggende ontsluititingsweg gerealiseerd. Deze ontsluitingsweg heeft een minimale impact op de omgeving; landschappelijk wordt het gebied nauwelijks doorsneden en er zijn nagenoeg geen omwonenden die overlast ervaren van het verkeer. Daarnaast is onderzoek gedaan naar de bereikbaarheid van de wijk Tolberg, een van de grootste wijken van Roosendaal. Ondanks zijn geografische ligging en de nabijheid van de A58, is de wijk niet optimaal aangesloten op het rijkswegennet. Ook de ligging tussen de sporen (gelijkvloerse spoorwegovergangen) richting België en Zeeland maakt de ontsluiting van de wijk kwetsbaar. Een extra aansluiting voor de wijk in westelijke richting bleek een groot probleemoplossend vermogen te hebben voor de robuustheid van het onderliggend wegennet en de wijk Tolberg. Op basis van de bevindingen uit het onderzoek, impact op de omgeving en de ruimtelijke inpassing is gekozen voor de zuidelijke ontsluitingsweg Tolberg. In onderhavig bestemmingsplan is voor deze zuidelijke ontsluitingsweg een reserveringszone opgenomen, zodat de ontwikkeling in de toekomst niet onmogelijk wordt gemaakt.
In de visie voor Transitiestrategie Gedeelde Mobiliteit 2023 (provincie Noord-Brabant) is de Bulkenaar aangewezen als zoekgebied voor een (regionale) HUB. Dit betekent dat het een knooppunt voor allerlei soorten verkeer kan worden. Bezoekers en werknemers van het Bravis wil de gemeente met de realisatie van de HUB een volwaardig alternatief voor de auto bieden. Een hoogwaardige HUB, eventueel gecombineerd met een Park&Ride, kan ook de overstaplocatie zijn voor gedeelde mobiliteit en regionale buslijnen. De gemeente ziet op langere termijn op De Bulkenaar de potentie voor een extra treinstation. Het ziekenhuis zal extra reizigers genereren, maar ook voor de bewoners van Roosendaal en de regio kan een treinstation op deze locatie betekenis hebben. De mogelijkheden die een hoogwaardige HUB op termijn op locatie De Bulkenaar heeft, wordt gezamenlijk met de provincie en de regio West-Brabant (RWB) onderzocht. Zodoende kan er sprake zijn van een HUB als groeimodel. Deze mogelijke, toekomstige HUB maakt geen onderdeel uit van onderhavig bestemmingsplan. Dwars door plangebied De Bulkenaar loopt fietsroute F58, een snelfietsroute tussen Roosendaal en Bergen op Zoom. De F58 is een fietsroute met een potentie van 1000 nieuwe fietsers per dag en dit aantal zal aanzienlijk groeien met de komst van het Bravis ziekenhuis.
De fietsroute krijgt een aftakking richting het ziekenhuis en is goed inpasbaar in een groene zorgomgeving van een ziekenhuis. Met een snelfietsroute en de opkomst van E-bikes, krijgen met name de forenzen een alternatief voor de auto. Landschap en recreatie Het landelijk karakter van De Bulkenaar wordt door veel omwonenden gewaardeerd. De ontwikkelingen van de laatste honderd jaar hebben de natuurlijke landschapskarakteristiek van het gebied echter vervlakt. Verkaveling en ontwatering zorgden voor rechte en egale kavels, veelal in gebruik als grasland. De ontwikkeling van De Bulkenaar als landschapspark maakt het nu mogelijk om de leesbaarheid van het landschap te herstellen, de ecologische kwaliteit te verhogen en meer recreatieve belevingswaarde aan De Bulkenaar te geven. Het ligt voor de hand om het ziekenhuis op de hogere gedeeltes van het gebied te situeren en de lagere gedeeltes in te zetten voor waterhuishouding, recreatie en natuurbeleving. Daarbij wordt onder meer gedacht aan het herstel van de natuurlijke beken. Daartussen is de mogelijkheid om groene, natuurlijke zones te plannen waar volop gerecreëerd kan worden, met ruimte voor mens en dier. Er kunnen wandelpaden, fietspaden en ontmoetingszones worden aangelegd in een parkachtige omgeving.
Om deze ambitie mogelijk te maken is in onderhavig bestemmingsplan de bestemming 'Groen-landschapspark' opgenomen en wordt een landschappelijk inrichtingsplan uitgewerkt voor de verdere invulling van dit landschapspark.
11
bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Nationale Omgevingsvisie is de rijksvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving en de opvolger van de Structruurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Met de NOVI kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die er voor Nederland liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt ook om zorgvuldige keuzes, want de ruimte, zowel boven- als ondergronds, is een schaars goed. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationaal belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan het inrichten van de fysieke leefomgeving. De Nationale Omgevingsvisie richt zich daarbij op vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden. Onze steden en regio's sterker en leefbaarder maken. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen.
ad 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, hogere rivierafvoeren, wateroverlast en langere perioden van droogte. Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Voordeel is dat daarmee tegelijk de leefomgevingskwaliteit verbeterd wordt en het kansen biedt voor natuur (biodiversiteit). In 2050 heeft Nederland een duurzame energievoorziening. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windturbines en zonnepanelen. Het Rijk zet zich daarnaast in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. ad 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan Nederland zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Dit vraagt goede verbindingen via weg, spoor, lucht, water en digitale netwerken en een nauwe samenwerking met internationale partners, Het Rijk zet in op een sterk en innovatief vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van wonen, bewegen, recreëren, ontmoeten en ontspannen.
Belangrijk is wel dat de Nederlandse economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. Het Rijk zet daarbij in op het gebruik van duurzame energiebronnen en op verandering van productieprocessen, zodat Nederland niet langer afhankelijk is van eindige, fossiele bronnen. ad 3. Sterke en gezonde steden en regio's Nederland versterkt het Stedelijk Netwerk Nederland en breidt deze uit, waarbij de richting van de verstedelijking wordt gekoppeld aan die van de ontwikkeling van (OV-)infrastructuur. Wonen en werken worden zoveel mogelijk in elkaars nabijheid ontwikkeld in de regio's waar er vraag is. Om het netwerk als geheel te benutten, zijn goede verbindingen tussen de stedelijke regio's nodig. Het Rijk hanteert een
12
bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)
integrale verstedelijkingsstrategie voor duurzame stedelijke ontwikkeling, waarbij verstedelijking geconcentreerd plaatsvindt in de regio. Bij de invulling van de integrale verstedelijkingsstrategieën op regionale schaal wordt ingezet op een voorkeursvolgorde voor de ontwikkeling van nieuwe woon- en werklocaties. Deze volgorde wordt ook gehanteerd als groei in niet-stedelijk gebied moet plaatsvinden. Het Rijk richt de leefomgeving zo in dat deze een actieve, gezond leefstijl en maatschappelijke participatie bevorderd en versterkt het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad. Daarbij worden steden en regio's klimaatbestendig ingericht. ad 4. Toekomstbestendigeontwikkeling van het landelijk gebied Nederland zet in op het verbeteren van de balans tussen landgebruik en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dit betekent dat landgebruik in balans wordt gebracht met natuurlijke systemen en dat ontwikkelingen in het landelijk gebied niet ten koste gaan van landschappelijke kwaliteiten. Het landgebruik moet meer afgestemd worden op zoetwaterbeschikbaarheid en -gebruik. Middels een voorkeursvolgorde regionaal waterbeheer wordt ingezet op het voorkomen van wateroverlast en tekorten. Het Rijk maakt een duurzaam en vitaal landbouw- en voedselsysteem mogelijk, gebaseerd op kringlopen en natuurinclusiviteit.
De biodiversiteit wordt beschermd en versterkt en het natuurlijk kaptiaal wordt duurzaam benut. Het Rijk zet in op het versterken en beschermen van unieke landschappelijke kwaliteiten. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Hierbij wordt het omgevingsbeleid landschapsinclusief. Om de beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. 3. Afwentelen wordt voorkomen.
Afweging met NOVI
De uitvoering van de NOVI vraagt om nieuwe manieren van samenwerken met blijvende brede, maatschappelijke betrokkenheid en inzet van overheden. Hierbij hanteert het NOVI vier uitgangspunten: We werken als één overheid, samen met de samenleving. We stellen de opgave(n) centraal. We werken gebiedsgericht. We werken permanent en adaptief aan de opgaven. De ontwikkeling die met bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, doet op geen enkele wijze afbreuk
13
bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)
aan het ruimtelijk beleid van het Rijk. De voorgenomen ontwikkeling voegt landschapskwaliteit toe en versterkt het aanbod van groen in en nabij de stad. Teven wordt het gebied klimaatbestedig ingericht en wordt de nieuwe ontwikkeling gekoppeld aan de ontwikkeling van nieuwe infrastructuur.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
De nationale belangen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte die juridische borging vragen, xijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De AMvB is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en provinciale inpassingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Met het Barro geeft het Rijk aan dat ingezet wordt op zuinig ruimtegebruik, bescherming van kwetsbare gebieden en bescherming van het land tegen overstroming en wateroverlast. In het Barro staat aan welke regels (rijksbelangen) de gemeenten en provincies zich moeten houden, bijvoorbeeld bij het opstellen van een bestemmingsplan. In het verlengde van het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) van kracht. Voor het plangebied is het volgende besluit relevant. Besluit 2.6 Defensie Ten behoeve van de defensietaken beheert het ministerie van Defensie ongeveer 350 gebieden, terreinen, installaties of gebouwen. Een aantal daarvan is essentieel voor die taken, en deze worden alle aangewezen in dit besluit en begrensd in de Ministeriële Regeling behorende bij dit besluit.
Het betreft een vijftigtal oefenterreinen, een vlootbasis, vier kazernes, zeven luchthavens en een vliegkamp, zeven schietterreinen op het vasteland en nog enkele schietgebieden op de Noordzee, enkele zend- en ontvanginstallaties, radarstations en munitieopslagplaatsen en hun beperkingengebieden Deze titel bevat regels ter borging van de rijksbelangen ten aanzien van defensie. De planologische betrokkenheid van het rijk betreft in de praktijk de bescherming van de bestemming van defensieterreinen en -objecten (direct ruimtebeslag) en de beperkingen vanuit defensiedoeleinden welke, bijvoorbeeld in het belang van de nationale veiligheid, moeten worden gesteld aan het gebruik van gebieden (indirect ruimtebeslag). De regels in deze titel zijn zo geformuleerd dat de beleidsvrijheid van gemeenten en provincies niet meer worden beperkt dan voor het functioneren van Defensie strikt noodzakelijk is. Bij indirect ruimtebeslag worden aan ruimtelijke ontwikkelingen niet meer beperkingen gesteld dan nodig is ter bescherming van het betrokken belang. Het plangebied is gelegen in het radarverstoringsgebied van vliegbasis/radarstation Woensdrecht. Gebouwen met een grotere hoogte dan 75 meter boven NAP kunnen aanleiding geven tot verstoring van het radarbeeld en dienen vooraf op radarverstoring te worden getoetst.
Het radarverstoringsgebied is juridisch-planologisch vastgelegd in dit bestemmingsplan. Echter maakt dit bestemmingsplan geen bebouwing hoger dan 75 meter mogelijk.
14
bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 - partiële herziening 2014
De structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010, partiële herziening 2014, is begin 2014 vastgesteld door Provinciale Staten en op 19 maart 2014 in werking getreden. In de structuurvisie geeft de provincie aan hoe zij omgaan met de ruimtelijke opgave voor de periode tot 2025, met een doorkijk naar 2040. Met als doel een goede woon-, werk- en leefomgeving. De provincie onderscheidt binnen de stedelijke structuur twee ontwikkelingsperspectieven: stedelijk concentratiegebied en kernen in het landelijk gebied. De autonome ontwikkelingen in het landelijk gebied (agrarische bedrijven die stoppen versus schaalvergroting en intensivering) vragen om een herijking van de ontwikkelingsruimte in het landelijk gebied. De woonwensen en de leefbaarheid in de dorpen en steden, de behoefte aan gebiedseigenheid en identiteit van stad, dorp en landschap en klimaatverandering staan in de volle aandacht. Noord-Brabant wil blijven ontwikkelen, maar Noord-Brabant stelt ook eisen aan de kwaliteit van de leefomgeving. Daarom gaat de provincie, meer dan voorheen, duurzaam en zorgvuldig om met de leefomgeving en de ruimte. Ze wil een goede relatie creëren tussen wonen en werken in de stedelijke omgeving en een groene landelijk omgeving daarbuiten. Hierbij staan veertien ruimtelijke belangen centraal.
De voor dit plan (in meer of mindere mate) relevante ruimtelijke belangen zijn: Multifunctioneel landelijk gebied; Groene geledingszone tussen steden; (Inter)nationale bereikbaarheid; Beleefbaarheid stad en land vanaf de hoofdinfrastructuur. De inhoud van de structuurvisie omvat 3 delen. Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Op basis van trends en ontwikkelingen heeft de provincie haar ruimtelijke belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. In haar sturing biedt zij gemeenten meer ruimte om afwegingen te maken in een aantal vooraf gestelde kaders. Daarnaast zet de provincie zelf een aantal ontwikkelingen in gang. De provinciale filosofie is: Samenwerken aan kwaliteit. De provincie realiseert haar doelen op vier manieren: door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren. In deel B staan de ambities, het beleid en de uitvoering voor de vier ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. Voor iedere structuur formuleert de provincie ambities en beleid. Per beleidsdoel is aangegeven welke instrumenten de provincie inzet om haar doelen te bereiken. Deel C betreft het deel van de Interimstructuurvisie, dat vanaf 1 januari 2011 van kracht blijft.
Het is de onderbouwing voor locatiekeuze, nut en noodzaak van de concrete ontwikkelprojecten Logistiek Park Moerdijk (LPM) en Agro & Food Cluster West-Brabant (AFCWB). De provincie heeft geen aparte ruimtelijke visie op het landschap ontwikkeld, maar geeft die onder andere vorm in de Uitwerking gebiedspaspoorten. Daarin beschrijft de provincie welke landschapskenmerken zij op regionaal niveau van belang vindt en hoe deze versterkt kunnen worden. In de uitwerking beschrijft de provincie twaalf Brabantse landschapstypen. Voor elk landschapstype geeft zij de kenmerkende landschapskwaliteiten en haar ambitie om deze kwaliteiten te versterken bij nieuwe ontwikkelingen. Hiermee wil de provincie gemeenten en initiatiefnemers stimuleren om de kwaliteit van het Brabantse landschap te versterken. De Uitwerking gebiedspaspoorten is niet verplichtend, maar biedt een handreiking. Het plangebied ligt in het gebiedspaspoort 'West-Brabantse Venen'.
15
bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)
De gebiedspaspoortenkaart met het gebiedskenmerk van het plangebied
GebiedspaspoortWest-BrabantseVenen In West-Brabantse venen zijn twee grotere suburbane kernen ontstaan, Roosendaal en Etten-Leur. Beide kernen hebben bij de snelle groei van de afgelopen decennia weinig relatie gezocht met het omliggende landschap. Vooral de hoofdwegen en spoorlijnen hebben de ontwikkeling van het stedelijke gebied bepaald. Verspreid in het buitengebied, meestal omgeven door een open landelijk gebied, liggen kleinere dorpskernen met een echt landelijk woonmilieu. Het overige deel van het voormalige veenlandschap heeft een nog sterk agrarisch karakter, dat gekenmerkt wordt door relatieve openheid en blokverkavelingen, en dat wordt doorsneden door linten en boscomplexen. De ambitie voor West Brabantse Venen is het herstellen van de relatie stad-landschap bij de grote steden. Dit kan onder meer door: Het versterken van de identiteit en natuurwaarden van de halfopen- en besloten cultuurlandschappen van het gemengd landelijk gebied. Het versterken van natuur- en landschapswaarden in groene (geledings)zone tussen de steden Bergen op Zoom, Roosendaal en Etten-Leur. Het verbeteren van de relatie van Roosendaal en Etten-Leur met het omliggende landschap. Dit kan door het creëren van een meer geleidelijke overgang van stedelijk gebied naar het buitengebied bij uitbreiding van het stedelijk gebied.
De relicten van de veenontginningsgeschiedenis te gebruiken als inspiratiebron voor toekomstige ontwikkelingen zodat deze structuren weer zichtbaar worden in het landschap. De cultuurhistorische waarden van de West-Brabantse Venen in hun samenhang verder te ontwikkelen, te beschermen en toeristisch-recreatief te ontsluiten. Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief van het archeologisch landschap. Het versterken van de ecologische waarden van het landschap door te sturen op behouden of ontwikkelen kenmerken van het landschap, waarbij kenmerkende plant- en diersoorten van de halfopen en besloten cultuurlandschappen, de open weide- en akkergebieden en de waterlopen goede indicatoren zijn. De ontwikkeling van het landschapspark in De Bulkenaar draagt bij aan de ambitie om de relatie tussen stad en landschap bij Roosendaal te herstellen.
16
bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)
3.2.2
Omgevingsvisie Noord-Brabant 2018
Op 14 december 2018 is door Provinciale Staten van Noord-Brabant de Brabantse Omgevingsvisie "De kwaliteit van Brabant - Visie op Brabantse leefomgeving" vastgesteld. Deze Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De Brabantse Omgevingsvisie geeft aan hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zou moeten zien. En waar de provincie in 2030 tenminste moet staan om die lange termijndoelen te halen. De visie noemt een basisopgave en vier hoofdopgaven: De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energied op gaan wekken. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen.
Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken/ Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt. De vier hoofdopgaven zijn belangrijk voor heel Brabant en spelen ook in de hele provincie. Bij de uitwerking van de vier hoofdopgaven is de basisopgave 'een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit' leidend. Om de doelen van de hoofdopgave 'Werken aan de slimme netwerkstad' te bereiken, wordt ingezet op een samenhangende ruimtelijke koers waarin stad, land en mobiliteit met elkaar verbonden worden. Ingezet wordt op duurzame verstedelijking waarbij uitbreiding van het bestaande stedelijke gebied in steden en dorpen alleen wenselijk is vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. Het streven is naar een stedelijk netwerk dat de gezondheid en het leefklimaat van de Brabanders versterkt. Aandacht gaat uit naar de milieukwaliteit en een aantrekkelijke en bereikbare groene omgeving en voorzieningenstructuur.
Nabijheid en menging van wonen, werken, voorzieningen, parken en natuur draagt niet alleen bij aan gezondheid, maar nodigt ook uit tot sociale contacten en draagt daardoor bij aan de sociale cohesie binnen steden en dorpen. Dit is essentieel voor het functioneren van de slimme netwerkstad. Het gaat daarbij om het creëren van ontmoetingsplekken en een omgeving die uitnodigt tot sociale activiteiten. De primaire verantwoordelijkheid voor het maken van keuzes over de inrichting van de fysieke leefomgeving ligt bij gemeenten. De provincie wil gemeenten volop ruimte bieden om hierin hun verantwoordelijkheid te nemen. Hierbij staan gemeenten niet los van hun omgeving. Door samen te werken met andere overheden, inwoners, bedrijfsleven en kennisinstellingen worden doelen makkelijker en sneller behaald. De provincie wil met deze visie bijdragen door de verdere invulling van de vier hoofdopgaven samen met gemeenten en andere partijen op te pakken. Regionale samenwerking heeft belangrijke toegevoegde waarde om regio als koppelstuk te benutten. De Brabantse Omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen.
De concrete doelen, voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milie, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit staan nu nog in bestaande plannen van de provincie, zoals het Provinciaal Milieu- en Waterplan (PMWP), de structuurvisie Ruimtelijke Ordening, de nota Brabant Uitnodigend Groen (BrUG) en het Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan (PVVP). De voorgenomen ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, past binnen het beleid van de Omgevingsvisie Noord-Brabant.
17
bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)
3.2.3
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 2019
De Interim omgevingsverordening betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. Per onderwerp zijn in de verordening gebieden tot op perceelsniveau begrensd. De onderwerpen in de verordening komen uit de provinciale omgevingsvisie en structuurvisie; de belangrijkste onderwerpen in de Interim omgevingsverordening zijn: omgevingskwaliteit; stedelijke ontwikkelingen; duurzame energie; natuurgebieden en andere gebieden met waarden; agrarische ontwikkelingen; overige ontwikkelingen in het buitengebied. Voor sommige onderwerpen zijn in de verordening regels opgenomen waarmee gemeenten rekening moeten houden bij het opstellen van ruimtelijke plannen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant wordt onderscheid gemaakt tussen rechtstreeks werkende regels en instructieregels gemeenten. Rechtstreekswerkende regels Binnen het onderhavige plangebied zijn geen rechtstreeks werkende regels ten aanzien van milieubescherming van toepassing.
Voor de rechtstreeks werkende regels landbouw is het gebied aangeduid als 'Landelijk gebied'. Daarnaast is een kleine zone aangeduid als 'Beperkingen veehouderij'. Instructieregelsgemeenten Voor het plangebied zijn de volgende instructieregels gemeenten van toepassing. Verstedelijking Afweegbaar (instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed) gelegen in het gebied tussen de Bulkenaarsestraat en de Huijbergseweg. Behoud en herstel van watersystemen (Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden) rondom het Haiinkbeekje. Beperking veehouderij (Instructieregels gemeenten: specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen rondom het Haiinkbeekje. Normen wateroverlast buiten stedelijk gebied (Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid en -berging). Normvrij gebied (Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid en -berging) rondom het Haiinkbeekje. Verstedelijking afweegbaar
18
bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)
Verstedelijking afweegbaar - instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed (paars gearceerd)
Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen stedelijk gebied en bevat, conform 'artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling' een onderbouwing dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken en het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie.
In afwijking van artikel 3.42 kan een bestemmingsplan, ter plaatse van 'verstedelijking afweegbaar' voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als: binnen stedelijk gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken; de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het stedelijk gebied. Voor de ontwikkeling van voorgenomen initiatief is onvoldoende ruimte beschikbaar binnen het bestaand stedelijk gebied. Voor de ontwikkeling van een modern ziekenhuis behoort transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden. De ontwikkeling past binnen de regionale afspraken en de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting houdt rekening met de omgevingskwaliteit in het gebied en de naaste omgeving en geeft invulling aan de principes van kwaliteitsverbetering landschap. Het Haiinkbeekje heeft de bestemming water gekregen. Tot slot zijn agrarische functies binnen het plangebied niet toegestaan.
De voorgenomen ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, is niet strijdig met
19
bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)
de Interim omgevingsverordening.
3.2.4
Kwaliteitsverbetering landschap
Kwaliteitsverbetering is maatwerk. In het bestemmingsplan dient benoemd te worden waar de kwaliteitsverbetering uit bestaat. In de 'Nota Landschapsbeleid 2015' is als volgt opgenomen: "Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wil de provincie dat de initiatiefnemer zorgt voor een kwaliteitsverbetering van het landschap om daarmee het verlies aan omgevingskwaliteit te beperken. Concreet betekent dit dat passende functies zich kunnen ontwikkelen als er ook een prestatie voor het landschap tegenover staat. Daardoor wordt aantasting van de basiskwaliteit (bodem, water) en verlies aan ecologische, cultuurhistorische en landschappelijke waarden voorkomen. Ontwikkelingen die passen bij de aard, schaal en functie van het landelijk gebied zijn mogelijk. In principe gaat de provincie uit van de realisering van een fysieke prestatie op de projectlocatie en/of de directe projectomgeving." In dit geval wordt voor de kwaliteitsverbetering een landschapspark ontwikkeld rondom het ziekenhuis. De ontwikkeling van het landschapspark herstelt de leesbaarheid van het landschap, verhoogt de ecologische kwaliteit en geeft meer recreatieve belevingswaarde aan het gebied De Bulkenaar. Hiervoor is een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld (zie Bijlage 3).
3.2.5
Ontwerp omgevingsverordening
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben op 23 maart 2021 de ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. Het ontwerp is opgesteld om te voldoen aan de nieuwe Omgevingswet en zal van kracht worden tegelijkertijd met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Bij het opstellen van de ontwerp omgevingsverordening zijn de huidige regels in de Interim omgevingsverordening als uitgangspunt gehanteerd. De belangrijkste wijzigingen zijn: Er is aansluiting gezocht bij de opbouw van de rijksregels. Diverse nadere regelingen zijn in de Omgevingsverordening verwerkt. Vanwege het vervallen van de Wet bodembescherming zijn nieuwe regels opgenomen om verontreiniging van het grondwater te voorkomen. Het voorstel is om daarvoor ook voorbeschermingsregels vast te stellen. De aanwijzing van voor verzuring gevoelige kwetsbare gebieden (Wav-kaarten) is vervallen. De rechtstreeks werkende regels voor de ontwikkeling van veehouderij en mestbewerking vervallen. Het voorstel is om die te vervangen door voorbeschermingsregels. De rechtstreeks werkende regels gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) zijn vervallen. Er is een attentiezone geluid opgenomen langs provinciale wegen waarbinnen aandacht wordt gevraagd voor het oprichten van geluidgevoelige bebouwing.
Daarnaast is er een aantal wijzigingen doorgevoerd naar aanleiding van nieuwe inzichten: Er zijn regels opgenomen voor een maximale boordiepte voor bodemenergiesystemen. Er zijn regels opgenomen voor grondverzet in grondwaterbeschermingszones, inclusief de toepassing voor PFAS-houdende grond. De regels voor het kappen van houtopstanden zijn aangepast vanwege de Brabantse Bossenstrategie. Omgevingskwaliteit heeft een centrale plek gekregen bij de instructieregels voor het omgevingsplan aan gemeenten. Hierbij is een bouw-sloop regeling vormgegeven en is een ruime maatwerkregeling opgenomen ter versterking van omgevingskwaliteit. De mogelijkheden voor collectieve woonvormen in het buitengebied zijn verruimd. Er zijn wijzigingen doorgevoerd in de gebieden op de kaart die aangeven waar welke regels gelden. Naast actualisaties zijn er ook gebieden vervallen of samengevoegd.
20
bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)
Voor het plangebied in combinatie met het voornemen zijn met name de volgende zaken relevant: De gronden zijn aangewezen als 'Landelijk gebied'. Hiervoor geldt dat: 1. een omgevingsplan dat de ontwikkeling van activiteiten mogelijk maakt, moet bepalen dat die ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. 2. voor zover het oprichten van gebouwen buiten bestaand ruimtebeslag dient te worden geborgd dat er elders feitelijk en juridisch een naar aard en omvang gelijke oppervlakte aan gebouwen wordt gesloopt, al dan niet door het instellen van een sloopfonds. Deze voorwaarde is niet van toepassing wanneer toepassing wordt gegeven aan 'Afwijkende regels stedelijke ontwikkeling'., waarbij aan de voglende vooorwaarden nient te worden voldaan: a. binnen Stedelijk gebied is feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaars; b. transformatie van cultuurhistorisch waardevol of ander geschikt leegstaand vastgoed behoort niet tot de mogelijkheden; c. dit past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in Artikel 4.13; d. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in Afdeling 6.2 Regionaal samenwerken; e.
de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting is afgestemd op de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving, waaronder de met deze verordening te beschermen en te ontwikkelen waarden; f. de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting houdt rekening met een duurzame afronding van het Stedelijk gebied. 3. voor zover een nieuwe gebruiksactiviteit wordt toegestaan, wordt onderbouwd dat die ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Een omgevingsplan bepaalt dat voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief een daaraan grenzende tuin of een aangrenzend terrein, onderzocht wordt of er sprake is van een mobiele verontreinigingssituatie. Ter plaatse van de mobiele verontreinigingssituatie mag niet worden gebouwd, tenzij de bron van de verontreiniging niet is gelegen op het te bebouwen perceel. Een omgevingsplan bepaalt dat het verrichten van activiteiten op een locatie met een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar verspreidingsrisico alleen is toegestaan nadat mitigerende maatregelen zijn toegepast ter bescherming van het bodem- en watersysteem, die verdere verontreiniging van de bodem en het grondwater voorkomen, beperken of ongedaan maken en die redelijkerwijs kunnen worden verlangd.
Boringen ten behoeve van bodemenergiesystemen zijn toegestaan tot een diepte van 80 meter. Voor bebouwing geldt de omgevingsweaarde wateroverlast van het omringende landgebruik. Voor grasland is dat 1/10 per jaar, voor akkerbouw 1/25 per jaar, voor glasuinbouw en hoogwaardige landen tuinbouw 1/50 per jaar en voor gebieden met de ruimteoijek bestemming hoofdinfrastructuur en spoorwegen 1/100 per jaar. De ontwerp omgevingsverordening is op het moment van het vaststellen van het bestemmingsplan geen toetsingskader. Overigens kan wel worden opgemerkt dat het bestemmingsplan niet strijdig is met de ontwerp omgevingsverordening.
21
bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Ruimtelijke visie West-Brabant 2030
De Ruimtelijke visie West-Brabant 2030 "een hecht netwerk in de tuin van de delta" (6 juli 2010) beschrijft - met een doorkijk naar 2040 - de koers van de regio. Het is de eerste, overkoepelende ruimtelijke visie voor de 19 samenwerkende gemeenten in de regio, waaronder Roosendaal, die een stevige basis biedt om verder uitvoering aan te geven. Het schetst een toekomstperspectief, ontstaan vanuit de collectief gevoelde noodzaak om als gemeenten op ruimtelijk gebied meer samen te werken. Maar ook, om op te trekken met andere belanghebbenden zoals de betrokken provincies, waterschappen en maatschappelijke organisaties om een verdere, duurzame ontwikkeling van de regio gestalte te geven. Deze Ruimtelijke visie gaat over het samen werken aan het het waarborgen van kwaliteiten, het oplossen van (toekomstige) knelpunten en het verantwoord benutten van potenties vanuit een actieve houding, die zo kenmerkend is voor de regio. De Ruimtelijke visie borgt wat er al is, maar geeft ook richting aan nieuwe, gewenste ontwikkelingen. Het visiedeel biedt een doorkijk naar het gezamenlijk gedragen ruimtelijk casco voor de lange termijn, waarin opgaven met een significante ruimtelijke component een plaats kunnen krijgen, waarbij de focus is gelegd op een planhorizon tot 2030. De visie bestaat uit 10 stellingen, die zijn uitgewerkt in een regionaal ruimtelijk casco en een ruimtelijke agenda.
Het casco bouwt voort op de identiteit van de regio en de koers spreekt zich uit over opgaven die betrekking hebben op de toekomstige ruimtebehoefte voor respectievelijk de thema's duurzaamheid, water, natuur en landschap, mobiliteit, economische structuurversterking en werkgelegenheid, woon- en leefmilieus, leefbaarheid en voorzieningen en recreatie en toerisme. De 10 stellingen zijn: 1. Centraal wat moet, decentraal wat kan. 2. West-Brabant als zelfbewuste regio in een veranderend krachtenveld. 3. Versterken van de regionale identiteit met gebiedsgerichte ontwikkelingsstrategieën. 4. Ruimtelijke ontwikkeling volgt vanuit een visie op duurzaamheid. 5. Water, natuur en landschapsambities zijn de basis voor een goed gefundeerde toekomst. 6. Nieuwe verbindingen en het oplossen van knelpunten voor personen- en goederenvervoer. 7. Economische structuur wordt versterkt door regionale specialisaties. 8. Een aantrekkelijke woonregio door het profiel als tuin van de delta. 9. Spreiding van voorzieningen, betere bereikbaarheid en de leefbaarheid op peil. 10. Toeristisch recreatieve identiteit en meerwaarde van routes en nieuwe ontwikkelingen. In de ruimtelijke agenda is de uitvoeringsaanpak van de regionale opgaven en intergemeentelijke gebiedsontwikkelingsopgaven beschreven. De ruimtelijke agenda kan in de loop der tijd op onderdelen worden uitgebreid.
De regio zet in op een dubbelprofiel. Enerzijds herkent West-Brabant zich als knooppunt van infrastructuur en netwerk van verbindingen. Anderzijds ziet de regio zich als een gebied met een aantrekkelijke, ontspannen kwaliteit van leven, gebaseerd op een variëteit van dorpse karakters en diversiteit van de steden in onderlinge nabijheid en afhankelijkheid in een afwisselend landschap. Dit dubbelprofiel vraagt om heldere afwegingskaders en een positief kritische houding ten aanzien van ontwikkelingen die op gespannen voet kunnen staan met de kernkwaliteiten van het gebied. De visie gaat daarom uit van selectiviteit en kwaliteit. Selectiviteit in het maken van onderscheid in het type functies dat wordt geaccommodeerd en kwaliteit onder welke condities dat gebeurt. De ruimte is schaars en er wordt ingezet op zorgvuldig ruimtegebruik en de bundeling van verstedelijking. Er wordt ingezet op: regionale specialisatie in werkgelegenheid om de economische structuur te versterken;
22
bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)
een verdere ontwikkeling van de stedenrij om de kwaliteit in het contrast tussen stad en land verder door te voeren; het beperkt nastreven van functietransformaties in het landelijk gebied, namelijk slechts indien dat leidt tot een kwaliteitsimpuls of de versterking van de leefbaarheid; het aantrekkelijk houden van het woon- en leefmilieu; het verdiepen van de toeristisch recreatieve kwaliteiten. Vanuit de visie op duurzaamheid wordt ingezet op een zorgvuldige versterking van het groenblauwe casco, dat een drager vormt van de indentiteit en kernkwaliteiten van de regio. De visie gaat er vanuit dat bestaande en nieuwe ruimteclaims op de regio verder leiden tot schaarste van ruimte, waardoor zorgvuldig ruimtegebruik van belang is. Bij de functieverandering van ruimte van groene en/of blauwe functies naar grijze en/of rode functies wordt daarom ingezet op verevening ten behoeve van natuur- en landschapsversterking.Het streven is daarbij om te komen tot een integraal systeem voor de benadering van verevening, waarbij de verandering van functies een verplichting in zich draagt om te komen tot een gelijkwaardige impuls hetzij in ruimte dan wel in kwaliteit. Daarnaast zet de visie onder meer in op een zorgvuldige spreiding van het zorg-, welzijns- en voorzieningenniveau en een verbeterde bereikbaarheid door in te zetten op verschillende vormen van openbaar en collectief vervoer.
Daarbij worden lokale en regionale verschillen onderkend en wordt uitgegaan van spreiding van verschillende typen voorzieningen in schaal en functie. In het licht van de demografische ontwikkelingen gaat bijzondere aandacht uit naar het garanderen van zorg- en welzijn op maat. De demografische ontwikkeling zal ook een toenemende vraag naar (de bereikbaarheid) van zorg teweeg brengen. Daarbij blijven geconcentreerde voorzieningen in steden en (grotere) kernen een belangrijke rol spelen. Bij de planvorming voor het gebied De Bulkenaar is rekening gehouden met de regionale visie. Regionaal ruimtelijk overleg West Brabant Om de ontwikkeling van de hoofdlocatie Bravis ziekenhuis West-Brabant West mogelijk te maken is invulling van de functie "integratie stad-land" nodig. Hiervoor is afstemming noodzakelijk in het Regionaal ruimtelijk overleg West Brabant / ontwikkeldagen. Op 20 november 2019 is de ontwikkeling van de hoofdlocatie Bravis ziekenhuis besproken in het Regionaal ruimtelijk overleg West Brabant / ontwikkeldag en is ingestemd om te starten met benodigde planologische procedures.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Structuurvisie Roosendaal 2025
In deze structuurvisie wordt gekozen voor een ruimtelijk beleid dat ruimte laat voor maatschappelijk initatief, ruimte laat aan burgers, regelgeving minimaliseert en voorwaarden creëert waarbij publieke, private en particuliere partijen elkaar kunnen ontmoeten. In 2025 is Roosendaal een stad van mensen, van wonen en van (net)werken. Een complete en vitale stad. Om dit te bereiken, zal Roosendaal de komende jaren moeten inspelen op trends als ontgroening, vergrijzing, globalisering, individualisering, informatisering, veranderingen in mobiliteit en bereikbaarheid en decentralisatie van overheidstaken én hier duurzame antwoorden op moeten dichten. Roosendaal kiest bij deze veranderingen voor ‘behoud en versterken van de kwaliteit van stad en dorpen’ door vernieuwing en transformatie. De identiteit van Roosendaal en de ontwikkeling naar een netwerksamenleving zijn hierbij leidende principes. De structuurvisie begint met grondbeginselen van het ruimtelijk beleid. De stad Roosendaal is qua opbouw compact, compleet en verbonden. Dit compacte karakter komt voort uit het geconcentreerd bouwen van wijken en dorpen in een hiërarchie van wegen en met een geconcentreerde
23
bestemmingsplan De Bulkenaar (vastgesteld)
voorzieningenstructuur. De kwaliteit van het buitengebied, open en weids in het noorden en een parklandschap in het zuiden, komt daardoor goed tot zijn recht. De compleetheid bestaat uit het aanbod van voorzieningen, ruimtelijke kwaliteiten en de complementariteit van stad en buitengebied. Verbondenheid is de mate waarin Roosendaal via netwerken fysiek is verbonden met haar omgeving en sociaal verbonden met haar samenleving. De fundamentele uitgangspunten voor de gemeente zijn: Bouwen binnen de stedelijke contouren van de stad om zo bestaande infrastructuren optimaal te benutten; Buitengebied zo veel mogelijk ontzien van verstedelijking; ruimte voor agrarische dynamiek in het noordelijk deel van het buitengebied en toerisme en recreatie in gebieden als Visdonk en Brabantse Wal; Zuinig/duurzaam ruimtegebruik, waarbij efficiënt gebruik en hergebruik van bestaande ruimte en bebouwing het uitgangspunt is; Gebruik maken van de kwaliteit van de locatie; Leefbaarheid van wijken en dorpen waarborgen door behoud en versterking van collectieve openbare ruimte, het behouden van de groen-blauwe structuren en het wegnemen van infrastructurele barrières i.c. het uitplaatsen van de A58 en het goederenvervoer per spoor naar buiten het stedelijk gebied; De kwaliteit van de locatie is mede bepalend voor de ontwikkelingsmogelijkheden of initiatieven.