CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

1 - De Bulkenaar_vastgesteld_1_Bijlagen bij toelichting_Bijlage 18 Nota zienswijzen.pdf

Commissie 3 februari 2022, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 3a: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan en bijbehorende besluiten de Bulkenaar50.389 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

De door reclamant gestelde opmerkingen komen overeen met de conclusies van de verkenning van Sweco (2018). Mede om deze reden is gekozen voor het verplaatsen van het ziekenhuis van de huidige locatie naar de locatie in gebied De Bulkenaar.

Wij nemen deze zienswijze voor kennisgeving aan.

Op dit moment beschikt Bravis over 2 locaties die in totaal 16 ha groot zijn en waar in totaal 110.000 m2 bvo ziekenhuis is gerealiseerd. Het nieuwe ziekenhuis wordt maximaal (inclusief zorgpartners) ook 110.000 m2 bvo. De insteek is echter dat dit wordt gerealiseerd op 12 ha (dus 25 % reductie), waarvan volgens het bestemmingsplan maximaal 7 hectare bebouwd mag worden. De overige hectares zijn nodig voor onder andere het parkeren, waarbij gebouwde voorzieningen binnen het bouwvlak moeten worden gerealiseerd, en om te zorgen voor een goede landschappelijke inpassing in het landschapspark en aansluiting op de bebouwde omgeving waarbij zoveel mogelijk overlast wordt voorkomen.

36

17.

18.

Oncologiecentrum en het Zuidwest Radiotherapeutisch Instituut is gevestigd, is nog maar enkele jaren oud. Het is onduidelijk waarom er niet gekozen is voor de optie van een gefaseerde aanpak van de herontwikkeling van de huidige locatie Roosendaal: sloop van sommige delen (te vervangen door nieuwbouw), renovatie van andere delen en behoud van recent gebouwde installaties. Deze aanpak zou kunnen worden gecombineerd met nieuwbouw op (een deel van) het aanliggende sport­park Hulsdonk. Het is voorts merkwaardig dat u en Bravis menen dat het SWECO rapport aangeeft dat het lastig wordt om de aansluiting van de huidige ziekenhuislocatie in Roosendaal op het hoofdwegennet te verbeteren.

De lezing van dit rapport door reclamant is namelijk dat precies het tegenovergestelde wordt geconcludeerd. Er zijn namelijk verschillende varianten die door SWECO als zeer positief worden beoordeeld.

19.

Hoewel een onderbouwing ontbreekt, lijkt het aannemelijk dat renovatie tot grote logistieke uitdagingen zal leiden. Bedacht moet evenwel worden dat Bravis op dit moment beschikt over 2 locaties en dus in beginsel mogelijkheden heeft om de zorg in een overgangsfase over de twee locaties te spreiden. Daarnaast is het onduidelijk of is nagegaan of er gebouwen in de omgeving zijn die als tijdelijke opvangmogelijkheid zouden kunnen worden gebruikt. Ook ontbreekt de onderbouwing voor de stelling dat financieel niet haalbaar om elders

De herontwikkeling op de huidige terreinen is, zoals beschreven in het MER (paragraaf 3.1), niet uitvoerbaar vanwege de technische en bouwkundige beperkingen en de slechte bereikbaarheid en de hogere kosten. Om deze redenen zijn de huidige locaties niet verder onderzocht en wordt er gezocht naar een nieuwe locatie.

In de rapportage van Sweco wordt niet uitgegaan van het bundelen van de twee ziekenhuislocaties (Roosendaal en Bergen op Zoom) op één locatie. Door de keuze van bundeling van de twee ziekenhuislocaties op één locatie (in dit geval de huidige locatie Roosendaal) zullen de verkeersintensiteiten sterk toenemen op de aanrijroute van het ziekenhuis. Dit zal met name negatieve effecten hebben op de beoordeling van de momenteel ‘goed’ scorende alternatieven die zijn onderzocht. In 2021 heeft de gemeente Roosendaal een vervolgstudie uit laten voeren door Goudappel Coffeng. Hierin zijn de twee best scorende varianten (opwaarderen aansluiting 19 en oostelijke of westelijke verbindingsweg naast de A17) nader onderzocht op haalbaarheid en effecten. Hierin is wel uitgegaan van een bundeling van de beide ziekenhuislocaties. Uit deze studie valt te concluderen dat het grootste knelpunt voor beide varianten de kruising Wouwbaan-Westelijke aansluiting A17 is. In beide varianten wordt de doorstroming van dit kruispunt als matig beoordeeld. Richting de toekomst kan hier wel een knelpunt ontstaan bij de mogelijke uitbreidingen van bijvoorbeeld de Designer Outlet en het Leisurepark De Stok. Beide varianten zijn daarmee minder toekomst vast. Op dit moment is de zorg van Bravis al verspreid over twee locaties.

Gezien de beperkingen die dat met zich meebrengt is dat juist een belangrijke reden om de zorg te bundelen in 1 gebouw. Van de bestaande gebouwen kan worden gemeld dat deze ruim 60 jaar oud zijn met een infrastructuur die zich niet leent om deze toekomstbestendig te maken. Ook het element van duurzaamheid is in de bestaande bebouwing onderbelicht en zou bij renovatie van 1 van de bestaande gebouwen zeer duur zijn. Herontwikkeling van 1 van de bestaande gebouwen is geen optie omdat beide plots, Bergen op Zoom of Roosendaal, niet geschikt zijn om de voltallige benodigde capaciteit 37

20.

21.

22.

tijdelijke huisvesting te realiseren. Tenslotte wordt de logistieke uitdaging in belangrijke mate bepaald door de gekozen aanpak: alles ineens slopen heeft een andere impact op de bedrijfsvoering dan een gefaseerde aanpak. Overigens stelt reclamant vast dat de overweging of nieuwbouw duurder of goedkoper is dan herontwikkeling blijkbaar geen rol gespeeld in het afwijzen van deze optie. Het valt vervolgens op dat u bij de afweging van alternatieven maar één binnenstedelijke mogelijkheid heeft onderzocht: de Weihoek. Deze optie wordt niet geschikt geacht met de navolgende redenering: 'ook op de locatie Weihoek zijn er belemmeringen ten aanzien van externe veiligheid, in verband met de hinderzone van een buisleidingenstraat op de locatie en het groepsrisico van de naastgelegen spoorweg. Tevens bevindt zich een ecologische verbindingszone in het gebied. Dit en de ook hier benodigde kruising van de spoorweg voor een ontsluiting maakt de ontwikkeling op deze locatie complex, om deze reden is de locatie niet geschikt bevonden'. Opvallend daarbij is dat in de onlangs gepresenteerde Voorontwerp Omgevingsvisie Roosendaal (mei 2021) u de Weihoek aanwijst (pagina 31) als plaats voor de bouw van een groot deel van 2500 woningen in de komende 10 jaar. Blijkbaar gelden de belemmeringen voor de bouw van het ziekenhuis niet voor de bouw van woningen.

Er zijn geen andere binnenstedelijk locaties onderzocht, terwijl op het eerste gezicht er toch voldoende vrije ruimte te vinden is dan wel was (onder andere het sportpark Hulsdonk, het havengebied en Philipsterrein).

Ten slotte heeft reclamant kennis genomen van de opties die u buiten het bestaand stedelijk gebied heeft onderzocht. Wellicht ten overvloede zou reclamant nogmaals willen stellen dat bij het zoeken naar en beoordeling van de beschikbare opties, de veronderstelde en door reclamant betwiste behoefte van 12 hectare van doorslaggevende betekenis is geweest. Overigens blijkt uit de MER (pagina 36) dat de doorslaggevende reden om de Bulkenaar te verkiezen boven de

(zorgprogramma inclusief parkeerbehoefte) te herbergen. Daarnaast zou nieuwbouw op een van beide locaties veel extra kosten met zich meebrengen en veel overlast voor patiënten teweeg brengen.’

Uw conclusie wordt niet gedeeld. Naast de twee bestaande locaties van het Bravis ziekenhuis in Roosendaal en Bergen op Zoom, zijn zowel Rozenoord als Weihoek als binnenstedelijke locatie onderzocht (zie hoofdstuk 3 van het MER). Het bouwen van een ziekenhuis is inderdaad iets anders dan het bouwen van woningen, waarbij met name het aspect bereikbaarheid anders wordt afgewogen. Een ziekenhuis heeft een regionaal verkeersaantrekkende werking en deze verkeersstromen worden bij voorkeur niet via het stedelijk gebied afgewikkeld. Met betrekking tot de locatie Weihoek kan worden opgemerkt dat dit momenteel ook een agrarisch gebied betreft, dat eerder in het traject is afgevallen vanwege het onderdeel bereikbaarheid.

Het sportpark Hulsdonk is nog in functie en kent dezelfde bereikbaarheidsproblemen als de huidige ziekenhuislocatie, het havengebied wordt momenteel ontwikkeld (wonen en leisure) en het Philipsterrein is niet meegenomen omdat daar een logistieke ontwikkeling komt. Deze locaties voldoen overigens ook niet aan het criterium om het regionale ziekenhuis te positioneren tussen Bergen op Zoom en Roosendaal. Zie het antwoord bij punt 11. Beide locaties voldoen aan de vereiste oppervlakte van 12 ha. De locatie Zoomland is gelegen tussen 2 snelwegen, een spoorlijn en een natuurgebied. Vanuit de provincie is de locatie Zoomland aangeduid als groenblauwe mantel. De locatie Zoomland is gelegen aan de noordrand van Natura 2000-gebied de Brabantse Wal. Daarnaast is een deel van het gebied gelegen in een gebied met landschappelijke en natuurwaarden (NNB). Dit vormt een risico ten aanzien van de vergunbaarheid. De provincie 38

23.

24.

25.

Zoomland, is gelegen in het feit dat 12 ha niet toekomstbestendig is: 'de totale omvang [van Zoomland is] 12ha, maar wegens vorm van de locatie niet flexibel voor de toekomst. Eventuele uitbreiding in de toekomst lijkt uitgesloten. Reclamant heeft de huidige woning gebouwd en betrokken in 2018. Reclamant kijkt uit op de Bulkenaar, een weids buitengebied waar reclamant volop geniet van de rust, van de per seizoen wisselende gewassen, van het weidse landschap in de winter en de buurtschappen in de verte. De ligging in het niet verstedelijkte buitengebied was voor reclamant enkele jaren geleden een belangrijke reden zich hier te vestigen. Met de strategische visie vanuit de gemeente met betrekking tot het ruimtelijke beleid ten aanzien het buitengebied in het achterhoofd was de verwachting dat deze mooie omgeving zo zou blijven. Met de komst van het ziekenhuis op de Bulkenaar zal zijn woonsituatie significant verslechteren. Het ontwerpbestemmingsplan voorziet in de oprichting van een bouwwerk met een zeer fors volume op 200 meter afstand van de voordeur en met een parkeercapaciteit voor bijna 2000 auto's. Daarenboven zal de aard van het gebouw (ziekenhuis) leiden tot veel activiteit waardoor de rust van zijn huidige woonomgeving ernstig zal worden verstoord. Deze ontwikkeling wordt versterkt door het recreatieve karakter dat wordt voorzien voor het te ontwikkelen landschapspark.

Reclamant stelt vast dat terzake in het MER (d.d. 31 mei 2021) het navolgende wordt opgemerkt: a. Het gebied wordt daarmee onderdeel van de stedelijke rand van Roosendaal en de samenhang met het omliggende landschap vermindert. Het effect op de landschapskarakteristiek is zeer negatief (--) beoordeeld voor de locatie van het ziekenhuis (MER pag 17); b. Door de ontwikkeling van het ziekenhuis met parklandschap veranderen de visueel­ruimtelijke kenmerken (openheid en zichtlijnen) van

heeft te kennen gegeven dat de locatie inpasbaar is in het landschap. Wel dwingt de vorm van de locatie een bepaalde bouwkundige lay-out van het ziekenhuisgebouw af. Dit maakt de realisatie als gebied complexer en minder flexibel. Mede daarom is de locatie Zoomland afgevallen. Het landschap van De Bulkenaar zal ter plaatse een verandering ondergaan. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bestaat er geen recht op een blijvend vrij uitzicht. Dit neemt niet weg dat de gemeente het belang dat reclamant heeft bij het behoud van zijn uitzicht moet betrekken in zijn belangenafweging. Dit belang is door de gemeente in haar belangenafweging onderkend. De gemeente heeft echter een zwaarder gewicht toegekend aan het belang dat is betrokken bij het realiseren van dit plan waarmee in een maatschappelijke behoefte wordt voorzien en waarbij tevens wordt ingezet op een goede landschappelijk inpassing. Het bestemmingsplan geeft de kaders waarbinnen het ziekenhuis dient te worden gerealiseerd. Die kaders zijn ook gehanteerd voor het uitvoeren van de milieu-onderzoeken waarin onderzocht is of er consequenties zijn voor het woon- en leefklimaat en zo ja, welke maatregelen getroffen dienen te worden om het woon- en leefklimaat niet te laten verslechteren. Hiermee is de rechtszekerheid voldoende geborgd.

De bestemming ‘Groen-Landschapspark’ voorziet onder andere in speel-, spel- en daarmee vergelijkbare sportvoorzieningen, niet zijnde sportvoorzieningen in clubverband. Ten aanzien van de mogelijkheden voor dagrecreatie is in de begripsbepalingen aangegeven dat het activiteiten betreft ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting niet is toegestaan. Het gaat hier om kleinschalige elementen die niet leiden tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat. Het betreft een globaal bestemmingsplan. De exacte vormgeving van het ziekenhuis is momenteel nog niet bekend. Het bestemmingsplan geeft de kaders waarbinnen het ziekenhuis dient te worden gerealiseerd. Hiermee is de rechtszekerheid voldoende geborgd. Een globaal bestemmingsplan wordt op eenzelfde abstractieniveau in het MER op effecten beoordeeld. Dat betekent dus dat bij de beoordeling in het MER rekening is gehouden met de maximale mogelijkheden die het 39

26.

27.

het landschap, die in grote mate bepalend zijn voor de beleving van het gebied. De openheid van het gebied verdwijnt (MER pag 18); en c. Het creëren van een nieuw landschapspark waarin veel aandacht wordt besteed aan de recreatieve belevingswaarde van het gebied heeft geleid tot een positieve beoordeling van de functie recreatie (MER pag 20). Deze opmerkingen in het MER richten zich op het ontwerpbestemmingsplan en zijn daarom van een vrij hoog abstractieniveau. Het moge duidelijk zijn dat bij verdere uitwerking van de plannen meer concrete aspecten van de ontwikkeling van de Bulkenaar zichtbaar zullen worden. Gevreesd moet worden voor nog meer negatieve consequenties voor het woon- en leefklimaat van reclamant (denk hierbij aan de ontsluitingsweg, verkeersituatie, parkeren, het inrichtingsplan en gebruik van landschapspark voor recreatie). Nergens in de toelichting wordt de ontwikkeling van de Bulkenaar beschouwd vanuit het perspectief van andere belanghebbenden. In het licht van het voorgaande is reclamant van mening dat u in het ontwerp bestemmingsplan geen evenwichtige belangenafweging heeft gemaakt: de wensen van Bravis worden volledig overgenomen. Een kleinere oppervlakte dan 12 hectare had kunnen leiden tot een andere locatiekeuze; een lager b.v.o dan gewenst door Bravis zal leiden tot een bouwwerk dat de omgeving minder verstoort.

Op dit moment, het moment dat het college het ontwerpbestemmingsplan voorlegt, bestaat er geen integraal beeld van de consequenties van de voorstellen en de nog te nemen beslissingen. Hoewel niet al deze elementen een plaats hebben in het bestemmingsplan, is het voor het bestuurlijk proces van groot belang een zo volledig mogelijk beeld van de eindsituatie te presenteren. Indien u het bestemmingsplan vaststelt, bestemt het de vervolgkeuzes in belangrijke mate voor. Ook voor de omwonenden is het ontbreken van een totaalbeeld reden voor frustratie; niet alleen stellen zij vast dat de kwaliteit van hun woonleefklimaat achteruitgaat, zij vrezen ook de nadere uitwerking die tot nog meer verlies kan leiden.

bestemmingsplan biedt. De vrees van reclamant is dan ook niet terecht.

In alle milieu-onderzoeken, die zijn uitgevoerd ten behoeve van het bestemmingsplan, en het MER zijn de mogelijke effecten/ consequenties van de ontwikkeling op de omgeving onderzocht. Er is dus wel degelijk gekeken vanuit het perspectief van de omgeving.

Het betreft een globaal bestemmingsplan. De exacte vormgeving van het ziekenhuis is momenteel nog niet bekend. Het bestemmingsplan geeft de kaders waarbinnen het ziekenhuis dient te worden gerealiseerd. Die kaders zijn ook gehanteerd voor het uitvoeren van de milieu-onderzoeken waarin onderzocht is of er consequenties zijn voor het woon- en leefklimaat en zo ja, welke maatregelen getroffen dienen te worden om het woon- en leefklimaat niet te laten verslechteren. Hiermee is de rechtszekerheid voldoende geborgd.

40

28.

29.

Reclamant is van mening dat in de MER ook de beoogde ontsluitingsweg Tolberg volledig dient te worden getoetst. In het ontwerpbestemmingsplan is een reservering opgenomen voor de ontsluitingsweg van de wijk Tolberg, de zuidelijke ontsluitingsweg. In de MER staat hieromtrent in paragraaf 4.2.4 vermeld dat de ontsluitingsweg geen onderdeel uitmaakt van de scope van het bestemmingsplan of van de MER. Deze opvatting is onjuist. De zuidelijke ontsluitingsweg moet voor de toepassing van het Besluit m.e.r. samen met de ontwikkeling van het voorliggende plangebied worden gezien als één activiteit, gezien de sterke geografische samenhang en het feit dat de activiteiten (zeer) kort na elkaar worden uitgevoerd. Uit de stukken volgt ook zonder meer dat de plannen gezamenlijk moeten worden gezien en dus beoordeeld. Zo staat in de plantoelichting expliciet opgenomen: 'een extra aansluiting voor de wijk in westelijke richting bleek een groot probleemoplossend vermogen te hebben voor de robuustheid van het onderliggend wegennet en de wijk Tolberg. Op basis van de bevindingen uit het onderzoek, impact op de omgeving en de ruimtelijke inpassing is gekozen voor de zuidelijke ontsluitingsweg Tolberg. In onderhavig bestemmingsplan is voor deze zuidelijke ontsluitingsweg een reserveringszone opgenomen, zodat de ontwikkeling in de toekomst niet onmogelijk wordt gemaakt'.

Verder wordt in de MER (onder andere hoofdstuk 6.2) uitgebreid stilgestaan bij de ontwikkeling van de ontsluitingsweg Tolberg en de gevolgen hiervan voor de ontwikkeling van bestemmingsplan Bulkenaar. Het is daardoor evident dat de ontsluitingsweg op korte termijn wordt gerealiseerd. Ook door de commissie m.e.r. is in het advies betreffende de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (hierna: de NRD) er op gewezen dat wanneer de besluitvorming over de ontsluiting op korte termijn na elkaar plaatsvindt de MER de cumulatieve effecten van beide ontwikkelingen in beeld dient te brengen om zo de effecten van de totale activiteit in beeld te brengen. De milieueffecten moeten bezien vorenstaande punten gezamenlijk worden beoordeeld ingevolge het Besluit m.e.r. Daar is nu

De opgenomen reservering voor de verbindingsweg Tolberg is niet bedoeld als ontsluiting van het ziekenhuis, maar om de ontsluiting van de wijk Tolberg te verbeteren. Het opnemen van de reserveringszone biedt geen mogelijkheden om de verbindingsweg te realiseren. Op het moment dat de verkenningsfase is afgerond, wordt daarvoor de planuitwerkingsfase opgestart en wordt het planologische proces in gang gezet. Door het opnemen van de reserveringszone voor de verbindingsweg Tolberg wordt voorkomen dat er in de betreffende zone ontwikkelingen gaan plaatsvinden die de realisatie van de verbindingsweg kunnen belemmeren.

Uw conclusie wordt niet gedeeld. De opgenomen reservering voor de verbindingsweg Tolberg is niet bedoeld als ontsluiting van het ziekenhuis, maar om de ontsluiting van de wijk Tolberg te verbeteren. De verbindingsweg Tolberg zit momenteel nog in de verkenningsfase. De planuitwerkingsfase wordt na verwachting eind 2021 opgestart. De besluitvorming voor de verbindingsweg zal dus niet op korte termijn na de besluitvorming over De Bulkenaar plaatsvinden.

41

30.

nog onvoldoende sprake van. De ontsluitingsweg wordt ten aanzien van enkele punten weliswaar genoemd in de MER, maar van een daadwerkelijke integrale beoordeling is op dit moment nog geen sprake. Op 29 juli heeft u het voorlopig ontwerp voor het landschapspark gepresenteerd. Het was beter geweest wanneer het definitieve ontwerp zou zijn aangeboden bij de presentatie van het ontwerpbestemmingsplan. Reclamant wijst op de volgende aspecten van het landschapspark die onbeantwoord blijven en belangrijk zijn: a. de status van het plan. Wie stelt het vast (u als gemeenteraad?) en wie ziet er op toe dat het wordt uitgevoerd zoals wordt vastgesteld, in het bijzonder op de naleving van de spel­regels zoals die in het plan zijn opgenomen?; b.is het budget dat is voorzien in het exploitatieplan Bulkenaar) van 6,4 miljoen euro voldoende om te plannen uit te voeren?; c. bent u alleen verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het park? In dit verband wil ik er op wijzen dat het ontwerp voor het landschapspark ervan uit gaat dat het landschapspark ook wordt ontwikkeld op het (12 hectare) kavel dat is voorzien voor Bravis. d. wat is de planning voor de aanleg? e. hoe wordt het beheer van het park georganiseerd? (omwonenden hebben geen goede er­varingen met het groenbeheer door de gemeente. f. het landschapspark zou in beginsel niet moeten gebruikt voor spel- en sportactiviteiten.

In ieder geval zou er een maximum moet worden gesteld aan speel-, spel- en sportvoorzieningen (bijvoorbeeld 100 m2), zodat er geen concentratie van dergelijke voorzieningen gaat plaatsvinden. Voorts dient een bufferzone te worden gecreëerd binnen de groenbestemming, rondom de bestaande woningen waar deze voorzieningen niet in zijn toegestaan.

Het betreft een globaal bestemmingsplan. Het bestemmingsplan geeft de kaders waarbinnen het landschapspark dient te worden gerealiseerd. Hiermee is de rechtszekerheid voldoende geborgd. Het inrichtingsplan zal worden vastgesteld door de gemeenteraad. Het behoort tot de controlerende taak van de gemeenteraad om te oordelen of het inrichtingsplan wordt uitgevoerd binnen de wettelijke kaders van het bestemmingsplan. Met de vaststelling van het bestemmingsplan en het exploitatieplan is de economische uitvoerbaarheid geborgd. De gemeente is zelf de ontwikkelaar van het landschapspark en zal te zijner tijd ook kunnen beschikken over de benodigde gronden. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hoeft in het geval een overheidsorgaan tot realisering overgaat geen voorwaardelijke verplichting te worden opgenomen. De gemeente zal tot inrichting van het landschapspark overgaan in overeenstemming met het voor het gebied opgestelde landschappelijk inrichtingsplan. Het inrichtingsplan voor het landschapspark gaat uit van een vloeiende overgang van park naar ziekenhuis omgeving. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat hier een harde scheidingslijn komt tussen beide functies. Voor informatie inzake de planning wordt verwezen naar de beschikbare informatie op de website https://www.debulkenaar.nl/.

De aanleg zal plaatsvinden conform de planning zoals opgenomen in het exploitatieplan. De gemeente legt het landschapspark aan en draagt zorg voor het beheer en onderhoud. De bestemming ‘Groen-Landschapspark’ voorziet onder andere in speel-, spel- en daarmee vergelijkbare sportvoorzieningen, niet zijnde sportvoorzieningen in clubverband. Ten aanzien van de mogelijkheden voor dagrecreatie is in de begripsbepalingen aangegeven dat het activiteiten betreft ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting niet is toegestaan. Het gaat hier om kleinschalige elementen die niet leiden tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat. Wij 42

31.

De vorm (hoogte en oppervlakte) zal van doorslaggevende betekenis zijn voor het inrichtingsbeeld van de Bulkenaar. Helaas geeft het ontwerp bestemmingsplan nauwelijks beperkingen aan voor de vormgeving van het ziekenhuis. Het bestemmingsplan zou ter zake meer directief moeten zijn.

32.

De aanleg van het ziekenhuis en landschapspark kunnen vergaande invloed hebben de verkeerssituatie ter plekke: a. In het MER is aangegeven dat " In het verkeersmodel zijn de Huijbergseweg en de Bulkenaarsestraat afgesloten voor verkeer, om forse toenames op deze landbouwwegen te voorkomen". Dit voornemen is echter niet verwoord in het ontwerp bestemmingsplan of de bijhorende toelichting. Voorgesteld wordt om de wijziging van de bestemming van deze wegen in het bestemmingsplan op te nemen. b. In het MER wordt aangegeven dat het ziekenhuis vanuit de Thorbeckelaan bereikbaar moet zijn voor openbaar vervoer en nooddiensten. Het is van belang op het moment van het vaststellen van het bestemmingsplan te bepalen hoe die verbinding zal worden vormgegeven. c. Bezoekers van het ziekenhuis vanuit Roosendaal en gebruikers van het landschapspark zullen mogelijk zoeken naar mogelijkheden om hun auto te parkeren aan de Thorbeckelaanzijde van de Bulkenaar of de Huijbergseweg. In het bestemmingsplan zou moeten worden vastgelegd welke maatregelen u zal nemen om dit te voorkomen. Alle belangrijke problemen en het benodigde flankerend beleid moet worden gepresenteerd, zodat er een integrale beleidsafweging kan plaatsvinden. In paragraaf 4.6 komt het aspect 'parkeren' aan de orde. Uit de toelichting volgt dat het plan een parkeerbehoefte

33.

zien dan ook geen reden om in het landschapspark, dat als groene zone rond het ziekenhuis is gelegen, nog eens een bufferzone op te nemen. Bovendien is het landschapspark voor de omwonenden, die nu wandelen, fietsen, hardlopen op de landbouwwegen rondom het gebied. Verplaatsing van de recreanten naar het park maakt de wegen rustiger en veiliger. Het Bravis ziekenhuis dient binnen het bouwvlak te voldoen aan de gestelde maatvoeringen. Dit is een gebruikelijke wijze van bestemmen. Voor het bouwvlak geldt een bouwhoogte van maximaal 20 meter. De bouwhoogte van maximaal 30 meter mag maximaal 7,5 % van het bouwvlak beslaan. We bieden Bravis ziekenhuis deze flexibiliteit, zodat zij een nieuw en modern ziekenhuis kunnen ontwikkelen dat voldoet aan de meest recente eisen en richtlijnen die aan zorgverlening worden gesteld. a. Het voornemen om de Huijbergseweg en de Bulkenaarsestraat af te sluiten voor gemotoriseerd verkeer wordt geregeld middels een verkeersbesluit. De bestemming ‘verkeer’ van de weg in het bestemmingsplan wijzigt door deze afsluiting niet. b. Uw reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. Het bestemmingsplan regelt slechts de bestemmingen ‘Groenlandschapspark’ en ‘verkeer’. Het regelt niet de exacte vormgeving en inrichting van deze wegen. Het is ook niet gebruikelijk dat het bestemmingsplan dat regelt. c.

De geplande parkeervoorziening ligt in de nabijheid van het ziekenhuis en het landschapspark. De exacte inrichting van het ziekenhuisterrein blijft nadrukkelijk onderwerp van gesprek bij de verdere ontwikkeling van het ziekenhuisterrein. De loopafstanden van de parkeervoorziening tot het ziekenhuis en het park zullen dermate klein zijn dat het niet aannemelijk is dat parkeerproblematiek zal optreden in de Thorbeckelaan of de Huijbergseweg. Het is niet noodzakelijk om de maatregelen op te nemen in het bestemmingsplan.

De verkeers- en parkeersituatie is mede afhankelijk van de inrichting van het ziekenhuisterrein en wordt meegenomen in de 43

34.

35.

36.

37.

van 1888 parkeerplaatsen genereert. Het is reclamant echter onduidelijk waar deze parkeerplaatsen in het plangebied kunnen worden gerealiseerd en hoe wordt geborgd dat de parkeerplaatsen ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. Enkel benoemen dat er 1888 parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd, is onvoldoende. Uit de toelichting moet ook blijken dat deze parkeerplaatsen daadwerkelijk kunnen worden gerealiseerd binnen het plangebied. Aan de toelichting is een verkeerstoets gehecht. In deze verkeerstoets wordt bekeken in hoeverre er sprake is van een stijging of daling van het aantal verkeersbewegingen. Naar opvatting van reclamant ontbreken er echter een aantal straten in dit onderzoek: de Bulkenaarsestraat, het Hollewegje en de aansluiting van deze straten met de bebouwde kom op het punt van de Thorbeckelaan. Daarnaast leest reclamant in deze verkeerstoets dat de Huijbergseweg gaat worden afgesloten voor verkeer en er wordt bij de verdere berekeningen ook uitgegaan van een voor verkeer afgesloten Huijbergseweg. Reclamant ziet de afsluiting van de Huijbergseweg echter nergens geborgd, los van het feit dat hiervoor een separaat verkeersbesluit is benodigd. Zonder deze borging, mag er niet van de afsluiting van de weg worden uitgegaan.

Voorts constateert reclamant dat een voorwaardelijke verplichting voor het uitvoeren en het instandhouden van het landschappelijk inrichtingsplan ontbreekt. Weliswaar zijn er in artikel 5.4.1 een tweetal voorwaardelijke verplichtingen opgenomen, maar deze zien niet op de landschappelijke inpassing van het plan. Nu de landschappelijke inpassing van het plangebied niet is geborgd, is er simpelweg geen sprake van een landschappelijke inrichting daar de toelichting (en de daar deel van uitmakende bijlagen, waaronder het landschappelijk inpassingsplan) niet juridisch afdwingbaar is. Reclamant is eigenaar van een perceel dat grenst aan de toekomstige groenbestemming. Daar waar reclamant in de veronderstelling verkeerde dat de groenbestemming enkel zorg zou dragen voor de landschappelijke inpassing, constateert reclamant dat de

verdere uitwerking van het plan. Het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. Ten aanzien van parkeren is in de regels opgenomen dat voor parkeren de parkeernormen gelden zoals deze zijn opgenomen in de Nota parkeernormen of de meest recente versie van de CROW (t.b.v. ziekenhuis), zoals deze van kracht is op het moment dat een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend.

Beide wegen zijn meegenomen in het onderzoek en zijn in het onderliggend verkeersmodel reeds afgesloten voor doorgaand verkeer.

De weg is reeds afgesloten voor doorgaand verkeer middels een verkeersbord.

De gemeente is zelf de ontwikkelaar van het landschapspark en zal te zijner tijd ook kunnen beschikken over de benodigde gronden. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hoeft in het geval een overheidsorgaan tot realisering overgaat geen voorwaardelijke verplichting te worden opgenomen. De gemeente zal tot inrichting van het landschapspark overgaan in overeenstemming met het voor het gebied opgestelde landschappelijk inrichtingsplan.

De bestemming ‘Groen-Landschapspark’ voorziet onder andere in speel-, spel- en daarmee vergelijkbare sportvoorzieningen, niet zijnde sportvoorzieningen in clubverband. Ten aanzien van de mogelijkheden voor dagrecreatie is in de begripsbepalingen aangegeven dat het activiteiten betreft ter ontspanning in de vorm van 44

38.

39.

groenbestemming veel meer mogelijk maakt dan dat. Zo is het mogelijk om op grond van artikel 4.1 onder d speel-, spel-, en daarmee vergelijkbare sportvoorzieningen op te richten, niet zijnde sportvoorzieningen in clubverband. Deze voorzieningen worden enkel beperkt in oppervlakte en bouwhoogte op grond van artikel 4.2.2. Dit betekent dat reclamant, in de planologisch maximale en meest nadelige situatie, kan worden geconfronteerd met een groot aantal voorzieningen tegen de erfgrens aan, met als gevolg dat er een ware speeltuin ontstaat dan wel sportvelden ontstaan. Er is echter geen enkel onderzoek gedaan naar de gevolgen die een speeltuin dan wel sportveld heeft op het woon- en leefklimaat van reclamant en reclamant gaat ervan uit dat u ook geen speeltuin beoogt. Indien reclamant het goed ziet, dan dient u ervoor zorg te dragen dat een speeltuin ook daadwerkelijk niet tot de mogelijkheden behoort. Reclamant is dan ook van mening dat er een maximum aantal aan speel-, spel- en sportvoorzieningen dient te worden gesteld. Daarnaast dient er een maximum aan speel-, spel- en sportvoorzieningen te worden gesteld binnen (bijvoorbeeld) 100 m2, zodat er geen concentratie van dergelijke voorzieningen gaat plaatsvinden. Ten slotte is reclamant van mening dat er een bufferzone dient te worden gecreëerd binnen de groenbestemming, waar deze voorzieningen niet in zijn toegestaan.

Hiermee wordt voorkomen dat reclamant constant met spelende en sportende kinderen en jeugdigen wordt geconfronteerd, hetgeen ten goede komt van het woon- en leefklimaat van reclamant. Van belang is voorts dat er geen definitie is opgenomen van ‘speel-, spelen daarmee vergelijkbare sportvoorzieningen, niet zijnde sportvoorzieningen in clubverband’. Wat wordt er bijvoorbeeld bedoeld met ‘niet zijnde sportvoorzieningen in clubverband’? Dit kan doelen op het feit dat sportclubs zich hier niet mogen vestigen, maar kan ook betekenen dat als de sportvoorzieningen in clubverband kunnen worden uitgeoefend, ze om die reden niet zijn toegestaan. Een tennisbaan of voetbalveld zijn in dat geval niet

sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting niet is toegestaan. Het gaat hier om kleinschalige elementen die niet leiden tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat.

Zie het antwoord bij punt 37.

Er mogen geen sportvoorzieningen in clubverband worden gerealiseerd. Het is wel mogelijk om bijvoorbeeld een trapveldje te realiseren. Hierbij wordt opgemerkt dat de gemeente zelf de ontwikkelaar van het landschapspark is. De gemeente zal tot inrichting van het landschapspark overgaan in overeenstemming met het voor het gebied opgestelde landschappelijk inrichtingsplan. Bij het vervaardigen van het inrichtingsplan voor het landschapspark zijn ideeën en meningen van omwonenden meegenomen.

45

toegestaan. In het kader van de rechtszekerheid dienen deze begrippen nader te worden gedefinieerd. Consequenties voor het bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Reclamant 9 (Zaaknummer 444717 en 444247) Zienswijze 1. Reclamant is van mening dat het bestemmingsplan en de toelichting, het milieueffectrapport en de overige onderzoeken niet voldoen aan de geldende wet- en regelgeving, dat deze onzorgvuldig zijn en onvoldoende gemotiveerd. Reclamant kan zich niet verenigen met het gehele bestemmingsplan en de toelichting, het milieueffectrapport (MER) en de overige onderzoeken. Het hieronder vermelde heeft betrekking op het bestemmingsplan, de toelichting, de onderzoeken en het MER. 2. Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro), en eveneens op grond van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, dient de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling te bevatten. Daarnaast dient, indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, de toelichting een motivering te bevatten waarom niet in de behoefte kan worden voorzien binnen bestaand stedelijk gebied. In de plantoelichting wordt grotendeels volstaan met de stelling dat 2 ziekenhuislocaties binnen korte afstand suboptimaal zouden zijn en daarom één hoofdlocatie gewenst zou zijn. Een deugdelijke (cijfermatige) onderbouwing ontbreekt. Ook is niet ingegaan op het feit dat op zeer korte afstand, namelijk in Breda, het Amphia ziekenhuis is gevestigd.

De capaciteit van dit ziekenhuis is vorig jaar met de komst van een grote nieuwbouw sterk uitgebreid. Daarnaast bevinden zich ook in Zeeland op korte afstand verschillende ziekenhuizen. Ook is niet ingegaan op economische behoefte, marktvraag, enzovoorts. Onvoldoende is gemotiveerd waarom het nieuwe ziekenhuis niet binnen

Beantwoording De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen.

In paragraaf 4.2 van de toelichting is, conform artikel 3.1.6 Bro, de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. De onderbouwing voor de locatiekeuze, waarbij de bestaande ziekenhuislocaties zijn meegenomen, is opgenomen in hoofdstuk 3 van het MER (deel A), die als bijlage bij het bestemmingsplan is gevoegd. Bij de ontwikkeling van het nieuwe Bravis ziekenhuis gaat het echter niet alleen om de realisatie van een nieuw, modern ziekenhuis voor de regio, maar ook om zorgpartners in de nabijheid van het ziekenhuis te kunnen huisvesten, waarmee ze invulling kunnen geven aan de ambities ‘vergroten patiëntwaarde’, ‘garanderen breed zorgaanbod’ en ‘intensiveren regionale samenwerking’. Vanuit die visie is een grotere oppervlakte nodig dan nodig zou zijn als alleen een ziekenhuis zou worden ontwikkeld. Zowel het ziekenhuis als zorgpartners dienen binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’ ontwikkeld te worden. Tevens dienen binnen de bestemming de bijbehorende voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van algemeen nut zoals verkeers-, groen-, water-, nuts- en daarmee vergelijkbare voorzieningen, waaronder voet- en fietspaden, ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, halteplaatsen voor bussen en taxi's, fietsenstallingen, straatmeubilair, abri's, transformatorhuisjes, voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling, speel-, spel- en 46

3.

bestaand stedelijk gebied zou kunnen worden gerealiseerd. In het stedelijk gebied van Roosendaal zijn verschillende locaties beschikbaar, waaronder in Vijfhuizenberg-Hulsdonk en Majoppeveld. Overigens is het verzorgingsgebied van het ziekenhuis veel groter, zodat veel ruimer naar alternatieven dient te worden gekeken. Daarnaast kan ook de bestaande locatie worden gebruikt / getransformeerd. Onduidelijk is daarom hoe en waarom tot de conclusie is gekomen dat onvoldoende ruimte zou bestaan binnen bestaand stedelijk gebied. Daarbij is van belang dat ook niet is gemotiveerd waarom een oppervlak van 12 hectare vereist zou zijn voor de ontwikkeling. Indien die 12 hectare al juist zou zijn, is op de huidige locatie al 10 hectare beschikbaar. Deze zou geschikt kunnen worden gemaakt, bijvoorbeeld met hoogbouw, voor een nieuw ziekenhuis. Eerder in deze zienswijze is al gewezen op geschikte alternatieve locaties binnen bestaand stedelijk gebied. Niet is gemotiveerd waarom de alternatieve locaties niet geschikt zouden zijn. Op grond van artikel 3.5 lid 1 en 2 Interim omgevingsverordening NoordBrabant (lov) houdt een bestemmingsplan bij de toedeling van functies rekening met zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering en meerwaardecreatie. Een en ander is verder uitgewerkt in de artikelen 3.7, 3.8 en 3.9 lov.

Er is niet gemotiveerd ingegaan op de lagenbenadering als bedoeld in artikel 3.7 lov. Ook is niet gemotiveerd ingegaan op de meerwaardecreatie als bedoeld in artikel 3.8 lov. Artikel 3.9 lid 2 lov bepaalt dat het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied en op welke wijze de uitvoering feitelijk is geborgd in het plan en of de afspraken uit het regionaal overleg worden nagekomen. In de plantoelichting is slechts aangegeven dat rekening is gehouden, in de vorm van maatwerk, met kwaliteitsverbetering van het landschep door de ontwikkeling van een landschapspark. Of en in hoeverre voldaan wordt aan de vereisten van artikel 3.9 lov is niet gemotiveerd. Daarnaast is niet duidelijk

sportvoorzieningen, bergbezinkbassins en retentievoorzieningen te worden gerealiseerd. Op dit moment beschikt Bravis over 2 locaties die in totaal 16 ha groot zijn en waar in totaal 110.000 m2 bvo ziekenhuis is gerealiseerd. Het nieuwe ziekenhuis wordt maximaal (inclusief zorgpartners) ook 110.000 m2 bvo. De insteek is echter dat dit wordt gerealiseerd op 12 ha (dus 25 % reductie), waarvan volgens het bestemmingsplan 7 ha bebouwd mag worden. Op die 7 ha moet naast de zorgfunctie ook het parkeren gerealiseerd worden. De overige 5 ha zijn nodig om te zorgen voor een goede landschappelijke inpassing in het landschapspark en aansluiting op de bebouwde omgeving waarbij zoveel mogelijk overlast wordt voorkomen.

De gemeente heeft met regelmaat overleg met de provincie Noord-Brabant. De provincie NoordBrabant heeft aangegeven met waardering kennis te hebben genomen van het ontwerp bestemmingsplan dat met zorg en respect voor de omgeving is vormgegeven. Met name de landschapsanalyse is uitstekend vormgegeven, waarbij ook de lagenbenadering is toegepast. De provincie kan zich dan ook vinden in de visie die voor het gebied is ontwikkeld. De nieuwe ontsluitingsweg naar het ziekenhuis maakt onderdeel uit van deze visie. Daarnaast wordt naar het oordeel van de provincie ook aan de voorwaarden uit de omgevingsvoorwaarden voldaan met het bestemmingsplan. De onderbouwing hiervoor is opgenomen in paragraaf 4.2. (ladder voor duurzame verstedelijking) en in hoofdstuk 3 van het MER (Locatiekeuze).

47

in hoeverre sprake is van voldoende compensatie van de extra verstening van het buitengebied. Het plangebied heeft onder andere de aanduidingen "landelijk gebied" en "verstedelijking afweegbaar". Artikel 3.42 lid 1 lov bepaalt dat een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen stedelijk gebied en een onderbouwing bevat dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame ontwikkeling is. Artikel 3.43 lov bepaalt dat in afwijking van artikel 3.42, eerste lid, een bestemmingsplan ter plaatse van "verstedelijking afweegbaar" kan voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als: a. binnen stedelijk gebied of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; b. transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; c. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; d. de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het stedelijk gebied.

In de plantoelichting wordt zonder enige motivering gesteld dat onvoldoende ruimte beschikbaar zou zijn voor het ziekenhuis binnen bestaand stedelijk gebied, dat transformatie van vastgoed niet mogelijk zou zijn en dat de ontwikkeling zou passen binnen de regionale afspraken. Hetzelfde geldt voor de aan te leggen weg. In het stedelijk gebied zijn verschillende locaties beschikbaar, waaronder in Vijfhuizenberg-Hulsdonk en Majoppeveld. Daarnaast kan ook de bestaande locatie worden gebruikt / getransformeerd. Onduidelijk is daarom hoe en waarom tot de conclusie is gekomen dat onvoldoende ruimte zou bestaan binnen bestaand stedelijk gebied. Daarnaast is, enkel en alleen omdat sprake is van een ziekenhuis, de

48

4.

transformatie van vastgoed niet per definitie uitgesloten. Uit de toelichting op de lov volgt dat hergebruiksmogelijkheden moeten worden bekeken. Hierbij worden onder andere genoemd industriële complexen, kloosters en verzorgingshuizen. Voor zover deze panden qua maatvoering te klein zouden zijn, behoort aanbouw tot de mogelijkheden. Dit is ten onrechte niet bezien. Ook is onduidelijk wat de regionale afspraken zijn en in hoeverre de ontwikkeling binnen de regionale afspraken, als bedoeld in afdeling 5.4 lov past. Een deel van het plangebied heeft, zoals hierboven al aangegeven, de aanduiding "landelijk gebied". Artikel 3.46 lid 1 en 2 lov bepaalt dat een bestemmingsplan kan voorzien in de nieuwe aanleg of wijziging van een gemeentelijke of provinciale weg, inclusief de bouw van daartoe behorende kunstwerken, maar een onderbouwing bevat: a. waarom de aanleg van de weg nodig is gelet op het verkeerskundige probleem of de ontwikkelingen die plaatsvinden; b. van de keuze van het tracé gelet op de verrichte onderzoeken; c. van de maatregelen voor de inpassing van de weg waarbij de ontwikkeling in samenhang wordt bezien met zijn omgeving om een grotere kwaliteitswinst voor meerdere ruimtelijke functies, waaronder natuur en landschap te bereiken; d. van de noodzaak voor een aan de weg gerelateerde voorziening.

Lid 3 bepaalt dat dit artikel mede van toepassing is op parkeervoorzieningen. Een groot deel van het plangebied bestaat uit een nieuw aan te leggen weg en parkeerterrein. Hiervoor geldt dat geen aandacht is besteed aan genoemde vereisten. In de "Structuurvisie Roosendaal 2025" (Structuurvisie) wordt uitgegaan van bouwen binnen de stedelijke contouren van de stad, het ontzien van het buitengebied van verstedelijking, zuinig / duurzaam ruimtegebruik met efficiënt gebruik en hergebruik van bestaande ruimte en bebouwing, sturen van nieuwbouw op basis van strategisch voorraadbeheer en het gebruik maken van de kwaliteit van de locatie.

De Structuurvisie Roosendaal 2025 is door de gemeenteraad vastgesteld op 13 maart 2013. Sedertdien is het tijdsbeeld nadrukkelijk veranderd. De bevolking van Nederland groeit en er moeten zoveel woningen en zoveel werkgelegenheid worden toegevoegd dat verstedelijking van het buitengebied niet meer kan worden uitgesloten, vandaar dat de provincie het gebied kenschetst als een zone waarin verstedelijking afweegbaar is.

49

5.

6.

7.

Verder is in de Structuurvisie expliciet bepaald dat de gemeente het buitengebied ontziet van stedelijke ontwikkelingen. Slechts landgoederen, buitenplaatsen en ruimte-voor-ruimte regelingen worden beperkt in aantal en omvang mogelijk gemaakt. De ontwikkeling is niet in overeenstemming met de Structuurvisie. In het plangebied komt een groot aantal beschermende soorten voor. In de plantoelichting wordt gesproken over het opstellen van een mitigatieplan. Mitigatie is niet voldoende om overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming of anderszins te voorkomen. Reclamant behoudt zich het recht voor de gronden over natuur verder aan te vullen naar aanleiding van het mitigatieplan. De verkeersonderzoeken zijn om verschillende redenen onzorgvuldig. Onder andere is de verkeersgeneratie van het nieuwe ziekenhuis in werkelijkheid groter dan ingeschat. Zo zijn de verkeersstromen van onder andere de poliklinieklocaties in EttenLeur niet meegenomen. Verder kunnen verschillende wegen de verkeerstoename niet verwerken. Het betreft onder meer de Thorbeckelaan, Willem Dreesweg, Rietgoorsestraat en Plantagebaan. Daarnaast is niet voorzien in waarborgen om sluiproutes over landbouwwegen als de Bulkenaarsestraat en de Huijbergseweg te voorkomen. Ook zijn verschillende aanpassingen aan kruispunten nodig om de verkeersstromen te kunnen verwerken. Dit is niet gewaarborgd.

Aangezien een groot aantal wegen niet geschikt is om de verkeerstoename op te vangen is oplevering van de verbindingsweg noodzakelijk voordat het ziekenhuis in gebruikt wordt genomen. Dit dient gewaarborgd te worden in een voorwaardelijke verplichting. Ook is niet uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden. De parkeerbehoefte van het ziekenhuis is onderschat. Het plangebied ligt in de geluidszone van de A58 en de nieuwe verbindingsweg. De voorkeursgrenswaarde voor het ziekenhuis bedraagt op grond van de Wet geluidshinder 48 dB(A). Uit de plantoelichting blijkt dat niet aan deze

De fundamentele uitgangspunten hebben een rol gespeeld bij de locatiekeuze. De onderbouwing voor de locatiekeuze is opgenomen in hoofdstuk 3 van het MER (deel A), die als bijlage bij het bestemmingsplan is gevoegd.

De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen.

Op de site van Bravis Ziekenhuis is te lezen dat de poliklinieken in Etten-Leur, Oudenbosch en Steenbergen open blijven in het kader van het garanderen van goede zorg in de regio. Deze zijn zodoende ook niet meegenomen in de berekening van de verkeersintensiteiten. De verkeersgeneratie is op twee manieren benaderd. De optelling van de verkeersbezetting van beide ziekenhuizen tezamen is nagenoeg gelijk aan de ritgeneratie van een dergelijk groot ziekenhuis op basis van kencijfers. De maximaal toelaatbare intensiteiten motorvoertuigen worden op de Thorbeckelaan, Willem Dreesweg en Plantagebaan niet overschreden na de realisatie van het ziekenhuis. De Rietgoorsestraat loopt na realisatie van het ziekenhuis tegen haar capaciteit aan, maar overschrijdt deze niet. De kruisingen A58-Plantagebaan Noord en Zuid worden beide aangepakt ten behoeve van deze ontwikkeling. Beide ontwikkelingen zijn meegenomen in dit bestemmingsplan. Verder is er geen noodzaak voor aanpassing van kruispunten (zie Tracéstudie Tolberg, Goudappel, 2019). De parkeerbehoefte is berekend conform de Nota parkeernormen van de gemeente en, voor zover van toepassing, de landelijk te hanteren CROW kencijfers. In het akoestisch onderzoek is de geluidsbelasting berekend en getoetst aan de normen van de Wet geluidhinder. De exacte locatie van het ziekenhuis is nog niet bekend.

Het berekenen van de geluidsbelasting op de gevels van het ziekenhuis is daarom nu niet mogelijk.

50

voorkeursgrenswaarde kan worden voldaan. Ook komt de woning van reclamant binnen de geluidzone van de nieuwe verbindingsweg te liggen. Voor de woning van reclamant zal ook niet aan genoemde voorkeursgrenswaarde kunnen worden voldaan. Het afwijken van deze grenswaarde is slechts onder zwaarwegende redenen mogelijk. Dat betekent dat onderzoek moet worden verricht naar het effect van de maatregelen om geluidsbelasting terug te brengen. Een deugdelijk onderzoek ontbreekt, zodat het bestemmingsplan onzorgvuldig is voorbereid. Ook is niet duidelijk in hoeverre is uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden en is onvoldoende aandacht besteed aan de cumulatie. Voorts is ten onrechte geen aandacht besteed aan de impact van het ziekenhuis, de verbindingsweg, het verkeer, bezoekers e.d. op het woon- en leefklimaat van reclamant.

8.

Het ziekenhuis is een geurgevoelig object. Het ziekenhuis en de overige voorzieningen liggen voor een groot deel binnen de 2 ouE/m3 contouren van de omliggende veehouderijen. Bouwen binnen de geurcontouren is niet toegestaan, tenzij is aangetoond dat sprake is van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. Dit is niet aangetoond. Uit het MER blijkt zelfs dat de voorgrondbelasting zeer negatief is beoordeeld. Ook ligt het plangebied deels binnen de 10 ouE/m3 achtergrondbelasting waardoor op dat punt sprake is van een matig leefklimaat. Er wordt in het MER gesproken over mitigerende maatregelen die noodzakelijk zijn om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen. Deze mitigerende maatregelen zijn niet gewaarborgd. Reclamant heeft een perceel met de bestemming "agrarisch". Vooralsnog benut hij dit perceel niet op deze manier. Het is echter niet gezegd dat hij of iemand anders geen agrarische activiteiten zal uitvoeren op dit perceel. Vanwege het ziekenhuis kan de bedrijfsvoering worden gehinderd.

Geluidmaatregelen in de vorm van een geluidscherm of een stiller wegdektype zijn onderzocht in het akoestisch onderzoek voor het bestemmingsplan. Hieruit volgt dat de onderzochte maatregelen niet effectief of haalbaar zijn. Daarom wordt naar verwachting gekozen om gevels van het ziekenhuis met een te hoge geluidsbelasting doof (zonder te openen delen) uit te voeren. De geluidsbelasting van de nieuwe verbindingsweg is getoetst bij geluidgevoelige bestemmingen gelegen in de geluidzone van de nieuwe verbindingsweg. De woning van reclamant ligt niet in de wettelijke geluidzone van de nieuwe verbindingsweg. Daarom is de geluidsbelasting van deze weg niet getoetst ter plaatse van de woning van reclamant. Op grond van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering van de Verenging Nederlandse Gemeenten (VNG) bedraagt de milieuzonering voor het ziekenhuis 30 meter voor het milieuaspect geluid. Binnen deze zone liggen geen bestaande woningen. Bij een nadere uitwerking van het ziekenhuis in een later stadium kan vervolgonderzoek nodig zijn. In dit stadium is dat echter door het ontbreken van concrete informatie over de daadwerkelijke uitwerking van het ziekenhuis nog niet mogelijk. Een ziekenhuis is een ‘geurgevoelig object’. Daarmee is rekening houden bij de totstandkoming van het bestemmingsplan.

De gemeente heeft onderzoek laten verrichten naar de geursituatie die ontstaat vanwege het bestemmingsplan. Naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen is daarnaast een vervolgonderzoek verricht naar de gevolgen van het bestemmingsplan voor de omliggende veehouderijen. Uit de onderzoeksresultaten is naar voren gekomen dat het ziekenhuis is gelegen binnen de huidige geurcontouren van verschillende agrarische ondernemingen in de omgeving van het plangebied. Deze geurcontouren zijn berekend op grond van de Wet geurhinder en veehouderij. Om te voorkomen dat agrarische activiteiten (en planologische rechten) in de omgeving van het plangebied worden belemmerd als gevolg van het bestemmingsplan, zal de gemeenteraad een nieuwe geurverordening vaststellen voor 'De Bulkenaar’. Door middel van een voorwaardelijke verplichting is in de planregels geborgd dat het ziekenhuis pas in gebruik mag worden genomen, nadat de geurverordening is vastgesteld.

51

Tot slot dient ook de geurhinder op de woning en het perceel van reclamant te worden bezien.

De nieuwe geursituatie staat niet in de weg aan het gebruik van de gronden van het plangebied als ziekenhuis. Dat in dit geval het milieuklimaat 'matig' is, laat onverlet dat sprake blijft van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Van belang is daarbij dat het plangebied is gelegen buiten de bebouwde kom en dat maatregelen worden getroffen, waardoor het verblijfsklimaat in het ziekenhuis acceptabel blijft. Dat de uitvoering van deze maatregelen niet is geborgd is feitelijk niet juist. Op grond van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen is de exploitant van het ziekenhuis, als zorgaanbieder verplicht tot het nemen van bouwkundige voorzieningen die nodig zijn voor het leveren van goede zorg. Deze verplichting borgt dat maatregelen worden genomen, teneinde de patiënten van het ziekenhuis te beschermen tegen geurhinder. De gemeente adviseert om het toevoerkanaal van de luchtbehandelingssystemen van het ziekenhuis te realiseren op een locatie waar de geurimmissie relatief laag is. Er bestaat geen aanleiding om de geurhinder op de woning en het perceel van reclamant nader te onderzoeken. Het ziekenhuis zelf leidt niet tot een zodanige mate van geurhinder, dat deze verplichting aan de orde zou kunnen zijn. De reclamant heeft geen concrete bouwplannen kenbaar gemaakt, waarmee de gemeente bij de totstandkoming van dit bestemmingsplan rekening dient te houden.

9.

Op korte afstand van het plangebied liggen verschillende veehouderijen. Deze verspreiden schadelijke stoffen zoals zoönosen en endotoxinen. Het is zeer de vraag of een ziekenhuis ter plaatse passend is. Er had nader onderzoek moeten worden verricht, bijvoorbeeld door de GGD, om te beoordelen of de vestiging van een ziekenhuis ter plaatse wel passend is.

Bij de totstandkoming van het bestemmingsplan is onderzoek verricht naar de aanwezigheid van schadelijke stoffen en de risico's daarvan voor de volksgezondheid. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat schadelijke stoffen, zoals zoönosen en endotoxinen, niet in de weg staan aan de realisatie van het ziekenhuis. Hierbij is uitgegaan van het toetsingskader uit de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ (Toetsingskader endotoxinen). Uitgangspunt van dit toetsingskader is de advieswaarde van de Gezondheidsraad van 30 EU/m3 voor endotoxinen. Met het toetsingskader kan op basis van de bronsterkte voor individuele veehouderijen de afstand worden bepaald die moet worden aangehouden om te voldoen aan de advieswaarde van de Gezondheidsraad. Voor pluimveehouderijen bedraagt deze afstand 250 meter. Voor andere typen veehouderijen geldt dat op een afstand van 25-50 meter de waarden tot het normale niveau zijn gedaald.

52

De pluimveehouderij aan de Haiinksestraat ligt op ruim 400 meter afstand, en de varkenshouderij aan de Oostlaarsestraat 6 ligt op ongeveer 170 meter afstand. De afstand tussen de perceelsgrens van de varkenshouderij aan de Bulkenaarsestraat 2 en het bouwvlak voor het ziekenhuis bedraagt circa 100 meter. Gelet op deze afstanden bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de advieswaarde van de Gezondheidsraad zal worden overschreden. De gemeente heeft overlegd gevoerd met de GGD bij de totstandkoming van het bestemmingsplan. Naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen heeft de gemeente dit opnieuw gedaan. De GGD heeft geen belemmeringen geconstateerd voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

10.

Tot slot kan in het algemeen gezegd worden dat de bouw van een ziekenhuis in het buitengebied op slechts circa 40 meter van de woning van reclamant niet getuigt van een goede ruimte ordening. Privacy zal gelet op de bouwhoogte ver te zoeken zijn en de bezonning zal sterk verslechteren Een acceptabel woon- en leefklimaat is niet gegarandeerd.

Ook de zienswijze geeft geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de mogelijke blootstelling aan endotoxinen en zoönosen hier onaanvaardbaar is. De woning van reclamant ligt op ca. 100 meter van de grens van het bouwvlak binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’. Dit is voldoende afstand om de privacy te waarborgen. Er is in artikel 4.4. een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat bij de aanvraag van de omgevingsvergunning een bezonningsstudie moet worden gevoegd, die de effecten van het ziekenhuis op de omgeving heeft onderzocht en waaruit blijkt dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Consequenties voor het bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Reclamant 10. (Zaaknummer 443800) Zienswijze 1. Verslechtering van het woon-leefklimaat. Een belangrijk argument voor reclamant voor de aankoop van de woning, circa 20 jaar geleden, was de ligging: landelijk en rustig aan de rand van Roosendaal met weidse vergezichten. In een rustig straatje met weinig verkeer. Met de komst van het ziekenhuis stelt reclamant dat de woonsituatie significant verslechterd. Het plan voorziet in een gebouw dat groter zal zijn dan ZiggoDome, op 200 meter afstand van de woning en met een parkeercapaciteit voor bijna 2000 auto’s. Daarnaast zal de aard van het gebouw (ziekenhuis) tot veel activiteit leiden waardoor de rust van de huidige woonomgeving ernstig zal worden verstoord. Deze ontwikkeling

Beantwoording Het betreft een globaal bestemmingsplan. De exacte vormgeving van het ziekenhuis is momenteel nog niet bekend. Het bestemmingsplan geeft de kaders waarbinnen het ziekenhuis dient te worden gerealiseerd. Die kaders zijn ook gehanteerd voor het uitvoeren van de milieu-onderzoeken waarin onderzocht is of er consequenties zijn voor het woon- en leefklimaat en zo ja, welke maatregelen getroffen dienen te worden om het woon- en leefklimaat niet te laten verslechteren. Hiermee is de rechtszekerheid voldoende geborgd.

53

2.

3.

wordt versterkt door het recreatieve karakter dat wordt voorzien voor het te ontwikkelen landschapspark. Reclamant geeft aan dat de opmerkingen in het MER zich richten op het ontwerp bestemmingsplan en daarom van hoog abstractieniveau zijn. Bij de verdere uitwerking van de plannen zullen meer concrete aspecten van de ontwikkeling van de Bulkenaar zichtbaar worden. Reclamant vreest voor nog meer negatieve consequenties voor het woon-en leefklimaat (ontsluitingsweg, verkeerssituatie, parkeren, het inrichtingsplan, gebruik van landschapspark voor recreatie).

Een globaal bestemmingsplan wordt op eenzelfde abstractieniveau in het MER op effecten beoordeeld.

Strijdig met het ruimtelijk beleid van de gemeente Roosendaal. Het plangebied is gelegen buiten de stedelijke contouren en voorziet in een verstedelijking van het buitengebied. Er wordt niet gekozen voor een optie om de bestaande ruimte te hergebruiken. Hiermee voldoet het plan niet aan de fundamentele uitgangspunten van het ruimtelijk beleid van de gemeente Roosendaal. Voorts kan gesteld worden dat een motivering om van deze uitgangspunten af te wijken, ontbreekt. De afwijking duidt niet enkel op een beleidsmatige inconsistentie. Het gaat ook voorbij aan de harde cijfers. In de voorontwerp omgevingsvisie wordt vermeld dat Roosendaal een relatief klein oppervlak natuurgebied kent (6%). Door de plannen van de gemeente wordt dit percentage nog lager. Het verwondert reclamant dat de gemeente niet meer aandacht heeft besteed aan mogelijke binnenstedelijke oplossingen.

Op 28 mei 2020 heeft de gemeenteraad de gebiedsvisie Bulkenaar vastgesteld. De provincie Noord-Brabant heeft het gebied in de Interim omgevingsverordening als ‘verstedelijking afweegbaar’ aangeduid.

Geen evenwichtige belangenafweging. De afweging van locaties in het MER vergroot de onzekerheid voor omwonenden verder. Blijkbaar moeten zij rekening houden met de mogelijkheid

De bestemming ‘Groen-Landschapspark’ voorziet onder andere in speel-, spel- en daarmee vergelijkbare sportvoorzieningen, niet zijnde sportvoorzieningen in clubverband. Ten aanzien van de mogelijkheden voor dagrecreatie is in de begripsbepalingen aangegeven dat het activiteiten betreft ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting niet is toegestaan. Het gaat hier om kleinschalige elementen die niet leiden tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat.

Roosendaal zet primair in op behoud van bestaande kwaliteiten voor natuur, water, landschap en het buitengebied. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het weidse open landschap in het noordelijk deel en het parklandschap in het zuidelijk deel van Roosendaal. Naast de daar genoemde uitgangspunten ‘bouwen binnen stedelijke contouren’ en ‘zuinig/duurzaam ruimtegebruik’ is ook ‘het buitengebied zoveel mogelijk ontzien van verstedelijking’ een van de uitgangspunten. Er staat dus niet dat er niet gebouwd mag worden. Voor de gemeente zijn alle genoemde fundamentele uitgangspunten van belang, dus ook bij nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied, blijven de overige fundamentele uitgangspunten overeind. Deze hebben dan ook een belangrijke rol gespeeld bij de locatiekeuze. De onderbouwing voor de locatiekeuze, waarbij de bestaande ziekenhuislocaties zijn meegenomen, is opgenomen in hoofdstuk 3 van het MER (deel A), die als bijlage bij het bestemmingsplan is gevoegd. Het plangebied heeft geen vigerende bestemming ‘Natuur’, maar ‘Agrarisch’. De ontwikkeling heeft dus geen invloed op het percentage natuurgebied in de gemeente Roosendaal. Bravis heeft een Visie 2030 “Het nieuwe Bravis, brengt zorg samen” opgesteld. Een belangrijke basis voor de nieuwe visie is de scenario-analyse die ze in het najaar van 2019 hebben uitgevoerd. In meerdere scenario’s heeft Bravis bekeken wat 54

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1229/documents/32453