08. VRMWB begroting 2023 en jaarstukken 2021.pdf
Tekst van het document
Gemeenschappelijke Meldkamer / Operationeel Centrum Brandweer (OCB) / Regionaal Coördinatiecentrum (RCC) Sinds 9 juni 2020 is de meldkamer voor Midden- en West-Brabant en Zeeland operationeel in Bergen op Zoom. Onze meldkamer is een steeds complexer geheel van processen en systemen. De kwaliteit en stabiliteit van onderdelen van de meldkamer is een issue dat blijvende aandacht verdient. De opvolger van C2000 vraagt om extra opleiding en training. De ontwikkeling van een Real Time Intelligence Center Brandweer (RTIC-B) –ook wel ‘Informatiegestuurde Incidentbestrijding’ genoemd – zal van invloed zijn op het OCB. RTIC-B wordt samen met andere regio’s ingevuld. Het is een paraplu project dat alle projecten op het vlak van operationele informatievoorziening binnen de brandweer in verbinding met elkaar brengt. Met RTIC-B
komen onze leidinggevenden in geval van crisis/incidenten in een betere informatiepositie waardoor zij optimaal besluiten kunnen nemen. Projecten/activiteiten die verbonden worden zijn bijvoorbeeld het VIK (Veiligheids Informatie Knooppunt met meer tactische data), de operationele viewer, ontsluiten beelden cameratoezicht, monitoring media, ontsluiten relevante intern/externe data, digitale verkenning (o.a. drone-data) en op optimaliseren van de verbinding met RTIC-Politie.
Klimaat, energie en circulariteit De klimaatverandering, energietransitie en circulaire economie zijn nog relatief nieuwe aandachtsgebieden die veel ontwikkelingen met zich meebrengen. Klimaatverandering De aan de klimaatverandering verbonden veiligheidsrisico’s behoeven nauwelijks nog uitleg: overstromingen, wateroverlast, hittestress, langdurige droogte en lagere grondwaterstanden die een probleem kunnen vormen voor onze bluswatervoorziening. De veiligheidsrisico’s lijken overwegend van fysieke aard, maar de dreigingen kunnen ook van maatschappelijke invloed zijn. Schaarste van energie en grondstoffen bedreigen wereldwijd steeds meer volken en kunnen ook dicht bij huis tot maatschappelijke problemen en risicovolle situaties leiden. Het in positie komen om deze, vaak nieuwe risico’s afdoende te beheersen en te bestrijden, vraagt om een vernieuwingsslag. Energietransitie De klimaatdoelen en daardoor gestarte energietransitie brengt nieuwe veiligheidsrisico’s mee. Er ontwikkelt zich ‘een elektrificatie van de samenleving’: windmolenparken, zonneparken, warmtenetten, warmtepompen, accu’s in auto’s en straks elektrische opslagsystemen (EOS) in woningen en wijken. Ook (het zeer brandbare) waterstof als energiebron en ondergrondse CO2-opslag doen hun intrede.
Allemaal veranderingen die ingrijpen in onze omgeving, waarbij we bedacht moeten zijn op de bijbehorende risico’s en die zowel op het gebied van advisering (dus aan de voorkant) als bij incidenten met energiebronnen onze inzet vragen. We moeten aan vakbekwaamheid werken: kennis opbouwen en overdragen aan onze grote groep medewerkers. Al deze noodzakelijke ambities zullen leiden tot het maken van nieuwe keuzes bij onze financiële middeleninzet. Wat willen we bereiken? In 2023 zetten we in op de volgende speerpunten: We willen onze brandweer toekomstbestendig maken, zodat die flexibel en wendbaar kan reageren op maatschappelijke ontwikkelingen en nieuwe risico’s. Dit beïnvloedt zowel de inhoud als de uitvoering van het brandweervak. We implementeren in samenwerking met alle veiligheidregio’s het landelijke koersdocument en programmaplan Veilige Energietransitie (VEt). We willen onze opleidingscapaciteit vergroten en opleidings- en oefenmogelijkheden versterken. We zijn beter voorbereid op meerdere typen crises en organiseren onze crisisorganisatie - incl. bevolkingszorg en crisiscommunicatie - flexibeler. We verbeteren onze informatiepositie bij het bestrijden van en sturing geven aan een incident, ramp of crisis. Wat gaan we daarvoor doen? Wat willen we bereiken
Wat gaan we daarvoor doen
Toekomstbestendige brandweerzorg
We voeren de in 2022 ontwikkelde roadmap Toekomstbestendige Brandweerzorg uit. We garanderen onze paraatheid door voldoende brandweermensen en gebiedsgerichte opkomsttijden. De maximale efficiency van flexibel inzetten van het brandweerpersoneel is bereikt. We garanderen onze paraatheid door het vinden, binden en boeien van repressief personeel, zowel in vaste dienst als middels vrijwilligers. We verbeteren de indicatoren en brengen de paraatheid beter in beeld. Sturing kan hierdoor eenvoudiger plaatsvinden.
Veilige Energietransitie (VEt)
De systematiek voor paraatheid wordt aangepast op de invoering van gebiedsgerichte opkomsttijden.
Thema’s, preparatie en training worden opgepakt in samenhang met het landelijke programmaplan en verdeling over de veiligheidsregio’s. We continueren onze rol als ‘Kennisregisseur laadinfrastructuur’ voor alle veiligheidsregio’s.
Opleidingscapaciteit vergroten en oefenmogelijkheden versterken
Crisisbeheersing, bevolkingszorg en risico en crisiscommunicatie
We verbeteren onze informatiepositie bij het bestrijden van en sturing geven aan een incident, ramp of crises.
We verbeteren de brandweeropleidingen naar aanleiding van de Audit Kwaliteit Aanbieders Brandweeropleidingen uit 2022. We ontwikkelen meer kwalitatief aantoonbare vakbekwaamheid. We ontwikkelen meer risicogerichte en functiegerichte oefenprogramma’s. Doorontwikkeling van ‘blended learning’ (theorie/praktijk en fysiek/digitaal). In de opleidingscapaciteit wordt extra geïnvesteerd op basis van de businesscase uit 2022. De visie op crisisbeheersing 2.0 wordt geëvalueerd en eventuele bijsturingsvoorstellen worden ontwikkeld, mede beïnvloed door het Regionaal Crisisplan dat in 2023 wordt vastgesteld. Er is een duidelijke richting voor de structuur van inzet bij een flexibele of langdurige crisis, die ook is gelinkt aan het Regionaal Crisisplan in 2023. De doorontwikkeling van Bevolkingszorg naar gemeentelijke crisisbeheersing wordt geïmplementeerd in 2022 en 2023. In 2023 wordt ingezet op opleiden, trainen en oefenen en de samenwerking met andere hulpdiensten. Het uitvoeringsplan voor een toekomstbestendige risico- en crisiscommunicatie wordt in 2023 geïmplementeerd. In 2023 wordt ingezet op de vakbekwaamheid van de crisiscommunicatiefunctionarissen en de samenwerking met andere hulpdiensten. Samen met de rijksoverheid en andere veiligheidsregio’s werken we toe naar het landelijk ontwikkelen van crisisplannen en naar een landelijke flexibele crisisorganisatie.
Hiermee spelen we beter in op nieuwe, langdurige, steeds meer bovenregionale crises. Het (Informatie)Knooppunt Crisisbeheersing Regio Rijk (KCR2) speelt hierbij een belangrijke rol. De meldkamer in Bergen op Zoom wordt in 2023 samen met alle andere meldkamers aangesloten op één landelijk Informatievoorzienings- en ICT- netwerk. Invoering Nationaal Meldkamer Systeem (NMS), . We implementeren viewers voor diverse doelgroepen (ook bevolkingszorg), van operationeel (OIV, Operationele Informatievoorziening) tot en met strategisch (VIK, Veiligheids Informatie Knooppunt), die allemaal gebruik maken van hetzelfde (GEO)-data fundament. We verkennen de mogelijkheden van grensoverschrijdende GEOdata-uitwisseling, zodat we over de grens hetzelfde beeld hebben. We verbeteren de data-uitwisseling met ketenpartners, zoals de GHOR, OMWB en anderen door bredere toepassing van de Portal Informatiegestuurde Veiligheid (IGV). Daarnaast geven we verder invulling en ontwikkelen we het project RTIC-B (Real Time Intelligence Brandweer) door.
Binnen deze pijler vindt het overgrote deel van de activiteiten plaats in de going concern van Veiligheidsregio MWB. De volgende reguliere taken horen hiertoe: repressie, (multi)operationele voorbereiding en planvorming, techniek facilitair en logistiek, informatie gestuurd werken, multidisciplinair opleiden trainen en oefenen, crisiscommunicatie, meldkamer/Operationeel Centrum Brandweer, Bevolkingszorg, grensoverschrijdende/internationale samenwerking en GHOR-taken.
Prestatie-indicatoren Realisatie 2021
Verwachting of streefwaarde 2022
Verwachting of streefwaarde 2023
Repressie Aantal vrijwilligers Aantal beroeps
1.277 219
1.312 219
1.330 220
Opkomsttijden 1e TAS* Objectnorm Objectnorm + 2 minuten 18 minuten norm
71% 86% 98%
80% 95% 100%
80% 95% 100%
Vakbekwaam worden en zijn Opkomstpercentage vrijwilligers bij oefenen Opkomstpercentage vrijwilligers bij alarm
85% 46%
60% 30%
60% 30%
24 980 5 Geen grip 2 geweest
110 1.200 ** 100%
110 1.200 ** 100%
12.827
**
**
31 (>100 incl. coronacrisis)
35
40
Multidisciplinair opleiden en oefenen Aantal opleidingen/trainingen/oefeningen Aantal deelnemers Aantal Grip-situaties % geëvalueerde grip-2 situaties Operationeel Centrum Brandweer (OCB) Afgehandelde incidenten OCB Crisiscommunicatie Inzet crisiswebsite en social media
* De opkomsttijd 1e tankautospuit (TAS) is de tijd vanaf de melding op de meldkamer tot het moment dat deze aankomt bij het incident. Voor ieder object is een normtijd vastgesteld in het dekkings- en specialisme spreidingsplan, gebaseerd op de gebruiksfunctie. Het werken met gebiedsgerichte opkomsttijden komt steeds dichterbij; dit kan tot wijzigingen leiden. **Deze cijfers worden niet begroot omdat het niet-beïnvloedbare cijfers betreft. Wat hebben we daarvoor nodig? Financieel overzicht Begroting 2023 Lasten
(bedragen x 1.000) Leveren van een hulpvaardige en slagvaardige inzet
3.115 -
€ - € € -2.313 € € - €
€ 72.297 € -72.639 €
Subtotaal mutaties reseves €
Resultaat
Begroting 2024 Saldo
Lasten
Baten
Begroting 2025 Saldo
Lasten
Baten
Begroting 2026 Saldo
Lasten
Baten
Saldo
€ 69.182 € -70.325 € -1.144 € 62.952 € -64.388 € -1.436 € 64.160 € -65.530 € -1.371 € 64.997 € -66.839 € -1.842
Algemene Dekkingsmiddelen € Overhead € Vennootschapsbelasting € Begroot totaal saldo van baten en lasten
Baten
-
€
-63
€
€ 72.297 € -72.702 €
802 -
€ € €
3.165 -
€ - € € -2.362 € € - €
803 -
€ € € €
3.218 -
€ € - € € -2.407 € € - €
811 -
€ € € €
3.273 -
€ € - € € -2.466 € € - €
807 -
-342 € 66.117 € -66.750 €
-632 € 67.378 € -67.937 €
-559 € 68.269 € -69.305 € -1.036
-63
-63
-63
€
-
€
-63
€
-405 € 66.117 € -66.813 €
€
-
€
-63
€
-695 € 67.378 € -68.000 €
€
-
€
-63
€
-63
-622 € 68.269 € -69.368 € -1.098
1.5 Wendbare en duurzame organisatie Inleiding Samen werken we aan veiligheid en veerkracht. Dit doen we langs de drie pijlers met als basis een wendbare en duurzame organisatie. Een wendbare en duurzame organisatie is een belangrijke voorwaarde voor het behalen van de ambities en doelstellingen van het beleidsplan. We voeren onze veiligheidstaken tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten uit. We werken samen, zijn duurzaam, werken informatie gestuurd en organiseren onszelf wendbaar. We zijn trots en doen ons werk vol passie. Ontwikkelingen Informatie gestuurde veiligheid Informatie speelt een steeds grotere rol om als Veiligheidsregio optimaal te presteren en te kunnen adviseren. Slimmer en beter gebruikmaken van data maakt onze informatiepositie sterker en maakt het mogelijk om op het juiste moment de juiste beslissingen te nemen en effectiever te opereren. Informatie is ‘key’ voor een veiliger samenleving. Het vervullen van onze kerntaak als verbinder en regisseur valt of staat met het voorhanden hebben, analyseren, duiden en delen van up to date informatie. Ook geo-data, beelden en data van steeds meer sensoren in de samenleving worden steeds belangrijker. Informatie is cruciaal om te kunnen sturen op vakbekwaamheid, op het terugdringen van risico’s en het optreden bij incidenten en crises inclusief de voorbereiding daarop.
Bij de Veiligheidsregio is inmiddels sprake van een informatietransitie. Dat zien we terug in technische ontwikkelingen, onze informatie-architectuur en in de verdergaande digitalisering van onze werkprocessen. Met Programmamanagement en de afdeling Informatie, Onderzoek en Analyse (IOA) stimuleren en faciliteren we uiteenlopende pilots en de ontwikkeling van prototypes en proofs of concept. We verbeteren de indicatoren en brengen de paraatheid beter in beeld, aangepast op de invoering van gebiedsgerichte opkomsttijden. Verdere professionalisering is een eis van het rijk, wordt verwacht door onze partners en doen we om samen de regio veiliger te maken. De veranderingen in de landelijke crisisorganisatiestructuur betekenen dat er nu al kwartier wordt gemaakt voor een landelijk ‘Knooppunt Crisisbeheersing Regio Rijk’ (KCR2) waar we actief aan meewerken. De lat komt dus steeds hoger te liggen, daarom sluiten we aan bij informatiseringsinitiatieven zoals bijvoorbeeld van de gemeenten Tilburg en Breda. Innoveren op het gebied van informatie gestuurde veiligheid kan niet zonder investeren: in techniek, functionaliteiten én de mensen die ermee werken. De invoering van KCR2 leidt tot structurele meerkosten. Of hier extra rijksbudget tegenover staat, is nog niet te zeggen.
De samenwerking met alle andere veiligheidsregio's op het gebied van informatiegestuurde veiligheid is geborgd in het landelijke plan "Samen slimmer met data: 2020 – 2025". Gemeenschappelijk voorzieningen, zoals het Landelijk Verkeersplein en GEO4OOV, zijn beschikbaar om over de regiogrenzen optimaal samen te werken. De kennis en kunde van het Kenniscentrum Informatiegestuurde Veilgheid (KCIV) wordt gedeeld met de regio's, zodat het kennisniveau ten aanzien van analyses en onderzoeken op een hoger niveau komt. Informatieveiligheid Op het gebied van informatieveiligheid leggen we de lat al hoog, maar moet het ambitieniveau nog verder omhoog. Ons toetreden tot de Vitale Infrastructuur vraagt zelfs om een versnelling. Met de snelle ontwikkelingen op het gebied van informatie nemen ook de risico’s toe. Gevaren voor de maatschappelijke continuïteit liggen daarbij op de loer. Bovendien liggen we als Veiligheidsregio onder een vergrootglas, als het om de relatie gaat tussen informatisering en een betrouwbare overheid. Informatieveiligheid is als aandachtsgebied steeds belangrijker. Die veiligheid is nodig als fundament onder de vier pijlers van onze informatie: beschikbaarheid, integriteit, vertrouwelijkheid en -als rode draad- privacy. De afgelopen jaren hebben we op het gebied van digitalisering en informatisering veel bereikt.
Wanneer we kijken naar het ‘volwassenheidsniveau’ volgens het CMMI-model (Capability, Maturity Model Integration), zijn we binnen de score 1-5 op steeds meer onderdelen van een 2 naar een 4 gegaan. Maar we moeten de lat nog veel hoger leggen. De minister van Justitie en Veiligheid heeft aangekondigd dat hij vanuit de ervaringen met de coronacrisis de veiligheidsregio’s naar alle waarschijnlijkheid gaat aanwijzen als onderdeel van de Vitale Infrastructuur. Dat vereist dat ons
volwassenheidsniveau op alle onderdelen ten minste naar een 4 moet. We willen voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Om deze ambities waar te maken, moeten we versnellen. Bovendien moet informatieveiligheid nog nadrukkelijker binnen alle onderdelen van de organisatie worden geborgd. Op het gebied van informatieveiligheid zijn nieuwe investeringen nodig in technische security, het op peil brengen en houden van het vereiste vakbekwaamheidsniveau, in audits en menskracht. Hoeveel kosten hier precies mee gemoeid zijn is nog niet bekend. Of hier extra rijksbudget tegenover staat, is ook nog niet te zeggen.
(Nieuwe) wet- en regelgeving Wet open overheid (Woo) De Woo vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en heeft tot doel om de transparantie van overheden en semi-overheden te verbeteren. De belangrijkste wijziging in de Wet open overheid (Woo) betreft de actieve openbaarmaking, openbaarmaking uit eigen beweging. Er is een groot aantal documenten aangewezen die in ieder geval actief openbaar moeten worden gemaakt en ontsloten. Daarnaast is de passieve openbaarmaking, de openbaarmaking op verzoek, op een aantal vlakken zodanig aangescherpt dat het afhandelen van de verzoeken nog arbeidsintensiever wordt. De Woo gaat uit van digitalisering en stelt eisen aan de documenten en de ontsluiting daarvan. De Woo vereist het op orde brengen van de informatiehuishouding en het aanpassen van processen (zowel organisatorisch als technisch) De Woo gaat op 1 mei 2022 in. De nieuwe regels voor passieve openbaarmaking gelden vanaf 1 mei 2022, de regels voor actieve openbaarmaking worden gefaseerd ingevoerd in 2023 e.v. De gemeenten zijn in de meicirculaire 2021 geïnformeerd over de compensatie van de meerkosten die zij maken in verband met de uitvoering van de Woo. De financiële middelen bestaan uit zowel incidentele als structurele middelen. De incidentele middelen zijn bestemd voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie.
De structurele middelen zijn bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals genoemd in de Woo, het aanwijzen van een contactfunctionaris (elk bestuursorgaan krijgt een contactfunctionaris. Deze helpt de mensen bij hun vragen over informatie en het zoeken en vinden van de juiste informatie) en het beheer en onderhoud van systemen. De veiligheidsregio zal het eerste jaar (2022) ook alle relevante documenten moeten publiceren, hiervoor worden implementatiekosten gemaakt. Vanaf 2023 moeten in het kader van de Woo uitsluitend de Woo-relevante documenten worden gepubliceerd die vanaf 2023 worden gemaakt. Dit zijn de structurele kosten. Het is nog niet goed in te schatten wat de incidentele en structurele kosten zijn van de implementatie van de Woo. Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmbev) Met de invoering van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmbev) krijgen burgers en ondernemers het recht om digitaal met de overheid te communiceren. De veiligheidsregio moet specifieke digitale kanalen aanwijzen die burgers en ondernemers daarvoor kunnen gebruiken. Bij het gebruik van de digitale weg gelden nieuwe waarborgen, zoals notificatie, ontvangstbevestiging en termijnverlenging bij storing. Ook wordt de overheid verplicht om passende ondersteuning te bieden bij bestuurlijk verkeer.
Deze ondersteuning moet zijn afgestemd op de aard van de dienstverlening en de doelgroepen. De Wbmev ligt momenteel nog bij de Eerste Kamer, maar de verwachting is dat deze per 1 juli 2022 of per 1 januari 2023 in werking zal gaan treden. Besluit digitale toegankelijkheid overheid (Bdto) De Wet digitale toegankelijkheid overheid gaat naar verwachting in op 1 juli 2022. De impact van het voldoen aan het Besluit digitale toegankelijkheid overheid (Bdto) is uitgesplitst in impact tijdens de implementatieperiode en de structurele impact. Op het aspect organisatie is de impact groot: voldoen aan het Bdto vraagt een organisatie brede aanpak, omdat toegankelijkheid doorwerkt in alle processen van alle afdelingen. Structureel komen er extra taken bij rondom monitoring, controle en nabewerking van documenten en bewustwording op peil houden. Het Bdto stelt eisen aan meerdere technische voorzieningen. Voor de gemeenten en gemeenschappelijke regelingen wordt gesproken over totale incidentele kosten tussen de € 58 en € 94 miljoen voor implementatie binnen twee jaar. Het zijn onder meer kosten voor het projectteam en out-of-pocket kosten voor aanpassing van de techniek, uitvoeren van nulmetingen en toetsen, trainingen voor personeel en inhuur. Structureel is er jaarlijks tussen de € 25 en € 32 miljoen nodig om aan de eisen van het besluit te voldoen.
Deze kosten zijn voor monitoring en bewustwording, controle
en nabewerkingen van content en voor het opstellen van de toegankelijkheidsverklaringen. De structurele en incidentele kosten voor onze veiligheidsregio zijn nog niet goed in te schatten. Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen De wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) strekt er toe de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende rol van deelnemers aan de regelingen bij taken die worden uitgevoerd te versterken. Dit wordt bereikt door het versterken van de positie van de gemeenteraden bij besluitvorming, het invoeren/verduidelijken van controle-instrumenten en het verbeteren van de positie van gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van de regeling. De Gemeenschappelijke regeling zal na inwerkingtreding van de gewijzigd Wgr binnen twee jaar moeten worden aangepast aan de nieuwe regels. Voorafgaand aan deze aanpassing moeten afspraken gemaakt worden met gemeenten over de zaken die zij in de gemeenschappelijke regeling willen opnemen. Er moeten door de gemeenten onder andere unanieme keuzes worden gemaakt met betrekking tot inbrengen van zienswijzen bij besluiten, het instellen van een raadscommissie, participatie en evaluatie. De wijziging van de Wgr treedt naar verwachting per 1 juli 2022 in werking en gelet op het overgangstermijn zal de Gemeenschappelijke Regeling in 2023 worden vastgesteld.
Gelet op de tijdrovende procedure voor het wijzigen van de eigen gemeenschappelijke regeling moet tijdig worden begonnen met het maken van afspraken met de gemeenten over de gewenste inhoud van die regeling. Beleidscyclus 2023-2027 Het beleidsplan “Samen werken aan veiligheid en veerkracht” vormt het strategische beleidskader van de Veiligheidsregio en is van kracht tot en met juni 2023. Het beleidsplan is een wettelijke planfiguur, een instrument voor de vertaling van bestuurlijke verantwoordelijkheden en ambities naar operationele voorbereiding en taakuitvoering. Het volgende beleidsplan bestrijkt de jaren 2023-2027. Samen met de gemeenten, partners en de samenleving geven we in 2022 invulling aan dit nieuwe beleidsplan. Net zoals voor het huidige beleidsplan ligt daar een proces van ‘Strategische Omgevingsanalyse’ aan ten grondslag. In deze analyse kijken we uitgebreid ‘van buiten naar binnen’ en betrekken we gemeenten, partners, maatschappelijke organisaties en marktpartijen bij de koers die we kiezen en keuzes die we samen maken. Het concept Beleidsplan wordt in januari 2023 voorlopig vastgesteld in het AB en ter zienswijze aangeboden aan de gemeenteraden. In juli 2023 stelt het AB het Beleidsplan definitief vast. Expertisebureau Risicobeheer De Veiligheidsregio’s zijn de afgelopen jaren geconfronteerd met de verharding van de verzekeringsmarkt.
Dit is aanleiding geweest voor veiligheidsregio’s te overwegen om tot eigen risicodragerschap voor bepaalde risico’s over te gaan en te onderzoeken welke juridische, financiële en contractuele vorm dit kan krijgen. Het Veiligheidsberaad heeft in oktober 2021 besloten tot de oprichting van de Stichting Risicobeheer (hierna te noemen: Expertisebureau Risicobeheer). Nadat het Veiligheidsberaad op 4 oktober 2021 eveneens heeft ingestemd vindt op dit moment de regionale uitvraag van ‘wensen en bedenkingen’ plaats. Fase 1: Expertisebureau Risicobeheer Voor de jaren 2022 en 2023 is een businesscase voor het Expertisebureau Risicobeheer opgesteld. De bijdrage per veiligheidsregio wordt pondsgewijs verdeeld, omdat het gaat om kosten die iedere veiligheidsregio maakt ongeacht de omvang. Het gaat om kosten voor de medewerkers in de stichting (ca 2 á 3 fte), inkoop en beheer van de ongevallenverzekering, ICT voor risicobeheer en ondersteuning bedrijfsvoering. De kosten zijn begroot op circa € 22.500 inclusief BTW per regio per jaar. Fase 2: Waarborgfonds en verbreding taakveld Expertisebureau Risicobeheer Fase 2 start vanaf 2024. In deze fase vindt continuering van het Expertisebureau Risicobeheer plaats en wordt verbreding overwogen. Daarnaast wordt beoogd om per 2024 een Waarborgfonds op te richten.
Voor het Waarborgfonds wordt begin 2022 een businesscase opgesteld en ter besluitvorming voorgelegd aan het AB. Daarbij is de verdeelsleutel voor de kosten en de bijdrage aan het fonds een specifiek thema.
Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra)/ Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) Op 1 januari 2020 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in werking getreden. Deze Wet regelt dat ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde rechten en plichten krijgen als werknemers in de civiele sector. Ambtenaren krijgen een arbeidsovereenkomst in plaats van een aanstelling en de –door het bestuur vastgestelde arbeidsvoorwaardenregeling- wordt vervangen door een CAO. Voor personeel van Veiligheidsregio’s geldt echter uitstel in verband met de complexe situatie van het werkgeverschap (beroeps-, vrijwillig – en ander personeel en 24/7 beschikbaarheid en inzetbaarheid). De inwerkingtreding voor personeel van Veiligheidsregio’s vindt op een later, nog niet bekend, tijdstip plaats. In 2021 is de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) opgericht. De WVSV treedt in werking met ingang van 1 januari 2022 en treedt namens alle Veiligheidsregio’s op als vakorganisatie ook in het kader van arbeidsvoorwaarden. De invoering van de Wnra is nog onderdeel van gesprek. Er vindt nog onderzoek plaats naar de scenario’s of invoering volledig, gedeeltelijk of niet meer wordt gedaan. Medio 2022 wordt de keuze voor een scenario voorbereid en ter besluitvorming aan het Veiligheidsberaadvoorgelegd.
Dit wordt vervolgens gedeeld met de minister waar een keuze wordt gemaakt. Afhankelijk hiervan wordt de impact voor de Veiligheidsregio’s duidelijk. De invoering van de Wnra betekent een aanpassing van het arbeidsvoorwaardelijk pakket en heeft impact op de manier van werkgeverschap en arbeidsvoorwaarden. De contributie aan de werkgeversvereniging WVSV bedraagt € 20.000. De financiële gevolgen van de inwerkingtreding van de Wnra zijn nu nog onbekend. Communicatie & informatie Partijen en belanghebbenden reageren via de social media snel en direct op elkaar. Van ons wordt verwacht dat we weten wat er in de maatschappij leeft en dat we snel reageren op vragen, problemen, dilemma’s van buiten. Omdat iedereen communiceert is het belangrijk grip op communicatie te houden. Onze medewerkers en stakeholders communiceren ook over veiligheidsthema’s en onze organisatie. Zij vertellen ons verhalen en zijn onze ambassadeurs. We willen hen dan ook goed informeren over en betrekken bij de visie en doelstellingen van onze organisatie. Duurzaam en circulair Daarnaast hebben we onze eigen verduurzamingsopgave als Veiligheidsregio. Bij de omschakeling naar een klimaatneutrale bedrijfsvoering hoort ook het anders omgaan met steeds schaarser wordende grondstoffen. We moeten onze footprint in beeld brengen om bij te dragen aan het doel ‘Nederland circulair in 2050’.
Bijvoorbeeld met onze gebouwen en voertuigen. Het gaat hierbij om besparen, opwekken, duurzaam inkopen en/of compenseren van CO2. We moeten dus aan compleet nieuwe programma’s bouwen en deze noodzakelijke ambities zullen leiden tot het maken van nieuwe keuzes bij onze financiële middeleninzet. Wat willen we bereiken? In 2023 zetten we in op de volgende speerpunten We zijn een flexibele en wendbare organisatie waarin medewerkers met passie en plezier werken, we zijn in staat om bij veranderende omstandigheden succesvol onze doelstellingen te realiseren. Onze medewerkers en stakeholders zijn ambassadeurs van onze organisatie. We beschikken over een goed georganiseerde en betrouwbare informatievoorziening die het mogelijk maakt een effectieve organisatie te zijn, onze producten en diensten te verbeteren en intensief samen te werken met onze partners op basis van betrouwbare, actuele en volledige informatie. We vergroten de transparantie, de stuurbaarheid en het lerend vermogen van de organisatie en ook de kennis over onze doelgroepen door slimmer en beter gebruik te maken van data en informatie. We versterken op duurzame inzetbaarheid van onze mensen zodat collega’s vitaal blijven. Wat gaan we daarvoor doen? Wat willen we bereiken
Wat gaan we doen?
We zijn een flexibele en wendbare organisatie waarin medewerkers met passie en plezier werken, we zijn in staat om bij
Organisatie Organisatiebreed zijn drie verbeterpunten benoemd, namelijk: feedback geven, evalueren van projecten en realistische planningen/ambitie. In 2022 maken we actieplannen die we 2022 en 2023 uitvoeren.
veranderende omstandigheden succesvol onze doelstellingen te realiseren. Onze medewerkers en stakeholders zijn ambassadeurs van onze organisatie.
In 2022 wordt de structuur van de organisatie geëvalueerd. De adviezen die hieruit voortvloeien zijn geïmplementeerd.
Versterken online reputatie We zetten onze offline en online kanalen in om de merken Brandweer en Veiligheidregio verder te positioneren tussen de andere hulpverlenings- en crisisorganisatie. Dit doen wij d.m.v. de techniek storytelling in te zetten. De website is het platform waar alles samenkomt. Nieuwe wet- en regelgeving Er is een waarborgfonds ingericht door landelijke samenwerking in de Stichting Risicobeheer. Het beleidsplan 2023-2027 heeft een gedegen zienswijze traject met de raden doorlopen en wordt in juli 2023 vastgesteld door het bestuur. De rechtspositionele basis van medewerkers is op basis van de Wnra ingebed en de aanstellingen van medewerkers zijn omgezet naar arbeidsovereenkomsten. We zetten de eerste stappen op basis van het in 2022 opgestelde plan van aanpak en beschikbare middelen ten behoeve van Wet open overheid + Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer + Besluit digitale toegankelijkheid overheid. Samen met de gemeenten wordt invulling gegeven aan een nieuwe gemeenschappelijke regeling. In 2023 is een ontwerpregeling opgesteld en vastgesteld, zodat deze de wettelijk vereiste vaststellingprocedure kan gaan volgen.
We beschikken over een Informatievoorziening goed georganiseerde en De basis van de interne informatievoorziening is steeds beter op betrouwbare orde: de kernregistraties zijn bekend en worden goed beheerd, de informatievoorziening die data-kwaliteit in de administratieve systemen neemt toe, de GEOhet mogelijk maakt een data is beschikbaar daar waar dat nodig is. Nieuwe informatie, zoals effectieve organisatie te IoT (Internet of Things) komt beschikbaar door inzet van sensoren zijn, onze producten en op de voertuigen, waardoor “meten is weten” beter mogelijk wordt. diensten te verbeteren en intensief samen te werken Informatieveiligheid met onze partners op Vaste medewerkers hebben awareness trainingen gevolgd. basis van betrouwbare, Realisatie 80% 'Baseline Informatiebeveiliging Overheid' (BIO actuele en volledige normen ). Het accent ligt hierbij op borgen procedures en informatie continuiteitsplannen. Digitaal werken We investeren in het digitaal vakmanschap van onze medewerkers, door het aanbieden van een trainingsmodule voor alle medewerkers, virtueel leren en oefenen en het digitaliseren van werkprocessen. We vervangen het bestaande documentmanagementsysteem zodat dit beter aansluit op de wet- en regelgeving.
We optimaliseren samen met de vakafdelingen de bedrijfsvoeringsprocessen en maken een plan voor verdere automatisering We Presterend vermogen vergroten de transparantie, Als opmaat naar de volgende beleidsperiode 2023-2027 evalueren de stuurbaarheid en het we onze prestatie-indicatoren en kengetallen op inzicht en lerend vermogen van de meerwaarde. De bijbehorende dashboards worden hiermee organisatie en ook de verbeterd. kennis over onze De gestage ontwikkeling van rapporteren naar trends analyseren en doelgroepen door slimmer voorspellen vergt een omslag naar datagedreven denken: en beter gebruik te maken opleidingen horen hierbij.
van data en informatie. We versterken op duurzame inzetbaarheid van onze mensen zodat collega’s vitaal blijven.
We stellen diverse Power-BI dashboards ook ter beschikking aan onze gemeenten, waarbij ook oog is voor ons maatschappelijk effect. We meten de meerwaarde van deze dashboards. Visitatie Veiligheidsregio MWB Visitatie heeft als doel om veiligheidsregio’s als organisatie verder te ontwikkelen en om van en met elkaar te leren. We geven hiermee invulling aan artikel 56 van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) waarin staat dat het bestuur van de veiligheidsregio er voor zorgt dat eenmaal in de vijf jaar een visitatie door een visitatiecommissie wordt verricht. In 2022 wordt landelijk gewerkt aan een voorstel voor aanpak van de visitatie, zodat die vanaf 2023 uitgevoerd kan worden. Het is nog niet duidelijk wanneer de visitatie binnen Veiligheidsregio MWB zal plaatsvinden. Duurzame inzetbaarheid personeel Er wordt uitvoering gegeven aan het in 2022 opgestelde actieplan voor alle medewerkers en voor specifieke doelgroepen. De beweging naar een vitale organisatie groeit en wordt verder verspreid. Het wordt een vanzelfsprekendheid dat wij werken aan vitaliteit. Loopbaanplannen tweede loopbaanbeleid zijn ingevuld en worden conform die plannen uitgevoerd binnen financiële kaders. Duurzame oplossingen Afronding implementatie nieuwe werk- en huisvestingsconcept.
Onze kantoren zijn ingericht op het hybride werken en medewerkers zijn gefaciliteerd en in staat gesteld om hybride te werken. Duurzame bedrijfsvoering Actief deelnemen aan het netwerk van veiligheidsregio’s op het gebied van duurzaamheid en het delen van best practices. Invulling geven aan het statement over duurzaamheid van de RCDV uit 2022 en de uitwerking ervan in het Beleidsplan 2023 - 2027. Financiële duurzaamheid Implementatie van de besparingsmogelijkheden naar aanleiding van bestuurlijke besluitvorming in 2022.
We blijven investeren in het goed uitoefenen van ons werk, richten onze processen efficiënt en doeltreffend in, vertalen en initiëren nieuwe ontwikkelingen en trends en adviseren en ondersteunen de organisatie bij beleidsvoering en uitvoering van taken op het gebied van: Personeel en organisatie - Financiën, planning en Control - Inkoop – Communicatie - Informatisering - Strategie en ontwikkeling.
Prestatie-indicatoren Realisatie Verwachting of 2021 streefwaarde 2022 Personeel en organisatie Ziekteverzuim (organisatie) Opleidingsbudget (als % loonsom) % van de beroeps brandweermensen die in 2026 uitstromen is gestart met tweede loopbaanbeleid
Verwachting of streefwaarde 2023
4,7% 2,5% 100%
4,5% 2,5% 100%
4,5% 2,5% 100%
20.252 7.760 4.379
20.000 8.000 4.500
20.000 8.500 4.500
5.212 4.972
5.700 1.150 5.300
5.700 16.100 5.300
7,2 96% 0
>7 95% 0
>7 95% 0
5
5
100%
100%
7
7
7
Inkoop Rechtmatige aanbestedingen Realiseren inkoopplan
100% 76%
100% 80%
100% 80%
FP&C Aantal facturen Doorlooptijd facturen Realisatie budget Realisatie investeringen
10.824 92% 89% 76%
13.000 95% 95% 90%
10.000 95% < 30 dgn 95% 90%
Communicatie Meten reputatie via social media Volgers YouTube brw Volgers Facebook brw Volgers Instagram brw Volgers Facebook vrmwb Volgers Twitter vrmwb Volgers LinkedIn vrmwb Informatisering Klanttevredenheid Incidentafhandeling conform norm Aantal hacks (major storing) Strategie en ontwikkeling WOB verzoeken Aantal informatieverzoeken Aantal zienswijzenverzoeken Afgedaan binnen de wettelijke termijn Afgedaan binnen primair beslistermijn Afgedaan binnen primair beslistermijn + wettelijke verdaging Raadsvragen afgedaan binnen het termijn
4 1 60% 40%
Wat hebben we daarvoor nodig? Financieel overzicht (bedragen x 1.000) Wendbare en duurzame organisatie
€
Begroting 2023 Lasten Baten
Saldo
1.450
354
€ -1.097 €
Algemene Dekkingsmiddelen € 463 € -463 € Overhead € 10.054 € -9.401 € Vennootschapsbelasting € - € - € Begroot totaal saldo van baten en lasten
Saldo
1.786
666
€
519 -
€ -1.119 €
€ 439 € -439 € € 10.117 € -9.598 € € - € - €
Begroting 2025 Lasten Baten
Saldo
Begroting 2026 Lasten Baten
1.924
€ -1.141 €
784
€
€ € 454 € 10.709 € -
€ € -454 € € -9.781 € € - €
928 -
€ € 430 € 10.634 € -
2.461
Saldo
€ -1.169 € 1.292 € € -430 € € -10.022 € € - €
612 -
€ 11.967 € -10.960 € 1.007 € 12.342 € -11.156 € 1.185 € 13.087 € -11.376 € 1.712 € 13.525 € -11.621 € 1.904
Subtotaal mutaties reseves €
Resultaat
653 -
€
Begroting 2024 Lasten Baten
340
€
-660
€
€ 12.307 € -11.621 €
-320 €
687
340
€
-479
€
-139 €
340
€ -1.029 €
-689 €
340
€
-643
€
-303
€ 12.682 € -11.635 € 1.047 € 13.427 € -12.404 € 1.023 € 13.865 € -12.264 € 1.601
2 Paragrafen
2. PARAGRAFEN In dit hoofdstuk komen de paragrafen aan bod. Het doel van een paragraaf is om voor overstijgende onderwerpen één totaalbeeld te geven. Volgens het BBV zijn de volgende paragrafen verplicht: • lokale heffingen • weerstandsvermogen en risicobeheersing • onderhoud kapitaalgoederen en investeringen • financiering • bedrijfsvoering • verbonden partijen • grondbeleid Omdat wij als veiligheidsregio geen lokale heffingen heffen en niet over grondposities beschikken, zijn de paragrafen lokale heffingen en grondbeleid niet opgenomen in deze begroting. Het overzicht investeringen is toegevoegd aan de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen om een eenduidig en volledig beeld te geven over dit onderwerp.
2.1 Bedrijfsvoering Formatie en bezetting In onderstaand overzicht is de begrote formatie opgenomen. De formatie in het overzicht betreft de fte's, onderverdeeld in organisatieonderdelen. De medewerkers in de organisatieonderdelen leveren een bijdrage aan verschillende pijlers. Naast de medewerkers met een aanstelling bij Veiligheidsregio MWB zijn in 2023 ook medewerkers vanuit andere organisaties werkzaam voor onze organisatie. Dit betreft de medewerkers van de GHOR, die in dienst zijn bij de GGD.
Vrijwilligers Het aantal vrijwilligers is opgenomen in onderstaande tabel. In het dekkings- en spreidingsplan van de brandweer is een formatie van 1.330 vrijwilligers opgenomen. Deze formatie is gelijk aan de formatie in de begroting 2022.
2.2 Financiering De financieringsparagraaf is een onderdeel van de beleidsbegroting en voorgeschreven voor gemeenschappelijke regelingen, zoals Veiligheidsregio MWB. De Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) stelt regels voor het financieringsgedrag, die binnen de veiligheidsregio zijn vertaald in een treasurystatuut. De vernieuwde BBV-wetgeving stelt nieuwe eisen aan de financieringsparagraaf. Zo is meer inzicht vereist in de rente en is een meerjarenbalans en het EMUsaldo verplicht om op te nemen. De verschillende onderdelen worden hieronder toegelicht en uitgewerkt. Wet Fido In de Wet Fido worden door de overheid specifieke regels gesteld ten aanzien van de structuur van de leningen van de decentrale overheid, om zodoende de gevoeligheid voor rentefluctuaties te beperken. Hiertoe wordt een kasgeldlimiet en een renterisiconorm gehanteerd. De kasgeldlimiet stelt grenzen aan de omvang van de financiering door middel van kort vermogen (looptijd korter dan 1 jaar). Voor gemeenschappelijke regelingen is de kasgeldlimiet vastgesteld op 8,2% van de lasten van de jaarbegroting. Voor Veiligheidsregio MWB betekent dit dat de kasgeldlimiet voor 2023 is gesteld op € 7,7 miljoen (8,2% van € 93,7 miljoen).
De renterisiconorm heeft tot doel om de renterisico’s op de langlopende schulden (langer dan 1 jaar) te beheersen door grenzen te stellen aan de spreiding van looptijden van de leningenportefeuille. Voor de gemeenschappelijke regeling is de renterisiconorm gesteld op 20%, met een minimumbedrag van € 2,5 miljoen. Voor Veiligheidsregio MWB betekent dit dat de renterisiconorm voor 2023 € 18,7 miljoen bedraagt (20% van € 93,7 miljoen). Op basis van de gegevens van de leningenportefeuille (zie bijlage 4.1) kan een overzicht worden samengesteld voor de renterisiconorm. Tabel renterisiconorm (bedragen x € 1.000)
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Renteherzieningen (1) Betaalde aflossingen (2) Renterisico (1 + 2)
€ € €
2.742 2.742
€ € €
11.050 11.050
€ € €
€ 3.664 € 3.664 €
€ 3.816 € 3.816 €
€ 3.937 € 3.937 €
3.374 3.374
Renterisiconorm (20%)
€
18.560 €
17.144
€
18.744
€
17.607 €
18.035 €
18.331
Ruimte renterisiconorm
€
15.818 €
6.094
€
15.080
€
13.792 €
14.098 €
14.958
Rente De BBV-voorschriften vragen om inzicht in de begroting en verantwoording van de totale rentelasten. De daaraan gekoppelde financieringsbehoefte moet inzichtelijk zijn. Daarom zijn in deze paragraaf ook de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte opgenomen. De rentelasten voor 2023 zullen op basis van de bestaande leningenportefeuille € € 462.829 bedragen. Deze rentelasten worden toegerekend aan de afschrijvingskosten. Renteschema 2023 (bedragen x 1.000)
A
De externe rentelasten over de korte en lange financiering
€
463
B
De externe rentebaten (idem) Saldo rentelasten en rentebaten
€
-
C1 C2 C3
D1 D2 E
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
-/-
€
-
-/-
€
-
-/-
€
- +/+
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
€
-
Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
€ €
- +/+ - +/+
€
463
€
-
€
-
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
€ -463
Renteresultaat op het taakveld Treasury
€
-
Schatkistbankieren Door een wetswijziging zijn alle lagere overheden vanaf eind 2013 verplicht om hun liquide middelen en beleggingen aan te houden in de schatkist van het Ministerie van Financiën en niet langer bij private instellingen, zoals banken. Voor Veiligheidsregio MWB houdt dit in dat de rekening-courant tegoeden en deposito’s die bij de ABN-AMRO werden aangehouden, zijn ondergebracht bij het Ministerie van Financiën. Over het saldo bij het Ministerie wordt slechts een beperkte rentevergoeding ontvangen. De renteopbrengst over de gelden bij de schatkist zullen minimaal zijn vanwege het lage rentepercentage. Deze rentebaten worden niet in de begroting opgenomen. Het reguliere betalingsverkeer blijft ondergebracht bij de ABN-AMRO. Hier wordt een rekening-courant aangehouden waarop een beperkt saldo aan liquide middelen mag staan. Als het saldo van de rekeningcourant boven het toegestane maximum uitkomt, dan moet dit worden afgedragen aan het Ministerie van Financiën. Bij een negatief saldo moet dit juist worden aangevuld vanuit het Ministerie van Financiën. Samenstelling vreemd vermogen Per 1 januari 2023 is de verwachte stand van de huidige geldleningen geraamd op ruim € 44 miljoen. De groei van de leningenportefeuille wordt voornamelijk veroorzaakt door de investeringen welke zullen plaatsvinden.
Naast de aan te trekken leningen in 2022 zullen ook in komende jaren additionele geldleningen dienen te worden aangetrokken. Een overzicht van de samenstelling van de langlopende leningen is opgenomen in bijlage 4.1, hierbij is rekening gehouden met het aantrekken van een lening 2022 tot en met 2026.
Meerjarenbalans en EMU-saldo Met het oog op een betere raming en beheersing van het EMU-saldo wordt in het nieuwe BBV een geprognosticeerde balans voorgeschreven en het meerjarig opnemen van het EMU-saldo. Beide zijn hieronder weergegeven. Meerjarenbalans
De omvang van de materiele vaste activa zal vanaf 2023 afnemen, vanwege de verkoop van kazernes. De financiering van de investeringen vindt voornamelijk plaats door het aantrekken van langlopende leningen. Het aantrekken van extra vermogen wijzigt de rentelasten voor 2022 en verder. Door het vrijvallen van de egalisatiereserve kapitaallasten in 2022 en door de inzet van reserves zal het eigen vermogen de komende jaren worden afgebouwd. EMU-saldo
2.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft aan in hoeverre we in staat zijn om financiële risico’s op te vangen en welke methode gebruikt wordt voor het bepalen van het risicoprofiel. Jaarlijks worden in de paragraaf ‘weerstandsvermogen en risicobeheersing’ in de begroting de risico’s vermeld in relatie tot de weerstandscapaciteit. Het betreft de risico’s die tot het moment van het aanbieden van de begroting bekend zijn. Om een beeld te kunnen geven van de risico’s die de organisatie loopt vindt periodiek een risico-inventarisatie plaats. Na afloop van het begrotingsjaar wordt in de jaarrekening, eveneens in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing, gerapporteerd over de risico’s in relatie tot de beschikbare weerstandscapaciteit.
Op basis van het BBV nemen gemeenten en gemeenschappelijke regelingen een aantal verplichte financiële kengetallen op in de paragraaf weerstandsvermogen van de begroting en het jaarverslag. Dit om de leden van provinciale staten en het AB gemakkelijker inzicht te geven in de financiële positie van hun gemeente of gemeenschappelijke regeling. Risico-inventarisatie Risico’s vormen een onderdeel van ons dagelijks leven. Ook wij hebben te maken met risico’s bij de uitvoering van onze taak. Veel risico’s worden opgevangen door (interne) beheersmaatregelen die we inzetten om het effect van bepaalde risico’s te beperken. Deze maatregelen zijn onderdeel van de protocollen die binnen de organisatie zijn ontwikkeld. Voor een deel zijn er risico’s die we niet of beperkt kunnen beheersen. Om deze op te vangen hebben we diverse verzekeringen afgesloten. In de risicomatrix is opgenomen welke maatregelen we nemen om de kans dan wel de impact van de geïdentificeerde risico’s te beperken. Hierin worden de volgende categorieën onderscheiden: strategische-, financiële-, operationele- en wet- en regelgevingsrisico’s. Om de impact goed en vanuit een breder perspectief in te schatten, worden de risico’s beoordeeld op meerdere aspecten, zoals continuïteit van de organisatie, bestuurlijke afbreuk, imago organisatie en personele, juridische en financiële implicaties.
De risicoscore komt tot stand door kans en impact met elkaar te vermenigvuldigen. Benodigde weerstandscapaciteit Tussen de benodigde weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen, maar die wel van betekenis kunnen zijn voor de financiële positie bestaat dus een relatie. De verhouding tussen beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit wordt het weerstandsvermogen genoemd. Om de benodigde weerstandscapaciteit te berekenen wordt de score op kans omgezet naar de volgende percentages:
In onderstaand overzicht zijn de risico’s (per 1 januari 2022) opgenomen met hun aandeel in het totaal benodigde weerstandscapaciteit:
Op basis van de gekwalificeerde actuele risico’s is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op € 5.050.000. Door het toevoegen van een nieuw risico is de benodigde weerstandscapaciteit met € 100.000 gestegen ten opzichte van de bestuur rapportage 2021 (€ 4.950.000).
Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit betreft de middelen die de organisatie heeft of ter beschikking kan krijgen om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Het bestuur heeft in maart 2012 besloten om de algemene reserve op te heffen. We kennen echter een vrij aanwendbare bestemmingsreserves onder de benaming Crisis en Calamiteiten. Deze kan worden aangewend voor optredende risico’s zonder dat dit leidt tot een ernstige verstoring van het geformuleerde beleid. Deze bestemmingsreserve bedraagt € 1.611.576 en vormt een buffer voordat teruggevallen moet worden op de deelnemende gemeenten. Het weerstandsvermogen wordt via de volgende berekening in beeld gebracht:
Ratio weerstandsvermogen:
Beschikbare weerstandscapaciteit ---------------------------------------------Benodigde weerstandscapaciteit
De beschikbare weerstandscapaciteit is ten opzichte van de begroting 2022 ongewijzigd en bedraagt € 1.611.576. De benodigde weerstandscapaciteit is licht gestegen en bedraagt € 5.050.000 (t.o.v. € 4.612.500 in begroting 2022). Het weerstandsvermogen (€ 1.611.576/€ 5.050.000) is licht gedaald van 0,35 naar 0,32 door de hoger benodigde weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen geeft aan of de Veiligheidsregio in staat is om financiële tegenvallers op te vangen zonder de noodzaak om direct te bezuinigen. Met een ratio weerstandsvermogen van 0,32 is Veiligheidsregio Midden en West-Brabant hier beperkt toe in staat. Dit komt door het niet hebben van een Algemene Reserve (besluit AB maart 2012). Elke deelnemende gemeente kan een algemene reserve aanhouden die onder andere is bestemd voor de risico’s die voortvloeien uit de gemeenschappelijke regelingen waarin wordt deelgenomen. Dit betekent dat in het geval van de Veiligheidsregio de gemeenten feitelijk fungeren als een deel van de benodigde weerstandscapaciteit. Binnen de organisatie is per 1 januari 2021 Concerncontrol (voorheen audit en control) ingericht, met een onafhankelijke concerncontroller. De afdeling Concerncontrol voert diverse (interne) controles en onderzoeken uit.
Enerzijds richt de functie zich op de rechtmatigheid, waarbij wordt gecontroleerd of onze (financiële) handelingen in overeenstemming zijn met wet- en regelgeving en besluiten. Anderzijds richt de nieuwe afdeling zich op de doelmatigheid en doeltreffendheid van de organisatie. De audits die op dit vlak worden uitgevoerd, vormen een belangrijke stap in het leren en verbeteren van de organisatie en mogelijke risico’s vast te stellen. De weergegeven risico’s worden vervolgens tekstueel toegelicht. Vrijwilligheid (strategisch risico) Het kost steeds meer moeite om voldoende vrijwilligers te vinden en te blijven binden. Daarnaast staat de beschikbaarheid van deze vrijwilligers steeds meer onder druk. Hierdoor kan onze kerntaak, het bestrijden van incidenten, onder druk komen te staan. De beheersmaatregelen voor dit risico bestaan uit twee aspecten. Enerzijds richten we ons op het werven van nieuwe vrijwilligers middels wervingscampagnes. We denken na over een vernieuwde campagne en het benaderen van potentiële vrijwilligers via werkgevers. Werving en selectie van vrijwilligers is een proces dat continu aandacht heeft. We ontwikkelen programma's voor het vinden, binden en boeien van nieuwe vrijwilligers en betrekken hen via participatieraden bij de ontwikkelingen binnen de VR. We denken na over kortere opleidingstrajecten.
Landelijk wordt in 2022 een Taskforce Onderwijsstelsel gestart. Dit is een omvangrijk programma gedurende enkele jaren. Wij geven landelijk input op de hervorming van het onderwijsstelsel. Anderzijds heeft het vrijwilligersprogramma Expeditie JIJ veel input opgeleverd voor het vinden, binden en boeien van vrijwilligers. Dit is vertaald in een ambitiedocument vrijwilligheid waar we in 2020 en 2021 mee aan de slag zijn gegaan. In participatieraden kunnen vrijwilligers meedenken over ontwikkelingen in de organisatie en het vakgebied. De informatievoorziening voor werkgevers is verbeterd. De proeftuinen waarin op een andere wijze invulling wordt gegeven aan vrijwillige taken zijn geëvalueerd. De voorbereiding voor Expeditie JIJ 2.0 zijn gestart. De financiële impact is naar verwachting 1,3 miljoen.
Vakbekwaamheid medewerkers (operationeel risico) In 2021 heeft een groot aantal realistische trainingen geen doorgang gevonden vanwege beperkende maatregelen door het Corona virus. De meeste trainingen worden doorgeschoven naar 2022. Hoewel het effect op langere termijn nog niet bekend is, maken wij ons zorgen over de vakbekwaamheid van met name onze medewerkers. Ook bij opleidingen is een achterstand opgelopen, met name omdat de planning vanwege de Corona maatregelen een aantal keren is bijgesteld. Als gevolg van nieuwe wervingscampagnes om de uitstroom van vrijwilligers op te vangen, is in het najaar van 2021 gestart met extra opleidingen. Informatieveiligheid (strategisch risico) De minister heeft besloten dat alle veiligheidsregio’s binnen afzienbare tijd tot de vitale infrastructuur gaan behoren. Dit betekent dat we aan een hoger volwassenheidsniveau op het gebied van informatieveiligheid moeten voldoen. Informatieveiligheid wordt beoordeeld aan de hand van de zogeheten volwassenheidsniveaus, 0 is het laagste, 5 is het hoogste. We zijn goed aangehaakt op het landelijke versnellingsprogramma Informatieveiligheid. In Q2 is een audit op de BIO uitgevoerd (onderdeel landelijke afspraken). We voldoen inmiddels voor ca 75% aan norm, vanaf 2022 en verder sturen wij op het realiseren van het restant.
Tweede loopbaanbeleid (wet- en regelgeving risico) Het tweede loopbaanbeleid houdt in dat medewerkers na 20 werkzame jaren in een bezwarende 24uurs functie doorstromen naar een andere functie binnen of buiten de organisatie. Veiligheidsregio MWB heeft hierin de verplichting om medewerkers te ondersteunen en te faciliteren bij het starten van een tweede loopbaan. De ontwikkelingen hebben gevolgen voor medewerkers in de vorm van (financiële) onzekerheden over de toekomst. Momenteel vallen 106 mensen onder het 2e loopbaanbeleid en dat zal uiteindelijk oplopen naar 220 mensen (nu vallen 114 mensen nog onder de FLO-regeling). Voor de organisatie heeft het grote financiële gevolgen in de vorm van het verstrekken van noodzakelijke studiefaciliteiten, mogelijk overbruggingsregelingen, vervangingskosten personeel, extra opleidingskosten door uitstroom. We zien dat medewerkers op zoek zijn naar zekerheid en steeds vaker al na ongeveer 13 jaar dienstverband kiezen voor een andere baan buiten de brandweer. Vanwege het snellere verloop moeten we eerder nieuwe potentiële brandweermensen werven, selecteren en opleiden. De verjonging van de beroepsploegen maakt dat nieuwe collega’s sneller moeten doorstromen naar specialistische voertuigen (en hogere rang met hoger salaris) en dat de praktijkervaring van de ploeg minder wordt. Dit vraagt om meer (realistische) oefenmomenten.
Om dit risico te mitigeren is een uitvoeringskader opgesteld. Daarnaast worden medewerkers bewust gemaakt van hun eigen verantwoordelijkheid bij het bepalen van hun tweede loopbaan. Afhankelijk van de te maken keuzes heeft dit risico een financiële impact van € 1,0 miljoen tot € 2,5 miljoen. Omgevingswet (wet- en regelgeving risico) De Omgevingswet is de basis voor het nieuwe stelsel van regelgeving voor de fysieke leefomgeving. Het stelsel van de Omgevingswet bundelt de regels over ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Deze wet betekent een omkanteling van de organisatie en vraagt andere competenties en kennis van de medewerkers. Recentelijk is duidelijk geworden dat de geplande invoering per 1 juli 2022 wederom wordt uitgesteld en dat onzeker is wat de nieuwe datum wordt. Naar verwachting zal de Omgevingswet pas eind 2022/begin 2023 in werking treden. In een CEBEON rapport "Gevolgen risicobeheersingstaken stelselherziening Omgevingsrecht voor veiligheidsregio's" van 12 maart 2021 is een analyse gemaakt van de structurele kosten en implementatieprocessen. Als regio hebben we inhoudelijk veel voorbereidingen getroffen en zijn we er klaar voor, maar de exacte personele/ financiële impact blijft nog onzeker. De financiële impact bedraagt naar verwachting tussen de € 0,1 miljoen en € 0,5 miljoen.
Wnra en Europese deeltijdrichtlijn (wet- en regelgeving risico) De brandweerkamer is in overleg met het ministerie van BZK en het ministerie van J en V over alternatieven die passen binnen het Europees stelsel. Recent hebben de ministeries na bestuurlijk overleg bevestigd dat er sprake is van een gezamenlijk probleem ten aanzien van de juridische positie van de vrijwillige brandweer. De ministeries stellen voor dat dit kan worden aangepakt door het voltallig personeel van de veiligheidsregio (vrijwilligers, beroepsbrandweer en overig personeel) voor een nog te bepalen tijd uit te zonderen van de Wnra. Deze pragmatische oplossing biedt ruimte om de geconstateerde problematiek structureel te kunnen oplossen.
Voor wat betreft de Europese deeltijdrichtlijn is op landelijk niveau een bestuurlijke denktank ingericht, met de opdracht te komen met voorstellen om het huidige stelsel zo veel als mogelijk in stand te houden, waarbij een vorm van taakdifferentiatie tussen de vrijwilligers en beroeps wordt gecreëerd. Vanuit het gebied taakdifferentiatie is het onderzoek afgerond naar de mogelijkheid om de vrijwilliger nog steeds dezelfde status te laten houden ten opzichte van de beroeps. Op basis van dat advies volgt vanuit het ministerie van uitwerkingsgrond. Met een aantal voorwaarden is de vrijwilligerstructuur landelijk te handhaven ten opzichte van de beroeps. Echter moet er in het kader van de Wnra wel aandacht zijn voor de juridische basis voor de aanstelling van de vrijwilliger volgens het civiele arbeidsrecht. Het advies en uitwerkingsgrond moet hierop nog volgen. Er is nu geen nieuwe inschatting te maken van de exacte risico's. Mocht het worden ingevoerd is de inschatting per 1 januari 2024. De financiële impact bedraagt naar verwachting tussen de € 1,0 miljoen tot € 2,5 miljoen.
Chemie-Pack (wet- en regelgeving risico) Gemeente Moerdijk, Veiligheidsregio MWB en onderdelen van de Staat der Nederlanden worden door de verzekeringsmaatschappijen van omliggende bedrijven van Chemie-Pack in Moerdijk verantwoordelijk gehouden voor de schade die zij zeggen te hebben geleden als gevolg van de brand op 5 januari 2011. Het is onduidelijk of en wanneer er een dagvaarding komt. Door de advocaat is in een brief aan de Gemeente Moerdijk en de Veiligheidsregio een bedrag genoemd van € 27 miljoen (exclusief rente en kosten). Daarnaast wordt bij veroordeling ook imagoschade geleden. We laten ons bijstaan door specialisten. Daarnaast wordt waar nodig afgestemd met gemeente Moerdijk en de Staat der Nederlanden. Diverse voorbereidingen en aanvullende onderzoeken zijn afgerond. Voor dit risico hebben we geen financiële impact gedefinieerd. Continuïteit ICT (operationeel risico) Tijdens een crisis is het mogelijk dat onze vitale (ICT) infrastructuur niet naar behoren werkt. Dit kan tot gevolg hebben dat de inzet vertraagd wordt en dat bepaalde onderdelen uitvallen. Er zijn een aantal beheersmaatregelen genomen om dit risico te mitigeren, zoals een analyse over kwetsbaarheden, het kunnen overdragen van kritische processen naar andere veiligheidsregio’s en het oefenen met scenario’s zoals stroomuitval, cybercrime en ICT-uitval.
Voor de crisisorganisatie blijft dit een permanent aandachtspunt. Ondanks de genomen maatregelen blijft dit risico potentieel aanwezig. Voor dit risico hebben we geen financiële impact gedefinieerd. Gewijzigde risico’s Hieronder worden de gewijzigde risico’s ten opzichte van de begroting 2022 toegelicht. Het gaat in dit geval om één risico die is vervallen, één risico waarvan de financiële impact hoger ingeschat is dan bij de begroting 2022 en één nieuw geinventariseerd risico. Vervallen: Fort Oranje De gemeente Zundert heeft de zaak over de sluiting Fort Oranje gewonnen. De gemeente legt een financiële claim neer bij de eigenaar van Fort Oranje. Hierin is een groot deel van de door de veiligheidsregio gemaakte kosten meegenomen. Hiermee is dit risico gemitigeerd. Aan dit risico was geen financiële impact gekoppeld en heeft het vervallen van dit risico geen effect op het weerstandsvermogen. Financiële impact verhoogd: Informatieveiligheid: cyberweerbaarheid van veiligheidsregio's Indien gevoelige informatie in verkeerde handen dan wel openbaar wordt gemaakt heeft dit grote gevolgen voor Veiligheidsregio MWB en komt de continuïteit van de organisatie in gevaar. De financiële impact van cyberaanvallen en hacks kan grote financiële schade tot gevolg hebben. Om deze reden is de gemiddelde financiële impact verhoogd van (€ 300.000 naar € 750.000).
Nieuw geinventariseerd risico: Data lek GGD (wet- en regelgeving risico) Het ministerie van VWS (als onderdeel van de Staat der Nederlanden), alle GGD-en, alle Veiligheidsregio’s, ook MWB, en een aantal gemeentes worden door de Stichting Initiatieven Collectieve Acties Massaschade (ICAM) namens een aantal natuurlijke personen verantwoordelijk gehouden voor de schade die zij zeggen te hebben geleden als gevolg van het datalek in januari 2021 binnen het systeem van de GGD. Het is onduidelijk of en wanneer er een dagvaarding komt. Er zijn ook nog geen bedragen genoemd. We hebben deze kwestie gemeld bij onze verzekering, een reactie
daarvan moeten we nog ontvangen. Door het Veiligheidsberaad is namens alle veiligheidsregio’s gereageerd richting de stichting ICAM. In deze brief staat dat de veiligheidsregio’s pas inhoudelijk zullen reageren nadat de gesprekken tussen de stichting ICAM en het ministerie van VWS zijn afgerond. Daarnaast wordt waar nodig afgestemd met GGD West-Brabant, het Veiligheidsberaad en andere veiligheidsregio’s. Financiële kengetallen Onderstaande tabel geeft de financiële kengetallen weer die op grond van het BBV verplicht moeten worden opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.