07a-87-2022 Uitvoeringsprogramma 2023.pdf
Tekst van het document
aantrekkelijk en prettig woon- en leefklimaat. Evenementen dragen bij aan de leefbaarheid en saamhorigheid. •
Het gaat hier om vergunningverlening, toezicht en handhaving van wet- en regelgeving met betrekking tot de bebouwde en onbebouwde leefomgeving. Vergunningverlening, toezicht en handhaving heeft als doel de kwaliteit van de leefomgeving te beschermen en daar waar mogelijk te verbeteren.
•
Wettelijke regels, normen en vergunningvoorschriften zijn erop gericht om bescherming te bieden tegen gezondheids-, veiligheids- en milieurisico’s. Vanwege dit grote maatschappelijk belang is het noodzakelijk dat deze regels worden nageleefd. Het is een taak van de overheid om de naleving te bevorderen en hierop toe te zien.
•
Het is een gemeentelijke taak en bevoegdheid om vergunningen te verlenen op verschillende taakvelden en hierin voorschriften op te nemen ter bescherming van veiligheid, milieu en/of leefbaarheid. Gemeenten zien toe op naleving van deze voorschriften en geldende wet- en regelgeving en hebben de bevoegdheid om zo
Handhaving en Toezicht: We houden toezicht en handhaven wet- en regelgeving met betrekking tot de bebouwde en onbebouwde leefomgeving. Wettelijke regels, normen en vergunningvoorschriften zijn gericht op het bieden van bescherming tegen gezondheids-, veiligheids- en milieurisico’s. De gemeente bevordert naleving van de regels en ziet erop toe. We richten ons op bescherming en verbetering
2023
Programmabegroting
nodig handhavend op te treden.
van de leefomgeving.
Pagina 22 van 26
Uitvoeringsprogramma 2023
Wat gaan we doen? Þ
Beslissen op aanvragen om vergunning We verwachten de volgende (aantallen) aanvragen waarop een besluit genomen dient te worden: Vergunningen bouwen
475
Bouwkosten minder dan € 50.000
350
Bouwkosten € 50.000 of meer - minder dan € 200.000
70
Bouwkosten € 200.000 of meer - minder dan € 1.000.000
40
Bouwkosten € 1.000.000 of meer - minder dan € 10.000.000
10
Bouwkosten € 10.000.000
5
Vergunningen monumenten
30
Kleine veranderingen
5
Middelgrote veranderingen
20
Grote veranderingen
5
Vergunningvrij bouwen
25
Vergunningen slopen
3
Vergunningen RO
Vergunning strijdig gebruik Vergunning aanleggen Vergunning/melding brandveiligheid
230
225 5 55
Vergunning
5
Gebruiksmelding
30
Programma van Eisen
20
Vergunning horeca e.d.
Þ
Alcoholwet
30
Horeca-exploitatie
35
Afwijking sluitingsuur
5
Ontheffing artikel 35 Alcoholwet
55
Wijziging bedrijfsvoering
25
Wijziging lokaliteit
5
Terrasmelding
15
Exploitatie seksinrichting
1
Exploitatie speelautomatenhal
2
Aanwezigheid speelautomaten
7
Exploitatie autoverhuur
10
Toezicht op verleende vergunningen: We gaan toezicht houden op de volgende (aantallen) dossiers: Toezicht bouwen2
141
Bouwcategorie 1
11
Bouwcategorie 2
48
Bouwcategorie 3
48
Bouwcategorie 4
32
Bouwcategorie 5
2
Toezicht monumenten
30
Toezicht vergunningsvrij bouwen
17
Toezicht slopen
2
2 In bijlage 4 wordt een toelichting gegeven op de genoemde bouwcategorieën.
Pagina 23 van 26
Uitvoeringsprogramma 2023
Toezicht RO (vergunning strijdig gebruik)
25
Toezicht op bestaande gebouwen en bouwwerken: •
Per 1 januari 2023 moet een kantoorgebouw minimaal energielabel C hebben. We controleren minimaal 70 panden op deze verplichting vanuit het Bouwbesluit 2012.
•
We controleren, in samenwerking met de brandweer, minimaal 75 panden op brandveiligheid.
•
In de Erfgoedwet is een instandhoudingsplicht voor rijksmonumenten opgenomen. Een eigenaar moet zorgen dat het monument zodanig onderhouden wordt dat behoud gewaarborgd is. We controleren minimaal 20 monumenten.
Þ
Handhaving met betrekking tot illegale activiteiten (zonder of in afwijking van een vergunning c.q. wettelijk gestelde regels en eisen): We verwachten de volgende (aantallen) zaken op het gebied van handhaving: Handhaving bouwen (juridisch)
60
Handhaving bouwen (toezicht)
70
Handhaving monumenten
20
Handhaving slopen
1
Handhaving RO
25
Handhaving brandveiligheid
8
Þ
We zorgen samen met de veiligheidsregio voor een adequaat crisisplan waarin, naast de ‘reguliere’ crisistypen, de bestrijding van incidenten en crisis als gevolg van de nieuwe crisistypen is opgenomen.
Þ
We controleren horeca en andere verstrekkers van alcohol op naleving van de wettelijke regels en vergunningvoorschriften. Bij geconstateerde overtredingen van wet- en regelgeving handhaven we bestuursrechtelijk. We controleren minimaal 100 horeca inrichtingen en andere verstrekkers van alcohol.
Þ
We maken gebruik van gastheren in het horecagebied. Zij maken bezoekers wegwijs, maken contact met het uitgaanspubliek en proberen vervelende situaties te voorkomen. Het moet gezellig en veilig zijn en blijven.
Þ
We willen een veilig verloop van evenementen. •
We adviseren (voorafgaande aan de vergunningverlening) en controleren bij minimaal 10 grote en middelgrote evenementen. We zorgen er onder andere voor dat tenten, podia, bakwagens en dergelijke conform de wettelijke normen en afspraken op het evenemententerrein worden geplaatst. Tenten moeten veilig zijn, constructie moet goed zijn. Voordat het evenement begint controleren we het evenemententerrein op de (brand) veiligheid. Vluchtroutes worden gecontroleerd, alles moet veilig toegankelijk zijn.
•
Evenementen stuiten niet zelden op verzet van de omgeving vanwege bijvoorbeeld de vrees voor geluidsoverlast. De signalen die er zijn van vorige jaren nemen we mee en worden betrokken bij de belangenafweging in het vergunningenproces. We willen zo voorkomen dat omwonenden veel (geluids)overlast ervaren en we moeten gaan handhaven op overschrijding van de gestelde (geluid)normen. Dit is nagenoeg altijd achteraf: ‘het kwaad is dan al geschied’. Aan de voorkant bereik je meer. De organisator van het evenement moet zijn verantwoordelijkheid kennen en pakken. We zijn ervoor hierop te sturen.
Pagina 24 van 26
Uitvoeringsprogramma 2023
10. Communicatie Inleiding De gemeente wil communicatie zo organiseren, dat het dienend is aan de doelstellingen uit het VTHbeleid, het IVP, dit uitvoeringsprogramma en het jaarverslag. De communicatie speelt ook in op de beleving van de burger en vergroot het vertrouwen van de burger in de aanpak van de overheid.
Communicatiedoelstellingen • • • •
Informeren over actuele wetten en regelgeving. Begrip vergroten dat we samen verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van de leefomgeving. Bevorderen van het naleven van wetten en regels. Vertrouwen in de overheid vergroten.
Met communicatie streven we dus een preventieve werking na; bevordering van het naleven van wetten en regels. Voor handhaving, deels ook voor vergunningverlening, is kennis hebben van de regels, de risico’s en de sancties van het allergrootste belang. We gaan het gesprek aan met inwoners en bedrijven over wat er goed gaat en wat er nog beter kan.
Kernboodschap Ons beleid heeft als doel: kwaliteit van de leefomgeving te beschermen en daar waar mogelijk te verbeteren. Dit vertaalt zich in de kernboodschap voor de inwoners:
Samen zijn we verantwoordelijk voor een veilige en prettige leefomgeving.
Communicatiestromen algemeen • •
We bieden een overzichtelijk en laagdrempelige ingang naar informatie over actuele wet- en regelgeving. Onze medewerkers zijn ambassadeurs voor de gemeente en regelgeving en denken mee in oplossingen en mogelijkheden voor onze inwoners en bedrijven.
Communicatiestromen op bekendmaking uitvoeringsprogramma Extern gericht • •
Het integraal Uitvoeringsprogramma 2023 wordt na vaststelling door het college bekend gemaakt aan de provincie Noord-Brabant. Het integraal Uitvoeringsprogramma 2023 wordt verstrekt aan onze partners die onderdeel zijn van het programma.
Intern gericht • •
Het integraal Uitvoeringsprogramma 2023 wordt na vaststelling door het college bekend gemaakt aan de gemeenteraad. Het Uitvoeringsprogramma 2023 wordt verstrekt aan de betrokken teams/groepen binnen de gemeentelijke organisatie.
Balans tussen communicatie en effectief handelen Boodschap, actie en verwacht effect moeten in balans zijn. Op de eerste plaats komt het informeren van inwoner/bedrijf. Het bekend zijn met de regels en wetgeving is een voorwaarde om de juiste keuzes te kunnen maken. Bij het signaleren van overtredingen of nalatigheid kan op basis van wat aangetroffen wordt een keuze gemaakt worden tussen samen oplossen, sancties opleggen en aanvullend externe communicatie inrichten. Hierbij houden we altijd het doel en de kernboodschap voor ogen.
Nauwkeurigheid in communicatie Communiceren over de aanpak van onveiligheid kan twee kanten op werken voor de veiligheidsbeleving. Het kan enerzijds gevoelens van onveiligheid aanwakkeren. Anderzijds kan het de bewustwording en alertheid vergroten. Communiceren luistert dus erg nauw. Pagina 25 van 26
Uitvoeringsprogramma 2023
Met ‘pinpoint’ communicatie zorgen we ervoor dat: • de inwoners die bijvoorbeeld de overlast zelf direct ervaren goede informatie krijgen. Maar we laten ook iets weten in een buurt als het goed gaat. We kiezen voor maatwerk in onze communicatiestrategie, in plaats van een breed en ongedifferentieerd mediaoffensief. • de juiste doelgroep de goede informatie krijgt op het juiste moment. Hiervoor is het nodig na te denken welke communicatiebehoefte er is, en welke afstemming/participatie vanuit wetgeving of beleid gevraagd wordt van de initiatiefnemer (gemeente of inwoner/bedrijf). Het is en blijft van belang om vergunningverlening/handhaving en communicatie zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen. Daarnaast zijn we, samen met onze ketenpartners, kritisch op communicatie (bijv. persberichten) in relatie tot veiligheidsgevoel c.q. –beleving.
Inspanningen zichtbaar maken Wij zijn gericht op het delen van succes. De communicatie maakt zichtbaar hoe geïnvesteerd wordt in de veilige en prettige leefomgeving van de gemeente.
Bewustwording Zoals hiervoor bij diverse onderwerpen reeds is vermeld zorgen we voor bestuurlijke en maatschappelijke bewustwording op het gebied van veiligheid. We brengen daarbij focus aan op de onderwerpen criminaliteit en zelfredzaamheid. Door bijeenkomsten, de inzet van communicatiemiddelen en algemene campagnes informeren wij inwoners, ondernemers en organisaties. Bij iedere campagne maken wij de afweging of we ten doel stellen bewustwording te creëren of een gedragsverandering teweeg te brengen. Hier passen wij onze campagnes op aan. We sluiten daarbij zo veel mogelijk aan bij landelijke programma’s.
Week van de Veiligheid De tweede week van oktober 2023 staat Nederland in het teken van veiligheid, tijdens de jaarlijkse ‘Week van de Veiligheid’. Ook Roosendaal neemt hieraan deel en zal daarbij gebruik maken van hetgeen landelijk wordt aangeboden aan communicatiematerialen. Daarnaast organiseren we activiteiten voor ondernemers en inwoners gericht op het vergroten van de bewustwording van de gevaren of gevolgen van bepaalde vormen van criminaliteit.
Pagina 26 van 26
Uitvoeringsprogramma 2023
Brabantlaan 1 Postbus 90151 5200 MC ’s-Hertogenbosch Telefoon (073) 681 28 12
Aan de burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal Postbus 5000 4700 KA ROOSENDAAL
Fax (073) 680 76 80 www.brabant.nl IBAN NL86INGB0674560043
Bereikbaarheid openbaar vervoer en fiets: www.brabant.nl/route
Onderwerp
Interbestuurlijk Toezicht (IBT): toezichtoordeel Omgevingsrecht 2022 Datum
21 juli 2022 Ons kenmerk
Geacht college,
C2293048/5111831 Uw kenmerk
Contactpersoon
Team Omgevingsrecht,
De provincie ziet met IBT erop toe dat de lokale overheden hun maatschappelijke taken goed uitvoeren. Daardoor dragen wij bij aan een bestendig en veilig Brabant met een sterk openbaar bestuur. Een bestuur waar de inwoners op kunnen vertrouwen en dat zelf het goede voorbeeld geeft. Respect voor de eigen verantwoordelijkheid van besturen en raden is het uitgangspunt. Wij hebben een provinciaal Beleidskader IBT 2020-2023. Daarin staat dat wij systematisch toezicht houden op de uitvoering van wettelijke taken door gemeenten en waterschappen in Brabant, onder meer op het domein omgevingsrecht. Naast het systematisch toezicht ligt de nadruk meer op lerend toezicht en dialoog. Voor meer informatie verwijzen wij u naar onze provinciale website www.brabant.nl/ibt. Omgevingsrecht
Met deze brief informeren wij u over de prestaties van uw gemeente in 2022 op het gebied van: a) tijdigheid bestuurlijke vaststelling en actualiteit van de vergunningverlening-, toezicht- en handhavingsdocumenten (VTH-documenten) op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo-beleidscyclus VTH); b) naleving van een selectie uit de procescriteria VTH op basis van de Wabo met bijbehorende uitvoeringsbesluiten. Tevens informeren wij u over ons samenvattend eindoordeel over uw gemeente.
R.P.J. (Robertino) Wibier Telefoon
(06) 18 30 33 99 Email
IBTomgevingsrecht@brabant.nl rwibier@brabant.nl Bijlage(n)
1
Samenvattend eindoordeel omgevingsrecht: ‘voldoet’
Datum
Dit eindoordeel is op basis van de criteria in ons Uitvoeringsprogramma IBT. Dit betekent dat uw gemeente de kleur ‘groen’ krijgt op de kaart, die wij omstreeks december 2022 op onze website www.brabant.nl/omgevingsrecht publiceren.
21 juli 2022 Ons kenmerk
C2293048/5111831
Doelstelling omgevingsrecht
De hoofddoelstelling van de wetgeving op het terrein van het omgevingsrecht is een veilige en gezonde leefomgeving te bewerkstelligen. En deze op een duurzame en doelmatige wijze te behouden, beheren, gebruiken en ontwikkelen. De lokale overheden spelen daarbij een belangrijke rol door een adequate uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken). Als de overheden deze VTH-taken niet goed uitvoeren, kan dat grote invloed hebben op de veiligheid en gezondheid van de leefomgeving. Op grond van de Wabo dient iedere gemeente te beschikken over de volgende documenten: a) een actueel beleidsplan VTH met een geldige looptijd; b) jaarlijks vóór 1 februari een uitvoeringsprogramma VTH; c) jaarlijks vóór 1 mei een evaluatieverslag VTH. Criteria waaraan wij toetsen
We vinden transparantie over de manier waarop we toezicht houden en wat onze beoordelingscriteria zijn belangrijk. Daarom bevat ons Uitvoeringsprogramma IBT de toetsingscriteria voor gemeenten en waterschappen. Het betreft de volgende criteria: Voldoet Voldoet gedeeltelijk
Voldoet niet
De wettelijk verplichte VTH-documenten voldoen aan de eisen en zijn tijdig vastgesteld. De wettelijk verplichte VTH-documenten voldoen grotendeels aan de eisen en één of meer van die documenten zijn niet later dan één maand te laat vastgesteld. De wettelijk verplichte VTH-documenten voldoen niet aan de eisen en één of meer van die documenten zijn meer dan één maand te laat vastgesteld.
Toezichtbevindingen beleidscyclus VTH
Uw VTH-documenten zijn inhoudelijk beoordeeld in het licht van een selectie uit de wettelijke procescriteria. In de bijlage treft u aan het ingevulde beoordelingsformulier.
2/21
Het ingevulde beoordelingsformulier is vooraf in concept per mail aan onze contactpersoon van uw gemeente toegezonden met gelegenheid voor reactie. We hebben een reactie ontvangen. Die reactie is door ons betrokken bij het opstellen van de definitieve beoordeling.
Datum
21 juli 2022 Ons kenmerk
C2293048/5111831
Tijdigheid Wij stellen vast dat uw gemeente alle VTH-documenten in 2022 tijdig vaststelde. Samen met het overgrote deel van uw collega-gemeenten behoort u tot de categorie koplopers in Brabant op het gebied van het bestuurlijk tijdig vaststellen van de wettelijke VTH-documenten. Daarvoor spreken wij graag onze waardering uit. U geeft daarmee een uitstekende invulling aan de voorbeeldfunctie die u heeft richting burgers, bedrijven en andere overheden. Kaartjes met een overzicht van de prestaties op dit onderdeel van alle gemeenten in Brabant treft u aan op onze website www.brabant.nl/omgevingsrecht. Kwaliteit We stellen vast dat uw gemeente niet voldoet aan alle door ons beoordeelde procescriteria VTH. Waar u niet voldoet, ziet u in de bijlage. U leest hierna of en zo ja, welke consequenties dat heeft. Gevraagde actie(s) van uw kant
Opheffen tekortkomingen Tekortkomingen VTH-documenten (kwaliteit): Wij verwachten van u dat u maatregelen treft dan wel heeft getroffen, zodanig dat de geformuleerde verbeterpunt(en) tijdig worden gerealiseerd en wij dat in de documenten van de komende beleidscyclus terugzien. Toesturen digitale informatie Ook volgend jaar willen wij zicht houden op de tijdigheid en actualiteit van de VTH-documenten en de naleving van de procescriteria VTH. Daarom vragen wij u ons te informeren door het toesturen van de volgende informatie naar IBTomgevingsrecht@brabant.nl: 1) uw vaststellingsbesluit(en) samen met: a) de VTH-documenten of b) de vindplaats van de VTH-documenten op de website van uw gemeente, en; 2) de raadsinformatiebrieven waarmee u de VTH-documenten aan de raad bekend maakt. Als u zich heeft aangemeld voor de digitale werkomgeving IBT Omgevingsrecht, kunt u er desgewenst ook voor kiezen om die stukken
3/21
daar te uploaden. Aparte toezending via het hiervoor genoemde algemene IBT-mailadres is dan niet nodig.
Datum
21 juli 2022 Ons kenmerk
Informeren gemeenteraad In verband met de belangrijke rol van de gemeenteraad in de horizontale verantwoording, adviseren wij u uw raad te informeren over de inhoud van deze brief.
C2293048/5111831
Totaaloverzicht volgt eind dit jaar
Aan het eind van dit jaar sturen we u een totaaloverzicht van de uitkomsten van ons systematisch toezicht op de gebieden Archieftoezicht, Financieel toezicht, Huisvesting vergunninghouders, Monumentenzorg, Omgevingsrecht, Ruimtelijke Ordening en Water. Tot slot
Indien u nog vragen heeft, kunt u contact opnemen met de heer R.P.J. Wibier van ons team IBT Omgevingsrecht. Hij is op maandag tot en met vrijdag tijdens kantooruren bereikbaar via telefoonnummer (06) 18 30 33 99. Als u schriftelijk reageert op deze brief, verzoeken wij u daarbij ons kenmerk te vermelden. Dat is belangrijk voor een snelle en correcte digitale verwerking.
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, namens deze,
B.J.H. Loeffen, programmamanager Kwaliteit Openbaar Bestuur In verband met geautomatiseerd verwerken is dit document digitaal ondertekend.
4/21
Beoordelingsformulier IBT 2022 systematisch toezicht omgevingsrecht Gemeente Roosendaal
Datum
21 juli 2022 Ons kenmerk
C2293048/5111831
Procesinformatie Beoordeelde documenten: Beleidsplan VTH: Uitvoeringsprogramma VTH 2022: Evaluatieverslag VTH 2021: Naam beoordelaar: Robertino Wibier
VTH jaarverslag 2021 en Uitvoeringsprogramma 2022 omgevingsrecht
VTH jaarverslag 2021 en Uitvoeringsprogramma 2022 omgevingsrecht Beoordeling Reactie Reactie Reactie afgerond: gevraagd: ontvangen: verwerkt: 20 mei 2022 20 mei 2022 14 juni 2022 20 juli 2022
Beoordelingsvragen Deze beoordelingsvragen zien op de tijdigheid/actualiteit en kwaliteit van de wettelijk vereiste VTH-documenten van gemeenten. De wettelijke basis daarvan ligt in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) met bijbehorende uitvoeringsbesluiten (procescriteria VTH) en de provinciale Verordening systematisch toezichtinformatie Noord-Brabant. Via de Invoeringswet Omgevingswet wordt de huidige regelgeving van de procescriteria VTH uit de Wabo opgenomen in de Omgevingswet met bijbehorend Omgevingsbesluit. Naar verwachting treedt de Omgevingswet per 1 januari 2023 in werking. Het doel van de wetgever is dat provincies, gemeenten en waterschappen hun VTH-organisatie zodanig professioneel inrichten dat een goede kwaliteit van de uitvoering van die taken is gewaarborgd. Daaronder verstaat de wetgever met name dat de VTH-taken op een strategische en programmatische manier worden gedaan met aandacht voor onderlinge afstemming van de werkzaamheden. Dat levert een stevige bijdrage op aan het realiseren van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. En deze op een duurzame en doelmatige wijze te behouden en te ontwikkelen voor het bereiken van maatschappelijke opgaven. Met interbestuurlijk toezicht draagt de provincie bij aan een bestendig en veilig Brabant met een sterke kwaliteit van het openbaar bestuur.
Een bestuur dat het goede voorbeeld geeft richting burgers en bedrijven. Een bestuur waar de mensen op kunnen vertrouwen. Een tijdige en goede naleving van de wettelijke procescriteria is niet alleen wettelijke verplicht. Het is ook belangrijk voor een goede sturing op de VTH-beleidscyclus en voor de instandhouding van een professionele VTH-structuur; om risico’s te voorkomen op het gebied van
5/21
volksgezondheid, veiligheid of onomkeerbare schade aan de leefomgeving. De ambitie van de provincie is samen met gemeenten en waterschappen ervoor te zorgen dat alle VTH-documenten 100% actueel en op tijd zijn en voldoen aan de procescriteria VTH.
Datum
21 juli 2022 Ons kenmerk
C2293048/5111831
De beoordelingsvragen en de criteria voor de beoordeling ‘Voldoet’, ‘Voldoet gedeeltelijk’ of ‘Voldoet niet’, staan in de Uitvoeringsagenda IBT 2022. De normering voor het eindoordeel is toegelicht onderaan dit format van het beoordelingsformulier. De beoordelingsvragen zijn in concept op 9 dec 2021 gemaild aan de contactpersonen IBT Omgevings-recht bij gemeenten en waterschappen en als nieuwsbericht gepost op de SharePoint-website IBT Omgevingsrecht met gelegenheid voor reactie. Er zijn in totaal twee reacties ontvangen die zijn betrokken bij het vaststellen van het definitieve formulier. Het definitieve beoordelingsformulier is vervolgens op 18 januari 2022 gepubliceerd op de SharePoint website. Hierover zijn de IBT-contactpersonen bij gemeenten en waterschappen per e-mail geïnformeerd. Verordening kwaliteit VTH 1a. Evalueren B&W jaarlijks over de naleving van de kwaliteitscriteria VTH voor de eigen organisatie en de omgevingsdienst en doen zij daarover mededeling aan de gemeenteraad? 1b. Als blijkt dat de kwaliteitscriteria VTH niet zijn of niet konden worden nageleefd, motiveren B&W dan de reden waarom en hoe wel voor de gestelde kwaliteit wordt gezorgd? (Modelverordening kwaliteit VTH art. 5, lid 2 en 3) Toelichting wetgever: Van de naleving van de kwaliteitscriteria wordt jaarlijks mededeling gedaan aan de gemeenteraad.
Het gaat hier om een belangrijke inhoudelijke mededelingsplicht die kan worden meegenomen in bestaande jaarlijkse rapportages, in de op grond van het Besluit omgevingsrecht op te stellen documenten. Omgekeerd wil het evenmin zeggen dat, als de criteria (nog) niet in alle relevante taken worden toegepast, dat de kwaliteit per definitie te wensen zal overlaten. In dit geval wordt gemotiveerd waarom de criteria niet toegepast zijn of konden worden en hoe wel voor de gestelde kwaliteit wordt gezorgd. Voorlopig oordeel: Voldoet gedeeltelijk Eigen organisatie: Voldoet In het VTH-jaarverslag 2021 en uitvoeringsprogramma 2022 paragraaf 7.3 worden de kwaliteitscriteria geëvalueerd, voor de eigen organisatie.
6/21
Hieruit blijkt dat de eigen organisatie voldoet aan de kwaliteitscriteria. Het VTH-jaarverslag 2021 en uitvoeringsprogramma 2022 is middels een raadsmededeling d.d. 25 januari 2022 ter kennisname aangeboden aan de raad.
Datum
21 juli 2022 Ons kenmerk
C2293048/5111831
Tekortkomingen: Omgevingsdienst: Voldoet niet In het VTH-jaarverslag 2021 en uitvoeringsprogramma 2022, alsmede de onderliggende rapportage van de omgevingsdienst wordt niet ingegaan op evaluatie over naleving van de kwaliteitscriteria waardoor de raad hierover ook niet wordt geïnformeerd. Verbeterpunten: Zorg ervoor dat de omgevingsdienst evalueert over de naleving van de kwaliteitscriteria en informeer uw raad hierover. Reactie gemeente: De Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) voldoet aan de Kwaliteitscriteria 2.2. Dat blijkt uit bijgaand rapport. Dir rapport maakt onderdeel uit van de Jaarrekening 2021 van de OMWB, welke eind mei 2022 aan de gemeenteraad is gezonden. De gemeenteraad is via deze weg in kennis gesteld van het rapport. In het volgende jaarverslag VTH zal hier nadrukkelijk aandacht aan worden besteed. Verwerking reactie: Uit de nagezonden informatie blijkt dat Omgevingsdienst de kwaliteitscriteria evalueert en dat de gemeenteraad hierover wordt geïnformeerd. Dit is voor ons aanleiding om ons voorlopige oordeel te herzien van voldoet niet naar voldoet. Tevens zijn wij blij met uw toezegging om in het komende jaarverslag VTH hier nadrukkelijk aandacht aan te besteden. Definitief oordeel: Voldoet
Beleidsplan 2a. Stellen B&W voor de taken, niet zijnde de basistaken van de omgevingsdienst, het VTH-beleid vast in een of meer documenten waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen zij zichzelf stellen en welke activiteiten zij daartoe zullen uitvoeren? (Bor 7.2, lid 1) 2b. Wordt het handhavingsbeleid ook afgestemd met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving? (Bor 7.2, lid 1) Toelichting wetgever:
7/21
Het is de bedoeling dat gemeenten en waterschappen ieder voor zich VTH-beleid vaststellen en schriftelijk vastleggen. Dat kan in een gezamenlijk VTH-beleidsdocument of apart. VTH-beleid bevat het geheel van prioriteiten, doelstellingen, strategie en werkwijze. Voor vergunningverlening hoort daar een analyse van inzichten, technieken en werkwijzen bij. Het op elkaar afstemmen van doelen van vergunningverlening en handhaving is belangrijk. VTH-beleid wordt, indien nodig, ook afgestemd met andere bestuursorganen. Met wie hangt af van de vraag welke andere bestuursorganen door het beleid worden geraakt, bijv. omdat samenwerking aan de orde is. Een goede interne afstemming tussen de werkeenheden vergunningverlening en handhaving en met andere werkterreinen binnen de eigen organisatie is ook van belang. Over handhaving vindt ook afstemming plaats met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving, zoals het Openbaar Ministerie en de politie. Dit artikel is mede gebaseerd op artikel 58a, eerste lid, van de Wet op de economische delicten. Hiermee wordt de bestaande verplichting voor het bestuur en de toezichthouders tot afstemming met de strafrechtelijke instanties uitgebreid tot een afstemmingsverplichting over en weer.
Datum
21 juli 2022 Ons kenmerk
C2293048/5111831
Voorlopig oordeel: Voldoet gedeeltelijk 2a Voldoet In het VTH-beleid hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de prioriteiten en doelen. In het VTH-jaarverslag 2021 en Uitvoeringsprogramma 2022 hoofdstuk 10 wordt aangegeven welke activiteiten daartoe worden uitgevoerd. Met de raadsinformatiebrief van 5 februari 2018 is de raad geïnformeerd over de vaststelling van het VTH-beleid door het college op 30 januari 2018. Op 25 januari 2022 heeft het college besloten het VTHbeleid, van kracht te laten blijven tot inwerkingtreden nieuw op te stellen VTH-beleid, vooralsnog gepland op 1 januari 2023. Tekortkomingen: 2b Voldoet gedeeltelijk In het VTH-beleid paragraaf 2.1.4 gaat in op inzicht geven in de sanctiestrategie inclusief strafrechtelijke afstemming. In paragraaf 7.3.9 wordt aangegeven dat de bevindingen, afhankelijk van het dossier, uit het overleg met de OMWB en de veiligheidsregio worden afgestemd met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving. Onduidelijk is dat het VTH-beleid voor vaststelling wordt afgestemd met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving. Verbeterpunten: Zorg voor of toon aan dat het VTH-beleid is afgestemd met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving voordat dit wordt vastgesteld.
8/21
Datum
Reactie gemeente: Wat betreft het VTH-beleidsplan is de vaststelling daarvan voor de gemeenten Roosendaal, Halderberge, Moerdijk en Rucphen op 30 november 2017 afgestemd in de Basisteamdriehoek Roosendaal (burgemeester, OM en politie). Het Bor spreekt slechts over afstemming van het beleid bij de vaststelling. Het beleid is voor dit jaar verlengd, maar niet opnieuw vastgesteld. Daarom was een nieuw afstemmingsmoment wat betreft de vaststelling van het beleid wat ons betreft niet aan de orde.
21 juli 2022 Ons kenmerk
C2293048/5111831
Verwerking reactie: Uit uw reactie blijkt dat het VTH-beleid voor vaststelling op 17 december 2017 is afgestemd met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving. Dit is voor ons aanleiding om ons voorlopige oordeel te herzien van voldoet gedeeltelijk naar voldoet. Aanbeveling is om in het nieuwe beleidsplan op te nemen dat deze afstemming voor vaststelling van het nieuwe beleid heeft plaatsgevonden. Definitief oordeel: Voldoet 3. Geeft het handhavingsbeleid inzicht in de afspraken die door de bestuursorganen onderling en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt, over de samenwerking met en de afstemming van de werkzaamheden? (Bor 7.2, lid 7a) Toelichting wetgever: Dit onderdeel heeft betrekking op de sanctiestrategie, ook wel interventiestrategie genoemd. Die strategie verbindt het bestuurs- en strafrecht met elkaar. Voorlopig oordeel: Voldoet gedeeltelijk. Toelichting: In het VTH-beleid paragraaf 3.3 wordt aangegeven dat de gemeente afspraken maakt met haar netwerkpartners om samen de veiligheid en de leefbaarheid te waarborgen en waar mogelijk te bevorderen, waarbij een aantal uitgangspunten worden geformuleerd. In paragraaf 7.2.3 wordt ingegaan op samenwerking bij de vergunningverlening, paragraaf 7.3.9 samenwerking bij toezicht en handhaving.
Hierin wordt aangegeven dat er een structureel overleg plaatsvindt met de omgevingsdienst en de veiligheidsregio. In paragraaf 7.4.1 wordt aangegeven dat door de gemeente de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) voor alle toezicht- en handhavingstaken met betrekking tot de omgevingstaken is vastgesteld.
9/21
Tekortkomingen: In het VTH-beleid wordt niet ingegaan op de samenwerking en afstemming met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving.
Datum
21 juli 2022 Ons kenmerk
C2293048/5111831
Verbeterpunten: Geef inzicht in de afspraken die met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt, over de samenwerking met en de afstemming van de werkzaamheden. Neem dit op in het uitvoeringsprogramma. Reactie gemeente: De afstemming met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving is in het beleid geregeld via de lijn van de Landelijke Handhavingsstrategie. Dit komt er op neer dat individuele casussen vanuit het VTH-domein via de AOVers worden geagendeerd bij de Basisteamdriehoek. Bovendien ligt er een impliciete link met het Actieplan Integrale Veiligheid waarbij bestuurs- en strafrechtelijke besluitvorming integraal wordt benaderd. Verwerking reactie: Hier wordt bedoeld de afspraken die in het kader van bestuursovereenkomsten of handhavingsarrangementen zijn gemaakt, waarin de prestaties zijn opgenomen. Het handhavingsbeleid geeft inzicht in: afstemming met de handhavingspartners (en eventuele prestaties), regionale samenwerkingsafspraken en het beschikbaar stellen van middelen en capaciteit. Aanbeveling is om de afspraken die door de bestuursorganen onderling en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt, over de samenwerking met en de afstemming van de werkzaamheden in het nieuwe uitvoeringsprogramma op te nemen. Definitief oordeel: Voldoet gedeeltelijk 4.
Bezien B&W regelmatig, maar in ieder geval naar aanleiding van de evaluatie bedoeld in artikel 7.7, tweede lid, het vastgestelde VTH-beleid en passen ze dit in ieder geval bij gebleken noodzaak zo spoedig mogelijk aan? (Bor 7.2, lid 8) Toelichting wetgever: Het VTH-beleid wordt regelmatig bezien en waar nodig aangepast. De periode waarop het beleid betrekking dient te hebben, is niet voorgeschreven. Het ligt echter voor de hand dat het beleid betrekking heeft op een periode van minstens een jaar. Het bestuursorgaan is vrij om een langere periode te kiezen. Het feit dat de periode waarvoor het beleid wordt vastgesteld meerdere jaren kan bedragen, neemt niet weg
10/21
dat ten minste eenmaal per jaar moet worden bezien of het vastgestelde beleid door wijziging van het desbetreffende document moet worden aangepast. Tussentijdse aanpassingen doorvoeren en opnemen als beleid is ook mogelijk.
Datum
21 juli 2022 Ons kenmerk
C2293048/5111831
Definitief oordeel: Voldoet In het VTH-beleidsplan par 2.2 wordt ingegaan op de beleidscyclus. Hierin wordt aangegeven dat het college regelmatig maar in ieder geval naar aanleiding van de jaarlijkse evaluatie, het vastgestelde beleid bezien en dit in ieder geval bij gebleken noodzaak zo spoedig mogelijk aanpassen. In het Jaarverslag 2020 en Uitvoeringsprogramma 2021 VTH Omgevingsrecht is voorzien in de monitoring en registratie. In hoofdstuk 8 wordt de stand van zaken weergegeven met betrekking tot de gestelde doelen en eventuele maatregelen. In hoofdstuk 9 wordt aangegeven dat de VTH-taken op een adequaat niveau zijn en worden uitgevoerd met de beschikbare middelen. 5. Maken B&W het VTH-beleid bekend aan de gemeenteraad? (Bor 7.2, lid 9) Toelichting wetgever: De gemeenteraad is het politiek verantwoordelijke orgaan. Doel is om hen informatie te verschaffen om intern toezicht te kunnen uitoefenen (= horizontale verantwoording). In welke vorm of op welke wijze dat plaatsvindt is aan het bestuursorgaan zelf. Definitief oordeel: Voldoet Met de raadsinformatiebrief van 5 februari 2018 is de raad geïnformeerd over de vaststelling van het VTH-beleid door het college op 30 januari 2018.
Op 25 januari 2022 heeft het college besloten het VTH-beleid, van kracht te laten blijven tot inwerkingtreden nieuw op te stellen VTH-beleid, vooralsnog gepland op 1 januari 2023 en de raad hierover middels een raadsmededeling geïnformeerd. Uitvoeringsprogramma 6. Werken B&W jaarlijks het VTH-beleid uit in een uitvoeringsprogramma, waarin wordt aangegeven welke van de vastgestelde activiteiten zij het komende jaar zullen uitvoeren, waarbij zij rekening houden met de gestelde doelen en gestelde prioriteiten? (Bor 7.3, lid 1) Toelichting wetgever: Het uitvoeringsprogramma dat het bestuursorgaan jaarlijks moet opstellen voor zijn activiteiten, legt een relatie met het geldende ingevolge artikel 7.2 vastgestelde uitvoerings- en handhavingsbeleid. Het programmeren van de activiteiten moet plaatsvinden in lijn met de prioriteitenstelling van activiteiten die op haar beurt weer in relatie moet
11/21
staan met de door het bestuursorgaan geformuleerde doelen die met VTH moeten worden bereikt.
Datum
21 juli 2022 Ons kenmerk
Definitief oordeel: Voldoet In het VTH-jaarverslag 2021 en uitvoeringsprogramma 2022 hoofdstuk 10 wordt aangegeven welke van de vastgestelde activiteiten het komende jaar worden uitgevoerd.
C2293048/5111831
7. Stemmen B&W het uitvoeringsprogramma voor het onderdeel handhaving af met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving? (Bor 7.3, lid 2) Toelichting wetgever: Evenals met betrekking tot het handhavingsbeleid het geval is, moet het uitvoeringsprogramma worden afgestemd met de betrokken andere bestuursorganen en de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving. Het uitvoeringsprogramma moet in ieder geval worden afgestemd met andere bestuursorganen in situaties waarin sprake is van meer dan één tot bestuursrechtelijke handhaving bevoegd gezag of van meerdere bestuursorganen die na elkaar – in een keten – bevoegd zijn, bijvoorbeeld met betrekking tot handelingen met afvalstoffen. Verder kan uit de in de bestuursovereenkomsten over de handhaving gemaakte afspraken worden afgeleid met wie afstemming van handhavingsprogramma’s wenselijk is. Voorlopig oordeel: Voldoet gedeeltelijk In het VTH-beleid paragraaf 2.1.4 wordt aangegeven dat het uitvoeringsen handhavingsbeleid jaarlijks moet worden uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma waarin wordt opgenomen welke activiteiten in het komende jaar worden uitgevoerd. Dat het uitvoeringsprogramma met de overige betrokken bestuursorganen moet worden afgestemd.
Tekortkomingen: In het VTH-jaarverslag 2021 en uitvoeringsprogramma 2022 wordt niet aangegeven dat dit vooraf wordt afgestemd met andere betrokken bestuursorganen en de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving. Verbeterpunten: Toon aan dat of zorg voor afstemming van het VTH-jaarverslag en VTHuitvoeringsprogramma met andere betrokken bestuursorganen en de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving voordat dit wordt vastgesteld. Reactie gemeente: De afstemming met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving is in het beleid geregeld via de lijn van de Landelijke
12/21
Handhavingsstrategie. Dit komt erop neer dat individuele casussen vanuit het VTH-domein via de AOVers worden geagendeerd bij de Basisteamdriehoek. Bovendien ligt er een impliciete link met het Actieplan Integrale Veiligheid (zie bijlage, bijv. blz. 16)) waarbij bestuursen strafrechtelijke besluitvorming integraal wordt benaderd. Tenslotte voeren we ook gezamenlijke acties met o.a. de politie, belastingdienst, OMWB en/of brandweer. Zowel in de voorbereiding, uitvoering als afwikkeling gebeurt dit in goede harmonie en is er sprake van een zeer constructieve samenwerking. Aangezien we al sedert 2002 op deze wijze samenwerken is het proces/de werkwijze door de jaren heen geoptimaliseerd. In het volgende uitvoeringsprogramma VTH zal hier nadrukkelijk aandacht aan worden besteed.
Datum
21 juli 2022 Ons kenmerk
C2293048/5111831
Verwerking reactie: Uit uw reactie blijkt dat het Uitvoeringsprogramma is afgestemd met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving. Dit is voor ons aanleiding om ons voorlopige oordeel te herzien van voldoet gedeeltelijk naar voldoet. Aanbeveling is om in het nieuwe uitvoeringsprogramma op te nemen dat deze afstemming voor vaststelling van het nieuwe uitvoeringsprogramma heeft plaatsgevonden. Definitief oordeel: Voldoet 8. Stellen B&W het uitvoeringsprogramma VTH jaarlijks vóór 1 februari vast? (Verordening systematische toezichtinformatie Noord-Brabant art. 3, lid 1 en lid 2, onder b, en lid 4 en lid 6) Toelichting wetgever: Jaarlijks wordt het uitvoerings- en handhavingsbeleid uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma met de uit te voeren activiteiten in het komende jaar. De provincie heeft de wettelijke taak van interbestuurlijk toezichthouder op de kwaliteit van de taakuitvoering door gemeenten en waterschappen onder meer op het domein omgevingsrecht. Doel is om informatie te verschaffen om systematisch toezicht te kunnen uitoefenen. Definitief oordeel: Voldoet Op 25 januari 2022 is het VTH-jaarverslag 2021 en uitvoeringsprogramma 2022 door het college vastgesteld. 9. Maken B&W het uitvoeringsprogramma VTH bekend aan de gemeenteraad? (Bor 7.3, lid 4)
13/21
Toelichting wetgever: De gemeenteraad is het politiek verantwoordelijke orgaan. Doel is om hen informatie te verschaffen om intern toezicht te kunnen uitoefenen (= horizontale verantwoording). In welke vorm of op welke wijze dat plaatsvindt is aan het bestuursorgaan zelf.
Datum
21 juli 2022 Ons kenmerk
C2293048/5111831
Definitief oordeel: Voldoet Met een raadsmededeling van 25 januari 2022 is de raad geïnformeerd over de vaststelling van het VTH-jaarverslag 2021 en uitvoeringsprogramma 2022 door het college. Borging van middelen 10. Zorgen B&W ervoor dat voor VTH: a. de voor het bereiken van de gestelde doelen en de voor het uitvoeren van de aangegeven activiteiten benodigde en beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk worden gemaakt en in de begroting worden gewaarborgd; b. de wijze van berekening van de benodigde financiële en personele middelen, bedoeld onder a, inzichtelijk wordt gemaakt; c. voor de uitvoering van de uitvoeringsprogramma’s van de eigen organisatie en de omgevingsdienst voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn en dat deze middelen zo nodig worden aangevuld of de uitvoeringsprogramma’s zo nodig worden aangepast? (Bor 7.5) Toelichting wetgever: De gemeente zorgt ervoor dat de voor de uitvoering van het VTH-beleid benodigde en beschikbare financiële en personele middelen in de begroting worden opgenomen en worden toegelicht. Voor de in het uitvoeringsprogramma concreet beschreven activiteiten moet worden aangegeven wat de voor die activiteiten benodigde en beschikbare capaciteit en financiële middelen zijn. Capaciteit en financiële middelen moeten uiteraard toereikend zijn voor de uitvoering van het programma.
Dit geldt niet alleen bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma; ook tijdens de uitvoering moeten de capaciteit en financiële middelen worden bewaakt. Definitief oordeel: Voldoet 10a Voldoet VTH-beleid hoofdstuk 8 en het VTH-jaarverslag 2021 en uitvoeringsprogramma 2022 hoofdstuk 9 worden de voor het bereiken van de gestelde doelen en de voor het uitvoeren van de aangegeven activiteiten benodigde en beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk gemaakt en in de begroting gewaarborgd. 7b Voldoet
14/21
In het VTH-jaarverslag 2021 en uitvoeringsprogramma 2022 hoofdstuk 10 in combinatie met bijlage 4 (Werkprogramma OMWB) wordt de benodigde financiële en personele middelen voldoende inzichtelijk gemaakt. 7c Voldoet In het VTH-beleid par. 7.7 en in het VTH-jaarverslag 2021 en uitvoeringsprogramma 2022 hoofdstuk 7 wordt aangegeven dat indien uit de monitoring van de indicatoren blijkt dat de doelstelling niet gerealiseerd wordt, wordt (afhankelijk van het moment van constateren) hiervoor een verklaring opgenomen in het jaarverslag. Indien nodig worden verbetermaatregelen voorgesteld die ertoe dienen te leiden dat in het vervolg de doelstelling wordt gerealiseerd.
Datum
21 juli 2022 Ons kenmerk
C2293048/5111831
Monitoring 11. Bewaken B&W de resultaten en de voortgang van: a. het bereiken van de gestelde VTH-doelen voor de eigen organisatie en voor de omgevingsdienst; b. de uitvoering van de uitvoeringsprogramma’s VTH van de eigen organisatie en van de omgevingsdienst? (Bor 7.6, lid 1) Toelichting wetgever: Om te kunnen vaststellen of de VTH-doelstellingen worden bereikt, zal het bestuursorgaan een methodiek moeten hanteren aan de hand waarvan monitoring en evaluatie kunnen plaatsvinden. Het ligt voor de hand dat bepaalde indicatoren in deze methodiek een rol spelen. Het is gebruikelijk om daarbij cijfermatige gegevens te hanteren die in het kader van de VTH zijn verkregen over bijvoorbeeld aantallen verleende omgevingsvergunningen, uitgevoerde controles, geconstateerde overtredingen en opgelegde bestuursrechtelijke en strafrechtelijke sancties (zoals processen-verbaal en aangeboden transacties). Ingevolge Bor, artikel 7.6, tweede lid, moeten (dergelijke) in het kader van de handhaving verkregen gegevens worden geregistreerd. De relatie tussen de gekozen methodiek en de handhavingsdoelstellingen impliceert dat deze doelen voldoende concreet (als meetbare prestaties geformuleerd) moeten zijn.
Definitief oordeel: Voldoet In het VTH-beleidsplan paragraaf 7.7 wordt aangegeven dat de resultaten en de voortgang van het bereiken van de gestelde doelen voor de eigen organisatie en voor de omgevingsdienst alsmede de uitvoering van de uitvoeringsprogramma’s van de eigen organisatie en van de omgevingsdienst. In het VTH-jaarverslag 2021 en uitvoeringsprogramma 2022 hoofdstuk 7 wordt beschreven hoe de gemeente het monitoren en registeren heeft ingevuld om o.a. te voldoen aan de wettelijke eis, maar ook voor hun interne sturing, zowel voor de eigen organisatie als voor de Omgevingsdienst.
15/21
Datum
Rapportage
21 juli 2022 Ons kenmerk
12. Rapporteren B&W-periodiek over de uitvoering van de afspraken die door de bestuursorganen onderling en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt, over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden? (Bor 7.7, lid 1, onder b) Toelichting wetgever:
C2293048/5111831
De rapportages moeten worden uitgebracht aan de gemeenteraad. Het is belangrijk dat de beleidsmakers, vergunningverleners en andere handhavende organisatieonderdelen van het bestuursorgaan van de rapportages kennis kunnen nemen. Voorlopig oordeel: Voldoet niet Uit het VTH-beleidsplan blijkt dat de gemeente met bestuursorganen onderling afspraken maakt over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden. Voor de bestuursorganen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving ontbreekt deze informatie (zie toelichting bij vraag 3). Bestuursorganen onderling. Uit het evaluatieverslag valt niet of onvoldoende op te maken wat de conclusies zijn van een periodieke evaluatie over de uitvoering van de afspraken die door de bestuursorganen onderling (zoals OD en veiligheidsregio) zijn gemaakt, over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden. Strafrechtelijke organen. Het evaluatieverslag gaat niet in op het onderdeel strafrecht. Daarom valt niet of onvoldoende op te maken wat de conclusies zijn van een periodieke evaluatie over de uitvoering van de afspraken die met de strafrechtorganen (politie en OM) zijn gemaakt, over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden.
Daarbij valt onder meer te denken aan of de afstemming en samenwerking bij de uitvoering van de Landelijke handhavingsstrategie (LHS) en projectmatige samenwerkingsvormen conform de daarin opgenomen afspraken is verlopen. Ook valt te denken aan of in de praktijk is gewerkt conform de binnen de lokale driehoek gemaakte afstemmingsafspraken over beleidskeuzes, uitgangspunten voor de uitvoering en prioriteiten, zoals in het beleidsplan wordt genoemd. Afspraken over de samenwerking en afstemming van de inzet van buitengewone opsporingsambtenaren in het domein omgevingsrecht kunnen hier ook bij worden betrokken. Tekortkomingen: Onduidelijk is of en zo ja, hoe over de uitvoering van de betreffende afspraken periodiek wordt geëvalueerd en gerapporteerd. Verbeterpunten:
16/21
Rapporteer periodiek en in ieder geval in het evaluatieverslag over de uitvoering van de afspraken die door de bestuursorganen onderling en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt, over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden.
Datum
21 juli 2022 Ons kenmerk
C2293048/5111831
Reactie gemeente: De afstemming met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving is in het beleid geregeld via de lijn van de Landelijke Handhavingsstrategie. Dit komt erop neer dat individuele casussen vanuit het VTH-domein via de AOV-er wordt geagendeerd bij de Basisteamdriehoek. We voeren ook gezamenlijke acties met o.a. de politie, belastingdienst, OMWB en/of brandweer. Zowel in de voorbereiding, uitvoering als afwikkeling gebeurt dit in goede harmonie en is er sprake van een zeer constructieve samenwerking. Aangezien we al sedert 2002 op deze wijze samenwerken is het proces/de werkwijze door de jaren heen geoptimaliseerd. In het volgende jaarverslag VTH zal hier nadrukkelijk aandacht aan worden besteed.
Verwerking reactie: Het onderwerp rapporteren over de uitvoering van de afspraken zoals bedoeld in dit procescriterium en we hebben toegelicht bij het voorlopig oordeel en opgenomen in het verbeterpunt, zien wij in uw reactie niet terug. Zie ook onze reactie bij vraag 3. Ons voorlopig oordeel blijft hierdoor onveranderd. Definitief oordeel: Voldoet niet
17/21
13. Evalueren B&W jaarlijks of de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma’s VTH voor de eigen organisatie en de omgevingsdienst zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen? (Bor 7.7, lid 2)
Datum
21 juli 2022 Ons kenmerk
C2293048/5111831
Toelichting wetgever: Een cyclisch verlopend uitvoeringsproces wordt door middel van evaluatie afgesloten met een rapportage over en verantwoording van de uitgevoerde activiteiten aan de gemeenteraad. Daarbij wordt getoetst of de geleverde inspanningen ook het bereiken van de uitvoeringsdoelstellingen hebben opgeleverd. Indien deze doelstellingen zijn bereikt, zal dit in algemene zin leiden – indirect – tot positieve effecten op de omgevingskwaliteit. Indien deze doelstellingen niet zijn bereikt, kan dit leiden tot conclusies en aanbevelingen over aanpassingen van het VTH-beleid, het uitvoeringsprogramma of de uitgevoerde VTHactiviteiten. Voor input voor het uitvoeringsprogramma van het komende jaar is het belangrijk dat de interne evaluatie voorafgaand aan het opstellen van het uitvoeringsprogramma wordt gedaan. Het uitvoeren van externe audits kan een nuttige functie vervullen bij het verbeteren van de organisatie en werkwijzen van het VTH-beleid. Naast IBT-audits door de provincie, valt ook te denken aan horizontale, benchmark-achtige externe audits, waarbij bijvoorbeeld de ene gemeente de taakuitvoering van een andere gemeente bekijkt. Horizontale audits passen als zodanig goed in het versterken van de horizontale kwaliteitsborging.
Definitief oordeel: Voldoet In het VTH-beleidsplan paragraaf 7.7 wordt aangegeven dat de gemeente jaarlijks evalueert of de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma’s zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen? In het VTH-jaarverslag 2021 en uitvoeringsprogramma 2022 hoofdstuk 8 evalueert de gemeente of de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma’s zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen.
18/21
14. Stellen B&W het evaluatieverslag VTH jaarlijks vóór 1 mei vast? (Verordening systematische toezichtinformatie Noord-Brabant art. 3, lid 1 en lid 2, onder d, en lid 5) Toelichting wetgever: Jaarlijks evalueert een gemeente of de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma’s zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de vastgestelde beleidsdoelen. De provincie heeft de wettelijke taak van interbestuurlijk toezichthouder op de kwaliteit van de taakuitvoering door gemeenten en waterschappen onder meer op het domein omgevingsrecht. Doel is om informatie te verschaffen om systematisch toezicht te kunnen uitoefenen.
Datum
21 juli 2022 Ons kenmerk
C2293048/5111831
Definitief oordeel: Voldoet Op 25 januari 2022 is het VTH-jaarverslag 2021 en uitvoeringsprogramma 2022 door het college vastgesteld. 15. Maken B&W het evaluatieverslag VTH bekend aan de gemeenteraad? (Bor 7.7, lid 3) Toelichting wetgever: Zie toelichting bij vraag 9. Definitief oordeel: Voldoet Met een raadsmededeling van 25 januari 2022 is de raad geïnformeerd over de vaststelling van het VTH-jaarverslag 2021 en uitvoeringsprogramma 2022 door het college.
Eindoordeel Op basis van de behaalde scores en conform de vastgestelde beoordelingscriteria en normen, is het eindoordeel: Voldoet
Toetsingsvragen Score Voldoet (2 punten) Score Voldoet gedeeltelijk (1 punt) Score Voldoet niet (0 punten) Totaal aantal punten Eindoordeel o.b.v. punten Toelichting eindoordeel:
Aantal Punten 15 13 26 1 1 1 0 27 27/30 x 100% = 90% ≥ 80 = Voldoet ≥ 60 en < 80 = Voldoet gedeeltelijk
19/21
< 60
= Voldoet niet
Datum
21 juli 2022 Ons kenmerk
C2293048/5111831
20/21
Datum
Monumentenzorg/Erfgoed
21 juli 2022 Ons kenmerk
Verstrekken B&W jaarlijks vóór 1 mei toezichtinformatie over de uitvoering van artikel 15, 38 en 38a van de Monumentenwet 1988? (Verordening systematische toezichtinformatie Noord-Brabant art. 4 in combinatie met art. 9.1 Erfgoedwet) Toelichting: Het toezicht op de monumentenzorg richt zich op de wijze waarop gemeenten hun taken op het gebied van het beschermen en onderhouden van archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg uitvoeren. Als gemeenten deze taken op het gebied van de archeologische en de gebouwde monumentenzorg niet goed uitvoeren, is het risico groot dat onroerend cultureel erfgoed beschadigd wordt of zelfs verloren gaat. Een van de wettelijke eisen is dat gemeenten een onafhankelijke en deskundige commissie instellen die adviseert over omgevingsvergunningen voor het aanpassen van een beschermd monument. De provincie monitort of de gemeenten een dergelijke commissie hebben ingesteld en deze ook altijd consulteert. Doel is om tijdig informatie te verschaffen om systematisch toezicht te kunnen uitoefenen.
C2293048/5111831
Deze extra vraag vloeit voort uit samenwerkingsafspraken tussen de IBTtoezichtgebieden Omgevingsrecht en Monumentenzorg en is te zien als een pilot met het oog op de komst van de Omgevingswet. De score van een gemeente bij deze vraag valt buiten de beoordeling systematisch toezicht Omgevingsrecht. Over de consequenties van geheel of gedeeltelijk niet voldoen aan deze wettelijke verplichting, ontvangt een gemeente separaat bericht in lijn met de bestaande toezichtstrategie IBT Monumentenzorg met bijbehorend interventieproces zoals opgenomen in het provinciale Beleidskader IBT 2020-2023 ‘Toezicht in balans’. Definitief oordeel: Voldoet Toelichting De gevraagde toezichtinformatie bestaande uit adviezen en gegevens over monumentenzorg en archeologie zijn volledig verstrekt vóór 1 mei 2021. Compliment voor de tijdige aanlevering.
21/21
Bijlage 2:
Uitwerking producten
1. Bouwen De activiteit ‘bouwen’ valt alleen onder de Wabo als er ook daadwerkelijk sprake is van bouwen in de zin van artikel 2.1 lid 1 onder a van deze wet.
Coördinatie Dit betreft de coördinatietaken die buiten de VTH-procedure vallen. Bijvoorbeeld het Regieteam De6 en het opstellen van de VTH-documenten. De coördinatie uren binnen een procedure vallen onder de VTH-taken. Bijvoorbeeld de coördinatie op een vergunningsprocedure met interne en externe adviseurs. Tabel 1: Activiteit bouwen
1. 1.1 1.2 1.3
Bouwen Coördinatie Vergunning Toezicht Handhaving
Urenraming 2023 16.453 1.200 11.673 2.420 1.160
1.1 Vergunningen bouwen In dit onderdeel worden de taken binnen het taakveld vergunning beschreven. In tabel 1.1. Vergunningen bouwen is aangegeven wat de voor 2023 geraamde aantallen en de daarvoor benodigde tijd is voor het behandelen van taken onder het taakveld vergunningen. Het behandelen van een vergunning wordt niet enkel gedaan door de “vergunningverlener”. De constructeur, de juridische medewerkers en dergelijke hebben ook een rol in het behandelen van vergunningen. Tabel 1.1: Vergunningen bouwen Aantal verwacht 2023
Kental (uren)
Urenraming 2023 11.673
Vooroverleg
125
400
Bouwkosten minder dan € 50.000
70
2
140
Bouwkosten € 50.000 of meer - minder dan € 200.000
15
4
60
Bouwkosten € 200.000 of meer
20
8
160
Andere activiteiten
20
2
Vergunningen bouwen
475
Bouwkosten minder dan € 50.000
350
18
6.300
Bouwkosten € 50.000 of meer - minder dan € 200.000
70
25
1.750
Bouwkosten € 200.000 of meer - minder dan € 1.000.000
40
32
1.280
Bouwkosten € 1.000.000 of meer - minder dan € 10.000.000
10
79,5
795
Bouwkosten € 10.000.000
5
119,75
599
Vergunningen monumenten
30
40 10.724
499
Kleine veranderingen
5
4,75
24
Middelgrote veranderingen
20
15
300
Grote veranderingen
5
35
175
Vergunningvrij bouwen
25
2
50
Pagina 1 van 14
Bijlage 2: Uitwerking producten
De werkzaamheden van de groep Vergunningen bestaat uit de volgende zaken: • Het beslissen (verlenen, weigeren, buiten behandeling stellen) op aanvragen om vergunning; • Het behandelen van meldingen; • Het beslissen (verlenen, weigeren, buiten behandeling stellen) op aanvragen om ontheffing; • Het behandelen en beantwoorden van informatieverzoeken; • Het voeren van verweer bij bezwaar en beroep. In wet- en regelgeving is bepaald voor welke activiteiten inwoners en bedrijven een vergunning moeten aanvragen om die activiteiten te mogen uitvoeren of ondernemen. De belangrijkste wet betreft de Wabo. Gerelateerd daaraan het Bor als algemene maatregel van bestuur en de Regeling omgevingsrecht (Mor) als ministeriële regeling. Iedere binnengekomen vergunningaanvraag dan wel conceptaanvraag wordt beoordeeld en getoetst. Voor aanvragen om een omgevingsvergunning is het echter niet nodig om elke aanvraag, die wordt ingediend, even diepgaand te toetsen aan het Bouwbesluit 2012. Sinds 1 november 2017 werkt de gemeente Roosendaal met de zogenaamde flitsvergunning.
Indien de aanvraag omgevingsvergunning de activiteit ‘bouwen’ betreft, eventueel aangevuld met de activiteit ‘handelen in strijd met de regels voor de ruimtelijke ordening’, waarbij de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing is en de bouwsom lager is dan € 25.000,00, wordt het bouwplan niet meer getoetst aan het Bouwbesluit 2012. In plaats van 8 weken, krijgt de aanvrager binnen 4 werkdagen een beslissing op de ingediende aanvraag. Enkele veelvoorkomende bouwwerken binnen deze categorie zijn: aanbouwen, dakkapellen, erfafscheidingen, reclame-uitingen en kozijnwijzigingen. Deze activiteiten zijn wel vergunningsplichtig, maar scoren laag op risico’s in het kader van veiligheid en gezondheid. Daar waar de risico’s laag c.q. aanvaardbaar zijn, wordt bij de gemeente Roosendaal volstaan met een minder diepgaande toets. Groep Fysieke Omgeving of groep Veiligheid; Strategie & Ondersteuning zullen bij constatering van een overtreding, bouwen zonder of in afwijking van een verleende omgevingsvergunning, een legalisatieonderzoek aanvragen bij groep Wabo. Er wordt daarop een integraal advies uitgebracht op basis van de toetsingen aan het bestemmingsplan, inclusief de mogelijkheden voor afwijking van het bestemmingsplan, en redelijke eisen van welstand.
Vooroverleg Onder het onderdeel vooroverleg helpen we de klant met de informatieverzoeken of bijvoorbeeld de vergunning check goed is ingevuld. Bij informatieverzoeken wordt uitgezocht of er een vergunning noodzakelijk is en of de aanvraag vergunbaar is binnen de regels, en zo niet hoe er dan mogelijk kan worden verleend (welstand is hierin geen onderdeel). Wanneer een bedrijf of burger vooraf meer zekerheid wil hebben over het wel of niet vergunningsvrij zijn van bouwplannen of de haalbaarheid ervan, kunnen zij een conceptaanvraag indienen. De plannen worden dan getoetst aan het bestemmingsplan en welstand. Hierna kan een plan definitief worden uitgewerkt bij een positief antwoord op de conceptaanvraag. Het grote voordeel van de conceptaanvraag is dat, ook de aanvrager, zonder al te veel (onderzoeks)kosten te maken of zonder aan alle indieningsvereisten (o.a. uitgewerkte berekeningen en tekeningen) te moeten voldoen, te weten komt of het bouwplan in aanmerking komt voor een vergunning. Op deze manier kan een weigering van een formele aanvraag om omgevingsvergunning vaak worden voorkomen. En het kan ervoor zorgen dat de procedure voor een formele aanvraag om omgevingsvergunning sneller verloopt.
Welstand De gemeente heeft de wettelijke taak om te zorgen voor een goede omgevingskwaliteit. In die taak beschikt de gemeente over veel instrumenten, waarvan er één specifiek bedoeld is voor het uiterlijk
van bouwwerken, namelijk het (gemeentelijk) welstandsbeleid. De aanvragen voor de activiteit bouwen worden getoetst aan het welstandsbeleid. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit bestaat uit onafhankelijk externe deskundigen met een ambtelijk secretaris.
Monumenten Monumenten zijn belangrijk voor onze sociale en fysieke leefomgeving. Zij zijn de bron van het verhaal over de geschiedenis van Nederland en Roosendaal in het bijzonder: het maakt het verleden zichtbaar en versterkt zo ons cultureel en historisch besef. In brede kring wordt onderkend dat onze monumenten een belangrijke maatschappelijke waarde vertegenwoordigen waaraan aandacht moet worden geschonken. De gemeente Roosendaal kent op dit moment ruim 90 rijksmonumenten en zo’n 300 gemeentelijke monumenten. Wij zijn verantwoordelijk voor de advisering bij de aanwijzing van rijksmonumenten door het Rijk, voor de borging van het cultureel erfgoed in de bestemmingsplannen, het verlenen van vergunningen voor restauratie of wijziging van monumenten en voor het houden van toezicht. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit bestaat uit onafhankelijke externe deskundigen met een ambtelijk secretaris en ambtelijk adviseur. De taak van deze commissie is het adviseren over aanvragen met de activiteit ‘monumenten’. In een aantal gevallen kan ook de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de provincie Noord-Brabant over een vergunningaanvraag adviseren.
1.2 Toezicht bouwen In dit onderdeel worden de taken binnen het taakveld toezicht beschreven. In tabel 1.2. Toezicht bouwen is aangegeven wat de voor 2023 geraamde aantallen en de daarvoor benodigde tijd is voor het behandelen van taken onder het taakveld toezicht. Tabel 1.2: Toezicht bouwen Aantal
Aantal te
Kental (uren)
Urenraming
verwachte dossiers 2023
controleren dossiers 2023
Toezicht bouwen
322
141
Bouwcategorie 1
130
11
3,00
33
Bouwcategorie 2
110
48
4,00
192
Bouwcategorie 3
48
48
6,00
288
Bouwcategorie 4
32
32
18,00
576
Bouwcategorie 5
2
2
30,00
60
Toezicht monumenten (vergunning)
30
30
15,00
450
Toezicht monumenten (instandhoudingsplicht)
20
20
15,00
300
Toezicht kantoorgebouwen (energielabel C)