CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

07a-87-2022 Uitvoeringsprogramma 2023.pdf

Gemeenteraad 9 februari 2023, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 7a: Raadsmededeling 87-2022 Uitvoeringsprogramma 202325.588 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

70

70

3,50

245

25

17

3,00

2023 2.420 1.149

Toezicht woonwagens/-locaties Toezicht vergunningsvrij bouwen

225 51

Toezicht bouw Als uitgangspunt geldt dat iedere verleende omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen volgens een vastgestelde toezichtslast wordt gecontroleerd. Afhankelijk van de bouwcategorie worden er één of meerdere controles uitgevoerd. Als uit de prioriteitenlijst van het VTH-beleid blijkt dat er een hogere prioriteit aan gekoppeld moeten worden, dan wordt deze ingeschaald in een hogere categorie. Op systematische wijze wordt tijdens de bouw gecontroleerd op de naleving van wettelijke voorschriften, de bevindingen/constateringen worden vastgelegd in een controleverslag en toegevoegd aan het dossier. (Brand)veiligheid, gezondheid en energiezuinigheid (beperken fossiele energiebronnen en uitstoot CO2 en NOX) hebben daarbij in genoemde volgorde de prioriteit.

Monumenten Met de instandhoudingsplicht die in de Erfgoedwet is geïntroduceerd, wordt toezicht op behoud van monumentale kwaliteiten nog belangrijker. Met de instandhoudingsplicht kan de gemeente een eigenaar aanspreken die zijn monument niet (goed) onderhoudt. De gemeente kan in het uiterste geval ook handhavend optreden om het noodzakelijke onderhoud af te dwingen. Wel dient handhaving proportioneel te zijn. Dit betekent dat een gemeente niet moet wachten tot een alomvattende restauratie nodig is. Om te kunnen bepalen of een monument goed wordt onderhouden of niet is het belangrijk inzicht te krijgen in de staat waarin onze monumenten verkeren. Hiervoor is in 2018 een 0-meting uitgevoerd.

1.3. Handhaving bouwen In dit onderdeel worden de taken binnen het taakveld handhaving beschreven. In tabel 1.3. Handhaving bouwen is aangegeven wat de voor 2023 geraamde aantallen en de daarvoor benodigde tijd is voor het behandelen van taken onder het taakveld handhaving Tabel 1.3 Handhaving bouwen Aantal verwachte

Kental (uren)

Urenraming 2023

dossiers 2023 Handhaving bouwen Repressieve zaken (juridisch) Repressieve zaken (toezicht) Handhaving monumenten Repressieve zaken (juridisch)

60

13,5

70

5

20

6

1.160 810 350 120 120

Landelijke Handhavingstrategie Wij hebben de Landelijke Handhavingstrategie (hierna: LHS) vastgesteld (paragraaf 7.4.1 van het VTH-Beleid). De strategie wordt toegepast voor alle toezicht- en handhavingstaken met betrekking tot het omgevingsrecht. De LHS is een sanctiestrategie. Dit wil zeggen dat in de strategie is bepaald hoe en wanneer wordt opgetreden bij overtredingen van de wetgeving.

Repressieve handhaving Bij repressieve handhaving is sprake van niet naleven van een regel en is een overtreding gaande. De instrumenten zijn dan ook gericht op beëindiging van die overtreding met een bestuursrechtelijke maatregel. Repressieve handhaving kan voortkomen uit toezicht, klachten en meldingen.

Verzoek tot handhaving Burgers en bedrijven kunnen een verzoek tot handhaving aan de gemeente richten. De gemeente moet, binnen de Algemene wet bestuursrecht gestelde termijn, op een dergelijk verzoek reageren. Dit impliceert niet dat dan ook altijd tot handhaving moet worden overgegaan. Ook hier is het aangaan van het gesprek een belangrijk middel om te komen tot een oplossing met vooral begrip. Tegen de beslissing van de gemeente op een handhavingsverzoek staat de mogelijkheid van bezwaar en beroep open.

Ambtshalve handhaving Naast verzoeken om handhaving kunnen toezichthouders tijdens controlerondes ook zelf overtredingen constateren, zonder dat daar een verzoek aan ten grondslag ligt.

2 Slopen Vanaf 1 april 2012 is selectief slopen en asbest verwijderen niet meer vergunningsplichtig maar meldingsplichtig. Selectief slopen houdt in dat al tijdens het slopen de verschillende puinstromen van elkaar worden gescheiden. In 2 gevallen is een sloopmelding nodig: • als bij het slopen asbest wordt verwijderd; • als de hoeveelheid sloopafval groter is dan 10 m3. In 3 gevallen is een omgevingsvergunning voor slopen nodig: • het bouwwerk is een monument; • het bouwwerk ligt in een beschermd stads- of dorpsgezicht; • in het bestemmingsplan staat dat een omgevingsvergunning nodig is. Het kan dus ook zijn dat je bij de werkzaamheden én een vergunning nodig hebt én een melding moet doen. De activiteit ‘slopen’ omvat de werkzaamheden in het kader van vergunningen/meldingen, toezicht en handhaving op het gebied de activiteit slopen. Onder 'slopen' wordt verstaan: het afbreken van een bouwwerk of een gedeelte daarvan. Het kader voor deze activiteiten is voornamelijk het Bouwbesluit 2012. Vanaf 1 juli 2019 is de afhandeling van meldingen totaalsloop en het steekproefsgewijs uitvoeren van toezicht hierop, volledig overgedragen aan de OMWB.

Coördinatie De coördinatie betreft grotendeels de benodigde capaciteit voor de coördinatie over de door de omgevingsdienst uit te voeren taken met betrekking tot de asbestwerkzaamheden. De coördinatie uren binnen een procedure vallen onder de VTH-taken. Tabel 2: Slopen

2.1.

Slopen Vergunning

Urenraming 2023 44 9

2.2. 2.3.

Toezicht Handhaving

20 15

2.1 Vergunningen slopen In dit onderdeel worden de taken binnen het taakveld vergunningen beschreven. In tabel 2.1. Vergunningen slopen is aangegeven wat de voor 2023 geraamde aantallen en benodigde tijd is voor het behandelen van taken onder het taakveld vergunningen. Tabel 2.1: Vergunningen slopen Aantal

Kental (uren)

verwacht 2023 Vergunningen slopen

3

Vergunning

3

Urenraming 2023 9

3,00

9

2.2 Toezicht slopen In dit onderdeel worden de taken binnen het taakveld toezicht beschreven. In tabel 2.2. Toezicht slopen is aangegeven wat de voor 2023 geraamde aantallen en benodigde tijd is voor het behandelen van taken onder het taakveld toezicht. Bij het slopen van bouwwerken kan sprake zijn van het vrijkomen van asbest. Bij saneringen van asbest wordt gecontroleerd of de werkzaamheden worden uitgevoerd volgens de wettelijk voorgeschreven wijze. Daarnaast wordt toezicht gehouden op situaties waarbij (door de slechte staat van een gebouw) asbest kan vrijkomen. Tabel 2.2: Toezicht slopen Aantal verwachte dossiers 2023 Toezicht slopen Vergunning Repressieve zaken

3 2 1

Kental (uren)

7,5 5

Urenraming 2023 20 15 5

2.3. Handhaving slopen In dit onderdeel worden de taken binnen het taakveld handhaving benoemd. In tabel 2.3. Handhaving slopen is aangegeven wat de voor 2023 geraamde aantallen en de benodigde tijd is voor het behandelen van taken onder het taakveld handhaving. Voor een omschrijving van de taak ”repressieve handhaving” en “verzoek tot handhaving” verwijzen wij u naar paragraaf 1.3. Tabel 2.3: Handhaving slopen Aantal

Kental (uren)

verwachte

Urenraming 2023

dossiers 2023 Handhaving slopen

1

Repressieve zaken (jur.)

1

15 15

15

3 Ruimtelijke Ordening De activiteit ‘ruimtelijke ordening/planologisch strijdig gebruik’ (hierna: RO) omvat de werkzaamheden in het kader van vergunningen, toezicht en handhaving op het gebied van RO. In een bestemmingsplan worden bestemmingen van gronden aangewezen voor een bepaald gebied binnen de gemeentegrenzen. Het bestemmingsplan bevat bebouwings- en gebruiksregels. Een bedrijf of burger kan een (bouw)plan hebben dat niet in het bestemmingsplan past. Een vergunning zou dan normaal moeten worden geweigerd. De Wabo bevat echter verschillende bepalingen, die het de gemeente mogelijk maken, als dat wenselijk wordt geacht en past binnen de lokale beleidsregels, om mee te werken aan nieuwe initiatieven, die niet passen binnen het bestemmingsplan. Het kan hierbij gaan om zowel afwijkingen van de bebouwingsregels (oppervlakte, goot- en nokhoogte, locatie) als ook van de gebruiksregels. De gemeente heeft daarbij de bevoegdheid tot het nemen van de volgende besluiten 'handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening': • het verlenen van een omgevingsvergunning met een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid; • het verlenen van een omgevingsvergunning met een buitenplanse afwijkingsmogelijkheid (kruimelgevallen); • het verlenen van een omgevingsvergunning met een tijdelijke afwijkingsmogelijkheid.

• voor grotere afwijkingen van het bestemmingsplan kan medewerking worden verleend door een omgevingsvergunning te verlenen met een buitenplanse afwijking (projectbesluit) of door een wijziging of herziening van het bestemmingsplan. In al deze gevallen kan een 'afwijking/vergunning' worden verleend, maar dit moet niet. De gemeente beoordeelt of toepassing van een van de mogelijkheden mogelijk en wenselijk is. Tabel 3: RO

RO 3.1. 3.2. 3.3.

Urenraming 2023 2.446

Vergunning Toezicht Handhaving

1.955 156 335

3.1. Vergunningen RO In dit onderdeel worden de taken binnen het taakveld vergunning benoemd. In tabel 3.1. Vergunningen RO is aangegeven wat de voor 2023 geraamde aantallen en de benodigde tijd is voor het behandelen van taken onder het taakveld vergunning. Tabel 3.1: Vergunningen RO Aantal verwacht 2023 Vergunningen RO Vergunning strijdig gebruik Vergunning aanleggen

230 225 5

Kental (uren)

8,6 4

Urenraming 2023 1.955 1.935 20

3.2. Toezicht RO In dit onderdeel worden de taken binnen het taakveld toezicht benoemd. In tabel 3.2. Toezicht RO is aangegeven wat de voor 2023 geraamde aantallen en de benodigde tijd is voor het behandelen van taken onder het taakveld toezicht. Het betreft het toezicht op verleende vergunningen volgens de Wet ruimtelijke ordening en het gebruik op basis van het bestemmingsplan (o.a. strijdig gebruik). Tabel 3.2: Toezicht RO Aantal verwachte dossiers 2023 Toezicht RO Vergunning strijdig gebruik Vergunning aanleggen

25 25 0

Kental (uren)

Urenraming 2023

6,25 6,25

156 156 0

3.3. Handhaving RO In dit onderdeel worden de taken binnen het taakveld handhaving benoemd. In tabel 3.3. Handhaving RO is aangegeven wat de voor 2023 geraamde aantallen en benodigde tijd is voor het behandelen van taken onder het taakveld handhaving. Voor een omschrijving van de taak ”repressieve handhaving” en “verzoek tot handhaving” verwijzen wij u naar paragraaf 1.3. Tabel 3.3: Handhaving RO

Handhaving RO Repressieve zaken (jur.) Repressieve zaken n.a.v. verzoek tot handhaving (jur.) Repressieve zaken (toezicht/controle)

Aantal verwachte dossiers 2023 25 15 10 25

Kental (uren)

4,00 15,00 5,00

Urenraming 2023 335 60 150 125

4. Brandveiligheid De activiteit ‘brandveiligheid’ omvat de werkzaamheden in het kader van vergunningen, toezicht en handhaving op het brandveilig bouwen en gebruiken van gebouwen, open terreinen en bij evenementen. Het kader voor deze activiteiten is het Bouwbesluit 2012 en het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (BGBOP). Binnen dit taakveld wordt samengewerkt met de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (VRMWB). Binnen de VRMWB is het basistakenpakket (BTP) vastgesteld. Brandweer Midden- en West-Brabant (BMWB) kiest ervoor om toezicht daar te plegen waar de fysieke veiligheidsrisico’s het hoogst zijn. Het doel daarbij is bewustzijn van (brand)veiligheid realiseren bij object eigenaren en gebruikers. Het Algemeen Bestuur van de VRMWB heeft binnen het BTP de volgende prioriteiten benoemd: 1. Zorginstellingen; 2. BRZO+ (de inrichtingen die binnen en net onder de classificatie BRZO vallen); 3. Brandveilig Leven/toolbox; 4. Nachtrecreatie (kampeerterreinen).

Coördinatie Dit betreft de coördinatietaken die buiten de VTH-procedure vallen. Bijvoorbeeld afstemming met de VRMWB over het totale werkprogramma. De coördinatie uren binnen een procedure vallen onder de VTH-taken. Bijvoorbeeld de coördinatie van de vergunningsprocedure of het toezicht met VRMWB als externe adviseur. Namens de gemeente en in samenwerking met de gemeente wordt door de Brandweer op diverse thema’s voorlichting gegeven. Tabel 4: Brandveiligheid

Brandveiligheid 4.1. 4.2.

Urenraming 2023 1.970

Coördinatie Vergunning Toezicht & Handhaving

126 165 1.679

4.1. Vergunning brandveilig gebruik In dit onderdeel worden de taken binnen het taakveld vergunning voor brandveilig gebruik en de gebruiksmelding beschreven. In tabel 4.1. Vergunning brandveilig gebruik is aangegeven de voor 2023 geraamde aantallen en de benodigde tijd voor het behandelen van taken onder het taakveld vergunning. Tabel 4.1: Vergunning brandveilig gebruik Aantal verwacht 2023

Vergunning/melding brandveiligheid

55

Vergunning Gebruiksmelding Programma van Eisen

5 30 20

Kental (uren)

Urenraming 2023

165 3,00 3,00 3,00

15 90 60

Of een vergunning voor brandveilig gebruik nodig is, staat in het Bor. De Wabo regelt voor een groot aantal vergunningen, zoals bouwen, gebruik en afwijken van het bestemmingsplan, wanneer ze nodig

zijn en op welke wijze een omgevingsvergunning verkregen kan worden. Een omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik is nodig wanneer in een gebouw of ander bouwwerk: • bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf aan meer dan 10 personen wordt verschaft. Bijvoorbeeld in een hotel, pension, kampeerboerderij, ziekenhuis, verpleeg- of verzorgingshuis of gevangenis; • dagverblijf wordt verschaft aan meer dan 10 kinderen onder de 12 jaar, bijvoorbeeld in een basisschool of kinderdagverblijf; of • dagverblijf wordt verschaft aan meer dan 10 lichamelijk of verstandelijk gehandicapte personen, bijvoorbeeld door dagopvang. Of een gebruiksmelding moet worden gedaan is vastgelegd in paragraaf 1.7 van het Bouwbesluit 2012. Een gebruiksmelding is van toepassing wanneer: • in een gebouw of ander bouwwerk meer dan 50 personen tegelijk verblijven (let op: geldt niet voor woningen en woongebouwen); of • een woning kamergewijs wordt verhuurd; of • door een gelijkwaardige oplossing aan de brandveiligheidseisen van hoofdstuk 6 en 7 van het Bouwbesluit 2012 wordt voldaan. Met ‘kamergewijs verhuren’ wordt bedoeld het gebruiken van een woning door vijf of meer afzonderlijke bewoners. Dit kan een woongroep, gezinsvervangend tehuis, een studentenhuis of de woning van een hospita met maximaal vier inwonende studenten zijn.

Pas als een woning kamergewijs in vijf of meer delen wordt verhuurd, moet een gebruiksmelding worden gedaan. Met ‘een gelijkwaardige oplossing’ worden situaties bedoeld waarin niet letterlijk aan de brandveiligheidseisen van hoofdstuk 6 en 7 uit het Bouwbesluit 2012 wordt voldaan maar een andere oplossing wordt toegepast. Zo’n andere oplossing kan worden toegestaan als die tenminste dezelfde mate van brandveiligheid biedt. Bij de gebruiksmelding moet informatie worden aangeleverd waarmee de gemeente de gekozen oplossing kan beoordelen.

4.2. Toezicht en handhaving brandveiligheid In dit onderdeel worden de taken binnen het taakveld toezicht brandveiligheid beschreven. In tabel 4.2. Toezicht en handhaving brandveiligheid is aangegeven de voor 2023 geraamde aantallen en de benodigde tijd voor het behandelen van taken onder het taakvelden toezicht en handhaving. Tabel 4.2: Toezicht en handhaving brandveiligheid Aantal verwachte Toezicht, controle en handhaving brandveiligheid Advisering e.d. Gebruik (brandveiligheid) Repressieve zaken Repressieve zaken (horeca)

Kental (uren)

dossiers 2023 83 75 4 4

Urenraming 2023 1.679 1.035

8,00 9,00 2,00

600 36 8

Toezicht/controle BMWB Het toezicht op de naleving van de regelgeving op het gebied van de brandveiligheid wordt uitgeoefend door de BMWB. Dit is één van de ondersteunende basistaken die het Algemeen Bestuur van de VRMWB in januari 2015 heeft vastgesteld. Inmiddels zijn deze uitgewerkt in het BTP.

Toezicht/Handhaving gemeente Er worden steekproefsgewijs bij ongeveer 100 horeca-inrichtingen gecontroleerd op brandveilig gebruik. Dit zijn globale controles, waarbij de nadruk ligt op aanduiding vluchtwegen, bereikbaarheid van vluchtwegen en aanwezigheid van de noodzakelijke blusvoorzieningen. Voor een omschrijving van de taak “repressieve handhaving” en “verzoek tot handhaving” verwijzen wij u naar paragraaf 1.3.

5. Milieu De OMWB voert op grond van het Bor voor 25 gemeenten en de provincie Noord-Brabant de wettelijke basistaken uit. Naast het uitvoeren van de verplichte basistaken voert de OMWB ook de overige milieutaken (verzoektaken) uit voor de gemeente Roosendaal. Er wordt jaarlijks een werkprogramma opgesteld. Vanaf 2019 is dit werkprogramma gebaseerd op de in de regio ontwikkelde MWB-norm en het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK). Op basis van het GUK kunnen er voor het OMWB-gebied branches en/of thema’s worden geselecteerd die tot gevolg kunnen hebben dat bepaalde bedrijven meer prioriteit krijgen dan nu het geval is. Veelal zullen deze keuzes gebaseerd zijn op risico-gerelateerde aspecten (het effectief inzetten van de capaciteit, dus daar waar de opbrengst naar verwachting het grootst is). De frequentie waarmee routinematige controlebezoeken worden afgelegd bij IPPC-installaties, is door ons bepaald op: • ten minste één controlebezoek per drie jaar bij beperkte milieurisico’s; • ten minste één controlebezoek per jaar bij grote milieurisico’s.

Coördinatie Coördinatie met betrekking tot de taken van de OMWB is onder te verdelen in twee gebieden, eigenaarschap in het kader van de gemeenschappelijke regeling en opdrachtgeverschap in het kader van het werkprogramma. De capaciteit voor het laatste onderdeel is opgenomen bij coördinatie. De coördinatie-uren binnen een procedure vallen onder de VTH-taken. Bijvoorbeeld de coördinatie van de vergunningsprocedure of het toezicht. Tabel 5: Milieu

5.1

Milieu Coördinatie

Urenraming 2022 210 210

6. Projecten In dit hoofdstuk worden de projecten beschreven die worden uitgevoerd binnen de verschillende taakvelden. Projecten kunnen ook bestaan uit taken die behoren tot de reguliere werkzaamheden, maar die in projectvorm worden uitgevoerd. Projecten worden regelmatig uitgevoerd met overige partners. In tabel 6. Projecten is aangegeven wat de geraamde tijd is voor de uitvoering van de projecten. Tabel 6: Projecten Urenraming 2023 6.1.

Projecten Huisvesting Arbeidsmigranten

5855 1.740

6.2. 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7

Integrale acties Leegstandswet LSI - thema Bewoningsvraagstukken Implementatie Omgevingswet Implementatie Wet kwaliteitsborging bouwen SSiB

986 0 1.779 850 500 64

6.1 Huisvesting arbeidsmigranten Bij de verhuur van kamers en het gebruik van panden voor de huisvesting van arbeidskrachten (voornamelijk uit Oost-Europa) staat de zorg voor een goede en vooral veilige huisvesting voorop. Uitgangspunt is de panden integraal te controleren, waarbij veiligheid en gezondheid centraal staan. Indien er sprake is van een situatie die strijdig is met de ter zake geldende Wabo-regelgeving wordt een bestuurlijk handhavingstraject gestart om bij de gebruiker en/of eigenaar van het pand af te dwingen dat de noodzakelijke verbeteringen/aanpassingen worden verricht dan wel dat een strijdige situatie wordt beëindigd. Doel is huisvesting die voldoet aan de normen zoals deze zijn gesteld bij of krachtens de Wabo, Wro en/of Ww, zodat er sprake is van een veilige en gezonde leefsituatie. Binnen dit thema wordt situationeel samengewerkt met: Politie, Brandweer, Inspectie SZW, UWV en Belastingdienst.

6.2 Integrale acties Naast het houden van toezicht op de naleving van verleende vergunningen c.q. ingediende meldingen is het belangrijk dat actief illegale activiteiten of situaties worden opgespoord. Nadat een vergunning is verleend dan wel een melding is geaccepteerd, wordt gecontroleerd of de vergunninghouder c.q. melder de vergunning c.q. de relevante Algemene Maatregel van Bestuur en de daaraan verbonden voorschriften en/of beperkingen blijvend naleeft. Dit toezicht is een kerntaak van de gemeente. Doelstelling is het bevorderen van de naleving van wet- en regelgeving, waarbij veiligheid en gezondheid centraal staan. Een ander doel van de gemeente is inperken van de bewegingsruimte voor ondermijnende criminaliteit, actief optreden bij signalen over mogelijke ondermijnende criminaliteit en zorgen voor omstandigheden die voor criminelen ongunstig zijn. Dit kan zowel proactief, preventief en/of repressief. Deze aanpak kent onder ander de ambities: 1. De bestuurlijke informatiepositie verbeteren en op orde houden. 2. Het herkennen van ondermijnende criminaliteit. Als één overheid doorpakken naar het effectief verstoren van crimineel ondernemerschap. Daarom wordt geïnvesteerd in integrale actiekracht en samenhangend optreden.

Binnen dit thema wordt situationeel samengewerkt met de volgende ketenpartners: Politie; Brandweer; Belastingdienst; Taskforce-RIEC; Inspectie SZW en OMWB.

6.3 Leegstandswet De Leegstandswet is een tijdelijke regeling die de eigenaar van een koopwoning de optie biedt zijn woning tijdelijk te verhuren. Een woning verhuren is vaak een prima oplossing wanneer deze voor

een langere tijd niet kan worden verkocht en daarnaast om verpaupering door leegstand te voorkomen. Een dergelijke tijdelijke oplossing kan voor zowel de huurder als verhuurder in een winwin situatie resulteren. Bij verhuur via de Leegstandswet zit de verhuurder namelijk niet met dubbele woonlasten en een verpauperde woning. En (waarschijnlijk) kan de huurder vaak tegen een gunstiger tarief een woning tijdelijk bewonen. Voor de huurders bestaan er ook nadelen bij het tijdelijk huren op grond van de Leegstandswet. Bij verhuur door de Leegstandswet hoeft de verhuurder, in tegenstelling tot de ‘gewone’ verhuur, niet met alle huurbeschermingsbepalingen rekening te houden waardoor de verhuurder de mogelijkheid heeft de huurovereenkomst op te zeggen. De huurder heeft dus geen huurbescherming op het moment dat de huur wordt beëindigd. Vanuit de gemeente zijn er regels opgesteld bij huur en verhuur op grond van Leegstandswet. Ook moet de verhuurder eerst een vergunning van de gemeente krijgen. Er worden geen aanvragen om een vergunning verwacht.

6.4 LSI – thema Bewoningsvraagstukken Binnen dit te starten project zullen de gemeente en haar ketenpartners (zoals UWV, ISZW en Belastingdienst) adrescontroles instellen op adressen waar een verhoogd risico of een gezamenlijk belang van risico’s is vastgesteld. Het gaat hierbij niet alleen om adressen waarvan verwacht wordt dat de regels worden overtreden, maar juist ook van degenen die zorg mijden en/of ondersteuning kunnen gebruiken. De vroegtijdige signalering van financiële problemen kan schuldenproblematiek verkleinen en huisuitzettingsprocedures voorkomen (hierbij wordt aangesloten op het project Vroegsignalering). De ervaring leert dat dit de leefbaarheid in een straat/wijk ten goede komt. Deze controles kunnen bestaan uit een administratief onderzoek of een controle op het feitelijk adres. De resultaten uit de controles worden, daar waar nodig, gedeeld met de belanghebbende partners. Normalisering van aangetroffen misstanden zal door elk van de belanghebbende ketenpartner naar eigen belang en op basis van eigen taken en bevoegdheden worden uitgevoerd.

6.5 Omgevingswet Dit betreft de implementatie van de Omgevingswet binnen de werkprocessen van vergunningen, toezicht en handhaving. Zie ook hoofdstuk 6 in het Uitvoeringsprogramma 2023.

6.6 Wet kwaliteitsborging bouwen Dit betreft de implementatie van de Wet kwaliteitsborging bouwen binnen de werkprocessen van vergunningen, toezicht en handhaving. Zie ook hoofdstuk 6 in het Uitvoeringsprogramma 2023.

6.7 Samen Sterk in Brabant (SSiB) Om misstanden in het buitengebied aan te pakken, werkt de gemeente samen met de provincie, omgevingsdiensten en Brabantse gemeenten, waterschappen, Openbaar Ministerie, politie en terreinbeheerders. De nadruk ligt op de aanpak van stroperij, wildcrossen en (drugs-) afvaldumpingen. Maar overtredingen als het verwaarlozen van dieren en illegale hennepteelt worden ook door het handhavingsteam van SSiB opgespoord. Daarom is het handhavingsteam 24 uur per dag en 7 dagen per week op pad in het buitengebied. Onze boa’s werken nauw samen met het handhavingsteam van SSiB. Deze samenwerking bestaat uit gezamenlijke controles en handhavingsacties.

7. Klachten en calamiteiten Voor het reserveren van uren voor klachten/meldingen wordt uitgegaan van het in behandeling nemen van 225 Wabo-gerelateerde klachten/meldingen (m.n. de activiteiten bouwen, slopen, RO en/of brandveilig gebruik). Daarnaast gaan we uit van 20 keer inzet bij het aantreffen van hennepkwekerijen en 5 keer inzet bij het aantreffen van (illegaal) vuurwerk in woningen/panden (gevaarzetting in het kader van het Bouwbesluit 2012 en/of strijdig gebruik op grond van de bestemminsplanvoorschriften). In tabel 7 Klachten en calamiteiten is aangegeven wat de voor 2023 benodigde tijd is voor het behandelen van klachten en calamiteiten. Tabel 7: Klachten en calamiteiten Urenraming 2023 Klachten

861

7.1

Klachten/Meldingen (Wabo-gerelateerd)

754

7.2

Calamiteiten hennepkwekerijen

107

7.3

Calamiteiten vuurwerk in woningen e.d.

32

BRABANTSE NORM WEERBARE OVERHEID Een handreiking voor Brabantse overheden om in gezamenlijkheid te komen tot een weerbare overheid

VOORWOORD In Brabant maken we – zoveel mogelijk als één overheid – al vele jaren werk van de aanpak van ondermijning. Het probleem is groot maar de aandacht ervoor is op dit moment óók groot. Dat heeft zich onder meer vertaald in extra structurele middelen waarvan een substantieel deel wordt ingezet “voor het weerbaarder maken van de samenleving en onze economie tegen criminele invloeden.” Ook vanuit de Taskforce-RIEC-programmalijn Weerbare Overheid willen we het thema weerbaarheid de blijvende aandacht geven die het verdient. Zo is het idee voor de weerbaarheidsnorm ontstaan. Met deze norm geven gemeenten en provincie – als het om hun weerbaarheid gaat – uiting aan de ambitie om aan een bepaald basisniveau of ondergrens te willen voldoen. Dit basisniveau leggen we vast in de Brabantse norm weerbare overheid. Om op een effectieve en geloofwaardige wijze een bijdrage te leveren aan het brede offensief tegen ondermijning zullen we allemaal onze eigen defensie op orde moeten hebben. Ik hoop en verwacht dat de Brabantse norm weerbare overheid ons daarbij gaat helpen.

2 | Brabantse norm weerbare overheid

‘VOOR HET WEERBAARDER MAKEN VAN DE SAMENLEVING EN ONZE ECONOMIE TEGEN CRIMINELE INVLOEDEN’ Ina Adema - Commissaris van de Koning in Noord-Brabant

en portefeuillehouder weerbare overheid vanuit het Taskforce-RIEC samenwerkingsverband

De brede aanpak waarover onze commissaris van de Koning spreekt, wordt ondersteund vanuit het samenwerkingsverband Taskforce-RIEC Brabant-Zeeland. De afgelopen periode hebben we met het versterkingsprogramma Bestuurlijke weerbaarheid een boost kunnen geven aan de weerbare overheid. Maar er is, ook als het versterkingsprogramma straks eindigt, nog genoeg werk te doen. De aandacht voor en inzet op weerbaarheid is en blijft daarom een kerntaak van de Taskforce-RIEC Brabant-Zeeland. De Brabantse norm weerbare overheid, die gezien kan worden als een logische doorontwikkeling van de ‘Piramide naar fitte gemeenten’, gaat ons daarbij zeker helpen. De Brabantse norm weerbare overheid gaat ons namelijk concrete handvatten bieden om gemeenten nog gerichter te ondersteunen in hun streven om weerbaarder te worden.

‘DE BRABANTSE NORM GAAT ONS DAAR ZEKER BIJ HELPEN’ Ad van Mierlo - Directeur Taskforce-RIEC Brabant-Zeeland

Brabantse norm weerbare overheid | 3

INLEIDING De gemeenten en provincie in Noord-Brabant zijn al ruim tien jaar onderdeel van de brede beweging tegen ondermijning. Overheidspartners, waaronder gemeenten, provincies, politie, OM en Belastingdienst zetten stevig in op de aanpak van integrale casuïstiek onder het RIEC-convenant en het versterken van de bestuurlijke en maatschappelijke weerbaarheid. Samen met vele andere publieke en private partners is een integrale aanpak van preventie tot repressie opgebouwd. Dit vanuit de gedachte dat ondermijnende criminaliteit – en de parallelle samenleving die daaraan ondersteunend is – alleen effectief kan worden aangepakt door verbreding van de één overheidsaanpak naar een brede maatschappelijke beweging. Deze aanpak wordt ondersteund vanuit het samenwerkingsverband Taskforce-RIEC Brabant-Zeeland (hierna: Taskforce-RIEC), waarvan bovengenoemde partijen zelf de sturende en drijvende kracht zijn. De aanpak van ondermijning is opgenomen in de integrale veiligheidsplannen van de gemeenten en ook de provincie heeft een programma Veilig en weerbaar Brabant.

Gemeenten en provincies zijn als maatschappelijke dienstverleners met een exclusief dienstenaanbod kwetsbaar voor ongewenste invloeden van buitenaf. Burgers kunnen maar op één plaats terecht voor bijvoorbeeld de uitgifte van paspoorten, verlening van vergunningen of het mogelijk maken van ontwikkelingen in de openbare ruimte via bestemmingsplannen. Door (onbedoeld) misbruik te laten maken van deze diensten wordt onze democratische rechtsstaat ondermijnd. Een weerbare overheid is essentieel om structureel tegendruk te bieden aan ondermijning. Daarmee voorkomen we dat overtreders van wet- en regelgeving de grondbeginselen van onze democratische rechtsstaat ondergraven. De actuele context van verhardende georganiseerde criminaliteit en de toenemende mate van agressie tegen en intimidatie van ambtenaren, bestuurders en volksvertegenwoordigers benadrukken de urgentie om de weerbaarheid van onze overheidsorganisaties te versterken.1 Bestuurlijke weerbaarheid is en blijft dan ook onderdeel van het ‘Breed offensief tegen georganiseerde criminaliteit’ van het kabinet.2

1 Kamerstukken II, 2021/22, 28844 nr. 236. 2 Kamerstukken II, 2021/22, 29911 nr. 329.

4 | Brabantse norm weerbare overheid

Het versterken van de weerbare overheid is vanzelfsprekend geen nieuwe ambitie. Zeker in Brabant wordt hier – zowel binnen als buiten de context van de ondermijningsaanpak – al flink in geïnvesteerd. Onder meer aan de hand van de ‘Piramide naar fitte gemeenten’ hebben gemeenten en provincie met ondersteuning vanuit Taskforce-RIEC op individueel niveau inzicht gekregen in hun weerbaarheid en concrete plannen gemaakt om deze te versterken. Thema’s als bewustwording, integriteit, Veilige Publieke Taak, informatiepositie, bestuurlijk instrumentarium en communicatie daarover staan al langere tijd op de bestuurlijke agenda. De ene gemeente is daarin verder dan de andere, waarbij logischerwijs ook schaalgrootte een rol speelt.

Wanneer één partij druk uitoefent, bestaat het risico dat zij hun heil elders zoeken, het zogenoemde ‘waterbedeffect’. Het is kapitaalvernietiging als je schaarse capaciteit op één plek investeert, terwijl kwaadwillenden op een andere plek gewoon doorgaan. Dat willen we tegengaan.

Wat nog ontbreekt is een gezamenlijk basisniveau voor de weerbare overheid, een ondergrens waaraan alle Brabantse gemeenten en de provincie zich committeren. De tijd is rijp om de stap te zetten naar één gezamenlijk gedragen norm, met als doel dat overtreders van wet- en regelgeving overal in Brabant dezelfde behandeling krijgen. Oftewel dat ‘de dijken overal even hoog zijn’. Criminelen in het bijzonder houden zich niet aan gemeentegrenzen en zoeken naar zwakke plekken.

Ook biedt het stellen van dit gezamenlijk basisniveau gelegenheid om hier samen naartoe te werken, daarbij van en met elkaar te leren en elkaar hierop aan te spreken. Zo wordt niet steeds het wiel opnieuw uitgevonden en schaarse capaciteit optimaal benut.

Bovendien is weerbaarheid een organisatiebrede aangelegenheid die het domein van de openbare orde en veiligheid overstijgt. Noodzakelijk is een gedragen en duurzame beweging waaraan de hele organisatie vanuit eigen rollen en verantwoordelijkheden een bijdrage levert: van burgemeester, college, gemeentesecretaris en gemeenteraad tot het ambtelijk apparaat. Hetzelfde geldt uiteraard voor de provincie.

Brabantse norm weerbare overheid | 5

Tot slot kan dit basisniveau gezien worden als een groeimodel, een voorlopige ondergrens die dient als fundament om samen op voort te bouwen. Het basisniveau laat zien wat nodig is om de basis op orde te krijgen, voor grote én kleine gemeenten. In de loop van de tijd kan blijken dat de norm moet worden bijgesteld om voldoende effectief te blijven tegen ondermijning. Uiteraard staat het organisaties vrij om – al dan niet in gezamenlijkheid – een weerbaarheidsniveau na te streven dat boven het basisniveau uitstijgt. Het netwerk van integrale overheidspartners in Brabant – in het bijzonder de gemeenten en provincie – geven aan groot belang te hechten aan het verder versterken en borgen van de weerbare overheid. Als nadere concretisering van deze behoefte is commissaris van de Koning in Noord-Brabant Ina Adema – vanuit haar rol als portefeuillehouder weerbare overheid – met het initiatief gekomen voor de ‘Brabantse norm weerbare overheid’ (hierna: Brabantse norm). In opdracht van het Algemeen Bestuur Taskforce-RIEC is de Brabantse norm in een gezamenlijk proces met de provincie en gemeenten tot stand gebracht. De ondersteuningsorganisatie van TaskforceRIEC helpt alle organisaties binnen het samenwerkingsverband om het beoogde weerbaarheidsniveau te bereiken.

6 | Brabantse norm weerbare overheid

Brabantse norm weerbare overheid | 7

HANDREIKING Met de Brabantse norm weerbare overheid bieden we de Brabantse gemeenten en de provincie Noord-Brabant, hierna tezamen genoemd ‘partijen’, een handreiking die tot doel heeft om in gezamenlijkheid de weerbaarheid van de Brabantse overheden te versterken. Wij vragen partijen om de Brabantse norm binnen de eigen organisatie te implementeren en samen te werken aan een weerbare Brabantse overheid.

EEN GEZAMENLIJK FUNDAMENT

SAMENWERKING EN ONDERSTEUNING

• Partijen committeren zich aan de Brabantse norm en zorgen voor implementatie en uitvoering daarvan. • De Brabantse norm vormt een integraal onderdeel van het beleid van partijen. • Partijen streven ernaar om vóór 31 december 2024 volledig uitvoering te geven aan de Brabantse norm. De voortgang wordt tussentijds getoetst, met als peildatum 1 juli 2023. • Partijen hebben de intentie de hiervoor benodigde bereidwilligheid, tijd en capaciteit in te zetten.

• Partijen werken samen en ondersteunen elkaar in het uitvoeren van de Brabantse norm. • Taskforce-RIEC organiseert samen met partijen een passend ondersteuningsaanbod voor implementatie en uitvoering van de Brabantse norm. • Partijen zijn zich bewust van het gegeven dat er onderling verschillen zijn en accepteren dat de Brabantse norm bij de ene partij eerder geïmplementeerd kan zijn dan bij de andere. • Het uitgangspunt is om gezamenlijk op te trekken en eenzelfde niveau van uitvoering van de Brabantse norm te hanteren. Partijen beseffen dat op onderdelen sprake kan zijn van maatwerk en accepteren zodoende kleine verschillen in de uitvoering.

8 | Brabantse norm weerbare overheid

GROEIMODEL • De Brabantse norm is een groeimodel. De in dit document geformuleerde normstelling vormt het basisniveau. Het staat partijen vrij om het ambitieniveau hoger te leggen. Jaarlijks wordt de uitvoering gemonitord op het niveau van het eigen district of basisteam. • Partijen dragen de Brabantse norm uit naar instanties die via een gemeenschappelijke regeling werkzaamheden namens partijen uitvoeren, zodat ook deze instanties naar de inhoud van de Brabantse norm handelen. • Partijen verkennen de mogelijkheid om in de toekomst ook andere overheidspartijen aan de Brabantse norm te verbinden en de Brabantse norm thematisch uit te breiden. • Partijen evalueren de Brabantse norm na 31 december 2024. Op basis van die evaluatie worden ambities aangescherpt en wordt de Brabantse norm geactualiseerd. Brabantse norm weerbare overheid | 9

Bewustwording & organisatie

Informatiepositie & informatiebeveiliging

Beleid & handhaving

Integriteit en veilige werkomgeving

EEN GEZAMENLIJK FUNDAMENT De Brabantse norm biedt een stevig fundament voor een weerbare overheid. Het hierin opgenomen basisniveau geeft aan wat overheidsorganisaties minimaal geregeld moeten hebben om weerbaar te zijn. De Brabantse norm bevat geen nieuwe of aanvullende kaders, maar is een logische bundeling van wetgeving, afspraken, richtlijnen en ambities die reeds gelden en door gemeenten en provincie in meer of mindere mate al worden gehanteerd.

10 | Brabantse norm weerbare overheid

Communicatie

1. BEWUSTWORDING & ORGANISATIE Een weerbare overheidsorganisatie is open en toegankelijk, zorgt voor betrouwbare dienstverlening en is zich – van medewerkers tot college en raad – bewust van de risico’s van ondermijnende criminaliteit. Zij is zo georganiseerd dat signalen van ondermijning worden herkend en gemeld. Weerbaarheid en ondermijning worden structureel en organisatiebreed onder de aandacht gebracht en zijn integraal onderdeel van planvorming en uitvoering.

2. INFORMATIEPOSITIE & INFORMATIEBEVEILIGING Overheidsorganisaties beschikken over grote hoeveelheden informatie op basis van de uitoefening van hun wettelijke taak. Het op orde hebben van de eigen informatiepositie en informatiebeveiliging is essentieel voor het betrouwbaar en transparant uitvoeren van die wettelijke taak. Bovendien stelt een goede informatiepositie overheden in staat zicht te krijgen op patronen van ondermijnende criminaliteit en potentiële voedingsbodems daarvan. Zo kunnen zij hun beperkte capaciteit zo effectief mogelijk inzetten. Brabantse norm weerbare overheid | 11

3. BELEID & HANDHAVING Het hebben van actueel beleid en het consequent uitvoeren daarvan is noodzakelijk voor de betrouwbaarheid van de overheid. In het kader van weerbaarheid is van belang dat de ‘gereedschapskist goed gevuld is’, zodat bestuurlijk instrumentarium kan worden ingezet om ondermijning te voorkomen en bestrijden.

4. INTEGRITEIT EN VEILIGE WERKOMGEVING Integriteit en betrouwbaarheid staan bij een weerbare overheidsorganisatie hoog in het vaandel. Daarnaast moeten ambtenaren, bestuurders en volksvertegenwoordigers te allen tijde hun taak veilig en zonder oneigenlijke druk kunnen uitoefenen. Dat vraagt om preventieve beveiligingsmaatregelen en adequaat reageren op zaken als agressie en intimidatie.

12 | Brabantse norm weerbare overheid

5. COMMUNICATIE Een weerbare overheidsorganisatie is betrouwbaar en transparant in haar handelen en communiceert daarover, onder meer over de wijze waarop zij ondermijning voorkomt en bestrijdt. Communicatie draagt bij aan blijvende bewustwording over ondermijning en het belang van weerbaarheid én kan worden ingezet als interventiemiddel tegen ondermijning.

Bronvermelding: Kasteel Helmond – Visit Brabant

Brabantse norm weerbare overheid | 13

SAMENWERKING EN ONDERSTEUNING De Brabantse norm helpt partijen om ambities concreter te maken en daar samen naartoe te werken. Door dit in gezamenlijkheid te doen, ontstaat een lerend netwerk van gemeenten en provincie gericht op het versterken van de weerbare overheid. Voor de uitvoering en monitoring van de Brabantse norm lijken de districten en basisteams het aangewezen niveau van samenwerking tussen partijen. Aangezien weerbaarheid een organisatiebrede opgave is, ligt het eigenaarschap ten aanzien van de Brabantse norm nadrukkelijk niet alleen bij de burgemeester, maar ook bij de gemeentesecretaris. Taskforce-RIEC ondersteunt partijen in de uitvoering en monitoring van de Brabantse norm en voorziet in een passend handelingsperspectief. De Netwerkadviesgroep Weerbare Overheid (hierna: NAG) functioneert als voornaamste klankbord namens partijen.

14 | Brabantse norm weerbare overheid

GROEIMODEL Samen met een aantal vooroplopende gemeenten en de provincie faciliteert Taskforce-RIEC de toekomstige ontwikkeling van de Brabantse norm en het daarin bepaalde ambitieniveau. Denk daarbij aan het verkennen van mogelijkheden om aanvullende overheidspartners te betrekken, het basisniveau uit te breiden door verdieping van de huidige pijlers of verbreding naar andere weerbaarheidsthema’s. Ook in dit kader is samenwerking een belangrijk uitgangspunt. Daarbij gaat het zowel om het leren binnen de eigen regio, als het leren van en samen met andere regio’s. Denk bijvoorbeeld aan het delen van kennis en ervaringen tussen gemeenten en provincies, via de RIEC-LIEC-samenwerking, door aan te sluiten bij initiatieven vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid (hierna: JenV) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: BZK) en het betrekken van de wetenschap.

TOTSTANDKOMING BRABANTSE NORM WEERBARE OVERHEID De Brabantse norm is tot stand gekomen vanuit de behoefte van gemeenten en provincie om de weerbare overheid te versterken. Dit is gebeurd op initiatief van commissaris van de Koning in Noord-Brabant Ina Adema – portefeuillehouder weerbare overheid – en in opdracht van het Algemeen Bestuur Taskforce-RIEC, waarin de samenwerkende overheidspartners vertegenwoordigd zijn. De inhoud van de Brabantse norm is bepaald op basis van een zorgvuldig en gezamenlijk proces onder begeleiding van het Programma Weerbare Overheid van Taskforce-RIEC, in nauwe samenwerking met de provincie Noord-Brabant, ondersteund door de NAG. In gesprekken met een brede vertegenwoordiging van gemeenten en

provincie op ambtelijk niveau, burgemeesters (individueel en in groepsverband), kringen van gemeentesecretarissen en inhoudelijk experts is doorlopend inbreng opgehaald en draagvlak gecreëerd ten aanzien van zowel de inhoud als de uitvoering van de Brabantse norm. Dit proces vond plaats in nauwe samenwerking met een parallel traject in de provincie Zeeland waarin de Zeeuwse overheden tot de Zeeuwse norm weerbare overheid zijn gekomen. Bovendien is aangesloten bij ontwikkelingen op landelijk niveau en in andere regio’s, zoals de Flevolandse norm, het RIEC-LIEC bestel en de ministeries van JenV en BZK.

Brabantse norm weerbare overheid | 15

BRABANTSE NORM WEERBARE OVERHEID

1. BEWUSTWORDING & ORGANISATIE 1.1. Partijen besteden binnen de eigen organisatie minimaal eens per jaar aandacht aan weerbaarheid en ondermijning. Dit doen zij organisatiebreed op het niveau van eigen medewerkers, bestuurders en raadsleden. 1.2. Partijen besteden minimaal eens per jaar gezamenlijk – binnen het eigen district of basisteam – aandacht aan weerbaarheid en ondermijning. 1.3. Partijen organiseren minimaal eens per jaar bewustwordingstrajecten voor dat jaar geprioriteerde eigen medewerkers, bestuurders en raadsleden. Het herkennen van signalen van ondermijning maakt hiervan onderdeel uit. 1.4. Partijen nemen ondermijning op in het integrale veiligheidsplan en geven de aanpak verder vorm in het daarbij behorende uitvoeringsplan. 1.5. Partijen benaderen ondermijningsvraagstukken zoveel als mogelijk integraal. Afdelingen werken samen aan de aanpak van ondermijning en/of voeren projecten uit waarbij aandacht is voor ondermijning. 1.6. Partijen werken samen met relevante publieke- en private partners in de aanpak van ondermijning.

Waar in de norm de termen burgemeester, college, gemeentesecretaris en raad worden gebruikt, wordt daarmee respectievelijk ook bedoeld: commissaris van de Koning, Gedeputeerde Staten, provinciesecretaris en Provinciale Staten.

16 | Brabantse norm weerbare overheid

2. INFORMATIEPOSITIE & INFORMATIEBEVEILIGING Informatiepositie 2.1. Partijen zorgen ervoor dat hun interne informatiepositie op het thema ondermijning inzichtelijk wordt gemaakt en wordt ingezet in de ondermijningsaanpak. Dit doen zij door het gestructureerd en op juridisch verantwoorde wijze verzamelen, verwerken en delen van informatie waardoor informatie gestuurd gewerkt kan worden. 2.2. Partijen hebben een centraal intern meldpunt voor het ontvangen van signalen van ondermijning en dragen dit actief uit. 2.3. Partijen zorgen voor een intern periodiek overleg waarbij afdelingoverstijgende signalen van ondermijning worden besproken. 2.4. Het verwerken van signalen gebeurt volgens een vastgesteld werkproces en de richtlijnen uit het ‘Model privacy protocol binnengemeentelijke gegevensdeling’. 2.5. Partijen beleggen de rol van informatiecoördinator bij een medewerker die signalen van ondermijning, het meldpunt en het werkproces coördineert. 2.6. Partijen zorgen voor een periodiek overleg met de integrale overheidspartners waar signalen van ondermijning worden besproken.

2.7. Partijen doorlopen de ‘Zelfscan Verhogen Informatiepositie’ onder begeleiding van TaskforceRIEC om kansen in beeld te krijgen om de eigen informatiepositie structureel te verhogen en geven daar opvolging aan. Informatiebeveiliging 2.8. Partijen bevorderen bewustzijn in hun organisatie over een adequate en juiste informatiebeveiliging en werken daartoe actief samen met elkaar. 2.9. Partijen zorgen voor een minimaal jaarlijks overleg tussen hun Chief Information Security Officers (CISO) op het niveau van het eigen district of basisteam, om gezamenlijk te werken aan weerbaarheid ten aanzien van informatieveiligheid. 2.10. Partijen voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (hierna: BIO). De BIO is gebaseerd op de actuele, internationale standaard voor informatiebeveiliging (NEN-ISO/IEC 27001 en NENISO/IEC 27002) en heeft risicomanagement als uitgangspunt.3

3. De BIO geldt sinds 1 januari 2019 voor Rijk, gemeenten, waterschappen en provincies.

Brabantse norm weerbare overheid | 17

3. BELEID & HANDHAVING Algemene Plaatselijke Verordening (APV) 3.1. Gemeenten hebben in hun Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) minimaal de zogeheten ‘ondermijningsartikelen’ opgenomen uit het door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten voorgestelde model. Dat zijn in ieder geval de volgende artikelen: 3.1.1. Sluiting van voor het publiek toegankelijke gebouwen. 3.1.2. (Exploitatie-)Vergunningsstelsel met eis ‘niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn’ voor: a. (Horeca-)inrichtingen; b. Seks- en escortbedrijven; c. Speelautomatenvergunningen, speelautomatenhallen, kansspelen. 3.1.3. Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat. 3.1.4. Vergunningplicht branches, gebieden en gebouwen. 3.1.5. Evenementenvergunning met nadere regels voor vechtsportevenementen. Wet Bibob 3.2. Partijen zorgen voor geactualiseerd Bibob-beleid, waarin de overheidsbeslissingen zijn opgenomen die onder de toepassing van de Wet Bibob vallen. 18 | Brabantse norm weerbare overheid

3.2.1. De volgende beschikkingen zijn minimaal opgenomen in het Bibob-beleid, al dan niet via een ‘kan’-bepaling: a. Alcoholwet; b. Omgevingsvergunningen Wabo; c. Exploitatievergunningen conform de APV; d. Subsidieaanvragen. 3.2.2. De volgende privaatrechtelijke overeenkomsten zijn minimaal opgenomen in het Bibob-beleid, al dan niet via een ‘kan’-bepaling: a. Vastgoedtransacties; b. Overheidsopdrachten. 3.3. Partijen geven uitvoering aan het Bibob-beleid zoals hiervoor vermeld onder 3.2. en alle daaropvolgende actualiseringen. 3.4. Partijen beschikken over Bibob-medewerkers die voldoende zijn toegerust om uitvoering te geven aan de Wet Bibob en komen minimaal eens per jaar bijeen op het niveau van het district of basisteam om kennis en ervaringen uit te wisselen. 3.5. Partijen zorgen dat medewerkers uit de verschillende beleidsdomeinen die aanvragen voor beschikkingen en overeenkomsten in behandeling nemen bekend zijn met het Bibob-beleid en de toepassing daarvan.

Opiumwet (Wet Damocles) 3.6. Gemeenten hebben geactualiseerd Damocles-beleid (artikel 13b Opiumwet), houden dit actueel en voeren het consequent uit. 3.7. Gemeenten beschikken over medewerkers die voldoende zijn toegerust om uitvoering te geven aan de Wet Damocles en komen minimaal eens per jaar bijeen op het niveau van het district of basisteam om kennis en ervaringen uit te wisselen. Financiële weerbaarheid 3.8. Partijen zorgen voor bewustwording bij de afdeling financiën (in het bijzonder debiteurenbeheer) over de risico’s van openstaande vorderingen in relatie tot ondermijning. 3.9. Partijen pakken openstaande bestuurlijke vorderingen (boetes, dwangsommen, leges, uitkeringen, etc.) in relatie tot ondermijning actief aan.

3.11. Partijen zijn in staat monodisciplinaire controles uit te voeren in de aanpak van ondermijning en organiseren en/of nemen deel aan integrale controles. 3.12. Partijen voeren minimaal jaarlijks een integrale controle uit waarbij aandacht is voor (signalen van) ondermijning. 3.13. Partijen organiseren interactieve kennisuitwisseling tussen boa’s en toezichthouders over de aanpak van ondermijning. 3.14. Minimaal eens per jaar komen partijen op het niveau van het district of basisteam bijeen om de inzet van het bestuurlijk instrumentarium te evalueren, kennis en ervaringen te delen, eventuele knelpunten in de aanpak te bespreken en de speerpunten voor het komende jaar te benoemen.

Integrale uitvoeringskracht 3.10. Partijen zorgen ervoor dat hun toezichthouders en bijzondere opsporingsambtenaren (hierna: boa’s) getraind en opgeleid zijn in het herkennen van signalen van ondermijning. Brabantse norm weerbare overheid | 19

4. INTEGRITEIT & VEILIGE WERKOMGEVING Integriteit en gewenst gedrag van politieke ambtsdragers 4.1. Partijen zorgen voor een actuele gedragscode (niet ouder dan vijf jaar) voor politieke ambtsdragers, gebaseerd op de meest recente wetgeving en handreikingen.4 4.2. Partijen bespreken het thema integriteit en netwerkbewustzijn – onder meer in relatie tot ondermijning – periodiek met politieke ambtsdragers. Dit doen zij naast het moment van het installeren minimaal eens per jaar. 4.3. Partijen laten voor kandidaat-bestuurders een risicoanalyse uitvoeren conform de meest recente handreiking van het ministerie van BZK. 4.4. Partijen adviseren politieke partijen voor kandidaatraadsleden een risicoanalyse uit te voeren conform de meest recente handreiking van het ministerie van BZK. 4.5. Partijen zijn alert op mogelijke integriteitsvraagstukken ten aanzien van de agenda’s van het college en de gemeenteraad.

4 Verplicht op grond van de Gemeentewet, de artikelen 15, lid 3 (voor raadsleden), 41c lid 2 (voor wethouders) en 69 lid 2 (voor burgemeesters).

20 | Brabantse norm weerbare overheid

4.6. Partijen zorgen ervoor dat bij een vertrouwenspersoon en/of vertrouwenscommissie melding van mogelijke integriteitsschendingen kan worden gedaan. 4.7. Partijen hebben een protocol waarin beschreven staat hoe te handelen bij (vermeende) schending van integriteit. Integriteit en gewenst gedrag van medewerkers 4.8. Partijen zorgen voor een actuele gedragscode (niet ouder dan vijf jaar) voor medewerkers, gebaseerd op de meeste recente wetgeving en handreikingen. 4.9. Partijen besteden minimaal eens per jaar in de gehele ambtelijke organisatie aandacht aan het onderwerp integriteit en netwerkbewustzijn, onder meer in relatie tot ondermijning. Directie en leidinggevenden hebben hierin een belangrijke rol. 4.10. Partijen besteden bij de eed- of belofteaflegging van nieuwe medewerkers en bij inhuur van (tijdelijke) medewerkers specifiek aandacht aan integriteit en netwerkbewustzijn, onder meer in relatie tot ondermijning.

4.11. In de overeenkomst met ingehuurde en tijdelijke medewerkers is een clausule met een geheimhoudingsplicht opgenomen. 4.12. Partijen benoemen functieprofielen/taakaccenten die kwetsbaar zijn voor integriteitsschendingen (hierna: kwetsbare functieprofielen) en zorgen ervoor dat minimaal bestuurders en medewerkers met kwetsbare functieprofielen bij aanvang dienstverband een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) overhandigen waaruit blijkt dat er geen bezwaar bestaat om de betreffende functie te vervullen. Dit wordt periodiek herhaald. 4.13. Partijen onderkennen het belang van het gedegen screenen van (nieuwe) medewerkers die werkzaam zijn in het veiligheidsdomein en/of gerelateerd aan de ondermijningsaanpak. Daartoe behoren in ieder geval de medewerkers die toegang hebben tot RIECcasuïstiek. 4.14. Binnen kwetsbare functieprofielen wordt gewerkt volgens het vierogenprincipe. 4.15. Partijen zorgen ervoor dat bij een vertrouwenspersoon of vertrouwenscommissie melding van mogelijke integriteitsschendingen kan worden gedaan.

4.16. Partijen hebben een meldingsregeling voor integriteitsschendingen en klachten en een protocol voor integriteitsonderzoeken. Partijen registreren incidenten en geven daar opvolging aan. Veilige Publieke Taak 4.17. Partijen hebben een actueel agressieprotocol en dragen dit actief uit. 4.18. Partijen laten intern en extern weten wat hun organisatienorm van acceptabel gedrag is en wat dit betekent voor de houding van bestuurders en medewerkers. 4.19. Partijen zorgen voor adequate beveiliging van hun bestuurders en medewerkers. 4.20. Partijen trainen hun bestuurders en medewerkers in het voorkomen van en omgaan met (digitale) agressie en geweld. 4.21. Partijen stimuleren dat bestuurders en medewerkers elk voorval van (digitale) agressie en geweld melden en partijen registreren alle voorvallen van agressie en geweld tegen bestuurders en medewerkers.

Brabantse norm weerbare overheid | 21

5. COMMUNICATIE 4.22. Partijen hebben (structurele) middelen beschikbaar in de begroting zodat er bij bedreiging van bestuurders en medewerkers, op advies van het OM en de politie, passende (fysieke) beveiligingsmaatregelen getroffen kunnen worden. 4.23. Partijen reageren binnen 48 uur naar de dader die (digitale) agressie en geweld heeft gebruikt tegen hun bestuurder of medewerker en bevorderen het (laten) doen van aangifte van strafbare feiten. Aangiftes of meldingen worden door politie en OM conform het protocol Veilige Publieke Taak opgepakt. 4.24. Partijen verhalen de schade op de dader en verlenen nazorg aan bestuurder of medewerker die slachtoffer is van (digitale) agressie en geweld.

22 | Brabantse norm weerbare overheid

5.1. Partijen hebben een interne en externe communicatiestrategie gericht op bewustwording ter versterking van de weerbaarheid, onder meer in relatie tot ondermijning. 5.2. Partijen communiceren zelf en samen met partners in de aanpak van ondermijning over casuïstiek, uitkomsten van integrale controles, uitkomsten van integrale interventies, (het openbare deel van) besluiten volgend uit Bibob-procedures, veranderde wet- en regelgeving, thema’s en fenomenen. 5.3. Partijen stimuleren door middel van communicatie bewustwording en signalering van ondermijning bij de lokale bevolking, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven.

COLOFON Fotoverantwoording: De wens om natuurgeweld, de vijand en andere indringers buiten de deur te houden is van alle tijden. In onze provincie vertaalde deze wens zich in dijken, aarden wallen, vestingwerken en kastelen, omgeven door water. Stuk voor stuk zichtbare en iconische beelden in ons landschap. Het weerbaar zijn tegenover nieuwe indringers vraagt om bewustwording van en optreden tegen ondermijnende criminaliteit. Dit moet net zo zichtbaar worden in ons alledaagse handelen.

Door onder meer informatiebeveiliging, Bibobtoetsing, actuele en adequate regelgeving en integrale uitvoeringskracht maken we ons weerbaar tegen de aanvallen uit de moderne tijd. Foto’s en omslag: verdedigingswerken Zuiderwaterlinie en kastelen in Noord-Brabant. 18 mei 2022

taskforce - riec Brabant - Zeeland #samensterktegenondermijning

Brabantse norm weerbare overheid | 23

Brabantse norm weerbare overheid

Hierna is de nadere precisering van genoemde bouwcategorieën beschreven:

    

Bouwcategorie 1: Dakkapellen Bergingen Wijzigen gevels Wijzigen materiaalgebruik Soortgelijke wijzigingen van ondergeschikte aard

   

Bouwcategorie 2: Interne verbouwingen Uitbreidingen aan woningen/bedrijfsgebouwen (voor zover ondergeschikt aan hoofdgebouw) Bouwen bijgebouwen Kassencomplexen Agrarische hulp- en nevengebouwen Kleinschalige verbouw van winkels en kantoren

    

Bouwcategorie 3: Nieuwbouw woningbouw vrijstaande woningen Forse verbouwingen woningen Nieuwbouw kleinschalige industriegebouwen (≤ 1.000 m²) Nieuwbouw bedrijfsgebouwen agrarische sector Kleine kantoorgebouwen

 

     

   

Bouwcategorie 4: Nieuwbouw woningbouw seriematige woningbouw woongebouwen Grootschalige verbouw en nieuwbouw kantoorgebouwen Nieuwbouw grootschalige industriegebouwen (> 1.000 m²) Grootschalige verbouw en nieuwbouw winkels Ondergeschikte verbouw publieksgebouwen Kleinere schoolgebouwen, kinderdagverblijven en dergelijke

en

kleinschalige

Bouwcategorie 5: Grotere publieksaantrekkende gebouwen Gebouwen met combinatie van functies (bijvoorbeeld: parkeren, winkels en wonen) Zeer grootschalige bedrijfsgebouwen met zware brandveiligheidsmaatregelen en/of zware milieucategorie Scholen van omvang

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1405/documents/36985