04. OMWB begroting 2023 en jaarstukken 2021.pdf
Tekst van het document
zicht gerealiseerd wordt. Vanuit de discipline vergunningverlening krijgen de
basistaken), asbest (niet-basistaken), ruimtelijke planvormingsprocessen,
OMWB-energiespecialisten regelmatig het verzoek om energierapportages
externe veiligheid, duurzaamheid en omgevingsbeleid. Deze taken hebben
te beoordelen. Om gemeenten te informeren over nieuwe ontwikkelingen en
vaak een wettelijke grondslag of zijn onderdeel van beleidsambities.
producten op het gebied van energie is in april een webinar gehouden, kwamen ontwikkelingen naar voren in een nieuwsbrief en neemt de OMWB actief deel
De werkprogramma’s zijn indicaties van het volume van deze taken. Inciden-
aan provinciaal en landelijk overleg over nieuwe wetgeving en beleid.
tele verzoektaken kunnen van jaar tot jaar verschillen. Deelnemers hebben in hun werkprogramma’s vaak enkele niet nader gespecificeerde budgetten
Ketengericht milieutoezicht
opgenomen, waar in de loop van het jaar opdrachten voor worden verstrekt.
De term ketengericht milieutoezicht is inmiddels vervangen door ketenaan-
De realisatie van de gegeven opdrachten in 2021 wordt per deelnemer in de
pak. In 2021 is die aanpak volgens het werkplan gerealiseerd. Tussentijds zijn
(derde) termijnverantwoording teruggekoppeld.
gemeenten op de hoogte gehouden over de voortgang en is met de laatste termijnrapportage een inhoudelijke verantwoording gegeven. Door niet alleen het instrument (ketengericht)toezicht in te zetten maar ook te kiezen voor preventieve maatregelen en beleidsadvies is er meer recht gedaan aan de benodigde aanpak om lastige milieuproblemen aan te pakken. De OMWB gaat in 2022 aan de slag met de inzichten van deze aanpak.
<<
<
OMWB Jaarrekening 2021
16
>
Ontwikkelingen van invloed op de resultaten
Meting en Onderzoek
Advies Ruimtelijke Ordening (RO) en advies Externe Veiligheid
Advisering bodem
Een gestage groei is er bij het product advisering Ruimtelijke Ordening en
Over het jaar 2021 zijn er circa duizend bodemzaken behandeld die betrekking
Milieu. Gemeenten doen steeds vaker een beroep op de OMWB om bijstand
hebben op het geven van advies (intern en extern) en het beoordelen van
en (milieu)advisering bij het opstellen en beoordelen van ruimtelijke plannen.
bodemonderzoeken. Die hebben betrekking op ruimtelijke ordening, om-
Enerzijds komt dit door de gebiedskennis van gemeenten die de RO-adviseurs
gevingsvergunning aspect bouwen, omgevingsvergunning aspect milieu en
hebben opgebouwd, met daarbij steeds meer ondersteuning van OMWB-
meldingen in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Besluit
data. Anderzijds heeft de OMWB de laatste jaren geïnvesteerd in de relatie
lozen buiten inrichtingen. Ze gaan ook over het uitvoeren van en adviseren
met gemeenten, die op hun beurt een oplossingsgerichte werkwijze en korte
over bodemonderzoeken in het kader van gemeentelijke grondtransacties,
lijnen met de RO-ambtenaren waarderen. Belangrijke marktomstandigheden
herontwikkeling en civieltechnische werken. Ook het milieukundig begeleiden
die leiden tot de toenemende vraag zijn de komst van de Omgevingswet,
en coördineren van gemeentelijke bodemsaneringsprojecten behoorde tot die
de stikstofproblematiek in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen, de relatief
bodemzaken.
nieuwe wens aan ecologisch advies en de woningbouwopgave die veel gemeenten hebben.
Verder heeft de OMWB 22 gemeenten ondersteund bij de herziening van de Nota’s bodembeheer, die het beleid beschrijven over het hergebruik en toepas-
Op het gebied van externe veiligheid heeft de OMWB het afgelopen jaar –
sen van grond en baggerspecie. Dit betrof de herziening van de huidige nota’s
naast de bijdrage in de milieuvergunningverlening en ruimtelijke ordening
tot één regionale nota, die ook gereed is voor de Omgevingswet. Daarnaast
– veel tijd en energie gestoken in de bijdrage aan landelijke projecten, onder
zijn de lijsten met (potentieel) verontreinigde locaties voor veertien gemeenten
meer op het gebied van het vormgeven van Aandachtsgebieden en het Register
gescreend; de provincie draagt dit over aan de gemeenten bij de inwerkingtre-
Externe Veiligheid. Omdat de subsidieregeling voor de ontwikkeling van het
ding van de Omgevingswet.
product ook in 2021 nog beschikbaar kwam, betekende dat een meevaller
<<
<
voor de al ingebrachte financiële middelen van de deelnemende gemeenten.
Windmolenparken
Daarnaast heeft de OMWB het voorzitterschap van het Landelijk Beraad
De Raad van State heeft in 2021 uitspraak gedaan over het niet zonder meer
Veilige Leefomgeving en levert de dienst een projectleider Omgevingswet
mogen toepassen van de normen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer voor
voor Omgevingsdienst NL. Ook hier verwacht de OMWB een verdere groei
windparken met drie of meer windturbines. Arcadis heeft in opdracht van het
van de vraag aan advisering, met het oog op de naderende Omgevingswet.
ministerie van I&W de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) opgesteld. Het
OMWB Jaarrekening 2021
17
>
lijkt erop dat wordt voorgesorteerd op een stengere normstelling van nieuwe
te zijn voor een gezond en optimaal ‘leefklimaat’ - vooral voor mensen met
windparken. De OMWB heeft voor de Provincie Noord-Brabant meegeschreven
longproblemen. Toch is er nog steeds geen beleid opgesteld met betrekking
aan de inspraakreactie. Voor bestaande windturbineparken komt er moge-
tot houtstook (in relatie tot de directe omgeving). In 2021 heeft de OMWB
lijk een tijdelijke oplossing, een overbruggingsregeling. Die houdt in dat voor
het initiatief genomen om met enkele andere omgevingsdiensten een notitie
bestaande windturbineparken algemene milieuregels worden vastgesteld die
op te stellen waarmee gemeenten geadviseerd kunnen worden hoe ze hier
inhoudelijk dezelfde milieubescherming bieden als de buiten toepassing ver-
invulling aan kunnen geven. Met als doel de luchtkwaliteit in woonwijken
klaarde algemene regels. Zo is er een duidelijkere juridische borging. Totdat er
te verbeteren en het percentage gehinderden af te laten nemen - mede in
de duidelijkheid is of de overbruggingsregeling er komt, is er voor de huidige
het kader van de transitie richting de Omgevingswet. Hier is een duidelijke
praktijk geen verschil. Hiermee wordt invulling gegeven aan de vragen over de
samenhang met het Schone Lucht Akkoord. Het omgevingsplan zou namelijk
rechtsonzekerheid (en de gevolgen) voor bestaande parken die de OMWB in
een optimale ingang kunnen zijn om dit probleem gebiedsgericht te kunnen
2021 bij Infomil heeft neergelegd.
benaderen. Inmiddels heeft door het ministerie enthousiast gereageerd op dit initiatief en in 2022 anticipeert de OMWB bij het opzetten van een ‘routewij-
Schone Lucht Akkoord (SLA)
zer’ (samen met Rijkswaterstaat, het ministerie, enkele gemeenten en twee
a) D iverse gemeenten en provincie hebben door het ondertekenen van het SLA
omgevingsdiensten). De routewijzer moet handvatten/opties bieden voor
zich eraan gecommitteerd om de luchtkwaliteit binnen de gemeentegren-
het lokaal bevoegd gezag om effectiever de overlast in de leefomgeving te
zen te verbeteren, zodanig dat de huidige luchtverontreiniging in 2030 is
controleren, beheersen en handhaven.
gehalveerd. Om in de toekomst als omgevingsdienst een bijdrage te kunnen blijven leveren aan de monitoring van de luchtkwaliteit is team Metingen en
c) In 2021 is gehoor gegeven aan de SLA-ambitie over intensiveren en samen-
Onderzoek (TMO) van de OMWB in 2020 gestart met een onderzoek naar de
werking (GGD/RIVM) in relatie tot de uitbreiding van het Landelijk meetnet
toepassing van goedkopere, maar minder nauwkeurige sensortechnieken.
Luchtkwaliteit. In de provincie wordt één achtergrondstation toegevoegd
Door een netwerk van deze sensoren kan bijvoorbeeld continu fijnstof en
(inclusief NH3) - in verband met de werkdruk bij de OMWB start het RIVM dit
NO2 gemeten worden. Dit geeft in de leefomgeving een trend weer van de
station op. Naast het extra achtergrondstation in Noord-Brabant heeft TMO
toe- of afname van de luchtverontreiniging als gevolg van deze specifieke
twee volledige meetstations gebouwd die de komende vijf jaar mobiel ingezet
componenten. Door het vergelijken van de resultaten van deze methoden
gaan worden. Ook daar kan, naast fijnstof en NO2, continu ammoniak geme-
met de gevalideerde en genormeerde methoden die TMO ook uitvoert, kan
ten worden. De locaties worden samen met de provincie halfjaarlijks beoor-
in de toekomst meer worden gezegd over de betrouwbaarheid van deze
deeld. De data wordt ontsloten met het provinciale online ‘luchtmeet.net’.
sensortechnieken. d) Het terugdringen van overlast als gevolg van industriële geurhinder roept b) Al decennia is luchtverontreiniging veroorzaakt door particuliere houtstook
<<
<
om een goede definitie van aanvaardbare geurhinder in de leefomgeving.
in Nederland een van de grootste bronnen van overlast in de leefomgeving.
In 2021 is daar op ingezet in de vorm van overleg en advisering bij de
Hier is geen landelijk beleid voor opgesteld. De laatste jaren neemt de
lokale bevoegde gezagen. De definitie van aanvaardbaarheid ontbreekt in
overlast toe (mede in relatie tot nieuwe woningbouw). Naast geuroverlast
veel gevallen. Daarnaast is de huidige ‘gereedschapskist’ (referentienorm
blijkt hinder als gevolg van fijnstof bij houtstook een enorme spelbreker
voor geurmetingen) niet toereikend om adequaat aan de wensen van de
OMWB Jaarrekening 2021
18
>
beleidmakers te voldoen. De OMWB heeft - samen met de omgevingsdienst
EN 14181. Dit leverde veel afwijkingen op die het bedrijf op moest lossen.
Arnhem ODRA, de drie geurlaboratoria in Nederland en een statisticus van
In 2022 zal deze intensivering met zekerheid doorgang vinden.
de Wageningen University - een plan opgezet om bij tien type industriële geurveroorzakers een onderzoek te doen om de onzekerheid bij geuranalyses
g) De vakgroep Lucht heeft in 2021 een flinke stijging genoteerd van het
te verbeteren. Daarnaast wil de OMWB een database opbouwen van hedoni-
aantal controles van meetrapportages van periodieke metingen. Dit is een
sche bepalingen (op basis van een gezamenlijke beoordeling van alle drie de
gevolg van de ambitie vanuit het SLA om toezicht te intensiveren. Afdeling
geurlabo’s). Hedonische weging van geur is essentieel om de juiste aanvaard-
Toezicht en Vergunningverlening sturen vanaf 2021 de technische rappor-
baarheid te definiëren (in diverse provinciale geurbeleidsregelingen), echter
tages van emissiemetingen (door derden) door naar de vakgroep Lucht ter
zijn de prestatiekenmerken in de huidige NVN2818 (hedonische bepaling) nog
controle op juistheid. Daarnaast is de wens om vaker een audit op locatie te
niet bekend, maar al wel verweven in beleid. Het beoogde onderzoek moet
doen als het bedrijf een emissiemeting laat doen door een eigen adviseur of
hier invulling aan gaan geven en wordt (als gevolg van COVID-19 in 2021) in
meetbureau. In veel gevallen is gebleken dat er afwijkingen worden gecon-
2022 uitgevoerd (in combinatie met de reguliere geuronderzoeken in kader
stateerd tijdens zo’n zogeheten bijwoning door een luchtspecialist. Op basis
van preventief toezicht).
van de constateringen in 2021 is het advies van de OMWB om dit zeker door te zetten in 2022.
e) O verlast van horeca-geur. Naast de controles van deugdelijke ontgeuringsinstallaties bij keukenafzuigingen blijft het onmogelijk om met geurmetingen en
h) V akgroep Lucht zit sinds 2021 in de werkgroep Zeer Zorgwekkende Stoffen
modelberekeningen (van de gereinigde afzuiglucht) de geurhinder te kwantifi-
(ZZS; onder de NEN-commissie Emissiemetingen) om de beschikbare (refe-
ceren. Het model is simpelweg niet geschikt voor korte afstanden in een ‘volle’
rentie)meetmethoden te inventariseren op basis van de stoffenlijst ZZS. In
omgeving (lees: bebouwingen, obstakels, etc). Om toch uitspraak te kunnen
2022 zal naar verwachting een enorme vraag komen bij de vakgroep Lucht
doen of een afvoer op de juiste manier is gesitueerd (vooral bij appartemen-
naar reguliere ZZS-screenings en controles bij de inrichtingen.
ten boven horeca) heeft TMO een rookmachine aangeschaft om de pluimverspreiding zichtbaar te maken van de afgezogen kookluchten. Deze machine
Controle tankstations met behulp van OGI-camera
kan in veel gevallen direct aantonen hoe een geurpluim zich verspreidt. TMO
TMO beschikt over een OGI-camera (Optical Gas Imaging). Met deze came-
kan vervolgens aanpassingen voorstellen om overlast te verkleinen.
ra kunnen emissies van vluchtige organische stoffen worden aangetoond. De OGI-techniek brengt de gaswolken visueel in beeld. De camera wordt onder
<<
<
f) S trenger toezicht bij inrichtingen die een eigen meetsysteem hebben om de
andere ingezet bij de petrochemische industrie. Hier zijn in 2020 en 2021
emissies te controleren (een zogeheten AMS). In samenwerking met toezicht
regelmatig lekkages vastgesteld en visueel gemaakt waarvan in oorsprong
zijn tien bedrijven geselecteerd op basis van de elektronische jaarverslagen
verwacht werd dat daar weinig tot geen emissies van organische dampen
e-MJV (onder meer Shell, Ardagh, AVI dB, Nyrstar). Een luchtspecialist heeft
zouden (kunnen) optreden. Bij het meest recente project zijn een tiental
een controle uitgevoerd en heeft specifiek gelet op de kwaliteitsborging van
tankstations bezocht en is de reguliere vulling van ‘product’ vanuit de tankauto
het meetsysteem, QAL1, 2 en 3 rapportages, dataverwerking en rapportages/
in de opslagtank beoordeeld. Het zogenaamde gesloten ‘damp-retour sys-
toetsing. In 2021 zijn tevens audits op locatie uitgevoerd waarbij gelet is op
teem’ van het tankstation zelf bleek in meer dan de helft van de gevallen niet
technische controles en beheer van het AMS en borging conform de NEN-
goed te functioneren, waardoor tijdens het vullen van de tank, een gaswolk
OMWB Jaarrekening 2021
19
>
2.4.3 Programmadeel 3: Collectieve taken Jaarlijks voert de OMWB het programma Collectieve taken uit. Het programma van 2021 heeft een omvang van € 1,6 miljoen. Het is een bestuurlijk vastgesteld programma dat een efficiënte, effectieve en kwalitatief hoogwaardige uitvoering van de taken van de OMWB ondersteunt. Een programma dat nadrukkelijk aansluit op de andere twee programma’s - de basistaken en de verzoektaken, zodat de OMWB de goede dingen doet én die dingen goed doet. Door in te spelen op toekomstige ontwikkelingen op het gebied van VTH, zoals bijvoorbeeld de Omgevingswet en risicogericht werken. Het programma is tot stand gekomen in goed overleg met een ambtelijke werkgroep van de deelnemers en vervolgens via het Ambtelijk Overleg (AO), het Dagelijks Bestuur (DB) en uiteindelijk het Algemeen Bestuur (AB) vastgesteld. In 2018 is de OMWB gestart met een projectmatige programma-aanpak. Projecten worden nu niet alleen binnen het gestelde budget uitgevoerd, ook aan benzinedamp ontsnapt via de drukbeveiliging. Naast een veiligheidsrisico
is er een duidelijke verbetering zichtbaar van de geboekte resultaten. Hoewel
brengt dit ook een extra en makkelijk te voorkomen belasting op het milieu en
we zeker nog zaken kunnen verbeteren, heeft de professionalisering van
de leefomgeving met zich mee. Niet alleen TMO leert van iedere constatering,
projectmanagement een positieve bijdrage geleverd aan de uitvoering van
maar ook de bedrijven waar we de metingen uitvoeren. Het gaat immers naast
het programma. Een verantwoording van het programma wordt afzonderlijk
de milieubelasting ook over de blootstelling van dampen aan eigen personeel
aangeboden in het tweede kwartaal van 2022.
en andere bijkomende risico’s (bijvoorbeeld explosies). We zien dan ook het afgelopen jaar de interesse voor de OGI-techniek enorm toenemen. Bedrijven
De omzet op programmadeel 3 bedroeg over 2021 € 1.619.000 (begroot
huren steeds vaker een externe partij in om OGI-onderzoeken uit te voeren.
€ 1.619.000). De kosten worden niet verbijzonderd naar programma; deze
Dit resulteert in minder milieubelasting in combinatie met minder geurklachten.
worden op totaalniveau verantwoord.
Moerdijk is hier een mooi voorbeeld van. Daar zijn door de jaren heen de geurklachten drastisch gereduceerd. Momenteel voeren we gesprekken met onze
2.4.4 Programmadeel 4: Overige exploitatielasten en –baten
collega’s van DCMR, FUMO, ODRA en de ONZKG voor een werkgroep diffuse
In programma 4 zijn de werkzaamheden ondergebracht die buiten voorgaande
emissies vanuit de overheid, die zich met name richt op OGI.
programma’s vallen. Het gaat hierbij om de levering van producten en diensten aan zowel deelnemers als niet-deelnemers via derden. Dit zijn onder andere de
De omzet op programmadeel 2 bedroeg over 2021 € 9.312.000 (begroot
kosten voor luchtkwaliteitsmetingen, laboratoriumkosten en kosten van eNoses
€ 9.486.000). De kosten worden niet verbijzonderd naar programma; deze
(‘elektronische neuzen’).
worden op totaalniveau verantwoord.
<<
<
OMWB Jaarrekening 2021
20
>
De omzet op programmadeel 4 bedroeg over 2021 € 3.964.000 (begroot € 3.584.000). De kosten worden niet verbijzonderd naar programma; deze worden op totaalniveau verantwoord. 2.4.5 Kosten van Bedrijfsvoering, Vennootschapsbelasting en de post Onvoorzien De totale kosten van bedrijfsvoering (BBV hanteert de term ‘overhead’) bedroegen voor 2021 € 11.042.000 (begroot € 11.122.000). Voor een verdere uitsplitsing verwijzen we u naar de tekstuele toelichting in paragraaf 2.3.3 Bedrijfsvoering plannen en resultaten en paragraaf 3.3.3 Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2021. De kosten vennootschapsbelasting bedroegen in 2021 € -3.000 (begroot € 0). Dit betreft de reservering voor de te verwachten te betalen vennootschapsbelasting over 2021, gesaldeerd met de vrijval van de reserveringen voor 2019 en 2020. De aanslag 2019 en de aangifte 2020 zijn lager dan oorspronkelijk ingeschat. Het bedrag van € 150.000 dat is gereserveerd voor onvoorziene kosten is in 2021 niet aangesproken. 2.5 Paragrafen Het Besluit Begroting en Verantwoording voor Provincies en Gemeenten (BBV) schrijft voor dat in de begroting en jaarrekening paragrafen worden opgenomen waarin de beleidslijnen zijn vastgelegd voor een aantal beheersmatige aspecten van de organisatie. De voor de OMWB van toepassing zijnde paragrafen zijn hierna opgenomen: 1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2. Financiering 3.
Bedrijfsvoering (inclusief rechtmatigheid)
<<
<
OMWB Jaarrekening 2021
21
>
2.5.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Geïdentificeerde risico’s
Conform het BBV is het verplicht om op basis van risico-inschatting een kwa-
In de 2e Burap 2021 en de begroting 2022 zijn de volgende risico’s geïdentificeerd:
lificatie te geven van de omvang van het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen betreft de relatie tussen de risico’s waarvoor geen specifieke maatregelen zijn getroffen en de capaciteit van middelen en mogelijkheden die de OMWB heeft om niet-begrote kosten op te vangen (BBV artikel 11). Om
Maximaal
Kans op
Gewogen
bedrag schade
optreden risico
risico
Risico’s (bedragen x € 1.000)
te voorkomen dat bij niet-afgedekte risico’s ingrijpende (organisatie)wijzigin-
4. Inhuur versus vast personeel
400.000
50%
200.000
gen noodzakelijk zijn, is een afdoende weerstandsvermogen voor de OMWB
5. Transitie mens en systeem
500.000
50%
250.000
gewenst. Hoe groot die weerstandscapaciteit moet zijn, is afhankelijk van de
6. Problematiek arbeidsmarkt
risico-inschatting en de bereidheid van het Bestuur om deze risico’s al dan
9. COVID-19
niet te lopen. De OMWB streeft een voldoende weerstandscapaciteit na, dat betekent een weerstandsratio tussen 1,0 en 1,4. Normering weerstandsvermogen
700.000
75%
525.000
1.000.000
50%
500.000
10. Harmonisatie verlofrechten
300.000
75%
225.000
11. Invoering Omgevingswet
1.000.000
40%
400.000
12. Kosteneffectiviteit
1.700.000
15%
Totaal
5.600.000
255.000 2.355.000
Voor de normering van het weerstandsvermogen in relatie tot de deelnemers heeft het Algemeen Bestuur besloten een model vast te stellen dat erop
Toelichting
neerkomt dat 5% van het (begrotings-/jaarrekening)totaal van de exploitatierekening wordt aangehouden als weerstandsvermogen. Daarbij wordt een
4. Inhuur versus vast personeel
onder- en een bovengrens gehanteerd van respectievelijk 4% en 6%. Binnen
In de begroting van de OMWB geldt als uitgangspunt dat in beginsel het eigen
deze bandbreedte is het weerstandsvermogen toereikend vanuit de optiek van
personeel de taken verricht. Het actieve wervingsbeleid (onder andere in samen-
het Algemeen Bestuur.
werking met de twee andere Brabantse omgevingsdiensten) heeft ertoe geleid dat de verhouding tussen vast personeel en inhuurkrachten beter in balans is gekomen.
Risicobeheersing
Aangezien de opdrachtportefeuille van de deelnemers aan de dienst afgelopen jaren
Risicobeheersing of risicomanagement is het effectief omgaan met de kansen
rond de 340.000 declarabele uren op jaarbasis beweegt, heeft het management
en bedreigingen die de realisatie van de organisatiedoelstellingen kunnen
als lijn gekozen om de vaste formatie voor het primaire proces in de jaren 2021 en
beïnvloeden. Hiervoor is het van belang dat er een continu proces wordt inge-
volgend verder uit te breiden naar een niveau van 240 fte. Aangezien het bijbeho-
richt van identificeren, prioriteren en beheersen van risico’s. De OMWB streeft
rende aantal declarabele uren ongeveer 324.000 bedraagt (m.i.v. 2023 320.000 uur
ernaar risico’s zoveel als mogelijk te vermijden, verzekeringen ervoor af te
als gevolg van de harmonisatie van verlofrechten), zijn we afhankelijk van de inhuur
sluiten of ze te ondervangen door beheersmaatregelen te treffen. In het kader
van derden voor de uitoefening van de taken. Deze externe inzet is duurder dan de
van dit laatste stelt de OMWB een Intern Controleplan op, waaraan in het
uitvoering met eigen personeel, vandaar dat we dit opnemen in de risicotabel.
begrotingsjaar uitvoering wordt gegeven. Maatregelen: Dit risico is te ondervangen door aanname van eigen personeel. Sinds 2019 worden samen met de twee andere Brabantse omgevingsdiensten initiatieven ont<<
<
OMWB Jaarrekening 2021
22
>
plooid om de positie van de OMWB op de arbeidsmarkt te verbeteren. Sinds-
derde jaar volledig declarabel, dat is 1.350 declarabele uren (m.i.v. 2023
dien heeft dit al tot het aannemen van een aantal nieuwe medewerkers geleid.
1.328 uur als gevolg van de harmonisatie van verlofrechten). De begeleiding
De druk op het werven van eigen personeel blijft echter onverminderd groot.
verloopt via eigen collega’s van de dienst. In verband met deze noodzakelijke aanpak heeft de OMWB een tijdelijk productietekort in termen van declarabili-
5. Transitie mens en systeem
teit. Het maximale risico in verband hiermee is ongeveer € 700.000.
De aan onze organisatie en medewerkers gestelde eisen blijven snel veranderen. Dit is enerzijds gericht op de inhoud van het werk, anderzijds zien we dat
9. COVID-19
ook andere (digitale) vaardigheden worden gevraagd. In de opleidingen wordt
In februari 2020 vond de uitbraak van COVID-19 plaats, die ook in 2021 nog
hier volop aandacht aan besteed, waardoor de werknemers hun rol binnen de
een enorme impact had op ons allemaal. Gedurende het jaar 2020 heeft de
organisatie beter kunnen vervullen. De verwachting is dat dit niet in alle indi-
OMWB reeds geleerd dat productieverlies kan worden beperkt of voorkomen
viduele gevallen gaat lukken. Daarnaast wordt verwacht dat de impact van de
door werkzaamheden anders aan te pakken of anders in te vullen. Mede hier-
update van Squit 20/20 naar RX Mission of een vergelijkbaar systeem groter is
door is verlies in productieve uren ook in 2021 voorkomen. Aangezien de crisis
dan aanvankelijk is ingeschat. Het totale risico dat met bovenstaande samen-
nog niet voorbij is, blijft het lastig te bepalen hoe groot de financiële impact
hangt, wordt ingeschat op € 700.000 met een kans van maximaal 50%. Dit
voor komend jaar zal zijn. Daarnaast kan het eventuele inlopen van uitgestelde
risico is € 200.000 hoger dan vorig jaar.
opleidingen als gevolg van COVID-19 een drukkend effect op de productiviteit in 2022 hebben. Daarom handhaven wij een maximaal risico van € 500.000
Maatregelen:
waarbij de kans op optreden op 50% wordt ingeschat.
Het uitvoeren van een correct en zorgvuldig personeelsbeleid, waaronder een adequaat opleidingsprogramma. Daarnaast steeds verdere doorontwikkeling
Onze organisatie loopt geen risico qua continuïteit, conform artikel 35 lid I
van organisatie en onderliggende systemen.
van de GR zullen de deelnemers er steeds zorg voor dragen dat de omgevingsdienst over voldoende middelen beschikt om al zijn verplichtingen jegens
6. Problematiek arbeidsmarkt
derden te kunnen voldoen.
In aanvulling op punt 4 wordt het volgende opgemerkt: omdat de vaste forma-
<<
<
tie nog niet op het juiste peil is, werkt de OMWB naast inhuur in toenemende
Risico’s en beheersmaatregelen
mate ook met trainees en net afgestudeerden die de omgevingsdienst in dienst
De werkplannen 2022 zijn goed gevuld, taken worden (deels) ook administra-
neemt. De OMWB moet de jonge nieuwe collega’s opleiden ‘on the job’ – in een
tief of op afstand (digitaal) uitgevoerd. De uitvoering van taken in de situaties
periode van ongeveer twee jaar. In de eerste twee jaar zijn deze collega’s nog
van ongewone voorvallen, calamiteiten en aantasting veiligheid/milieu vinden
niet volledig declarabel (eerste jaar 950 uren, tweede jaar 1.150 uur, vanaf het
op een normale manier doorgang. De OMWB borgt enerzijds de inhoud en kwa-
OMWB Jaarrekening 2021
23
>
liteit van het milieu (zo goed mogelijk) en anderzijds zet de dienst in op het zo
afzonderlijke maatregelen onzeker. In 2021 is reeds € 500.000 gerealiseerd
veel mogelijk beperken van financiële schade voor dienst en deelnemers.
als gevolg van de ICT-transitie, welke onderdeel was van dit programma. Er resteert derhalve een maximaal schadebedrag van € 1,2 miljoen (€ 1,7 miljoen
Financiële positie
-/- € 500.000). Om tegemoet te komen aan het geraamde potentieel is 15%
De liquiditeitspositie is goed, de deelnemers hebben hun bijdrage voor het
van de totale waarde als risico aangemerkt, per saldo € 180.000.
eerste halfjaar met behulp van bevoorschotting betaald. Gezien de onzekerheid over de ontwikkeling van het COVID-19 virus, is het helaas nog niet uit te sluiten dat in 2022 het volledig uitvoeren van de werkprogramma’s onder druk komt te staan. Wanneer nodig, kan externe inhuur op- of afgeschaald worden, waardoor baten en lasten op gelijk niveau blijven. Eventuele financiële gevolgen worden via de Bestuursrapportages gemeld. 10. Harmonisatie verlofrechten In de cao Gemeenten/SGO 2021-2022 (zoals vastgesteld op 27 januari 2022), is de hervorming van verlofrechten vastgelegd, geldend met ingang van 1 januari 2023. De impact van deze hervorming is in de begroting 2023 in het tarief verwerkt en vormt derhalve geen risico meer. 11. Invoering Omgevingswet Per 1 januari 2023 treedt de Omgevingswet in werking. De invoering van de wet betekent een majeure verandering voor de taakuitvoering. Ondanks gedegen voorbereidingen is de exacte impact van de invoering, ook financieel, nog onvoldoende duidelijk. Door adviesbureaus afgegeven voorzichtige ramingen tonen een kostenverhogend effect van circa 10% voor de basistaken milieu. Gezien de grote onduidelijkheid die er nog heerst rondom de invoering en uitwerking van de wet, is een risico-inschatting van circa 3% van de omzet gemaakt met een kans van optreden van 40%. 12.
Kosteneffectiviteit Volgend uit het kosteneffectiviteitsonderzoek is een intern besparingspotentieel van € 1,2 miljoen opgehaald. In de jaren 2022 tot en met 2024 zijn de verschillende maatregelen doorgevoerd in de begroting respectievelijk meerjarenraming. De afhankelijkheid van derden maakt een volledige realisatie van
<<
<
OMWB Jaarrekening 2021
24
>
Op basis van het voorgaande en een actuele inschatting van de huidige risico’s
lificeerd als ‘voldoende’. In de jaarrekening 2020 bedroeg de weerstandsratio
is het eindbeeld voor de jaarrekening 2021 als volgt:
1,05 (‘voldoende’). Voor de normering van het weerstandsvermogen in relatie tot de deelnemers
Maximaal
Kans op
Gewogen
bedrag schade
optreden risico
risico
4. Inhuur versus vast personeel
400.000
50%
200.000
5. Transitie mens en systeem
700.000
50%
350.000
6. Problematiek arbeidsmarkt
700.000
75%
525.000
Financiële kengetallen
Risico’s
komt het weerstandsvermogen op 5,5% van het jaarrekeningtotaal uit. Daarbij ligt het vermogen ruim binnen de bandbreedte van 4% tot 6%.
500.000
50%
250.000
Het BBV schrijft voor dat een aantal verplichte financiële kengetallen moet
1.000.000
40%
400.000
worden opgenomen. Doel daarvan is inzicht te geven in de financiële positie
12. Kosteneffectiviteit
1.200.000
15%
180.000
van de organisatie. De trend van de voor de OMWB relevante kengetallen
Totaal
4.500.000
9. COVID-19 11. Invoering Omgevingswet
1.905.000
wordt in onderstaande tabel weergegeven. Financiële
In aanvulling op bovenstaande tabel spelen nog de volgende twee actuele
kengetallen
Jaarrekening 2021
Begroting 2021
Jaarrekening 2020
zaken. Allereerst verschuift bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet het
Netto schuldquote
-5,5%
-8,1%
-3,8%
bevoegd gezag voor bodem en ondergrond en de daaraan verbonden VTH-
Solvabiliteitsratio
47,0%
31,3%
40,1%
(basis)taken voor een groot deel van de provincie naar de gemeenten. De
Structurele exploitatieruimte
1,7%
0,0%
0,2%
impact hiervan op het werkprogramma van de OMWB is op dit moment nog
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
niet duidelijk en kan derhalve (nog) niet worden gekwantificeerd. Bij de 1
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
e
Bestuursrapportage wordt hierop verder in gegaan. Netto schuldquote Daarnaast zijn als gevolg van de Russische invasie van Oekraïne de prijzen van
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten
olie en gas en bepaalde grondstoffen aanzienlijk gestegen. Dit kan impact heb-
opzichte van de eigen middelen. Hoe verder deze ratio onder de 1,0 ligt, hoe
ben op het toekomstige kostenniveau van de OMWB. Ook hier geldt dat kwanti-
beter het is. De netto schuldquote is toegenomen ten opzichte van de jaar
ficatie op dit moment (nog) niet mogelijk is en dat bij de 1e Bestuursrapportage
rekening 2020.
hier verder op in wordt gegaan. Solvabiliteit
<<
<
Beschikbaar weerstandsvermogen
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de OMWB in staat is aan de finan-
De weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve. De algemene reser-
ciële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio geeft het aandeel van het
ve bedraagt ultimo 2021 € 1.928.000. Uitgaande van het actuele risicoprofiel
eigen vermogen in het balanstotaal weer. Hoe hoger deze ratio, hoe groter de
van € 1.905.000 is de weerstandsratio 1,01. Dit wordt volgens de waarde-
weerbaarheid van de organisatie. De solvabiliteit is toegenomen ten opzichte
ringstabel van het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR) gekwa-
van de jaarrekening 2020.
OMWB Jaarrekening 2021
25
>
Structurele exploitatieruimte
Onder risico’s worden verstaan zowel renterisico’s (vaste schuld en vlottende
Door het zuiveren van de incidentele lasten en baten en de mutaties in re-
schuld), als kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s. Met betrekking
serves, ontstaat er beeld in hoeverre sprake is van een structureel sluitende
tot risicobeheer geldt het volgende algemene uitgangspunt: “Bij het uitzetten
begroting. De structurele lasten en baten worden in dit kengetal uitgedrukt
of aantrekken van middelen worden de bepalingen zoals neergelegd in de Wet
als een percentage van de totale baten (voor mutaties reserves) van het
fido en de Ruddo in acht genomen.”
betreffende jaar. Een positief percentage is wenselijk, aangezien dit betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.
Renterisicobeheer 1. D e kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet fido;
Onderlinge verhouding kengetallen
2. D e renterisico norm wordt niet overschreden conform de Wet fido;
Zowel de netto schuldquote, de solvabiliteit als de structurele exploitatieruim-
3. N ieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële
te zijn verbeterd ten opzichte van 2020. Vorig jaar is de balanspositie van de OMWB reeds als solide aangemerkt. Deze positie is per jaareinde 2021 nog meer versterkt.
positie en de liquiditeitenplanning; 4. D e rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/ uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie;
2.5.2 Financiering In aansluiting op de Wet Financiering decentrale overheden (fido) is in het
5. B innen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4, streeft de OMWB naar spreiding in de rentetypische looptijden van uitzettingen.
Besluit Begroting en Verantwoording neergelegd dat de financieringsparagraaf de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille
Met de inwerkingtreding van de Wet fido is de term ‘Renterisico-norm’ geïntro-
uiteenzet. De grondslag voor de aan de portefeuille verbonden Treasuryfunctie
duceerd. De norm schrijft voor dat in enig jaar de aflossing van een langlopen-
is vastgelegd in het Treasurystatuut. Het beheer van de OMWB is risicomijdend
de schuld niet meer mag bedragen dan 20% van het begrotingstotaal.
en mede gericht op het voldoen aan de renterisico-norm en de kasgeldlimiet. De OMWB kent momenteel geen langlopende leningen en voldoet daarmee Treasurybeleid
automatisch aan de norm. De huidige financieringspositie en dito -behoeften
De doelstellingen van het treasurybeleid van de OMWB zijn:
vanuit de investeringsbegroting, geven thans geen verdere aanleiding tot aan-
1. H et verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen accep-
wending van een dergelijke lening.
tabele condities; 2. H et beschermen van vermogens- en (rente)resultaten tegen ongewens-
Kredietrisicobeheer
te financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en
Met betrekking tot het kredietrisicobeheer geldt het uitgangspunt dat overtollige
kredietrisico’s;
middelen op voorhand worden aangehouden in de schatkist.
3. H et minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; 4. H et optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het Treasurystatuut.
<<
<
OMWB Jaarrekening 2021
Intern liquiditeitsbeheer De OMWB beperkt zijn interne liquiditeitsrisico’s door zijn treasury-activiteiten te baseren op een adequate liquiditeitsplanning.
26
>
Valutarisicobeheer Valutarisico’s worden door de OMWB uitgesloten. Leningen worden uitsluitend aangegaan of gegarandeerd in de Europese geldeenheid (de euro). Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet stelt de Wet fido een norm voor het maximumbedrag voor de financiering van de bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar). De kasgeldlimiet voor gemeenschappelijke regelingen betreft 8,2% van het begrotingstotaal. Voor de berekening van de kasgeldlimiet is de modelstaat op de volgende pagina voorgeschreven. De opgenomen bedragen betreffen de realisatiecijfers 2021. De kasgeldlimiet is voor de OMWB voor 2021 berekend op € 2.862.000. Aangezien het gemiddelde netto vlottende overschot aan financieringsmiddelen op € 10 miljoen wordt geschat, is de ruimte onder de kasgeldlimiet gelijk aan de kasgeldlimiet.
<<
<
OMWB Jaarrekening 2021
27
>
Stappen
2.5.3 Bedrijfsvoering - plannen en resultaten
(1) Vlottende schuld
(2) Vlottende middelen
(3) Netto vlottend (+) of Overschot middelen (–)
Eerste kwartaal
0
13.512
-13.512
voering vanuit het primaire proces een aantal majeure ontwikkelingen relevant.
Tweede kwartaal
0
7.794
-7.794
In onderstaand kader de tekst zoals deze hierover in de begroting 2021 was
Derde kwartaal
0
10.364
-10.364
opgenomen. Daarna wordt het resultaat in 2021 toegelicht.
Vierde kwartaal
0
8.527
-8.527
(1-4) (1) – (2) = (3)
Deze paragraaf geeft inzicht in de uitvoering van de beleidsvoornemens voor de bedrijfsvoering in 2021. Naast de reguliere activiteiten waren voor bedrijfs-
(4) gemiddelde van (3) Stappen (5–9)
Variabelen
Bedragen
(5)
Kasgeldlimiet
2.862
(6a) = (5>4)
Ruimte onder de kasgeldlimiet
2.862
(6b) = (4>5)
Overschrijding van de kasgeldlimiet
Begroting 2021: • De organisatieontwikkeling van de OMWB M et als basis een excellente uitvoering streeft de OMWB naar het vergroten van het adaptief vermogen in relatie tot ontwikkelingen in de leefomgeving
0
Berekening kasgeldlimiet (5)
en de ontwikkeling van datagericht werken; • De Omgevingswet
(7)
Begrotingstotaal
34.901
(8)
D eze ingrijpende aanstaande wetswijziging had binnen de bedrijfsvoering op
Percentage regeling
8,2%
(5) = (7) x (8) / 100
meerdere plaatsen effect op de werkzaamheden, onder andere het Digitaal
Kasgeldlimiet
2.862
Stelsel Omgevingswet; • De vernieuwing informatievoorziening
Schatkistbankieren
N a de vervanging van de diverse systemen in 2019 en het aanpassen van
Overheden mogen sinds 2014 tegoeden uitsluitend bij het Rijk of andere de-
werkwijzen is in 2020 de informatievoorziening doorontwikkeld. Denk aan
centrale overheden wegzetten. Dit is primair bedoeld om de staatsschuld terug
ontwikkelingen als Business Intelligence (BI), informatie gestuurd werken
te dringen. De OMWB heeft gedurende het gehele boekjaar 2021 te maken
en datawarehousing. Aan deze vernieuwing wordt in 2021 vervolg gegeven.
gehad met overschotten aan liquide middelen. Deze overschotten zijn dagelijks afgeroomd naar de schatkist. Op de lopende rekening blijft na afroming maximaal € 1.000.000 beschikbaar (tot 1 juli € 250.000).
N aast deze majeure ontwikkelingen dient de basis van bedrijfsvoering op orde te zijn en te blijven. Deze basis blijft op orde indien de OMWB: • investeert in medewerkers van de afdeling met opleidingen;
Leningen en kredietfaciliteiten
• de (interne) klantvraag als een sturingsmechanisme hanteert;
Bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) heeft de OMWB een kredietfaciliteit
• streeft naar leverancierstevredenheid.
van afgerond € 1,0 miljoen.
<<
<
OMWB Jaarrekening 2021
28
>
De afdeling heeft in haar uitgewerkte plannen voor 2021 deze elementen verder
Informatietechnologie
uitgewerkt. De organisatie is zoals altijd gebaat bij een afdeling Bedrijfsvoering
In de volgende kaders de beleidsvoornemens zoals opgenomen in de begroting
die de basis administratieve processen in de grip heeft, de organisatie (mede)
2021. Daarna wordt per kader het resultaat in 2021 toegelicht.
in control houdt en adviseert op PIOFACH-terrein (Personeel, Informatievoorziening, Organisatie, Financiën, Administratieve organisatie, Communicatie en Huisvesting).
Begroting 2021: In 2019 en 2020 was met de implementatie van Squit 20/20 en het afscheid
Resultaat 2021
nemen van oude applicaties een belangrijke transformatie en vernieuwing
In het COVID-19-jaar 2021 heeft de afdeling niet veel last gehad van de corona-
gerealiseerd in het ICT-landschap van de OMWB. Zodat de dienst volledig
perikelen. Naast een aantal majeure projecten zijn er verbeteringen doorge-
digitaal, rechtmatig en archiefwaardig kon werken en klaar is voor toekom-
voerd op het gebied van AFAS (digitalisering werkprocessen van HRM en Finan-
stige ontwikkelingen. Het jaar 2021 stond in het teken van:
ciën) en is de organisatie actief (succesvol) aan de slag met herkenbaarheid en bekendheid (inhousedag voor werkzoekenden, contentstrategie, arbeidsmarkt-
1) De aanbesteding van de IT-architectuur
communicatie). Het reguliere werk heeft doorgang kunnen vinden op een wijze
In 2019 was duidelijk geworden dat de koers van ICT-leverancier Equalit niet
die tot tevredenheid stemt.
meer past bij de koers van de OMWB. Het contract is op 1 januari 2020 opgezegd, de expiratiedatum van het contract is 1 januari 2022. De aanbeste-
Naast de reguliere werkzaamheden stonden in 2021 op onderstaande terreinen
ding om te komen tot een nieuwe IT-leverancier zou in het eerste kwartaal
majeure inhoudelijke projecten op het programma.
van 2021 afgerond zijn. De transitie naar een nieuwe IT-leverancier is een ingrijpend traject dat een projectmatige aanpak vereist. Op dit moment is de hoogte van de transitiekosten nog niet duidelijk, er wordt in de exploitatie een extra begrotingspost van € 200.000 opgenomen. In 2022 zal hier naar verwachting nazorg op plaatsvinden. Verder zal in 2022 (en later) verder ingezet worden op data-ontwikkeling voortvloeiend uit de Omgevingswet. De nieuwe IT-architectuur moet leiden tot een (betere) basis voor de data-ontwikkeling, waarbij veiligheid van data een belangrijke voorwaarde is.
Resultaat 2021 Als onderdeel van de cloud-strategie heeft de OMWB het aanbestedingsproces doorlopen vanaf eind 2020 tot voorjaar 2021. Sogeti heeft de opdracht gegund gekregen. Begin december vond de overgang van de werkplekomgeving van
<<
<
OMWB Jaarrekening 2021
29
>
Equalit naar Sogeti plaats. Dit betekent dat 350 medewerkers nieuwe hardware
Begroting 2021:
ontvingen en dat alle applicaties op de nieuwe omgeving werkend moesten zijn.
3) Informatievoorziening
De ontvlechting is goed verlopen mede dankzij de goede samenwerking tussen
In 2021 was het datawarehouse volledig operationeel. Naast de basisinfor-
Equalit, de OMWB en Sogeti. In de eerste maanden was er nog wel een aantal
matievoorziening stond 2021 in het teken van het opbouwen, verrijken en
issues die verholpen moesten worden.
verstrekken van data in het kader van informatie gestuurd werken.
In de loop van het proces van aanbesteden is gekozen voor een totale ontzorging van ICT-diensten en lease van alle apparatuur. Daardoor is een aantal (inrichtings)kosten naar voren gehaald. Dit heeft geleid tot een begrotings
Resultaat 2021
wijziging. Hier wordt bij de financiële paragraaf nader op ingegaan.
Er is in 2021 gestaag verder gebouwd. In 2021 heeft de OMWB geïnvesteerd in een BI engineer om de robuustheid verder te vergroten. Aan de ‘Tafel van rapportages’ worden organisatie breed prioriteiten bepaald. Dit heeft geleid
Begroting 2021:
tot producten die sturing en verantwoording beter mogelijk maken. Een inte-
2) Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)
ressante ontwikkeling is het digitaal ontsluiten van data in het kader van de
In 2021 zal doorgebouwd moeten worden op de basis die in 2020 in Squit
zogenaamde T-rapportages.
20/20 is gelegd, en dat met name op het Omgevingsdossier. Deze ontwikkeling zal een belangrijke impact hebben op de informatievoorziening voor
Human Resource Management
samenwerking met de deelnemers en de ketenpartners. De belangrijkste
In onderstaande kaders de beleidsvoornemens zoals opgenomen in de
onderwerpen zijn:
begroting 2021. Daarna wordt per kader het resultaat in 2021 toegelicht.
• Doorontwikkeling tot een integrale objecten- en activiteitenregistratie; • Nieuwe digitale opbouw van documenten en dossiers, mede gebaseerd op thema’s binnen de Omgevingswet en verdere specificering daarvan; • (Gestandaardiseerde) gegevensuitwisseling met ketenpartners.
Begroting 2021: De Omgevingswet is in 2021 gedeeltelijk voorbereid. Deze wet vraagt van onze medewerkers een actievere opstelling als adviseur. Dit betekent het ontwikkelen van het zittend personeel (vaardigheden en competenties),
Resultaat 2021
ook het werven van nieuw personeel. Op grond van het voorgaande richtte
Het uitstel van de Omgevingswet heeft ook geleid tot een uitstel op aansluiting
HRM zich in 2021 op:
op het DSO. Om toch zoveel mogelijk gereed te zijn is er doorgebouwd op de basis zoals die in Squit 20/20 is gelegd. Dataverzameling vindt in het zogehe-
1) Opleiden en ontwikkelen
ten omgevingsdossier plaats. De ontwikkeling van Squit 20/20 is echter in een
De OMWB meent medewerkers mee in de Omgevingswet en de daarmee
ander daglicht komen te staan. Door aanhoudende (technische) problemen
samenhangende veranderingen. De dienst investeert veel in talentontwik-
heeft de OMWB (nog) niet voldoende profijt gehad van deze applicatie én heeft
keling om te blijven voldoen aan de Kwaliteitscriteria 2.2 - deze criteria
de leverancier Visma Roxit besloten om zijn VTH-oplossing door te ontwikkelen.
zijn verankerd in de uitvoeringsregeling Omgevingswet.
De nieuwe applicatie heet RX Mission. De OMWB is bezig met een impactanalyse met betrekking tot deze overgang. <<
<
OMWB Jaarrekening 2021
30
>
Resultaat 2021
Begroting 2021:
Iedere medewerker heeft de (digitale) basisopleiding Omgevingswet doorlopen.
De rode draad voor het team Financiën en Control (F&C) is het onder-
Interne trainers zijn actief om verdiepingstraining te geven aan medewerkers die
steunen van de organisatie en externe partners met een goede financiële
inhoudelijk (nauw) betrokken zijn bij de uitvoering van deze wet. Een aantal vaar-
informatievoorziening en risicomanagement. Projecten die er in 2021 uit
digheidstrainingen wordt later verzorgd vanwege het uitstel van de intredingsdatum
springen zijn:
van de wet. 1) Herijking MWB-norm In het kader van de Kwaliteitscriteria 2.2 hebben medewerkers een EVC- of EVP-
De MWB-norm is nu enige jaren de basis voor de bekostiging vanuit de
traject doorlopen. Het structureel borgen stond in 2021 centraal. De resultaten van
deelnemers. De bestuurlijke afspraak is dat de MWB-norm herijkt wordt.
de toetsing over 2021 staan vermeld in bijlage I: Kwaliteitscriteria 2.2. De OMWB is
Deze herijking zal in 2021 plaatsvinden.
zeer robuust. Resultaat 2021 Begroting 2021:
De evaluatie van de MWB-norm is afgerond. In de begroting voor 2023 worden
2) Employer branding/ employee journey
de in het Algemeen Bestuur vastgestelde uitgangspunten vertaald in een gewij-
In 2019/2020 heeft de OMWB de instrumentenmix aangepast voor het aantrek-
zigde norm.
ken en behouden van personeel. In 2021 kwamen de eerste resultaten van deze aanpassingen beschikbaar en bouwt de dienst hierop verder. Begroting 2021: 2) Financieel beleid Resultaat 2021
Een actueel beleid is een randvoorwaarde voor een goede bedrijfsvoering,
De OMWB maakt meer gebruik van recruitment marketing en zet zo de juiste mid-
advisering en P&C-producten. De OMWB houdt dit beleid actueel, en waar
delen in voor vacatures. Daarnaast is in 2021 het strategisch HRM-beleid vastgesteld
het Algemeen Bestuur de regels moet vaststellen, zal de omgevingsdienst
dat de OMWB een richtlijn geeft om het aantrekken en behouden van medewerkers
dit vroegtijdig aan het AB ter besluitvorming voorleggen.
te verbeteren. Financiën en Control
Resultaat 2021
In onderstaande kaders de beleidsvoornemens zoals opgenomen in de begroting
In 2021 is een fiscale scan uitgevoerd op de BTW en de loonheffing. Naar aan-
2021. Daarna wordt per kader het resultaat in 2021 toegelicht.
leiding van deze scan is een aantal beleidsvraagstukken gedefinieerd en is op onderdelen fiscaal beleid opgesteld en/of aangescherpt. In 2022 zal de OMWB hier verder vervolg aan geven.
<<
<
OMWB Jaarrekening 2021
31
>
Na aanbevelingen vanuit de accountant heeft de OMWB afgelopen jaar het ‘P2P-proces’ (van inkoopaanvraag tot en met betaling) onder de loep genomen. Onderdeel hiervan is het inkoopbeleid en aanpalende regelingen. Eind 2021 is een voorstel aan het management gedaan; in de loop van 2022 wordt hier verder vervolg gegeven. Tenslotte investeert de OMWB voortdurend in de verbetering van de Planning & Control-producten. Afgelopen jaar heeft die omgevingsdienst zich gefocust op toegankelijkheid van deze producten.
Begroting 2021:
Facilitair
3) Interne controle
In onderstaande kader het beleidsvoornemen zoals opgenomen in de begroting
Binnen de OMWB is een Intern Controleplan vastgesteld. Hierin zijn de be-
2021. Daarna wordt het resultaat in 2021 toegelicht.
langrijkste financiële processen uitgewerkt op basis van een risicoanalyse. Inmiddels is de interne controle een vast onderdeel van het team Financiën en Control. Vanuit de interne controle zijn de meest risicovolle processen
Begroting 2021:
gecontroleerd. Met de hieruit voortkomende bevindingen kan de OMWB
Het contract met de verhuurder Unifore van het pand aan de Spoorlaan
tijdig bijsturen.
loopt per 1-1-2023 af. Eind 2020 worden een aantal scenario’s uitgewerkt, die in 2021 moeten leiden tot een definitieve invulling van de toekomstige huisvesting en de daarbij behorende uitvoeringsconsequenties.
Resultaat 2021 De kwaliteit van de interne controle moet als stevige basis gelden voor de rechtmatigheidsverklaring die het Dagelijks Bestuur vanaf - naar verwachting -
Resultaat 2021
2022 moet afgeven. Een plan van aanpak is reeds gemaakt’; de accountant en
Het is een bestuurlijke keuze om Tilburg als standplaats te behouden. Er zijn,
externe adviseurs toetsen het Interne Controleplan blijvend.
na onder andere overleg met de gemeente Tilburg, huisvestingsalternatieven bekeken. Gezien de voorwaarden waaraan de huisvesting van de OMWB moet
Medio 2021 is de verbijzonderde interne controlefunctie binnen de afdeling F&C
voldoen (onder meer een goede bereikbaarheid met het openbaar vervoer en
belegd. Voorheen werd hiertoe externe kennis ingehuurd.
voldoende parkeergelegenheid) is het huidige pand aan de Spoorlaan verreweg de meest gunstige optie. Om te voldoen aan de toekomstige behoefte om meer een ‘hybride’ vorm van werken te ondersteunen wordt een goede invulling van de toekomstige plek in het pand onderzocht.
<<
<
OMWB Jaarrekening 2021
32
>
3.
<<
<
OMWB Jaarrekening 2021
Jaarrekening Hierna volgt de jaarrekening over 2021 met financiële toelichting.
33
>
3.1 Balans ultimo boekjaar Activa (bedragen x € 1.000)
31 december 2021
31 december 2020
1.089
905
Vaste activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut
1.089
Totaal vaste activa
833
905
1.089
833 905
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
1.439
Vorderingen op openbare lichamen
515
Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
924
Liquide middelen Banksaldi
833
2.190 658 1.532
992 992
Overlopende activa
833
833
245 245
2.683
833
2.465
Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen • Vooruitontvangen facturen
406
• Nog te ontvangen BTW
315
259
• Nog te ontvangen posten
1.503
1.724
459
141
• Afrekeningen werkprogramma’s • Afdr. loonheffing en netto salarissen
<<
<
328
0
13
Totaal vlottende activa
5.114
4.900
Totaal generaal
6.203
5.805
OMWB Jaarrekening 2021
34
>
Passiva (bedragen x € 1.000)
31 december 2021
31 december 2020
2.918
2.325
Vaste passiva Eigen vermogen Algemene reserve
1.928
1.546
Bestemmingsreserve meetstations
826
297
Gerealiseerd resultaat
164
482
Totaal vaste passiva
2.918
2.325
579
488
Vlottende passiva Kortlopende schulden Netto vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
579
Overlopende passiva
488
2.706
2.992
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren • Van overige Nederlandse overheidslichamen
0
0
• Nog te betalen posten
1.553
1.048
• Afrekeningen werkprogramma’s
1.057
1.944
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume:
• Afdr. loonheffing en netto salarissen
<<
<
96
0
Totaal vlottende passiva
3.285
3.480
Totaal generaal
6.203
5.805
OMWB Jaarrekening 2021
35
>
3.2 Het overzicht van baten en lasten Lasten (bedragen x € 1.000)
2021 begroting voor wijziging
2021 begroting na wijziging
2021 realisatie
verschil
Salarissen
18.630
17.654
18.005
-351
Reiskosten
354
217
152
65
Overige personeelskosten
248
48
219
-171
2.268
3.622
2.991
631
Primair proces
Personeelslasten
Inhuurbudgetten Detacheringsinkomsten Subtotaal
0
0
-31
31
21.500
21.541
21.336
205
Afschrijvingen Afschrijvingen
254
155
143
12
Subtotaal
254
155
143
12
Huisvesting en facilitaire kosten
202
202
64
138
Tractie
82
82
49
33
Automatisering
0
0
17
-17
284
284
130
154
1.480
1.080
7
-382
523
610
463
147
2.002
1.690
1.925
-235
24.040
23.670
23.534
136
Huisvesting en organisatie
Subtotaal
Overige kosten Laboratoriumkosten Milieumetingen Subtotaal
Totaal lasten Primair proces
<<
<
OMWB Jaarrekening 2021
36
>
Lasten (bedragen x € 1.000)
2021 begroting voor wijziging
2021 begroting na wijziging
2021 realisatie
verschil
Salarissen
5.331
5.036
4.670
366
Reiskosten
242
54
59
-5
Overige personeelskosten
949
1.024
725
299
0
385
1.141
-756
Bedrijfsvoering
Personeelslasten
Inhuurbudgetten Detacheringsinkomsten Subtotaal
0
0
-50
50
6.522
6.499
6.544
-45
Afschrijvingen Afschrijvingen
0
99
84
15
Subtotaal
0
99
84
15
Huisvesting en organisatie Huisvesting en facilitaire kosten
1.053
903
789
114
Algemeen beheer
498
498
570
-72
Automatisering
2.633
3.123
3.055
68
Subtotaal
4.184
4.524
4.414
110
Totaal lasten Bedrijfsvoering
9.573
11.073
10.534
539
Totaal lasten Bedrijfsvoering
10.706
11.122
11.042
80
Overig Diverse baten en lasten
0
0
3
-3
150
150
0
150
Vennootschapsbelasting
5
5
-3
8
Overige kosten
0
0
0
0
Subtotaal
155
155
0
155
Totaal lasten Overig
160
294
182
112
Totaal lasten Overig
155
155
0
155
34.901
34.946
34.576
370
Onvoorzien
Totaal lasten
<<
<
OMWB Jaarrekening 2021
37
>
Baten (bedragen x € 1.000)
2021 begroting voor wijziging
2021 begroting na wijziging
2021 realisatie
verschil
Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving
20.488
19.767
20.275
508
Programmadeel 2: Advies en Projecten
9.687
9.486
9.312
-174
Programmadeel 3: Collectieve taken structureel
1.510
1.619
1.619
0
Programmadeel 4: Buiten werkprogramma
2.693
2.974
3.454
480
523
610
510
-100
34.901
34.456
35.170
714
Gerealiseerd saldo baten en lasten
0
-490
594
1.084
Stortingen reserves
0
0
-430
-430
Programmadeel 4: Overige exploitatie Totaal baten
Onttrekkingen reserves
0
0
0
0
Totaal reserves
0
0
-430
-430
160
294
182
112
0
-490
164
654
Totaal lasten Overig Gerealiseerd resultaat
<<
<
OMWB Jaarrekening 2021
38
>
3.3 Toelichtingen
Afschrijving vindt lineair plaats vanaf het jaar volgend op het moment van ingebruikname op basis van de verwachte economische gebruiksduur1. Er wordt
3.3.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
geen rekening gehouden met een eventuele restwaarde. De afschrijvingstermijnen worden jaarlijks bij de begroting vastgesteld en zijn in de tabel verderop in
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening
deze toelichting opgenomen.
De jaarrekening is opgesteld op basis van het Besluit Begroting en Verantwoor-
Bij de waardering is in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bij-
ding provincies en gemeenten (BBV).
zondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. In die gevallen is als waardering de hoogste van bedrijfswaarde of directe
De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden
opbrengstwaarde aangehouden.
plaats op basis van historische kosten. Gehanteerde afschrijvingstermijnen Bedragen in de tabellen zijn opgenomen in duizendtallen; in de toelichtingen staan absolute bedragen vermeld.
Conform de vastgestelde begroting 2021 worden de volgende afschrijvingstermijnen gehanteerd:
Waardering van activa en passiva
Tabel met de gehanteerde afschrijvingstermijnen
Tenzij bij het betreffende balansonderdeel anders is vermeld, zijn de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. Vaste activa De OMWB kent alleen materiële vaste activa.
Jaren
Automatisering
5
Huisvesting
10
Communicatiemiddelen
3
Vervoersmiddelen
7
Technische apparatuur
15
Investeringen met een economisch nut De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en eventuele duurzame bijzondere waardeverminderingen. Ook specifieke investeringsbijdragen van derden zijn op betreffende investeringen in mindering gebracht. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en bijkomende kosten. De vervaardingprijs bestaat uit de aanschafkosten van het product of de dienst en de overige kosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de vervaardiging van het actief.
<<
<
OMWB Jaarrekening 2021
1
Conform vaststelling in desbetreffende begroting worden activa vanaf het boekjaar 2022 direct bij ingebruikname geactiveerd. Vanaf dat moment vindt tevens afschrijving plaats.
39
>
Vlottende activa
Vlottende passiva
De vlottende activa zijn onder te verdelen in uitzettingen met een rentetypi-
Onder de vlottende passiva zijn schulden met een rentetypische looptijd korter dan
sche looptijd korter dan één jaar, liquide middelen en overlopende activa. De
een jaar en overlopende passiva opgenomen.
vlottende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Schulden met een rentetypische looptijd korter dan een jaar Vorderingen of Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Hieronder worden overige schulden verantwoord, gewaardeerd tegen nominale
De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte on-
waarde.
inbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening is bepaald op basis van de geschatte inningskansen.
Overlopende passiva De posten opgenomen onder overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de
Liquide middelen en overlopende activa
nominale waarde.
Deze activa zijn tegen nominale waarde opgenomen. Baten en lasten Vaste passiva
De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben.
De vaste passiva betreffen het eigen vermogen van de OMWB. Er is geen spra-
Baten worden slechts genomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd.
ke van voorzieningen of langlopende leningen.
Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden vóór het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen.
Eigen vermogen
Het BBV schrijft voor dat kosten van bedrijfsvoering (BBV hanteert de term
Het totaal eigen vermogen is gelijk aan het eigen vermogen van voorafgaand
‘overhead’) afzonderlijk worden begroot en verantwoord. De totale kosten van
jaar, vermeerderd of verminderd met het gerealiseerde saldo van baten en las-
de bedrijfsvoering voor de hele organisatie worden aan de lastenkant in één
ten voor mutaties in reserves. Voor zover het Algemeen Bestuur gedurende het
overzicht gepresenteerd. Volgens de definitie van het BBV worden tot de bedrijfs-
jaar besluiten over reserves heeft genomen, zijn de effecten van deze beslui-
voering gerekend “alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning
ten in de stand van de reserves per jaareinde verwerkt. Uit het gerealiseerde
van de medewerkers in het primaire proces”.
resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de effecten van de besluiten van het Algemeen Bestuur volgt een resultaat na
Personeelslasten
bestemming. Dit wordt als een separate post van het eigen vermogen gepre-
Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking
senteerd.
hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen en schulden (als gevolg van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume), worden sommige personele lasten toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Bijvoorbeeld componenten als overlopende verlofaanspraken.
<<
<
OMWB Jaarrekening 2021
40
>
3.3.2 Toelichting op de balans per 31 december 2021
De boekwaarde per 31-12-2020 en per 01-01-2021 in de tabellen hiervoor wijken op onderdelen af van de eindstand per 31-12-2020 zoals opgenomen in
Vaste activa
de jaarrekening 2020. Reden hiervan is dat in de rubricering van de cijfers 2020 abusievelijk een desinvestering in de activa onder de rubriek ‘Machines, apparaten
Materiële vaste activa
en installaties/technische apparatuur’ is verwerkt terwijl dit betrekking had op een actief onder ‘Tractie/wagenpark (Vervoersmiddelen)’. De beginstand is in eerdere
Investeringen met een economisch nut
tabel daarom gecorrigeerd.
De materiële vaste activa met een economisch nut bestaan uit de volgende onderdelen:
Van bijdrage derden is in 2021 geen sprake geweest. Boekwaarde per
Boekwaarde
31-12-2021
per 31-12-2020
Automatisering (Overige materiële vaste activa)
225
39
Huisvesting (Overige materiële vaste activa)
205
287
Communicatiemiddelen (Overige materiële vaste activa)
0
124
Tractie/wagenpark (Vervoersmiddelen)
26
38
Machines, apparaten en installaties/technische apparatuur
633
417
1.089
905
Totaal
De investeringen 2021 zijn als volgt te specificeren: (Vervangings)investeringen
Krediet per 1-1-2021
Nieuw krediet 2021
Beschikbaar totaal 2021
Uitgaven in 2021 (incl. bijdrage van derden)
Afschrijving v.a. 2022
Vervanging wagenpark*
76
0
76
0
0
Communicatiemiddelen
17
0
17
0
0
Huisvesting
60
0
60
2
0
Technische apparatuur
0
300
300
273
18
Automatisering
Van het verloop van de boekwaarde van deze investeringen kan het volgende
Totaal
overzicht worden gegeven:
<
225
225
198
40
525
678
473
58
*aangezien het omgebouwde meetwagens betreft, worden deze (conform voorgaande jaren) in de activastaat verantwoord onder de technische apparatuur.
Boekwaarde
<<
0 153
per 1-1-2021
Investeringen
Desinvesteringen
Afschrijvingen
Afschrijvingen Desinvesteringen
Boekwaarde per 31-12-2021
Automatisering (Overige materiële vaste activa)
39
198
0
11
0
225
Vlottende activa
Huisvesting (Overige materiële vaste activa)
287
2
0
84
0
205
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar