CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

RKC rapport leegstandsbeleid

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente RoermondBij agendapunt: RKC onderzoek naar leegstandsbeleid18.047 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

8

Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397

Planologisch-juridisch Instrument Integrale bestemmingsplanherziening

Inzet Nee

Veegplan Parapluplan Schrappen detailhandelsfunctie Uitsterfconstructie Grondbeleidsinstrumenten Leegstandsverordening Saldering

Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

Stedelijke kavelruil Ruilketens Kruimelregeling

Nee Nee Nee

Duiding/resultaat Het bestemmingsplan voor de binnenstad dateert uit 2013. Het bestemmingsplan sluit daarbij niet aan op de meest recente contouren van het kernwinkelgebied. Niet ingezet Niet ingezet Niet ingezet Niet ingezet Niet ingezet Niet ingezet Niet ingezet. De stimuleringsregeling voor verplaatsing en/of transformatie van winkels buiten het kernwinkelgebied stelt niet als voorwaarde dat de functie detailhandel dient te verdwijnen, waardoor het salderingsprincipe niet wordt toegepast. Niet ingezet Niet ingezet Niet ingezet

Financieel Instrument Transformatiesubsidie

Inzet Ja

Verplaatsingssubsidie

Ja

Wonen boven winkels subsidieregeling

Ja

Financiële samenwerkingsarrangementen

Ja

Vastgoedontwikkelingsfonds Revolverend vastgoedfonds

Nee Nee

Sloopfonds Transitie-exploitaties Transitieobligaties Verhandelbare ontwikkelingsrechten

Nee Nee Nee Nee

Duiding/resultaat Ingezet als onderdeel van de stimuleringsregeling. Volgens de voortgangsrapportage (factsheet 1E) zijn in totaal 65 wooneenheden gerealiseerd. Ingezet als onderdeel van de stimuleringsregeling. Zij is na 2 jaar stopgezet bij gebrek aan belangstelling. Ingezet bij wijziging van stimuleringsregeling op 8 januari 2019 waarbij de transformatiesubsidie is uitgebreid met transformatie van commerciële vierkante meters op de verdieping in het kernwinkelgebied. De gemeente faciliteert en investeert in BIZ Roermond en Citymanagement Roermond. Ook is recent een contract afgesloten met Streetwise voor een periode van 2 jaar. Naast de lopende bijdrage aan deze partijen, wordt op leegstandsvlak ook meegewerkt aan windowdressing’, tijdelijke invulling van leegstand door verenigingsleven of maatschappelijke/culturele instelling en een pandenbank. Niet ingezet Niet ingezet. De gemeente is in gesprek geweest met vastgoedpartijen over de opzet van een fonds. Er is geen fonds ingezet. Niet ingezet Niet ingezet Niet ingezet Niet ingezet

Overig leegstandsinstrumenten Instrument Actieve acquisitie

Inzet Ja

Begeleiding ondernemerschap en accountmanagement

Ja

Duiding/resultaat Ingezet als onderdeel van programma Vitale Stad. Er is gestart met inzet van een acquisiteur gericht op landelijke en later op regionale ketens en lokale initiatieven en een saleskit B2B. Ook heeft de programmamanager Binnenstad hier zelf veel tijd in geïnvesteerd. Dit heeft geleid tot (tijdelijke) invulling van 8.500 m² commerciële leegstand. In 2020 is stichting Streetwise ingeschakeld gericht op begeleiding en vestiging van startende (lokale) ondernemers. Naar verwachting opent in maart 2021 de eerste zaak ‘Kroost’. Streetwise is daarnaast momenteel in zo’n 25 begeleidingstrajecten. Gemeente Roermond zet op verschillende fronten in op begeleiding van ondernemerschap en accountmanagement. Elementen daarin zijn Streetwise (zie hierboven), samenwerking met het Retail

19

Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397

Faciliteren ‘blurring’

Ja

Transformatiecoach Pandenbank

Nee Ja

20

Innovation Centre, tijdelijke inzet van een bedrijfscontactfunctionaris, inzet van een winkelstraatmanager (door co-financiering met het BIZ van Citymanagement Roermond) en ondersteuning van starters met het project Droomwinkel. Gemeente Roermond heeft een ‘pilot blurring’ uitgevoerd om nieuwe initiatieven van branchevervaging tussen detailhandel en horeca tijdelijk mogelijk te maken. Niet ingezet In samenwerking met het Citymanagement en de BIZ Roermond staat een pandenbank online die periodiek wordt geactualiseerd. Hierin is een overzicht van leegstaande panden inclusief contactgegevens en nadere informatie weergegeven.

Overige projecten in de binnenstad Gemeente Roermond heeft in de periode 2015-2020 naast diverse directe leegstandsinstrumenten (zie toetsingskader hierboven) een breed aantal projecten opgestart en uitgevoerd onder het programma Vitale Stad 9 , die bijdragen aan het verhogen van de aantrekkelijkheid en daarmee de toekomstbestendigheid van de binnenstad. We vatten deze projecten samen: • Historische Stad: Een groot aantal projecten zoals gevelverbetering in de Schoenmakersstraat, Hamstraat en Steenweg, verlichting Steenen Brug, Gotisch Huis en bogen Abdijhof, plaatsing van beelden op de Oranjelaantunnel, plaatsing van een kopie van de oorspronkelijke gevelsteen in de H. Geeststraat, poortmotieven en zichtbaar maken van archeologische locaties/resten. • Toerisme en cultuur: Online marketing van de binnenstad in samenwerking met Citymanagement, aanleg wandelverbinding ECI naar de binnenstad, verbetering verbinding musea met binnenstad, vervangen vaste exposities Cuypers- & Historiehuis en versterken gastheerschap en gevoel van veiligheid in de binnenstad. • Groen in de stad: Toevoegen van permanent groen met markante bomen en het realiseren van gevel/dakgroen.

• Bereikbaarheid en bezoekers: realisatie van 124 fietsrekken en vijf oplaadpunten voor elektrische fietsen, verbeteren aantrekkelijkheid verbinding DOR met de binnenstad en realiseren van extra fietsmaatregelen (op zoek naar groter pand voor fietsenstalling Neerstraat, aanpassingen fietsenstalling Kloosterwandplein en enkele maatregelen in fietsinfrastructuur). • Herinrichting openbare ruimte: opwaardering Munsterplein en Abdijtuin via herinrichting openbare ruimte met renovatie en uitbreiding van groen en bomen, en opwaardering Hamstraat door boombakken. • Vernieuwen stationsomgeving: herinrichting openbare ruimte, herinrichting Oranjelaantunnel waarbij toegankelijkheid en veiligheid zijn vergroot en aanpassingen aan het station en emplacement. Samenwerking met ondernemers en vastgoed In de aanpak van leegstand en aantrekkelijkheid van de binnenstad is de gemeente één van de actoren. Structureel overleg tussen publieke en private partijen is cruciaal voor een succesvolle aanpak, waarbij voor alle partijen duidelijk is dat men een gedeeld belang heeft. We constateren dat de gemeente Roermond intensief samenwerkt met ondernemers in BIZ Roermond en Citymanagement Roermond. Deze intensieve samenwerking werpt zijn vruchten af doordat er allerlei initiatieven en projecten zijn ontplooid en de lijntjes kort zijn.

De gemeente heeft bovendien diverse initiatieven genomen om samen te werken met vastgoedpartijen in de binnenstad. Zo worden gesprekken gevoerd met individuele vastgoedpartijen en zijn diverse bijeenkomsten georganiseerd, zoals de vastgoedbijeenkomst “Hart Voor Roermond” in maart 2019. De gemeente heeft geprobeerd een BIZ-Vastgoed van de grond te krijgen. De vastgoedeigenaren waren echter hiertoe echter (nog) niet bereid. We constateren dat door een gebrek aan gezamenlijke organisatie van vastgoedpartijen de samenwerking echter niet structureel is. Gemeente Roermond zet zich de komende periode daarom in om een ‘Kopgroep’ van vastgoedpartijen op te tuigen.

9

Exclusief projecten ‘Versterken Kernwinkelgebied en Transformatie binnenstad’, zie paragraaf 2.1.2

Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397

21

Normenkader De leegstandsopgave vraagt altijd om een gezamenlijke inspanning van gemeente, vastgoedeigenaren, ondernemers, inwoners en overige stakeholders. Gelet op de afbakening van dit onderzoek is het normenkader bekeken vanuit het perspectief van de gemeente en mogelijkheden die zij heeft om leegstandsbeleid te voeren. Het normenkader is gebaseerd op onderzoek van Stec Groep (2020) naar inspanningen en aanpak van gemeenten in bestrijding van winkelleegstand. Aan dit onderzoek hebben 123 gemeenten meegedaan. Uit dit onderzoek blijkt dat de gemeente in haar rol zowel op kennis, houding en gedrag inzet moet plegen om een succesvolle leegstandsaanpak te kunnen voeren. In het normenkader beoordelen we gemeente Roermond dan ook op de bepalende factoren die onderdeel vormen van kennis, houding en gedrag. Bij de vaststelling van het normenkader hebben we naast onze ervaring en expertise mede gebaseerd op studies van de Retailagenda en NRW. Tabel 6: Normenkader bij gemeentelijk winkelleegstandsbeleid Kennis

Normenkader De gemeente monitort winkelleegstand in de binnenstad, minimaal jaarlijks

De gemeente heeft een actuele visie op de binnenstad en de leegstandsopgave in de binnenstad en heeft daarbij de marktvraag in beeld voor detailhandel en alternatieve segmenten zoals wonen

De gemeente heeft inzicht in de onbenutte/verborgen en benutte plancapaciteit voor detailhandel in en buiten de binnenstad

De gemeente heeft de vastgoedpartijen in de binnenstad in beeld

Toetsing normenkader De gemeente heeft goed inzicht in de winkelleegstand en de historische ontwikkeling op pandniveau. Er is Locatus-data, eigen registratie en ook wordt de dynamiek op de voet gevolgd door de winkelstraatmanager, die zijn bevindingen meldt aan de gemeente. Er is recentelijk een concept omgevingsvisie opgesteld (nog niet definitief vastgesteld). De gemeente Roermond wil erop inzetten om bezoekers langer in de stad te laten verblijven dan alleen het outlet center bezoek. Daarvoor is een aantrekkelijk centrum met overnachtingsmogelijkheid en een aantrekkelijk, verrassend winkel-, horeca- en leisure-aanbod nodig voor deze doelgroepen. Er liggen geen documenten waaruit de marktpotentie voor dergelijke segmenten is onderzocht om daadwerkelijk deze koers vorm te geven. Het huidig winkel- en horeca-aanbod in de binnenstad is sterk gericht op publiek uit de regio. Om daadwerkelijk nieuwe doelgroepen aan te trekken moet inzicht worden verschaft welk winkel-, horeca-, en leisure-aanbod nodig is en hoe dit in te passen is in de binnenstad. De gemeente heeft zicht op de kwantitatieve behoefte van het aantal huishoudens naar woningtype, koop/huur en prijsklasse, maar onvoldoende inzicht in de kwalitatieve woonbehoefte, uitgesplitst naar doelgroepen.

Ook ontbreekt inzicht in welke doelgroepen interesse hebben om in de binnenstad te wonen en of deze doelgroepen passen bij de ambitie om een levendige binnenstad te creëren voor bezoekers van buiten de regio. De gemeente heeft de benutte plancapaciteit voor detailhandel in beeld door het monitoren van winkelaanbodgegevens. De onbenutte/verborgen plancapaciteit laat de gemeente momenteel naar aanleiding van het regionaal beleidskader inventariseren. In het Regionaal beleidskader (Bron: Partiële actualisatie Regionaal beleidskader werklocaties Midden Limburg, BRO 2018) worden voor Roermond 3 harde plannen opgevoerd: Jazz City (13.000 m2 vvo, uitgaande van 80% van 16.275 m²), waarvan fase 1 is gerealiseerd, Broekhin 2 Zuid (3 hectare waarvan 1,6 hectare nog uit te geven is) een onbenutte kavel in het DOR. Van beide laatste kavels is onbekend hoeveel m2 wvo hier mogelijk/gepland is. De gemeente kent de belangrijkere vastgoedpartijen. Uit alle interviews blijkt dat er geprobeerd is een Vastgoed BIZ op te richten, maar dat is niet gelukt. Er zijn veel verschillende eigenaren, die ieder hun eigen belang hebben en (nog) niet de noodzaak inzien van samenwerking. Dit wordt ook zo gezien door de vastgoedondernemer die wij hebben gesproken.

Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397

De gemeente is op de hoogte van plannen van vastgoedeigenaren en ondernemers en kan daardoor proactief sturen bij mogelijke leegstand of (ver)bouwplannen

Houding

De gemeente beschikt over voldoende ambtelijke capaciteit om leegstandsbeleid op te (laten) stellen, uit te voeren en te monitoren (minimaal één tot 1,5 FTE voor detailhandel voor een gemeente met de omvang en opgaven van Roermond)

De gemeente toont bewustwording en eigenaarschap van de leegstandsopgave en ziet noodzaak om actief te interveniëren, zowel ambtelijk als bestuurlijk

De gemeente heeft een vast ambtelijk team dat zich richt op leegstandsbeleid, zodat zij een herkenbare en duurzame partner vormt voor stakeholders

22

De gemeente onderhoudt intensief contact met de ondernemers (winkeliers) via de overleggen met BIZ-Binnenstad. Op individueel niveau wordt de gemeente op de hoogte gehouden van ontwikkelingen door Citymanagement Roermond (de winkelstraatmanager voor de BIZ-Binnenstad). Zowel vanuit de BIZBinnenstad als door de winkelstraatmanager van Citymanagement Roermond wordt gesignaleerd dat er veel oudere winkeliers in de binnenstad actief zijn, waardoor het risico wordt gezien dat veel winkeliers nog gaan stoppen. De coronacrisis zou deze ontwikkeling kunnen versnellen. De BIZ heeft door middel van een ondernemersenquête in kaart gebracht wat de plannen zijn van ondernemers. Hieruit blijkt dat 20% van de ondernemers denkt om te gaan stoppen/verhuizen. Het vastgoed in de binnenstad van Roermond is niet georganiseerd. Ons beeld is dat de gemeente niet in een vroegtijdig stadium op de hoogte is van plannen van vastgoed en verbouwplannen. De afdeling economie heeft een bezetting van 8 FTE, waarvan de inschatting van de wethouder en bedrijfscontactfunctionaris is dat circa 1 – 1,5 FTE zich bezighoudt met detailhandels- en leegstandsbeleid. Dit is te weinig gezien de omvang van de problematiek. Het detailhandelsbeleid dateert uit 2015 en is aan revisie toe. B2C heeft een majeure impact op de detailhandel.

In de afgelopen zes jaar heeft de leegstand zich – ondanks een hoogconjunctuur – sterk negatief ontwikkeld. De noodzaak voor een geactualiseerd detailhandelsbeleid en een actief leegstandsbeleid wordt zowel ambtelijk als bestuurlijk zeker gezien. De gemeente wil dat met name vastgoedeigenaren gaan handelen en is terughoudend om substantieel gemeenschapsgeld in te zetten voor transformatie. De gemeente verwacht daarom van de vastgoedeigenaren initiatief. De gemeente wil wel heel veel doen om hen te faciliteren. De vastgoedeigenaren verwachten echter dat het initiatief van de gemeente komt en wachten tot op heden af. Hierdoor komt een gedegen aanpak niet van de grond. Ten tijde van het vaststellen van het programma Vitale Stad was er bij de lokale politiek geen draagvlak voor leegstandsbeleid. De inzet werd gericht op een faciliterende en stimulerende rol. Er bestaat op dit moment geen team dat gericht is op leegstandsbeleid. De meest gerichte inzet op dit thema bestaat uit een team dat het programma Vitale Stad uitvoert 10. We constateren daarbij dat dit programma op zijn eind loopt en er daardoor geen continuïteit in de bezetting meer is. Door het op het einde lopen van het programma Vitale Stad, het vertrek van de centrale trekkers naar andere functies en het feit dat er nog geen nieuw beleid is vastgesteld, worden momenteel alleen de lopende zaken afgehandeld.

Tot slot is er vanuit de gemeente een accountmanager actief die contact houdt met alle 8 BIZ-en. Verder financiert de gemeente 5/7 deel van de kosten van Citymanagement Roermond (en daarmee 5/7 van de winkelstraatmanager) en de kosten van twee verschillende (in tijd volgordelijke) externe acquisiteurs en is

De gemeente had een programmamanager voor het programma Vitale Stad, die voor aanvang van dit programma ook verantwoordelijk was voor het opstellen van dit beleid. Daarnaast was er een programmamanager Binnenstad. Zij werden beide ondersteund door een externe programma-adviseur, die ook een aantal projecten als projectmanager heeft begeleid. De programmamanager Binnenstad richtte zich met name op acquisitie en vastgoed. De programmamanager Vitale Stad richtte zich meer op de ‘beleidsmatige’ kant. Er is op dit moment geen fulltime programmamanager Vitale Stad en geen programmamanager Binnenstad. De recent (sinds 6 maanden) aangestelde Opgavemanager Vitale Stad (gericht op de gehele gemeente en op een veel bredere scope) is ad interim ook verantwoordelijk als programmamanager Vitale Stad. De externe programma-adviseur heeft nu de opdracht voor augustus 2021 een evaluatie op te stellen van het programma Vitale Stad en een voorstel uit te werken voor het vervolg, Vitale Stad 2.0. Voor de uitvoering van de 25 projecten die deel uitmaakten van het programma Vitale Stad heeft de gemeente projectleiders aangesteld (gehad).

Al deze functionarissen waren gericht op de uitvoering van beleid en niet verantwoordelijk voor het opstellen van beleid (uitgezonderd de programmamanager Vitale Stad die samen met een collega het programma Vitale Stad had opgezet, maar dat was niet vanuit het perspectief om leegstandsbeleid op te stellen) en zijn met uitzondering van de accountmanager afhankelijk van de (tijdelijke) financiële middelen uit het programma Vitale Stad.

10

Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397

23

recentelijk Streetwise ingehuurd om nieuwe ondernemers te helpen bij het realiseren van hun plannen.

De gemeente heeft financiële middelen beschikbaar gesteld om invulling te geven aan het leegstandsbeleid

De gemeente is in structureel overleg met stakeholders (ondernemers en vastgoed) over de leegstandsopgaven in de binnenstad

Gedrag

De gemeente heeft in haar beleid een kernwinkelgebied afgebakend op basis van actuele marktvraag en straten benoemd waar de winkelfunctie dient te verminderen

De gemeente is concreet naar marktpartijen over ontwikkelingsmogelijkheden van alternatieve functies in de diverse deelgebieden in de binnenstad buiten het kernwinkelgebied

De gemeente heeft haar visie per straat/deelgebied in de binnenstad vertaald in streefbeelden en streefwaarden in het omgevingsplan De gemeente zet planologisch-juridische instrumenten (zoals veegplan, bestemmingsplanherziening, voorzienbaarheid, uitsterfconstructie) in om leegstand te verminderen

Vanuit de BIZ-Binnenstad is er kritiek op het grote verloop in het ambtelijke apparaat. Er is daardoor steeds minder draagvlak onder ondernemers om opnieuw gesprekken te voeren. Ook geeft men aan dat het vertrouwen inmiddels gedaald dat er wat mee gedaan wordt. Uit de 3e voortgangsrapportage (Bron: Bijlage 2_resultaten begroting vitale stad_3e voortgangsrapportage_07112019) blijkt dat aan het programma Vitale Stad in totaal bijna € 11,1 miljoen gereserveerd is, waarvan 55% gefinancierd door de gemeente Roermond en de resterende 44% door de provincie Limburg. Feitelijk is voor versterking van het kernwinkelgebied € 0,68 miljoen gereserveerd, waarvan € 0,25 miljoen voor transformatie direct gericht geweest op het structureel oplossen van leegstand. Uit de voortgangsrapportage (Bron: 1E Factsheet Vitale Stad transformatie 3e kwartaal 2019) blijkt dat van de transformatiesubsidie nog € 0,15 miljoen beschikbaar is. Dit bedrag is binnen het project Vitale Stad naar andere budgetposten overgeheveld. Het overgrote deel van de beschikbare middelen werd gebudgetteerd voor de herinrichting van het Munsterplein, Abdijtuin, Stationsgebied, infrastructurele investeringen, aanleg van groen, opwaarderen van de Hamstraat en het versterken van de toeristische en recreatieve beleving. Er is structureel en frequent contact tussen de gemeente, BIZBinnenstad en Citymanagement.

Er is geen structureel en geen frequent contact tussen de gemeente en de vastgoedeigenaren. Gemeente, ondernemers en vastgoedeigenaren hebben geen gedeelde visie. Alle partijen zitten er nog in vanuit de eigen belangen of positie. Het gedeelde belang wordt wel gezien, maar heeft nog niet de urgentie gekregen dat partijen in beweging komen. De gemeente Roermond heeft al geruime tijd (in ieder geval sinds het bestemmingsplan werd vastgesteld in 2013) een kernwinkelgebied afgebakend. Dit kernwinkelgebied is verder verkleind in de stimuleringsregelingen. Het is niet inzichtelijk of het kernwinkelgebied is vastgesteld op basis van actuele marktvraag. Zowel ambtelijk als bestuurlijk bestaat het inzicht dat het nu verder verkleind dient te worden. Dit ziet men als een opgave die in de herijking van de detailhandelsvisie moet worden vastgesteld. Er bestaat geen gebiedsvisie of duidelijk beleid over functies op deelgebiedsniveau. Het huidige bestemmingsplan is leidend. Er bestaat wel inzicht dat transformatie naar wonen of andere functies de oplossing is, maar hier wordt niet actief door de gemeente op gestuurd. Ook is er geen duidelijke plankaart/ruimtelijk kader met ontwikkelingsperspectieven van gebieden buiten het kernwinkelgebied waar eigenaren en ondernemers op kunnen koersen. De gemeente beoordeelt initiatieven op basis van voorstellen van de markt.

Bij transformatie buiten het kernwinkelgebied staat de gemeente hier in principe positief tegenover. De gemeente is nog niet zover. In de concept omgevingsvisie wordt duidelijk ingezet op een langer verblijf van bezoekers aan de binnenstad van Roermond. Wat dit betekent voor horeca, retail, hotels en wonen in de binnenstad is nog niet uitgewerkt. De gemeente zet geen planologisch-juridische instrumenten in. Er is nagedacht over een leegstandsverordening, maar het nut ervan wordt sterk betwijfeld. Op informele basis – door het voeren van gesprekken – is het wel gelukt om op panden die buiten het kernwinkelgebied lagen en twee jaar niet als winkel gebruikt waren aan de bestemming te onttrekken. Bestemmingsplannen zijn te ruim, in het bijzonder buiten het kernwinkelgebied, waardoor het moeilijk is in te grijpen. Er zijn geen planologisch-juridische instrumenten ingezet om hier winkelfuncties weg te bestemmen / te onttrekken.

Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397

De gemeente zet (financieel) stimulerende instrumenten (zoals subsidies, transitieobligaties, sloopfonds) in om leegstand te verminderen

De gemeente doet fysieke investeringen om de aantrekkelijkheid van de binnenstad te vergroten, zoals in de openbare ruimte, parkeren en bereikbaarheid

De gemeente investeert met haar stakeholders in (begeleiding van) ondernemerschap en acquisitie

De gemeente werkt samen met stakeholders in de binnenstad om concrete (pilot)projecten van de grond te krijgen

De gemeente boekt met haar instrumenten resultaten in het verminderen van winkelleegstand

24

Andere publiekrechtelijke instrumenten worden niet genoemd. Er bestaat geen beleid op het vlak van functiemenging. Er wordt verschillend gedacht over ‘blurring-concepten’ waarin een initiatiefnemer een combinatie van retail en horeca wenst te realiseren. Het is aannemelijk dat Streetwise probeert dit te realiseren. De gemeente zet beperkt financiële instrumenten in. Er zijn twee subsidies ingezet op het direct verminderen van leegstand, namelijk voor transformatie en verplaatsing. Verdergaande instrumenten zoals transitieobligaties, een sloopfonds, een herontwikkelingsfonds et cetera zijn niet ingezet. Door gebrek aan belangstelling voor de verplaatsingssubsidie werd de regeling na het eerste jaar verruimd en na het tweede jaar stilgezet. De transformatiesubsidie is goed gebruikt. Vastgoedeigenaren geven in gesprekken aan te wachten op een nieuwe ronde transformatiesubsidie. In de ogen van de BIZ Binnenstad, Streetwise en het ambtelijke apparaat waren de subsidies niet zo substantieel en dat hoeven/moeten ze ook niet zijn. Iedereen geeft aan dat de subsidie niet de drijfveer voor een beslissing mag/moet zijn. Het is fijn dat het er als handreiking is. De gemeente heeft veel energie en middelen gestoken in het aantrekkelijk maken en houden van de binnenstad.

Er is veel geïnvesteerd in bereikbaarheid (tunnel naar DOR), het Munsterplein is heringericht, er zijn bomen geplaatst in de Hamstraat, de bewegwijzering is aangepakt, door de gevelsubsidies zijn puien in ere hersteld, et cetera. Al met al kan gesteld worden dat de gemeente juist in deze randvoorwaardelijke thema’s veel heeft geïnvesteerd. De gemeente heeft al in een heel vroeg stadium veel energie gestoken in het begeleiden van ondernemerschap met het Retail Innovation Centre en project Droomwinkel. Ook is veel inzet gegaan naar het acquireren van in eerste instantie landelijke ketens (met ondersteuning van een externe acquisiteur die alle marktpartijen goed kent), met veel inzet ook van de programmamanager Binnenstad van de gemeente Roermond. Later is de gemeente overgestapt op een andere externe acquisiteur toen duidelijk werd dat men zich meer moest gaan richten op lokale en regionale spelers en niet meer op de landelijke ketens. Recentelijk (sinds vier maanden) heeft de gemeente Roermond een contract afgesloten met de Stichting Streetwise. Deze stichting helpt ondernemers om hun businesscase te ontwikkelen, de financiering rond te krijgen en een huurovereenkomst af te sluiten. Er zijn tal van projecten vanuit het programma Vitale Stad uitgevoerd en tal van aanvragen in het kader van dit programma zijn gerealiseerd.

Er is een goed functionerende BIZ-Binnenstad, maar het is, ondanks inzet van de gemeente, niet gelukt om een BIZVastgoed op te richten. De vastgoedpartijen zien niet het gezamenlijk belang, waarvoor ze bereid zouden zijn financieel te participeren in de kosten van een BIZ-Vastgoed. We concluderen dat er geen sprake is van het proactief gezamenlijk projecten realiseren om leegstand te reduceren. Ontwikkelingen zijn daardoor beperkt tot individuele initiatieven en niet gericht op een integrale aanpak ingegeven door samenwerking. In het programma Vitale Stad heeft de gemeente zich ten doel gesteld om de winkelleegstand met 7.000 m² te reduceren. Uit de rapportage blijkt dat 8.500 m² winkelleegstand is gereduceerd. Tegelijkertijd zien we dat de winkelleegstand – zie paragraaf 2.2 – cumulatief niet is gedaald, maar juist fors is toegenomen, met name in het kernwinkelgebied. Ondanks de inspanningen is de leegstand dus elders of enkele jaren later op dezelfde plek (zoals het V&D-pand) weer teruggekomen. Daarmee is de gemeente, met haar stakeholders, er niet in geslaagd de winkelleegstand te verminderen.

Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397

25

De gemeente is bezig het programma Vitale Stad 1.0 te evalueren (start 1 februari 2021, beoogde afronding voor de zomer). Er is een Raadswerkgroep ingesteld, die al enkele keren bij elkaar is geweest en de evaluatie richting de provincie vindt na de zomer in 2021 plaats en is beoogd afgerond te worden begin 2022.

Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397

26

4 Beantwoording onderzoeksvragen Doet de gemeente Roermond op basis van het ontwikkelde en vastgestelde beleid voldoende om winkelleegstand in de binnenstad te voorkomen en te bestrijden? De gemeente heeft geen echt leegstandsbeleid opgesteld en uitgevoerd. Er is pragmatisch gehandeld, waarbij wel samenhang met leegstandsbeleid bestaat en op delen wordt gesuggereerd. De gemeente Roermond voert het beleid – voor zover ze dat heeft geformuleerd en vastgesteld – uit. Het beleid is echter onvoldoende gezien de omvang van de problematiek en is inmiddels door de ontwikkelingen ingehaald. Tot op heden heeft de gemeente sterk ingezet op het verbeteren van randvoorwaarden (infrastructuur, aantrekkelijkheid binnenstad) en een forse inspanning geleverd op acquisitie. De gemeente heeft daarmee haar nek uitgestoken en we zijn onder de indruk van de geleverde inspanningen. We constateren tegelijkertijd dat het leegstandsbeleid onvoldoende centraal heeft gestaan, onvoldoende sturend is geweest en de trend niet heeft kunnen keren. Daarbij merken we op dat er veel externe factoren een rol spelen, waarmee de gemeente Roermond, net als andere gemeenten in het land, mee geconfronteerd werd. Denk daarbij aan trends als online shoppen, vergrijzing en veranderend consumentengedrag. De leegstand is met name de laatste twee jaar sterk opgelopen. Een herziening van het beleid is nodig en urgent.

Bestrijding van leegstand vergt enorme inspanningen en kost veel tijd. We roepen de gemeente op de urgentie van leegstandsbeleid centraal te stellen, hier fors instrumentarium op in te zetten en deze uitdaging met een lange adem aan te gaan. De gemeente moet hierbij over haar eigen schaduw heen stappen en een duidelijke visie ontwikkelen om daarmee kaders te stellen waarmee de marktpartijen aan het werk kunnen. Deze aanpak biedt de beste kansen dat niet (alleen) de gemeente, maar juist ook de marktpartijen gaan investeren. In paragraaf 2.2 – figuur 3 en 4 – hebben we aangetoond dat de leegstand in de binnenstad erg fors boven de algemeen geaccepteerde gezonde frictieleegstand van 6% ligt. De leegstand in de binnenstad – uitgedrukt in winkelvloeroppervlak – lag in 2015, toen het ruimtelijk detailhandelsbeleid werd opgesteld op 10%. Deze ligt eind 2020 op circa 23%. In 2017 – bij het begin van het programma Vitale Stad – lag dit op circa 13%. Opvallend is dat de leegstand vooral in 2019 en 2020 fors is gestegen, van 15% in 2018 naar 23% eind 2020. Ook is het opvallend dat in deze twee jaren de leegstand in de aanloopstraten juist niet oploopt, zelfs licht daalt. Tot slot valt op dat in deze periode de leegstand in winkelvloeroppervlak voor het eerst sneller stijgt dan de leegstand uitgedrukt in aantal verkooppunten.

Dit duidt erop dat met name de leegstand van de grotere winkelpanden oploopt. Deze ontwikkeling is niet specifiek voor Roermond. We zien landelijk dezelfde trend. Wel valt op dat de leegstandsproblematiek in Roermond sterker is dan in vergelijkbare (Limburgse) binnensteden. De consumenten kopen steeds meer online en gaan steeds minder naar fysieke winkels. Vooral winkeliers die niet geïnvesteerd hebben in de digitalisering en geen webshop hebben, hebben het moeilijk. Tegelijkertijd is het aanbod online qua assortiment en prijs niet te verslaan. Juist binnensteden met een hoog aandeel kleding- en schoenenzaken hebben het hierdoor moeilijk, terwijl dagelijkse winkelcentra in woonwijken zich veel beter staande weten te houden. Het is ook goed te beseffen dat deze trend heeft plaatsgevonden in een hoogconjunctuur. De economie heeft de afgelopen jaren (pre-corona) goed gedraaid. Onder normale omstandigheden een tijd waarin retail altijd wat opleeft, ongeacht structurele onderliggende ontwikkelingen. De coronacrisis is nog niet zichtbaar in deze cijfers. Algemeen wordt verwacht dat de winkelleegstand de komende jaren nog fors zal oplopen,

Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397

27

door de gecombineerde effecten van de coronacrisis die de reserves van veel winkeliers heeft aangetast en de nog immer voortschrijdende verschuiving van retail naar online shopping. Uit een enquête van de BIZ binnenstad Roermond blijkt bovendien dat 20% van de ondernemers de komende drie à vijf jaar verwacht te stoppen of verhuizen. Uit gesprekken blijkt dat dit deels samenhangt met leeftijd, omdat het slecht gaat (minder klanten) of omdat het ‘genoeg is’. Al met al is het daarmee waarschijnlijk dat de leegstand – zonder beleid – de komende jaren nog fors zal oplopen. De aanpak van leegstand is een gezamenlijke opgave van gemeente, vastgoed en ondernemers. We constateren dat vastgoedpartijen enerzijds een terughoudende houding aannemen en verwachten dat de gemeente initiatief neemt. Anderzijds verwacht de gemeente Roermond op haar beurt dat de vastgoedpartijen het initiatief nemen en dat de gemeente goede plannen faciliteert. Dit patroon is zeker niet alleen een probleem dat in Roermond speelt. Meerdere factoren maken de situatie complex. Enerzijds is het eigendom verspreid over vele verschillende eigenaren. Anderzijds ligt de pijngrens waarop de vastgoedeigenaar zich gedwongen ziet te handelen voor elke eigenaar en zelfs op pandniveau op een ander punt.

Het ene vastgoed is al lang in bezit en daardoor volledig afgeschreven, een andere eigenaar heeft de pensioenleeftijd bereikt en andere motieven, en nog een andere eigenaar heeft simpelweg geen financiële middelen om te investeren. Organisatie van vastgoed en een gezamenlijke koers zijn daarom cruciaal. De gemeente is zich hiervan bewust en heeft pogingen ondernomen om het vastgoed te organiseren. Ondanks pogingen van de gemeente om een BIZ-Vastgoed op te zetten, is dit niet gelukt. Ook de BIZ-Binnenstad vraagt om steun op het vlak van vastgoed. Zij wensen financiële steun van de gemeente voor het opzetten van een revolverend fonds – bijvoorbeeld onder Stichting Stadsherstel – dat ingezet kan worden om panden te transformeren van winkels naar andere functies, zoals wonen. De gemeente heeft hiermee niet ingestemd.

Van welke instrumenten maakt de gemeente Roermond gebruik bij het bestrijden van de leegstand? Uit het toetsingskader waarin (de inzet van) instrumenten zijn beschreven zijn de volgende conclusies te trekken: • Visie/beleid: De gemeente heeft in het huidige bestemmingsplan en ruimtelijk detailhandelsbeleid geen specifiek beleid verankerd voor leegstand in de binnenstad. Wel zet zij in haar beleid in op concentratie van winkels in de verschillende clusters in de gemeente en vermindering van verspreide winkelfuncties. Voor de binnenstad heeft de gemeente een kernwinkelgebied afgebakend. Winkelfuncties dienen zich zoveel mogelijk te concentreren binnen dit gebied. Daarnaast heeft de gemeente het programma Vitale Stad uitgevoerd (voor een uitgebreide beschrijving, zie paragraaf 2.1.2). • Planologisch-juridische instrumenten: De gemeente heeft geen enkel planologisch-juridisch instrument ingezet om haar beleidsambities voor concentratie van winkels het kernwinkelgebied vorm te geven, dan wel om plancapaciteit voor detailhandel te deprogrammeren. • (Financieel)stimulerende instrumenten: De gemeente heeft onder de stimuleringsregeling twee subsidies ingezet die een directe link hebben met invulling van leegstand, te weten de transformatiesubsidie en de verplaatsingssubsidie.

Daarnaast heeft de gemeente andere financiële instrumenten ingezet (gevelsubsidie en subsidie duurzame invulling). De gevelsubsidie verfraait de winkelstraat, maar heeft geen directe link met het tegengaan van leegstand. Voor de subsidie duurzame invulling hebben we niet kunnen vaststellen of deze subsidies hebben bijgedragen aan het structureel verminderen van leegstand. Naast de subsidies draagt de gemeente fors financieel bij aan lopende kosten van BIZ binnenstad Roermond en Citymanagement Roermond (5/7 van de kosten worden gedragen door de gemeente en 2/7 door BIZ binnenstad Roermond). • Overige instrumenten: Er werd substantieel ingezet op overige instrumenten, bestaande uit actieve acquisitie-ondersteuning door inhuur van – in de tijd - 2 verschillende externe acquisiteurs en het meest recent, inhuur van stichting Streetwise gericht op begeleiding van ondernemerschap, het Retail Innovation Centre, de inzet van de bedrijfscontactfunctionaris en project Droomwinkel; de pilot ‘blurring’ en inzet van een pandenbank.

Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397

28

Wat is het beleid van de gemeente Roermond inzake het voorkomen en bestrijden van leegstand in het winkelgebied in de binnenstad en hoe moet dat worden beoordeeld? De gemeente Roermond heeft geen echt leegstandsbeleid (zie hiervoor ook paragraaf 4.1). De gemeente heeft heel pragmatisch (omwille van financiële middelen van de provincie en waarvoor steun te verkrijgen was in de gemeenteraad) projecten onder de noemer Vitale Stad uitgevoerd in de afgelopen vier jaar. Dit was primair echter flankerend beleid, dat niet gericht was op het in de kern aanpakken van het leegstandsprobleem. Van de projecten onder het programma Vitale Stad, heeft ons inziens een beperkt aantal projecten een directe impact gehad op het structureel reduceren van leegstand, namelijk de stimuleringsregelingen (verplaatsing- en transformatiesubsidies) en gerichte inzet van acquisitie. Onderliggend is daarnaast het ruimtelijk detailhandelsbeleid, vastgesteld in 2015, het kader waarbinnen de gemeente heeft gehandeld en ingezet op concentratie van detailhandel in het kernwinkelgebied. We constateren dat de gemeente in haar beschikbare en ingezette instrumentarium, zoals in paragraaf 4.2 en het toetsingskader (paragraaf 3.1) beschreven, de nadruk heeft gelegd op een beperkt aantal (type) instrumenten die directe invloed hebben op verminderen van leegstand.

Daarbij valt met name op dat de gemeente geen planologisch-juridische instrumenten heeft ingezet en daarmee niet sturend optreedt om de gewenste ambities voor het tegengaan van leegstand en concentratie van winkels in het kernwinkelgebied te bereiken. De ruimtelijke kaders sluiten niet aan bij de gestelde ambities en bieden onvoldoende ‘stok achter de deur’ richting marktpartijen. De gemeente zet met name een stimulerend en faciliterend instrumentarium in. De inzet van deze instrumenten beoordelen we als positief, maar zijn gelet op de omvang van de problematiek onvoldoende om marktpartijen te bewegen en daarmee leegstand aan te pakken. Er is meer regie van de gemeente op dit thema noodzakelijk.

Wat zijn de actuele inzichten en eventuele best practices van de mogelijkheden die gemeenten hebben om leegstand in winkelgebieden te voorkomen en bestrijden? Gemeenten die een actief leegstandsbeleid voeren en substantiële middelen en capaciteit vrij maken, zijn het meest succesvol in het terugdringen van winkelleegstand. Dit blijkt uit een benchmark welke Stec Groep begin 2020 heeft uitgevoerd onder gemeenten, waaraan 123 gemeenten hebben meegedaan. We onderzochten wat een groep waar de winkelleegstand afnam anders deed dan gemeenten waar de leegstand juist toenam. Gemiddeld nam in de eerste groep gemeenten in de periode 2015-2020 het leegstandspercentage af met 5% tot 10%-punt.

Voorbeelden van gemeenten die een proactieve leegstandsaanpak voeren zijn: Gemeente Eindhoven: inzet van een ‘transformatie team’ welke actief ondernemers en eigenaren begeleid bij transformatie, meedenkt met mogelijkheden, verbindingen legt en zorgt voor een vlotte afhandeling van vergunningsaanvragen; Gemeente Zutphen: inzet van een ‘aanvalsplan leegstand’, waarbij elk kwartaal met vijf eigenaren van prominent gelegen panden het gesprek wordt aangegaan over transformatie en motieven van leegstand; Gemeente Culemborg: hanteert voor haar centrum in de schil buiten het kernwinkelgebied een uitsterfconstructie waar in panden buiten het kernwinkelgebied alleen bestaande detailhandel gevestigd mag blijven; Gemeente Landgraaf: werkt samen met woningbouwcorporaties aan het actief transformeren van de Hoogstraat naar woonstraat (onttrekking 5.000 m² detailhandel) door onder andere aankoop van vastgoed, sloop en toevoeging woonprogramma; Gemeente Oosterhout: voert actief grondbeleid door kopen van overdekt winkelcentrum Arendshof II, waardoor zij 9.000 m² winkelruimte gaat transformeren binnen een totaalambitie van 15.000 m² transformatie voor 2030.

Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397

29

In navolgend figuur vatten we de belangrijkste elementen samen die deze gemeenten hanteerden in hun leegstandsaanpak. Onder de streep concluderen we dat gemeenten die meer inzet plegen, actiever sturen, en de juiste instrumenten hanteren, meer succes boeken met hun aanpak. Figuur 7: Tien-puntenstrategie van gemeenten met een succesvol leegstandsbeleid

Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397

30

5 Aanbevelingen: lessen voor leegstand Op basis van de hoofdconclusies uit dit onderzoek komen we tot de volgende aanbevelingen. De

aanbevelingen zijn door de Rekenkamercommissie onderschreven.

Aanbeveling 1: Pak als gemeente de regie in het verminderen van winkelleegstand Uit de gesprekken die we hebben gevoerd, komt een beeld naar voren dat de gemeente Roermond zichzelf met name in een faciliterende rol ziet en niet zozeer als initiatiefnemer bij de aanpak van leegstand. Transformatie komt echter nog te weinig van de grond. Vastgoedpartijen komen onvoldoende in beweging. Iemand moet de carrousel in beweging krijgen, en de gemeente is daarvoor de aangewezen partij. De urgentie om te handelen en regie te pakken is groot, omdat: 1. De leegstand in de binnenstad zich eind 2020 op een zeer hoog, zorgwekkend hoog niveau bevindt. 2. De algehele verwachting is dat de leegstand nog fors verder zal oplopen door: a. Het omvallen van winkeliers die financieel zeer verzwakt uit de coronacrisis komen. b. De zich voortzettende trend dat consumenten steeds meer online kopen. c. Een groot aandeel oudere ondernemers niet willen of kunnen meegaan in de digitalisering en modernisering van hun concept. 3. De gemeente Roermond heeft randvoorwaardelijk al heel veel gedaan, we zijn onder de indruk van de prestaties die geleverd zijn. De leegstandsontwikkeling toont echter aan dat de huidige aanpak het leegstandsprobleem niet structureel oplost. We bevelen daarom aan dat de gemeente zich nu gaat richten op de kern van de leegstandsaanpak (zie verdere aanbevelingen).

Hiervoor is het inzicht noodzakelijk bij zowel het bestuur als de gemeenteraad dat regie pakken door de gemeente vereist is. Bij de uitvoering van deze aanbevelingen is een hele actieve rol van de gemeente vereist, verschuivend van faciliterend naar initiërend. Hiervoor is het bewustzijn noodzakelijk – zowel bij het bestuur als in de gemeenteraad – dat de gemeente aan zet is. Om initiërend te kunnen zijn is het verder belangrijk de noodzakelijke kennis in het ambtelijke apparaat te borgen en dat de gemeente in woord en daad aan alle marktpartijen en andere belanghebbenden laat merken dat het menens is. De gemeente moet in houding en gedrag consequent en met overtuiging dezelfde boodschap brengen en ook in haar handelen consequent zijn. Vanuit het bewustzijn dat leegstandsbeleid een kwestie van lange adem is, dient elke deelbeslissing bij te dragen / te passen in de lange termijn visie. Dit lukt alleen als de gemeenteraad het bestuur daartoe in de gelegenheid stelt en dit beleid langjarig steunt. Aanbeveling 2: Zet in op de binnenstad en vlieg de leegstandsopgave integraal aan We constateren dat de opgave in de Roermondse binnenstad van grote omvang is en dat de oplossing zich niet beperkt tot winkelleegstand-beleid alleen. Een integrale aanpak is nodig die is verknoopt met wonen, economie, horeca, verblijf en andere ambities.

Wij raden aan om een gebiedsvisie voor de binnenstad te ontwikkelen. In paragraaf 4.4 hebben we aangetoond dat gemeenten die een actieve rol innemen succesvoller zijn in het verminderen van leegstand dan gemeenten die dit niet doen. De gebiedsvisie dient zodanig koers en perspectief te bieden dat dit de vastgoedpartijen uitnodigt om met investeringsplannen en transformatie-initiatieven te komen. Wij adviseren: 1. Kies onversneden voor de binnenstad. We zien de binnenstad als belangrijkste locatie van de stad. Vallen hier gaten, dan ontstaat een soort donut: een kern waar het hart uit valt. Het is belangrijk deze focus beleidsmatig te verankeren, telkens ten faveure van het centrum. Lukt dat niet met winkels, dan

Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397

2.

3.

4.

5.

6.

31

met wonen en andere economische functies, ook als dat ten koste gaat van (woon)plannen in andere delen van de gemeente. Actualiseer op korte termijn het detailhandelsbeleid. De gemeente Roermond heeft dit ook al op de rol staan. Focus moet hierin gericht zijn op: a. De binnenstad als prioritair gebied, en wat dit betekent voor andere winkelgebieden in de gemeente. b. Het opstellen van een prognose van de behoefte aan winkelvloeroppervlak en type winkels en daarmee in kaart brengen van de (krimp)opgave voor de binnenstad en andere winkelgebieden in de gemeente. Daarbij ook het onderzoeken van de omvang van het kernwinkelgebied, afgestemd op de toekomstige behoefte en leegstandsopgave. c. Het in kaart brengen van de totale plancapaciteit van detailhandel in de gemeente Roermond, zowel benut als onbenut. Daarnaast het implementeren van een strategie met inzet van instrumenten om te deprogrammeren zodat de plancapaciteit aansluit bij de behoefte aan winkelvloeroppervlak. Een verkenning van beperking van planmogelijkheden op het concurrerende Retailpark is daarbij een optie. d. Hoe de ambitie van de omgevingsvisie 11 zich vertaalt naar het benodigde winkelaanbod en een inschatting van de realiteit daarvan. Actualiseer op korte termijn het horecabeleid. In het verleden kon nog relatief veel winkelleegstand vermeden worden door invulling met horeca. Dit is niet langer mogelijk.

Net als in heel Nederland zijn veel winkels in Roermond getransformeerd naar horeca en is inmiddels een ruim aanbod van horeca ontstaan. In de horecavisie moet met name ingezoomd worden op de mate waarin het bestaande horeca-aanbod aansluit op de wensen van de bezoekers die de gemeente wil aantrekken en hoe het horeca-aanbod kwalitatief verrijkt kan worden. En hoe dit te combineren is met de woonwensen van de doelgroepen die in de binnenstad van Roermond aanwezig zijn en nodig zijn voor de transformatie van leegstand. In de structuurvisie Wonen Midden-Limburg wordt aangegeven dat transformatie van winkels naar kleine woningen voor 1 en 2 persoonshuishoudens gerealiseerd kunnen worden (appartementen met lift) en dat hier ook vraag naar is. Minder duidelijk is hoe de kwalitatieve woonbehoeften van deze doelgroepen passen in een stedelijk milieu. Stel daarom geval een duidelijke visie op over wonen in de binnenstad. Focus voor de binnenstad moet gericht zijn op: a. Het in kaart hebben van de doelgroepen die de gemeente in de binnenstad wil laten wonen. Daarbij dient in ogenschouw genomen te worden of de woonwensen van deze doelgroepen congruent zijn met de ambitie van Roermond om bezoekers aan te trekken naar de binnenstad van Roermond. b.

Vaststellen of de gemeente Roermond voldoende woonprogramma heeft (voldoende huishoudens in de gewenste doelgroepen), afgezet tegen de bestaande harde en zachte plannen om transformatie van winkels naar wonen in de binnenstad te realiseren. Zo niet, dan dient ingezet te worden op deprogrammering van woonplannen elders in de gemeente om transformatie van leegstand naar wonen in de binnenstad daadwerkelijk mogelijk te maken. c. Inzet op randvoorwaarden die transformatie van leegstand naar wonen in de binnenstad mogelijk maken, zoals passende parkeernormen en aantrekkelijke woonmilieus. Kies voor een integrale benadering, waarbij geborgd is dat alle opgaven en initiatieven op elkaar zijn afgestemd en de beleidskeuzes elkaar versterken. Gezien de urgentie van de opgave adviseren wij waar nodig externe expertise in te zetten indien de bezetting op de relevante afdelingen onvoldoende is om snel te kunnen ageren. Wij adviseren de gemeenteraad de concept omgevingsvisie (voor zover relevant voor de binnenstad), de gebiedsvisie voor de binnenstad en de geactualiseerde detailhandels-, horeca- en woonvisie integraal te toetsen en zeker te stellen dat de prioriteit op de binnenstad ligt.

In de concept-omgevingsvisie wordt ingezet op een langere bezoekduur van bezoekers aan de binnenstad van Roermond, waarbij tevens ingezet wordt op het creëren van een aantrekkelijke mix van overnachten, horeca en winkelen. Deze doelgroep wordt echter onvoldoende bediend met een huidig winkelaanbod dat grotendeels gericht is op de regionale bezoekers.

11

Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397

32

Aanbeveling 3: Zet een brede instrumentenmix in dat stuurt en verleidt Parallel aan het opstellen van een integrale gebiedsvisie is het noodzakelijk een set van instrumenten op te tuigen, specifiek gericht op het terugdringen van leegstand en het realiseren van de gebiedsvisie. Instrumenten moeten daarbij ieder voor zich bijdragen aan de directe doelstellingen, maar ook zo gekozen en ingericht zijn dat ze elkaar versterken. Hierbij moet het principe van de ‘wortel en de stok’ gehanteerd worden. Enerzijds de markt verleiden, door de marktpartijen een duidelijke visie voor te leggen en hen uit te nodigen hierop initiatieven te ontwikkelen en deze dan ook mogelijk te maken. Anderzijds duidelijk maken dat er ingegrepen wordt. Bijvoorbeeld door actief winkelmeters te deprogrammeren, een veegplan in te zetten, voorzienbaarheid te realiseren en onbenutte plantitels te verwijderen via het ‘use it or lose it’principe. Publiekrechtelijke instrumenten dienen actief ingezet te worden en hiervoor dient ook voldoende ambtelijke capaciteit vrijgemaakt te worden. De publiekrechtelijke instrumenten dienen aangevuld te worden met privaatrechtelijke instrumenten en waar nodig het additioneel inzetten van stimuleringsmaatregelen. We constateren dat tot op heden publiekrechtelijke instrumenten onvoldoende worden ingezet in de leegstandsopgave.

Stimuleringsmaatregelen en privaatrechtelijke instrumenten dienen ondersteund te worden met een stevige publiekrechtelijke basis. Door de integrale benadering en de omvang van het te verwachten maatregelenpakket en de inzet van een complexe en omvangrijke instrumentenkoffer raden we u aan daarbij te overwegen het instrument programma 12 - dat u onder de nieuwe Omgevingswet krijgt - in te zetten. U kunt dit instrument positioneren tussen ofwel de omgevingsvisie en het omgevingsplan of tussen het omgevingsplan en de vergunningen. Het is mogelijk doelstellingen die in de omgevingsvisie nog niet ver uitgewerkt zijn, verder uit te werken in het instrument programma. Het is een flexibel instrument, waarin u ook later kunt bijsturen als doelstellingen niet gehaald lijken te worden. Ook hier geldt: zorg ervoor dat de marktpartijen zien dat alle instrumenten gericht zijn op de prioriteit het juiste te doen voor de binnenstad. De instrumenten moeten allemaal in dezelfde richting werken en elkaar versterken. Aanbeveling 4: Maak grote prioriteit van het betrekken van vastgoed Met vastgoedeigenaren als cruciale partij in de leegstandsaanpak is het samenwerken met deze groep een absolute noodzaak. De gemeente Roermond heeft in de afgelopen jaren verschillende initiatieven genomen om het vastgoed te organiseren.

Zo is ondanks pogingen van de gemeente en andere stakeholders het niet gelukt om een BIZ-Vastgoed op te zetten. Het initiatief om een ‘kopgroep’ van vastgoedpartijen op te richten is voor het vervolg een goede basis en vertrekpunt om de komende jaren samenwerking meer vorm te geven. We bevelen de gemeente Roermond aan zich op te stellen als geloofwaardige en daadkrachtige partner die ‘daad bij het woord voegt’. Daarbij dient de gemeente te communiceren dat de leegstandssituatie menens is en dient zij ontwikkelperspectieven te bieden voor vastgoedpartijen. Gelet op landelijke en lokale afwaardering van vastgoed- en huurwaarden voor winkels ontstaat er veel momentum en noodzaak voor vastgoedpartijen om te transformeren. Vastgoedpartijen hebben behoefte aan een duidelijk en langjarig perspectief waarop zij hun investeringsbeslissingen kunnen afstemmen. De gemeente Roermond is aan zet om deze duurzame en langjarige koers samen met stakeholders uit te zetten. In lijn met de bij aanbeveling 1 beschreven noodzaak consequent te handelen, is het belangrijk de marktpartijen duidelijk te maken wat ze wel en wat ze niet van de gemeente kunnen verwachten en daar ook naar te handelen. Het is onze ervaring dat marktpartijen alleen handelen als er marktspanning is.

Gebruik schaarste (bijvoorbeeld via beschikbaar woonprogramma) als middel om de vastgoedpartijen te prikkelen en in beweging te krijgen.

Instrument programma onder de Omgevingswet: Het programma kan worden ingezet om de ambities in de Omgevingsvisie te vertalen in beleidsregels, (financiële) instrumenten, communicatie, convenanten of uitvoering van concrete projecten. Het programma is zelfbindend en in principe vrijwillig. Het programma wordt echter verplicht indien een door de gemeente vastgestelde Omgevingswaarde (zoals een bepaald ongewenst niveau van winkelleegstand) overschreden wordt of dreigt te worden. Zonder een vastgestelde Omgevingswaarde kan er gekozen worden voor een vrijwillig programma waarbij er geen resultaatverplichting is. Programma’s zijn alleen bindend voor het bestuursorgaan zelf.

12

Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397

33

Bijlage A: overzicht documenten Documenten project Vitale Stad • Plan Vitale Stad (deel 1) • Plan Vitale Stad (deel 2) • B&W Besluit: Akkoord Vitale Stad (4 april 2017) • Convenant ‘Gezamenlijk werken aan het stadshart van Roermond’ (3 juli 2017) • Voorstel aanpassing op concept convenant (3 juli 2017) • Voorstel aan B&W: Stimuleringsregeling Vitale Stad (geen datum) • Stukken/bijlagen Raadsvergadering 22 februari 2018; agendapunt 11 “Vitale stad – beschikking, voortgang en financiële kaders” (o.a. Commissie-advies van Commissie Ruimte, Provincie Limburg; verlening subsidie voor de Stedelijke Ontwikkeling gemeente Roermond (incl. bijlagen), Begrotingswijziging 2018-2019) • Verordening Stimuleringsregeling Binnenstad Roermond (Vitale Stad), (6 maart 2018) • Stukken/bijlagen Raadsvergadering 25 oktober 2018 “Vitale Stad – voortgang, financiën” (o.a.

Factsheets Vitale Stad) • Wijzigingsbesluit Verordening Stimuleringsregeling binnenstad Roermond (Vitale Stad), (8 januari 2019) • Stukken/bijlagen Commissie Ruimte vergadering 4 december 2019 “Derde Voortgang Vitale Stad” • Raadsinformatiebrief retailsituatie binnenstad Roermond (9 april 2020) • Stukken/bijlagen Raadsvergadering 18 juni 2020 “Vitale Stad – verlenging, begrotingswijziging en 4de voortgang” Overige relevante documenten • Nota integraal horecabeleid – Gemeente Roermond (augustus 2007) • Platform 31: Winkelgebied van de toekomst (februari 2014) • Herijking Detailhandelsvisie Limburg 2015 (MKB Limburg) • Ruimtelijk Detailhandelsbeleid 2015-2020 – Gemeente Roermond • Kader Stedelijke Ontwikkeling – Provincie Limburg (mei 2016) • Evenementenbeleid – Gemeente Roermond (september 2016) • Toekomstvisie Roermond 2030 (november 2016) • Economische visie Roermond • Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018-2021 (2018) • Coalitieakkoord 2018-2022 ‘Roermond maken we samen’ • Visie en Actieprogramma Recreatie en Toerisme Midden-Limburg (2019) • Raadsinformatiebrief Herontwikkeling voormalig V&D pand Munsterplein (2019) • Jaarplan 2020 Stichting BIZ Binnenstad Roermond • Commissie-informatiebrief inzake Werkgroep Raad leegstandssituatie binnenstad (28 mei 2020) • Ondernemersonderzoek Binnenstad Roermond – MKB Limburg (mei 2020) Stukken/bijlagen raads-/commissievergaderingen •

Stukken/bijlagen • Commissie-advies van Commissie Ruimte. Vitale stad – beschikking, voortgang en financiële kaders (31 Raadsvergadering januari 2018) 22 februari 2018; • Bijlage 00 Raadsvoorstel. Vitale stad – beschikking, voortgang en financiële kaders (9 januari 2018) agendapunt 11 • Bijlage 0 Raadsbesluit. Vitale stad – beschikking, voortgang en financiële kaders (22 februari 2018) “Vitale stad – • Bijlage 2a Raadsvoorstel. Vitale stad – beschikking, voortgang en financiële kaders (Vitale Stad, deel 1) beschikking, • Bijlage 2b Raadsvoorstel. Vitale stad – beschikking, voortgang en financiële kaders (Vitale Stad, deel 2) voortgang en • Bijlage 3a Raadsvoorstel. Vitale stad – beschikking, voortgang en financiële kaders (Provincie Limburg: financiële kaders” Verlening subsidie voor de Stedelijke Ontwikkeling gemeente Roermond [28 november 2017]) • Bijlage 3b Raadsvoorstel. Vitale stad – beschikking, voortgang en financiële kaders (Provincie Limburg: Verlening subsidie voor de Stedelijke Ontwikkeling gemeente Roermond Bijlagen [28 november 2017]) • Bijlage 4 Raadsvoorstel. Vitale stad – beschikking, voortgang en financiële kaders (Stedelijke Ontwikkeling Roermond [3 januari 2018]) • Bijlage 5 Raadsvoorstel. Vitale stad – beschikking, voortgang en financiële kaders (Resultaten projecten)

Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397

• Stukken/bijlagen Raadsvergadering 25 oktober 2018 “Vitale Stad – voortgang, financiën”

• Stukken/bijlagen Commissie Ruimte vergadering 4 december 2019 “Derde Voortgang Vitale Stad”

34

• Bijlage 6 Raadsvoorstel. Vitale stad – beschikking, voortgang en financiële kaders (Begrotingswijziging 2018-2019) • Bijlage 7 Raadsvoorstel. Vitale stad – beschikking, voortgang en financiële kaders (Programma Vitale Stad, vastgesteld 24 mei 2017) • Dossier 3766 Voorblad • Commissie-advies van Commissie Ruimte. Vitale stad – voortgang, financiën • Raadsvoorstel Vitale Stad – Voortgang en mandatering • Raadsbesluit Vitale Stad – Voortgang en mandatering • Bijlage totaal overzicht projecten deel 1 ( 1a; bijgehouden worden de m2 leegstand die een nieuwe invulling krijgen. Actuele stad is per 1 juni 2018 : + 6.883 m2 [van doel 1a: vermindering commerciële leegstand binnenstad met minimaal 7.000 m2]) • Bijlage totaal overzicht projecten deel 2 • 1A Factsheet Vitale Stad Leegstand • 1B Factsheet Vitale Stad Hamstraat • 1C Factsheet Vitale Stad Investeringsregelingen • 1D Factsheet Vitale Stad Startende ondernemers • 1E Factsheet Vitale Stad Transformatie • 2A Factsheet Vitale Stad Zichtbaar maken monumenten • 2B Factsheet Vitale Stad Archeologische locaties • 3A Factsheet Vitale Stad Toerisme en recreatie • 3B Factsheet Vitale Stad Wandelverbinding ECI • 3C1 Factsheet Vitale Stad Verbinding musea binnenstad • 3C2 Factsheet Vitale Stad Vervangen vaste exposities • 3D Factsheet Vitale Stad Cultuur evenement • 3E Factsheet Vitale Stad Versterken popscene • 3F Factsheet Vitale Stad

RIT • 4A Factsheet Vitale Stad Munsterplein • 4B1 Factsheet Vitale Stad Markante bomen • 4B2 Factsheet Vitale Stad Permanent Groen • 4C geen officieel project Factsheet Vitale Stad ontwikkeling Munsterplein Blokker • 5A Factsheet Vitale Stad Fietsenstallingen • 5B Factsheet Vitale Stad Verbinding DOR binnenstad • 5C Factsheet Vitale Stad Bewaakte fietsenstallingen • 7A Factsheet Vitale Stad Herinrichting stationsgebied • 7B Factsheet Vitale Stad Stationstunnel • Bijlage Subsidieverordening Binnenstad vastgesteld (ter inzage) • Bijlage Subsidieverordening Dak- en gevelgroen binnenstad vastgesteld (ter inzage) • Dossier 5816 Voorblad • Commissievoorstel 4 december 2019 • 1A Totaaloverzicht projecten • 1B Resultaten begroting Vitale Stad 3e voortgang • 1C Factsheet Vitale Stad investeringsregelingen 3e kwartaal 2019 • 1D Factsheet Vitale Stad Startende ondernemers oktober 2019 • 1E Factsheet Vitale Stad Transformatie 3e kwartaal 2019 • 2A Factsheet Vitale Stad Zichtbaar maken monumenten • 2B Factsheet Vitale Stad Archeologische locaties • 3A Factsheet Vitale Stad Toerisme recreatie • 3B Factsheet Vitale Stad Wanderverbinding ECI • 3C1 Factsheet Vitale Stad Verbinding musea binnenstad • 3C2 Factsheet Vitale Stad Vervangen vaste expositie Cuypershuis • 3C2 Factsheet Vitale Stad Vervangen vaste presentatie Historiehuis • 3D Factsheet Vitale Stad Cultuur evenement • 3E Factsheet

Vitale Stad Versterken popscene • 3F Factsheet Vitale Stad RIT • 4A Factsheet Vitale Stad Munsterplein • 5A Factsheet Vitale Stad Fietsenstallingen • 5B Factsheet Vitale Stad Verbinding DOR binnenstad • 5C Factsheet Vitale Stad Bewaakte fietsenstallingen • 7A Factsheet Vitale Stad Herinrichting stationsgebied

Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397

• Stukken/bijlagen Raadsvergadering 18 juni 2020 “Vitale Stad – verlenging, begrotingswijziging en 4de voortgang”

• 7B Factsheet Vitale Stad Stationstunnel • Derde voortgang Vitale Stad afhandeling schriftelijke vragen • Dossier 6731 Voorblad • BW voorstel Vitale Stad – verlenging, begrotingswijziging en 4de voortgang

35

Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397

36

Bijlage B: beschrijving instrumenten toetsingskader Visie/beleid Instrument Gemeentelijk detailhandelsbeleid Centrumvisie of gebiedsvisie Regionaal detailhandelsbeleid Gemeentelijke structuurvisie Programmatische aanpak leegstand

Inhoud Bepaalt toetsing van detailhandelsinitiatieven, de koers voor winkelgebieden en vormt een juridische basis voor toekomstige ontwikkelingen. Bepaalt de ontwikkelingsrichting en ruimtelijke afbakening van een centrum en daarbinnen de beoogde functioneel-ruimtelijke profielen. Bepaalt hoe regionale afstemming van bovenlokale initiatieven plaatsvindt. Beleidsdocument waarin de gemeente de gewenste ruimtelijke ontwikkelrichting voor de komende jaren weergeeft. Programma waarin concrete projecten en instrumenten zijn opgenomen ter vermindering van leegstand. Onder de Omgevingswet wordt het instrument programma juridisch geïntroduceerd om invulling te geven aan ambities uit de omgevingsvisie.

Planologisch-juridisch Instrument Integrale bestemmingsplanherziening Veegplan

Parapluplan

Schrappen detailhandelsfunctie

Uitsterfconstructie

Grondbeleidsinstrumenten

Leegstandsverordening

Saldering

Stedelijke kavelruil

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=1bf66e60-5ad8-4e3f-be24-ab3da9d47c51