RKC rapport leegstandsbeleid
Tekst van het document
Onderzoek Leegstandsbeleid gemeente Roermond
Rekenkamercommissie Roermond Juni 2021
Rekenkamercommissie Gemeente Roermond Postbus 900 6040 AX Roermond
Onderzoek naar Leegstandsbeleid
1
Onderzoek naar Leegstandsbeleid
2
Colofon Samenstelling Rekenkamercommissie Externe leden De heer mr. P.M.B. Schrijvers (voorzitter) De heer ir. N. op de Laak De heer drs. P.L.C.M Janssen
Raadsleden Mevrouw L. van der Stelt Mevrouw A. Sanders-Meuter De heer J.M.W. de Kunder Secretariaat Rekenkamercommissie Ambtelijk secretaris De heer A.H.C. Vestjens Adres Postbus 900 Telefoonnummer 0475 – 35 94 60 E-mail arnovestjens@roermond.nl Website www.roermond.nl
Juni 2021
Onderzoek naar Leegstandsbeleid
2
Onderzoek naar Leegstandsbeleid
4
Inhoudsopgave: 1.
Doelstelling en vraagstelling.
2.
Onderzoeksaanpak.
3.
Conclusie en aanbevelingen (bestuurlijke samenvatting).
Bijlagen: Ia.
Ib. II.
Bestuurlijk hoor en wederhoor: Reactie college van burgemeester en wethouders van Roermond op de rapportage van de Rekenkamercommissie. Nawoord Rekenkamercommissie. Onderzoeksrapport van STEC
Onderzoek naar Leegstandsbeleid
5
Onderzoek naar Leegstandsbeleid
6
1. Doelstelling en vraagstelling. De Rekenkamercommissie (RKC) heeft op 17 december 2020 de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders geïnformeerd over de start van het (quick scan) onderzoek naar leegstandsbeleid. De hoofdonderzoeksvraag luidde: Doet de gemeente op basis van het ontwikkelde en vastgestelde beleid voldoende om winkelleegstand in de binnenstad te voorkomen en te bestrijden? Welke lessen zijn er te trekken uit het verleden en hoe kunnen deze worden ingezet in toekomstig beleid? 1. Wat is het beleid van de gemeente Roermond inzake het voorkomen en bestrijden van leegstand in het winkelgebied in de binnenstad en hoe moet dat worden beoordeeld? 2. Van welke instrumenten maakt de gemeente Roermond gebruik bij het bestrijden van de leegstand? 3. Wat zijn de actuele inzichten en eventuele best practices van de mogelijkheden die gemeenten hebben om leegstand in winkelgebieden te voorkomen en te bestrijden?
Onderzoek naar Leegstandsbeleid
7
Onderzoek naar Leegstandsbeleid
8
2.
Onderzoeksaanpak.
Om tot de beantwoording van de onderzoeksvraag en -deelvragen te komen, is als volgt te werk gegaan. De RKC heeft (op grond van een onderhandse aanbestedingsprocedure) het onderzoek uitbesteed aan bureau STEC Samen met de onderzoekers van STEC heeft de Rekenkamercommissie bij aanvang van het onderzoek een startbijeenkomst georganiseerd met de medewerkers uit de ambtelijke organisatie die bij het onderzoek zouden worden betrokken. De Rekenkamercommissie heeft STEC gevraagd het onderzoek uit te voeren, aan de hand van de vraagstelling en er is een normenkader opgesteld (zie het onderzoeksrapport van STEC voor het gehanteerde toetsingskader). Vervolgens hebben de onderzoekers een documentenstudie uitgevoerd, heeft er een dataanalyse plaatsgevonden naar de feitelijke ontwikkeling van winkel- en leegstand (in de binnenstad) op basis van onderzoeksgegevens van Locatus en hebben er interviews plaatsgevonden met betrokken ambtenaren, collegeleden en enkele externe betrokkenen (zie onderzoeksrapport voor interviewlijst). Daarna heeft STEC de conceptrapportage aan de RKC voorgelegd. Deze rapportage (d.w.z. het rapport met het feitenrelaas, zonder conclusies en aanbevelingen) is vervolgens voorgelegd aan de ambtelijke organisatie voor een controle op de juistheid van de feiten.
Naar aanleiding daarvan is het rapport (qua beschrijving van de feiten) op enkele punten aangepast en heeft de RKC de daarop gebaseerde conclusies van STEC -zoals verwoord in hun rapportage- overgenomen. De RKC heeft vervolgens samen met STEC de aanbevelingen geformuleerd. Op 26 maart is de rapportage (met de aanbevelingen) voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders voor een bestuurlijke reactie. De reactie van het college en het nawoord van de RKC zijn opgenomen in bijlage I.
Onderzoek naar Leegstandsbeleid
9
Onderzoek naar Leegstandsbeleid
10
3.
Hoofdconclusie en aanbevelingen (bestuurlijke samenvatting).
De specifieke beantwoording van de onderzoeksvragen treft u aan in hoofdstuk 4 van het rapport(bijlage II). In hoofdstuk 5 van het rapport treft u de aanbevelingen aan (met toelichting) die STEC samen met de Rekenkamercommissie heeft opgesteld.. Onderstaand treft u de bestuurlijke samenvatting aan. Conclusie. De gemeente Roermond heeft geen actief leegstandsbeleid opgesteld. Wel heeft de gemeente ingezet op het verbeteren van randvoorwaarden (investeren in infrastructuur en aantrekkelijkheid binnenstad, acquisitie) en dat beleid wordt uitgevoerd. Daarnaast zijn twee subsidieregelingen ingezet met een direct effect op leegstand (de transformatie- en verduurzamingssubsidie). Verder draagt de gemeente fors financieel bij aan lopende kosten van BIZ binnenstad Roermond en Citymanagement Roermond. In 2020 heeft de gemeente een contract gesloten met de stichting Streetwise om nieuwe ondernemers te ondersteunen bij het realiseren van hun businessplannen. Stec Groep beoordeelt de inzet van bovengenoemde instrumenten als positief, maar mist de inzet van publiekrechtelijke instrumenten. De ruimtelijke kaders sluiten niet aan bij de gestelde ambities en bieden onvoldoende ‘stok achter de deur’ richting marktpartijen om de leegstand aan te pakken. Het gevoerde beleid is onvoldoende gezien de omvang van de problematiek en is inmiddels door de ontwikkelingen ingehaald.
De leegstand in het kernwinkelgebied is gestegen van 10% in 2015 naar 23% in 2020. De leegstand loopt ook elders in Nederland op, maar Roermond heeft wel veel meer winkeloppervlak dan vergelijkbare gemeenten, ook als we het Designer Outlet Roermond (hierna DOR) buiten beschouwing laten. De verwachting is dat de winkelleegstand verder zal oplopen door corona en structurele wijzigingen in het consumentengedrag. Een herziening van het beleid is daarom nodig en urgent. Aanbevelingen Aanbeveling 1. Pak als gemeente de regie in het verminderen van winkelleegstand. Verleid de marktpartijen met een heldere, integrale visie om de gewenste transformatie te realiseren. Aanbeveling 2. Zet in op de binnenstad en vlieg de leegstandsopgave integraal aan. De binnenstad is het kloppend hart van uw stad. Laat dat zien in een visie waarin het tegengaan van winkelleegstand verknoopt wordt met wonen, economie, horeca, verblijf en eventuele andere ambities. Aanbeveling 3. Zet een brede instrumentenmix in dat stuurt en verleidt Tuig een instrumentenmix op volgens het principe van ‘de wortel en de stok’. Benut de kansen die de Omgevingswet u biedt.
Onderzoek naar Leegstandsbeleid
11
Aanbeveling 4: Maak grote prioriteit van het betrekken van vastgoed Bied een langjarig perspectief waarop vastgoedpartijen hun investeringsbeslissingen kunnen afstemmen.
Onderzoek naar Leegstandsbeleid
12
Bijlage Ia. Reactie college van B&W van Roermond op de rapportage van de Rekenkamercommissie.
Onderzoek naar Leegstandsbeleid
13
Onderzoek naar Leegstandsbeleid
14
NAWOORD De Rekenkamercommissie heeft met belangstelling kennis genomen van de bestuurlijke reactie van het college. Hoewel enkele als onjuist of onvolledig opgemerkte passages in het rapport feitelijk door het ambtelijk wederhoor niet zijn ontkend c.q. ontkracht, danken wij het College van B&W voor de voorgestelde aanpassingen. Deze zijn verwerkt in de definitieve rapportage. Voor het overige constateert de RKC dat de onderzoeksbevindingen, de conclusies en aanbevelingen worden onderschreven. De RKC zal met belangstelling blijven volgen hoe college en raad verder invulling geven aan het beleid om de leegstand in de stad te bestrijden. Rekenkamercommissie Roermond Roermond, 6 mei 2021
Onderzoek naar Leegstandsbeleid
20
Bijlage II. Onderzoeksrapport “Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond”. In opdracht van de Rekenkamercommissie is het onderzoek uitgevoerd en het onderzoeksrapport opgesteld door: STEC groep. Onderzoekers: Martijn Exterkate, Wim Eringfeld & Beer Janssens
Onderzoek naar Leegstandsbeleid
21
Onderzoek naar Leegstandsbeleid
22
Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond Quickscan leegstandsbeleid Stec Groep aan Rekenkamercommissie gemeente Roermond
Martijn Exterkate, Wim Eringfeld & Beer Janssens 5 mei 2021
2
Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397
Inhoudsopgave Bestuurlijke samenvatting
3
1
4
Inleiding
Aanleiding rekenkameronderzoek .......................................................... 4 Onderzoeksvragen ................................................................................... 4 Aanpak en onderzoeksmethoden ........................................................... 4 Leeswijzer ................................................................................................. 5
2
Onderzoeksgegevens 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4
3
6
Beleid omtrent aanpak winkelleegstand binnenstad ............................ 6 Ruimtelijk detailhandelsbeleid 2015-2020 (2015) .................................. 6 Vitale Stad Roermond (2017) .................................................................. 7 Bestemmingsplan ‘Binnenstad Roermond’ (2013) ................................ 9 Overige relevante documenten ............................................................ 10 Data-analyse ontwikkeling winkelleegstand- en aanbod.................... 13
Toetsings- en normenkader
18
Toetsingskader ....................................................................................... 18 Normenkader.......................................................................................... 21
4
Beantwoording onderzoeksvragen
26
Doet de gemeente Roermond op basis van het ontwikkelde en vastgestelde beleid voldoende om winkelleegstand in de binnenstad te voorkomen en te bestrijden? ........................................ 26 Van welke instrumenten maakt de gemeente Roermond gebruik bij het bestrijden van de leegstand? ..................................................... 27 Wat is het beleid van de gemeente Roermond inzake het voorkomen en bestrijden van leegstand in het winkelgebied in de binnenstad en hoe moet dat worden beoordeeld? ........................ 28 Wat zijn de actuele inzichten en eventuele best practices van de mogelijkheden die gemeenten hebben om leegstand in winkelgebieden te voorkomen en bestrijden? ..................................... 28
5
Aanbevelingen: lessen voor leegstand
30
Aanbeveling 1: Pak als gemeente de regie in het verminderen van winkelleegstand ..................................................................................... 30 Aanbeveling 2: Zet in op de binnenstad en vlieg de leegstandsopgave integraal aan ........................................................................................... 30 Aanbeveling 3: Zet een brede instrumentenmix in dat stuurt en verleidt ..... 32 Aanbeveling 4: Maak grote prioriteit van het betrekken van vastgoed .......... 32
Bijlage A: overzicht documenten
33
Bijlage B: beschrijving instrumenten toetsingskader
36
Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397
3
Bestuurlijke samenvatting Vraagstelling In opdracht van de rekenkamercommissie Roermond heeft Stec Groep een quickscan uitgevoerd naar de aanpak van winkelleegstand in Roermond. Doet de gemeente op basis van het ontwikkelde en vastgestelde beleid voldoende om winkelleegstand in de binnenstad te voorkomen en te bestrijden? Welke lessen zijn er te trekken uit het verleden en hoe kunnen deze worden ingezet in toekomstig beleid? Conclusie De gemeente Roermond heeft geen actief leegstandsbeleid opgesteld. Wel heeft de gemeente ingezet op het verbeteren van randvoorwaarden (investeren in infrastructuur en aantrekkelijkheid binnenstad, acquisitie) en dat beleid wordt uitgevoerd. Daarnaast zijn twee subsidieregelingen ingezet met een direct effect op leegstand (de transformatie- en verduurzamingssubsidie). Verder draagt de gemeente fors financieel bij aan lopende kosten van BIZ binnenstad Roermond en Citymanagement Roermond. In 2020 heeft de gemeente een contract gesloten met de stichting Streetwise om nieuwe ondernemers te ondersteunen bij het realiseren van hun businessplannen. Stec Groep beoordeelt de inzet van bovengenoemde instrumenten als positief, maar mist de inzet van publiekrechtelijke instrumenten. De ruimtelijke kaders sluiten niet aan bij de gestelde ambities en bieden onvoldoende ‘stok achter de deur’ richting marktpartijen om de leegstand aan te pakken.
Het gevoerde beleid is onvoldoende gezien de omvang van de problematiek en is inmiddels door de ontwikkelingen ingehaald. De leegstand in het kernwinkelgebied is gestegen van 10% in 2015 naar 23% in 2020. De leegstand loopt ook elders in Nederland op, maar Roermond heeft wel veel meer winkeloppervlak dan vergelijkbare gemeenten, ook als we het Designer Outlet Roermond (hierna DOR) buiten beschouwing laten. De verwachting is dat de winkelleegstand verder zal oplopen door corona en structurele wijzigingen in het consumentengedrag. Een herziening van het beleid is daarom nodig en urgent. Adviezen en aanbevelingen De aanbevelingen zijn door de Rekenkamercommissie onderschreven. Stec Groep roept de gemeente op de urgentie van leegstandsbeleid centraal te stellen en hier fors instrumentarium op in te zetten. Om te bewerkstelligen dat naast de gemeente ook de marktpartijen gaan investeren moeten zowel het bestuur als de gemeenteraad de ernst van de situatie inzien en draagvlak creëren voor het te voeren beleid. Echter: het tegengaan van leegstand vergt een lange adem. Het is belangrijk om dat te beseffen en naar elkaar uit te spreken. Aanbeveling 1. Pak als gemeente de regie in het verminderen van winkelleegstand. Verleid de marktpartijen met een heldere, integrale visie om de gewenste transformatie te realiseren. Aanbeveling 2.
Zet in op de binnenstad en vlieg de leegstandsopgave integraal aan. De binnenstad is het kloppend hart van uw stad. Laat dat zien in een visie waarin het tegengaan van winkelleegstand verknoopt wordt met wonen, economie, horeca, verblijf en eventuele andere ambities. Aanbeveling 3. Zet een brede instrumentenmix in dat stuurt en verleidt Tuig een instrumentenmix op volgens het principe van ‘de wortel en de stok’. Benut de kansen die de Omgevingswet u biedt. Aanbeveling 4: Maak grote prioriteit van het betrekken van vastgoed Bied een langjarig perspectief waarop vastgoedpartijen hun investeringsbeslissingen kunnen afstemmen.
Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397
4
1 Inleiding Aanleiding rekenkameronderzoek De historische binnenstad van Roermond is een belangrijke troef in de stedelijke economie van de stad. De aantrekkingskracht reikt tot ver buiten Roermond. Toch wordt ook Roermond geraakt door de ontwikkelingen in de winkelmarkt. Denk aan gewijzigd winkelgedrag van consumenten, online winkelen en recent ook corona. De kassa’s in de Roermondse binnenstad rinkelen minder vaak. Dit heeft onder andere geleid tot een leegstand in bruto vloeroppervlak (bvo) van circa 23% anno 2020. De gemeente Roermond erkent de problematiek en heeft onder andere in 2015 een ruimtelijk detailhandelsbeleid vastgesteld en in 2017 het plan Vitale Stad. De rekenkamercommissie van Roermond heeft Stec Groep gevraagd een quickscan uit te voeren naar de aanpak van winkelleegstand. Onder het titel ‘Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond’ wil Stec Groep inzichten verschaffen die direct toe te passen zijn in een vervolgaanpak winkelleegstand.
Onderzoeksvragen In het voorliggende onderzoek stelt de rekenkamercommissie Roermond de volgende vraag centraal: Doet de gemeente Roermond op basis van het ontwikkelde en vastgestelde beleid voldoende om winkelleegstand in de binnenstad te voorkomen en te bestrijden? Daarbij zijn de volgende deelvragen onderscheiden: 1. Wat is het beleid van de gemeente Roermond inzake het voorkomen en bestrijden van leegstand in het winkelgebied in de binnenstad en hoe moet dat worden beoordeeld? 2. Van welke instrumenten maakt de gemeente Roermond gebruik bij het bestrijden van de leegstand? 3. Wat zijn de actuele inzichten en eventuele best practices van de mogelijkheden die gemeenten hebben om leegstand in winkelgebieden te voorkomen en te bestrijden?
Aanpak en onderzoeksmethoden Voor de beantwoording van de vragen zijn de volgende aanpak en onderzoeksmethoden gebruikt: • Beleidsanalyse naar een groot aantal beleidsstukken zoals het ruimtelijk detailhandelsbeleid (2015), toekomstvisie Roermond (2016), economische visie Roermond (2017), programma Vitale Stad (2017) en de structuurvisie wonen Midden-Limburg (2018). Maar ook raadsinformatiebrieven en voortgangsrapportages Vitale Stad waarmee de raad tussentijds op de hoogte werd gehouden van het verloop van projecten. In bijlage 1 zijn alle bekeken documenten opgesomd. • Data-analyse naar de feitelijke ontwikkeling van winkel- en leegstand in (de binnenstad van) Roermond op basis van onderzoeksgegevens van Locatus. • Interviews met 13 betrokkenen. Dit betreffen ambtelijk betrokkenen, de portefeuillehouder, Citymanagement 1, BIZ binnenstad Roermond 2, Stichting Streetwise 3 en diverse vastgoedeigenaren. In navolgende tabel zijn de geïnterviewde personen opgenomen. Citymanagement Roermond heeft als doel het vergroten van de (economische) aantrekkelijkheid van de Roermondse binnenstad. Citymanagement Roermond zorgt ervoor dat nieuwe ontwikkelingen op gang komen, organisatorisch in goede banen worden geleid en partijen bij elkaar worden gebracht. Citymanagement Roermond is hierbij de spin in het web die partijen bij elkaar brengt.
Hoofdtaken van Citymanagement Roermond zijn winkelstraatmanagement, marketing, dataverzameling en belangenbehartiging. Citymanagement is een co-financiering van de gemeente Roermond (5/7) en de BIZ binnenstad Roermond (2/7). 2 Stichting BIZ Binnenstad Roermond (BIZ) is een samenwerkingsverband van, voor en door alle binnenstadondernemers in Roermond, binnen de zogenaamde Bedrijven Investeringszone. De BIZ richt zich op het meetbaar vergroten van de aantrekkelijkheid en kwaliteit van de Roermondse binnenstad voor ondernemers, bewoners en bezoekers. 3 Stichting Streetwise zet zich in om het vestigingsklimaat in de binnenstad verder te optimaliseren door begeleiding van (startende) ondernemers naar vestiging binnen een winkelgebied: van ondernemersplan tot locatie, van financiering tot vergunningen. De gemeente Roermond financiert stichting Streetwise met een bijdrage van € 140.000 voor twee jaar. 1
5
Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397
Tabel 1: Geïnterviewde personen Functie Wethouder voor economie, ruimtelijke ordening en volkshuisvesting Gemeente Roermond Accountmanager Economische Zaken - Gemeente Roermond Programma-adviseur Vitale Stad - Gemeente Roermond Opgavemanager Vitale Stad - Gemeente Roermond Voormalig Programmamanager binnenstad - Gemeente Roermond (nu: Clustermanager Sport & Cultuur) Voormalig Programmamanager binnenstad - Gemeente Roermond (nu: Opgavemanager Duurzame Stad) Voorzitter - BIZ Binnenstad Roermond Vice-voorzitter – BIZ Binnenstad Roermond Directeur - Citymanagement Roermond Winkelstraatmanager – Citymanagerment Roermond Mede-oprichter - Stichting Streetwise Eigenaar van een vastgoedeigenaar, actief in Roermond Eigenaar van een vastgoedeigenaar, actief in Roermond (via e-mail)
Datum 20-01-2021 13-01-2021 12-01-2021 19-01-2021 18-01-2021
18-01-2021 20-01-2021 19-01-2021 21-01-2021 23-01-2021
De namen zijn bij de rekenkamercommissie bekend. In dit onderzoek wordt een tijdscope gehanteerd van 2015-2020. Hieraan ligt ten grondslag dat in 2015 het ‘Ruimtelijk Detailhandelsbeleid 2015-2020’ is vastgesteld en bovendien binnen deze periode het programma ‘Vitale stad’ is uitgevoerd. Wel wordt bij enkele relevante vigerende beleidskaders, zoals het bestemmingsplan ‘Binnenstad Roermond’ (2013) en het integraal horecabeleid (2007), ingezoomd op de periode voor 2015-2020.
Leeswijzer U leest in het volgende hoofdstuk de onderzoeksgegevens van deze rapportage. In hoofdstuk 3 gaan we in op het toetsingskader en het normenkader. Vervolgens beantwoorden we in hoofdstuk 4 de onderzoeksvragen. In bijlage 1 wordt een overzicht weergegeven van geraadpleegde documenten. In bijlage 2 is een nadere beschrijving van instrumenten uit het toetsingskader opgenomen.
Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397
6
2 Onderzoeksgegevens Beleid omtrent aanpak winkelleegstand binnenstad Een groot aantal beleidsdocumenten en voortgangsrapportages hebben direct of indirect een relatie met de aanpak van winkelleegstand. In bijlage 1 geven we een overzicht de onderzochte documenten. We gaan in dit hoofdstuk in op een selectie van beleidsdocumenten die het meest direct een link hebben of in belangrijke mate samenhangen met de aanpak van winkelleegstand. We staan stil bij: • ‘Ruimtelijk Detailhandelsbeleid 2015-2020’ (2015) • Projectplan ‘Vitale Binnenstad Roermond’ (2017) inclusief stimuleringsregeling (2018 en 2019) • Raadsinformatiebrief Herontwikkeling voormalig V&D pand Munsterplan (2019) • Bestemmingsplan ‘Binnenstad Roermond’ (2013) • Overige relevante documenten. 2.1.1 Ruimtelijk detailhandelsbeleid 2015-2020 (2015) In het ruimtelijk detailhandelsbeleid wordt de volgende ambitie uitgesproken: “Roermond is toonaangevend op het gebied van detailhandel dankzij een sterke en evenwichtige detailhandelsstructuur die zorgt voor aantrekkingskracht en versterking van Roermond als bovenregionale koopstad. Nu en in de toekomst, blijft Roermond zich richten door een specifiek, onderscheiden en compleet aanbod voor een brede doelgroep, waarbij kwaliteit en vernieuwing voorop staan.” Het detailhandelsbeleid kent de volgende uitgangspunten: 1.
Behoud van palet van zich van elkaar onderscheidende en complementaire (boven)regionale winkelclusters en toevoeging van onderscheidende initiatieven als deze van toegevoegde waarde zijn voor de gehele detailhandelsstructuur. 2. Behoud en versterking van koppositie op het gebied van funshoppen en runshoppen door een duidelijke profilering richting de consument. 3. Roermond heeft een groot en breed winkelaanbod en maakt de stad uniek in haar soort. Dit Unique Selling Point moet worden behouden; 4. Behoud van de detailhandelsstructuur (buurt- en wijkcentra, funshoppen en runshoppen), waarbij wordt ingezet op versterking van de perspectiefrijke winkelgebieden in de zin van compactheid, concentratie en een compleet en comfortabel winkelcluster. 5. Nieuwe detailhandelsinitiatieven binnen de bestaande winkelclusters realiseren. 6. Beperken van verdere uitbreiding van verspreid winkelaanbod. Solitair aanbod consolideren en waar mogelijk inzetten op transformatie en verplaatsing naar kansrijke winkelclusters. 7. Beleving staat in de binnenstad voorop in combinatie met winkelen, horeca, dienstverlening, cultuur enzovoort. De relatie met toerisme wordt verder versterkt. Een duidelijke profilering van de binnenstad, het versterken van de synergie met het DOR en behouden van de bestaande samenwerkingsverbanden horen hier bij. 8.
Nieuwe initiatieven die vallen onder perifere detailhandel (PDV) of grootschalige detailhandel (GDV) vestigen zich binnen de bestaande clusters. Dit mag niet leiden tot vertroebeling van het cluster. Uitzonderingen kunnen zijn: PDV/GDV initiatieven van een solitaire locatie richting een PDV/GDV cluster verplaatsen. 9. Grootschalige pick-up points (afhaalpunten) hebben of krijgen een plek in bestaande winkelclusters, met uitzondering van het gebied binnen de Singelring. 10. Dat binnen de gestelde kaders nieuwe initiatieven op het gebied van blurring (branchevervaging) mogelijk moeten zijn, waarbij de hoofdfunctie behouden moet blijven ter voorkoming van vervaging. Voor de binnenstad is in het ruimtelijk detailhandelsbeleid (vastgesteld door college en gemeenteraad) de volgende strategie benoemd: a. Er wordt ingezet op een compact, compleet en comfortabel winkelcentrum.
Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397
b. c. d.
e.
7
In samenwerking met stakeholders kiezen voor een evaluatie van het huidige kernwinkelgebied en bekijken of inkrimping van het winkelgebied nodig en mogelijk is. Blijven inzetten op bereikbaarheid en parkeren en samen met ondernemers investeren in de kwaliteit van de openbare ruimte. Inzet op verdere ontwikkeling van de complete combinatie van winkelen, horeca, dienstverlening, cultuur, recreatie en evenementen waarbij beleving voorop staat. Inclusief kansen die de Maasplassen (en Roer) biedt, marketing en promotie van de stad en sterke samenwerkingsverbanden tussen betrokken partijen. De gemeente neemt het initiatief om de mogelijkheden voor het versterken van de verbinding tussen de binnenstad en DOR te onderzoeken.
Voor de binnenstad van Roermond is geen specifiek beleid voor leegstand geformuleerd in het ruimtelijk detailhandelsbeleid. Als speerpunt is onder Compacte stad opgenomen dat de gemeente actief aan de slag gaat om te komen tot geconcentreerde winkelgebieden. Met name in de binnenstad. In de uitvoeringsagenda wordt hiervoor een plan van aanpak uitgewerkt om dit doel te realiseren, met nadrukkelijk aandacht voor de aanloopstraten en leegstand. Wel is het kernwinkelgebied als kaart opgenomen. Dit kernwinkelgebied sluit aan bij bestemmingsplan ‘Binnenstad Roermond’. Zoals hierboven aangegeven, wordt ingezet op een evaluatie van het huidige kernwinkelgebied, waarbij wordt bekeken of inkrimping van het winkelgebied nodig en mogelijk is. In algemene zin wordt over leegstand binnen de gemeente in het ruimtelijk detailhandelsbeleid opgemerkt: “Daar waar leegstandseffecten problematisch zijn, kan de gemeente, samen met partners inzetten op de aanpak van leegstand door het faciliteren van transformatie naar andere ruimte-vragende functies.” 2.1.2 Vitale Stad Roermond (2017) In 2017 is het projectplan ‘Vitale Binnenstad Roermond’ vastgesteld. Dit is met een financiële bijdrage van de provincie Limburg tot stand gekomen onder het provinciale kader stedelijke ontwikkeling.
In zowel ambtelijke als bestuurlijke gesprekken is benadrukt dat winkelleegstand geen aanleiding is geweest voor het opzetten van project Vitale Stad, danwel het leegstandsbeleid vormt van de gemeente. Wel zijn een aantal concrete projecten uitgevoerd waarin is beoogd de winkelleegstand te verminderen. Inhoud In het projectplan is de volgende doelstelling geformuleerd: “Doel van dit plan is om de binnenstad toekomstbestendig te maken door intensief samen te werken aan en in de binnenstad en aantrekkelijke verbindingen te leggen met de Roermondse wijken, de Maasplassen, het DOR, en de (Eu)regio.” Het projectplan is onder te verdelen in zeven hoofdthema’s: a. Versterken kernwinkelgebied en transformatie binnenstad b. Historische stad c. Toerisme en cultuur d. Groen in de stad e. Bereikbaarheid en bezoekers f. Herinrichting openbare ruimte g. Vernieuwing stationsomgeving Het eerste hoofdthema (a) heeft directe raakvlakken met het verminderen van winkelleegstand. De overige thema’s (b t/m g) zijn in de context van winkelleegstand als randvoorwaardelijk te beschouwen bij het vergroten van de aantrekkelijkheid van de binnenstad (en op langere termijn winkelleegstand waar mogelijk te voorkomen en verminderen).
8
Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397
We gaan in navolgende tabel nader in op de behaalde resultaten bij het hoofdthema ‘Versterken kernwinkelgebied en transformatie binnenstad’. Hier zijn vijf concrete acties beoogd. Tabel 2: Actielijnen ‘Versterken kernwinkelgebied en transformatie binnenstad’ Actie 1a. Vermindering commerciële leegstand binnenstad met minimaal 7.000 m²
1b. Zichtbare opwaardering Hamstraat en verblijfsduur van winkelend publiek met 3% toegenomen 1c. Versterken vestigingsklimaat door duurzaam investeren. Minimaal 15 panden in het kernwinkelgebied 1d. Startende ondernemers en bestaande winkeliers krijgen ondersteuning via bestaand ondersteuningsaanbod
1e. Voor 7-7-2020 transformeren/herbestemmen van leegstaande panden in binnenstad naar 50 wooneenheden voor speciale doelgroepen
Resultaat Er is 8.500 m² leegstand ingevuld waardoor het beoogde doel behaald is. Om dit te bereiken is een acquisiteur ingehuurd voor hoofdzakelijk landelijke/regionale ketens en een saleskit B2B ingezet. Zo is de V&D tijdelijk ingevuld geweest door Op=Op. Hoewel leegstand op diverse plekken (tijdelijk) is ingevuld, is ook nieuwe leegstand ontstaan. In zijn totaliteit is de commerciële leegstand toegenomen (zie paragraaf 2.2). In 2020 is Streetwise ingeschakeld voor een periode van twee jaar met inzet op begeleiden en vestigen van startende (lokale) ondernemers. Er zijn boombakken gerealiseerd en de verblijfsduur is toegenomen van 38 minuten in 2016 naar 40 minuten in 2018. De pilot is in 2018 als afgerond beschouwd. Er is in totaal in 37 panden geïnvesteerd, waarvan negen met behulp van een subsidie (volgens laatste beschikbare informatie uit 3e kwartaal 2019). Twee van de vier beschikbare subsidies zijn verleend (volgens laatste beschikbare informatie uit 3e kwartaal 2019). Daarnaast zijn er vier kennisbijeenkomsten georganiseerd voor startende ondernemers. In dit project konden starters, op basis van een gedegen ondernemingsplan, 25% huursubsidie voor het eerste jaar krijgen. Ook krijgen zij extra begeleiding en coaching en andere voordelen. Citymanagement heeft hierin een uitvoerende rol. Er zijn 65 wooneenheden gerealiseerd waarmee het doel behaald is.
Volgens laatste beschikbare informatie (uit 3e kwartaal 2019) zijn er twee aanvragen goedgekeurd (project Kruisherenstraat 3 en Bergstraat 21/23), twee aanvragen zijn in behandeling en met een viertal eigenaren is de gemeente in gesprek. Via makelaardij, (digitale) nieuwsbrieven en website zijn folders met stimuleringsregelingen onder de aandacht gebracht. Van de gebudgetteerde € 0,25 miljoen is € 0,15 miljoen niet aan dit doel besteed. Van de oorspronkelijk gereserveerde middelen kon € 0,15 miljoen elders binnen het project Vitale Stad ingezet worden.
Bron: Programma Vitale Stad, 2017; Diverse voortgangsrapportages (waarvan de laatste het derde kwartaal 2019); Stec Groep, 2021.
Stimuleringsregeling Vitale Stad Een belangrijke pijler onder het programma Vitale Stad en specifiek het hoofdproject ‘Versterken kernwinkelgebied en transformatie binnenstad’ is de stimuleringsregeling (verordening vastgesteld op 6 maart 2018). Voor het behalen van de beoogde resultaten van dit hoofdproject is de stimuleringsregeling het primaire instrument. De stimuleringsregeling bestaat uit: • Stimulering van gevelverbetering: stimuleren van verbetering van de architectuur van de gevel en aansluiting van de gevel op de functie. Per pand kan subsidie worden aangevraagd voor 65% van de subsidiabele kosten en een maximum van € 30.000. • Stimulering van transformatie, verplaatsing en verduurzaming van commercieel vastgoed: o Transformatie: Eigenaren van panden in de binnenstad buiten het kernwinkelgebied worden gestimuleerd hun commercieel vastgoed om te zetten naar woningen in de doelgroepen jongeren, ouderen, gericht op zorg en woon- werklocaties. De subsidie bestaat uit 25% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 50.000. o Verplaatsing: gericht op verplaatsing van ondernemers/huurders van een winkel buiten het kernwinkelgebied naar het kernwinkelgebied. De subsidie bestaat uit 75% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 20.000.
Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397
9
o
•
Duurzame invulling: stimuleren van ondernemers, huurders of eigenaren om te investeren in commerciële panden binnen het kernwinkelgebied zodat het pand gedurende minimaal twee jaar een duurzame invulling krijgt. De subsidie bestaat uit 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 15.000. Stimuleren van het toevoegen van groen in de stad: stimuleren vergroting van het areaal structureel groen bij dak- en gevelgroen. Er is een budget van € 100.000 beschikbaar.
In de stimuleringsregeling is een kaart opgenomen waarin het kernwinkelgebied nader is afgebakend. Deze afbakening is compacter dan het kernwinkelgebied zoals opgenomen in het bestemmingsplan en ruimtelijk detailhandelsbeleid (zie onderstaande figuren). Onder andere (delen van) de Kruisherenstraat, Kloosterwandplein, Kloosterwandstraat, Bakkerstraat, Neerstraat, Grote Kerkstraat en HH Geeststraat zijn geen onderdeel (meer) van het kernwinkelgebied, maar zijn nu aanloopstraten. Figuur 1: Afbakening kernwinkelgebied stimuleringsregeling (links) en bestemmingsplan/ruimtelijk detailhandelsbeleid (rechts)
Bron: Ruimtelijk Detailhandelsbeleid, 2015; Verordening Stimuleringsregeling Binnenstad Roermond, 2018.
Op 8 januari 2019 is de stimuleringsregeling verlengd en op diverse punten gewijzigd. De belangrijkste wijzigingen zijn: • Het kernwinkelgebied is aangevuld met de horecaclusters. • Om transformatie nog verder te stimuleren is de subsidie voor transformatie uitgebreid met transformatie van commerciële vierkante meters op de verdieping(en) in het KWG. Hierbij moet worden aangetoond dat commercieel gebruik aanwezig is op de verdieping(en) met ingang van 1-10-2016 of voorafgaand leeg stond en commercieel werd gebruikt. • De subsidies voor groen en verplaatsing zijn vervallen vanwege te weinig belangstelling. 2.1.3 Bestemmingsplan ‘Binnenstad Roermond’ (2013) Het bestemmingsplan ‘Binnenstad Roermond’ is vastgesteld op 11 april 2013. Dit betekent dat er sinds vaststelling van het ruimtelijk detailhandelsbeleid, programma Vitale Stad en bijbehorende stimuleringsregeling (inclusief nadere afbakening van het kernwinkelgebied), geen algehele herziening heeft plaatsgevonden van het bestemmingsplan. De planologische mogelijkheden voor vestiging van detailhandel in de binnenstad vallen onder de plantitels ‘Centrum – 1’ en ‘Centrum – 2’ op percelen met specifieke functieaanduiding ‘detailhandel’. We constateren dat de planologische kaders niet aansluiten bij de meest recente afbakening van het
Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397
10
kernwinkelgebied. Buiten het kernwinkelgebied ligt op een groot aantal locaties de plantitel ‘Centrum – 1’, net als de plantitel ‘Centrum – 2’ met specifieke aanduiding ‘detailhandel’. Dit betekent dat detailhandel zich binnen de huidige planologische kaders kan blijven vestigen buiten het kernwinkelgebied, zowel huidige winkeliers (bestaande rechten) als nieuwe winkeliers. Een uitsterfconstructie is niet opgenomen in het bestemmingsplan. Ook is er geen veegplan of paraplubestemmingsplan actief die benutte of onbenutte planologische rechten voor detailhandel beperkt of vermindert. Op onderstaande kaart geven we een grove indicatie van bestemmingsplanmogelijkheden voor detailhandel, afgezet tegen de afbakening van het kernwinkelgebied. Figuur 2: Grove indicatie bestemmingsplanmogelijkheden detailhandel binnenstad Roermond
Bron: Gemeente Roermond (afbakening kernwinkelgebied), 2019; Stec Groep (aanduiding bestemmingsplanmogelijkheden ‘centrum – 1’ en ‘centrum – 2’ uit ‘Bestemmingsplan binnenstad Roermond’), 2021;
2.1.4 Overige relevante documenten Tot slot staan we kort stil bij overige relevante lokale en regionale beleidskaders. o
o
Nota integraal horecabeleid (augustus 2007) o In het ruimtelijk vestigingsbeleid wordt de volgende ambitie uitgesproken: “De binnenstad van Roermond gaat zich samen met het DOR komende jaren verder profileren als funshopcentrum van de regio. Tijdens het funshoppen staat beleving centraal en wordt winkelen met entertainment en eten/drinken steeds meer gecombineerd.” o Er wordt geconstateerd dat “… er de laatste jaren ook veel behoefte bestaat vanuit de horecabranche om met name de winkelstraten horecafuncties (met name winkelondersteunend) toe te voegen.” o Het beleid houdt vast aan het concentratiebeleid van de horecaclusters, maar biedt meer ruimte voor vestiging van de horeca dan in het destijds geldende bestemmingsplan is vastgelegd. Zo wordt aangegeven: “De vestigingsmogelijkheden van winkelondersteunende horeca in de winkelstraten (met name het kernwinkelgebied) kunnen worden verruimd. De primaire functie van de winkelstraat dient wel gewaarborgd te blijven.” Toekomstvisie Roermond (2016)
Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397
o
o
o
11
In de toekomstvisie is geen specifiek beleid voor winkelleegstand of detailhandel geformuleerd. De binnenstad is een van de vijf hoofdthema’s. Daarin staat onder andere benoemd: “In 2030 heeft de compacte historische binnenstad van Roermond een diverse mix van winkels, horeca, cultuur, recreatie, onderwijs, bedrijvigheid en wonen. (…) In 2030 is de binnenstad met haar historische uitstraling een uniek woonmilieu. Voor verschillende doelgroepen, waaronder jongeren en ouderen, biedt de binnenstad een prettige woonomgeving met winkels, horeca, cultuur en water en groen om de hoek. Leegstaande winkelpanden hebben nieuw leven gekregen als woning, maar ook als plek om te werken, te leren en elkaar te ontmoeten.” Economische visie Roermond (2017) o In de economische visie is geen specifiek beleid voor winkelleegstand of detailhandel geformuleerd, zo constateert Stec Groep. De binnenstad is in de economische visie een van de pijlers onder de actielijn ‘complete stad’. Daarin staat onder andere benoemd: “We houden vast aan een compacte binnenstad. Daarbinnen is er ook ruimte voor menging met niet-winkelfuncties als horeca, zakelijke dienstverlening, zorg, cultuur, onderwijs, werkgelegenheid aan huis en startups.
De opgave is om de kwaliteit van de mooie historische binnenstad te verbinden aan deze stedelijke dynamiek en multifunctionaliteit.” Regionaal beleidskader werklocaties Midden-Limburg (2018) o In het regionale vastgestelde beleidskader wordt leegstand wel gezien als probleem waar aan gewerkt moet worden, maar niet als een groot probleem gezien, zeker niet voor Roermond. Er wordt geconstateerd dat “… Het aanbod van winkelmeters en de opname ervan loopt verder uiteen: de markt wordt steeds ruimer. Er is een tweedeling tussen sterke winkelgebieden (met name bovenregionaal, regionaal en hoofdwinkelcentra lokaal) en kleinere winkelgebieden waar leegstand toeneemt en opname door nieuwe initiatieven achter blijft. Er blijft ruimte voor nieuwe initiatieven: “… Gezien de hoog dynamische ontwikkeling van de retailmarkt blijft er wel ruimte voor nieuwe plan-initiatieven. Er is enkel ruimte voor concrete initiatieven die de bestaande structuur aantoonbaar niet negatief beïnvloeden”. Ook wordt het beleid dat in de centrumgemeenten Weert en Roermond wordt gevoerd positief beoordeeld: “…In de bovenregionale en beperkt regionale centra is de uitdaging om de kernwinkelgebieden compacter te maken en overtallig winkelaanbod aan de randen te reduceren.
Met name de twee centrumgemeenten Weert en Roermond lopen in deze aanpak voorop.” Verder wordt vastgesteld “…dat er kwantitatief overaanbod is van winkelbestemmingen, dat er verborgen plancapaciteit is waardoor er maar beperkt ruimte is voor nieuwe ontwikkelingen en dat pdv-markt redelijk in evenwicht is” en dat gemeenten kansen kunnen benutten om de kwaliteit van de bestaande voorraad op peil te houden of te versterken: “… Indien zich kansen voordoen om knelpunten op te lossen, zonder forse inspanningen, kunnen deze kansen door gemeenten worden aangegrepen om de kwaliteit van de bestaande voorraad op peil te houden of te versterken”. Tot slot worden in dit rapport de harde plannen als kansrijk beoordeeld: “… In de locatiebeoordeling (zie bijlage 2) zijn deze harde plannen voor nieuwe winkelontwikkelingen als kansrijk beoordeeld. De harde plannen hebben een omvang van bijna 14.500 m² vvo, waarvan Jazz City ruim 13.000 m² vvo inneemt (Fase 1 is gerealiseerd). Ook wordt opgemerkt dat van de overige harde plannen - op Broekhin 2 Zuid en een resterend kavel op het DOR – nog niet bekend is hoeveel m2 vvo hier gepland worden”. o Naast het centrum van Roermond, hebben het centrum van Weert, het Designer Outlet Roermond, Huis- en Tuinboulevard, Vrijveld en het Retailpark in Roermond een bovenregionale functie.
Deze gebieden hebben een prioritaire positie bij het accommoderen van (boven) regionale bedrijven. o In het beleidskader zijn de volgende afspraken opgenomen die relevant zijn voor de winkelfuncties in de binnenstad van Roermond: o Het creëren van balans door het opvangen van nieuwe initiatieven in de bestaande voorraad, het inventariseren van de status in de bestemmingsplannen, het creëren van voorzienbaarheid op basis van het beleidskader en de visiekaart, het weg bestemmen van verspreide vestigingen - met jaarlijkse prioritering - op basis van de regionale monitor werklocaties en regionale afstemming bij nieuwe initiatieven (ook uitbreiding van bestaande locaties) indien > 1.000 m² bvo. o Er is een proef afgesproken voor dynamisch voorraadbeheer. Bij een nieuw initiatief dient er gesaldeerd te worden (in ruil hiervoor wordt evenredig reële plancapaciteit geschrapt of
Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397
o
o
o
o
4
12
programma onttrokken (door sloop of transformatie). In het regionaal BO wordt besloten over wenselijkheid en voorwaarden. Er is afgesproken dat deze proef na 1 jaar wordt geëvalueerd. o Er is ruimte voor kleine winkelinitiatieven tot 60 m². Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018-2021 (2018) o Transformatie van vastgoed is als een van de vijf opgaven benoemd voor de regio: “Transformatie van leegstaand vastgoed heeft de voorkeur boven nieuwbouw op uitbreidingslocaties. (...)Door transformatie kunnen kleinere woningen worden gerealiseerd. Deze woningen zijn geschikt voor één of tweepersoons huishoudens. Aan dit type woningen is behoefte. (…) Plannen voor de transformatie van commercieel vastgoed binnen centrumbestemmingen nemen toe. (…) De planvoorraad voor woningen neemt hiermee toe. (…) Dit heeft wel tot gevolg dat er extra andere plannen dienen te worden geschrapt.” o In de structuurvisie wordt verwezen naar het woningmarktonderzoek (2018) waarin de kwantitatieve woningbehoefte voor gemeente Roermond in de periode 2018-2030 wordt geraamd op 1.838 woningen. Binnen deze kwantitatieve woningbehoefte neemt de groep oudere huishoudens (>65 jaar) sterk toe (+2.669), tegenover afname van huishoudens in de middelgroep (30-65 jarigen, -528) en jongere huishoudens (tot 30 jaar, -303).
o De structuurvisie gaat niet in op de kwalitatieve vraag naar stedelijk wonen (zoals in de binnenstad) en programmering op deze locaties. Visie en Actieprogramma Recreatie en Toerisme Midden-Limburg (2019) o In de regio zijn de volgende drie ambities voor 2030 uitgesproken: “(1) We kunnen ons meten met het beste aanbod en de beste belevingen op drie sterke productverhaallijnen, (2) Onze sector verblijfsrecreatie is en blijft vitaal, (3) We groeien met minimaal twee procent in toeristische bestedingen per jaar.” o De kwaliteiten van de binnenstad van Roermond worden, naast het Waterfront en de Designer Outlet, gezien als motor voor een langer verblijf in de regio. De binnenstad wordt steeds beter verbonden met de Maas en de Maasplassen erachter om verblijf en beleving te stimuleren. Raadsinformatiebrief Herontwikkeling voormalig V&D-pand Munsterplein (2019) o Gemeente Roermond heeft op 27 maart 2019 een omgevingsvergunning verleend voor het herindelen van de bestaande winkelruimte in het voormalig V&D-pand aan het Munsterplein tot kleinere winkelunits. Daarnaast worden bestaande gevels vervangen, waarbij de bestaande arcade (onderdoorgang) bij het gebouw wordt betrokken. Parallel wordt beoogd te voorzien in een gedeeltelijke horeca-invulling van de zuidelijke rand van het Munsterplein.
In de Raadsinformatiebrief op 27 maart 2019 wordt geconstateerd: “Het Munsterplein is het meest centrale plein van de binnenstad en het plan voor het V&D-pand biedt nú de kans om het kernwinkelgebied vitaal en toekomstbestendig te houden.” o Op basis van de meest recente informatie uit de pers 4 ontwikkelt de ontwikkelaar plannen voor invulling van de plint (de begane grond) met horeca en woonfuncties daarboven. Concept Omgevingsvisie Roermond (nog niet definitief vastgesteld, 15 april 2020), relevante passages: o “Roermond is een stad van drie trekkers: binnenstad, stedelijke Maasplassen en DOR. (…) We willen de onderlinge kruisbestuiving stimuleren zodat de stad er als geheel beter van wordt. We willen mensen langer laten verblijven in Roermond.” (…) “De onderlinge verbindingen zijn beperkt en een opwaardering is noodzakelijk.” o “We willen de binnenstad versterken door ruimte te bieden aan horeca, cultuur en ontspanning. We werken aan een nieuwe mix van aantrekkelijke functies waarin retail nog steeds een belangrijke rol blijft behouden. De dynamiek in de retail blijft ook de komende periode nog groot. We zien nu al in toenemende mate leegstand ontstaan, waardoor die mix van functies het uitgangspunt wordt. Dit betekent ook dat er een transformatieopgave van detailhandel is naar andere functies zoals wonen, ambachtelijke bedrijvigheid en dienstverlening.
We willen het huidige aanbod in cultuur, erfgoed en archeologie beter ontsluiten en blijvend in stand houden.” (…) “We willen de woonfunctie in de binnenstad versterken, bovendien pakken we daarmee transformatie van leegstaand vastgoed aan”.
De Limburger, 22 januari 2021, zie: https://www.limburger.nl/cnt/dmf20210122_96669160
Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397
o
o
13
“De beleving en levendigheid willen we versterken door evenementen passend bij de verschillende plekken van de stad aan te trekken. Deze evenementen passen bij voorkeur bij het profiel van de drie trekkers. Verder willen we een aantrekkelijk beleid voor horeca voeren. We stimuleren ondernemers om gebruik te maken van de ruime openingstijden. Dit zorgt voor meer reuring en levendigheid in de binnenstad. (…) We staan open voor nieuwe vrijetijdsvoorzieningen. Een voorbeeld daarvan is een dagattractie die aansluit op het profiel als historische, retail en leisure stad.” “Ook de binnenstad van Roermond kent leegstand. Daarom zetten we in op het aantrekken en stimuleren van nieuwe ondernemers en faciliteren we functieverandering van leegstaande panden, waarbij we ondermeer ook bekijken hoe een herziening van het parkeerbeleid hier een bijdrage aan kan leveren. In het kernwinkelgebied blijft de winkelfunctie op de begane grond het belangrijkste.”
Voor de overige relevante beleidsdocumenten zoals hierboven opgesomd wordt samengevat ingegaan op het versterken van de binnenstad en haar unieke kwaliteiten. Deze documenten zijn van belang voor de context waarin Roermond en de binnenstad zich bevinden. Ze sturen echter niet aan op specifiek leegstandsbeleid. Uitzondering daarop is de Omgevingsvisie die daartoe een aanzet doet. Daarin is het concrete voornemen opgenomen om functieverandering van leegstaande panden te faciliteren. Ook is de ambitie opgenomen om de woonfunctie in de binnenstad te versterken en daarmee transformatie van leegstaand vastgoed aan te pakken.
Data-analyse ontwikkeling winkelleegstand- en aanbod Leegstand fors boven gezond frictieniveau, negatieve spiraal sinds 2012 In de binnenstad van Roermond staat anno 2021 23,5% van het winkelvloeroppervlak leeg (zie navolgende figuren). In totaal is dit ruim 17.500 m² verdeeld over 108 verkooppunten. Hierdoor staat grofweg één op de vijf (winkel)panden leeg. Daarmee ligt de winkelleegstand ver boven een gezond frictieniveau van 5 á 6% dat nodig is voor een goed functionerende winkelmarkt. Er is sprake van een negatieve spiraal die is ingezet vanaf 2012, waarin de winkelleegstand elk jaar toenam (op de jaren 2017 en 2019 na). De leegstand taxeren we als zeer fors. Ten opzichte met centrale winkelgebieden in vergelijkbare gemeenten 5 is de leegstand zowel in verkooppunten (referentie: 14%) als winkelvloeroppervlak (16,1%) sterk bovengemiddeld. In vergelijking met andere Limburgse steden zoals Sittard-Geleen, Weert en Heerlen, heeft Roermond niet alleen het hoogste leegstandspercentage, maar is deze ook het hardst gestegen 6. Figuur 3: Leegstandspercentage binnenstad Roermond
Gemeenten met 50-100.000 inwoners: Almelo, Assen, Bergen op Zoom, Gouda, Helmond, Hoorn NH, Lelystad, Oosterhout NB, Oss, Roosendaal, Veenendaal, Zutphen. (Bron: Raadsinformatiebrief Retailsituatie binnenstad Roermond, 9 april 2020) 6 Bron: ‘Raadsinformatiebrief retailsituatie binnenstad Roermond’, d.d. 9 april 2020. 5
14
Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397
Bron: Locatus, 2010-2021.
Figuur 4: Ontwikkeling leegstand binnenstad (in winkelvloeroppervlak) 20000
17527
18000
15991
16000
13399
14000
11705
12000 10000
12906
12217
8824
8000 6000 4000 2000 0 2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
Bron: Locatus, 2015-2021; bewerking Stec Groep, 2021.
De toename van winkelleegstand is te verklaren vanuit het sluiten van winkels door faillissementen, afschaling van landelijke ketens en gebrek aan opvolging. Daarbij drukt het leegstaande pand van V&D sterk op de leegstand, inclusief de negatieve uitstralingseffecten van het verlies van deze trekker. De ontwikkeling van de winkelleegstand moet hoofdzakelijk in breed perspectief worden beschouwd, waarbij externe factoren zoals veranderende bestedingspatronen en consumentengedrag een belangrijke bijdrage leveren. Vrijwel alle middelgrote binnensteden zijn de afgelopen tien jaar geconfronteerd met winkelleegstand. Ook Roermond is hier niet aan ontkomen. Dit laat onverlet dat de leegstandssituatie in de binnenstad van Roermond nijpender is dan elders. Enerzijds speelt hier de perifere ligging van Roermond mee, anderzijds beschikt Roermond over een zeer ruim winkelaanbod met diverse concurrerende grootschalige clusters zoals het Retailpark Roermond en Designer Outlet Roermond 7. Deze winkelgebieden versterken de aantrekkingskracht van Roermond als koopstad en hebben deels een ander bezoekmotief. Tegelijkertijd geldt in het bijzonder voor het Retailpark Roermond dat dit in branchering concurreert met de binnenstad (mode & luxezaken uitgezonderd).
Hoewel er op het Retailpark Roermond enkel planologische mogelijkheden zijn voor grootschalige detailhandel (minimaal 1.000 m² bvo) en de fysieke en vastgoedmogelijkheden in de binnenstad hiervoor beperkter zijn, zijn retailers die een grootschaliger oppervlakte zoeken door alternatieve mogelijkheden op het Retailpark onvoldoende gestimuleerd om mogelijkheden ook in de binnenstad te realiseren, bijvoorbeeld door het samenvoegen van units. Juist in het kernwinkelgebied nam de winkelleegstand fors toe Gemeente Roermond zet in haar beleid in op concentratie van winkelvoorzieningen in het kernwinkelgebied en afname van de winkelfunctie in de aanloopstraten. Uit leegstandsgegevens blijkt dat in de periode 2015-2021 juist de leegstand in het kernwinkelgebied verviervoudigde. In de aanloopstraten nam de leegstand van 2015 op 2016 flink toe, maar daalde de leegstand in 2021 naar een nagenoeg gelijk niveau als in 2015. Binnen het kernwinkelgebied is de winkelleegstand het sterkst toegenomen aan het Munsterplein (+2.598 m², hoofdzakelijk V&D-pand). Daarna volgen de Hamstraat (+882 m²), Graaf Gerardstraat (+784 m²), Steenweg (+393 m²) en Neerstraat (+382 m²). In de Schoenmakerstraat (-591 m²) en Varkensmarkt (-202 m²) nam de winkelleegstand juist iets af. Al met al concluderen we dat de winkelleegstand wijdverspreid in het kernwinkelgebied toeneemt.
De binnenstad van Roermond staat daarmee voor een opgave die toeziet op verminderen van leegstand in een groot aantal delen van de binnenstad. Dit vraagt om een integrale aanpak. 7 Contractueel is vastgelegd onder welke (outlet) branches onder welke voorwaarden vertegenwoordigd mogen zijn. Het gaat in hoofdzaak om de branche mode & luxe.
15
Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397
Figuur 5: Leegstand in kernwinkelgebied en aanloopstraten (in m² wvo) 14000 12000 10000 8000 6000 4000 2000 0 2015
2016
2017
2018
Kernwinkelgebied
2019
2020
2021
Aanloopstraten
Bron: Locatus, 2015-2021; bewerking Stec Groep, 2021.
Tabel 3: Leegstand in kernwinkelgebied op straatniveau (in m² wvo) Bergstraat Brugstraat Graaf Gerardstraat Hamstraat Kloosterwandstraat Markt Marktstraat Munsterplein Neerstraat Paredisstraat Roersingelpassage Schoenmakersstraat Steenweg Varkensmarkt Totaal
2015 0 125 0 331 150 165 0 86 418 0 80 252 848 400 2.855
2016 0 0 515 409 240 245 0 249 136 0 440 705 0 763 3.702
2017 0 66 0 802 240 415 195 194 95 0 207 780 45 575 3.614
2018 0 291 135 1.631 240 400 50 150 34 55 153 728 0 155 4.022
2019 538 0 150 2.060 0 327 240 21 835 234 158 594 340 110 5.607
2020 63 153 617 2.094 190 548 124 3.099 970 0 461 272 340 484 9.415
2021 63 156 1.266 2.502 329 565 124 3.643 1.155 0 595 228 661 373 11.660
2015-2021 63 31 1.266 2.171 179 400 124 3.557 737 0 515 -24 -187 -27 8.805
Bron: gegevens gemeente Roermond, 2016-2020; bewerking Stec Groep, 2021.
Het winkelaanbod neemt zowel in het kernwinkelgebied als overige deel van de binnenstad af Het beleid van de gemeente Roermond zet in op concentratie en versterking van winkels in het kernwinkelgebied en vermindering van winkelaanbod daarbuiten. We constateren dat in de periode 20152021 zowel binnen het kernwinkelgebied (minus 11.185 m² winkelvloeroppervlak) als het overig deel van de binnenstad (minus 2.947 m² winkelvloeroppervlak) het winkelaanbod is afgenomen. Opvallend daarbij is dat de afname in het kernwinkelgebied bijna vier keer groter was dan buiten het kernwinkelgebied.
16
Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397
Figuur 6: Ontwikkeling winkelaanbod in kernwinkelgebied en overige binnenstad 45000
42006
41437
41435
38594
40000
36962 33371
35000
30821
30000 25000 20000 15000 10000
9648
8922
8720
8307
8079
6812
6701
5000 0 2015
2016
2017
Winkelaanbod kernwinkelgebied
2018
2019
2020
2021
Winkelaanbod buiten kernwinkelgebied (in binnenstad)
Bron: Locatus, 2015-2021; bewerking Stec Groep, 2021.
Afname van branches mode & luxe en vrije tijd in binnenstad, tegenover flinke stijging in DOR In de binnenstad van Roermond vormen de recreatieve winkelbranches ‘mode & luxe’ en ‘vrije tijd’ het grootste deel van het winkelaanbod. We vergeleken de ontwikkeling van deze vierkante meters in de binnenstad ten opzichte van andere winkelgebieden in Roermond. Daarin valt op dat in vrijwel alle winkelgebieden het winkelaanbod in deze branches relatief stabiel is gebleven. Een grote uitzondering daarop is het DOR, waar het winkelaanbod ‘mode & luxe’ en ‘vrije tijd’ sterk toenam met ruim 6.700 m² wvo. Daarnaast was op het Retail Park sprake van grote verschuivingen in vierkante meters aanbod door tijdelijke sluiting van De Vrijbuiter en daarna gedeeltelijke invulling door Decathlon en doorstart van Vrijbuiter. Ook heeft formule Action zich gevestigd op het Retailpark. Tabel 4: Ontwikkeling winkelaanbod branches ‘mode/luxe’ en ‘vrije tijd’ naar winkelgebied Binnenstad Roermond Centrum Herten Centrum Swalmen Godsweerdersingel Kapellerlaan Maasniel Nassaustraat Overig Herten Overig Roermond Overig Swalmen Retail Park Roermond Roermond Designer Outletcenter Winkelcentrum Donderberg
2015 36.268 300 500 280 70 274 1.645 225 2.175 200 15.775 24.433
2016 36.098 275 455 280 70 274 1.376 225 2.175 200 15.775 23.316
2017 31.278 275 305 280 70 392 1.376 225 2.175 200 15.775 23.653
2018 30.672 300 370 280 70 365 1.376 270 2.658 200 16.455 26.931
2019 30.739 300 446 248 70 310 1.376 270 2.658 200 6.555 29.127
2020 28.512 300 446 248 70 310 1.376 270 3.544 200 11.205 29.222
2021 27.150 300 360 248 70 300 1.321 2.991 180 14.520 31.157
2015-2021 - 9.118 0 - 140 - 32 0 + 26 - 324 - 225 + 816 - 20 - 1.255 + 6.724
320
322
387
442
397
332
332
12
Bron: Locatus, 2015-2021; bewerking Stec Groep, 2021.
Naar verwachting neemt de winkelleegstand verder toe de komende jaren Door de verwachte economische gevolgen van de coronacrisis en versneld veranderend consumentengedrag neemt de leegstand de komende jaren eerder toe dan af, ook in de binnenstad van Roermond. PBL (december 2020) gaat uit van een toename van 40% winkelleegstand. Stec Groep (2020) deed onderzoek naar de impact van de coronacrisis en gaat uit van drie scenario’s variërend van 10% tot 40%. De potentiële toenemende leegstand wordt van verschillende fronten gestuwd:
Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397
•
•
•
17
Sluiting van winkels door een algehele onder druk staande winkelmarkt, vergrijzing van het lokale winkeliersbestand en verdere digitalisering (online) waar een deel van de detailhandel onvoldoende op inspeelt. Dit is een structurele trend. Sluiting van horeca door fors omzetverlies en gebrek aan perspectief, waarbij de markt zich in een periode van drie tot vijf jaar weer herstelt, gestoeld op blijvende behoefte aan ontmoeten, recreëren en innovatie in de markt. Dit is een tijdelijke trend. Sluiting van diensten zoals kappers door fors omzetverlies en gebrek aan perspectief. Ook dit is hoofdzakelijk een tijdelijke ontwikkeling, waarbij potentieel een deel van de ondernemers versneld thuisactiviteiten ontplooit.
In een negatieve opstapeling van leegstand die niet enkel vanuit de winkelmarkt komt zoals de afgelopen tien jaar, maar ook uit andere commerciële activiteiten in de binnenstad zoals horeca en diensten, schuilt een groot potentieel risico in negatieve imagovorming en daarmee afwaardering van de binnenstad als geheel. De leegstandsopgave blijft de komende jaren daarmee zeer urgent.
Lessen voor leegstandsaanpak gemeente Roermond 20.397
18
3 Toetsings- en normenkader Toetsingskader Het toetsingskader geeft een overzicht van instrumenten die de gemeente ter beschikking staan om te gebruiken in haar aanpak van de problematiek van de winkelleegstand 8. We richten ons hier op instrumenten die een directe relatie hebben met leegstandsbestrijding. Gelet op het grote belang van randvoorwaardelijke instrumenten (zoals openbare ruimte, bereikbaarheid, marketing, gevelaanpak, et cetera) voor de aantrekkelijkheid, toekomstbestendigheid en langeretermijnperspectieven voor de binnenstad van Roermond staan we hier later in het hoofdstuk ook bij stil. In het toetsingskader zijn de instrumenten ingedeeld in vier typen: visie/beleid, planologisch-juridische, financiële en overige instrumenten. Per instrument is weergegeven of deze is ingezet door de gemeente Roermond en wat het resultaat is (indien inzichtelijk te maken). In bijlage 2 is per instrument een omschrijving gegeven van de inhoud van het betreffende instrument. Tabel 5: Toetsingskader Visie/beleid Instrument Gemeentelijk detailhandelsbeleid
Inzet Ja
Centrumvisie of gebiedsvisie Regionaal detailhandelsbeleid Gemeentelijke structuurvisie
Nee Nee Nee
Programmatische aanpak leegstand
Nee.
Duiding/resultaat Het ruimtelijk detailhandelsbeleid 2015-2020 (zie paragraaf 2.1.1) zet in op behoud van de huidige structuur en behoud van een groot en breed winkelaanbod als Unique Selling Point. Nieuwe winkelinitiatieven dienen zoveel mogelijk te landen binnen de huidige structuur. Voor de binnenstad wordt ingezet op een compact winkelgebied. Het kernwinkelgebied uit het bestemmingsplan (2013) wordt gehandhaafd en de ambitie wordt uitgesproken het kernwinkelgebied te evalueren en te bekijken of inkrimping nodig en mogelijk is. Er is geen specifiek beleid geformuleerd voor winkelleegstand. In algemene zin wordt over leegstand binnen de gemeente in het ruimtelijk detailhandelsbeleid opgemerkt: “Daar waar leegstandseffecten problematisch zijn kan de gemeente, samen met partners, inzetten op de aanpak van leegstand door het faciliteren van transformatie naar andere ruimtevragende functies”. Niet ingezet Niet ingezet De meest recente structuurvisie is vastgesteld op 29 maart 2001 en wordt daarmee niet als actueel beschouwd. Er is geen specifiek programma opgesteld voor bestrijding van winkelleegstand. Wel zijn in het programma Vitale Stad (zie hoofdstuk 2.1.2) diverse acties ingesteld waarin is beoogd leegstand te verminderen. De stimuleringsregeling en acquisitieinspanningen zijn daarbij belangrijke instrumenten. De resultaten hiervan zijn beschreven in tabel 2 (pagina 8).
Op verzoek van de Rekenkamercommissie wordt daarbij als basis het Platform31-rapport (2014) ‘Winkelgebied voor de toekomst’ gehanteerd. Daarbij worden instrumenten beschouwd waar de gemeente primair aan zet is. Instrumenten die primair worden ingezet door stakeholders (zoals huurverlaging, samenvoegen van units, et cetera) worden buiten beschouwing gelaten. Gelet op de actualiteit van de rapportage zijn instrumenten toegevoegd op basis van actuele inzichten, waaronder rapportage ‘Lokale transformatie in beeld, wat werkt wel en wat werkt niet?’ van de Retailagenda (2020) en onderzoek van Stec Groep ‘Naar vitale winkelcentra: toekomstperspectief in crisistijd’ (2020) naar detailhandelsbeleid en transformatie onder 123 gemeenten.