Programmabegroting 2024 (digitaal)
Tekst van het document
2023
OZB eigenaren woningen
0,1194% van de WOZ waarde
0,1121 % van de WOZ waarde
OZB eigenaren niet woningen
0,2382% van de WOZ waarde
0,2237 % van de WOZ waarde
OZB gebruik niet-woningen
0,2025% van de WOZ waarde
0,1901 % van de WOZ waarde
Afvalstoffenheffing
€ 298,40
€ 295,97
Rioolheffing
€ 196,80
€ 183,55
De gemiddelde lastendruk voor woningeigenaren stijgt in 2024, bij een (gemiddelde) woningwaarde van € 279.800, voor een huishouden tot een bedrag ad € 829,28 ten opzichte van € 793,18 in 2023. Dit is een procentuele stijging van 4,6% ten opzichte van 2023.
Belastingdruk 2024
€ 829,28
Belastingdruk 2023
€ 793,18
Stijging belastingdruk t.o.v. 2023 inclusief prijsindex
4,6%
Loon/prijsindex 2024
3,90%
Stijging belastingdruk t.o.v. 2023 excl. prijsindex
0,7%
PROGR AMMABEGROTING 2024
69
Belasting- en legesopbrengsten De tarieven van de OZB worden berekend op basis van de totale opbrengst onroerende zaakbelasting en de waarde van de objecten. De uitgangspunten daarbij zijn hierboven beschreven. Dat geldt ook voor de tarieven van de rioolheffing en afvalstoffenheffing. Het
voorstel is om de overige tarieven trendmatig aan te passen met de in de kadernota aangegeven prijsindex. Voor 2024 betekent dit een verhoging van de tarieven met 3,9%. Daarnaast wordt voor de OZB vanaf 2024 naast de index een extra opslag van 2,5% gehanteerd. De belasting- en legesopbrengsten worden meerjarig als volgt geraamd over de jaren 2024 - 2027:
Belastingbaten (bedragen x € 1.000)
MJB 2024
MJB 2025
MJB 2026
MJB 2027
Onroerende Zaakbelasting
eigenaar woningen
10.057
10.528
11.024
11.295
eigenaar niet-woningen
4.545
4.759
4.983
5.106
gebruiker niet-woningen
3.347
3.505
3.669
3.759
Afvalstoffenheffing
8.452
8.465
8.542
8.539
Rioolheffing
6.101
6.373
6.489
6.611
BIZ-belasting
750
750
750
750
Toeristenbelasting
1.244
1.304
1.367
1.523
Lijkbezorgingsrechten
272
272
272
272
Leges WABO
1.606
1.606
1.606
1.606
Havengelden
468
468
468
468
Marktgelden
114
114
114
114
Precario
324
324
324
324
Leges
694
694
694
694
3.927
3.927
3.927
3.927
41.901
43.089
44.229
44.988
Parkeren
(incl.parkeernaheffingen)
Totale Belastingbaten
Voor het onderbouwen van tarieven is in het BBV bepaald, dat de gemeente hiervoor extracomptabel een berekening wordt geacht te geven over de mate van kostendekkendheid. De berekening zelf is niet expliciet voorgeschreven, maar wel dat de wijze van toerekening op een consistente wijze moet worden toegepast. De berekening moet vervolgens worden aangevuld met een inhoudelijke toelichting over de totstandkoming van de tarieven en de beleidskeuzes die daaraan ten grondslag liggen.
Uit oogpunt van transparantie is in de toelichting op het Wijzigingsbesluit vernieuwing BBV voorgeschreven dat deze toelichting niet alleen op het niveau van de verordeningen moet plaatsvinden. Dit dient tevens plaats te vinden op een meer gedetailleerd niveau, zijnde de onderliggende hoofdstukken of onderdelen. Ook de mate van kruissubsidiëring tussen de hoofdstukken of onderdelen binnen een verordening en binnen de hoofdstukken of onderdelen, moet worden toegelicht. Bij de onderdelen riolering en afval is een overzicht opgenomen van de geraamde lasten en baten en in welke mate de tarieven kostendekkend zijn.
PROGR AMMABEGROTING 2024
70
4.2 Paragraaf Weerstandsvermogen & risicobeheersing Inleiding Deze paragraaf gaat in op het gemeentelijk weerstandsvermogen. We kijken naar de betekenis van risico’s en de beheersing hiervan gezien vanuit de begroting 2024. In het coalitieakkoord 2022-2026 is een aantal hoofdlijnen en uitgangspunten geschetst voor het financieel beleid van de komende jaren. Uitgangspunt is een structureel in evenwicht zijnde meerjarenbegroting, waarin structurele lasten gedekt worden door structurele baten. Het realiseren van ambities kost niet per definitie geld. Als dat wel het geval is, vinden wij binnen de begroting ruimte om die ambities te realiseren zonder te tornen aan de gestelde eisen. Er wordt gezocht naar een nieuwe balans tussen ambities, taken, voorzieningenniveau/ dienstverlening en lasten. Daarbij wordt in samenhang gekeken naar oplossingsrichtingen binnen de volgende vier sporen: • Beperking van lasten/uitgaven; • Verhoging van inkomsten; • Reductie kosten bedrijfsvoering; • Aanpassing financiële regels. In de afgelopen jaren werd in deze paragraaf ook verwezen naar de onzekerheden die gepaard gingen met de coronapandemie.
Sinds de vorige begroting zijn die onzekerheden enorm toegenomen, een pandemie waarvan de effecten nog doorwerken, een oorlog in Europa, waarbij onder andere sprake is van handelsconflicten en -boycotten, leveringsonzekerheid en extreme prijsstijgingen, en vraagstukken die binnen onze samenleving de nodige spanningen opleveren, zoals de aanpak van de stikstofcrisis en de opvang van vluchtelingen. Op rijksniveau zijn maatregelen getroffen om de gevolgen voor burgers en bedrijven te beperken, zoals de verhoging van het minimumloon en de AOW-uitkering, het instellen van prijsplafonds voor energieprijzen, het beschikbaar stellen van een eenmalige energietoeslag voor de meest kwetsbare groepen, het beschikbaar stellen van gelden om energiemaatregelen te treffen etc. Een aantal van deze maatregelen loopt binnenkort af. Het kabinet heeft aangekondigd bij de Miljoenennota te komen met aanvullende maatregelen om de groei van het aantal huishoudens dat in armoede leeft tegen te gaan. In aanvulling op de rijksmaatregelen heeft de gemeenteraad van Roermond, op voorstel van ons college, extra middelen beschikbaar gesteld via een Lokaal Fonds Aanpak Energiearmoede. Hiervoor is ondertussen een bedrag van € 3,3 miljoen vrijgemaakt.
Dit Fonds biedt de gemeente de mogelijkheid om aanvullende en noodzakelijke ondersteuning te bieden aan burgers, lokale ondernemers en maatschappelijke organisaties.
Uiteraard hebben bovenstaande ontwikkelingen, los van het beschikbaar stellen van middelen via het Fonds, ook invloed op de financiële positie van de gemeente. Bij het opstellen van het risicoprofiel is daarmee rekening gehouden.
Opbouw paragraaf De paragraaf bestaat uit de volgende onderdelen: 4.2.1 het gemeentelijke beleid inzake de weerstandscapaciteit en de risico’s; 4.2.2 een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; 4.2.3 een inventarisatie van de risico’s; 4.2.4 een toelichting op relevante risico’s; 4.2.5 financiële kengetallen; 4.2.6 gemeentelijk beleid inzake weerstandscapaciteit en risico’s.
4.2.1
Het gemeentelijke beleid inzake de weerstandscapaciteit en de risico’s
De basis voor de paragraaf weerstandsvermogen ligt opgesloten in de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen (uit 2012). Een actualisatie van deze nota is in voorbereiding. Bij het stellen van de kaders heeft de raad uitgesproken dat onze gemeente geen risicomijdende gemeente mag zijn; het risico moet aanvaardbaar zijn voor het doel waarvoor het wordt gelopen. Risicomanagement is structureel verankerd in het bestuurlijk besluitvormingsproces. In het format van college- en raadsvoorstellen is de risicoparagraaf een verplicht onderdeel. Jaarlijks wordt als onderdeel van de planning- en control cyclus in de programmabegroting, de bestuursrapportage en de jaarverantwoording aandacht besteed aan de risico’s in relatie tot de aanwezige weerstandscapaciteit. Bij de vaststelling van de begroting 2022 heeft de gemeenteraad (nieuwe) kaders gesteld ten aanzien het (gewenste) niveau van het weerstandsvermogen en de minimale omvang van de algemene reserve.
PROGR AMMABEGROTING 2024
71
Concreet zijn daarbij de volgende uitgangspunten vastgesteld: • Voor het weerstandsvermogen wordt aangesloten bij de kwalificatie “ruim voldoende”, hetgeen inhoudt dat de weerstandsratio zich bevindt tussen 1,4 en 2,0; • De gewenste omvang van de minimumpositie van de algemene reserve en het weerstandsvermogen wordt gekoppeld aan een gekwantificeerde risicoanalyse.
Uitgangspunt is, dat bestemmingsreserves niet worden gekwalificeerd als incidentele weerstandscapaciteit. De gemeenteraad kan op basis van een heroverweging besluiten om (een deel) van een reserve over te hevelen naar de algemene reserve, waarna deze meegenomen kan worden in de berekening van de weerstandscapaciteit. De betekenis die stille reserves hebben voor de gemeentelijke weerstandscapaciteit blijkt in de praktijk beperkt en zijn daarom, conform de gedragslijn van afgelopen jaren, ‘PM’ opgenomen in onderstaand overzicht.
Daarnaast heeft de gemeenteraad een norm van minimaal 20% gesteld voor de solvabiliteitsratio. Deze ratio geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen en het balanstotaal.
De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit: 1. Onvoorzien structureel; 2. Structurele begrotingsruimte. Bij het bepalen van de mogelijkheden tot belastingheffing die een gemeente heeft wordt het zogenoemde belastingpakket gehanteerd. Dit betreft de ramingen aangaande de onroerendezaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en rioolheffingen. De onbenutte belastingcapaciteit is de ruimte die een gemeente heeft tot aan het niveau dat de gemeente zou moeten heffen om voor toelating van een zogenaamde artikel 12 aanvraag bij het gemeentefonds in aanmerking te komen.
4.2.2
Inventarisatie weerstandscapaciteit
De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen die kunnen worden ingezet om financiële tegenvallers op te vangen. In het Gemeenschappelijk financieel Toezichtkader Gemeenten 2020 is een algemeen kader geschetst hoe provincies in het kader van hun toezichtstaak bij de oordeelsvorming aan het begrip weerstandscapaciteit invulling geeft.
Ten aanzien van de post onvoorzien hanteert onze gemeente het standpunt dat er slechts een marginaal bedrag wordt opgenomen (omdat dit een verplichte uitgaaf is op grond van het BBV). Wij hanteren als uitgangspunt dat (onvoorziene) tegenvallers binnen de overige budgetten van de begroting moeten worden opgevangen.
De weerstandscapaciteit is te onderscheiden in een incidentele en een structurele component.
Voor het bepalen van het structurele begrotingssaldo, dat kan worden ingezet voor het opvangen van (structurele) financiële tegenvallers, wordt aansluiting gezocht met het overzicht structureel en reëel begrotingsevenwicht, zoals dat is opgenomen in de toelichting op de financiële positie (hoofdstuk 2).
De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit: 1. Algemene reserve; 2. Onvoorzien incidenteel; 3. Stille reserves; 4. Incidentele begrotingsruimte.
(bedragen x € 1.000)
Op basis van bovenstaande uitgangspunten kan de weerstandscapaciteit voor 2024 en volgende jaren als volgt worden berekend:
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Incidentele weerstandscapaciteit: Algemene reserve (incl. claim SD)
48.403
44.963
42.038
42.038
Stille reserves
0
0
0
0,00
Ruimte in begroting (incidenteel)
-35
0
0
0
Totale incidentele weerstandscapaciteit 48.368 44.963 42.038 42.038 Structurele weerstandscapaciteit: Onvoorzien structureel
1
1
1
1
Ruimte in begroting (structureel)
1.042
6.080
-47
806
Totale structurele weerstandscapaciteit
1.043
6.081
-46
807
Totaal weerstandscapaciteit
49.411
51.044
41.992
42.845
PROGR AMMABEGROTING 2024
72
4.2.3 Inventarisatie van risico’s Tegenover de weerstandscapaciteit staan een aantal risico’s, die niet (geheel) gedekt zijn en van substantieel belang (kunnen) zijn om de financiële positie van de gemeente (meerjarig) te kunnen beoordelen. In onderstaand overzicht worden de belangrijkste risico’s naar categorie samengevat. Verder in deze paragraaf worden deze risico’s toegelicht. Bij de bepaling van de omvang van het risico is rekening gehouden met de kans dat het risico zich voordoet (laag, midden, hoog). Voor ieder risico is een inschatting gemaakt van de financiële impact dat met het risico gemoeid is. Voor het bepalen van het risicobedrag is deze impact afgezet tegen een inschatting
Omschrijving risico’s (bedragen x € 1.000)
van de kans dat dit risico zich voordoet. Daarbij worden ook 3 klassen gehanteerd (laag, midden, hoog). Conform de gedragslijn die vorig jaar door de gemeenteraad is vastgesteld, wordt de optelsom van de risicobedragen vermenigvuldigd met een factor 1,4 voor de bepaling van de totale omvang van de risico’s. Reguliere risico’s, waarvoor verzekeringen zijn afgesloten, voldoende beheermaatregelen zijn getroffen of voorzieningen zijn gevormd, maken geen onderdeel uit van de risico-inventarisatie.
Incidenteel
Inflatie o.b.v. macro-economische ontwikkelingen
650
Calamiteiten
88
Grondexploitaties
420
Overige gronden
789
Structureel
Renterisico 147 Informatiebeveiliging, privacywetgeving en fraude
525
Open eind regelingen sociaal domein
3.400
Juridische risico’s
337
Toerekenen directe en/of indirecte uren aan projecten
120
Verbonden partijen (o.a. ICT NML) 100 Optelsom risicobedragen 6.309 267 Omrekenfactor
1,4
1,4
Subtotaal
8.832
374
Totaal incidenteel en structureel
9.206
Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de extra ruimte die de gemeente heeft om, met inachtneming van de wetgeving, maximale inkomsten te genereren uit de gemeentelijke heffingen. Deze ruimte moet ingezet worden wanneer de Provincie Limburg de gemeente Roermond als artikel 12 gemeente aanmerkt. Gezien de (structurele) financiële positie ligt dit niet in de lijn der verwachtingen. Bij de gemeente Roermond zit deze ruimte in de onroerendezaakbelastingen (OZB). Om te beoordelen of er onbenutte belastingcapaciteit is, maken wij gebruik van de ruimte tussen de eigen OZB-tarieven en het redelijk peil van de OZB dat wordt vastgesteld in het kader van artikel 12 Financiële
verhoudingswet (de artikel 12-norm). De door het Rijk vastgestelde artikel 12-norm is 0,1614%en gaat uit van een belastingheffing van 120% boven het landelijk gemiddelde. Wanneer we dit percentage afzetten tegen de in de begroting opgenomen ramingen voor de OZB ontvangsten is er nog een ruimte van € 932.000. De afvalstoffenheffing en de rioolheffing zijn 100% kostendekkend en leveren dus geen onbenutte belastingcapaciteit op. De opmerking die hierbij geldt is dat de berekening gebaseerd is op voorlopige WOZ waardes 2023.
PROGR AMMABEGROTING 2024
73
Conclusie ratio weerstandsvermogen Zoals eerder aangegeven, gaat het bij het weerstandsvermogen om de robuustheid van de financiële positie. Om hier goed inzicht in te krijgen, is hieronder de van de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit (onderverdeeld in incidentele en structurele componenten)
Omschrijving risico’s (bedragen in miljoenen euro’s)
opgenomen. Incidentele risico’s zijn risico’s die een eenmalige last tot gevolg kunnen hebben. Ter dekking hiervan kan een beroep worden gedaan op de algemene reserves. Structurele risico’s kunnen leiden tot meerjarige lasten en raken daarmee het begrotingsevenwicht. De verhouding tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit geeft inzicht in het gemeentelijk weerstandsvermogen.
Incidenteel
Structureel
Beschikbare weerstandscapaciteit 2024 48,4 1 Benodigde weerstandscapaciteit op basis van risicoprofiel 8,8 0,4 Ratio weerstandsvermogen *
5,5
2,6
*normeringstabel NAR en Universiteit Twente t.b.v. het weerstandsvermogen: > 2,0 uitstekend, 1,4 < 2,0 ruim voldoende, 1,0 < 1,4 voldoende, 0,8 < 1,0 matig, < 0,8 onvoldoende en < 0,6 ruim onvoldoende. Uitgaande van de door de raad vastgestelde streefwaarde van een ratio die tussen de
4.2.4
Toelichting op risico’s Algemeen Onderstaand worden de grootste risico’s nader toegelicht. Sociaal domein Open eind regelingen sociaal domein We hebben in het sociaal domein te maken met ongeveer € 58 miljoen aan open eind regelingen en € 30 miljoen aan verbonden partijen (Westrom, Omnibuzz, Veiligheidsregio) en externe partners (waaronder Vijf). Dit is inclusief (€ 10,8 miljoen) WSW die aan de Westrom wordt verstrekt. Deze regelingen zijn ingedeeld in hoog, midden en laag risico. Voor de risicoanalyse ten aanzien van het sociaal domein, is uitgegaan van de volgende uitgangspunten: 1. 10% van de open eind budgetten wordt aangemerkt als risico; 2. Indien een van de risico’s in de categorieën midden of hoog zich voordoet, is als uitgangspunt genomen, dat maximaal een termijn van twee jaar nodig is maatregelen te effectueren om dit risico af te dekken. Voor risico’s in de categorie laag wordt uitgegaan van een hersteltermijn van maximaal een jaar. Vanuit deze opbouw houden we rekening met een incidenteel risicobedrag ter hoogte van ruim € 3,4 miljoen voor het sociaal domein.
1,4 en 2,0 ligt, kan worden geconcludeerd, dat de huidige weerstandscapaciteit uitstekend is.
Incidentele middelen jeugdzorg Gemeenten en Rijk hebben een principeakkoord bereikt over het financiële kader voor de Hervormingsagenda Jeugd. De beschikbaarstelling van extra middelen en de verdeling is onder voorbehoud van de omzetting van het principeakkoord in een definitief akkoord op het geheel van de Hervormingsagenda. In totaal is in de meicirculaire 2023 € 1,45 miljard in 2024 en € 954 miljoen in 2025 voor jeugdzorg beschikbaar gesteld, waarvan een deel van de investeringen en uitvoeringskosten van de hervormingsagenda vanaf de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) worden ingezet. Dit betreft € 91 miljoen in 2024 en € 95 miljoen in 2025. In totaal wordt dan ook € 1,36 miljard in 2024 en € 859 miljoen in 2025 aan de algemene uitkering van het gemeentefonds toegevoegd voor jeugdzorg. Op de aanvullende post (AP) op de begroting zijn middelen gereserveerd voor 2026 en verder. De beschikbaarstelling van deze middelen voor de jaren 2026 en verder vindt plaats na het advies van de deskundigencommissie en de besluitvorming daarover. Net als voor de middelen in 2024 en 2025 geldt dat deze beschikbaar worden gesteld aan gemeenten met uitzondering van de investeringen waarvan is afgesproken deze door het Rijk worden gedaan.
De € 1,45 miljard voor 2024 en de € 954 miljoen voor 2025 zijn gebaseerd op het advies van de Commissie van Wijzen, gecorrigeerd voor de besparing die aanvullend is opgenomen in het coalitieakkoord (€ 100 miljoen in 2024 oplopend tot € 511 miljoen structureel vanaf 2027). In aanvulling hierop verzacht het kabinet het ingroeipad voor de besparingsopgave met € 285 miljoen (voor 2024 met € 89 miljoen en voor 2025 met € 196 miljoen) en laat daarnaast de extra besparing van € 100 miljoen in 2024 vervallen (de aanvullende besparing in het coalitieakkoord voor dat jaar).
PROGR AMMABEGROTING 2024
74
Het principeakkoord heeft voor Roermond de volgende gevolgen: Vanuit de hervormingsagenda jeugd worden wederom incidenteel middelen beschikbaar gesteld voor 2024 ((€ 6,9 miljoen) en 2025 (€ 4,3 miljoen). Voor de jaren 2022 en 2023 heeft de gemeente Roermond ook incidentele middelen jeugd ontvangen. Gemeenten mochten bij de begroting 2022, meerjarenperspectief 2023-2025 structureel rekening houden met een raming van de middelen jeugdzorg. Hierbij gold een maximum van 75% van het deel dat gemeenten op basis van de verdeling zouden krijgen. Op basis hiervan is € 1,2 miljoen structureel geraamd als stelpost (besluit 6 mei 2021 “klaar voor de herstart”, zaaknummer 55571-2021). Met het ontvangen van de incidentele middelen voor 2024 en 2025 ter hoogte van € 11,2 miljoen is deze stelpost voor de jaren 2024 en 2025 vereffend voor in totaal € 2,4 miljoen. Als de Jeugd middelen 2026 en volgende jaren binnenkomen, zal opnieuw een voorstel hieromtrent volgen.
Het risicobedrag, dat wordt bepaald middels deze methode, wordt gezien als de (onder) grens van het benodigde weerstandvermogen voor grondexploitaties. Bij de vaststelling van het MPG 2023-2027 op 6 juli 2023 heeft de gemeenteraad de minimale omvang van dit risicobedrag vastgesteld op € 420.000. Conform de Nota Grondbeleid 2021 is de reserve Gebiedsontwikkeling ingesteld. Dit is dus de minimale omvang van de claim risico’s grondexploitaties binnen de reserve Gebiedsontwikkeling. Deze claim wordt gevoegd door de storting van boekwinsten bij de verkoop van gronden binnen projecten met een faciliterend grondbeleid, voormalige grondexploitaties en zonder concreet plan.
Wij schatten het risico van het niet ontvangen van extra structurele In paragraaf 7 Grondbeleid wordt uitgebreid gelden op nihil in. ingegaan op de financiële risico’s binnen de grondexploitaties en het benodigde Beheerplannen weerstandsvermogen (7.6). Op 14 juli 2017 heeft de gemeenteraad de Kadernota Beheer en de onderliggende beheerplannen (op enkele na) vastgesteld Bij de grondexploitatie Roerdelta Fase 2 is en de daarvoor benodigde middelen structureel in de begroting sprake van een project specifiek risico. In de opgenomen. Vervolgens zijn de begroting 2019 de middelen vergadering van 19 september 2019 heeft de opgenomen voor de ontbrekende beheerplannen Havens en gemeenteraad besloten een grondexploitatie waterpartijen, Verkeersvoorzieningen en Civieltechnische kunstwerken. Voor een meer inhoudelijke toelichting op de kaders te openen voor dit project. Binnen dit project is sprake van een risico van beperkte omvang met voor beheer en onderhoud verwijzen wij naar de paragraaf betrekking tot de Onderhoud kapitaalgoederen. mogelijke kosten voorfinanciering ophogen waterkeringen. Dit risico kan naar verwachting In de raadsvergadering van 14 september 2023 bieden wij u binnen de grondexploitatie worden opgevangen een actualisatie van de Kadernota Beheer met onderliggende op basis van het verwachte positieve saldo. beheerplannen ter vaststelling aan.
Daarbij doen wij tevens een voorstel om op onderdelen het onderhoudsniveau naar boven bij Overige gronden te stellen. De financiële consequenties van dit voorstel landen In 2010 is een perceel gemeentegrond nabij in de eerste wijziging op de begroting 2024 en zijn daarmee de parkeergarage Stationspark geleverd aan afgedekt. een ontwikkelaar voor de realisatie van een kantoorcomplex. Dit perceel is geleverd op basis Grondexploitaties van een zogenaamde Groningerakte: levering Grondexploitaties kenmerken zich door het feit dat in een vroeg met uitgestelde betaling. De koopsom bedroeg stadium investeringen worden gedaan, waarbij inkomsten en dus € 1.214.000. Tot het moment van betaling van de dekking van de exploitatie -soms- veel later kunnen worden de koopsom is de ontwikkelaar jaarlijks een ingeboekt. Grondexploitaties zijn per definitie meerjarig en zijn rentevergoeding verschuldigd. De opbrengsten daarmee risicovol. zijn oorspronkelijk gestort in de reserve Bereikbaarheid NS Station Oost. Daarna zijn De gemeenteraad heeft op 8 april 2021 de nota Grondbeleid deze gelden overgeheveld naar de algemene 2021 vastgesteld. Conform deze nota voert de gemeente over reserve. Het mogelijke risico van het niet het algemeen een faciliterend grondbeleid.
Dit betekent dat de ontvangen van de koopsom (onder gelijktijdige realisering van projecten wordt overgelaten aan marktpartijen die teruglevering van de grond) beschouwen we als ook de financiële risico’s dragen. een risico waarvoor de algemene reserve kan worden aangesproken voor een bedrag van Voor het kwantificeren van de onvoorzienbare risico’s wordt € 789.000. conform de Nota Grondbeleid 2021 gebruik gemaakt van de IFLO-methode (IFLO staat voor: Inspectie Financiën Lagere Overheden).
PROGR AMMABEGROTING 2024
75
Onderhoudsvoorziening gebouwen Op 8 april 2021 heeft de gemeenteraad een actualisatie van het meerjaren onderhoudsplan gebouwen vastgesteld en de daarbij behorende aanpassing van de voorziening en de jaarlijkse dotatie. De budgettaire gevolgen zijn vanaf 2022 structureel in de begroting verwerkt. De voortgang van het onderhoudsplan wordt jaarlijks gemonitord en op basis daarvan wordt bezien of de jaarlijkse storting bijgesteld moet worden. Invoering Omgevingswet Op 12 maart 2019 heeft het college de programma-opdracht ‘Invoering Omgevingswet Roermond’ vastgesteld. Deze programmaopdracht is een verdere uitwerking van een in 2017 vastgesteld plan van aanpak, gericht op implementatie van de Omgevingswet. Vanuit de gemeenteraad is een begeleidingsgroep ingesteld. De invoeringsdatum van de Omgevingswet is inmiddels vastgesteld op 1 januari 2024. Er zijn echter nog risico’s die mogelijk structureel kunnen doorwerken. Het gaat risico’s met betrekking tot legesinkomsten, personele kosten en overdracht bodemtaken. De effecten voor de gemeente Roermond zijn nog niet inzichtelijk en de omvang van de risico’s zijn op dit moment nog niet in te schatten. Juridische risico’s Gemeente Roermond loopt juridische risico’s aangezien de gemeente veel besluiten neemt waartegen bezwaar en beroep kan worden ingesteld. Maar ook in privaatrechtelijke zin loopt de gemeente risico’s.
Momenteel lopen diverse zaken waarvan onzeker is wat de uitkomst hiervan is en of deze financiële consequenties hebben. Waar mogelijk is een financiële kwantificering gemaakt van het risico, echter in de meeste zaken is een goede inschatting nog niet te maken. Renterisico’s De financieringspositie van de gemeente is aan wet- en regelgeving onderworpen welke is gericht op het verminderen van het renterisico. De renterisiconorm is jaarlijks onderdeel van de financieringsparagraaf bij de begroting en het jaarverslag. De treasury functionaris van de gemeente bewaakt de renteontwikkelingen en bewaakt het renterisico. Dit doet hij onder andere
door te werken met liquiditeitsplanningen, spreiding en egalisatie van de vervaldata en het hanteren van een begrotingsrente van 0,75%. Niettemin hebben wij een risicobedrag opgenomen als gevolg van een verdergaande rentestijging. Inflatie o.b.v. macro-economische ontwikkelingen In de begroting wordt rekening gehouden met een stelpost prijsstijgingen, die periodiek wordt bijgesteld o.b.v. CPB actualisaties. Echter de onzekerheden rondom de prijsontwikkelingen en de compensatie daarvoor via het gemeentefonds zijn groot in tijden van extreme prijsstijgingen (met name bouw/energie). Vandaar dat we in het risicoprofiel rekening hebben gehouden met mogelijke prijsstijgingen zonder directe compensatie. Voor de kwantificering van dit risico is rekening gehouden met 1% over de gehele begroting excl. lonen en sociaal domein. Organisatie Toerekening ambtelijke uren aan projecten De begrotingsvoorschriften (BBV) geven aan dat (ambtelijke) kosten die direct toerekenbaar zijn aan (investerings)projecten moeten worden geactiveerd, de daarmee gepaard gaande indirecte kosten mogen worden geactiveerd. Vanaf 2020 worden de directe kosten achteraf bij de jaarrekening toegerekend. Bij de begroting wordt een inschatting gemaakt van het totaal toe te rekenen bedrag.
Op het moment dat er als gevolg van omstandigheden (bijvoorbeeld economische neergang) het aantal projecten terugloopt, kunnen minder kosten worden doorberekend en komen deze ten laste van de exploitatie. Calamiteiten De gemeente heeft meerdere rampenbestrijdingsplannen, met enige regelmaat treedt de Maas buiten haar oevers. Het Team Bevolkingszorg houdt regelmatig oefeningen gericht op een goed lopende rampenbestrijding. In geval een calamiteit zich voordoet, is het aannemelijk dat schade niet volledig wordt vergoed en een deel daarvan ten laste van de gemeente blijft. De financiële impact van een dergelijke gebeurtenis hebben wij ingeschat op € 250.000. Informatiebeveiliging, privacy en fraude Door de toenemende digitalisering is het zorgvuldig omgaan met de informatie en gegevens van burgers, bedrijven en ketenpartners voor gemeenten van groot belang. Uitval van computers of telecommunicatiesystemen, het in ongerede raken van gegevensbestanden of het door onbevoegden kennisnemen dan wel manipuleren van bepaalde gegevens, kan ernstige gevolgen hebben voor de continuïteit van de bedrijfsvoering en het primaire proces. Een betrouwbare, beschikbare en correcte informatiehuishouding is essentieel voor de dienstverlening van gemeenten. In de paragraaf bedrijfsvoering is uitgebreider ingegaan op de activiteiten die wij op dit gebied in 2024 worden ondernomen.
PROGR AMMABEGROTING 2024
76
Het is vrijwel onmogelijk om tegen acceptabele kosten voor deze risico’s een verzekering af te sluiten. De financiële impact hebben we daarom ten opzichte van vorig jaar fors verhoogd. Verbonden partijen - ICT NML Bij verbonden partijen hanteren wij als algemeen uitgangspunt, dat de verbonden partij zelf een voldoende buffer heeft voor de opvang van de risico’s. Bij ICT-NML geldt een specifieke afspraak,
dat 50% van de benodigde weerstandscapaciteit wordt opgebouwd bij de organisatie zelf en dat de overige 50% van de weerstandscapaciteit bij de deelnemende gemeenten als achtervang blijft. Het aandeel van Roermond in deze 50% komt voor 2024, op basis van de concept-begroting 2024 van ICT NML, overeen met € 100.000.
4.2.5
Financiële kengetallen Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De schuldquote geeft een beeld van de relatie tussen de gemeentelijke schuldenpositie en de totale baten zoals opgenomen in de begroting. Opgenomen geldleningen brengen rentekosten en aflossingsverplichtingen met zich mee. Omdat op begrotingsniveau wordt uitgegaan van een volledige uitvoering van de investeringsplanning ligt deze ratio hoger dan op het niveau van de jaarrekening. De uitvoering van de investeringsraming kan zijn vertraagd. Uit cijfers van de VNG blijkt dat Roermond een lagere netto schuldquote heeft dan vergelijkbare gemeenten van dezelfde omvang. (50.000-100.000 inwoners). Volgens het model houdbare gemeentefinanciën is een schuldquote tot 100% normaal en ontstaat vanaf een schuldquote van meer dan 130% gevaar. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen van de gemeente uit als percentage van het totale vermogen. Zoals verwacht daalt de solvabiliteitsratio. Een score lager dan 20% wordt als risicovol gezien. Structurele exploitatieruimte Het financiële kengetal “structurele exploitatieruimte” geeft aan hoe groot de structurele ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Hierbij worden de structurele baten gerelateerd aan de structurele lasten. Dit saldo wordt weergegeven in een percentage van de totale baten.
Grondexploitatie De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten of provincies leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de woningen kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie
(de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale baten. Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt een gemeente relatief gering risico. Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet die worden afgewaardeerd, dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio. De gemeente Roermond kent een zeer beperkt aantal grondposities, als gevolg hiervan is het kengetal zeer gering. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de woonlasten van een meerpersoonshuishouden met een gemiddelde WOZ-waarde zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t (2024) te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 (2023). Het geeft weer wat de “ruimte” is om belastingen te verhogen ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Het is de bevoegdheid van uw raad te bepalen met welke omvang de belastingen en heffingen worden verhoogd.
PROGR AMMABEGROTING 2024
77
Conclusie van de kengetallen
Begroting 2024
Verloop van de kengetallen Jaarverslag 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Netto schuldquote
39,5%
71,2%
54,5%
68,3%
88,6%
87,7%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
38,1%
71,2%
53,1%
67,4%
87,8%
86,9%
Solvabiliteitsratio
33,6%
20,2%
28,4%
26,2%
22,6%
22,5%
Structurele exploitatieruimte
-1,3%
1,7%
0,45%
2,41%
-0,02%
0,33%
Grondexploitatie
1,5%
1,7%
1,5%
0,8%
0,8%
0,1%
Belastingcapaciteit
113,7% *
113,5% *
112,4% *
112,4% *
112,4% *
112,4% *
Let op! Kengetallen zijn berekend o.b.v. de primitieve begroting! * In het jaarverslag 2022 en begroting 2023 was een belastingcapaciteit van 99,6% opgenomen. Dit blijkt op basis van een narekening niet correct. Tot en met 2021 publiceerde het CBS alleen de gezamenlijke gemiddelde WOZwaarde voor zowel koop- als huurwoningen. Sinds december 2021 publiceert het CBS ook de afzonderlijke gemiddelde WOZ-waarde van koop- en huurwoningen. De circulaire van het ministerie geeft aan dat de gemiddelde WOZ-waarde van koopwoningen een beter beeld geeft van de gemiddeld betaalde OZB door huishoudens met een koopwoning. Daarom wordt voortaan uitgegaan van deze waarden. De waarde van koopwoningen is over het algemeen hoger dan die van huurwoningen. De belastingcapaciteit is voor de jaren 2022 en 2023 nagerekend op basis van de gemiddelde woningwaarde van alleen koopwoningen. Op basis van deze berekeningen zien we dat er met terugwerkende kracht sprake is van een hogere belastingcapaciteit. De opmerking die hierbij geldt is dat het Roermonds tarief 2024 afgezet wordt tegen het landelijk gemiddeld tarief van 2023. De bovenstaande kengetallen moeten in samenhang worden bezien om daar duiding aan te geven. Op basis van bovenstaand overzicht en op basis van het weerstandsvermogen kan worden geconcludeerd dat de gemeente Roermond een stabiele financiële positie heeft.
Alle onderdelen bevinden zich in de categorie minst risicovol. Voor het weerstandsvermogen geldt de status uitstekend.
PROGR AMMABEGROTING 2024
78
4.3 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen De gemeente bezit een groot vermogen aan kapitaalgoederen zoals wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Het is cruciaal deze kapitaalgoederen in goede staat te houden voor het functioneren van onze samenleving op het terrein van vervoer, recreatie, welzijn en economie. Het totale bezit waarvoor de gemeente verantwoordelijk is, duiden we aan met de term ‘areaal’. De gemeente beheert het areaal zorgvuldig, daarom zijn beheerplannen opgesteld. Deze omschrijven de hoeveelheden, kwaliteitsniveaus en de kosten voor instandhouding van deze objecten. Het onderhoud baseren we op de keuzes van de raad over het onderhouds- en kwaliteitsniveau. In het beheer is aandacht voor duurzame oplossingen en de mogelijkheden voor wijkgericht en projectmatig onderhoud. Door jaarlijkse prioritering van (onderhouds)maatregelen, sluit het beheer en onderhoud aan op de begroting en beleid. Kaders hierbij zijn het vastgestelde onderhoudsniveau, budgetten, participatie, het rapport “Beheerst investeren” en beleid betreffende de openbare ruimte. In deze paragraaf worden de volgende onderdelen besproken: 1. Verhardingen 2. Civieltechnische kunstwerken 3. Riolering, hemelwaterafvoer en grondwater 4. Havens en waterpartijen 5. Groen en bomen 6. Bossen en natuurterreinen 7. Reiniging 8. Openbare verlichting 9. Inrichtingselementen 10. Speelvoorzieningen 11.
Begraafplaatsen 12. Kunstobjecten 13. Sportlocaties- en gebouwen 14. Onderhoud gebouwen
Verhardingen Beleidskader Wettelijke kaders, gemeentelijk beleid, normen en richtlijnen vanuit CROW Beheerplan verhardingen Vastgesteld kwaliteitsniveau Technisch-constructief is dit niveau door de Raad vastgesteld op Basiskwalitiet Plus: onderhoud verhardingen is grotendeels technisch beheer, gericht op het veilig in stand houden van het areaal waarbij via gecontroleerd risico gestuurd beheer de afweging wordt gemaakt tussen repareren of vervangen.
Onkruidbestrijding en schoonhouden verhardingen zijn beperkt tot het door de Raad vastgestelde niveau. Actuele staat van onderhoud Technisch/constructieve kwaliteit geeft een achteruitgang; maar is nog voldoende tot goed. Oorzaak van deze achteruitgang is onder andere doorschuiven onderhoudsmaatregelen aan hoofdwegen en wijken en op onderdelen (met name asfalt) extreem stijgende onderhouds- en loonkosten. Programma begrotingsjaar 2024 Uitvoeren civieltechnisch onderhoud zodat veilig gebruik van de openbare ruimte gewaarborgd blijft. Dit onderhoud blijft beperkt tot plaatselijke en/of lichte onderhoudsmaatregelen. Onderhoud wordt vooral uitgevoerd op basis van meldingen, zowel intern als extern en visuele inspecties. • Uitvoering wijkonderhoud Swalmen Groene Kruisbuurt • Opstarten wijkonderhoud Roer-Zuid, HertenMerum • Oranjelaan (gedeelte Bredeweg tot Stationstunnel • N271 Swalmen (gedeelte bebouwde kom zijde Roermond tot aan de Neerstraat).
Civieltechnische kunstwerken Beleidskader Wettelijke kaders, gemeentelijk beleid, normen en richtlijnen vanuit CROW en vastgestelde NEN-bladen Beheerplan kunstwerken Vastgesteld kwaliteitsniveau Basiskwaliteit Plus: Het geactualiseerde beheerplan heeft het onderhoudsscenario Basiskwaliteit Plus vertaald en het areaal opgedeeld in kunstwerken met een hoog, gemiddeld en laag risico. Zowel financiële als maatschappelijke risico’s zijn meegenomen in deze beoordeling. Onkruidbestrijding en schoonhouden kunstwerken zijn tot het minimum beperkt op basis van het vastgestelde kwaliteitsniveau.
PROGR AMMABEGROTING 2024
79
Actuele staat van onderhoud Technisch/constructieve kwaliteit voldoet aan Basiskwaliteit Plus. Op korte termijn worden geen significante onderhoudsmaatregelen verwacht. Afgelopen jaren zijn enkele grotere kunstwerken vervangen (o.a.de twee houten bruggen bij de Bonenberg en Roodververij) of er is groot onderhoud uitgevoerd (o.a. bovenzijde en voegovergangen viaduct Venloseweg). Momenteel wordt onderzocht of, en aan welke risicovolle kunstwerken instandhoudingsinspecties worden uitgevoerd. Programma begrotingsjaar 2024 Onderhoud onderzijde viaduct Venloseweg Onderhoud aan enkele fiets- en voetgangersbruggen
Riolering, hemelwaterafvoer en grondwater
Programma begrotingsjaar 2024 Jaarlijks wordt ongeveer 10% van het rioolstelsel gereinigd en geïnspecteerd. In 2023 wordt gewerkt aan een meerjareninspectieplan waarin ook bekeken wordt of er meer risicogestuurd geïnspecteerd kan worden (dit kan effect hebben op de hoeveelheid te inspecteren leidingen) in 2024. Bij beoordeling worden schades vertaald naar noodzakelijke maatregelen. Deze maatregelen worden binnen de raamovereenkomst onderhoud riolering uitgevoerd. De gemeente gaat in 2024 aan de slag met het Water- en rioleringsprogramma (Wrp). In het Wrp worden de beleidskeuzes uit de omgevingsvisie verder uitgewerkt en worden de invulling en bekostiging van de gemeentelijke watertaken vastgelegd. Het Wrp is de opvolger van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Daarnaast lopen er specifiek op de investeringsplanning opgenomen projecten.
Beleidskader Wettelijke kaders, Waterketenplan Waterpanel Noord, GRP 2017-2021 (actualisatie noodzakelijk), Beheerplan Riolering.
Havens en waterpartijen
Vastgesteld kwaliteitsniveau In tegenstelling tot diverse andere beheerdisciplines wordt bij riolering niet getoetst op “beeldkwaliteit”. Kwaliteitsniveau van riolering is gebaseerd op de functionaliteit, veiligheid en technische kwaliteit van de objecten en het systeem. Voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast is goede riolering noodzakelijk. De hiervoor aanwezige infrastructurele ondergrondse openbare ruimte - in hoofdzaak bestaande uit riolering, gemalen, bergbezinkbassins, retentie- en infiltratievoorzieningen - worden onderhouden conform het vastgestelde GRP en Beheerplan riolering. Hiermee worden de ondergrondse voorzieningen in de openbare ruimte op een verantwoorde wijze beheerd, gericht op het voldoen aan de wettelijke zorgplicht.
Vastgesteld kwaliteitsniveau Basiskwaliteit Plus
Actuele staat van onderhoud De toestand van de riolering is, zoals dat op grond van de leeftijd mag worden verwacht, in redelijk goede staat (Op basis van het areaal dat in beeld is). Een apart risico vormen de gemetselde riolen uit de negentiende en begin twintigste eeuw in een klein gedeelte van de binnenstad en de Singelring waaraan extra aandacht gegeven moet worden door aanvullende inspecties (risico gestuurd).
Beleidskader Kadernota Beheer 2023 - 2032, Wet Natuurbescherming, Besluit bodemkwaliteit, Keur Waterschap, Waterwet.
Actuele staat van onderhoud Het baggeronderhoud wordt uitgevoerd conform planning waarmee havens en vijvers qua ecologie, visueel en doorstroming op het besloten kwaliteitsniveau worden gehouden. Binnen de oeververdedigingen is onderscheid te maken in natuurlijke oevers en harde oevers. Het beheer wordt gefaseerd meegenomen met het baggeronderhoud ter plaatsen. Programma begrotingsjaar 2024 Baggeronderhoud wordt gecontinueerd conform het door de raad vastgestelde baggerplan.
Groen en bomen Beleidskader Groenvisie 2016, Beheerplan Groen & Bomen, Bomenplan 20122024. Vastgesteld kwaliteitsniveau Het vastgestelde onderhoudsbeeld is Basiskwaliteit Plus: “het minimaal nog verantwoorde beheer gelet op zaken als veiligheid, voorkomen kapitaalsvernietiging, functionaliteit, ingrijpen bij klachten en op onderdelen verhoogde eisen aan schoon.”
PROGR AMMABEGROTING 2024
80
Programma begrotingsjaar 2024 Het op het vastgestelde onderhoudsniveau onderhouden van de groenvoorzieningen. Uitvoering vindt plaats via de contracten voor het onderhoud van de openbare ruimte en deels door de eigen dienst. Het geleverde kwaliteitsniveau monitoren we door middel van inspecties. Naast regulier onderhoud vervangen we kleinschalig niet vitaal en/of niet functioneel groen waarbij vergroten van biodiversiteit een aandachtspunt is. In het jaarlijkse bomenprogramma vervangen we kleinschalig niet vitale bomen en verbeteren we ondergrondse groeiplaatsen van bomen. Onze wettelijke zorgplicht van bomen waarborgen we door regelmatige inspecties.
Programma begrotingsjaar 2024 Conform het beheerplan wordt bij het beheer van de bos- en natuurgebieden ingezet op de doorontwikkeling van de natuurwaarden en een klimaatbestendig bos. Onder andere door middel van bosverjonging. We proberen daarbij zoveel als mogelijk gebruik te maken van natuurlijke verjonging en jonge bestaande houtopstanden. Op delen planten we een structuurrijk en klimaatbestendig bos aan. Het beheer verschilt per vegetatietype. Gewerkt wordt met vastgestelde SNL natuurdoeltypen. Bij de lage vegetaties wordt ingezet op structureel beheer door runder- en/of schapenbegrazing. Daarnaast worden ook in 2024 VTA controles, en aanvullend onderhoud, uitgevoerd aan bomen in bosranden en langs routes in aansluiting op de richtlijnen van de VBNE. Tot slot zullen in 2024 ook enkele concrete projecten aan poelen, landschapselementen en/of heideterreinen plaats vinden om aan de doelstellingen bij te dragen.
Bossen en natuurterreinen
Reiniging
Beleidskader Beheerplan bos en natuurbeheer. Het beheer en onderhoud wordt onder andere uitgevoerd vanuit de principes van het provinciale subsidiestelsel SNL, de FSC-Certificeringsregels en de VBNE voor veiligheid.
Beleidskader Beheerplan Reiniging Besluit gewasbeschermingsmiddelen wijziging maart 2016 Hondenbeleid conform raadsbesluitnummer 2009/017/2
Actuele staat van onderhoud Er zijn geen achterstanden in het beeldkwaliteitsniveau. We monitoren het geleverde kwaliteitsniveau van onderhoud door middel van regelmatige inspecties. In de afgelopen jaren is de vitaliteit van beplantingen binnen grootschalige projecten en diverse kleinschalige vervangingen van heesters en bomen verbetert. Punt van aandacht blijft bomen in verhardingen met een slechte ondergrondse groeiplaats.
Vastgesteld kwaliteitsniveau Basiskwaliteit Plus voor het bosbeheer past binnen de principes voor duurzaam bosbeheer. In het beheer en onderhoud is houtproductie geen doel op zichzelf, maar staan de opbrengsten hiervan ten gunste van een duurzaam, klimaatbestendig en (recreatief) waardevol bos en natuurareaal conform de speerpunten zoals vastgesteld in het beheerplan. Actuele staat van onderhoud Uit het beheerplan blijkt dat voor de beheergroep Bos en Natuur geen grote afwijkingen worden geconstateerd. Uit de leeftijdsklasseverdeling, boomsoortensamenstelling en recente inventarisaties komt naar voren dat de huidige beheerstrategie een structuurrijker bos oplevert. Om invulling te geven aan de visie en doelstellingen van de gemeente Roermond is het gedurende de komende beheerperiode zaak om bosverjonging als beheermaatregel uit te voeren om de omvorming naar een klimaatbestendig, duurzaam en recreatief waardevol bos kracht bij te zetten en in stand te houden.
Vastgesteld kwaliteitsniveau Het vastgestelde onderhoudsbeeld is Basiskwaliteit Plus: “het minimaal nog verantwoorde beheer gelet op zaken als veiligheid, voorkomen kapitaalsvernietiging, functionaliteit, ingrijpen bij klachten en op onderdelen verhoogde eisen aan schoon.” Actuele staat van onderhoud Er zijn geen achterstanden in het beeldkwaliteitsniveau. We monitoren het geleverde kwaliteitsniveau van onder door middel van regelmatige inspecties. Programma begrotingsjaar 2024 Het op het vastgestelde onderhoudsniveau onderhouden van de openbare ruimte. Uitvoering vindt plaats via de contracten voor het onderhoud van de openbare ruimte en deels door de eigen dienst. Het geleverde kwaliteitsniveau monitoren we door middel van inspecties.
PROGR AMMABEGROTING 2024
81
Openbare verlichting Beleidskader Kadernota Beheer “Licht op Roermond” 2023 – 2032, Energieakkoord 2013. Uitgangspunt bij alle nieuwe te realiseren werken is dat de inrichting voor de openbare verlichting voldoen aan de Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde (NSVV) 2018. Vastgesteld kwaliteitsniveau Basiskwaliteit Plus Actuele staat van onderhoud De actuele staat van onderhoud is conform het in het beheersplan 2017 – 2023 vastgestelde kwaliteitsniveau. Momenteel worden er jaarlijks in het Light As A Service programma (LAAS programma) technisch afgeschreven armaturen vervangen door de energiezuinige LEDarmaturen. In het energieakkoord van 2013 staat echter opgenomen dat in 2030, 50% van de openbare verlichting in LED-verlichting uitgevoerd moet zijn. Met het huidige vervangingsprogramma wordt dit niet gehaald. Hiervoor is in de kadernota opgenomen om dit versneld uit te voeren. Deze optie is toegevoegd en wordt voorgelegd om een versnelde uitvoer van conventionele verlichting naar de energiezuinige LED-verlichting. Buiten de besparing aan energiekosten levert dit ook een CO2 besparing op. Programma begrotingsjaar 2024 Regulier onderhoud en vervangen van masten en armaturen conform planning en via projecten, onder andere het jaarlijkse LAAS programma.
Inrichtingselementen Beleidskader Kadernota Beheer 2023 – 2032, Burgerlijk wetboek, Wegenverkeerswet 1994, CROW-publicatie 337, Duurzaam inkopen, Bouwstoffenbesluit, ARBO en Regionaal modelbeleid bluswater en bereikbaarheid. Vastgesteld kwaliteitsniveau Basiskwaliteit Plus
Actuele staat van onderhoud De actuele staat van onderhoud is conform het vastgestelde kwaliteitsniveau. Indien er bij een inrichtingselement wordt geconstateerd dat deze niet meer voldoet, wordt deze verwijderd of vervangen. Om een beter inzicht te krijgen in de staat en omvang van het areaal zullen planmatig areaalopnames ingepland worden zodat een beter beeld gevormd kan worden over de onderhoudsen vervangingskosten. De blusvoorzieningen behoeven niet aan gestelde beeldkwaliteit te voldoen. Deze dienen in een goede technische staat te verkeren en betrouwbaar te zijn, e.e.a. conform veiligheidseisen zoals gesteld in boven genoemde modelbeleid. De secundaire blusvoorzieningen voldoen nog niet aan de gestelde eisen conform modelbeleid. Programma begrotingsjaar 2024 Regulier onderhoud, vervanging en technische aanpassingen van het areaal op basis van meldingen, via projecten en onderzoek (secundaire blusvoorzieningen).
Speelvoorzieningen Beleidskader Het beheerplan Spelen en het Speelruimteplan 2013-2017. Vastgesteld kwaliteitsniveau Basiskwaliteit Plus: In de gemeente Roermond wordt gestreefd naar een functioneel, vitaal, veilig en aantrekkelijk speelareaal met speeltoestellen en speelaanleidingen in een aantrekkelijke speelomgeving. Het beheer van speel- en sportvoorzieningen is erop gericht om op een sobere, doelmatige en verantwoorde wijze te beheren. Gericht op het blijven boven de ondergrenzen van normen, waardoor ook risico’s en klachten worden beperkt. Hierbij wordt een afschrijvingstermijn van 15 jaar gehanteerd ten aanzien van vervangingen en ten behoeve van een rendabel onderhoud. De speelvoorzieningen dienen wettelijk te voldoen aan de Europese Normen met betrekking tot veiligheid en functionaliteit: NEN-EN 1176 voor speeltoestellen en NEN-EN 1177 voor val-dempende ondergronden conform het Warenbesluit Attractie en Speelvoorzieningen. Actuele staat van onderhoud Bij de gemeentelijke speelvoorzieningen is geen sprake van achterstallig onderhoud. De voorzieningen zijn te allen tijden schoon, heel en veilig conform de vastgestelde normen. We monitoren de staat van onderhoud door het regelmatig uitvoeren van inspecties. Wel zijn er nog een aantal voorzieningen die de afschrijving hebben bereikt. Deze worden vervangen op basis van de inspectiegegevens en de investeringsplanning.
PROGR AMMABEGROTING 2024
82
Programma begrotingsjaar 2024 De speelvoorzieningen worden conform beheerplan geïnspecteerd op functionaliteit en veiligheid waarbij gebreken worden verholpen.
Programma begrotingsjaar 2024 Regulier onderhoud conform planning.
In 2024 zal o.a. de componisten- en vliegeniersbuurt, Leeuwen en de Groenekruisbuurt op wijkniveau voorzien worden in vervangingen. Daarbij zullen afgeschreven voorzieningen worden vervangen.
Sportlocaties en - accommodaties
Begraafplaatsen Beleidskader Het beheerplan Begraafplaatsen 2023 – 2032.
Beleidskader In juli 2017 is het beheerplan Sportlocaties 2017-2026 (niet zijnde gebouwen) vastgesteld, waarin het geactualiseerde beleidskader, het kwaliteitsniveau (basiskwaliteit) en een vertaling van de hieraan gekoppelde financiële consequenties zijn opgenomen.
Daarnaast is er in april 2021 een geactualiseerd beheerplan sportaccommodaties (gebouwen) Plan voor instandhouding en ontwikkeling van beschermde begraafplaatsen (alleen voor begraafplaats “Nabij Kapel in ‘t Zand”). vastgesteld; uitgewerkt in een Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) gebruikersonderhoud Groenplan (alleen voor begraafplaats “Nabij Kapel in ‘t Zand”). sportaccommodaties (gebouwen). Vastgesteld kwaliteitsniveau Vastgesteld kwaliteitsniveau Basiskwaliteit Plus. Daar waar mogelijk wordt pleksgewijs Basiskwaliteit Plus is nauwelijks van invloed op omwille van de biodiversiteit het kwaliteitsniveau losgelaten / ruim het in stand houden van de sportvoorzieningen, geïnterpreteerd. Enkel alleen als dit het uitstekende beeld niet daar deze moeten blijven voldoen aan de schaadt. daarvoor geldende eisen. Wel wordt het visueel onderhoud (reiniging, onkruid) in Actuele staat van onderhoud Voor de meeste onderdelen is de huidige kwaliteit goed. Inboet van overeenstemming gebracht met het vastgestelde onderhoudsniveau Basiskwaliteit Plus. Er beplanting en bomen verdient aandacht. Er is echter geen sprake is geen sprake van achterstallig onderhoud van achterstalligheid m.u.v. begraafplaats “Nabij Kapel in ‘t Zand” op de sportlocaties en -accommodaties. waar wel enige achterstallig onderhoud is aan de begraafplaats De kleedlokalen van sportpark de Wijher monumenten.
en Kitskensberg zijn gedateerd. Om dit aan te pakken zijn middelen opgenomen in de Programma begrotingsjaar 2024 investeringsplanning 2024. In 2024 vindt het beheer en onderhoud plaats volgens het vigerende beheerplan. Voorziening gebruikersonderhoud De adviezen voortvloeiend uit het Groenplan (eind 2023) zullen na sportaccommodaties oplevering rapport worden opgepakt. Op basis van de huidige inschattingen (20-jarenplanning) is de onderhoudsvoorziening gebruikersonderhoud sportaccommodatie Kunstobjecten toereikend voor het onderhouden van het Beleidskader gebruikersgedeelte. Begroten dotaties en Kadernota Beheer 2023 - 2032, auteursrecht, Algemene onttrekkingen zijn gebaseerd op het nu geldende voorwaarden plaatsen kunstobjecten. meerjarige onderhoudsplan zoals dat door de raad is vastgelegd. Voor een actuele stand wordt Vastgesteld kwaliteitsniveau verwezen naar de Financiële begroting (overzicht Basiskwaliteit Plus: het minimaal nog verantwoorde beheer gelet reserves en voorzieningen). op zaken zoals veiligheid, voorkomen kapitaalsvernietiging, functionaliteit, ingrijpen bij klachten en op onderdelen verhoogde Wat gaan we daarvoor doen eisen aan schoon.
In 2024 vindt het beheer en gebruikersonderhoud plaats volgens zowel het vigerende beheerplan Actuele staat van onderhoud sportlocaties (niet zijnde gebouwen) als het De actuele staat van onderhoud is conform het vastgestelde beheerplan (MJOP) sportaccommodaties kwaliteitsniveau. (gebouwen). Beiden volgens het vastgestelde kwaliteitsniveau.
PROGR AMMABEGROTING 2024
83
Wat levert het op Dit zorgt ervoor dat de gemeentelijke sportaccommodaties en – locaties, conform het in de beheerplannen vastgesteld onderhoudsniveau onderhouden wordt en dat er dus geen kapitaalvernietiging plaatsvindt.
Wat mag het kosten Voor het reguliere exploitatieonderhoud, het groot planmatig gebruikersonderhoud sportaccommodaties zijn in 2024 en volgende de onderstaande bedragen beschikbaar:
Tabel Totaal gebruikersonderhoud
Omschrijving (bedragen x € 1.000)
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Onderhoudsontrekkingen (planmatig)
234
159
184
335
Exploitatie (jaarlijks) onderhoud
665
665
665
665
De geraamde vervangingsinvesteringen in de periode 2024 e.v. zijn opgenomen in de investerings-planning (hoofdstuk Uiteenzetting financiële positie en toelichting) van deze begroting.
Onderhoud gebouwen Beleidskader In het raadsbesluit, raadsvoorstel 2006/61/1, is de nota Meerjarig onderhoudsplan gemeentelijke gebouwd vastgoed (MJOP) vastgesteld. Deze nota is het kader waarbinnen het vastgoed op een slagvaardige en professionele wijze wordt beheerd. Het gemeentelijk bebouwd vastgoed omvat ca. 110 vastgoedobjecten, exclusief onderwijs-objecten. Binnen de vastgestelde onderhoudsvoorziening gebouwen wordt - vanuit de verantwoordelijkheid als eigenaar - het gebouwgebonden planmatig onderhoud verzorgd gedurende de gebruiksperiode van een object. Op basis van de huidige inschattingen (20-jarenplanning) is de onderhoudsvoorziening toereikend voor het onderhouden van het eigenaarsgedeelte. Begroten dotaties en onttrekkingen zijn gebaseerd op het nu geldende meerjarige onderhoudsplan zoals dat door de raad is vastgelegd. Voor een actuele stand wordt verwezen naar de Financiële begroting (overzicht reserves en voorzieningen).
• raadsbesluit 2006/61/1 (mei 2006) • raadsbesluit 2013/1001/1 (december 2013) • raadsbesluit 14233-2021 (8 april 2021) • raadsbesluit duurzaamheidsvisie • raadsbesluit energiebespaarplan • raadsbesluit uitvoeringsplan duurzaamheid. Wat gaan we daarvoor doen In 2024 vindt het beheer en eigenaarsonderhoud plaats volgens het beheerplan (MJOP) gebouwen, volgens het vastgestelde kwaliteitsniveau. Aanvullend hierop vindt plaats: Uitvoering duurzaamheidsmaatregelen Om bij te dragen aan de klimaatdoelstellingen uit de Klimaatwet is een sectorale routekaart verduurzaming gemeentelijk maatschappelijk vastgoed opgesteld voor de gehele gemeentelijke vastgoedportefeuille. Wat levert het op Dit zorgt er voor dat het gemeentelijk bebouwd vastgoed, conform het in het beheerplan vastgesteld onderhoudsniveau, onderhouden worden en dat er dus geen kapitaalvernietiging plaatsvindt. Tevens zorgt ‘het uitvoering geven’ aan de routekaart tot verduurzaming van het gemeentelijk (maatschappelijk) bebouwd vastgoed, tot een positieve bijdrage aan de klimaatdoelstellingen van het Rijk en Europa.
PROGR AMMABEGROTING 2024
84
Wat mag het kosten Tabel Planmatig eigenaarsonderhoud
Omschrijving (bedragen x € 1.000) Onderhoudsontrekkingen
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
1.209
1.465
1.482
1.437
De geraamde investeringen verduurzaming (2024 e.v.) zijn opgenomen in de investeringsplanning van deze begroting.
Onderhoud schoolgebouwen Beleidskader De gemeente is op grond van onderwijswet- en regelgeving verantwoordelijk voor (de bekostiging van) de huisvesting van scholen in het primair en voortgezet onderwijs. Ter compensatie van de te maken kosten ontvangt de gemeente van het Rijk een niet-geoormerkte bijdrage uit de algemene uitkering van het Gemeentefonds. De gemeente is in het kader van onderwijshuisvesting verantwoordelijk voor zaken als: • (vervangende) nieuwbouw; • uitbreiding en tijdelijke huisvesting; • eerste inrichting meubilair en onderwijsleerpakket; • herstel van constructiefouten; • verzekeringen en onroerende zaakbelasting; • herstel van schade bij calamiteiten, brand, diefstal, storm en dergelijke; • faciliteren van voorzieningen voor sport- en bewegingsonderwijs. Het bevoegd gezag van de scholen in het primair en voortgezet onderwijs is zelf verantwoordelijk voor zaken als onderhoud en aanpassingen aan de betreffende gebouwen. Ter bekostiging daarvan ontvangt zij een financiële vergoeding van het Rijk. Wat gaan we daarvoor doen In de gemeentelijke verordening ‘Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Roermond 2015’ is vastgelegd, wanneer het bevoegd gezag voor een voorziening zoals hierboven vermeld in aanmerking komt.
Wat levert het op Wanneer er sprake is van een voorziening in onderwijshuisvesting zijnde renovatie/(ver) nieuwbouw – die op basis van de vigerende onderwijswet- en regelgeving voor rekening van de gemeente komt – dan is het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs gemeente Roermond 2020-2040 van toepassing. Het IHP Onderwijs is opgesteld in samenwerking met het onderwijs en ketenpartners. Het bijbehorende uitvoeringsprogramma voor de periode 2020-2025 schetst een overzicht van noodzakelijke investeringen in scholen in het primair en voortgezet onderwijs en fungeert als richtinggevend en budgettair kader. Wat mag het kosten De geraamde investeringen IHP zijn opgenomen in de Investeringsplanning (hoofdstuk: Uiteenzetting financiële positie en toelichting) van deze begroting.
PROGR AMMABEGROTING 2024
85
4.4 Paragraaf Financiering Inleiding In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het treasurybeleid van de gemeente Roermond. De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) geeft de wettelijke kaders voor de treasuryfunctie van decentrale overheden. Een belangrijk uitgangspunt van de wet is dat een gemeente zorgvuldig moet omgaan met publieke middelen. Dit uit zich onder andere in de beheersing van renterisico’s. Hierbij gelden als wettelijke normen de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.
Algemene ontwikkelingen Renteontwikkelingen De rente op de geld- en kapitaalmarkt wordt voornamelijk bepaald door het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB). Naast het beleid van de Centrale Banken en de oorlog in Oekraïne zijn ook andere macro-economische effecten van belang voor de renteontwikkeling. Het effect van deze macro-economische ontwikkelingen op de marktrente laat zich moeilijk voorspellen.
De inflatie blijft zowel dit jaar als in 2024 duidelijk boven de doelstelling van de ECB. De centrale bank zal het monetaire beleid nog iets verkrappen. Over een jaar wordt uitgegaan van een depositotarief van ca. 4 procent. De rentetarieven zullen met name in de kortere looptijden nog wat oplopen. Ontwikkelingen gemeente Roermond In de Wet financiering decentrale overheden (wet Fido) staan de kaders voor een verantwoorde en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden. Kasgeldlimiet De gemiddelde vlottende schuld van een gemeente mag, over drie maanden gezien, niet boven de 8,5% van het begrotingstotaal (227 miljoen) uitkomen. Voor 2024 is de kasgeldlimiet 19,3 miljoen (8,5% x 227 miljoen). De kasgeldlimiet heeft het volgende verloop: Kasgeldlimiet 2022 € 17,1 miljoen Kasgeldlimiet 2023 € 18,5 miljoen Kasgeldlimiet 2024 € 19,3 miljoen Voor 2024 verwachten wij geen overschrijding van de kasgeldlimiet. De renterisiconorm Over de langlopende schuld mogen de jaarlijkse aflossingen en renteherzieningen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel staat de verwachte ontwikkeling van de renterisiconorm voor de komende jaren: