CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

GR-Programmabegroting-2025-DIGITAAL (oud)

Gemeenteraad 7 november 2024, gemeente RoermondBij agendapunt: Begroting 202536.307 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

PROGR AMMABEGROTING 2025

78

Bovenstaande wijzigingen leiden tot de volgende OZB-tarieven:

Percentage van de heffingsmaatstaf (WOZ-waarde) voor berekening

2025

2024

Woningen eigenaren

0,1220%

0,1194%

Niet-woningen eigenaren

0,2495%

0,2382%

Niet-woningen gebruikers

0,2121%

0,2025%

Met bovenstaande tarieven wordt de nagestreefde totale opbrengst onroerendezaakbelasting gerealiseerd. Door marktontwikkelingen kan de WOZ-waarde echter sterk fluctueren. Na afronding van de WOZ-waarderingsprognoses door Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) worden de exacte OZBtarieven woningen en niet-woningen door het college vastgesteld. Macronorm OZB In 2008 is de maximering van de OZB-tarieven afgeschaft. Gemeenten mochten destijds zelf hun tarieven bepalen. De totale opbrengst in alle gemeenten samen, de zogenoemde macroopbrengst, mocht echter niet méér stijgen dan de som van de groei van het bruto binnenlands product én de prijsontwikkeling van de nationale bestedingen. Dit heette de macronorm OZB. Met ingang van 2020 is de macronorm OZB ook vervallen en is de ‘Benchmark gemeentelijke belastingen’ ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale

woonlasten inzichtelijker te maken. In deze benchmark, worden naast de OZB ook de riool- en afvalstoffenheffing vergeleken. Door een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de tariefontwikkeling met landelijke en provinciale gemiddelden, moeten de onderlinge verschillen tussen gemeenten nog inzichtelijker worden. Ook moet de benchmark het lokale debat over de keuzes voor ontwikkelingen, zoals stijging van de lasten, bevorderen.

Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing is een heffing ter dekking van kosten van beheer van huishoudelijke afvalstoffen. De heffing is voor rekening van gebruikers van percelen waarvoor de gemeente een inzamelverplichting voor huishoudelijk afval heeft. Het tarief voor de afvalstoffenheffing wordt in beginsel kostendekkend vastgesteld. In november 2023 heeft de gemeenteraad besloten om de heffingssystematiek voor de afvalstoffenheffing per 1-1-2025 te wijzigen. De afvalstoffenheffing wordt vanaf 1-1-2025 gebaseerd op de grootte van het huishouden. Voor de bepaling van de omvang van het huishouden wordt de Gemeentelijke basisadministratie per 1-1-2025 als uitgangspunt gehanteerd.

In onderstaande tabel is het tarief van 2025 weergegeven:

Omschrijving

Tarief 2025

Tarief per aansluiting

€ 298,40

Op basis van de gewijzigde systematiek is het tarief in 2025 als volgt bepaald:

Omschrijving

Tarief 2025

Eenpersoonshuishouden

€ 283,25

Tweepersoonshuishouden

€ 307,35

Meerpersoonshuishouden

€ 347,48

Op basis van het Besluit begroting en verantwoording (BBV) moet de gemeente inzichtelijk maken dat de totaal geraamde baten niet uitgaan boven de geraamde lasten en in

welke mate de tarieven kostendekkend zijn. In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de mate van kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing.

PROGR AMMABEGROTING 2025

79

Overzicht kostendekkendheid afvalstoffenheffing (bedragen x € 1.000)

2025

2024

Kosten taakveld afval (incl. omslagrente)

€ 8.422

€ 8.065

Inkomsten taakveld afval (excl. heffing)

€ 1.184

€ 1.152

Netto kosten taakveld

€ 7.238

€ 6.913

Overhead

€ 333

€ 414

BTW

€ 1.177

€ 1.125

Totale kosten

€ 8.748

€ 8.452

Opbrengst heffingen

€ 8.748

€ 8.452

Dekkingspercentage

100,00%

100,00%

Toe te rekenen kosten

Rioolheffing Het uitgangspunt van de rioolheffing is om gemeenten in staat te stellen de kosten te verhalen die gepaard gaan met de gemeentelijke wateropgave. De gemeentelijke watertaken die uit de heffing bekostigd mogen worden, zijn de taken die onder andere betrekking hebben op: • de inzameling, de berging en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater en op de zuivering van huishoudelijk afvalwater door middel van kleinere individuele installaties voor de behandeling van afvalwater (IBA); • de inzameling en de verdere verwerking van afvloeiend hemelwater; • het treffen van maatregelen ter voorkoming of beperking van nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming.

In november 2023 heeft de gemeenteraad besloten om de heffingssystematiek voor de rioolheffing per 1-1-2025 te wijzigen. Tot 1-1-2025 werd uitsluitend geheven van eigenaren van percelen die bij aanvang van het belastingjaar direct of indirect zijn aangesloten op de gemeentelijke riolering. Vanaf 1-1-2025 is er naast eigenarenheffing – waarbij een heffing op basis van een vast bedrag per perceel geldt – ook sprake van gebruikersheffing. Hiervoor geldt een staffel tarief, dat afhankelijk is van het waterverbruik. Voor de bepaling van het waterverbruik baseren wij ons op de meest actuele verbruiksgegevens van WML.

Ook voor de rioolheffing geldt dat deze in beginsel kostendekkend wordt vastgesteld. Hierbij wordt een voorziening ingezet om grote schommelingen in de rioolheffing op te vangen.

N.B. In oktober 2024 ligt het Water- en rioleringsplan (WRP) voor aan de gemeenteraad. Ten tijde van het opstellen van de begroting 2025 had er nog geen besluitvorming plaatsgevonden hieromtrent. Om niet voor uit te lopen op de besluitvorming rondom het WRP zijn de financiële effecten die hieruit voorvloeien niet in de financiële begroting verwerkt. Wel is in de paragraaf lokale heffingen de cijfermatige weergaven gebaseerd op het WRP. Eventuele afwijkingen o.b.v. besluitvorming in oktober en de financiële verwerking, zal na besluitvorming in de raadsvergadering van december a.s. aan de raad voorgelegd worden.

PROGR AMMABEGROTING 2025

80

In onderstaande tabel zijn de tarieven van 2024 weergegeven:

Tarieven 2025 Tarief per object

€ 196,80

Tarief per object (WOZ waarde < € 40.000)

€ 98,40

Op basis van de gewijzigde systematiek is de rioolheffing 2025 als volgt:

Aantal gebruikers

Perceel (WOZ-waarde)

Eigenarenheffing 2025

27.017

1 - 400

€ 23,30

297

401 - 800

€ 56,44

161

801 – 2.000

€ 122,71

59

2.001 – 5.000

€ 296,69

16

5.001 – 10.000

€ 628,07

7

10.001 – 20.000

€ 1.249,41

2

20.001 – 30.000

€ 2.077,87

9

> 30.000

€ 3.320,55

30.921

> € 40.000

€ 178,64

661

< € 40.000

€ 89,32

Ook voor de rioolheffing wordt op basis van het BBV inzichtelijk gemaakt dat de totaal geraamde baten niet uitgaan boven de geraamde lasten. In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de mate van kostendekkendheid

van de rioolheffing. Ook voor de rioolheffing wordt op basis van het BBV inzichtelijk gemaakt dat de totaal geraamde baten niet uitgaan boven de geraamde lasten. In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de mate van kostendekkendheid van de rioolheffing.

Overzicht kostendekkendheid rioolheffing (bedragen x € 1.000)

2025

2024

Kosten taakveld riolering (incl. omslagrente)

€ 5.137

€ 4.698

Inkomsten taakveld riolering (excl. rioolheffing)

€ 118

€ 111

Netto kosten taakveld

€ 5.019

€ 4.587

Overhead

€ 865

€ 856

BTW

€ 764

€ 658

Totale kosten

€ 6.648

€ 6.101

Opbrengst heffingen

€ 6.319

€ 6.101

Dekking uit egalisatievoorziening

€ 329

€0

Dekkingspercentage

100%

100%

Toe te rekenen kosten

PROGR AMMABEGROTING 2025

81

Bedrijven Investeringszones (BIZ)

Kwijtschelding

Een BIZ is een afgebakend gebied zoals een winkelstraat of een bedrijventerrein, waarbinnen de ondernemers en/of de eigenaren samen investeren in de kwaliteit van hun bedrijfsomgeving. Alle ondernemers betalen mee aan een gemeentelijke heffing om activiteiten te financieren. De activiteiten kunnen bijvoorbeeld gericht zijn op veiligheid (toezicht, verlichting, hekwerken of camerabewaking), bereikbaarheid (bewegwijzering en verkeersvoorzieningen), aantrekkelijkheid (schoonmaak, promotie, onderhoud, groenvoorziening en evenementen), etc. De BIZ-heffing wordt gebruikt om deze plannen te kunnen uitvoeren. Dit middel van belastingheffing maakt het mogelijk dat alle ondernemers in het betreffende gebied ook daadwerkelijk meebetalen.

De uitvoering van het kwijtscheldingsbeleid is opgedragen aan Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). BsGW schakelt hiervoor het Inlichtingenbureau (IB) in. Dit is een door de overheid opgericht bureau dat gemeenten helpt op het gebied van de uitvoering van onder andere het bijstands- en kwijtscheldingsbeleid. Het IB toetst de gegevens die nodig zijn voor eventuele kwijtschelding aan de voorwaarden om voor kwijtschelding in aanmerking te komen. Het gaat hierbij om gegevens van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SoZaWe), de Belastingdienst en de Dienst Wegverkeer (RDW).

Er bestaan in Roermond tien BI-zones: • BI-zone binnenstad Roermond zone A. • BI-zone binnenstad Roermond zone B. • BI-zone binnenstad Roermond zone C. • BI-zone bedrijventerrein Merum. • BI-zone bedrijventerrein Roerstreek. • BI-zone bedrijventerrein Stadsrand-Noord. • BI-zone bedrijventerrein Swalmen. • BI-zone bedrijventerrein Willem Alexander. • BI-zone centrum Swalmen. • BI-zone Retailpark. De looptijd van de bovenstaande BIZ’en is van 2021 tot en met 2025, behalve voor de BIZ Retailpark: deze loopt van 2022 tot en met 2026. De BIZ voor de Binnenstad, die bestond uit twee verschillende gebieden (de zone A en de zone B), is vanaf 2021 uitgebreid met een derde zone (zone C). Voor de begroting van de gemeente zijn de BIZ’en financieel neutraal. Dat wil zeggen dat de BIZ-belastingen die door BsGW worden geheven en geïnd, één op één als subsidie aan de diverse BIZ’en worden uitgekeerd.

Huishoudens met een inkomen en vermogen onder een bepaalde norm hebben recht op kwijtschelding. Vaak komen deze huishoudens meerdere jaren achter elkaar hiervoor in aanmerking. Alle burgers die in 2024 kwijtschelding hebben ontvangen, worden geautomatiseerd getoetst en krijgen bij een positief advies automatisch kwijtschelding. In alle andere gevallen zal een burger nog het gebruikelijke kwijtscheldingsformulier moeten invullen en inzenden. Deze worden na ontvangst individueel door BsGW getoetst. Kwijtschelding is onder voorwaarden mogelijk voor: • onroerende zaakbelastingen. • rioolheffing. •  afvalstoffenheffing (het vastrecht conform artikel 1.1 van de tarieventabel verordening afvalstoffenheffing). Veruit de belangrijkste heffing waarvoor kwijtschelding wordt verleend is de afvalstoffenheffing.

(bedragen x € 1.000) 2023 2024

2025

Begroot Realisatie Begroot

Realisatie per 30 juni 2024

Begroot

Afvalstoffenheffing

€ 8.280

€ 8.287

€ 8.452

€ 8.479

€ 8.748

Kwijtschelding afvalstoffenheffing

€ 625

€ 653

€ 695

€ 510

€ 775

Netto

€ 7.655

€ 7.634

€ 7.757

€ 7.969

€ 7.973

€ 0

€2

€ 0

€1

€0

Kwijtschelding overige

PROGR AMMABEGROTING 2025

82

van schaalvergroting. Per 1 januari 2024 zijn, op 2 gemeenten na, het Waterschap Limburg en alle overige 29 Limburgse gemeenten aangesloten bij de BsGW. De totale reguliere bijdrage (dus exclusief het maatwerk) voor onze gemeente aan BsGW bedraagt in 2025 € 1.264.283.

De prognose kwijtschelding is bepaald aan de hand van de realisatiecijfers van 2023 en op basis van de tussentijdse realisatie per 30 juni over 2024.

Belastingsamenwerking

Belastingdruk

BsGW voert de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen voor ons uit, evenals de WOZ-waarderingstaken. BsGW behartigt als uitvoeringsorganisatie de zorg voor het volledig, rechtmatig, juist, tijdig en doelmatig heffen en innen van de lokale belastingen. Eén van de doelen van deze gemeenschappelijke regeling is het minimaliseren van de kosten door middel

Belastingsoort

In het coalitieakkoord is ten aanzien van de lokale lastendruk als algemeen uitgangspunt opgenomen, dat deze voor de burgers zo laag mogelijk wordt gehouden. Waarbij slechts wordt gekozen voor verhoging van de lokale lastendruk als er geen andere financieringsmogelijkheden beschikbaar zijn en de verhoging direct is gekoppeld aan een specifiek en concreet doel.

2025

2024

OZB eigenaren woningen

0,1220% van de WOZ waarde

0,1194% van de WOZ waarde

OZB eigenaren niet woningen

0,2495% van de WOZ waarde

0,2382% van de WOZ waarde

OZB gebruik niet-woningen

0,2121% van de WOZ waarde

0,2025% van de WOZ waarde

Afvalstoffenheffing*

€ 307,35

€ 298,40

Rioolheffing**

€ 201,94

€ 196,80

* voor een tweepersoonshuishouden ** bij een waterverbruik van 0 t/m 400 m3 De gemiddelde lastendruk voor woningeigenaren stijgt in 2025, bij een gemiddelde woningwaarde met waardepeildatum 01-01-2023 van € 292.000

(bron: waarderingskamer), voor een huishouden tot een bedrag ad € 865,53 ten opzichte van € 829,28 in 2024. Dit is een procentuele stijging van 4,4% ten opzichte van 2024.

Belastingdruk 2025

€ 865,53

Belastingdruk 2024

€ 829,28

Stijging belastingdruk t.o.v. 2024 inclusief prijsindex

4,4%

Loon/prijsindex 2025

2,2%

Stijging belastingdruk t.o.v. 2024 excl. prijsindex

2,2%

Belasting- en legesopbrengsten De tarieven van de OZB worden berekend op basis van de totale opbrengst onroerendezaakbelasting en de waarde van de objecten. De uitgangspunten daarbij zijn hierboven beschreven. Dat geldt ook voor de

tarieven van de rioolheffing en afvalstoffenheffing. Het voorstel is om de overige tarieven trendmatig aan te passen met de in de kadernota aangegeven prijsindex. Voor 2025 betekent dit een verhoging van de tarieven met 2,2%. Daarnaast wordt voor de OZB vanaf 2024 tot en met 2028 naast de index een extra opslag van 2,5% gehanteerd.

PROGR AMMABEGROTING 2025

83

De belasting- en legesopbrengsten worden meerjarig als volgt geraamd over de jaren 2025 - 2028:

Belastingbaten (bedragen x € 1.000)

MJB 2025

MJB 2026

MJB 2027

MJB 2028

Onroerende Zaakbelasting

Eigenaar van woningen

10.678

10.945

11.219

11.499

Eigenaar van niet-woningen

4.990

5.115

5.243

5.379

Gebruiker van niet-woningen

3.735

3.828

3.924

4.021

Afvalstoffenheffing

8.748

8.755

8.752

8.736

Rioolheffing

6.319

6.440

6.535

6.781

BIZ-belasting

764

764

764

764

Toeristenbelasting

1.303

1.366

1.523

1.523

Lijkbezorgingsrechten

272

272

272

272

Leges WABO

1.606

1.606

1.556

1.556

Havengelden

474

474

474

474

Marktgelden

112

112

112

112

Precario

323

323

323

323

Leges

971

971

971

971

Parkeren

3.677

3.677

3.677

3.822

Totale Belastingbaten

43.972

44.648

45.345

46.233

Voor het onderbouwen van tarieven is in het BBV bepaald, dat de gemeente inzichtelijk maakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden. De berekening zelf is niet expliciet voorgeschreven, maar wel dat de wijze van toerekening op een consistente wijze moet worden toegepast. De berekening moet vervolgens worden aangevuld met een inhoudelijke toelichting over de totstandkoming van de tarieven en de beleidskeuzes die daaraan ten grondslag liggen.

Uit oogpunt van transparantie is in de toelichting op het Wijzigingsbesluit vernieuwing BBV voorgeschreven dat deze toelichting niet alleen op het niveau van de verordeningen moet plaatsvinden. Dit hoort ook plaats te vinden op een meer gedetailleerd niveau: de onderliggende hoofdstukken of onderdelen. Ook de mate van kruissubsidiëring tussen de hoofdstukken of onderdelen binnen een verordening en binnen de hoofdstukken of onderdelen, moet worden toegelicht. Bij de onderdelen riolering en afval is een overzicht opgenomen van de geraamde lasten en baten en in welke mate de tarieven kostendekkend zijn.

PROGR AMMABEGROTING 2025

84

PROGR AMMABEGROTING 2025

85

4.2 Paragraaf Weerstandsvermogen & risicobeheersing Inleiding Deze paragraaf gaat in op het gemeentelijk weerstandsvermogen. We kijken naar de betekenis van risico’s en de beheersing hiervan gezien vanuit de begroting 2025. In het coalitieakkoord 2022-2026 is een aantal hoofdlijnen en uitgangspunten geschetst voor het financieel beleid van de komende jaren. Uitgangspunt is een structureel in evenwicht zijnde meerjarenbegroting, waarin structurele lasten gedekt worden door structurele baten. Het realiseren van ambities kost niet per definitie geld. Als dat wel het geval is, vinden wij binnen de begroting ruimte om die ambities te realiseren zonder te tornen aan de gestelde eisen. Er wordt gezocht naar een nieuwe balans tussen ambities, taken, voorzieningenniveau/ dienstverlening en lasten. Daarbij wordt in samenhang gekeken naar oplossingsrichtingen binnen de volgende vier sporen: • Beperking van lasten/uitgaven. • Verhoging van inkomsten. • Reductie kosten bedrijfsvoering. • Aanpassing financiële regels. De financiën van de decentrale overheden zijn in hoge mate afhankelijk van ontwikkelingen die zich op landelijk en internationaal niveau voordoen. Begin juli is een nieuw kabinet beëdigd, dat gesteund is op het hoofdlijnenakkoord van PVV, VVD, NSC en BBB. Het kabinet heeft het hoofdlijnenakkoord uitgewerkt tot een regeerprogramma voor de komende periode.

Tussen rijksoverheid en decentrale overheden vindt al langere tijd discussie plaats over de toereikendheid van de middelen in relatie tot het takenpakket. Het overleg tussen het nieuwe kabinet en de VNG moet nog worden voortgezet. De ontwikkeling rondom de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente, het gemeentefonds, blijft daarmee onzeker. Het huidige tijdsgewricht kenmerkt zich door grote onzekerheden en belangrijke opgaven. Onzekerheden, die raken aan onze veiligheid, zoals bijvoorbeeld de oorlogen in Oekraïne en in het Midden-Oosten. Belangrijke opgaven liggen er onder andere op het gebied van bestaanszekerheid, klimaat, wonen, opvang van vluchtelingen en stikstof. Naast bovenstaande uitdagingen staat het nieuwe kabinet ook voor solide overheidsfinanciën, een stabiele economie en een goed vestigingsklimaat.

Opbouw paragraaf De paragraaf bestaat uit de volgende onderdelen: 2.1 Het gemeentelijke beleid inzake de weerstandscapaciteit en de risico’s. 2.2 Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit. 2.3 Een inventarisatie van de risico’s. 2.4 Een toelichting op relevante risico’s. 2.5 Financiële kengetallen.

2.1 

Het gemeentelijke beleid inzake de weerstandscapaciteit en de risico’s

De basis voor de paragraaf weerstandsvermogen ligt opgesloten in de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen. De gemeenteraad heeft in de vergadering van 21 december 2023 een geactualiseerde nota vastgesteld. In deze nota heeft de gemeenteraad de kaders rondom het weerstandsvermogen en risicobeheersing opnieuw vastgesteld. De nota bevestigt het beleid dat de raad eerder (bij de begroting 2022) heeft geformuleerd ten aanzien van de gewenste omvang van het weerstandsvermogen en de minimale omvang van de algemene reserve. Concreet zijn daarbij de volgende uitgangspunten vastgesteld: • Voor het weerstandsvermogen wordt aangesloten bij de kwalificatie “ruim voldoende”, hetgeen inhoudt dat de weerstandsratio zich bevindt tussen 1,4 en 2,0. De weerstandsratio dient minimaal 1,4 te zijn. • De gewenste omvang van de minimumpositie van de algemene reserve en het weerstandsvermogen wordt gekoppeld aan een gekwantificeerde risicoanalyse. Daarnaast heeft de gemeenteraad een norm van minimaal 20% gesteld voor de solvabiliteitsratio. Deze ratio geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen en het balanstotaal. Risicomanagement is structureel verankerd in het bestuurlijk besluitvormingsproces. In het format van college- en raadsvoorstellen is de risicoparagraaf een verplicht onderdeel.

PROGR AMMABEGROTING 2025

86

Jaarlijks wordt als onderdeel van de planningen control cyclus in de programmabegroting en de jaarverantwoording aandacht besteed aan de risico’s in relatie tot de aanwezige weerstandscapaciteit. In de nota is aangegeven dat het risicomanagement nog verder doorontwikkeld moet worden.

2.2 

Inventarisatie weerstandscapaciteit

De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit: 1. Onvoorzien structureel. 2. Structurele begrotingsruimte. Bij het bepalen van de mogelijkheden tot belastingheffing die een gemeente heeft wordt het zogenoemde belastingpakket gehanteerd. Dit betreft de ramingen aangaande de onroerendezaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en rioolheffingen. De onbenutte belastingcapaciteit is de ruimte die een gemeente heeft tot aan het niveau dat de gemeente zou moeten heffen om voor toelating van een zogenaamde artikel 12 aanvraag bij het gemeentefonds in aanmerking te komen.

De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen die kunnen worden ingezet om financiële tegenvallers op te vangen.

Ten aanzien van de post onvoorzien hanteert onze gemeente het standpunt dat er slechts een marginaal bedrag wordt opgenomen (omdat dit een verplichte uitgaaf is op grond van het BBV). Wij hanteren als uitgangspunt dat (onvoorziene) tegenvallers binnen de In het Gemeenschappelijk financieel Toezichtkader Gemeenten 2020 is een algemeen overige budgetten van de begroting moeten worden opgevangen. kader geschetst hoe provincies in het kader van hun toezichtstaak bij de oordeelsvorming aan het Voor het bepalen van het structurele begrotingssaldo, dat kan worden ingezet voor het opvangen van (structurele) financiële begrip weerstandscapaciteit invulling geeft. tegenvallers, wordt aansluiting gezocht met het overzicht structureel en reëel begrotingsevenwicht, zoals dat is opgenomen in de De weerstandscapaciteit is te onderscheiden in toelichting op de financiële positie (hoofdstuk 2). een incidentele en een structurele component. De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit: 1. Algemene reserve. 2. Onvoorzien incidenteel. 3. Stille reserves. 4. Incidentele begrotingsruimte. Uitgangspunt is, dat bestemmingsreserves niet worden gekwalificeerd als incidentele weerstandscapaciteit.

De gemeenteraad kan op basis van een heroverweging besluiten om (een deel) van een reserve over te hevelen naar de algemene reserve, waarna deze meegenomen kan worden in de berekening van de weerstandscapaciteit. De betekenis die stille reserves hebben voor de gemeentelijke weerstandscapaciteit blijkt in de praktijk beperkt en zijn daarom, conform de gedragslijn van afgelopen jaren, ‘PM’ opgenomen in onderstaand overzicht.

Op basis van bovenstaande uitgangspunten kan de weerstandscapaciteit voor 2025 en volgende jaren als volgt worden berekend:

PROGR AMMABEGROTING 2025

87

(bedragen x € 1.000)

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Incidentele weerstandscapaciteit: Algemene reserve (incl. claim SD)

42.499

39.012

36.087

36.087

Stille reserves

0

0

0

0

Ruimte in begroting (incidenteel)

0

0

0

0

42.499

39.012

36.087

36.087

1

1

1

1

Ruimte in begroting (structureel)

1.347

-1.003

826

863

Onbenutte belastingcapaciteit*

1.408

1.408

1.408

1.408

Totale structurele weerstandscapaciteit

2.756

406

2.235

2.272

Totaal weerstandscapaciteit

45.255

39.418

38.322

38.359

Totale incidentele weerstandscapaciteit Structurele weerstandscapaciteit: Onvoorzien structureel

* De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de extra ruimte die de gemeente heeft om, met inachtneming van de wetgeving, maximale inkomsten te genereren uit de gemeentelijke heffingen. Deze ruimte moet ingezet worden wanneer de Provincie Limburg de gemeente Roermond als artikel 12 gemeente aanmerkt. Gezien de (structurele) financiële positie ligt dit niet in de lijn der verwachtingen. Bij de gemeente Roermond zit deze ruimte in de onroerendezaakbelastingen (OZB). Om te beoordelen of er onbenutte belastingcapaciteit is, maken wij gebruik van de ruimte tussen de eigen OZB-tarieven en het redelijk peil van de OZB dat wordt vastgesteld in het kader van artikel 12 Financiële verhoudingswet (de artikel 12-norm). De door het Rijk vastgestelde artikel 12norm is 0,1595%. Wanneer we dit percentage afzetten tegen de in de begroting opgenomen ramingen voor de OZB ontvangsten is er nog een ruimte van € 1.4 mln.. De afvalstoffenheffing en de rioolheffing zijn 100% kostendekkend en leveren dus geen onbenutte belastingcapaciteit op.

2.3 Inventarisatie van risico’s Tegenover de weerstandscapaciteit staan een aantal risico’s, die niet (geheel) gedekt zijn en van substantieel belang (kunnen) zijn om de financiële positie van de gemeente (meerjarig) te kunnen beoordelen. In onderstaand overzicht worden de belangrijkste risico’s naar categorie samengevat. Verder in deze paragraaf worden deze risico’s toegelicht. De benodigde weerstandscapaciteit is gelijk aan de som van alle gekwantificeerde risico’s. Allereerst wordt een inschatting gemaakt van de maximale financiële impact van een risico na genomen beheersmaatregelen. Vervolgens wordt deze impact vermenigvuldigd met het percentage uit de risicoklasse. Deze risicoklasse geeft aan wat de kans is, dat het risico zich voordoet.

In Roermond worden op dit moment 3 risicoklassen gehanteerd: hoog (65%), midden (35%) en laag (20%). Zoals hierboven aangegeven, wordt voor de bepaling van het risico binnen de grondexploitaties een andere methode gebruikt. Omdat het systeem van risicobeheersing nog een verdere doorontwikkeling behoeft, wordt tenslotte de optelsom van alle risico’s verhoogd met 40%, waarmee eventuele risico’s die nu (nog) niet in beeld zijn, verondersteld zijn ook te zijn meegenomen. Reguliere risico’s, waarvoor verzekeringen zijn afgesloten, voldoende beheermaatregelen zijn getroffen of voorzieningen zijn gevormd, maken geen onderdeel uit van de risico-inventarisatie.

PROGR AMMABEGROTING 2025

88

Omschrijving risico’s (bedragen x € 1.000)

Incidenteel

Structureel

Inflatie o.b.v. macro-economische ontwikkelingen

928

Renterisico 117 Juridische risico’s Toerekenen directe en/of indirecte uren aan projecten

120

Informatiebeveiliging, privacy en fraude

525

Onderhoudsvoorziening gebouwen Calamiteiten

88

Afwikkeling FLO-gelden Veiligheidsregio

150

Open eind regelingen sociaal domein

5.100

Incidentele middelen jeugdzorg Aanbieders Sociaal Domein Ontwikkelingen Participatiewet

Grondexploitaties Overige gronden

425

Verbonden partijen (o.a. ICT NML) 104 Optelsom risicobedragen

6.512

1.045

Omrekenfactor

1,4

1,4

9.117

1.463

Totaal incidenteel en structureel

10.580

Conclusie ratio weerstandsvermogen Zoals eerder aangegeven, gaat het bij het weerstandsvermogen om de robuustheid van de financiële positie. Om hier goed inzicht in te krijgen, is hieronder de van de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit (onderverdeeld in incidentele en structurele componenten)

opgenomen. Incidentele risico’s zijn risico’s die een eenmalige last tot gevolg kunnen hebben. Ter dekking hiervan kan een beroep worden gedaan op de algemene reserves. Structurele risico’s kunnen leiden tot meerjarige lasten en raken daarmee het begrotingsevenwicht. De verhouding tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit geeft inzicht in het gemeentelijk weerstandsvermogen.

PROGR AMMABEGROTING 2025

89

Omschrijving risico’s (bedragen in miljoenen euro’s)

Incidenteel

Structureel

Beschikbare weerstandscapaciteit 2025 42,5 2.7 Benodigde weerstandscapaciteit op basis van risicoprofiel 9,1 1,5 Ratio weerstandsvermogen *

4,7

* normeringstabel NAR en Universiteit Twente t.b.v. het weerstandsvermogen: > 2,0 uitstekend, 1,4 < 2,0 ruim voldoende, 1,0 < 1,4 voldoende, 0,8 < 1,0 matig, < 0,8 onvoldoende en < 0,6 ruim onvoldoende. Uitgaande van de door de raad vastgestelde streefwaarde van een ratio die tussen de 1,4 en 2,0 ligt, kan worden geconcludeerd, dat de huidige weerstandscapaciteit uitstekend is.

2.4

Toelichting op risico’s Algemeen Onderstaand worden de grootste risico’s per programma nader toegelicht. Programma 0 Bestuur en ondersteuning en algemene dekkingsmiddelen Inflatie o.b.v. macro-economische ontwikkelingen In de begroting is rekening gehouden met een stelpost prijsstijgingen, deze wordt periodiek bijgesteld o.b.v. CPB actualisaties. Echter de onzekerheden rondom de prijsontwikkelingen en de compensatie daarvoor via het gemeentefonds of anderszins blijven groot. Voor de kwantificering van dit risico is rekening gehouden met 1% over de gehele begroting. Renterisico’s De financieringspositie van de gemeente is aan wet- en regelgeving onderworpen welke is gericht op het verminderen van het renterisico. De renterisiconorm is jaarlijks onderdeel van de financieringsparagraaf bij de begroting en het jaarverslag. De treasury functionaris van de gemeente bewaakt de renteontwikkelingen en bewaakt het renterisico. Dit doet hij onder andere door te werken met liquiditeitsplanningen, spreiding en egalisatie van de vervaldata en het hanteren van een begrotingsrente van 0,75%. Niettemin hebben wij een risicobedrag opgenomen op basis van 1% van de totale bruto financieringsbehoefte. Op dit moment wordt het risico beoordeeld als laag aangezien de rente in de begroting structureel is verhoogd.

Juridische risico’s Gemeente Roermond loopt juridische risico’s aangezien de gemeente veel besluiten neemt waartegen bezwaar en beroep kan worden ingesteld. Maar ook in privaatrechtelijke zin loopt de gemeente risico’s. Momenteel lopen diverse zaken waarvan

onzeker is wat de uitkomst hiervan is en of deze financiële consequenties hebben. Derhalve is hiervoor een PM post opgenomen. Organisatie Toerekening ambtelijke uren aan projecten De begrotingsvoorschriften (BBV) geven aan dat (ambtelijke) kosten die direct toerekenbaar zijn aan (investerings)projecten moeten worden geactiveerd, de daarmee gepaard gaande indirecte kosten mogen worden geactiveerd. Vanaf 2020 worden de directe kosten achteraf bij de jaarrekening toegerekend. Bij de begroting wordt een inschatting gemaakt van het totaal toe te rekenen bedrag. Op het moment dat er als gevolg van omstandigheden (bijvoorbeeld economische neergang) het aantal projecten terugloopt, kunnen minder kosten worden doorberekend en komen deze ten laste van de exploitatie. Informatiebeveiliging, privacy en fraude Door de toenemende digitalisering is het zorgvuldig omgaan met de informatie en gegevens van burgers, bedrijven en ketenpartners voor gemeenten van groot belang. Uitval van computers of telecommunicatiesystemen, het in ongerede raken van gegevensbestanden of het door onbevoegden kennisnemen dan wel manipuleren van bepaalde gegevens, kan ernstige gevolgen hebben voor de continuïteit van de bedrijfsvoering en het primaire proces. Een betrouwbare, beschikbare en correcte informatiehuishouding is essentieel voor de

1,8

PROGR AMMABEGROTING 2025

90

dienstverlening van gemeenten. In de paragraaf bedrijfsvoering is uitgebreider ingegaan op de activiteiten die op dit gebied in 2025 worden ondernomen. Het is vrijwel onmogelijk om tegen acceptabele kosten voor deze risico’s een verzekering af te sluiten. Onderhoudsvoorziening gebouwen Op 8 april 2021 heeft de gemeenteraad een actualisatie van het meerjaren onderhoudsplan gebouwen vastgesteld en de daarbij behorende aanpassing van de onderhoudsvoorziening en de jaarlijkse dotatie. Bij de jaarrekening 2023 heeft de accountant geoordeeld dat de voorziening niet (meer) voldoende kon worden onderbouwd. De voorziening is dientengevolge vrijgevallen ten gunste van het resultaat. Bij de bestemming van het resultaat heeft de raad besloten het bedrag dat is vrijgevallen te storten in een bestemmingsreserve. Daarmee blijven de middelen bedoeld voor groot onderhoud aan de gemeentelijke gebouwen beschikbaar. In 2024 treffen wij de voorbereidingen om te komen tot een actualisatie van het meerjaren onderhoudsprogramma. In dat kader zullen wij ook met een voorstel komen voor de verwerking van de financiële gevolgen van deze actualisatie. Tot de tijd worden de onderhoudslasten gedekt uit de beschikbare reserve. Programma 1 Veiligheid Calamiteiten De gemeente heeft meerdere rampenbestrijdingsplannen, met enige regelmaat treedt de Maas buiten haar oevers.

Het Team Bevolkingszorg houdt regelmatig oefeningen gericht op een goed lopende rampenbestrijding. In geval een calamiteit zich voordoet, is het aannemelijk dat schade niet volledig wordt vergoed en een deel daarvan ten laste van de gemeente blijft. De financiële impact van een dergelijke gebeurtenis hebben wij ingeschat op € 250.000.

juiste hoogte van dit bedrag nog bepaald te worden. Dit is mede afhankelijk van besluitvorming binnen de VRLN in overleg met de deelnemende gemeenten. Het maximale risico wordt vooralsnog ingeschat op € 150.000. Programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat Beheerplannen De actualisatie van de Kadernota Beheer uit 2017 heeft in 2023 zijn beslag gekregen. Op 14 september 2023 heeft de gemeenteraad de Kadernota Beheer 2023-2032 vastgesteld met alle onderliggende beheerplannen. De financiële consequenties van de besluitvorming zijn via een begrotingswijziging verwerkt in de meerjarenbegroting 2024-2027. Daarmee zijn de financiële gevolgen van de actualisatie afgedekt. Het risico is niet meer opgenomen in het totaaloverzicht onder 2.3 inventarisatie van risico’s in deze paragraaf. Programma 6 Sociaal Domein Open eind regelingen sociaal domein We hebben in het sociaal domein te maken met ongeveer € 64 mln. aan open eind regelingen en € 28 mln. aan verbonden partijen (Westrom, Omnibuzz, Veiligheidsregio) en externe partners (waaronder Vijf). Dit is inclusief (€ 11,1 mln.) WSW die aan de Westrom wordt verstrekt. Deze regelingen zijn ingedeeld in hoog, midden en laag risico. Voor de risicoanalyse ten aanzien van het sociaal domein, is uitgegaan van de volgende uitgangspunten: 1. 10% van de open eind budgetten wordt aangemerkt als risico. 2.

Indien een van de risico’s in de categorieën midden of hoog zich voordoet, is als uitgangspunt genomen, dat maximaal een termijn van twee jaar nodig is maatregelen te effectueren om dit risico af te dekken. Voor risico’s in de categorie laag wordt uitgegaan van een hersteltermijn van maximaal een jaar. Vanuit deze opbouw houden we rekening met een incidenteel risicobedrag ter hoogte van ruim € 5,1 mln. voor het sociaal domein.

Aanbieders Sociaal Domein Enkele aanbieders binnen de Jeugdzorg en Wmo hebben te kampen met financiële uitdagingen. Voor het overgrote deel worden deze veroorzaakt door een mismatch in de CAO ontwikkelingen binnen de zorgsector en OVA indexering. De CAO ontwikkelingen worden meegenomen in de OVA index en deze loopt een jaar achter omdat de CAO ontwikkelingen een jaar later worden opgenomen in de OVA-index. De VNG en I sociaal Domein heeft gemeente geadviseerd de contracten te volgen en niet over te gaan tot extra compensatie. Met alle grote aanbieders worden Afwikkeling FLO-gelden Veiligheidsregio periodiek (contract)gesprekken gevoerd en vindt ook periodiek Limburg-Noord een monitor plaats. Hierdoor blijft de gemeente op de hoogte Bij de overgang van het brandweerdistrict van alle ontwikkelingen en eventuele maatregelen binnen deze Roermond naar de Veiligheidsregio VRLN is de afspraak gemaakt dat er nog een afwikkeling komt zorgaanbieders. De kwantificering van dit risico is opgenomen in het risico inflatie o.b.v. macro-economische ontwikkelingen. inzake de FLO-gelden. Brandweerpersoneel kan met functioneel Om de continuïteit van jeugdhulp die de Mutsaersstichting aan onze leeftijdsontslag (FLO).

Maar door wettelijke maatregelen, verschuivingen van het AOW-leeftijd jeugdigen en gezinnen biedt te borgen, is een financiële bijdrage beschikbaar gesteld op basis van het continuïteitsplan van de en fiscale boetes bij vroegtijdig stoppen, dient de

PROGR AMMABEGROTING 2025

91

Mutsaersstichting. Hiervoor is een bestemmingsreserve gevormd ter hoogte van ca. € 1,2 mln., derhalve is in de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit hier geen rekening meer mee gehouden. Incidentele middelen jeugdzorg De Hervormingsagenda Jeugd bevat een omvangrijk pakket afspraken met als doel de jeugdzorg te verbeteren en financieel gezond te maken. Dit vraagt inzet van en samenwerking tussen alle betrokken partijen. Gemeenten en het rijk gaan structureel investeren in de landelijke kwaliteit en effectiviteit van jeugdhulp. Daarnaast wordt de Jeugdwet aangepast, waardoor duidelijker wordt waarvoor kinderen en ouders hulp kunnen krijgen. Tijdens de ALV van de VNG in 2023 hebben gemeenten ingestemd met de Hervormingsagenda Jeugd. Daarmee hebben zij zich gecommitteerd aan de doelstellingen en bijbehorende veranderingen. Deze verandering vindt plaats van lokaal tot regionaal en landelijk niveau en is daarmee een bijzonder grote opgave. Voor de uitvoering van de hervormingsagenda heeft het Rijk incidentele middelen beschikbaar gesteld en heeft het Rijk besparingen opgenomen in de Rijksbegroting. In totaal is in de meicirculaire 2023 € 954 mln. in 2025 voor jeugdzorg beschikbaar gesteld, waarvan een deel van de investeringen en uitvoeringskosten van de hervormingsagenda vanaf de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) worden ingezet.

Dit betreft € 95 mln. in 2025. In totaal is € 859 mln. in 2025 aan de algemene uitkering van het gemeentefonds toegevoegd voor jeugdzorg. Op de aanvullende post (AP) op de begroting zijn middelen gereserveerd voor 2026 en verder. De beschikbaarstelling van deze middelen voor de jaren 2026 en verder vindt plaats na het advies van de deskundigencommissie en de besluitvorming daarover. Net als voor de middelen in 2025 geldt dat deze beschikbaar worden gesteld aan gemeenten met uitzondering van de investeringen waarvan is afgesproken deze door het Rijk worden gedaan. De € 954 mln. voor 2025 is gebaseerd op het advies van de Commissie van Wijzen, gecorrigeerd voor de besparing die aanvullend is opgenomen in het coalitieakkoord (€ 100 mln. in 2024 oplopend tot € 511 mln. structureel vanaf 2027). In aanvulling hierop verzacht het kabinet het ingroeipad voor de besparingsopgave met € 196 mln. in 2025 en laat daarnaast, via de meicirculaire 2024 de extra besparing van € 500 mln. in 2025 vervallen (de aanvullende besparing in het coalitieakkoord Rutte IV voor dat jaar) omdat de maatregelen die tot besparing moeten leiden nog niet zijn gerealiseerd. Het principeakkoord heeft voor Roermond de volgende gevolgen: Vanuit de hervormingsagenda jeugd worden wederom incidenteel middelen beschikbaar gesteld voor 2024 (€ 6,9 mln) en 2025 (€ 4,3 mln).

Voor de jaren 2022 en 2023 heeft de gemeente Roermond ook incidentele middelen jeugd ontvangen. Gemeenten mochten bij de begroting 2022, meerjarenperspectief 2023-2025 structureel rekening houden met een raming van de middelen jeugdzorg.

Hierbij gold een maximum van 75% van het deel dat gemeenten op basis van de verdeling zouden krijgen. Op basis hiervan is € 1,2 mln structureel geraamd als stelpost (besluit 6 mei 2021 “klaar voor de herstart”, zaaknummer 55571-2021). Met het ontvangen van de incidentele middelen voor 2024 en 2025 ter hoogte van € 11,2 mln is deze stelpost voor de jaren 2024 en 2025 vereffend voor in totaal € 2,4 mln. Als de Jeugd middelen 2026 en volgende jaren binnenkomen, zal opnieuw een voorstel hieromtrent volgen. Het vervallen van de extra besparing in 2025 betekent een incidenteel bedrag van € 2,3 voor Roermond in 2025. Ontwikkelingen Participatiewet Eigenaarschap Westrom De gemeenteraad heeft op 19 september 2024 ingestemd met de overname van de uitvoeringsorganisatie van Westrom per 1 januari 2025. Door de overname heeft de gemeente Roermond de verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering en het financieel risico als gevolg van de krimpende WSW doelgroep. Het risico kan voor de eerste jaren worden opgevangen door het ontvangen transitiebudget om de krimp- en veranderopgave mee op te vangen. Voor de langere termijn is een stevige transitie noodzakelijk waarbij het van belang is te komen tot een robuuste en toekomstbestendige organisatie voor het bedienen van de brede doelgroep Participatiewet. Groen en Doen De gemeente Roermond is enig aandeelhouder van de BV Groen en Doen.

In deze organisatie vinden inwoners met een beperking of afstand tot de arbeidsmarkt een werkplek in het groenonderhoud van de gemeente Roermond. Om de bedrijfsvoering van Groen en Doen duurzaam toekomstbestendig te houden is een transitie noodzakelijk met een financieel risico voor de gemeente. Als enig aandeelhouder is Roermond risicodrager voor de bedrijfsvoering van deze organisatie om de continuïteit van het groenonderhoud van de gemeente en de werkplek van de medewerkers te kunnen waarborgen.

PROGR AMMABEGROTING 2025

92

Programma 8 Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing Grondexploitaties Grondexploitaties kenmerken zich door het feit dat in een vroeg stadium investeringen worden gedaan, waarbij inkomsten en dus de dekking van de exploitatie -soms- veel later kunnen worden ingeboekt. Grondexploitaties zijn per definitie meerjarig en zijn daarmee risicovol. De gemeenteraad heeft op 8 april 2021 de nota Grondbeleid 2021 vastgesteld. Conform deze nota voert de gemeente over het algemeen een faciliterend grondbeleid. Dit betekent dat de realisering van projecten wordt overgelaten aan marktpartijen die ook de financiële risico’s dragen. Voor het kwantificeren van de onvoorzienbare risico’s wordt conform de Nota Grondbeleid 2021 gebruik gemaakt van de IFLO-methode (IFLO staat voor: Inspectie Financiën Lagere Overheden). Het risicobedrag, dat wordt bepaald middels deze methode, wordt gezien als de (onder) grens van het benodigde weerstandvermogen voor grondexploitaties. Bij de vaststelling van het MPG 2024-2028 op 4 juli 2024 heeft de gemeenteraad de minimale omvang van dit risicobedrag vastgesteld op € 415.000. Conform de Nota Grondbeleid 2021 is de reserve Gebiedsontwikkeling ingesteld. Dit is dus de minimale omvang van de claim risico’s grondexploitaties binnen de reserve Gebiedsontwikkeling.

Deze claim wordt gevoegd door de storting van boekwinsten bij de verkoop van gronden binnen projecten met een faciliterend grondbeleid, voormalige grondexploitaties en zonder concreet plan. Bovengenoemd risicobedrag is inmiddels beschikbaar binnen de reserve Gebiedsontwikkeling, waardoor een aanvullende risicodekking vanuit de algemene reserve niet (meer) nodig is. In paragraaf 4.7 Grondbeleid wordt ingegaan op de financiële risico’s binnen de grondexploitaties en het benodigde weerstandsvermogen.

Bij de grondexploitatie Roerdelta Fase 2 is sprake van een project specifiek risico. In de vergadering van 19 september 2019 heeft de gemeenteraad besloten een grondexploitatie te openen voor dit project. Binnen dit project is sprake van een risico van beperkte omvang met betrekking tot de mogelijke kosten voorfinanciering ophogen waterkeringen. Omdat het lastig is een inschatting te maken van de omvang van deze risico’s op deze post, hanteren wij een risicopercentage van 50% van de totale kosten binnen de grondexploitatie voor deze post. Dat komt neer op een risicobedrag van € 0,18 mln. Dit risico van beperkte omvang kan naar verwachting binnen de grondexploitatie worden opgevangen op basis van het verwachte positieve saldo Overige gronden In 2010 is een perceel gemeentegrond nabij de parkeergarage Stationspark geleverd aan een ontwikkelaar voor de realisatie van een kantoorcomplex. Dit perceel is geleverd op basis van een zogenaamde Groningerakte: levering met uitgestelde betaling. De koopsom bedroeg € 1.214.000. Tot het moment van betaling van de koopsom is de ontwikkelaar jaarlijks een rentevergoeding verschuldigd. De opbrengsten zijn oorspronkelijk gestort in de reserve Bereikbaarheid NS Station Oost. Wij hebben deze gelden overgeheveld naar de algemene reserve.

Het mogelijke risico van het niet ontvangen van de koopsom (onder gelijktijdige teruglevering van de grond) beschouwen we als een risico waarvoor de algemene reserve kan worden aangesproken voor een bedrag van € 425.000. Verbonden partijen ICT NML Bij verbonden partijen hanteren wij als algemeen uitgangspunt, dat de verbonden partij zelf een voldoende buffer heeft voor de opvang van de risico’s. Bij ICT-NML geldt een specifieke afspraak, dat 50% van de benodigde weerstandscapaciteit wordt opgebouwd bij de organisatie zelf en dat de overige 50% van de weerstandscapaciteit bij de deelnemende gemeenten als achtervang blijft. Het aandeel van Roermond in deze 50% komt voor 2025, op basis van de begroting 2025 van ICT NML, overeen met € 104.000.

PROGR AMMABEGROTING 2025

93

2.5

Financiële kengetallen Begroting 2025

Verloop van de kengetallen Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Netto schuldquote

25,9%

54,5%

65,3%

86,8%

92,5%

94,2%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

28,3%

53,1%

63,3%

84,7%

90,5%

92,3%

Solvabiliteitsratio

39,7%

28,4%

27,7%

22,7%

21,5%

20,9%

Structurele exploitatieruimte

-1,3%

0,45%

0,52%

- 0,39%

0,32%

0,32%

Grondexploitatie

1,3%

1,5%

1,6%

1,0%

0,8%

0,1%

Belastingcapaciteit

87,7%

87,8%

87,1%

87,1%

87,1%

87,1%

Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De schuldquote geeft een beeld van de relatie tussen de gemeentelijke schuldenpositie en de totale baten zoals opgenomen in de begroting. Opgenomen geldleningen brengen rentekosten en aflossingsverplichtingen met zich mee. Omdat op begrotingsniveau wordt uitgegaan van een volledige uitvoering van de investeringsplanning ligt deze ratio hoger dan op het niveau van de jaarrekening. De uitvoering van de investeringsraming kan zijn vertraagd. Uit cijfers van de VNG blijkt dat Roermond een lagere netto schuldquote heeft dan vergelijkbare gemeenten van dezelfde omvang. (50.000-100.000 inwoners). Volgens het model houdbare gemeentefinanciën is een schuldquote tot 100% normaal en ontstaat vanaf een schuldquote van meer dan 130% gevaar. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen van de gemeente uit als percentage van het totale vermogen. Zoals verwacht daalt de solvabiliteitsratio. Een score lager dan 20% wordt als risicovol gezien. Structurele exploitatieruimte Het financiële kengetal “structurele exploitatieruimte” geeft aan hoe groot de structurele ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Hierbij worden de structurele baten gerelateerd aan de structurele lasten. Dit saldo wordt weergegeven in een percentage van de totale baten.

Grondexploitatie De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten of provincies leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de woningen kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale baten. Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt een gemeente relatief gering risico. Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet die worden afgewaardeerd, dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio. De gemeente Roermond kent een zeer beperkt aantal grondposities, als gevolg hiervan is het kengetal zeer gering.

PROGR AMMABEGROTING 2025

94

Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de woonlasten van een meerpersoonshuishouden met een gemiddelde WOZ-waarde zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De belastingcapaciteit wordt berekend door de totale gemiddelde woonlasten van een meerpersoonshuishouden in Roermond jaar t (2025) te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 (2024). Het geeft weer wat de “ruimte” is om belastingen te verhogen ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Het is de bevoegdheid van uw raad te bepalen met welke omvang de belastingen en heffingen worden verhoogd. Het percentage zoals berekent bij de jaarcijfers 2023 en begroting 2024 is naar beneden bijgesteld om zo aan te sluiten bij meerjarige berekeningssystematiek.

Conclusie van de kengetallen De bovenstaande kengetallen moeten in samenhang worden bezien om daar duiding aan te geven. Op basis van bovenstaand overzicht en op basis van het weerstandsvermogen kan worden geconcludeerd dat de gemeente Roermond een stabiele financiële positie heeft. Alle onderdelen bevinden zich in de categorie minst risicovol. Voor het weerstandsvermogen geldt de status uitstekend.

PROGR AMMABEGROTING 2025

95

4.3 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen De gemeente bezit een groot vermogen aan kapitaalgoederen zoals wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Het is cruciaal deze kapitaalgoederen in goede staat te houden voor het functioneren van onze samenleving op het terrein van vervoer, recreatie, welzijn en economie. Het totale bezit waarvoor de gemeente verantwoordelijk is, duiden we aan met de term ‘areaal’. De gemeente beheert het areaal zorgvuldig, daarom zijn beheerplannen opgesteld. Deze omschrijven de hoeveelheden, kwaliteitsniveaus en de kosten voor instandhouding van deze objecten. Het onderhoud baseren we op de keuzes van de raad over het onderhouds- en kwaliteitsniveau. In het beheer is aandacht voor duurzame oplossingen en de mogelijkheden voor wijkgericht en projectmatig onderhoud. Door jaarlijkse prioritering van (onderhouds)maatregelen, sluit het beheer en onderhoud aan op de begroting en beleid. Kaders hierbij zijn het vastgestelde onderhoudsniveau, budgetten, participatie, het rapport “Beheerst investeren” en beleid betreffende de openbare ruimte. In deze paragraaf worden de volgende onderdelen besproken: 1. Verhardingen. 2. Civieltechnische kunstwerken. 3. Riolering, hemelwaterafvoer en grondwater. 4. Havens en waterpartijen. 5. Groen en bomen. 6. Bossen en natuurterreinen. 7. Reiniging. 8. Openbare verlichting. 9. Inrichtingselementen. 10..

Blusvoorzieningen. 11. Speelvoorzieningen. 12. Begraafplaatsen. 13. Kunstobjecten. 14. Sportlocaties- en accommodaties. 15. Onderhoud gebouwen.

Verhardingen Beleidskader: • Wettelijke kaders. • Gemeentelijk beleid. • Normen en richtlijnen vanuit CROW. • Beheerplan verhardingen. Vastgesteld kwaliteitsniveau Technisch-constructief is dit niveau door de Raad vastgesteld op Basiskwaliteit Plus. Onderhoud verhardingen is grotendeels technisch beheer, gericht op het veilig in stand houden van het areaal waarbij via gecontroleerd risico gestuurd beheer de afweging wordt gemaakt tussen repareren of vervangen.

Actuele staat van onderhoud De technisch/constructieve kwaliteit geeft een geringe achteruitgang aan; maar is nog voldoende tot goed. De oorzaak van deze achteruitgang is onder andere het doorschuiven van onderhoudsmaatregelen aan hoofdwegen en wijken en op onderdelen (met name asfalt) extreem stijgende materiaal,-, onderhouds- en loonkosten. Om het kwaliteitsniveau op peil te houden wordt het areaal door middel van periodieke inspecties geïnspecteerd, en daar waar nodig extra onderhouden. Op deze manier zal geen verdere achteruitgang ontstaan, en blijft het gehele areaal op niveau. Programma begrotingsjaar 2025 Uitvoeren civieltechnisch onderhoud zodat veilig gebruik van de openbare ruimte gewaarborgd blijft. Dit onderhoud blijft beperkt tot plaatselijke en/of lichte onderhoudsmaatregelen. Onderhoud wordt vooral uitgevoerd op basis van meldingen, zowel intern als extern en visuele inspecties. Oranjelaan (gedeelte Bredeweg tot Stationstunnel), Meestersweg in Swalmen, Heinsbergerweg (rotonde St. Wirosingel tot Praktijkonderwijs in samenspraak met verkeer), Mussenberg (Maastrichterweg tot Willem Dreesstraat).

Civieltechnische kunstwerken Beleidskader: • Wettelijke kaders. • Gemeentelijk beleid. • Normen en richtlijnen vanuit CROW. • Vastgestelde NEN-bladen. • Beheerplan kunstwerken. Vastgesteld kwaliteitsniveau Basiskwaliteit Plus: Het geactualiseerde beheerplan heeft het onderhoudsscenario Basiskwaliteit Plus vertaald en het areaal opgedeeld in kunstwerken met een hoog, gemiddeld en laag risico. Zowel financiële als maatschappelijke risico’s zijn meegenomen in deze beoordeling. Onkruidbestrijding en schoonhouden kunstwerken zijn tot het minimum beperkt op basis van het vastgestelde kwaliteitsniveau.

PROGR AMMABEGROTING 2025

96

Actuele staat van onderhoud Technisch/constructieve kwaliteit voldoet aan Basiskwaliteit Plus. Op korte termijn verwachten we geen significante onderhoudsmaatregelen. Afgelopen jaar zijn enkele grotere kunstwerken vervangen (o.a.de voetgangersbrug Maastrichterweg/Andersonweg en de brug Hattem). Momenteel onderzoeken we of, en aan welke risicovolle kunstwerken instandhoudingsinspecties moeten uitvoeren. Programma begrotingsjaar 2025 • Onderhoud onderzijde viaduct Venloseweg. •  Onderhoud aan enkele fiets- en voetgangersbruggen. •  Onderhoud brugdekken diverse houten bruggen. • Onderhoud meerpaal Schippershaven. • Voegovergangen viaducten.

Riolering, hemelwaterafvoer en grondwater Beleidskader: • Wettelijke kaders. • Water- en riolerings Plan (2025). • Beheerplan Riolering (2023). • Waterketenplan Waterpanel Noord (2021). Vastgesteld kwaliteitsniveau In tegenstelling tot diverse andere beheerdisciplines wordt bij de riolering niet getoetst op ‘beeldkwaliteit’. Kwaliteitsniveau van de riolering is gebaseerd op de functionaliteit, veiligheid en technische kwaliteit van de objecten en het systeem. Voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast is goede riolering noodzakelijk. De hiervoor aanwezige infrastructurele ondergrondse openbare ruimte - in hoofdzaak bestaande uit riolering, gemalen, bergbezinkbassins, retentie- en hemelwatervoorzieningen – onderhouden we conform het beheerplan riolering. Hiermee beheren we de ondergrondse voorzieningen in de openbare ruimte op een verantwoorde wijze, gericht op het voldoen aan de wettelijke zorgplicht. Actuele staat van onderhoud De toestand van de riolering is, zoals dat op grond van de leeftijd mag worden verwacht, in redelijk goede staat (Op basis van het areaal dat in beeld is, we werken aan een inhaalslag om areaal beter in beeld te krijgen).

Een apart risico vormen de gemetselde riolen uit de negentiende en begin twintigste eeuw, waaraan extra aandacht gegeven moet worden. Hiervan is nog ongeveer 4km, in vooral de binnenstad, aanwezig. Voor 2026 staat een onderzoek in het WRP naar beheerstrategie metselwerkriolen geprogrammeerd en begroot. Programma begrotingsjaar 2025 Jaarlijks wordt een deel van het rioolstelsel gereinigd en geïnspecteerd (risico gestuurd). Sinds 2024 wordt aan een inhaalslag gewerkt om de staat van het areaal volledig in beeld te krijgen (hiertoe is reeds in begroting 2024 het inspectiebudget structureel opgehoogd), hiermee gaan we in de komende jaren verder. Bij beoordeling worden schades vertaald naar noodzakelijke maatregelen. Deze maatregelen worden binnen de raamovereenkomst onderhoud riolering uitgevoerd, of indien vervanging een betere maatregel is, geprogrammeerd als onderhoudsproject. De gemeente gaat vanaf 2025 aan de slag met onderzoeksprojecten zoals deze zijn vastgelegd in het WRP. Daarnaast lopen er specifiek op de investeringsplanning opgenomen projecten.

Havens en waterpartijen Beleidskader: • Wettelijke kaders. • Keur Waterschap. • Kadernota Beheer 2023 - 2032. Vastgesteld kwaliteitsniveau Basiskwaliteit Plus. Actuele staat van onderhoud Het baggeronderhoud voeren we uit conform planning waarmee we havens en vijvers qua ecologie, visueel en doorstroming op het besloten kwaliteitsniveau houden. Binnen de oeververdedigingen is onderscheid te maken in natuurlijke oevers en harde oevers. Het beheer nemen we gefaseerd mee met het baggeronderhoud ter plaatse. Programma begrotingsjaar 2025 Baggeronderhoud wordt gecontinueerd conform het door de raad vastgestelde baggerplan.

Groen en bomen Beleidskader: • Groenvisie 2016. • Beheerplan Groen & Bomen. • Bomenplan 2012-2024.

PROGR AMMABEGROTING 2025

97

Programma begrotingsjaar 2025 Conform het beheerplan wordt bij het beheer van de bos- en natuurgebieden ingezet op de doorontwikkeling van de natuurwaarden en een klimaatbestendig bos. Onder andere door middel van bosverjonging. We proberen daarbij zoveel mogelijk gebruik Actuele staat van onderhoud te maken van natuurlijke verjonging en jonge Er is een achterstand in het beeldkwaliteitsniveau van het groenonderhoud. We monitoren het geleverde kwaliteitsniveau van bestaande houtopstanden. Op delen planten we onderhoud door middel van regelmatige inspecties. Deze inspecties een structuurrijk en klimaatbestendig bos aan. Het beheer verschilt per vegetatietype. Gewerkt worden iedere termijn met de aannemer besproken. Op deze wordt met vastgestelde SNL natuurdoeltypen. Bij manier wordt de achterstand in 2024 bijgewerkt. de lage vegetaties wordt ingezet op structureel In de afgelopen jaren is de vitaliteit van beplantingen binnen beheer door runder- en/of schapenbegrazing. grootschalige projecten en diverse kleinschalige vervangingen van In 2025 voeren we VTA-controles, en aanvullend heesters en bomen verbetert. Punt van aandacht blijft bomen in onderhoud, uit aan bomen in bosranden en verhardingen met een slechte ondergrondse groeiplaats. langs routes, in aansluiting op de richtlijnen van de VBNE.

Tot slot vinden in 2025 ook Programma begrotingsjaar 2025 enkele concrete projecten aan poelen, Het op het vastgestelde onderhoudsniveau onderhouden van de landschapselementen en/of heideterreinen plaats groenvoorzieningen. Uitvoering vindt plaats via de contracten om aan de doelstellingen bij te dragen. voor het onderhoud van de openbare ruimte en deels door de eigen dienst. Het geleverde kwaliteitsniveau monitoren we door middel van inspecties. Naast regulier onderhoud vervangen Reiniging we kleinschalig niet vitaal en/of niet functioneel groen waarbij Beleidskader: vergroten van biodiversiteit een aandachtspunt is. In het jaarlijkse •  Beheerplan Reiniging. bomenprogramma vervangen we kleinschalig niet vitale bomen • Besluit gewasbeschermingsmiddelen wijziging en verbeteren we ondergrondse groeiplaatsen van bomen. Onze maart 2016. wettelijke zorgplicht van bomen waarborgen we door regelmatige •  Hondenbeleid conform raadsbesluitnummer inspecties. 2009/017/2. Vastgesteld kwaliteitsniveau Het vastgestelde onderhoudsbeeld is Basiskwaliteit Plus: “het minimaal nog verantwoorde beheer gelet op zaken als veiligheid, voorkomen kapitaalsvernietiging, functionaliteit, ingrijpen bij klachten en op onderdelen verhoogde eisen aan schoon.”

Bossen en natuurterreinen Beleidskader: •  Beheerplan bos- en natuurbeheer (principes van het provinciale subsidiestelsel SNL). • FSC-Certificeringsregels. • VBNE voor veiligheid.

Vastgesteld kwaliteitsniveau Het vastgestelde onderhoudsbeeld is Basiskwaliteit Plus: het minimaal nog verantwoorde beheer gelet op zaken als veiligheid, voorkomen kapitaalsvernietiging, functionaliteit, ingrijpen bij klachten en op onderdelen verhoogde eisen aan schoon.

Vastgesteld kwaliteitsniveau Basiskwaliteit Plus voor het bosbeheer past binnen de principes voor duurzaam bosbeheer. In het beheer en onderhoud is houtproductie geen doel op zichzelf, maar staan de opbrengsten hiervan ten gunste van een duurzaam, klimaatbestendig en (recreatief) waardevol bos en natuurareaal conform de speerpunten zoals vastgesteld in het beheerplan.

Actuele staat van onderhoud Er zijn geen achterstanden in het beeldkwaliteitsniveau. We monitoren het geleverde kwaliteitsniveau van onder door middel van regelmatige inspecties.

Actuele staat van onderhoud Uit het beheerplan blijkt dat we geen grote afwijkingen constateren voor de beheergroep Bos en Natuur. Uit de leeftijdsklasseverdeling, boomsoortensamenstelling en recente inventarisaties komt naar voren dat de huidige beheerstrategie een structuurrijker bos oplevert. Om invulling te geven aan onze visie en doelstellingen, is het gedurende de komende beheerperiode zaak om bosverjonging als beheermaatregel uit te voeren. Zo zetten we de omvorming naar een klimaatbestendig, duurzaam en recreatief waardevol bos kracht bij en houden we het in stand.

Programma begrotingsjaar 2025 Het onderhouden van de openbare ruimte door middel van het vastgestelde onderhoudsniveau. Uitvoering vindt plaats via de contracten voor het onderhoud van de openbare ruimte en deels door de eigen dienst. Het geleverde kwaliteitsniveau blijven we monitoren door middel van inspecties.

PROGR AMMABEGROTING 2025

98

Openbare verlichting

Programma begrotingsjaar 2025 Regulier onderhoud, vervanging en technische aanpassingen van Beleidskader: • Kadernota Beheer “Licht op Roermond” 2023- 2032. het areaal op basis van meldingen, via projecten en onderzoek. • Energieakkoord 2013. •  De Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde Blusvoorzieningen (NSVV) 2018. Beleidskader: • Kadernota Beheer 2023 – 2032. Vastgesteld kwaliteitsniveau • Richtlijn 2200 Brandputten versie 2.0. Basiskwaliteit Plus. • NVBR 12-11-2016 Bluswatervoorziening en bereikbaarheid. • Brandkranen overeenkomst Roermond_2013. •  Duurzaam inkopen en Regionaal modelbeleid bluswater en Actuele staat van onderhoud bereikbaarheid. De actuele staat van onderhoud is conform het in het beheersplan 2023 – 2032 vastgestelde kwaliteitsniveau. Momenteel worden er jaarlijks in het Vastgesteld kwaliteitsniveau Light As A Service programma (LAAS programma) Conform gestelde normeringen. technisch afgeschreven armaturen vervangen door de energiezuinige LED-armaturen. In het energieakkoord Actuele staat van onderhoud van 2013 staat echter opgenomen dat in 2030, De actuele staat van onderhoud is nog niet geheel conform het 50% van de openbare verlichting in LED-verlichting vastgestelde kwaliteitsniveau van de secundaire blusvoorzieningen. uitgevoerd moet zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=791cff49-be7a-4ef0-a944-a807db056b3b