CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Veestraat 3 woningen Swalmen regels en toelichting (digitaal ter inzage)

Gemeenteraad 8 april 2021, gemeente RoermondBij agendapunt: Bestemmingsplan Veestraat 3 woningen Swalmen19.201 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Doel van het onderzoek is om na te gaan of de verdenking op bodemverontreiniging met asbest terecht is. Uit het verkennend onderzoek asbest in bodem kan het volgende geconcludeerd worden:  Uit het verkennend asbest in bodemonderzoek blijkt dat in het mengmonster van de toplaag rondom de stallen een matig verhoogd gehalte aan asbest aangetoond is. Formeel geeft dit aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek naar het voorkomen van asbest in de bodem om de ernst en omvang van een eventuele verontreiniging met asbest in de bodem vast te stellen.  De verhoging aan asbest in ABM1 is mogelijk te relateren aan de verwering van de asbesthoudende dakbedekking op de agrarische opstallen.  Ter plaatse van het grindpad is een stukje asbesthoudend plaatmateriaal aangetoond. In beide sterk baksteenhoudende grondmonsters is in de fijne fractie geen asbest aangetoond. De bodem ter plaatse van het grindpad bevat maximaal een licht verhoogd gehalte aan asbest. Het grindpad is derhalve als onverdacht op het voorkomen van asbest te beschouwen.  Afhankelijk van de resultaten van het nader onderzoek asbest in de bodem zijn sanerende maatregelen nodig voorafgaand aan een herontwikkeling. Door Aeres Milieu BV is een nader onderzoek asbest in de bodem uitgevoerd aan de Veestraat op 2 deellocaties in Swalmen.

Een beschrijving van de uitgevoerde werkzaamheden en de resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in een briefrapportage d.d. 28 oktober 2019 (kenmerk AM18457-3) welke ingesloten is als bijlage 3. Voor het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest in de bodem is uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een (kleinschalige) verdachte locatie met plaatselijke bodembelasting met duidelijke verontreinigingskern. De veldwerkzaamheden bestaan uit een maaiveldinspectie en het graven van inspectiegaten en sleuven. Uit het nader onderzoek kan het volgende geconcludeerd worden:  Uit het nader onderzoek asbest in bodem blijkt dat in de mengmonsters van de toplaag (ABM7 en ABM9) zuidelijk van de stal (deellocatie 1) een licht verhoogd gehalte aan asbest aangetoond is. Ter plaatse van de noordoostzijde van de stal is een stukje asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen in SL1. In de fijne fractie van SL1 is geen asbest aangetoond. In de overige mengmonsters rondom de stal is geen asbest aangetoond. Ter plaatse van het vervallen hok (deellocatie 2) is in de toplaag geen verhoogd gehalte aan asbest aangetoond.  De lichte verhoging aan asbest in ABM7 en ABM9 is mogelijk te relateren aan de verwering van de asbesthoudende dakbedekking op de stal. Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

13

Toelichting

 De resultaten van dit nader onderzoek naar asbest in de bodem tonen aan dat er geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling van de 3 woningen. Geluid Wanneer in een ruimtelijk plan nieuwe geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen, in geluidzones van railtrajecten, wegen en/of industrieterreinen worden gerealiseerd, eist de Wet geluidhinder (Wgh) een akoestische onderbouwing naar de geluidsbelasting op de nieuwe woning ten gevolge van de omliggende spoor- en verkeerswegen en/of gezoneerde industrieterreinen (industrielawaai). De Wgh stelt dat de geluidsbelasting op de gevels van gevoelige bestemmingen niet hoger mag zijn dan de hoogst toelaatbare waarden. Kan hier niet aan worden voldaan dan is de realisatie van geluidgevoelige bestemmingen niet toegestaan. Blijft de geluidsbelasting onder de voorkeursgrenswaarde, zoals gesteld in de Wgh, dan zijn er akoestisch gezien geen belemmeringen en hoeven er geen procedures gevolgd te worden. Achtereenvolgens zal ingegaan worden op het wegverkeer, het railverkeer en industrielawaai in de omgeving van het plangebied. Wegverkeer Conform de Wgh is er aan weerszijde van een weg, met een voorgeschreven snelheid van 50 km/uur of meer, een geluidzone aanwezig.

De breedte van de zone wordt bepaald door de randvoorwaarden welke in art. 74 van de Wet geluidhinder worden gesteld. Indien er bij een planwijziging in de zone geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen, worden geprojecteerd, dient onderzocht te worden of de geluidsbelasting (Lden) t.g.v. de weg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschrijdt. Is dit het geval dan dient er een hogere grenswaardenprocedure doorlopen te worden, zodat het college van B & W een hogere grenswaarde kan verlenen. Dit kan tot maximaal de hoogst toelaatbare geluidsbelasting, welke in verschillende situaties anders kan zijn.

Figuur 10: Ligging plangebied rode cirkel t.o.v. wegen

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

14

Toelichting

Voor het plangebied met de 3 nieuwe woningen aan de Veestraat gelden de volgende afstanden voor het wegverkeer:  Autosnelweg A73 De afstand van het plangebied tot de A73 bedraagt circa 290 meter, recht gemeten over de Veestraat. De Rijksweg A73 heeft ter hoogte van het plangebied 4 rijstroken, waardoor de zonebreedte 400 meter (buitenstedelijk) bedraagt. Het plangebied ligt in deze zone. De A73 is ter hoogte van de Veestraat voorzien van geluidschermen. Voor de bestaande woningen (eerstelijnsbebouwing) tussen de A73 en het en de Rijksweg Noord (N271) zijn in 2008 hogere grenswaarden verleend, omdat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden werd. Nu deze bestaande woningen dichterbij de A73 zijn gesitueerd kan geconcludeerd worden dat voor het nieuwe plangebied aan de Veestraat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschreden zal worden.  Rijksweg Noord (N271) De Rijksweg Noord is ter hoogte van het plangebied gelegen binnen de bebouwde kom (stedelijk) op een afstand van 90 meter. De weg heeft 2 rijstroken, waardoor de zonebreedte 200 meter bedraagt. De afstand van het plangebied gemeten via de Veestraat tot de N271 met 2 rijstroken en een maximumsnelheid van 50 km-uur bedraagt circa 90 meter.  Veestraat Ter hoogte van het plangebied is de Veestraat een 30 km-uur weg. De planlocatie is gelegen binnen de invloedssfeer van deze weg.

Een weg is niet zoneplichtig als voor de weg een maximum snelheid van 30 km/h geldt (artikel 74 lid 2b Wgh). Uit een door Windmill BV uitgevoerd “Akoestisch onderzoek, wegverkeer Veestraat te Swalmen” d.d. 5 november 2018 (zie bijlage 4) is het volgende gebleken:  Ten gevolge van het wegverkeer op de Rijksweg Noord en de Rijksweg A73 wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder niet overschreden.  Als gevolg van de Reubenberg – Veestraat bedraagt de geluidbelasting ter plaatse van de voorgevel ten hoogste 45 dB, uitgaande van een klinkerverharding (in plaats van de aanwezige asfaltverharding). Gesteld kan worden dat er sprake is van een goed woonen leefklimaat.  In het kader van de Wgh is geen sprake van cumulatie.

Figuur 11: Veestraat 30 km-zone

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

15

Toelichting

Railverkeerslawaai Het plangebied valt niet in de geluidzone (200 meter) van de spoorlijn Roermond-Venlo, welke op een afstand van circa 370 meter is gelegen. Een onderzoek naar het railverkeerslawaai is in het kader van het voorliggende bestemmingsplan niet aan de orde. Industrielawaai Het plangebied ligt niet binnen de geluidcontour van een gezoneerd industrieterrein. In de kern Swalmen liggen twee gezoneerde industrieterreinen (Van Houtum Papier en Cargill Moutfabriek BV). Conform deze contouren valt de planlocatie niet in een zone rond één van de twee industrieterreinen. Verder onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. Geconcludeerd kan worden dat de planwijziging akoestisch niet belemmerd wordt.

4.1.2. Luchtkwaliteit Voor het aspect luchtkwaliteit is het van belang na te gaan of het plan gevolgen heeft voor de luchtkwaliteit ter plaatse. Hoofdstuk vijf van de Wet milieubeheer vormt het kader voor de beoordeling van de luchtkwaliteit in de buitenlucht. De Wet milieubeheer spreekt van grenswaarden en plandrempels. Grenswaarden zijn normen waaraan in een bepaald jaar voldaan dient te worden. Plandrempels zijn normen die jaarlijks strenger worden en langzaam groeien naar het nivo van de uiteindelijk te bereiken grenswaarde. De luchtkwaliteit wordt bepaald door de aanwezige stoffen in de achtergrondconcentratie, de bijdrage vanwege industriële en agrarische activiteiten en de bijdrage vanwege emissies van het verkeer. Op basis van ervaringen in het verleden blijkt dat kleinschalige plannen vrijwel geen invloed hebben op de lokale luchtkwaliteit. Anderzijds betekent dit ook dat met kleinschalige ingrepen nauwelijks een verbetering van de lokale luchtkwaliteit te realiseren is. Als norm is hierbij aangehouden dat plannen waarvan de invloed op de lokale luchtkwaliteit minder is dan 3% van de grenswaarde voor PM10 en NO2 als niet significant worden aangemerkt. De plannen worden niet relevant geacht voor de lokale luchtkwaliteit. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in de bouw van maximaal drie woningen.

Hiermee wordt ruimschoots onder de aantallen gebleven, zoals genoemd in de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ van de Wet milieubeheer. Woningbouwlocaties vallen onder de 3% norm indien via een ontsluitingsweg niet meer dan 1.500 nieuwe woningen worden ontsloten. Zodanig is het plan met drie woningen als niet significant aan te merken voor de lokale luchtkwaliteit. De voorgestane ontwikkeling is daarmee niet in strijd met het bepaalde in de Wet milieubeheer. 4.1.3. Milieuzonering/bedrijvigheid en geur In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient nagegaan te worden of in de omgeving van het plangebied bedrijven dan wel inrichtingen aanwezig zijn die het realiseren van de woning kunnen belemmeren en andersom of de aanwezige bedrijven in de omgeving van de nieuw op te richten woning niet belemmerd worden door het plan.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

16

Toelichting

Milieuzonering/bedrijvigheid Om mogelijke hinder van bedrijven te voorkomen wordt de daarvoor algemeen aanvaarde VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) gebruikt. In deze uitgave is de potentiële milieubelasting voor een hele reeks van bedrijven bepaald aan de hand van een aantal milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. De milieubelasting is voor die aspecten vertaald in richtlijnen voor aan te houden afstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Deze afstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. Bovendien zijn deze afstanden alleen van toepassing op nieuwe situaties en niet op bestaande situaties. Het milieuaspect met de grootste afstand is maatgevend en bepaalt in welke milieucategorie een bedrijfstype wordt ingedeeld. De richtafstanden dienen verder te worden bepaald tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die met de in geding zijnde ruimtelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Hoe gevoelig een gebied is voor bedrijfsactiviteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De in de bedrijvenlijst geadviseerde afstanden zijn gericht op het omgevingstype "rustige woonwijk" of een vergelijkbaar omgevingstype, zoals een “rustig buitengebied”.

Op basis van de ‘grootste afstand’ tot woonbebouwing zijn de bedrijven ingedeeld in categorieën. Deze worden weergegeven in onderstaande figuur.

Milieucategorieën en richtafstanden tot een rustige woonwijk ( Bron: Bedrijven en milieuzonering, VNG)

Nu het plan als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling aangemerkt moet worden, dienen de richtafstanden voor de betrokken bedrijven in de omgeving van het project bepaald te worden. De richtafstanden volgens de VNG-brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ gelden tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan mogelijk is  Bedrijventerrein Reubenberg enkelbestemming “Bedrijventerrein” artikel 6. De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten die staan vermeld in de categorie 2, 3.1 en 3.2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in bijlage 2 bij de regels van het vigerende bestemmingsplan “Kern Swalmen” met uitzondering van geluidzoneringsplichtige inrichtingen. De dichtstbijzijnde woningen ten opzichte van het bedrijventerrein zijn de woningen Veestraat nummer 4 en 10, waarbij de afstand tussen de grens van de bedrijvenbestemming en de situering van deze woningen circa 12 meter bedraagt. Voor de richtafstand van het bedrijventerrein zijn deze bestaande woningen maatgevend en op kortere afstand gelegen ten opzichte van het bedrijventerrein dan de nieuwe te realiseren woning met een afstand van circa 100 meter.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

17

Toelichting

Omdat de bestaande woningen dichter bij het bedrijventerrein liggen zal er door de komst van de 3 nieuwe woningen aan de Veestraat geen sprake zijn van een beperking van de bestaande bedrijvigheid op het bedrijventerrein.  Veestraat19/Aan de Wolfsboom enkelbestemming “Agrarisch bedrijf” artikel 4. Dit betreft een milieucategorie 2 bedrijf, waarbij de minimale afstand volgens de VNGpublicatie 30 meter dient te zijn. De afstand tussen het bouwvlak van dit bedrijf en de 3 nieuwe woningen aan de Veestraat bedraagt circa 300 meter. Aan de richtafstand wordt voldaan. 

Rijksweg-Noord 118-122 Carcenter/tankstation/autosloperij (AMRR Auto- en Metaalrecycling Roermond) enkelbestemming “Bedrijf” artikel 5. De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor een bedrijf en/of het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten die staan vermeld in de categorieën 3.1 en 3.2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in bijlage 2 bij de regels van het vigerend bestemmingsplan met een richtafstand van minimaal 50 meter. Aan de richtafstand van 50 meter wordt niet voldaan. De gehele woonbestemming inclusief tuin van de 3 nieuwe woningen dient beschouwd te worden. In de voorliggende situatie zijn de bestaande woningen Veestraat 5 en 7 dichterbij het bedrijf gelegen dan de 3 nieuwe woningen. Bij de bestaande woningen Veestraat 5 en 7 heeft dit niet geleid tot extra akoestische maatregelen t.o.v. de autosloperij en was er sprake van een acceptabel woonen leefklimaat.

Veestraat 7 en 5

Figuur 12: Situering Carcenter/tankstation/autosloperij Rijksweg Noord 118-122 ten opzichte van plangebied (bron: Windmill)

De activiteiten van het auto-demontagebedrijf aan de Rijksweg Noord 118 worden volgens informatie van de eigenaar en de gemeente weliswaar op dit moment afgebouwd, maar de milieuvergunning wordt niet ingetrokken. Met de milieuvergunning moet wel rekening worden gehouden bij de voorliggende planontwikkeling met 3 nieuwe woningen.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

18

Toelichting

Onderdeel van de milieuvergunning is een in 2015 akoestisch uitgevoerd onderzoek met effecten naar de omgeving. Op basis van dat onderzoek kan geconcludeerd worden dat er geen extra maatregelen, zoals een tuinmuur, nodig zijn voor de 3 nieuwe woningen aan de Veestraat. De etmaalwaarde op de nieuwe woningen zal naar verwachting 45 dB(A) of minder zijn als de woningen even ver van de Veestraat komen te liggen als de bestaande woningen Veestraat 5 en 7. De nieuwe woningen liggen dan ook verder van het bedrijf, zodat het bedrijf door de bouw van de woningen niet beperkt zal worden in de bedrijfsvoering. Een extra akoestisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Voor wat betreft de geluidbelasting in de tuin achter de 3 nieuwe woningen kan gesteld worden dat dit wettelijk niet geregeld is. Voor zover dit nu beoordeeld kan worden zijn de activiteiten ter hoogte van de nieuwbouw niet zodanig dat de geluidbelasting in de tuin hoger is dan 50 dB(A) etmaalwaarde. Daarom wordt een akoestisch onderzoek voor het bepalen van de geluidbelasting in de tuin ook niet noodzakelijk geacht. De enige overschrijding van de geluidsnormen zijn de maximale geluidniveau's op de woningen Veestraat 4 en 6 van maximaal 72 dB(A). Deze zijn ten gevolge van laad- en losactiviteiten overdag.  Veestraat ong.

Swalmen Voor de betreffende locatie geldt een vergunning (melding) voor het houden van 15 stuks rundvee door initiatiefnemer. De inrichting wordt beëindigd. Geconcludeerd dient te worden dat in de nabijheid van het plangebied geen bedrijven dan wel inrichtingen zijn gesitueerd die een belemmering vormen voor de realisatie van de 3 woningen en anderzijds worden de bestaande bedrijven niet beperkt in hun vergunde situatie. Geur Aan de Veestraat 32 was Van der Linden Poultryfarms BV gevestigd. Het bedrijf is beëindigd, de bebouwing is afgebroken en de gronden zijn als natuur ontwikkeld. Aan de Veestraat 23 is een paardenhouderij gevestigd. De paardenhouderij valt onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor geurgevoelige objecten geldt een minimale afstand van het dichtstbijzijnde emissiepunt van een dierenverblijf tot de gevel van een gevoelig object van minimaal 50 meter. De nieuwe woningen liggen op circa 400 meter van de paardenhouderij. Aan de richtafstand wordt voldaan. Geconcludeerd kan worden dat in de nabijheid van het plangebied geen bedrijven dan wel inrichtingen gesitueerd zijn die een belemmering vormen voor de realisatie van de woningen vanuit het aspect geur en anderzijds worden de bestaande agrarische bedrijven en inrichtingen niet ingeperkt in hun vergunde situatie.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

19

Toelichting

4.2.

Externe veiligheid

Het plan gaat uit van het realiseren van drie woningen, die aangemerkt moeten worden als een kwetsbaar object in het kader van de externe veiligheid. Beleid Bij externe veiligheid gaat het om de risico’s die samenhangen met het produceren, verwerken, opslaan en vervoeren van gevaarlijke stoffen. Deze risico’s doen zich voor rondom risicovolle inrichtingen zoals transportassen, waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Hierbij dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) beoordeeld te worden op een eventuele toename als gevolg van een ruimtelijk plan. Bij het plaatsgebonden risico gaat het om de kans dat een persoon overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen als deze persoon zich voortdurend en onbeschermd in de nabijheid van de transportas bevindt. Het groepsrisico is de kans dat een groep personen overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Voor veranderingen van het groepsrisico in een invloedsgebied dient een verantwoording afgelegd te worden over de wijze waarop de toelaatbaarheid van de verandering in de besluitvorming is betrokken. Het beleid voor inrichtingen (bedrijven) is vastgelegd in het “Besluit externe veiligheid inrichtingen” (Bevi) dat op 29 oktober 2004 van kracht is geworden.

Het beleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over transportmodaliteiten staat beschreven in het “Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt)” (als onderdeel van het Basisnet). In het Bevt is bepaald dat er in principe geen beperkingen gesteld hoeven te worden in het geval dat er ontwikkelingen plaatsvinden op meer dan 200 meter afstand van een transportroute. In het “Besluit externe veiligheid buisleidingen” (Bevb) dat op 1 januari 2011 in werking is getreden is het externe veiligheidsbeleid voor buisleidingen, waardoor gevaarlijke stoffen worden getransporteerd, vastgelegd. Visie externe veiligheid Roermond In juni 2010 is door de gemeenteraad de “Visie externe veiligheid Roermond” vastgesteld, met daarin de ambities en de visie van de gemeente Roermond, die gebruikt worden bij de uitvoering van het externe veiligheidsbeleid binnen de gemeente. Bovendien zijn in de Visie standaard planologische kaders opgesteld voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

Voor projectlocaties die gelegen zijn op een afstand van meer dan 300 meter vanaf transportroutes gelden geen beperkingen voor het ruimtegebruik, omdat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling op een afstand groter dan 300 meter slechts een geringe bijdrage levert aan de hoogte van het groepsrisico Risicovolle activiteiten Er heeft een inventarisatie plaatsgevonden van de risicovolle activiteiten, zoals Bevibedrijven, transportroutes voor gevaarlijke stoffen en buisleidingen, in of nabij het plangebied. Bevi-inrichtingen In de omgeving van het plangebied is een Bevi-inrichting aanwezig in de vorm van het LPGtankstation van Auto- en Metaalrecycling Roermond aan de Rijksweg Noord 118 te Swalmen.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

20

Toelichting

De plaatsgebonden 10-6 risicocontouren zijn in de navolgende figuur zwart gestreept weergegeven. Uit deze figuur blijkt dat de PR10-6 risicocontour van het reservoir net reikt tot aan het plangebied. Uit de uitsnede van het plan blijkt dat de PR10-6 risicocontour niet reikt tot over de geprojecteerde woningen.

6

Figuur 13: Ligging PR-10 risicocontouren (bron: Windmill)

Het invloedsgebied van 150 meter dient gemeten te worden van het LPG-vulpunt en van het LPG-reservoir. De nieuwe woningen liggen derhalve binnen het invloedgebied van het LPGreservoir. In de notitie “Notitie AER002-0001-LPG-v2: Quickscan LPG-tankstation Auto- en metaalrecycling Roermond, Rijksweg Noord 118 te Swalmen van Windmill BV d.d. 11 november 2019 is de situatie beschreven. Deze notitie is ingesloten als bijlage 5. Op grond van de beschikbare informatie volgt uit de kenmerken van het LPG-tankstation en de omgeving dat de hoogte van het groepsrisico als gevolg van het LPG-tankstation bepaald kan worden met behulp van de LPG groepsrisico berekeningsmodule. Hierbij is de Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations voor besluiten met gevolgen voor de effecten van een ongeval (datum 14 juni 2016, Staatscourant 2016, nummer 31453, publicatiedatum 28-06-2016) van belang. Deze circulaire vraagt actie van gemeenten bij het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan rondom LPG-tankstations. De circulaire vraagt gemeenten uitdrukkelijk ook een effectbenadering toe te passen bij besluiten rondom LPG-tankstations. In het kader van het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan zijn, met behulp van de LPG-rekentool, groepsrisicoberekeningen uitgevoerd voor de huidige en de toekomstige situatie (na ontwikkeling bestemmingsplan).

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

21

Toelichting

Figuur 14: Ligging invloedsgebieden (bron: Windmill)

De berekening van het groepsrisico is opgenomen in de “notitie AER002-0001-LPGtool-v3 van Windmill BV d.d. 11 november 2019 en is ingesloten als bijlage 6. Uit de berekeningen blijkt dat in de huidige situatie geen sprake is van een overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico. De normwaarde in huidige situatie bedraagt 0,021. De toename van de personendichtheid binnen het invloedsgebied van het LPGtankstation ten gevolge van het woningbouwplan aan de Veestraat resulteert in een toename van de hoogte van het groepsrisico; de normwaarde in de toekomstige situatie bedraagt 0,028. In artikel 13 van het Bevi is bepaald dat een verantwoording van het groepsrisico verplicht is ten aanzien van het vaststellen van een bestemmingsplan. De Verantwoording van het groepsrisico is opgenomen in de “Notitie AER002-0001-VGR-v2 d.d. 11 november 2019 van Windmill BV en is bijgevoegd als bijlage 7. Aspecten in de verantwoording die bij de risicobronnen van toepassing zijn, zijn zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Het omgevingsadvies van de Veiligheidsregio Limburg Noord (VRLN) d.d. 3 december 2019 is als bijlage 8 ingesloten.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

22

Toelichting

De VRLN adviseert de onderstaande beheersmaatregelen te nemen: 1. Zorg voor een bluswatervoorziening van minimaal 30 m3 per uur in de directe nabijheid van het plangebied, zodat incidenten kunnen worden bestreden o.b.v. het beleid bluswater en bereikbaarheid. 2. Zorg dat het materiaal van de buitenschil van de woning voldoet aan brandklasse B van het Bouwbesluit (daken en gevels). 3. Communiceer over de risico’s van het LPG tankstation naar de gebruikers van het plangebied zodat deze daarnaar kunnen handelen bij een incident. De gemeente Roermond heeft in het document “Verantwoording groepsrisico bestemmingsplan Veestraat Swalmen 3 woningen”, d.d. 31 januari 2020 zie bijlage 9, het afwegingsproces inzichtelijk gemaakt met de volgende conclusies:  Als gevolg van de ontwikkeling van het bestemmingsplan “Veestraat Swalmen 3 woningen” neemt het groepsrisico in de omgeving van het LPG-tankstation, Rijksweg 122 te Swalmen in beperkte mate toe.  In het afwegingsproces betreffende de toename van het groepsrisico zijn de overwegingen gemaakt die in paragrafen 6 en 7 van het document zijn beschreven.  In opdracht van de gemeente is er in de directe nabijheid van het plangebied een extra primaire bluswatervoorziening van voldoende capaciteit gerealiseerd.

 De gemeente ziet er op toe dat voor de grote buitenoppervlaktes materialen worden toegepast die voldoen aan Brandklasse B van het Bouwbesluit.  De bewoners van het plangebied krijgen informatie over de mogelijke risico’s van het LPG-tankstation.  Ongeacht de inzet van gemeente en hulpverleningsdiensten om de situatie zo veilig mogelijk te maken is er altijd sprake van een restrisico. Immers, de kans op een ongeval, hoe klein ook, blijft altijd aanwezig. Conclusie Alles overwegende is het vanuit het oogpunt van externe veiligheid verantwoord om het bestemmingsplan “Veestraat Swalmen 3 woningen” te ontwikkelen. Het restrisico is in dit geval onder déze omstandigheden en afgezet tegen een breder kader aanvaardbaar. 4.3.

Waterhuishouding

In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze in het plan rekening is gehouden met het aspect water. In bestemmingsplannen is dit een ruimtelijk relevant aspect. Algemeen beleid Op nationaal niveau is het “Nationaal waterplan” (NWP) van belang. Het NWP is het rijksplan voor het waterbeleid voor de periode 2016-2021. Het NWP richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan. Het NWP beschrijft de maatregelen die genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Bij het opstellen en uitvoeren van het waterbeleid wordt gewerkt volgens de stroomgebiedsbenadering. De wateropgaven worden beschouwd binnen een natuurlijke en geografische eenheid, waarbij bestuurlijke grenzen ondergeschikt zijn.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

23

Toelichting

Provinciaal beleid In het kader van het POL 2014 zijn voor de locatie geen bijzondere eisen en/of belemmeringen gesteld ten aanzien van het aspect water. Het plangebied ligt verder buiten het bergend regime van de Maas en binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Provinciale Staten van Limburg hebben op 11 december 2015 het Provinciaal Waterplan Limburg 2016-2021 vastgesteld. Onder het motto ‘Samen werken aan water’ wordt gedurende een periode van 6 jaar meer dan een half miljard euro geïnvesteerd in de ontwikkeling van een klimaatbestendig en ecologisch gezond watersysteem en een duurzame watervoorziening voor de Limburgse samenleving. Het Provinciaal Waterplan Limburg bevat de ambities, opgaven en op hoofdlijnen de maatregelen die de komende 6 jaar worden uitgevoerd. Waterschap Limburg Het plangebied is gesitueerd in het werkgebied van het voormalige Waterschap Roer en Overmaas. Per 1 januari 2017 is dit waterschap na een fusie opgegaan in het Waterschap Limburg. Voor het plangebied is de leggerkaart Zuid Limburg en Keur van het waterschap van toepassing. De leggerkaart Zuid Limburg en de Keur betreffen de legger (27 november 2012) en Keur van het voormalige Waterschap Roer en Overmaas zoals die juridisch zijn vastgesteld.

Waterschap Limburg werkt nog aan één nieuwe waterschapsverordening die van kracht wordt op het moment dat de nieuwe Omgevingswet in werking treedt. Uit de leggerkaart Zuid Limburg (volgens de website van Waterschap Limburg) blijkt dat het plangebied niet gelegen is binnen een aandachtsgebied. De toetsingspunten van het Waterschap in de toelichting van bestemmingsplannen is als volgt: 1. Circa 10% van het plangebied reserveren voor water. Doorgaans zijn lager gelegen gebiedsdelen het meest geschikt. Nagaan of plangebied nodig is voor wateropgave van omliggende gebieden; zorgen dat geen logische waterstructuren worden geblokkeerd. 2. Rekening houden met hoogteverschillen in plangebied en omgeving. Voorkomen van wateroverlast en erosie door afstromend water vanuit de omgeving naar het plangebied en andersom. 3. Uitvoeren van bodem- en infiltratieonderzoek en bepalen grondwaterstand. Input voor ontwerpen van het hemelwatersysteem. Denk ook aan bodemverontreinigingen. 4. Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwaliteit. Schoonhouden, scheiden, zuiveren. 5. Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwantiteit. Hergebruik water, vasthouden in de bodem (infiltratie), tijdelijk bergen, afvoeren naar oppervlaktewater, afvoeren naar gemengd of DWA-riool. 6. Toepassen voorkeurstabel afkoppelen. Verantwoorde systeemkeuze conform voorkeurstabel; maatwerk per situatie.

Bij voorkeur toepassen van bovengrondse waterhuishoudkundige voorzieningen. Bij diepte-infiltratie gelden zeer strenge randvoorwaarden; liever geen diepte-infiltratie toepassen. 7. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op 100 mm per etmaal voor Noord Limburg (ten noorden van Sittard) en 80 mm per twee uur ten zuiden van Sittard met een beschikbaarheid van de gehele berging binnen 24 uur. Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

24

Toelichting

Voldoende opvangcapaciteit en een duurzame leegloop realiseren. 8. Beheer en onderhoud regelen. Denk aan bereikbaarheid, controlemogelijkheid, verantwoordelijkheid. 9. Watersysteem verankeren in het bestemmingsplan. Zie notitie ‘Water in ruimtelijke plannen’ Beleid gemeente Roermond Het vastgestelde gemeentelijk Rioleringsplan (GRP 2017-2021) is relevant voor de voorgenomen ontwikkeling van de woning. Roermond is een van de partners in het samenwerkingsverband Waterketen Limburgse Peelen. In het Waterketenplan Limburgse Peelen zijn gezamenlijke ambities opgenomen. Deze ambities zijn leidend voor de het beheer van de Waterketen in de komende jaren en ook bepalend voor de richting van het GRP. Het GRP bevat het beleidskader, waarbinnen de gemeente haar taak voor de rioleringszorg dient uit te voeren. De doelen uit het GRP 2017-2021 kunnen als volgt omschreven worden:  Samenwerking in de waterketen door partijen.  Beschermen van de bronnen van drinkwater.  Negatieve effecten van afvalwater worden niet afgewenteld en gezamenlijk invulling geven aan ambitie ‘van helder naar schoon water’.  Zuivering van stedelijk afvalwater zoveel mogelijk aan de bron.  Burgers en bedrijven hebben een eigen verantwoordelijkheid voor het hemelwater dat op eigen terrein valt, de gemeente voor het hemelwater op openbaar gebied.

Door robuuste systemen aan te leggen, waarbij zowel ondergronds als bovengronds meer ruimte wordt gemaakt voor water.  Bij nieuwbouw is het uitgangspunt dat het hemelwater gescheiden aangeleverd wordt bij de perceelsgrens, vervolgens afkoppelen, infiltreren of vasthouden.  Het zo natuurlijk mogelijk beheren van grondwater.  Gemeenten en waterschap zijn van elkaar afhankelijk om voldoende oppervlaktewater van goede kwaliteit te hebben, zowel binnen als buiten het bebouwd gebied. Het beleid van de gemeente Roermond is dat bij nieuwbouwprojecten 100% van het hemelwater dat valt op bebouwing en andere oppervlakteverhardingen van de gemeentelijke riolering afgekoppeld dient te worden met de volgende uitgangspunten:  Bij nieuwbouw moeten hemelwater en vuilwater afzonderlijk worden aangeboden. Onder nieuwbouw wordt verstaan: gebouwen en verhard oppervlak.  De kleur van leidingen voor hemelwaterafvoer moet grijs zijn.  Het is verboden zonder toestemming van de rioleringsbeheerder aan te sluiten op hemelwaterafvoerleidingen van kolken en goten.  Schoon hemelwater moet zoveel mogelijk worden geïnfiltreerd in de bodem.  Zoveel als mogelijk bovengrondse hemelwaterbuffering en/of infiltratievoorzieningen toepassen (regenton, greppels). De infiltratie- en bergingsvoorziening in het plan dienen gedimensioneerd te worden conform 84 mm gerekend over het aantal m2 (T=100 jaar).

Toekomstige waterhuishoudkundige situatie Uit het verkennend bodemonderzoek is gebleken dat de gemiddelde maaiveldhoogte in het gebied circa 27 m +NAP bedraagt. De stroming van het freatisch grondwater is globaal noordwestelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 23 m +NAP (circa 4 mmv). De locatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied. Bij nieuwbouw is in verband met de afstroom een vloerniveau van minimaal 10 cm boven het maaiveld geadviseerd. Ter plaatse is er geen grondwateroverlast te verwachten. Uit de boorprofielen blijkt dat ter plaatse een zeer goede infiltratiesnelheid aanwezig is. Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

25

Toelichting

Derhalve kan ter plaatse een kleinere voorziening aangelegd worden voor de toekomstige planontwikkeling. Voor een bui van T=10 dient een berging aanwezig te zijn van 50 mm. Tevens dient inzichtelijk te zijn wat er bij een bui van T=100 (84 mm) gebeurd. Voor de nieuwbouw is ruim ingeschat een berging van 37,5 m3 benodigd. Het eenvoudigste is dit in een greppel op te vangen. Als zichtbaar water onwenselijk is, kan ook een groter gedeelte van de tuin iets (vb. 10 cm) verlaagd worden waarbinnen dan het water kan infiltreren over een groter oppervlak. Een ondergrondse voorziening, grindkoffer of IT-leiding kan ook toegepast worden. In de huidige situatie is het plangebied grotendeels onbebouwd en onverhard. In het plangebied kunnen maximaal 3 vrijstaande woningen met bijgebouwen worden gerealiseerd op kavels van circa 1.200 m2. Volgens de regels van het voorliggende bestemmingsplan kan er maximaal 60% van het bouwperceel bebouwd worden. Het bouwperceel bedraagt circa. 500 m², hetgeen impliceert dat er ca. 350 m² bebouwing gerealiseerd mag worden. Hieraan dient nog erfverharding van ca. 400 m² toegevoegd te worden, zodat er in totaal ca. 400 m² verharding per woning wordt toegevoegd. Het onderhavig project voorziet in de realisatie van minder dan 2.000 m2 verhard oppervlak.

Dit betekent dat het plan niet aangemeld hoeft te worden bij het watertoetsloket ter verkrijging van een wateradvies. De gemeente Roermond is in deze de toetsende instantie. Op basis van het verhard oppervlak in het plangebied en de bergingseis bedraagt de waterbergingsopgave per woning in totaal circa 37,5 m3. De voorziening dient tevens zodanig te worden gedimensioneerd en ingericht dat deze na 24 uur weer volledig leeg is en beschikbaar voor een vervolgbui. Het afval(vuil)water zal op het gemeentelijk rioleringsstelsel worden aangesloten. De achterterreinen van de kavels worden als tuin heringericht. Dit terreindeel is van voldoende omvang om al het hemelwater ter plaatse te infiltreren. Het hemelwater dat valt op de nieuwe (dak)verharding zal worden opgevangen (afgekoppeld van het riool) en naar een plek in de tuin worden geleid. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen zal een definitieve keuze gemaakt worden voor de infiltratievoorziening. Geconcludeerd kan worden dat het onderhavige plan geen nadelig gevolgen heeft voor het aspect water. Het plan is vanwege de beperkte omvang niet voorgelegd aan het Waterschap Limburg voor een verplichte watertoets. 4.4.

Archeologie

Het plangebied wordt op basis van de beleidskaarten (RAAP-rapport 1741) behorend bij de Nota Archeologie 2011 van de gemeente Roermond aangemerkt als een gebied met een hoge archeologische verwachting in een bebouwd gebied. De gebieden met deze waardering zijn door vertaald in het vigerende bestemmingsplan “Herziening Kern Swalmen” en worden beschermd door de dubbelbestemming “Waarde Archeologie” volgens artikel 1 van dit plan. Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Roermond ligt het plangebied binnen een gebied met een hoge archeologische verwachting. Binnen deze gebieden dient, bij planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening bij bodemingrepen dieper dan 40 cm -mv en een onderzoekslocatie groter dan 100 m², vroegtijdig een inventariserend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Het plangebied heeft een hoge trefkans op de aanwezigheid van archeologische waarden.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

26

Toelichting

Archeologisch bureauonderzoek Veestraat 14 Swalmen Voor het plan is geen specifiek archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Door Econsultancy is in de directe omgeving een archeologisch bureauonderzoek, Veestraat ongenummerd (naast nr. 14) te Swalmen uitgevoerd onder rapportnummer 3944.001 d.d. 20 april 2017. Het onderzoek is ingesloten als bijlage 10. De oppervlaktestoring is beperkt tot de 3 nieuwe bouwkavels van 500 m2 (grenzend aan de Veestraat) als onderdeel van het totale perceel van circa 3.554 m2. Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom, op een terrein dat groter is dan 1.000 m². Op basis van het beschikbare verkennend bodemonderzoek is te zien dat het plangebied eerst vanaf 1979 bebouwd is met een stal. Volgens de Provinciaal Archeologisch Aandachtsgebied kaart van de provincie Limburg ligt het plangebied niet binnen een Provinciaal Archeologisch Aandachtsgebied. Het plangebied is wel gelegen binnen 70 meter van het beschermd gemeentelijke archeologisch monument de Landweer Wolfsgraaf nr. 15773. Dit betreft een terrein van zeer hoge archeologische waarde uit de late middeleeuwen. De Wolfsgraaf is aangelegd rond 1450 en bestond toen uit een wal die waarschijnlijk begroeid was met doornstruiken en die als doel had om Swalmen tegen rondtrekkende bandieten en soldaten te beschermen.

De landweer Wolfsgraaf bestond uit minstens vier delen en lag ten noordoosten, oosten en zuiden van Swalmen. Het verbond natte moerasgebieden met elkaar over hoge gronden en vormde op die manier een verdedigingswerk rond de heerlijkheid Swalmen.

Figuur 15: Uitsnede archeologische beleidsadvieskaart gemeente Roermond met plangebied

Het pad dat gelegen is ten zuiden van het plangebied loopt maakt nog onderdeel uit van een historische infrastructuur die de Veestraat verbindt met de Heydweg.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

27

Toelichting

Figuur 16: Ligging Landweer Wolfsgraaf (bron: Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie)

Advies gemeente Roermond Op grond van de uitgevoerde onderzoeken in de omgeving heeft de gemeente Roermond geadviseerd dat verder archeologisch onderzoek met proefsleuven niet noodzakelijk is. De dubbelbestemming “Waarde-Archeologie” zal worden gehandhaafd op het hele perceel. In 1983 heeft de Heemkundevereniging Maas- en Swalmdal onderzoek verricht naar de landgraaf, zij achten de kans op het aantreffen van archeologische vondsten gering. Gezien deze gepreciseerde verwachting is archeologisch onderzoek nu niet noodzakelijk. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten kan echter nooit volledig worden uitgesloten. De uitvoerder/bouwer zal er daarom op gewezen moeten worden dat men bij bodemverstorende activiteiten alert dient te zijn op de aanwezigheid van archeologische waarden (zoals vondstmateriaal en grondsporen). Bij het aantreffen van deze waarden dient men hiervan melding te maken bij de Minister (in de praktijk de RCE en het bevoegd gezag, in deze de gemeente Roermond) conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet. Daarom zal bij de vergunning voor de bouwwerkzaamheden de voorwaarde worden opgenomen dat de Heemkundevereniging Maas- en Swalmdal de grondroerende werkzaamheden dient te begeleiden. Hiervoor moet 14 dagen voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden contact worden opgenomen met de Heemkundevereniging.

De Heemkundevereniging Maas- en Swalmdal legt de bevindingen vast door middel van digitale foto's en een eindrapportage. De eindrapportage wordt tevens toegezonden aan de gemeente. Wanneer van belang zijnde archeologische sporen of voorwerpen worden aangetroffen dan betrekt initiatiefnemer/Heemkundevereniging Maas- en Swalmdal (na overleg met het bevoegd gezag) bij de verdere ontgraving een senior archeoloog. Geconcludeerd kan worden dat het aspect archeologie voldoende onderbouwd is en geen belemmering vormt voor de bestemmingsplanwijziging.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

28

Toelichting

4.5.

Cultuurhistorie

Volgens de cultuurhistorische kaart van de provincie Limburg wordt het plangebied aangemerkt als bouwland/veld. Daar landbouw voor een lange tijd de voornaamste levensvoorziening voor Swalmen vormde, is de nog aanwezige hoogwaardige landbouwgrond, de oude infrastructuur(Landweer) en de verkaveling van waarde.

Figuur 17: Tracé Landweer Wolfsgraaf (bron: Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Limburg)

De aanwezige Landweer Wolfsgraaf is opgenomen op de Cultuurhistorische waardenkaart van de Provincie Limburg. Geconcludeerd kan worden dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor de planontwikkeling, omdat de bestaande waardevolle cultuurhistorische elementen gehandhaafd blijven.

4.6.

Flora en fauna

Voor de bestemmingsplanwijziging is het noodzakelijk na te gaan welke natuurwaarden (flora en fauna) aanwezig zijn in het plangebied en de omgeving daarvan. De Wet natuurbescherming (Wn), die per 1 januari 2017 is ingegaan, vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. De Natuurbeschermingswet 1998 zorgde voor de bescherming van (natuur)gebieden en de Flora- en faunawet regelde de bescherming van alle in het wild levende planten- en diersoorten. Voor het plangebied is de gebiedsbescherming en de soortenbescherming relevant. Het voorliggende bestemmingsplan wordt opgesteld om een ruimtelijke ingreep, de bouw van drie een woningen, mogelijk te maken. Volgens historisch kaartmateriaal (bron: bodemonderzoek) is de locatie, alsmede de omgeving ervan, in agrarisch gebruik geweest en heeft voor zover bekend altijd een agrarische bestemming gehad. Vanaf 1979 is de locatie bebouwd met de stal voor rundvee

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

29

Toelichting

Gebiedsbescherming Het plangebied is gesitueerd buiten de Goudgroene natuurzone. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het Swalmdal op circa 1 km afstand. Het plangebied ligt op ruim 400 meter afstand van de dichtstbijzijnde Goudgroene Natuurzone, het Limburgse deel van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het plangebied is niet gelegen in een gebied dat is bestemd voor nog te ontwikkelen natuur.

Figuur 18: Kaartfragment POL 2014 Natuurzone met plangebied

Afwegingskader Wet natuurbescherming Het projectgebied maakt geen deel uit van een Vogel- en/of Habitatrichtlijngebied. Het projectgebied is gesitueerd op circa 1 km afstand van het Natura 2000-gebied 'Swalmdal'. Ten aanzien van Natura 2000 gebieden dient zekerheid geboden te worden omtrent het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, dan wel de verstoring van soorten. Verstoringsfactoren als gevolg van de werkzaamheden in het plangebied die mogelijk reiken tot aan het Natura 2000 Swalmdal zijn geluid en stikstofdepositie. Als aanvulling op het ontwerp-bestemmingsplan, naar aanleiding van de ingediende zienswijzen, is een Aeriusberekening uitgevoerd door Aelmans B.V. d.d. 30 november 2020 M204409.002/FSC welke ingesloten is als bijlage 11 Memo toelichting. In de afzonderlijke bijlagen 11.1a, 11.1b, 11.2a, 11.2b en 11.3 zijn berekeningen en invoergegevens van het rekenmodel opgenomen. Omdat stikstofemissie mogelijk een effect kan veroorzaken op Natura-2000 gebieden, dient een toets te worden uitgevoerd of het realiseren en gebruiken van het in het bestemmingsplan beoogde planvoornemen (3 woningen) mogelijk vergunningplichtig is in het kader van de Wet natuurbescherming.

Op basis van de resultaten uit de berekeningen kan geconcludeerd worden dat negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van Nederlandse N2000-gebieden ten gevolge van NO(x) uitstoot met zekerheid kunnen worden uitgesloten in zowel de realisatiefase als de gebruiksfase van de 3 in het planvoornemen geplande woningen aan de Veestraat in Swalmen. Voor de Duitse gebieden is t.a.v. de (tijdelijke) realisatiefase sprake van een zeer geringe toename van de depositie, maar voor een dergelijke lage waarde geldt conform het Duitse beleid geen vergunningplicht. Voor wat betreft de gebruiksfase kan ook hier geconcludeerd worden dat negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van de Duitse Natura 2000-gebieden ten gevolge van NO(x) uitstoot met zekerheid kunnen worden uitgesloten. Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

30

Toelichting

Deze uitkomsten geven derhalve geen aanleiding tot het aanvragen van een Wnbvergunning of een verklaring van geen bedenkingen vanwege mogelijke effecten op N2000gebieden. Afwegingskader Omgevingsverordening Provincie Limburg 2014 In het provinciaal natuurbeleid (POL 2014) zijn drie groene natuurzones te onderscheiden, de goudgroene-, zilvergroene- en bronsgroene natuurzones. Het project is buiten deze zones gesitueerd. Vervolgonderzoek in het kader van de Provinciale Groene Natuurzones Limburg wordt niet noodzakelijk geacht. Soortenbescherming Het plangebied bestaat uit het onderhavig perceel, dat bebouwd is met twee te slopen schuurtjes en verder onverhard is. Op het perceel is uitsluitend gras aanwezig. Er zijn geen waterpartijen en bomen aanwezig op het perceel.

Figuur 19: Plangebied rood en de twee te slopen schuurtjes paars (bron: QuickScan BNL-advies 15 december 2020)

Aan de voorzijde van het plangebied aan de Veestraat bevindt zich een bomenrij. Deze bomen zijn eigendom van de gemeente Roermond en mogen niet verloren gaan door de bouw van de 3 woningen met inritten. Bij het verlenen van toekomstige uitritvergunningen voor de bouwplannen dienen de bestaande bomen behouden te blijven. Voor de geplande ontwikkeling is een ecologische quickscan uitgevoerd om inzicht te krijgen over de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de mogelijke consequenties vanuit de natuurwetgeving en -beleid. De QuickScan flora en fauna, Veestraat ongenummerd, Swalmen, BNL advies, versie 20141.QFF01 d.d. 15 december 2020 is ingesloten als bijlage 12 met de volgende conclusies:  Het plangebied is geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten. Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten in de beplantingen/ bomen en in de directe omgeving aangetroffen. Aanvullend onderzoek naar het voorkomen van roofvogels/ uilen is daarom niet noodzakelijk.  Het plangebied is potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen vogels met niet jaarrond beschermde nesten, zoals de grote bonte specht, boomkruiper, boomklever,

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

31

Toelichting

   

groene specht, kleine bonte specht en de pimpelmees. Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten/ nestlocaties/ holtes aangetroffen in de te kappen bomen. Het plangebied is potentieel geschikt voor algemene broedvogels om te broeden. Zij kunnen nestelen in de struwelen en de bomen die aanwezig zijn binnen het plangebied. De voorgenomen ontwikkelingen kunnen niet leiden tot een negatief effect op vleermuizen en de verbodsbepalingen kunnen niet worden overtreden. Voor overige habitatrichtlijnsoorten is het plangebied (redelijkerwijs) ongeschikt door het ontbreken van een geschikt habitat. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. In het plangebied bestaat geen potentie voor nationaal beschermde soorten waarvoor géén provinciale vrijstelling geldt. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. De Wet natuurbescherming wordt niet overtreden.

Op basis van bovenstaande informatie welke uit de quickscan flora en fauna naar voren is gekomen, is er geen aanleiding om direct een aanvullend flora- of faunaonderzoek uit te voeren. Er kan op dit moment zonder voorziene problemen begonnen worden de geplande werkzaamheden, het slopen van de stal en bijgebouw op de kavel inclusief bijbehorende werkzaamheden, zoals het bouwrijp maken van de woonkavels. 4.7.

Landschapswaarden

Het plan is gesitueerd in het noordelijk deel van de kern Swalmen en kan worden getypeerd als oud bouwland. Het plangebied is thans in gebruik als grasland. Het wordt omheind door een hekwerk. Er is geen bebouwing of beplanting in het plangebied aanwezig. Er zijn in de directe omgeving geen bijzondere landschapswaarden aanwezig, behalve de aanwezige bomenrij aan de Veestraat en de reeds beschreven Landweer Wolfsgraaf. De woningen worden ontsloten via te realiseren inritten aan de Veestraat. De aanwezige bomen in de berm van de Veestraat zullen worden behouden. 4.8.

Verkeer en infrastructuur

De Veestraat is een erftoegangsweg buiten de bebouwde kom. Het wegprofiel bestaat uit een smalle rijbaan van 3,30 meter en aan weerzijden bermen met bomen. Er is geen voetgangersvoorziening (trottoir) aanwezig. Het voorliggende plan heeft geen invloed op de infrastructuur ter plaatse. De nieuwe woningen zijn bereikbaar via de Veestraat, met nieuwe inritten. In overleg met de gemeente zal de plaats van de inrit bepaald worden bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van de drie woningen. Het parkeren voor de bewoners en de bezoekers van de drie woningen dient geheel op eigen terrein plaats te vinden, omdat aan de Veestraat geen ruimte beschikbaar is voor de aanleg van parkeerplaatsen. Op eigen terrein dienen volgens Nota Parkeernormen 2014 van de gemeente Roermond 2,2 (1,8 bewoners en 0,3 bezoekers) parkeerplaatsen per vrijstaande woning aangelegd te worden. De parkeernorm van 2,2 parkeerplaatsen per woning resulteert in een parkeereis van 3 parkeerplaatsen op eigen terrein. In de openbare ruimte zijn geen parkeerplaatsen gelegen en zullen ook niet worden gerealiseerd. Zowel bewoners als bezoekers zullen in dit geval op eigen terrein dienen te parkeren. Voor de afvalinzameling met duobakken geldt het volgende.

Conform het uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening wordt het afvalinzamelmiddel (duobak) op het trottoir voor de woning zo dicht mogelijk langs de openbare weg aangeboden.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

32

Toelichting

Aangezien de Veestraat een weg is met bomen en groene bermen (dus zonder trottoir) is het handig dat de toekomstige bewoners van deze drie percelen hun inzamelmiddel op inzameldag aan het begin (wegkant) van hun inrit plaatsen. De planwijziging heeft geen negatieve gevolgen voor het aspect verkeer en infrastructuur.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

33

Toelichting

HOOFDSTUK 5

5.1.

PLANBESCHRIJVING

Uitgangspunten en doelstellingen van het plan

Het planvoornemen bestaat uit het planologisch mogelijk maken van de bouw van drie vrijstaande woningen op het perceel sectie B, nummer 22068 te Swalmen. Het doel is het realiseren van drie woningen. Voor het plan wordt uitgegaan van een totaal oorspronkelijk perceel van circa 3.554 m2, op te splitsen in drie bouwkavels van ieder circa 1.100 - 1.200 m2, met een woonbestemming (woning) van maximaal 500 m2. De bestemming ‘Tuin’ dient als overgangszone naar het achterliggende gebied en ligt daarom achter de woningen. . 5.2.

Ruimtelijke hoofdopzet

Voor het bouwplan is geen ontwerp beschikbaar. De gemeente Roermond heeft een stedenbouwkundig kader opgesteld behorend bij het principebesluit van juni 2012.

Figuur 20: Toekomstige situatie plangebied en situering bouwvlak Veestraat Swalmen 3 woningen

Er is een woonbestemming van maximaal 500 m2 ingetekend per woning. Daarbinnen is een bouwvlak gedefinieerd. De onderlinge afstand tussen de woningen is circa 15 meter. Dit houdt in dat de tussenruimten groter zijn dan de breedte van de woningen. Dit geeft een beeld van open bebouwing passend bij de landelijke omgeving. De architectuur van de woningen dient de uitstraling te hebben van een burgerwoning in het landelijk gebied. Het bouwvlak wordt bepaald door een afstand tot de zijdelingse perceelgrens van 3 meter, die aan beide zijden vrijgehouden moet worden. Daarnaast is het bouwvlak 12 meter diep. De voorgevelrooilijn ligt tenminste 5 meter uit de voorste kavelgrens.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

34

Toelichting

Het bouwvlak (rood) geeft het zoekgebied aan waarbinnen het hoofdgebouw gerealiseerd moet moeten. Voor de bijgebouwen geldt dat zij binnen de aangegeven kavel van 500 m2 aan één zijde tot op de zijdelingse perceelgrens mogen worden gebouwd. De maximale goothoogte mag niet meer dan 2,70 meter bedragen en de nokhoogte niet meer dan 5 meter. De bestemming “Wonen” omvat dat deel van het plangebied waarbinnen de woonbebouwing opgericht mag worden, met tevens het intensiever gebruikte gedeelte van de tuin, waarbij verharding (ten behoeve van bijvoorbeeld terrassen e.d.) gerealiseerd mag worden. De bestemming “Tuin” omvat de gronden van het overige deel van het plangebied welke bedoeld zijn als landschappelijke overgangszone tussen de tuin bij de woningen en het omliggende gebied. Binnen de bestemming “Tuin’ mag geen bebouwing worden opgericht en mogen geen verhardingen en waterpartijen worden aangebracht. Van een intensief gebruik van deze gronden mag geen sprake zijn. Daarmee wordt voorkomen dat er vergunningvrij gebouwd wordt op dit deel van het perceel met de bestemming “Tuin”, omdat de definitie van het begrip “erf” als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van bijlage II bij het Bor, niet hetzelfde erf betreft als binnen de bestemming “Wonen”. De dubbelbestemming “Waarde-Archeologie” omvat de gronden van het perceel i.v.m. de archeologische waarden.

Voor de overige maatvoering van hoofdgebouwen en bijgebouwen wordt aangesloten bij de bestemming “Wonen” uit het vigerende bestemmingsplan “Kern Swalmen” en het stedenbouwkundig kader, waarbij het onderstaande van toepassing is:  er zijn maximaal drie vrijstaande woningen toegestaan;  de woningen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak opgericht worden;  de goothoogte mag niet meer dan 5,00 meter bedragen;  de bouwhoogte bedraagt maximaal 8,500 meter;  het bebouwingspercentage ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' bedraagt ten hoogste 60%;  het totale grondoppervlak van bijgebouwen bedraagt maximaal 100 m²;  de goothoogte van en bijgebouw mag niet meer dan 3,00 meter bedragen, behoudens ter plaatse van de aan de woning gebouwde zijde van een aangebouwd bijgebouw. Overige planregels zijn conform het vigerende bestemmingsplan:  vestiging van een aan huis gebonden beroep is rechtstreeks toegestaan;  de uitoefening van bedrijven vallend onder kleine economie is mogelijk via een omgevingsvergunning;  de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3,00 meter, met uitzondering van erfafscheidingen, die voor de voorgevelrooilijn maximaal 1,00 meter en achter de voorgevelrooilijn maximaal 2,00 meter hoog mogen zijn. Onderstaand is de verbeelding weergegeven.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

35

Toelichting

Figuur 21: Verbeelding bestemmingsplan Veestraat 3 woningen Swalmen

Uit de toelichting is gebleken dat er vanuit ruimtelijk en stedenbouwkundig oogpunt geen belemmeringen bestaan voor de voorgenomen planontwikkeling.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

36

Toelichting

HOOFDSTUK 6

6.1.

PLANOPZET

Feitelijke planopzet

Op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) zal de planopzet onderstaand beschreven worden. De vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen wordt mogelijk gemaakt door hantering van de Standaard voor Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) en de digitale uitwisseling DURP. Het voorliggende plan bestaat uit planregels, een verbeelding en de toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangeduid, met daaraan gekoppelde regels m.b.t. bouwen en gebruik. De toelichting bij het plan heeft geen juridisch bindende werking maar biedt een overzicht van de onderzoeksresultaten en planmotivatie. 6.2.

Juridische planopzet

Het bestemmingsplan bestaat uit regels, een verbeelding en een toelichting. De verbeelding en de regels zijn juridisch bindend. Als ondergrond voor de verbeelding is een uitsnede van de GBK-Nederland gebruikt. De regels en de verbeelding regelen het gebruik van gronden, de bouwmogelijkheden en het gebruik van de bebouwing. De indeling is conform de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP 2012. De planregels zijn verder voor een deel overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan “Kern Swalmen” en het Handboek bestemmingsplannen 2009, gemeente Roermond.

6.2.1. Planvorm De planvorm betreft een herziening. 6.2.2. Verbeelding De plankaart is bekend onder nr. NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

37

Toelichting

6.2.3. Planregels De planregels zijn onderverdeeld in 4 hoofdstukken, die als volgt toegelicht kunnen worden: Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit hoofdstuk omvat twee artikelen: 1. Begrippen In dit artikel zijn bepalingen en begrippen opgenomen die in de planregels voorkomen. 2. Wijze van meten In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk worden de bepalingen en regels voor de afzonderlijke bestemming gegeven met drie artikelen: 3. Tuin Dit betreft een hoofdbestemming voor de gronden die bedoeld zijn als landschappelijke overgangszone tussen de tuin bij de woning en het omliggende gebied. Hierin is de volgende opbouw aangehouden: - Bestemmingsomschrijving: Hierin wordt een omschrijving gegeven van de functies die aan de gronden zijn toegewezen. - Bouwregels: Hierin wordt bepaald dat geen bebouwing mag worden opgericht. - Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: Hierin is een aanlegverbod voor het uitvoeren van werken opgenomen. 4. Wonen Dit betreft de hoofdbestemming met een bouwvlak waarbinnen de nieuwe woningen en bijgebouwen opgericht kunnen worden. Hierin is de volgende opbouw aangehouden: - Bestemmingsomschrijving: Hierin wordt een omschrijving gegeven van de functies die aan de gronden zijn toegewezen.

- Bouwregels: Hierin wordt bepaald aan welke voorwaarden de bebouwing moet voldoen. - Afwijking van de bouwregels: Hierin wordt aangegeven op welke wijze afgeweken kan worden. - Specifieke gebruiksregels: Hierin wordt het strijdig gebruik van gronden en bouwwerken aangegeven. - Afwijking van de gebruiksregels: Hierin wordt aangegeven op welke wijze afgeweken kan worden van de gebruiksregels.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=25b4cf29-f8fb-434e-a6fb-806319342893