CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Veestraat 3 woningen Swalmen regels en toelichting (digitaal ter inzage)

Gemeenteraad 8 april 2021, gemeente RoermondBij agendapunt: Bestemmingsplan Veestraat 3 woningen Swalmen19.201 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Roermond Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen”

Opdrachtgever: De heer L. Kluitmans Rijksweg Noord 56 6071 KX Swalmen Status: Vastgesteld 8 april 2021 NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01

INHOUD

I.

Regels

II. Verbeelding III. Toelichting

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

Regels

I. Regels

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

I. Regels deel uitmakend van het bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” gemeente Roermond

Inhoud Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1. Begrippen Artikel 2. Wijze van meten

1 1 4

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3. Tuin Artikel 4. Wonen Artikel 5. Waarde-Archeologie

5 5 6 8

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 6. Anti-dubbeltelregel Artikel 7. Algemene bouwregels Artikel 8. Algemene gebruiksregels Artikel 9. Algemene afwijkingsregels Artikel 10. Algemene wijzigingsregels Artikel 11. Algemene procedureregels Artikel 12. Overige regels

10 10 11 12 13 14 15 16

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 13. Overgangsrecht Artikel 14. Slotregel

17 17 18

Bijlagen bij de regels Bijlage 1. Staat van bedrijfsactiviteiten

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

Regels

Hoofdstuk 1 Artikel 1.

Inleidende regels

Begrippen

1. plan: het bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” van de gemeente Roermond. 2. bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0957.BP00000304VG01 met de bijbehorende regels en bijlagen. 3. aan- en/of uitbouw: een aan een hoofdgebouw vast gebouwd bouwwerk, dat architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, maar dat in functioneel opzicht deel uitmaakt van het hoofdgebouw; voor de toepassing van deze regels wordt een aan- of uitbouw gelijkgesteld met een aan het hoofdgebouw aangebouwd bijgebouw. 4. aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 5. aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 6. aan huis gebonden beroep: de uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, (para-)medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. Hieronder dient niet te worden begrepen de uitoefening van detailhandel. 7.

afhankelijke woonruimte: een (deel van een) gebouw waarin een gedeelte van de huishouding uit het oogpunt van mantelzorg is gehuisvest en dat qua ligging een ruimtelijke eenheid met de woning vormt. 8. archeologische waarde: waarde die bestaat uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig van wetenschappelijk belang is en het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigt. 9. bebouwing: een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 10. bebouwingspercentage: een percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van een bouwperceel, dat ten hoogste mag worden bebouwd. 11. bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. 12. bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 13. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

1

Regels

14. bijgebouw: een gebouw dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en dat ten dienste staat van dat hoofdgebouw. 15. bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 16. bouwgrens: de grens van een bouwvlak. 17. bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 18. bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel. 19. bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 20. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 21. gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 22. hoofdgebouw: een gebouw dat door zijn constructie, afmetingen of situering, dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk op een perceel valt aan te merken. 23.

horeca: het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse, één en ander al dan niet in combinatie met ondersteunende activiteiten of met een vermaaksfunctie, met uitzondering van seksinrichtingen. 24. kleine economie: bedrijfsactiviteiten die wat betreft invloed op de woonomgeving gelijk te stellen zijn aan een aan huis verbonden beroep, waarvan de omvang en activiteiten zodanig zijn dat de activiteiten in een woning en de daarbij behorende gebouwen met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend. 25. mantelzorg: het bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en / of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband. 26. nutsvoorziening: voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer. 27. peil: voor gebouwen, waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

2

Regels

28. prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 29. sexinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of gelegenheid wordt geboden seksuele handelingen te verrichten dan wel vertoningen en/of voorstellingen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: 1. een prostitutiebedrijf; 2. een raamprostitutiebedrijf; 3. een erotische massagesalon; 4. een seksbioscoop; 5. een sekstheater; 6. een parenclub; geheel of gedeeltelijke bedrijfsvoering in overwegend seksueel geaarde dienstverlening; al dan niet in combinatie met elkaar. 30. voorgevelrooilijn: denkbeeldige lijn, waarin één (of meer) gevel(s) van een gebouw is/zijn of word(t)(en) geplaatst en die is gelegen aan de zijde van de aan de weg gelegen perceelsgrens. 31. vrijstaand bijgebouw: een bijgebouw, dat qua constructie en visueel vrij staat van het hoofdgebouw. 32. waterhuishouding: het ontvangen, vasthouden, (tijdelijk) bergen en afvoeren van water, eventueel gecombineerd met infiltratie van water in de bodem. 33. woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

3

Regels

Artikel 2.

Wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst is. 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 breedte, lengte en diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.4 breedte van een zone langs een watergang vanaf de insteek van de betreffende zijde van de watergang. 2.5 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.6 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.7 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.8 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.9 aanvullende bepalingen bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q. bestemmingsgrens met niet meer dan 0,5 m wordt overschreden.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

4

Regels

Hoofdstuk 2 Artikel 3. 3.1

Bestemmingsregels

Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor de inrichting en gebruik als een landschappelijke overgangszone tussen de tuin bij de woning en het omliggende gebied. 3.2

Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels: 3.2.1 Gebouwen a. op deze gronden zijn geen gebouwen toegestaan. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan, met uitzondering van erfafscheidingen tot een hoogte van ten hoogste 1 meter. 3.3

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden

3.3.1 Verbod Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren: a. het aanleggen van wegen of andere verhardingen; b. het ontginnen, afgraven, ontgronden, egaliseren en ophogen van gronden; c. het aanbrengen van houtopstanden; d. vellen, rooien of beschadigen van bomen, heggen en overige houtgewassen; e. het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren. 3.3.2 Uitzonderingen Het onder 3.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b. vallen onder de kapvergunningplicht zoals bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening; c. op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een reeds verleende vergunning mogen worden uitgevoerd. 3.3.3 Toelaatbaarheid De onder 3.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien aangetoond is dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de waarden van de betreffende en omringende gronden.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

5

Regels

Artikel 4. 4.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen met bijbehorende voorzieningen zoals tuinen en erven, alsmede aan huis verbonden beroepen. met daarbij behorende: b. verkeersvoorzieningen; c. parkeervoorzieningen; d. nutsvoorzieningen; e. groenvoorzieningen; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 4.2

Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels: Op de als ‘wonen’ bestemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de onder 4.1 genoemde functies worden gebouwd. 4.2.1 Gebouwen a. er mag maximaal één woning per bouwvlak worden opgericht; b. de woning mag uitsluitend binnen het bouwvlak opgericht worden; c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' bedraagt de bouwhoogte van hoofdgebouwen ten hoogste de op de verbeelding weergegeven maat; d. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte' bedraagt de goothoogte van hoofdgebouwen ten hoogste de op de verbeelding weergegeven maat; e. het bebouwingspercentage bedraagt maximaal 60% van het bouwperceel. 4.2.2 Bijgebouwen a. bijgebouwen worden tenminste 3.00 meter achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw geplaatst, tenzij het een aan de wegzijde gelegen open stallingruimte voor personenauto’s betreft; 2 b. het totale grondoppervlak van bijgebouwen bedraagt maximaal 100 m ; c. de maximale goothoogte van bijgebouwen met een kap bedraagt 2.70 meter en de maximale bouwhoogte van bijgebouwen met een kap bedraagt 5.00 meter; d. de maximale bouwhoogte van bijgebouwen zonder kap bedraagt 3.00 meter; e. de goothoogte van bijgebouwen aansluitend aan het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw.

4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3.00 meter, met uitzondering van erfafscheidingen, waarbij de hoogte voor de voorgevelrooilijn maximaal 1.00 meter bedraagt en achter de voorgevelrooilijn maximaal 2.00 meter. 4.3

Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend: a. het gebruik van bijgebouwen voor permanente of tijdelijke bewoning behoudens een afhankelijke woonruimte.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

6

Regels

4.4

Afwijking van de gebruiksregels

4.4.1 Kleine economie Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 4.1 voor de uitoefening van bedrijven, vallende onder de kleine economie, met dien verstande dat: a. geen onevenredige hinder mag worden toebracht aan de kwaliteit van het woonmilieu; b. door de uitoefening van de activiteit het uiterlijk aanzien van de woning niet zodanig mag veranderen, dat het karakter ervan geheel of gedeeltelijk verloren gaat, dit houdt onder meer in dat er geen grote reclame-uitingen aan of bij de woning geplaatst mogen worden; c. de oppervlakte van de woning welke voor de bedrijfsvoering wordt gebruikt niet meer dan 50 % van de begane grond en maximaal 30 % van het totale vloeroppervlak van de woning en de bijgebouwen bedraagt en de totale oppervlakte van de activiteit niet meer bedraagt dan 25 m²; d. het niet zodanig verkeersaantrekkende activiteiten betreft, die de woonomgeving onevenredig belasten en ten gevolge waarvan extra verkeersmaatregelen, waaronder extra parkeerplaatsen, noodzakelijk worden, tenzij op eigen terrein gezorgd kan worden voor voldoende parkeervoorzieningen of in de omgeving voldoende beschikbare plaatsen zijn; e. de uitvoerder van de activiteiten op hetzelfde perceel woont; f.

detailhandel alleen als ondergeschikte activiteit is toegestaan en uitsluitend van goederen die verband houden met de activiteit waarvoor de ontheffing wordt verleend; g. activiteiten die op grond van het bepaalde in de Wet milieubeheer meldings- c.q. vergunningsplichtig zijn, in beginsel niet worden toegestaan, tenzij kan worden aangetoond dat geen overlast voor de omgeving op zal treden, waarbij maximaal bedrijven uit categorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten of daarmee qua aard en invloed op de woonomgeving vergelijkbare bedrijven worden toegestaan (Bijlage 1).

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

7

Regels

Artikel 5. 5.1

Waarde - Archeologie

Bestemmingsomschrijving

a. De voor ‘Waarde-Archeologie’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. b. Waar een basisbestemming samenvalt met deze dubbelbestemming geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming. De bepalingen van de basisbestemming zijn alsdan uitsluitend van toepassing voor zover deze niet strijdig zijn met het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming. 5.2

Bouwregels

a. Op de voor ‘Waarde-Archeologie’ aangewezen gronden mag geen bebouwing worden opgericht, met uitzondering van: b. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering of; c. bebouwing waarvoor de grondwerkzaamheden niet dieper dan 40 cm reiken, of; d. bebouwing waarvoor de grondwerkzaamheden een oppervlak beslaan van minder dan 100 m2. 5.3

Afwijken van de bouwregels

a. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 5.2 voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien: b. bebouwing plaatsvindt ter plaatse van een evident eerder verstoorde bodem, of; c. op basis van een archeologisch vooronderzoek blijkt dat geen verstoring plaatsvindt van archeologische waarden of mogelijke verstoring van archeologische waarden kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem of het verrichte van archeologisch vervolgonderzoek, of; d. de voorgenomen werkzaamheden plaatsvinden binnen de bebouwde kom, op een terrein dat kleiner is dan 1.000 m² en het terrein niet is gelegen binnen 50 meter van een beschermd archeologisch monument, of; e. de voorgenomen werkzaamheden plaatsvinden buiten de bebouwde kom, op een terrein dat kleiner is dan 2.500 m² en het terrein niet is gelegen binnen 50 meter van een beschermd archeologisch monument. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Aanlegverbod a. Het is verboden op of in gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: b.

het uitvoeren van grondbewerkingen, waaronder ontgronden, afgraven, diepploegen en het aanbrengen van leidingen op een grotere diepte dan 40 centimeter, behalve indien deze in het kader van onderzoek naar mogelijke archeologische vindplaatsen worden uitgevoerd; c. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; d. het verlagen of het verhogen van het waterpeil; e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een andere wijze voorwerpen in de grond drijven. 5.4.2 Uitzondering a. Het in 5.4.1. vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: b. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; c. op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een reeds verleende vergunning mogen worden uitgevoerd. Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

8

Regels

5.4.3 Voorwaarden voor verlening De werken of werkzaamheden als bedoeld onder 5.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. de werken of werkzaamheden plaatsvinden in een evident eerder verstoorde bodem, of; b. op basis van een archeologisch vooronderzoek blijkt dat geen verstoring plaatsvindt van archeologische waarden of mogelijke verstoring van archeologische waarden kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem of verrichten van archeologisch vervolgonderzoek. 5.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen in die zin dat deze bestemming (deels) komt te vervallen, indien als gevolg van archeologisch onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de gronden niet behoudenswaardig zijn of niet langer aanwezig zijn.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

9

Regels

Hoofdstuk 3 Artikel 6.

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

10

Regels

Artikel 7. 7.1

Algemene bouwregels

Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten

7.1.1 Overschrijding voorgeschreven maten Indien afstanden tot, bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 7.1.2 Minimaal toelaatbare maten In die gevallen dat afstanden tot bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden. 7.1.3 Heroprichting van gebouwen In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in 7.1.1 en 7.1.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

11

Regels

Artikel 8.

8.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik voor een seksinrichting; b. het gebruik van niet-bebouwde grond als permanente staan- of ligplaats van demonteerbare of verplaatsbare inrichtingen voor de verkoop van etenswaren en/of dranken; c. het gebruik van niet-bebouwde grond als staan- of ligplaats voor (menselijk of dierlijk) verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken, vaar- of voertuigen, arken of andere objecten, voor zover die niet als bouwwerk zijn aan te merken; d. het gebruik van niet-bebouwde grond voor het opslaan, storten of bergen van al dan niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

12

Regels

Artikel 9.

9.1

Algemene afwijkingsregels

Afwijkingsregels

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het plan voor: a. het afwijken van de maatvoering (inclusief percentages) met ten hoogste 15%; b. geringe afwijkingen, van de op de verbeelding aangegeven bestemmingsgrenzen, welke in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, mits de afwijking niet meer dan 2,00m bedraagt. 9.2

Voorwaarden

9.2.1 Voorwaarden ten aanzien van de situering Het bevoegd gezag kan bij verlening van een omgevingsvergunning voorwaarden stellen ten aanzien van de situering van de in 8.1. bedoelde bouwwerken, teneinde een ruimtelijk verantwoorde plaatsing van deze bouwwerken ten opzichte van de omgeving te waarborgen. 9.2.2 Geen onevenredige afbreuk aan gebruiksmogelijkheden De in artikel 9.1. genoemde afwijkingen mogen slechts worden verleend indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

13

Regels

Artikel 10.

Algemene wijzigingsregels

10.1 Algemene wijziging Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van: a. het wijzigen van de voorgeschreven maatvoering voor bouwwerken met ten hoogste 25%; b. een enigszins andere situering en/of begrenzing van de bestemmingsgrenzen, indien bij de uitvoering van het plan mocht blijken dat verschuivingen in verband met de uitvoering van een bouwplan waarvan realisering wenselijk of noodzakelijk wordt geacht; c. het wijzigen van de lijst van bedrijfsactiviteiten, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven; d. het aanpassen van opgenomen bepalingen in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van tervisielegging van het ontwerpplan worden gewijzigd.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

14

Regels

Artikel 11.

Algemene procedureregels

Bij het stellen van nadere eisen als bedoeld in deze regels gelden de volgende procedureregels: a. het ontwerpbesluit ligt gedurende tenminste twee weken voor belanghebbenden ter inzage ter gemeentesecretarie; b. burgemeester en wethouders maken de ter inzage legging van het ontwerpbesluit tevoren bekend in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen, die in de gemeente worden verspreid, en voorts op de gebruikelijke wijze; c. de bekendmaking houdt in de bevoegdheid van belanghebbenden tot het schriftelijk indienen van zienswijzen bij burgemeester en wethouders tegen het ontwerpbesluit gedurende de onder a. genoemde termijn; d. burgemeester en wethouders delen aan hen, die zienswijzen hebben ingediend, de beslissing daaromtrent mede.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

15

Regels

Artikel 12.

12.1

Overige regels

Werking wettelijke regelingen

De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. 12.2

Parkeren

12.2.1 Bepaling met betrekking tot het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein Bij het oprichten van gebouwen of het veranderen van het gebruik dient de inrichting van elk perceel zodanig te zijn dat voldoende ruimte aanwezig is om zowel het parkeren als het eventueel laden en lossen op eigen terrein te kunnen afwikkelen. Er wordt in voldoende mate voorzien in parkeergelegenheid, wanneer wordt voldaan aan de parkeercriteria, zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen 2014, waarbij geldt dat ingeval de Nota Parkeernormen 2014 binnen de planperiode wordt herzien, deze herziening leidend is voor het bepalen van de parkeercriteria. 12.2.2 Voorwaardelijke verplichting / specifieke gebruiksregel Het gebruik van de gronden conform de in dit bestemmingsplan toegekende bestemming(en) is alleen dan toegestaan indien is voorzien in voldoende parkeergelegenheid.

Er wordt in voldoende mate voorzien in parkeergelegenheid, wanneer wordt voldaan aan de parkeercriteria zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen 2014, of aan een verleende omgevingsvergunning, waarbij geldt dat:  indien functiewijziging of nieuwbouw plaatsvindt op de gronden ná (eventuele) herziening van de Nota Parkeernormen 2014, deze herziening leidend is voor het bepalen van de parkeercriteria;  voor bestaand gebruik van de gronden ten tijde van de ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan, de parkeercriteria worden gehanteerd conform de verleende (omgevings)vergunning, dan wel conform de verleende vrijstelling of ontheffing. Wanneer voor bestaand gebruik op het moment van aanvang daarvan geen (omgevings)vergunning, vrijstelling of ontheffing was vereist, wordt voldoende parkeergelegenheid geacht aanwezig te zijn. 12.2.3 Afwijking van het benodigd aantal parkeerplaatsen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 12.2.1 en 12.2.2 indien anderszins in voldoende parkeergelegenheid is voorzien. 12.3

Nadere eisenregeling

Burgemeester en wethouders kunnen, met het oog op het aspect externe veiligheid, ter beheersing van de blootstelling aan giftige stoffen en uitpandige vluchtroutes, nadere eisen stellen aan: a. de situering van bouwwerken (gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde) b. de inrichting van terreinen; c. de bruto vloeroppervlakte (bvo) en de hoogte van de gebouwen; d. de wijze van afsluitbaarheid van mechanische ventilatiesystemen.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

16

Regels

Hoofdstuk 4 Artikel 13. 13.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwen

13.1.1 Algemeen overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 13.1.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van 13.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 13.1.1 met maximaal 10%. 13.1.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken Lid 13.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 13.2

Overgangsrecht gebruik

13.2.1 Algemeen overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 13.2.2 Wijzigen strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 13.2.1 te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 13.2.3 Verboden gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 13.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 13.2.4 Uitzondering op het overgangsrecht gebruik Lid 14.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

17

Regels

Artikel 14.

Slotregel

Deze regels worden aangehaald onder de naam 'Regels van het bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen”.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

18

Bijlage

Bijlage 1: Staat van bedrijfsactiviteiten

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

Verbeelding

II. Verbeelding

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

Toelichting

III. Toelichting

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

Toelichting

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1. INLEIDING

1

1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

Aanleiding planherziening Ligging, begrenzing en juridische status van het plangebied Bij het plan behorende stukken Leeswijzer

1 1 2 2

HOOFDSTUK 2

GEBIEDSBESCHRIJVING

3

2.1. 2.2.

Ontstaansgeschiedenis en ruimtelijke structuur Functionele structuur

3 3

HOOFDSTUK 3

BELEIDSKADER

5

3.1. 3.2. 3.3. 3.4.

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

5 6 8 9

HOOFDSTUK 4

RANDVOORWAARDEN

12

4.1. 4.1.1. 4.1.2. 4.1.3. 4.1.4. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6. 4.7. 4.8.

Milieuwetgeving Bodem Geluid Luchtkwaliteit Milieuzonering/bedrijvigheid en geur Externe veiligheid Waterhuishouding Archeologie Cultuurhistorie Flora en fauna Landschapswaarden Verkeer en infrastructuur

12 12 14 16 16 20 23 26 29 29 32 32

HOOFDSTUK 5

PLANBESCHRIJVING

34

5.1. 5.2.

Uitgangspunten en doelstellingen van het plan Ruimtelijke hoofdopzet

34 34

HOOFDSTUK 6

PLANOPZET

37

6.1. 6.2. 6.2.1. 6.2.2. 6.2.3.

Feitelijke planopzet Juridische planopzet Planvorm Verbeelding Planregels

37 37 37 37 38

HOOFDSTUK 7

UITVOERBAARHEID

41

7.1. 7.2. 7.2.1. 7.2.2.

Economische uitvoerbaarheid en kostenverhaal Maatschappelijke uitvoerbaarheid Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Zienswijzenprocedure

41 42 42 42

HOOFDSTUK 8

BIJLAGEN

43

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

Toelichting

HOOFDSTUK 1.

1.1.

INLEIDING

Aanleiding planherziening

Het voorliggende plan heeft betrekking op het verkrijgen van een bouwtitel voor drie woningen aan de Veestraat (naast huisnummer 7) te Swalmen, kadastraal bekend als gemeente Swalmen sectie B nummer 2068. Het perceel valt onder het bestemmingsplan “Kern Swalmen” met de bestemming “Agrarisch”. Binnen die bestemming mogen geen nieuwe woningen worden gebouwd. Het perceel is nu onbebouwd en in gebruik als weiland voor rundvee. Per brief van 25 juni 2012 heeft de gemeente Roermond de initiatiefnemer medegedeeld dat onder nadere voorwaarden medewerking zal worden verleend om de drie woningen planologisch-juridisch mogelijk te maken. Voor de gewenste ontwikkeling, d.w.z. het verkrijgen van een bouwtitel voor het oprichten van drie woningen, dient een ruimtelijke procedure doorlopen te worden, omdat het vigerende bestemmingsplan geen afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid bevat. 1.2.

Ligging, begrenzing en juridische status van het plangebied

Ligging Het plangebied grenst in westelijke richting aan de woning Veestraat nr. 7. Het plangebied grenst aan de oostzijde aan onbebouwde agrarische gronden. Aan de overzijde van de Veestraat staan twee vrijstaande woningen en aan de achterzijde grenst het plangebied aan een LPG-tankstation en auto- en metaalrecyclingbedrijf aan de Rijksweg Noord 118. De Veestraat is een lokale ontsluitingsweg ten noorden van het bedrijventerrein Reubenberg en oostelijk van de N271 in de kern Swalmen. Het perceel met het kadastrale nummer Swalmen sectie B nr. 2068 heeft een oppervlakte van circa 3.544 m².

Figuur 1: Ligging plangebied (bron: Aeres Milieu BV luchtfoto: PDOKViewer)

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

1

Toelichting

Begrenzing Onderstaand is het plangebied weergegeven.

Figuur 2: Nieuw plangebied Veestraat 3 woningen Swalmen (bron: gemeente Roermond en kadaster)

Juridische status Het vigerende bestemmingsplan “Kern Swalmen” kent aan de locatie de bestemming “Agrarisch” toe. Gronden met deze bestemming mogen worden gebruikt voor grondgebonden agrarisch gebruik. Het realiseren van drie woningen is op deze gronden is niet toegestaan. Om de realisatie van de drie woningen op het perceel mogelijk te maken zal een nieuw bestemmingsplan opgesteld moeten worden. 1.3.

Bij het plan behorende stukken

Het voorliggende plan omvat de volgende hoofdonderdelen: 1. De planregels. 2. De verbeelding. 3. Toelichting behorend bij het plan met deelonderzoeken, planmotivatie.

planbeschrijving

en

Als separate bijlagen is een verkennend bodemonderzoek en een akoestisch onderzoek ingesloten. Voor het aspect externe veiligheid zijn 4 bijlagen opgenomen (Quickscan LPGtankstation, Bepaling hoogte groepsrisico LPG-tankstation, Verantwoording groepsrisico Veestraat Swalmen en het Advies van de Veiligheidsregio Limburg-Noord). 1.4.

Leeswijzer

Achtereenvolgens komt in de hoofdstukken het volgende aan de orde: Hoofdstuk 2 omvat een gebiedsbeschrijving van de locatie. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de verschillende beleidskaders. Hoofdstuk 4 gaat in op de onderzoeksaspecten voor de locatie, met de daarbij behorende randvoorwaarden en mogelijke belemmeringen. Hoofdstuk 5 behandelt de toekomstige planologische situatie. Hoofdstuk 6 omvat de juridische planopzet. Hoofdstuk 7 handelt over de economische uitvoerbaarheid van het plan, het wettelijk overleg en de procedure. Hoofdstuk 8 omvat de bijlagen waarin de (deel)onderzoeken zijn opgenomen.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

2

Toelichting

HOOFDSTUK 2 2.1.

GEBIEDSBESCHRIJVING

Ontstaansgeschiedenis en ruimtelijke structuur

De kern Swalmen is gelegen tussen de steden Roermond en Venlo en wordt in het westen begrensd door de Maas en in het oosten door de Duitse grens. Het plangebied is gesitueerd in het noordelijk deel van de kern Swalmen, net buiten de bebouwde kom, ten oosten van de N271, waar de kern overgaat in het buitengebied van Swalmen. De Veestraat ter plaatse heeft een ruimtelijke structuur, waarbij de bebouwing gevormd wordt door vrijstaande woningen en (voormalige) agrarische bedrijven op ruime percelen. Uit het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek (zie paragraaf 5.2.) is af te leiden dat het plangebied tot circa 1979 onbebouwd was. 2.2.

Functionele structuur

De Veestraat is een locale verkeersweg met een smal wegprofiel vanaf de N271 in oostelijke richting naar het buitengebied en de Duitse grens. Ter plaatse van het plangebied gaat de 30 km-zone (vanaf de N271) over in een 60 km-zone. In de omgeving van het plangebied is de hoofdfunctie wonen, afgewisseld met een agrarische functie. Het plangebied ligt aan de voorzijde ingeklemd tussen de vrijstaande woningen Veestraat 7 en onbebouwde gronden in oostelijke richting. Op het perceel sectie B nr. 2068 bevindt zich een stal met weiland voor het houden van maximaal 15 stuks rundvee. In de noordwestelijke hoek van het perceel bevindt zich een klein hok. Onderstaand zijn enkele afbeeldingen van het plangebied en de omgeving opgenomen.

Figuur 3: Zicht op plangebied met stal vanaf voorzijde Veestraat Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

3

Toelichting

Figuur 4: Zicht op woning Veestraat 7 vanuit voorzijde plangebied

Figuur 5: Te slopen stal

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

4

Toelichting

HOOFDSTUK 3

BELEIDSKADER

In dit hoofdstuk zullen de verschillende beleidskaders beschreven worden. Achtereenvolgens wordt het rijksbeleid, het provinciale beleid (Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014), het regionaal en gemeentelijk en beleid behandeld. 3.1.

Rijksbeleid

Voor het plan is vanuit de nationale beleidskaders alleen de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) relevant. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de Nota Ruimte vervangen door de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De definitieve Structuurvisie is op 13 maart 2012 vastgesteld. Onder het motto “Nederland, concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig” heeft het Rijk het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid geactualiseerd met een selectieve inzet van het rijksbeleid op 13 nationale belangen, vertaald in een visie hoe Nederland er in 2040 voor moet staan. Buiten deze 13 belangen hebben de decentrale overheden beleidsvrijheid. Vertrouwen in medeoverheden is de basis voor het bepalen van verantwoordelijkheden, regelgeving en rijksbetrokkenheid. In de structuurvisie worden drie hoofddoelen genoemd om Nederland concurrerend, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028):  het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland;  het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat;  het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR beschikt het Rijk, op basis van de Wro, over instrumentarium in de vorm van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van het Rijk en per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen. Overheden moeten op grond van het Bro alle nieuwe stedelijke ontwikkelingen motiveren aan de hand van de Ladder. De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in het Bro in de artikelen 1.1.1 en 3.1.6.. In juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij de afzonderlijke treden zijn losgelaten. Artikel 3.1.6, tweede lid Bro luidt nu als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. De Ladder-onderbouwing is verplicht voor alle ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’.

Voordat getoetst wordt of een voorziene ontwikkeling ‘nieuw’ is, dient te worden getoetst of onderhavige ontwikkeling kan worden aangemerkt als een ‘stedelijke’ ontwikkeling. De definitie van 'stedelijke ontwikkeling' is:

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

5

Toelichting

“ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen (artikel 1.1.1 lid 1 sub i van het Bro)”. Het plan voor de drie woningen dient op grond van de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak d.d. 28 juni 2017 (uitspraak 201608869/1/R3) niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling beschouwd te worden. In die overzichtsuitspraak heeft de Afdeling uitspraken gedaan over de ladder voor duurzame verstedelijking. De uitspraak bevat de hoofdlijnen van de jurisprudentie van de Afdeling over de eisen waaraan een bestemmingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voldoen. Voor woningbouw is het volgende bepaald: “Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen, die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt”. De Ladder hoeft dan ook niet te worden doorlopen voor het plan nu het handelt om 3 woningen. De woningbouwbehoefte van het plan zal in het kader van de uitvoerbaarheid bij het gemeentelijk beleidskader nader gemotiveerd worden. Vanuit het Barro zijn geen door het Rijk geformuleerde belangen relevant.

De projectlocatie is niet gelegen in het stroomvoerend of bergend regime van de Maas. De Beleidslijn Grote Rivieren vormt daarmee geen toetsingskader. Bij de voorbereiding van het voorliggende plan is de wettelijk voorgeschreven procedure gevolgd. Daarmee is een zorgvuldige afweging van belangen en transparante besluitvorming verzekerd. De planontwikkeling is geen rijksverantwoordelijkheid en er zijn geen directe rijksdoelen in het geding. Het rijksbeleid heeft geen directe doorwerking op de ontwikkeling van het plangebied welke gericht is op het realiseren van een woonbestemming. 3.2.

Provinciaal beleid

Voor de provinciale beleidskaders wordt ingegaan op het POL 2014 dat het POL 2006 vervangt. Op 12 december 2014 is het POL 2014 door Provinciale Staten van Limburg vastgesteld. Daarnaast is de vastgestelde Omgevingsverordening Limburg 2014 relevant. Met de Omgevingsverordening Limburg 2014 wordt beoogd om de doorwerking van het provinciaal beleid naar gemeenten en andere partners te borgen. De Omgevingsverordening omvat regels en een toelichting o.a. ten aanzien van stedelijke ontwikkelingen. Om te kunnen voldoen aan de uitgangspunten van de Omgevingsverordening Limburg 2014 dient het initiatief nader te worden gemotiveerd in het kader van de Ladder duurzame verstedelijking, welke als een provinciaal (ruimtelijk) belang aangemerkt dient te worden. Vastgesteld POL 2014 Het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals verwoord in het POL 2014 is een integraal plan met een visie op de ruimtelijke ontwikkeling van Limburg en de provinciale rolopvatting. Het POL 2014 kent acht globaal afgebakende gebiedstypen. Dit zijn zones met elk een eigen karakter, herkenbare eigen kernkwaliteiten, en met heel verschillende opgaven en ontwikkelingsmogelijkheden.

Binnen het landelijk gebied onderscheiden we de volgende zones:  goudgroene natuurzone  zilvergroene natuurzone  bronsgroene landschapszone en  buitengebied Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

6

Toelichting

Voor het aan de orde zijnde plangebied geldt conform het POL 2014 de zone “Buitengebied” binnen het landelijke gebied. Dit betreft alle andere gronden in het landelijk gebied, vaak met een agrarisch karakter met ruimte voor doorontwikkeling van agrarische bedrijven.

Figuur 6: Uitsnede POLviewer 2018 met het plangebied binnen de zone Buitengebied

In dit geval is er sprake van de realisering van 3 woningen binnen het bestaand buitengebied en buiten de grens van de stedelijke dynamiek. Het plan voor het toevoegen van woningen valt daarom onder de systematiek van het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM), waarbij het kwaliteitsverlies gecompenseerd dient te worden. Het LKM is doorvertaald in het gemeentelijk beleid, zoals vastgelegd in de “Structuurvisie kwaliteitsbijdrage gemeente Roermond”. In de paragraaf gemeentelijk beleid zal dit aspect nader verdiept en gemotiveerd worden. Het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM) gaat uit van het compensatiebeginsel. Het grootste deel van het buitengebied van Limburg is niet bedoeld om vol te bouwen. Waar bouwen wel kan, betekent dat toch vaak een aantasting van de open ruimte, het landschap of het uitzicht. Daarom kan dat alleen als er tegelijk een kwaliteitsverbetering plaatsvindt. Bij de gemeentelijke principe-medewerking uit juni 2012 is de toepassing van het LKM als een belangrijke voorwaarde gesteld. Omgevingsverordening Limburg 2014 Het principe van een duurzame verstedelijking en de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking is in Omgevingsverordening Limburg vastgelegd. Op 11 november 2016 hebben Provinciale Staten van Limburg de Wijzigingsverordening Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld.

Met de Wijzigingsverordening Omgevingsverordening Limburg 2014 wordt nu, zoals in POL2014 is vastgelegd, invulling gegeven aan de borging van de bestuursafspraken regionale uitwerking POL 2014 in de Omgevingsverordening door middel van zogenoemde voorzorgsbepalingen. Als sprake is van een kleinschalige ontwikkeling wordt een uitzondering gemaakt op het begrip nieuwe stedelijke ontwikkeling en is de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing. De realisatie van drie woningen is niet aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder volgens de jurisprudentie van de Raad van State (ABRvS 14 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:156). Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

7

Toelichting

Volgens de onderstaande afbeelding uit de Omgevingsverordening Limburg 2016 is de locatie gesitueerd in het buitengebied regio Midden-Limburg.

Figuur 7: Uitsnede Pol-viewer 2018 met plangebied binnen zone landelijk gebied

Provinciaal belang Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen bij het thema “Wonen” buiten het “bestaand bebouwd gebied” is vooroverleg met de provincie noodzakelijk. Door de ligging binnen het “landelijk gebied“ is er een provinciaal belang bij de voorliggende ruimtelijke ontwikkeling. 3.3.

Regionaal beleid

De gemeenteraad van Roermond heeft op 18 december 2014 de Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg vastgesteld. De Structuurvisie is een samenhangende rapportage, met daarin opgenomen de kwantitatieve en kwalitatieve ontwikkelingsrichtingen, uitgewerkt op gemeentelijk niveau. De Structuurvisie is vastgesteld door de zeven afzonderlijke gemeenteraden. Per gemeente is in de Structuurvisie een zogenaamde kwaliteitsenvelop opgenomen, die richting geeft aan de kwalitatieve opgave op het gebied van wonen en wonen met zorg in de te onderscheiden kernen en wijken voor de korte termijn (2014 - 2017) en met een doorkijk naar de lange termijn (2018 – 2023). Met betrekking tot de kwalitatieve woningbehoefte kan verder worden gerefereerd aan het in de structuurvisie opgenomen marktbeeld. Hieruit komt naar voren dat er in de kern Swalmen nog behoefte is aan het segment vrijstaande koopwoningen. In het plangebied, behorend tot de kernen Platteland Oost van de gemeente Roermond (Swalmen/Boukoul), worden drie woningen gerealiseerd in het vrijstaande koopsegment binnen de woonzone “Landelijk Dorps”. Er is daarbij sprake van een particulier opdrachtgeverschap, zodat de bouwplannen zullen gaan voldoen aan de specifieke woonwens van de toekomstige grondeigenaren.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

8

Toelichting

Daarnaast heeft de gemeente Roermond sinds januari 2017 het beleid om de beoordeling van nieuwe bouwplannen aan te scherpen. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen kleine plannen (particulier initiatief 1 of 2 woningen) en grote plannen (meer dan 2 woningen). Voor grotere plannen geldt dat de te bouwen woning(en) dienen te passen binnen het kwalitatief kader van de Structuurvisie. Het plan Veestraat 3 woningen past hiermee kwantitatief en kwalitatief binnen de structuurvisie. 3.4.

Gemeentelijk beleid

Voor het gemeentelijk beleid zal achtereenvolgens ingegaan worden op: 1. Strategische visie Roermond 2020. 2. Beleidsregel “Aan huis verbonden beroepen en kleine economie”. 3. Vigerend bestemmingsplannen “Kern Swalmen” en “Herziening kern Swalmen”. 4. Structuurvisie Kwaliteitsbijdrage gemeente Roermond. Ad. 1. Strategische visie Roermond 2020. Dit beleidsplan is vastgesteld in oktober 2008 en is een plan op hoofdlijnen rond strategische thema’s die een samenhangend geheel vormen. Een van die thema’s is een prachtige stad met mooie kernen en wijken, waarbij kwaliteitsverbetering van de gebouwde omgeving centraal staat, met behoud en waar mogelijk versterking. De planherziening past binnen de algemene uitgangspunten van de strategische visie. Ad. 2. Beleidsregel “Aan huis verbonden beroepen en kleine economie”. Door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roermond is bij besluit van 27 juni 2006 de beleidsregel 'Aan huis verbonden beroepen en kleine economie' vastgesteld. Hierin wordt aangegeven welke bedrijfsmatige activiteiten als ‘een aan huis gebonden beroep’ en welke als zogenaamde 'kleine economie' beschouwd kunnen worden. Aan huis verbonden beroepen De zogenaamde ‘aan huis verbonden beroepen’ vallen binnen de woonbestemming als de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft.

Voor de toepassing van de beleidsregel wordt als definitie aangehouden: "de uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, (para)-medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. Hieronder dient niet te worden verstaan de uitoefening van detailhandel". De zogenaamde vrije beroepen, die onderdeel uitmaken van de ‘aan huis verbonden beroepen’, worden geacht binnen de woonbestemming te passen als de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft. Onder vrije beroepen worden onder meer begrepen de beroepen van arts, advocaat, notaris en makelaar.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

9

Toelichting

Kleine economie Overige bedrijvigheid die niet valt onder de aan huis verbonden beroepen, maar in bepaalde gevallen wel daarmee gelijk te stellen is, wordt aangemerkt als kleine economie. De definitie van kleine economie is: "bedrijfsactiviteiten die wat betreft invloed op de woonomgeving gelijk te stellen zijn aan een aan huis gebonden beroep, waarvan de omvang en de activiteiten zodanig zijn, dat de activiteiten in een woning en de daarbij behorende gebouwen met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend". De activiteiten die tot de kleine economie behoren zijn niet rechtstreeks toegestaan binnen de woonbestemming. Het is mogelijk om een ontheffing te verlenen mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Ad. 3. Vigerend bestemmingsplan “Kern Swalmen” De planlocatie is gelegen in het vigerend bestemmingsplan “Kern Swalmen”, met de bestemming “Agrarisch” volgens artikel 3. Tevens geldt de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie”. Het vigerende plan is vastgesteld door de gemeenteraad van Roermond op 7 juli 2011. Artikel 3.1. van de bestemmingsbepalingen regelt dat de aangewezen gronden bestemd zijn voor grondgebonden agrarisch gebruik zonder bebouwing. Het bouwen van burgerwoningen is binnen de bestemming “Agrarisch” niet toegestaan.

De overige bestemmingen in de omgeving van het plangebied zijn:  Veestraat enkelbestemming “Verkeer” artikel 14;  Woningen Veestraat 7 enkelbestemming “Woongebied” artikel 18;  Bedrijventerrein Reubenberg enkelbestemming “Bedrijventerrein” artikel 6;  Rijksweg-Noord 118-122 Carcenter/tankstation enkelbestemming “Bedrijf” artikel 5.

Tevens geldt de partiële herziening van het bestemmingsplan “Herziening Kern Swalmen” vastgesteld op 25 september 2014, waarbij de archeologische dubbelbestemmingen zijn herzien. De dubbelbestemming voor het plangebied betreft artikel 1 “WaardeArcheologie”. Deze partiële herziening betreft uitsluitend de dubbelbestemmingen "Waarde - Archeologie" en "Waarde - Archeologie historische kern". Voor gebieden met een hoge archeologische verwachting zijn specifieke regels met betrekking tot archeologie in de planregels opgenomen. De overige regels van het bestemmingsplan "Kern Swalmen", zoals dit op 7 juli 2011 is vastgesteld, blijven gelden.

Figuur 8: Uitsnede plankaart bestemmingsplan “Kern Swalmen” met locatie

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

10

Toelichting

Ad. 4. Structuurvisie Kwaliteitsbijdrage gemeente Roermond. De uitwerking van het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM) is door de gemeente Roermond vastgelegd in de “Structuurvisie kwaliteitsbijdrage gemeente Roermond”, vastgesteld door de gemeenteraad van Roermond op 16 februari 2012. De locatie is gelegen buiten de door de provincie vastgestelde rode contour, waardoor het plan valt binnen LKM, dat nader uitgewerkt is in de “Structuurvisie kwaliteitsbijdrage gemeente Roermond”. De planwijziging is gericht op het realiseren van drie woningen. Solitaire woningbouw is volgens de Structuurvisie alleen mogelijk op een locatie binnen een bestaand lint of cluster of aansluitend aan de contour, zoals deze in het verleden vastgesteld is. Het perceel sectie B nr. 2068 is in de Structuurvisie aangemerkt als onderdeel van een lint of cluster, waarbij volgens paragraaf 4.8 van de Structuurvisie als kwaliteitsbijdrage een financiële compensatie geldt van € 100,- per m2 uitgeefbaar kaveloppervlak. Per woning is de bijdrage maximaal € 50.000,.

Figuur 9: Verkaveling Veestraat 3 woningen (bron: gemeente Roermond)

Voor het plan wordt uitgegaan van een totaal plangebied van circa 3.554 m2, inclusief een woonbestemming (3 solitair grondgebonden woningen) van maximaal 500 m2 per kavel/woning, zodat de compensatie minimaal € 100,- per vierkante meter uitgeefbaar kaveloppervlak bedraagt. Bij een opdeling in drie kavels krijgen deze een oppervlakte van 1.100 – 1.200 m2. De initiatiefnemer heeft gekozen voor een financiële bijdrage. De bijdrage wordt vastgelegd in een af te sluiten realiseringsovereenkomst tussen gemeente Roermond en de initiatiefnemer. Geconcludeerd kan worden dat de planwijziging voldoet aan de uitgangspunten van het LKM en de Structuurvisie kwaliteitsbijdrage gemeente Roermond.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

11

Toelichting

HOOFDSTUK 4

RANDVOORWAARDEN

Voor het bepalen van de effecten van de planwijziging is het van belang na te gaan of de wijziging zal leiden tot een aantasting van de ruimtelijke structuur en van de aanwezige functies ter plaatse. De ruimtelijke gevolgen vanuit de omgeving op het project en omgekeerd staan centraal, met een toets van mogelijke belemmeringen. Voor de toekomstige situatie zal achtereenvolgens ingegaan worden op de volgende aspecten:  milieuwetgeving (bodem, geluid, luchtkwaliteit, milieuzonering/bedrijvigheid en geur);  externe veiligheid;  waterhuishouding;  archeologie;  cultuurhistorie;  flora en fauna;  landschapswaarden;  verkeer en infrastructuur. 4.1.

Milieuwetgeving

4.1.1. Bodem Artikel 9 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het wijzigen of opstellen van een bestemmingsplan. Het doel van de bodemtoets bij ruimtelijke plannen is de bescherming van de bodem. Een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem geschikt is voor de geplande functie en of sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. Voor het plan is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5725, NEN 5740 en deels volgens de NEN 5707. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel. Het verkennend bodemonderzoek is in oktober 2018 uitgevoerd door Aeres Milieu BV en bekend onder rapportnummer AM18457, d.d. 31 oktober 2018 Het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is ingesloten als bijlage 1 met de volgende conclusies: Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond plaatselijk licht verhoogd is met cadmium en lood.

 In de ondergrond zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. Het freatisch grondwater is licht verhoogd met barium, cadmium, nikkel en zink.  Uit de resultaten van het uitgevoerde verkennend onderzoek naar asbest in de bodem blijkt dat op het maaiveld en in de grove fractie van het uitgegraven bodemmateriaal visueel geen asbestverdacht materiaal is waargenomen. In het geanalyseerde mengmonster van de fijne fractie is een verhoogde concentratie aan asbest aangetoond.

Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Veestraat 3 woningen Swalmen” NL.IMRO.0957.BP00000304-VG01 Status: Vastgesteld

12

Toelichting

De indicatieve asbestconcentratie ligt echter ruim beneden de helft van de interventiewaarde.  Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing.  Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater. Bij de toetsing heeft de gemeente Roermond aangegeven dat het verkennend bodemonderzoek niet geheel conform de NEN 5707 uitgevoerd is. Op basis van de waarnemingen bij het veldwerk had de onderzoeksstrategie aangepast dienen te worden in verband met de visuele bijmengingen in de oprit (beschouwen als verdacht). Daarnaast wordt opgemerkt dat bij de schuur met asbestdak zonder dakgoten het onderzoek zich vooral op de druipzone/toplaag had horen te richten en niet op een volledige halve meter. Door Aeres Milieu is een verkennend onderzoek asbest in bodem uitgevoerd ter plaatse van de stal en het grindpad aan de Veestraat in Swalmen. Een beschrijving van de uitgevoerde werkzaamheden en de resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in een briefrapportage d.d. 3 september 2019 (kenmerk AM18457-2) welke ingesloten is als bijlage 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=25b4cf29-f8fb-434e-a6fb-806319342893