Bijlage 4 - Ruimtelijke onderbouwing inclusief onderzoek - geanonimiseerd
Tekst van het document
BH7948-MI-RP-230308-1200
26
Projectgerelateerd
Onder geluidgevoelige bestemmingen worden de volgende objecten verstaan: • Woningen • Andere geluidgevoelige gebouwen • Geluidgevoelige terreinen De ecolodges valt onder geen van drie bovengenoemde objecten en zijn daarmee niet geluidgevoelig in het kader van de Wet geluidhinder. Het thema geluid vormt daarom geen belemmering voor de ontwikkeling van de 51 ecolodges.
4.6
Externe Veiligheid
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving als gevolg van gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen bij bedrijven, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het water, het spoor en door buisleidingen. De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau van transport en aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Plaatsgebonden risico Dit is de kans dat een persoon die (onafgebroken aanwezig en onbeschermd) op een bepaalde plaats overlijdt als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen bij een inrichting of een transportmodaliteit. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een kans van 1*10-6 per jaar als grenswaarde voor kwetsbare bestemmingen en als richtwaarde voor beperkt kwetsbare bestemmingen.
Figuur 4.1: aanduiding projectgebied t.o.v. EV-contour (bron: www.signaleringskaart.nl)
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
27
Projectgerelateerd
Groepsrisico Dit is de cumulatieve kans per jaar dat een groep van een bepaalde omvang overlijdt als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen bij een inrichting of een transportmodaliteit. Hierbij wordt getoetst aan de oriëntatiewaarde. De oriëntatiewaarde is een ijkpunt voor de omvang van het groepsrisico. Figuur 4.1 toont aan dat de projectlocatie is gelegen nabij de transportroute van de Maas, genaamd Maascorridor. Op grond van de Regeling basisnet (regeling voor transportroutes van gevaarlijke stoffen) geldt voor de binnenvaart transportroute Maascorridor een plaatsgebonden risicocontour van 0 meter. De projectlocatie is derhalve niet binnen de plaatsgebonden risicocontour gelegen. Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) bepaald dat wanneer een omgevingsvergunning betrekking heeft op een gebied dat binnen 200 meter van een transportroute voor gevaarlijke stoffen is gelegen (in dit geval Maascorridor), het ruimtelijk onderzoek een toetsing en verantwoording van het groepsrisico dient te omvatten. De blauwe lijn op de figuur toont de afstand van 200 meter tot het hart van de transportroute, de projectlocatie is hier buiten gelegen waardoor er geen nadere beschouwing van het aspect externe veiligheid is vereist. Conclusie Het thema Externe Veiligheid is niet relevant voor de beoogde ontwikkeling.
Daarnaast neemt het aantal standplaatsen en daarmee het mogelijk aan gevaar blootgestelde personen door voorgenomen ontwikkeling af ten opzichte van de huidige situatie.
4.7
Ecologie
Bureau Meervelt heeft op 7 oktober 2021 een Quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd (bijlage IV). Op 12 december 2022 is door Kragten een onderzoek uitgevoerd naar de stikstofdepositie voor de projectlocatie (bijlage V). Resultaten van beide onderzoeken worden in deze paragraaf benoemd. In het kader van de toets aan de Wet natuurbescherming is in kaart gebracht welke beschermde natuurwaarden in het bestemmingsplangebied en de omgeving aanwezig (kunnen) zijn. Hierin wordt ingegaan op de thema’s gebiedsbescherming, soortenbescherming en houtopstanden. Daarnaast wordt bepaald of een project of plan (mogelijke) significant negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Gebiedsbescherming Per afwegingskader wordt aangegeven of het plangebied deel uitmaakt van een beschermd gebied en wordt inzichtelijk gemaakt of door de geplande ingreep een mogelijk negatieve invloed te verwachten is op aanwezige beschermde gebieden in de omgeving. Ten aanzien van gebiedsbescherming zijn drie afwegingskaders relevant:
• Afwegingskader Wet natuurbescherming (Natura 2000), • Afwegingskader Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (Ecologische hoofdstructuur), • Afwegingskader Omgevingsverordening Limburg 2014 (Goudgroene en Zilvergroene natuurzones en Bronsgroene landschapszone). Soortenbescherming In het kader van het aspect soortenbescherming is een quickscan ecologie verricht. Er wordt onderzocht of beschermde soorten ter hoogte van het plangebied en de omgeving daarvan (kunnen) voorkomen.
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
28
Projectgerelateerd
Resultaten ecologische quickscan en stikstofdepositie Gebiedsbescherming Natura 2000: Het plangebied ligt buiten Natura 2000. Het meest dichtbij zijnde Natura 2000-gebied is Roerdal op een afstand van 1,2 kilometer. Op ruimere afstand liggen de Natura 2000-gebieden Meinweg, Leudal en Swalmdal. De meeste storingsfactoren als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen in het plangebied (zoals geluid en optische verstoring) hebben geen invloed op de Natura 2000-gebieden. De uitstoot van stikstof tijdens de aanlegfase is vrijgesteld op basis van het Bouwbesluit (Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering). Extra stikstofdepositie op stikstofgevoelige natuurwaarden kan alleen optreden als in de gebruiksfase fossiele brandstoffen gebruikt worden (bijvoorbeeld voor verwarming van de ecolodges). Als dit het geval is dient een Aerius-berekening te worden uitgevoerd om te bepalen of er sprake is van extra stikstofdepositie op stikstofgevoelige natuurwaarden in Natura 2000-gebieden. Als significante gevolgen daarvan niet op voorhand uitgesloten kunnen worden, is een vergunning stikstof op basis van de Wet natuurbescherming nodig. Natuurnetwerk Nederland/Goudgroene natuurzone: Het plangebied ligt in de Bronsgroene landschapszone. Het plangebied overlapt niet met de Goudgroene en Zilvergroene natuurzones. In de bestaande situatie was het plangebied al als camping in beheer en gebruik.
Met de nieuwe situatie treedt hierin geen verandering op. Door de herinrichting van het plangebied treden geen grote veranderingen op in het landschapsbeeld. Positief in landschappelijk opzicht is de aanleg van de noten- en de perenwei en het behoud en/of de aanplant van hagen. Kernkwaliteiten van de Bronsgroene landschapszone worden niet aangetast. De beleidsregel natuurcompensatie is niet van toepassing. Stikstofdepositie Met behulp van het rekenprogramma Aerius Calculator is de depositiebijdrage vanwege de beoogde situatie berekend ter plaatse van nabijgelegen gevoelige habitattypen in de voor het plan relevante Natura 2000-gebieden (bijlage V). Uit de uitgevoerde berekeningen naar de gebruiksfase en de aanlegfase blijkt dat de stikstofdepositie in beide situatie niet meer dan 0,00 mol N/ha/jaar bedraagt. In het kader van een voortoets kunnen significant negatieve effecten derhalve worden uitgesloten waardoor het uitvoeren van een passende beoordeling niet aan de orde. Soortenbescherming Het plangebied en omgeving maakt naar verwachting deel uit van het leefgebied van enkele algemeen voorkomende beschermde soorten. Bij ruimtelijke ontwikkelingen gelden voor de algemeen voorkomende soorten een vrijstelling voor het beschadigen van vaste voortplantingsplaatsen en rustplaatsen en het vangen van deze soorten. Wel geldt de zorgplicht.
Door de voorgenomen ontwikkelingen kunnen verbodsbepalingen ten aanzien van broedvogels overtreden worden als geen rekening gehouden wordt met de broedperiode. Het voorkomen van jaarrond beschermde nesten is uitgesloten tijdens het veldbezoek. Wel kunnen enkele algemeen voorkomende broedvogels op in het plangebied en directe omgeving aanwezig zijn. Voor broedvogels verstorende werkzaamheden zoals het kappen van bomen of het weghalen van hagen of struweel, dienen buiten de broedperiode uitgevoerd te worden. Een indicatie van de broedperiode is 15 maart-15 juli (let op: ook buiten deze periode zijn in gebruik zijnde nesten beschermd, raadpleeg bij twijfel een ecoloog). Overige beschermde soorten zijn niet te verwachten in het plangebied en directe omgeving. Mocht tijdens de werkzaamheden onverwacht toch een onbekende of beschermde soort aanwezig zijn, overleg dan met een ecoloog of mitigerende maatregelen nodig zijn. Houtopstanden In het kader van de beoogde ontwikkeling zijn geen kapwerkzaamheden voorzien. Er is derhalve geen sprake van het aantasten van mogelijk onder de Wet natuurbescherming beschermde houtsopstanden.
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
29
Projectgerelateerd
Conclusie De beoogde ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden of de onder de provinciale omgevingsverordening beschermde Bronsgroene landschapszone tot gevolg. Wanneer de beoogde ontwikkeling wordt gerealiseerd buiten het broedseizoen, is er geen sprake van mogelijke aantasting van beschermde soorten (broedvogels). Er is geen sprake van het vellen van houtopstanden. Aan de bepalingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming en de provinciale verordening wordt voldaan. Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling.
4.8
Erfgoed
4.8.1
Archeologie
Met het Europees Verdrag van Malta wordt voorzien in de bescherming van het archeologisch erfgoed. Dit verdrag is wettelijke verankerd in de Wet op de archeologische monumentenzorg. Hieruit vloeide de verplichting voort om bij ruimtelijke plannen rekening te houden met archeologisch erfgoed. In de verordening van de gemeenteraad van de gemeente Roermond houdende regels omtrent erfgoed (Erfgoedverordening 2018), staat in artikel 18 aangegeven wanneer archeologisch onderzoek bij een ontwikkeling verplicht is. Artikel 19 van de Erfgoedverordening zegt dat artikel 18 niet van toepassing is wanneer in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg. In de beheersverordening ‘Maas en Maasplassen’ wordt het gebied niet aangeduid met een Archeologische verwachtingswaarde. Het thema archeologie vormt daarom geen belemmering voor de ontwikkeling van de 51 ecolodges.
4.8.2
Cultuurhistorie
Binnen het plangebied zijn geen rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten gelegen. Dit aspect is derhalve verder buiten beschouwing gelaten.
4.9
NGCE
Rijkswaterstaat Dienst Limburg gevestigd te Maastricht heeft T&A Survey (“T&A”) op 15 december 2010 schriftelijk opdracht verleend voor het uitvoeren van het historisch vooronderzoek naar de aanwezigheid van conventionele explosieven (verder “explosieven”) ter plaatse van het project Natuurvriendelijke oevers Maas (bijlage VI). Het projectgebied is gelegen in gebied van project Natuurvriendelijke oevers Maas. Doel van het historisch vooronderzoek is het vaststellen van de risico’s aangaande de aanwezigheid van explosieven in de bodem van het onderzoeksgebied op basis van verzameld en geanalyseerd (historisch) feitenmateriaal. Bevindingen Het gebied de Weerd nabij het sluizencomplex wordt aangewezen als verdacht gebied. Het soort explosief dat eventueel kan worden aangetroffen betreft afwerpmunitie. In het gebied, zichtbaar op figuur 4.2, bestaat de kans dat er geen tot één exemplaar wordt aangetroffen.
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
30
Projectgerelateerd
Figuur 4.2: aanduiding projectgebied t.o.v. NGE locatie
Bij grondwerkzaamheden in het gebied bestaat er een hoog risico op het aantreffen van explosief materiaal. Vervolgonderzoek Naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek van T&A Survey op 15 december 2010, is in november 2021 een uitvoerig detectie-onderzoek uitgevoerd. Hierbij is geen explosief aangetroffen. Vastgesteld is dat het terrein verstoord is door het decennialang gebruik als camping en de verwoesting van de camping in juli 2021. Het onderzoek naar niet gesprongen explosieven is daarom in 2022 geïntensiveerd door zogenaamd benaderingsonderzoek, inhoudende dat overal waar in de grond gewerkt wordt t.b.v. bijv. infra, uitgebreid benaderingsonderzoek voor de start van het werk wordt uitgevoerd door een daarvoor gecertificeerd bedrijf. AVG Explosieven Opsporing Nederland heeft op 2 september 2022 de rapportage opgeleverd waarin de resultaten van dit vervolgonderzoek worden beschreven (bijlage XIII). Resultaten vervolgonderzoek Op 28-11-2021 t/m 29-11-2021, 06-01-2022 t/m 07-01-2022 en 29-07-2022 t/m 01-08-2022 heeft een team van deskundigen van AVG een realtime oppervlaktedetectie uitgevoerd bij de meerpaallocaties en ondergrondse container locatie, waarbij verstoringen in het aardmagnetisch veld kunnen worden gemeten. De aangewezen locaties in figuur 4.4 zijn onderzocht op aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten tot 4,50 m -mv.
De hierin aangetroffen verstoringen zijn geïdentificeerd en verwijderd, waarna de locatie is vrijgegeven. Tijdens deze opsporingswerkzaamheden zijn geen (restanten-) ontplofbare oorlogsresten aangetroffen door de deskundigen, in de destijds onderzochte gebieden.
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
31
Projectgerelateerd
Figuur 4.3: aanduiding projectgebied en detectieresultaat 10nT
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
32
Projectgerelateerd
Figuur 4.4: overzichtstekening en vrijgaven vervolgonderzoek
5
Uitvoerbaarheid
5.1
Economische uitvoerbaarheid
Zodra sprake is van een ‘aangewezen bouwplan’, is de gemeente op grond van de Wet ruimtelijke ordening verplicht om een exploitatieplan vast te stellen. Op grond van artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt de realisatie van ecolodges niet aangewezen als een bouwplan. De gemeente is derhalve niet verplicht om voor voorgenomen ontwikkeling een exploitatieplan vast te stellen. De kosten voor begeleiden van de procedure voor de omgevingsvergunning worden via de Legesverordening 2023 van de gemeente Roermond gedekt en zijn voor rekening van de initiatiefnemer.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De voorgenomen aanpassingen van de camping Niessen zijn in een vroeg stadium gedeeld met de hele buurtschap De Weerd. Er heeft daarnaast een ontwerp-omgevingsvergunning ter inzage gelegen waarop een zienswijze is ingediend. In de zienswijze is aandacht gevraagd voor de landschappelijke inpassing van het plan. Deze zienswijze heeft niet geleid tot een aangepast landschappelijk inpassingsplan.
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
33
Projectgerelateerd
5.3
Verleende vergunningen
Voor de beoogde ontwikkeling van het Maasparcje zijn de afgelopen jaren diverse vergunningen aangevraagd en verleend. Onderstaande opsomming betreft een chronologische volgorde van de verleende vergunningen en waar de vergunning betrekking op heeft. Vergunning
Bevoegd gezag
Verleend op
Omschrijving
Omgevingsvergunning Z28156-2022 (bijlage XIV)
Gemeente Roermond
Definitief besluit 25 februari 2022
Vergunning voor: Onderdeel bouwen: container voor inzamelen van huishoudelijk afval plaatsen, en Straatmeubilair plaatsen; Onderdeel werk of werkzaamheden uitvoeren: plaatsen van 102 buispalen.
Watervergunning RWS-2023/1764 (bijlage VI)
Rijkswaterstaat
Definitief besluit 23 januari 2024
Vergunning voor het veranderen van een camping met 120 stacaravans naar een recreatiepark met 51 ecolodges.
Omgevingsvergunning beperkingengebiedactiviteit RWS-2024-40205 (bijlage XV)
Rijkswaterstaat
Definitieve beschikking 4 december 2024
Wijziging van vergunning RWS-2023/1764 betrekking op: Positie van meerpalen en lodges; Coating van de pontons Afwijkende meerpaalbeugel
Omgevingsvergunning Z2023-00000457 (bijlage XVI)
Gemeente Roermond
Ontwerpbesluit 6 december 2024
Omgevingsvergunning voor handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
34
Projectgerelateerd
Bijlage I.
18 juli 2025
Rapport Waterwet vergunning
BIJLAGE
BH7948-MI-RP-230308-1200
A0
Projectgerelateerd
Bijlage II.
18 juli 2025
BPRW toetsing
BIJLAGE
BH7948-MI-RP-230308-1200
A1
Projectgerelateerd
Bijlage III.
18 juli 2025
Milieuhygienisch waterbodemonderzoek
BIJLAGE
BH7948-MI-RP-230308-1200
A2
Projectgerelateerd
Bijlage IV.
18 juli 2025
Quickscan Wet natuurbeheersing
BIJLAGE
BH7948-MI-RP-230308-1200
A3
Projectgerelateerd
Bijlage V.
18 juli 2025
Onderzoek stikstofdepositie d.d. 30-06-2025
BIJLAGE
BH7948-MI-RP-230308-1200
A4
Projectgerelateerd
Bijlage VI.
18 juli 2025
Historisch onderzoek explosieven
BIJLAGE
BH7948-MI-RP-230308-1200
A5
Projectgerelateerd
Bijlage VII. Waterwet vergunning d.d. 23-012023
18 juli 2025
BIJLAGE
BH7948-MI-RP-230308-1200
A6
Projectgerelateerd
Bijlage VIII. Omgevingsvergunning haag en hekwerk d.d. 17-12-2021
18 juli 2025
BIJLAGE
BH7948-MI-RP-230308-1200
A7
Projectgerelateerd
Bijlage IX.
18 juli 2025
Tijdelijke omgevingsvergunning 51 ecolodges d.d. 19-08-2022
BIJLAGE
BH7948-MI-RP-230308-1200
A8
Projectgerelateerd
Bijlage X.
18 juli 2025
Omgevingsvergunning permanent wonen De Weerd 90-92 d.d. 1201-2023
BIJLAGE
BH7948-MI-RP-230308-1200
A9
Projectgerelateerd
Bijlage XI.
18 juli 2025
Afspraken bewonersvertegenwoordigers d.d. 10-092021
BIJLAGE
BH7948-MI-RP-230308-1200
A10
Projectgerelateerd
Bijlage XII. Inspectierapport 21/1061 Roba Inspecties B.V.
18 juli 2025
BIJLAGE
BH7948-MI-RP-230308-1200
A11
Projectgerelateerd
Bijlage XIII. Proces-verbaal van oplevering AVG
18 juli 2025
BIJLAGE
BH7948-MI-RP-230308-1200
A12
Projectgerelateerd
Bijlage XIV. Omgevingsvergunning bouwen en werk of werkzaamheden uitvoeren d.d. 25-02-2022
18 juli 2025
BIJLAGE
BH7948-MI-RP-230308-1200
A13
Projectgerelateerd
Bijlage XV. Beschikking op Omgevingsvergunning beperkingengebiedactiviteit d.d. 412-2024
18 juli 2025
BIJLAGE
BH7948-MI-RP-230308-1200
A14
Projectgerelateerd
Bijlage XVI. Ontwerpbesluit Omgevingsvergunning handelen in strijd met regels RO d.d. 6-122025
18 juli 2025
BIJLAGE
BH7948-MI-RP-230308-1200
A15
Ontwikkeling Maasparcje, Maasplassen Roermond
Juridisch en rivierkundig onderzoek
i
Ontwikkeling Maasparcje, Maasplassen Juridisch en rivierkundig onderzoek
Datum Status Project
28 juni 2021 Definitief, versie 2.2 P0157.1
Naam
Paraaf
Auteur
Datum 28-06-2021
Reviewer Vrijgave
juni 2021
rapport
i
Ontwikkeling Maasparcje, Maasplassen Juridisch en rivierkundig onderzoek
juni 2021
rapport
ii
Ontwikkeling Maasparcje, Maasplassen Juridisch en rivierkundig onderzoek
Inhoudsopgave 1
Achtergrond ............................................................................................................................. 2
1.1 1.2 1.2.1 1.2.2 1.3 1.4
Inleiding ........................................................................................................................................... 2 Beoordelingen ontwikkeling Maasparcje .................................................................................... 2 Juridische beoordeling ............................................................................................................... 2 Rivierkundige beoordeling ....................................................................................................... 3 Leeswijzer ........................................................................................................................................ 3 Legenda’s bij figuren...................................................................................................................... 3
2
Ontwikkeling Maasparcje Maasplassen............................................................................ 4
2.1 2.2 2.3
Inleiding ........................................................................................................................................... 4 Ontwikkelingsvisie......................................................................................................................... 5 Recreatieve visie gemeente Roermond........................................................................................ 6
3
Juridische beoordeling Maasparcje .................................................................................... 8
3.1 3.2 3.3
Bestaande situatie .......................................................................................................................... 8 Gewenste situatie............................................................................................................................ 9 Vergelijking situaties.................................................................................................................... 10
4
Basis rivierkundig onderzoek ............................................................................................ 11
4.1 4.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3
Uitgangspunten en randvoorwaarden ...................................................................................... 11 Rivierkundig beoordelingskader ............................................................................................... 11 De Baseline-schematisatie maas_beno17_5-v1 en actualisatie ............................................... 13 Referentiesituatie bo17_5-MP-ref, WAQUA-model ............................................................ 14 Simulaties met het WAQUA-model bo17_5-MP-ref ........................................................... 14 Verwerking ontwerp Maasparcje ............................................................................................... 14 Modellering drijvende objecten in WAQUA ........................................................................ 14 Variant bo17_5-MP-parc02, Baseline-schematisatie .............................................................. 15 WAQUA-modellering Maasparcje, bo17_5-MP-parc02 ....................................................... 16
5
Rivierkundige beoordeling Maasparcje .......................................................................... 18
5.1 Hoogwaterveiligheid ................................................................................................................... 18 5.1.1 Effecten bij MHW in de as van de rivier ............................................................................... 18 5.1.2 Verandering in waterstand bij MHW, 2D-waterstandseffecten ........................................ 18 5.2 Hinder of schade door rivierkundige effecten ......................................................................... 20 5.3 Morfologische effecten ................................................................................................................. 20 6
Samenvatting beoordeling conform RBK5.0................................................................... 21
7
Conclusies .............................................................................................................................. 22
8
Referenties ............................................................................................................................. 23
juni 2021
rapport
iii
Ontwikkeling Maasparcje, Maasplassen Juridisch en rivierkundig onderzoek
Figuren Figuur 1-1 Voorstel nieuwe inrichting Maasparcje, Maasplassen (Kern Architecten, juni 2021) ... 2 Figuur 1-2 Legenda's bij figuren: bodemhoogte en ecotopen .............................................................. 3 Figuur 2-1 Ligging van terrein Maasparcje (rood) in het gebied van de Maasplassen .................... 4 Figuur 2-2 Ontwikkelingsvisie Maasparcje (Kern Architecten, 2021) ................................................ 5 Figuur 2-3 Intergemeentelijke Structuurvisie Maasplassen (Roermond, 2020) ................................. 7 Figuur 4-1 Baseline-schematisatie bo17_5-MP-ref, hoogtemodel (m+NAP) ..................................... 13 Figuur 4-2 Baseline-schematisatie bo17_5-MP-ref, ecotopen .............................................................. 14 Figuur 4-3 Vergelijking Maasparcje, referentie (links) en ontwerp (rechts) .................................... 16 Figuur 4-4 Vergelijking WAQUA-model bo17_5-MP-parc02 met bo17_5-MP-ref ......................... 16 Figuur 5-1 Waterstandseffect bo17_5-MP-parc02 in de as van de rivier, MHW-situatie............... 18 Figuur 5-2 2D-waterstandseffect bo17_5-MP-parc02, 1/100 situatie ................................................. 19 Figuur 5-3 2D-waterstandseffect bo17_5-MP-parc02, 1/3000 situatie ...............................................
19 Figuur 5-4 2D-stroomsnelheidseffect bo17_5-MP-parc02, 1/100 situatie ......................................... 20
Bijlagen Bijlage 1 Overzichtstekeningen inrichting Maasparcje, Maasplassen Bijlage 2 Vergelijking vergunde en gewenste situatie Bijlage 3 Meta-info Baseline-maatregel ma_MPparc1_a2
juni 2021
rapport
iv
Ontwikkeling Maasparcje, Maasplassen Juridisch en rivierkundig onderzoek
1 Achtergrond 1.1
Inleiding
In 2020 heeft Maasparcje Roermond B.V. camping Niessen bij de Noorderplas in Roermond overgenomen. In samenwerking met Kern Architecten is een plan gemaakt om op het terrein van de camping 55 bij hoogwater drijvende ecolodges1 te maken zoals zichtbaar is in Figuur 1-1. In Bijlage 1 zijn enkele uitwerkingen van de inrichting van het terrein en de positionering van de ecolodges opgenomen. De plaatsing van ecolodges is in beginsel een niet-riviergebonden ontwikkeling (NRGO) die echter wel aansluit bij de recreatieve inrichting die nu voor dit gebied geldt.
Figuur 1-1 Voorstel nieuwe inrichting Maasparcje, Maasplassen (Kern Architecten, juni 2021)
1.2
Beoordelingen ontwikkeling Maasparcje
1.2.1
Juridische beoordeling
Ter plaatse van het Maasparcje ligt op dit moment Camping Niessen. Voor de camping en bijbehorende inrichtingselementen zijn vergunningen afgegeven door RWS-ZN (WR2006/668 d.d. 23-08-2006) en de gemeente Roermond (436952 d.d. 09-03-1993). In de vergunning voor de camping zijn expliciete aantallen en afmetingen van stacaravans, bebouwing en overige de termen ecolodges en stacaravans worden in de onderhavige notitie en de verschillende tekeningen naast elkaar gebruikt maar doelen op dezelfde te vergunnen werken uit het onderhavige project.
1
juni 2021
rapport
2
Ontwikkeling Maasparcje, Maasplassen Juridisch en rivierkundig onderzoek
elementen opgenomen. Daarnaast is sprake van een aanzienlijk aantal opstallen en schuren die niet zijn benoemd maar wel worden gedoogd. Ten opzichte van de vergunde/gedoogde situatie wordt een beoordeling gemaakt van de nieuwe inrichting van Maasparcje. Deze beoordeling is opgenomen in Hoofdstuk 3. 1.2.2
Rivierkundige beoordeling
In aanvulling op de juridische afweging is ook een rivierkundig beoordeling gemaakt. Het rivierkundig kader voor de beoordeling van de inrichting Maasparcje is beschreven in RBK5.0 (RWS, 2019). De rivierkundige beoordeling is opgenomen in Hoofdstuk 5.
1.3
Leeswijzer
Het rapport begint met een beschrijving van de visie die ten grondslag ligt aan Maasparcje Maasplassen in Hoofdstuk 2. De beoordeling van de ontwikkeling van Maasparcje ten opzichte van de vergunde situatie is beschreven in Hoofdstuk 3. Hoofdstukken 4 (basis rivierkundig onderzoek) en 5 (resultaten rivierkundig onderzoek), waarna in Hoofdstuk 6 de conclusies zijn opgenomen.
1.4
Legenda’s bij figuren
Bodemhoogte (m+NAP)
Ecotopen (-)
Ecotopen (-)
Figuur 1-2 Legenda's bij figuren: bodemhoogte en ecotopen
juni 2021
rapport
3
Ontwikkeling Maasparcje, Maasplassen Juridisch en rivierkundig onderzoek
2 Ontwikkeling Maasparcje Maasplassen 2.1
Inleiding
Op het moment dat de VN, Europa, Nederland en de Provincie Limburg klimaatadaptief en ecologisch, zeg duurzaam bouwen nastreven, lanceert Maasparcje B.V. op een bijzonder mooie plek in Roermond (zie Figuur 2-1) een plan dat als pilot gezien kan worden voor dit streven en gebaseerd is op feiten en reële ervaringen. Deze pilot voldoet daarbij volledig aan de plannen van de gemeente Roermond om het gebied recreatief en qua gebruik naar een hoger plan te vervullen.
Figuur 2-1 Ligging van terrein Maasparcje (rood) in het gebied van de Maasplassen
Het plan is klimaatadaptief omdat de ecolodges mobiel zijn, bevestigd aan 2 meerpalen en meebewegen met de waterstand van de Maas. En dan ook nog eens just in time; alleen wanneer de waterstand daar aanleiding toe geeft bewegen de lodges omhoog met het water en keren met het zakken van het water weer terug naar de oorspronkelijke locatie.
juni 2021
rapport
4
Ontwikkeling Maasparcje, Maasplassen Juridisch en rivierkundig onderzoek
2.2
Ontwikkelingsvisie
Het plan voorkomt door het adaptieve concept dat jaarlijks in het najaar en daarna weer in het voorjaar tot wel 120 {sta)caravans naar elders versleept en opgeslagen worden. Het overbodige dubbele ruimtebeslag en transport vervalt duurzaam. De ecolodges op zich zijn volledig recyclebaar, uit duurzame producten opgebouwd. Ze zijn door een combinatie van perfecte isolatie rondom en zonnecellen op het dak per saldo nul energie blijvend. De ecolodges verschillen daarmee positief van alle huidige campers en caravancombinaties met tenten.
Figuur 2-2 Ontwikkelingsvisie Maasparcje (Kern Architecten, 2021)
Ten gevolge van de beperking van het aantal eenheden en de compleetheid van de ecolodges is er ruimte voor meer gr oen waaronder aangrenzend oorspronkelijke hoogstamfruitweides en een biotoop. Die opwaardering van het gebruik bedient het verlangen van de gemeente naar een hogere kwaliteit recreatie waarbij ook ruimte ontstaat voor verhuur van eenheden. Door het adaptieve karakter van het systeem en het nul energie concept wordt ook duurzaam het gebruiksseizoen verlengd.
juni 2021
rapport
5
Ontwikkeling Maasparcje, Maasplassen Juridisch en rivierkundig onderzoek
Dit biedt enerzijds meer ruimte voor toerisme in Roermond en anderzijds meer bodem voor goede exploitatie van de ecolodges. Een bijzonder toegevoegde waarde vormt de verplaatsbaarheid als stacaravan als totaal of in delen op een dieplader. De lodges zijn inwisselbaar transportabel en voor een deel zelfs elders als vaste verblijf inzetbaar. Met twee slaapkamers, nul energie en voorzien van alle comfort is de ecolodge breed inzetbaar. Maasparcje vormt hiermee direct een waardevolle aanzet om klimaat-, milieu- en maatschappelijke problemen van 2021 tegelijk en economisch verantwoord aan te pakken.
2.3
Recreatieve visie gemeente Roermond (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2020-152685.html)
Roermond kent een unieke ligging. De stad en haar centrum grenzen aan de Maas, de Roer en de Maasplassen. Het water is altijd dichtbij en biedt bewoners en bezoekers van Roermond ongekende recreatieve mogelijkheden in een mooie en gezonde leefomgeving. De plassen rondom de stad Roermond zijn niet allemaal hetzelfde. Zo zijn er plassen met overwegend een natuurfunctie (Asseltse Plassen), plassen waar sprake is van natuurontwikkeling en (extensieve) water- en oeverrecreatie (Oolderplas) en plassen waar sprake is van meer intensieve vormen van recreatie, al dan niet in combinatie met natuur(ontwikkeling), zoals de Noorderplas en Plas Hatenboer/de Zuidplas (hierna Zuidplas genoemd). Zie ook onderstaande afbeelding uit de Intergemeentelijke Structuurvisie Maasplassen. De Noorderplas is bestempeld als een recreatief gebied en kenmerkt zich momenteel door de aanwezigheid van beachclubs, dagstranden, campings, een jachthaven (Douvesbeemd), het woongebied De Weerd (met cultuurhistorische waarden), het nabij gelegen groen (agrarisch gebied met landschappelijke en natuurwaarden ten noorden van de plas, Donkernack) en een plek voor het organiseren van evenementen (bijvoorbeeld Solar). Ook zijn de roei- en surfvereniging en de reddingsbrigade gevestigd in dit gebied.
Het aanbod aan voorzieningen in en rondom de Noorderplas is op dit moment met name gericht op bezoekers die komen voor rustige vormen van water- en oeverrecreatie, groen en de rust in het gebied. Centraal staan gezelligheid en sportieve ontspanning. Kijkend naar de bestaande kwaliteiten en voorzieningen op en rondom de Noorderplas geven we de plas het accent ‘Beach’. Door dit gebied te ontwikkelen waar het aanbod gericht is op de doelgroepen die in de stad wonen en de stad bezoeken kunnen de Stedelijke Maasplassen optimaal en onderscheidend bijdragen aan de ontwikkeling van de stad. Hiermee wordt een completer aanbod voor bezoekers gerealiseerd en kan hun verblijf verlengd worden. Daarnaast biedt het een versterking van het woon- en leefklimaat wat een bijdrage levert aan de aantrekkingskracht van Roermond als woon- en werkstad.
juni 2021
rapport
6
Ontwikkeling Maasparcje, Maasplassen Juridisch en rivierkundig onderzoek
Figuur 2-3 Intergemeentelijke Structuurvisie Maasplassen (Roermond, 2020)
juni 2021
rapport
7
Ontwikkeling Maasparcje, Maasplassen Juridisch en rivierkundig onderzoek
3 Juridische beoordeling Maasparcje 3.1
Bestaande situatie
Ter plaatse van het Maasparcje ligt op dit moment Camping Niessen. Voor de camping en bijbehorende inrichtingselementen zijn vergunningen afgegeven door RWS-ZN (WR2006/668 d.d. 23-08-2006) en de gemeente Roermond (436952 d.d. 09-03-1993). In de vergunning voor de camping zijn expliciete aantallen en afmetingen van stacaravans, bebouwing en overige elementen opgenomen. Daarnaast is sprake van een aanzienlijk aantal opstallen en schuren die niet zijn benoemd maar wel worden gedoogd. In Bijlage 2A is een tekening opgenomen van de bestaande situatie. Op dit moment gaat het om de volgende oppervlakten: Bestaande inrichting Zone naam Oppervlakte (m2) Bestaande inrichting Camping 4.609 Bestaande inrichting Loods 172 Bestaande inrichting Toiletgebouw 106 Bestaande inrichting Verhoogd terras 49 Bestaande inrichting Woning 158 5.093 De vergunde situatie bevat de volgende elementen: 1. een woning; 2. een loods; 3. een verhoogd terras (incl. uitbreiding 49 m2); 4. 12 lantaarnpalen; 5. 14 aansluitpunten voor elektra; 6. brandbluskasten; 7. een houten bank; 8. een houten picknickset; 9. twee poorten; 10. bomen; 11. 16 fruitbomen (peren); 12. afheiningen (palen met puntdraad); 13. hagen (Prunus en hazelnoot); 14. het laten staan van 120 stacaravans; 15. een metalen constructie met hierop 4 sanitaire units.
juni 2021
rapport
8
Ontwikkeling Maasparcje, Maasplassen Juridisch en rivierkundig onderzoek
3.2
Gewenste situatie
In Bijlage 2B is een tekening opgenomen van de gewenste situatie. Deze tekening is een uitwerking/concretisering van de tekening in Bijlage 1 en bevat een overzicht van alle gewenste elementen in de nieuwe situatie. Gewenste inrichting Zone naam Oppervlakte (m2) 110 Meerpalen 9 55 Ecolodges C3 2.955 Bestaande inrichting Woning 158 3.122 Ten opzichte van de vergunde situatie zijn de wijzigingen: 1. een woning; 2. een loods; 3. een verhoogd terras (incl. uitbreiding 49 m2); 4. 19 lantaarnpalen; 5. 14 aansluitpunten voor elektra; 6. brandbluskasten; 7. 6 houten banken; 8. 4 houten picknicksets; 9. 14 poorten opgenomen in hekwerken/afheiningen; 10. 9 bomen; 11. 52 fruitbomen (peren); 12. afheiningen (houten palen met schapenraster); 13. hagen (Veldesdoorn en Limburgse haag) geplaatst tegen hekwerken; 14. het laten staan van 55 ecologdes; 15. een metalen constructie met hierop 4 sanitaire units. 16. milieupark met ondergrondse containers en vier stortlocaties; 17. zes laadpalen voor E-auto’s; 18. blok brievenbussen met infobord bij entree. De dubbel doorgehaalde regels zijn elementen die geen onderdeel zijn van de nieuwe situatie. Losse hagen op het terrein verdwijnen net als bouwsels, nutsvoorzieningen, brandblussers etc. In de nieuwe opzet van Maasparcje zijn deze voorziening onderdeel van de ecolodges en bewegen ze mee tijdens hoogwater.
De donkerrode regels zijn aanvullingen ten opzichte van de vergunde situatie. Ten opzichte van de vergunde situatie gaat het om: 7 lantaarnpalen; 5 houten banken; 3 houten picknicksets; 12 poorten; 36 fruitbomen (peren); ondergronds milieupark met vier stortlocaties; zes laadpalen voor E-auto’s; blok brievenbussen met infobord bij entree. juni 2021
rapport
9
Ontwikkeling Maasparcje, Maasplassen Juridisch en rivierkundig onderzoek
De afheiningen (houten palen met schapenraster) zijn rondom de fruitweides geplaatst. In deze afheiningen worden twee poorten geplaatst om de fruitweides te kunnen betreden. De hekwerken (spijlen of dubbelstaafs) dienen als drager voor de hagen die het terrein rondom begrenzen. In deze hagen/hekwerken zijn 12 poorten opgenomen om het terrein te kunnen betreden. Bij de entree van het terrein blijft de huidige slagboom gehandhaafd. Een nieuw element hier is een blok brievenbussen met infobord. Qua oppervlakte is sprake van een afname van ingericht oppervlakte van 1.972 m2. De afname zit in de inrichting van de camping en de losse bebouwing (loods, toiletgebouw en terras). De aanvullingen zijn relatief kleine elementen die qua ruimtebeslag vele malen minder ruimte innemen dan de 1.972 m2 die vrijgekomen is als gevolg van de nieuwe inrichting.
3.3
Vergelijking situaties
De 55 ecolodges op drijvers zijn qua ruimtegebruik een aanzienlijke verbetering ten opzichte van de 120 toegestane stacaravans zodat vaste plekken voor 110 meerpalen niet bezwaarlijk zijn om te vergunnen als onderdeel van het totaalproject. Daarbij behelzen de vergunde werken die in de nieuwe situatietekening zijn/worden weggestreept eveneens een verbetering. Mede hiermee kan worden betoogd dat sprake is van activiteiten van ondergeschikt belang zoals bedoeld in lid f van artikel 6.11 van de Waterregeling. Concreet betreft het de volgende activiteiten: h. het uitvoeren van onderhoud en vervanging van bestaande objecten door objecten van vergelijkbare aard en omvang en op dezelfde locatie; i. het gelijkvloers op het maaiveldniveau aanbrengen van verhardingen en recreatieve voorzieningen, niet zijnde een bouwwerk;
juni 2021
rapport
10
Ontwikkeling Maasparcje, Maasplassen Juridisch en rivierkundig onderzoek
4 Basis rivierkundig onderzoek 4.1
Uitgangspunten en randvoorwaarden
Na overleg met RWS-ZN zijn de volgende uitgangspunten en randvoorwaarden gedefinieerd voor het rivierkundig onderzoek: 1) De werkzaamheden worden uitgevoerd conform RBK5.0 (Rijkswaterstaat, 2019); 2) De gebruikte ArcGIS versie is 10.5.6491 3) De gebruikte Baseline-versie is 5.3.3.1808 4) De gebruikte SIMONA-versie is 2017 patch 4 5) De basisschematisatie is BenO17_5-v1 6) De referentiesituatie wordt geactualiseerd met de ingreep ‘verlaging Lateraalkanaaldijk’ op basis van toegeleverde Baseline-maatregelen 7) Het te gebruiken WAQUA-deelmodel van de Maas heeft het rekenrooster maas20m_rkm046_094_5-v3.rgf 8) De uit te voeren simulaties zijn 1/100 (Qmax = 3.224 m3/s) en 1/3000 (Qmax = 4.118 m3/s)
4.2
Rivierkundig beoordelingskader
De hydraulische beoordeling is uitgevoerd conform RBK5.0 zoals voorgeschreven door RWSZN. Naast de algemene vereisten zoals opgenomen in het RBK5.0 is specifiek voor dit project aangegeven dat een actualisatie van het rivierkundig model met de ingreep verlaging Lateraalkanaal-dijk noodzakelijk is. De hiervoor benodigde maatregelen zijn beschikbaar gesteld. Voor de beoordeling van de rivierkundige aspecten wordt gebruik gemaakt van Tabel 4 uit RBK5.0. Deze tabel is overgenomen in Tabel 4-1 hieronder. De genoemde secties in deze tabel komen overeen met de subparagrafen van Hoofdstuk 5. In overleg met RWS-ZN is afgestemd dat de hydraulische beoordeling enkel voor de 1/100 en 1/3000 situaties hoeft te worden uitgevoerd. Dit betekent dat de aspecten in sectie 2 (hinder of schade) en sectie 3 (morfologie) niet beoordeeld hoeven te worden. Tabel 4-1 Rivierkundige beoordelingsaspecten en -criteria in de Maas Beoordelingscriterium § 1.1
Rivierkundig beoordelings-aspect Maatregel in
Hoogwaterveiligheid
stroomvoerend deel rivier: Hoogwaterreferentie in de
Aanvragen vergunning Waterwet Stroomvoerend: geen waterstandverhoginga) op de as van de rivier bij de afvoer(en) uit de Hoogwaterreferentie.
as van de rivier
Maatregel in bergend deel
Bergend: geen vermindering bergend volume
rivier: Volume waterberging
juni 2021
rapport
Aanvullende criteria Maaswerken Geen toezicht op te realiseren taakstelling. (St. Pieterc): 3800 m3/s voor 1/1250ste afvoer en 3275 m3/s voor 1/250ste afvoerc)) Verder voor Grensmaas de 1/50ste afvoer (2710 m3/s) en voor Zandmaas de 1/250ste afvoer (3275 m3/s) voor de tussentijdse situatie tot 2024. Voor tussentijdse situatie geldt een maximaal toelaatbare tijdelijke waterstand-verhoging tot 1 cm.
Toelichting 1.1 M1
Beoordelaar Waterwet: RWS-ZN
M6 Taakstelling: Maaswerken
1.1 M1
11
Morfologische effecten
Hinder of schade door hydraulische effecten
Ontwikkeling Maasparcje, Maasplassen Juridisch en rivierkundig onderzoek 1.2
Hoogwaterreferentie buiten de as van de rivier
2.1
Inundatiefrequentie van de uiterwaard
2.2
Stroombeeld in de uiterwaard
2.3
Stroombeeld in vaarweg
Geen waterstandverhoging langs de hoge grondenlijn of primaire waterkering bij de afvoer(en) uit de Hoogwaterreferentie. De mate van verandering van de waterstand en / of inundatiefrequentie van een of meerdere uiterwaarden bij de afvoer(en) uit de Hoogwaterreferentie. De mate van verandering van de grootte en richting van de stroomsnelheden in een of meerdere de uit de Hoogwaterreferentieafvoeren uit de hoogwaterreferentie Dwarsstroomsnelheid op de rand van de vaarweg bij verschillende afvoerniveaus:
idem Waterwet + 1/50ste afvoer (tussentijdse situatie)
1.2 M1 M6
-
2.1 M2
-
2.2 M2
-
2.3 M3
-
2.6 M4
RWS-ZN
-
3.1 M5+M7
n.v.t.
RWS-ZN (in overleg met de waterkeringbeheerder) RWS-ZN (eventueel in overleg met de terreineigenaren) RWS-ZN (eventueel in overleg met de terreineigenaren) n.v.t.
De ingreep mag niet resulteren in een absolute dwarsstroming in de vaarweg groter dan 0,15 m/s bij een geconcentreerde dwarsstroming met een debiet groter dan 50 m3/s. Of het moet aantoonbaar zijn dat de toename padbreedte schip t.g.v. dwarsstroom kleiner is dan ½B; De ingreep mag niet resulteren in een absolute dwarsstroming in de vaarweg groter dan 0,3 m/s bij een geconcentreerde dwarsstroming met een debiet kleiner dan 50 m3/s; 2.6
Instroom retentiegebieden Maas
3.1
Sedimentatie en erosie van het zomerbed (+ oevers):
1. door ingrepen zomerbed 2. door ingrepen winterbed
Verandering waterstand ter hoogte van inlaat retentiegebieden Maas, waaronder Lateraalkanaal-West en Lob van Gennepd) Bij erosie: -geen verlaging zomerbed beneden de minimale bodemligging t.a.v. erosie en infrastructuur (o.a. kabels, leidingen en waterkeringen); Bij sedimentatie: -geen vermindering van vaargeulafmetingene); -geen verhoging van de maatgevende waterstanden op lange termijn; Generiek: -beperkte hinder door baggeren en/of terugstorten; behouden vlotheid en veiligheid scheepvaartverkeer; -geen onacceptabele sedimentatie of terugschrijdende erosie;
juni 2021
rapport
12
Ontwikkeling Maasparcje, Maasplassen Juridisch en rivierkundig onderzoek 3.2
Sedimentatie en erosie van Bij sedimentatie: uiterwaard en nevengeulen: - Acceptabele beheerskostenf) voor baggeren nevengeulen; 1. sedimentatie winterbed Bij erosie: 2. erosie winterbed -geen zijdelingse verplaatsing van een nevengeul richting een primaire waterkering. Nevengeul moet op voldoende afstand blijven van de primaire waterkering, buiten de beschermingszone van de primaire kering. De zones worden bepaald door de keringbeheerders; - geen zijdelingse verplaatsing van een nevengeul richting het zomerbed van de rivier, waardoor de nevengeul een kortsluiting veroorzaakt met het zomerbed; - stroomsnelheid in een zandige nevengeul bij bankfull afvoer moet kleiner blijven dan 0,3 m/sg); - geen bodemerosie langs primaire waterkering; - stabiliteit van belangrijke constructies in de uiterwaard mag niet verminderen;
4.3
3.2 M7
n.v.t.
De Baseline-schematisatie maas_beno17_5-v1 en actualisatie
Voor de hydraulische beoordeling is door RWS-ZN een basismodel beschikbaar gesteld. Het model maas-beno17_5-v1 beschrijft de toekomstige situatie na uitvoering van het project Maaswerken en vergunningen. In deze schematisatie is de ingreep verlaging Lateraalkanaaldijk (Kragten, 2019) opgenomen op basis van de twee Baseline-maatregelen ma_latkact_a1 en ma_latkan3_a1. Dit heeft geresulteerd in de referentieschematisatie bo17_5-MP-ref.
Figuur 4-1 Baseline-schematisatie bo17_5-MP-ref, hoogtemodel (m+NAP)
juni 2021
rapport
13
Ontwikkeling Maasparcje, Maasplassen Juridisch en rivierkundig onderzoek
Figuur 4-2 Baseline-schematisatie bo17_5-MP-ref, ecotopen
4.3.1
Referentiesituatie bo17_5-MP-ref, WAQUA-model
De Baseline-schematisatie bo17_5-MP-ref is met behulp van Baswaq omgezet naar een WAQUA-model voor de Maas. Het gebruikte WAQUA-rooster is maas20m_km046_094_5v3.rgf. De numerieke instellingen van het WAQUA-model zijn niet gewijzigd. 4.3.2
Simulaties met het WAQUA-model bo17_5-MP-ref
Met het WAQUA-model zijn de hydraulische aspecten (waterstanden, stroombeelden etc.) beoordeeld bij afvoeren van 3.224 m3’/s (1/100 jaar situatie) en 4.118 m3/s (1/3000 jaar situatie). Deze simulaties zijn uitgevoerd met de randvoorwaarden zoals voorgeschreven door RWS. Ten opzichte van deze resultaten wordt het ontwerp Maasparcje beoordeeld.
4.4
Verwerking ontwerp Maasparcje
4.4.1
Modellering drijvende objecten in WAQUA
Een belangrijk onderdeel van de inrichting van Maasparcje zijn de ecolodges die gaan drijven bij hoogwater. Voor de modellering van drijvende objecten kent het rekenmodel geen standaard weergave. Om toch een beeld te krijgen van het effect van drijvende objecten heeft RWS een richtlijn gemaakt, zie (RWS, 2008). In deze richtlijn is opgenomen hoe de invloed van een drijvend object op de stroming kan worden verwerkt in een verhoging van de lokale ruwheid. Van belang hierbij zijn de horizontale afmetingen van het object en de diepgang. Voor de ecolodges is de grootste maat de lengte; die bedraagt gemiddeld 10 meter. De diepgang bedraagt naar verwachting 0,5 meter. Conform de methode (RWS, 2017) leidt dit bij een waterdiepte van circa 3 meter tot een fictieve Nikuradse-ruwheid van 10 meter. Deze ruwheid wordt toegekend aan de vlakken van de ecolodges met ruwcode 211.
juni 2021
rapport
14
Ontwikkeling Maasparcje, Maasplassen Juridisch en rivierkundig onderzoek
4.4.2
Variant bo17_5-MP-parc02, Baseline-schematisatie
Het ontwerp bevat zowel een verandering in de bodemhoogte als een verandering in het landgebruik. Voor de bodemhoogte geldt dat de wegen 30 cm worden verlaagd ten opzichte van de huidige hoogte, daarnaast is het verhoogde terrein waar nu nog een loods op staat verlaagd. Verder bevat het ontwerp een wijziging van de ecotopen. Op het terrein zijn de verharde wegen opgenomen, en ten noorden en westen van het terrein zijn boomgaarden opgenomen (de notenweide en de perenweide). Voor de drijvende ecolodges is conform de beschrijving in paragraaf 4.4.1 een ruwheidsvlak gemaakt met ruwcode 211.
De volgende figuren tonen de bodemhoogte en ecotopenkaart van varant bo17_5-MP-parc02 zoals opgenomen in het Baseline-referentiemodel. Een beschrijving van de Baselinemaatregel ma-MPparc1_a2 is opgenomen in Bijlage 3. Zichtbaar is dat er sprake is van een ecolodges ter plekke van een gebied wat voorheen grasland was. De schuur ten zuidoosten van het woonhuis is verwijderd en op het terrein zijn wegen meegenomen. Ook de fruitgaarden aan de noord- en westzijde van het terrein zijn duidelijk zichtbaar.
bo17_5-MP-ref, bodemhoogte juni 2021
bo17_5-MP-parc02, bodemhoogte rapport
15
Ontwikkeling Maasparcje, Maasplassen Juridisch en rivierkundig onderzoek
bo17_5-MP-ref, ecotopen
bo17_5-MP-parc02, ecotopen
Figuur 4-3 Vergelijking Maasparcje, referentie (links) en ontwerp (rechts)
4.4.3
WAQUA-modellering Maasparcje, bo17_5-MP-parc02
Voor de bepaling van de hydraulische effecten is Baseline-ingreep (zie paragraaf 4.4.1) omgezet naar het WAQUA-model van de Maas. De uitgangspunten voor het WAQUAmodel zijn gelijk aan de uitgangspunten van het WAQUA-model voor de referentiesituatie, zie paragraaf 4.3.1. De naamgeving van het WAQUA-model is gelijk aan de naam van de Baseline-schematisatie, dus bo17_5-MP-parc02.
Bodemhoogte (m+NAP), bo17_5-MP-parc02
Bodemhoogteverschil, bo17_5-MP-parc02 t.o.v. bo17_5-MP-ref
Ruwheid (Nikuradse m), bo17_5-MP-parc02
Ruwheidsverschil, bo17_5-MP-parc02 t.o.v. bo17_5MP-ref Figuur 4-4 Vergelijking WAQUA-model bo17_5-MP-parc02 met bo17_5-MP-ref
juni 2021
rapport
16
Ontwikkeling Maasparcje, Maasplassen Juridisch en rivierkundig onderzoek
Ten opzichte van de referentiesituatie laat de variant bo17_5-MP-parc02 de verwachtte wijzigingen zien. De verlagingen van de wegen en het perceel met de loods zijn zichtbaar als bodemverandering. Er is sprake beperkte verruwing ter plekke van de ecolodges en de boomgaarden; ter plekke van de oude schuur is sprake van een afname van de ruwheid.
juni 2021
rapport
17
Ontwikkeling Maasparcje, Maasplassen Juridisch en rivierkundig onderzoek
5 Rivierkundige beoordeling Maasparcje 5.1
Hoogwaterveiligheid
5.1.1
Effecten bij MHW in de as van de rivier
Onderstaand figuur toont het waterstandseffect bij MHW van het Maasparcje in de as van de rivier. De maximale verhoging is 0,1 mm, wat ruimschoots lager is dan de grens van 1 mm.
Figuur 5-1 Waterstandseffect bo17_5-MP-parc02 in de as van de rivier, MHW-situatie
Deze waterstandsverlaging voldoet aan de eisen van het RBK5.0. 5.1.2
Verandering in waterstand bij MHW, 2D-waterstandseffecten
Het beeld van Figuur 5-1 wordt onderschreven door het 2D-waterstandseffect zoals zichtbaar Figuur 5-2. Hierin zijn de waterstandseffecten in de omgeving van de ingreeplocatie zichtbaar.
juni 2021
rapport
18
Ontwikkeling Maasparcje, Maasplassen Juridisch en rivierkundig onderzoek
Figuur 5-2 2D-waterstandseffect bo17_5-MP-parc02, 1/100 situatie
Figuur 5-3 2D-waterstandseffect bo17_5-MP-parc02, 1/3000 situatie
De verandering in de waterstanden voldoet aan de eisen van het RBK5.0.
juni 2021
rapport
19
Ontwikkeling Maasparcje, Maasplassen Juridisch en rivierkundig onderzoek
5.2
Hinder of schade door rivierkundige effecten
Er is sprake van een zeer beperkte verandering in het stroombeeld als gevolg van de ingreep. Deze veranderingen zorgen niet voor hinder en/of schade.
Figuur 5-4 2D-stroomsnelheidseffect bo17_5-MP-parc02, 1/100 situatie
De ingreep heeft geen invloed op de inundatiefrequentie van de uiterwaard. De rivierkundige effecten voldoen aan de eisen van het RBK5.0.
5.3
Morfologische effecten
Deze aspecten zijn conform afspraak met RWS-ZN niet beoordeeld.
juni 2021
rapport
20
Ontwikkeling Maasparcje, Maasplassen Juridisch en rivierkundig onderzoek
6 Samenvatting beoordeling conform RBK5.0 Zoals zichtbaar is in Tabel 6-1 voldoet ontwikkeling van Maasparcje aan alle aspecten van RBK5.0 die zijn beoordeeld. Er is in het 2D-vlak wel sprake van een verhoging van circa 2 mm, maar deze verhoging is enkel aanwezig op eigen percelen. Er zijn geen derden die nadeel ondervinden van deze verhoging Tabel 6-1 Overzicht beoordeling variant bo17_5-MP-parc02 conform RBK5.0
Morfologische effecten
Hinder of schade
Hoogwaterveiligheid
$
Aspect
Criterium
Voldoet
3.1.1
MHW-stand as rivier Bergend volume
Verhoging < 1 mm Geen afname
Ja Ja
3.1.2
MHW-stand 2D
Verhoging < 1 mm
Ja
3.2.1
Inundatie frequentie
Verandering
Ja
3.2.2
Stroombeeld uiterwaard
Verandering
Ja
3.2.3
Stroombeeld vaarweg
Verandering
n.v.t
3.3.1
Erosie zomerbed/oevers Sedimentatie vaargeul Generiek zomerbed
Geen/beperkt Geen Geen/beperkt
n.v.t.
3.3.2
Sedimentatie nevengeul Erosie nevengeul Stabiliteit constructies
Acceptabel Verplaatsing Geen vermindering
n.v.t.
juni 2021
rapport
21
Ontwikkeling Maasparcje, Maasplassen Juridisch en rivierkundig onderzoek
7 Conclusies Met betrekking tot de ontwikkeling van Maasparcje kunnen de volgende conclusies worden getrokken: 1. De voorgenomen ontwikkeling van Maasparcje in Maasplassen past bij de visie die door de gemeente Roermond voor dit gebied is neergelegd. 2. De voorgenomen ontwikkeling van Maasparcje past binnen de eisen van de huidige vergunning voor camping Niessen. 3. De voorgenomen ontwikkeling van Maasparcje voldoet aan de rivierkundige eisen zoals gesteld in RBK5.0.
juni 2021
rapport
22
Ontwikkeling Maasparcje, Maasplassen Juridisch en rivierkundig onderzoek
8 Referenties Kragten, 2019: Dam Lateraalkanaal, Nader technisch Onderzoek, projectnr. RWS173, opdrachtgever Rijkswaterstaat Zuid-Nederland, 14 maart 2019 RWS, 2019: Rivierkundig Beoordelingskader voor ingrepen in de Grote Rivieren, versie 5.0, 26 februari 2019 RWS, 2008: Simulatie opstuwing door woonboten met WAQUA, notitie DS), 25 april 2008
juni 2021
rapport
(RWS-
23
Bijlage 1 Ontwerpschetsen Maasparcje, Maasplassen
Appartementsrecht Plaatsnummer Oppervlakte m² A-1 A-2 A-3 A-4 B-1 B-2 B-3 B-4 C-1 C-2 C-3 C-4 D-1 D-2 D-3 D-4 E-1 E-2 E-3 E-4 F-1 F-2 F-3 F-4 G-1 G-2 H-1 H-2 H-3 H-4 H-5 H-6 I-1 I-2 I-3 I-4 I-5 I-6 J-1 J-2 J-3 J-4 J-5 K-1 K-2 K-3 K-4 L-1 L-2 L-3 M-1 M-2 N-1 N-2 N-3 55
Dubbelstaafs hekwerk 1,80 m groen Binnenafw. Veld Esdoorn Looppoort, 1,80 m hoog
Looppoort, 1,80 m hoog
Ecolodges Types
Looppoort, 1,80 m hoog
Notenwei
Doorrijdpoort Dubbelstaafs 1,80 m
Looppoort, 1,80 m hoog
Model C1 Links
Dubbelstaafs hekwerk 1,80 m groen
7
F-2 507 m2
Dubbel houten weidepoort
Dubbel houten weidepoort
Looppoort, 1,80 m hoog
Looppoort, 1,80 m hoog
2,3
Bankje
5,000
A-2
A-3
224 m2
261 m2
Looppoort, 1,80 m hoog
B-3 B-2
Spijlen hekwerk 1,80 m, groen Binnenafw. Limburgse haag
286 m2
D-2
D-3
2
265 m2
278 m
205 m2
C-2
A-1
A-4
380 m2
2
164 m
B-4
C-1
2
192 m
B-1
192 m2
164 m2
7 Model C2 Rechts 7 13
VK4
Model C3 Rechts
2
628 m
16 55
E-2
C-4 204 m2
306 m2
D-4 198 m
In h Sch et we r ap en k te b ras ter epal , ho e n og te =1 ,20 m
Model C2 Links
5
Model C3 Links
E-3
2
Perenwei
516 m2
398 m2
279 m2
4 dubbele oplaadpalen t.b.v. elektrische voertuigen
Model C1 Rechts
F-3
C-3
233 m2
G-2
D-1
Slagboom, ca. 5 meter breed incl. brievenbussen/ intercom
E-1
F-1
198 m2
389 m2
G-1
Bomen cf. inmeting IGL
374 m2
205 m2 Lantaarnpalen, 19 stuks
90-92
M-2
Vlaggenmast en bankje
2
837 m
VK1
2
298 m
VK2
F-4 457 m2 Schapenraster, in het werk te bepalen
L-3
Spijlen hekwerk 1,80 m, groen Binnenafw. Limburgse haag
Spijlen hekwerk 1,80 m, groen
243 m2
N-3
Dubbelstaafs hekwerk 1,80 m, groen
M-1
280 m2
Bankje
VK3
355 m2
L-2
670 m2
K-4
280 m2
K-1
365 m2
N-1
Bankje
251 m2
254 m2
429 m2
K-2
K-3
269 m2
325 m2
J-1
J-5
271 m2
252 m2
Milieustation I-1
Eigen weg
23 m2
274 m2
I-2
6 ondergrondse containers
2
284 m
I-5 H-2
269 m2
Overige gronden Onderdeel Oppervlakte m²
262 m2
J-2
Looppoort, 1,80 m hoog
Entree
H-1
321 m2
282 m2
Poort of uitneembaar stuk ca. 5 meter
Wegkruis
I-6
L-1
N-2
--Erfafscheiding Openbaar groen Openbare weg 1 Openbare weg 2 Trafo Wegdeel
J-4
413 m2
268 m2
TRAFO 14 m2 Rijbaan asfalt: AC16 Aanbrengen fundering van menggranulaat 0,25m dik Bermen: 0,10m grof grind
Gerealiseerde verlaging = 100 mm
6.00 1.75
2.50
1.75
Kavelgrens
Ongelijke poort Dubbelstaafs Kavelgrens
Spijlen hekwerk 1,80 m, groen Binnenafw. Limburgse haag
E-4 299 m2
380,21 223,71 261,13 163,88 164,09 204,96 232,85 192,16 192,16 278,62 285,87 204,48 204,52 278,44 265,42 198,32 198,26 305,70 628,28 298,91 389,04 506,61 397,82 456,88 373,96 515,62 254,13 262,32 257,26 267,62 588,00 305,87 273,80 284,23 331,69 452,73 269,32 250,67 270,93 413,07 288,20 267,69 251,91 281,95 268,52 324,50 321,21 280,31 365,24 243,23 354,74 298,17 428,76 670,17 279,58 17.207,73 m²
J-3
I-4
288 m2
453 m2
--553,75 3.639,98 318,62 115,93 13,55 1.535,04 6.176,87 m²
Looppoort, 1,80 m hoog
H-3
Lage werkpoort, 0,90 m hoog
2
257 m
I-3
Kabels en leidingenstrook 200 mm PVC Buis
H-6
Totaal overzicht percelen Onderdeel Oppervlakte m²
306 m2
Dagstrand Maasparcje De Weerd 92 Maasparcje Roermond
2
332 m
1.575,77 837,15 23.277,78 25.690,70 m²
H-4
Dwarsprofiel verlaging wegstructuur
Looppoort, 1,80 m hoog
268 m2
Dubbelstaafs hekwerk laag, 0,90 m hoog
H-5
Dubbelstaafs hekwerk 1,80 m groen Binnenafw. Limburgse haag
Dubbelstaafs hekwerk 3,00 m groen Binnenafw. Veld Esdoorn
588 m2 Looppoort, 1,80 m hoog
opdrachtgever
project
Maasparcje Roermond De Weerd, R o e r m o n d fase
je d n rt a S Dubbele poort ca. 5 meter breed
Definitief Ontwerp onderdeel
Totaalplan-oppervlaktes projectarchitect
projectmanager
BIM-engineer
RR
BW
XN
formaat
A1
datum
21-06-2021
projectnummer - bladnummer
20073-D 03
Kernarchitecten b.v. | Spoorlaan Noord 2 | NL-6043 AK | Roermond
Postbus 143, 6040 A C R o e r m o n d
T +31(0)475 532 166 | info@kernarchitecten.com | www.kernarchitecten.com
Maasparcje BV
Bijlage 2 Vergelijking vergunde en gewenste situatie
Bestaande inrichting Zone naam
Oppervlakte m²
Bestaande inrichting Camping
4.609
Bestaande inrichting Loods
172
Bestaande inrichting Toiletgebouw
106
Bestaande inrichting Verhoogd terras
49
Bestaande inrichting Woning
158 5.093 m²
Vergunde situatie 1.
Een woning;
2.
Een loods;
3.
Een verhoogd terras (Incl. uitbreiding 49 m2);
4.
12 lantaarnpalen;
5.
14 aansluitpunten voor elektra;
6.
5 brandbluskasten;
7.
Een houten bank;
8.
Een houten picknickset;
9.
Twee poorten;
10.
Bomen;
11.
16 fruitbomen (peren);
12.
Afheiningen (palen met puntdraad);
13.
Hagen (Prunus en hazelnoot);
14.
Het laten staan van 120 stacaravans;
15.
Een metalen constructie met hierop 4 sanitaire units.
opdrachtgever
project
Maasparcje Roermond De Weerd, R o e r m o n d fase
Definitief Ontwerp onderdeel
Bestaande situatie projectarchitect
projectmanager
BIM-engineer
RR
BW
XN
formaat
A2
datum
21-05-2021
projectnummer - bladnummer
1:500
Bestaande situatie
20073-D 09
Kernarchitecten b.v. | Spoorlaan Noord 2 | NL-6043 AK | Roermond
Postbus 143, 6040 A C R o e r m o n d
T +31(0)475 532 166 | info@kernarchitecten.com | www.kernarchitecten.com
Maasparcje BV
Beoogde inrichting Zone naam
Oppervlakte m²
110 Meerpalen
9
55 Pontons C3
2.955
Bestaande inrichting Woning
158 3.122 m²
Vergunde situatie 1.
Een woning;
2.
Een loods;
3.
Een verhoogd terras (Incl. uitbreiding 49 m2);
4.
20 lantaarnpalen;
5.
14 aansluitpunten voor elektra;
6.
5 brandbluskasten;
7.
6 houten banken;
8.
4 houten picknicksetten;
9.
14 poorten;
10.
9 Bomen;
11.
52 fruitbomen (peren);
12.
Afheiningen (palen met puntdraad);
13.
Hagen (Veldesdoorn en Limburgse haag);
14.
Het laten staan van 55 stacaravans;
15.
Een metalen constructie met hierop 4 sanitaire units.
opdrachtgever
project
Maasparcje Roermond De Weerd, R o e r m o n d fase
Definitief Ontwerp onderdeel
Nieuwe situatie projectarchitect
projectmanager
BIM-engineer
RR
BW
XN
formaat
A2
datum
21-05-2021
projectnummer - bladnummer
1:500
Nieuwe situatie
20073-D 10
Kernarchitecten b.v. | Spoorlaan Noord 2 | NL-6043 AK | Roermond
Postbus 143, 6040 A C R o e r m o n d
T +31(0)475 532 166 | info@kernarchitecten.com | www.kernarchitecten.com
Maasparcje BV
Bijlage 3 Meta-info Baseline-maatregel ma_MPparc1_a2
Metadata – actualisaties en verbeteringen
documentversie: 4 - d.d. 23 maart 2016
Metadata voor maatregel: Ma_MPparc1_a2
Beschrijving van de dataset Wijzigingsbestanden voor het ontwerp van drijvende ecolodges herinrichting camping Niessen op de linkeroever langs de Maas ter hoogte van km-raai 81.
Samenvatting Het gaat hier om drijvende ecolodges aan palen. Volgens het ontwerp herinrichting van de camping Niessen. In de herinrichting van het terrein zijn de volgende wijzigingen opgenomen: 1)
55 ecolodges als vlakken met ruwcode 211
2)
110 palen (twee per ecolodge) met als ruwcode 3 (pijler)
3)
Verwijdering bestaande schuur
4)
aantal nieuwe bomen
5)
wijziging van de ecotopen, percelen grasland en paden als verhard terrein
Ten opzichte van ma_MPparc1_a1 zijn de volgende wijzigingen opgenomen: • De wegen op het terrein zijn verdiept aangelegd. Deze liggen gemiddeld 30 cm lager dan de omgeving. Hiertoe is een talud van 2,1 m breed opgenomen met een helling van 1:7. • Aan de westzijde zijn 2 percelen hoogstam boomgaard (ruw_code 1247) opgenomen. Een perenweide en een notenweide.
Doel van vervaardiging Rivierkundige berekeningen voor het project Maasparcje Maasplassen.
Producent van de dataset (Agtersloot Hydraulisch Advies)
Inhoudelijk contactpersoon (Agtersloot Hydraulisch Advies) en
1
(Rivierkundig Advies)
Metadata – actualisaties en verbeteringen
documentversie: 4 - d.d. 23 maart 2016
Type bestand File Geodatabase voor gebruik met de maatregelenmixer in Baseline. Meegeleverde bestanden: Originele shapefiles (data\shapefiles). Gebruikte bronbestanden (data\source). Aanvulling voor ruw.karak (modellen\waqua).
Karakteristieken en toepasssingseisen Maatregel is gebaseerd op:
Maas schematisatie baseline-maas-beno17_5-v1.
Ingemixte maatregelen:
ma_latkact_a1 en ma_latkan3_a1
Dienstspecificatie:
Versie <versienummer> N.v.t.
Baseline-protocol:
Protocol 3 Protocol 4 Protocol 5
Vegetatiecodering:
PKB Handboek stromingsweerstand Vegetatielegger N.v.t.
Geschikt voor conversie naar:
WAQUA Delft3D Sobek
2
Metadata – actualisaties en verbeteringen
documentversie: 4 - d.d. 23 maart 2016
Dataset herkomst Grenzen omtrek_maatregel
Totaal van alle erasebestanden en alle toegevoegde data.
secties
N.v.t.
bandijken
N.v.t.
breuklijnen
De verdiepte wegen zijn opgenomen in de vorm van breuklijnen. Voor de ligging van de binnenste breuklijn is uitgegaan van de contour van de wegen in ecotopen_ruwheid. De buitenste contour ligt parallel op 2,1 m afstand van de binnenste contour. De hoogte van de buitenste contour is ‘geprikt’ in het referentiemodel. De hoogte van de binnenste contour is gebaseerd op de lokale gemiddelde hoogte van de buitenste contour verminderd met 30 cm.
Hoogtelijnen
Hoogteverschillijnen
N.v.t.
Kades
N.v.t.
Kribben