Bijlage 4 - Ruimtelijke onderbouwing inclusief onderzoek - geanonimiseerd
Tekst van het document
RAPPORT Ruimtelijk Onderzoek Ecolodges Klant:
Maasparcje B.V.
Referentie:
BH7948-MI-RP-230308-1200
Status:
Definitief/2.0
Datum:
18 juli 2025
Projectgerelateerd
HASKONING NEDERLAND B.V.
Amerikalaan 110 6199 AE Maastricht Airport Netherlands Mobility & Infrastructure Trade register number: 56515154 Telefoon: +31 88 348 78 48 E-mail: info@haskoning.com Website: haskoning.com
Titel document: Ondertitel: Referentie: Uw kenmerk Status: Datum: Projectnaam: Projectnummer: Auteur(s):
Ruimtelijk Onderzoek Ecolodges BH7948-MI-RP-230308-1200 Click or tap here to enter text. Definitief/2.0 18 juli 2025 Maasparcje BH7948 SB, RV
Opgesteld door:
SB, RV
Gecontroleerd door:
KK, IKS
Datum:
18 juli 2025
Goedgekeurd door:
HP
Datum:
18 juli 2025
Classificatie:
Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. Haskoning Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van Haskoning Nederland B.V. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
ii
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Inleiding
1
1.1
Aanleiding
1
1.2
Ligging projectgebied
1
1.3
Planologische benadering
2
1.4
Leeswijzer
5
2
Projectbeschrijving
6
2.1
Huidige situatie
6
2.2
Beoogde ontwikkeling
9
3
Beleidskader
13
3.1
Rijksbeleid
13
3.2
Provinciaal beleid
15
3.3
Gemeentelijk beleid
18
4
Omgevingsaspecten
22
4.1
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
22
4.2
Water
22
4.2.1 4.2.2
Juridisch en rivierkundig onderzoek BPRW-toetsing
22 23
4.3
Bodem
24
4.3.1
Wetgeving en toetsingskader
24
4.4
Luchtkwaliteit
26
4.5
Geluid
26
4.6
Externe Veiligheid
27
4.7
Ecologie
28
4.8
Erfgoed
30
4.8.1 4.8.2
Archeologie Cultuurhistorie
30 30
4.9
NGCE
30
5
Uitvoerbaarheid
33
5.1
Economische uitvoerbaarheid
33
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
33
5.3
Verleende vergunningen
34
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
iii
Projectgerelateerd
Bijlagen I.
Rapport Waterwet vergunning
II.
BPRW toetsing
III.
Milieuhygienisch waterbodemonderzoek
IV.
Quickscan Wet natuurbeheersing
V.
Onderzoek stikstofdepositie d.d. 30-06-2025
VI.
Historisch onderzoek explosieven
VII.
Waterwet vergunning d.d. 23-01-2023
VIII.
Omgevingsvergunning haag en hekwerk d.d. 17-12-2021
IX.
Tijdelijke omgevingsvergunning 51 ecolodges d.d. 19-08-2022
X.
Omgevingsvergunning permanent wonen De Weerd 90-92 d.d. 12-01-2023
XI.
Afspraken bewoners-vertegenwoordigers d.d. 10-09-2021
XII.
Inspectierapport 21/1061 Roba Inspecties B.V.
XIII.
Proces-verbaal van oplevering AVG
XIV.
Omgevingsvergunning bouwen en werk of werkzaamheden uitvoeren d.d. 25-02-2022
XV.
Beschikking op Omgevingsvergunning beperkingengebiedactiviteit d.d. 4-12-2024
XVI.
Ontwerpbesluit Omgevingsvergunning handelen in strijd met regels RO d.d. 6-12-2025
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
iv
Projectgerelateerd
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Maasparcje B.V. is in april 2021 gestart met de herontwikkeling van de voormalige camping Niessen waarbij 51 ecolodges op het terrein worden geplaatst. Op de projectlocatie was ruimte voor 120 stacaravans met overloop. Camping Niessen was gelegen in de uiterwaarden van de Maas. In het zomerseizoen, wanneer de uiterwaarden droog zijn, fungeert de locatie als camping. In het najaar worden normaliter het merendeel van de kampeermiddelen van het campingterrein verwijderd, aangezien het kampeerterrein in de winter kan overstromen. In de zomer van 2021 is het voorgekomen dat de uiterwaarden plotseling overstroomden. Het terrein van Camping Niessen inclusief de aanwezige kampeermiddelen liepen volledig onder water, wat zorgt voor flinke milieuschade en financiële schade (Figuur 1.1). De logistieke opgave van het plaatsen en verwijderen van kampeermiddelen is een jaarlijks terugkerend proces en zorgt voor veel verkeersbewegingen rond de camping en aanzienlijk dubbel ruimtebeslag. Met de realisatie van drijvende recreatieverblijven, in de vorm van ecolodges, is verplaatsing van kampeermiddelen niet langer noodzakelijk, wat positief is voor het gebied. Daarnaast wordt waterschade aan kampeermiddelen en (milieu)schade aan het stroomafwaarts gelegen gebied voorkomen, doordat de drijvende recreatieverblijven niet onderlopen of wegspoelen in geval van plotseling hoog water.
Figuur 1.1: schade na overstromingen
1.2
Ligging projectgebied
Het projectgebied is gelegen in de gemeente Roermond in de Maasplassen en betreft de gehele voormalige Camping Niessen, De Weerd 90-92 en de overloop in de noten wei, zijnde de percelen kadastraal bekend als sectie A, nummers 1400, 1994, 1995, 1776, 1790, 1792, 1788 en 1789. Het projectgebied ligt ten noordwesten van Roermond, tussen de Maas en het Julianakanaal in en wordt ten noorden en oosten begrenst door onbebouwde agrarische gronden. Aan de zuidzijde grenst het projectgebied aan andere seizoensplaatsen van Velmans, aan de biotoop en het recreatiestrand van Maasparcje. Aan de westzijde en oostzijde bevindt zich 1 woonboerderij van derden. Figuur 1.2 geeft de locatie weer.
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
1
Projectgerelateerd
Figuur 1.2: projectlocatie
1.3
Planologische benadering
Ter hoogte van het plangebied geldt de beheersverordening ‘Maas en Maasplassen’ als vastgesteld op 27 maart 2018 door de gemeente Roermond. Figuur 1.3 laat zien dat de projectlocatie gelegen is op gronden met Enkelbestemming ‘Recreatieve doeleinden intensief’, ‘Recreatieve doeleinden extensief’, ‘Agrarische doeleinden met landschappelijke natuurwaarden’ en Dubbelbestemming ‘Stroomvoerend rivierbed’.
Figuur 1.3: uitsnede bestemmingsplankaart (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
2
Projectgerelateerd
De voor ‘Recreatieve doeleinden intensief’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de volgende doeleinden: a. In deelgebied 3 ‘De Weerd’ uitsluitend voor kampeermiddelen en stacaravans en niet meer dan 1 bedrijfswoning; b. Evenementen; c. Aan de doeleinden zoals bedoeld onder a en b ondergeschikte detailhandel, horeca en dienstverlening; d. Voorzieningen voor verkeer en verblijf; e. Parkeervoorzieningen; f. Speelvoorzieningen; g. Groenvoorzieningen; h. Nutsvoorzieningen; i. Water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder mede begrepen kades en andere waterkerende voorzieningen. De voor ‘Recreatieve doeleinden extensief’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de volgende doeleinden: a. dagrecreatieve voorzieningen; b. aan de doeleinden zoals bedoeld onder a ondergeschikte detailhandel, horeca en dienstverlening; c. voorzieningen voor verkeer en verblijf; d. parkeervoorzieningen; e. speelvoorzieningen; f. groenvoorzieningen; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen waaronder mede begrepen kades en andere waterkerende voorzieningen. De voor ‘Agrarische doeleinden met landschappelijke natuurwaarden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de volgende doeleinden: a. agrarische bedrijfsuitoefening in de vorm van grondgebonden agrarische bedrijven; b. bedrijfswoningen; c. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke en natuurwaarden; d. wegen en paden; e.
nutsvoorzieningen; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen waaronder mede begrepen kades en andere waterkerende voorzieningen; g. extensief recreatief medegebruik. De voor ‘Stroomvoerend rivierbed’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de volgende doeleinden: 1. Primair voor de afvoer en doorstroming van rivierwater; 2. Secundair voor de doeleinden van de bestemming waarmee deze dubbelbestemming samenvalt. Voor een gedeelte van het plangebied geldt de beheersverordening ‘Diverse locaties buitengebied Maas en Maasplassen’ vastgesteld op 31 maart 2011 door de gemeente Roermond. Figuur 1.4 laat zien dat het gedeelte van de projectlocatie gelegen is op gronden met Enkelbestemming ‘Recreatie’ en Dubbelbestemming ‘Waterstaat – Stroomvoerend rivierbed’.
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
3
Projectgerelateerd
Figuur 1.4: uitsnede bestemmingsplankaart (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
De voor ‘Recreatie’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de volgende doeleinden: a. verblijfsrecreatieve en dagrecreatieve voorzieningen waarbij geldt dat uitsluitend kampeermiddelen en stacaravans en niet meer dan 4 bedrijfswoningen zijn toegestaan; b. evenementen; c. aan de doeleinden zoals bedoeld onder a en b ondergeschikte detailhandel, horeca en dienstverlening; voorzieningen voor verkeer en verblijf; d. parkeervoorzieningen; e. speelvoorzieningen; f. groenvoorzieningen; g. nutsvoorzieningen; h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. De voor ‘Waterstaat – stroomvoerend rivierbed’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de volgende doeleinden: a. behalve voor andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor bescherming en behoud van de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteit van het rivierbed. b. Waar een basisbestemming samenvalt met deze dubbelbestemming geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming. De bepalingen van de basisbestemming zijn alsdan uitsluitend van toepassing voor zover deze niet strijdig zijn met het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming. Projectbestemming Het project heeft een recreatieve functie waarbij de ecolodges, door het ontwerp, worden aangewezen als stacaravan.
Voor de gevallen waarbij een initiatief strijdig is met het geldende bestemmingsplan, biedt artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3° Wabo de mogelijkheid om buitenplans af te wijken van het bestemmingsplan met een omgevingsvergunning als de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat.
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
4
Projectgerelateerd
Maasparcje is echter van opvatting dat het plaatsen van de stacaravans (lees ecolodges) niet strijdig is met het bestemmingsplan, zodat in haar ogen geen omgevingsvergunning is vereist voor het afwijken van het bestemmingsplan. Het ruimtelijk onderzoek heeft dan ook voor zover vereist plaatsgevonden, d.w.z. voor het geval dat er toch een omgevingsvergunning is vereist voor het afwijken van het bestemmingsplan.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 1 staat de aanleiding, ligging en het geldend planologisch kader van het plan vermeld. Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt het plan getoetst aan de geldende beleidsstukken van het Rijk, de Provincie en de gemeente Roermond. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de verschillende milieuthema’s in relatie tot het plan en in hoofdstuk 5 wordt de uitvoerbaarheid van het plan op maatschappelijke en economische wijze beschreven.
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
5
Projectgerelateerd
2
Projectbeschrijving
2.1
Huidige situatie
Het terrein was geheel ingericht en in beheer als campingterrein, de camping bestond vrijwel geheel uit (kort) gras. Op het terrein zijn bomen aanwezig die allen blijven behouden. De infrastructuur zoals wegen en paden liggen op het terrein. De camping is in juli 2021 weggevaagd ten gevolge van het hoge water. De afgelopen tijd heeft het herstel op diverse locaties plaatsgevonden. De hekwerken, poorten en hagen zijn hersteld of volledig aangebracht. De 102 meerpalen ten behoeve van de 51 ecolodges zijn geplaatst. Voor alle ecolodges is de ondergrondse infrastructuur gereed en zijn bouwrijp, 19 kavels hiervan zijn woonrijp. Er zijn 8 ecolodges geplaatst en aangesloten op kavel A1, A3, D1, J2, J3, J4, K2 en L1. Voor het oude sanitair gebouw is op 11 april 2022 de sloopmelding aanvaard (bijlage XIV), waarna het gebouw gesloopt en afgevoerd is. De voormalige dubbele bedrijfswoning aan De Weerd 90-92 krijgt een nieuwe functie als zijnde twee reguliere woningen. Hiervoor is reeds een omgevingsvergunning afgegeven (bijlage X). De naastgelegen loods is gesloopt waarna de bodem rondom gesaneerd is (bijlage XII). De perenwei en notenwei aan de westzijde van de camping zijn aangelegd als hoogstamweiden. Het hekwerk en ligusterhaag aan de oostzijde van de camping zijn geplaatst en aangeplant conform de verleende omgevingsvergunning (bijlage VIII).
Het pad richting het zuidelijk gelegen strandje bestaat uit gras en het strandje is functioneel in gebruik. Figuur 2.1 laat de huidige situatie zien, nadat het puin is geruimd.
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
6
Projectgerelateerd
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
7
Projectgerelateerd
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
8
Projectgerelateerd
Figuur 2.1: impressie huidige situatie geplaatste ecolodges en hoogstamboomgaard
2.2
Beoogde ontwikkeling
Deze bestaande camping wordt zo snel mogelijk weer ingericht voor de plaatsing van 51 ecolodges. Hierbij wordt infrastructuur hersteld aangelegd, waarbij de ondergrondse infrastructuur wordt vernieuwd en de wegen en paden vernieuwd worden met nieuwe openbare verlichting. Het Maasparcje is volledig omgeven door een hekwerk en deels aangeplant met hagen. Aan de westzijde zijn een hoogstam notenwei en een perenwei aangelegd die onderdeel blijven van Maasparcje. De bestaande bomen blijven gehandhaafd. De ecolodges zelf worden gebruikt als recreatief nachtverblijf. Ze hebben een maximale oppervlakte van 70 m². Iedere ecolodge wordt demontabel bevestigd op een onderstel. Dit onderstel beweegt in voorkomend geval aan 2 meerpalen. Deze zijn in de grond getrild ter plekke en elders herbruikbaar. Door deze constructie zijn de ecolodges klimaatadaptief, omdat ze meebewegen in geval van hoog water. De hoogte van de palen is bepaald op basis van hoogwaterstand dat 1 keer in de 3000 jaar voorkomt, met een extra veiligheidsmarge van 80 cm. De hoogte van de meerpalen is 5 meter boven maaiveld. De ecolodges zijn op zichzelf volledig recyclebaar en uit duurzame producten opgebouwd. Vanwege de goede isolatie en zonnecellen op het dak hebben de ecolodges nul op de meter. Verder zijn de ecolodges inwisselbaar transportabel en voor een deel ook elders als vaste woonruimte inzetbaar.
Het is een klimaatadaptieve ontwikkeling vanwege het, los van het jaargetijde, meebewegen van de ecolodges bij een eventueel hoogwater. Daarbij voorkomt deze ontwikkeling het telkens verslepen van de kampeermiddelen en stacaravans in het voorjaar en najaar, wat zorgt voor minder vervoersbewegingen rond die periode. Ook wordt dubbel grondgebruik tot nul teruggebracht. Daarnaast wordt met het plaatsen van meebewegende ecolodges voorkomen dat bij hoogwater de rivier de Maas en de Noordzee vervuild worden met resten van een vergane camping, zoals gebeurde in 2021.
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
9
Projectgerelateerd
De figuren 2.2 t/m 2.6 laten het toekomstige ontwerp op plattegrond zien, geven een sfeerimpressie van zowel de binnenkant als buitenkant van de ecolodges en laten het plaatsingsproces en gebruik van de ecolodge zien.
Figuur 2.2: indeling plangebied
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
10
Projectgerelateerd
Figuur 2.3: ontwerp ecolodge buitenkant
Figuur 2.4: ontwerp ecolodge binnenkant
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
11
Projectgerelateerd
Figuur 2.5: sfeerimpressie situatie drijvend en normaal
Figuur 2.6: impressie plaatsing en vervoeren ecolodge
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
12
Projectgerelateerd
3
Beleidskader
Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Omdat onderhavige aanvraag is ingediend vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet, wordt op grond van artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet de aanvraag beoordeeld aan de hand van de (beleids)kaders die golden ten aanzien van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
3.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Omgevingskwaliteit is daarmee het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen en geeft richting met behulp van de volgende vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energiestrategie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als de ondergrond. Zo wordt 'omgevingsinclusief' beleid gevoerd. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal 3. Afwentelen wordt voorkomen De opgave is het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. Ontwikkelingen zoals onder andere de toename van woningen, infrastructuur, water en recreatie vragen ruimte, beïnvloeden de leefomgevingskwaliteit en daarmee aspecten als leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, landschap en natuur. Het doel is ontwikkeling samen te laten gaan met versterking van de te beschermen waarden als cultuur, landschap, gezondheid of milieukwaliteit. Conclusie De NOVI beschrijft de toekomstvisie van ons land in brede zin. De nadruk ligt daarbij op een duurzaam ingerichte samenleving met aandacht voor mens en milieu. Gelet op de realisatie van de 51 ecolodges in relatie tot de NOVI sluit de ontwikkeling aan op basis van de hoge duurzame kwaliteit van het project. De ecolodges zijn namelijk volledig recyclebaar, klimaatadaptief ingericht en zijn niet van negatieve invloed op het milieu. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) In het Barro zijn de verschillende nationale belangen vastgelegd die doorwerking moeten krijgen bij lagere overheden.
Het gaat om de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, project Mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundament, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, defensie, Ecologische Hoofdstructuur, erfgoederen van universele waarden, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeer-gebied. 18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
13
Projectgerelateerd
De projectlocatie valt onder twee nationale belangen namelijk, de grote rivieren en de primaire waterkeringen buiten het kustfundament. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament. Onder primaire waterkeringen buiten het kustfundament worden ook de waterkeringen aan de Maas bedoeld. In het geval een locatie hiertoe behoort is die locatie in het bestemmingsplan aangeduid met de gebiedsaanduiding “Vrijwaringszone – Dijk” of “Vrijwaringszone – Waterstaatwerk”. Dat is voor de projectlocatie niet het geval. Grote rivieren De locatie is gelegen in het stroomvoerend rivierbed van de Maas. De voorgenomen ontwikkeling is aangewezen als vergunningplichtige activiteit op grond van artikel 6.12 van het Waterbesluit, waardoor de artikelen 2.4.1 t/m 2.4.5 Barro van toepassing zijn. Het Barro bepaald dat ter plaatse van het stroomvoerend rivierbed alleen ruimtelijke ontwikkelingen zijn toegestaan die riviergebonden activiteiten betreffen als opgesomd in artikel 2.4.4 Barro of niet-riviergebonden activiteiten die per saldo meer ruimte voor de rivier opleveren (artikel 2.4.5 Barro). Met voorgenomen ontwikkeling wordt per saldo meer ruimte voor de rivier gecreëerd, omdat de ecolodges die op een drijvend onderstel zijn bevestigd met het hoge water mee kunnen bewegen wanneer de Maas over de uiterwaarden stroomt.
In de huidige situatie nemen de kampeermiddelen en stacaravans de ruimte voor het stroomvoerend rivierbed in beslag. De overstroming van juli 2021 bevestigt dat er niet altijd tijdig kan worden gereageerd op het hoog water. Conclusie Ter plaatse van de projectlocatie is nationaal belang ‘grote rivieren’ van belang. Het initiatief is vergunningplichtig is op grond van artikel 6.12 van het Waterbesluit, waardoor de artikelen 2.4.1 t/m 2.4.5 Barro van toepassing zijn. De ontwikkeling voldoet aan benoemde artikelen vanuit het Barro, omdat het voorziet in het creëren van meer ruimte voor de rivier. Ontwerp Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Nederland is een waterland. De opgaven op het terrein van water zijn omvangrijk en worden in de toekomst alleen maar groter. Om ons land ook voor de komende generaties veilig, aantrekkelijk en leefbaar te houden, is het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) ontwikkeld. Dit NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen. Voor het waterbeleid is het NWP een uitwerking van de nieuwe Nationale Omgevingsvisie. De wateropgaven waar Nederland op dit moment voor staat, de uitdagingen richting de toekomst en de noodzaak van een integrale aanpak vormen de basis voor 3 hoofdambities van dit NWP: • Een veilige en klimaatbestendige delta. • Een concurrerende, duurzame en circulaire delta.
• Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur. De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving zoals de energietransitie, woningbouw en de landbouw is noodzakelijk. Daarbij is het van groot belang dat ‘aansluiten op de karakteristieken van het watersysteem’ en ‘meebewegen met water’ leidende principes blijven voor de integrale aanpak van ruimtelijke ontwikkelingen in ons land. In Nederland komen veel opgaven voor de leefomgeving bij elkaar op een klein oppervlak. Niet alles kan, soms moeten keuzes worden gemaakt. Daarvoor zijn in het NWP een aantal afwegingsprincipes voor het waterbeleid en -beheer opgenomen.
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
14
Projectgerelateerd
Waterveiligheidsbeleid rivieren Voor het waterveiligheidsbeleid in het rivierengebied spelen het behouden en reserveren van ruimte voor de rivier en de afvoerverdeling een belangrijke rol. Daarnaast zijn er diverse beleidsontwikkelingen geweest rond de (Limburgse) Maasvallei. In het rivierengebied is het behouden en reserveren van voldoende ruimte voor de rivier en rivierverruimende maatregelen van groot belang. Doelstelling van het beleid is de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteit van het rivierbed te behouden en ontwikkelingen tegen te gaan die de mogelijkheid tot rivierverruiming door verbreding en verlaging van het rivierbed nu en in de toekomst feitelijk onmogelijk maken. De Beleidslijn grote rivieren biedt een concreet afwegingskader op basis waarvan kan worden beoordeeld of een activiteit toelaatbaar is. De beleidslijn richt zich op het behouden van de veiligheid in het gebied dat kan overstromen vanuit de grote rivieren. Conclusie De ontwikkeling past in de visie van het Waterprogramma, aansluitende op het waterveiligheidsbeleid rivieren. Zie H4.1 van dit rapport voor een onderbouwing daarop.
3.2
Provinciaal beleid
Ontwerp Omgevingsvisie Limburg (POVI) De Omgevingsvisie Limburg geeft de lange termijnvisie van de provincie Limburg weer. Het laat zien hoe richting wordt gegeven aan toekomstbestendige ontwikkelingen en op welke manier de balans wordt gezocht tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Daarbij staan de volgende ‘Limburgse principes’ centraal:
• streven naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving; fysieke opgaven zijn onlosmakelijk verbonden met de sociaaleconomische-, veiligheids- en gezondheidssituatie van de inwoners, waardoor gebieden zodanig worden ingericht en ontsloten dat zij mensen uitnodigt tot ontmoeten, recreëren en maatschappelijke betrokkenheid;
• de kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; vertrekpunt voor nieuwe ontwikkelingen of oplossingen vormen de gebieds- en cultuurkenmerken, waarbij het streven is deze kenmerken en identiteit te behouden.
• meer stad, meer land; een variatie in gebieden wordt gekoesterd door stedelijke functies te concentreren en landelijke gebieden als tegenhanger van drukke stedelijke gebieden te ontwikkelen;
• zorgvuldig omgaan met ruimte en voorraden, boven- en ondergronds; bij nieuwe ontwikkelingen inzetten op duurzame ontwikkeling, waarbij vraagstukken niet worden afgewenteld naar volgende generaties, milieuaantasting bij voorrang bij de bron wordt bestreden, minder afval vrijkomt en gebruik wordt gemaakt van hernieuwbare grondstoffen. Het streven is naar functiecombinaties en van bestaande functies het optimaal benutten daarvan. Het toekomstperspectief van de Provincie zegt dat de overgang tussen bebouwde gebieden en het landelijk gebied optimaal ingericht moeten zijn voor onder andere recreatie en klimaatadaptieve voorzieningen. Vraag en aanbod van verblijfsaccommodaties dienen beter in balans gebracht te worden, zowel kwantitatief als kwalitatief. Meer van hetzelfde leidt tot verdringing en leegstand. Een voortdurende kwaliteitsslag is nodig om nieuw en bestaand aanbod aan te passen aan de veranderende vraag van zowel vaste als nieuwe gasten. De Maas en omliggende gebieden hebben functies als recreatiegebied (bijv. bij de Maasplassen), als vervoerscorridor, als bron voor drinkwater en als verbindingszone voor flora en fauna. Het hoogwaterveiligheidsbeleid voor de Limburgse Maas kent een aantal uitdagingen: de impact van maatregelen op het bestaande Maaslandschap is vaak groot. De inzet van de Provincie is om te komen 18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
15
Projectgerelateerd
tot een herijking van het waterveiligheidsbeleid voor de Maasvallei, zodanig dat de Limburgse Maasvallei een aantrekkelijk woon-, werk-, recreatie- en leefgebied is en blijft, mét een toekomstbestendige bescherming tegen hoog water. Conclusie De POVI beschrijft dat vraag en aanbod van verblijfsaccommodaties beter in balans moet worden gebracht. Er dient een slag te worden gemaakt in zowel het kwantitatieve aspect als de kwalitatieve uitstraling. Meer van hetzelfde leidt tot verdringing en leegstand. Het ontwerp van de ecolodges is een vooruitstrevend initiatief op het gebied van duurzaamheid en levensbestendigheid. Het beïnvloedt het aantal verkeersbewegingen en de luchtkwaliteit in positieve zin. Omgevingsverordening Limburg In de Omgevingsverordening Limburg staan regels op het gebied van milieu, wegen, water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. Alle regels die betrekking hebben op het omgevingsbeleid zijn ondergebracht in één verordening. De Omgevingsverordening bevat grofweg twee typen regels: ▪ instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap; ▪ regels voor activiteiten die rechtstreeks voor eenieder gelden of voor specifieke doelgroepen. Ten aanzien van de aanvraag geldt de Omgevingsverordening Limburg 2014. Met de komst van de Omgevingswet (inwerkingtreding: 1 januari 2024) zal deze verordening worden vervangen door een nieuwe Omgevingsverordening.
De nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) is op 17 december 2021 vastgesteld maar treedt pas in werking met de ingang van de Omgevingswet. Het hoofdstuk Ruimte in de omgevingsverordening is bedoeld voor de doorwerking van het ruimtelijk beleid in toepasbare regels en is van toepassing op dit project. Het bevat regels gericht aan gemeentebesturen die in acht moeten worden genomen bij het vaststellen van bestemmingsplannen, beheersverordeningen en bij het verlenen van omgevingsvergunningen. Artikel 2.4.6 Vrijetijdseconomie beschrijft dat een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg niet voorziet in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor voorzieningen voor vrijetijdseconomie aan de bestaande voorraad vrijetijdseconomie alsmede aan de bestaande planvoorraad vrijetijdseconomie. Wel is de komst van vitale verblijfsaccomodaties van groot belang. Vitale parken met recreatiewoningen of vitale campings zijn van economische waarde omdat ze zorgen voor werkgelegenheid en bestedingen in de regio. De realisatie van de ecolodges heeft verder raakvlakken met de regels omtrent: Bronsgroene landschapszone De bronsgroene landschapszone omvat de landschappelijk waardevolle beekdalen en bufferzones rond bestaande natuurgebieden met de daarin aanwezige (extensievere) landbouwgebieden, monumenten, kleinere landschapselementen, waterlopen e.d.
Een kwart van de bronsgroene landschapszone wordt gevormd door het winterbed van de Maas. Het beleid binnen de bronsgroene landschapszone is er op gericht om de landschappelijke kernkwaliteiten te behouden, te beheren, te ontwikkelen en te beleven. Deze zone bestaat hoofdzakelijk uit landbouwgronden. Binnen deze zone komen op bestemmingsplanniveau andere bestemmingen en functies voor zoals infrastructuur, woningen en toeristische voorzieningen e.d. Figuur 3.1 laat zien dat het plangebied is gelegen binnen de bronsgroene landschapszone.
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
16
Projectgerelateerd
De beleidsregel Natuurcompensatie is van toepassing als voorafgaand aan de activiteit is vastgesteld dat de wezenlijke kenmerken en waarden van de Bronsgroene landschapszone worden vernietigd, verstoord en/of versnipperd. Als de beleidsregel Natuurcompensatie van toepassing is, ontstaat er een compensatieplicht en moet er, wil de activiteit doorgang kunnen vinden, financiële compensatie, dan wel fysieke compensatie plaatsvinden. De voorwaarden die gelden bij een compensatieplicht zijn uitgewerkt in de beleidsregel natuurcompensatie.
Figuur 3.1: aanduiding bronsgroene landschapszone
Conclusie De omgevingsverordening Limburg zegt dat vitale verblijfsaccommodaties van groot belang zijn voor de economische waarde van de omgeving. Het ontwerp van de ecolodge, dat ervoor zorgt dat de ecolodge niet verplaatst hoeft te worden bij hoog water, voorziet in de realisatie van een vitale verblijfsaccommodatie. Gelet op de ligging in de bronsgroene landschapszone, het volgende. In de bestaande situatie was het plangebied al als camping in beheer en gebruik. Met de nieuwe situatie treedt hierin geen verandering op. Door het ontwerp van het plangebied treedt geen effect op de kernkwaliteiten van de bronsgroene landschapszone op. Positief in landschappelijk opzicht is de aanleg van de noten- en de perenwei en behoud en/of de aanplant van hagen. De beleidsregel natuurcompensatie is niet van toepassing. Daarnaast betreft het plan geen kwantitatieve uitbreiding, maar een kwalitatieve verbetering van het verblijfsrecreatieve aanbod. Intergemeentelijke structuurvisie Maasplassen De door Arcadis opgestelde intergemeentelijke structuurvisie Maasplassen 2030 is in februari 2014 vastgesteld. Het beleidsstuk schetst het toekomstbeeld voor de Maasplassen tot 2030. Om samenhang binnen het Maasplassengebied te brengen en te behouden hebben de omliggende gemeentes besloten om de visie samen te brengen in één kaderstellend document, deze structuurvisie.
Het is een thematische structuurvisie en heeft een kaderstellende status voor andere gemeentelijke ruimtelijke instrumenten, zoals bijvoorbeeld bestemmingsplannen.
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
17
Projectgerelateerd
De structuurvisie biedt een gedragen planologisch kader tot 2030 voor de volgende thema’s:
• • • •
Water (hoogwaterveiligheid); Natuur en landschap; Recreatie en toerisme;
Watergerelateerde woon- en werkfuncties. Klimaatverandering zorgt ervoor dat de Maas grotere hoeveelheden water zal afvoeren dan nu het geval is. Daarentegen zijn er grotere perioden met droogte te verwachten. De rivier zal daardoor een sterk verlaagde afvoer hebben, waarmee rekening dient te worden gehouden bij ontwikkelingen in het gebied. De structuurvisie benoemt 9 ontwerpprincipes voor het gebied waarin vooral de natuurlijke ontwikkelingen met betrekking tot klimaatadaptatie worden benoemd. Op het gebied van recreatie en toerisme wordt het gebied aangemerkt als sector van economisch en maatschappelijk belang. De gemeenten hechten veel waarde aan het Maasplassengebied. De gemeenten streven er naar de kwaliteiten van het Maasplassengebied te beschermen en te verbeteren en kwaliteitsverlies in het gebied tegen te gaan. Voorop staat dat er kwaliteit en meerwaarde nagestreefd wordt bij alle initiatieven in het Maasplassengebied. Conclusie Bij de intergemeentelijke structuurvisie Maasplassen wordt de nadruk gelegd op het behouden van samenhang in het gebied de Maasplassen en wordt beschreven hoe te streven naar verbeteren en beschermen van de kwaliteiten waarbij klimaatadaptatie een belangrijke rol speelt. Het projectgebied krijgt met het plan een kwaliteitsimpuls zonder verlies van natuurlijke waarden.
Klimaatverandering zorgt ervoor dat de Maasplassen zelfs in de zomer kunnen kampen met overstromingen. Het ontwerp van de ecolodge heeft een klimaatadaptieve grondslag vanwege het kunnen meebewegen bij hoog water en de keuze voor volledig recyclebare materialen.
3.3
Gemeentelijk beleid
Toekomstvisie Roermond 2030 Om in te spelen op kansen en uitdagingen die de stad Roermond te bieden heeft, is door de gemeente – in een open co-creërend proces met Roermondenaren en partners in de stad – deze toekomstvisie opgesteld. Een toekomstvisie die voor vijf thema's het toekomstbeeld schetst: jeugd, ouderen, zorg, economie en de historische binnenstad en het water. Deze thema's zijn in samenwerking met inwoners van Roermond en partners in de stad gekozen en zij hebben daar gezamenlijk inhoud aan gegeven. Meest cruciaal binnen deze visie zijn de drie roden draden die dwars door de vijf thema’s heen lopen. Deze rode draden zijn randvoorwaardelijk voor de geschetste toekomst: ontmoeting, verbinding en samenwerking. Het gaat om de houding van allen die Roermond maken tot wat de stad is. Ook hiervoor is een toekomstbeeld uitgewerkt. Hiermee schetst de toekomstvisie Roermond2030 een veelzijdig toekomstperspectief voor een veelzijdige stad. Eén van de thema’s waar Roermond de aandacht aan schenkt is dat het in 2030 een stad wil zijn van retail, leisure en industrie. Mede het omringende landschap zorgt ervoor dat leisure een belangrijke economische pijler moet worden voor Roermond. De Maasplassen zijn daarmee van onschatbare waarde voor de stad, zij zorgen namelijk voor natuur en bijbehorende recreatiemogelijkheden nabij de binnenstad.
Conclusie Het opwaarderen van de kwaliteit van de camping en de mogelijkheid tot het aanbieden van recreatieve verblijven het gehele jaar door, draagt bij aan de toekomstvisie van Roermond. Het geeft een impuls aan de omgeving de Maasplassen, evenals aan de recreatieverblijven. Daarbij is het een innovatief idee dat aansluit bij het klimaatadaptief inrichten van de omgeving. 18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
18
Projectgerelateerd
Ontwikkelingskader stedelijke Maasplassen Op 24 oktober 2019 is het ontwikkelingskader stedelijke Maasplassen vastgesteld. De Stedelijke Maasplassen bestaan uit de Noorderplas en de Zuidplas. Om de potenties van de Noorderplas en Zuidplas op de juiste wijze te benutten is dit ontwikkelingskader opgesteld. Met behulp van een dergelijk kader kan de gemeente bepalen welke ontwikkelingen en voorzieningen in de Stedelijke Maasplassen gewenst en mogelijk zijn. Bovendien ontstaat er door het hanteren van een ontwikkelingskader meer structuur en samenhang in het gebied omdat aard en omvang van (nieuwe) voorzieningen op elkaar worden afgestemd en wordt de relatie met de rest van de stad versterkt. Op deze wijze worden de potenties van de Stedelijke Maasplassen beter benut, kan de relatie met (de binnenstad van) Roermond worden verbeterd en worden tegelijkertijd de bestaande landschappelijke, ecologische en recreatieve kwaliteiten van het gebied behouden en versterkt. Potenties en kansen voor het gebied Er liggen specifieke kansen voor bijzondere vormen van recreatief verblijf op en/of aan het water, zoals campings, ligplaatsen et cetera. Hierbij dient rekening gehouden te worden met ‘ruimte voor de rivier’.
Gekeken zou moeten worden hoe middels compensatie en/of creatieve, innovatieve invullingen het bestaande aanbod omgevormd en geschikt kan worden gemaakt voor nieuwe hippe doelgroepen, met name in het gebied Noorderplas-oost (de 4 campings) en aan de Doevesbeemd. De insteek in dit gebied ligt op het verhogen van de kwaliteit van het aanbod en het aan te laten sluiten bij bezoekers die ook de rest van de stad bezoeken. Een knelpunt of bedreiging dat in het rapport wordt benoemd is het kortdurende seizoen. Hierdoor presteert het gebied suboptimaal en wordt er te weinig geld verdiend om duurzaam te kunnen blijven investeren. De campings aan de Noorderplas zijn (mede hierdoor) niet meer up to date. Ook voor bestaande en nieuwe horeca in de toekomst is een langer seizoen een ‘must’ om een goede boterham te verdienen en te kunnen blijven vernieuwen. Conclusie De ontwikkeling past in de visie van het ontwikkelingskader stedelijke Maasplassen en versterkt de identiteit van het gebied. Het is namelijk een bijzondere vorm van verblijf wat daarbij ook ruimte creëert voor de rivier, niet alleen op de locatie zelf maar ook voor een groot deel stroomafwaarts. De saamhorigheid en uitstraling van de ecolodges op de camping zorgen daarnaast voor een positieve impuls van de identiteit van de projectlocatie.
De kwaliteit van de camping wordt flink verhoogd door het herstel van de paden en wegen op de camping en door modern, klimaatadaptief ontworpen ecolodges. Het wordt een veilig gebied waarbij de kans op vernieling door overstroming zo veel als mogelijk wordt beperkt. Ook de natuurwaarden blijven behouden en er wordt natuur in de vorm van hagen geplaatst voor de groene uitstraling naar de omgeving toe. Daarbij wordt ook de gebruiksmogelijkheid uitgebreid omdat de ecolodges permanent op locatie blijven en geschikt zijn voor gebruik in alle seizoenen. Structuurvisie Kwaliteitsbijdrage Medio 2010 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roermond besloten een thematische structuurvisie op te stellen ter uitwerking van het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM). Het LKM is door Provinciale Staten respectievelijk Gedeputeerde Staten vastgesteld beleid en instrumentarium voor ‘rode’ ontwikkelingen in het buitengebied en aanvullend een aantal gebieden binnen het stedelijk gebied. Onder ‘rode’ ontwikkelingen worden ontwikkelingen verstaan die betrekking hebben op nieuwe woningen, nieuwe woongebieden, uitbreiding van agrarische bedrijven, nieuwe agrarische bedrijven, glastuinbouw, recreatieve en toeristische functies, niet agrarische bedrijven en bedrijventerreinen.
Indien gemeenten ‘rode’ ontwikkelingen in deze gebieden (binnen het gemeentelijk beleid) willen toestaan -en voor de
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
19
Projectgerelateerd
gemeente Roermond geldt dit- dan is toepassing van het LKM en daarmee het verplicht opleggen van een kwaliteitsbijdrage aan initiatiefnemers van ‘rode’ ontwikkelingen in het buitengebied aan de orde. Met dit beleid wordt beoogd de ruimtelijke kwaliteit te borgen en te versterken. De kwaliteitsverbetering kan plaatsvinden in natura of via een financiële bijdrage. Bij kwaliteitsverbetering in natura kan worden gedacht aan het realiseren van nieuwe natuur of de sloop van bebouwing. Het zijn fysieke maatregelen die worden uitgevoerd om aantasting van de omgevingskwaliteit door de ‘rode’ ontwikkeling te compenseren. Conclusie Een goede omgevingskwaliteit is van belang voor de gemeente Roermond. Door het slopen van een grote oude fruitloods op een terp en het stalen toiletgebouw op hoge poten en het vervangen van 120 stacaravans met aanbouwsels door 51 ecolodges komt in de beoogde nieuwe situatie minder bebouwing terug. Daarnaast is de hoogstam perenwei en notenwei volledig hersteld en is aan de oostkant van het Maasparcje een 3 meter hoge haag aangeplant onder de bestaande en gehandhaafde bomenrij. Op grond van de Structuurvisie kwaliteitsbijdrage van de gemeente Roermond moeten nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied als regel met een tegenprestatie worden gecompenseerd.
In de structuurvisie is de compensatieverplichting voor diverse categorieën van ruimtelijke ontwikkelingen uitgewerkt in 10 modules. De aanvraag ziet op een ontwikkeling die behoort tot module 2: 'Gebiedseigen toerisme en recreatie'. Voor recreatieve en toeristische voorzieningen die gebiedseigen zijn in het buitengebied (met andere woorden: die vanwege hun specifieke kenmerken niet realiseerbaar zijn in bebouwd gebied, zoals de nu aangevraagde ecolodges) geldt dat nieuwe initiatieven ruimtelijk en landschappelijk moeten worden ingepast. Als richtlijn wordt hierbij een verhouding van 1:5 aangehouden. Op de bij de aanvraag gevoegde inrichtingstekening is de landschappelijke inpassingaangegeven. Dit betreft een reeds langer aanwezige haag langs de zuidoostelijke grens van de locatie, en bomenrij met recent aangeplante haag langs de oostelijke zijde van de locatie verder is hersteld en herplat van de perenweide en notenwei. Hiermee wordt niet volledig voldaan aan de richtnorm van 1:5. Echter, de locatie wordt hiermee wel voldoende landschappelijk ingepast. Omdat: a. de aanvraag in feite een minimale gebruikswijziging betreft (het terrein werd en zal gebruikt worden ten behoeve van verblijfsrecreatie), b. de ecolodges qua beeld een grote verbetering vormen ten opzichte van de stacaravans en overige kampeermiddelen die in het verleden op de voormalige camping aanwezig waren, en c.
de locatie in het rivierbed ligt van de Maas. Dat maakt verdere groene inpassing die een opstuwend effect kan hebben vanuit rivierkundig oogpunt onwenselijk. Conform de structuurvisie is de beoogde inpassing ter advisering voorgelegd aan de landschappelijke kwaliteitscommissie. Die heeft op 9 december 2024 een positief advies afgegeven. De uitvoering van dit landschapsplan wordt met een privaatrechtelijke grondexploitatieovereenkomst verzekerd. Daarnaast is in het publiekrechtelijk spoor de landschappelijke inpassing verzekerd door de volgende voorwaarde aan dit besluit te verbinden: 'De hagen en bomen tangs de zuidoostelijke en oostelijke grenzen van de locatie, zoals aangeduid op de bijlage GWBSL-inrichtingsplan Maasparcje (PUBL-inrichtingsplan Maasparcje) en GWBSL-Luchtfoto landschappelijke inpassing (PUBL-Landschappelijke inpassing), moeten in stand worden gehouden conform de hoogtes zoals aangegeven op het inrichtingsplan. Nota parkeernormen Roermond 2021 Een actualisatie van de nota parkeernormen is doorgevoerd omdat Roermond al bijna 8 jaar met de nota parkeernormen 2014 werkt. Deze nota bepaalt het aantal benodigde auto- en fietsparkeerplaatsen in ruimtelijke ontwikkelingen. Factoren die een rol speelden bij de actualisatie zijn de aangescherpte visie op parkeren binnen de gemeente en de groter wordende rol van wonen in de binnenstad.
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
20
Projectgerelateerd
Totstandkoming autoparkeernormen Als basis voor haar autoparkeernormen kiest Roermond voor de meest recente parkeerkencijfers van het CROW. Omdat kencijfers geen parkeernormen zijn, zijn een aantal stappen doorlopen om de kencijfers te kalibreren tot autoparkeernormen. De eerste stap binnen het kalibreren van de kencijfers is bepaling van de stedelijkheidsgraad. Voor de bepaling van de hoogte van de parkeernormen is in deze nota voor vier verschillende gebieden (centrum, schil, rest bebouwde kom en buiten bebouwde kom) als stedelijkheidsgraad sterk stedelijk aangehouden. Ten opzichte van de nota parkeernormen 2013 is een extra onderscheid gemaakt tussen rest bebouwde kom en buiten bebouwde kom. Nadat stedelijkheidsgraad en gebiedsindeling zijn bepaald, is de volgende stap het maken van een keuze binnen de bandbreedtes. Roermond kiest ervoor om voor alle vier gebieden dezelfde keuze te maken, namelijk het hanteren van de gemiddelde bandbreedte binnen de CROW-kencijfers als parkeernorm. In de nota wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende functies. Voor een camping is bepaald dat er per standplaats 1,2 parkeerplek(ken) gerealiseerd moeten worden. Voor het plan betekent dit een realisatie van 66 parkeerplaatsen.
Conclusie De ontwikkeling voorziet in de realisatie van minimaal 110 parkeerplaatsen en voldoet daarmee aan de norm vanuit de Nota parkeernormen van de gemeente Roermond.
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
21
Projectgerelateerd
4
Omgevingsaspecten
In dit hoofdstuk is voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de wet- en regelgeving ten aanzien van de omgeving. Deze wet- en regelgeving schetst de randvoorwaarden wanneer sprake is van een goed woonen leefklimaat, waarmee wordt voorzien in een goede ruimtelijke ordening.
4.1
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in combinatie met de te doorlopen ruimtelijke procedure plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten uit bijlage D die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, nagaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Toetsing aan de ontwikkeling Het project valt onder ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van permanente kampeer- en caravanterreinen’, zoals genoemd onder categorie D10 onder d uit bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage. Hierdoor is een beoordeling nodig voor de ontwikkeling om aan te tonen of nadelige gevolgen zijn voor het milieu. De ontwikkeling voorziet in de realisatie van 51 ecolodges. Zoals in onderliggend document, en in de volgende paragrafen, wordt gemotiveerd heeft de beoogde ontwikkeling geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Zodoende kan gemotiveerd worden dat voor de motivering geen m.e.r.beoordelingsplicht nodig is.
Conclusie Gelet op de kenmerken van het project, en de uitkomsten van de onderzoeken op milieuthema’s in relatie tot de realisatie van het project, kan geconcludeerd worden dat er geen belangrijke nadelige gevolgen zijn voor het milieu. Er is geen aanleiding voor het uitvoeren van een verdere m.e.r.-beoordeling.
4.2
Water
Voor het thema water met betrekking tot de ontwikkeling van de 51 ecolodges zijn twee onderzoeken uitgevoerd. Er is een toets uitgevoerd in het kader van de Waterwet waarin een juridische – en rivierkundige beoordeling is afgegeven (bijlage I). Daarnaast is er een BPRW-toetsing uitgevoerd (bijlage II). Daarnaast is op 23 januari 2023 door Rijkswaterstaat een definitieve Waterwetvergunning verleend onder nummer RWS-2023/1764 (bijlage VII).
4.2.1
Juridisch en rivierkundig onderzoek
Op 28 juni 2021 heeft ‘ – rivierkundig advies’ en ‘AHA’ een juridisch en rivierkundig onderzoek uitgevoerd voor de projectlocatie. Juridische beoordeling Ter plaatse van het Maasparcje lag oorspronkelijk de Camping Niessen. Voor de camping en bijbehorende inrichtingselementen zijn vergunningen afgegeven door RWS-ZN (WR2006/668 d.d. 23-082006) en de gemeente Roermond (436952 d.d. 09-03-1993). In de vergunning voor de camping zijn expliciete aantallen en afmetingen van stacaravans, bebouwing en overige elementen opgenomen. Daarnaast is sprake van een aanzienlijk aantal opstallen en schuren die niet zijn benoemd maar wel worden gedoogd. Ten opzichte van de vergunde/gedoogde situatie wordt een beoordeling gemaakt van de nieuwe inrichting van Maasparcje.
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
22
Projectgerelateerd
De 51 ecolodges op drijvers zijn qua ruimtegebruik een aanzienlijke verbetering ten opzichte van de 120 toegestane stacaravans zodat vaste plekken voor 102 meerpalen niet bezwaarlijk zijn om te vergunnen als onderdeel van het totaalproject. Daarbij behelzen de vergunde werken die in de nieuwe situatie worden weggenomen eveneens een verbetering. Rivierkundige beoordeling Het rivierkundig kader voor de beoordeling van de inrichting Maasparcje is beschreven in RBK5.0. De hydraulische beoordeling is uitgevoerd conform RBK5.0 zoals voorgeschreven door Rijkswaterstaat ZuidNederland (RWS-ZN). Naast de algemene vereisten zoals opgenomen in het RBK5.0 is specifiek voor dit project aangegeven dat een actualisatie van het rivierkundig model met de ingreep verlaging Lateraalkanaal-dijk noodzakelijk is. De hiervoor benodigde maatregelen zijn beschikbaar gesteld. Voor de beoordeling van de rivierkundige aspecten wordt gebruik gemaakt van Tabel 4 uit RBK5.0 (bijlage I). In overleg met RWS-ZN is afgestemd dat de hydraulische beoordeling enkel voor de 1/100 en 1/3000 situaties hoeft te worden uitgevoerd. Dit betekent dat de aspecten in sectie 2 (hinder of schade) en sectie 3 (morfologie) niet beoordeeld hoeven te worden. Hoogwaterveiligheid De maximale verhoging van het waterstandseffect in de as van de rivier is 0,1mm, wat ruimschoots lager is dan de grens van 1mm.
Dit waterstandseffect voldoet aan de eisen van het RBK 5.0. Ook de waterstandseffecten in de omgeving van de ingreeplocatie voldoen aan de eisen van het RBK 5.0. Hinder of schade door rivierkundige effecten Er is sprake van een zeer beperkte verandering in het stroombeeld als gevolg van de ingreep. Deze veranderingen zorgen niet voor hinder en/of schade. De ingreep heeft geen invloed op de inundatiefrequentie van de uiterwaard en de rivierkundige effecten voldoen daarmee aan de eisen van het RBK 5.0. Morfologische effecten Deze aspecten zijn conform afspraak met RWS-ZN niet beoordeeld. Conclusie
• De voorgenomen ontwikkeling van Maasparcje past binnen de eisen van de huidige vergunning voor camping Niessen.
• De voorgenomen ontwikkeling van Maasparcje voldoet aan de rivierkundige eisen zoals gesteld in RBK5.0.
4.2.2
BPRW-toetsing
Op 28 juni 2021 heeft ‘ de projectlocatie.
– rivierkundig advies’ en ‘AHA’ een BPRW-toets uitgevoerd voor
Toetsingskader De BPRW-toets is de procedure waarbij wordt beoordeeld of een activiteit negatieve effecten op de ecologische of chemische toestand van het water tot gevolg heeft. De Kaderrichtlijn Water (KRW) stelt namelijk dat er geen achteruitgang van de bestaande toestand van het oppervlaktewater mag optreden en het tijdig in een goede toestand brengen van het oppervlaktewater niet in gevaar mag komen. Om aan deze doelstellingen van de KRW te voldoen, heeft Rijkswaterstaat een toetsingskader voor de waterkwaliteit opgenomen in bijlage 5 van het Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren (BPRW). In geval van een activiteit in rijkswater, doorloopt de initiatiefnemer dit toetsingskader met (maximaal) drie
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
23
Projectgerelateerd
stroomschema’s, waarbij hij op grond van informatie over aard, omvang en locatie van de activiteit vragen moet (laten) beantwoorden. Van belang is dat de antwoorden voldoende en juist worden onderbouwd. Bij het uitvoeren van de toetsing staat de volgende vraag centraal: ‘Kunnen de KRW-doelstellingen waarop de activiteit mogelijk effecten heeft nog behaald worden als de activiteit daadwerkelijk plaatsvindt?’ Het resultaat van de toets kan zijn dat (1) de activiteit zonder voorwaarden ter bescherming van de ecologische en chemische toestand is toegestaan, (2) de activiteit is toegestaan mits er aanvullende maatregelen worden genomen (vergunningsvoorwaarden), of (3) de activiteit is niet toegestaan omdat er onacceptabele, negatieve effecten op de chemische en/of ecologische toestand van het waterlichaam zijn, die niet met aanvullende maatregelen kunnen worden voorkomen of vereffend. Om een aanvraag te beoordelen dienen 1 of 2 en in sommige gevallen 3 stroomschema’s te worden doorlopen. Het betreft de volgende drie stroomschema’s: 1. Stroomschema Algemeen 2. Stroomschema Effecten van lozingen 3. Stroomschema Effecten van fysieke ingrepen Uitwerking toetsingskader Uit de handreiking ‘Toetsingskader Waterkwaliteit’ is het toetsingskader overgenomen. Door middel van te beantwoorden vragen is het toetsingskader opgesteld, de antwoorden op de vragen worden hieronder vermeld.
1A: Ja, de ingreep vindt plaats binnen de begrenzing van het waterlichaam Zandmaas; 1B: Nee, de ingreep heeft geen negatief effect op een geplande of uitgevoerde KRWmaatregel. Ter plekke van de voormalige camping Niessen zijn geen KRWmaatregelen voorzien en/of uitgevoerd; 1C: Ja, de ingreep staat op de lijst met toegestane ingrepen. Ja, de ingreep vindt plaats in ecologisch niet kwetsbaar gebied. Voor de beantwoording van 1C is gebruik gemaakt van kader 2, de vergunningsvrije activiteiten van ondergeschikt ecologisch belang. Het eindresultaat betekent dat stroomschema’s 2 en 3 niet doorlopen hoeven worden. Conclusie Met betrekking tot de BPRW-toets van Maasparcje is de conclusie dat de voorgenomen ontwikkeling van Maasparcje in Maasplassen vergunningsvrij zijn omdat ze van ondergeschikt ecologisch belang zijn en niet in een relevant ecologisch areaal liggen.
4.3
Bodem
Op 17 juni 2021 is door Royal HaskoningDHV een milieu hygiënisch (water)bodemonderzoek op de projectlocatie uitgevoerd (bijlage III). In het kader van de herontwikkeling en de inbreng van de huidige situatie in het Maasparcje is inzicht gewenst in de kwaliteit van (water)bodem ter plaatse.
4.3.1
Wetgeving en toetsingskader
Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. Deze wet vormt de grondslag voor een complete regeling van het integrale waterbeheer. Zowel het afwegingskader, het instrumentarium als de procedures zijn in één wet opgenomen.
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
24
Projectgerelateerd
In principe stelt de Waterwet het gebruik van waterstaatswerken vergunningplichtig. Daarbij wordt een waterstaatswerk omschreven als oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk. Ook het brengen van stoffen in oppervlaktewater (bijvoorbeeld lozen als gevolg van baggerwerk) is in beginsel vergunningplichtig tenzij anders bepaald in de wet en/of onderliggende regelgeving. Toetsingskader en toetsing waterwet In het Besluit bodemkwaliteit is het verspreiden en toepassen van grond en baggerspecie geregeld. De onderstaande informatie is ontleend aan het Besluit bodemkwaliteit van 22 november 2007, de Regeling bodemkwaliteit van 13 december 2007, alsmede daaropvolgende wijzigingen, aanvullingen en rectificaties. Waterbodem kent binnen het Besluit bodemkwaliteit twee sporen, namelijk het toepassen van grond en baggerspecie in oppervlaktewater en het verspreiden van grond en baggerspecie in oppervlaktewater en op aangrenzend perceel. Beiden hebben een eigen toetsingskader. Binnen het Nederlandse bodembeschermingsbeleid wordt voor toepassing van baggerspecie in oppervlaktewater gewerkt met: 1. Achtergrondwaarden. 2. Maximale waarden klasse A. 3. Maximale waarden klasse B. 4. Emissietoetswaarden en Maximale emissiewaarden (grootschalige toepassing).
Het toetsingskader voor verspreiding van grond en baggerspecie in oppervlaktewater heeft betrekking op het terugbrengen van baggerspecie in het watersysteem (inclusief oever). Hierdoor kan het sediment zijn natuurlijke ecologische en (hydro)morfologische functies weer vervullen. Voor het verspreiden van grond en baggerspecie wordt gewerkt met de toetsingskaders: 1. Verspreiden op aangrenzend perceel (landbodem). 2. Verspreiden in zoet oppervlaktewater. 3. Verspreiden in zout oppervlaktewater. Wet- en regelgeving landbodem In geval van grondverzet en het werken met verontreinigde grond zijn in de Nederlandse wetgeving (Wet bodembescherming (Wbb), Besluit bodemkwaliteit (Bbk) en Arbeidsomstandighedenwet (Arbo) regels opgenomen die nageleefd dienen te worden. Hergebruik, zoals tijdelijk uitnemen en terugplaatsen van grond op en nabij de locatie van ontgraven, van niet en licht verontreinigde grond is geregeld in het Besluit bodemkwaliteit. Hergebruik van ernstig verontreinigde grond (> interventiewaarde) en puntbronnen vallen buiten de reikwijdte van het Besluit bodemkwaliteit. Op werkzaamheden in ernstig verontreinigde grond is de Wet bodembescherming van toepassing. Op het veilig werken in en met verontreinigde bodem is ook de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing.
Samenvatting onderzoeksresultaten Grond Er is geen noodzaak voor nader onderzoek en geen vermoeden voor een geval van ernstige bodemverontreiniging. Waterbodem In aanvulling op de resultaten van het waterbodemonderzoek is het gebruik van de locatie als camping op een droge waterbodem vergeleken met de functieklasse Wonen (landbodem). Uit deze toetsing (‘T12
18 juli 2025
BH7948-MI-RP-230308-1200
25
Projectgerelateerd
Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb’) blijkt dat voor de parameter ‘zink’ in 2 mengmonsters (WABO 05 en WABO 06) de interventiewaarde (Wbb) wordt overschreden. Het gemeten gehalte aan zink is vergeleken met de waarden uit SRC stoffenlijst van 2021/CROW400. Hieruit blijkt dat de gemeten gehalten aan zink geen humaan risico opleveren bij het voorgenomen gebruik (camping). Ook uit een risicobeoordeling via SANSCRIT blijkt dat er geen humane risico’s bestaan ten aanzien van de aanwezige zinkverontreiniging (zie bijlage 8). De waterbodemkwaliteit is daarom geschikt voor het beoogde gebruik. Het huidige gebruik wordt voortgezet, met dien verstande dat nieuwe ecolodges (stacaravans in de zin van de wet) worden geplaatst, voorzien van een onderstel dat bij hoog water gaat drijven met het water mee. Twee palen voorkomen dat de ecolodge op dat moment afdrijft en op dezelfde locatie weer daalt. De kwaliteit van de bodem is geen belemmering voor de voortzetting van het gebruik. Conclusie De waterbodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het beoogde gebruik en vormt geen risico voor de financiële haalbaarheid van het planvoornemen. Voor de beoogde ontwikkeling van het Maasparcje is op 23 januari 2023 door Rijkswaterstaat een definitieve Waterwetvergunning verleend onder nummer RWS-2023/1764 (bijlage VII).
Voor de beoogde ontwikkeling van het Maasparcje is op 4 december 2024 door Rijkswaterstaat een definitieve beschikking afgegeven voor een ‘wijziging omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk’ onder nummer RWS-2024/402 (bijlage XIV). In deze beschikking is de omgevingsvergunning gewijzigd naar het uitvoeren van een recreatiepark met 51 ecologdes.
4.4
Luchtkwaliteit
Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing). De luchtkwaliteitseisen uit deze wet en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: • de grenswaarde niet wordt of niet dreigt te worden overschreden; • een ontwikkeling niet leidt tot verslechtering van de luchtkwaliteit; • een ontwikkeling ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan luchtverontreiniging; • de ontwikkeling onderdeel uitmaakt van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen. Toetsing aan de ontwikkeling Het aantal verkeersbewegingen in de aanlegfase is laag. De ecolodges worden elders gebouwd en met één verkeersbeweging per ecolodge naar de projectlocatie verplaatst. Het project gaat in de gebruiksfase niet gepaard met de verbranding van (fossiele) brandstoffen. De ecolodges krijgen nul op de meter en worden voorzien van energie door middel van duurzaam opgewekte energie. In de gebruiksfase is het aantal verkeersbewegingen lager dan in de oude situatie.
Het aantal standplaatsen is meer dan gehalveerd en er is geen jaarlijks terugkerende verplaatsing van kampeermiddelen en stacaravans meer. De voorgenomen ontwikkeling leidt daarom niet tot verslechtering van de luchtkwaliteit, waardoor een goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd.
4.5
Geluid
De Wet geluidhinder (Wgh) biedt geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerlawaai, spoorweglawaai en industrielawaai door middel van zonering. 18 juli 2025