CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 – concept regels met bijlagen ‘bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand)’

Gemeenteraad 19 december 2024, gemeente RoermondBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan ‘Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand)’28.984 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

30

ACTIVITEITENPLAN VOORMALIG PHILIPSTERREIN ROERMOND

8

Ontheffing Wet natuurbescherming

31

8.1

Ontheffing en soorten

31

8.2

Belang en alternatievenafweging

32

8.2.1

Onderbouwing belang

32

8.2.2

Alternatieven

32

8.3

Staat van instandhouding

33

Bijlagen Bijlage A Wettelijk kader Wnb – soortbescherming

35

Bijlage B Quickscan rapportage

39

Bijlage C Totaalprogramma Weerstand januari 2023

40

Bijlage D Instructie tijdelijke mitigatie vleermuizen (maart 2021)

41

Colofon

42

4

Onze referentie: D10041263:62 - Datum: 24 oktober 2023 - Public

ACTIVITEITENPLAN VOORMALIG PHILIPSTERREIN ROERMOND

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel

Initiatiefnemer Reel BV heeft het voornemen het voormalig Philipsterrein aan de Bredeweg 10 te Roermond te transformeren tot een levendige stadswijk met verschillende functies. Het programma staat bekend onder de naam Weerstand, omdat Philips vroegen op deze locatie voornamelijk weerstanden fabriceerde. Het voornemen is de hoofdstructuur van voormalige industrieterrein zoveel mogelijk te handhaven en de bestaande gebouwen te hergebruiken en te transformeren of met nieuwbouw uit te breiden tot woningen, openbare culturele en maatschappelijke functies en winkel-, kantoor- en bedrijfsruimten met ruimte voor groen en langzaam verkeer. De werkzaamheden kunnen leiden tot negatieve effecten op beschermde soorten, en daarmee overtreding van de Wet natuurbescherming (hierna Wnb). Het is daarom noodzakelijk om inzicht te krijgen in de aanwezigheid van beschermde soorten en of de voorgenomen ingrepen leiden tot negatieve effecten op deze soorten. Arcadis heeft in opdracht van Reel BV een quickscan Wnb uitgevoerd (zie Bijlage B). Hierin is geconcludeerd dat door het achterstallig beheer van en onderhoud aan de gebouwen en het voormalig industrieterrein geschikt zijn voor beschermde functies van meerdere soorten uit verschillende soortgroepen.

Op basis hiervan is in 2021 soortgericht onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van alpenwatersalamander, das, kamsalamander, steenmarter, teunisbloempijlstaart en vleermuizen (allemaal beschermde soorten in het kader van de Wnb). Daarnaast zijn effecten op overige soorten en/of soortgroepen behorende tot de bescherming van “Algemene soorten” zoals algemene broedvogels, amfibieën en zoogdieren op voorhand niet uit te sluiten. Overige soorten zijn uitgesloten met de quickscan. Effecten in het kader van de gebiedsbescherming van de Wnb zijn niet uitgesloten. Hiervoor is een AERIUS-berekening noodzakelijk. Deze berekening in het kader van de gebiedsbescherming van de Wnb is niet opgenomen in deze rapportage. In dit activiteitenplan zijn de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken in het kader van de soortbescherming van de Wnb beschreven en is een toetsing aan de verbodsbepalingen van de Wnb opgenomen. De toetsing is aangevuld met een mitigatieplan en onderbouwing voor een ontheffingsaanvraag in het kader van de soortbescherming van de Wnb. Deze rapportage dient dan ook als onderbouwend document voor het doorlopen van een ontheffingsprocedure van de soortbescherming in het kader van de Wnb.

1.2

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 zijn het plangebied en het project beschreven. Hoofdstuk 3 gaat in op de gebruikte methode voor het soortgericht onderzoek. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van het onderzoek behandeld. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de effectbeoordeling en toetsing op de Wnb. Hoofdstuk 6 betreft het mitigatie- en compensatieplan en hoofdstuk 7 de conclusie. In hoofdstuk 8 is de aanvullende informatie voor de ontheffingsaanvraag opgenomen. In Bijlage A is het wettelijk kader van de Wnb opgenomen, in Bijlage B de quickscan rapportage, in Bijlage C het totaalprogramma van Weerstand en in Bijlage D de instructies voor de tijdelijke mitigatie van de vleermuizen (maart 2021).

5

Onze referentie: D10041263:62 - Datum: 24 oktober 2023 - Public

ACTIVITEITENPLAN VOORMALIG PHILIPSTERREIN ROERMOND

2

Plangebied en project

Dit hoofdstuk beschrijft het huidige plangebied en het project met de geplande activiteiten en afbakening van de effecten hierop op beschermde soorten in het kader van de Wnb.

2.1

Omschrijving plangebied

Het plangebied bestaat uit het voormalig Philipsterrein aan de Bredeweg 10 te Roermond. Het plangebied is 9 ha groot en vormt onderdeel van het totale plangebied Vrijveld Noord, van 21 ha groot (zie Figuur 1, hier aangeduid als voormalig Philipsterrein). Voor het gehele plangebied Vrijveld Noord is een gebiedsvisie om het huidige plangebied te transformeren naar een stadsdeel met verschillende functies zoals wonen, werken en recreëren. Het plan voor het voormalig Philipsterrein is verder uitgewerkt. Hierom wordt met het “plangebied” in het vervolg van dit activiteitenplan, de 9 ha van het voormalig Philipsterrein bedoeld. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit verschillende gebouwen waaronder fabriekshallen, opslaglocaties en diverse recreatie- en nutsgebouwen. Het grootste deel van de gebouwen staat al ruim zestig tot zeventig jaar op het terrein. Andere delen zijn later (aan)gebouwd. De gebouwen en het groen in de omgeving zijn ruim tien jaar niet gebruikt of beheerd, waardoor enkele gebouwen in relatief slechte staat zijn en het groen sterk verruigd is. Niet alleen het beheer, maar ook de frequente inbraken hebben geleid tot een verslechtering van de gebouwenstaat. Door de slechte gebouwenstaat zijn deze vrij toegankelijk voor algemene broedvogels zoals houtduif en kauw en steenmarter.

De grote open ruimtes van de fabriekshallen en andere gebouwen zijn niet geschikt voor vleermuisverblijfplaatsen. Hoofdzakelijk de later aangebouwde gebouwdelen, met uitzondering van enkele geveldelen van de oudere bebouwing, zijn in de quickscan als geschikt beoordeeld voor vleermuisverblijfplaatsen. In tegenstelling tot deze gebouw(delen), zijn in de oude gebouwdelen spouwmuren en openingen hiertoe afwezig. Het verruigde groen rondom de bebouwing is geschikt voor algemene broedvogels, amfibieën, ongewervelden en zoogdieren. Door de aanwezigheid van grasvelden, struweel, bomen en water (voormalige vijver) is geschikt leefgebied voor de verschillende soortgroepen aanwezig. Daarbovenop is de verstoring voor ruim tien jaar zeer beperkt geweest, waardoor de soorten zich hier hebben kunnen vestigen.

Figuur 1. Rode markering (9 ha): Plangebied Voormalig Philipsterrein. Gele markering (21 ha): Totaalgebied Vrijveld Noord Gebiedsvisie.

6

Onze referentie: D10041263:62 - Datum: 24 oktober 2023 - Public

ACTIVITEITENPLAN VOORMALIG PHILIPSTERREIN ROERMOND

2.2

Project

Voornemen Buiten de functiewijzigingen van de meeste gebouwen blijft de structuur van het terrein zoveel mogelijk behouden. Sommige (delen van) gebouwen worden gesloopt. Dit betreft hoofdzakelijk de gebouwen en gebouwdelen die later zijn (aan)gebouwd. De vegetatie langs de randen van het plangebied blijft zoveel als mogelijk behouden. In Figuur 2 is het stedenbouwkundig ontwerp (SO) versie maart 2023 opgenomen. In Figuur 3 en Bijlage C is het volledige programma opgenomen (versie januari 2023).

Figuur 2. Stedenbouwkundig ontwerp (SO) versie maart 2023.

7

Onze referentie: D10041263:62 - Datum: 24 oktober 2023 - Public

ACTIVITEITENPLAN VOORMALIG PHILIPSTERREIN ROERMOND

Versie januari 2023 Totaal stedelijk gemengd programma GEMENGDE BESTEMMINGEN / FUNCTIE Locatie/ WONEN SUBTOTAAL BVO gebouw AB STADSHOF Hybride wonen/werken 40% huur – 60% koop (27% grondgebonden CPO) L GEMENGD WOON/WERK woningen middenhuur/koop L STARTERS/TINY HOUSE bestaand 100% sociale huur <500pm L+ STARTERS/TINY HOUSE optop 100% sociale huur <500 pm SR ECOLOGISCH MEERLAAGS WONEN Koop midden + 2x penthouse (18 lagen) C LOFTS GRONDGEBONDEN/APPART. KOOP Vrije sector gemengd wonen/werken O LEVENSLOOP GRONDGEBONDEN ZORG DP ZORG GRONDGEBONDEN/APP BAT Huur Z ECOLOGISCH PARKWONEN 80-140m2 >475k

62.200 ~ grootte 40.840

Totaal 2030 BVO in m2

50-140 m2

16.830

50-100 m2

1.440

30-40 m2

0

30-40 m2

800

50-120 m2

6.200

200-240 m2

7.920

75 m2 80-100 m2 80-120 m2

1.650 2.800 3.200

Figuur 3. Programma Weerstand: Geel = woonprogramma. Overige kleuren = overige bestemmingen.

8

Onze referentie: D10041263:62 - Datum: 24 oktober 2023 - Public

ACTIVITEITENPLAN VOORMALIG PHILIPSTERREIN ROERMOND

Werkzaamheden Bestaande gebouwen: • Deels sloop van gebouwdelen. • Deels transformatie van gebouwdelen. • Verwijderen verharding, hekwerk en groen tegen geveldelen. • Realisatie nieuwe gebruiksfuncties bestaande bebouwing. • Aanleg nieuwe groenstructuren rondom plangebied. • Aanleg parkeergelegenheid en infrastructuur. Parkzone: • Hergebruik, herstel verhardingen en groen als park. • Realisatie openluchtpodium. De overige gebouwen worden getransformeerd en/of gesloopt in latere fasen. Hiervoor zijn de werkzaamheden en planning nog niet nader uitgewerkt. Planning Sinds september 2022 is er op het terrein ruimte voor placemaking en tijdelijk gebruik conform de verleende tijdelijke omgevingsvergunning op de centrale middenas van het terrein. Gedurende een periode van ten minste vier jaar worden de werkzaamheden uitgevoerd. De verwachtte starttijd is niet eerder dan 2025. De bouwwerkzaamheden worden gedurende een periode van ten minste vier jaar uitgevoerd conform het gehanteerd concept slow urbanism waarbij stapsgewijs wordt gebouwd, aangepast en bijgesteld met respect voor de natuur en de behoeften van de bewoners en de stad.

2.3

Afbakening effecten

Op basis van de geplande activiteiten zijn de volgende effecten op de aanwezige flora en fauna te verwachten, waarbij een onderscheid is gemaakt tussen tijdelijke effecten (gedurende de transformatie) en permanente effecten (na realisatie). Tijdelijke effecten: • Verstoren van de flora en fauna door werklieden met materieel. • Laten verdwijnen van standplaatsen van beschermde plantsoorten en/of waardplanten van beschermde insecten. • Doden en/of verwonden aanwezige dieren. • Verlies van leefgebied en groeiplaatsen van beschermde flora en fauna. Permanente effecten: • Verlies van leefgebied van flora en fauna (nest- en verblijfplaatsen en foerageergebied).

9

Onze referentie: D10041263:62 - Datum: 24 oktober 2023 - Public

ACTIVITEITENPLAN VOORMALIG PHILIPSTERREIN ROERMOND

3

Methode soortgericht onderzoek

Dit hoofdstuk beschrijft de onderzoeksmethodiek en de verantwoording van de veldbezoeken en betrokken deskundigen.

3.1

Onderzoeksmethodiek per soortgroep

Algemene broedvogels Voor de algemene broedvogels is geen soortgericht onderzoek uitgevoerd. De resultaten hiervan volgen uit de quickscan en zijn opgenomen in hoofdstuk 4 Resultaten soortgericht onderzoek, omdat een effectbeoordeling, toetsing en eventuele mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn. Amfibieën Voor het onderzoek is de vijver met gebruik van schepnetten bemonsterd op aanwezigheid van alpenwater- en kamsalamander. Alpenwater- en kamsalamander zijn zeer gevoelig voor predatie door vissen. Door de aanwezigheid van jonge blankvoorn vanaf de eerste schep tijdens het eerste bezoek zijn voorgenoemde amfibiesoorten uitgesloten. Vervolgrondes volgens de soortinventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus (NGB) 1 zijn daarom niet meer uitgevoerd. Ongewervelden Voor het onderzoek naar de teunisbloempijlstaart zijn twee onderzoeksronden uitgevoerd in de periode juli-augustus. In deze periode zijn de imago’s (vlinders) uitgevlogen en zijn de rupsen te vinden op de waardplanten. Tijdens beide veldbezoeken zijn alle waardplanten, in dit geval alleen teunisbloemen, volledig onderzocht op sporen (vraatsporen aan blad en uitwerpselen) of aanwezigheid van rupsen. Door de geringe verplaatsing en grootte van de (sporen van) rupsen volstaat vaststellen van de aan- of afwezigheid van de soort op basis van twee veldbezoeken.

Vleermuizen De inventarisatie is uitgevoerd op basis van het Vleermuisprotocol 20212, voor gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis. Enkel de derde ronde van het tweede onderzoeksgebied valt in de suboptimale periode voor het vaststellen van kraamverblijven. De waarnemingen van deze ronde waren echter vergelijkbaar met de andere onderzoeksronden, waardoor deze ronde als representatief wordt gezien. Voor de gewone grootoorvleermuis geldt dat deze niet verwacht wordt, maar niet volledig uit te sluiten is. Daarom is de onderzoeksinspanning niet gericht op deze soort. Doordat de soort niet aangetroffen is bij alle onderzoeksronden, is geen extra inspanning geleverd om aan de benodigde onderzoeksinspanning conform het Vleermuisprotocol 2021 voor deze soort te voldoen. Het plangebied is opgedeeld in twee onderzoeksgebieden op basis van de gebouwtypologieën inclusief openingen en enkele potentieel geschikte bomen op het terrein (zie Figuur 4). Het vaststellen van kraam- en zomerverblijven vindt plaats op basis van in- en uitvliegende dieren met piekmomenten in het eerste uur na zonsondergang en het laatste uur voor zonsopkomst. Hierdoor is voor dit type onderzoek een grotere inspanning van aantallen onderzoekers noodzakelijk voor het vaststellen van de aan- of afwezigheid van deze verblijfplaatstypen.

Tijdens de drie ronden van het voorjaarsonderzoek, gericht op kraam- en zomerverblijven, is ieder deelgebied door twee onderzoekers per ronde onderzocht. In totaal zijn zes ronden door twee onderzoekers per ronde onderzocht in het voorjaar. Het najaarsonderzoek bestaat uit onderzoek naar massawinter- en paarverblijven. Het vaststellen van massawinteren paarverblijven vindt respectievelijk plaats op zwerm- en baltsgedrag. Dit gedrag vindt doorlopend plaats gedurende meerdere uren vanaf middernacht. Hierdoor is voor dit type onderzoek een minder grote inspanning van aantallen onderzoekers noodzakelijk voor het vaststellen van de aan- of afwezigheid van deze verblijfplaatstypen. Hierdoor is per ronde het onderzoek per deelgebied door één onderzoeker uitgevoerd. Ieder deelgebied werd iedere vijftien minuten volledig doorlopen, waardoor alle gebouwdelen gedurende één avond minimaal acht keer gepasseerd werden. De eerste onderzoeksronde op 20 juli valt in de suboptimale periode voor het onderzoek naar paarverblijfplaatsen voor alle soorten. Doordat de waarnemingen van deze ronde vergelijkbaar waren met de tweede onderzoeksronde is de eerste (suboptimale) ronde als representatief beoordeeld voor het plangebied. Een derde onderzoeksronde naar paarverblijven is daardoor niet noodzakelijk geweest.

Het veldwerk is uitgevoerd met behulp van een batdetector Petterson D240X in combinatie met een Batlogger M. Geluiden die niet direct in het veld te determineren waren, zijn opgenomen en later geanalyseerd. Hiervoor is het

Netwerk Groene Bureaus, werkgroep ‘Standaarden en protocollen’ (2017) – Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming – versie juli 2017 – www.netwerkgroenebureaus.nl. 2 Netwerk Groene Bureaus, werkgroep ‘Standaarden en protocollen’ (2021) – Vleermuisprotocol – versie 2021 – www.netwerkgroenebureaus.nl. 1

10

Onze referentie: D10041263:62 - Datum: 24 oktober 2023 - Public

ACTIVITEITENPLAN VOORMALIG PHILIPSTERREIN ROERMOND

programma Batexplorer gebruikt. Tijdens de onderzoeken op 20 juli en 7 september is aanvullend hierop gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera type FLIR Scion OTM266 en Pulsar Axion XM30S. Hiermee zijn de vliegbewegingen van vleermuizen op locaties met meer activiteiten, op basis van geluiden, om dit visueel te beoordelen. De camera is hiervoor gewisseld tussen de onderzoekers. Zoogdieren De onderzoeken naar de zoogdieren bestonden uit vier veldbezoeken waarin het terrein door één of twee onderzoekers volledig is geïnventariseerd. Hierbij is gelet op sporen die duiden op foerageeractiviteiten, verblijfplaatsen en andere gedragingen die duiden op actief gebruik van het plangebied. Op basis van waarnemingen tijdens de tweede ronde is gestart met het plaatsen van één cameraval nabij een potentiële verblijfplaats van dassen (positie 1: tennisbaan). De cameraval heeft hier in de periode van 28 mei t/m 20 juli foto’s gemaakt. In de periode van 20 juli t/m 14 september is de cameraval op een andere positie geplaatst, vanwege waarnemingen van een andere potentiële verblijfplaats van de das (positie 2: fietsenstalling). Daarnaast zijn alle waarnemingen van zoogdieren tijdens de overige onderzoeken vastgelegd.

Aanvullend op het soortgericht onderzoek zijn door vrijwilligers van de stichting Das & Boom cameravallen geplaatst in de periode van 2 juli t/m 19 september 2021 (positie 1), 11 juli t/m 15 oktober 2021 (positie 2). In het najaar van 2022 tot het heden zijn camera’s opgehangen nabij de burcht op positie 2. De posities van de camera’s zijn aan de randen van het plangebied langs vastgestelde wildwissels, zodat bewegingen in en uit het plangebied vastgesteld konden worden (zie Figuur 4). De posities zijn gekozen op basis van sporen langs de randen van het plangebied en waarnemingen van das door de bewoners uit de omgeving van het plangebied (persoonlijke mededelingen). De cameravallen zijn periodiek gecontroleerd en de informatie is met Arcadis gedeeld.

Figuur 4. Onderzoeksgebieden en cameraposities van het uitgevoerde onderzoek.

11

Onze referentie: D10041263:62 - Datum: 24 oktober 2023 - Public

ACTIVITEITENPLAN VOORMALIG PHILIPSTERREIN ROERMOND

3.2

Verantwoording veldbezoeken

De onderzoeken voldoen aan de minimumvoorwaarden voor wat betreft geschikte weersomstandigheden voor het uitvoeren van de betreffende soortinventarisaties. Zie Tabel 1 voor de weersomstandigheden en datums van de veldbezoeken. Naast de onderzoeken uitgevoerd door Arcadis en onderaannemer zijn cameravallen geplaatst door vrijwilligers van de stichting Das en Boom. Datums van de controle van deze camera’s zijn niet opgenomen in Tabel 1. Tabel 1. Verantwoording veldbezoeken. Bij veldbezoeken binnen een enkel deelgebied en/of specifiek tijdstip is deze vermeld. Bij de overige bezoeken is het gehele projectgebied onderzocht gedurende een de gehele dag, enkel de vijver onderzocht of is enkel de cameraval gecontroleerd.

Soort(en)/ Soortgroep(en) Amfibieën

Veldbezoek

Temperatuur

Ecologen

Ronde: 1

Datum Tijdstip 28-05-2021

18°C

Teunisbloempijlstaart

Ronde: 1

02-07-2021

22°C

Teunisbloempijlstaart

Ronde: 2

05-08-2021

23°C

T.L. W.v.O. T.L. W.v.O. W.v.O.

Vleermuizen

Vleermuizen

Ronde: 5

Zoogdieren

Ronde: 1

27-05-2021: 21:30-00:00 01-06-2021: 21:40-00:10 17-06-2021: 21:50-00:20 24-06-2021: 21:50-00:20 07-07-2021: 03:30-05:45 20-07-2021: 03:30-05:45 10-08-2021: 00:00-02:00 07-09-2021: 00:00-02:00 22-03-2021

12°C

Vleermuizen

Deelgebied: 1 Ronde: 1 Deelgebied: 2 Ronde: 1 Deelgebied: 1 Ronde: 2 Deelgebied: 2 Ronde: 2 Deelgebied: 1 Ronde: 3 Deelgebied: 2 Ronde: 3 Ronde: 4

Zoogdieren

Ronde: 2

28-05-2021

18°C

Das

Cameraval Positie 1 Ronde: 3

17-06-2021

N.v.t.

02-07-2021

22°C

Cameraval Positie 1 Cameraval Positie 1 Ronde: 4

02-07-2021

N.v.t.

20-07-2021

N.v.t.

T.L. W.v.O. T.L. W.v.O. T.L. W.v.O. T.L. W.v.O. W.v.O.

05-08-2021

23°C

W.v.O.

Cameraval Positie 2 Cameraval Positie 2

13-08-2021

N.v.t.

W.v.O.

09-09-2021

N.v.t.

W.v.O.

Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen

Zoogdieren Das Das Zoogdieren Das Das

12

Onze referentie: D10041263:62 - Datum: 24 oktober 2023 - Public

23°C 28°C 18°C 14°C 11°C 17°C 18°C 8°C

T.L. W.v.O. T.L. W.v.O. T.L. W.v.O. T. Leerschool J. Osterthun T.L. W.v.O. J.O. W.v.O. W.v.O. P.T. W.v.O. P.T. T.L.

ACTIVITEITENPLAN VOORMALIG PHILIPSTERREIN ROERMOND

Deskundigheid betrokken ecologen De onderzoeken zijn uitgevoerd door T. Leerschool, J. Osterthun en W. van Overmeire, ecologen bij Arcadis (lid van Netwerk Groene bureaus) en onderaannemer P. Twisk van Twisk Ecologisch Advies. Alle betrokken ecologen hebben meerdere jaren ervaring met uitvoeren van onderzoek naar de verschillende soortgroepen. De resultaten zijn door W. van Overmeire verwerkt in deze rapportage.

13

Onze referentie: D10041263:62 - Datum: 24 oktober 2023 - Public

ACTIVITEITENPLAN VOORMALIG PHILIPSTERREIN ROERMOND

4

Resultaten soortgericht onderzoek

Dit hoofdstuk beschrijft de resultaten van het soortgericht onderzoek per soortgroep. Naar de soortgroep algemene broedvogels is geen onderzoek uitgevoerd, maar zijn de resultaten vanuit de quickscan hier opgenomen.

4.1

Resultaten van de soorten en soortgroepen

Algemene broedvogels De gebouwen en het groen in de omgeving vormen geschikte broedlocaties voor algemene broedvogels van struweel (zoals merel, houtduif en winterkoning) en gebouwen (kauw, spreeuw en zwarte roodstaart). Amfibieën (en vissen) Tijdens de eerste inventarisatie zijn bij iedere leging van het schepnet meerdere blankvoorns aangetroffen. Na tien keer scheppen is het onderzoek afgebroken. De aanwezigheid van grote aantallen vis in de kunstmatige vijver met steile randen sluit de aanwezigheid van predatorgevoelige amfibieënsoorten zoals alpenwater- en kamsalamander uit. Algemene amfibieënsoorten die minder gevoelig zijn voor predatie door vis, zoals bruine kikker en gewone pad, komen mogelijk voor. Ongewervelden Verspreid over het plangebied in groenstructuren en tussen bestrating groeien teunisbloemen, één van de waardplanten voor de teunisbloempijlstaart. Tijdens de inventarisatie is op één locatie één rups van de teunisbloempijlstaart aangetroffen (zie Figuur 5). Het individu is tijdens beide bezoeken op dezelfde teunisbloem waargenomen. De overige delen met teunisbloemen vormen geschikt leefgebied, maar in 2021 zijn geen eieren afgezet die tot ontwikkeling zijn gekomen.

Figuur 5. Locatie teunisbloempijlstaart rups op teunisbloem. 14

Onze referentie: D10041263:62 - Datum: 24 oktober 2023 - Public

ACTIVITEITENPLAN VOORMALIG PHILIPSTERREIN ROERMOND

Vleermuizen Tijdens de inventarisaties zijn vijf vleermuissoorten waargenomen in het plangebied: gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis. De waarnemingen van de laatvlieger en rosse vleermuis betroffen foeragerende dieren boven de groenstructuren. De waarnemingen van de ruige dwergvleermuis en watervleermuis betroffen voor beide soorten één passerend dier. Voor deze soorten zijn geen verblijfsfuncties of essentiële vliegroutes (vliegroutes langs groenstructuren die veelvuldig in meerdere richtingen gebruikt worden) vastgesteld. Het plangebied wordt gebruikt om te foerageren en als verbinding richting andere gebieden. Van de gewone dwergvleermuis zijn foeragerende dieren en verblijfplaatsen vastgesteld in het plangebied. Essentiële vliegroutes zijn niet vastgesteld. De vleermuizen volgen de groenstructuren gedurende de gehele avond, maar er is geen sprake van grote aantallen passerende dieren. De verblijfplaatsen bevinden zich in de gebouwdelen met een spouwmuur die toegankelijk is via open stootvoegen. Op enkele locaties is baltsgedrag waargenomen, wat duidt op een paarterritorium en verblijfplaats in de directe omgeving. Echter is hier geen bebouwing met spouwmuren aanwezig. De exacte verblijflocaties van deze paarterritoria is niet bekend.

De vleermuizen verblijven hier vermoedelijk achter boeiboorden of andere spleetvormige openingen bij beschadigde gebouwdelen. In de bomen in het plangebied zijn geen verblijfplaatsen vastgesteld. In totaal zijn drie verschillende zomerverblijfplaatsen en negen verschillende paarterritoria vastgesteld binnen het plangebied (zie Figuur 6). Het betreft allen kleine zomer- en paarverblijfplaatsen met één dier per verblijfplaats. Deze verblijftypen kunnen tevens dienen als winterverblijf. In het plangebied zijn geen grote of speciale verblijfplaatstypen vastgesteld zoals verblijven met clusterende mannen (groot zomerverblijf), verblijven met vrouwen inclusief jongen (kraamverblijf) en winterverblijven geschikt voor overwinterende dieren bij temperaturen onder minus vijf graden Celsius (massawinterverblijven).

Figuur 6. Onderzoeksresultaten vleermuizen.

15

Onze referentie: D10041263:62 - Datum: 24 oktober 2023 - Public

ACTIVITEITENPLAN VOORMALIG PHILIPSTERREIN ROERMOND

Zoogdieren Tijdens de inventarisaties zijn verschillende soorten zoogdieren waargenomen in het plangebied (zie Figuur 7). Het betreft de soorten das, egel, konijn, steenmarter en vos. Andere algemene soorten zoals muizen zijn niet waargenomen, maar zijn op basis van verspreiding en aanwezigheid van mogelijke leefgebieden wel te verwachten in het plangebied. In Tabel 2 staat op welke wijze de soorten zijn waargenomen tijdens de inventarisaties.

Figuur 7. Onderzoeksresultaten zoogdieren. Tabel 2. Onderzoeksresultaten van zoogdieren per methodiek.

Soort Das Das Das Egel Konijn Konijn Steenmarter Steenmarter Vos Vos Vos Huisdieren Huisdieren 16

Onderzoeksmethodiek Cameraval (locatie 1: tennisbaan) Cameraval (locatie 2: fietsenstalling) Sporenonderzoek Vleermuisonderzoek Cameraval (locatie 2: fietsenhok) Sporenonderzoek Sporenonderzoek Vleermuisonderzoek Cameraval (locatie 1: tennisbaan) Sporenonderzoek Vleermuisonderzoek Cameraval (locatie 1: tennisbaan) Cameraval (locatie 2: fietsenhok)

Type waarneming Ter plaatse Ter plaatse Sporen en verblijfplaatsen Ter plaatse Ter plaatse Sporen en verblijfplaatsen Uitwerpselen Ter plaatse Ter plaatse Uitwerpselen Ter plaatse Kat ter plaatse Hond ter plaatse

Onze referentie: D10041263:62 - Datum: 24 oktober 2023 - Public

Aantal waarnemingen 4 13 8 1 3 5 In alle gebouwen 1 3 2 2 2 1

ACTIVITEITENPLAN VOORMALIG PHILIPSTERREIN ROERMOND

Das Van de das zijn op de twee grotere groenstructuren, de voormalige tennisbaan en de voormalige tuin, diverse sporen zoals graafsporen, latrines en prenten waargenomen. Daarnaast zijn hier twee verblijfsfuncties vastgesteld, waarvan één actief in gebruik was gedurende de onderzoeksperiode. De eerste en tevens niet actieve verblijfsfunctie betreft een vermoedelijke vluchtpijp ingegraven in de voormalige tennisbaan (gravel). Deze vluchtpijp was de eerste aanleiding voor het plaatsen van een cameraval (positie 1: tennisbaan). In de periode dat de camera geplaatst is op deze positie is de das op vier verschillende datums vastgelegd. Alle waarnemingen zijn tussen 00:00 en 02:00 uur gedaan. Het betreft enkel een passerend of foeragerend dier. De vluchtpijp wordt niet gebruikt als verblijfplaats. De tweede en tevens actieve burcht ligt ingegraven in de groenstructuur ten noorden van de voormalige fietsenstalling. De burcht is diep weggestopt in de groenstructuur, waardoor deze pas tijdens een latere onderzoeksronde is vastgesteld. De burcht bestaat uit meerdere pijpen, met één duidelijk brede pijp. De tweede cameraval (positie 2: fietsenstalling) was gericht op deze pijp inclusief de wissels voor deze uitgang. In de periode dat de camera gedraaid heeft op deze positie is de das op dertien verschillende datums vastgelegd. De waarnemingen zijn tussen 15:15 en 05:45 uur gedaan.

De tijden komen overeen met de momenten waarop dassen hun verblijfplaats verlaten of terugkeren. Dit is te zien op de beelden, waarop de das in of uit de pijp gaat. Op sommige dagen is de das zowel vroeg in de ochtend bij het terugkeren naar en vroeg op de avond (einde middag) bij het verlaten van de burcht vastgelegd. Hierdoor is geconcludeerd dat het een actieve burcht betreft. Op basis van de beelden en daaraan gekoppelde tijdstippen gaat het vermoedelijk om één individu. Egel De egel is eenmalig tijdens ter plaatse waargenomen tijdens de eerste najaarsronde van het vleermuisonderzoek. Konijn Het konijn is driemaal op de cameraval (positie 2: fietsenstalling) vastgelegd. Daarnaast zijn op een viertal locaties mogelijke burchten vastgesteld op basis van het sporenonderzoek. Dit waren holen die groot genoeg zijn voor het konijn. Daarnaast is op één locatie verse uitwerpselen gevonden. Steenmarter De gebouwen op het terrein zijn tijdens de Quickscan reeds als geschikt beoordeeld op basis van openingen in deuren en ramen en de aanwezigheid van verse en oude uitwerpselen in nagenoeg ieder gebouw. Tijdens de verschillende onderzoeken is slechts eenmalig een steenmarter vastgesteld tijdens de tweede voorjaarsronde van het vleermuisonderzoek. Vos Van de vos zijn op twee locaties uitwerpselen gevonden.

Daarnaast is de vos op tijdens de eerste twee voorjaarsronden van het vleermuisonderzoek. De vos bleef hier gedurende de avond rond dezelfde plaats, waarbij deze blafte en huilde. De reden hiervoor is onbekend. Doordat het gedrag nabij de later vastgestelde dassenburcht plaats vond, is het niet uit te sluiten dat de dassenburcht tevens als verblijfplaats dient voor de vos. Als laatst is de vos op drie verschillende momenten vastgelegd op de cameraval (positie 1: tennisbaan). Dit waren enkel passerende dieren die vlak voor de camera langs liepen. Huisdieren Naast de wilde zoogdieren is op cameraval (positie 1: tennisbaan) tweemaal een huiskat en (positie 2: fietsenhok) eenmaal een hond vastgelegd. Resultaten Das & Boom De waarnemingen van de cameravallen van de stichting Das & Boom komen overeen met de resultaten van het camera- en sporenonderzoek. Door de eerste cameraval (positie 1: wildwissel nabij tennisbaan) zijn de das, steenmarter en vos vastgelegd. Door de tweede cameraval (positie 2: wildwissel nabij fietsenstalling) zijn de das, konijn, steenmarter en vos vastgelegd. De verschillende soorten zijn hier in twee richtingen vastgesteld, wat het vermoeden bevestigd dat deze soorten op deze locaties het plangebied betreden en verlaten. Net als op de cameravallen van Arcadis zijn meerdere huisdieren (honden en katten) vastgelegd op de cameravallen van Das & Boom.

In 2023 zijn voor het eerst twee dassen tegelijkertijd vastgesteld op de camera. De beelden vertoonden intiem gedrag bestaande uit elkaar verzorgen en uiteindelijk ook paren. Sindsdien zijn de dassen wekelijks vastgelegd, waarbij beide dieren druk bezig zijn met het uitbreiden van de burcht. Dit vindt tot op heden nog altijd plaats. Uitgangspunt is dat begin 2024 dan ook jongen geboren zullen worden.

17

Onze referentie: D10041263:62 - Datum: 24 oktober 2023 - Public

ACTIVITEITENPLAN VOORMALIG PHILIPSTERREIN ROERMOND

Gezamenlijk bezoek Arcadis en Das & Boom Naar aanleiding van de recente ontwikkelingen van het dassenpaar en de zoektocht naar een oplossing om de dassen in het plangebied te behouden, hebben de projectleden van Arcadis en een expert van Stichting Das & Boom samen het plangebied op 6 september 2023 beoordeeld. Daarbij is vastgesteld dat het plangebied in de huidige situatie hoofdzakelijk een verblijf- en rustfunctie heeft voor de dassen. Het foerageergebied ligt buiten het plangebied in (volks)tuinen, (paarden)weides en andere groenstroken rondom het plangebied.

4.2

Conclusie soortgericht onderzoek

In het plangebied zijn beschermde functies van vier beschermde soorten vastgesteld: • Das: één actieve burcht met twee individuen (in 2024 hoogstwaarschijnlijk jongen) en één inactieve vluchtpijp vastgesteld binnen het plangebied. • Gewone dwergvleermuis: drie zomerverblijfplaatsen en negen paarterritoria. • Steenmarter: verblijfplaatsen in alle gebouwen. • Teunisbloempijlstaart: één voortplantingslocatie. Daarnaast zijn van de vleermuissoorten laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis enkele passerende en/of foeragerende individuen vastgesteld. Van algemeen voorkomende soorten komen de volgende soortgroepen voor in het plangebied: • Amfibieën. • Broedvogels. • Zoogdieren. Overige beschermde soorten en functies zijn uitgesloten in het plangebied.

18

Onze referentie: D10041263:62 - Datum: 24 oktober 2023 - Public

ACTIVITEITENPLAN VOORMALIG PHILIPSTERREIN ROERMOND

5

Effectbeoordeling en toetsing Wnb

In dit hoofdstuk wordt per relevante soort(groep) beschreven in hoeverre de voorgenomen werkzaamheden een negatief effect hebben op de aanwezige en te verwachten beschermde soorten. Daarna worden de vastgestelde effecten getoetst aan de Wnb alvorens mitigerende en compenserende maatregelen zijn toegepast.

5.1

Effectbeoordeling

In de effectbeoordeling wordt onderscheid gemaakt tussen korte- en lange termijneffecten van de werkzaamheden in het kader van de transformatie van het plangebied. Per soort(groep) worden de effecten hieronder beschreven. Das en steenmarter Negatieve effecten op de das en steenmarter als gevolg van de werkzaamheden zijn als volgt: • Korte termijn: verstoring en sterfte van individuen en verstoring van verblijfplaatsen. • Korte termijn: (tijdelijk) verlies van verblijfplaatsen. Hierbij bestaat de kans dat de lokale populatie minder geschikte verblijfsmogelijkheden ter beschikking heeft en dus gevoeliger is voor overige veranderingen binnen de deelpopulaties. • Lange termijn: de ingreep leidt tot een toename in menselijke activiteiten, waardoor het plangebied mogelijk minder geschikt of ongeschikt is als leefgebied voor de soorten. Gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis Negatieve effecten op vleermuizen als gevolg van de werkzaamheden zijn als volgt: • Korte termijn: verstoring en sterfte van individuen en verstoring van verblijfplaatsen (gewone dwergvleermuis). • Korte termijn: (tijdelijk) verlies van verblijfplaatsen (gewone dwergvleermuis). Hierbij bestaat de kans dat de lokale populatie minder geschikte verblijfsmogelijkheden ter beschikking heeft en dus gevoeliger is voor overige veranderingen binnen de deelpopulatie.

• Lange termijn: de ingreep leidt niet tot aantasting van foerageergebied en vliegroutes en daarmee niet tot een negatief effect op de functionaliteit van buiten het projectgebied gelegen verblijfplaatsen en lokale populaties (alle soorten). Teunisbloempijlstaart Negatieve effecten op de teunisbloempijlstaart als gevolg van de werkzaamheden zijn als volgt: • Korte termijn: verstoring en sterfte van individuen en verdwijnen van waardplanten. • Korte termijn: (tijdelijk) verlies van waardplanten. Hierbij bestaat de kans dat de lokale populatie minder geschikte voortplantingsmogelijkheden ter beschikking heeft en dus gevoeliger is voor overige veranderingen binnen de deelpopulatie. • Lange termijn: herinrichting van het plangebied leidt mogelijk tot het verdwijnen van geschikte standplaatsen voor de waardplanten van de vlinder en daarmee tot het verdwijnen van geschikte voortplantingsmogelijkheden. Algemeen voorkomende amfibieën, broedvogels en zoogdieren Mogelijk is sprake van negatieve effecten op algemeen voorkomende grondgebonden soorten zoogdieren en amfibieën en op algemene broedvogels zonder jaarrond beschermde nesten. • Korte termijn: verstoring en sterfte van individuen en verstoring van verblijfplaatsen van algemeen voorkomende amfibieën, vissen en zoogdieren.

• Korte termijn: verstoring en sterfte van individuen en verstoring van nestlocaties van algemene broedvogels bij werkzaamheden in het broedseizoen. • Lange termijn: tijdelijk en permanent verlies van nestlocaties van algemene broedvogels. Hiermee bestaat de kans dat de lokale populatie minder geschikte verblijfsmogelijkheden ter beschikking heeft en dus gevoeliger is voor overige veranderingen binnen de deelpopulatie.

5.2

Toetsing Wet natuurbescherming

De algemene broedvogels behoren tot de categorie Vogelrichtlijn van de Wnb (Art. 3.1 Wnb) en de vleermuizen en teunisbloempijlstaart tot de categorie Habitatrichtlijn (Art. 3.5 Wnb). De das, steenmarter en algemene amfibieën en zoogdieren behoren tot de categorie ‘andere soorten’ (Art. 3.10 Wnb), zie bijlage A voor een verklaring van de beschermingscategorieën.

19

Onze referentie: D10041263:62 - Datum: 24 oktober 2023 - Public

ACTIVITEITENPLAN VOORMALIG PHILIPSTERREIN ROERMOND

Op grond van de in de vorige paragraaf beschreven effecten, vindt mogelijk overtreding plaats van verbodsbepalingen van de Wnb, zie Tabel 3, Tabel 4 en Tabel 5. De provincies en het Rijk hebben in hun verordeningen uit de lijst van ‘Andere soorten’ diersoorten aangewezen waarvoor een vrijstelling geldt en dus geen ontheffing van verbodsbepalingen voor hoeft te worden aangevraagd. Voor de steenmarter en algemene amfibieën, vissen en zoogdieren geldt binnen de Provincie Limburg deze (periodieke) vrijstelling. Voor de steenmarter is geldt een vrijstellingsperiode van buiten het kraamseizoen: vrijgesteld in de periode van 15 augustus t/m februari. Daarbuiten is de soort niet vrijgesteld en dienen mitigerende en/of compenserende maatregelen opgenomen te worden. De andere algemene soorten zijn jaarrond vrijgesteld en deze zijn in de toetsing verder niet meer meegenomen. Voor deze soorten blijft wel de zorgplicht van kracht. Tabel 3. Toetsing effecten aan de verbodsbepalingen van de beschermingsregime ‘Vogelrichtlijn’ van de Wnb.

Vogelrichtlijnsoorten:

Verbodsartikelen:

Algemene broedvogels

Bescherming: Categorie 5

Art. 3.1.1

Art. 3.1.2

X

Art. 3.1.3

Art. 3.1.4

Art. 3.1.5

X

Art. 3.1.1: Het is verboden vogels te doden of te vangen. Art. 3.1.2: Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Art. 3.1.3: Het is verboden eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben. Art. 3.1.4: Het is verboden vogels opzettelijk te storen. Art. 3.1.5: Het verbod om te verstoren is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Tabel 4. Toetsing effecten aan de verbodsbepalingen van de beschermingsregime ‘Habitatrichtlijn’ van de Wnb.

Habitatrichtlijnsoorten:

Verbodsartikelen:

Art. 3.5.1

Art. 3.5.2

Vleermuizen

Bescherming: HR IV

X

X

Teunisbloempijlstaart

Bescherming: Bern II, HR IV

X

X

Art. 3.5.3

Art. 3.5.4

Art. 3.5.5

X X

X

Art. 3.5.1: Het is verboden de dieren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Art. 3.5.2: Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren. Art. 3.5.3: Het is verboden eieren opzettelijk te vernielen of te rapen. Art. 3.5.4: Het is verboden voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. Art. 3.5.5: Het is verboden planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Tabel 5. Toetsing effecten aan de verbodsbepalingen van de beschermingsregime ‘Andere soorten’ van de Wnb.

Andere soorten:

Verbodsartikelen:

Art. 3.10.1a

Art. 3.10.1b

Das

Bescherming: Andere soorten

X

X

Steenmarter

Bescherming: Andere soorten

X

X

Art. 3.10.1c

Art. 3.10.1a: Het is verboden in het wild levende soorten opzettelijk te doden of te vangen. Art. 3.10.1b: Het is verboden vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Art. 3.10.1c: Het is verboden planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Door het voorgenomen renovatieproject worden aanwezige vogels en vleermuizen (enkel gewone dwergvleermuis) mogelijk gedood of verstoord en verdwijnen de nest-, rust- of verblijfplaatsen. De verbodsartikelen 3.1 lid 3, 4 en 5 zijn niet van toepassing, omdat geen eieren worden geraapt en geen verstoring van toepassing is waardoor de staat van instandhouding in het gedrang komt. Algemene soorten broedvogels zijn in staat alternatieven in de omgeving, zoals groenstructuren langs de N280 en in stadsparken en tuinen, te vinden. De overige verbodsartikelen 3.5 lid 5 en 3.10 lid 1c zijn niet van toepassing, omdat geen beschermde plantensoorten aanwezig zijn in het plangebied. Voor alle in het wild levende soorten is de zorgplicht (Art.1.11) van kracht, zie bijlage A. Voor de algemene amfibieën en zoogdieren die mogelijk incidenteel in het plangebied voor komen geldt alleen de zorgplicht. Om de voorgenomen ingreep uit te kunnen voeren binnen de kaders van de Wnb, zijn maatregelen noodzakelijk om een negatief effect op individuele dieren, verblijfplaatsen en leefgebied te voorkomen.

In dit stadium kan reeds geconcludeerd worden dat voor de werkzaamheden, waarbij feitelijke verblijf- en voortplantingsplaatsen van de das, gewone dwergvleermuis, steenmarter en teunisbloempijlstaart verloren gaan, een ontheffingsprocedure noodzakelijk is, omdat verblijf- en voortplantingsplaatsen verloren gaan. 20

Onze referentie: D10041263:62 - Datum: 24 oktober 2023 - Public

ACTIVITEITENPLAN VOORMALIG PHILIPSTERREIN ROERMOND

6

Mitigatie- en compensatieplan

In dit hoofdstuk zijn de mitigerende maatregelen beschreven die noodzakelijk zijn om overtreding van de verbodsbepalingen zo veel als mogelijk te voorkomen en de compenserende maatregelen die nodig zijn om een aantasting van de gunstige staat van instandhouding te voorkomen. Het toepassen van deze maatregelen tijdens de uitvoering van de werkzaamheden is niet vrijblijvend.

6.1

Uitgangspunten

Dit mitigatie- en compensatieplan (hierna plan) is opgesteld voor de uitvoering van werkzaamheden zoals beschreven in hoofdstuk 2. Het plan is opgesteld voor de volgende beschermde soorten/soortgroepen: • Das: tijdens het soortgericht onderzoek naar zoogdieren is één actieve burcht met twee individuen (in 2024 hoogstwaarschijnlijk jongen) en één inactieve vluchtpijp vastgesteld binnen het plangebied. • Gewone dwergvleermuis: tijdens het soortgericht onderzoek naar vleermuizen zijn drie (winter en) zomerverblijfplaatsen en negen paarterritoria vastgesteld binnen het plangebied. • Steenmarter: tijdens het soortgericht onderzoek naar steenmarter zijn (bijna) alle gebouwen in het plangebied als geschikte verblijfplaats beoordeeld. • Teunisbloempijlstaart: tijdens het soortgericht onderzoek naar ongewervelden is één rups van de teunisbloempijlstaart vastgesteld in het plangebied. Daarnaast groeien verspreid over het terrein grote aantallen teunisbloemen die als waardplant dienen voor deze soort. • Incidenteel gebruiken de vleermuissoorten laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis het plangebied als foerageergebied of vliegroute. Daarnaast komen algemeen voorkomende amfibieën, broedvogels en overige grondgebonden zoogdieren voor of zijn deze niet uit te sluiten binnen het plangebied.

Bij de totstandkoming van het plan is gebruik gemaakt van de bepalingen uit de Kennisdocumenten van de das3 en gewone dwergvleermuis4 en vrij beschikbare (website) informatiebronnen over de steenmarter (Zoogdiervereniging.nl) en teunisbloempijlstaart (Vlinderstichting.nl). Afwijkingen van deze documenten zijn ecologisch onderbouwd en gemotiveerd. Voor het plan met betrekking tot de das is het in samenwerking met de expert van Stichting Das & Boom opgesteld. In het plan wordt gestreefd naar volledige mitigatie en compensatie van de nest-, verblijf- en voortplantingsplaatsen om daarmee overtreding van Artikel 3.1 lid 2 en 3.5 lid 4 te kunnen voorkomen. Hetzelfde geldt voor het voorkomen van effecten op individuen, waarvoor maatregelen worden getroffen om overtreding van Artikel 3.1 lid 1, 3.5 lid 1, 2 en 3 te voorkomen. Het doel van het treffen van de maatregelen is dan ook tweeledig, namelijk: • Het beperken en voorkomen van negatieve effecten op individuen en; • Het behouden van voldoende functioneel leefgebied. Voor ecologische aspecten bestaan de uitgangspunten uit: • Toepassen richtlijnen vanuit de Kennisdocumenten das en gewone dwergvleermuis. • Behoud van functionaliteit leefgebied en verblijfplaatsen van beschermde soorten om daarmee negatieve effecten en overtreding van de verbodsbepalingen van de Wnb zoveel mogelijk te voorkomen.

• Het broedseizoen van algemene broedvogels loopt globaal van 15 maart tot 15 augustus. • Het voortplantingsseizoen van de das loopt van december t/m juni. • Het voortplantingsseizoen van de steenmarter loopt van maart tot 15 augustus. • De gewone dwergvleermuis is vanaf begin april actief bij gunstige avond- en nachttemperaturen. Vanaf medio mei tot eind juli vormen vleermuizen zogenaamde kraamgroepen en zijn ze extra gevoelig voor verstoring. Vanaf augustus tot november zijn vleermuizen nog actief met sociale functies als balts en voortplanting. Vanaf november tot april zijn de meeste individuen in winterrust, incidenteel korte activiteiten is bij gunstige omstandigheden gebruikelijk. • De teunisbloempijlstaart vliegt en legt eieren op de waardplanten in de periode mei t/m juni, de rups is actief op de waardplanten in de periode juni t/m september en de pop overwintert in de strooisellaag van september t/m april.

3 4

BIJ12 (2017) – Kennisdocument Das Meles – Versie 1.0, juli 2017. BIJ12 (2017) – Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus – Versie 1.0, juli 2017.

21

Onze referentie: D10041263:62 - Datum: 24 oktober 2023 - Public

ACTIVITEITENPLAN VOORMALIG PHILIPSTERREIN ROERMOND

Voor de werkzaamheden bestaan de uitgangspunten uit: • Werkzaamheden bestaan uit de transformatie van het plangebied, waarbij (delen van) een aantal gebouwen gesloopt worden en andere gebouwen getransformeerd worden. Het terrein wordt opnieuw ingericht met deels woningen, bedrijven en stedelijke voorzieningen zoals parkeerplaatsen, een stadspark en winkels. • Planning werkzaamheden zie paragraaf 6.2.8. • De werkzaamheden worden uitgevoerd onder begeleiding van een deskundige op het gebied van de betreffende soort.

6.2

Maatregelen

6.2.1

Algemeen

Hieronder zijn algemene maatregelen opgenomen: • In het kader van alle (Wnb beschermde) soorten, dienen de werkzaamheden te worden uitgevoerd met in acht name van de algemene zorgplicht (Art. 1.11). Indien soorten aanwezig zijn wordt in overleg met een deskundig ecoloog, al dan niet in samenspraak met dierenambulance, bepaald welke maatregelen getroffen dienen te worden. • Stel voorafgaand aan de start van de werkzaamheden een ecologisch werkprotocol op. Hierin worden de eisen om overtreding te voorkomen kort opgesomd. Daarnaast worden de toe te passen maatregelen per soort(groep) nader uitgewerkt. • Lever na oplevering van het werk door de aannemer een beknopt logboek met eindevaluatie op ter onderbouwing van het naleven van het mitigatieplan door de betrokken partijen. • Een kopie van het ecologisch werkprotocol en de ontheffing zijn aanwezig op de uitvoerderskeet bij de aannemer op de bouw en in het bezit van de betrokken partijen. Indien er door een daartoe bevoegd persoon gevraagd wordt naar dit document kan deze ter verantwoording van de werkzaamheden worden getoond.

6.2.2

Algemene broedvogels

Indien noodzakelijk wordt de begroeiing op de werklocaties voor de start van de werkzaamheden en buiten de kwetsbare periode (zie Tabel 6) in afstemming met een deskundig ecoloog gesnoeid en verwijderd. De werklocaties worden daarna vrijgehouden van geschikte nestmogelijkheden gedurende de werkzaamheden. Tabel 6. Kwetsbare periode algemene broedvogels (conform soortenstandaard en natuurkalender LNV-loket); rood = kwetsbare periode; geen werkzaamheden, groen = voorkeursperiode.

jan

feb

mrt

apr

mei

jun

jul

aug

sep

okt

nov

dec

Algemene broedvogels

Deze perioden kunnen jaarlijks afwijken afhankelijk van de lokale klimatologische en meteorologische omstandigheden voorafgaand en tijdens de werkzaamheden. Een deskundige op het gebied van de betreffende soorten moet de exacte periode van voortplanting aangeven indien er strak rond de kwetsbare periodes wordt gepland.

6.2.3

Das

De maatregelen voor de das zijn in samenwerking met Stichting Das en Boom tot stand gekomen. Onderstaande beschrijving is gezamenlijk opgesteld: Uitgangspunt Uitgangspunt van de plannen is het creëren van woonplek voor de dassen in combinatie met de transformatieplannen, zodanig dat de dassen kunnen blijven wonen op het complex en kunnen blijven foerageren in hun bestaande territorium (woonwijken rond het complex). Om dat te bereiken moet de ecologische functionaliteit van deze woonplek gewaarborgd blijven, met andere woorden, alle functies die noodzakelijk zijn voor het ecologisch kunnen functioneren moeten behouden blijven of functioneel worden gecompenseerd. 22

Onze referentie: D10041263:62 - Datum: 24 oktober 2023 - Public

ACTIVITEITENPLAN VOORMALIG PHILIPSTERREIN ROERMOND

1. 2. 3. 4.

Een veilig onderkomen Voldoende rust Voldoende uitwisselingsmogelijkheden Voldoende foerageermogelijkheden

Bovenstaande criteria staan niet los van elkaar en zijn betrekkelijk; ze zijn sterk afhankelijk van de situatie waarin de dassen zich momenteel bevinden. Het begrip ‘voldoende rust’ heeft voor dassen die midden op de Veluwe wonen een andere inhoud dan dassen die naast het spoor wonen. In dit geval gaat het om dassen die zich midden in Roermond gevestigd hebben op een voormalig bedrijventerrein en hun voedsel voornamelijk verzamelen in de omliggende woonwijken met hier en daar wat groen. In Figuur 8 is de burcht in het plangebied rood omcirkeld en zijn andere burchten in de omgeving weergeven met rode pijlen.

Figuur 8. Bekende dassenburchten in en rondom het plangebied (Bron: Stichting Das & Boom).

Om zo goed mogelijk te kunnen voldoen aan de gestelde criteria worden de volgende daarvoor noodzakelijke voorzieningen geboden in het plangebied: •

•

•

23

Het geplande podium wordt op minimaal 1 meter boven de burcht gerealiseerd nabij de bestaande ingangen van de burcht. Daarbij wordt het podium zo geconstrueerd dat het aantal noodzakelijke fundaties geminimaliseerd wordt om zo min mogelijk in de grond te hoeven boren en trillingen tijdens de uitvoering en in de gebruiksfase te beperken. Daarbij worden de bestaande bomen op hoogte afgezaagd, waardoor de wortels in de grond blijven zitten en de burcht zo min mogelijk beschadigd. Aansluitend wordt op een gebied van circa 8 x 25 meter leefgebied gecreëerd voor de das met voldoende dekking (struiken). Daarbij wordt een afscheiding rondom gerealiseerd om de dassenburcht inclusief leefgebied af te scheiden van de omgeving (zie Figuur 9 en Figuur 10). Deze ruimte is nodig om de dassen een veilige uitgang te bieden uit hun burcht, waar ze met hun scherp gehoor- en reukvermogen de buitenwereld kunnen proeven (‘zekeren’) en ‘inschatten’ of ze ongestoord kunnen gaan foerageren. Om verdere betreding van de dassenburcht te voorkomen wordt aan het einde van het podium (boven de bestaande ingang van de dassenburcht) een afscheiding geplaatst. Om dezelfde reden moet ook de voorzijde onder het podium tot aan het maaiveld worden afgesloten.

Luchtverversing onder het podium kan bereikt worden door de zijkanten van het podium aan de onderzijde af te sluiten met een lage haag, aangevuld met een raster.

Onze referentie: D10041263:62 - Datum: 24 oktober 2023 - Public

ACTIVITEITENPLAN VOORMALIG PHILIPSTERREIN ROERMOND

Figuur 9. Bovenaanzicht van nieuwe situatie met bestaande burcht onder het podium, leefgebied aan de zuidzijde en nieuwe burcht met vijf kamers aan de zuidzijde van het plangebied. De burchten staan in verbinding middels een tunnel.

Figuur 10. Impressie van de nieuwe situatie van de bestaande burcht met leefgebied onder podium links en nieuwe burcht rechts. Daartussen ligt een tunnel die de burchten verbindt. •

•

•

•

24

Voor de toegang naar het gebied wordt vanuit dit gebied bij het podium de omgeving toegankelijk door het realiseren van verscholen openingen met een diameter van 30x30 cm of 30 cm diameter op een aantal nader te bepalen plekken, zoveel mogelijk aansluitend op bestaande of nieuw gecreëerde dekking. Tijdens de aanleg van het podium en het leefgebied wordt de omgeving van de hoofdburcht zo weinig mogelijk betreden om de bestaande geursporen zoveel mogelijk intact te laten en zoveel mogelijk van de bestaande vegetatie te sparen. Als alternatief voor de bestaande hoofdburcht, mogelijk op momenten van meer activiteit rond en op het podium en tijdens de aanlegfase, wordt er nabij een kunstburcht aangelegd met 5 kamers (zie Figuur 9 en Figuur 10). Om dezelfde reden als die gelden bij de hoofdburcht wordt ook hier bij de kunstburcht een veilig gebied gecreëerd. Het gebied voor de kunstburcht is minimaal 11 x 35 m. De kunstburcht wordt samengesteld uit ongeglazuurde gres buizen en hardhouten kamers (zie Figuur 11). Onze referentie: D10041263:62 - Datum: 24 oktober 2023 - Public

ACTIVITEITENPLAN VOORMALIG PHILIPSTERREIN ROERMOND

Figuur 11. Geglazuurde gresbuizen en hardhouten kamers. •

Om te voorkomen dat de terp ver (>100 cm) boven de omheining uitsteekt worden de kamers onder het maaiveld aangelegd (zie Figuur 12). Met voor een constant binnenklimaat in de kamers noodzakelijke gronddekking van ca 120 cm wordt de terp dus ruim één meter hoog (normaal is dat circa 230 cm).

Figuur 12. Doorsnede nieuwe dassenburcht gedeeltelijk onder maaiveld. •

•

•

•

•

•

•

In de ongeglazuurde gresbuizen wordt een laagje zand aangebracht om het betreden van de burcht voor de dassen zo natuurlijk mogelijk te maken. Om verschuiving van het zand te voorkomen worden de buizen onder een hoek van max circa 10o aangelegd. Het laatste gedeelte van de pijp via een 30o gresbocht afwaterend naar buiten aangelegd om inwater van regenwater te voorkomen. Deze bocht is ook noodzakelijk om inkijk in de burcht te voorkomen, iets wat in dassen in hun eigen burchten ook altijd vermijden door na circa 1 meter een bocht aan te leggen. Vanuit het omheinde gebiede rond de kunstburcht kunnen de dassen via openingen aan de zijkant naar binnen en naar buiten. Deze openingen sluiten aan op de dekking van een haag, die rond het hele terrein wordt aangelegd. De dassen kunnen via de dekking van die haag het terrein op verschillende plekken verlaten om vandaaruit de hen al bekende foerageerbieden te kunnen bereiken. De hoofdburcht en de kunstburcht worden verbonden via een tunnel, om uitwisseling onderling te verbeteren (niet gehinderd door auto’s tussen de beide gebieden) en een veilige route tussen de hoofdburcht en de randen van het terrein te realiseren. In de tunnel zijn twee inspectieputten opgenomen, die voorkomen dat er water in de horizontale buis onder de weg kan komen (drainage in de putten).

De buizen (doorsnede 30 cm) moet op minimaal 75 cm, beter 100 cm onder de weg worden aangelegd om beschadiging door belasting van het verkeer te voorkomen. Omdat de kunstburcht op betrekkelijk korte afstand van de hoofdburcht wordt aangelegd en sommige werkzaamheden onvermijdelijk nabij de hoofdburcht én de kunstburcht plaatsvinden wordt mogelijk een tweede kleine tijdelijke kunstburcht aangelegd op grotere afstand van de werkzaamheden (zoekgebied ligt op circa 90 meter ten westen van de bestaande en nieuwe burcht bij een bestaand voormalig transformatorhuisje. Na aanleg van de eerste kunstburcht wordt dit nog beoordeeld met Stichting Das & Boom. De nieuwe burcht kan aangelegd worden zonder de hoofdburcht te verstoren. Het huidige terrein is op vele wijze gebruikt van parkeerplaats tot grondopslag. De afstand tot de huidige burcht is circa 25-30 meter en wordt in de huidige situatie door de voormalige fietsenstalling gescheiden van het huidige parkeerterrein. De groenstructuren, die langs de randen van het plangebied worden gerealiseerd, hebben een belangrijke functie voor de das om van daaruit hun vertrouwde foerageergebied te kunnen bereiken. Rondom worden groenstructuren zoals meidoornhagen aangelegd om verbinding met de omgeving van het plangebied te vergroten.

Planning en fasering Voor de uitvoering is een fasering in de werkzaamheden van zeer groot belang. De kunstburcht(en) inclusief tunnel kunnen per ommegaande gerealiseerd worden. De werkzaamheden aan en nabij de bestaande burcht kan enkel buiten de gevoelige periode (voortplantingsperiode) van de das plaatsvinden (zie Tabel 7). Om verstoring te beperken worden de werkzaamheden rondom de bestaande burcht zoveel als mogelijk gecombineerd. Daarbij wordt de 25

Onze referentie: D10041263:62 - Datum: 24 oktober 2023 - Public

ACTIVITEITENPLAN VOORMALIG PHILIPSTERREIN ROERMOND

definitieve inrichting en maatregelen vooraf afgestemd met Stichting Das & Boom en vastgelegd in een ecologisch werkprotocol dat gedeeld wordt met het bevoegd gezag. Pas na akkoord van alle partijen starten de werkzaamheden rondom de bestaande burcht. In de tussenliggende periode kunnen de dassen wennen aan de nieuwe kunstburcht(en) inclusief tunnel. Tabel 7. Kwetsbare periode das (conform kennisdocument); rood = kwetsbare periode; geen werkzaamheden, oranje = wel actief maar minder kwetsbare functie t.o.v. voortplanting en groen = incidenteel gebruikte en beperkt kwetsbare functie.

Jan

Feb

Mrt

Apr

Mei

Jun

Jul

Aug

Sep

Okt

Nov

Dec

Das Voortplanting Gebruik burcht Gebruik Vluchtpijp

6.2.4

Gewone dwergvleermuis

In Tabel 8 en Tabel 9 staan de vereiste maatregelen voor de gewone dwergvleermuis op een rij. De eisen volgen uit het Kennisdocumenten van de gewone dwergvleermuis. Verder is de natuurkalender met gevoelige periode opgenomen waarmee rekening gehouden moet worden tijdens de voorbereiding en in de uitvoering (zie Tabel 10). Tabel 8. Voorbereiding; planning en werkzaamheden m.b.t. gewone dwergvleermuis.

Voorbereiding

Maatregelen gewone dwergvleermuis

Doel en functie

Voldoen aan de zorgplicht (artikel 1.11 Wnb) en voorkomen van overtreding van de verbodsbepalingen uit artikel 3.5 van de Wnb: maatregelen om doden en verwonden van individuen zo veel als redelijkerwijs mogelijk is te voorkomen. Waarborgen dat de gunstige staat van instandhouding niet in gedrang komt. Voorkomen van negatieve effecten op individuen tijdens de uitvoering.

Juridische status

Ter voorkoming van overtreding van de artikelen 1.11 en 3.5 van de Wnb.

Planning

Afhankelijk van start en doorlooptijd wordt bepaald of werken in Werkzaamheden vinden jaarrond fases noodzakelijk en mogelijk is. in verschillende fases plaats.

Voorbereiding

Voorafgaand aan het actieve seizoen worden alternatieve Tijdelijke kasten zijn voor een deel verblijfplaatsen gerealiseerd op aanwijzing van een deskundige voorafgaande aan het actieve ecoloog. seizoen van 2021 (voor april) geplaatst. Tijdig voorafgaand aan de werkzaamheden worden de Moment en wijze van ontmoedigen verblijfplaatsen ongeschikt gemaakt. Minimaal drie dagen (met wordt opgenomen in ecologisch avondtemperaturen boven 10°C) van tevoren. Een werkprotocol (april of septembervleermuisdeskundige moet worden ingeschakeld om de best oktober). passende methode te bepalen, uit te voeren en te controleren.

Gewenning

Voor tijdelijke vervanging van (winter- en) zomerverblijfplaatsen: gewenningsperiode van minimaal drie maanden waarin de gewone dwergvleermuizen actief zijn.

Tijdelijke kasten zijn voor een deel voorafgaande aan het actieve seizoen van 2021 (voor april) geplaatst.

Voor tijdelijke vervanging van paarverblijfplaatsen: Tijdelijke kasten zijn voor een deel gewenningsperiode van minimaal 6 maanden voorafgaand aan voorafgaande aan het actieve het paarseizoen. seizoen van 2021 (voor april) geplaatst. Tabel 9. Uitvoering; planning en werkzaamheden m.b.t. gewone dwergvleermuis.

Uitvoering

Maatregelen gewone dwergvleermuis

Doel en functie

Voldoen aan de zorgplicht (artikel 1.11 Wnb) en voorkomen van overtreding van de verbodsbepalingen uit artikel 3.5 van de Wnb: maatregelen om doden en verwonden van individuen zo veel als redelijkerwijs mogelijk is te voorkomen. Waarborgen dat de gunstige staat van instandhouding niet in gedrang komt. Voorkomen van negatieve effecten op individuen tijdens de uitvoering.

26

Onze referentie: D10041263:62 - Datum: 24 oktober 2023 - Public

ACTIVITEITENPLAN VOORMALIG PHILIPSTERREIN ROERMOND

Juridische status

Ter voorkoming van overtreding van de artikelen 1.11 en 3.5 van de Wnb.

Verblijfplaatsen Aantal

Tijdelijk: Vier verblijfplaatsen per te verstoren individuele verblijfplaats van gewone dwergvleermuis.

4 x 12 = 48 tijdelijke verblijfplaatsen.

Permanent: Vier verblijfplaatsen per te verstoren individuele verblijfplaats van gewone dwergvleermuis.

4 x 12 = 48 permanente verblijfplaatsen.

Type tijdelijk

Unitura VMT3 Unitura VMT1 Unitura overig Unitura VMT1

16 geplaatst in maart 2021; 4 geplaatst in maart 2021; 4 geplaatst in maart 2021; 24 te plaatsen voorafgaande aan volgende fase in achtneming met de gewenningsperiode

Type permanent

Inmetselkasten Unitura type VMPM1 of vergelijkbaar.

48 verblijfplaatsen worden ingemetseld in de nieuwe bebouwing.

Locatie en overige Locatie tijdelijke verblijfplaatsen binnen het kerngebied van de Instructie met locaties zijn van de eisen groep, bij voorkeur binnen 100 à 200 meter van de eerste voorzieningen zijn oorspronkelijke verblijfplaats. opgenomen in Bijlage C. Instructies voor de overige locaties worden opgenomen in het ecologisch werkprotocol of later aangevuld en opgenomen in het ecologisch logboek Permanente verblijfplaatsen binnen het plangebied en bij voorkeur op dezelfde locaties als de oorspronkelijke verblijfplaats met een vergelijkbare spreiding in het gebouw en zoveel mogelijk dezelfde eigenschappen (materiaalsoort, volume en bufferwaarde).

Instructie met locaties worden opgenomen in het ecologisch werkprotocol of later aangevuld en opgenomen in het ecologisch logboek

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=884bf8d5-8e16-462e-9e93-53922a5379b4