Bijlage 3 – concept regels met bijlagen ‘bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand)’
Tekst van het document
11.5.2 Afwijkende bedrijfsactiviteiten Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 11.1 sub c voor het toestaan van een bedrijf dat niet is opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten, mits de aard en de omvang van de milieuhinder die dit bedrijf veroorzaakt gelijk kan worden gesteld met een bedrijf als genoemd in de Staat van bedrijfsactiviteiten dat conform de bepalingen van dit plan ter plaatse wel is toegestaan, onder voorwaarden dat: a. er geen onaanvaardbare milieubelasting voor derden ontstaat; b. bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling betrokken worden: geluid, geurproductie, stofuitworp en gevaar, waarbij tevens kan worden gekeken naar de verontreiniging van lucht en bodem, de diversiteit en het al dan niet continu karakter van het bedrijf en de visuele hinder en verkeersaantrekkende werking.
29
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Artikel 12 12.1
Wonen - 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, met bijbehorende voorzieningen zoals tuinen en erven, alsmede aan huis verbonden beroepen, met dien verstande dat het aantal woningen niet meer mag bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven en mits voldaan wordt aan het bepaalde in 17.2; b. bedrijfsuitoefening in de sector detailhandel, uitsluitend op de begane grond ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel', waarbij het bruto vloeroppervlak per vestiging niet minder mag bedragen dan 500 m2 en niet meer dan 2.500 m', en mits voldaan wordt aan het bepaalde in 17.2; c. bedrijfsuitoefening in de sector culturele & sociale programmering, uitsluitend op de begane grond ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - sector culturele & sociale progammering' en mits voldaan wordt aan het bepaalde in 17.2; met daaraan ondergeschikt: d. e. f. g. h. i.
kleinschalige evenementen; duurzame energievoorzieningen en verzamelpunten van duurzame energievoorzieningen; energieoplaadpunten; verhardingen; wegen; voet- en fietspaden; parkeervoorzieningen, waarbij ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' de parkeervoorzieningen tevens mogen worden ingevuld door middel van een parkeergarage; j. groenvoorzieningen; k. loopbruggen ter plaatse van of binnen een afstand van 1 meter uit de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - loopbrug'; l. overdekte laad- en losplaatsen. 12.2
Bouwregels
12.2.1 Algemeen a. Op of in de voor 'Wonen - 3' aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de onder 12.1 genoemde doeleinden. b. Een omgevingsvergunning voor het bouwen kan alleen worden verleend wanneer er, op basis van onderzoek van een deskundige, is aangetoond dat een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden met betrekking tot het aspect trillingshinder als gevolg van treinverkeer. Indien de te verwachten trillingsniveaus als gevolg van treinverkeer groter zijn dan de na te streven waarden zoals leidend ten tijde van vergunningverlening (vermeld in Richtlijn deel B 'Hinder voor personen in gebouwen door trillingen, Meet en beoordelingsrichtlijn' van de Stichting Bouwresearch), dient de haalbaarheid en aanvaardbaarheid van eisen/maatregelen te zijn onderzocht en verantwoord. 12.2.2 Gebouwen a. Gebouwen worden ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gebouwd, behoudens het bepaalde in artikel 16.2 aanhef en onder a, b en c. b. Het maximale bebouwingspercentage per bouwvlak bedraagt 100%, met dien verstande dat dit bebouwingspercentage vanaf de 1e verdieping maximaal 80% bedraagt. c. De toegestane bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal de op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' weergegeven maat. d. Voorzover het de zuidelijke bouwgrens betreft, dient de plint 3 meter uit die bouwgrens te worden gelegd. e.
Voor de parkeergarage geldt dat: 1. de bouwhoogte maximaal 3 meter bedraagt; 2. de verticale diepte gemeten vanaf het peil tot de afgewerkte vloer van het ondergrondse (deel
30
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
f.
van het) bouwwerk maximaal 6 meter bedraagt; Loopbruggen zijn toegestaan met inachtneming van het bepaalde in 16.2.
12.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3,00 meter, met uitzondering van: a. erfafscheidingen, waarbij de bouwhoogte voor de voorgevelrooilijn maximaal 1,00 meter bedraagt en achter de voorgevelrooilijn maximaal 2,00 meter. In afwijking hiervan mag bij hoekpercelen de bouwhoogte van de erfafscheiding aan één wegzijde voor de voorgevelrooilijn maximaal 2,00 meter bedragen, mits deze ten minste 1,00 meter achter de perceelsgrens wordt geplaatst. b. kunstwerken en verlichtingsarmaturen, waarvan de bouwhoogte maximaal 8 meter bedraagt. 12.3
Afwijken van de bouwregels
12.3.1 Afwijken ten behoeve van een grotere bouwhoogte parkeergarage Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 12.2.2 sub e onder 1 voor bouwen van een hogere parkeergarage, onder de voorwaarden dat: a. er geen fundamentele inbreuk op de stedenbouwkundige en architectonische uitgangspunten en structuren wordt gepleegd b. er vanuit stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaren bestaan en er sprake moet zijn van een goede of doelmatige functionele, stedenbouwkundige, bouwkundige of architectonische inpassing. c. belangen van derden niet onevenredig worden aangetast; d. er compensatie in groen, dan wel klimaatadaptieve maatregelen in, aan of op het gebouw moet worden getroffen. e. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 6 meter. 12.3.2 Afwijken ten behoeve van erfafscheidingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 12.2.3 sub a voor het plaatsen van erfafscheidingen op de perceelsgrens bij hoekpercelen, onder de voorwaarden dat: a. de erfafscheiding het vrije uitzicht van het wegverkeer niet mag belemmeren en voor het wegverkeer ook niet anderszins hinder of gevaar mag opleveren; b. geen fundamentele inbreuk op de groene dan wel open structuur pleegt; c. er geen fundamentele inbreuk op de stedenbouwkundige en architectonische uitgangspunten en structuren wordt gepleegd; d.
er vanuit stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaren bestaan en er sprake moet zijn van een goede of doelmatige functionele, stedenbouwkundige, bouwkundige of architectonische inpassing; e. er compensatie in groen dan wel klimaatadaptieve maatregelen in, aan of op het gebouw moet worden getroffen. 12.4
Specifieke gebruiksregels
a. Vanaf de 1e verdieping dient ten minste 20% van het bouwvlak te bestaan uit buitenruimten en daktuinen. b. Tot een strijdig gebruik van de gronden wordt in elk geval begrepen het gebruik van gronden en opstallen ten behoeve van een supermarkt. 12.5
Afwijken van de gebruiksregels
12.5.1 Kleine economie Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 12.1 sub a voor de uitoefening van bedrijven, vallende onder de kleine economie (Bijlage 3), met dien verstande dat: a. geen onevenredige hinder mag worden toegebracht aan de kwaliteit van het woonmilieu; b. door de uitoefening van de activiteit het uiterlijk aanzien van de woning niet zodanig mag veranderen, dat het karakter ervan geheel of gedeeltelijk verloren gaat, dit houdt onder meer in dat er geen grote reclame-uitingen aan of bij de woning geplaatst mogen worden;
31
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
c. de oppervlakte van de woning welke voor de bedrijfsvoering wordt gebruikt, niet meer dan 50 % van de begane grond en maximaal 30 % van het totale vloeroppervlak van de woning en de bijgebouwen bedraagt en de totale oppervlakte van de activiteit niet meer bedraagt dan 25 m²; d. het niet zodanig verkeersaantrekkende activiteiten betreft, die de woonomgeving onevenredig belasten en ten gevolge waarvan extra verkeersmaatregelen, waaronder extra parkeerplaatsen, noodzakelijk worden, tenzij op eigen terrein gezorgd kan worden voor voldoende parkeervoorzieningen of in de omgeving voldoende beschikbare plaatsen zijn; e. de uitvoerder van de activiteiten op hetzelfde perceel woont; f. detailhandel alleen als ondergeschikte activiteit is toegestaan en uitsluitend van goederen die verband houden met de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning wordt verleend, behoudens het bepaalde in artikel 12.1 sub b; g.
activiteiten die op grond van het bepaalde in de Wet milieubeheer meldingsplichtig zijn of activiteiten die op grond van artikel 2.1 lid 1 onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vergunningplichtig zijn, in beginsel niet worden toegestaan, tenzij kan worden aangetoond dat geen overlast voor de omgeving op zal treden, waarbij maximaal bedrijven uit categorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in Bijlage 1 van deze planregels of daarmee qua aard en invloed op de woonomgeving vergelijkbare bedrijven worden toegestaan.
32
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Artikel 13 13.1
Woongebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen met bijbehorende voorzieningen zoals tuinen en erven, alsmede aan huis verbonden beroepen; met daarbij behorende: b. c. d. e. f. g.
verkeersvoorzieningen; groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; nutsvoorzieningen; kleinschalige evenementen.
13.2
Bouwregels
13.2.1 Algemeen a. Op of in de voor 'Woongebied' aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de onder 13.1 genoemde doeleinden. b. Een omgevingsvergunning voor het bouwen kan alleen worden verleend wanneer er, op basis van onderzoek van een deskundige, is aangetoond dat een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden met betrekking tot het aspect trillingshinder als gevolg van treinverkeer. Indien de te verwachten trillingsniveaus als gevolg van treinverkeer groter zijn dan de na te streven waarden zoals leidend ten tijde van vergunningverlening (vermeld in Richtlijn deel B 'Hinder voor personen in gebouwen door trillingen, Meet en beoordelingsrichtlijn' van de Stichting Bouwresearch), dient de haalbaarheid en aanvaardbaarheid van eisen/maatregelen te zijn onderzocht en verantwoord. 13.2.2 Gebouwen a. Het bouwen van nieuwe hoofdgebouwen en/of toevoegen van nieuwe woningen is binnen deze bestemming niet toegestaan, behoudens herbouw, waarbij de bouwregels zoals opgenomen in dit artikel van toepassing zijn; b.
De voorgevel van het hoofdgebouw wordt gelijk aan de voorgevel van de hoofdgebouwen op de belendende percelen binnen deze bestemming gesitueerd, met dien verstande dat, wanneer de voorgevels van de belendende percelen niet in dezelfde lijn zijn gelegen, de voorgevel van het hoofdgebouw wordt gesitueerd binnen de zone tussen de voorgevels op de belendende percelen; c. Ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' bedraagt de bouwhoogte van hoofdgebouwen ten hoogste de op de verbeelding weergegeven maat; d. De afstand van de hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrenzen dient voor vrijstaande gebouwen tenminste 2,50 meter en voor geschakelde gebouwen aan de niet aangebouwde zijde van het hoofdgebouw tenminste 2,50 meter te bedragen; e. Het maximale bebouwingspercentage bedraagt: 1. per bouwperceel voor woondoeleinden tot 200 m2 maximaal 70%; 2. per bouwperceel voor woondoeleinden tussen 200 m2 en 400 m2 maximaal 60%; 3. per bouwperceel voor woondoeleinden tussen 400 m2 en 600 m2 maximaal 50%; 4. per bouwperceel voor woondoeleinden groter of gelijk aan 600 m2 maximaal 40%. 13.2.3 Bijgebouwen a. Bijgebouwen worden tenminste 3,00 meter achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw geplaatst, tenzij het een aan de wegzijde gelegen open stallingsruimte voor personenauto's betreft; b.
Het totale grondoppervlak van bijgebouwen bedraagt per bouwperceel tot en met 700 m2 ten hoogste 70 m2, waarbij het bepaalde in artikel 13.2.2 onder f, van overeenkomstige toepassing is;
33
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
c. Het totale grondoppervlak van bijgebouwen bedraagt per bouwperceel groter dan 700 m2 ten hoogste 10% van de totale oppervlakte per bouwperceel, met en maximum van 200 m2, waarbij het bepaalde in artikel 13.2.2 onder f, van overeenkomstige toepassing is; d. De maximale goothoogte van bijgebouwen met een kap bedraagt 2,70 meter en de maximale bouwhoogte van bijgebouwen met een kap bedraagt 5,00 meter; e. De maximale bouwhoogte van bijgebouwen zonder kap bedraagt 3,00 meter; f. de goothoogte van bijgebouwen aansluitend aan het hoofdgebouw, bedraagt ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw. 13.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3,00 meter, met uitzondering van erfafscheidingen, waarbij de hoogte voor de voorgevelrooilijn maximaal 1,00 meter bedraagt en achter de voorgevelrooilijn maximaal 2,00 meter. In afwijking hiervan mag bij hoekpercelen de hoogte van de erfafscheiding aan één wegzijde voor de voorgevelrooilijn maximaal 2,00 meter bedragen, mits deze ten minste 1,00 meter achter de perceelsgrens wordt geplaatst; 13.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. artikel 13.2.2 sub a ten behoeve van de uitbreiding van hoofdgebouwen, mits: 1. door de uitbreiding het bestaand bebouwde oppervlak van het hoofdgebouw ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpplan met niet meer dan 20% wordt vergroot; 2. er geen fundamentele inbreuk op de stedenbouwkundige en architectonische uitgangspunten en structuren wordt gepleegd; 3. er vanuit stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaren bestaan en er sprake moet zijn van een goede of doelmatige functionele, stedenbouwkundige, bouwkundige of architectonische inpassing; 4. belangen van derden niet onevenredig worden aangetast; 5. er compensatie in groen dan wel klimaatadaptieve maatregelen in, aan of op het gebouw moet worden getroffen. b. artikel 13.2.4 sub a, voor het plaatsen van erfafscheidingen op de perceelsgrens bij hoekpercelen onder de voorwaarden dat de erfafscheiding: 1. het vrije uitzicht van het wegverkeer niet mag belemmeren en voor het wegverkeer ook niet anderszins hinder of gevaar mag opleveren; 2. geen fundamentele inbreuk op de groene dan wel open structuur pleegt. 13.4
Afwijken van de gebruiksregels
13.4.1 Kleine economie Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder artikel 13.1 voor de uitoefening van bedrijven, vallende onder de kleine economie (Bijlage 3), met dien verstande dat: a. geen onevenredige hinder mag worden toegebracht aan de kwaliteit van het woonmilieu; b. door de uitoefening van de activiteit het uiterlijk aanzien van de woning niet zodanig mag veranderen, dat het karakter ervan geheel of gedeeltelijk verloren gaat, dit houdt onder meer in dat er geen grote reclame-uitingen aan of bij de woning geplaatst mogen worden; c. de oppervlakte van de woning welke voor de bedrijfsvoering wordt gebruikt, niet meer dan 50 % van de begane grond en maximaal 30 % van het totale vloeroppervlak van de woning en de bijgebouwen bedraagt en de totale oppervlakte van de activiteit niet meer bedraagt dan 25 m²; d. het niet zodanig verkeersaantrekkende activiteiten betreft, die de woonomgeving onevenredig belasten en ten gevolge waarvan extra verkeersmaatregelen, waaronder extra parkeerplaatsen, noodzakelijk worden, tenzij op eigen terrein gezorgd kan worden voor voldoende parkeervoorzieningen of in de omgeving voldoende beschikbare plaatsen zijn; e. de uitvoerder van de activiteiten op hetzelfde perceel woont; f.
detailhandel alleen als ondergeschikte activiteit is toegestaan en uitsluitend van goederen die verband houden met de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning wordt verleend;
34
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
g. activiteiten die op grond van het bepaalde in de Wet milieubeheer meldingsplichtig zijn of activiteiten die op grond van artikel 2.1 lid 1 onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vergunningplichtig zijn, in beginsel niet worden toegestaan, tenzij kan worden aangetoond dat geen overlast voor de omgeving op zal treden, waarbij maximaal bedrijven uit categorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in Bijlage 1 van deze planregels of daarmee qua aard en invloed op de woonomgeving vergelijkbare bedrijven worden toegestaan.
35
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Artikel 14 14.1
Waarde - Archeologie
Bestemmingsomschrijving
a. De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. b. Waar een basisbestemming samenvalt met deze dubbelbestemming geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming. De bepalingen van de basisbestemming zijn alsdan uitsluitend van toepassing voor zover deze niet strijdig zijn met het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming. 14.2
Bouwregels
Op de voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden mag geen bebouwing worden opgericht, met uitzondering van: a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering, of; b. bebouwing waarvoor de grondwerkzaamheden niet dieper dan 40 cm reiken, of; c. bebouwing waarvoor de grondwerkzaamheden een oppervlak beslaan van minder dan 100 m². 14.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 14.2 voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, welke zijn toegelaten krachtens de aan de gronden gegeven basisbestemming, mits: a. bebouwing plaatsvindt ter plaatse van een evident eerder verstoorde bodem, of; b. op basis van een archeologisch vooronderzoek blijkt dat geen verstoring plaatsvindt van archeologische waarden of mogelijke verstoring van archeologische waarden kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem of het verrichte van archeologisch vervolgonderzoek, of; c. de voorgenomen werkzaamheden plaatsvinden op een perceel dat kleiner is dan 1.000 m² en het perceel niet is gelegen binnen 50 meter van een beschermd archeologisch monument. 14.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.4.1 Aanlegverbod Het is verboden op of in gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.
het uitvoeren van grondbewerkingen, waaronder ontgronden, afgraven, diepploegen en het aanbrengen van leidingen, op een grotere diepte dan 40 centimeter, behalve indien deze in het kader van onderzoek naar mogelijke archeologische vindplaatsen worden uitgevoerd; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; c. het verlagen of het verhogen van het waterpeil; d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een andere wijze voorwerpen in de grond drijven. 14.4.2 Uitzondering Het onder 14.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer, of; b. een oppervlak beslaan van minder dan 100 m2, of: c. plaatsvinden binnen op een perceel dat kleiner is dan 1.000 m² en het perceel niet is gelegen binnen 50 meter van een beschermd archeologisch monument, of;
36
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
d. op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een reeds verleende vergunning mogen worden uitgevoerd. 14.4.3 Afwegingskader De werken of werkzaamheden als bedoeld onder 14.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. de werken of werkzaamheden plaatsvinden in een evident eerder verstoorde bodem, of; b. op basis van een archeologisch vooronderzoek blijkt dat geen verstoring plaatsvindt van archeologische waarden of mogelijke verstoring van archeologische waarden kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem of verrichten van archeologisch vervolgonderzoek. 14.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen in die zin dat deze bestemming (deels) komt te vervallen, indien als gevolg van archeologisch onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de gronden niet behoudenswaardig zijn of niet langer aanwezig zijn.
37
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Hoofdstuk 3 Artikel 15
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
38
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Artikel 16 16.1
Algemene bouwregels
Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten
16.1.1 Overschrijding voorgeschreven maten Indien afstanden tot, bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 16.1.2 Minimaal toelaatbare maten In die gevallen dat afstanden tot, bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden. 16.1.3 Heroprichting van gebouwen In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in 16.1.1 en 16.1.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats. 16.2
Overschrijding van bestemmingsgrenzen en bouwgrenzen
Een overschrijding van de bouwgrenzen en/of de bestemmingsgrenzen is toegestaan voor: a. de uitbreiding van bestaande gebouwen, mits door de uitbreiding het bestaand bebouwde oppervlak van het gebouw ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpplan met niet meer dan 20% wordt vergroot en de bouwhoogte van de uitbreiding niet hoger wordt dan de bouwhoogte van het bestaande gebouw, met dien verstande dat: 1. er geen fundamentele inbreuk op de stedenbouwkundige en architectonische uitgangspunten en structuren wordt gepleegd 2. er vanuit stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaren bestaan en er sprake moet zijn van een goede of doelmatige functionele, stedenbouwkundige, bouwkundige of architectonische inpassing. 3. belangen van derden niet onevenredig worden aangetast; 4. er compensatie in groen, dan wel klimaatadaptieve maatregelen in, aan of op het gebouw moet worden getroffen. b. balkons ten behoeve van de woonfunctie, mits: 1. de overschrijding per balkon niet meer bedraagt dan 10 m2, gemeten vanaf de bestemmingsgrens van de bestemming waartoe het balkon behoort; 2. de overschrijding per balkon niet meer bedraagt dan 2 m, gemeten vanaf de bestemmingsgrens van de bestemming waartoe het balkon behoort; 3. de bouwhoogte van het balkon niet meer bedraagt dan de bouwhoogte van de verdieping waarbij het balkon hoort; c. loopbruggen, mits 1.
ter plaatse van of binnen een afstand van 1 meter uit de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - loopbrug'; 2. de bouwhoogte vanaf maaiveld niet meer bedraagt dan 6 m.
39
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Artikel 17 17.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
a. Tot een strijdig gebruik met de bestemming wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik van gronden en opstallen ten behoeve van een seksinrichting; 2. het gebruik van gronden en opstallen voor bedrijven en installaties die vallen onder het Bevi; 3. het permanent bewonen van recreatiewoningen, kampeermiddelen en andere onderkomens en gebouwen die niet voor permanente bewoning bestemd zijn; 4. het gebruik van niet-bebouwde grond als permanente staan- of ligplaats van demonteerbare of verplaatsbare inrichtingen voor de verkoop van etenswaren en/of dranken; 5. het gebruik van niet-bebouwde staan- of ligplaats voor kampeermiddelen buiten de daarvoor aangewezen gronden; 6. het gebruik van niet-bebouwde grond als staan- of ligplaats voor (menselijk of dierlijk) verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken, vaar- of voertuigen, arken of andere objecten, voor zover die niet als bouwwerk zijn aan te merken; 7. het gebruik van niet-bebouwde grond voor het opslaan, storten of bergen van al dan niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik qua ruimtelijke uitstraling van zeer ondergeschikte aard is, of noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden. 8. verharde oppervlakken waarbij de hemelafvoer niet is afgekoppeld van het openbaar vuilriool. b.
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 17.1, sub a onder 8 indien afkoppeling niet haalbaar is vanwege bouwtechnische complexiteit of doordat het water niet afgevoerd kan worden naar een bergingsvoorziening of niet-verontreinigde grond. 17.2
Aantallen en oppervlaktematen die voor het totale plangebied gelden
Voor het totale plangebied tezamen gelden de volgende aantallen en oppervlaktematen: a. het totaal aantal woningen mag niet meer bedragen dan 400, waarbij de volgende woningdifferentiatie geldt: 1. maximaal 291 appartementen; 2. ten minste 22 grondgebouwen nultreden woningen. b. van de onder a genoemde woningen dient: 1. ten minste 40% te worden gerealiseerd als huurwoning, waarvan ten minste: 14,5% als sociale huurwoning; 12% als middenhuur; 2. ten hoogste 60% als koopwoning. c. het bepaalde onder a en b geldt niet voor de bestemming 'Woongebied' als bedoeld in artikel 13. d. het gezamenlijk bruto vloeroppervlak voor bedrijfsuitoefening in de sector creatieve economie & ambachtelijke bedrijvigheid mag niet meer bedragen dan 5.300 m2, met dien verstande dat deze bepaling niet geldt voor de bestemming 'Bedrijventerrein' als bedoeld in artikel 4. e. het gezamenlijk bruto vloeroppervlak voor bedrijfsactiviteiten in de sector culturele & sociale programmering mag niet meer bedragen dan 7.100 m2. f. het gezamenlijk bruto vloeroppervlak voor bedrijfsactiviteiten die staan vermeld in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in Bijlage 2 Staat van Bedrijfsactiviteiten bij deze regels, mag niet meer mag bedragen dan 6.100 m2, met dien verstande dat deze bepaling niet geldt voor de bestemming 'Bedrijf' als bedoeld in artikel 3. g.
het gezamenlijk bruto vloeroppervlak van horecabedrijven ter plaatse van de aanduiding 'horeca tot en met categorie 2' mag niet meer mag bedragen dan 1.150 m2. h. het gezamenlijk bruto oppervlak van detailhandelsbedrijven, inclusief volumineuze detailhandel, mag niet meer bedragen dan 2.500 m2, met dien verstande dat deze bepaling niet geldt voor de bestemming 'Bedrijventerrein' als bedoeld in artikel 4. i. het gezamenlijk bruto vloeroppervlak voor bedrijfsactiviteiten in de sector culturele & sociale programmering als genoemd onder e mag worden vergroot met maximaal 7.100 m2 bruto vloeroppervlak, met dien verstande dat deze extra maatvoering leidt tot een evenredige afname van
40
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
het bruto vloeroppervlak van bedrijfsactiviteiten als genoemd onder f. 17.3
Voorwaardelijke verplichting waterberging
a. het gebruik van en het in gebruik (laten) nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in Hoofdstuk 2 opgenomen bestemmingsomschrijvingen is verboden zonder de aanleg en instandhouding van een waterbergende voorziening met een waterbergende capaciteit waarbij ten minste voldaan wordt aan het Gemeentelijk rioleringsplan Roermond 2017-2021, waarbij geldt dat ingeval het Gemeentelijk rioleringsplan Roermond 2017-2021 binnen de planperiode wordt herzien, deze herziening leidend is voor het bepalen van de waterbergende capaciteit. b. in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de in Hoofdstuk 2 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt, uitsluitend indien en voor zover binnen een termijn van 12 maanden na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor het bouwen uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de waterbergende voorziening als bedoeld onder a. 17.4
Voorwaardelijke verplichting bomen
Woningen als bedoeld onder 17.2 sub a en gebouwen ten behoeve van de activiteiten als bedoeld onder 17.2 sub d tot en met i mogen uitsluitend in gebruik genomen worden en na ingebruikname in gebruik blijven, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarde: a. binnen het plangebied moeten ten minste 50 bomen in de openbare ruimte uiterlijk 1 jaar na gereed melding van laatste woning aanwezig zijn, en vervolgens in stand gehouden worden. 17.5
Voorwaardelijke verplichting groene zoom
Woningen als bedoeld onder 17.2 sub a en gebouwen ten behoeve van de activiteiten als bedoeld onder 17.2 sub d tot en met i mogen uitsluitend in gebruik genomen worden en na ingebruikname in gebruik blijven, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarde: a. ter plaatse van of binnen een afstand van 1 meter uit de aanduiding 'specifieke vorm van groen groene zoom' dient uiterlijk 1 jaar na gereed melding van de laatste woning een groene omzoming met een hoogte van ten minste 1,3 m aanwezig te zijn, en vervolgens in stand gehouden te worden. 17.6
Voorwaardelijke verplichting bodem
Bodemroerende werkzaamheden, waaronder, maar niet uitsluitend, sloop-, boor-, graaf- en bouwactiviteiten overeenkomstig de bestemming mogen slechts plaatsvinden indien de betreffende gronden ter plaatse van de voorgenomen bodemingreep door middel van een door de provincie goedgekeurd saneringsplan of bus-melding zijn gesaneerd dan wel wanneer een verkennend bodemonderzoek heeft plaatsgevonden waaruit volgt dat de bodem geschikt is voor de beoogde functie. 17.7
Voorwaardelijke verplichting niet gesprongen explosieven
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt tevens gerekend het uitvoeren van grondroerende (graaf)werkzaamheden zonder dat, voorafgaand aan die werkzaamheden, een vervolgonderzoek heeft plaatsgevonden naar de aanwezigheid van niet gesprongen Conventionele Explosieven conform het Werkveldspecifiek Certificatieschema voor het systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE). 17.8
Voorwaardelijke verplichting natuur
Woningen als bedoeld onder 17.2 sub a en gebouwen ten behoeve van de activiteiten als bedoeld onder 17.2 sub d tot en met i en buitenruimten mogen uitsluitend in gebruik genomen worden en na ingebruikname in gebruik blijven, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de daken en gevels van nieuw te bouwen gebouwen dienen per gebouw voor ten minste 20% met groen bedekt zijn en dit dient in stand te worden gehouden; b. bij nieuw te bouwen woongebouwen dient per nieuwe woning ten minste 1 nestkast ten behoeve van
41
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
vleermuizen of vogels te worden gerealiseerd en deze dient in stand te worden gehouden; c. bij nieuw te bouwen gebouwen dient per gebouw een insectenhotel in de openbare ruimte te worden geplaatst en deze dient in stand te worden gehouden. d. de bestaande dassenburcht, zoals aangegeven in paragraaf 4.1 van de 'Bijlage 5 Activiteitenplan', dient op natuurlijke wijze te zijn afgeschermd. De begroeiing dient voor mensen moeilijk doordringbaar te zijn, wel in de vorm van hagen of struweel. Hiertoe wordt het bevoegd gezag gehoord. 17.9
Voorwaardelijke verplichting mitigatie-/compensatieplan
a. Woningen als bedoeld onder 17.2 sub a en gebouwen ten behoeve van de activiteiten als bedoeld onder 17.2 sub d tot en met i en buitenruimten mogen uitsluitend gebouwd en in gebruik genomen worden en na ingebruikname in gebruik blijven, indien het mitigatie- en compensatieplan zoals dat is opgenomen in hoofdstuk 6, paragrafen 6.2.1, 6.2.2, 6.2.4, 6.2.5 en 6.2.6 van de 'Bijlage 5 Activiteitenplan' bij deze regels, is gerealiseerd en vervolgens in stand wordt gehouden en beheerd. b. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 17.9 sub a 2 mits een minimaal vergelijkbare wijze van mitigatie, zoals beschreven in hoofdstuk 6, paragrafen 6.2.1, 6.2.2, 6.2.4, 6.2.5 en 6.2.6 van de 'Bijlage 5 Activiteitenplan' bij deze regels, wordt gerealiseerd en vervolgens in stand wordt gehouden en beheerd. Voor het verlenen van de vergunning moet advies worden ingewonnen bij het bevoegd gezag op grond van de Wet natuurbescherming, omtrent de omvang en de doelmatigheid van de mogelijke alternatieve mitigerende maatregelen. 17.10
Voorwaardelijke verplichting windklimaat
a. Het bouwen en het in gebruik nemen van een woongebouw is slechts toegestaan wanneer: 1. voor de entrees van de woongebouwen en ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - windklimaat' als ondergrens een 'goed' (zoals gekwalificeerd in NEN 8100:2006) windklimaat aanwezig is in kwaliteitsklasse B bij de activiteit 'slenteren'. 2. voor het openbaar gebied als ondergrens een 'goed' (zoals gekwalificeerd in NEN 8100:2006) windklimaat aanwezig is bij de kwaliteitsklasse C bij de activiteit 'slenteren'. b. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 17.10, sub a, onder 1 en 2 en toestaan dat sprake is van een 'matig' (zoals gekwalificeerd in NEN 8100:2006) windklimaat in de kwaliteitsklasse C bij de activiteit 'slenteren', mits uit nader onderzoek blijkt dat de noodzakelijke maatregelen bezwaren met zich meebrengen met het oog op verkeerskundige, stedenbouwkundige of andere zwaarwegende belangen. 17.11
Extra kwetsbare groepen
Gelet op het bepaalde in de op 10 juni 2010 vastgestelde Visie externe veiligheid Roermond of een daartoe in de plaats tredend document met het oog op het aspect externe veiligheid, zijn binnen 200 meter van de spoorlijnen Roermond-Sittard, Roermond-Weert en/of Roermond-Venlo geen extra kwetsbare groepen toegelaten.
42
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Artikel 18 18.1
Algemene aanduidingsregels
Geluidzone - industrie
18.1.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'Geluidzone - industrie' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de geluidsruimte in verband met de nabijheid van een inrichting als bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder. 18.1.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mogen geen nieuwe woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen, zoals omschreven in de Wet geluidhinder, worden gebouwd. 18.1.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 18.1.1 voor het bouwen van nieuwe woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen overeenkomstig de andere bestemmingen, mits de geluidsbelasting vanwege de inrichting op de gevels van deze woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde.
43
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Artikel 19 19.1
Algemene afwijkingsregels
Algemene afwijking
Het bevoegd gezag kan – tenzij op grond van Hoofdstuk 2 reeds kan worden afgeweken – met een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a. het afwijken van de maatvoering (exclusief percentages) met ten hoogste 15%; b. het oprichten van niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut, zoals wachthuisjes, telefooncellen en naar de aard en omvang daarmee gelijk te stellen bouwwerken, voor zover deze bouwwerken geen grotere bouwhoogte dan 3,50 meter en geen grotere oppervlakte dan 20 m2 hebben; c. het oprichten van gebouwtjes ten dienste van de verkoop van kranten en tijdschriften, bloemen, ijs, frisdranken en straatconsumpties, voor zover deze bouwwerken geen grotere bouwhoogte dan 3,50 meter en geen grotere oppervlakte dan 12 m2 hebben; d. geringe afwijkingen, van de op de verbeelding aangegeven bestemmingsgrenzen, welke in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, mits de afwijking niet meer dan 2 meter bedraagt; e. het oprichten van zend; ontvangst; en/of sirenemasten voor zover deze van geringe horizontale afmetingen zijn en mits de hoogte, gemeten vanaf het peil tot het hoogste punt van het bouwwerk, niet meer bedraagt dan 15 meter voor privégebruik en niet meer dan 40 meter voor gemeenschappelijk gebruik; f.
het oprichten van waterretentiebekkens, met dien verstande dat: 1. de inhoud niet meer bedraagt dan 4000 m3 2. ingeval van ondergrondse bekkens: de bovenzijde van de bekkens minimaal 0,50 meter onder het aangrenzende maaiveld blijft; de putdeksels op maaiveldniveau gelegen zijn. g. het bouwen en/of uitbreiden van nieuwe gebouwen ten behoeve van de bestemming 'Wonen - 3' en wel aansluitend aan deze bestemming aan de oostelijke zijde van het bestemmingsvlak voor zover dat direct aansluit aan de Bredeweg, met dien verstande dat: 1. er geen fundamentele inbreuk op de stedenbouwkundige en architectonische uitgangspunten en structuren wordt gepleegd 2. er vanuit stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaren bestaan en er sprake moet zijn van een goede of doelmatige functionele, stedenbouwkundige, bouwkundige of architectonische inpassing. 3. belangen van derden niet onevenredig worden aangetast; 4. er compensatie in groen, dan wel klimaatadaptieve maatregelen in, aan of op het gebouw moet worden getroffen. 5. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan die van het gebouw, voor zover gesitueerd binnen de bestemming 'Wonen - 3'. 6. de overschrijding niet meer mag bedragen dan 12 m. 19.2
Voorwaarden
19.2.1 Voorwaarden ten aanzien van de situering Het bevoegd gezag kan bij verlening van de omgevingsvergunning voorwaarden stellen ten aanzien van de situering van de in 19.1 bedoelde bouwwerken, teneinde een ruimtelijk verantwoorde plaatsing van deze bouwwerken ten opzichte van de omgeving te waarborgen. 19.2.2 Geen onevenredige afbreuk aan gebruiksmogelijkheden De in artikel 19.1 genoemde vergunning mag slechts worden verleend, mits: a. er geen fundamentele inbreuk op de stedenbouwkundige en architectonische uitgangspunten en structuren wordt gepleegd; b. er vanuit stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaren bestaan en er sprake moet zijn van een goede
44
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
of doelmatige functionele, stedenbouwkundige, bouwkundige of architectonische inpassing; c. belangen van derden niet onevenredig worden aangetast; d. er compensatie in groen, dan wel klimaatadaptieve maatregelen in, aan of op het gebouw moet worden getroffen.
45
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Artikel 20 20.1
Algemene wijzigingsregels
Algemene wijziging
Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van: a. het wijzigen van de voorgeschreven maatvoering voor bouwwerken met ten hoogste 25%; b. een enigszins andere situering en/of begrenzing van de bestemmingsgrenzen, indien bij de uitvoering van het plan mocht blijken dat verschuivingen in verband met de uitvoering van een bouwplan waarvan realisering wenselijk of noodzakelijk wordt geacht; c. het wijzigen van de lijst van bedrijfsactiviteiten, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven; d. het aanpassen van opgenomen bepalingen in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van tervisielegging van het ontwerpplan worden gewijzigd.
46
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Artikel 21
Algemene procedureregels
Bij het stellen van nadere eisen als bedoeld in deze regels gelden de volgende procedureregels: a. het ontwerpbesluit ligt gedurende tenminste twee weken voor belanghebbenden ter inzage ter gemeentesecretarie; b. burgemeester en wethouders maken de ter inzage legging van het ontwerpbesluit tevoren bekend in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen, die in de gemeente worden verspreid, en voorts op de gebruikelijke wijze; c. de bekendmaking houdt in de bevoegdheid van belanghebbenden tot het schriftelijk indienen van zienswijzen bij burgemeester en wethouders tegen het ontwerpbesluit gedurende de onder a. genoemde termijn; d. burgemeester en wethouders delen aan hen, die zienswijzen hebben ingediend, de beslissing daaromtrent mede.
47
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Artikel 22 22.1
Overige regels
Werking wettelijke regelingen
De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. 22.2
Parkeren
22.2.1 Bepaling met betrekking tot het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein Bij het oprichten van gebouwen of het veranderen van gebruik dient de inrichting van elk perceel zodanig te zijn dat voldoende ruimte aanwezig is om zowel het parkeren als het eventueel laden en lossen op eigen terrein te kunnen afwikkelen. Er wordt in voldoende mate voorzien in parkeergelegenheid, wanneer wordt voldaan aan de parkeercriteria zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen Roermond 2021, waarbij geldt dat ingeval de Nota Parkeernormen Roermond 2021 binnen de planperiode wordt herzien, deze herziening leidend is voor het bepalen van de parkeercriteria. 22.2.2 Voorwaardelijke verplichting / specifieke gebruiksregel Het gebruik van de gronden conform de in dit bestemmingsplan toegekende bestemming(en) is alleen dan toegestaan indien is voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Er wordt in voldoende mate voorzien in parkeergelegenheid, wanneer wordt voldaan aan de parkeercriteria zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen Roermond 2021, of aan een verleende omgevingsvergunning, waarbij geldt dat: a. indien functiewijziging of nieuwbouw plaatsvindt op de gronden ná (eventuele) herziening van de Nota Parkeernormen Roermond 2021, deze herziening leidend is voor het bepalen van de parkeercriteria; b.
voor bestaand gebruik van de gronden ten tijde van de ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan, de parkeercriteria worden gehanteerd conform de verleende (omgevings)vergunning, dan wel conform de verleende vrijstelling of ontheffing. Wanneer voor bestaand gebruik op het moment van aanvang daarvan geen (omgevings)vergunning, vrijstelling of ontheffing was vereist, wordt voldoende parkeergelegenheid geacht aanwezig te zijn. 22.2.3 Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het in artikel 22.2.1 en 22.2.2 bepaalde indien anderszins in voldoende parkeergelegenheid is voorzien. 22.3
Nadere eisen
22.3.1 Externe veiligheid Burgemeester en wethouders kunnen, gelet op het bepaalde in de op 10 juni 2010 vastgestelde visie externe veiligheid Roermond of een daartoe in de plaats tredend document, met het oog op het aspect externe veiligheid, ter beheersing van de blootstelling aan giftige en/of brandbare stoffen nadere eisen stellen aan: a. b. c. d. e. f. g. h.
de situering van bouwwerken (gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde); de inrichting van terreinen; de bruto vloeroppervlakte (b.v.o.) en de hoogte van gebouwen; de wijze van afsluitbaarheid van mechanische ventilatiesystemen; de drukbestendigheid van gevels; de toepassing van scherfwerende beglazing en de constructie hiervan; de onbrandbaarheid van de gevelbekleding; de hoeveelheid en soort gevelornamenten aan gebouwen.
48
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
22.3.2 Beeldkwaliteitplan Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering, vorm (waaronder mede begrepen de kapvorm) en de afmetingen van de bebouwing en de inrichting van terreinen, waarbij het Beeldkwaliteitsplan, dat is opgenomen als Bijlage 3, het uitgangspunt is, met het oog op: a. b. c. d. e.
het straat- en bebouwingsbeeld; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; milieusituatie; verkeersveiligheid; de sociale veiligheid.
49
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Hoofdstuk 4 Artikel 23 23.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwen
23.1.1 Algemeen overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 23.1.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van 23.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 23.1.1 met maximaal 10%. 23.1.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken Lid 23.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 23.2
Overgangsrecht gebruik
23.2.1 Algemeen overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 23.2.2 Wijzigen strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 23.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 23.2.3 Verboden gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 23.2.2, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 23.2.4 Uitzondering op het overgangsrecht gebruik Lid 23.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
50
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Artikel 24
Slotregel
Deze regels worden aangehaald onder de naam 'Regels van het bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand)'.
51
Arcadis Nederland B.V. www.arcadis.com
Bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) Gemeente Roermond
NL.IMRO.0957.BP00000326-VG01 VASTGESTELD 1 november 2024
Contactpersoon E.W. Project Lead T M E
Arcadis Nederland B.V.
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Inhoudsopgave
Bijlagen bij regels
5
Bijlage 1
Staat van bedrijfsactiviteiten
6
Bijlage 2
Winkelvormen binnen branches
8
Bijlage 3
Bedrijvenlijst kleine economie
11
Bijlage 4
Staat van horeca-activiteiten
13
Bijlage 5
Activiteitenplan
15
3
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
4
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Bijlagen bij regels
5
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten
6
mei 2023
Bijlage 1: Staat van Bedrijfsactiviteiten
3 B B
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Zuivelprodukten fabrieken: - consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: - v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk: - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m² - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m² Vervaardiging van wijn, cider e.d. VERVAARDIGING VAN TEXTIEL VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen Grafische afwerking Binderijen Grafische reproduktie en zetten Overige grafische aktiviteiten Reproduktiebedrijven opgenomen media VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN Aardewerkfabrieken: - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 Fabricage van munten, sieraden e.d.
Muziekinstrumentenfabrieken Sociale werkvoorziening BOUWNIJVERHEID - aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m² HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS Reparatie- en servicebedrijven voor auto's en motorfietsen Autobeklederijen Autowasserijen DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen) OVERIGE DIENSTVERLENING Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten Persoonlijke dienstverlening n.e.g.
0
30
0
30
2
1 G
1
30
10
30 C
10
30
2
1 G
1
30 30 10
10 10 0
30 30 30 C
10 10 0
30 30 30
2 2 2
1 G 1 G 1 G
1 1 1
10 10
10 10
30 30
10 0
30 30
2 2
2 G 1 G
2 1
10 0 30 30 30 0
0 0 0 0 0 0
30 10 30 10 30 10
0 0 0 10 10 0
30 10 30 30 30 10
2 1 2 2 2 1
1 P 1 G 2 G 2 G 2 G 1 G
1 1 1 1 1 1
10
10
30
10
30
2
1 G
1
30
10
30
10
30
2
1 G
1
30
0
30
0
30
2
1 G
1
0 30 30 0
10 10 10 30
10 10 30 30
0 10 10 0
10 30 30 30
1 2 2 2
1 P 1 G 2 G 1 P
1 1 2 1
D
B
B B
L
B
0
10
30
10
30
2
1 G
1
B
10 0 10
0 0 0
30 10 30
10 10 0
30 10 30
2 1 2
2 P 1 G 3 P
1 1 1
B
0
0
10
10
10
1
1 P
1
0 0
0 0
10 10 C
0 0
10 10
1 1
1 P 1 P
1 1
D
LUCHT
10
BODEM
VISUEEL
0 1 A A 2
VERKEER
A B
CATEGORIE
-
GROOTSTE AFSTAND
-
GEVAAR
0 2 0 1 0 3 6
INDICES
GELUID
10, 11 1051 1052 1071 1071 10821 10821 10821 1102 t/m 1104 13 14 141 162902 58 18129 1814 1814 1813 1814 182 23 232, 234 232, 234 26, 28, 33 26, 28, 33 26, 32, 33 26, 32, 33 31 9524 321 322 32991 41, 42, 43 41, 42, 43 45, 47 451, 452, 454 45204 45205 47 952 96 9602 9609
AFSTANDEN IN METERS
STOF
15 1551 1552 1581 1581 1584 1584 1584 1593 t/m 1595 17 18 182 205 22 2222.6 2223 2223 2224 2225 223 26 262, 263 262, 263 30 30 33 33 36 361 362 363 3663.1 45 45 50 501, 502, 504 5020.4 5020.5 52 527 93 9302 9305
OMSCHRIJVING
GEUR
SBI-2008
nummer
SBI-1993
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Bijlage 2 Winkelvormen binnen branches
8
Bijlage 2
Winkelvormen binnen branches
Branche: Levensmiddelenspeciaalzaak • diepvriesartikelen • groente/fruit • bakker • vlaaien • buitenlandse levensmiddelen overig • toko • chocola • koffie/thee • delicatessen • kaas • kampwinkel • minisuper • notenboomlaanpoelier • reform • Slagerij • slijter • tabak/lectuur • vis • zoetwaren • ziekenhuiswinkel • levensmiddelen overig
Branche: Detailhandel overig • tweedehands diversen • tweedehands kleding • tweedehands boeken • partijgoederen • legerdump • feestartikelen • paramedisch • hoortoestel • new age • smartshop • growshop • erotica • sportprijzen • souvenirs • odd shops • haarden en kachels • natuursteen • uitvaartwinkel • non-food overig
Branche: Supermarkt
Branche: Warenhuis
Branche: Persoonlijke verzorging • apotheek • drogist • parfumerie • persoonlijke verzorging overig
Branche: Autoaccessoires en fietsen • automaterialen • car hifi • rijwiel/brommer
Branche: Schoenen en lederwaren • schoenen • lederwaren
Branche: Plant en dier • aquariums • bloem/plant • dibevo • tuinartikelen • tuincentrum • tuinmeubelen
Branche: Juwelier en optiek • juwelier • uurwerken • optiek
Branche: Doe het zelf • bouwmarkt • bouwmateriaal • deur/kozijn • breedpakket • hout • ijzerwaren/gereedschap • sanitairmaterialen • verf/behang
Branche: Huishoudelijke artikelen
Branche: Luxe artikelen • glas/aardewerk • huishoud linnen
Branche: Bruin- en witgoed • radio en tv • computers
• • •
cadeau artikelen kookwinkel rotan/rietwaren
• • • •
huishoudelijke onderdelen telecom witgoed electro
Branche: Antiek en kunst • antiek • kunsthandel
Branche: Kleding en mode • beenmode • bont • bruidskleding • damesmode • D&H mode • herenmode • kindermode • leermode • lingerie • modeaccesooires • sportkleding • textielsuper • modewarenhuis
Branche: Sport en spel • buitensport • ruitersport • speelgoed • modelbouw • sportzaak • hengelsport • watersport • sport speciaalzaak
Branche: Hobby • electronica • foto/film • handvaardigheid • wol/handwerk • munten/postzegels • muziekinstrumenten • naaimachines • stoffen
Branche: Media • boekhandel • stripboeken • beeld/geluid • software/games • kantoorartikelen • poster/kaart • boek en kantoor • inktvullers
Branche: Wonen • babywoonwinkel • slaapkamer/bedden • keukens • meubelen • woonwarenhuis • oosterse tapijten • badkamers • verlichting • parket/laminaat • tegels • woninginrichting • woningtextiel • woondecoratie • zonwering
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Bijlage 3 Bedrijvenlijst kleine economie
11
Bedrijvenlijst kleine economie
GEVAAR
CATEGORIE
VERKEER
VISUEEL
0 0 0 0 0 0
10 10 30 10 30 10
0 0 0 10 10 0
10 10 30 30 30 D 10
1 1 2 2 2 1
1 P 1 G 2 G 2 G 2 G 1 G
1 1 1 1 1 1
30
0
30
0
30
2
1 G
1
0 30
10 10
10 10
0 10
10 30
1 2
1 P 1 G
1 1
0
0
10
0
10
1
1 P
1
0
0
10
10
10
1
1 P
1
0
0
10
0
10
1
2 P
1
0 0 0
0 0 0
10 10 10
0 0 0
10 10 10 D
1 1 1
2 P 1 P 1 P
1 1 1
0
0
10
0
10
1
1 P
1
0
0
10
0
10
1
1 P
1
0
0
10
0
10 D
1
2 P
1
0
0
30
0
30
2
2 P
1
0
0
10
0
10
1
1 P
1
0
0
10
0
10
1
2 P
1
0 0
0 0
10 10 C
0 0
10 10 D
1 1
1 P 1 P
1 1
-
B B
B
LUCHT
GELUID
0 0 30 30 30 0
GROOTSTE AFSTAND
STOF
UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Uitgeverijen (kantoren) A Grafische afwerking B Binderijen Grafische reproduktie en zetten Overige grafische aktiviteiten Reproduktiebedrijven opgenomen media - VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN A Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. - VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. 2 Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 Fabricage van munten, sieraden e.d. - GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING Handelsbemiddeling (kantoren) - DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen) - VERVOER OVER WATER / DOOR DE LUCHT A Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren) - DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren) Reisorganisaties Expediteurs, cargadoors (kantoren) - VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED A Verhuur van en handel in onroerend goed - COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE A Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d. - OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING A Overige zakelijke dienstverlening: kantoren - GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSZORG 2 Kinderopvang - DIVERSE ORGANISATIES Bedrijfs- en werknemersorganisaties (kantoren) - CULTUUR, SPORT EN RECREATIE Bibliotheken, musea, ateliers, e.d.
- OVERIGE DIENSTVERLENING Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten B Persoonlijke dienstverlening n.e.g.
INDICES
GEUR
nummer
22 221 2223 2223 2224 2225 223 23 33 33 34 36 361 362 37 51 511 52 52 527 55 61, 62 61, 62 63 63 6322, 6323 633 634 64 70 70 71 72 72 73 74 74 75 85 853 90 91 9111 92 92 9251, 9252 93 93 9302 9305
AFSTANDEN IN METERS
BODEM
OMSCHRIJVING
SBI-CODE
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Bijlage 4 Staat van horeca-activiteiten
13
Categorie 1 Winkelondersteunende of winkelgebonden daghoreca, waarbij de bedrijfsactiviteit is gericht op het al dan niet voor gebruik ter plaatse verstrekken van al dan niet in dezelfde onderneming bereide of bewerkte etenswaren en dranken, waarbij de aard en omvang van de bedrijfsactiviteit past binnen een overwegend winkelgebied (centrumgebied) en geheel of overwegend is gebonden aan c.q. ondersteunend is voor de winkelfunctie van dat gebied, daarbij lettend op het karakter van het gebied en de openingstijden, en waar in hoofdzaak alcoholvrije drank wordt verstrekt, zoals een cafetaria/snackbar, tearoom, lunchroom, koffiehuis, brasserie, ijssalon, broodjeszaak; Categorie 2 a. een bedrijf dat in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van maaltijden voor gebruik ter plaatse en waarbij het verstrekken van dranken (aldaar) ondergeschikt is, zoals een restaurant, bistro; b. een bedrijf, dat in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van gelegenheid tot het houden van bruiloften en partijen, alsmede tot het houden van congressen, conferenties en andere vergaderingen en waarbij het verstrekken van voedsel en dranken ondergeschikt is (zaalaccommodatie); c.
een zelfstandige, niet geheel of gedeeltelijk deel uitmakend van een hotel, restaurant of zaalaccommodatie voorkomende bedrijvigheid, die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse en waar het verstrekken van maaltijden daaraan ondergeschikt is, zoals een bar, café, pub, grand-café, eetcafé of taverne. Categorie 3 a. een bedrijf, dat in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van nachtverblijf en/of het exploiteren van zaalaccommodatie en waarbij het verstrekken van voedsel en dranken (daaraan) ondergeschikt is (hotel); b. een gebouw, waarin op kleine schaal tegen vergoeding nachtverblijf wordt verstrekt, zonder exploitatie van zaalaccommodatie (pension); Categorie 4
Een zelfstandig, niet geheel of gedeeltelijk deel uitmakend van een hotel, restaurant of zaalaccommodatie voorkomende, bedrijvigheid die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse en tevens gelegenheid biedt tot dansen, met een in het algemeen hoge bezoekersfrequentie gedurende de avond en nacht, waarbij de bedrijvigheid zich binnen de lokaliteit volstrekt en waarbij consumpties behalve zittend ook staand kunnen worden genuttigd, zoals een bar-dancing, discotheek of nacht-café.
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Bijlage 5 Activiteitenplan
15
Activiteitenplan voormalig Philipsterrein Roermond Weerstand Reel B.V. 24 oktober 2023 - Public
ACTIVITEITENPLAN VOORMALIG PHILIPSTERREIN ROERMOND
Contactpersoon W.V.O
Arcadis Nederland B.V. Postbus 1632 6201 BP Maastricht Nederland
2
Onze referentie: D10041263:62 - Datum: 24 oktober 2023 - Public
ACTIVITEITENPLAN VOORMALIG PHILIPSTERREIN ROERMOND
Inhoudsopgave 1
2
3
4
5
6
7
3
Inleiding
5
1.1
Aanleiding en doel
5
1.2
Leeswijzer
5
Plangebied en project
6
2.1
Omschrijving plangebied
6
2.2
Project
7
2.3
Afbakening effecten
9
Methode soortgericht onderzoek
10
3.1
Onderzoeksmethodiek per soortgroep
10
3.2
Verantwoording veldbezoeken
12
Resultaten soortgericht onderzoek
14
4.1
Resultaten van de soorten en soortgroepen
14
4.2
Conclusie soortgericht onderzoek
18
Effectbeoordeling en toetsing Wnb
19
5.1
Effectbeoordeling
19
5.2
Toetsing Wet natuurbescherming
19
Mitigatie- en compensatieplan
21
6.1
Uitgangspunten
21
6.2
Maatregelen
22
6.2.1
Algemeen
22
6.2.2
Algemene broedvogels
22
6.2.3
Das
22
6.2.4
Gewone dwergvleermuis
26
6.2.5
Steenmarter
28
6.2.6
Teunisbloempijlstaart
28
6.2.7
Toetsing
29
6.2.8
Planning
29
Conclusie
Onze referentie: D10041263:62 - Datum: 24 oktober 2023 - Public