Bijlage 3 – concept regels met bijlagen ‘bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand)’
Tekst van het document
Bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) Gemeente Roermond
NL.IMRO.0957.BP00000326-VG01 VASTGESTELD 1 november 2024
Contactpersoon E.W. Project Lead T M E
Arcadis Nederland B.V.
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Inhoudsopgave
Regels Hoofdstuk 1
5 Inleidende regels
6
Artikel 1
Begrippen
6
Artikel 2
Wijze van meten
11
Bestemmingsregels
12
Artikel 3
Bedrijf
12
Artikel 4
Bedrijventerrein
14
Artikel 5
Gemengd - 1
16
Artikel 6
Gemengd - 2
18
Artikel 7
Gemengd - 3
21
Artikel 8
Groen
22
Artikel 9
Verkeer - Wegverkeer
23
Artikel 10
Wonen - 1
24
Artikel 11
Wonen - 2
27
Artikel 12
Wonen - 3
30
Artikel 13
Woongebied
33
Artikel 14
Waarde - Archeologie
36
Hoofdstuk 2
3
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Hoofdstuk 3
Algemene regels
38
Artikel 15
Anti-dubbeltelregel
38
Artikel 16
Algemene bouwregels
39
Artikel 17
Algemene gebruiksregels
40
Artikel 18
Algemene aanduidingsregels
43
Artikel 19
Algemene afwijkingsregels
44
Artikel 20
Algemene wijzigingsregels
46
Artikel 21
Algemene procedureregels
47
Artikel 22
Overige regels
48
Overgangs- en slotregels
50
Artikel 23
Overgangsrecht
50
Artikel 24
Slotregel
51
Hoofdstuk 4
4
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Regels
5
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan: het bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) met identificatienummer NL.IMRO.0957.BP00000326-VG01 van de gemeente Roermond. 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aan huis verbonden beroep: de uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, (para-)medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. Hieronder dient niet te worden begrepen de uitoefening van detailhandel. 1.4 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6 ambachtelijke bedrijvigheid: het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen, alsook het verkopen en/of leveren, als ondergeschikte activiteit, van goederen verband houdende met het ambacht.
1.7 archeologische waarde: waarde die bestaat uit de aanwezigheid van een bodem-archief met sporen van vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig van wetenschappelijk belang is en het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigt. 1.8 bebouwing: een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.9 bebouwingspercentage: een percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van een bouwperceel, dat ten hoogste mag worden bebouwd. 1.10 bedrijf: een onderneming gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren, herstellen en/of verhandelen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten. Detailhandel, horeca en aan huis verbonden beroepen worden hieronder niet begrepen. 1.11 bedrijfsactiviteit: het beroepsmatig uitoefenen van bedrijvigheid met gebruikmaking van machines dan wel door middel van handwerk en geen kantoor zijnde. 1.12 bedrijfsgebouw: een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten. 1.13 bedrijfsvloeroppervlak: de totale vloeroppervlakte van kantoren, winkels of bedrijven met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten.
6
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
1.14 begane grond: bouwlaag waarvan het vloerpeil ter hoogte van het (straat)peil ligt, dan wel de bouwlaag boven een souterrain. 1.15 bestaand: a. bij bebouwing: bebouwing zoals aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning voor het bouwen; b. bij gebruik: het (vergunde) gebruik zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan in werking is getreden. 1.16 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. 1.17 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.18 Bevi: Besluit externe veiligheid inrichtingen. 1.19 bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. 1.20 bijgebouw: een gebouw dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en dat ten dienste staat van dat hoofdgebouw. 1.21 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.22 bouwgrens: de grens van een bouwvlak. 1.23 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.24 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel.
1.25 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.26 bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.27 creatieve economie: beroepen en bedrijfstypen gericht op de exploitatie van kunstzinnigheid en intellectueel eigendom, alsook het verkopen en/of leveren, als ondergeschikte activiteit, van goederen verband houdende met deze activiteit. 1.28 culturele & sociale programmering: beroepen en bedrijfstypen gericht op cultuur en ontspanning alsmede maatschappelijke voorzieningen.
7
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
1.29 cultuur en ontspanning: het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten gericht op spel, vermaak en ontspanning, waaronder podiumkunsten en bioscopen, musea, muziek- en dansscholen, oefenruimten en creativiteitscentra, met daarbij behorende ondergeschikte horecavoorzieningen. Onder deze definitie wordt niet begrepen de uitoefening van zelfstandige detailhandel en/of horeca of het gebruik als seksinrichting. 1.30 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop), het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.31 dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons en wasserettes. 1.32 duurzame energievoorzieningen: Een installatie/apparaat die energie opwekt uit schone energie óf duurzaam gebruik van energie bevorderd. Hierbij kan gedacht worden aan zonnepanelen, zonneboilers, warmtepompen, warmte- en koude-opslaginstallaties, mini-windturbines en daarmee vergelijkbare voorzieningen.
1.33 evenement: al of niet periodiek terugkerende publieke gebeurtenis op het gebied van sport, cultuur, folklore, handel, recreatie, liefdadigheid, religie, gezondheid, wetenschap, amusement en vergelijkbare gebeurtenissen. 1.34 extra kwetsbare groepen: basisscholen, kinderdagverblijven, ziekenhuizen, verzorgingshuizen en andere functies waar groepen verminderd zelfredzame personen verblijven, die zichzelf in geval van een calamiteit met gevaarlijke stoffen niet of minder goed in veiligheid kunnen brengen. 1.35 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.36 geluidzoneringsplichtige inrichting: een inrichting waarbij als gevolg van de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld. 1.37 gevelterras: een terras aansluitend voor de gevel van een pand met een horeca-aanduiding, niet zijnde een winterterras. 1.38 hoofdgebouw: een gebouw dat door zijn constructie, afmetingen of situering, dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel valt aan te merken. 1.39 horeca: het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf, dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse, één en ander al dan niet in combinatie met ondersteunende activiteiten of met een vermaaksfunctie, met uitzondering van seksinrichtingen.
De horecacategorieën binnen de functie horeca zijn omschreven in Bijlage 4 Staat van horeca-activiteiten. 1.40 huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren.
8
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
1.41 kantoor: een gebouw dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor, of een onderneming die hoofdzakelijk is gericht op, het verrichten van werkzaamheden van administratieve aard of het bedrijfsmatig verlenen van diensten, het leggen van contacten of het uitvoeren van commerciële handelingen, waarbij de nadruk ligt op de administratieve afwikkeling van genoemde handelingen, en waarbij geen sprake is van een baliefunctie. 1.42 kleine economie: bedrijfsactiviteiten die wat betreft invloed op de woonomgeving gelijk te stellen zijn aan een aan huis gebonden beroep, waarvan de omvang en de activiteiten zodanig zijn dat de activiteiten in een woning en de daarbij behorende gebouwen met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend. 1.43 maaiveld: de gemiddelde hoogte van het terrein, grenzende aan het bouwwerk, op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan. 1.44 maatschappelijke voorzieningen: voorzieningen ten behoeve van educatieve, sociale, sociaal-medische, sociaal-culturele, (para-) medische en levensbeschouwelijke voorzieningen, alsmede voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve de openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen.
(Voorzieningen ten behoeve van) begeleid en/of beschermd wonen, of opvang, vallen niet onder deze definitie, evenals voorzieningen in een zeer kwetsbaar gebouw. 1.45 nutsvoorzieningen: op het openbare net aangesloten werken en/of bouwwerken ten behoeve van het openbaar nut, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer. 1.46 ondergeschikte detailhandel: detailhandel-activiteiten die qua uitstraling passen bij de hoofdfunctie, naar aard- en omvang ondergeschikt zijn aan en dienen ter ondersteuning van de hoofdfunctie, en niet zelfstandig worden uitgeoefend en/of toegankelijk zijn, los van de hoofdfunctie, waarbij geen zelfstandig publiek wordt aangetrokken. 1.47 ondergeschikte horeca: Het qua aard en omvang beperkt verstrekken van dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse als ondergeschikte activiteit in direct verband met andere ter plaatse toegestane hoofdactiviteiten (niet zijnde horeca), waarbij geen zelfstandig publiek wordt aangetrokken. 1.48 peil: voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.49 perceel: een afgedeeld stuk land. 1.50 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.
1.51 seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of gelegenheid wordt geboden seksuele handelingen te verrichten dan wel vertoningen en/of voorstellingen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf;
9
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
een raamprostitutiebedrijf; een erotische massagesalon; een seksbioscoop; een sekstheater; een parenclub; geheel of gedeeltelijke bedrijfsvoering in overwegend seksueel geaarde dienstverlening; al dan niet in combinatie met elkaar. 1.52 sociale huurwoning: huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, waarbij de instandhouding voor de in een gemeentelijke verordening omschreven doelgroep voor ten minste vijfentwintig jaar na ingebruikname is verzekerd. 1.53 volumineuze detailhandel detailhandel die vanwege de aard en omvang van de gevoerde artikelen een relatief groot oppervlakte nodig heeft voor de uitstalling, zoals de verkoop van keukens, sanitair en meubelen. 1.54 voorgevelrooilijn: denkbeeldige lijn waarin een (of meer) gevel(s) van een gebouw is/zijn of word(t)(en) geplaatst en die is gelegen aan de zijde van de aan de weg gelegen perceelsgrens. 1.55 waterhuishouding: het ontvangen, vasthouden, (tijdelijk) bergen en afvoeren van water, eventueel gecombineerd met infiltratie van water in de bodem. 1.56 woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
1.57 woongebouw: een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid kan worden beschouwd.
10
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst is. 2.2 de bedrijfsvloeroppervlakte binnenwerks, op de vloer van de ruimten die worden of kunnen worden gebruikt voor bedrijfsactiviteiten of bedrijfsuitoefening. 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 breedte, lengte en diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.5 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.6 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.7 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
2.8 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.9 Aanvullende bepalingen bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, installaties, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q. bestemmingsgrens met niet meer dan 0,5 m wordt overschreden.
11
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten die staan vermeld in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten bij deze regels; met daaraan ondergeschikt: b. c. d. e. f. g. h. i. j.
evenementen; duurzame energievoorzieningen en verzamelpunten van duurzame energievoorzieningen; energieoplaadpunten; verhardingen; wegen; voet- en fietspaden; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; overdekte laad- en losplaatsen.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Op of in de voor 'Bedrijf' aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de onder 3.1 genoemde doeleinden. 3.2.2
Gebouwen
a. Gebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd. b. Het maximale bebouwingspercentage bedraagt per bouwvlak maximaal het op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' weergegeven percentage. c. De toegestane bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal de op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' weergegeven maat. d. De afstand van gebouwen tot de voorste perceelsgrens en tot de zijdelingse perceelsgrenzen bedraagt minimaal 3,00 meter. e. De onderlinge afstand tussen gebouwen op een bouwperceel bedraagt minimaal 5,00 meter. f. In afwijking van het bepaalde in b t/m e, geldt voor gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen dat: 1. de maximale bouwhoogte 3,00 meter bedraagt; 2. de oppervlakte maximaal 15 m² bedraagt. 3.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt binnen het bouwvlak maximaal 5,00 meter en buiten het bouwvlak maximaal 3,00 meter, met uitzondering van: a. erfafscheidingen waarvan de bouwhoogte voor de voorgevelrooilijn maximaal 1,00 meter bedraagt en achter de voorgevelrooilijn maximaal 2,00 meter. b. vlaggenmasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 6,00 meter bedraagt. 3.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. artikel 3.2.2 sub b, voor een bebouwingspercentage van meer dan is toegestaan conform het op de verbeelding opgenomen percentage, mits: 1. dit percentage vanuit bedrijfseconomische dan wel andere bedrijfsomstandigheden aantoonbaar
12
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
noodzakelijk is; 2. er geen fundamentele inbreuk op de stedenbouwkundige en architectonische uitgangspunten en structuren wordt gepleegd; 3. er vanuit stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaren bestaan en er sprake moet zijn van een goede of doelmatige functionele, stedenbouwkundige, bouwkundige of architectonische inpassing; 4. belangen van derden niet onevenredig worden aangetast; 5. er compensatie in groen dan wel klimaatadaptieve maatregelen in, aan of op het gebouw moet worden getroffen. b. artikel 3.2.3 sub a, voor het plaatsen van erfafscheidingen op de perceelsgrens bij hoekpercelen onder de voorwaarden dat de erfafscheiding: 1. het vrije uitzicht van het wegverkeer niet mag belemmeren en voor het wegverkeer ook niet anderszins hinder of gevaar mag opleveren; 2. geen fundamentele inbreuk op de groene dan wel open structuur pleegt; 3. er geen fundamentele inbreuk op de stedenbouwkundige en architectonische uitgangspunten en structuren wordt gepleegd; 4. er vanuit stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaren bestaan en er sprake moet zijn van een goede of doelmatige functionele, stedenbouwkundige, bouwkundige of architectonische inpassing; 5. belangen van derden niet onevenredig worden aangetast; 6. er compensatie in groen dan wel klimaatadaptieve maatregelen in, aan of op het gebouw moet worden getroffen. 3.4
Specifieke gebruiksregels
a. Bedrijven/activiteiten die vallen onder de werkingssfeer van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) waarvan de plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6-contour) reikt tot buiten de bouwperceelsgrens zijn uitgesloten. b. Propaantanks met een inhoud kleiner dan 13 m3 waarvan de veiligheidsafstanden die in artikel 3.28 van het Activiteitenbesluit zijn opgenomen buiten de bouwperceelsgrens liggen, zijn uitgesloten. 3.5
Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1
Afwijkende bedrijfsactiviteiten
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 3.1 sub a voor het toestaan van een bedrijf dat niet is opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten, mits de aard en de omvang van de milieuhinder die dit bedrijf veroorzaakt op de omgeving gelijk kan worden gesteld met een bedrijf als genoemd in de Staat van bedrijfsactiviteiten dat conform de bepalingen van dit plan ter plaatse wel is toegestaan, onder voorwaarden dat: a. er geen onaanvaardbare milieubelasting voor derden ontstaat; b. bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling betrokken worden: geluid, geurproductie, stofuitworp en gevaar, waarbij tevens kan worden gekeken naar de verontreiniging van lucht en bodem, de diversiteit en het al dan niet continu karakter van het bedrijf en de visuele hinder en verkeersaantrekkende werking.
13
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Artikel 4 4.1
Bedrijventerrein
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten die staan vermeld in de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten bij deze regels; b. volumineuze detailhandelsactiviteiten uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel volumineus' met in totaal een gezamenlijk vloeroppervlak van 6.455 m2, met dien verstande dat: 1. het uitsluitend op de begane grond en op de 1e verdieping is toegestaan; 2. het de branche 'wonen' betreft in de winkelvormen die voor deze branche staan vermeld in 'Bijlage 2 Winkelvormen binnen branches', alsmede daarmee vergelijkbare winkelvormen binnen de overige branches als genoemd in 'Bijlage 2 Winkelvormen binnen branches'; c. bedrijfsuitoefening in de sector creatieve economie & ambachtelijke bedrijvigheid uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - sector creatieve economie & ambachtelijke bedrijvigheid'; met daarbij behorende: d. e. f. g. h. i. j.
verkeersvoorzieningen; groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; nutsvoorzieningen; loopbruggen ter plaatse van of binnen een afstand van 1 meter uit de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - loopbrug'; evenementen.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
a. Op of in de voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de onder 4.1 genoemde doeleinden. b. Binnen een afstand van 3 meter uit de bestemming 'Wonen - 3' mogen geen bouwwerken worden opgericht. 4.2.2
Gebouwen
a. Gebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. Het maximale bebouwingspercentage bedraagt per bouwvlak maximaal het op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' weergegeven percentage. c. De toegestane bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal de op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' weergegeven maat. d. De afstand van gebouwen tot de voorste perceelsgrens en tot de zijdelingse perceelsgrenzen bedraagt minimaal 3,00 meter. Waar de bestaande situatie afwijkend is, mag deze gehandhaafd blijven. e. De onderlinge afstand tussen gebouwen op een bouwperceel bedraagt minimaal 5,00 meter. f. In afwijking van het bepaalde in b t/m e, geldt voor gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen dat: 1. de maximale bouwhoogte 3,00 meter bedraagt; 2. de oppervlakte maximaal 15 m² bedraagt. g. Loopbruggen zijn toegestaan met inachtneming van het bepaalde in 16.2. 4.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt binnen het bouwvlak maximaal 5,00 meter en buiten het bouwvlak maximaal 3,00 meter, met uitzondering van: a. erfafscheidingen waarvan de bouwhoogte voor de voorgevelrooilijn maximaal 1,00 meter bedraagt en
14
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
achter de voorgevelrooilijn maximaal 2,00 meter. In afwijking hiervan mag bij hoekpercelen de bouwhoogte van de erfafscheiding aan één wegzijde voor de voorgevelrooilijn maximaal 2,00 meter bedragen, mits deze ten minste 1,00 meter achter de perceelsgrens wordt geplaatst; b. vlaggenmasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 6,00 meter bedraagt. 4.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. artikel 4.2.2 sub b, voor het toestaan van een hoger bebouwingspercentage, mits dit percentage vanuit bedrijfseconomische dan wel andere bedrijfsomstandigheden aantoonbaar noodzakelijk is, waarbij voldoende opslagmogelijkheden behouden blijven; b. artikel 4.2.3 sub a, voor het plaatsen van erfafscheidingen op de perceelsgrens bij hoekpercelen onder de voorwaarden dat de erfafscheiding: 1. het vrije uitzicht van het wegverkeer niet mag belemmeren en voor het wegverkeer ook niet anderszins hinder of gevaar mag opleveren; 2. geen fundamentele inbreuk op de groene dan wel open structuur pleegt. 4.4
Specifieke gebruiksregels
a. Binnen een afstand van 3 meter uit de bestemming 'Wonen - 3' zijn geen obstakels toegestaan. b. Bedrijven/activiteiten die vallen onder de werkingssfeer van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) waarvan de plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6-contour) reikt tot buiten de bouwperceelsgrens zijn uitgesloten. c. Propaantanks met een inhoud kleiner dan 13 m3 waarvan de veiligheidsafstanden die in artikel 3.28 van het Activiteitenbesluit zijn opgenomen buiten de bouwperceelsgrens liggen, zijn uitgesloten. 4.5
Afwijken van de gebruiksregels
4.5.1
Afwijken
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.1 ten behoeve van: a. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten in een hogere milieucategorie dan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in artikel 5 lid 1 sub a, indien deze gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in artikel 4.1 sub a; b. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, die gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in artikel 4.1 sub a, maar niet in de Staat van bedrijfsactiviteiten worden genoemd. 4.5.2
Voorwaarden
Bij het verlenen van de in artikel 4.5.1 bedoelde omgevingsvergunning dient het onderstaande in acht te worden genomen: a. de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad; b. bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf dienen de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling betrokken te worden: geluid, geurproductie, stofuitworp en gevaar, waarbij tevens kan worden gekeken naar de verontreiniging van lucht en bodem, de diversiteit en het al dan niet continu karakter van het bedrijf en de visuele hinder en verkeersaantrekkende werking.
15
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Artikel 5 5.1
Gemengd - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Gemengd - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijfsuitoefening in de sector culturele & sociale programmering, uitsluitend op de begane grond en 1e verdieping ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - sector culturele & sociale progammering', mits voldaan wordt aan het bepaalde in 17.2; b. bedrijfsuitoefening in de sector creatieve economie & ambachtelijke bedrijvigheid, uitsluitend op de begane grond en 1e verdieping ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - sector creatieve economie & ambachtelijke bedrijvigheid', mits voldaan wordt aan het bepaalde in 17.2; c. horeca tot en met categorie 2 zoals opgenomen in Bijlage 4 Staat van horeca-activiteiten bij deze regels, uitsluitend op de begane grond en 1e verdieping ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - horeca tot en met categorie 2', mits voldaan wordt aan het bepaalde in 17.2. met daaraan ondergeschikt: d. e. f. g. h. i. j. k. l.
evenementen; duurzame energievoorzieningen en verzamelpunten van duurzame energievoorzieningen; energieoplaadpunten; verhardingen; wegen; voet- en fietspaden; parkeervoorzieningen, in ieder geval ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage'; groenvoorzieningen; loopbruggen ter plaatse van of binnen een afstand van 1 meter uit de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - loopbrug'; m. overdekte laad- en losplaatsen. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
a. Op of in de voor 'Gemengd - 1' aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de onder 5.1 genoemde doeleinden. b. Een omgevingsvergunning voor het bouwen kan alleen worden verleend wanneer er, op basis van onderzoek van een deskundige, is aangetoond dat een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden met betrekking tot het aspect trillingshinder als gevolg van treinverkeer. Indien de te verwachten trillingsniveaus als gevolg van treinverkeer groter zijn dan de na te streven waarden zoals leidend ten tijde van vergunningverlening (vermeld in Richtlijn deel B 'Hinder voor personen in gebouwen door trillingen, Meet en beoordelingsrichtlijn' van de Stichting Bouwresearch), dient de haalbaarheid en aanvaardbaarheid van eisen/maatregelen te zijn onderzocht en verantwoord. 5.2.2
Gebouwen
a. Nieuwbouw is binnen de bestemming niet toegestaan, behoudens: 1. herbouw; 2. het bepaalde in artikel 16.2 aanhef en onder a, waarbij de bouwregels zoals opgenomen artikel 5.2.2 onder b, c en d van toepassing zijn; b. Gebouwen worden ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gebouwd, behoudens het bepaalde in artikel 16.2 aanhef en onder a, b en c; c. Loopbruggen zijn toegestaan met inachtneming van het bepaalde in 16.2. d. Het maximale bebouwingspercentage per bouwvlak bedraagt 100%. e. De toegestane bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal de op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' weergegeven maat.
16
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
5.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3,00 meter, met uitzondering van: a. erfafscheidingen, waarvan de bouwhoogte voor de voorgevelrooilijn maximaal 1,00 meter bedraagt en achter de voorgevelrooilijn maximaal 2,00 meter. In afwijking hiervan mag bij hoekpercelen de bouwhoogte van de erfafscheiding aan één wegzijde voor de voorgevelrooilijn maximaal 2,00 meter bedragen, mits deze ten minste 1,00 meter achter de perceelsgrens wordt geplaatst. b. kunstwerken en verlichtingsarmaturen, waarvan de bouwhoogte maximaal 8 meter bedraagt. 5.3
Afwijken van de bouwregels
5.3.1
Afwijken ten behoeve van erfafscheidingen
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 5.2.3 voor het plaatsen van erfafscheidingen op de perceelsgrens bij hoekpercelen, onder de voorwaarden dat: a. de erfafscheiding het vrije uitzicht van het wegverkeer niet mag belemmeren en voor het wegverkeer ook niet anderszins hinder of gevaar mag opleveren; b. geen fundamentele inbreuk op de groene dan wel open structuur pleegt; c. er geen fundamentele inbreuk op de stedenbouwkundige en architectonische uitgangspunten en structuren wordt gepleegd; d. er vanuit stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaren bestaan en er sprake moet zijn van een goede of doelmatige functionele, stedenbouwkundige, bouwkundige of architectonische inpassing. 5.4
Specifieke gebruiksregels
a. Bedrijven/activiteiten die vallen onder de werkingssfeer van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) waarvan de plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6-contour) reikt tot buiten de bouwperceelsgrens zijn uitgesloten. b. Propaantanks met een inhoud kleiner dan 13 m3 waarvan de veiligheidsafstanden die in artikel 3.28 van het Activiteitenbesluit zijn opgenomen buiten de bouwperceelsgrens liggen, zijn uitgesloten.
17
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Artikel 6 6.1
Gemengd - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Gemengd - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, met bijbehorende voorzieningen zoals tuinen en erven, alsmede aan huis verbonden beroepen, met dien verstande dat het aantal woningen niet meer mag bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven, en mits voldaan wordt aan het bepaalde in 17.2; voor zover de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' niet is opgenomen, zijn voor het betreffende vlak geen woningen toegestaan; b. bedrijfsuitoefening in de sector culturele & sociale programmering, uitsluitend op de begane grond en 1e verdieping ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - sector culturele & sociale progammering', mits voldaan wordt aan het bepaalde in 17.2; c. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten die staan vermeld in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in Bijlage 2 Staat van Bedrijfsactiviteiten bij deze regels, uitsluitend op de begane grond ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd bedrijven', mits voldaan wordt aan het bepaalde in 17.2; met daaraan ondergeschikt: d. kleinschalige evenementen; e. natuurinclusief bouwen; f. duurzame energievoorzieningen en verzamelpunten van duurzame energievoorzieningen; g. energieoplaadpunten; h. verhardingen; i. wegen; j. voet- en fietspaden; k. parkeervoorzieningen; l. groenvoorzieningen; m.
loopbruggen ter plaatse van of binnen een afstand van 1 meter uit de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - loopbrug'; n. overdekte laad- en losplaatsen. 6.2
Bouwregels
6.2.1
Algemeen
a. Op of in de voor 'Gemengd - 2' aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de onder 6.1 genoemde doeleinden. b. Een omgevingsvergunning voor het bouwen kan alleen worden verleend wanneer er, op basis van onderzoek van een deskundige, is aangetoond dat een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden met betrekking tot het aspect trillingshinder als gevolg van treinverkeer. Indien de te verwachten trillingsniveaus als gevolg van treinverkeer groter zijn dan de na te streven waarden zoals leidend ten tijde van vergunningverlening (vermeld in Richtlijn deel B 'Hinder voor personen in gebouwen door trillingen, Meet en beoordelingsrichtlijn' van de Stichting Bouwresearch), dient de haalbaarheid en aanvaardbaarheid van eisen/maatregelen te zijn onderzocht en verantwoord. 6.2.2
Gebouwen
a. Nieuwbouw is binnen de bestemming niet toegestaan, behoudens: 1. herbouw; 2. het bepaalde in artikel 16.2 aanhef en onder a, waarbij de bouwregels zoals opgenomen artikel 6.2.2 onder b van toepassing zijn; 3. het nieuw bouwen van gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding nieuwbouw', waarbij de bouwregels zoals opgenomen in artikel 6.2.2 onder b, c en d van toepassing zijn. b. Gebouwen worden ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gebouwd, behoudens het bepaalde in
18
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
artikel 16.2 aanhef en onder a, b en c. c. Loopbruggen zijn toegestaan met inachtneming van het bepaalde in 16.2. d. Het maximale bebouwingspercentage bedraagt per bouwvlak maximaal het op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' weergegeven percentage. e. De toegestane bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal de op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' weergegeven maat. 6.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3,00 meter, met uitzondering van: a. erfafscheidingen, waarvan de bouwhoogte voor de voorgevelrooilijn maximaal 1,00 meter bedraagt en achter de voorgevelrooilijn maximaal 2,00 meter. In afwijking hiervan mag bij hoekpercelen de bouwhoogte van de erfafscheiding aan één wegzijde voor de voorgevelrooilijn maximaal 2,00 meter bedragen, mits deze ten minste 1,00 meter achter de perceelsgrens wordt geplaatst. b. kunstwerken en verlichtingsarmaturen, waarvan de bouwhoogte maximaal 8 meter bedraagt. 6.3
Afwijken van de bouwregels
6.3.1
Afwijken ten behoeve van erfafscheidingen
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 6.2.3 sub a voor het plaatsen van erfafscheidingen op de perceelsgrens bij hoekpercelen, onder de voorwaarden dat: a. de erfafscheiding het vrije uitzicht van het wegverkeer niet mag belemmeren en voor het wegverkeer ook niet anderszins hinder of gevaar mag opleveren; b. geen fundamentele inbreuk op de groene dan wel open structuur pleegt; c. er geen fundamentele inbreuk op de stedenbouwkundige en architectonische uitgangspunten en structuren wordt gepleegd; d. er vanuit stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaren bestaan en er sprake moet zijn van een goede of doelmatige functionele, stedenbouwkundige, bouwkundige of architectonische inpassing. 6.4
Specifieke gebruiksregels
a. Bedrijven/activiteiten die vallen onder de werkingssfeer van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) waarvan de plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6-contour) reikt tot buiten de bouwperceelsgrens zijn uitgesloten. b. Propaantanks met een inhoud kleiner dan 13 m3 waarvan de veiligheidsafstanden die in artikel 3.28 van het Activiteitenbesluit zijn opgenomen buiten de bouwperceelsgrens liggen, zijn uitgesloten. 6.5
Afwijken van de gebruiksregels
6.5.1
Kleine economie
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 6.1 sub a voor de uitoefening van bedrijven, vallende onder de kleine economie (Bijlage 3), met dien verstande dat: a. geen onevenredige hinder mag worden toegebracht aan de kwaliteit van het woonmilieu; b. door de uitoefening van de activiteit het uiterlijk aanzien van de woning niet zodanig mag veranderen, dat het karakter ervan geheel of gedeeltelijk verloren gaat, dit houdt onder meer in dat er geen grote reclame-uitingen aan of bij de woning geplaatst mogen worden; c. de oppervlakte van de woning welke voor de bedrijfsvoering wordt gebruikt, niet meer dan 50 % van de begane grond en maximaal 30 % van het totale vloeroppervlak van de woning en de bijgebouwen bedraagt en de totale oppervlakte van de activiteit niet meer bedraagt dan 25 m²; d. het niet zodanig verkeersaantrekkende activiteiten betreft, die de woonomgeving onevenredig belasten en ten gevolge waarvan extra verkeersmaatregelen, waaronder extra parkeerplaatsen, noodzakelijk worden, tenzij op eigen terrein gezorgd kan worden voor voldoende parkeervoorzieningen of in de omgeving voldoende beschikbare plaatsen zijn; e. de uitvoerder van de activiteiten op hetzelfde perceel woont; f. detailhandel alleen als ondergeschikte activiteit is toegestaan en uitsluitend van goederen die
19
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
verband houden met de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning wordt verleend; g. activiteiten die op grond van het bepaalde in de Wet milieubeheer meldingsplichtig zijn of activiteiten die op grond van artikel 2.1 lid 1 onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vergunningplichtig zijn, in beginsel niet worden toegestaan, tenzij kan worden aangetoond dat geen overlast voor de omgeving op zal treden, waarbij maximaal bedrijven uit categorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in Bijlage 1 van deze planregels of daarmee qua aard en invloed op de woonomgeving vergelijkbare bedrijven worden toegestaan. 6.5.2
Afwijkende bedrijfsactiviteiten
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 6.1 sub c voor het toestaan van een bedrijf dat niet is opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten, mits de aard en de omvang van de milieuhinder die dit bedrijf veroorzaakt gelijk kan worden gesteld met een bedrijf als genoemd in de Staat van bedrijfsactiviteiten dat conform de bepalingen van dit plan ter plaatse wel is toegestaan, onder voorwaarden dat: a. er geen onaanvaardbare milieubelasting voor derden ontstaat; b. bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling betrokken worden: geluid, geurproductie, stofuitworp en gevaar, waarbij tevens kan worden gekeken naar de verontreiniging van lucht en bodem, de diversiteit en het al dan niet continu karakter van het bedrijf en de visuele hinder en verkeersaantrekkende werking.
20
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Artikel 7 7.1
Gemengd - 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Gemengd - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
wegen en pleinen met een verblijfsfunctie, alsmede ter ontsluiting van de nabijgelegen gronden; voet- en fietspaden; verkeersvoorzieningen; bevoorrading; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; speelvoorzieningen; gevelterrassen aansluitend aan en ten behoeve van de horecafunctie; nutsvoorzieningen;
met daaraan ondergeschikt: j. evenementen; k. moestuinen; l. uitbreiding van bestaande gebouwen die gesitueerd zijn in aanliggende bestemmingen; m. balkons ten behoeve van de aanliggende bestemmingen; n. loopbruggen ten behoeve van de aanliggende bestemmingen ter plaatse van of binnen een afstand van 1 meter uit de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - loopbrug'; o. overige bijbehorende voorzieningen. 7.2
Bouwregels
7.2.1
Algemeen
Op of in de voor 'Gemengd - 3' aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de onder 7.1 genoemde doeleinden. 7.2.2
Gebouwen
Op of in de voor 'Gemengd - 3' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, behoudens: a. uitbreiding van bestaande gebouwen die gesitueerd zijn in aanliggende bestemmingen, met inachtneming van het bepaalde in 16.2; b. balkons ten behoeve van de aanliggende bestemmingen, met inachtneming van het bepaalde in 16.2; c. loopbruggen, met inachtneming van het bepaalde in 16.2. 7.2.3
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
a. De bouwhoogte van verlichtingsarmaturen bedraagt ten hoogste 8 meter. b. Ten behoeve van gevelterrassen mogen haaks op de gevel van een pand met een horeca-aanduiding terrasafscheidingen worden geplaatst met een hoogte van maximaal 150 cm. De onderste 75 cm van deze afscheiding mag ondoorzichtig zijn, daarboven dient de afscheiding doorzichtig te zijn (met uitzondering van de constructie die maximaal 10 % van het gevelvlak in beslag mag nemen). c. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste 3 meter.
21
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Artikel 8 8.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. speelvoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: d. voet- en fietspaden; e. parkeervoorzieningen en bijbehorende ontsluitingswegen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein'; f. uitbreiding van bestaande gebouwen die gesitueerd zijn in aanliggende bestemmingen; g. balkons ten behoeve van de aanliggende bestemmingen; h. evenementen; i. nutsvoorzieningen; j. overige bijbehorende voorzieningen. 8.2
Bouwregels
8.2.1
Algemeen
Op of in de voor 'Groen' aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de onder 8.1 genoemde doeleinden. 8.2.2
Gebouwen
Op of in de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, behoudens: a. uitbreiding van bestaande gebouwen die gesitueerd zijn in aanliggende bestemmingen, met inachtneming van het bepaalde in 16.2; b. balkons ten behoeve van de aanliggende bestemmingen, met inachtneming van het bepaalde in 16.2. en met dien verstande dat balkons niet zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specieke bouwaanduiding - geen balkons toegestaan'. c. nutsgebouwen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak', waarbij de bouwhoogte maximaal 4 meter bedraagt. 8.2.3
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 meter.
22
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Artikel 9 9.1
Verkeer - Wegverkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Wegverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen en straten, alsmede opstelstroken, busstroken, voet- en fietspaden; b. verkeersvoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: c. d. e. f. g. h.
parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; geluidwerende voorzieningen; overige bijbehorende voorzieningen.
9.2
Bouwregels
9.2.1
Algemeen
Op of in de voor 'Verkeer - Wegverkeer' aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de onder 9.1 genoemde doeleinden. 9.2.2
Gebouwen
Op of in de voor 'Verkeer - Wegverkeer' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 9.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 10 meter.
23
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Artikel 10 10.1
Wonen - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, met bijbehorende voorzieningen zoals tuinen en erven, alsmede aan huis verbonden beroepen, met dien verstande dat het aantal woningen niet meer mag bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven en mits voldaan wordt aan het bepaalde in 17.2; b. bedrijfsuitoefening in de sector culturele & sociale programmering, uitsluitend op de begane grond en 1e verdieping ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - sector culturele & sociale progammering', mits voldaan wordt aan het bepaalde in 17.2; c. bedrijfsuitoefening in de sector creatieve economie & ambachtelijke bedrijvigheid, uitsluitend op de begane grond en 1e verdieping ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - sector creatieve economie & ambachtelijke bedrijvigheid', mits voldaan wordt aan het bepaalde in 17.2; met daaraan ondergeschikt: d. e. f. g. h. i. j. k. l.
kleinschalige evenementen; duurzame energievoorzieningen en verzamelpunten van duurzame energievoorzieningen; energieoplaadpunten; verhardingen; wegen; voet- en fietspaden; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; loopbruggen ter plaatse van of binnen een afstand van 1 meter uit de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - loopbrug'; m. overdekte laad- en losplaatsen. 10.2
Bouwregels
10.2.1 Algemeen a. Op of in de voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de onder 10.1 genoemde doeleinden. b. Woningen zijn niet toegestaan binnen bestaande gebouwen. c. Een omgevingsvergunning voor het bouwen kan alleen worden verleend wanneer er, op basis van onderzoek van een deskundige, is aangetoond dat een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden met betrekking tot het aspect trillingshinder als gevolg van treinverkeer. Indien de te verwachten trillingsniveaus als gevolg van treinverkeer groter zijn dan de na te streven waarden zoals leidend ten tijde van vergunningverlening (vermeld in Richtlijn deel B 'Hinder voor personen in gebouwen door trillingen, Meet en beoordelingsrichtlijn' van de Stichting Bouwresearch), dient de haalbaarheid en aanvaardbaarheid van eisen/maatregelen te zijn onderzocht en verantwoord. 10.2.2 Gebouwen a. Gebouwen worden ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gebouwd, behoudens het bepaalde in artikel 16.2 aanhef en onder b en c. b. Het maximale bebouwingspercentage bedraagt per bouwvlak maximaal het op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' weergegeven percentage; voor zover geen aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' is opgenomen, is een bebouwingspercentage van 100% toegestaan. c.
De toegestane bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal de op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' weergegeven maat, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoogteaccent' voor maximaal 20% van het bouwvlak een bouwhoogte is toegestaan tot 60 meter.
24
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
d. Loopbruggen zijn toegestaan met inachtneming van het bepaalde in 16.2. 10.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3,00 meter, met uitzondering van: a. erfafscheidingen, waarvan de bouwhoogte voor de voorgevelrooilijn maximaal 1,00 meter bedraagt en achter de voorgevelrooilijn maximaal 2,00 meter. In afwijking hiervan mag bij hoekpercelen de bouwhoogte van de erfafscheiding aan één wegzijde voor de voorgevelrooilijn maximaal 2,00 meter bedragen, mits deze ten minste 1,00 meter achter de perceelsgrens wordt geplaatst. b. kunstwerken en verlichtingsarmaturen, waarvan de bouwhoogte maximaal 8 meter bedraagt. 10.3
Afwijken van de bouwregels
10.3.1 Afwijken ten behoeve van erfafscheidingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 10.2.3 sub a voor het plaatsen van erfafscheidingen op de perceelsgrens bij hoekpercelen, onder de voorwaarden dat: a. de erfafscheiding het vrije uitzicht van het wegverkeer niet mag belemmeren en voor het wegverkeer ook niet anderszins hinder of gevaar mag opleveren; b. geen fundamentele inbreuk op de groene dan wel open structuur pleegt; c. er geen fundamentele inbreuk op de stedenbouwkundige en architectonische uitgangspunten en structuren wordt gepleegd; d. er vanuit stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaren bestaan en er sprake moet zijn van een goede of doelmatige functionele, stedenbouwkundige, bouwkundige of architectonische inpassing. 10.4
Afwijken van de gebruiksregels
10.4.1 Kleine economie Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 10.1 sub a voor de uitoefening van bedrijven, vallende onder de kleine economie (Bijlage 3), met dien verstande dat: a. geen onevenredige hinder mag worden toegebracht aan de kwaliteit van het woonmilieu; b. door de uitoefening van de activiteit het uiterlijk aanzien van de woning niet zodanig mag veranderen, dat het karakter ervan geheel of gedeeltelijk verloren gaat, dit houdt onder meer in dat er geen grote reclame-uitingen aan of bij de woning geplaatst mogen worden; c. de oppervlakte van de woning welke voor de bedrijfsvoering wordt gebruikt, niet meer dan 50% van de begane grond en maximaal 30% van het totale vloeroppervlak van de woning en de bijgebouwen bedraagt en de totale oppervlakte van de activiteit niet meer bedraagt dan 25 m²; d. het niet zodanig verkeersaantrekkende activiteiten betreft, die de woonomgeving onevenredig belasten en ten gevolge waarvan extra verkeersmaatregelen, waaronder extra parkeerplaatsen, noodzakelijk worden, tenzij op eigen terrein gezorgd kan worden voor voldoende parkeervoorzieningen of in de omgeving voldoende beschikbare plaatsen zijn; e. de uitvoerder van de activiteiten op hetzelfde perceel woont; f.
detailhandel alleen als ondergeschikte activiteit is toegestaan en uitsluitend van goederen die verband houden met de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning wordt verleend; g. activiteiten die op grond van het bepaalde in de Wet milieubeheer meldingsplichtig zijn of activiteiten die op grond van artikel 2.1 lid 1 onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vergunningplichtig zijn, in beginsel niet worden toegestaan, tenzij kan worden aangetoond dat geen overlast voor de omgeving op zal treden, waarbij maximaal bedrijven uit categorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in Bijlage 1 van deze planregels of daarmee qua aard en invloed op de woonomgeving vergelijkbare bedrijven worden toegestaan.
25
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
10.4.2 Extra kwetsbare groepen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning voor de zorggebonden woningen en de woontoren afwijken van het verbod uit artikel 17.11 om binnen 200 meter van de spoorlijnen Roermond-Sittard, Roermond-Weert en/of Roermond-Venlo en/of de provinciale weg N280 extra kwetsbare groepen toe te laten, mits het gestelde in de artikelen 4.90 tot en met 4.96 uit het Besluit bouwwerken leefomgeving in acht wordt genomen. Van het gestelde in de vorige volzin kan worden afgeweken indien de verzoeker aan het bevoegd gezag aantoont dat de zorggebonden woningen en/of de woontoren of het gebruik daarvan ten minste eenzelfde mate van veiligheid biedt als is beoogd met het gestelde in voornoemde artikelen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving. Als de voorgestelde oplossing gelijkwaardig is dan zal het bevoegd gezag het beroep op gelijkwaardigheid honoreren.
26
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Artikel 11 11.1
Wonen - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, met bijbehorende voorzieningen zoals tuinen en erven, alsmede aan huis verbonden beroepen, met dien verstande dat het aantal woningen niet meer mag bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven en mits voldaan wordt aan het bepaalde in 17.2; ter plaatse van de aanduiding 'wonen uitgesloten' zijn geen woningen toegestaan; b. bedrijfsuitoefening in de sector creatieve economie en ambachtelijke bedrijvigheid, uitsluitend op de begane grond en 1e verdieping ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - sector creatieve economie & ambachtelijke bedrijvigheid', mits voldaan wordt aan het bepaalde in 17.2; c. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten die staan vermeld in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten bij deze regels, uitsluitend op de begane grond ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd bedrijven', mits voldaan wordt aan het bepaalde in 17.2; d.
horeca tot en met categorie 2 zoals opgenomen in Bijlage 4 Staat van horeca-activiteiten bij deze regels, uitsluitend op de begane grond en 1e verdieping ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - horeca tot en met categorie 2', mits voldaan wordt aan het bepaalde in 17.2 ; met daaraan ondergeschikt: e. kleinschalige evenementen; f. duurzame energievoorzieningen en verzamelpunten van duurzame energievoorzieningen; g. energieoplaadpunten; h. verhardingen; i. wegen; j. voet- en fietspaden; k. parkeervoorzieningen; l. groenvoorzieningen; m. loopbruggen ter plaatse van of binnen een afstand van 1 meter uit de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - loopbrug'; n. overdekte laad- en losplaatsen. 11.2
Bouwregels
11.2.1 Algemeen a. Op of in de voor 'Wonen - 2' aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de onder 11.1 genoemde doeleinden. b. Een omgevingsvergunning voor het bouwen kan alleen worden verleend wanneer er, op basis van onderzoek van een deskundige, is aangetoond dat een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden met betrekking tot het aspect trillingshinder als gevolg van treinverkeer. Indien de te verwachten trillingsniveaus als gevolg van treinverkeer groter zijn dan de na te streven waarden zoals leidend ten tijde van vergunningverlening (vermeld in Richtlijn deel B 'Hinder voor personen in gebouwen door trillingen, Meet en beoordelingsrichtlijn' van de Stichting Bouwresearch), dient de haalbaarheid en aanvaardbaarheid van eisen/maatregelen te zijn onderzocht en verantwoord. 11.2.2 Gebouwen a. Nieuwbouw is binnen de bestemming niet toegestaan, behoudens: 1. herbouw; 2. het bepaalde in artikel 16.2 aanhef en onder a, waarbij de bouwregels zoals opgenomen artikel 11.2.2 onder b van toepassing zijn; 3. het nieuw bouwen van gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding nieuwbouw', waarbij de bouwregels zoals opgenomen in artikel 11.2.2 onder b, c en d van toepassing zijn.
27
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
b. Gebouwen worden ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gebouwd, behoudens het bepaalde in artikel 16.2 aanhef en onder a, b en c. c. Het maximale bebouwingspercentage bedraagt per bouwvlak maximaal het op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' weergegeven percentage; voor zover geen aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' is opgenomen, is een bebouwingspercentage van 100% toegestaan. d. De toegestane bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal de op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' weergegeven maat. e. Loopbruggen zijn toegestaan met inachtneming van het bepaalde in 16.2. 11.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3,00 meter, met uitzondering van: a. erfafscheidingen, waarvan de bouwhoogte voor de voorgevelrooilijn maximaal 1,00 meter bedraagt en achter de voorgevelrooilijn maximaal 2,00 meter. In afwijking hiervan mag bij hoekpercelen de bouwhoogte van de erfafscheiding aan één wegzijde voor de voorgevelrooilijn maximaal 2,00 meter bedragen, mits deze ten minste 1,00 meter achter de perceelsgrens wordt geplaatst. b. kunstwerken en verlichtingsarmaturen, waarvan de bouwhoogte maximaal 8 meter bedraagt. 11.3
Afwijken van de bouwregels
11.3.1 Afwijken ten behoeve van erfafscheidingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 11.2.3 sub a voor het plaatsen van erfafscheidingen op de perceelsgrens bij hoekpercelen, onder de voorwaarden dat: a. de erfafscheiding het vrije uitzicht van het wegverkeer niet mag belemmeren en voor het wegverkeer ook niet anderszins hinder of gevaar mag opleveren; b. geen fundamentele inbreuk op de groene dan wel open structuur pleegt; c. er geen fundamentele inbreuk op de stedenbouwkundige en architectonische uitgangspunten en structuren wordt gepleegd; d. er vanuit stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaren bestaan en er sprake moet zijn van een goede of doelmatige functionele, stedenbouwkundige, bouwkundige of architectonische inpassing; e. er compensatie in groen dan wel klimaatadaptieve maatregelen in, aan of op het gebouw moet worden getroffen. 11.4
Specifieke gebruiksregels
a. Tot een strijdig gebruik van de gronden wordt met het oog op de bodemkwaliteit in elk geval begrepen het ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - bodemaandachtsgebied': 1. openbreken of doorboren van vloeren die in directe verbinding staat met de bodem (begane grondvloer of keldervloer); 2. in de onderliggende bodem graven. b. Van strijdig gebruik als bedoeld onder a is geen sprake indien in overeenstemming met een saneringsplan en indien de werkzaamheden worden uitgevoerd door een daartoe gecertificeerd bedrijf. 11.5
Afwijken van de gebruiksregels
11.5.1 Kleine economie Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 11.1 sub a voor de uitoefening van bedrijven, vallende onder de kleine economie (Bijlage 3), met dien verstande dat: a. geen onevenredige hinder mag worden toegebracht aan de kwaliteit van het woonmilieu; b. door de uitoefening van de activiteit het uiterlijk aanzien van de woning niet zodanig mag veranderen, dat het karakter ervan geheel of gedeeltelijk verloren gaat, dit houdt onder meer in dat er geen grote reclame-uitingen aan of bij de woning geplaatst mogen worden; c. de oppervlakte van de woning welke voor de bedrijfsvoering wordt gebruikt, niet meer dan 50 % van
28
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
de begane grond en maximaal 30 % van het totale vloeroppervlak van de woning en de bijgebouwen bedraagt en de totale oppervlakte van de activiteit niet meer bedraagt dan 25 m²; d. het niet zodanig verkeersaantrekkende activiteiten betreft, die de woonomgeving onevenredig belasten en ten gevolge waarvan extra verkeersmaatregelen, waaronder extra parkeerplaatsen, noodzakelijk worden, tenzij op eigen terrein gezorgd kan worden voor voldoende parkeervoorzieningen of in de omgeving voldoende beschikbare plaatsen zijn; e. de uitvoerder van de activiteiten op hetzelfde perceel woont; f. detailhandel alleen als ondergeschikte activiteit is toegestaan en uitsluitend van goederen die verband houden met de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning wordt verleend; g. activiteiten die op grond van het bepaalde in de Wet milieubeheer meldingsplichtig zijn of activiteiten die op grond van artikel 2.1 lid 1 onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vergunningplichtig zijn, in beginsel niet worden toegestaan, tenzij kan worden aangetoond dat geen overlast voor de omgeving op zal treden, waarbij maximaal bedrijven uit categorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in Bijlage 1 van deze planregels of daarmee qua aard en invloed op de woonomgeving vergelijkbare bedrijven worden toegestaan.