Bijlage 2 - Omgevingsvisie Roermond
Tekst van het document
Omgevingsvisie Roermond
63
gemeente juist strenger zijn. De gemeente wil voor onder andere voor externe veiligheid, geluid en geur in het omgevingsplan normen per gebied of bijvoorbeeld rondom kwetsbare functies bepalen. De gemeente heeft de wettelijke zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater. Wij voeren de zorg zó uit dat de volksgezondheid wordt bevorderd en beschermd, en goede leefomgeving wordt bevorderd en schade aan het milieu wordt voorkomen. Daarnaast zetten we in op een sociaal veilige leefomgeving, een omgeving van sterke gemeenschappen waarin men omziet naar elkaar en overlast wordt tegengegaan. Sociaal veilig, zodat iedereen veilig kan wonen en werken. Op basis van het programma integrale veiligheid voeren we een actief beleid tegen ondermijning door criminele netwerken, drugshandel, prostitutie en dergelijke. Waar mogelijk zetten we de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) in, als we misbruik van subsidies of vergunningen verwachten. Risicovolle activiteiten worden niet toegelaten op plaatsen waar ze conflicteren met de leefbaarheid. We willen bovendien dat bestaande risicovolle activiteiten binnen hun huidige risicocontouren blijven. Andersom passen gevoelige functies (zoals woningen en kinderdagverblijven) bijvoorbeeld niet in de nabijheid van industrie, agrarische bedrijvigheid en drukke wegen.
We houden een scherp oog op alle ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de veiligheid van onze inwoners. Risico’s kunnen immers beïnvloed worden. Enerzijds door ze te voorkomen en anderzijds door de kans van optreden te verkleinen en de gevolgen te beperken. Om dit voor elkaar te krijgen sluiten we als gemeente Roermond, bij het afwegen van nieuwe initiatieven en thema’s, aan bij de kernwaarden van onze veiligheidsregio (Veiligheidsregio Limburg Noord, 2021) zoals deze in het bijgevoegde tekstvlak zijn opgenomen. Veiligheid is een randvoorwaarde voor een goed functionerende maatschappij en voor de kwaliteit van de leefomgeving. We beschouwen daarom veiligheid niet als apart thema, maar als randvoorwaarde c.q. ontwerpcriteria bij alle opgaven en uitgangspunten. Hierdoor wordt veiligheid een integraal onderdeel van de fysieke leefomgeving. Ten aanzien van de fysieke veiligheid gebruiken we de landelijke kernwaarden fysieke veiligheid bij onze afwegingen en hebben we oog voor de risico’s zoals omschreven in het provinciaal risicoprofiel. MET DE FIETS IS DE SNELSTE WEG We willen dat lopen, fietsen en andere actieve en duurzame vervoersmiddelen de belangrijkste vervoerswijzen worden. Bij nieuwe ontwikkelingen is de aanleg van korte fietsroutes het uitgangspunt.
Een belangrijk onderdeel van een gezonde en duurzame leefomgeving is de mogelijkheid om ergens lopend of fietsend heen te gaan. Hiermee willen we beweging stimuleren. De gemeente wil in de stad hier zoveel mogelijk ruimte aan geven. Lopen en fietsen moet de eerste keuze worden. Dat betekent dat we gaan werken aan voldoende en veilige langzaam verkeersroutes die uitnodigen tot lopen en fietsen, niet alleen voor recreatief gebruik, maar ook voor woon-werkverkeer en als verbinding in de stad. De woonomgeving en openbare ruimte moeten het aantrekkelijk maken om lopend of op de
Omgevingsvisie Roermond
64
fiets ergens heen te gaan, door onder andere groen aangeklede en veilige fiets- en wandelpaden te realiseren. Groene, aantrekkelijke routes dragen bovendien bij aan het welbevinden van de inwoners van Roermond. Maar ook door bijvoorbeeld goede overstappunten met openbaar vervoer en het inrichten van autoluwe wijken, wat uitgangspunt wordt bij nieuwe ontwikkelingen. Het moet de reiziger gemakkelijk worden gemaakt om te gezonde keuze te maken. Om dat mogelijk te maken worden voldoende stallingen en goede verbindingen gerealiseerd en wordt het parkeerbeleid herzien.
DE PUBLIEKE RUIMTE IS GERICHT OP BEWEGING EN ONTMOETEN We willen ontmoeting en bewegen stimuleren in de publieke ruimte. Dit gaat niet alleen om de openbare ruimte, maar ook de openbare voorzieningen. Het welzijn en de gezondheid van mensen wordt positief beïnvloed door een schoon, opgeruimd, overzichtelijk sociaal veilig straatbeeld met voldoende groen en ruimte voor ontmoeting en gezamenlijke activiteiten. Door in te zetten op het principe van positieve gezondheid bij de inrichting van wijken en de openbare ruimte – met aandacht voor toegankelijkheid en inclusiviteit- ontstaat een prettig en (sociaal) veilig woonklimaat.
We willen dat iedereen in Roermond dezelfde mogelijkheden heeft om gezond te zijn of te worden. Dat betekent dat de leefomgeving voldoende mogelijkheden voor sporten, bewegen en spelen moet hebben. De gezonde keuze moet makkelijk gemaakt worden. Dat heeft gevolgen voor hoe we de openbare ruimte inrichten, maar ook de bereikbaarheid van publieke voorzieningen als sportvoorzieningen. Denk aan autoluwe wijken, openbaar groen voor sport en beweging of groene en aantrek-
Omgevingsvisie Roermond
65
kelijke wandel- en fietspaden. Roermond heeft veel niet goed bereikbare parken en groene gebieden zonder goede doorgaande routes. Door deze gebieden toegankelijker te maken voor fietsers en wandelaars krijgen inwoners meer gelegenheid om gezonde keuzes te maken. Daarnaast willen we voldoende toegankelijke sportvoorzieningen (voor iedereen en dus ook mensen met een beperking). De sportvoorzieningen moet goed verspreid worden over Roermond, op zo’n manier dat deze gemakkelijk te bereiken zijn via fiets of met openbaar vervoer. Onderzocht wordt of het tracé van de IJzeren Rijn hiervoor gebruikt kan worden. Bij de (her)inrichting van de (openbare) ruimte gaan we in eerste instantie na wat die ruimte in haar directe omgeving en in grote verband voor functie heeft en hoe dit gebied gebruikt wordt en gebruikt kan worden op groter schaalniveau. We zoeken ook naar mogelijkheden van meervoudig ruimtegebruik. Bijvoorbeeld bij de inrichting van een weg kijken we in eerste instantie hoe dit gebied ook verblijfsgebied kan zijn of een rol kan spelen in het actieve verkeer en gaan we dus niet standaard uit van de technische eisen en de doorstromingsfunctie van een weg. IEDEREEN MOET MAKKELIJK IN GROENE GEBIEDEN KOMEN Roermond heeft bos- en natuurgebieden en een aantrekkelijk landelijk gebied in haar omgeving.
Binnen de stad zijn een aantal grotere groengebieden waar men rust en ontspanning kan vinden. We willen de bereikbaarheid van deze groene gebieden zowel binnen als buiten de stad verbeteren. Een betere bereikbaarheid is ook positief voor hulpdiensten. We willen dat kwetsbare mensen ook voldoende groen in hun omgeving of binnen redelijke (loop)afstand hebben. Dat betekent dat ook wijken waar geen groen kan worden toegevoegd, het mogelijk moet zijn om snel naar een groengebied te gaan. Daarom werken we aan groene routes voor fietsen en lopen die groene gebieden in de stad en het buitengebied verbinden. We zetten in op een betere fiets- en wandelstructuur waarbij een directe verbinding wordt gemaakt met de groene gebieden en parken in de stad. Ook willen we de beekdalen van de Roer, de Maasnielderbeek en de Swalm en nabijgelegen bos- en natuurgebieden beter onderling verbinden en ontsluiten. We willen de toegankelijkheid van het buitengebied voor de inwoners van Roermond vergroten door meer recreatieve en aantrekkelijke fietsroutes te realiseren. Daarmee kan het omliggende landschap meer worden gebruikt voor recreatie. Een (door)fietsroute over de voormalige IJzeren Rijn kan van grote cultuurhistorische, landschappelijk en sociaal verbindende waarde zijn.
Deze langzaam verkeersverbindingen willen we waar mogelijk combineren met natuurverbindingen, zodat de routes bijdragen aan een versterking van de biodiversiteit en de natuurwaarden, maar ook met verblijfsfuncties zodat ze een rol in het dagelijks leven van de inwoners kunnen spelen en ontmoetingen stimuleren. Ook worden landschappelijke en recreatieve verbindingen gemaakt met gebieden over de grens.
5.2
Aantrekkelijke woon- en werkstad
We willen een onderscheidend profiel in de regio ontwikkelen, als moderne stad voor jong en oud. De plannen voor onderwijslocaties, nieuwe woningen, werkgelegenheid en maatschappelijke voorzieningen sluiten hierop aan.
Omgevingsvisie Roermond
66
Plannen voor nieuwe woningen dienen aan te sluiten op de lokale woningbehoefte, maar dienen ook bij te dragen aan een evenwichtige bevolkingsopbouw, door Roermond aantrekkelijker te maken voor jongeren. Ook in Roermond komen meer een- en tweepersoonshuishoudens en meer ouderen. De manier waarop onze openbare voorzieningen en openbare ruimte is ingericht moet daarop worden aangepast. De uitgangspunten hiervoor staan in ‘de gezonde en veilige stad’. Ons profiel als moderne woon- en werkstad willen we ook laten zien in onze onderwijslocaties, die we willen moderniseren. We stimuleren samenwerking tussen ondernemers en onderwijs. Bouwontwikkelingen worden zorgvuldig voorbereid. Zowel kwaliteit, kwantiteit, behoefte en vraag nemen we me in onze overwegingen. Daarbij letten we op de wijze waarop nieuwe bouwontwikkelingen bijdragen aan een aantrekkelijke, veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. Voor maatschappelijke voorzieningen streven we naar een evenredige spreiding over de gemeente. We streven naar regionale afstemming voor wat betreft woningbouw voor bijzondere doelgroepen en maatschappelijke voorzieningen voor deze doelgroepen. De aanwezigheid van voorzieningen en woningen voor bijzondere doelgroepen kan de sociale veiligheid en leefbaarheid van woonwijken onder druk zetten. Uitgangspunten:
-
Inzetten op Roermond als woon- en werkstad voor goed opgeleide jongeren.
-
Eigentijdse onderwijslocaties in verbinding met de stad (nieuwe locaties in / aan binnenstad)
-
We passen de principes van duurzaam ruimtegebruik toe.
-
Streven naar spreiding van maatschappelijke voorzieningen over de gemeente
INZETTEN OP ROERMOND ALS WOON – EN WERKSTAD VOOR GOED OPGELEIDE JONGEREN We willen een aantrekkelijke stad zijn voor jongeren. We zetten daarbij specifiek in op de goed opgeleide jongeren en meer diversiteit in opleidingsniveau . Hierbij zien we gezien de unieke kenmerken van Roermond met name kansen in de groep starters en doorstromers op de arbeids- en woningmarkt (25 tot 40 jarigen). Deels zullen dit de jongeren zijn die voor hun studie naar elders zijn verhuisd en terugkeren en deels richten we ons op inwoners die niet direct binding hebben met Roermond. Daarvoor zijn, naast een aantrekkelijke woon- en leefomgeving, ook goede verbindingen met omliggende steden noodzakelijk. In het bijzonder is openbaar vervoer (ook internationaal) daarbij van belang, bijvoorbeeld elektrificatie en verdubbeling van de Maaslijn. We werken aan de ontwikkeling van een regionaal vervoersknooppunt rondom het station. Hierbij onderzoeken we de mogelijkheid functies aan het stationsgebied toe te voegen, als een aantal sporen kunnen worden gesaneerd. Deze doelgroep is van belang om de stad financieel draagkrachtig te behouden en de voorzieningen op peil te houden. We willen een onderscheidend profiel in de regio ontwikkelen, als moderne, jonge stad. Het aanbod woningen, werkgelegenheid en voorzieningen moet op dit profiel en op elkaar aansluiten.
Voor deze doelgroep is in de eerste plaats voldoende geschikte en betaalbare huisvesting nodig. Uiteraard geldt dit ook voor andere doelgroepen, zoals ouderen. Daarom streven we naar groei van het aantal woningen en doorstromingsmogelijkheden in en rond de stad. Door de centrale ligging van Roermond kunnen jongeren gebruik maken van een divers HBO en Universiteitsaanbod binnen
Omgevingsvisie Roermond
67
een korte afstand. Bovendien zetten we in op een goede aansluiting van de Roermondse bedrijven vanuit hoger onderwijsinstellingen in de wijde omgeving. Bijvoorbeeld door stage- en traineeplekken te creëren in het bedrijfsleven voor HBO-functies. De jeugd moet in Roermond kunnen blijven wonen en na afronding van de opleiding in Roermond aan de slag kunnen gaan. In het kader van de toekomst van het onderwijs in Roermond stellen we, in gesprek met partners, het Integraal Huisvesting Plan (IHP) op. Het huisvesten van dependances van of samenwerking met hoger onderwijs gericht op regionaal aangeboden werkgelegenheid is daarvoor een optie. De inzet op een betere ontsluiting van de drie trekkers en het aantrekken van evenementen draagt bij aan de aantrekkingskracht op jongeren. Algemene functies, zoals zorg, vervolgonderwijs en cultuur maken Roermond als woonstad aantrekkelijk en daarom zoeken we naar mogelijkheden om dit te versterken. Deze functies zijn op stedelijk niveau bij voorkeur in het centrum gelegen. Onze bedrijventerreinen herbergen 33% van onze arbeidsplaatsen. We hebben vijf bedrijventerreinen, Merum, Stadsrand Noord, Willem-Alexander, Roerstreek en Reubenberg. Op deze bedrijventerreinen wordt gewerkt aan zorgvuldig ruimtegebruik, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en klimaatadaptatie/biodiversiteit. Dit draagt bij aan een aantrekkelijke werkstad.
EIGENTIJDSE BEROEPSONDERWIJSLOCATIES IN VERBINDING MET DE STAD Met de onderwijspartners werkt de gemeente toe naar een visie op de onderwijsstad Roermond voor jong en oud en speelt daarbij in op de (binnen)stedelijke context en infrastructuur van de compacte stad Roermond als geheel. We willen onze onderwijslocaties moderniseren, vernieuwen en verduurzamen. Ons profiel als jonge, moderne woon- en werkstad willen we ook laten zien in onze onderwijslocaties. We zetten in op het versterken van de verbinding van het (middelbaar) beroepsonderwijs en het regionale bedrijfsleven en instellingen zodat studenten in de beroepscontext worden opgeleid. Hierbij is er tevens aandacht voor de fysieke component. WE PASSEN DE PRINCIPES VAN DUURZAAM RUIMTEGEBRUIK TOE We willen ruimte blijven bieden aan nieuwbouw van woningen binnen het bestaand bebouwde gebied. Voor de stad Roermond betekent dit: binnen het bestaande stedelijk gebied. Nieuwbouwplannen moeten aansluiten op de vraag en aansluiten op de directe omgeving. Dit vergt een zorgvuldige afstemming op maat, waarbij de nabijheid van busverbindingen, supermarkten en de inrichting van de openbare ruimte een rol spelen. Er is vraag naar woningen voor jongeren, sociale doelgroepen, doorstromers en ouderen. We willen differentiatie in de woningbouw.
We willen de woonfunctie in de binnenstad versterken, bovendien pakken we daarmee de transformatie van leegstaand vastgoed aan. Nieuwbouwplannen moeten zorgvuldig stedenbouwkundig worden ingepast waarbij de aanleg van duurzame ontsluiting voor fiets- en wandelverkeer het uitgangspunt is. Ook wonen en leefbaarheid in de kernen krijgt aandacht. Het geldende beleid met betrekking tot kwaliteitsbijdrage in het buitengebied (zoals vastgelegd in de structuurvisie kwaliteitsbijdrage en opgenomen als bijlage bij deze omgevingsvisie) zetten we voort. Initiatieven in het kader van de energietransitie beschouwen we al een bijzondere situatie zoals opgenomen in paragraaf 3.9 van de structuurvisie, waarbij we maatwerk toepassen. Voor iedere ontwikkeling in het buitengebied moet een investering worden gedaan in extra kwaliteit van het
Omgevingsvisie Roermond
68
buitengebied. Buiten de bebouwingsclusters, linten en de dorpen worden geen nieuwe woningen toegestaan in het buitengebied. Water en bodem zijn sturend bij ruimtelijke keuzes. Grondgebruik moet passend zijn bij de waterhuishouding. De gemeente onderstreept het belang van robuust en veerkrachtig ingerichte beekdalen en de ruimte die hiervoor nodig is. SPREIDING VAN MAATSCHAPPELIJKE VOORZIENINGEN We streven naar een evenredige spreiding van maatschappelijke voorzieningen en woningen voor bijzondere doelgroepen over de gemeente. Roermond heeft een centrumfunctie in de regio voor wonen en maatschappelijke voorzieningen. De stad trekt een diversiteit aan doelgroepen. Ook doelgroepen met een hogere zorgvraag of specialistische hulpvraag komen in de stad. Daaruit volgt ook een uitbreiding van het aantal (specialistische) zorg- en maatschappelijke voorzieningen in de stad. Maar ook andere aanverwante functies en voorzieningen worden hiermee getrokken. We willen dat zowel de specialistische voorzieningen als de daarmee samenhangende woningen zich niet concentreren op enkele plekken, maar worden verspreid over de hele gemeente. We willen hiermee voorkomen dat druk op de leefbaarheid ontstaat. Daarnaast willen we bovenmatige toestroom van doelgroepen met een hogere of specialistische hulpvraag beperken.
We bieden ruimte aan maatschappelijke voorzieningen voor behoefte van de eigen inwoners. In het kader van de centrumfunctie willen we in de regio afspraken maken, om een evenwichtige en evenredige verdeling na te streven.
5.3
De Duurzame Stad/ Energie en klimaat
Roermond zet zich in voor een klimaatneutraal Roermond. Duurzaamheid is een opgave voor ons allemaal. Het heeft betrekking op hoe we wonen, werken, recreëren, hoe we ons verplaatsen, kortom op alle keuzes die we maken. Dat betekent dat we bij alle ontwikkelingen nadenken over de wijze waarop we een klimaatneutrale en klimaatbestendige invulling hieraan geven, waarbij we ook aspecten zoals veiligheid meewegen. Daarnaast werken we aan hoogwaterveiligheid, waarbij water en stad elkaar versterken. We zien kansen voor opwekking van duurzame energie in onze gemeente. Nieuwe ontwikkelingen moeten zo volledig mogelijk duurzaam worden uitgevoerd. We zetten in op meer groen en water in het bebouwde gebied, om (regen)wateroverlast en hittestress tegen te gaan. De ligging van Roermond aan het water geeft de stad een unieke kwaliteit. Oplossingen voor hoogwaterveiligheid zijn mogelijk, onder voorwaarde dat die kwaliteit behouden wordt. Uitgangspunten: -
Duurzaamheid stellen we als randvoorwaarde
-
We werken uit waar duurzame energieopwekking plaats kan vinden.
-
We zetten in op meervoudig ruimtegebruik
-
We streven naar een toekomstbestendig beheer en ontwikkeling van de ondergrond.
-
Integrale afweging met betrekking tot hoogwaterveiligheid.
-
We stimuleren transport over water (om vrachtverkeer te verminderen)
Omgevingsvisie Roermond
69
DUURZAAMHEID STELLEN WE ALS RANDVOORWAARDE Omdat duurzaamheid een opgave is voor ons allemaal, stellen we duurzaamheid als randvoorwaarde voor nieuwe ontwikkelingen of herstructureringen en transformaties. Naast het stellen van randvoorwaardes stimuleren we kleinschalige initiatieven in de woon- en leefomgeving die bijdragen aan het duurzaam ruimtegebruik. Bij iedere nieuwe ontwikkeling denken we na over de wijze waarop we een klimaatneutrale en klimaatbestendige invulling geven, hoe dit past in de fysieke leefomgeving en waar mogelijk geven we bij het beoordelen van alternatieven voorrang aan initiatieven die duurzaamheid of energieneutraal bouwen als uitgangspunt hanteren. Nieuwbouw moet daarnaast energieneutraal worden gerealiseerd, en zoveel mogelijk circulair. WE WERKEN UIT WAAR DUURZAME ENERGIEOPWEKKING PLAATS KAN VINDEN. Roermond zet zich in voor een klimaatneutraal Roermond. Opwekking van duurzame energie dient zoveel mogelijk binnen bestaand bebouwd gebied een plek te krijgen, maar we voorzien dat dit niet voldoende zal zijn en dat daarbuiten ook maatregelen en ontwikkelingennodig zullen zijn. Nieuwe ontwikkelingen moeten volledig duurzaam worden uitgevoerd. Voor bestaande bouw geldt een opgave om deze te transformeren naar klimaatneutraal. De gemeente kan dit niet alleen. Daarom willen we samenwerken met regionale partners en met onze inwoners.
De gemeente heeft daarbij een stimulerende rol, zodat iedereen daadwerkelijk bijdraagt. De energietransitie is een opgave van ons allemaal. Wij zijn van mening dat de zwakste schouders niet het zwaarst getroffen moeten worden. Daarom zetten wij ons in voor een eerlijke verdeling van de kosten die de energietransitie met zich mee brengt. De komende tijd werken we met de regio een Regionale Energie Strategie uit. De R.E.S. wordt uitgewerkt tot een nieuwe, verbeterde versie (de RES 2.0.). We intensiveren onze samenwerking met andere gemeenten door ook regionaal opgaven zoals het Nationaal Isolatieprogramma op te pakken. Grootschalige duurzame energieopwekking krijgt ook een plaats in de R.E.S. Ons uitgangspunt hierbij is dat grootschalige opwekking niet in landschappelijk waardevolle gebieden gesitueerd moet worden. Bij opwekking van duurzame energie zal innovatie op termijn een grote rol spelen, waardoor ruimtegebruik op basis van nieuwe technieken beperkter zal zijn. Bovendien moet grootschalige opwekking de landschappelijke kwaliteit niet aantasten maar liefst verbeteren, ondersteunen of in ieder geval compenseren.
Omgevingsvisie Roermond
70
WE ZETTEN IN OP MEERVOUDIG RUIMTEGEBRUIK. We zetten in op meer groen en water in de stad om de stad klimaatbestendig te maken. Samen met onze inwoners en bedrijven zoeken we een passende bescherming tegen de gevolgen van de klimaatverandering. Hierbij hanteren we de voorkeurstrategie opvangen-bergen-infiltreren-afvoeren van water. Maatregelen aan de bron (particuliere en openbare gebouwen, verharding en percelen) hebben dus nadrukkelijk de voorkeur. Groen en water biedt bovendien mogelijkheden om sport, spel en ontmoeting in de woon- en leefomgeving te realiseren. Ook is er een kans om deze als bluswatervoorzieningen in te zetten. Door fietsroutes te combineren met de ontwikkeling van groen worden de fietsroutes aantrekkelijker.
Voldoende groen en water in de bebouwde omgeving geeft ruimte voor opvang en infiltratie van water. Groen in stedelijk gebied zorgt voor verkoeling en biedt schaduw tegen de zon. In Roermond is niet in alle bebouwde gebieden voldoende groen aanwezig. De opgave voor meer groen verschilt per wijk en soms wel per straat. Wijken met meer verstening hebben meer last van (regen)wateroverlast en hittestress (te warm, geen mogelijkheid voor verkoeling). We zoeken ruimte om groen toe te voegen en (regen)water op te vangen. Hiermee dragen we bij aan het realiseren van groen binnen redelijke loopafstand. We zetten in op goed ruimtelijk gebruik voor de energietransitie, inclusief de warmtetransitie. Dit betekent het waarborgen van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving c.q. het verbeteren van de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit. De transitie moet een bijdrage leveren aan de verbetering van de leefomgeving. Bij de realisatie van de transitie zoeken we nadrukkelijk naar multifunctioneel en verantwoord ruimtegebruik en meekoppelkansen zoals werk-met-werk. WE STREVEN NAAR EEN TOEKOMSTBESTENDIG BEHEER EN ONTWIKKELING VAN DE ONDERGROND De fysieke leefomgeving omvat ook de ondergrond. Het borgen van de kwaliteit van de ondergrond en de bodem is van groot belang.
Een goede bodemkwaliteit is de voorwaarde voor gezonde voedselproductie, schoon drinkwater, biodiversiteit, bescherming tegen wateroverlast en dergelijke. De bodem bevat ook de historie van Roermond en draagt daarin mee aan de karakteristiek. Daarnaast is de ondergrond zowel binnen als buiten de stad onlosmakelijk verbonden met de functies bovengronds. De bodem en ondergrond draagt zodoende bij aan een goede fysieke leefomgeving en een aantrekkelijke woon- en leefomgeving. Het gebruik van de bodem en de ondergrond nemen in de toekomst alleen maar toe, voornamelijk door de energietransitie. De diepe ondergrond kenmerkt
Omgevingsvisie Roermond
71
zich door de aanwezigheid van breuklijnen en de Roerdalslenk waardoor er beperkingen zijn in het gebruik daarvan. Door de energietransitie breidt het kabelnetwerk voor elektriciteit verder uit, maar ontstaat ook vraag naar de benutting van bodemenergie of ondergrondse opslag van CO2. Wij willen meer sturing en ordening krijgen in onze ondergrond met het oog op deze ontwikkelingen. Daarbij vinden we het van groot belang dat toekomstige ontwikkelingen niet belemmerd worden door wat er de komende jaren in de ondergrond plaats zal vinden. Daarbij denken we aan een verre horizon. INTEGRALE AFWEGING MET BETREKKING TOT HOOGWATERVEILIGHEID. We werken aan hoogwaterveiligheid, waarbij water en stad elkaar versterken. Dit vraagt om een andere manier van inrichten langs het water. We hebben een integrale kijk op hoogwaterveiligheid, waarbij bouwen aan en met het water het uitgangspunt is. Nieuwe ontwikkelingen zijn minimaal waterneutraal, maar moeten liever nog een verbetering opleveren voor de omgeving. De ligging aan de Maas is van belang voor de wijze waarop onze leefomgeving wordt ingericht. Ook de beken in het buitengebied kennen overstromingsgevaar. Bij hevige buien kan de Maasnielderbeek buiten haar oevers treden. De aangrenzende percelen kunnen dan wateroverlast of waterschade ondervinden.
De gemeente wil strategieën uitwerken om de waterveiligheid ook bij hoogwater te kunnen garanderen. Wij willen daarom werken aan een woon- en werkomgeving waar structureel meer water wordt vastgehouden. In de stad blijft een kadekering nodig. Buiten de stad willen wij ruimte bieden voor verruiming van de rivier. Deze opgave moet integraal worden opgepakt in samenwerking tussen gemeente, inwoners, waterpartners en gebiedspartners. We willen dat waterkeringen, dijken en waterretenties bijdragen aan een verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving. Een van de middelen is adaptief bouwen en door te werken aan meerlaags veiligheid (overstromingen voorkomen, een duurzame ruimtelijke inrichting, rampenbeheersing bij overstromingen), zowel in de stad als buiten de stad. Daarbij moet rekening worden gehouden met de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. Bovendien vinden wij het belangrijk dat er voldoende ruimte blijft voor stedelijke ontwikkeling en recreatieve mogelijkheden. De stad moet zich openen naar het water, niet erdoor worden ingesloten. De ligging aan het water geeft de stad een unieke kwaliteit. We willen meer verbinding tussen de stad en het water. Wij willen daarom geen op zichzelf staande dijkversterkingen in het stedelijk gebied, maar combineren deze met een gebiedsontwikkeling.
De waterkering in het stedelijk gebied heeft tevens een functie voor woningen, bedrijven, wandelvoorzieningen, verblijfsgebied etc. De overgang van stad en water moet meer stedelijke allure krijgen, waarbij in het bebouwd gebied bij bebouwing en de openbare ruimte rekening wordt gehouden met overstromingsrisico’s en waar voor de inwoners van Roermond de mogelijkheid wordt geboden om direct contact te hebben met het water. WE STIMULEREN TRANSPORT OVER WATER (OM VRACHTVERKEER TE VERMINDEREN) Roermond is uitstekend bereikbaar over het water. De Maas is een belangrijke verbinding voor het bedrijventerrein Willem Alexander. Er zijn ook diverse havens, waar aan en afvoer van grondstoffen, halffabricaten en producten plaatsvindt. Roermond wil vervoer over water als duurzame vervoersmodaliteit stimuleren en het goederenvervoer schoner maken. Dit past bij de verduurzaming van vervoersbewegingen en de regionale rol van Roermond als werkstad. Het verbeteren van havenfacili-
Omgevingsvisie Roermond
72
teiten biedt kansen om de hoogwaterveiligheid te verbeteren. Een verplaatsing van wegvervoer naar scheepvaart past bij de doelstelling voor het verminderen van de CO2 uitstoot. We staan open voor initiatieven die deze kansen aangrijpen en benutten.
5.4
Stad van drie grote trekkers
Vanuit ruimtelijk en economisch perspectief heeft Roermond drie grote trekkers: de historische binnenstad, de stedelijke Maasplassen en het Designer Outlet Roermond. Hier is plek voor ontspanning en ontmoeting voor zowel de eigen inwoners als bezoekers. Ontspanning en ontmoeting is ook hetgeen deze drie met elkaar verbindt. De onderlinge fysieke verbindingen en naar de rest van stad zijn beperkt en verdienen opwaardering. Alleen zo kunnen deze onderscheidende kwaliteiten voor de stad goed benut worden. De historische binnenstad met zijn diversiteit aan functies en het Designer Outlet Roermond (DOR) zijn twee trekkers die vele miljoenen bezoekers trekken. De Maasplassen zijn de derde trekker. De Maasplassen bieden een veelvoud aan recreatieve functies voor inwoners en bezoekers van Roermond zoals waterscouting, botenverhuur, vaarscholen, surfscholen etc. Bovendien zijn er in Roermond circa 2055 ligplaatsen in de diverse jachthavens. Het aanbod voor bewoners en bezoekers in Roermond is compleet: Naast de drie trekkers dragen de ligging aan het weidse water van de Maas en de Maasplassen en de nabijheid van een groen en landelijk buitengebied met lieflijke beekdalen, als ook de natuurgebieden in onze omliggende gemeenten bij aan de aantrekkelijkheid van de gemeente voor wonen en recreëren. Ook dit biedt economische mogelijkheden.
Roermond biedt mede hierdoor een uitstekende uitvalsbasis voor meerdaags verblijf. We willen deze kwaliteiten van Roermond inzetten om de quality of life voor onze inwoners te vergroten en de kansen voor toerisme te benutten. Uitgangspunten: -
Roermond ontwikkelt zich als stad voor meerdaags bezoek.
-
Betere ontsluiting.
-
Beleving van de stad op peil houden. Cultuurhistorische en monumentale kwaliteiten in stand houden, versterken, meer zichtbaar maken en gebruiken als inspiratiebron bij nieuwe ontwikkelingen..
Omgevingsvisie Roermond
73
ROERMOND ONTWIKKELT ZICH ALS STAD VOOR MEERDAAGS BEZOEK Roermond is een stad van drie trekkers: binnenstad, stedelijke Maasplassen en DOR. Bezoekers komen veelal voor een van deze trekkers. We willen de onderlinge kruisbestuiving stimuleren zodat de stad er als geheel beter van kan worden. Wij willen mensen langer laten verblijven in Roermond. Zoals aangegeven zijn de onderlinge verbindingen beperkt en is een opwaardering noodzakelijk. We werken met partners samen aan een verleidelijk aanbod voor toeristen, door in te zetten op de combinatie van de drie trekkers. Dat vergt een betere samenwerking en promotie. We willen met een duidelijk profiel van Roermond naar buiten en goede informatievoorziening over het aanbod in Roermond. Het vergt ook betere en aantrekkelijkere verbindingsroutes tussen de drie trekkers. Daarnaast willen we dat de Maasplassen beter gebruikt wordt voor recreatie, sport, cultuur en evenementen, die bij voorkeur aansluiten op het profiel van Roermond. Deze functies kunnen het beste in samenhang met elkaar en in samenhang met een goede verbinding richting de stad worden gerealiseerd. Hiervoor hebben we voor De Weerd (Noorderplas) en Hatenboer (Zuidplas) het Ontwikke-
lingskader Stedelijke Maasplassen opgesteld. BETERE ONTSLUITING We willen onze drie trekkers beter ontsluiten voor onze eigen inwoners. We zorgen voor aantrekkelijke, groene routes voor fiets- en wandelverkeer vanuit de woonwijken richting het centrum. Zo worden de trekkers bereikbaar voor alle doelgroepen in de stad, waardoor ook de eigen inwoners kunnen profiteren van de drie trekkers van Roermond. De binnenstad en DOR zijn vanuit de omliggende wijken niet makkelijk en snel te bereiken. Ook de fiets- en voetgangersverbinding tussen het DOR en de binnenstad werkt nog niet optimaal. Daarnaast dient de verbinding veilig en aantrekkelijk te blijven, ook in de nacht. De belangrijkste oorzaak wordt gevormd door de spoorlijn en de N280 die dwars door Roermond lopen en die voor fietsers en voetgangers maar op enkele plekken kunnen worden overgestoken. De gemeente wil onderzoeken of de oversteken of onderdoorgangen over het spoor kunnen worden verbeterd, zodat de verbindingen vanuit de wijken verbeterd worden.
Omgevingsvisie Roermond
74
Autobereikbaarheid Binnenstad en DOR De bereikbaarheid in de stad staat in het weekend onder druk door de hoeveelheid bezoekers aan het DOR. Met de reconstructie van de N280 wordt hiervoor een oplossing geboden. De gemeente wil daarnaast bezoekers uit de regio en inwoners verleiden om op de fiets te komen. Transfers of goede ov-verbindingen kunnen bijdragen aan minder autoverkeer in de binnenstad en op verkeersaders in de stad. Bereikbaarheid Maasplassen De gemeente wil dat mensen vanuit de stad naar de Maas/Maasplassen toe kunnen gaan. Nadruk komt te liggen op de ontsluiting voor voetgangers, fietsers en eventueel het openbaar vervoer. We faciliteren riviercruises aan de Maas en waterrecreatiemogelijkheden aan de verschillende Maasplassen, in het bijzonder aan de Zuidplas en de Noorderplas. Ook bieden we ruimte aan nieuwe verbindingsmogelijkheden, zoals een watertaxi of pontje. Mogelijkheden voor een nieuwe brug worden onderzocht. Langs de Maasplassen willen we een doorgaande wandel- en fietsroute aanleggen, om het gebruik door inwoners te vergroten. Door een betere verbinding en benutting van de Maasplassen krijgen inwoners en bezoekers meer mogelijkheden om in groen en water te ontspannen en te sporten. Dit draagt bij aan de gezondheid en het welzijn van de inwoners.
BELEVING VAN DE STAD VERBETEREN We willen de binnenstad versterken door ruimte te bieden aan horeca, cultuur en ontspanning. We werken aan een nieuwe mix van aantrekkelijke functies waarin retail nog steeds een belangrijke rol blijft behouden. De dynamiek in de retail blijft ook de komende periode nog groot. We zien nu al in toenemende mate leegstand ontstaan, waardoor die mix van functies het uitgangspunt wordt. Dit betekent ook dat er een transformatieopgave van detailhandel is naar andere functies zoals wonen, ambachtelijke bedrijvigheid en dienstverlening. We willen het huidige aanbod in cultuur, erfgoed en archeologie beter ontsluiten en blijvend in stand houden. De binnenstad is de huiskamer van de stad De ambitie voor de binnenstad is een goede toegankelijkheid. Dit geldt voor de verschillende ontmoetingsfuncties en de straten, pleinen en parken: het moet voelen als de huiskamer van de stad. Er is voor iedereen ruimte voor ontspanning en ontmoeting. De binnenstad is dé plek voor cultuur, historie, horeca en winkels. We willen de binnenstad levendig en aantrekkelijk maken voor zowel bewoners van Roermond, inwoners van de binnenstad en bezoekers, ook nadat de winkels sluiten. De beleving en levendigheid willen we versterken door evenementen passend bij de verschillende plekken van de stad aan te trekken.
Deze evenementen passen bij voorkeur bij het profiel van de drie trekkers. Verder willen we een aantrekkelijk beleid voor horeca voeren. We stimuleren ondernemers om gebruik te maken van de ruime openingstijden. Dit zorgt voor meer reuring en levendigheid in de binnenstad. Daarbij hebben we uiteraard aandacht voor de leefbaarheid. Onderdeel van de beleving en leefbaarheid is ook het veiligheidsgevoel. Met de aantrekkingskracht van de binnenstad, het Designer Outlet Roermond en de vele evenementen is er ook een opgave om de veiligheid te borgen.
Omgevingsvisie Roermond
75
We staan open voor nieuwe vrijetijdsvoorzieningen. Een voorbeeld daarvan is een dagattractie die aansluit op het profiel als historische, retail en leisure stad. Ook de binnenstad van Roermond kent leegstand. Daarom zetten we in op het aantrekken en stimuleren van nieuwe ondernemers en faciliteren we functieverandering van leegstaande panden, waarbij we ondermeer ook bekijken hoe een herziening van het parkeerbeleid hier een bijdrage aan kan leveren. In het kernwinkelgebied blijft de winkelfunctie op de begane grond het belangrijkste. Cultuur en historie Het historische karakter van de stad blijkt uit de monumentale bebouwing en de structuur van de stad. Dit karakter vormt het decor voor de beleving van de stad door inwoners en bezoekers. De historische kwaliteit willen we uitdragen door in te zetten op de beleving van de historische kwaliteit van het centrum. De kwaliteit van het erfgoed die is verankerd in gevels, pleinen, historische elementen en gebouwen willen we behouden en waar mogelijk versterken. Het verleden kan daarbij dienen als inspiratiebron voor hedendaagse opgaven. Het gebruik van erfgoed voegt kwaliteit en vooral eigenheid toe aan het ruimtelijk ontwerp. Dat komt ook de beleving weer ten goede. We willen inwoners van de stad meer betrekken bij het erfgoed, bijvoorbeeld door aandacht te besteden aan een archeologische opgraving in een wijk.
Ook buiten de binnenstad is veel cultuurhistorische kwaliteit te vinden. Ook hier willen we cultuurhistorie gebruiken als drager van de ontwikkelingen. Monumenten staan niet op zichzelf maar maken deel van de omgeving en vormen vaak een ensemble. Het behouden en versterken van de ensemblewaarden heeft onze aandacht, we beoordelen plannen dan ook in een ruimer kader. Ook zetten we in op behoud van monumentaal groen, zoals bijzondere tuinontwerpen en laanstructuren. Groen heeft ook een functie binnen de stadsnatuur. Daarom behouden en versterken we het stedelijk groen.
Omgevingsvisie Roermond
76
Fysieke speerpunten Omgevingsvisie Roermond
Omgevingsvisie Roermond
77
6
Uitvoeringsprogramma De gemeente Roermond staat de komende jaren voor een groot aantal speerpunten en opgaven. Dit is opgenomen in deze visie. De gemeente kan de uitvoering van de visie niet alleen, maar is ook afhankelijk van inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en haar partners. De gemeente kan hierbij een attenderende rol hebben, om iets
PLAN/ PROGRAMMA
onder de aandacht te brengen van andere overheden, ondernemers of maatschappelijke organisaties. Ook kan de gemeente meerdere partijen met elkaar in contact brengen om initiatieven te verbinden. Een aantal speerpunten en opgaven vraagt om meer uitwerking of doorwerking in andere plannen, zoals het omgevingsplan, een ‘programma’, de uitvoering van beheer of bij projecten. Bij nieuwe ontwikkelingen hanteren we de speerpunten uit Hoofdstuk 5 als uitgangspunt. Bij initiatieven van derden geven we ze mee als kader. Dit hebben we niet afzonderlijk benoemd in het uitvoeringsprogramma, omdat we dit als doorlopend proces zien. Daarnaast werken we op basis van een uitvoeringsprogramma aan de uitvoering van de visie door middel van concrete acties. Het uitvoeringsprogramma zal in de looptijd van de omgevingsvisie regelmatig worden geactualiseerd. Op die manier wordt gemonitord of alle acties worden uitgevoerd en kunnen ook nieuwe acties worden toegevoegd om de doelen uit deze omgevingsvisie te bereiken. We kiezen ervoor om in het uitvoeringsprogramma acties te benoemen waar we concreet mee aan te slag gaan. Acties voor de (middel)lange termijn staan daarom niet beschreven. We behouden daarmee de flexibiliteit om op basis van de visie en de speerpunten acties te formuleren en daarbij ook in te spelen op actuele trends en ontwikkelingen. Wat gaan we doen: -
We nemen gebiedsgerichte normen voor milieuaspecten in het omgevingsplan, waar nodig werken we in de vorm van een programma aan het bereiken van die normen.
-
We vergroenen Roermond en we werken aan betere verbindingen om actieve mobiliteit te stimuleren, waaronder: -
het gebruik van het tracé van de voormalige IJzeren Rijn als publieke ruimte gericht op beweging en ontmoeting;
-
een aantrekkelijke verbinding tussen de stad, het Roerdal, de Maasnielderbeek en het Swalmdal.
-
een fiets- en wandelroute langs en naar de Maas/ de Maasplassen, waaronder een nieuwe verbinding over de Maas.
-
het verbeteren van langzaam verkeersroutes tussen Roermond en de dorpen in de regio.
-
de verbinding van en tussen de drie trekkers.
Omgevingsvisie Roermond
78
-
We versterken de samenwerking tussen gemeenteoverheden, Roermondse bedrijvenbedrijfsleven en (beroeps) onderwijsinstellingen in de omgeving.
-
Het stationsgebied wordt getransformeerd tot regionaal vervoersknooppunt met ruimte voor verschillende functies en voorzieningen.
-
We zorgen ervoor er in woningbouwplannen in ruime mate woningaanbod is gericht op de leeftijdscategorie 25 tot 40 jaar.
-
We zetten in op het versterken van de verbinding van het (middelbaar) beroepsonderwijs en het regionale bedrijfsleven en instellingen zodat studenten in de beroepscontext worden opgeleid. Hierbij is er tevens aandacht voor de fysieke component.
-
We maken een kader waarmee we toetsen hoe we nieuwe maatschappelijke voorzieningen en daarmee samenhangende woningen spreiden.
-
We werken de mogelijkheden rondom de energietransitie uit, zowel uiteindelijk voor de onderdelen grootschalige opwek elektrische energie, een warmte(transitie)visie en besparingsopties
-
We stellen naar aanleiding van de klimaatstresstest een actieplan met concrete maatregelen op en zoeken mogelijkheden om dit te combineren met het stimuleren van ontmoeting en bewegen in de openbare ruimte.
-
Samen met onze partners werken we een strategie uit voor de toekomstige hoogwateropgave waarbij langs het water meervoudig ruimtegebruik wordt toegepast. We werken een passend beschermingsniveau uit en kijken welke maatregelen de voorkeur hebben. Hierbij onderzoeken we welke potenties er zijn voor integrale gebiedsontwikkeling en adaptieve inrichtingsmaatregelen.
-
We stellen samen met onze partners een plan op voor het herstel van de beeksystemen en we onderstrepen hierbij het belang van het robuust en veerkrachtig inrichten van het watersysteem in het buitengebied. Dit doen we door ruimte voor het watersysteem te reserveren
-
We stellen een ontwikkelingsstrategie op waarbij de verbindende factor tussen de drie trekkers voorop staat.
-
We stellen een ontwikkelingskader op voor de overige Maasplassen.
-
We maken monumenten en archeologie meer zichtbaar om de beleving te bevorderen.
-
We bekrachtigen onze visie op duurzaam regenwaterbeheer in een waterstructuurkaart. Dit is een gebiedsdekkende kaart waarop voor elke locatie is te zien hoe (afgekoppeld) regenwater gaat afstromen en waar het zich verzameld, maar ook welke plekken ruimte moet worden vrijgehouden of vrijgemaakt om regenwater zonder overlast te kunnen bergen, afvoeren of infiltreren. Daarmee is het een toetsende kaartlaag voor alle ruimtelijke ontwikkelingen.
Omgevingsvisie Roermond
79
Bijlagen
Bijlage 1: Beleidskader 1.
Beleidskader Rijk, provincie en waterschap
De omgevingsvisie vormt het richtinggevende kader voor de gemeente. Maar de omgevingsvisie staat niet op zichzelf. Er zijn veel wetten, regels en beleidskaders waar de omgevingsvisie rekening mee moet houden. Hierna beschrijven we de belangrijkste wetten en regels van het rijk, de provincie en het waterschap waarmee de omgevingsvisie rekening moet houden. NATIONALE OMGEVINGSVISIE (NOVI) Aan de hand van een toekomstperspectief op het jaar 2050 brengt de NOVI de langtermijnvisie in beeld. Daar volgt een viertal prioriteiten uit, zijnde: 1) Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2) Duurzaam economisch groeipotentieel; 3) Sterke en gezonde regio’s 4) Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen deze prioriteiten is het nodig om keuzes te maken. Binnen het NOVI worden daarvoor de volgende drie afwegingsprincipes gebruikt: a) Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies b) Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en c) Afwentelen wordt voorkomen Binnen de prioriteiten worden vervolgens beleidskeuzes gemaakt. PROVINCIALE OMGEVINGSVISIE (POVI) Toekomstbeeld 2030-2050 Limburg is een regio die haar inwoners goede omstandigheden biedt om te leven, leren, wonen en werken. Limburg kent een goed vestigingsklimaat met een sterke sociale cohesie en uitstekende omgevings-kwaliteiten.
De leefomgeving in zowel stad als dorp als in het landelijk gebied is niet alleen aantrekkelijk, veilig en gezond, maar biedt ook plaats aan een duurzame energievoorziening, voorzieningen voor het opvangen van wateroverlast en voldoende groen om hittestress tegen te gaan. Steden en dorpen hebben een gecoördineerde, maar organische transformatie doorgemaakt door het waar nodig aanpassen/herschikken van onder meer woningen, winkels, kantoren, werklocaties, vervoers-, nuts-, cultuur- en onderwijsvoorzieningen met respect voor de monumentale en identiteitsbepalende onderdelen. Dankzij een sterk adaptief vermogen van ondernemingen, zowel van het midden en klein bedrijf (MKB) als de multinationals, maken sectoren als de (maak-)industrie, agrofood- complex, logistiek, vrijetijdseconomie en zorg grote technologische en digitale veranderingen door.
Duurzame energieopwekking is in Limburg geïntegreerd in steden, dorpen en enkele grootschalige productielocaties in Limburg. De overgangen tussen bebouwde gebieden en het landelijk gebied zijn optimaal ingericht voor stads(kringloop)landbouw, recreatie, natuur- en landschapsbeleving en klimaatadaptieve voorzieningen. De beekdalen hebben een klimaatadaptieve functie. Maar ze zijn ook ingericht als waterreservoir in het kader van het verminderen van watertekorten in periode van droogte. Er is meer ruimte voor water, klimaatbossen, natuurgerichte vormen van landbouw en vrijetijdseconomie. Het Natuurnetwerk Limburg en de daarbinnen gelegen Natura 2000-gebieden hebben een meer robuust karakter gekregen. Zij hebben een sterkere onderlinge verbinding, en mede door de multifunctionele overgangszones rondom het Natuurnetwerk, is er ook een verbetering van goede instandhoudingscondities voor de biodiversiteit. Kringlooplandbouw bepaalt in belangrijke mate het grondgebruik in het landelijk gebied van Noorden Midden-Limburg buiten de groenblauwe mantel - vooral beek- en rivierdalen en verbindingszones van natuurgebieden - en het Natuurnetwerk Limburg. De balans met de omgeving -water, bodem, lucht, mens en natuur - is hersteld. Limburgse principes en zoneringen De Omgevingsvisie is geen blauwdruk voor de toekomst. Bij (nieuwe) ontwikkelingen kunnen we nog keuzes maken.
Daarbij kiest de provincie voor maatwerk en houdt rekening met het karakter en mogelijkheden van een gebied en de afweging van belangen op lokale schaal. Als er afwegingen worden gemaakt wordt dat gedaan op basis van de Limburgse principes: •
Streven naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving
•
Kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal
•
Meer stad, meer land (compacte steden en dorpen en landelijke gebieden als tegenhanger van stedelijke gebieden)
•
Zorgvuldig omgaan met onze ruimte en voorraden bovengronds én ondergronds
•
Procesmatige uitgangspunten
Naast de inhoudelijke principes, hanteert de provincie de volgende procesmatige uitgangspunten over de beoogde uitvoering en samenwerking met de partners: •
de maatschappelijke opgaven en kansen staan centraal;
•
samenwerking, participatie en eigenaarschap;
•
we werken gebiedsgericht;
•
we werken adaptief aan de opgaven;
•
we werken als één overheid.
Provinciale belangen De overheid richt zich op het algemeen belang: datgene dat voor het welzijn van de bevolking in zijn geheel nuttig, gewenst of nodig is. De Provincie heeft speciale aandacht voor het algemeen belang van onze bevolking en het bedrijfsleven. De Provincie oefent haar taken en bevoegdheden uit als dat
nodig is met het oog op het provinciaal belang, als dat belang niet doeltreffend en doelmatig kan worden behartigd door gemeente of waterschap, of als dat bij wet is bepaald. De volgende belangen zijn geformuleerd. Wonen en leefomgeving: •
Een woningaanbod/planvoorraad waarbij vraag en aanbod in evenwicht zijn. Derhalve voldoende (betaalbare) woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek;
•
Alle woningbouwontwikkelingen beschouwt de provincie als provinciaal belang.
Veiligheid: •
Een gezonde en veilige leefomgeving voor iedere Limburger;
•
Een inrichting van de leefomgeving die bewegen, ontmoeten, zelfredzaamheid, educatie en een gezonde levensstijl stimuleert.
Cultuur, sport en erfgoed: •
Een divers aanbod van regionale voorzieningen voor sport en cultuur;
•
Het behoud en (her)gebruik van cultureel erfgoed en monumenten in hun omgeving (erfgoedensembles);
•
Een zorgvuldige omgang met en behoud van archeologische waarden.
Economie: •
Een excellent vestigingsklimaat met een sterke economische structuur:
•
Innovatiekracht en bloeiende innovatie ecosystemen op basis van triple helix samenwerking;
•
Een circulaire economie en spaarzaam omgaan met primaire grondstoffen;
•
Een goede kennis- en onderwijs (infra)structuur;
•
Een wendbare en inzetbare arbeidsmarkt waarin talent op elk niveau tot zijn recht komt.
Vestigingsklimaat: •
Genoeg en kwalitatief goede ontwikkelruimte voor bestaande en nieuwe bedrijven, werklocaties voor bedrijven kantorenlocaties en winkelgebieden.
Mobiliteit: •
Een goede aansluiting op (inter)nationale en (Eu)regionale netwerken (weg, spoor, water, lucht, buis)
•
Een toekomstbestendige, toegankelijke, veilige, slimme, schone en grenzeloze mobiliteit, zodat mensen zich naar wens en behoefte vrij kunnen bewegen.
Energie: •
Een innovatieve energietransactie, die de economische structuur versterkt, ons minder afhankelijk maakt van fossiele energie, de gevolgen van uitstoot vermindert en rekening houdt met de biodiversiteit.
Landbouw: •
Een gunstig ondernemersklimaat voor de agrofoodsector;
•
Een betekenisvolle transitie in de agrofoodsector: een overgang naar een meer duurzame, circulaire, vraaggerichte productie, die in balans is met, en bijdraagt aan een gezonde en duurzame leefomgeving.
Water: •
Een ecologisch gezond, veerkrachtig en adaptief watersysteem om weerextremen zoveel mogelijk op een natuurlijke wijze op te vangen;
•
Een integrale en realistische benadering van hoogwaterbescherming, wateroverlast, watertekort, verdroging en de verbetering van de waterkwaliteit in het stroomgebied van de Maas;
•
De zoetwatervoorziening (voor drinkwater) natuurherstel, watersysteemherstel, waterveiligheid, landbouw, landschap en de stikstofproblematiek in samenhang bezien en aanpakken.
Natuur: •
Het in stand houden van biodiversiteit;
•
Het realiseren van een robuust natuur-, bos-, en waternetwerk en een groen dooraderd landelijk gebied;
•
De maatschappelijke verankering en beleefbaarheid van natuur.
Landschap: •
Het behouden en versterken van kenmerkende kwaliteiten en afwisseling van het Limburgse landschap waaronder de groenblauwe mantel, verbrede Nationale Parken en stadlandzones.
Bodem en ondergrond: •
Ondergrond blijft duurzaam inzetbaar, ook voor toekomstige generaties;
•
Spaarzaam omgaan met de winning van de grondstoffen (voor meerdere doelen en met draagvlak);
•
Nazorg van gesloten stortplaatsen;
•
Een doelmatige bescherming van milieukwaliteit van de bodem.
STEDELIJKE ONTWIKKELING In ons hele land geldt dat grotere stedelijke ontwikkelingen en grootschalige stedelijke voorzieningen in de steden worden gerealiseerd. Bovendien moet alle nieuwe bebouwing een plek krijgen binnen het bebouwd gebied. Alleen in uitzonderlijke gevallen kunnen woningen, bedrijven en dergelijke buiten het bebouwde gebied komen. In dat geval moet een tegenprestatie voor het verlies aan omgevingskwaliteiten
worden
gegeven.
Met
dit
principe
in
combinatie
met
het
dynamisch
voorraadbeheer3, wordt in de provincie Limburg invulling aan het principe van duurzame verstedelij-
3
Het dynamisch voorraadbeheer gaat uit van het creëren van ruimte voor nieuwe innovatieve plannen in combinatie met het verbeteren van de kwaliteit van de bestaande voorraad, het terugdringen van leegstand en het schrappen van plannen die niet aansluiten op de vraag.
king. Regionaal wordt het woningbouwprogramma afgestemd. Voor de stad Roermond zijn betekende dit dat er de afgelopen jaren circa 200 woningen per jaar zijn gerealiseerd. ONDERSTEUNING, ZORG EN PARTICIPATIE Vanaf 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de ondersteuning, zorg en participatie van haar inwoners. De participatiesamenleving betekent ook dat iedereen op zijn niveau meedoet en een bijdrage levert op de arbeidsmarkt. Een belangrijke kern van de Wet maatschappelijke ondersteuning is dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Gemeenten moeten de zorg leveren aan alle jeugd tot 18 jaar. Bovendien zijn gemeenten verantwoordelijk voor de ondersteuning van mensen die niet zelfredzaam zijn. Dat betekent dat gemeenten begeleiding en dagbesteding mogelijk moeten maken. Ook dienen gemeenten beschermde woonomgevingen te bieden en te zorgen voor opvang van kwetsbare mensen. Doordat Roermond een centrumfunctie vervult, neemt de vraag naar woonruimte voor kwetsbare doelgroepen steeds meer toe. Bovendien is er een toenemende markt voor zorgaanbieders, waar de gemeente toezicht op moet houden. De sociale omgeving van inwoners wordt van groter belang, omdat zeker ouderen steeds meer aangewezen zijn op mantelzorg. BESCHERMING VAN BESTAANDE NATUUR In het provinciaal beleid worden bestaande natuurgebieden in de gemeente Roermond beschermd.
Hieronder vallen ook de Natura2000-gebieden in de gemeente: Swalmdal, Roerdal en Meinweg.
Natura 2000 en Natuurnetwerk Limburg
WATERVEILIGHEID Roermond ligt aan de Maas met haar Maasplassen. Het landschap wordt doorsneden door beekdalen en voormalige rivierdalen. De rijkdom aan water en de hoogteverschillen maken het stedelijk gebied kwetsbaar voor overstromingen, dit bleek ook tijdens het hoog water in 2021. Om de bebouwde gebieden te beschermen zijn de waterkeringen langs de Maas, de Roer en de beken van belang. In het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma wordt met regelmaat gecontroleerd of de waterkeringen nog goed genoeg zijn. Het grootste gedeelte van de wateropgaven ligt niet bij de gemeente Roermond. Desalniettemin sluiten we aan bij beleid/projecten als Deltaprogramma Maas, Maas2050, BoR (Beeld op de Rivieren), IRM (Integraal Riviermanagement) en het HWBP (Hoogwaterbeschermingprogramma). In het Regionaal voorstel Maas is onderzocht hoe de regio met de hoogwateropgave om wil gaan. Maar ook bij Roermond moet worden bekeken welke maatregelen nodig en mogelijk zijn. LANDSCHAP EN CULTUURHISTORIE Het landschap van Roermond is grotendeels een cultuurlandschap waarin veel kwaliteiten besloten liggen. Veel cultuurhistorische waarden zijn te vinden in de binnenstad van Roermond, die is aangewezen als beschermd stadsgezicht. Ook Asselt is een beschermd dorpsgezicht.
Voor de hele gemeente geldt dat de bijzondere karakteristieke cultuurhistorische waarden een belangrijke waarde is die gerespecteerd en waar mogelijk versterkt moet worden.
Beschermd stads- en dorpsgezicht
GEEN LAWAAI IN HET STILTEGEBIED Aan de oostzijde van de gemeente heeft de provincie een stiltegebied aangewezen. Nieuwe ontwikkelingen die veel geluid geven (op basis van de provinciale verordening meer dan 40 dB), worden hier niet toegestaan. Dit heeft geen gevolgen voor de bestaande functies in het gebied.
Stiltegebieden
KLIMAATBESTENDIGHEID In de ‘bouwstenen voor water en klimaat’ van de waterketenpartners is aangegeven dat we werken aan een goede waterkwaliteit van grond- en oppervlaktewater die veilig in gebruik is voor mens en dier. Hiermee beschermen inheemse flora en fauna en behouden we biodiversiteit. De Deltabeslissing Zoetwaterstrategie beschrijft afspraken om tekorten aan zoet water te voorkomen en schade te beperken als er toch een tekort is. Op Limburgs niveau wordt de waterbeschikbaarheid uitgewerkt in drie stappen te weten; transparantie: inzicht geven en krijgen, optimaliseren: verbeteren en afwegen en afspraken: maken en vastleggen. Voor ons als gemeente kunnen we hier in bijdragen door ruimte te reserveren voor beekdalen. Het waterschap zorgt voor een zo goed mogelijk peilbeheer, afgestemd op het huidige grondgebruik. Door schoon kijk- en recreatiewater verhogen we de recreatieve waarde van ons water. We geven invulling aan de zorgplicht voor het inzamelen en transport van afvalwater. Hiervoor gaan we in gesprek met bedrijven en sectoren om “foute” lozingen tegen te gaan en daar waar nodig te handhaven. Bovendien dringen we overstorten door bronmaatregelen terug (afkoppelen) en realiseren we extra berging in of aan rioolstelsel. Het waterschap pakt beekdalen aan ter verbetering van de ecologische structuur.
De beekdalen worden robuust en veerkrachtig ingericht en vormen zo de ruggengraat van natuurherstel en landschapswaarden in het landelijke gebied. Wij anticiperen hierop.
2.
Gemeentelijk beleid: wat we al doen en blijven doen
2.1
Verkeer en vervoer
Bestaand gemeentelijk beleid verkeer en verbinding: -
Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan (2017).
-
Duurzaamheidsvisie Roermond (2017).
-
Mobiliteitsvisie 2030: Slim in mobiliteit; stad in beweging (2016).
-
Toekomstvisie 2030 (2016).
-
Economisch profiel Midden-Limburg (2016).
-
Parkeerbeleid (2021)
GEBRUIK STAAT CENTRAAL In de Mobiliteitsvisie heeft de gemeente de koers bepaald voor het verkeer en vervoer richting 2030. De mogelijkheden om onze bestemmingen op een veilige, toegankelijke manier te bereiken moeten aansluiten op de wensen van de gebruikers: bewoners, bezoekers en ondernemers. In het gemeentelijk Verkeer- en vervoerplan is een actieprogramma opgesteld bij de volgende vijf speerpunten: -
Lopen en Fietsen.
-
Beter Benutten.
-
Gedragsbeïnvloeding.
-
Smart Mobility.
-
Station Roermond als Regionaal Mobiliteitsknooppunt.
LOPEN EN FIETSEN Lopen en fietsen moet in de openbare ruimte de belangrijkste vervoersmogelijkheid worden. In de Toekomstvisie wordt het belang van goede loop- en fietsroutes gezien. Het Verkeer- en vervoerplan wil het hele netwerk aanpakken, zowel (door)fietsroutes als de ontsluiting van woonwijken. Ook wil de gemeente gemakkelijke overstappunten realiseren. De inzet op lopen en fietsen draagt bij aan een gezonde en duurzame stad. BETER BENUTTEN De gemeente wil de bestaande wegen en vervoersmogelijkheden beter benutten. Bijvoorbeeld door reizigers te verleiden andere vervoerswijzen te gebruiken of op een ander moment te reizen. De gemeente wil knelpunten in de bestaande infrastructuren oplossen. In woonwijken wordt meer ruimte gegeven aan lopen en fietsen door de 30 km/u wegen anders in te richten. De verbindingen tussen woonwijken onderling en naar stedelijke voorzieningen zoals de binnenstad, het station, de Maasplassen, het buitengebied en het Outlet worden verbeterd. GEDRAGSBEÏNVLOEDING Mensen hebben zelf invloed op de verkeersveiligheid, van zichzelf en anderen. De gemeente wil dat het makkelijker is om te lopen en te fietsen en over te stappen op openbaar vervoer. Daarom faciliteert de gemeente hierin door het aanbieden van voldoende en aantrekkelijke stallingsmogelijkhe-
den en bereikbaarheid. Door voldoende informatie te geven (via Smart Mobility) kunnen mensen een bewuste keuze maken. SMART MOBILITY De gemeente wil de mogelijkheden van digitalisering inzetten. Door het verzamelen en ontsluiten van data kunnen reizigers een slimme keuze maken voor het gebruik van vervoersmiddelen en infrastructuur. De gemeente gaat werken aan toepassingen waardoor de nieuwe technologieën ingezet kunnen worden. Hierbij staat het gebruik centraal en niet het bezit van vervoersmiddelen. Denk aan de mogelijkheden van deelauto’s of deelfietsen en park & bike terreinen aan de rand van de stad. Deze alternatieven leiden tot minder autoverkeer in de stad, waardoor de luchtkwaliteit, de verkeersdruk en leefbaarheid verbeteren. REGIONAAL MOBILITEITSKNOOPPUNT De gemeente wil samen met partners het station Roermond ontwikkelen tot regionaal mobiliteitsknooppunt. Het moet het visitekaartje worden voor de stad en de regio. Tevens moet het station toegankelijker worden voor de oostzijde van de stad, door een voetgangersverbinding onder het station door aan te leggen. PARKEREN Parkeren blijft een belangrijke schakel in de bereikbaarheidsketen en speelt ook een belangrijke rol in de mobiliteitstransitie. Het nieuwe parkeerbeleid is daarin meer sturend. ‘De juiste doelgroep op de juiste plek’ geldt daarbij als uitgangspunt.
Tevens wordt een ruimhartiger instrumentarium gehanteerd, juist om transformaties mogelijk te maken en in te spelen op het anders omgaan met parkeren en alternatieve vormen van vervoer en het faciliteren van elektrisch rijden. Daarnaast is de 5B benadering leidend in het nieuwe beleid: -
eerst gedrag beïnvloeden,
-
vervolgens de aanwezige parkeercapaciteit zo goed mogelijk benutten in plaats/tijd,
-
waar nodig reguleert de gemeente het parkeren door te beprijzen,
-
en pas als eerdere oplossingen geen soelaas bieden zal de gemeente extra parkeercapaciteit bouwen,
-
ten slotte betrekken van doelgroepen ten behoeve van draagvlak voor maatregelen op het gebied van parkeren.
2.2
Toerisme, recreatie en cultuurhistorie
Het geldende gemeentelijke beleid voor recreatie, toerisme en cultuurhistorie is opgenomen in: - de Toekomstvisie
- erfgoedverordening
- Leisurevisie
- Nota archeologie 2011
- Economische visie
- Erfgoedverordening 2018
- Hotelbeleid
- Beleidsnotitie zonne-energie en monumenten 2019
- Horeca beleid
- Dubbelbestemming beschermd stadsgezicht voor de