CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - nota van antwoorden

Gemeenteraad 20 april 2023, gemeente RoermondBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen (VVGB) dijkverbetering Willem-Alexanderhaven40.866 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Tevens verzoekt indiener om de nodige omgevingsvergunning te regelen om verplaatsing van de keerwanden en de gewijzigde geluidbelasting te reguleren.

U wijst terecht op het feit dat langs het terrein van uw inrichting een geluidbeperkende wal/keerwand gesitueerd is die mede bedoeld is om binnen de geluidsnormen te blijven. Dit is ook zo in de vigerende omgevingsvergunning 'milieu' vastgelegd. Het door u kunnen blijven voldoen aan de geluidnormen is voor het waterschap een uitgangspunt.

Tijdens de aanlegwerkzaamheden voor de verhoging van de Mijnheerkensweg zijn 2 belangrijke in- en uitritten niet beschikbaar. Het betreft in- en uitritten die gebruikt worden voor transport van grotere onderdelen die niet via de centrale poort het terrein kunnen bereiken. Indiener verzoekt om tijdens de realisatie het nietbeschikbaar zijn van deze in- en uitritten

Het is juist dat twee inritten naar uw bedrijfsterrein zijn gesitueerd binnen de werkgrenzen van het project. Deze inritten zijn: • De inrit gelegen aan de toegangsweg naar de landtong die in de huidige situatie afgesloten is door twee opgestapelde containers. Deze wordt enkel geopend wanneer bijzonder transport op het terrein van Menten Metaalrecycling moet zijn.

Vanwege de voorgenomen aanpassing aan het referentieontwerp voor dijkvak 9 en 10 is het niet langer noodzakelijk om de aanwezige keerwand bij dijkvak 9 te verplaatsen. Daarmee wordt de noodzaak voor nader onderzoek naar de (tijdelijke) gevolgen voor de geluidbelasting beperkt tot dijkvak 8,de aansluiting op dijkvak 9 en de aanleg van de nieuwe coupure. Bij de verdere uitwerking en voorbereiding voor realisatie zal door het waterschap rekening gehouden worden met het doorlopen van een procedure tot aanpassing van de vigerende vergunning, of middels een gedoogconstructie het tijdelijk toestaan van hogere geluidsemissies mogelijk te maken. Graag treden wij in overleg met u, of uw adviseur, om nader uit te zoeken welke maatregelen hiervoor zijn benodigd.

Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159

tot een minimum te beperken van enkele dagen.

•

De inrit ter plaatse van de noordelijk in- en uitrit aan het doorgaande deel van de Mijnheerkensweg. Beide inritten worden door u gebruikt voor transport van grotere onderdelen. Naast genoemde inritten beschikt u over een hoofdingang naar de weegbrug met toegang naar het achterterrein. Tevens is er een zijingang gesitueerd aan de Schipperswal welke semipermanent is afgesloten met een zeecontainer. Beide inritten vallen buiten de werkgrenzen van het project en zijn tijdens de realisatie beschikbaar. Voor wat betreft de inrit gelegen aan de toegangsweg naar de landtong (zijingang Mijnheerkensweg) is het onvermijdelijk dat deze tijdens de realisatie voor een langere periode niet bereikbaar zal zijn. Het waterschap wil zich in redelijkheid inspannen om in overleg met u na te gaan welke mogelijkheden er zijn om noodzakelijke transporten van grote onderdelen via deze ingang op een andere wijze te faciliteren. Voor wat betreft de noordelijke in- en uitrit langs de doorgaande Mijnheerkensweg is het raakvlak met het project beperkt. Slechts bij de reconstructie van de wegverharding van de Mijnheerkensweg zal op een aantal momenten kortstondig de inrit niet bereikbaar zijn. Het niet beschikbaar zijn van de inrit zal zich per werkgang beperken tot enkele dagen.

De momenten van niet beschikbaar zijn van deze inrit zal door de uitvoerende aannemer tijdig vooraf met u worden afgestemd zodat u hiermee rekening kunt houden. Het waterschap zal zich in redelijkheid inspannen om overlast en/of beperkingen voor uw bedrijf tot een minimum te beperken en zal hierover, voorafgaand aan de realisatie, verder met u in overleg treden.

9

22/169

Het terrein van indiener is één aaneengesloten vloeistofdichte vloer die tot op enkele tientallen centimeters van de nieuwe waterkering is aangelegd. Op de noordelijk erfgrens, parallel aan het doodlopende deel van de Mijnheerkensweg, is de vloeistofdichte riolering van de vloeistofdichte vloer aangelegd en is een 4,5 m hoge keerwanden/geluidafscherming gebouwd. Indiener vreest dat het intrillen van de damwanden leidt tot scheurvorming van

Naar aanleiding van uw zienswijze heeft het Waterschap een deskundige marktpartij geconsulteerd over de beschikbaarheid van bouwmethoden welke maximaal tegemoet komen aan het minimaliseren van het risicoprofiel. Het blijkt mogelijk om middels een zogenaamde CSMtechniek een constructieve wand te realiseren in de nabijheid van de vloeistofdichte vloer. CSM staat voor Cutter Soil Mix. Het is een niet grond verdringend en trillingsarm systeem De soilmix methode wordt veelvuldig en breed toegepast in de Nederlandse bouwpraktijk voor het maken van Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159

de vloeistofdichten vloer en zelfs tot stabiliteitsproblemen van de keerwanden. Dit blijkt ook uit het heiadvies van IFCO dat in opdracht van het Waterschap Limburg is uitgevoerd. Volgens IFCO geldt een hoog risicoprofiel voor het aanbrengen van de damwand rondom het bedrijventerrein van Menten (dijksectie 8,9 en 10). Er bestaat het risico op een zetting van 5 tot 10 cm bij het plaatsen van de damwand. Indiener kan zich hier vanzelfsprekend niet in vinden. Indiener verzoekt dan ook om: • de waterkering op een ander locatie te realiseren, bijvoorbeeld aan de overzijde van het doodlopende deel van de Mijnheekensweg; • andere bouwtechnieken te gebruiken om zettingen van de ondergrond te voorkomen; • zettingen van de ondergrond en scheurvorming van de vloeistofdichte vloer te monitoren voor, tijdens en na de aanlegwerkzaamheden; • na afronding van de werkzaamheden de vloeistofdichte vloer te laten hercertificeren; • garanties dat scheurvorming van de vloeistofdichte vloer en eventuele zettingen van de keerwanden tot een termijn van 10 jaar na de aanlegwerkzaamheden voor rekening van het Waterschap Limburg worden hersteld.

23/169

grond- en/of waterkerende wanden in de nabijheid van kritische en trilling gevoelige omgevingsobjecten. Ook het Waterschap heeft eerdere positieve ervaringen opgedaan met deze bouwtechniek aangezien deze is toegepast in dijkversterkingen Mook en Eiland van Bergen. De wand wordt gemaakt door op de bouwlocatie met een freesmachine grond te mengen met cementspecie. Voor de sterkte en stijfheid van de wand worden op regelmatige afstand stalen Hprofielen in de wand opgenomen. Boven het maaiveld wordt na uitharding van de CSM-wand en betonwand in-situ aangebracht. Ondanks dat de CSM-techniek duurder is dan het meer conventioneel hoog frequent intrillen van damwanden heeft het Waterschap besloten deze uitvoeringstechniek in het realisatiecontract voor te gaan schrijven om daarmee maximaal invulling te geven aan het voorkomen van trilling schade. Tot slot gaan we kort afzonderlijk in op uw verzoeken: - U verzoekt de waterkering op een nadere locatie te realiseren. Onder verwijzing naar ons antwoord op vraag 1 zal de waterkering in dijkvak 9 en 10 ca. 1m worden opgeschoven in noordoostelijke richting tot buiten de aanwezige blokkenwand en tot buiten de vloeistofdichte vloer; - U vraagt om andere (veiligere) bouwtechnieken.

Het Waterschap heeft gekozen voor de best mogelijke beschikbare trillingsarme bouwtechniek middel een CSM-wand; - U vraagt om de ondergrond en vloeistofdichte vloer te monitoren. Monitoring op trillingen en zettingen tijdens bouwactiviteiten is gangbare praktijk in de funderingstechniek. Het Waterschap doet hierbij een toezegging dat de realiserende marktpartij een monitoringsplan dient op te stellen (voor, tijdens en na de realisatie) en voor de metingen en rapportages dient zorg te dragen. Het monitoringsplan zal voorafgaand aan de realisatie worden besproken met Menten Metaalrecycling en meetgegevens zullen beschikbaar worden gesteld; - U vraagt na afronding van de werkzaamheden de vloeistofdichte vloer te hercertificeren. Het waterschap kan dit toezeggen voor zover de hercertificering Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159

-

10

Tijdens de realisatie van de verhoging van de Mijnheerkensweg wordt het doorgaande gedeelte van de Mijnheerkensweg tijdelijk verlegd naar de N280 en wordt over de terreinen van SIF, Smurfit Kappa en Kalle en Bakker een tijdelijke by-pass aangelegd om de terreinen van Kalle & Bakke en van indiener te ontsluiten. Indiener is van mening dat het ontwerp van deze tijdelijke wegen alleen al voor het reguliere verkeer tot congestie gaat leiden en dat daardoor de in- en uitgang van zijn terrein onbereikbaar wordt. Extra bouwverkeer en plaatsvindende bouwwerkzaamheden zullen de te verwachten congestie nog verergeren. Indiener verzoekt dan ook om het ontwerp van de tijdelijke verlegging van de Mijnheerkensweg te herzien zodat een veilige verkeerssituatie wordt gecreëerd en die niet leidt tot congestie.

Het wegvak Mijnheerkensweg in Roermond is gecategoriseerd als een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom met een bijbehorend snelheidsregime van 50 km/u. De functie van de weg is onder andere het faciliteren van de bereikbaarheid en ontsluiting van de naast gelegen percelen, die deel uitmaken van bedrijventerrein Willem Alexanderhaven. Zowel in de definitieve als tijdelijke situatie voldoet de weg aan de inrichtingskenmerken die worden gesteld vanuit de Duurzaam Veilige inrichting conform de normen van CROW. Daarmee wordt een veilige verkeersafhandeling en vlotte doorstroming gefaciliteerd en ligt een toename van verstoring van doorstroming of congestie niet voor de hand. Hieronder volgt een nadere toelichting op een aantal relevante aspecten: •

•

24/169

noodzakelijk is en betrekking heeft op vloerdelen welke als gevolg van de dijkversterking worden aangepast, beschadigd dan wel in de invloed zone van de dijkversterkingswerkzaamheden zijn gelegen; U vraagt om een garantie van 10 jaar op het scheuren van de vloeistofdichte verharding en/of zettingen van keerwanden. Het waterschap is van mening dat met het aanpassen van het referentieontwerp, het toepassen van de CSM-techniek en het uitvoeren van monitoiring het risicoprofiel voor de opdrachtnemer beheersbaar is. Indien onverhoopt toch schade optreedt kunt u een beroep doen op de wettelijke aansprakelijkheid van de opdrachtnemer. Het ligt daarom niet in de rede om een aanvullende garantieverklaring voor 10 jaar af te geven.

Zowel in de huidige, tijdelijke als nieuwe situatie zijn erfaansluitingen en een kruispunt aanwezig, Deze beïnvloeden de capaciteit doordat dit verstoring geeft in de doorstroming. Toch levert dit, gezien de beperkte intensiteit (van zowel doorgaand als afslaand verkeer), geen problemen op in de doorstroming. Het incidenteel moeten wachten op een afslaande vrachtwagen hoort daarbij, ook op een bedrijventerrein. Dit zal soms plaatsvinden maar niet leiden tot congestie. De rijstrookbreedten die zijn toegepast in de bypass hebben in breedte exact dezelfde afmeting als in de huidige situatie Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159

•

•

•

11

Blijkens het KES-gesprek van 24 maart 2021 heeft het Waterschap een verkeerskundig advies laten opstellen om de bereikbaarheid van de bedrijven tijdens de bouwfase te verzekeren. De uitkomsten van dit verkeerskundig advies zijn echter nooit besproken met indiener.

(rijstrookbreedte van 3,50 meter). Hiermee vindt geen beperking plaats voor de veiligheid / doorstroming. De bermen bij de bypass zullen tijdelijk komen te vervallen. Hiervoor is geen ruimte meer beschikbaar om een obstakelvrije berm toe te passen. Bij de huidige vormgeving zal dit betekenen dat ten tijde van het gebruik van de bypass de snelheid omlaag gaat naar 30 km/uur. Gezien de intensiteiten op dit stuk en de vormgeving levert dat geen problemen op in relatie tot de doorstroming. Het ontwerp van de bypass is voor wat betreft boogstralen, hellingen, rijzicht en stopzicht gebaseerd op een ontwerpsnelheid van 50 km/u. Door het verlagen van de snelheid bij werk in uitvoering naar 30 km/u is sprake van een comfortabele en veilige verkeerssituatie welke ruimschoots voldoet aan de vigerende normen. Bij het ontwerp van de bypass is gekozen voor een asfaltverharding, juist om het comfort en, daarmee verband houdend, ook de doorstroming maximaal te faciliteren.

Het verkeerskundig advies is gebruikt voor de besluitvorming om gedurende de realisatie een tijdelijke by-pass aan te leggen, zoals ook staat beschreven in het ontwerp projectplan. Desgewenst zijn wij alsnog bereid u over de uitkomst van het opgestelde advies nader te informeren. Indien dit is gewenst, kunt u hiervoor contact opnemen met het waterschap. Zie tevens het antwoord bij punt 10 voor een nadere toelichting op het functioneren van de tijdelijke by-pass.

12

25/169

In het ontwerp-projectplan wordt gesteld dat: “Naarmate het detailniveau van het ontwerp gedetailleerder werd, vonden de overleggen steeds meer op individueel niveau plaats. Met bedrijven op wiens terrein werkzaamheden zijn voorzien, hebben individuele gesprekken plaatsgevonden. Tussen 2018 en 2021 hebben tientallen gesprekken plaatsgevonden.”. Indiener moet helaas vaststellen dat de zogenaamde KES-gesprekken niet goed zijn verlopen: • Tijdens de KES-gesprekken is heel expliciet stilgestaan bij de eis van indiener dat de bedrijfsvoering niet

Wij betreuren het te vernemen dat u van mening bent dat de KES-gesprekken niet goed zijn verlopen. Er zijn volgens het waterschap in voldoende mate KES-gesprekken gevoerd, echter is het bij een groot en complex project als de dijkversterking Willem-Alexanderhaven helaas niet mogelijk om aan alle wensen en/of eisen tegemoet te komen. Uitvoering van een dergelijk groot en complex project gaat niet zonder hinder of overlast. Het waterschap probeert daar in alle redelijkheid zoveel mogelijk rekening mee te houden. Enige overlast op de bedrijfsvoering kan daarbij niet worden uitgesloten. Voor zover deze overlast uitstijgt boven het algemeen maatschappelijk risico Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159

belemmerd wordt door de aanleg van de nieuwe dijk en welke maatregelen getroffen kunnen/moeten worden om de bedrijfsvoering niet te belemmeren. Met deze afspraken is geen rekening gehouden in het voorliggende ontwerp-projectplan. • Indiener stelt vast dat de dijkversterking wordt gerealiseerd binnen de kadastrale grenzen van zijn terrein. In de KES-gesprekken is dit nooit op dit detailniveau besproken en is ieder geval nooit gesproken over de verkoop van gronden ten behoeve van de dijkverbetering. Zoals bij zienswijzepunt 1 gesteld, is indiener niet voornemens om hiervoor gronden te verkopen en zijn terrein te verkleinen. • Tijdens de KES-gesprekken is nooit gewezen op de consequenties van de aanpassing van de legger op de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het terrein (zie ook de zienswijze van indiener tegen de leggerwijziging). Dit terwijl de uitgebreide beschermingszone waterkering en profielvrije ruimte verregaande beperkingen inhouden voor het gebruik van het bedrijfsterrein en het bouwen van gebouwen en bouwwerken. Indiener verzoekt dan ook bij de voorbereiding van de vaststelling van het definitief plan en van de uitvoering van de werkzaamheden veel actiever te worden betrokken en dat het Waterschap schriftelijk akkoord geeft op de gemaakte afspraken.

26/169

waarmee een ieder in een volgebouwd land als Nederland te maken kan krijgen, komt daaruit voortvloeiende schade voor vergoeding in aanmerking. Vanwege de beperkt aanwezige ruimte kan niet worden voorkomen dat voor de noodzakelijke versterkingsopgave enig (tijdelijk) ruimtebeslag op uw terrein benodigd is. Het waterschap probeert dit ruimtebeslag zoveel mogelijk te beperken. Voor het niet te vermijden benodigde permanent en tijdelijk ruimtebeslag wordt in minnelijk overleg met de grondverwerver bepaald wat hiervoor een gebruikelijke vergoeding betreft. Uitgangspunt hierbij is dat u schadeloos wordt gesteld. Ten aanzien van de legger wordt opgemerkt dat reeds in de huidige situatie sprake is van de aanwezigheid van een leggerzonering. Dit betreft het gedeelte van de reeds aanwezige primaire waterkering langs de waterlijn waar in het kader van deze dijkversterking niets aan verandert. Voor dijkvak 8 en 9 is wel sprake van een nieuw aan te leggen waterkering met coupure, waarbij de kering middels de nieuw vast te stellen leggerzoneringen wordt beschermd. De bepalingen hieromtrent zijn vastgelegd in de ‘Keur Waterschap Limburg 2019, de daarbij horende “Uitvoeringsregels Keur Waterschap Limburg 2019” en de “Beleidsregels Keur Waterschap Limburg 2019”.

U kunt deze vinden via de volgende link: https://www.waterschaplimburg.nl/overons/regelswetgeving-0/wetten-regels/keur/ De Keur heeft primair tot doel de functionaliteit en instandhouding van de waterkering te borgen. Beperkingen voor het gebruik van bedrijfsterreinen en het bouwen van gebouwen en bouwwerken in de nabijheid van de primaire waterkering zijn niet zondermeer van toepassing. Het uitvoeren van nieuwe activiteiten in de kernzone en beschermingszones van de waterkering moet worden getoetst aan de Keur (en de daarbij horende uitvoeringsregels en beleidsregels). Waarschijnlijk zijn een meldings- of vergunningplicht van toepassing. In een vergunning zullen voorschriften worden opgenomen om de functionaliteit en instandhouding van de waterkering te borgen. Activiteiten die een risico vormen voor de integriteit van de waterkering en/of inspectie en het onderhoud van de waterkering belemmeren, zullen niet worden vergund. Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159

Daarnaast zijn er ook activiteiten die in strijd zijn met de zorgplicht en waarvoor geen vergunning kan worden aangevraagd. Dit geldt bijvoorbeeld voor de opslag van grondstoffen/goederen direct tegen de waterkering. Dit is namelijk een direct risico voor de stabiliteit van de waterkering en vormt daarnaast een belemmering voor inspectie, beheer en onderhoud. Deze handeling is daarom in strijd met de zorgplicht. Indien opslag is benodigd in de directe nabijheid van de kering, kunnen aanvullende maatregelen zoals extra afschermende constructies benodigd zijn waarmee wordt voorkomen dat opslag direct tegen de waterkering kan plaats vinden. Wanneer indiener van mening is dat de dijkversterking leidt tot het maken van extra kosten dan kan indiener een onderbouwd verzoek om nadeelcompensatie op grond van artikel 7.14 Waterwet indienen, nadat het projectplan is goedgekeurd en onherroepelijk is. Een ingediend verzoek om vergoeding van planschade wordt in verband met de voorrangsregeling, zie artikel 7.16 Waterwet, ook afgehandeld als een verzoek om nadeelcompensatie. Een onafhankelijke commissie nadeelcompensatie zal vervolgens beoordelen of de waardevermindering voor schadevergoeding in aanmerking komt. De criteria waaraan een verzoek om nadeelcompensatie wordt getoetst, zijn verder uitgewerkt in het projectplan Waterwet onder paragraaf 6.3 Financieel nadeel. 13

27/169

Indiener heeft in 2012 extra investering moeten doen om de aangelegde kade zodanig te ontwerpen dat deze ook voldoet aan de eisen van een primaire waterkering. Indiener heeft daarmee een deel van de dijkversterking gerealiseerd waarvoor het Waterschap Limburg verantwoordelijk is en hetgeen het Waterschap Limburg heeft te financieren. Dit blijkt ook uit het feit dat dit deel van de waterkering geen onderdeel is van de scope van het nu voorliggende ontwerpprojectplan. Indiener stelt vast dat het Waterschap Limburg de kades van andere bedrijven wél versterkt zodat deze voldoen aan de eisen van een primaire waterkering. Indiener vindt het dan ook niet meer als normaal dat er een financiële regeling komt om zijn eigen investering in de primaire waterkering – nu tevens minderkosten voor het Waterschap – te

Het waterschap neemt uw zienswijze ter kennisneming aan. Het nu ter inzage gelegde ontwerp projectplan ziet toe op de noodzakelijke versterking van de aanwezige primaire waterkering om deze te laten voldoen aan de nieuwe van toepassing zijnde veiligheidsnorm. Het deel van de waterkering dat reeds aan de nieuwe norm voldoet valt daarmee buiten de huidige versterkingsopgave. Het alsnog in aanmerking nemen van een verzoek om met terugwerkende kracht (een deel van) de kosten van de aanleg van kades in 2012 te compenseren valt buiten de scope van voorliggend ontwerp projectplan. In het kader van deze projectplanprocedure kan een verzoek tot compensatie daarom niet in behandeling worden genomen.

Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159

compenseren. 14

Het realiseren van de nieuwe waterkering vlak langs de noordelijke inrichtingsgrens van indiener leidt tot extra kosten vanwege onder meer aanpassing van de bedrijfsvoering, inzet van eigen personeel en externe adviseurs om te garanderen dat de bedrijfsvoering van indiener niet belemmerd wordt door de realisatie van de dijkversterking. Jos Menten verzoekt het Waterschap om tegemoet te komen in deze extra kosten.

Extra te maken kosten, waaronder inzet van externe adviseurs, komen in redelijkheid voor vergoeding in aanmerking. Onder andere deze afspraken, maar bijvoorbeeld ook afspraken in verband met het tijdelijk- en permanent ruimtebeslag voor de dijkversterking, worden gemaakt in het minnelijk overleg met onze grondverwerver. Graag maken wij met u een afspraak om over een redelijke vergoeding op basis van werkelijk te maken kosten nader af te stemmen.

Consequenties voor het Projectplan Waterwet De zienswijze leidt tot aanpassing van het Projectplan Waterwet. • Voor dijkvak 9 en 10 wordt een aangepast referentieontwerp gemaakt. • Tevens wordt de CSM-bouwmethode toegepast waarmee risico’s in de uitvoering en ruimtebeslag worden beperkt. Voor een nadere uiteenzetting is in par. 3.1 van de Nota van Antwoord een tabel met wijzigingen opgenomen.

28/169

Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159

Indiener OPPW 004 Zienswijze 1 Indiener is van oordeel dat de voorgenomen besluitvorming de bedrijfsactiviteiten in de Roermondse haven onvoldoende tegen hoogwater en/of overstromingen beschermt.

Beantwoording De uitgebreide toelichting van hoofdstuk 2 dient tevens als integraal onderdeel bij de beantwoording van deze zienswijze te worden beschouwd. Zoals reeds toegelicht in hoofdstuk 2 heeft het waterschap geen wettelijke taak of zorgplicht om de reeds buitendijks gelegen bedrijven binnendijks te brengen. Het thans voorliggend ontwerp (VKA-tracé) voorziet, na een zorgvuldige afweging, in de versterking van het huidige dijktraject, met een korte aansluiting via de Mijnheerkensweg op de hoge grond.

2

Er is onvoldoende rekening gehouden met de bedrijfsactiviteiten en het feit dat indiener bestaande (vergunde) rechten heeft.

Uit een quickscan van de ten behoeve van de inrichting verleende vergunningen blijkt dat van eventueel bestaande rechten onverminderd gebruik gemaakt kan worden, ook na realisatie van het projectplan. De nieuwe situatie levert dus ten opzichte van de huidige situatie geen wijzigingen/beperkingen op ten aanzien van de bedrijfsvoering van de betreffende inrichting.

3

Ook is onvoldoende rekening gehouden met de gevolgen voor het milieu en indiener wanneer de gronden en installaties van indiener overstromen.

In de huidige situatie is reeds sprake van een buitendijks gelegen terrein. Uitvoering van het projectplan verandert niets aan deze situatie. De ophoging en aansluiting van de bestaande primaire kering zal er niet toe leiden dat de terreinen van de buitendijks gelegen bedrijven eerder dan nu onder water zullen komen te staan. Buitendijks gelegen gebieden en bedrijven zijn zelf verantwoordelijk voor benodigd te treffen maatregelen om instandhouding van voorzieningen en/of schade aan milieu als gevolg van hoogwater te voorkomen.

4

Verder is onvoldoende rekening gehouden met de consequenties van hoogwater voor de bereikbaarheid van de Roermondse haven en Sif.

Zoals reeds toegelicht in hoofdstuk 2 heeft het waterschap geen wettelijke taak of zorgplicht om de reeds buitendijks gelegen bedrijven binnendijks te brengen dan wel de bereikbaarheid van buitendijks gelegen bedrijven hoogwatervrij te maken. Overigens ligt het bedrijf van indiener reeds in de huidige situatie buitendijks. Uitvoering van het projectplan verandert niets aan deze situatie.

5

29/169

Indiener is van mening dat hij beter beschermd moet worden tegen (de risico’s van) hoogwater. Het is niet

Zoals reeds toegelicht in hoofdstuk 2 heeft het waterschap geen wettelijke taak of zorgplicht om de reeds buitendijks gelegen bedrijven Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159

aanvaardbaar dat het bedrijf buitendijks komt te liggen.

binnendijks te brengen. Overigens ligt het bedrijf van indiener reeds in de huidige situatie buitendijks. Uitvoering van het projectplan verandert niets aan deze situatie.

6

Zoals bij het waterschap bekend heeft indiener concrete plannen waarmee voornoemde bezwaren kunnen worden weggenomen en toch de doelstellingen van het waterschap kunnen worden behaald.

Het waterschap is inderdaad bekend met het voorstel van de bedrijven voor een alternatief (integraal) plan. Zolang er echter geen zekerheid is verkregen over de haalbaarheid van dit plan, zoals afspraken over aanvullende financiering, de technische uitgangspunten om het alternatief plan als primaire waterkering te versterken, de wijze van toekomstig onderhoud en beheer, de mogelijkheid van overheveling door het HWBP van beschikbare budgetten voor het VKA-tracé en afspraken over financiering van toekomstige versterkingsopgaven dient het waterschap uit te gaan van het nu uitgewerkte ontwerp projectplan (VKA-tracé). In het Ontwerp projectplan hebben wij toegelicht dat als er tijdig alsnog duidelijkheid bestaat over de haalbaarheid en zekerheid van de realisatie van extra maatregelen, het Dagelijks Bestuur zal worden verzocht om alsnog medewerking te verlenen aan het alternatief.

7

Indiener is van mening dat er belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen zijn die tot het opstellen van een milieueffectrapport hadden moeten leiden. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit kan volgens indiener dan ook niet de toets der kritiek doorstaan.

De m.e.r.-aanmeldnotitie is zorgvuldig tot stand gekomen waarbij alle relevante milieuaspecten aan bod zijn gekomen. Er hoeft uitsluitend te worden onderzocht wat de milieueffecten zijn van de aanleg/verbetering van de waterkering, zoals beschreven in het VKA en het uitgewerkte ontwerp-projectplan. Deze effecten zijn voor zover relevant voor de dijkverbetering WA-haven onderzocht. Op basis van de uitgevoerde m.e.r.-beoordeling is gebleken dat er geen belangrijke nadelige milieueffecten te verwachten zijn als gevolg van de voorgenomen activiteit. Wel zijn enkele mitigerende maatregelen opgesteld om nadelige gevolgen te voorkomen/ te beperken. Op grond hiervan is de terechte conclusie getrokken dat er geen significante nadelige gevolgen zijn en dus geen milieueffectrapport (MER) hoeft te worden opgesteld. Indiener geeft in zijn zienswijze niet aan welke belangrijke milieugevolgen niet voldoende zijn onderzocht of waarom een andere conclusie had moeten worden getrokken.

8

30/169

Het waterschap heeft erop gewezen dat, gelet op het grote economische belang van het gebied (onder andere het

Het waterschap heeft slechts erop gewezen dat het, gezien de klimaatontwikkelingen, van belang is primaire waterkeringen aan de vigerende Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159

9

10

nabijgelegen Designer Outlet Center, woningen en bedrijven), partijen ervoor hebben gekozen om het huidige wettelijke veiligheidsniveau ten minste te behouden en het lopende dijkversterkingsproces onverkort door te zetten in goed overleg met de omliggende bedrijven. Hiermee wordt ten onrechte de suggestie gewekt dat indiener de voorgenomen besluitvorming steunt.

wettelijke veiligheidsnorm te laten voldoen. Dit betreft een wettelijke taak van het waterschap en dit proces dient onverkort te worden doorgezet, aangezien de totale opgave voor Limburg urgent en groot is.

Een groot deel van het bedrijventerrein en daarmee een groot aantal bedrijven in de Willem-Alexanderhaven zullen buitendijks gelegen blijven. In de voorgenomen besluitvorming is geen alternatief beschouwd waarin de percelen van indiener binnendijks worden gebracht. Dit is in strijd met de zorgplicht ingevolge de Waterwet, die immers ook toeziet op de bescherming van (economische) belangen die indiener behartigt, waarbij wordt gewezen op artikel 2.1 lid 1 Waterwet en artikel 21 van de Grondwet. Verder wordt verwezen naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS) van 13 maart 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:818) waarin het volgende wordt overwogen: “Met de regels uit de Waterwet wordt dus onder meer beoogd bescherming te bieden tegen overstromingen en wateroverlast. Deze regels strekken daarmee ook tot de bescherming van de belangen van diegenen van wie het woon- en leefklimaat mede door de bescherming tegen overstromingen en wateroverlast wordt bepaald”.

De zorgplicht ingevolge de Waterwet ziet slechts toe op binnendijkse gebieden. Uw bedrijfsterrein is buitendijks gelegen, zodat de zorgplicht niet van toepassing is. Dit is verder uiteengezet in hoofdstuk 2.

De (economische) belangen en de bestaande rechten van indiener zijn ten onrechte niet (juist) bij de besluitvorming betrokken, althans nergens blijkt dat hiermee rekening is gehouden.

Zoals reeds toegelicht in hoofdstuk 2 heeft het waterschap geen wettelijke taak of zorgplicht om de reeds buitendijks gelegen bedrijven binnendijks te brengen.

Het is bij het waterschap genoegzaam bekend dat diverse havenbedrijven zich niet kunnen vinden in het gekozen voorkeurstracé (VKA) en deze bedrijven de voorgenomen besluitvorming niet steunen. Alhoewel wij dit betreuren is het waterschap van mening dat een zorgvuldig besluitvormingsproces heeft plaatsgevonden.

De aangehaalde uitspraak heeft betrekking op een binnendijks gelegen situatie en heeft dan ook geen betekenis voor onderhavige kwestie.

Verder is het waterschap van mening dat een zorgvuldige variantenafweging, inclusief daarbij opgestelde effectnota, heeft plaats gevonden. Deze producten waren, als onderdeel van de ter inzage legging, voor een ieder te raadplegen. 31/169

Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159

11

Ook de gevolgen voor het verkrijgen van toekomstige vergunningen door indiener zijn niet, althans niet kenbaar bij de voorgenomen besluitvorming betrokken.

Gevolgen voor eventuele toekomstige ontwikkelingen wijzigen niet naar aanleiding van het planvoornemen. Er is immers nu ook al sprake van een buitendijkse ligging van de betreffende inrichting. Dit maakt dan ook geen deel uit van de besluitvorming.

12

In het ontwerp-projectplan is opgenomen dat er individuele gesprekken zijn gevoerd met betrokken bedrijven. Daarmee wordt gesuggereerd dat indiener de voorgenomen besluitvorming ondersteunt. Dat is echter niet het geval. Het voorgenomen besluit reflecteert op geen enkele wijze de inhoud van het overleg. In het overleg heeft indiener aangegeven dat hij binnendijks moet komen te liggen. De waterkering zou hiervoor derhalve om het terrein van indiener heen moeten worden getrokken. Daarnaast zijn er diverse onderwerpen in het projectplan geland zonder dat deze besproken zijn in de KES-gesprekken, en zijn ook relevante zaken besproken die niet terug te vinden zijn in het projectplan.

Het is bij het waterschap genoegzaam bekend dat diverse havenbedrijven zich niet kunnen vinden in het gekozen voorkeurstracé (VKA) en deze bedrijven de voorgenomen besluitvorming niet steunen. Alhoewel wij dit betreuren is het waterschap van mening dat een zorgvuldig besluitvormingsproces heeft plaatsgevonden.

Het waterschap heeft geen enkele onderbouwing aangeleverd ten aanzien van de beslissing om een aantal bedrijven geen hoogwaterbescherming te bieden.

Zoals reeds toegelicht in hoofdstuk 2 heeft het waterschap geen wettelijke taak of zorgplicht om de reeds buitendijks gelegen bedrijven binnendijks te brengen.

13

Het ontwerp projectplan beschrijft op hoofdlijnen de uit te voeren werkzaamheden om het bestaande tracé weer aan de wettelijke norm te laten voldoen. Daarbij wordt in redelijkheid rekening gehouden met de geïnventariseerde wensen bij de diverse stakeholders. De wens van indiener om binnendijks te worden gebracht is om reeds uiteengezette moverende redenen niet gehonoreerd. Het waterschap is en blijft graag in gesprek met indiener om een vervolg te geven aan de KESgesprekken. Zolang er echter geen zekerheid is verkregen over het bereiken van overeenstemming voor een alternatief tracé, is het uitgangspunt voor de KES-gesprekken een versterkingsopgave conform het nu vastgestelde ontwerp projectplan (VKA-tracé).

De onderbouwing van de keuze voor het te versterken tracé is uitgewerkt in de nota voorkeursalternatief DT76-2 Willem Alexanderhaven Roermond, dat als bijlage 2 in het Bijlagenboek is opgenomen. Het bijlagenboek is gelijktijdig met het OPPW ter inzage gelegd. 14

Indiener heeft een groot belang bij het verleggen van de waterkering om zijn bedrijfspercelen heen. De bedrijfsactiviteiten zullen bij overstroming immers langdurig worden verstoord.

Het Waterschap heeft ten aanzien van buitendijks gelegen bedrijven geen wettelijke taak of zorgplicht om deze te beschermen tegen wateroverlast en overstromingen als gevolg van hoogwater. Desondanks begrijpt het waterschap de wens

32/169

Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159

van bedrijven voor aanvullende bescherming. In het Ontwerp projectplan hebben wij daarom toegelicht dat als er tijdig alsnog duidelijkheid bestaat over de haalbaarheid en zekerheid van de realisatie van extra maatregelen, het Dagelijks Bestuur zal worden verzocht om alsnog medewerking te verlenen aan het alternatief. 15

33/169

Het voorgenomen plan is niet uitvoerbaar. De praktische uitvoerbaarheid is feitelijk en juridisch slechter dan het geval zou zijn indien het voorstel van de bedrijven wordt gevolgd, te weten het binnendijks leggen van het terrein van de bedrijven. Gewezen wordt op de volgende gevolgen: • De verhoging van de Mijnheerkensweg zal leiden tot grote verkeershinder en slechte bereikbaarheid van de bedrijven zowel bij aanleg als in de toekomstige situatie; • Door het aanleggen van de verhoogde kruising voor de ontsluiting op de landtong (waar o.a. de containerterminal en de zandverlading gevestigd zijn), moeten er iedere dag honderden vrachtwagens een helling oprijden, waardoor het brandstofgebruik en stikstofuitstoot specifiek op dit punt flink zullen stijgen. Deze stikstofuitstoot en (uiteindelijk) depositie moet expliciet bij de besluitvorming worden betrokken. • De verkeersveiligheid van het kruispunt gaat erop achteruit. Het vele zware vrachtverkeer moet op de doorgaande Mijnheerkensweg deze verhoging oprijden, en daarna in de verdieping van de Mijnheerkensweg onder het viaduct 200 meter in zuidwestelijke richting rijden. Dit leidt tot een achtbaaneffect voor zware vrachtauto’s. Dagelijks rijden honderden zware vrachtwagens tussen het kruispunt op de N280 naar het achterliggende industrieterrein. Vrachtwagens hebben veel hinder van dit achtbaaneffect.

De zware vrachtwagens die uit andere richtingen komen, moeten zich op deze verhoogde kruising tussen de andere zware vrachtwagen met het

De keuze voor het VKA is na zorgvuldige afweging tot stand gekomen. Het waterschap ziet niet in waarom realisatie van het VKA niet uitvoerbaar is. In uw zienswijze wordt dit argument overigens niet nader toegelicht. Ten aanzien van de in uw zienswijze benoemde gevolgen het volgende: Algemeen De Mijnheerksenweg kruist de waterkering waardoor deze in het ontwerp verhoogd is aangelegd. De kruising met de ontsluitingsweg naar onder andere Kalle en Bakker (later zijstraat genoemd) is ook verhoogd aangelegd. Op de kruising zelf is geen hoogteverschil om er voor te zorgen dat de bijzondere manoeuvres voor voertuigen op het kruispunt veilig kunnen worden verricht. Hoogteverschillen en hellingspercentages Het ontwerp valt binnen de richtlijnen voor het verticale profiel van de weg (Handboek Wegontwerp 2013). Dit betekent dat de gebruikte boogstralen volstaan voor een veilige afwikkeling van het verkeer. Ook is het totale hoogteverschil vanaf het diepste punt van de tunnel onder de Schipperswal tot het hoogste punt van het kruispuntvlak beperkt ten opzichte van de afstand die gebruikt is om dit te overbruggen. Voor regionale stroomwegen met een maximum snelheid van 50 km/u geldt een maximaal hellingspercentage van 7% (bron: Handboek Wegontwerp 2013). De hellingen in het ontwerp hebben een maximaal hellingspercentage van 5.9% en vallen dus ruim binnen de richtlijnen.

Met een ontwerpsnelheid van 50 km/u is er daarom geen aanleiding om te twijfelen aan het comfort van de vrachtwagens en overig gemotoriseerd verkeer die over het tracé rijden. Er is geen aanleiding voor een mogelijk achtbaaneffect. Zicht De topbogen van de hellingen hebben in het ontwerp een straal van 375 meter. Hiermee komt het zicht van oprijdend verkeer tot het kruispunt Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159

achtbaaneffect voegen. Een achteruitgang van de verkeersveiligheid op dit kruispunt van zware vrachtwagen is in de ogen van indiener niet acceptabel.

op 41 meter (stopzicht). Dit valt binnen de richtlijnen en is voldoende verkeersveilig. Doordat het kruispuntvlak zonder hoogteverschil is aangelegd, is ook hier voldoende zicht om veilig het kruispunt over te steken. In- en uitritten De in- en uitritten die grenzen aan de verhoogde Mijnheerkensweg en de zijstraat bevinden zich beide aan het begin van de helling. De hellingspercentages zijn hier beperkt waardoor verkeer makkelijk in en uit kan rijden. Daarnaast is het zicht voor zowel het uitrijdend verkeer als het verkeer op de doorgaande weg voldoende. Rond deze in- en uitritten worden daarom geen verkeersveiligheidsknelpunten verwacht. Wachtend verkeer Of wachtende vrachtwagens voor het kruispunt problemen ondervinden van de helling is onderzocht door het hellingspercentage van de opgaande hellingen voor het kruispunt over de laatste 25 meter voor het kruisingsvlak te analyseren. De eerste wachtende vrachtwagen zal nog vrijwel geen helling ervaren. Een tweede wachtende vrachtwagen staat echter wel stil op een helling.

In het huidige ontwerp zijn de hellingen voor de takken over de laatste 25 meter voor het kruisingsvlak als volgt: • Noordoost-tak Mijnheerkensweg: 3.3% • Zuidwest-tak Mijnheerkensweg: 3.2% • Noordwest-tak zijstraat: 1.8% De hellingen zijn getoetst door een verkeersveiligheidsexpert op basis van expert judgement en berekeningen van de acceleratielengte voor voertuigen met verschillende acceleratiewaarden. Hiermee is bepaald dat de hellingen in het huidige ontwerp geen verkeersveiligheidsknelpunten met zich meebrengen door wachtende en optrekkende vrachtwagens op de helling. Wel zullen op de takken met hogere hellingsgraden de vrachtwagens er langer over doen om het kruispunt te bereiken dan op de zijstraat. De verwachte intensiteiten op de Mijnheerkensweg geven echter geen aanleiding dat er doorstromingsknelpunten te verwachten zijn door langzaam optrekkende vrachtwagens. Stikstofuitstoot In uw zienswijze voert u geen argumenten aan om aan te tonen dat het verhogen van de kruising leidt tot extra stikstofuitstoot. Met eenzelfde argumentatie kan worden gesteld dat

34/169

Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159

verkeer op de terugweg de helling weer af rijdt, zodat een vermeend negatief effect op de heenweg weer teniet wordt gedaan. Voor het bepalen van mogelijke effecten op de depositie van stikstof wordt de Aerius-calculator gebruikt. Aangezien details zoals een verhoogde kruising niet in de Aerius-calculator ingevoerd kunnen worden, is een vermeende verhoging van de depositie van ondergeschikt belang en speelt deze geen rol bij de besluitvorming. Resume Het verkeerskundige ontwerp voldoet aan de vigerende ontwerprichtlijnen. Het wegontwerp faciliteert een comfortabel en veilig weggebruik en draagt bij aan een goede doorstroming en verkeersafwikkeling. Er worden geen verkeersveiligheidsknelpunten verwacht. 16

Het waterschap merkt in het ontwerpprojectplan op dat de realisatie van de aanvullende versterkingsmaatregelen op initiatief en voor rekening van de deelnemende bedrijven moeten komen. Daarmee miskent het waterschap dat er een intentieovereenkomst is gesloten en dat de provincie Limburg een aanvraag voor een CEF subsidie zal doen.

Uw opmerking wordt ter kennisneming aangenomen. Meerkosten van aanvullende wensen (meekoppelkansen) komen altijd voor rekening van de verzoekende partij. Dit staat ook nader toegelicht in hoofdstuk 2. Het doet niet ter zake of de verzoekende partij hierbij een beroep doet op externe geldstromen zoals een CEFsubsidie. De intentieovereenkomst heeft tot doel om met elkaar te onderzoeken of aanvullende beschermingsmaatregelen mogelijk zijn, waarbij slim gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden om het VKA-tracé te koppelen met het alternatieve tracé. Dit betreft slechts een inspanning van de betrokken partijen om, zonder het geven van garanties, constructief met elkaar de mogelijkheden voor een integraal tracé nader te onderzoeken. Zie tevens de beantwoording bij punt 25.

17

35/169

Gelet op de hiervoor uiteengezette zorgplicht van het Waterschap ter voorkoming, en waar nodig beperking van overstromingen, kan het waterschap niet met de voorgestelde oplossing volstaan. Tijdens het hoogwater van zomer 2021 is gebleken dat bescherming tegen hoogwater in WillemAlexanderhaven van groot belang. De bescherming van de bedrijven is niet alleen een belang van de bedrijven zelf, maar ook voor de nabijgelegen omgeving, omdat er op het

De zorgplicht ziet slechts toe op binnendijkse gebieden. Uw bedrijfsterrein is buitendijks gelegen, zodat de zorgplicht niet van toepassing is. Dit is verder uiteengezet in hoofdstuk 2. Alhoewel het waterschap begrijpt dat door diverse bedrijven aanvullende bescherming wordt verlangd, kan het waterschap zonder cofinanciering van deze bedrijven, binnen de haar wettelijk toegewezen taak en de van toepassing zijnde subsidieregeling van het HWBP geen aanvullende bescherming bieden. Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159

bedrijventerrein met diverse schadelijke stoffen wordt gewerkt. Nu het waterschap zelf ook de risico’s van klimaatverandering signaleert, en er bij het ontwerpen van de kering rekening gehouden moet worden met risico’s die 100 jaar in de toekomst liggen, is het onbegrijpelijk dat het waterschap hiervoor de ogen sluit. 18

19

20

36/169

Daarbij komt dat het beter is om de waterkering nu meteen rondom het terrein van de buitendijks gelegen bedrijven aan te leggen dan in de toekomst. Gelet op de prognose over klimaatverandering lijkt het namelijk realistisch dat de dijk in de toekomst verder verbeterd/verhoogd zal moeten worden. Een doelmatige besteding van publieke middelen vergt dat de dijk zo snel mogelijk op de meest geschikte plaats wordt verbeterd, zodat deze later niet alsnog hoeft te worden verplaatst.

Zoals reeds toegelicht in hoofdstuk 2 heeft het waterschap geen wettelijke taak of zorgplicht om de reeds buitendijks gelegen bedrijven binnendijks te brengen.

Indiener meent dat ten onrechte geen milieueffectrapport (MER) is gemaakt. Een MER biedt bij uitstek de gelegenheid om verschillende alternatieven te onderzoeken en bij de besluitvorming te betrekken. Nu er discussie is over de wijze waarop de waterkering moet worden verbeterd, heeft een MER dus alleen al daarom veel toegevoegde waarde. Een MER kan hier dus ook los van de vraag of er een juridische verplichting is om een MER te maken de kwaliteit van de besluitvorming mogelijk (los van alle andere argumenten) op het vereiste niveau brengen.

In het VKA zijn de verschillende varianten afgewogen. Daarbij heeft het waterschap, zoals reeds toegelicht in hoofdstuk 2, geen wettelijke taak of zorgplicht om de reeds buitendijks gelegen bedrijven binnendijks te brengen.

Ten onrechte is geconcludeerd dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen zijn. In het kader van de m.e.r.-beoordeling dient te worden uitgegaan van een ruimer begrip van gevolgen voor het milieu; het gaat namelijk ook om kwetsbaarheid voor risico’s op rampen en het belang van bescherming van materiële goederen. Indiener wijst aan de hand van de aanmeldnotitie op de volgende gevolgen die op zichzelf en in onderlinge samenhang bezien aantonen dat er belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen zijn die tot de conclusie

In het VKA zijn de verschillende alternatieven afgewogen. Hierbij is ook aandacht besteed aan het door de bedrijven aangedragen alternatief hoewel dit op grond van het ontbreken van een wettelijke taak van het waterschap niet hoefde. Dit alternatief is afgewogen en afgevallen. In de m.e.r.-aanmeldnotitie zijn uitsluitend de milieugevolgen in beeld gebracht van het dijkverbeteringsontwerp zoals opgenomen in het ontwerp-projectplan. Met betrekking tot de door indiener aangedragen punten kunnen wij het volgende aangeven: • Bodemverontreiniging: tijdens de uitvoering worden maatregelen getroffen waardoor verplaatsing van de verontreiniging niet aan

Zie tevens de beantwoording bij punt 17.

Het door de bedrijven aangedragen alternatief hoeft daarom niet onderzocht te worden. Zoals beschreven onder punt 7, is op grond van de m.e.r.-aanmeldnotitie gebleken dat er geen MER hoeft te worden opgesteld.

Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159

leiden dat een MER had moeten worden opgesteld: • Op het beoogde tracé is de bodem verontreinigd. Door werkzaamheden wordt verontreiniging verplaatst. Dat geldt ook voor waterbodem, waardoor verontreiniging in oppervlaktewater kan komen. Dit is een belangrijk nadelig gevolg dat het maken van een MER rechtvaardigt. Daarmee zouden namelijk ook alternatieven worden onderzocht, waarin die verontreiniging (en de verplaatsing daarvan) wellicht niet of minder aan de orde is. • Voor landschap en natuur staat in de aanmeldnotitie dat het plangebied buiten de Zilvergroene natuurzone, Bronsgroene landschapszone en NNN valt. Volgens de aanmeldnotitie hanteert de provincie geen externe werking. Om die reden is dit onderdeel in de aanmeldnotitie niet getoetst. Dat de provincie in het kader van besluitvorming niet toetst, betekent echter niet dat de gevolgen op deze zones in het kader van een m.e.r.-beoordeling buiten beschouwing kunnen blijven. Ook dergelijke effecten zijn van belang voor de vraag of een MER moet worden gemaakt. • Er zijn diverse grondgebonden diersoorten in het plangebied en de omgeving aangetroffen. Dat er op basis van de Wnb vrijstellingen zouden gelden voor het vernietigen van verblijfplaatsen, betekent (los van de vraag of dat juist is) niet dat deze negatieve effecten bij de m.e.r.beoordeling buiten beschouwing kunnen blijven.

Dat geldt ook voor de vernietiging van vaste rust- en verblijfplaatsen van amfibieën. • Verder zijn nesten van eenden, merels en eksters waargenomen. De effecten daarop zijn volgens de aanmeldnotitie niet op voorhand uit te sluiten. Ook dat pleit voor de conclusie dat een MER moet worden opgesteld. • Ook het kappen van 62 bomen en 1.462 m2 houtwal pleit voor de conclusie dat er belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn. Te 37/169

•

•

de orde is. Op grond van het provinciale beleid "Beleidsregel natuurcompensatie 2018” worden uitsluitend de effecten van activiteiten die plaats vinden in de goudgroene, bronsgroene en zilvergroene natuur- en landschapzones beoordeeld op de effecten. De activiteiten zullen buiten deze zones plaatsvinden en de provincie heeft geoordeeld dat er daarom geen significant nadelige effecten op deze zones te verwachten zijn. Dit betekent dat het specifieke beleid voor de natuur- en landschapszones zoals vastgelegd in de Provinciale Omgevingsverordening en in de Beleidsregel Natuurcompensatie hier niet van toepassing is omdat de activiteiten buiten deze zones plaatsvinden. Vandaar dat het waterschap heeft geconcludeerd dat de voorgenomen dijkverbeteringsactiviteiten niet leiden tot nadelige gevolgen voor de bovengenoemde natuur- en landschapszones. In het uitgevoerde natuuronderzoek dat in de m.e.r. aanmeldingsnotitie is beschreven zijn overigens wel degelijk de mogelijke nadelige gevolgen in de gehele omgeving in beeld gebracht, waaronder ook de natuur- en landschapszones. Het is dus niet zo dat alle nadelige gevolgen in de natuur- en landschapszones bij voorbaat zijn uitgesloten in het uitgevoerde onderzoek. Voor de in het plangebied aanwezige flora en fauna gelden de beschermingskaders en verbodsbepalingen op grond van de Wet natuurbescherming.

Voor werkzaamheden van het project Roermond Alexanderhaven is geen ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming nodig omdat geen verbodsbepalingen overtreden worden. Eventuele nadelige gevolgen worden zoveel mogelijk gemitigeerd. De dijkverbeteringswerkzaamheden worden door de aannemer bovendien altijd uitgevoerd overeenkomstig de gedragscode voor waterschappen en de zorgplicht. Uit onderzoek is gebleken dat in het plangebied geen jaarrond beschermde vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van grondgebonden dieren voorkomen. Voor mogelijk aanwezige soorten geldt een vrijstelling (al dan niet in een deel van het jaar) voor het weghalen van verblijfplaatsen op grond van de Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159

•

meer nu herplanting ter plaatse in het plan zoals dat voorligt niet mogelijk is. Het buitendijks laten van de bedrijfswoning op het terrein van BESIX is niet beoordeeld. De gevolgen voor de bewoners van het buitendijks laten van deze woning zijn niet beoordeeld (zie artikel l7.1 lid 6 sub a Wet milieubeheer: “de bevolking en de menselijke gezondheid”.) Het buitendijks laten van deze woning is ook een aanwijzing dat er belangrijke nadelige gevolgen zijn voor het milieu. Een overstroming heeft evident belangrijke nadelige gevolgen voor de bewoners en daardoor de menselijke (mentale) gezondheid. Ook is de woning bij sluiting van de coupures niet meer bereikbaar.

•

•

21

38/169

Daarnaast zijn de gevolgen van het buitendijks laten van een groot deel van het bedrijventerrein in de WillemAlexanderhaven ten onrechte niet beoordeeld. Overstroming van het bedrijventerrein kwalificeert als een ramp in de zin van de m.e.r.-regelgeving. De materiële goederen op het bedrijventerrein moeten dan ook bij de

de Wet natuurbescherming in Limburg. Verder is uit onderzoek is gebleken dat in het plangebied geen jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn. Gezien de overwegend bebouwde omgeving is de kans overigens erg klein dat soorten met een jaarrond beschermd nest zich vestigen. Overige mogelijk aanwezige nesten zijn beschermd als deze in gebruik zijn en voor zolang de jongen afhankelijk zijn van het nest. Daarna mogen deze nesten verwijderd worden. In gebruik zijnde nesten mogen niet verstoord worden. Wezenlijke verstoring wordt voorkomen met mitigerende maatregelen, zoals het niet verrichten van verstorende werkzaamheden in het broedseizoen. Voor de mogelijk voorkomende amfibieën kan worden volstaan met algemene mitigerende maatregelen (zorgplicht en gedragscode). De werkzaamheden vinden plaats op een industrieterrein tussen havenbedrijven waardoor de kans op voorkomen van (beschermde) flora en fauna klein is. De werkzaamheden, die worden uitgevoerd onder ecologische begeleiding, leiden gelet op het vorenstaande zeker niet tot overtreding van de verbodsbepalingen zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming en kunnen daarom zonder ontheffing uitgevoerd worden. Voor het kappen van bomen en houtwal heeft een effectbeoordeling natuur plaatsgevonden. Hierin is geconcludeerd dat het hier om bomen gaat die vanwege omvang of soort geen grote natuurwaarden hebben.

De te kappen bomen hebben ook geen essentiële functie met betrekking tot beschermde soorten als vleermuizen, zodat belangrijke nadelige effecten niet aan de orde zijn. Het buitendijks laten van de bedrijfswoning is geen wijziging van de bestaande situatie en hoeft daarom niet nader onderzocht te worden.

Zoals reeds toegelicht in hoofdstuk 2 heeft het waterschap geen wettelijke taak of zorgplicht om de reeds buitendijks gelegen bedrijven binnendijks te brengen. De bedrijven blijven zelf verantwoordelijk voor het treffen van (aanvullende) maatregelen om schade door wateroverlast te voorkomen / te beperken. Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159

m.e.r.-beoordeling worden betrokken (artikel 7.1 lid 6 sub d Wet milieubeheer). Daarnaast kan overstroming van het bedrijventerrein leiden tot vervuiling van het milieu doordat (gevaarlijke) stoffen die in de fabriek worden gebruikt bij een overstroming in het water terecht komen. Via het water kunnen stroomafwaarts land en biodiversiteit worden aangetast. 22

Voor het projectplan had een passende beoordeling moeten worden gemaakt. En bij een passende beoordeling dient voor het projectplan tevens een MER te worden opgesteld.

In welke gevallen het maken van een passende beoordeling voor plannen verplicht is vanwege de hierin opgenomen activiteit(en), is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). In dit artikel 2.8, eerste lid jo. artikel 2.7 eerste lid Wnb is aangegeven dat een passende beoordeling moet worden gemaakt wanneer het projectplan significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000 gebied. De dijkverbetering zoals opgenomen in het projectplan Waterwet heeft, zoals ook is toegelicht op pagina 36 tot en met 38 van de m.e.r.-aanmeldnotitie, geen significant nadelige gevolgen voor een Natura 2000 gebied. Een passende beoordeling is daarom niet nodig.

23

In het VKA wordt het noordelijk gedeelte van de Mijnheerkensweg buitendijks gesitueerd. Daardoor zijn de terreinen van indiener niet bereikbaar bij (dreigend) hoogwater. De ervaring van de hoogwaterstanden in de zomer van 2021 hebben geleerd dat de buitendijkse bedrijven snel ontruimd worden bij dreigende hoogwaterstanden; ruim voordat het peil van NAP + 20.70 m wordt bereikt. De noodzaak om te ontruimen, alsook het niet-bereikbaar zijn van het terrein van indiener wegens hoogwater op het buitendijkse deel van de Mijnheerkensweg zijn funest voor de leverzekerheid die indiener heeft te garanderen. Verplichte ontruiming en/of niet-bereikbaar zijn van indiener zal in te toekomst alleen maar toenemen. Daardoor kan indiener de voor haar bedrijfsvoering noodzakelijke leveringszekerheid alsmaar vaker niet nakomen.

Zoals reeds toegelicht in hoofdstuk 2 heeft het waterschap geen wettelijke taak of zorgplicht om de reeds buitendijks gelegen bedrijven binnendijks te brengen, dan wel de bereikbaarheid van buitendijks gelegen bedrijven hoogwatervrij te maken.

In de afweging van de meekoppelkansen (hoofdstuk 3 van de effectennota) is onterecht geen rekening gehouden met het versterken van de havenfaciliteiten in combinatie met de versterking van de dijken in het kader van het HWBP. In par.

In de nota VKA met bijbehorende effectennota zijn verschillende alternatieven afgewogen. Hierbij is ook aandacht besteed aan door de bedrijven aangedragen alternatieven rondom de landtong, hoewel dit op grond van het ontbreken van een wettelijke taak van het waterschap niet

24

39/169

Overigens ligt het bedrijf van indiener reeds in de huidige situatie buitendijks. Uitvoering van het projectplan verandert niets aan deze situatie.

Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159

25

5.1.2 van de effectnota is onterecht gesteld dat bij het VKA geen meekoppelkansen zijn.

verplicht was.

Ter plaatse van de terreinen van indiener is een unieke meekoppelkans niet beschouwd waarbij het realiseren van de primaire waterkering langs de waterlijn grotendeels via een beperkte verhoging/versterking van de bestaande constructies van de loskades kan plaatsvinden. De loskades aan de noordzijde van de Mijnheerkenshaven hebben een hoogte van NAP + 21.90 m en behoeven derhalve slechts een verhoging van 0.1 m om de dezelfde bescherming te bieden als de bestaande waterkeringen op het terrein, als bij Jos Menten en als de in het VKA voorziene waterkering op het terrein van VARO. De door de gemeente aangelegde loskade ten zuiden van de Mijnheerkenshaven heeft al een hoogte van NAP + 22.00 m. Het leggen van de primaire waterkering langs de waterlijn heeft het bijkomende voordeel dat de terreinen van indiener binnendijks worden gesitueerd, dus beschermd zijn tegen hoogwater en dat een dijkversterking kan worden gerealiseerd zonder (de nu voorziene) coupure bij Menten. Indiener betreurt dat deze meekoppelkans niet is meegenomen in de uitwerking van het plan, temeer daar het Waterschap Limburg als partner in de samenwerkingsovereenkomst mede initiatiefnemer is voor het aanvragen van een CEF-subsidie om deze meekoppelkans onderdeel te laten uitmaken van het projectplan.

Uw opmerking wordt ter kennisneming aangenomen. De facto komen aanvullende wensen (meekoppelkansen) voor rekening van de wensende partij. Dit staat ook nader toegelicht in hoofdstuk 2. Het doet hierbij niet ter zake of de wensende partij hierbij een beroep doet op externe geldstromen zoals een CEF subsidie.

Ten tijde van het vaststellen van de nota VKA met bijbehorende effectnota was er geen sprake van zicht op concrete meekoppelkansen en zekerheid over de daarbij behorende aanvullende afspraken.

De intentieovereenkomst heeft tot doel om met elkaar te onderzoeken of aanvullende beschermingsmaatregelen mogelijk zijn, waarbij slim gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden om het VKA-tracé te koppelen met het alternatieve tracé. Dit betreft een inspanning van de betrokken partijen om, zonder het geven van garanties, met elkaar de mogelijkheden voor een integraal tracé nader te onderzoeken. In het Ontwerp projectplan hebben wij toegelicht dat als er tijdig alsnog duidelijkheid bestaat over de haalbaarheid en zekerheid van de realisatie van extra maatregelen, het Dagelijks Bestuur zal worden verzocht om alsnog medewerking te verlenen aan het integraal tracé. Het is daarvoor wel noodzakelijk dat ook voor het gewenste alternatief een projectplan Waterwet wordt opgesteld. Zolang deze duidelijkheid niet is verkregen zal het waterschap de procedure voor het Projectplan (VKA) doorzetten met als doel een onherroepelijk Projectplan te verkrijgen waarmee de mogelijkheid tot dijkversterking van het VKA is verzekerd. Op het moment dat ook duidelijkheid wordt verkregen over de haalbaarheid en zekerheid van het alternatieve plan, kan het waterschap alsnog besluiten om voor realisatie van het gewenste integrale tracé de uitvoering van beide Projectplannen te combineren, mits het HWBP als subsidieverlener, hiermee instemt.

26

40/169

Bij het bepalen van de investeringskosten voor het VKA (€ 8 mio +/- 30%) zijn niet de (maatschappelijke)

Zoals reeds toegelicht in hoofdstuk 2 heeft het waterschap geen wettelijke taak of zorgplicht om de reeds buitendijks gelegen bedrijven Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159

27

28

41/169

kosten betrokken voor de investering in de bescherming tegen hoogwater op het terrein van de ‘buitendijkse’ bedrijven en de verliezen als gevolg van hoogwater op het niet-beschermde terrein van de buitendijkse bedrijven. In tegenstelling tot de uitgangspunten van de alternatievenafweging, waarbij voor het VKA is uitgegaan van een ophoging van de waterkering van (voorkeurs)alternatief 1A, 2A en 3A tot NAP + 23.1 m, heeft het ontwerp-projectplan betrekking op de ophoging van de waterkering tot slechts NAP + 22.3 tot 22.5 m. Indiener stelt zich op het standpunt dat alleen al om die reden de keuze van het VKA heroverwogen moet worden. In deze heroverweging dienen dan ook de extra investeringskosten van het VKA (zie zienswijzepunt 27) en de investeringskosten in de maatregelen die binnen de ‘buitendijkse’ inrichtingen getroffen moeten worden (zie zienswijzepunt 28) alsook de beheerskosten van de coupures te worden betrokken. Indiener is van oordeel dat de investeringskosten van VKA zijn onderschat. Diverse bedrijven, m.n. BESIX en Jos Menten hebben in hun zienswijze toegelicht op welke manier de aanleg van de keerwand tot meerkosten leidt. Ook het wegwerken van de hoogteverschillen ter plaatse van het zuidelijk terrein van indiener vraagt om extra investeringen zodat dit terrein ook na realisatie van het VKA toegankelijk blijft voor diepladers.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=82138a56-ed8d-4271-a792-dac780ae3e81