Bijlage 2 – concept plantoelichting met bijlagen ‘bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand)’ DEEL I (p. 1-210)
Tekst van het document
Streven naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving. De kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal. Meer stad, meer land. Zorgvuldig omgaan met onze ruimte en voorraden; boven- én ondergronds.
De provincie onderscheidt met een algemene zonering haar gebied in drie hoofdtypes: landelijk gebied, bebouwd gebied en infrastructuur. Elk van deze hoofdtypes is dan weer verder ondergedeeld in categorieën. Onderhavig plangebied bevindt zich in stedelijk gebied, binnen het hoofdtype bebouwd gebied. Deze algemene zonering biedt een basis voor de gebiedsgerichte aanpak die de provincie aanmoedigt. Naast dit algemene kader geeft die POVI ook een aantal thematische visies. Hierin wordt per thema de opgave waar Limburg voor staat uitgelicht en vervolgens geschetst wat de ambities en keuzes van de provincie zijn. Wonen en leefomgeving Op het gebied van wonen voorziet de provincie de grootste opgave in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Daarnaast verandert de woonvraag waardoor het woningaanbod niet altijd aansluit op de vraag. Daardoor is er op korte termijn een vraag naar woningen voor specifieke doelgroepen en lokaal een overschot aan incourante plannen en woningen. Voor zover (harde en zachte) planvoorraad voorziet in de mogelijkheid om woningen te bouwen waar niet langer behoefte aan is, zal de provincie in overleg met de gemeenten onderzoeken hoe deze planvoorraad aangepakt kan worden. Hiertoe is reeds in POL2014 een oproep gedaan aan gemeenten, die Limburg-breed nog niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd.
Het gevolg is dat woningbouwplannen waaraan dringend behoefte bestaat, niet kunnen worden toegevoegd vanwege een te grote voorraad aan niet meer actuele plannen die niet meer aansluiten bij de behoefte. De woonkwaliteit voor mensen is niet alleen afhankelijk van de woning zelf. Ook sociaaleconomische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving zijn van belang. Leegstand, criminele activiteiten, ondermijning of verloedering en eenzijdig
40
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
samengestelde woongebieden hebben invloed op de leefbaarheid en kunnen de kloof in de samenleving vergroten. Gemengde wijken met ruimte voor verschillende leefstijlen dragen bij aan een sterker sociaal weefsel en kunnen bijdragen aan het voorkomen van sociale problemen. Schone lucht, de nabijheid van groen - ook om hittestress tegen te gaan -, voorzieningen om wateroverlast tegen te gaan bij extreme buien en de kwaliteit van de openbare ruimte dragen bij aan de omgevingskwaliteit. De provincie wil een voortreffelijke woon- en leefomgeving realiseren; een leefomgeving waar mensen zich prettig voelen. Het is belangrijk dat mensen kunnen wonen in een zelfgekozen woning en woonomgeving (die past bij hun mogelijkheden en levensfase) waar ze zich thuis voelen. De provincie wil dit bereiken door toe te werken naar een toekomstbestendige Limburgse woningmarkt met voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek, die waar mogelijk op het juiste moment beschikbaar én betaalbaar zijn. Erfgoed De provincie acht het van belang dat de (eigentijdse) Rijks- of gemeentelijk beschermde monumenten hergebruikt worden. Zo kan het verhaal doorverteld worden en verbindt het hergebruik de inwoners met hun omgeving. Voor grote monumentale complexen in Limburg is dat hergebruik een zware opgave voor de eigenaren, mede gelet op de hoge kosten van restauraties.
Bij herbestemming is het van belang om het monument als ensemble te behouden, inclusief zijn historische inbedding in het landschap. Het is voor heel Limburg een generieke opgave om de historische gelaagdheid van het landschap te behouden en dit te benutten bij het ontwerpen van opgaven en transities. Relatie met voorliggend bestemmingsplan De transformatie die met voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt sluit aan bij de doelstellingen die worden gesteld in de POVI. Het gemengde programma aan woningen dat in het gebied gebouwd wordt, helpt het gat van vraag en aanbod voor specifieke doelgroepen te dichten. Ook qua de bescherming en herbestemming van erfgoed past het planvoorstel goed binnen de ambities van de provincie Limburg, aangezien de meest kenmerkende fabriekspanden (industrieel erfgoed) op het terrein behouden blijven en ingevuld worden met nieuwe functies.
3.2.2
Omgevingsverordening Limburg 2014
De Omgevingsverordening Limburg is op 1 januari 2011 in werking getreden en geldt tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024). Met de Omgevingsverordening Limburg 2014 wordt beoogd om de doorwerking van het provinciaal beleid naar, in dit geval, de gemeente Roermond te borgen. De instructies die in de verordening staan, moeten door de gemeenten in acht worden genomen bij het opstellen van bestemmingsplannen. Meer specifiek is in dit plan rekening gehouden met de: 1. Instructies voor toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 2.2.2) 2. Instructies voor de herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen (artikel 2.2.3) 3. Instructies voor Wonen (artikel 2.4.2) 4. Instructies voor Detailhandel (artikel 2.4.3) 5. Instructies voor Kantoren (artikel 2.4.4) 6. Instructies voor Bedrijventerreinen (artikel 2.4.5) 7. Instructies voor Vrijetijdseconomie (artikel 2.4.6) 8. Instructies voor Klimaatadaptatie (artikel 2.19.1) Ladder voor duurzame verstedelijking In dit plan is met de volgende instructies uit artikel 2.2.2 rekening gehouden: I.
Dat bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt wordt beschreven hoe het plan voorziet in een actuele regionale behoefte, de motiveringsplicht (artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening).
41
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
II.
Dat bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, tevens de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen, zoals hieronder bedoeld (zie artikel 2.2.3), worden onderzocht. III. Dat de toelichting bij een ruimtelijk plan een verantwoording bevat over de wijze waarop invulling is gegeven aan het in I en II bepaald. Relatie met voorliggend bestemmingsplan Ten behoeve van onderhavig bestemmingsplan is door STEC Groep een Laddertoets uitgevoerd (zie Bijlage 6). Hierin is aangetoond dat het plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft die voorziet in een actuele regionale behoefte. Met het voornemen wordt middels inbreiding een terrein met leegstaande gebouwen met cultuurhistorische waarden herbenut en getransformeerd tot een bruisend nieuw deel stad. De ladder voor duurzame verstedelijking is toegepast en onderhavig bestemmingsplan bevat derhalve een verantwoording. Zodoende is rekening gehouden met de uit artikel 2.2.2 voorgeschreven instructies. Herbenutting leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen In dit plan is met de volgende instructies uit artikel 2.2.3 rekening gehouden: I.
Dat bij een ruimtelijk plan dat voorziet in het toestaan van nieuwe functies(s) tevens de mogelijkheid om deze functies(s) in leegstaande monumentale gebouwen onder te brengen worden betrokken. II. Dat wanneer herbenutting van leegstaande monumentale gebouwen zoals hierboven bedoeld niet mogelijk blijkt, bij de beoordeling van het toestaan van het nieuwe gebruik ook de mogelijkheid wordt onderzocht van herbenutting van leegstaande beeldbepalende gebouwen. III. Dat de toelichting bij een ruimtelijk plan een verantwoording bevat over de wijze waarop invulling is gegeven aan het in I en II bepaald. De opgave bevat een inspanningsverplichting voor gemeenten. Bij nieuwe ontwikkelingen gaat het niet alleen om nieuwbouw, uitbreiding en herstructurering van terreinen of bebouwing, maar ook om functiewijzigingen waarbij de nieuwe functie in een gebouw wordt ondergebracht. Relatie met voorliggend bestemmingsplan Met de transformatie van het voormalig Philipsterrein wordt bij uitstek invulling gegeven aan de instructies functies in beeldbepalende gebouwen onder te brengen. Zoals in onderhavig bestemmingsplan beschreven blijft het merendeel van de cultuurhistorisch interessante gebouwen behouden en middels een gemengd programma herbenut. Derhalve is rekening gehouden met de uit artikel 2.2.3 voorgeschreven instructies.
Wonen In dit plan is met de volgende instructie uit artikel 2.4.2 rekening gehouden: I.
Dat een ruimtelijk plan voor een gebied in de regio Midden-Limburg (bestaande uit de gemeenten Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert); niet voorziet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg. II. Dat de toelichting bij een ruimtelijk plan een verantwoording bevat over de wijze waarop invulling is gegeven aan het in I bepaald. III. Dat de toelichting bij een ruimtelijk plan een beschrijving bevat van het proces van voorbereiding van het initiatief, de planvoorbereiding en indien aan de orde de verantwoording van de afstemming in (sub-)regionaal verband. Relatie met voorliggend bestemmingsplan De transformatie van het voormalig Philipsterrein kent inmiddels een lange aanloop beginnend bij de
42
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
initiatieffase waarin ontwikkelaar Reel BV de terrein aankocht. Het aankopen van het terrein door Reel BV betekende het begin van de gebiedstransformatie. Dit proces is uiteengezet in Hoofdstuk 1 van onderhavig bestemmingsplan. De vastgestelde Gebiedsvisie (2021) en Stedenbouwkundig Structuurontwerp (2023) bieden de basis voor onderhavig bestemmingsplan en de toekomstig beoogde ruimtelijke transformatie. In de Laddertoets is aangetoond dat het plan aansluit op de vastgestelde Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg (inmiddels vervangen door de op 22 september 2022 vastgestelde Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025). Op regionaal niveau heeft in november 2022 tevens afstemming plaatsgevonden waaruit geconcludeerd is dat er geen belemmering is voor het kwalitatieve en kwantitatieve woonprogramma. Derhalve is rekening gehouden met de uit artikel 2.4.2 voorgeschreven instructies. Detailhandel In dit plan is met de volgende instructie uit artikel 2.4.3 rekening gehouden: I.
Dat een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg niet voorziet in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor detailhandel aan de bestaande voorraad detailhandel alsmede aan de bestaande planvoorraad detailhandel anders dan in overeenstemming met de thematische principes zoals beschreven in paragraaf 6.3 van POL2014, het beleidskader werklocaties Midden-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Midden-Limburg. II. Dat de toelichting bij een ruimtelijk plan een verantwoording bevat over de wijze waarop invulling is gegeven aan het in I bepaald. III. Dat de toelichting bij een ruimtelijk plan een beschrijving bevat een beschrijving van het proces van voorbereiding van het initiatief, de planvoorbereiding en indien aan de orde de verantwoording van de afstemming in (sub-)regionaal verband. Relatie met voorliggend bestemmingsplan Met de beoogde detailhandel is aansluiting gezocht bij het beleid omtrent (toevoegen van) detailhandel. Dit is nader toegelicht en onderbouwd in de Laddertoets. In de totstandkoming tot dit programma heeft er uitvoerig overleg plaatsgevonden met de bevoegde gezagen alsmede de Branch Advies Commissie (BAC). Derhalve is rekening gehouden met de uit artikel 2.4.3 voorgeschreven instructies. Kantoren In dit plan is met de volgende instructie uit artikel 2.4.4 rekening gehouden: I.
Dat een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg niet voorziet in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor kantoren aan de bestaande voorraad kantoren alsmede aan de bestaande planvoorraad kantoren anders dan in overeenstemming met de algemene opgaven en de thematische principes zoals beschreven in paragraaf 5.3 van POL2014, het beleidskader werklocaties Midden-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Midden-Limburg. II. Dat de toelichting bij een ruimtelijk plan een verantwoording bevat over de wijze waarop invulling is gegeven aan het in I bepaald. III. Dat de toelichting bij een ruimtelijk plan een beschrijving bevat van het proces van voorbereiding van het initiatief, de planvoorbereiding en indien aan de orde de verantwoording van de afstemming in (sub-)regionaal verband. Relatie met voorliggend bestemmingsplan De Laddertoets die is uitgevoerd voor het voorgenomen plan is niet alleen een onderbouwing voor het woonprogramma, maar gaat ook in op de commerciële en maatschappelijke functies die beoogd zijn. De transformatie van het voormalig Philipsterrein bevat namelijk diverse stedelijke functies. Deze functies zijn in paragraaf 2.3 toegelicht omvat onder meer kantoren, bedrijvigheid en voorzieningen voor vrijetijdseconomie.
De Laddertoets bevat voor elk van deze commerciële en maatschappelijke functies een toelichting en onderbouwing voor onder andere het verzorgingsgebied, de huidige
43
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
marktsituatie/-behoefte, het beleidskader als ook de ruimtelijke effecten van deze functies. Deze zijn tevens met de relevante bevoegde gezagen gedeeld wat heeft geleid tot de gewenste onderlinge afstemming. Derhalve is rekening gehouden met de uit artikel 2.4.4 voorgeschreven instructies. Bedrijventerreinen In dit plan is met de volgende instructies uit artikel 2.4.5 rekening gehouden: I.
Dat een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg niet voorziet in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijven aan de bestaande voorraad bedrijventerreinen alsmede aan de bestaande planvoorraad bedrijventerreinen anders dan in overeenstemming met de algemene opgaven en de thematische principes zoals beschreven in paragraaf 5.2 van POL2014, het beleidskader werklocaties Midden-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Midden-Limburg. II. Dat de toelichting bij een ruimtelijk plan een verantwoording bevat over de wijze waarop invulling is gegeven aan het in I bepaald. III. Dat de toelichting bij een ruimtelijk plan een beschrijving bevat een beschrijving van het proces van voorbereiding van het initiatief, de planvoorbereiding en indien aan de orde de verantwoording van de afstemming in (sub-)regionaal verband. Relatie met voorliggend bestemmingsplan De Laddertoets die is uitgevoerd voor het voorgenomen plan is niet alleen een onderbouwing voor het woonprogramma, maar gaat ook in op de commerciële en maatschappelijke functies die beoogd zijn. De transformatie van het voormalig Philipsterrein bevat namelijk diverse stedelijke functies. Deze functies zijn in paragraaf 2.3 toegelicht omvat onder meer kantoren, bedrijvigheid en voorzieningen voor vrijetijdseconomie.
De Laddertoets bevat voor elk van deze commerciële en maatschappelijke functies een toelichting en onderbouwing voor onder andere het verzorgingsgebied, de huidige marktsituatie/-behoefte, het beleidskader als ook de ruimtelijke effecten van deze functies. Deze zijn tevens met de relevante bevoegde gezagen gedeeld wat heeft geleid tot de gewenste onderlinge afstemming. Derhalve is rekening gehouden met de uit artikel 2.4.5 voorgeschreven instructies. Vrijetijdseconomie In dit plan is met de volgende instructies uit artikel 2.4.6 rekening gehouden: I.
Dat een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg voorziet niet in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor voorzieningen voor vrijetijdseconomie aan de bestaande voorraad vrijetijdseconomie alsmede aan de bestaande planvoorraad vrijetijdseconomie anders dan in overeenstemming met de opgaven en algemene principes van het POL2014 en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Midden-Limburg. II. Dat de toelichting bij een ruimtelijk plan een verantwoording bevat over de wijze waarop invulling is gegeven aan het in I bepaald. III. Dat de toelichting bij een ruimtelijk plan een beschrijving bevat een beschrijving van het proces van voorbereiding van het initiatief, de planvoorbereiding en indien aan de orde de verantwoording van de afstemming in (sub-)regionaal verband. Relatie met voorliggend bestemmingsplan De Laddertoets die is uitgevoerd voor het voorgenomen plan is niet alleen een onderbouwing voor het woonprogramma, maar gaat ook in op de commerciële en maatschappelijke functies die beoogd zijn. De transformatie van het voormalig Philipsterrein bevat namelijk diverse stedelijke functies. Deze functies zijn in paragraaf 2.3 toegelicht omvat onder meer kantoren, bedrijvigheid en voorzieningen voor vrijetijdseconomie.
De Laddertoets bevat voor elk van deze commerciële en maatschappelijke functies een toelichting en onderbouwing voor onder andere het verzorgingsgebied, de huidige marktsituatie/-behoefte, het beleidskader als ook de ruimtelijke effecten van deze functies. Deze zijn tevens met de relevante bevoegde gezagen gedeeld wat heeft geleid tot de gewenste onderlinge afstemming. Derhalve is rekening gehouden met de uit artikel 2.4.6 voorgeschreven instructies.
44
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Klimaatadaptatie In dit plan is met de volgende instructies uit artikel 2.19.1 rekening gehouden: I.
I.
I.
De toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat een beschrijving van: a. de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico's en gevolgen van klimaatverandering; en b. de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de risico's en gevolgen van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende risico's betrokken: a. wateroverlast; b. overstroming; c. droogte Bij de beschrijving wordt gebruik gemaakt van de informatie van gemeentelijke, regionale en landelijke stresstest- en overstromingskaarten.
Relatie met voorliggend bestemmingsplan Het SO (zie Bijlage 2) besteedt aandacht aan de risico's en gevolgen van klimaatverandering en, belangrijker, de maatregelen en voorzieningen die getroffen kunnen worden om de risico's en gevolgen van klimaatverandering te voorkomen of te beperken. De ambities uit het SO zijn doorvertaald in onderhavig bestemmingsplan. Met name in de waterparagraaf (Bijlage 27) worden de ambities ten aanzien van klimaatadaptatie beschreven, waarmee de risico's van wateroverlast, overstroming en droogte betrokken worden. Gemeentelijke, regionale en landelijke (beleids)kaders worden daarbij aangehaald. Zodoende is rekening gehouden met de uit artikel 2.19.1 voorgeschreven instructies. 3.2.2.1 Ladder voor duurzame verstedelijking Zoals geïntroduceerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (zie paragraaf 3.1.2) en artikel 2.2.2 van de provinciale omgevingsverordening (zie paragraaf 3.2.2) is een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) uitgevoerd. Voor een uitgebreidere toelichting op de toets dan in deze paragraaf uiteengezet, wordt verwezen naar Bijlage 6. In dit onderzoek is de Laddersystematiek gevolgd, waarbij de voorgenomen transformatie getoetst is aan de Ladder, zoals opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 Bro zoals die sinds 1 juli 2017 van kracht is.
Hiervoor is ingegaan op: Uitgangspunten: Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling van het voorgenomen plan? Beschrijving van de behoefte: Voorziet de bouw van de woningen en aanvullende functies in het plan in een behoefte en welke kwalitatieve aspecten spelen hierbij een rol? Afweging locatiekeuze: Ligt de locatie binnen of buiten bestaand stedelijk gebied (BSG)? En hoe verhoudt de ontwikkeling van het plan zich tot het principe inbreiding voor uitbreiding achter de Ladder? Ten behoeve van de toets is een projectprofiel van het Weerstandterrein opgesteld, zoals hieronder weergegeven.
45
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Nieuwe stedelijke ontwikkeling Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, dan is het plan Ladderplichtig. Van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is in beginsel sprake als het nieuwe bestemmingsplan meer bebouwing mogelijk maakt of een functiewijziging van zodanige aard en omvang, dat om die reden sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Met het voornemen voor het voormalig Philipsterrein wordt een bedrijfslocatie getransformeerd. Er worden bestemmingen toegekend aan de gronden in het plangebied waar dit op basis van het vigerende bestemmingsplan niet mogelijk is. Er is dus sprake van een functiewijziging van zodanige aard en omvang dat om deze reden sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Ofwel: het nieuwe bestemmingsplan voor Weerstand is Ladderplichtig. Dit betekent dat een beschrijving van de behoefte in ieder geval nodig is. Bestaand stedelijk gebied In het plangebied is het bestemmingsplan Vrijveld Lommerveld van kracht. De huidige bestemming is bedrijventerrein. Geconstateerd wordt dat de locatie volledig is omsloten door bebouwing en binnen bestaand stedelijk weefsel van Roermond ligt. Bovendien maakt het vigerende bestemmingsplan stedelijke functies reeds mogelijk. Dit leidt tot de conclusie dat er sprake is van de ontwikkeling van een
46
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
locatie binnen bestaand stedelijk gebied. Een extra afweging van alternatieven binnen bestaand stedelijk gebied is hierdoor niet nodig. Woningbehoefte Op basis van CBS-migratiecijfers van alle verhuisde personen blijkt dat in de periode 2011 tot en met 2021 (dit betreffen de meest actuele beschikbare data) circa 61% van het aantal inkomende verhuizingen afkomstig is uit de gemeente Roermond zelf. Daarnaast is er geen grote verhuisrelatie met andere gemeenten die er op kan duiden dat het verzorgingsgebied groter is dan enkel Roermond. Dit betekent dat er sprake is van een lokale marktregio en derhalve wordt de gemeente Roermond gezien als het verzorgingsgebied. Vervolgens is gekeken naar de additionele woningvraag voor de komende twintig jaar binnen het afgebakende verzorgingsgebied. Hiervoor is gekeken naar de actuele provinciale huishoudensprognose van Progneff (2021) en de prognoses van Primos (2021 en 2022), zoals in onderstaand figuur weergegeven. De prognoses tonen een toename tot 2033. De Primos prognose uit 2021 gaat uit van een toename van zo’n 1.760 huishoudens tot 2033. Ten opzichte van de Primos prognose uit 2021 verwacht de Primos prognose uit 2022 juist een relatief sterkere toename van het aantal huishoudens in de periode 2023 tot 2033. Deze prognose gaat uit van een toename van zo’n 2.510 huishoudens.
Om de resterende behoefte te bepalen is de vraag geconfronteerd met de harde plancapaciteit. Harde plancapaciteit betreft de nog onbenutte ruimte voor woningbouw die in vastgestelde en onherroepelijke bestemmingsplannen resteert. De totale (netto) harde plancapaciteit in de gemeente Roermond bestaat uit circa 1.524 woningen (Gemeente Roermond, peildatum 1-1-2023). Daarnaast zijn er in de gemeente nog zachte plannen. Deze zachte plannen variëren van eerste verkenningen tot planvorming. Op basis van de verwachte vraag kunnen ook deze plannen (op termijn) voorzien in een behoefte. Om te bepalen of de beoogde woningen in het plan kunnen voorzien in een behoefte is de additionele woningvraag geconfronteerd met de (netto) harde plancapaciteit. De behoefte is in beeld gebracht voor de tienjaarsperiode 2023-2033. Door vraag en aanbod te confronteren is te zien dat er in het verzorgingsgebied een totale kwantitatieve behoefte bestaat aan circa 450 woningen in de komende tien jaar. In het plan zijn 400 woningen gepland en voorzien zo bezien in een woningbehoefte in de periode 2023-2033 in het verzorgingsgebied. Dit is in onderstaande diagram verbeeld.
47
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
Op basis van Progneff (2021) is de kwantitatieve behoefte in de periode 2023-2033 zoals aangegeven 1.970 huishoudens. In de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025 is de woningbehoefte -eveneens op basis van Progneff (2021)- voor de periode 2021 tot de huishoudentop bepaalt op 3.244 huishoudens. Wordt daarop de huishoudengroei volgens Progneff (2021) vanaf 2033 in mindering gebracht (583) en wordt rekening gehouden met het daadwerkelijk aantal toegevoegde woningen in 2021 en 2022 (504) dan resteert er een aanvullende behoefte van 2.157 woningen voor de periode 2023-2033. Op basis van de harde planvoorraad (1.524) bestaat er een kwantitatieve woningbehoefte van 633. De woningen in het voorgenomen plan voorzien in een behoefte. Het plan draagt bij aan het terugdringen van het woningtekort in Roermond. Woningbouw op de beoogde locatie leidt daarmee niet tot onaanvaardbare ruimtelijke effecten. Sterker: het plan zal juist bijdragen aan een gezond woon- en leefklimaat binnen de gemeente Roermond. In regionaal afstemmingsoverleg met gemeente en provincie is geconcludeerd dat conform de afspraken in de regionale structuurvisie Wonen Midden Limburg 2022-2025 het plan Weerstand op het voormalig Philipsterrein is afgestemd op 1 november 2022. Er is geen belemmering voor het daarin opgenomen kwalitatieve en kwantitatieve woonprogramma.
Commerciële en maatschappelijke functies Het voornemen bestaat zoals in voorgaande hoofdstukken benoemd uit diverse stedelijke functies. In de Ladder is naast de woonbehoefte achtereenvolgens ingegaan op de functies retail/detailhandel, horeca, bedrijvigheid en de culturele & sociale programmering. Retail/detailhandel In het plan wordt in totaal maximaal 2.500 m2 bvo voor detailhandel planologisch mogelijk gemaakt. Beoogd wordt een bijdrage te leveren aan de gehele transformatie van 't Vrijveld Noord. De gebiedsvisie 't Vrijveld Noord en voormalig Philipsterrein beschrijft de wenselijkheid om in het gebied tussen de Spoorlaan Noord en de Dr. Philipslaan zoveel mogelijk detailhandel- en bedrijfspanden te transformeren naar wonen. Hiermee wordt de aansluiting met de bestaande woonfunctie ten zuiden en oosten van dit gebied versterkt en wordt de woonkwaliteit van de bestaande woningen verhoogd. Het Weerstandterrein biedt de mogelijkheden om detailhandelsvestigingen uit genoemde gebied te salderen richting het terrein. De verplaatsende detailhandel binnen 't Vrijveld Noord is hiermee geen 'nieuwe' detailhandel. Belangrijk hierbij is wel dat de detailhandelsbestemming op de locaties ten zuidwesten van het terrein geschrapt worden in het vigerende bestemmingsplan.
Dit wordt in samenspraak juridisch geborgd door het betreffende gebied te betrekken bij onderhavig plangebied en te bestemmen als woongebied. Na de transformatieperiode is er dan per saldo minder detailhandelsaanbod in 't Vrijveld Noord waar het terrein onderdeel van is.
48
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
De huidige detailhandelsstructuur van de gemeente Roermond toont dat de gemeente Roermond beschikt over ruim 550 winkels met een totaaloppervlak van zo’n 198.360 m2 wvo. Hiervan bevindt zo’n 26.130 m2 wvo zich in de dagelijkse sector en zo’n 172.220 m2 wvo in de niet dagelijkse sector. Daarnaast staan in de gemeente Roermond 135 winkelpanden leeg met een totale omvang van circa 21.290 m2 wvo (circa 9,7%). Hiermee ligt de leegstand boven het gezonde frictieniveau van 5%. De leegstand concentreert zich met name in de binnenstad van Roermond. In de omgeving van het voornemen, Vrijveld en omliggende (PDV-)clusters, is de leegstand beperkt. Het mogelijk maken van volumineuze detailhandel in het plan zal voornamelijk tot gevolg hebben dat het winkelcluster Vrijveld versterkt wordt. Met het faciliteren van volumineuze detailhandelsmeters in het plan, concentreert het toekomstige winkelaanbod in het cluster Vrijveld zich meer in het noordelijk deel van het cluster. Het gemeentelijk detailhandelsbeleid stelt onder andere dat momenteel het Vrijveld geen ruimtelijke eenheid vormt waardoor de aanwezige detailhandel elkaar onvoldoende versterkt. Daarbij streeft de gemeente naar behoud en versterking van de woonboulevard en het aanwezige aanbod.
Het mogelijk maken van detailhandel met een minimale omvang van 500 m2 per vestiging zorgt naar verwachting voor een ruimtelijke versterking van het cluster Vrijveld. Door deze minimale omvang per vestiging wordt geen reguliere detailhandel in het plan mogelijk gemaakt. Ook dit sluit aan bij het gemeentelijk (en regionaal) beleid. Het mogelijk maken van een beperkt aantal vierkante meters detailhandel in het plan heeft naar verwachting een beperkt ruimtelijk effect op de overige (PDV-)clusters. Planologisch betreffen het geen nieuwe detailhandelsmeters omdat het een verplaatsing en saldering van detailhandelsmeters in het zuidwesten van het plangebied (ten westen van de Dr. Philipslaan) betreft. Het mogelijk maken van detailhandel leidt daarom naar verwachting niet tot onaanvaardbare ruimtelijke effecten elders.
Horeca Het voornemen maakt planologisch in totaal maximaal 1.500 m2 bvo aan horeca mogelijk, om een plek
49
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
van samenkomst te realiseren voor het terrein. In de Ladder is gekeken naar de marktbehoefte, het beleidskader en de ruimtelijke effecten. De horecamarkt is een groeimarkt. De omzetontwikkeling in de horecasector nam tot en met 2019 (pre-corona periode) flink toe, zo blijkt uit gegevens van het CBS (2022). De omzetcijfers voor 2022 (Q1 en Q2) laten een sterke stijging van de omzetontwikkeling zien. De omzetontwikkeling in de totale horecasector ligt in 2022 zo’n 5% hoger dan op het hoogtepunt in 2019. Inspelen op de veranderende horecabehoefte van de consument is juist nu extra belangrijk voor een gezonde bedrijfsvoering én een gezonde marktsituatie. Enkele kleinschalige horecagelegenheden passen daarom goed in het totaalconcept en voorzien in een verwachte behoefte. Het beleidskader betreft de Nota Integraal Horecabeleid van de gemeente Roermond en is opgesteld in 2007. Hierin is opgenomen dat er ruimte wordt geboden voor dynamiek in de sector en dat er op kansen ingespeeld dient te worden. Er wordt gestreefd naar een versterking van de horecasector en structuur in zijn totaliteit. Specifiek in woonwijken, waar het terrein onderdeel van uitmaakt, zijn horecagelegenheden vaak verspreid gelegen.
Bij toevoeging van horecafuncties streeft de gemeente naar concentratie van deze voorzieningen in buurt- en wijkwinkelcentra, waardoor detailhandel en horeca elkaar zoveel mogelijk versterken en gezamenlijk gebruik kan worden gemaakt van voorzieningen. De toevoeging van horecameters in het plan draagt bij aan de ambities zoals vastgesteld in de gebiedsvisie om met een veelkleurig stedelijk programma een ontmoetingsplek in vitale en gezonde stad te realiseren. Toevoeging van horecagelegenheden, passend bij de aard en schaal van de totale transformatie, past bij het beleid en de ambities van de gemeente Roermond en leidt naar verwachting niet tot een duurzame ontwrichting van de horecastructuur in de buurten Vrijveld en Maasniel of de gehele gemeente Roermond. Mogelijke leegstandeffecten zijn er naar verwachting niet of beperkt bij een toevoeging van enkele horecagelegenheden ondersteunend aan het concept en de hoofdzakelijke woonfunctie van het plan. Op basis van de beoogde ondersteunende horecafuncties worden geen onaanvaardbare ruimtelijke effecten verwacht. Bedrijvigheid Voor het programma creatieve economie en ambachtelijke bedrijvigheid wordt planologisch maximaal 5.300 m2 bvo mogelijk gemaakt. Daarnaast wordt 6.100 m2 bvo voor bedrijven in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten mogelijk gemaakt.
Volgens het huidige bestemmingsplan heeft het plangebied, een bestemming ‘bedrijventerrein’. In het volledige plangebied zijn in het vigerende bestemmingsplan bedrijven tot en met categorie 3 toegestaan via een functieaanduiding. Daarbinnen is een breed scala aan diverse soorten bedrijvigheid toegestaan. Denk aan diverse soorten maak- en productiebedrijven (zie Lijst Staat van bedrijfsactiviteiten), ambachtelijke bedrijven en creatieve bedrijven. Een toets aan de Ladder is formeel niet nodig voor deze functie. Wel is in het kader van een goede ruimtelijke ordening een globale toets uitgevoerd. Voor deze toets is de huidige marktsituatie in kaart gebracht. De provincie Limburg heeft in april 2022 de Monitor Werklocaties Limburg 2021 gepubliceerd. Het doel van de monitor is om te voorkomen dat knelpunten optreden in het aanbod van werklocaties (bedrijventerreinen en stedelijke dienstenterreinen) in de provincie. Het plangebied bevindt zich op Vrijveld (SD) wat gekwalificeerd wordt als stedelijk dienstenterrein. Het geval wil dat zowel het aantal aangeboden locaties als de omvang van aanbod de afgelopen jaren afneemt. De afname van het aanbod doet zich voor in bedrijfsruimten, kantoorruimten en winkelruimten.
Specifiek kijkend naar de omvang van het aanbod bedrijfsruimten op 31-12-2021 toont dat deze met zo’n 510.000 m2 beduidend lager is dan op 31-12-2020, toen de omvang van het aanbod bedrijfsruimten zo’n 800.000 m2 bedroeg. Dit is een afname van zo’n 36%. Het huidige aanbod op werklocaties in de gemeente is tevens in beeld gebracht. In oktober 2022 wordt circa 26.000 m2 bvo bedrijfsvastgoed op werklocaties aangeboden op Funda in Business. Dit is circa 1.2% van het totale bedrijfsvastgoedvoorraad op werklocaties. De totale leegstand in de gemeente Roermond is laag en onder frictieniveau (circa 5%). Een frictieleegstand betekent een gezonde leegstand: bedrijven met een acute ruimtevraag of bedrijven die een ander pand zoeken, hebben bij frictieleegstand enige schuifruimte.
50
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
De bedrijfsruimtemarkt in de gemeente Roermond functioneert gezond (weinig leegstand). Het mogelijk maken van programma voor creatieve economie en ambachtelijke bedrijvigheid en bedrijvigheid conform BP Lommerveld in het bestemmingsplan Weerstand leidt naar verwachting niet tot overaanbod van bedrijfsruimte en/of onaanvaardbare leegstand van bedrijfsruimte in de gemeente Roermond. Naar verwachting doen er zich geen onaanvaardbare ruimtelijke effecten voor. Cultureel en sociaal programma Voor het cultureel en sociaal programma wordt maximaal 7.100 m2 bvo mogelijk gemaakt. In de Ladder wordt geconstateerd dat de functies van dit programma aansluiten bij de bestemming 'Maatschappelijk' in het vigerende bestemmingsplan en bij de definitie van 'maatschappelijke voorzieningen' in het bestemmingsplan Binnenstad Roermond. De Ladder constateert verder dat de ontwikkeling van de maatschappelijke voorzieningen ondersteunend is aan het totaalprogramma. Daarnaast wordt gesteld dat de behoefte aan maatschappelijke functies niet vooraf te berekenen is in een marktruimteberekening. Immers, de behoefte aan maatschappelijke functies wordt mede bepaald door de bewoners en vooral beïnvloed door overheidsbeleid. Maatschappelijke functies concurreren hierdoor ruimtelijk gezien niet met andere locaties.
Ten slotte hebben maatschappelijke voorzieningen doorgaans niet tot nauwelijks effecten op de bestaande voorraad aangezien deze ondergeschikt zijn aan de (toekomstige) inwoners. Bovendien zit er ook geen commercieel belang bij maatschappelijke voorzieningen waarbij beperkte vraaguitval niet direct zal leiden tot onaanvaardbare leegstand. De verwachting is dat er voldoende behoefte is aan de beoogde transformatie. Mogelijke ruimtelijke effecten zijn naar verwachting beperkt. 3.2.3
Omgevingsverordening Limburg 2021
Provinciale Staten hebben de nieuwe Omgevingsverordening Limburg 2021 vastgesteld op 17 december 2021, maar hij is nog niet in werking. Deze Omgevingsverordening is tegelijk met de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking getreden. De Omgevingsverordening Limburg 2021 kent voor een aantal onderwerpen andere regels, of regels onder een andere benaming dan de Omgevingsverordening Limburg 2014. Het meest in het oog springt de natuur- en landschapsbescherming. De zones 'Goudgroene natuur', 'Zilvergroene natuur' en de 'Bronsgroene Landschapszone' worden gewijzigd. De Goudgroene natuurzone wordt onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (Natuurnetwerk Limburg) en de Zilvergroene en Bronsgroene zones worden samengevoegd tot de 'Groen-Blauwe Mantel'. Relatie met voorliggend bestemmingsplan In verband met het overgangsrecht blijft op het voorliggende bestemmingsplan de Omgevingsverordening Limburg 2014 van toepassing omdat het bestemmingsplan voor 1 januari 2024 in procedure is gebracht.
3.2.4
Structuurvisie Wonen Midden-Limburg (2022-2025)
De Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025 maakt ruimte om te bouwen voor de juiste woning, op de juiste plek, op het juiste moment. Daarnaast is er ruimte voor transformatie/herstructurering. Zo wordt de leefbaarheid op peil gehouden en wordt er een thuis geboden voor (toekomstige) inwoners. De visie zet de koers voor 2022 en verder waarbij het de groeiende behoefte centraal stelt en regionale opgaven en speerpunten neerzet, mede gebaseerd op Rijks- en provinciaal beleid. De nadruk ligt op het tegemoet komen aan een groeiende woningbehoefte met kwalitatief het juiste aanbod. Dat betekent dat er ambitie is voor - en ruimte wordt gegeven aan - nieuwe plannen die passen bij de kwalitatieve vraag, met aandacht voor aanpassing van plannen die niet (meer) passen bij een actuele behoefte. Ten aanzien van de kwalitatieve woningbehoefte staat de regio voor een uitdaging om de komende jaren voldoende woningen van de juiste kwaliteit toe te voegen en te zorgen dat deze (passend bij de
51
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
behoefte) op de juiste plaats worden gerealiseerd. In algemene zin betekent dit: meer nadruk op de realisatie van huurwoningen en betaalbare koopwoningen voor kleinere huishoudens en/of specifieke doelgroepen; meer aandacht voor transformatie van bestaand vastgoed naar wonen, voor behoud van de leefbaarheid; meer sturing op toekomstbestendigheid van de woningvoorraad (zowel energetisch als levensloopbestendig). Relatie met voorliggend bestemmingsplan De transformatie die met voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt sluit, in dit geval ten aanzien van de functie wonen, aan bij de doelstellingen die worden gesteld in de visie voor Midden-Limburg. Het gemengde programma aan woningen dat in het gebied gebouwd wordt, zowel qua segmenten als typologieën, draagt bij aan het creëren van passende woonruimte voor verschillende doelgroepen. Met behoud van de elementen die het terrein rijk is wordt bestaand vastgoed getransformeerd naar wonen en een aantrekkelijk woonmilieu gecreëerd. Onderstaande onderbouwing toont dat het plan past in de kwalitatieve kaders. Dit plan is regionaal afgestemd in het kader van de Structuurvisie wonen Midden-Limburg 2022-2025. Kwantitatieve onderbouwing Voor de gemeente is er op basis van de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025 behoefte aan 3.244 woningen vanaf 1 januari 2021 tot de zogenaamde huishoudentop (in 2043).
In de structuurvisie is ook de ambitie uitgesproken om - aanvullend aan deze huishoudenprognose - tegemoet te komen aan aanvullende toekomstige behoefte en behoefte in onder andere Zuidoost Brabant. Voor de periode 2021-2025 is in de regionale structuurvisie 2022-2025 daarom voor de gemeente Roermond een groeiambitie van 325-350 per jaar opgenomen (193-318 meer dan de prognose van september 2021). In de structuurvisie is dus een totale behoefte voorzien van 3.437-3.562 woningen vanaf 1 januari 2021, zijnde 3.244 plus 193-318 aanvullende ambitie. Rekening houdend met de in 2021 en 2022 gerealiseerde woningen is de benodigde planvoorraad dan 2.933-3.058 woningen per 1 januari 2023. In de Woondeal Limburg is aangegeven dat partijen inzetten op minimaal 130% plancapaciteit voor de periode 2025-2030 om voldoende rekening te houden met onzekerheden bij planvorming. Dit betekent een extra benodigde planvoorraad van ten minste 300, waarmee een planvoorraad van ca. 3.200 tot 3.400 woningen nodig is. De planvoorraad op 1 januari 2023 bedraagt 3.104. De transformatie van het voormalig Philipsterrein maakt daar onderdeel van uit.
Kwalitatieve onderbouwing Appartementen De uit het woningmarktonderzoek uit 2018 naar voren gekomen kwalitatieve behoefte aan appartementen met lift voor de gemeente (1.700) kan door de extra groei van het aantal huishoudens op basis van de huishoudenprognose in dezelfde verhouding worden opgehoogd tot ca. 2.325 appartementen met lift, gemeten vanaf 1 januari 2018. Er zijn in de periode 2018 tot en met 2022 500 appartementen met lift gerealiseerd, waarmee een behoefte van ca. 1.825 resteert. Van de in de Structuurvisie wonen Midden-Limburg 2022-2025 opgenomen extra ambitie van 193-318 zal ook nog een deel appartementen met lift betreffen en ook moet rekening gehouden worden met extra plancapaciteit vanwege onzekerheden. De benodigde planvoorraad per 1 januari 2023 komt dan hoger uit dan de bovengenoemde 1.825. Per 1 januari 2023 is er een plancapaciteit van ca. 1.700 appartementen met lift beschikbaar, inclusief de 291 appartementen in dit project. Daarmee past dit plan in het kwalitatieve kader. In het plan zijn 20 tiny houses opgenomen in de vorm van appartementen. Uit het woningmarktonderzoek 2018 blijkt een aanzienlijke behoefte aan dit type woning te bestaan, terwijl er nauwelijks plannen zijn uitgevoerd of ontwikkeld. Grondgebonden woningen Toevoegen van het type lofts (30) kan op basis van de vastgestelde kaders niet onderbouwd worden
52
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
omdat lofts geen onderdeel uitmaakten van het woningmarktonderzoek uit 2018. Daar staat tegenover dat dit type woningen in Roermond zeer beperkt wordt aangeboden. Aangenomen kan worden dat dit type woning in een specifieke setting van een voormalig industrieel gebouw een zekere behoefte kent. Uit het woningmarktonderzoek van 2018 komt naar voren dat er een vraag is naar groepswoningen. Het aanbod is zeer beperkt. De 16 in het plan opgenomen groepswoningen leveren daarom een bijdrage aan het aanvullend gevraagde aanbod. Een gedeelte van de grondgebonden woningen (22) wordt levensloopbestendig uitgevoerd. Dit past in de uitkomsten van het woningmarktonderzoek. Uit het woningmarktonderzoek komt naar voren dat er in algemene zin geen aanvullende behoefte bestaat aan rijwoningen. De overige rijwoningen (41) zijn niet levensloopbestendig en betreffen duurdere woningen. Voor een juist evenwicht in het plan is een aandeel grondgebonden duurdere koop van belang, maar gezien de aard van het gebied is dat niet uit te voeren als bijvoorbeeld vrijstaande woningen, die wel zouden passen in de uitkomsten van het woningmarktonderzoek. Gezien de aard van het gebied worden deze duurdere grondgebonden woningen uitgevoerd als 41 rijwoningen.
Betaalbaarheid In het deel appartementen zijn 80 woningen in het sociaal segment opgenomen, dat wil zeggen 58 onder de sociale huurgrens en 22 onder 250.000 euro. Van de sociale huurappartementen hebben er 20 een huur onder 500 euro. Daarmee valt 20% van het programma in het sociaal segment. 49 appartementen betreft middenhuur. Het aantal koopwoningen tussen 250.000 en de NHG-grens bedraagt 44. Het betaalbaar deel is daarmee 43%. De behoefte van de sociale doelgroep tot 2030 - met name in het stedelijk gebied Roermond - is globaal in evenwicht met het totaal aan plannen, waar dit plan onderdeel van uitmaakt.
3.3
Gemeentelijk beleid
Bij de totstandkoming van het stedenbouwkundig programma is rekening gehouden met verschillende gemeentelijke beleidsstukken en is het beleid vertaald in concrete functionele en ruimtelijke keuzes. Hieronder wordt (beknopt) ingegaan op het voor dit bestemmingsplan relevante beleid. Waar mogelijk wordt verwezen naar de verschillende onderzoeken waarin het gemeentelijk beleid zijn plek heeft gekregen.
53
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
3.3.1
Omgevingsvisie Roermond
De Omgevingsvisie Roermond behelst op hoofdlijnen de visie van de gemeente Roermond op de fysieke leefomgeving voor de komende 20 jaar. De omgevingsvisie brengt kortom verschillende (vigerende) beleidsvisies (zoals de Economische visie, de Groenvisie en de Toekomstvisie) bij elkaar en zorgt voor een overkoepelend integraal afwegingskader voor nieuwe initiatieven. Andere opgaven die in de omgevingsvisie worden benoemd zijn: vergrijzing, klimaatveranderingen en de verbindingen in en om de stad. Op 12 oktober 2023 is de Omgevingsvisie Roermond vastgesteld. Verschillende thema's/opgaves uit de omgevingsvisie hebben een plek gekregen in het SO, namelijk: 1. 2. 3. 4.
De gezonde en veilige stad; De aantrekkelijke woon- en werkstad; De duurzame stad; De stad van drie grote trekkers.
De gezonde en veilige stad Roermond streeft naar het verbeteren van de gezondheid van haar burgers en het creëren van een veilige leefomgeving. Dit omvat onder andere het bevorderen van een goede milieukwaliteit, het waarborgen van toegankelijkheid en inclusiviteit, het bieden van goede langzaam verkeersverbindingen, passende huisvesting, voldoende mogelijkheden om in de openbare ruimte te sporten, te bewegen en elkaar te ontmoeten en het verbeteren van de bereikbaarheid van parkeren en buitengebieden. De aantrekkelijke woon- en werkstad De gemeente Roermond aspireert om een uniek profiel in de regio te creëren als moderne stad voor zowel jongeren als ouderen. Om dit te bereiken wil de gemeente plannen ontwikkelen voor onderwijs
54
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
locaties, nieuwe woningen, werkgelegenheid en maatschappelijke voorzieningen die hierop aansluiten. De duurzame stad Roermond zet zich actief in voor het bereiken van klimaatneutraliteit. Een doelstelling die gevolgen heeft voor de inwoners van Roermond, maar ook voor de provincie Limburg en Nederland als geheel. Dit betekent dat bij alle ontwikkelingen slim moet worden nagedacht over hoe deze klimaatneutraal en klimaatbestendig gemaakt kunnen worden. Daarnaast beoogd de gemeente hoogwaterveiligheid te garanderen door het versterken van de relatie tussen water en stad. De stad van drie grote trekkers Als stad aan de Maas heeft Roermond drie belangrijke trekkers: de historische binnenstad met zijn diverse functies, het Designer Outlet Roermond (DOR) en de Maasplassen. Deze gebieden bieden zowel inwoners als bezoekers mogelijkheden tot ontspanning en ontmoeting, en vormen als het ware de huiskamer van de stad. Naast het behouden van de drie trekkers zet de gemeente Roermond zich in om de verbinding tussen deze gebieden te behouden. Relatie met voorliggend bestemmingsplan De vier thema's uit de omgevingsvisie kennen nadrukkelijk een relatie met het voornemen het voormalig Philipsterrein te transformeren. Het voornemen is een gezond en veilig stadsdeel te realiseren dat te boek staat als aantrekkelijk en uniek.
Het betreft een toegankelijk terrein dat ruimte biedt tot ontmoeten en bewegen. Het is bij uitstek een gebied met goede langzaam verkeersverbindingen, mede gezien het autoluwe karakter. Het beoogde woningaanbod en stedelijk programma genereert een plek voor jong een oud, creëert werkgelegenheid en biedt eventueel tevens ruimte voor onderwijs. Gezien de transformatie van het gebied en de elementen die daar onderdeel van uitmaken levert het plan een bijdragen aan de doelstelling van de gemeente een duurzame stad te zijn (richting klimaatneutraliteit). Zie ook paragraaf 2.3.3.3. De visie stelt dat de stad drie belangrijke trekkers kent waarin zowel inwoners als bezoekers kunnen ontspannen en ontmoeten. Het voormalig Philipsterrein past binnen de genoemde thema's in de Omgevingsvisie en biedt voldoende mogelijkheden tot ontspanning en ontmoeten in een bruisende omgeving.
3.3.2
Archeologie
Nota Archeologie (2011) De Nota Archeologie is gericht op het behoud en bescherming van archeologische waarden binnen het grondgebied van Roermond, om zo het cultureel erfgoed te bewaren voor toekomstige generaties. Het beleid houdt rekening met de wet op de archeologische monumentenzorg en de provinciale archeologische beleidskaart. Het beleid heeft als doel om het archeologisch erfgoed in kaart te brengen, te behouden en te beschermen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Ook worden er richtlijnen gegevens voor de omgang met archeologische vondsten en wordt er samengewerkt met andere instanties om archeologisch onderzoek te bevorderen. Relatie met voorliggend bestemmingsplan De transformatie van het voormalig Philipsterrein is in lijn met de doelstelling van de Nota Archeologie (2011). Door de bestaande kenmerkende fabriekspanden (industrieel erfgoed) op het terrein zoveel mogelijk te handhaven wordt de industriële gebiedsidentiteit van Roermond beschermd. Zo kan archeologisch erfgoed in stand worden gehouden. Daarentegen heeft er geen archeologisch onderzoek plaatsgevonden conform de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' om archeologische verwachtingswaarden in kaart te brengen (zie ook paragraaf 4.1).
Echter, zodra er ingrepen ten behoeve van de transformatie van het voormalig Philipsterrein plaats gaan vinden, zal indien noodzakelijk conform planregels archeologisch (voor)onderzoek uitgevoerd worden zoals als onderdeel van een omgevingsvergunningaanvraag voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
55
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
3.3.3
Bodem
Nota Bodembeheer Limburg 2020-2029 De Nota bodembeheer Limburg Noord 2020-2029 is een gemeenschappelijke nota van de 15 Noord- en Midden-Limburgse gemeenten. In deze Nota staat hoe de regio omgaat met bodemverontreiniging en welke mogelijkheden er zijn voor het toepassen en hergebruiken van grond. De Nota geeft regels en richtlijnen voor iedereen die bij het voorbereiden van projecten of het uitvoeren van bodemwerken rekening moet houden met de kwaliteit van de bodem. Deze Nota is onlosmakelijk verbonden met de bodemkwaliteitskaart (BKK). De bodemkwaliteitskaart is een kaart waarop de bodem kwaliteit binnen een bepaald gebied is aangegeven. Een BKK wordt opgesteld om grondverzet op een efficiënte, kosteneffectieve en verantwoorde manier mogelijk te maken. De bodemkwaliteitskaart geeft inzicht in de bodemkwaliteit van de bodemlagen van 0 tot 0,5 meter onder het maaiveld en van 0,5 tot 2,0 meter onder het maaiveld. De Nota heeft 2 doelen: 1. Het stellen van een kader voor het duurzaam en efficiënt hergebruiken van grond binnen de regio. Of, simpeler gezegd: regels opstellen voor het hergebruik van vrijkomende grond. 2. Het beleidsmatig verankeren van het in Limburg gehanteerde meer sporenbeleid. Dat komt erop neer dat voor de activiteiten grondverzet, ruimtelijke ontwikkeling, bouwen en bodemsanering de bodemkwaliteit zo eenduidig mogelijk wordt beoordeeld.
Relatie met het bestemmingsplan Ten behoeve van de transformatie van het terrein is uitvoerig bodem (- en asbest)onderzoek uitgevoerd (zie paragraaf 4.4) met onder meer als doel aan te tonen of er al dan niet verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of in het freatisch grondwater. Derhalve wordt in lijn met de Nota Bodembeheer gestreefd naar een verantwoorde omgang met de bodem(kwaliteit) en waar nodig geschikt te maken voor het gewenste gebruik. 3.3.4
Groen
Groenvisie (2016) De Groenvisie Roermond 2016 richt zich op het groenbeheer en -structuur van Roermond. Het doel van de visie is om Roermond groener te maken en het groen beter te benutten voor de leefbaarheid en gezondheid van de stad. Dit uit zich in verschillende doelen, zoals het vergroten van biodiversiteit, het creëren van een samenhangende groenstructuur, het verbeteren van de kwaliteit van het groen en het stimuleren van participatie van bewoners en bedrijven bij groenbeheer. Om deze doelen te bereiken, worden verschillende acties ondernomen, zoals het ontwikkelen van groene verbindingen, het aanleggen van groene daken en gevels, het creëren van groene speelplekken, en het betrekken van bewoners bij het groenbeheer. Relatie met voorliggend bestemmingsplan Het voorliggende bestemmingsplan is in overeenstemming met de Groenvisie Roermond. De met het plan beoogde transformaties, zoals het versterken van reeds aanwezig groenstructuur, het voornemen om een diversiteit aan groene buitenruimtes te creëren en een parkeerbos met een groene overgangszone zijn in lijn met de betreffende visie om Roermond 'groener' te maken. 3.3.5
Verkeer
Mobiliteitsvisie 2030: Slim in mobiliteit; stad in beweging (2016) De Mobiliteitsvisie 2030 van Roermond richt zich op het verbeteren van de bereikbaarheid en leefbaarheid van de stad. Het doel is om het aantal auto's in de binnenstad te verminderen en in te zetten op duurzame mobiliteit, zoals fietsen en openbaar vervoer. De visie richt zich ook op het verbeteren van de verkeersveiligheid en het verminderen van de uitstoot van schadelijke stoffen. Om dit
56
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
te bereiken, worden verschillende maatregelen getroffen, zoals het aanleggen van nieuwe fietsroutes, het verbeteren van het openbaar vervoer en het stimuleren van het gebruik van elektrische voertuigen. Relatie met voorliggend bestemmingsplan Het voornemen beoogd voet- en fietsverkeer te stimuleren en een autoluw binnengebied te creëren. Zo dragen de ambities van de transformatie bij aan het verbeteren van de leefbaarheid van de stad vanuit mobiliteit bezien en tracht het goede bereikbaarheid te garanderen. Nota Parkeernormen Roermond (2021) De Nota Parkeernormen Roermond beschrijft de standaarden voor het aantal parkeerplaatsen dat vereist is bij verschillende soorten ontwikkelingen in de stad Roermond. Deze nota is bedoeld om ervoor te zorgen dat er voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn om de vraag te accommoderen en om problemen met overbelaste parkeergebieden te voorkomen. De normen worden aangegeven in termen van het aantal parkeerplaatsen per type ontwikkeling en per oppervlakte-eenheid, zoals bij woningen, kantoren en winkels. Er worden ook verschillende parkeernormen gegeven voor specifieke gebieden en situaties, zoals binnenstad, woonwijken en evenementen. De nota geeft ook aan hoe de parkeereisen kunnen worden verminderd door het bevorderen van alternatieve vormen van transport, zoals fietsen en openbaar vervoer.
Relatie met voorliggend bestemmingsplan Ten behoeve van de transformatie van het voormalig Philipsterrein is uitvoerig onderzoek uitgevoerd naar verkeer en parkeren, waarbij onder meer gemeentelijk beleid als uitgangspunt is meegenomen (zie paragraaf 4.12). Derhalve is het voornemen niet strijdig met de Nota Parkeernormen Roermond. Om te waarborgen dat er genoeg parkeergelegenheid beschikbaar is, maar ook om het terrein autoluw te maken, voorziet het voornemen in voldoende parkeergelegenheid, ondergronds ingepast of in de groene omgeving. 3.3.6
Economie
Economische Visie Roermond (2017) De Economische Visie Roermond uit 2017 is een strategisch document dat beschrijft hoe de stad Roermond haar economie wenst te ontwikkelen in de komende jaren. Het document gaat in op de sterke punten van de stad, zoals de historische binnenstad, de ligging aan het water en de aanwezigheid van grote winkelketens en outlets. Het beschrijft ook de uitdagingen waar de stad voor staat, zoals de veranderende retailsector en de behoefte aan meer diversiteit in het aanbod van werkgelegenheid. Om deze uitdagingen onder handen te nemen, stelt de visie een aantal speerpunten voor, zoals het stimuleren van innovatie en duurzaamheid, het verbeteren van de bereikbaarheid van de stad en het creëren van aantrekkelijke woon- en werkmilieus. Ook wordt er aandacht besteed aan het versterken van de samenwerking tussen verschillende stakeholders, zoals ondernemers, onderwijsinstellingen en overheden. Relatie met voorliggend bestemmingsplan Het voornemen beoogt de economische positie van Roermond verder te versterken. Zoals tevens in de Ladder (zie paragraaf 3.2.2.1 Ladder voor duurzame verstedelijking) onderbouwd wordt met het diverse programma ingespeeld op een behoefte en beoogd het bij te dragen aan de verdere economische ontwikkeling van de stad. Derhalve is het voornemen in lijn met de speerpunten zoals die in de economische visie genoemd worden.
Ruimtelijk Detailhandelsbeleid (2015) Het Ruimtelijk Detailhandelsbeleid van Roermond, vastgesteld in 2015, is gericht op het creëren van een toekomstbestendig winkellandschap in de stad. Het beleid streeft naar een evenwichtige en diverse
57
bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)
detailhandelsstructuur, waarbij zowel de binnenstad als de perifere locaties worden meegenomen. Er wordt rekening gehouden met trends zoals online winkelen en de behoefte aan beleving en service in fysieke winkels. Het beleid introduceert een aantal instrumenten om deze doelstellingen te bereiken, zoals een brancheringsplan, waarbij verschillende soorten winkels in de binnenstad en perifere gebieden worden toegestaan of geweerd. Ook wordt er ingezet op het versterken van de binnenstad als kernwinkelgebied onder andere door het stimuleren van compactere winkelgebieden en het beperken van de vestiging van perifere detailhandel. Relatie met voorliggend bestemmingsplan Voorgenomen toekomstige ontwikkelingen op het gebied van detailhandel zijn in overeenstemming met het beleid zoals beschreven in het Ruimtelijk Detailhandelsbeleid. Zo voorziet het voornemen in een retail programma van maximaal 2.500m2 bvo dat in lijn is met het gemeentelijk beleid hieromtrent (zie paragraaf 3.2.2.1). 3.3.7
Recreatie
Sport- & Beweegnota (2017-2022) De Sport- en Beweegnota van Roermond voor de periode 2017-2022 heeft als doel het bevorderen van een gezonde en actie levensstijl onder de inwoners. De nota richt zich op verschillende doelgroepen, waaronder jeugd, senioren en mensen met een beperking. Het beleid introduceert een aantal speerpunten om deze doelstelling te bereiken, zoals het verbeteren van sportinfrastructuur, het stimuleren van bewegen op en rondom scholen, en het faciliteren van activiteiten voor kwetsbare groepen. Ook wordt er ingezet op het bevorderen van de samenwerking tussen sportverenigingen en andere maatschappelijke organisaties om zo krachten te bundelen en meer impact te maken. De nota benadrukt het belang van sport en bewegen voor de gezondheid en het welzijn van de inwoners van Roermond en de rol die de gemeente kan spelen in het faciliteren en ondersteunen van sport- en beweegactiviteiten. Het streven is om een actieve en gezonde stad te zijn waarin iedereen de mogelijkheid heeft om te sporten en bewegen, ongeacht leeftijd, achtergrond of beperking. Relatie met voorliggend bestemmingsplan De transformatie van het voormalig Philipsterrein leidt tot heuse verandering van het terrein.
Waar het nu een volledig afgesloten terrein betreft zal het in de toekomstige situatie een divers programma bevatten met ruimte voor onder andere een cultureel en sociaal programma dat qua invulling in lijn is met de streefpunten uit de nota. Daarnaast zijn de buitenruimten (zie ook paragraaf 2.3.2.3) bij uitstek plekken om elkaar te ontmoeten, recreëren en bewegen. Nota Integraal Horecabeleid (2007) De gemeente Roermond heeft een Nota Integraal Horecabeleid opgesteld die het horecabeleid van de stad beschrijft. Het hoofddoel is om het toerisme in het centrumgebied te versterken, terwijl er een evenwicht wordt gecreëerd tussen bedrijvigheid en leefbaar wonen. Daarnaast streeft de gemeente naar een gezonde en dynamische horecabedrijfstak en een goede serviceverlening aan ondernemers. Het beleid heeft specifieke richtlijnen voor het bestemmen van horecavoorzieningen in nieuwe bestemmingsplannen, waarbij de bestemming van horeca in beginsel niet wordt opgenomen in woonwijken, maar bestaande horecavoorzieningen wel positief kunnen worden bestemd. Op bedrijventerreinen zijn alleen horecavoorzieningen toegestaan die de functies van het bedrijventerreinen ondersteunen. Relatie met voorliggend bestemmingsplan Het voornemen omvat een deel horeca. Deze horeca (restaurant of café, geen hotel) is tevens