Bijlage 2 – concept plantoelichting met bijlagen ‘bestemmingsplan Heide 57 te Swalmen’
Tekst van het document
Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen zijn getroffen om het risico zoveel mogelijk te beperken. Vooropgesteld moet worden dat binnen het plangebied geen functies worden voorzien die specifiek bedoeld zijn voor minder zelfredzame personen. Het plan betreft het herbestemmen van een bedrijfswoning naar een reguliere woning en de ontwikkeling van twee nieuwe woningen. Uitgangspunt is dat indien minder zelfredzame personen aanwezig zijn binnen het plangebied, zij met behulp van zelfredzame personen in veiligheid gebracht kunnen worden. 5.6.4 Conclusie externe veiligheid Gelet op vorenstaande vormt het aspect externe veiligheid geen belemmeringen voor onderhavige ontwikkeling.
32
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
Hoofdstuk 6
Overige ruimtelijke aspecten
Bij de realisering van een planontwikkeling moet in de eerste plaats rekening gehouden worden met aspecten uit de omgeving die een negatieve invloed kunnen hebben op het plangebied. Dit geldt omgekeerd ook voor de uitwerking die het project heeft op zijn omgeving. Voor de projectlocatie zijn in dit hoofdstuk de aspecten archeologie, kabel- en leidingen, verkeer en parkeren, waterhuishouding, natuurbescherming en duurzaamheid onderzocht.
6.1
Archeologie
Archeologische waarden zijn bij wet beschermd. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor hun eigen bodemarchief. De gemeente is dus het bevoegde gezag indien het gaat om het toetsen van de archeologische onderzoeken en Programma's van Eisen. Voorheen werd dit door de provincie gedaan, maar deze beperkt zich momenteel tot zaken die van provinciaal belang zijn. Voor (gemeentelijke) bestemmingsplannen betekent dit concreet het volgende: de gemeenteraad dient bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden en monumenten; in een bestemmingsplan kan in het belang van de archeologie een vergunningenstelsel worden opgenomen. De aanvrager van een vergunning, waarbij bodemverstoring plaats vindt, kan langs de weg van het bestemmingsplan de verplichting krijgen tot het laten uitvoeren van een archeologisch (voor)onderzoek. Zo nodig kunnen aan dergelijke vergunningen regels worden verbonden ter bescherming van de archeologische waarden en monumenten. 6.1.1 Archeologische verwachtingswaarden Ter plekke van onderhavige locatie aan de Heide 57 te Swalmen is het bestemmingsplan 'Herziening kern Swalmen' van toepassing. Aan de locatie is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' toegekend.
Op basis van artikel 1.2 van de planregels van dit bestemmingsplan dient bij nieuwe bodemingrepen dieper dan 0,40 meter beneden het maaiveld én met een groter oppervlakte dan 100 m² archeologisch onderzoek te worden verricht. Ten behoeve van onderhavig bouwplan is een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd. De rapportage van het archeologisch onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 7. Op grond van dat onderzoek zijn de volgende conclusies en aanbevelingen gedaan. Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodemopbouw in het plangebied bestaat uit (deels) intacte bodemprofielen. Eventueel aanwezige archeologische resten worden direct vanaf het maaiveld verwacht (een buffer van 30 centimeter in acht nemend). Omwille hiervan wordt er een vervolgonderzoek geadviseerd. Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats. Hiervoor dient voorafgaand een Programma van Eisen (PvE) ter toetsing te worden voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Roermond). Op basis van het voorgaande wordt de archeologische dubbelbestemming overeenomstig het geldend planologisch-juridisch kader in voorliggend bestemmingsplan overgenomen c.q. gehandhaafd.
De vraag of er daadwerkelijk een proefsleuvenonderzoek noodzakelijk is, kan pas worden beoordeeld op het moment dan er een omgevingsvergunning bouwen wordt ingediend. Op dat moment wordt duidelijk tot op welke diepte en over welke oppervlakte de grond wordt ontgraven. Graafwerkzaamheden mogen dan afhankelijk van de ontgravingsdiepte en ontgravingsoppervlakte enkel worden uitgevoerd nadat vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven is uitgevoerd. Dit is geborgd in de planregels.
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
33
6.1.2 Conclusie archeologie Gelet op het vorenstaande vormt het aspect archeologie geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.
6.2
Kabels en leidingen
Ondergrondse inrichting Bij roering van de openbare ondergrond daar waar leidingtracés aanwezig zijn en bij roering van de niet openbare ondergrond daar waar leiding tracés aanwezig zijn treedt de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur in werking. Bij grondroering in de openbare ondergrond zal derhalve KLIC geraadpleegd dienen te worden waarop overleg met de netbeheerders zal moeten plaatsvinden indien verleggingen noodzakelijk zijn. Verleggingskosten zijn conform de AVOI voor rekening van de aanvrager. Bij grondroering in de niet openbare ruimte zullen de netbeheerders geconsulteerd dienen te worden waarop overleg met de netbeheerders zal moeten plaatsvinden voor de benodigde verleggingen. Verleggingskosten zijn voor rekening aanvrager afhankelijk van technische noodzaak en leeftijd van de leiding. Openbare verlichting Indien lichtmast 13260 verplaatst moet worden zijn deze kosten voor de aanvrager.
6.3
Verkeer en parkeren
Met betrekking tot onderhavige planontwikkeling dienen de (eventuele) gevolgen voor de verkeersstructuur alsmede het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt. 6.3.1 Verkeersstructuur Onderhavig planvoornemen ziet op het realiseren van twee nieuwe woningen aan de Heide 57 te Swalmen. In de beoogde situatie wordt de ontsluiting van het plangebied - net als in de bestaande situatie - geborgd via de weg 'Heide'. Het bestaande wegennet is zodanig dat het de verkeersstromen als gevolg van de nieuwe woningen probleemloos kan opvangen. 6.3.2 Parkeren Op basis van de Nota Parkeernormen 2021 van de gemeente Roermond is onderhavig plangebied gelegen binnen de zone 'overige kernen en buitengebied'. Per vrijstaande woningen geldt in deze zone een parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen. Gelet op de omvang van de beoogde woningbouwkavels is op eigen terrein voldoende ruimte beschikbaar om de parkeerbehoefte op te vangen. Parkeergelegenheid op eigen terrein kan op diverse manieren worden gerealiseerd. Aangezien in de praktijk blijkt dat parkeerplaatsen op eigen terrein niet altijd worden gebruikt voor het parkeren van een auto, wordt in bijlage 5 van de Nota Parkeernormen per parkeervoorziening een theoretisch aantal parkeerplaatsen en een berekeningsaantal parkeerplaatsen aangeduid.
Rekening houdend met onderhavig planvoornemen dient in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen' rekening te worden gehouden met deze parkeernorm en bijbehorende berekeningsaantallen. 6.3.3 Conclusie verkeer en parkeren Gelet op vorenstaande uiteenzetting vormt het aspect verkeer en parkeren geen belemmeringen voor de planontwikkeling.
34
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
6.4
Waterhuishouding
6.4.1 Nationaal Waterprogramma 2022-2027 In het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 zijn de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid beschreven. Met dit Nationaal Waterprogramma voldoet Nederland aan de Europese eisen die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingsrisico`s (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KMS). 6.4.2 ProvinciaalWaterprogramma 2022-2027 Het Provinciaal Waterprogramma is een uitwerking van de Omgevingsvisie Limburg en bevat de doelstellingen die de provincie Limburg de komende planperiode samen met haar partners willen bereiken op het gebied van water. Centraal staat hierbij het realiseren van een duurzaam, robuust en ecologisch gezond watersysteem dat kan omgaan met wateroverlast en droogte en dat voorziet in voldoende water van goede kwaliteit. Het is de uitdaging om een watersysteem te realiseren dat water kan vasthouden om Limburg door droge perioden heen te helpen, met tegelijkertijd voldoende ruimte om de piekbuien op te vangen, dat zo veel mogelijk aansluit bij natuurlijke processen en dat ecologisch goed functioneert. De ambitie is om de doelstelling van een duurzaam, robuust en ecologisch gezond watersysteem in 2050 gerealiseerd te hebben. De focus ligt in deze planperiode op de kwaliteit.
Kwaliteit door aan de slag te gaan met de gebiedsgerichte aanpak, waarbij het nemen van (water) maatregelen bijdraagt aan de kwaliteit van het watersysteem, de kwaliteit van de Natura 2000-gebieden en de landbouw. Verbetering van de kwaliteit van ons grond- en drinkwater is noodzakelijk om in de toekomst over voldoende water van een goede kwaliteit te kunnen beschikken; voor de natuur, menselijke consumptie, landbouw en industrie. Tevens wordt gewerkt aan actief grondwaterbeheer: water vasthouden, het verbruik verminderen en bij schaarste zorgen voor verdeling. Tenslotte betekent de keuze voor kwaliteit ook de focus op de kwaliteit van de leefomgeving en daarmee op het voorkomen van wateroverlast en schade als gevolg van overstromingen. 6.4.3 Waterbeheerprogramma Waterschap Limburg 2022-2027 Het nieuwe waterbeheerprogramma 2022-2027: 'Limburgs water in een veranderend klimaat' is door het algemeen bestuur van waterschap Limburg op 8 december 2021 vastgesteld. In het waterbeheerprogramma ligt de focus op de aanpak van wateroverlast, verbetering van de waterkwaliteit en de realisatie van hoogwaterbescherming voor alle Limburgers. Het plangebied is gelegen binnen het beheergebied van Waterschap Limburg. De legger van Waterschap Limburg laat zien dat in of direct rondom het plangebied geen watergangen, kunstwerken of waterkeringen van het waterschap zijn gelegen.
6.4.4 Afvalwater en hemelwater Het plangebied is gelegen binnen de gemeente Roermond en in het beheergebied van Waterschap Limburg. Het Waterschap Limburg is verantwoordelijk voor de waterhuishouding en waterveiligheid binnen haar beheergebied. Sinds 1 april 2019 is de nieuwe Keur van het Waterschap Limburg van kracht. Op welke wijze wordt omgegaan met het afval- en hemelwater binnen onderhavig plangebied wordt hierna uiteengezet. Afvalwater De huidige bedrijfswoning is aangesloten op het gemeentelijk rioleringsstelsel. Op basis van dit
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
35
planvoornemen verandert deze situatie niet. Het bedrijfsgebouw dat op dit moment ook is aangesloten op het gemeentelijk rioleringsstelsel, zal worden gesloopt waardoor deze aansluiting komt te vervallen. De twee nieuwe woningen die zijn voorzien in dit planvoornemen worden voor de afvoer van afvalwater aangesloten op het gemeentelijk rioleringsstelsel. Hemelwater van onverhard en semi-verhard terrein Het hemelwater dat valt op de onverharde en semi-verharde terreindelen binnen het plangebied zal, zo nodig na beperkte oppervlakkige afstroming, rechtstreeks infiltreren in de bodem. Hemelwater Het streven is om bij nieuwbouw 100% van het verharde oppervlak af te koppelen. Om te beoordelen hoe groot de te realiseren hemelwatervoorziening moet zijn, dient op basis van de nieuwe Keur van het Waterschap Limburg per 1 april 2019 een te realiseren hemelwatervoorziening te worden gedimensioneerd op een extreme bui van met een neerslaghoeveelheid van 100 millimeter in 24 uur, met een noodoverlaat. In de huidige situatie bevat het plangebied circa 1.100m2 verhard oppervlak. Hiervan watert ongeveer 600m2 af op de riolering. Het overig verhard oppervlak infiltreert op eigen terrein. In dit planvoornemen zal de bedrijfswoning behouden blijven en treedt er geen fysieke verandering op aan de woning. Het dakoppervlak van de woning zal dan ook blijven afwateren op de riolering.
Dit betreft een oppervlakte van circa 220m2. Voor het realiseren van twee nieuwe woningen wordt eerst het bedrijfspand, bijgebouwen en verharding gesloopt. Dit betreft circa 900m2 verhard oppervlak waarvan circa 400m2 is aangesloten op de riolering. Het voorgenomen plan zorgt hierdoor voor een afname van 400m2 verhard oppervlak dat afwatert via de riolering. Dit oppervlak wordt niet als bestaand oppervlak gebruikt in de berekening voor de toekomstige situatie. In deze fase van de planontwikkeling is de concrete omvang van de nieuwe woningen nog niet bekend. Indien een concrete aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend voor het realiseren van een nieuwe woning, dient ten behoeve van de uitwerking van een hemelwatervoorziening rekening te worden gehouden met vorenstaande kengetallen. De (grof)zandige ondergrond en lage grondwaterstand bieden ideale omstandigheden voor infiltratie. Op welke wijze dit technisch wordt vormgegeven, dient uitgewerkt te worden in de ontwerpfase van de nieuwe woningen. De beschikbare ruimte biedt zowel ruimte aan bovengrondse berging en infiltratie (bijv. een wadi) alsook aan ondergrondse technieken (infiltratiekratten). Opvang schoon hemelwater In de hemelwatervoorziening dient enkel schoon hemelwater te worden opgevangen, waaraan geen verontreinigde stoffen worden toegevoegd.
Uitloging bij infiltratie wordt voorkómen door alleen schoon hemelwater te infiltreren. Een infiltratievoorziening kan in dat opzicht tevens dienst doen als bodempassage, waarmee gezorgd wordt dat het hemelwater wordt ontdaan van (diffuse) verontreinigingen alvorens het infiltreert. Voorkomen van wateroverlast Door bij het bepalen van het bouwpeil en afschot hiermee rekening te houden, wordt voorkomen dat water in de te realiseren gebouwen kan vloeien. 6.4.5 Conclusie waterhuishouding Gelet op vorenstaande uiteenzetting vormt het aspect waterhuishouding geen belemmeringen voor voorliggende planontwikkeling.
36
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
6.5
Natuurbescherming
6.5.1 Natura2000 Natura-2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden plant- en diersoorten die in Europa bedreigd zijn en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Natura-2000 gebieden worden beschermd door de 'Wet Natuurbescherming'. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied betreft de noordelijk gelegen 'Swalmdal'. De afstand tussen het plangebied en dit Natura-2000 gebied bedraagt circa 1,2 kilometer.
Kaart 'Natura2000' van Atlas Limburg met aanduiding plangebied Het planvoornemen voorziet in het slopen van bestaande bedrijfsbebouwing en het realiseren van twee nieuwe woningen aan de Heide 57 te Swalmen. Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling is een stikstofonderzoek uitgevoerd dat zich toespitst op de realisatiefase (slopen en bouwen) en de gebruiksfase. Betreffend stikstofonderzoek is bijgevoegd als Bijlage 8. Realisatiefase De realisatiefase bestaat uit de sloop van de huidige bedrijfsgebouwen en het bouwen van twee vrijstaande woningen. Bij de sloop van de gebouwen en de bouw van de nieuwe woningen wordt gebruik gemaakt van machines met verbrandingsmotoren. Hierbij komt een geringe hoeveelheid NOx vrij. Daarnaast vindt er NOx-emissie plaats door de verkeersbewegingen die horen bij de af- en aanvoer van materialen en het bouwpersoneel. Gebruiksfase De NOx-emissie van het gebruik van de nieuwe woningen wordt berekend in de gebruiksfase. De woningen wordt voorzien van een warmtepomp en zijn daardoor emissie-loos. Alleen de verkeersbewegingen behorende bij het gebruik van de woningen veroorzaken NOx-emissie. Uit de berekeningen met AERIUS blijkt dat er geen sprake is van stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige natuurgebieden. De depositie bedraagt 0,00 mol potentieel zuur/ha/jaar.
Derhalve kunnen negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van Natura2000-gebieden ten gevolge van stikstof met zekerheid worden uitgesloten.
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
37
6.5.2 Flora en fauna Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. In deze wet zijn de onderdelen uit de Europese Habitatrichtlijn en onder meer de Vogelrichtlijn, die de bescherming van soorten betreft, geïmplementeerd. De wet biedt ook het kader voor de bescherming van inheemse dier- en plantensoorten die geen bescherming genieten op grond van de Habitatrichtlijn. Er gelden een aantal verboden ter bescherming van beschermde dier- en plantensoorten. Artikel 1.11 Wet natuurbescherming voorziet in een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling is een quickscan flora en fauna verricht om te beoordelen of eventuele aanwezige beschermde soorten planten en/of dieren verstoord worden vanwege voorliggende planontwikkeling. De rapportage van de quickscan is bijgevoegd als Bijlage 9. Op basis van de quickscan kan niet worden uitgesloten dat de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden een negatieve invloed heeft op beschermde soorten vanuit de Wet natuurbescherming en natuurgebieden.
Voorafgaand aan de ingreep zullen maatregelen genomen moeten worden in de vorm van een nader onderzoek naar de huismus bij de bedrijfsloods. Voor de voorgenomen werkzaamheden aan de paardenstal en kapschuur is geen nader onderzoek noodzakelijk echter dient er wel rekening gehouden te worden met het broedseizoen. Voor de geplande ingreep wordt de heg niet gerooid. Echter zijn de opstallen geschikt om tijdens het broedseizoen gebruikt te worden door algemene (niet-jaarrond beschermde) vogelsoorten. Op basis van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (Wnb) is het verboden om opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen (15 maart - 1 augustus) uitgevoerd te worden. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat ten behoeve van de huismus bij de bedrijfsloods nader onderzoek moet plaatsvinden. In dat kader dienen ofwel 2 gerichte veldbezoeken in de optimale periode tussen 1 april en 15 mei plaats te vinden of 3 gerichte veldbezoeken tussen 10 maart en 20 juni, waarvan minimaal één bezoek in de optimale periode. De resultaten van dit nader onderzoek kunnen ertoe leiden dat een ontheffing Wnb moet worden aangevraagd.
Mocht een ontheffing Wnb moeten worden aangevraagd, dient daaraan voorafgaand een activiteitenplan te worden opgesteld. Indien aan de orde verloopt dit via het ontheffingsspoor van de Wet natuurbescherming. Het onderzoek naar de huismus heeft inmiddels plaatsgevonden vóór de vaststelling van het bestemmingsplan. Dit onderzoek (rapportnummer N221793.001; d.d. 26 april 2024) wordt ambtshalve toegevoegd aan de planstukken en is opgenomen als Bijlage 10. Uit het onderzoek blijkt dat de aanwezigheid van nesten van de huismus kunnen worden uitgesloten binnen de bedrijfsloods. De bomen op de onderzoekslocatie kunnen wel worden gebruikt door de huismus, doch er is voldoende groen in de directe omgeving aanwezig, waardoor het potentieel verlies van de bomen geen negatief effect heeft op het voortbestaan van de huismuspopulatie. Wel dienen eventuele rooiwerkzaamheden van de bomen buiten het broedseizoen (15 maart - 1 augustus) plaats te vinden. Door deze omstandigheden is er geen sprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming.
38
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
6.6
Duurzaamheid
Duurzame stedenbouw verbreedt de aandacht naar meer aspecten dan alleen de verkaveling en ontsluiting. Duurzaamheid gaat ook om een zuinig ruimtegebruik, milieuvriendelijkheid, veilig verkeer en vervoer en natuur en rekening houden met het waterhuishoudingsysteem, omgevingsinvloeden, landschapsstructuren en landschapselementen. Dit betekent in de praktijk dat gelet moet worden op het materiaalgebruik, de vormgeving, gebruik van alternatieve energiebronnen, compact bouwen, intensief ruimtegebruik en flexibel bouwen. Duurzaam bouwen heeft een volwaardige plaats in het ontwerp, het bouwen en beheren van de bebouwing. Tijdens de bouw kan het verminderen van afval door zuinig gebruik van bouwmaterialen een belangrijke bijdrage leveren aan duurzaamheid. De nieuw op te richten bebouwing wordt gebouwd met duurzaam materiaal, waarbij aandacht wordt besteed aan de recyclebaarheid van de bouwmaterialen.
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
39
40
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
Hoofdstuk 7
Uitvoerbaarheid
De uitvoerbaarheid van het ruimtelijk plan dient in relatie tot de gemeentelijke financiën te zijn gewaarborgd. Daarbij dient ook te worden onderzocht of en in hoeverre de voorgenomen afwijkingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan aanleiding kunnen geven tot aanspraken om planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening.
7.1
Financiële uitvoerbaarheid
7.1.1 Exploitatieplan Artikel 6.12, lid 1 Wro bepaalt dat de gemeenteraad wordt verplicht om voor gronden, waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, een exploitatieplan op te stellen. Artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening geeft aan om welke bouwplannen het gaat. Onderhavige ontwikkeling ziet op de bouw van twee nieuwe levensloopbestendige woningen, waardoor sprake is van een bouwplan. Hoofdregel is dat er een plicht bestaat voor het opstellen van een exploitatieplan. Onder artikel 6.12, lid 2 Wro wordt hierop echter een aantal uitzonderingsmogelijkheden geboden: het verhaal van kosten over de in het plan of besluit begrepen kosten is anderszins verzekerd; het is niet nodig een tijdvak te bepalen waarbinnen de grondexploitatie zal plaatsvinden; het is niet nodig een fasering op te nemen waarbinnen werken, werkzaamheden en bouwplannen uitgevoerd moeten worden; het is niet nodig eisen en/of regels omtrent de uitvoering te stellen aan het bouwrijp maken en/of de inrichting van de openbare ruimte en/of de aanleg van nutsvoorzieningen; het is niet nodig regels te stellen omtrent de uitvoering van de in het bestemmingsplan opgenomen bepalingen omtrent sociale huur en/of koopwoningen, kavels voor particulier opdrachtgeverschap of branches in de detailhandel.
Voorts sluit de gemeente met initiatiefnemer een anterieure overeenkomst ten behoeve van de kwaliteitsbijdrage en afspraken omtrent planschadeverhaal, als gevolg waarvan eventuele tegemoetkomingen in planschade niet voor rekening van de gemeente komen.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.2.1 Omgevingsdialoog De initiatiefnemer van het beoogde bouwplan dat middels de vaststelling van het voorliggende ontwerpbestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt heeft ter voorbereiding van de planvorming contact gehad met de direct omwonenden. Deze hebben geen bezwaar egen de voorgenomen ontwikkeling.
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
41
42
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
Hoofdstuk 8
Planstukken
Het bestemmingsplan 'Heide 57 te Swalmen' van de gemeente Roermond bestaat uit voorliggende toelichting, regels en een verbeelding.
8.1
Algemeen
Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Behalve een vernieuwd stelsel voor processen voor de ruimtelijke ordening in Nederland, zijn met de inwerkingtreding van de Wro ook de resultaten van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen) wettelijk verankerd. Dit houdt in dat nagenoeg alle instrumenten uit de Wro door bronhouders digitaal beschikbaar zijn, waardoor de bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar worden. Hiervoor is het pakket 'RO Standaarden 2012' ontwikkeld, dat wettelijk is vastgelegd in de bij de Wro behorende 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening'. Vergelijkbaarheid van bestemmings- en inpassingsplannen wordt door de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012) op drie manieren gerealiseerd: er is een begrippenkader gegeven dat in de plannen toegepast moet worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om lijsten van bestemmingshoofdgroepen met mogelijke gebruiksdoelen, dubbelbestemmingen, aanduidingen, indeling van regels etc. Voor het hanteren van het begrippenkader is geen specifieke software vereist; er is een verplichte 'analoge verbeelding' voorgeschreven, hetgeen inhoudt de manier waarop het plan op papieren kaarten moet worden getoond. Er zijn dwingende regels inzake de opmaak van het plan.
Voor het opmaken van plannen is in de praktijk speciale software benodigd; er is een verplichte 'digitale verbeelding' voorgeschreven, waarmee wordt gedoeld op het tonen van het plan in een digitale omgeving (website). Vanaf 1 januari 2010 dient een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar en uitwisselbaar te zijn. Voorliggend bestemmingsplan voldoet aan deze digitaliseringverplichting.
8.2
Toelichting, regels en verbeelding
Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en verbeelding vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderling verband te worden bezien. De regels en de verbeelding zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden, aangezien op de verbeelding de bestemmingen visueel zijn weergegeven en de regels onder andere het gebruik en de bouwmogelijkheden bij deze bestemmingen geven. 8.2.1 Toelichting De toelichting van het bestemmingsplan heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het totale plan. De toelichting geeft namelijk een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten zoals deze aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting een belangrijk hulpmiddel bij de interpretatie van het bestemmingsplan. 8.2.2 Regels Conform de SVBP2012 dienen de regels van een bestemmingsplan volgens een bepaalde opbouw te worden opgesteld, waarbij opgemerkt dient te worden dat niet elk bestemmingsplan alle elementen van navolgende opbouw bevat:
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
43
- Hoofdstuk 1: Inleidende regels Begrippen Wijze van meten - Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Bestemmingen Voorlopige bestemmingen Uit te werken bestemmingen Dubbelbestemmingen - Hoofdstuk 3: Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingssregels Algemene wijzigingsregels Verwezelijking in de naaste toekomst Algemene procedureregels Overige regels - Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel De regels van de verschillende bestemmingen worden als volgt opgebouwd, waarbij eveneens geldt dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten: Bestemmingsomschrijving Bouwregels Nadere eisen Afwijken van de bouwregels Specifieke gebruiksregels Afwijken van de gebruiksregels Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Wijzigingsbevoegdheid Vorenstaande gestandaardiseerde opbouw is gehanteerd bij het opstellen van de regels behorende bij voorliggend bestemmingsplan. Voorts is aangesloten bij de inhoud van het bestemmingsplan 'Kern Swalmen' van de gemeente Roermond. 8.2.3 Verbeelding De 'vroegere' plankaart wordt in het kader van het huidige planologische regime aangeduid als 'verbeelding'.
Op een verbeelding wordt de grens van het plangebied weergegeven waarbinnen onder meer de verschillende (dubbel)bestemmingen, bouwvlakken en bouw-/functie-/maatvoeringsaanduidingen (en de ligging daarvan) visueel zijn weergegeven.
44
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
De verbeelding met betrekking tot voorliggend bestemmingsplan is digitaal raadpleegbaar via www.ruimtelijkeplannen.nl. Verder voorziet bijbehorende verbeelding in de naam van voorliggend bestemmingsplan en een tekeningnummer. Dit zijn verplichtingen in het kader van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. De verbeelding is direct (juridisch) verbonden met de bijbehorende regels. In deze regels worden de condities en voorwaarden gesteld behorende bij de verschillende bestemmingen.
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
45
46
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
Hoofdstuk 9 9.1
Procedure
Vooroverleg
Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg plegen met andere betrokken overheden en overheidsdiensten (wettelijke adviseurs). Daarbij moet worden gedacht aan naburige gemeenten, het waterschap, en de diensten van het Rijk en de provincie. Overleg met het waterschap is altijd verplicht, terwijl het tot de verantwoordelijkheid van de gemeente behoort om te beoordelen of overleg met de desbetreffende diensten van het Rijk en de provincie nodig is. Artikel 3:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van overeenkomstige toepassing. De bedoeling van dit vooroverleg is voornamelijk om de opstellers van het plan tijdig de mogelijkheid te geven het plan desgewenst aan opmerkingen van andere overheden aan te passen. Er zijn vier vooroverlegreacties van betrokken (semi)overheden binnengekomen. Die reacties worden hieronder nader toegelicht. Veiligheidsregio Limburg-Noord De Veiligheidsregio Limburg-Noord heeft aangegeven dat zij geen opmerkingen heeft op voorliggend plan. Rijkswaterstaat Rijkswaterstaat geeft aan dat de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - weg 2' correct is opgenomen op de verbeelding en de planregels. Een klein deel van de tuin van de bestaande woning valt binnen de 50-100 meter overlegzone van de A73.
Rijkswaterstaat heeft hier als beheerder van de A73 geen bezwaar tegen. Waterschap Limburg Het Waterschap Limburg adviseert om bij nieuwe ontwikkelingen 100 mm in 24 uur te bergen/infiltreren. Voor het bestaande woonhuis wordt geadviseerd om af te koppelen. Het Waterschap geeft daarbij aan dat binnen het plangebied voldoende ruimte aanwezig is om berging/infiltratie te realiseren. Provincie Limburg De Provincie Limburg geeft aan dat het plan is beoordeeld op de adequate doorwerking van de provinciale belangen. De beoordeling van het plan geeft aanleiding tot het maken van een aantal opmerkingen. De opmerkingen betreffen de volgende aspecten: 1. Uit de plantoelichting kan niet opgemaakt worden voor welke prijsklasse en specifieke doelgroep deze woningen gerealiseerd worden, buiten het feit dat deze levensloopbestendig zijn. De hieromtrent gemaakte keuzes moeten worden onderbouwd in de plantoelichting. In paragraaf 2.2 van voorliggende toelichting wordt daar nader op ingegaan. 2. Het plan moet worden opgenomen in de plancapaciteitsmonitor met betrekking tot wonen. De gemeente draagt hier zorg voor. 3. Uit de ecologische quickscan blijkt dat er aanvullend veldonderzoek nodig is naar de waarschijnlijke aanwezigheid van de huismus. In het geval dat er nesten van deze soorten aanwezig zijn, zal tijdig bij het bevoegd gezag, de provincie, een WnB-ontheffing aangevraagd moeten worden.
Dit dient te gebeuren alvorens de huidige bebouwing gesloopt kan worden. Bovendien wordt meegegeven dat bij de aanwezigheid van de huismus doorgaans mitigatie/compensatie vereist is en vervangende nestvoorzieningen in de directe omgeving gerealiseerd moeten worden. Hierdoor is het wellicht raadzaam nu al te starten met het aanbrengen/aanbieden van een voldoende aantal voorzieningen.
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
47
In paragraaf 6.5.2. van de toelichting is aangegeven hoe het nader onderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van de huismus wordt uitgevoerd en welke conscequenties verbonden zijn aan het aantreffen van nestlocaties van de huismus.
9.2
Formele procedure
9.2.1 Algemeen De wettelijke (formele) bestemmingsplanprocedure bestaat uit navolgende stappen: 1. 2.
3. 4. 5.
6. 7.
Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan. Ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan met alle bijbehorende stukken gedurende 6 weken. Tevens wordt de bekendmaking toegezonden aan Gedeputeerde Staten, belanghebbenden en betrokken Rijksdiensten. Gedurende de termijn van ter inzage legging kan een ieder zienswijzen naar voren brengen. Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken. Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door ter inzage legging met voorafgaande kennisgeving en toezending van het besluit tot vaststelling aan Gedeputeerde Staten en betrokken Rijksdiensten, Waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien Gedeputeerde Staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling. Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden. Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
9.2.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende 6 weken, van 20 december 2023 t/m 30 januari 2024, ter inzage gelegen. Gedurende de termijn van terinzagelegging zijn geen zienswijzen ingekomen. Wel heeft initiatiefnemer na de periode van terinzagelegging van het bestemmingsplan nog een nader onderzoek naar de huismus aangeleverd. Dit onderzoek is ambtshalve als bijlage 10 toegevoegd aan het vastgestelde plan en daartoe is paragraaf 6.5.2 van de toelichting aangevuld met de resultaten van dat nader onderzoek.
48
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
Hoofdstuk 10 Bijlagen Bijlage 1 Brief gemeente Roermond Bijlage 2 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Bijlage 3 Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bijlage 4 Akoestisch onderzoek berekening gevelbelasting Bijlage 5 Quickscan externe veiligheid Bijlage 6 Verantwoording hoogte groepsrisico Bijlage 7 Archeologisch onderzoek Bijlage 8 Stikstofonderzoek Bijlage 9 Quickscan flora en fauna Bijlage 10 Nader onderzoek huismus
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
49
Aanmeldno��e vormvrije m.e.r.beoordeling Heide 57 Swalmen Datum Documentnummer Onderwerp
8 november 2023 M221633.004/ASE Aanmeldno��e vormvrije m.e.r.-beoordeling Heide 57 Swalmen
1) Inleiding In het kader van het Besluit milieueffectrapportage dienen de effecten van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, die via het herzien van een bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, door middel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling in beeld te worden gebracht. Hiertoe dient een aanmeldno��e te worden opgesteld, op basis waarvan beoordeeld wordt of het noodzakelijk is een milieueffectrapportage op te stellen. Voorliggende aanmeldno��e is opgesteld ten behoeve van de beoogde herziening van het bestemmingsplan voor de loca�e Heide 57 te Swalmen. Op onderhavige loca�e hee� ini�a�efnemer tot het voorjaar van 2022 een po�enbakkerij geëxploiteerd. Het voornemen is om de bestaande bedrijfswoning te transformeren tot een reguliere burgerwoning. Daarnaast wordt beoogd om de voormalige bedrijfsbebouwing en de paardenstallen op het achterterrein te slopen en in ruil daarvoor twee extra bouwkavels te creëren ten behoeve van het realiseren van twee vrijstaande levensloopbestendige woningen. In deze aanmeldno��e zijn de milieu- en overige effecten in rela�e tot het planvoornemen geïnventariseerd en gebundeld weergegeven.
2) Algemeen Bepaalde ac�viteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke ac�viteiten m.e.r-plich�g zijn en voor welke ac�viteiten een m.e.r-beoordeling moet worden verricht. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de ac�viteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de ac�viteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.beoordeling moet worden uitgevoerd. Als een ac�viteit op grond van onderdeel D m.e.r.beoordelingsplich�g is, geldt voor een kaderstellend (bestemmings)plan dat die ac�viteit mogelijk maakt, een plan-m.e.r-plicht. Voor alle ac�viteiten zijn drempelwaarden opgenomen. Als een ac�viteit voorkomt in kolom 1 van de C- of D-lijst en de drempelwaarden uit kolom 2 worden overschreden, is een m.e.r. (onderdeel C) of een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) verplicht. Voor ac�viteiten die genoemd worden in onderdeel D, maar waarbij de drempelwaarde niet wordt overschreden, geldt de verplich�ng om na
M221633.004/ASE, Pagina 2 van 7
te gaan of tóch een m.e.r.-beoordeling (of een m.e.r.) moet worden uitgevoerd, de zogenoemde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’. Het bevoegd gezag moet in zo’n geval nagaan of er sprake is van omstandigheden die, ondanks dat de drempelwaarden niet worden overschreden, aanleiding geven voor het verrichten van een m.e.r.(-beoordeling). De mo�vering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.-beoordeling.
3) Ac�viteiten en drempelwaarden Bij woningbouw kan er sprake zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals aangegeven in onderdeel D 11.2, kolom 1: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Als de ontwikkeling ook voldoet aan kolom 2 (de drempel), dan is er sprake van een m.e.r.-plicht. Dit is het geval als de ac�viteit betrekking hee� op: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer; 2. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat; of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Onderhavig planvoornemen ziet op het transformeren van de bestaande bedrijfswoning tot een reguliere burgerwoning. Daarnaast worden twee bouwkavels gecreëerd ten behoeve van twee levensloopbestendige woningen. Daarmee blij� de voorgenomen ac�viteit ver onder de drempel waardoor de ac�viteit niet m.e.r.-beoordelingsplich�g is. Omdat de ac�viteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst, dient wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden verricht.
4) Vormvrije m.e.r.-beoordeling In een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een ac�viteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Een informele m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r. beoordeling noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. De vorm van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is weliswaar vrij, maar aan de inhoud van de beoordeling worden wel voorwaarden gesteld. De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in bijlage III van de Europese richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en par�culiere projecten’. Het betre� de volgende drie algemene criteria met elk hun sub criteria: kenmerken van het project: omvang van het project, cumula�e met andere projecten, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, produc�e van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en risico op ongevallen;
M221633.004/ASE, Pagina 3 van 7
plaats van het project: bestaand gebruik van de loca�e, natuurlijke hulpbronnen en opnamevermogen/gevoeligheid van het milieu; kenmerken van het potentiële effect: bereik, grensoverschrijdend karakter, orde van groo�e en complexiteit, waarschijnlijkheid en duur, frequen�e en omkeerbaarheid van het effect.
5) Toetsing aan (sub)criteria Kenmerken van het project De omvang van het project: Het plangebied is gelegen aan de Heide 57 Swalmen. Kadastraal betre� het plangebied alwaar de herontwikkeling tot woningbouw plaatsvindt het perceel gemeente Swalmen – sec�e A – nummer 2978. Dit perceel hee� een oppervlak van 3.560 m2. Ter plekke is een bedrijfswoning met bijbehorend bedrijfsgebouw aanwezig evenals een stal ten behoeve van het hobbyma�g houden van paarden. De cumula�e met andere projecten: In en om het plangebied zijn geen relevante ac�viteiten of projecten waarmee in de beoordeling rekening moet worden gehouden. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen: Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen verandert niet als gevolg van de realisa�e van de woningbouw. Dit onderdeel gee� geen aanleiding aanzienlijke gevolgen voor het milieu te veronderstellen, zodanig dat daarvoor een milieueffectrapportage moet worden doorlopen. De produc�e van afvalstoffen: Zowel in de realisa�efase als in de gebruiksfase vindt er geen produc�e plaats van afvalstoffen, anders dan regulier bouw- en (in zeer beperkte mate) huishoudelijk afval. Verontreiniging en hinder: Tijdens de realisa�efase is er wellicht enige hinder in de vorm van geluid en mogelijk trillingen.
Het (aannemers)bedrijf welke verantwoordelijk is voor de uitvoering van de realisa�e zal zich moeten houden aan de algemene wet en regelgeving en de geldende milieuwetgeving. Risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën Woningen zijn geen risicobron. Daarnaast wordt in de paragraaf ‘Externe veiligheid’ van voorliggende aanmeldno��e geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn vanuit het plaatsgebonden en het groepsrisico ten aanzien van inrich�ngen, transportassen en buisleidingen. Plaats van het project Het bestaand grondgebruik Ter plekke van onderhavige loca�e is een bedrijfsgebouw met bijbehorende bedrijfswoning aanwezig evenals een paardenstal. Daarnaast is rondom de bebouwing erfverharding aanwezig. Het overige deel van het perceel is onbebouwd en in gebruik als grasland. Aan de oost- en westzijde zijn voornamelijk woningen met tuinen gelegen. Daarnaast is aan de zuidzijde een bedrijventerrein aanwezig. Bovendien zijn aan de noordzijde agrarische gronden gelegen.
M221633.004/ASE, Pagina 4 van 7
Natuurlijke hulpbronnen Ter plaatse van het plangebied zijn geen relevante natuurlijke hulpbronnen die bijdragen aan het project dan wel een effect hebben op het project. Opnamevermogen/gevoeligheid van het milieu Uit de beoordeling van de planologisch relevante milieuaspecten verderop in deze no��e komt naar voren dat het planvoornemen deze aspecten niet belemmert. Kenmerken van het poten�ële effect Beoogd wordt met het planvoornemen om op de loca�e Heide 57 te Swalmen een passende herontwikkeling tot een woningbouwloca�e door te voeren. Bij de realisa�e wordt zowel aan de geldende algemene wet- en regelgeving als aan de geldende milieuwetgeving voldaan. Hierna wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten. De benodigde en door externe bureaus uit te voeren onderzoeken t.b.v. de wijziging van het bestemmingsplan zijn uitgevoerd. De rapportages van deze milieuonderzoeken en een uitvoerige beschrijving van onderstaande milieuaspecten zijn in de toelich�ng van het nieuwe bestemmingsplan ‘Heide 57 te Swalmen’ beschreven. Vooruitlopend hierop wordt onderstaand kort ingegaan op de benodigde onderzoeken en worden ook de resultaten van betreffende onderzoeken beschreven. Deze dienen in samenhang met de toelich�ng van het bestemmingsplan ‘Heide 57 Swalmen’ en de daarbij behorende onderzoeken te worden gelezen.
Bodem In het kader van voorliggende ontwikkeling is een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat ter plekke van de drupzone van de bestaande loods een sterk verhoogde concentra�e asbest is aangetroffen. Deze bodemlaag moet �jdig worden gesaneerd teneinde vermenging c.q. verspreiding te voorkomen. Voorafgaande aan de saneringswerkzaamheden dient een BUS-melding te worden gedaan. Geluid Het plangebied is gelegen aan de weg ‘Heide’. Voor deze weg geldt een maximum snelheid van 30 km/u. In de directe omgeving van de loca�e zijn de A73 en de Rijksweg Noord gelegen. Derhalve is een akoes�sch onderzoek uitgevoerd. Daaruit blijkt dat de cumula�eve geluidbelas�ng hoger is dan 53 dB, waardoor een nader onderzoek moet worden uitgevoerd ter bepaling van de geluidwering van de gevel. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform dat nader onderzoek) is een binnenniveau van 33 dB en daarmee een aanvaardbaar woon- en lee�limaat gewaarborgd. Het nader onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevel wordt uitgevoerd in het kader van de omgevingsvergunning voor de ac�viteit 'bouwen'. Milieuzonering Teneinde te bepalen of een goed woon- en lee�limaat in de nieuw te realiseren woningen aanwezig is, dient bestaande bedrijvigheid in de (directe) omgeving van onderhavig plangebied te worden beoordeeld.
In dat verband is van belang dat op de loca�e Rijksweg Noord 157 en Rijksweg Noord 116A t/m 122 bedrijven zijn gesitueerd. Aan de ter plaatse van toepassing zijnde richtafstanden wordt voldaan.
M221633.004/ASE, Pagina 5 van 7
Bovendien is aan de zuidzijde van het plangebied een bedrijventerrein gelegen. Ter plaatse zijn bedrijfsac�viteiten toegestaan die staan vermeld in de categorie 2, 3.1 en 3.2 van de Lijst van bedrijfsac�viteiten. Op basis van de VNG-handreiking 'Bedrijven en Milieuzonering (versie 2009)' geldt voor categorie 3.2 bedrijven een richtafstand van 100 meter. De afstand van onderhavig plangebied tot het bedrijventerrein bedraagt circa 80 meter. In beginsel zou dit betekenen dat mogelijk niet aan de richtafstand kan worden voldaan. Gelet echter op de dichterbij gelegen woningen aan de Veestraat 4 en 6 is onderhavig plangebied niet maatgevend voor de ontwikkelmogelijkheden van bedrijvigheid op het bedrijventerrein. Luchtkwaliteit In de Wet luchtkwaliteit staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in 'hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer' (Wm). Ar�kel 5.16 Wm (lid 1) gee� weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen.
Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een plan leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een plan draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging (meer dan 3%) ten opzichte van de grenswaarde (een grenswaarde van 3% staat gelijk aan de bouw van circa 1.500 woningen of 100.000 m2 kantoorruimte met één ontslui�ngsweg); een plan past binnen het Na�onaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), of binnen een regionaal programma van maatregelen. Ini�a�efnemers zijn voornemens om de loca�e Heide 57 Swalmen te transformeren tot een woonloca�e met in totaal 3 vrijstaande wooneenheden. Met inachtneming van de kleinschalige aard van de ontwikkeling kan worden geconcludeerd dat het voornemen geen invloed hee� op het aspect luchtkwaliteit. Externe veiligheid Ten behoeve van onderhavig voornemen is een quickscan externe veiligheid uitgevoerd. Daar wordt nader ingegaan op het transport over water, de weg en het spoor. Daarnaast zijn buisleidingen en risicovolle inrich�ngen in beeld gebracht.
Ten aanzien van het transport van gevaarlijke stoffen over de weg en over het spoor is een verantwoording hoogte groepsrisico uitgevoerd. Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen zijn getroffen om het risico zoveel mogelijk te beperken. Vooropgesteld moet worden dat binnen het plangebied geen func�es worden voorzien die specifiek bedoeld zijn voor minder zelfredzame personen. Het plan betre� het herbestemmen van een bedrijfswoning naar een reguliere woning en de ontwikkeling van twee nieuwe woningen. Archeologie Ten behoeve van onderhavig bouwplan is een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek kan worden gesteld dat de bodemopbouw in het plangebied bestaat uit (deels) intacte bodemprofielen. Eventueel aanwezige archeologische resten worden direct vanaf het
M221633.004/ASE, Pagina 6 van 7
maaiveld verwacht (een buffer van 30 cen�meter in acht nemend). Omwille hiervan wordt er een vervolgonderzoek geadviseerd. Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats. Hiervoor dient voorafgaand een Programma van Eisen ter toetsing te worden voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid. Derhalve wordt de archeologische dubbelbestemming overeenkoms�g het geldend planologisch-juridisch kader in voorliggend bestemmingsplan overgenomen c.q. gehandhaafd. De vraag of er daadwerkelijk een proefsleuvenonderzoek noodzakelijk is, kan pas worden beoordeeld op het moment dat er een omgevingsvergunning bouwen wordt ingediend. Op dat moment wordt duidelijk tot op welke diepte en over welke oppervlakte de grond wordt ontgraven. Graafwerkzaamheden mogen dan a�ankelijk van de ontgravingsdiepte en ontgravingsoppervlakte enkel worden uitgevoerd nadat vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven is uitgevoerd. Kabels en leidingen Ondergrondse inrichting Bij roering van de openbare ondergrond daar waar leidingtracés aanwezig zijn en bij roering van de niet openbare ondergrond daar waar leiding tracés aanwezig zijn treedt de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur in werking.
Bij grondroering in de openbare ondergrond zal derhalve KLIC geraadpleegd dienen te worden waarop overleg met de netbeheerders zal moeten plaatsvinden indien verleggingen noodzakelijk zijn. Bij grondroering in de niet openbare ruimte zullen de netbeheerders geconsulteerd dienen te worden waarop overleg met de netbeheerders zal moeten plaatsvinden voor de benodigde verleggingen. Openbare verlichting Indien lichtmast 13260 verplaatst moet worden zijn deze kosten voor de aanvrager. Verkeer en parkeren In de beoogde situa�e wordt de ontslui�ng van het plangebied - net als in de bestaande situa�e geborgd via de weg 'Heide'. Het bestaande wegennet is zodanig dat het de verkeersstromen als gevolg van de nieuwe woningen probleemloos kan opvangen. Wat betre� het aspect parkeren is van belang dat op eigen terrein voldoende ruimte beschikbaar is om de parkeerbehoe�e op te vangen. Waterhuishouding In deze fase van de planontwikkeling is de concrete omvang van de nieuwe woningen nog niet bekend. Indien een concrete aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend voor het realiseren van een nieuwe woning, wordt dit nader beschouwd. De (grof)zandige ondergrond en lage grondwaterstand ter plaatse bieden ideale omstandigheden voor infiltra�e. Op welke wijze dit technisch wordt vormgegeven, dient uitgewerkt te worden in de ontwerpfase van de nieuwe woningen.
De beschikbare ruimte biedt zowel ruimte aan bovengrondse berging en infiltra�e (bijv. een wadi) alsook aan ondergrondse technieken (infiltra�ekra�en). Natura 2000-gebieden Het plangebied is op circa 1,2 kilometer gelegen ten opzichte van Natura 2000-gebied ‘Swalmdal’. Rekening houdend met de ontwikkeling is een s�kstofonderzoek uitgevoerd naar de realisa�e- en de gebruiksfase van het woningbouwplan. Daaruit is gebleken dat géén sprake is van s�kstofdeposi�e op s�kstof gevoelige Natura 2000-gebieden. De deposi�e is nergens hoger dan 0,00 mol poten�eel zuur/ha/jaar.
M221633.004/ASE, Pagina 7 van 7
Flora en fauna In paragraaf 6.5.2 van de toelich�ng is opgenomen dat ten behoeve van onderhavige ontwikkeling een quickscan flora en fauna is uitgevoerd. Op basis daarvan kan niet worden uitgesloten dat de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden een nega�eve invloed hee� op beschermde soorten vanuit de Wet natuurbescherming en natuurgebieden. Voorafgaand aan de ingreep zullen maatregelen genomen moeten worden in de vorm van een nader onderzoek naar de huismus bij de bedrijfsloods. Voor de voorgenomen werkzaamheden aan de paardenstal en kapschuur is geen nader onderzoek noodzakelijk echter dient er wel rekening gehouden te worden met het broedseizoen.
Conclusie In het kader van deze no��e is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van de beoogde ontwikkelingen aan de Heide 57 te Swalmen. Gelet op de kenmerken van het project, de loca�e van het project en de kenmerken van de effecten van het project, moet worden geconcludeerd dat het project naar verwach�ng niet leidt tot milieueffecten van dusdanige omvang dat sprake kan zijn van ‘belangrijke nadelige milieugevolgen’. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.beoordelingsprocedure of een m.e.r.-procedure.
Aelmans ROM
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Heide 57 te Swalmen (gemeente Roermond)
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Heide 57 te Swalmen (gemeente Roermond)
Rapportnummer:
E221778.005/HWO
Datum:
1 juni 2023
Naam opdrachtgever: Adres opdrachtgever:
Heide 57, 6071 LG te SWALMEN
Contactpersoon Aelmans Eco B.V.: Monstername door:
) en R
Datum monstername:
18 april 2023
KvK 14048216 BTW NL8022.45.262.B.01 Bankrekening 15.48.06.137 BIC RABONL2U IBAN NL27 RABO 0154 8061 37
Aelmans Eco B.V. Kerkstraat 4 6367 JE Voerendaal T (045) 575 32 55
Kerkstraat 2 6095 BE Baexem T (0475) 459 260
info@aelmans.com
www.aelmans.com
Op onze dienstverlening zijn de algemene voorwaarden van Aelmans Eco B.V. van toepassing die u vindt op www.aelmans.com
Inhoud 1
Inleiding .............................................................................................................. 1 1.1 Opdrachtverlening .................................................................................................................. 1 1.2 Aanleiding en doelstelling ...................................................................................................... 1 1.3 Kwaliteitsaspecten.................................................................................................................. 1
2
Vooronderzoek ................................................................................................... 3 2.1 Onderzoeksloca�e .................................................................................................................. 3 2.2 Hypothese............................................................................................................................... 8 2.3 Onderzoeksstrategie .............................................................................................................. 8
3
Uitvoering ......................................................................................................... 10 3.1 Verantwoording veldwerk en analyses ................................................................................ 10 3.2 Uitvoering en afwijkingen van de onderzoeksstrategie ....................................................... 10 3.3 Grond ................................................................................................................................... 11 3.4 Asbest ................................................................................................................................... 12
4
Toetsing ............................................................................................................ 13 4.1 Toetsingskaders .................................................................................................................... 13 4.2 Toetsingsresultaten .............................................................................................................. 15
5
Conclusies en aanbevelingen ............................................................................. 18
Bijlagen Bijlage 1
Ligging onderzoeksloca�e
Bijlage 2
Situa�e onderzoeksloca�e met ligging boorpunten
Bijlage 3
Profielbeschrijving boorpunten
Bijlage 4
Analysecer�ficaten asbest
Bijlage 5
Analysecer�ficaten grond
Bijlage 6
Getoetste analyseresultaten grond
Bijlage 7
Veldwerkformulieren
Bijlage 8
Foto’s
Bijlage 9
Omgevingsrapportage
E221778.005/HWO
1 Inleiding 1.1
Opdrachtverlening Aelmans Eco B.V. hee� in opdracht van , het verzoek gekregen een verkennend bodem- en asbestonderzoek op het adres Heide 57 te Swalmen te verrichten.
1.2
Aanleiding en doelstelling Aanleiding tot de uitvoering van het bodemonderzoek vormt de beoogde bestemmingsplanwijziging van onderhavig perceel. Het te onderzoeken perceel betre� van oudsher een agrarisch bedrijf alwaar in een latere fase een po�enbakkerij is gerealiseerd. Opdrachtgever is voornemens om voornoemde bedrijfsac�viteiten te staken en alhier een 2-tal woningen te realiseren en de bedrijfswoning om te ze�en naar een par�culiere woning. Vanwege de beoogde wijzigingen en bouwplannen is een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd, conform de Nederlandse Normen NEN-5725, NEN-5740 en NEN-5707. De doelstelling van dit verkennend bodem- en asbestonderzoek is om na te gaan of de bodem ter plaatse van de onderzoeksloca�e al dan niet verontreinigd is en vanuit milieukundig oogpunt geschikt is voor de geplande bestemmingswijzigingen en de aanvraag van een omgevingsvergunning. In het kader van dit onderzoek wordt de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en/of grondwater) onderzocht.
1.3
Kwaliteitsaspecten Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN-5725 “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek”. Het verkennend bodem- en asbestonderzoek is uitgevoerd conform NEN-5740/A1 “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek” respec�evelijk NEN-5707 “Bodem - Inspec�e en monsterneming van asbest in bodem en par�jen grond”. Overigens geschieden alle door Aelmans Eco B.V. uit te voeren bodemonderzoeken, conform de van toepassing zijnde NEN-normen. Veldwerkzaamheden zijn onder cer�ficaat uitgevoerd volgens BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” en de daarbij behorende protocollen 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”, 2002 “Het nemen van grondwatermonsters” en/of 2018: “Maaiveldinspec�e en monsterneming van asbest in bodem”. Eventuele mechanische boringen zijn uitgevoerd onder het cer�ficaat BRL SIKB 2100, protocol 2101 “Mechanisch Boren”. De chemische analyses op de grondmonsters, grondwatermonsters en/of overige materiaalmonsters zijn bij een RvA geaccrediteerd laboratorium uitbesteed.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Heide 57 te Swalmen (gemeente Roermond) Aelmans Eco B.V.
1
E221778.005/HWO
De veldwerkzaamheden worden te allen �jde ona�ankelijk van de opdrachtgever uitgevoerd. Hierbij is gebruik gemaakt van interne func�escheiding onder voorwaarden die het Besluit bodemkwaliteit ar�kel 17 hieraan stelt. Daarnaast is de onderzoeksloca�e geen eigendom van Aelmans Eco B.V. of de overige aan dit bedrijf gelieerde ondernemingen binnen de Aelmans Adviesgroep. Bij verrichten van werkzaamheden in de bodem dient men op basis van de CROW-publica�e 400 ‘Werken in en met verontreinigde bodem’ de te nemen veiligheidsmaatregelen af te leiden. In geval van een klacht over de uitvoering van onze werkzaamheden vragen wij u om dit, bij voorkeur via email (info@aelmans.com), aan ons te melden. Ook staat het u vrij om klachten te melden bij onze cer�fica�e-instelling Normec Cer�fica�e (info-cert@normec.nl).
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Heide 57 te Swalmen (gemeente Roermond) Aelmans Eco B.V.
2
E221778.005/HWO
2 Vooronderzoek 2.1
Onderzoeksloca�e
2.1.1 Terreingegevens De ligging van de onderzoeksloca�e is in bijlage 1 weergegeven op een pla�egrond (Google Maps) en op een overzicht van de boorloca�es in bijlage 2. Het bodemonderzoek hee� betrekking op het perceel aan de Heide 57 te Swalmen (gemeente Roermond). De onderzoeksloca�e is kadastraal bekend onder kadastrale gemeente Swalmen, sec�e A, kavelnr. 2978 (ged). De oppervlakte van het te onderzoeken perceel bedraagt circa 3.575 m².
Het te onderzoeken terrein omhelst een voormalige kippenstal, welke inpandig is verbouwd tot een po�enbakkerij “de Walsberg”. Ten westen van de voormalige stal bevindt zich de huidige (bedrijfs)woning. Ten noorden van de voormalige stal bevindt zich een half-open/berging stalling. Het omliggende terrein is deels in gebruik als oprit/erf, groenvoorziening danwel weiland. Het te onderzoeken perceel is ter plaatse van het buurtschap “Heide” gelegen ten noordenwesten van de woonkern van Swalmen. Ten noordwesten van het te onderzoeken perceel is de autoweg “A73” gelegen en ten oosten van het te onderzoeken perceel de provinciale weg N271 (Rijksweg Noord). 2.1.2 Vroeger en huidig gebruik Omtrent de historische informa�e van het terrein is gebruik gemaakt van de bouw- en milieudossiers, welke voorhanden waren bij de gemeente Roermond. Daarnaast is gebruik gemaakt van de internetsite “Topo�jdreis”, GIS-viewer provincie Limburg, diverse eerder uitgevoerde bodemonderzoeken en de historische informa�e van de opdrachtgever.