Bijlage 2 – concept plantoelichting met bijlagen ‘bestemmingsplan Heide 57 te Swalmen’
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Toelichting -
Heide 57 te Swalmen Gemeente Roermond
Bestemmingsplan Heide 57 te Swalmen Gemeente Roermond
Onderdeel:
Toelichting
IDN-nummer:
NL.IMRO.0957.BP00000331-VG01
Projectnummer:
M221633
Status:
vastgesteld
Datum:
19 september 2024
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding
5
Hoofdstuk 2 Plangebied en planontwikkeling
7
2.1 2.2 2.3
7 10 10
Ligging plangebied Beoogde planontwikkeling Ruimtelijke effecten
Hoofdstuk 3 Vigerende planologische - juridische situatie
13
3.1
13
Bestemmingsplan 'Kern Swalmen' en 'Herziening Kern Swalmen'
Hoofdstuk 4 Beleid
15
4.1 4.2 4.3 4.4
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
15 18 19 21
Hoofdstuk 5 Milieuaspecten
25
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
25 25 27 28 29 30
Besluit Milieueffectrapportage Bodem Geluid Milieuzonering Luchtkwaliteit Externe veiligheid
Hoofdstuk 6 Overige ruimtelijke aspecten
33
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6
Archeologie Kabels en leidingen Verkeer en parkeren Waterhuishouding Natuurbescherming Duurzaamheid
33 34 34 35 37 39
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid
41
7.1 7.2
41 41
Financiële uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 8 Planstukken
43
8.1 8.2
43 43
Algemeen Toelichting, regels en verbeelding
Hoofdstuk 9 Procedure
47
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
3
9.1 9.2
Vooroverleg Formele procedure
47 48
Hoofdstuk 10 Bijlagen
49
Toelichting
4
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
Hoofdstuk 1
Inleiding
Initiatiefnemer heeft op de locatie Heide 57 Swalmen een pottenbakkerij geëxploiteerd, genaamd 'De Walsberg'. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Swalmen - sectie A - nummer 2978. Naast het bedrijfsgebouw zijn op de locatie een bedrijfswoning aanwezig evenals een stal ten behoeve van het hobbymatig houden van paarden. Het bedrijf pottenbakkerij 'De Walsberg' is medio voorjaar 2022 beëindigd. Het voornemen is om de bestaande bedrijfswoning te transformeren tot een reguliere burgerwoning. Daarnaast wordt beoogd om de voormalige bedrijfsbebouwing en de paardenstallen op het achterterrein te slopen en in ruil daarvoor twee extra bouwkavels te creëren ten behoeve van het realiseren van twee vrijstaande levensloopbestendige woningen.
Uitsnede topografische kaart met globale aanduiding plangebied Ter plekke van onderhavige locatie aan de Heide 57 te Swalmen geldt het onherroepelijke bestemmingsplan 'Kern Swalmen', vastgesteld op 7 juli 2011 door de gemeenteraad van Roermond. Bovendien is het onherroepelijke bestemmingsplan 'Herziening kern Swalmen' van toepassing. Op de plek van de bestaande bedrijfswoning en bedrijfsbebouwing rust de bestemming 'Bedrijf' met functieaanduiding 'bedrijfswoning'. De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn in hoofdzaak bestemd voor het exploiteren van een bedrijf en /of het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten die staan vermeld in de categorieën 1 tot en met 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij het bestemmingsplan. Bovendien zijn op het achterterrein de bestemming 'Agrarisch' van toepassing evenals de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - weg 2'. Tot slot geldt op de gehele locatie de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Op basis van het geldende bestemmingsplan is het niet toegestaan om het perceel in gebruik te nemen ten behoeve van reguliere woondoeleinden. Bovendien is het realiseren van twee levensloopbestendige woningen niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Derhalve heeft ininitiatiefnemer op 1 maart 2021 een principeverzoek ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roermond.
Naar aanleiding van dit principeverzoek heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roermond een positief principestandpunt ingenomen. Dit is verwoord in de brief van 21 december 2021 (kenmerk: 31595-2021, verzonden d.d. 23 december 2021), bijgevoegd als Bijlage 1. Om de beoogde ontwikkelingen mogelijk te maken, wenst initiatiefnemer een bestemmingsplanprocedure te
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
5
doorlopen. Voorliggend document voorziet in een toelichting op bijbehorende regels en verbeelding voor de bestemmingsplanwijziging.
6
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
Hoofdstuk 2
Plangebied en planontwikkeling
In dit hoofdstuk worden het plangebied, de huidige situatie en het planvoornemen beschreven. Tevens wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de ruimtelijke effecten.
2.1
Ligging plangebied
Onderhavig plangebied is gelegen op de locatie Heide 57 te Swalmen. Swalmen is gelegen tussen Roermond en Venlo en wordt in het westen begrensd door de Maas en in het oosten door Duitsland. Het plangebied ligt ten noorden van de kern Swalmen. Aan de noordwestzijde van het perceel ligt de snelweg A73. Het buurtschap 'Heide' heeft een ruimtelijke structuur waarbij de bebouwing wordt gevormd door vrijstaande woningen en (voormalige) agrarische bedrijven op ruime percelen.
Luchtfoto met aanduiding Kadastraal is onderhavig plangebied bekend als gemeente Swalmen - sectie A - nummer 2978.
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
7
Kadastrale kaart met aanduiding plangebied De bestaande situatie wordt weergegeven aan de hand van de volgende foto's
8
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
Foto's bestaande situatie (foto's maart 2023)
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
9
2.2
Beoogde planontwikkeling
Tot medio voorjaar 2022 werd op de locatie Heide 57 Swalmen een pottenbakkerij geëxploiteerd, genaamd 'De Walsberg'. Naast het bedrijfsgebouw zijn op de locatie een bedrijfswoning aanwezig evenals een stal ten behoeve van het hobbymatig houden van paarden. Het bedrijf pottenbakkerij 'De Walsberg'is beëindigd. Het voornemen is om de bestaande bedrijfswoning te transformeren tot een reguliere burgerwoning. Daarnaast wordt beoogd om de voormalige bedrijfsbebouwing en de paardenstallen op het achterterrein te slopen en in ruil daarvoor twee extra bouwkavels te creëren ten behoeve van het realiseren van twee vrijstaande levensloopbestendige woningen. De te realiseren vrijstaande woningen zijn bestemd voor gezinnen en ouderen (55+) welke op zoek zijn naar levensloopbestendige woningen in de prijsklasse > € 355.000,-. Hiermee wordt de doorstroming op de woningmarkt bevorderd en komen bestaande woningen vrij voor starters en/of het betaalbare segment. Het achterste deel van de kavel behoudt zijn huidige bestemming 'Agrarisch'. Per saldo wordt alleen de bedrijfsbestemming herbestemd tot woon- en tuinbestemming. De beoogde bestemmingswijziging van de locatie en de situering van de drie bouwkavels (inclusief de bestaande bedrijfswoning met tuin aan de zuid-oostzijde) wordt in onderstaande figuur gevisualiseerd.
Situatietekening drie beoogde woningbouwkavels binnen plangebied
2.3
Ruimtelijke effecten
Ieder ruimtelijk plan dat het mogelijk maakt om nieuwe bebouwing op te richten, gaat gepaard met het optreden van ruimtelijk-visuele effecten. De aanvaardbaarheid van deze effecten dient te worden beschouwd. Onderhavige ontwikkeling ziet op het beëindigen van bedrijfsmatige activiteiten op de locatie Heide 57 te Swalmen en het transformeren van de locatie tot een reguliere woonlocatie. In ruil voor het slopen van de bestaande bedrijfsbebouwing krijgt de bestaande bedrijfswoning met tuin een woonbestemming en worden twee extra woningbouwkavels gecreërd ten behoeve van twee levensloopbestendige woningen omringd met een tuinbestemming. Met deze ontwikkeling wordt een duurzame en toekomstbestendige invulling gegeven aan de locatie Heide 57 Swalmen. Bovendien wordt met onderhavige ontwikkeling ingespeeld op het straat- en bebouwingsbeeld ter plaatse omdat de directe omgeving bestaat uit vrijstaande woningen op ruime kavels. Daarop aansluitend bestaat de
10
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
wens om twee vrijstaande woningen te realiseren op ruime kavels. Bovendien hebben de woningen in de omgeving een goothoogte van 4 meter en zijn voorzien van een kap(verdieping). Initiatiefnemer houdt daar rekening mee zodat de beoogde woningen passen in het straatbeeld ter plaatse. Daarmee is sprake van een kwalitatieve toevoeging aan de woningvoorraad. Bovendien wordt op eigen terrein in de parkeerbehoefte voorzien. De parkeerbalans in de openbare ruimte wordt dan ook niet beïnvloed. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat de ruimtelijk - visuele effecten vanwege voorliggend bouwplan aanvaardbaar zijn.
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
11
12
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
Hoofdstuk 3 Vigerende planologische juridische situatie 3.1
Bestemmingsplan 'Kern Swalmen' en 'Herziening Kern Swalmen'
Ter plekke van het plangebied is in hoodzaak het onherroepelijke bestemmingsplan 'Kern Swalmen' van kracht, vastgesteld door de raad van de gemeente Roermond op 7 juli 2011. Bovendien is het bestemmingsplan 'Herziening Kern Swalmen' van toepassing. Op basis van het bestemmingsplan 'Kern Swalmen' is op onderhavige locatie in hoodzaak de bestemming 'Bedrijf' van toepassing. De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn in hoofdzaak bestemd voor het exploiteren van een bedrijf en /of het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten die staan vermeld in de categorieën 1 tot en met 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten. Daarnaast gelden op de locatie de functieaanduiding 'bedrijfswoning' en de maatvoeringsaanduiding 'maximum bouwhoogte: 7 m, maximum goothoogte: 4 m'. Bovendien is aan de noordzijde van de locatie de bestemming 'Agrarisch' van toepassing evenals de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - weg 2'. Tot slot geldt op basis van het bestemmingsplan 'Herziening Kern Swalmen' voor het gehele perceel de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. De vigerende planologische situatie wordt verduidelijkt aan de hand van de volgende figuur.
Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Kern Swalmen' met aanduiding plangebied 'Heide 57' (rode cursor) Rekening houdend met de door initiatiefnemer voorgenomen ontwikkelingen staat voorop dat deze niet in overeenstemming zijn met het geldend planologisch-juridisch kader.
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
13
In het geldende bestemmingsplan zijn geen binnenplanse afwijkings- danwel wijzigingsbevoegdheden voor het college van burgemeester en wethouders opgenomen om onderhavige ontwikkeling alsnog mogelijk te maken. De planontwikkeling is mogelijk middels het doorlopen van een separate bestemmingsplanprocedure.
14
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
Hoofdstuk 4
Beleid
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het Rijks-, provinciale en gemeentelijke beleid. Het Rijksbeleid wordt besproken aan de hand van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Voor de beschrijving van het provinciale beschrijving van het provinciale beleid is gebruik gemaakt van de Provinciale Omgevingsvisie (POVI), en de Omgevingsverordening Limburg 2014 (OvL2014). Het gemeentelijke beleid is ontleend aan de Toekomstvisie van Roermond.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Voorsorterend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet is op 11 september 2021 de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Met de NOVI biedt het Rijk een duurzaam toekomstperspectief voor onze leefomgeving. Met ruim 17 miljoen mensen op ruim 41.000 km2 is het belangrijk goede keuzes te maken ten aanzien van ruimtebeslag, om Nederland over 30 jaar nog steeds een plek te laten zijn waar het goed wonen, werken en recreëren is. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerder nationale belangen bij elkaar komen en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen de 21 nationale belangen die in de NOVI worden onderscheiden. De belangrijke keuzes zijn: De inpassing van duurzame energie(opwekking) met oog voor omgevingskwaliteit. Het bieden van ruimte voor een overgang naar circulaire economie. Woningbouw faciliteren in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden. Landgebruik meer in balans laten zijn met natuurlijke systemen. Het realiseren van deze wensen, het benutten van kansen en het oplossen van knelpunten vraagt om samenwerking tussen overheden. Zowel bij nationale vraagstukken als bij gebiedsgerichte regionale opgaven. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) richt zich op onderstaande vier prioriteiten.
Deze onderwerpen hebben onderling veel met elkaar te maken en ze hebben gevolgen voor hoe de fysieke leefomgeving wordt ingericht. De Nationale Omgevingsvisie helpt bij het maken van de noodzakelijke keuzes. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. We reserveren voldoende ruimte voor toekomstige waterveiligheidsmaatregelen. We maken de energie-infrastructuur geschikt voor duurzame energiebronnen en reserveren daarvoor ruimte. We passen duurzame energie in met oog voor de kwaliteit van de omgeving en combineren deze zo veel mogelijk met andere functies, zoals zonnepanelen op daken en clustering van windmolens. Voor de inpassing van duurzame energie op land worden regionale energiestrategieën opgesteld. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel De Nederlandse economie verandert van karakter en is in 2050 geheel circulair en de broeikasgasemissies zijn dan met 95% gereduceerd, met 55% reductie als beoogd tussendoel in 2030. We zetten in op optimale (inter)nationale bereikbaarheid van steden en economische kerngebieden in het Stedelijk Netwerk Nederland. Overheden investeren in een aantrekkelijke, gezonde en veilige leefomgeving in steden en regio's en bevorderen een aantrekkelijk vestigingsklimaat.
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
15
3. Sterke en gezonde steden en regio's We versterken het Stedelijk Netwerk Nederland door de ontwikkeling van de stedelijke regio's te ondersteunen en te zorgen voor goede onderlinge en externe verbindingen. Verstedelijking koppelen we aan de ontwikkeling van de (ov-) infrastructuur en vindt plaats in de regio's waar er vraag is. Het Rijk hanteert een integrale verstedelijkingsstrategie. Dit is een samenhangende aanpak van wonen, werken, mobiliteit, gezondheid, veiligheid en leefomgevingskwaliteit. Zo kunnen steden zich duurzaam ontwikkelen. Verstedelijking vindt geconcentreerd plaats in de regio. Toe te voegen nieuwe woon- en werklocaties worden zorgvuldig en op efficiënte wijze ingepast met oog voor beschikbare ruimte en mobiliteit. Het woningaanbod in de regio's sluit aan bij de vraag naar aantallen en typen woningen, woonmilieus en prijsklasse. We richten de leefomgeving zo in dat deze een actieve, gezonde leefstijl en maatschappelijke participatie bevordert. We verbeteren de luchtkwaliteit, zodat in 2030 wordt voldaan aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie. We versterken het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad en verbeteren de aansluiting op het groene gebied buiten de stad. Een natuurinclusieve ontwikkeling van de stedelijke regio's en natuurinclusief bouwen zijn het uitgangspunt. We richten steden en regio's klimaatbestendig in.
Het stedelijke mobiliteitssysteem levert een goede bereikbaarheid op. De auto, het ov, fietsen en lopen zijn onderling verknoopt. Het systeem draagt zo bij aan een gezonde leefomgeving en een gezonde leefstijl. Voor gebieden buiten het Stedelijk Netwerk Nederland, die liggen aan de grens van het land en/of waar vraagstukken rond bevolkingsdaling spelen, ontwikkelen de overheden gezamenlijk een integrale gebiedsgerichte aanpak. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief. Conclusie Met betrekking tot het planvoornemen zijn er weinig directe en concrete raakvlakken tussen deze visies en onderhavig plan, anders dan de meer algemene uitgangspunten ten aanzien van een veilige en gezonde leefomgeving, duurzaam ruimtegebruik, etc. Op de eerder genoemde onderwerpen wordt in navolgende paragrafen en hoofdstukken nader ingegaan.
4.1.2 Ladder voor duurzame ontwikkeling De zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is opgenomen in artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening en luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De ladder voor duurzame verstedelijking is door de provincie verankerd in de Omgevingsverordening Limburg 2014 (OvL2014) in artikel 2.2.2, lid 1. Aanvullend op deze ladder heeft de provincie daarin bepaald dat tevens de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen moet worden onderzocht.
16
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
Uitgangspunt voor toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking is dat sprake dient te zijn van een stedelijke ontwikkeling. Conform artikel 2.2.1 van de OvL2014 is de definitie van een stedelijke ontwikkeling een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Het begrip 'stedelijke ontwikkeling' is in uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State nader verduidelijkt. Een woningbouwproject wordt beoordeeld als een stedelijke ontwikkeling, indien twaalf of meer woningen worden gerealiseerd (ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 en ABRvS 25 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:953). Van een dergelijke stedelijke ontwikkeling is bij voorliggende ontwikkeling geen sprake. Onderhavige ontwikkeling is namelijk gericht op het realiseren van twee nieuwe woningen en het transformeren van een bedrijfswoning naar burgerwoning. De verdere toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet aan de orde. 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationale ruimtelijke beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken.
Navolgende onderwerpen met nationaal belang zijn opgenomen in het Barro en de eerste aanvulling (Stb. 2012, nr. 388): Project Mainportontwikkeling Rotterdam; kustfundament en de daarbuiten gelegen primaire waterkeringen; grote rivieren en rijksvaarwegen en de veiligheid daarom heen; toekomstige rivierverruiming van de Maastakken; Waddenzee en waddengebied, en IJsselmeergebied; verstedelijking in het IJsselmeer; defensie; erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; hoofdwegen en landelijke spoorwegen; elektriciteitsvoorziening; ecologische hoofdstructuur. Vanuit het Barro gelden geen beperkingen ten aanzien van het planvoornemen. 4.1.4 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) Naast het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) in werking getreden. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. Vanuit de Rarro gelden geen beperkingen ten aanzien van het planvoornemen. 4.1.5 Conclusie Rijksbeleid De beoogde planontwikkeling levert geen strijd op met de Nationale Omgevingsvisie, het Barro en de Rarro.
Het Rijksbeleid is niet aan de orde, omdat sprake is van een kleinschalige ontwikkeling en er geen onderwerpen vanuit de NOVI en Barro op het plangebied van toepassing zijn. Ook gelden er vanuit de Rarro geen beperkingen ten aanzien van het planvoornemen.
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
17
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsvisie Limburg (POVI) Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten van Limburg de Omgevingsvisie Limburg vastgesteld, met inachtneming van de aanvaarde amendementen. De Omgevingsvisie Limburg vervangt de Omgevingsvisie POL 2012. De Omgevingsvisie is een strategische en lange termijn (2030-2050) visie op de fysieke leefomgeving en beschrijft onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Daarnaast worden ook de aspecten gezondheid, veiligheid en een gezonde leefomgeving in de Omgevingsvisie meegenomen. In het ontwerp-POVI was het projectgebied gelegen in de zone 'Landelijke kernen'. Over 'Landelijke kernen' is in het POVI het volgende opgenomen. Landelijke kernen De leefbaarheid en vitaliteit van de kernen in het landelijk gebied is belangrijk. Een aantal kernen vervult op sommige terreinen een regionale verzorgende functie met onderwijs, zorg, cultuur, winkels en werklocaties. De zorg voor een goede kwaliteit van de leefomgeving en een goede bereikbaarheid zijn hier belangrijke uitgangspunten.
Uitsnede kaart 'Limburgse principes en zoneringen' POVI met ligging plangebied binnen landelijke kern 4.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 (OvL2014) Naast de indeling in zoneringen is tevens sprake van diverse provinciale beschermingsgebieden, waartoe op grond van de Omgevingsverordening Limburg 2014 specifieke regelgeving geldt. Onderhavig plangebied is niet gelegen binnen een milieubeschermingsgebied dat aanvullende bescherming behoeft.
18
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
Uitsnede kaart 'milieubeschermingsgebieden' Omgevingsverordening Limburg 2014 met liggend plangebied 4.2.3 Omgevingsverordening Limburg 2021 Met de komst van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Hoewel de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. De Omgevingsverordening Limburg 2021 treedt in werking op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Tot die tijd blijft de Omgevingsverordening Limburg 2014 gelden. 4.2.4 Conclusie provinciaalbeleid Gelet op vorenstaande uiteenzetting van het vigerende provinciale beleid, bestaan er geen overwegende belemmeringen met betrekking tot voorliggende ontwikkeling. De ter plekke van het plangebied van toepassing zijnde provinciale zonering 'Landelijke kernen' impliceert geen belemmeringen vanuit beleidsoogpunt nu de nieuwe woningen binnen die kern worden gerealiseerd.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1 Regiovisie Midden-Limburg In de Regiovisie Midden-Limburg is een visie gegeven op de gebiedsontwikkeling van de zeven gemeenten in Midden-Limburg: Echt-Susteren, Maasgouw, Roerdalen, Roermond, Leudal, Weert en Nederweert. De gebiedsvisie richt zich, in lijn met het provinciaal beleid, op het creëren van sterke steden en een vitaal platteland. Krimp en vergrijzing zullen Midden-Limburg steeds sterker raken. Ook de concurrentie vanuit omliggende regio's wordt steeds sterker. Tegelijkertijd melden euregionale partners zich voor samenwerking. Om deze samenwerking aan te kunnen gaan en de concurrentie het hoofd te bieden, is regionale samenwerking tussen
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
19
de zeven gemeenten en de provincie noodzakelijk. De regionale visie is te vertalen in drie strategische keuzes: 1.
2. 3.
Benutten en versterken van de regionale economie: ontwikkeling van een uniek toeristisch-recreatief profiel, inrichting van regionale bedrijventerreinen, investeren in hoogwaardige landbouw en duurzame wooneconomie. Versterking van de sociale structuur: versterking van de kracht van 'oude wijken', leefbaar houden van het platteland en ontwikkelen van een duurzaam, hoogwaardig en fijnmazig zorgnetwerk. Verbeteren van het vestigingsklimaat: ontwikkeling van natuur en landschap, investeren in duurzame landbouw, ontwikkeling van een fijnmazig toeristisch-recreatief netwerk, herstructurering van bedrijventerreinen, ruimte voor hoogwaardige zorgvoorzieningen en uitzonderlijke woonmilieus.
De ontwikkeling van Midden-Limburg draait in essentie om het 'maken van kwaliteit'. Om dit te bewerkstelligen, is een integrale aanpak nodig, waardoor de regiovisie een gemeenschappelijk kader biedt. Het toevoegen van nieuwe bouwkavels en het herbestemmen van de bedrijfswoning naar een reguliere wooneenheid, levert geen strijdigheid op met de beleidsuitgangspunten van de Regiovisie Midden-Limburg. 4.3.2 Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025 In de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025 leggen de gemeenteraden in de regio Midden-Limburg de gewenste ruimtelijke ontwikkelingsrichting vast op het gebied van wonen. De gemeenteraad van Roermond heeft de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025 vastgesteld op 22 september 2022. Uitganspunt is dat Midden-Limburg het verbindend hart is van Limburg, waar wonen aantrekkelijk is. De kwaliteit van de leefomgeving en daarmee van het wonen is hoog. Toch zijn er op het gebied van wonen, zeker gezien de huidige woningmarkt, uitdagingen: het (laten) bouwen van voldoende woningen voor de juiste doelgroepen. De structuurvisie legt de nadruk op het tegemoet komen aan de groeiende woningbehoefte met kwalitatief het juiste aanbod. Maar ook de bestaande woningen moeten duurzamer en levensloopbestendiger worden.
In deze Structuurvisie wordt ruimte gemaakt om de juiste woning, op de juiste plek, op het juiste moment te kunnen realiseren. De ambitie, zoals opgenomen in de Structuurvisie, is hoog. Daarnaast is er aandacht voor transformatie en herstructurering. Doel is het op peil houden van de leefbaarheid in steden en dorpen en een thuis te kunnen bieden aan (toekomstige) inwoners. Voor de woningbehoefte is niet zozeer het aantal inwoners van invloed. Belangrijker zijn de veranderende bevolkingssamenstelling (ontgroening en vergrijzing) en de afname van de gemiddelde huishoudengrootte. Het aantal 1- en 2-persoonshuishoudens is in de periode 2018 tot en met 2020 toegenomen (+2.919) terwijl het aantal 3- en meer persoonshuishoudens is afgenomen (-796). Daarnaast vormen internationale werknemers economisch gezien inmiddels een onmisbare aanvulling op de afnemende beroepsbevolking. Het aantal huishoudens in de regio is met 2,1% (2.223) toegenomen. Alle gemeenten laten (nog) een groei zien. De grootste relatieve groei zit in Weert (2.8%). Daarna volgen Maasgouw (2,5%), Leudal (2,3%), Roermond (2,3%), Nederweert (2,2%), Roerdalen (1,0%) en Echt-Susteren (0,7%). In enkele gemeenten vlakt de groei langzaam af. Afspraken over bouwen naar behoefte zijn afgeleid van de recente prognoses.
Daarbij bestaat een nadrukkelijke bestuurlijke wens om ambitieuzer te bouwen dan uitsluitend voor de lokale/regionale behoefte. Het aandeel en aantal ouderen blijft de komende jaren groeien in Midden-Limburg. Het wordt steeds belangrijker om de toegankelijkheid van (bestaande) woningen te vergroten, zodat inwoners langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Deze opgave is niet alleen via nieuwbouw (levensbestendig en/of zorggeschikt) te realiseren, maar vraagt veelal ook aanpassing van de bestaande woningvoorraad. In de particuliere sector hebben woningeigenaren daarin een eigen verantwoordelijkheid, zoals woningcorporaties dat hebben (en nemen) voor hun bezit. De bereidheid om vooruitlopend op een concrete zorgvraag te investeren in dergelijke woningaanpassingen is (nog) beperkt. Ten aanzien van de kwalitatieve woningbehoefte staat de regio voor een uitdaging om de komende jaren voldoende woningen van de juiste kwaliteit toe te voegen en te zorgen dat deze (passend bij de behoefte) op de
20
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
juiste plaats worden gerealiseerd. In algemene zin betekent dit: meer nadruk op de realisatie van huurwoningen en betaalbare koopwoningen voor kleinere huishoudens en/of specifieke doelgroepen; meer aandacht voor transformatie van bestaand vastgoed naar wonen, voor behoud van de leefbaarheid; meer sturing op toekomstbestendigheid van de woningvoorraad (zowel energetisch als levensloopbestendig). Uit de Structuurvisie Wonen blijkt dat de regio Midden-Limburg koerst op de gemiddelde jaarlijke realisatie van 975-1.150 woningen. Met de realisatie van twee bouwkavels ten behoeve van de realisatie van twee nieuwe woningen in de kern Swalmen wordt bijgedragen aan deze opgave. Daar komt bij dat deze woningen levensloopbestendig zullen worden uitgevoerd. Daarmee past de ontwikkeling binnen de kwalitatieve en kwantitatieve opgave van de regio Midden-Limburg en is in overeenstemming met de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025. De specifieke behoefte van de kern Swalmen is zodanig, dat deze groter is dan de planvoorraad. De aanvullende behoefte voor de kern Swalmen betreft onder andere grondgebonden nultredenwoningen. 4.3.3 Conclusie regionaal beleid De planontwikkeling is in overeenstemming met het geldende regionale beleid.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Toekomstvisie Roermond 2030 Op 22 december 2016 heeft de raad van de gemeente Roermond de Toekomstvisie Roermond 2030 vastgesteld. Deze toekomstvisie schetst voor 5 hoofdthema's (welke in samenwerking met inwoners van Roermond en partners van de stad zijn gekozen) een toekomstbeeld voor de gemeente. Met de 5 thema's biedt de toekomstvisie een integraal perspectief op de toekomst van de stad, waarbij de belangrijkste veranderingen worden geadresseerd die op de stad afkomen. Aan de hand van de 5 thema's wordt de gewenste ontwikkelingsrichting van de gemeente beschreven. Drie zogenaamde rode draden zijn daarbij randvoorwaardelijk voor de geschetste toekomst: ontmoeting, verbinding en samenwerking. Deze rode draden spelen een belangrijke rol binnen de 5 hoofdthema's. De vijf hoofdthema's kunnen als volgt worden samengevat: 1. Roermond in 2030, een thuis voor de jeugd In 2030 voelen kinderen en jongeren zich thuis in Roermond en verbonden met de stad. De jeugd die opgroeit in Roermond kan zich optimaal ontwikkelen. Er is een breed onderwijsaanbod en een variatie aan sport- en vrijetijdsmogelijkheden. Voor jongeren die op kamers gaan of starten op de woningmarkt biedt Roermond volop mogelijkheden. Een goede verbinding met het bedrijfsleven stimuleert ondernemerschap onder jongeren en zorgt voor voldoende stageplekken en carrièremogelijkheden.
De jeugd van Roermond maakt onlosmakelijk onderdeel uit van de lokale gemeenschap en speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van de stad. 2. Roermond in 2030, stad die je actief houdt In 2030 leveren vitale ouderen in Roermond actief een bijdrage aan de samenleving en daarmee zijn ze van grote waarde. Ook biedt Roermond als stad van leisure en recreatie volop mogelijkheden voor de vrijetijdsbesteding van ouderen. Voor senioren is het goed toeven in Roermond en biedt de stad een prettige woonomgeving. Met speciale aandacht voor het welbevinden voor haar oudere bewoners is Roermond een seniorvriendelijke stad. De levendigheid van de stad en de generatie-overstijgende netwerken in de gemeenschap maken dat Roermond een stad is die je actief houdt. 3. Roermond in 2030, Roermond zorg(t) voor elkaar Roermond is in 2030 een stad waar aandacht is voor de kwaliteit van leven van haar inwoners. De mens staat centraal en met oog voor de individuele situatie wordt de zelfredzaamheid gestimuleerd en ondersteuning en
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
21
zorg geboden waar nodig. Een grote rol is daarbij weggelegd voor sociale netwerken en communities. Samen met formele zorgnetwerken zorgen zij voor een fijnmazig vangnet. De gemeente brengt de verschillende organisaties en maatschappelijke initiatieven bijeen en stimuleert vernieuwende concepten voor zorg die menselijk, kleinschalig, dichtbij en bereikbaar is. De stad biedt een zorgzame woonomgeving waar mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. 4. Roermond in 2030, stad van retail & leisure en industrie Roermond is in 2030 een sterke regionale speler. Bedrijfsleven en onderwijs in de regio werken slim samen en de gemeente is daarbij een daadkrachtige en creatieve verbinder. De stad is koploper in retailinnovatie, wat voor extra aantrekkingskracht zorgt. Roermond wordt steeds internationaler. In retail en in de maakindustrie zorgt een mix van kleine en grote bedrijven voor een innovatieve dynamiek. Samen met het onderwijs uit de regio voeden zij het ondernemerschap bij de bevolking. Ondernemerschap dat gestalte krijgt op de verschillende werklocaties die de stad rijk is, van binnenstad tot Roerstreek. De werklocaties zijn de visitekaartjes van de Roermondse economie. 5. Roermond in 2030, historische binnenstad aan het water In 2030 is de levendige historische binnenstad aan het water hét visitekaartje van Roermond.
In de compacte binnenstad zorgt een diverse mix van winkels, horeca, cultuur, recreatie, onderwijs, bedrijvigheid, wonen en evenementen voor een levendig centrum. Het historische decor en de verbinding met het water dragen bij aan een unieke beleving. De mogelijkheden voor watersport en recreatie van de Maasplassen, het binnenstadtoerisme en het Designer Outlet Center versterken elkaar. Niet alleen voor bezoekers, ook voor bewoners is de binnenstad van grote waarde. De binnenstad biedt een aantrekkelijke woonomgeving en is de plek waar bewoners komen om te werken, te leren en elkaar te ontmoeten. Met voorliggende ontwikkeling wordt de realisatie van twee levensloopbestendige woningen mogelijk gemaakt. Daarmee worden nieuwe woningen gerealiseerd die uitermate geschikt zijn voor ouderen. 4.4.2 Structuurvisie Kwaliteitsbijdrage gemeente Roermond Het eerdere Limburgs kwaliteitsmenu is nader uitgewerkt in de Structuurvisie Kwaliteitsbijdrage gemeente Roermond, vastgesteld door de gemeenteraad van Roermond op 16 februari 2012. In de Structuurvisie zijn gebieden buiten de contour aangewezen, de zogenaamde linten en clusters, waar woningbouw gezien de aard van het gebied aanvaardbaar wordt geacht.
Binnen deze linten en clusters, en aansluitend aan de contour, is woningbouw mogelijk, mits de ontwikkeling daar ruimtelijk aanvaardbaar is en sprake is van een kwaliteitsbijdrage van het buitengebied. Onderhavige planlocatie is, voor zover het gaat om de beoogde locatie voor het toevoegen van maximaal 2 woningen, op grond van deze Structuurvisie gelegen aansluitend aan de contour. Op grond van paragraaf 4.8 van de Structuurvisie Kwaliteitsbijdrage geldt dat voor solitaire woningbouwontwikkelingen buiten de contour een kwaliteitsbijdrage van €100,- per m2 uitgeefbare grond/nieuwe woonbestemming moet worden geleverd. Hier staat tegenover dat het bestaande bedrijfsgebouw gesloopt dient te worden ten behoeve van onderhavig plan. Op grond van de Structuurvisie kan de bijdrage ook worden geleverd in natura. In dit geval door het bestaande pand te slopen. Hierbij geldt op grond van de Structuurvisie een bedrag van €25,- per m2 te slopen opstal. Dit bedrag wordt in mindering gebracht op het eerder genoemde bedrag. De toepassing van de te leveren kwaliteitsbijdrage voor deze ontwikkeling wordt verder uitgewerkt in de met de initiatiefnemer te sluiten anterieure overeenkomst. Daarbij zal sprake zijn van een maatwerkbenadering. Geconcludeerd kan worden dat de planwijziging voldoet aan de uitgangspunten van het LKM en de Structuurvisie Kwaliteitsbijdrage gemeente Roermond.
22
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
4.4.3 Nota Parkeernormen 2021 De Nota Parkeernormen 2021 is op 11 november 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. De nota is een actualisatie van de Nota Parkeernormen 2014. Het doel van de Nota Parkeernormen 2021 blijft om voldoende parkeerplaatsen op de juiste locaties in de stad te realiseren. Voldoende ruimte en een goede bereikbaarheid zijn belangrijke factoren voor bewoners en bedrijven om zich in Roermond te vestigen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen (inbreiding, uitbreiding en functieverandering) wordt door middel van een vaste systematiek met parkeernormering invulling gegeven aan de parkeervraag. De locatie en het type woning of bedrijvigheid bepalen de parkeernorm en het wel of niet realiseren van parkeergelegenheid op eigen terrein. De gemeente stelt een actuele parkeernormensystematiek waarin parkeren bij in-, uitbreiding en functieverandering duidelijk is vastgelegd, gekoppeld aan de regelgeving van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. De huidige parkeernormen worden getoetst aan de nieuwste parkeerkencijfers. Als basis voor de autoparkeernormen kiest Roermond voor de meest recente parkeerkencijfers van het CROW. 4.4.4 Conclusie gemeentelijk beleid Het planvoornemen is in overeenstemming met het geldende gemeentelijk beleid.
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
23
24
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
Hoofdstuk 5
Milieuaspecten
Bij de realisering van een planontwikkeling moet in de eerste plaats rekening gehouden worden met aspecten uit de omgeving die een negatieve invloed kunnen hebben op het plangebied. Dit geldt omgekeerd ook voor de uitwerking die het project heeft op zijn omgeving. Voor de locatie zijn in dit hoofdstuk de milieuaspecten onderzocht.
5.1
Besluit Milieueffectrapportage
In bijlage C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is aangegeven welke activiteiten planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, nagaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. Wanneer een woningbouwplan wordt getoetst aan onderdeel D, kolom 2 van de D-lijst, is hier een drempelwaarde opgenomen voor '2.000 woningen'. Het voornemen voorziet in passende nieuwbouw, zijnde het realiseren van twee nieuwe levensloopbestendige woningen en het transformeren van een bestaande bedrijswoning naar een burgerwoning. Er hoeft derhalve geen m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen te worden. Bovendien worden alle milieurelevante aspecten die betrekking hebben op onderhavig planvoornemen in voorliggende toelichting beschouwd, zodat met alle belangen en waarden voldoende rekening wordt gehouden.
Ten behoeve van het doorlopen van de bestemmingsplanprocedure is een separate m.e.r.-aanmeldnotitie uitgewerkt (bijlage 2) en ter besluitvorming voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project, en de kenmerken van de effecten van het project is geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van dusdanige omvang dat sprake kan zijn van 'belangrijk nadelige milieugevolgen'. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure of m.e.r.-procedure.
5.2
Bodem
5.2.1 Algemeen Indien sprake is van een planologische functiewijziging of het realiseren van nieuwe verblijfsruimten, dient te worden bezien of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Bij voorliggend planvoornemen vindt een planologische functiewijziging plaats. Tevens zullen nieuwe verblijfsruimtes worden gecreëerd. Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling is derhalve een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd.
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
25
5.2.2 Verricht bodemonderzoek Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling heeft Aelmans ECO B.V. op 1 juni 2023 een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 3. Op grond van dat onderzoek zijn de volgende conclusies en aanbevelingen gedaan. Grond Voormalige tank De bovengrond van de boringen, geplaatst ter hoogte van de voormalige bovengrondse HBO-tank, is analytisch in grondmengmonster 1 onderzocht. Uit de analyseresultaten van dit betreffende grondmengmonster blijkt, dat geen van de onderzochte parameters de achtergrondwaarde overschrijden. Bebouwing De bovengrond van de inpandig geplaatste boringen, is analytisch in de grondmengmonsters 6 en 7 onderzocht. Uit de analyseresultaten van beide grondmengmonsters blijkt, dat geen van de onderzochte parameters de achtergrondwaarden overschrijden. Erf/oprit De bovengrond c.q. laag van de boringen, geplaatst rondom en tussen de bebouwing, is analytisch in de grondmengmonsters 3, 4, en 5 onderzocht. Uit de analyseresultaten blijkt, dat in de bodemlagen alwaar bodemvreemde bijmengingen worden aangetroffen, in de vorm van baksteen of kooltjes (boring 01), licht verontreinigd zijn met diverse zware metalen, PAK en /of PCB. Voornoemde parameters overschrijden de achtergrondwaarden doch niet de bodemindex en/of interventiewaarden.
In de visuele schone bovengrond (MM 04) blijkt, dat analytisch geen van de onderzochte parameters de achtergrondwaarden (AW2000) overschrijden. Weiland De bovengrond van de boringen 11, 12, en 13 is analytisch in grondmengmonster 2 onderzocht. Uit de analyseresultaten van dit betreffende grondmengmonster blijkt, dat geen van de onderzochte parameters de achtergrondwaarden (AW2000) overschrijden. Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit kan de onderzoekslocatie grotendeels als klasse wonen (MM 03) danwel klasse AW2000 grond (MM 01, 02, 04, 06 en 07) worden bestempeld. De koolhoudende bodemlaag ter plaatse van boring 01 (slechts 5 cm dik) is licht verontreinigd, waardoor deze bodemlaag op basis van een indicatieve toetsing als klasse industrie grond dient te worden bestempeld. Ondergrond De ondergrond is analytisch in grondmengmonster 8 onderzocht. Uit de analyseresultaten van dit betreffende grondmengmonster blijkt, dat de concentratie kobalt de achtergrondwaarde overschrijdt, doch niet de bodemindex danwel de interventiewaarde. Ondanks de aangetroffen lichte overschrijden kan voornoemde bodemlaag op basis van een indicatieve toetsing als klasse AW2000 grond worden bestempeld. PFAS Uit de resultaten van het PFAS onderzoek blijkt, dat diverse licht verhoogde concentraties PFAS worden aangetroffen boven de detectielimiet.
De aangetroffen gehaltes overschrijden niet de klasse AW2000. Vorenstaande impliceert dat voornoemde parameters geen invloed op de uiteindelijke kwalificatie van de bodemlagen hebben. Asbest
26
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
Uit de analyseresultaten van de grondmengmonsters 1 en 2 blijkt, dat in monster 2 een licht overschrijding met asbest wordt aangetroffen. Voornoemde overschrijding is van dien aard dat deze onder het criteria voor een aanvullend c.q. nader asbestonderzoek ligt. Uit de bevindingen van grondmengmonster 01 blijkt, dat analytisch geen asbest wordt aangetroffen. Uit de analyseresultaten van monster 3 blijkt, dat de toplaag van de drupzone sterk met asbest is verontreinigd. Voornoemde verontreiniging is van dien aard dat deze toe te schrijven is aan de infiltratie van het regenwater. Daar voornoemde verontreiniging specifiek toe te schrijven is aan de drupzone, is een aanvullend asbestonderzoek niet doelmatig. Vanwege de aangetroffen sterk verhoogde concentratie asbest dient deze bodemlaag tijdig te worden gesaneerd teneinde vermenging c.q. verspreiding te voorkomen. Voorafgaande aan de saneringswerkzaamheden dient een BUS-melding te worden gedaan of ( na 1 januari 2024) een melding saneren van de bodem te worden ingediend overeenkomstig de Omgevingswet. 5.2.3 Conclusie bodem Het aspect bodem leidt niet tot belemmeringen voor voorliggende planontwikkeling.
5.3
Geluid
Met betrekking tot het aspect geluid kan sprake zijn van geluidbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai, industrielawaai en spoorweglawaai. Bij onderhavige planontwikkeling zal sprake zijn van geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. 5.3.1 Wegverkeerslawaai Ten aanzien van alle soorten wegen geldt een geluidszone, die ook wettelijk is vastgelegd in de Wet geluidhinder. Voor wegen die binnen de bebouwde kom zijn gelegen, en die bestaan uit één of twee rijstroken, geldt een wettelijk vastgestelde geluidszone van 200 meter aan weerszijden van de weg (gemeten vanuit de wegas). Wegen waarop een maximum snelheid geldt van 30 km/uur zijn niet voorzien van geluidszones. Wanneer er ontwikkelingen worden gerealiseerd binnen geluidszones van wegen, zal middels een akoestisch onderzoek moeten worden aangetoond dat de gevelbelasting vanwege het wegverkeerslawaai niet zodanig is dat de, in de Wet geluidhinder opgenomen, voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor burgerwoningen wordt overschreden. Is dat wel het geval, dan zal een procedure voor het vaststellen van een hogere grenswaarde gevolgd dienen te worden. Onderhavig plangebied is gelegen aan de Heide. Voor deze weg geldt een maximum snelheidsregime van 30 km/uur. Dergelijke wegen zijn op basis van de Wet geluidhinder niet gezoneerd.
Dat neemt niet weg dat in de directe omgeving van de locatie de A73 en de Rijksweg Noord zijn gelegen. Bovendien is in de directe omgeving van het plangebied de spoorverbinding Roermond-Venlo gelegen. Ten behoeve van voorliggende ontwikkeling is een akoestisch onderzoek 'berekening gevelbelasting' verricht door Aelmans ROM B.V.. De rapportage van het verrichte onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 4. Hieronder worden de bevindingen van het akoestisch onderzoek uiteengezet. Wet geluidhinder Ter bepaling van de gecumuleerde waarde dient de totale geluidbelasting (exclusief aftrek artikel 110g Wet geluidhinder) te worden berekend van alle zoneplichtige (spoor)wegen, industrie en luchtvaart met een geluidbelasting boven de voorkeursgrenswaarde. In het onderhavige geval betreft dit de Rijksweg Noord en de A73. De voorkerusgrenswaarde van de Rijksweg Noord en de A73wordt overschreden. Om die reden zal er een
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
27
hogere waarde van 52 dB ten gevolge van de Rijksweg Noord en 50 dB ten gevolge van de A73 moeten worden vastgesteld. Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de cumulatie bepaald inclusief alle gemodelleerde geluidbronnen. Ter bepaling van de milieukwaliteit in de omgeving is deze gecumuleerde waarde getoetst aan de 'methode Miedema'. De maximale gecumuleerde waarde bedraagt 58 dB, waarmee gesteld kan worden dat er sprake is van de kwalificatie 'matig' en daarmee dient bezien te worden of maatregelen mogelijk zijn. Daar maatregelen aan de bron en overdrachtsmaatregelen op overwegende bezwaren stuiten, dient de oplossing gezocht te worden in geluidwerende maatregelen in de gevel. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen is een binnenniveau van 33 dB gewaarborgd. Daarmee is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Karakteristieke geluidwering van de gevel Aangezien de cumulatieve geluidbelasting hoger is dan 53 dB dient er een nader onderzoek te worden uitgevoerd ter bepaling van de geluidwering van de gevel. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform dat nader onderzoek) is een binnenniveau van 33 dB en daarmee een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd.
Het nader onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevel wordt uitgevoerd in het kader van de omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen'. 5.3.2
Conclusie geluid
Gelet op het vorenstaande vormt het aspect geluid geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.
5.4
Milieuzonering
5.4.1 Algemeen Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat (andersom) nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar mogelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; het tegelijk daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. De gemeente beslist zelf of zij op een bepaalde locatie bedrijven of woningen mogelijk wil maken. Dit besluit dient echter wel zorgvuldig te worden afgewogen en te worden verantwoord. 5.4.2 Bestaande bedrijvigheid Teneinde te bepalen of een goed woon- en leefklimaat in de nieuw te realiseren woningen aanwezig is, dient bestaande bedrijvigheid in de (directe) omgeving van onderhavig plangebied te worden beoordeeld. Daartoe kan gebruik worden gemaakt van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering (editie 2009)'. Rijksweg Noord 157 Op de locatie Rijksweg Noord 157 Swalmen is een akkerbouwbedrijf gevestigd. Op dit bedrijf worden ook diere ngehouden. Het projectgebied is ten westen van de locatie Rijksweg Noord 157 gelegen.
Op basis van de VNG-handreiking 'Bedrijven en Milieuzonering (versie 2009)' geldt voor 'akkerbouw en fruitteelt' (SBI-2008:
28
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
011, 012, 013) een minimale richtafstand van 30 meter. De afstand tussen het akkerbouwbedrijf en de projectlocatie bedraagt circa 90 meter. Aan deze richtafstand wordt ruim voldaan. Voor het houden van dieren (gemengd bedrijf) geldt een richtafstand van 100 meter voor het aspect geur. Aan deze richtafstand wordt met een afstand van circa 90 meter net niet voldaan. De projectlocaite ligt echter in een gemengd gebied waardoor de richtafstand met één stap kan worden verkleind. De richtafstand komt daarmee op 50 meter en aan die afstand wordt ruimschoots voldaan. Daarnaast ligt er tussen de projectlocatie en het agrarisch bedrijf aan de Rijksweg 157 nog een burgerwoning. Bij het uitbreiden vna het bedrijf of het wijzigen van de bedrijfsvoering moet dat bedrijf al rekening houden met de aanwezigheid van die burgerwoning. Daarmee wordt het bedrijf niet belemmerd in zijn bedrijfsvoering bij de realisatie van de woningen op de projectlocatie. Rijksweg Noord 116A t/m122 Op de locatie Rijksweg 116A t/m 122 Swalmen ligt een bedrijfsbestemming en is tevens een tankstation gevestigd. Het projectgebied is ten westen van deze bedrijfslocatie gelegen. Het bestemmingsplan laat op deze bedrijfslocaties bedrijven in de categoriën 1 en 2 toe.
Op basis van de VNG-handreiking 'Bedrijven en Milieuzonering (versie 2009)' gelden voor categorie 1 en 2 bedrijven richtafstanden van 30 meter en voor de categorie 'Benzineservisestations: met LPG < 1000 m3/jr' (SBI-2008: 473) een minimale richtafstand van 50 meter. De kortste afstand tussen de bedrijfsbestemming en het tankstation op de locaties Rijksweg 116A t/m 122 bedraagt circa 70 meter. Aan de van toepassing zijnde richtafstanden van 30 en 50 meter wordt derhalve ruimschoots voldaan. Bedrijventerrein Bovendien is aan de zuidzijde van onderhavig plangebied een bedrijventerrein gelegen. Op basis van de ter plaatse geldende bestemming 'Bedrijventerrein' zijn ter plekke bedrijfsactiviteiten toegestaan die staan vermeld in de categorie 2, 3.1 en 3.2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten. Op basis van de VNG-handreiking 'Bedrijven en Milieuzonering (versie 2009)' geldt voor categorie 3.2 bedrijven een richtafstand van 100 meter. De afstand van onderhavig plangebied tot het bedrijventerrein bedraagt circa 80 meter. In beginsel zou dit betekenen dat mogelijk niet aan de richtafstand kan worden voldaan.
Gelet echter op de ligigng in gemengd gebied (Afwisseling van woningen en bedrijven en aan een doorgaande weg) en de dichterbij gelegen woningen aan de Veestraat 4 en 6 is onderhavig plangebied niet maatgevend voor de ontwikkelmogelijkheden van bedrijvigheid op het bedrijventerrein. 5.4.3 Conclusie milieuzonering Gelet op vorenstaande uiteenzetting wordt geconcludeerd dat het aspect milieuzonering geen belemmering vormt voor de voorgenomen planontwikkeling.
5.5
Luchtkwaliteit
Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wm). Omdat de luchtkwaliteitseisen op zijn genomen in titel 5.2 van de Wm, staat deze ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Met de inwerkingtreding van de Wet luchtkwaliteit is het Besluit luchtkwaliteit 2005 komen te vervallen. Het doel van titel 5.2 Wm is om de mensen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex. artikel 5.16 Wm: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde;
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
29
een project leidt al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) of een regionaal programma van maatregelen. Het besluit NIBM Deze Algemene maatregel van Bestuur (AmvB) legt vast wanneer een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de toename van concentraties van bepaalde stoffen in de lucht. Een project is NIBM wanneer het aannemelijk is dat het een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM1 0) of stikstofdioxide (NO2 ). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM1 0 als NO2 . Het NSL is vanaf augustus 2009 van kracht, zodat de 3% grens aangehouden dient te worden. In de regeling NIBM is (onder andere) aangegeven dat een plan tot 1.500 woningen niet in betekenende mate bijdraagt aan de toename van de concentratie fijn stof en stikstofdioxide in de lucht. Omdat in casu slechts twee nieuwe woningen worden gerealiseerd, wordt ruimschoots voldaan aan de regeling NIBM.
NIBM-tool InfoMil Ook zal het plan niet leiden tot een dusdanig aantal toenemende verkeersbewegingen dat de grenswaarde van de luchtkwaliteit daarmee wordt overschreden. InfoMil heeft een NIBM-tool ontwikkeld waarmee een 'worst-case' berekening kan worden verricht voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit. Dit rekenmodel toont aan dat (uitgaande van planrealisatie in 2023) tot 2.279 extra voertuigen (weekdaggemiddelde) niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Hierbij wordt uitgegaan van 0% vrachtverkeer. Van een dergelijk aantal verkeersbewegingen is bij lange na geen sprake als gevolg van voorliggende ontwikkeling. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is gericht op de beperking van de vestiging in de nabijheid van provinciale en rijkswegen van gevoelige bestemmingen, zoals gebouwen voor kinderopvang, scholen, verzorgings- of verpleegtehuizen. In casu is geen sprake van het realiseren van een nieuwe gevoelige bestemming, waardoor het besluit niet van toepassing is. 5.5.1 Conclusie luchtkwaliteit Gelet op het vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen voor onderhavige ontwikkeling.
5.6
Externe veiligheid
5.6.1 Algemeen In onderhavig geval is sprake van het realiseren van een zogenaamd kwetsbaar object. Het beleid is derhalve van toepassing en er is een afweging gemaakt of de ontwikkeling ertoe leidt dat er een onaanvaardbaar risico ontstaat in het kader van de externe veiligheid.
30
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
5.6.2 Beleid Het beleid in het kader van de externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving voor wat betreft handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen, als op het vervoer van deze stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) vloeit de verplichting voort om in het kader van ruimtelijke plannen in te gaan op de risico's in het plangebied als gevolg van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze risico's worden beoordeeld op twee soorten risico: het groepsrisico en het plaatsgebonden risico. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen tegelijkertijd komt te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek. In het Bevi is een verantwoordingsplicht binnen het invloedsgebied opgelegd, i.c. het gebied binnen de zogenaamde 1%-letaliteitsgrens, zijnde de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf.
Voor elke verandering van het groepsrisico, dit kan een af- of toename zijn, in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd. Deze verantwoording ziet toe op de wijze waarop de toelaatbaarheid van de verandering van het groepsrisico in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico, worden ook andere aspecten meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Hieronder vallen onder meer de zelfredzaamheid en de bestrijdbaarheid van een calamiteit. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans dat een onbeschermd individu in een jaar komt te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron. Voorbeelden van risicobronnen zijn bedrijven, (vaar)wegen en spoorlijnen. De 10-6-contour is de maatgevende grenswaarde, binnen welke contour geen kwetsbare objecten mogen worden opgericht. 5.6.3 Risicovollebronnen Ten behoeve van de beoordeling van de voor onderhavige kwetsbare objecten mogelijke externe veiligheidsrisico's, heeft bureau Kragten een quickscan externe veiligheid uitgevoerd. De rapportage is bijgevoegd als Bijlage 5. Transport over het water De planlocatie bevindt zich niet binnen het invloedsgebied van een waterweg waarover structureel transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt.
De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over het water vormen geen belemmering voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde. Transport over de weg Op circa 100 meter van het plan bevindt zich de rijksweg A73 waarover structureel transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het plaatsgebonden risico en het PAG vormen geen belemmering voor de planvorming. Aangezien het plan binnen 200 meter van deze weg is gelegen, vormt het groepsrisico een aandachtspunt. Op basis van de vuistregels van de HART is een berekening van de hoogte van het groepsrisico niet noodzakelijk. Wel ligt het plan binnen het invloedsgebied van deze weg. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over de weg (BLEVE en toxisch scenario) dienen meegenomen te worden in een beperkte verantwoording.
bestemmingsplanHeide 57 te Swalmen
31
Transport over het spoor Op circa 150 meter van het plan bevindt zich de spoorlijn Roermond – Venlo waarover structureel transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het plaatsgebonden risico en het PAG vormen geen belemmering voor de planvorming. Aangezien het plan binnen 200 meter van deze spoorlijn is gelegen, vormt het groepsrisico een aandachtspunt. Op basis van de vuistregels van de HART is een berekening van de hoogte van het groepsrisico niet noodzakelijk. Wel ligt het plan binnen het invloedsgebied van deze spoorlijn. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor (BLEVE en toxisch scenario) dienen meegenomen te worden in een beperkte verantwoording. Buisleidingen Het plangebied ligt niet binnen een invloedsgebied van een buisleiding. De risico’s als gevolg van transport van gevaarlijke stoffen door een buisleiding vormen geen aandachtspunt voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde. Inrichtingen Het plangebied ligt niet binnen een invloedsgebied van een risicovolle inrichting. De risico’s als gevolg van risicovolle inrichtingen vormen geen belemmering voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde. Ten aanzien van het transport van gevaarlijke stoffen over de weg en over het spoor is een verantwoording hoogte groepsrisico uitgevoerd, welke is bijgevoegd als Bijlage 6.