Bijlage_1-9_Beheerplan_Bos_en_natuur_2023-2032
Tekst van het document
Veilig areaal Voor de technische kwaliteit van bomen wordt daarnaast gebruik gemaakt van de normen en richtlijnen welke zijn opgenomen in de VTA (Visual Tree Assessment) boomcontrole systematiek. De leidraad die door de VBNE is opgesteld vormt daarbij het uitgangspunt. Onverharde wegen en toegangspaden dienen te allen tijden toegankelijk en veilig te zijn. 5.2.3. Functioneel areaal en voorzieningen Om bos en natuur areaal en haar (technische) voorzieningen vitaal en veilig in stand te houden zonder dat de functie verloren gaat is planmatig operationeel en kwalitatief (technisch) beheer essentieel. Daarmee wordt de basis voor de kwaliteit van het areaal gelegd. Dit kan op verschillende momenten en met verschillende acties. In hoofdstuk 7 (onderhoudsscenario’s) wordt kwalitatief beheer binnen de maatregelenpakketten nader omschreven. Binnen de bos en natuurarealen zijn daarnaast diverse voorzieningen aanwezig die een bijdrage leveren aan de vastgestelde speerpunten. Een deel daarvan heeft ook een beheersmatige- en financiële grondslag in dit beheerplan. Slagbomen Goed functionerende slagbomen vormen een belangrijk onderdeel in het afsluiten van kwetsbare natuur en het sturen van recreatie en toegankelijkheid van de bos- en natuurgebieden en dienen vooral functioneel, heel en veilig te zijn.
Terrein afscheidende rasters Ten behoeve van bepaalde beheermaatregelen (met name binnen het begrazingsbeheer) worden terrein afscheidende rasters en poorten geplaatst. Goed functionerende rasters maken onderdeel uit van het beheer, houden ongewenste gasten buiten kwetsbare natuur en kunnen sturing geven aan het begrazingsbeheer.
Pagina 27 van 57
Naast de functionele kwaliteit, is het ook van belang dat de rasters er netjes uit zien en niet begroeien met beplanting. Daarnaast zijn er diverse voorzieningen die onderdeel uitmaken van de bos en natuurgebieden van Roermond en die op hun beurt ook een bijdrage leveren aan de speerpunten. Maar die geen (financieel) onderdeel uitmaken van dit beheerplan en daarmee samenhangende budgetten. Meubilair Kwaliteit in meubilair uit zich met name in de functionaliteit ervan. Banken en afvalbakken, picknicksets en ander meubilair dient met name functioneel en heel te zijn. Daarnaast dient het meubilair ook schoon te zijn. Het beheer en onderhoud van meubilair maakt geen onderdeel uit van het beheerplan bos- en natuurbeheer maar is ondergebracht in het beheerplan inrichtingselementen. Informatievoorzieningen Net als meubilair hebben informatieborden een belangrijke functionele kwaliteitseis. De borden dienen heel en leesbaar te zijn en op de juiste plek te staan. Ook hier geld ook dat “schoon” een belangrijk ander item is. Informatievoorzieningen worden met name door het Routebureau Limburg én het cluster ontwikkel opgave (Toerisme en recreatie) beheerd en maken geen onderdeel uit van dit beheerplan. Ecologische voorzieningen Ecologische voorzieningen dienen voornamelijk functioneel en heel te zijn.
De voorzieningen dienen structureel gemonitord te worden op functionaliteit ten aanzien van de doelsoorten. Structureel beheer is daarbij gewenst. Cultuurhistorische voorzieningen De kwaliteit van deze voorzieningen uit zich met name in het herkenbaar en beleefbaar maken van cultuurhistorie. Binnen het beheerplan bos- en natuurbeheer wordt enkel voorzien in het schoon en vrij houden van de bepaalde voorzieningen. Extra beheer vind plaats door het cluster Ontwikkel Opgave ( monumentenzorg en archeologie) . Zwartwild-kerend rasters en roosters Zwartwild-kerende rasters en roosters hebben enkel een functionele kwaliteitseis. Ze dienen enkel om de zwijnen uit onze land en akkerbouwgebieden én onze bos en natuurterreinen te houden. De rasters dienen functioneel en “heel” te zijn. In het onderhoud wordt in grote lijnen voorzien door de WBE in samenspraak met de LLTB en terrein beherende instanties. De gemeente Roermond voorziet hierin enkel in het schoonmaken van enkele zwartwild-kerende roosters door de gemeentelijke eigen dienst.
Pagina 28 van 57
6
Huidige situatie
De huidige situatie kan beoordeeld worden op basis van de visuele en technische kwaliteit. We vormen ons daarbij een beeld van het areaal op basis van dezelfde thema’s als in hoofdstuk 5 zijn benoemd. Daarnaast zijn er mogelijk toekomstige onvoorziene omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de gewenste kwaliteit. 6.1 Huidige visuele kwaliteit 6.1.1. Type areaal De huidige visuele kwaliteit ten aanzien van de type arealen kan als volgt gedefinieerd worden. Bossen Het huidige areaal bestaat vlak dekkend uit een oppervlakte van 20% loofhout, 5% naaldhout, en 75% ongelijkjarig loof en naaldhout. Het naaldhout bestaat met name uit kwaliteitshout wat om die reden bewust (vooralsnog) in stand gehouden wordt. Bij het ongelijkjarig loof en naaldhout bestaat het oppervlak nu nog uit 70% naald en 30% loof. Hier bevindt zich dus de uitdaging om van 70% naald en 30% loof naar 60% loof en 40% naald te gaan. De recreatieve waarde van de bossen is voldoende. Meer aandacht kan zijn voor de archeologische monumenten om het areaal een duidelijker verhaal te geven. Een goed onderhouden en bos en natuurareaal heeft daarbij ook een bewezen positief effect op het mentale en fysieke welbevinden van onze inwoners. De arealen in Roermond lenen zich daar bij uitstek voor.
Naast de grotere bos- en natuurgebieden vervullen ook de kleine stadsbossen (onder andere het Ursulinebos en het Zuiderbosje) een belangrijke rol voor de recreatie in de gemeente Roermond. Natuur De natuurterreinen voldoen grotendeels aan de doelstellingen en zijn soortendivers. De terreinen worden goed ontsloten en zijn daarmee toegankelijk en beleefbaar. In enkele gebieden is het terugdringen van houtige opslag een opgave. Een aantal (streng) bedreigde soorten dreigen te verdwijnen, wanneer geen maatregelen getroffen worden. Binnen het natuurbeheer is, ten aanzien van natuurwaarde, stilstand in dit geval ook achteruitgang. Een aantal doelstellingen worden daarom al dan niet naar boven bijgesteld door extra maatregelen. Puur minimaal instandhoudingsbeheer is daarom niet voldoende. Extra waarde kan behaald worden binnen het instandhoudingsbeheer van de diverse maatregelenpakketten voor nulkwaliteit. Ook door middel van provinciale subsidies wordt gestuurd op aanvullende kleine kwaliteit verbeterende acties. Landschapselementen De landschapselementen vallen niet onder FSC. Een aantal vallen wel onder de SNL doeltypen. Aan deze doeltypen wordt voldaan. Het belangrijkste bij de landschapselementen is het behartigen van de verschillen belangen, zoals agrarisch, recreatief en natuur. Hierin wordt voorzien.
Ook vind er periodieke controle op de elementen plaats waardoor ze functioneel en veilig zijn.
Pagina 29 van 57
6.1.2 Natuurdoeltype Op dit moment wordt in alle gebieden, in basis, voldaan aan de SNL natuurdoeltype. Periodiek vind een monitoring op haalbaarheid plaats door de Bosgroep en vind desgewenst bijstelling plaats binnen de doeltype. Instandhoudingsbeheer is voldoende geborgd. Bijsturing en optimalisatie is mogelijk op vak niveau. Dit is dan vooral gericht op een verdere stimulering van het gewenste natuurdoeltype en de doelsoorten. 6.2 Huidige technische kwaliteit Ook van de technische kwaliteit is een beeld te vormen ten aanzien van de huidige situatie. 6.2.1. Vitaal areaal Op dit moment is er bij de bossen wel spraken van een ongelijkjarig loof-naaldbos, maar komt de verhouding naald-loof niet overeen met ons streefbeeld. Dit kan ervoor zorgen dat onze bossen gevoeliger zijn voor klimaatverandering. Daarom is een verdere omvorming binnen het bosareaal noodzakelijk. We laten ons daarbij grotendeels leiden door de natuur zover dat mogelijk is binnen de gestelde kaders. De SNL en FSC kaders zijn leidend in het borgen van een vitaal bos. Binnen het beheer worden de SNL en FSC doelstellingen goed aangehouden. Eén van de vereisten vanuit de FSC® om een duurzame instandhouding van de bossen te bewerkstelligen is het vaststellen van een maximaal oogstvolume.
De ervaring van de afgelopen jaren leert dat we met ons beheer ruim voldoen aan de FSC doelstellingen, onder andere ten aanzien van het maximale oogstvolume. Soortensamenstelling In Nederland is veel bos in het verleden aangeplant. Hierbij was het gangbaar om te kiezen voor een homogene samenstelling voor wat betreft boomsoorten en leeftijd. Veelal werd gekozen voor (exotische) naaldhoutsoorten omwille van de groeisnelheid en houtkwaliteit. Het voorgaande geldt voor wat betreft de leeftijdsklassenverdeling en de soortensamenstelling ook voor het merendeel van de bossen in de Gemeente Roermond met een zwaartepunt op grove den in de periode 1921-1950. Een groot gedeelte van de ondergroei bestaat momenteel uit loofhout. De uitgangssituatie van de bossen van Roermond was 90% naaldhout en 10% loofhout in het Swalmdal. 25 jaar geleden is begonnen met het omvormen van onze bossen. Het doel is het creëren van een ongelijkjarig loof- naaldbos. De verhouding tussen loof-, naald- en gemengd bos is op dit moment ongeveer 75% omgevormd gemengd bos, 5% naaldbos en 20% loofbos. Binnen het gemengd bos is de verhouding naald / loof op dit moment: 70% naaldhout en 30% loofhout. De landschapselementen zijn hierin allen getypeerd als gemengd loofbos en zijn in deze percentages dan ook niet mee genomen.
Soorten Om een beeld te vormen van de soortensamenstelling in relatie tot de kwaliteitsdoelstellingen van met name in de bosarealen zijn de huidige soortensamenstellingen ook in beeld gebracht. Op vlakniveau zijn de soorten aangegeven en is voor de bossen en houtopstanden een hoofdboomsoort bepaald. Voor de landschapselementen wordt altijd gesproken over een gemengd loofbos (gl) zonder hoofdsoort. Grove den is in een groot deel van het gemengd loofbos dominant. Ook Douglas is een dominante soort. Bij de loofhoutsoorten is dit met name eik en beuk. Het aandeel rijk
Pagina 30 van 57
strooiselsoorten is maar zeer beperkt als dominante soort aanwezig. Het streven is dan ook om in een natuurlijke omvorming te streven naar een dominantie van loofsoorten met een rijk strooisel. Dit is binnen het in het reguliere beheer te organiseren. Focus bij de verjonging en aanplant dient dus te liggen op het verhogen van het percentage rijk strooisel soorten binnen de gemengde loofbossen waar de omstandigheden dit toelaten. In de bossen staan op dit moment in bepaalde vakken nog oude, vitale dennenbomen (100% vlakdekkend en niet leeftijdsdivers). Deze worden als kwaliteitshout behouden maar kunnen in de toekomst nog omgevormd worden aar gemengd loofbos. Hier krijgt de kwaliteit van het hout de voorkeur boven de leeftijds- en soortendiversiteit. Op den duur is hier nog een omvorming mogelijk. Binnen het beheer en de verjonging / aanplant gebruiken we zo veel mogelijk plantsoen met een bosbouwherkomst. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de groeiplaats van de kweker. Wanneer de bomen in een vergelijkbare bodem hebben gestaan, dan is de kans op aanslaan, en dus kwaliteit, groter. Het is echter wel zo dat er maar weinig autochtoon plantmateriaal beschikbaar is. Leeftijdssamenstelling De oorspronkelijke opstand dateert deels van de jaren 20 en de jaren 40.
Door selectieve uitkap en dunningen in de afgelopen decennia en een weloverwogen beheer is binnen het gemengd loof- en naaldbos op dit moment sprake van een leeftijdsdivers areaal dat een aanvulling is geweest op de oorspronkelijke houtopstanden. Instandhoudingsbeheer kan plaats vinden door selectieve uitkap en weloverwogen verjonging door te blijven voeren op de manier waarop dat nu ook gebeurd. Zoals omschreven is binnen enkele naaldhoutvakken nog sprake van een 100% Dennenopstand zonder leeftijdsdiversiteit. Binnen de natuurterreinen zijn soortensamenstelling en leeftijdsopbouw lastiger te definiëren. Binnen de heide is het streven om naar meer structuurrijke oude heide. In het landschapsbeheer wordt hierop gestuurd. 6.2.2. Veilig areaal De belangrijkste lanen en randen die grenzen aan recreatieve delen van het areaal zijn in beeld gebracht en worden 3 tot 5-jaarlijks gecontroleerd en onderhouden. Gegevens worden daarbij vastgelegd. Streven is om daarbij tot een geprioriteerde kaart te komen om het planmatig beheer daarop aan te kunnen sluiten. Na de VTA controle worden telkens de noodzakelijke maatregelen uitgevoerd om de veiligheid te waarborgen. Daarnaast worden onverharde wegen voor zover zij onlosmakelijk onderdeel uitmaken van de toegankelijkheid van het bosareaal periodiek gecontroleerd om er voor te zorgen dat deze toegankelijk en veilig zijn.
Routes krijgen daarbij extra aandacht. Het areaal kan daarmee structureel als veilig en functioneel bestempeld worden. 6.2.3. Functioneel areaal en voorzieningen De huidige situatie t.a.v. de technische kwaliteit van met name de voorzieningen wordt hieronder omschreven.
Pagina 31 van 57
Slagbomen De slagbomen zijn recent vervangen en zijn technisch goed, duurzaam en functioneel. Terrein afscheidende rasters Er is geen structurele onderhoudsparagraaf voor terrein afscheidende rasters. Jaarlijks wordt een deel van het areaal nagelopen en gerepareerd of vervangingen binnen de beschikbare budgetten. De rasters zijn daarmee functioneel en veilig. Overgroei wordt binnen de begrazingscontracten voorkomen door de rasters periodiek vrij te maaien. Meubilair Ten aanzien van meubilair wordt geconstateerd dat structureel beheer niet belegd is. Er is geen verantwoordelijk beheerder waardoor er geen structureel onderhoudsplan is voor onder andere het (weg)meubilair in de bossen. Binnen ons operationele beheer wordt het meubilair gemonitord en functioneel en veilig gehouden. Ondanks onvoldoende structureel beheer en vervangingen is de kwaliteit van het meubilair in de bossen daardoor voldoende. Vervangingen en structureel beheer maakt geen onderdeel uit van dit beheerplan. Hiervoor zijn geen incidentele middelen opgenomen omdat dit onderdeel uit maakt van het beheerplan wegmeubilair en structureel beheer en vervangingen daar ondergebracht dient te zijn. Informatievoorzieningen De informatievoorzieningen in de bossen en natuurgebieden zijn voor zover bekend voldoende van kwaliteit.
Daar waar geconstateerd wordt dat dat niet het geval is vindt afstemming plaats met de beherende instantie. Ecologische voorzieningen Voor de ecologische voorzieningen is ook geen structureel beheer- en onderhoudsplan voorzien. Ook zijn er geen vervangingsmiddelen geregeld. Enkele voorzieningen, met name dassenrasters, zijn kwalitatief achterstallig en overgroeid. Dit wordt met name veroorzaak door de onduidelijkheid in eigendom en verantwoordelijkheid. Dit dient in beeld gebracht te worden. Deze voorzieningen zijn onlosmakelijk verbonden met het bos en natuur areaal en dan met name de natuurgebieden en haar fauna doelsoorten. Binnen de beperkte mogelijkheden wordt, met name door de eigen dienst, voorzien in minimaal instandhoudingsbeheer. Cultuurhistorische voorzieningen Uit de inventarisatie van bestaande cultuurhistorisch waardevolle objecten is gebleken dat er verschillende objecten aanwezig zijn die van toegevoegde waarde zijn voor de beleving van het landschap. Een aantal van deze objecten zijn Rijksmonumenten: de Romeinse weg en de grafheuvels. Bij de voorbereiding en uitvoering van beheermaatregelen wordt rekening gehouden met de aanwezigheid van bestaande waarden met als doel deze te behouden dan wel te beschermen. Zwartwild-kerend rasters en roosters De staat van de zwartwild-kerende rasters en roosters is voldoende en functioneel.
Er vind structureel beheer op en overleg over plaats door de Wildbeheereenheden en de LLTB. In een vastgesteld onderhouds- en vervangingsplan is beheer en onderhoud belegt. Functionaliteit van de rasters staat hierin voorop.
Pagina 32 van 57
6.3 Actualiteiten De wereld is in beweging. Op bepaalde actualiteiten hebben we nog geen grip maar kunnen de kwaliteit en beheersbaarheid van het areaal sterk beïnvloeden. Klimaatontwikkeling: Bij bos en natuur wordt de toekomst niet alleen bepaald door ruimtelijke of technologische ontwikkelingen maar ook door de ecologische en klimatologische omstandigheden. Deze ontwikkelingen en de gevolgen daarvan kennen een hoge mate van onvoorspelbaarheid, wat in de kostenberekeningen van het beheer en onderhoud dan ook meer onzekerheid met zich meebrengt dan bij andere beheergroepen. Dit kan vragen om extra inzet, bijvoorbeeld extra watergeven, of extra kosten omdat de huidige omstandigheden en beplantingen simpelweg nog niet bestand zijn tegen bepaalde klimatologische ontwikkelingen. We proberen hierop in ons beheer op in te spelen en het areaal zo in te richten dat het wendbaar en weerbaar is. Ziekte en plagen Ieder moment maken we kennis met voor ons nieuwe ziekten en plagen die het areaal kunnen bedreigen. Gezien de relatief lange levensduur van groenobjecten is vooraf inspelen op deze risico’s onmogelijk. Het spreiden van risico’s is daarbij de enige oplossing voor de toekomst. Grote diversiteit in beplanting, bij zowel plantsoenen als bomen is noodzakelijk om een toekomstbestendig areaal op te bouwen. Zelfs dan is (grote) schade door ziekte en plagen niet te voorkomen.
Delen van het areaal kunnen dus onverwachts uitvallen door ziekten en plagen. Invasieve soorten Daarnaast zijn er reeds diverse invasieve exoten die het groenareaal bedreigen. Plant en diersoorten die hier van oorsprong niet voorkomen en zich snel verspreiden. Mogelijke gevolgen zijn gezondheidsproblemen voor mens en dier, bedreiging voor ecologie of extra werk in het (gecultiveerde) groen. Vanuit recreatief oogpunt en vanwege de houtkwaliteit worden bepaalde “uitheemse” bomen binnen het bos- en natuurbeheer juist ook gewaardeerd. De Amerikaanse eik wordt bijvoorbeeld als een waardevolle toevoeging aan de bosranden en lanen van gemeente Roermond gezien. Vanuit de visie op de bosontwikkeling van de bossen en overige houtige opstanden was en is een hoog aandeel (invasieve) uitheemse soorten ongewenst. De bestrijding van deze en andere invasieve uitheemse boom- en struiksoorten vergt een zeer langdurige inspanning. De bestrijding van invasieve uitheemse boom- en struiksoorten van met name Amerikaanse vogelkers, is tot nog toe in lijn met het vigerende beheerplan uitgevoerd. De invasieve soorten zijn in Roermond zover terug gedrongen dat dit enkel incidenteel bestreden wordt. Er wordt in het reguliere beheer op gestuurd dat zaadbomen van met name Amerikaanse vogelkers worden verwijderd.
In plaats van het actief bestrijden van uitheemse invasieve soorten, wordt sinds het laatste beheerplan een aanpak uitgevoerd die de kans op het reduceren van het aandeel invasieve uitheemse soorten op de middellange- en lange termijn aanzienlijk vergroot. De aanpak bestaat uit het planten van boomsoorten die een hogere schaduwtolerantie hebben dan de invasieve uitheemse soorten. Hierbij moet gedacht worden aan soorten als beuk, wintereik, haagbeuk, Douglas, esdoorn en winterlinde. Omdat de genoemde soorten een hogere schaduwtolerantie hebben dan de invasieve uitheemse soorten, zullen zij de concurrentiestrijd op termijn winnen. Op kleine schaal en pleksgewijs vindt de bestrijding van ongewenste soorten nog plaats. Met name bij de verzorging van jonge aanplanten worden ongewenste soorten actief bestreden tot het moment van kroonsluiting.
Pagina 33 van 57
De bever In veel, zo niet alle, wateren binnen de gemeente bevinden zich één of meerdere beverburchten. De bever zorgt hier voor een unieke dynamiek door bijvoorbeeld het creëren van dammen en dode bomen die in het water terecht komen. Dit kan anderzijds van invloed zijn op de diversiteit van het landschap of de vastgestelde doelstellingen. Wanneer de bever voor gevaarlijke situaties zorgt, dan is hiervoor aanvullend beheer noodzakelijk. Met een ontheffing van de Wet natuurbescherming kan bijvoorbeeld een gevaarlijke burcht verwijderd worden. De wolf De wolf is vooralsnog (2022) niet in de omgeving geconstateerd. Verwacht wordt dat hij wel al in de directe omgeving aanwezig is. De wolf zal naar verwachting vooral effect hebben op inwoners, agrariërs en beheerders die dieren houden. Bij de schapenbegrazing van onze natuurgebieden worden hier al maatregelen voor getroffen en vind een afstemming met de begrazer plaats om een juiste balans te vinden tussen natuurwaarde en beheersbaarheid. De eikenprocessierups De bossen worden niet bestreden, mede omdat dit geen natuurlijk habitat is van de eikenprocessierups en de overlast hier beperkt is. Hier krijgt de natuur de voorrang. Het is praktisch ook niet uitvoerbaar om te bestrijden in de bossen. Bepaalde randen langs routes worden wel preventief behandeld.
In struweelranden en bosranden streven we ernaar om een passief bestrijdingsbeheer toe te passen om een zo optimaal mogelijke habitat te creëren voor natuurlijke vijanden van de eiken processierups en zo min mogelijk potentiële schade aan te richten aan andere fauna. Oneigenlijk gebruik De laatste jaren wordt geconstateerd dat er op diverse aangrenzende (met name industriële terreinen) sprake is van oneigenlijk gebruik van gemeentelijke terreinen. Waaronder ook natuurterreinen. De tendens is dat kleine arealen steeds verder worden uitgebreid. Handhaving blijkt lastig te zijn of er wordt niet op gereageerd. Dit gaat ten koste van de kwaliteit van het bos- en natuur areaal. Samen met het cluster Vergunning, Handhaving en toezicht wordt bekeken hoe hier mee omgegaan moet worden. 6.4 Toekomstige ontwikkelingen Ook voorzien we dat er diverse, algemene maar ook regionale ontwikkelingen, op ons afkomen die ons areaal en de beheersbaarheid daarvan sterk kunnen beïnvloeden en waarin in het huidige beheer en de huidige situatie rekening mee gehouden dient te worden en die de huidige situatie en de kwaliteit van het areaal kunnen beïnvloeden. Delta Corridor De Delta Corridor betreft een voornemen tot uitbreiding van het huidige transportleidingentracé dat dwars door onze bosarealen loopt.
Een uitbreiding van dit tracé kan van invloed zijn op de omvorming van het bosareaal naar klimaatbestendig bos en heeft een grote impact op het bosareaal rondom dit tracé. Interreg Bos en natuurbrand preventie Dit project heeft als doel het bos en natuurterrein op een dusdanige manier in te richten dat grote, oncontroleerbaar natuurgeweld zoals branden voorkomen kunnen worden. In navolging op het INTERREG V project Natuur- en bosbrandbeheersing (NBB) werken 6 partners aan een nieuw grensoverschrijdend project Natuurbrandmanagement (NBM). Het vorige project NBB was succesvol, en maakte ook duidelijk dat er nog veel te doen is. Langere droogteperiodes zullen het risico op onbeheersbare natuurbranden groter maken. Om gemeenten en natuurbeheerders binnen het projectgebied te ondersteunen dit gevaar het hoofd te bieden wordt een nieuw project voorbereid. Op het moment van schrijven wordt gewerkt aan de vaststelling van het plan.
Pagina 34 van 57
De gemeente Roermond zal, net als het vorige project, zijdelings aanhaken. Bosgroep Zuid Nederland zal als corporatie ook aansluiten en haar leden vertegenwoordigen. Het natuurgeweld in de laatste jaren in de Meinwegregio heeft ons doen beseffen dat we ons evengoed ook financieel moeten wapenen tegen de klimatologische invloeden. Denk hierbij aan de branden in 2021 maar ook aan de storm van 2018. Ons beheer is er enerzijds op gericht dat we flexibel om kunnen gaan met deze invloeden en de natuur ook deels zelf laten bepalen. Om ook financieel weerbaar te zijn stellen we voor om, in tegenstelling tot de besluitvorming van het vorige beheerplan, in de looptijd van het nieuwe beheerplan terugpakken op de bos- en natuurbrand verzekering zoals we die in het verleden ook hadden. Vooral omdat de beperkte premiekosten opwegen tegen eventuele financiële risico’s. Meinweg transitie De Nationale Parken bevinden zich momenteel (2023) in transitie. Onderdeel van deze transitie is dat de parken moeten groeien. Wanneer de transitie slaagt, dan wordt in een samenwerkingsverband gewerkt aan het behoud en de verbetering van o.a. de natuurlijke en landschappelijke kwaliteit van het park. Dit kan zijn weerslag hebben op arealen bos, natuur en landschapselementen.
Nationaal programma landelijk gebied Met het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) moet het Rijk voldoen aan de vereisten op het gebied van natuur, water en klimaat. Onderdeel van natuur is het uitbreiden van bos en natuurgebieden. Daarbij wordt ook gestreefd naar een groen blauwe dooradering van het landschap. Dit kan zijn weerslag hebben op arealen bos, natuur en landshapelementen in de gemeente. 6.5 Huidige budgetten De huidige beschikbare middelen voor bos- en natuurbeheer bestaan uit 2 type budgetten. Onderhoudsbudgetten Enerzijds is er een jaarlijks exploitatiebudget waarmee in de reguliere, jaarlijks terugkomende kosten, voor het beheer kan worden voorzien. Dit betreft kostenplaats 62163. In dekking wordt deels voorzien door de baten vanuit SNL subsidies aan de batenkant op dit budget te boeken. Hierin zijn de extra baten aan SNL subsidie niet in mee gerekend. Reserve bos- en natuurbeheer Door de langere omlooptijd van bos en natuurterreinen en werkjaren binnen het bos- en natuurbeheer die niet aansluiten op de boekjaren is naast de reguliere budgetten een reserve voor bos- en natuurbeheer aanwezig. Deze reserve is nu en in de toekomst noodzakelijk om fluctuatie in jaarlijkse kosten op te vangen en het bos- en natuurbeheer te kunnen organiseren binnen de huidige reguliere middelen.
Kosten die drukken op de reserve zijn enerzijds cyclische, niet jaarlijks terugkomende, kosten. Maar ook onvoorziene kosten als gevolg van bijvoorbeeld storm of droogte kunnen hiermee opgevangen worden. Zonder de reguliere middelen is de reserve snel uitgeput en zonder de reserve zijn de regulier budgetten niet toereikend om in het gewenste instandhoudingsbeheer te voorzien. De reservevoorziening wordt gevuld door houtopbrengsten die voortkomen uit de bosexploitatie. Jaarlijks vind afroming van de exploitatie plaats met de reserve. De baten uit de houtoogsten worden overgezet naar de reserve. Anderzijds wordt het tekort op de exploitatie aangevuld met middelen uit de reserve. Zo gaan we effectief en efficiënt om met de middelen.
Pagina 35 van 57
Vervangingsinvesteringen Er is geen apart regulier budget voor de vervanging. Vervangingen in het kader van de vitaliteit van het areaal maken onderdeel uit van de beheermaatregelen zoals die in hoofdstuk 7 zullen worden omschreven. Kleinschalige vervangingen in areaal en/of voorzieningen ten gunste van het areaal wordt gefinancierd uit het restant van de reguliere middelen nadat alle kort cyclische onderhoudswerkzaamheden zijn betaald en kennen een jaarlijkse wisseling in omvang. 6.6 Conclusies Als we de visie, doelstellingen en kwaliteiten spiegelen aan de huidige situatie kunnen we de volgende conclusies trekken: - De afgelopen decennia heeft, door structureel en kwalitatief beheer, een omvorming plaats gevonden naar een gevarieerd, recreatief en wendbaar en weerbaar areaal. - Het structurele en duurzame beheer kan voorzien in een groot deel van de instandhouding en resterende omvorming van het areaal. Dit doen we zoveel als mogelijk door ons te laden leiden door de natuur. We vormen alleen om als gevolg van natuurlijke gebeurtenissen, zoals storm, insectenaantasting en droogte. - Binnen de bossen is voor nu maximaal (75%) voorzien in de omvormingsdoelstelling: een gemengd loof- en naaldbos. Overige 25% is hoogwaardig naald (5%) of loofhout (20%). Binnen de 5% naaldhout zijn in de toekomst nog omvormingsmogelijkheden.
Omvorming in de bossen zit hem enkel nog in het creëren van dominantie in de soortensamenstelling in gemengd loofbos door een hoger percentage loofhout te creëren. Hierbij moet gestuurd worden op aanplant van rijk strooisel soorten. - De natuurgebieden voldoen veelal aan de doelstellingen. Een groot deel wordt duurzaam in stand gehouden. Om te voorkomen dat stilstand achteruitgang wordt zijn extra kwaliteitsimpulsen gewenst om in een duurzame instandhouding te voorzien. Daarbij verhogen we de natuurwaarden door te sturen op beheer, wanneer mogelijk gebruik te maken van subsidies van bijvoorbeeld de Provincie en soms ook extra maatregelen binnen de eigen middelen te treffen. - De landschapselementen voorzien in basis in de gewenste kwaliteiten. Aanvullende acties ten aanzien van met name de poelen zijn gewenst om in extra kwaliteiten voor doelsoorten te voorzien. Provinciale subsidies kunnen hierin aangesproken worden. - We kunnen dan ook stellen dat instandhoudingsbeheer voldoende is om aan de huidige én gewenste kwaliteiten te voldoen. - Met het huidige areaal en beheer wordt voldoende voorzien in risico management en zijn steeds toekomstbestendiger.
Pagina 36 van 57
7
Onderhoudsscenario’s
Om invulling te geven aan de visie en speerpunten en om de benoemde kwaliteiten na te streven is het juiste beheer en onderhoud essentieel. Daarom zijn in het verlengde van de beheercategorieën onderhoudsscenario’s en daarmee samenhangende maatregelenpakketten bepaald. 7.1 Algemeen In de kadernota beheer zijn twee onderhoudsscenario’s omschreven die binnen de gemeente Roermond zijn gedefinieerd. In onderstaande figuur zijn deze scenario’s weergegeven. Tabel 5: Onderhoudsscenario’s binnen gemeente Roermond Onderhoudsscenario
Omschrijving
Nul-kwaliteit
Het minimaal nog verantwoorde beheer gelet op zaken zoals veiligheid, voorkomen kapitaalsvernietiging, functionaliteit, ingrijpen bij klachten en minimale visuele eisen.
Basiskwaliteit
Een sober en verantwoord beheer, gericht op het boven de ondergrenzen van normen blijven waardoor mede risico’s en klachten worden beperkt.
7.1.1 Betekenis voor bos en natuur Binnen het bosbeheer wordt in het operationeel beheer geen concreet onderscheid gemaakt in (beeld)kwaliteitsniveaus of onderhoudsbeelden. Ten aanzien van de beheeracties binnen de maatregelenpakketten is ook geen kwaliteitsverschil te definiëren. Een sturend middel in het bos- en natuurbeheer is enkel de mate van productiviteit om baten te genereren uit het bos óf de mate van onderhoud; de exploitatie van het bos. De mate waarop de baten die vrijkomen vervolgens weer ingezet worden in een kwaliteitsbijdrage voor het bos is daarbij een andere afweging die bepalend is in een differentiatie van onderhoudsscenario’s. Maximaal toegestane oogstvolumes (FSC) en borging van veiligheid (VTA) zijn daarbij kaderstellend. Baten worden rechtstreeks ten gunste van de bos- en natuurontwikkeling ingezet op de vastgestelde visie en speerpunten. Op basis hiervan kunnen voor het bos- en natuur areaal de onderhoudsscenario’s als volgt worden gedefinieerd. Nul-kwaliteit Het bos- en natuurareaal wordt op een sobere en verantwoorde manier onderhouden waarbij instandhouding van het huidige areaal het uitgangspunt is. De maatregelenpakketten zijn gericht op veiligheid, toegankelijkheid en instandhouding van het areaal. Stilstand in doorontwikkeling is binnen het natuurbeheer ook achteruitgang en daarmee kapitaalsvernietiging.
Kapitaalsvernietiging wordt voorkomen door kleinschalige extra kwaliteitsimpulsen binnen de beheermaatregelen of door extra subsidiabele ingrepen waardoor een sturende rol in natuurontwikkeling wordt ingenomen.
Pagina 37 van 57
Baten uit houtproductie vloeien rechtstreeks terug in het bos en komen ten gunste van de ontwikkeling van het bos en is gericht op de SNL doelstellingen. Controle of onderhoud is gericht op instandhouding, veiligheid en vitaliteit. Op een pro actieve manier wordt het bos gemonitord en daar waar nodig met onderhoudsmaatregelen bijgestuurd. Om een veilig en vitaal bosareaal te behouden volstaat een periodieke inspectie op de bomen. Het huidige niveau van onderhoud waarbij bomen in principe 1 keer per 3 jaar gecontroleerd (VTA) en gesnoeid worden is hiervoor voldoende. De voorzieningen worden op een sober en doelmatige manier onderhouden en in stand gehouden zonder pro actief beheer- en onderhoud. Basiskwaliteit Het bos- en natuurareaal wordt op een pro actieve manier onderhouden waarbij instandhouding van het huidige areaal het uitgangspunt is maar tevens, binnen het beheer, gezocht wordt naar ontwikkeling en uitbreiding en een visuele kwaliteitsverbetering gericht op de vastgestelde speerpunten. De maatregelenpakketten zijn gericht op veiligheid, toegankelijkheid en instandhouding van het areaal. Extra maatregelen worden structureel ingezet waardoor een sturende en regisserende rol in natuurontwikkeling wordt ingenomen. Baten uit houtproductie vloeien rechtstreeks terug in het bos en komen ten gunste van de ontwikkeling van het bos gericht op de SNL doelstellingen.
Controle of onderhoud is gericht op instandhouding, veiligheid en vitaliteit. Op een pro actieve manier wordt het bos gemonitord en daar waar nodig met (extra) onderhoudsmaatregelen bijgestuurd. Aanvullende acties voorzien in een verdere omvorming én optimalisatie naar recreatief natuurbos. Om een veilig en vitaal bosareaal te behouden volstaat een periodieke inspectie op de bomen. Het huidige niveau van onderhoud waarbij bomen in principe 1 keer per 3 jaar gecontroleerd (VTA) en gesnoeid worden is hiervoor voldoende. De voorzieningen worden op een sober en doelmatige manier onderhouden met pro actief beheer- en onderhoud. Binnen het bosbeheer is nog zeer beperkt sprake van een omvorming van productiebos naar een recreatief natuurbos. . Een laatste kwaliteitsslag kan efficiënt in het reguliere beheer, met specifieke aanvullende kwaliteitsmaatregelen, worden doorgevoerd. Er is hiermee sprake van instandhoudingsbeheer. Binnen het bos- en natuur beheer wordt daarom uitgegaan van het onderhoudsscenario “nul-kwaliteit”. 7.2 Maatregelenpakketten Vertaling van beheer vind plaats in specifieke maatregelenpakketten met beheeractiviteiten en werkzaamheden. In principe wordt bij alle maatregelenpakketten uitgegaan van instandhoudingsbeheer en sober en doelmatig beheer. Beheercategorieën kunnen meerdere of verschillende maatregelenpakketten hebben.
Tabel 6: Maatregelenpakketten Maatregelenpakketten Landschapselementenbeheer
Som van ha 20,99
Percentage 6,80%
Poelenbeheer
2,13
0,69%
Runderbegrazing
52,02
16,86%
Pagina 38 van 57
Schapenbegrazing natuur
39,35
12,75%
Selectieve uitkap / Dunning
157,80
51,14%
Overig beheer
32,57
10,56%
Eindtotaal
304,86
100,00%
Figuur 5: Aandeel maatregelenpakketten binnen het areaal
Maatregelenpakketten 7% 10%
Landschapselementenbeheer 1%
Overig beheer Poelenbeheer
52%
17%
Runderbegrazing Schapenbegrazing natuur
13%
Selectieve uitkap / Dunning
Onderstaand worden de maatregelenpakketten en specifieke beheermaatregelen gedefinieerd op basis van het onderhoudsscenario “nul kwaliteit”. Landschapselementenbeheer Houtige, meestal op zich zelf staande, landschapselementen in de vorm van stadsbosjes, struweelbosjes en bosschages worden periodiek (5-jaarlijks) gecontroleerd op vitaliteit en veiligheid (VTA). Gewenst onderhoud wordt vastgelegd in een uitvoeringsplan. Het werk bestaat uit het uitdunnen en /of afzetten van houtige gewassen, het verwijderen van ongewenste beplantingen en het opsnoeien van boomvormers. Doel is de landschapselementen veilig en vitaal te houden. Binnen het landschapselementenbeheer wordt de kwaliteit bepaald door de functionele aspecten en wordt gestreefd naar een vitaal areaal. Poelenbeheer Natte landschapselementen in de vorm van poelen, laagtes en wadi’s worden periodiek, in een cyclus van 10 jaar (elke 5 jaar wordt 50% van het areaal onderhouden), gemonitord op kwaliteit en functionaliteit ten aanzien van de doelsoorten. Een uitvoeringsplan vormt de basis voor het gewenste onderhoud en de aanvullende beheermaatregelen. Het beheer en onderhoud is gericht op optimale leefomstandigheden voor een specifieke doelsoort. Doel daarbij is om de poelen vitaal en ecologisch goed te houden. Dit gebeurd onder andere door ze uit te diepen, op te schonen en vrij te snoeien.
Runderbegrazing Het begrazingsbeheer met runderen vindt veelal plaats op natuurterreinen met kruidachtige en open houtige terreinen plaats. De begrazing wordt aangevuld met specifiek gewenst landschapsbeheer, kleinschalig maaibeheer van ongewenste soorten en rasterherstel. Doel van het beheer is het open houden van terreinen en het sturen op optimalisatie van arealen t.b.v. specifieke doelsoorten. Uitgangspunt bij dit beheer zijn de SNL- Natuurdoeltype en bijbehorende beheerrichtlijnen. Schapenbegrazing Natuurterreinen met veelal kruid- of heideachtige beplantingen worden structureel middels begrazing met schapen en aanvullend landschapsbeheer onderhouden. Aanvullend wordt kleinschalig maaibeheer van ongewenste soorten en rasterherstel toegepast. Doel van het beheer is verschraling en het open houden van terreinen, het tegengaan van verhouting en het sturen op optimalisatie van arealen t.b.v. specifieke doelsoorten.
Pagina 39 van 57
Sinds enkele jaren zijn we binnen dit maatregelenpakket meer overgegaan op een beeld gestuurde werkwijze waarbij naast begrazing ook landschapsbeheer verricht wordt. Uitgangspunt bij dit beheer zijn de SNL- Natuurdoeltype en bijbehorende beheerrichtlijnen. De kaders zijn vastgelegd in ID kaarten per gebied. Dit beheer richt zich daarmee meer op het behoud en, waar mogelijk, vergroten van de biodiversiteit per doeltype. Ieder natuurdoeltype heeft haar eigen kenmerken en kwaliteiten. Bij heidenterreinen uit zich dit bijvoorbeeld in structuurrijke heidevegetatie met kenmerkende planten. In schraalgraslanden uit zich dit in specifieke, zeldzame plantsoorten die afhankelijk zijn van voedselarme omstandigheden. Selectieve uitkap / dunning Nagenoeg alle (omgevormde) bosarealen worden onderhouden op basis van het principe van selectieve uitkap / dunning. Gezien het grote aandeel bossen is dit een van de belangrijkste en meest bepalende maatregelpakketten. Onderdeel van de werkmaatregel selectieve uitkap / dunning is ook het verjongen en opnieuw aanplanten van verjongingsgaten. Selectieve uitkap bestaat uit het selectief wegkappen van een groep (ongewenste) bomen.
Het selectief, structureel en weloverwogen kappen van geselecteerde bomen heeft als doel om de blijvende vitale opstanden of toekomstbomen van een optimale groeiplaats te voorzien, kwaliteitshout te generen én om verjongingsgaten te creëren. Daarmee houden we het bos klimaatbestendig, vitaal en duurzaam in stand. Dit vindt zowel in de heersende boomlaag als de tweede etage van de bossen plaats. De toekomstbomen worden gedeeltelijk opgesnoeid om te zorgen voor een hogere houtwaarde en daarmee kwaliteit in het bos. De zomereik is hierbij een soort die altijd gehandhaafd wordt. Het is belangrijk dat in loofbossen matig en regelmatig gedund wordt. Wanneer teveel gedund wordt, dan maken bomen waterlot. Dit is niet wenselijk voor de kwaliteit van het hout in het bos. Binnen de gemeente Roermond wordt geen vlaktekap meer toegepast. Dit mag wettelijk ook niet meer volgens de Wet Natuurbescherming. In het bos behouden we zo veel mogelijk het bosklimaat. Dit levert de beste resultaten op voor de aanplant van jonge bomen. Ten aanzien van een duurzame bosexploitatie wordt altijd uitgegaan van de kaders van het FSC. Het FSC gaat uit van een maximaal verantwoord oogstvolume. Voor het bepalen van een verantwoord oogstvolume wordt de gemeente Roermond een gemiddelde bijgroei van 6m3 per hectare per jaar aangehouden.
Uitgaande van ongeveer 200 hectare areaal waarop FSC op van toepassing is en een theoretische bijgroei van ongeveer 1000 m3 per jaar, waarvan maximaal 75% geoogst mag worden, kunnen we uitgaan van een maximaal oogstvolume van 750 a 1000 m3 per jaar en ongeveer 4000 m3 over de looptijd van 5 jaar. Binnen de beheermaatregel selectieve uitkap / dunning wordt voorzien in intandhoudingsbeheer van de bossen, wordt voldaan aan deze kaders van het FSC én wordt voorzien in de laatste (haalbare) omvormingen naar een recreatief natuurbos. Bij de primaire kapdunning en oogst laten we ons zo veel als mogelijk leiden door de natuurlijke ontwikkeling en klimatologische invloeden om tot een ongelijkjarig loof en naaldbos te komen. De aanleiding voor omvorming kan bestaan uit stormschade, insectenaantasting of droogte. Een geschatte jaarlijkse houtopbrengst is in deze situatie dan ook lastig te bepalen. Daarnaast wisselt het prijsniveau van hout sterk. We gaan hierbij in dit beheerplan, uitgaande van de huidige situatie en prijzen, uit van een geschatte houtopbrengst van € 10.000 a € 12.500 euro. De onrendabele, noodzakelijke dunningen worden uitgevoerd door verkoop van brandhout op stam. Deze manier van dunning wordt hoofdzakelijk toegepast in de tweede etage van bossen.
Een dunning wordt uitgevoerd op het moment dat de bomen het omkeerpunt bereiken (van 2/5 van de te verwachten eindhoogte zijn de takken afgestorven). Het doel van deze dunning is het bevoordelen van toekomstbomen en kwaliteit van hout in het bos.
Pagina 40 van 57
Oude, markante bomen worden ook vrijgesteld. Daarbij worden bij het bosbeheer zomereiken, ongeacht hun kwaliteit, gehandhaafd. Dit op solitaire bomen gerichte beheer geeft een kwalitatieve meerwaarde in de leeftijds- en soortensamenstelling van het bos. Na een dunning wordt het vrijkomende hout zorgvuldig uitgereden. Top en takhout wordt versnipperd of in het gebied opgestapeld om te fungeren als faunavoorziening. Gezien de huidige samenstelling van de bossen is het de vraag of de selectieve uitkap / oogst nog moet plaatsvinden met een grote harvester. Een harvester zorgt ook voor bodemverdichting. Dit heeft negatieve gevolgen voor het bos. Het is daarom de vraag of we niet beter naar motor manuele oogst over kunnen gaan of over kunnen schakelen op aangepaste oogstmachines. Zoals een mini harvester of trekpaarden in combinatie met een tractor met uitrijkar. De ontstane gaten worden aangeplant met zo veel mogelijk rijk strooisel soorten. Wanneer dit voor de aanplant nodig is, dan wordt nog eventueel aanvullend gekapt. Kappen wordt nooit als enige middel ingezet voor het creëren van plantvakken. Bij grotere verjongingsvlaktes wordt 50% ingeplant en op de overige 50% vindt natuurlijke verjonging plaats. Hiermee creëren we kwalitatief betere en sterkere (gebiedseigen) beplanting. Het aanplanten van bomen gaat hierbij in boomgroepen (zogenaamde klumpen).
Per plantvak wordt bekeken welke soorten het meest kansrijk zijn. Soorten worden geplant op plekken waar dat kan om kwalitatief hoogwaardige en goed groeiende beplanting te borgen. Wanneer grote plantlocaties ontstaan op arme groeiplaatsen waar veel licht op de bodem komt en aanplant niet kansrijk is, laten we het bos zich spontaan ontwikkelen. Op deze vlaktes groeien vooral grove den en berk. Boomsoorten die later in de successie vanuit een meer beschaduwde plaats groeien, worden hier naderhand tussen geplant. Wanneer kleinere, meer beschaduwde plantvakken ontstaan, dan kunnen soorten geplant worden die dit nodig hebben. Dit zijn boomsoorten die zich normaal later in de successie vestigen. Na uitvoering van de kap en herplant vind structurele nazorg plaats door middel van het beschermen, vrij maaien en opsnoeien van jonge aanplant. Overig beheer Overig beheer vind veelal plaats op lastig te beheren terreinen of terreindelen waar de natuur een vrijbrief heeft om zich vrijuit te ontwikkelen. Het beheer bestaat uit minimale bijsturing en is zeer sober en doelmatig. Veiligheid en functionaliteit is enkel kaderstellend in dit beheer. Ook aanvullende acties die betrekking hebben op meerdere beheercategorieën en die bijvoorbeeld gericht zijn op veiligheid en/of zorgplichtmatige taken worden als overig beheer gezien.
Denk hierbij onder andere aan de VTA inspecties aan de bosranden, het periodiek inspecteren van de bospaden, prunus beheersing of archeologisch monumentenbeheer. Maar ook de kosten voor externe inzet binnen het beheer, zoals expertise vanuit de bosgroep en de daarmee samenhangede kosten, worden gezien als overig beheer omdat dit niet aan een specifieke maatregel gekoppeld kan worden. Om een beeld te vormen van de kosten van een specifiek onderhoudsscenario zijn de kosten per maatregelpakket bepaald door Antea. Op basis van de aangeleverde arealen en de opgestelde maatregelpakketten/kengetallen is een berekening uitgevoerd door Antea. Een concretere uitwerking van de onderhoudsscenario’s is in de Kadernota beheer weergegeven. In de werkpakketten van Antea zijn uitsluitend de maatregelen opgenomen die betrekking hebben op het reguliere jaarlijks onderhoud en het cyclisch onderhoud. Eventuele renovatiewerkzaamheden en niet te normeren werkzaamheden zijn niet opgenomen in de
Pagina 41 van 57
standaard werkpakketten. Ook vervangingsinvesteringen zijn niet mee gerekend omdat daar ook geen budgetten voor zijn. Binnen de berekeningen is geen rekening gehouden met provinciale subsidiabele werkzaamheden. Deze worden als onvoorziene baten op de beheerbudgetten gezien en worden ingezet op extra gewenste kwaliteitsimpulsen binnen het beheer. 7.3 Reguliere onderhoudskosten (jaarlijks) Het reguliere onderhoud heeft betrekking op de beheermaatregelen welke jaarlijks moeten plaatsvinden om het areaal duurzaam in stand te houden. In de onderstaande tabel zijn de reguliere maatregelpakketten waarmee gerekend is weergegeven. Ook zijn er bijkomende kosten die aan het groenbeheer toegerekend kunnen worden. Dit zijn kosten die niet met behulp van normen in werkpakketten opgenomen kunnen worden, maar wel structureel jaarlijks terugkomende kosten voor het groenbeheer zijn. Hierbij valt te denken aan werkzaamheden die uitgevoerd worden door de buitendienst. Ook de excursies, cursussen en werkoverleggen behoren tot deze niet te normeren kosten. Daarnaast is geconstateerd dat bepaalde beheermaatregelen, aan met name technische voorzieningen, niet voldoende structureel is belegd binnen de diverse beheerplannen maar wel vragen om structureel onderhoud en middelen daarvoor.
Voorgesteld wordt om in aanvulling op bovenstaande maatregelpakketten ook een aantal extra maatregelpakketten mee te nemen. Het gaat hierbij onder andere om het beheer en onderhoud aan ecologische voorzieningen. Voorstel is om deze ook, als areaaluitbreiding, vanaf dit beheerplan onderdeel uit te laten maken van het areaal dat onderdeel uitmaakt van bij het beheerplan bos en natuur om in het structurele beheer en onderhoud te voorzien. De structurele maatregelen zijn ook in de tabel opgenomen en kunnen voorzien in instandhoudingsbeheer van het huidige areaal binnen de budgetten. Er is geen vervangingsbudget beschikbaar voor deze voorzieningen. Ook ten aanzien van meubilair in de gemeentelijke bos- en natuurterreinen wordt geconstateerd dat structureel beheer niet belegd is. Afwegingen worden hierin gedaan vanuit het beheerplan meubilair. De voorzieningen ten aanzien van recreatie en archeologie worden beheerd vanuit het cluster ontwikkel opgave. De overig bos- en natuur gerelateerde voorzieningen zijn beperkt. Binnen het operationele beheer van bos- en natuurbeheer wordt voorzien in het gewenste onderhoud of vervanging. Tabel 7: Maatregelpakketten regulier beheer Maatregelpakket
Acties
Runderbegrazing
Begrazing en landschapsbeheer
Schapenbegrazing Selectieve uitkap / dunning
Begrazing en landschapsbeheer inkoop aanplant bescherming nazorg / inboet
Overig beheer
Vrijstellen Prunusbeheersing Projecten Recreatie (paden en wegen)
Pagina 42 van 57
inkoop / contributie / materialen
Inkoop advies en ondersteuning binnen de beheersovereenkomst met Bosgroep Zuid Nederland bosgroep Ecologische voorzieningen1
Instandhoudingsbeheer en onderhoud
De kosten voor deze maatregelen dienen veelal bekostigt te worden uit de reguliere exploitatiebudgetten voor bos- en natuurbeheer. 7.4 Incidentele kosten De incidentele beheerkosten kunnen onderverdeeld worden in cyclische (terugkomende en periodieke) beheerkosten, kosten in achterstand in onderhoud en/of niet jaarlijks terugkomende kosten in vervangingen / investeringen. 7.4.1 Meerjarig onderhoud (cyclisch) In de onderstaande tabel zijn de cyclische maatregelpakketten aangegeven en is aangegeven wat de periodieke cyclus van het beheer. Tabel 8: Maatregelpakketten cyclisch beheer Maatregelpakket
Acties
Cyclus
Landschapselementenbeheer
Landschapselementen
1x 5 jaar
Poelenbeheer
Poelen*
1x 5 jaar: 50%
Overig beheer
Opsnoeien toekomstbomen
1x 3 jaar
VTA randen en singels
1 x 3 jaar
De kosten voor deze cyclische werkzaamheden dienen gedekt te worden uit de reserve bos- en natuurbeheer die bedoeld is om fluctuaties in het beheer op te vangen. In deze reserve dient dus, mede door de baten die voortkomen uit houtopbrengsten, structureel voorzien te zijn van voldoende middelen om hierin te voorzien. 7.4.2 Achterstand in onderhoud In het bos en natuurareaal is ten aanzien van het huidige areaal geen sprake van achterstand in onderhoud ten aanzien van de visuele kwaliteit. Wel is sprake van een achterstand in de technische kwaliteit van bepaalde voorzieningen. Aanleiding is het feit dat beheer en onderhoud voor deze voorzieningen niet of maar beperkt belegt is in de diverse beheerplannen, er geen structureel uitvoerings- of investeringsplan is óf er geen verantwoordelijk beheerder is. Binnen de arealen van het bos- en natuurbeheer gaat het hierbij met name om de ecologische voorzieningen en het meubilair. Hiervoor is geen, of maar beperkt structureel beheer ingericht. Deze voorzieningen hebben wel invloed op de visie en speerpunten die in dit beheerplan zijn vastgesteld. Doordat er in de afgelopen decennia veel ecologische voorzieningen zijn aangelegd zonder dat structureel beheer en budget is georganiseerd is een achterstand ontstaan in de technische kwaliteit van deze voorzieningen.
Momenteel maakt dit maatregelpakket en de daarmee samenhangende kosten geen onderdeel uit van het beheerplan Bos en Natuur. 1
Pagina 43 van 57
Om tot een nul situatie te komen die daarna structureel beheerd kan worden binnen de reguliere onderhoudsbudgetten dient allereerst in beeld gebracht te worden van wie deze voorzieningen zijn. Veel voorzieningen liggen op grenzen met andere terreinbeheerders. Daarnaast dient voor de voorzieningen die logisch- en redelijkerwijs in beheer en eigendom van de gemeente Roermond zijn incidenteel geld vrijgemaakt te worden om te voorzien in een kwaliteitsslag in de vorm van herstel en vervangingen. In onderstaande tabel zijn de geraamde incidentele kosten opgenomen. Voorgesteld wordt om deze middelen over een looptijd van 3 jaar te verspreiden. Vervolgens kan het areaal duurzaam en structureel in stand gehouden worden binnen de reguliere beheerbudgetten voor bos- en natuurbeheer zoals in paragraaf 7.3 omschreven. Tabel 9: Berekening theoretisch achterstand in onderhoud Bos & Natuur Categorie
Areaal aantal
Ecologische voorzieningen
Onbekend
Kosten Eenheid Stuk
Kosten / aantal
Totaal
Onbekend
€ 150.000
7.4.3 Vervangingen en renovaties In het bos- en natuurbeheer is maar beperkt sprake van vervangingen of renovaties. Vervangingen maken onderdeel uit van de maatregelpakketten. Renovaties beperken zich tot extra beheerstechnische maatregelen om in de speerpunten van het beheerplan te voorzien en wordt jaarlijks weggezet in kleinschalige beheerprojecten. Denk hierbij onder andere aan het revitaliseren van stedelijke uitloopbosjes of het natuurleerpad. Grootschalige renovaties Met grootschalige renovatie wordt in deze context bedoeld het projectmatig herinrichten. Deze worden meestal geïnitieerd vanuit provinciale of grensoverschrijdende initiatieven. Kleinschalige renovatie Kleinschalige renovaties maken onderdeel uit van de diverse beheerpakketten en/of worden kleinschalig vanuit het beheer geïnitieerd en binnen het overige beheer vanuit de exploitatiebudgetten betaald. In alle gevallen zullen deze een bijdrage hebben aan de voornoemde visie en speerpunten en hebben een beheersmatig karakter. Vervangingsinvesteringen Vervangingen worden binnen de reguliere beheermaatregelen mee genomen en beperken zich tot het vervangen van bomen en daaropvolgende verjonging. Vervangingen in voorzieningen is maar zeer beperkt belegt. Kleinschalige voorzieningen die direct onderdeel uitmaken van het beheerareaal worden binnen de exploitatiebudgetten mee genomen.
Hier is geen structureel vervangingsplan voor. 7.5 Uitvoering Uitvoering van vakspecialistische werkzaamheden vind grotendeels plaats door gerenommeerde bosbouwbedrijven of landschapsbeheerders. De kostprijscalculaties van Antea zijn hierop ook gericht. De boomploeg van de eigen dienst pakt echter ook acties binnen de maatregelenpakketten op. De kosten in uren drukken niet door op de besteedbare budgetten. In de calculaties van Antea zoals die in de kadernota beheer zijn meegenomen heeft een verrekening plaats gevonden.
Pagina 44 van 57
In onderstaande tabel wordt weergegeven welke procentuele inzet de boomploeg heeft op de diverse maatregelpakketten. Tabel 10: Uiteenzetting inzet boomploeg op maatregelenpakketten Maatregelpakket regulier
Acties
Runderbegrazing
Begrazing en landschapsbeheer
0%
Schapenbegrazing Selectieve uitkap / dunning
Begrazing en landschapsbeheer inkoop
0% 0%
Overig beheer
Ecologische voorzieningen Maatregelpakket cyclisch Landschapselementenbeheer Poelenbeheer Overig beheer
aanplant bescherming nazorg / inboet Vrijstellen Prunusbeheersing Projecten Recreatie (paden en wegen) inkoop / contributie / materialen Inkoop advies en ondersteuning binnen de beheersovereenkomst met Bosgroep Zuid Nederland bosgroep Instandhoudingsbeheer en onderhoud Acties Landschapselementen: 5 jaar Poelen: 10 jaar / 50% per 5 jaar Opsnoeien toekomstbomen: 3 jaar VTA randen en singels: 3 jaar
inzet boomploeg
100% 50% 50% 100% 80% 0% 0% 0%
0% 0% inzet boomploeg 75% 10% 100% 100%
Op basis van de kostencalculaties van Antea wordt geconcludeerd dat de boomploeg een kosten reducerende inbreng van 60% op de gecalculeerde normkosten voor bos- en natuurbeheer heeft. Dit zou betekenen dat de budgetten met 60% verhoogd zouden moeten worden op het moment dat de inzet van de boomploeg opgeheven wordt. Los nog van de vakspecifieke en gebiedsspecifieke kennis die de boomploeg heeft waarmee ze efficiënter en kwalitatief werk verrichten. Kanttekening hierbij is dus wel dat de effectieve kosten voor het beheer van bos en natuur hoger zijn dan de kosten die drukken op de onderliggende budgetten. Uren inzet en materiaalkosten door inzet van de boomploeg drukken op de budgetten van personeel en de gemeentewerf. Risico daarbij is ook dat wanneer de boomploeg geen of minder taken uitvoert de kosten voor het beheer zwaarder op de budgetten voor bos- en natuurbeheer drukken. 7.6 Baten Houtopbrengsten vullen de reserve en zijn direct besteedbaar voor bos- en natuurbeheer om met name de cyclische werkzaamheden te bekostigen. De houtopbrengsten zorgen voor instandhouding van de reserve voorziening. Daarnaast vinden enkele doorrekeningen plaats vanuit andere budgetten omdat de maatregelenpakketten direct of indirect ook van meerwaarde is voor het desbetreffende beheer.
Zo vinden er doorrekeningen plaats vanuit waterbeheer ten aanzien van de begrazing in met name waterbergingen en waterbuffers die naast een ecologische waarde ook een waterbergende functie hebben.
Pagina 45 van 57
Ook kan een doorrekening plaats vinden vanuit de budgetten voor stedelijke begrazing op de (binnenstedelijke) ecologische voorzieningen die veelal onderdeel uitmaken van deze begrazingsgebieden. In onderstaande tabel worden de baten weergegeven die, naast de inzet van de boomploeg, zorgen voor een besparing op de budgetten voor bos- en natuurbeheer en voor instandhouding van de reserve. Enkel de houtopbrengsten kunnen overgeheveld worden naar de reserve. Tabel 11: Batenoverzicht bos- en natuurbeheer. Besteedbare baten Baten uit houtoogst per jaar
€ 11.500
Baten uit doorrekeningen waterbeheer:
€ 6.500
Baten uit doorrekeningen stedelijke begrazing:
€ 2.500
Totaal besteedbare baten:
€ 20.500
Daarnaast wordt de exploitatie gedekt door de baten die binnen komen uit SNL subsidies. De lopende SNL subsidie beschikking betreft ongeveer € 33.500 euro op jaarbasis. Deze is dus niet effectief besteedbaar of een besparing op de normkosten. 7.7 Conclusies De reguliere jaarlijkse kosten passen binnen het besteedbaar exploitatiebudget. Mede door de SNL subsidies (die dekking geven aan de exploitatiebudgetten) en de houtopbrengsten (die de reserve vult) is het bos- en natuurbeheer redelijk kostenneutraal en zelfvoorzienend. Met de Reserve wordt voorzien in de vijfjaarlijkse cyclische kosten. In onderstaande tabel is het effectieve saldo en geplande afroming van de reserve weergegeven. Tabel 12: Verantwoording uitgaven op reserve Bos- en natuurbeheer
Omschrijving Huidige saldo reserve: Jaarlijkse storting houtopbrengst Saldo reserve na 5 jaar Cyclische onttrekking elke 5 jaar Saldo na onttrekking Vermindering reserve elke 5 jaar Uitputting reserve na 3 cyclische onttrekkingen
Bedragen € 175.000 € 11.500 € 232.500 € 105.000 € 127.500 € 47.500
Reeds 30 jaar geleden is ingezet op het verhogen van natuurwaarden in de oorspronkelijke voor de mijnbouw aangelegde naaldbossen. Het economisch rendement van naaldhout ligt echter hoger dan het rendement uit loofbossen. Door de omvorming naar meer natuurlijke bossen zal daardoor op termijn het rendement teruglopen. In de combinatie met het beheer van de natuurterreinen, waar geen sprake is van economisch rendement maar wel kosten worden gemaakt, zal daardoor de reserve langzaam teruglopen. De cyclische kosten bedragen 5-jaarlijks € 105.000 euro. Een deel daarvan wordt gedekt door de benoemde baten en inzet van de eigen buitendienst. In resterend benodigd budget wordt voorzien vanuit de reserve waardoor de reserve uitput in 15 a 20 jaar. De horizon van de uitputting van de reserve ligt op dit moment te ver weg om hier nu besluitvorming over te vragen. De uitputting van deze reservevoorziening wordt in het volgende beheerplan herijkt.
Pagina 46 van 57
Een belangrijk te benoemen risico is wel dat bovenstaande uitgaat van een structurele inzet van de eigen boomploeg zonder dat de kosten daarin door vertaald worden in de budgetten voor bos- en natuurbeheer. Ook een vermindering van de SNL subsidies of doorrekeningen kan van invloed zijn op een eerdere uitputting van de reserve. Ook een verhoging van kosten door meer inzet van de Bosgroep Zuid Nederland op de operationele taken binnen de organisatie van het beheer kan extra drukken op de kosten.
Pagina 47 van 57
8
Organisatie beheer
8.1
Huidige beheerorganisatie
De organisatie van het beheer kan worden ingedeeld in operationele werkprocessen (die met name gericht zijn op onderhoud) en duurzaam planmatig beheer. Daarbij zijn verschillen rollen en taken belegd die een schakel vormen in de werkprocessen. In dit hoofdstuk worden die rollen en verantwoordelijkheden omschreven om een zo efficiënt, duurzaam en planmatig beheer te voorzien. 8.1.1 Huidige werkprocessen De werkprocessen richten zich met name op de interne en externe rol en taakverdeling. De beoogde huidige werkprocessen hierin worden onderstaand omschreven. Beheerder (Cluster BOR binnen) De beheerder bos en natuur houdt zich met verschillende taken bezig. Deze taken zijn onder te verdelen in planmatig beheer en operationeel beheer. Tussen planmatige en operationele beheertaken vindt daar waar noodzakelijk uitwisseling plaats met Bosgroep Zuid Nederland om ontwikkelingen af te stemmen en waar mogelijk gebruik te maken van expertise. Het onderhoud van bos en natuur is deels weggezet in meerdere deels integrale contracten bijvoorbeeld de begrazingscontracten. De beheerder voorziet in de opdrachtvoorbereidingen en heeft operationele afstemming over de werkzaamheden met de opzichter. Opzichter Bos en Natuur (Cluster BOR buiten) De opzichter bos en natuur heeft leiding over de operationele opdrachten en taken binnen de arealen bos en natuur.
Met de beheerder wordt jaarlijks een werkplan opgesteld waarin de taken en kosten binnen de diverse maatregelpakketten worden uiteengezet. De opzichter ziet toe op de planning, uitvoering en oplevering van de werkzaamheden. Daarnaast stuurt hij direct de eigen buitendienst, met name de boomploeg, aan als het gaat om taken binnen het bos en natuurareaal. Directievoerder (Cluster BOR buiten) De (interne) directievoerder is een onafhankelijk contractbeheerder ten aanzien van de (meerjarige) onderhoudscontracten die zijn aangegaan met bepaalde bedrijven. De directievoerder is aanspreekpunt voor de opzichter ten aanzien van de uitvoering en naleving van de contractuele verplichtingen en is verantwoordelijk voor de financiële afhandeling. Goede directievoering op de diverse integrale onderhoudsbestekken is uitermate belangrijk, zowel vanuit de gewenste en gevraagde kwaliteit als vanuit de financiële verantwoording over betaalde werkzaamheden. Vanuit meerdere overwegingen (capaciteit, transparantie, scheiding van taken en verantwoordelijkheden) is het van belang dat directievoering niet door een beheerder wordt gedaan maar door een onafhankelijk persoon. Sinds 2019 is er, in lijn met de overige contracten, en vanuit een stukje uniformiteit, voor gekozen de directievoering intern te beleggen. Daarvoor was de directievoering belegt bij Bosgroep Zuid Nederland.