Bijlage_1-9_Beheerplan_Bos_en_natuur_2023-2032
Tekst van het document
Beheerplan Bos & Natuur 2023 – 2032
Gemeente Roermond Postbus 900 6040AX Roermond
Verantwoording
Titel
:
Beheerplan Bos en Natuur
:
Gemeente Roermond
Datum
:
Maart 2023
Auteur(s)
:
Frank Janssen (BOR)
, Pagina 2 van 57
Inhoudsopgave
Samenvatting ................................................................................................................................5 1 1.1 1.2
Inleiding.........................................................................................................................7 Aanleiding en doelstellingen .........................................................................................7 Leeswijzer .....................................................................................................................8
2 Areaal............................................................................................................................9 2.1 Omvang areaal .............................................................................................................9 2.2 Beheerkaarten ............................................................................................................13 2.2.1 Thematische kaarten..........................................................................................................14 3 3.1 3.2 3.3
Specifiek beleid en wetgeving.....................................................................................15 Wet- en regelgeving....................................................................................................15 Beleid ..........................................................................................................................17 Certificering .................................................................................................................19
4 4.1 4.2 4.3
Toekomstvisie .............................................................................................................21 Visie ............................................................................................................................21 Speerpunten ...............................................................................................................22 Doelen.........................................................................................................................23
5 5.1 5.2
Kwaliteit.......................................................................................................................25 Visueel ........................................................................................................................25 Technisch....................................................................................................................26
6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6
Huidige situatie ...........................................................................................................29 Huidige visuele kwaliteit..............................................................................................29 Huidige technische kwaliteit........................................................................................30 Actualiteiten ................................................................................................................33 Toekomstige ontwikkelingen.......................................................................................34 Huidige budgetten.......................................................................................................35 Conclusies ..................................................................................................................36
7 Onderhoudsscenario’s ................................................................................................37 7.1 Algemeen....................................................................................................................37 7.1.1 Betekenis voor bos en natuur .....................................................................................37 7.2 Maatregelenpakketten ................................................................................................38 7.3 Reguliere onderhoudskosten (jaarlijks).......................................................................42 7.4 Incidentele kosten .......................................................................................................43 7.4.1 Meerjarig onderhoud (cyclisch)..................................................................................43 7.4.2 Achterstand in onderhoud...........................................................................................43 7.4.3 Vervangingen en renovaties .......................................................................................44 Grootschalige renovaties............................................................................................................44 Kleinschalige renovatie ...............................................................................................................44 7.5
Uitvoering ....................................................................................................................44
, Pagina 3 van 57
7.6 7.7
Baten...........................................................................................................................45 Conclusies ..................................................................................................................46
8 8.1 8.1.1 8.1.2 8.1.3 8.2
Organisatie beheer .....................................................................................................48 Huidige beheerorganisatie ..........................................................................................48 Huidige werkprocessen...............................................................................................48 Planmatige beheertaken .............................................................................................50 Operationele beheertaken ..........................................................................................51 Toekomstige beheerorganisatie..................................................................................54
9 9.1
Conclusies ..................................................................................................................56 Verschillen 2017 – 2022 .............................................................................................56
Pagina 4 van 57
Samenvatting
In het beheerplan worden onderstaande 5 kernvragen beantwoord. Welk areaal maakt onderdeel uit van dit beheerplan? Bossen, natuurterreinen en landschapselementen in de vorm van natuurpoelen, houtwallen, singels en struweelbosjes maken onderdeel uit van dit beheerplan. Waar streven we naar in ons bos- en natuurbeheer en wat zijn daarbij de kaders? Gestreefd wordt naar een recreatief, duurzaam en klimaatbestending bos en natuurareaal. Houtproductie is geen doel op zich maar staat ten gunste van de speerpunten Natuurwaarde, recreatie en beleving én een klimbaatbestendig, duurzaam en vitale bossen en natuurgebieden. Dit streven we na door te sturen op de kwaliteiten die bepalend worden geacht in het volstaan in de visie en speerpunten. Dit kan opgedeeld worden in visuele en technische kwaliteitseisen. Visueel wordt gestreefd naar een kwalitatief areaal dat divers is en een hoge belevingswaarde heeft. Karakteristieke eigenschappen krijgen daarbij extra aandacht. Soortenrijkdom is een ander belangrijk item. De FSC en SNL kaders zijn daarbij leidend in het beheer. Technisch wordt gestreefd naar een vitaal areaal dat soorten- en leeftijdsdivers is. De voorzieningen moeten functioneel en veilig zijn. Hoe verhoud dat zich tot de huidige situatie? De huidige situatie van de natuurarealen wordt gedefinieerd als voldoende tot goed. Er wordt voldaan aan de SNL natuurdoeltype.
Op sommige terreinen is een kwaliteitsverbetering mogelijk. De in het vorige beheerplan vastgestelde omvormingsdoelen zijn grotendeels behaald. Er is een verdere doorontwikkeling haalbaar door het optimaliseren van de natuurwaarde om kwalitatief nóg betere habitatten te creëren voor de diverse doelsoorten. De bossen zijn soortendivers en er is voor 75% voorzien in de gewenste omvorming naar ongelijkjarig loof- en naaldbos. Binnen dit gemengd bos is nog winst te behalen in de samenstelling tussen loof en naaldbos. Daarbij dient gestuurd te worden op de aanplant van rijk strooiselsoorten. De landschapselementen worden structureel onderhouden en zijn functioneel en veilig. Bij de poelen wordt door structurele monitoring en onderhoud gestuurd op de gewenste doelsoorten. De technische kwaliteit van de bos- en natuur arealen wordt omschreven als voldoende. De arealen zijn vitaal, veilig en toegankelijk en er wordt voldaan aan de SNL doelstellingen. Voorzieningen zijn functioneel en veilig. Voor enkele voorzieningen is geen structureel beheer georganiseerd waardoor deze voorzieningen een beheerachterstand hebben. Wat is nodig om het areaal duurzaam in stand te houden en hoe beheren we het areaal? Het areaal kan duurzaam in stand gehouden worden op nul kwaliteit. Een laatste omvorming kan plaats vinden binnen de huidige maatregelenpakketten.
Pagina 5 van 57
Binnen de natuurarealen zijn er kansen om in extra kwaliteitsimpulsen te voorzien. De kwaliteitsimpulsen worden binnen het reguliere beheer opgepakt óf er wordt aangehaakt op (provinciale) subsidies of projecten. De voorzieningen kunnen binnen de huidige maatregelenpakketten sober en doelmatig in stand gehouden worden. Ten aanzien van de ecologische voorzieningen dient een achterstand weggewerkt te worden door het Roermondse beheerareaal in beeld te brengen en op te knappen. Hoe verhouden de kosten zich tot de beschikbare budgetten? De geraamde commerciële kosten voor instandhoudingbeheer op nul- kwaliteit zijn fors hoger dan de beschikbare budgetten. Door inzet van de eigen boomploeg worden de effectieve kosten sterk gereduceerd. De kostenreductie door inzet van de boomploeg ten opzichte van de geraamde commerciële kostenprijzen zit op ongeveer 60%. De exploitatiebudgetten kunnen daarmee voorzien in het structurele reguliere beheer. Door de houtopbrengsten te reserveren binnen de reserve bos en natuur kan 3 en 5-jaarlijks in de cyclische kosten worden voorzien. De reservevoorziening wordt hierdoor in de komende 15 jaar uitgeput. Ten aanzien van de achterstanden in met name de (technische) voorzieningen is incidenteel budget noodzakelijk om tot een 0- situatie te komen die duurzaam in stand gehouden kan worden binnen de beschikbare budgetten.
Hoe organiseren we dat? Het operationeel beheer organiseren we binnen de eigen bezetting. De bezetting is hier momenteel voldoende voor op orde. Dit kan de komende jaren, mede door uitstroom vanwege pensionering veranderen. Streven blijft echter wel om in specifieke kennis en kunde te blijven voorzien binnen de eigen bezetting. We worden daarbij desgewenst ondersteund en voorzien van specifieke expertise door Bosgroep Zuid Nederland. Deze inzet is mogelijk vanuit de beheerovereenkomst die is aangegaan met deze corporatie waarvan de gemeente Roermond lid is. Bosgroep Zuid Nederland zal daarmee een sobere rol spelen in het operationele beheer maar richt zich binnen het beheer met name op de monitoring en afhandeling van de SNL subsidie en FSC certificering. Verder heeft het een belangrijke rol in de regionale aansluiting van de gemeente Roermond. Deze aangepaste werkwijze zal de komende tijd in een addendum op de lopende overeenkomst worden vastgelegd. Het operationele beheer wordt grotendeels uitgevoerd door commerciële vaktechnische bedrijven. Daarnaast wordt de eigen boomploeg ingezet binnen diverse maatregelpakketten waarmee zij een belangrijke (kostendrukkende) bijdrage hebben op het beheer. We kunnen daarmee het beheer op nul-kwaliteit efficiënt en duurzaam organiseren binnen de beschikbare budgetten.
Wel wordt geconstateerd dat diverse toekomstige ontwikkelingen daarop een, vooralsnog onvoorzien, effect kunnen hebben. We proberen het bos- en natuur areaal zo weerbaar- en wendbaar mogelijk in te richten op hierop te kunnen anticiperen.
Pagina 6 van 57
1
Inleiding
1.1 Aanleiding en doelstellingen Voor u ligt het nieuwe beheerplan Bos en Natuur voor de gemeente Roermond. Dit beheerplan maakt onderdeel uit van de beheerplannen reeks voor het uitvoeren van het beheer en onderhoud van de gehele openbare ruimte. Voor begrippen, definities en overige zaken geldend voor alle beheergroepen wordt verwezen naar het algemene deel uit deze reeks. In onderstaande tabel is de opbouw van de reeks weergegeven. Groen gearceerd is de locatie van het beheerplan Bos en natuur in de reeks weergegeven. Tabel 1: Plaats in beheerplannenreeks Beheerplannenreeks
Titel
Deel 1
Algemeen
Deel 2
Verhardingen
Deel 3
Kunstwerken
Deel 4
Riolering
Deel 5
Havens & Waterpartijen
Deel 6
Verkeer
Deel 7
Groen & Bomen
Deel 8
Bos & Natuur
Deel 9
Reiniging
Deel 10
Verlichting
Deel 11
Inrichtingselementen
Deel 12
Spelen
Deel 13
Begraafplaatsen
Deel 14
Sportlocaties
Deel 15
Kunstobjecten
Deel 16
Ondergronds
In 2016 is door Bosgroep Zuid Nederland, in opdracht van de gemeente Roermond, een beheerplan en beheerovereenkomst met rol en taakverdeling opgesteld. Gedurende de afgelopen jaren is een nieuwe vorm van samenwerking tot stand gekomen met Corporatie Bosgroep Zuid Nederland, waarvan de gemeente Roermond lid is. Op basis van de beheerovereenkomst van destijds, waarin de Bosgroep een meer operationele en regisserende rol had, is het beheerplan destijds in het format van de Bosgroep geschreven. Om meer uniformiteit aan de diverse beheerplannen te geven én om het beheerplan meer een operationeel beheerplan te laten zijn is er in de actualisatie van 2022 voor gekozen om de grofmazige uitgangspunten en doelstellingen van het beheerplan 2022 aan te houden maar om, in aansluiting op de overige beheerplannen, dezelfde informatie op te nemen in het beheerplan.
Pagina 7 van 57
Om die reden is bij de actualisatie van dit beheerplan verder gegaan dan enkel het evalueren en actualiseren maar is er ook een verdiepende en concretere invulling aan het beheer gegeven. De beheerplannen zijn een gedetailleerde uitwerking per beheergroep vanuit de in de Kadernota Beheer opgestelde kaders. Het opstellen van de nieuwe kadernota beheer en de bijbehorende beheerplannen maakt deel uit van het project DIBOR (Doorontwikkeling Integraal Beheer Openbare Ruimte). De beheerplannen hebben tot voornaamste doelen: 1. Het in beeld brengen van het areaal. 2. De te verwachtte kosten voor beheer en onderhoud in de komende jaren 3. Het kwaliteitsniveau waaraan het beheer moet voldoen relateren aan de verschillende gedefinieerde onderhoudsscenario’s 4. De inrichting en toekomstvisie van het beheerproces. 1.2 Leeswijzer Het beheerplan begint met een omschrijving van het areaal (hoofdstuk 2), waarna het relevante beleid en de wet- en regelgeving specifiek voor spelen wordt omschreven (hoofdstuk 3). Daarnaast wordt in hoofdstuk 4 een visie en met doelstellingen opgesteld. Vervolgens wordt ingegaan op de huidige kwaliteit en het op dit moment beschikbaar zijnde budget voor instandhouding van het areaal (hoofdstuk 5).
In hoofdstuk 6 wordt aandacht geschonken aan de opgestelde onderhoudsscenario’s in de gemeente en wordt aangegeven of de theoretisch benodigde budgetten voldoende zijn om te voldoen aan de eisen gesteld in de onderhoudsscenario's. In het laatste hoofdstuk wordt ingegaan op de organisatie van het beheer (hoofdstuk 8). Tot slot worden de verschillen met het oorspronkelijke beheerplan in hoofdstuk 9 weergegeven.
Pagina 8 van 57
2
Areaal
Het areaal van Bos en Natuur is vastgelegd in een digitale beheerkaart en bijbehorende opstandslegger. De beheerkaart en opstandslegger zijn thematisch opgebouwd en vormen het belangrijkste hulpmiddel in de voorbereiding, uitvoering en verantwoording van het beheer. In dit hoofdstuk worden de samenstelling, opbouw en totstandkoming van het areaal en de verschillende kaartlagen en eventuele thema’s nader toegelicht. 2.1
Omvang areaal
Het gehele areaal bevind zich in het structuurgebied “buiten” en wordt grofweg ingedeeld in bos- en natuurgebieden met een specifiek karakter en in een specifieke omgeving. Peildatum van de arealen is 2022. 2.1.1 Deelgebieden Roermond kent diverse omgevingen met natuur. Dit kunnen solitairen elementen zijn met een natuurlijk / gebiedseigen karakter óf grotere aaneengesloten gebieden met meerdere type arealen. De belangrijkste deelgebieden (qua grootte) worden in onderstaand weergegeven. Tabel 2: Arealen per structuurgebied Deelgebieden
Som van ha
Percentage
Bisschopskamp
25,95
8,41%
Breidberg
21,40
6,94%
De Bosberg
106,64
34,56%
de Lanck
26,96
8,74%
Hattem
17,32
5,61%
Het Veen
14,18
4,60%
Kerkebroek
12,17
3,94%
Spik
20,91
6,78%
Wandelpark
10,44
3,38%
2.1.2 Type areaal Het areaal wordt grofweg in 3 type areaal ingedeeld. Onderstaand worden deze type gedefinieerd. Bossen Een aaneengesloten eenheid van bomen met oeverbegroeiing > 1000 m2. Natuur Areaal met veelal kruidachtige of heide vegetatie zonder overmatige houtige opstanden. Landschapselementen Solitaire, voor het landschap kenmerkende elementen in de vorm van een poel of ( meestal lijnvormige) houtopstand met een combinatie van bomen en oeverbegroeiing <1000 m2.
Pagina 9 van 57
Tabel 3: Arealen per Type Type
Som van ha
Percentage
Bos
166,19
53,86%
Landschapselement
42,49
13,77%
Natuur
99,87
32,37%
Eindtotaal
308,55
100,00%
Figuur 1: Aandeel per Type
2.1.3 Provinciale ambitietype en SNL-doelstellingen Belangrijk uitganspunt in het bos- en natuurbeheer is het vinden van aansluiting op de omgeving en regio. Bos en natuur en het beheer ervan houdt namelijk niet op bij de gemeentegrenzen. De provincies zijn gebiedsregisseur voor het landelijk gebied. Zij brengen de betrokken partijen bij elkaar die zorgen voor het beleid en de uitvoering van natuur- en landschapsbeheer. De provincies bepalen tevens welke doelen ze willen realiseren en met welke middelen zij dit doen. Belangrijk uitgangspunt voor het bos- en natuurareaal in Roermond is het provinciaal Natuurbeheerplan (NBP) en de daarin vastgestelde geambieerde natuurbeheertype ofwel Ambitietype. In het NBP begrenzen en beschrijven provincies de gebieden waar beheerders subsidie kunnen krijgen voor het beheer en de ontwikkeling van natuur, agrarische natuur en landschapselementen. Via het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL) verlenen de provincies subsidie voor het behoud en de ontwikkeling van natuurgebieden en landschappen. De daarmee samenhangende SNL doelstellingen vormen de basis in het beheer en vragen daarom om een aparte kartering in het areaal.
De belangrijkste en meest voorkomende SNL doelstellingen in Roermond betreffen: - L01.01 Poel en klein historisch water - L01.02 Houtwal en houtsingel - N07.01 Droge heide - N12.01 Kruiden- en faunarijk grasland - N14.03 Haagbeuk- en essenbos - N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos - N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos
Pagina 10 van 57
De uitvoering van het beheer wordt ingestoken op de beheerrichtlijnen welke door de Unie van Bosgroepen zijn opgesteld in het kader van de SNL-certificering. Deze geven sturing en richting aan het operationeel beheer en vinden vertaling in de diverse beheercategorieën en maatregelenpakketten. 2.1.4 Beheercategorieën Om een meer operationele invulling en kartering te geven aan de verschillende beheerarealen, én om een koppeling te maken tussen de SNL doelstellingen en daarmee samenhangende maatregelenpakketten is er voor gekozen om de type arealen in te delen op beheercategorieën. Met de beheercategorieën wordt richting gegeven aan het beheer om invulling te geven aan de visies en doelstellingen t.a.v. SNL én kan een beeld gevormd worden van de huidige situatie én de doelstellingen. Een beheercategorie kan aansluiten op meerdere SNL doelstellingen. Vertaling in concrete uitvoering vind plaats in de maatregelenpakketten die in hoofdstuk 7 nader worden toegelicht. Per type areaal kunnen meerdere of verschillende beheercategorieën voorkomen. Er wordt onderscheid gemaakt in 9 verschillende beheercategorieën die als volgt worden gedefinieerd: Akker grasland: Kruidenrijke vegetatie die in stand gehouden wordt door de akker machinaal te bewerken. Heide: Schrale vegetatie. veelal in stand gehouden door landschapsbeheer middels schapenbegrazing.
Kruiden grasland: Natuur met een open karakter bestaande uit veelal kruidenrijke vegetatie die grotendeels in stand gehouden door landschapsbeheer middels schapenbegrazing. Landschappelijke beplanting: Houtwal, houtsingel of struweelbeplanting in een veelal lijnvormige structuur in een sterke samenhang met het omliggende landschap en haar functionaliteiten. Bestaande uit bomen met houtachtige onder begroeiing. Loofbos: Aangesloten houtopstand van meerjarige bomen en jonge onderbegroeiing bestaande uit overwegend loofbomen. Naaldbos: Aangesloten houtopstand van meerjarige bomen en jonge onderbegroeiing bestaande uit overwegend naaldbomen. Ongelijkjarig gemengd loof / naaldbos: Aangesloten houtopstand van meerjarige bomen en jonge onderbegroeiing bestaande uit een variatie van loof en naaldbomen van diverse leeftijden en soorten. Poel: Natuurlijk ontstane of gegraven laagtes, al dan niet met een historisch karakter, voor een specifieke doelsoort. Zodanig ingericht dat de omstandigheden geschikt zijn voor de voortplanting van diverse doelsoorten zoals kikkers, padden, salamanders en libellen.
Pagina 11 van 57
Tijdelijke natuur: Tijdelijk, op een natuurlijke wijze ingerichte gebieden, veelal in stand gehouden door landschapsbeheer middels runder- of schapenbegrazing. Tabel 4: Arealen per beheercategorie Beheercategorieën
Som van ha
Percentage
Akker grasland
5,84
Heide
25,10
8,13%
Kruidenrijk grasland
61,33
19,88%
Landschappelijke beplanting
20,70
6,71%
Loofbos
49,94
16,19%
Naaldbos Ongelijkjarig gemengd loof / naaldbos Poel Tijdelijke natuur Eindtotaal
1,89%
7,20
2,33%
128,82
41,75%
2,13
0,69%
7,48
2,43%
308,55
100,00%
Figuur 2: Aandeel per beheercategorie
Beheercategoriën Akker grasland
2%
1% 2%
Heide
8%
Kruidenrijk grasland
20%
Landschappelijke beplanting Loofbos
42%
Naaldbos 7%
16% 2%
Ongelijkjarig gemengd loof / naaldbos Poel Tijdelijke natuur
2.1.5 Overig areaal en voorzieningen Naast arealen met bepaalde eigenschappen zijn er ook voorzieningen aanwezig in de bossen en natuurgebieden die bijdrage aan onze visie en doelstellingen, toegankelijkheid en het gebruik van de bos en natuurarealen. Ecologische voorzieningen Ecologische voorzieningen zijn er op gericht om met name als faunavoorziening te voorzien in optimale leefomstandigheden voor bepaalde doelsoorten. Daarmee hebben deze voorzieningen een onlosmakelijke koppeling met het bos en natuur areaal. Het is vooral van belang in een functioneel en structureel instandhoudingsbeheer van deze voorzieningen te voorzien.
Pagina 12 van 57
Archeologische voorzieningen De archeologische voorzieningen zorgen voor beleving en zorgen voor een cultuurhistorische waarde. Het beheer dient er op gericht te zijn dat het archeologische bodemarchief niet beschadigd raakt door gebruik en / of begroeiing. Begroeiing mag niet diep wortelen en mag de bodemstructuur niet verstoren. Bodemerosie dient voorkomen te worden. De grondwaterspiegel mag niet gewijzigd worden. In het geval van bodemwerkzaamheden dient een vergunning aangevraagd te worden bij het rijk (rijksmonumenten) of gemeente (gemeentelijke monumenten). Meubilair Dit kunnen banken en prullenbakken zijn maar bijvoorbeeld ook informatieborden en slagbomen. Beheer en onderhoud en budgetten is belegd binnen het beheerplan meubilair of wordt verzorgt vanuit andere beleidsmatige clusters. Meubilair dat een directe bijdrage leveren aan het beheer van bos en natuur areaal maken onderdeel uit van dit beheerplan. Terrein afscheidende rasters en toebehoren. Afrasteringen die een directe bijdrage leveren aan het beheer van bos en natuur areaal (zoals rasters en poorten rondom de begrazingsgebieden) maken onderdeel uit van dit beheerplan. Andere rasters, zoals bijvoorbeeld ecologische dassenrasters, maken onderdeel uit van het areaal ecologische voorzieningen. De zwartwild-kerende rasters maken ook geen onderdeel uit van dit beheerplan en worden beheerd door externe partijen.
Allen hebben direct of indirect raakvlak met het bos en natuur areaal en het beheer ervan. 2.2 Beheerkaarten De beheerkaart is het uitgangspunt voor de diverse thematische kaartlagen en zijn allen digitaal vastgelegd en beschikbaar. De punt-, lijn-, en vlakobjecten hebben in beginsel een vergelijkbare geografische structuur en opbouw. De vlak eigenschappen worden op attribuut niveau verwerkt in een achterliggende dataset (de opstandslegger). In 2022 heeft een herijking en digitalisering van deze dataset en kaartlagen plaatsgevonden en is er voor gekozen om het gegevensbeheer over te nemen van de Bosgroep en weer in eigen beheer te nemen om zo een concreet en zo actueel mogelijk gegevensbestand te verkrijgen. Ontsluiting gaat vanaf 2023 in GBI World plaatsvinden en zal ook online ontsloten worden om in het operationele beheer te kunnen gebruiken. We proberen daarmee in te spelen op een multifunctioneler en meer digitaal gegevensbeheer. Binnen de beschikbare informatie en kaartagen is onderscheid te maken tussen basiskaarten en thema kaarten. De diverse kaartlagen worden in onderstaande passage omschreven. 2.2.1. Omgevingsbeheer: Basiskaartlagen De basisbeheerkaarten geven de basisinformatie weer voor de bos- en natuur arealen. Gebiedskaart: Hierin zijn de verschillende deelgebieden zoals in paragraaf 2.1.1. uiteengezet opgenomen.
Typekaart: Hierin zijn de 3 verschillende type areaal weergegeven zoals in paragraaf 2.1.2. uiteengezet. Natuurbeheertypekaart Het (geambieerde) natuurbeheertype wordt op afdelingsniveau vastgelegd. Hierbij wordt de provinciale systematiek aangehouden. De begrenzing binnen het natuurbeheerplan is aangeduid op twee kaarten, de beheertypenkaart en de ambitiekaart. Op de beheertypenkaart staat de actuele natuursituatie voor het (agrarisch) natuurbeheer. Op de ambitiekaart staat de
Pagina 13 van 57
ambitie van de provincies voor de (agrarische) natuur. Subsidie is alleen mogelijk voor de beheertypen van de Index Natuur en Landschap die in het Natuurbeheerplan zijn begrensd en vastgesteld.
SNL beheerkaart Hierin zijn vakken en afdelingen weergegeven, waarop een SNL doelstelling is vastgesteld en waarop subsidie verkregen wordt zoals in paragraaf 2.1.3. uiteengezet. Beheerkaart Hierin zijn beheercategorieën weergegeven zoals in paragraaf 2.1.4. uiteengezet. 2.2.1 Thematische kaarten De thematische kaartlagen zijn allen gebaseerd op één of meer kenmerken welke zijn opgenomen in de beheerkaart of geven een specifieke eigenschap van een bepaald type of categorie weer. Meestal aansluitend op een bepaalde specifieke maatregel of thema. Maatregelenkaart Vertaling van de beheercategorieën vind plaats in maatregelenpakketten. Deze geven informatie over de grofmazige beheeracties. In deze kaartlaag zijn de maatregelenpakketten die van toepassing zijn op de diverse vakken weergegeven en vormen de basis voor diverse opdrachtverstrekkingen. Dit geeft een grofmazig beeld van de type werkzaamheden die in de gebieden plaats vinden om invulling te geven aan de beheerrichtlijnen. Soortensamenstellingskaart Variatie in het areaal wordt mede bepaald door de soortensamenstelling van de bosarealen. De soortensamenstelling en hoofdboomsoorten zijn in 2022 opnieuw bepaald en worden in deze themakaart weergegeven. Archeologische monumentenkaart In het landelijk gebied zijn veel archeologische- en oorlogsmonumenten aanwezig.
Geschiedenis is onlosmakelijk verbonden met het bos en natuurareaal en het de recreatieve waarde ervan. De archeologische monumenten zijn opgenomen in het digitale gegevensbeheersysteem en zijn op afdelingsniveau opgenomen en gerelateerd aan de diverse vakken uit de beheerkaart.
Pagina 14 van 57
3
Specifiek beleid en wetgeving
Bij de voorbereiding en uitvoering van het beheer wordt rekening gehouden met certificeringen, relevante wet- en regelgeving en vigerend beleid. In onderstaande afbeelding is overzichtelijk weergegeven welk wetgeving, beleid en certificering betrekking heeft op het beheer.
• Gemeente: • Structuurvisie kwaliteitsbijdrage • Ecologische structuurkaart • Dassenbeleidsplan • Duurzaamheidsvisie • Groenvisie • Omgevingsvisie • Kap- en compensatie regeling
Certificering
• Wet Natuurbescherming • Omgevingsverording 2014 • Zorgplicht en aansprakelijkheid (Burgerlijk wetboek) • Wet gewasbeschermings middelen en biociden • EU-houtverordening • Erfgoedwet • Erfgoedverordening 2018 • Met ingang van de omgevingswet komen ook de volgende provinciale beleidsstukken te gelden: • Omgevingsverordering 2021
Beleid
Wetgeving
Figuur 3: Gerelateerd wetgeving en beleid
• FSC® • SNL
• Provincie: • Natuurprogramma 2023 2030 • Limburgse aanpak bossen • Programma landschap • POL2014 • Met ingang van de omgevingswet komen ook de volgende provinciale beleidsstukken te gelden: • POVI (Provinciale omgevingsvisie)
3.1 Wet- en regelgeving In de volgende paragraaf worden bovengenoemde wetten en beleidsstukken uiteen gezet en wordt aangegeven op welke manier zij van invloed zijn op dit beheerplan. Wet natuurbescherming: De Wet natuurbescherming is een samenvoeging van: - Natuurbeschermingswet 1998; - Flora en faunawet; - Boswet. In de Wet natuurbescherming is de bescherming van gebieden, zijnde Natura 2000 gebieden geregeld. De bescherming van plant- en diersoorten is hierin vastgelegd en de bescherming van bossen. Bij de voorbereiding en uitvoering van beheermaatregelen is het van belang om rekening te houden met wettelijk beschermde flora- en fauna en archeologische monumenten. Binnen de wet bestaat de mogelijkheid om met Gedragscodes te werken. Wanneer volgens een (goedgekeurde) gedragscode gewerkt wordt, dan wordt voldaan aan de zorgplicht. Het is hiermee
Pagina 15 van 57
niet nodig om voor activiteiten die binnen de Gedragscode vallen telkens een individuele ontheffingen/vergunningen aan te vragen bij de Provincie. Binnen de gemeente Roermond wordt met goedgekeurde gedragscodes gewerkt in het operationele beheer. Voor de gemeentelijke bos en natuurterreinen betreft dit de gedragscode natuurbeheer.
Omgevingsverordening 2014 / 2021: In de omgevingsverordering staan de regels van de provincie hoe om te gaan met arealen die vallen binnen de begrenzing van de provincie. In de wet natuurbescherming heeft de Provincie de verantwoordelijkheid over nagenoeg alle groene taken en regelgeving. Om die verantwoordelijkheid goed te kunnen uitvoeren is de Omgevingsverordening Limburg 2014 op de onderdelen bossen, faunabeheer, tegemoetkoming bij faunaschade, soortenbescherming en Natura 2000 opgenomen in hoofdstuk 3 van de Omgevingsverordening 2014. Met ingang van de omgevingswet zal de omgevingsverordening van 2021 in werking treden. Zorgplicht en aansprakelijkheid (burgerlijk wetboek): Met name risicomanagement en zorgplicht t.a.v. de openstelling en recreatieve waarde is van toepassing op de gemeentelijke bos en natuurterreinen. Het areaal dient te allen tijden schoon, heel en veilig te zijn en als beherende instantie ben je vanuit de zorgplicht ervoor verantwoordelijk om alles in het werk te stellen om hierin te voorzien en de veiligheid te borgen. Visual Tree Assesment (VTA) is daarbij ten aanzien van veiligheid het voornaamste middel om in deze zorgplicht te voldoen. De gemeente heeft als beheerder en eigenaar een wettelijke zorgplicht met als doel een veilig en vitaal bomenbestand. De VTA boomcontrole is een landelijk (juridisch) geaccepteerde vorm van boomcontroles.
De doelstelling is vitaliteit en veiligheid van bomen in beeld te brengen, vast te leggen en te waarborgen. Belangrijk is regelmatig te controleren en te registreren en op basis van de bevindingen maatregelen te nemen. Op deze wijze blijven bomen veilig en vitaal en worden schades en aansprakelijkheidstelingen zo veel mogelijk voorkomen. Uitgangspunt bij de VTA in onze bossen is een driejaarlijkse VTA op de geselecteerde randen en lanen die direct grenzen aan recreatieve paden en intensief gebruikte arealen. Uitgangspunt daarbij is de handleiding van het VBNE. In 2023 worden de te controleren gebieden gedigitaliseerd en worden de monitoringsgegevens per ronde verwerkt in een digitale kaartlaag zodat informatie ook digitaal kan worden verwerkt. Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden: Een ieder is verplicht op zorgvuldige wijze om te gaan met gewasbeschermingsmiddelen, biociden, de daarbij behorende werkzame stoffen. Die zorgvuldigheid houdt in ieder geval in, dat een ieder, die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten gevaar ontstaat of kan ontstaan voor een mens, voor een dier of voor planten waarvan de instandhouding gewenst is, voor planten die aan anderen toebehoren, voor de bodem of voor het water, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten, tenzij dat in alle redelijkheid niet van hem kan worden gevergd.
Vanuit zorgplicht zijn beherende instanties verantwoordelijk om in ieder geval alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hen kunnen worden verwacht nadelige gevolgen te voorkomen of te beperken. Binnen het gestelde verbod zijn diverse uitzonderingen gesteld. Veelal plantsoorten die anders niet of zeer moeilijk te bestrijden zijn. Zoals Japanse duizendknoop, Hemelboom, Reuzenberenklauw, Kweek en Amerikaanse vogelkers.
Pagina 16 van 57
Belangrijkste uitgangspunt in het gebruik van al dan niet toegestane middelen is de door Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden(CTGB) uitgegeven toelatingslijst. Voor onkruidbeheer gebruikt de gemeente zeer beperkt, en enkel in uitzonderlijke gevallen, gewasbeschermingsmiddelen. Enkel als daar, in het belang van de natuurontwikkeling zwaarwegende argumenten voor zijn en bijvoorbeeld regulier (rooi)werk niet tot het gewenste resultaat leidt. Uitzonderingen zijn hardnekkige onkruiden die zeer moeilijk handmatig of machinaal blijvend te verwijderen zijn. EU-Houtverordening: Een onderdeel van het gemeentelijk bosbeheer is het, op basis van selectieve uitkap en dunning, uitzagen/ kappen van hout. De gemeente Roermond exploiteert dit hout zelf. Om te voorkomen dat er illegaal gekapt hout op de markt gebracht wordt, dient de gemeente te voldoen aan de eisen uit de Europese houtverordening. Deze verordening borgt dat de herkomst van de aangeboden producten in beeld is en legaal is. Door te werken met gerenommeerde bosexploitatiebedrijven wordt hierin voorzien. De gemeente Roermond verkoopt het hout dat wordt verkregen uit de bossen aan deze bedrijven. Zij brengen het hout vervolgens op de markt. Op basis van een houtverkoopcontract met de betreffende partij en een registratie op basis van uitlossingsformulieren wordt voorzien in de gestelde eisen.
Erfgoedwet en erfgoedverordening: De archeologische monumenten zijn beschermd op basis van de Erfgoedwet (archeologische rijksmonumenten), dan wel op basis van de Erfgoedverordening 2018 van de gemeente. De controle op de aanwezigheid van archeologische monumenten vindt plaats op afdelingsniveau. In het geval er één of meer archeologische monumenten worden aangetroffen dan wordt het monumentnummer en de controledatum opgeslagen in de attribuutgegevens van het object. In het operationeel beheer wordt hier rekening mee gehouden. 3.2 Beleid In het bos- en natuurbeheer is met name provinciaal beleid kaderstellend. Daarnaast zijn er gemeentelijke beleidsplannen of visies waarmee rekening gehouden dient te worden. 3.2.1. Provinciaal beleid
Sinds 2014 is de provincie verantwoordelijk voor vrijwel het gehele natuur- en landschapsbeleid. De provincie is met name, conform het Decentralisatieakkoord Natuur, verantwoordelijk voor het voldoen aan de Europese natuurrichtlijnen en de Europese Landschapsconventie (verdrag van Florence) voor zover de door het Rijk verstrekte budgetten dat mogelijk maken. Een en ander is vertaald in provinciaal beleid en regelgeving. De belangrijkste kaders worden gesteld in het Natuurprogramma 2023-2030, Limburgse aanpak bossen en het Programma Landschap. Alle programma’s hanteren de 4 B’s: Behoud, bevorderen, beheer en beleving. Centraal in het provinciaal natuurbeleid staat het behoud en de versterking van de biodiversiteit binnen een natuur inclusieve samenleving. Natuurprogramma 2023-2030: Binnen het natuurprogramma wordt ingezet op een robuuste natuur, Limburg natuur inclusief en Limburgers voor groen.
Pagina 17 van 57
Limburgse aanpak Bossen Binnen de Limburgse aanpak Bossen wordt ingezet op een gezond, toekomstbestendig en groter bosareaal, dat een aantal belangrijke maatschappelijke functies naar behoren kan vervullen. Programma landschap Het Programma Landschap past de hierboven genoemde 4 B’s toe op het Limburgse landschap. Provinciale Omgevingsvisie(POVI)
Op 25 oktober 2021 is de Provinciale omgevingsvisie vastgesteld (POVI). De POVI is vanaf dat moment het overkoepelende beleidsmatige uitgangspunt gaan vormen. Het vervangt daarmee onder andere de POL2014. De POVI vormt de lange termijn visie van Limburg. Hierin zijn drie hoofdopgaven geformuleerd: o Een aantrekkelijk, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; ▪ In stedelijk c.q. bebouwd gebied; ▪ In landelijk gebied; o Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); o Klimaatadaptatie en energietransitie. 3.2.2. Gemeentelijk beleid Naast kaderstellend provinciaal beleid zijn er diverse visies en beleidsstukken die aanhaken op het natuurbeheer en vragen om een inpassing. Structuurvisie kwaliteitsbijdrage De structuurvisie kwaliteitsbijdrage geldt voor rode ontwikkelingen buiten de bebouwingscontouren. Compensatie is daarbij vereist. Dit kan de initiatiefnemer zelf doen of middels een financiële bijdrage. De compensatiegelden die hierbij worden ingezet op kwaliteitsbijdrages. Deze acties en middelen maken geen onderdeel uit van dit beheerplan maar kunnen in een extra kwaliteitsbijdrage in het te beheren areaal vormen. Duurzaamheidsvisie In het beheer wordt zo veel als mogelijk aangesloten op de duurzaamheidsgedachte die in de duurzaamheidsvisie voor Roermond is vastgelegd.
Via het beheerplan bos en natuur wordt ingezet op versterking van de natuur en het groen in de zin van verbetering van de kwalitatieve aspecten en, waar mogelijk, uitbreiding van areaal. Daarnaast is de natuur en het groen toegankelijk voor onze inwoners en is het streven om samen met onze inwoners een “bruikbare groene buitenruimte” te creëren (denk daarbij ook aan voedselbossen, circulaire en eetbare groene ruimte). Groenvisie De groenvisie zegt met name iets over het stedelijk gebied en is daarmee niet heel relevant voor operationeel beheer. Echter worden hier wel het Roerdal, Swalmdal en Maasnielderbeek genoemd als belangrijke groene structuren die beschermd moeten worden. Deze groenstructuren staan ook in sterke verbinding met het bos en natuurareaal. Gemeentelijk omgevingsvisie De nieuwe omgevingsvisie omvat de gemeentelijke lange termijn visie en ambities. Hierin wordt ook aandacht besteed aan het buitengebied. Op 1 januari 2024 treedt (naar verwachting) de Omgevingswet in werking. Het is dan voor de gemeente ook verplicht om een omgevingsvisie op te stellen voor het hele grondgebied. De gemeente Roermond is daar mee bezig en in juni 2022 heeft de ontwerp omgevingsvisie ter inzage gelegen.
Pagina 18 van 57
Bij opstellen van dit beheerplan wordt de omgevingsvisie Roermond gereed gemaakt voor behandeling door de gemeenteraad. De onderhoud- en beheerplannen dragen bij aan de doelen uit de gemeentelijke omgevingsvisie. In de omgevingsvisie zijn enkele kernopgaven benoemd. De beheerplannen voor bos- en natuurbeheer dragen met name bij aan de volgende kernopgaven: • Kernopgave 4: De gezonde en veilige stad • Kernopgave 7: De duurzame stad; klimaat en duurzaamheid • Kernopgave 8: De schoonheid van stad en ommeland In het verlengde van de duurzaamheidsvisie, groenvisie en omgevingsvisie is klimaatadaptatie een belangrijk onderwerp dat terugkomt in diverse visievormende beleidsdocumenten. De 3 hoofdthema’s voor klimaatadaptatie zijn droogte, wateroverlast en hitte. Voor de eerste twee is het beleid vastgelegd in het GRP en het Waterketenplan. Ecologische structuurkaart Deze kaart betreft een momentopname en is in principe enkel beeldvormend en geeft geen vastgestelde (beleids-)kaders. De kaart stelt geen kaders ten aanzien beheermaatregelen voor het bos- en natuurbeheer. Dassenbeleidsplan In het Dassenbeleidskaart heeft de gemeente zich uitgesproken over het feit dat het de populatie aan dassen in stand wil houden. Dit kan van invloed zijn op het te beheren bos- en natuurareaal.
Kap en compensatieregeling In principe is de wet natuurbescherming leidend in de kap- en compensatieregelingen. De gemeentelijke kap- en compensatieregeling kan aanvullende kaders stellen. 3.3 Certificering Naast beleidsstukken die kaderstellend zijn voor het beheer zijn er binnen het bos- en natuurbeheer enkele certificeringen die kaders stellen voor het beheer. FSC Certificering De bossen van de Gemeente Roermond zijn FSC®-gecertificeerd via het groepscertificaat van de Unie van Bosgroepen. Met name in de kap en exploitatie wordt hiermee rekening gehouden. Bij deelname aan de FSC® valt in principe het volledige areaal aan bosbezittingen onder de certificering met een beperkte keuzevrijheid; grotere aaneengesloten stukken bos met een productiedoelstelling moeten als geheel opgenomen worden. Terreinen anders dan bos, zoals natuurterreinen en landschapselementen, kunnen buiten de FSC® gelaten worden. Omwille van duidelijkheid wordt op afdelingsniveau vastgelegd of deze onder de FSC®-certificering valt. SNL subsidiestelsel (Natuurbeheerplan) De provincie Limburg wil de natuurwaarden in haar gebieden graag behouden en verder ontwikkelen. Het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL) geeft de voorwaarden aan om in de provinciaal vastgestelde doelen te voorzien.
Provincies geven met dit stelsel subsidie voor het behoud en de ontwikkeling van (agrarische) natuurgebieden en landschappen. Het maakt daarin onderscheid tussen ambitietype en beheertype. Ambitietypen: In het Natuurbeheerplan zijn de ambities t.a.v. nieuw aan te leggen of verder te ontwikkelen natuur vastgelegd. Waar mogelijk wordt bij de uitvoering van het reguliere beheer rekening gehouden met de uitgesproken ambitie en voorkomende aandachtsoorten. Voor de realisatie hiervan stelt de Provincie, in aanvulling op de budgetten voor regulier beheer,
Pagina 19 van 57
subsidies beschikbaar. De ontwikkeling van nieuwe natuur valt in principe buiten de reikwijdte van dit beheerplan. Beheertypen: De uitvoering van het beheer is voor zover mogelijk gebaseerd op de beheertypenkaart van de Provincie Limburg. In de SNL beheerkaart in bijlage 6b zijn de beheertypen op afdelingsniveau opgenomen. Het instandhoudingsbeheer is gebaseerd op de beheerrichtlijnen zoals die door Bosgroep Nederland, in opdracht van de provincie, zijn opgesteld om richting te geven aan het beheer. Wanneer voldaan wordt aan de doelstellingen, dan wordt subsidie verstrekt. In de opstandslegger is op vakniveau aangegeven welke doelstellingen zijn vastgesteld. Voor een beschrijving van de regio en de gewenste ontwikkelingsrichting wordt naar de stimuleringsplannen Midden Limburg Oost en West verwezen. Bosgroep Nederland is één van de gecertificeerde partijen voor het aanvragen van SNLbeheersubsidies. Als lid van deze corporatie voorzien zij in de beschikking en doorvertaling van dit SNL subsidiestelsel richting haar leden en vormt dit een van de belangrijkste taken binnen de beheersovereenkomst tussen gemeente Roermond en de Bosgroep. Monitoring van de SNL doelstellingen, audit en sturing hierin wordt ook door de Bosgroep verzorgt voor haar leden.
Pagina 20 van 57
4
Toekomstvisie
4.1 Visie De Gemeente Roermond heeft voor haar bossen, natuurterreinen en landschapselementen voor de periode 2017-2026 een visie en heldere doelen vastgesteld. Deze zijn in 2023 herijkt. 4.1.1. Visie en doelen Dit vertaald zich in de volgende visie van dit beheerplan: Vertaling van deze visie wordt als volgt concreter per terreintype omschreven. Natuur:
‘Het beheer van de bos- en natuurterreinen is gericht op het versterken van de recreatieve aantrekkingskracht, door de huidige natuurwaarden te versterken en te ontwikkelen, biodiversiteit te verhogen en cultuurhistorische waarden beleefbaar te maken. Hierbij wordt rekening gehouden met de klimatologische ontwikkelingen en streven wij naar een klimaatbestendig en duurzaam areaal. Houtproductie is geen doel op zichzelf, maar staat ten dienste van de hierboven genoemde doelen.’
Binnen de natuurterreinen streven wij naar het behalen van de SNL doelstellingen en sturen we met name op diversiteit in doelsoorten. Daarbij zetten we, wanneer mogelijk, extra stappen voor het verhogen van de biodiversiteit van onze natuurgebieden. Dit doen wij bijvoorbeeld door het benutten van (provinciale) subsidies. Bossen: Binnen de bossen wordt gestreefd naar een klimaatbestendig, ongelijkjarig loof- en naaldbos. Het streven is om toe te werken naar een groter percentage loofhout in onze bossen. Het naaldhout is noodzakelijk als economische drager van het bos. Wanneer naar 100% loofhout gestreefd zou worden, dan zou dit betekenen dat oude, gezonde dennen (tussen 60 en 90 jaar) hiervoor gekapt zouden moeten worden. Dit achten wij niet wenselijk. Landschapselementen: Ten aanzien van de landschapselementen streven wij naar structuren en elementen die passen in de omgeving. Aangezien landschapselementen zich vaak in een omgeving bevinden waar meerdere belangen spelen wordt hier rekening mee gehouden en is het functionele aspect hierin, naast de natuur- en gebiedseigen waarde, van belang. Zo wordt bijvoorbeeld rekening gehouden met het agrarische belang, recreatieve functionaliteit en het natuurbelang.
Pagina 21 van 57
4.2 Speerpunten Om richting en structuur te geven aan het proces en het uiteindelijke beheer, wordt de beheervisie nader geconcretiseerd aan de hand van een drietal speerpunten (in willekeurige volgorde):
A - Natuurwaarde B - Recreatie en beleving C - Duurzaam, vitaal en klimaatbestendig bos en natuur(beheer) Deze speerpunten vormen de belangrijkste kaders en uitgangspunten in de afwegingen die in het beheer gemaakt dienen te worden. De belangrijkste uitgangspunten binnen deze thema’s worden onderstaand uiteen gezet. Binnen het bos- en natuurbeheer en daarmee samenhangende beheermatregelen wordt continu gezocht naar een balans ten aanzien van deze drie thema’s om te komen tot een toegankelijk en beleefbaar areaal met hoge natuurwaarde en die wendbaar en weerbaar is richting de toekomst. Natuurwaarde: Een gevarieerd en aantrekkelijk bos- en natuur areaal wordt grotendeels bepaald door de natuurwaarde van het bos. De mate van natuurwaarde heeft daarmee een duidelijke samenhang met de recreatieve waarde van de arealen. De SNL doestellingen vormen zoals eerder benoemd het belangrijkste kader hierin. Door binnen de diverse beheermaatregelen continu te monitoren en te sturen streven we naar een maximale natuurwaarde zonder daarbij de functionele- en veiligheidsaspecten uit het oog te verliezen.
Op sommige plekken krijgt optimalisatie van natuur de volledige aandacht en/of mag de natuur zijn gang gaan. Op andere plekken wordt naar een juiste combinatie van natuurwaarde en recreatiewaarde gezocht. Recreatie en beleving: De bossen en natuurgebieden in Roermond zijn open gesteld en voor eenieder toegankelijk. Er lopen diverse soorten routes doorheen en er wordt voorzien in thematische informatievoorziening. Middels onze beheermaatregelen proberen we enerzijds de recreatieve meerwaarde en beleving te borgen en zorgen we anderzijds voor een toegankelijk en veilig areaal zodat optimalisatie van de natuurwaarde én de beleefbaarheid en toegankelijkheid van deze waarde hand in hand kunnen gaan. We focussen ons op een aantrekkelijk, schoon, veilig en bovenal gevarieerd bos en natuur areaal. Duurzaam, vitaal en klimaatbestendig bos- en natuur(beheer): Bos- en natuurontwikkeling is een continu proces en heeft een onomstotelijke samenhang met, en wordt mede bepaald door, de klimatologische ontwikkelingen. De laatste jaren is gebleken dat het beheer van het bos- en natuur areaal en de daarmee samenhangende acties niet altijd voorspelbaar en/of planbaar zijn. Stormen of droogte kunnen plotseling voor een andere koers van beheer zorgen dan vooraf gepland. De gemeente Roermond is van mening dat het in het bos- en natuurbeheer ook goed is om enigszins volgend
Pagina 22 van 57
te zijn op de ontwikkelingen die plaatsvinden in de natuur en de klimatologische, vooraf niet te voorspellen, invloeden. Om toch enigszins te kunnen sturen op beheer en budgetten wordt binnen de diverse beheermaatregelen zoveel als mogelijk geanticipeerd op deze invloeden. Een gevarieerd bos(en natuur) areaal is daarbij het belangrijkste uitgangspunt om de bos en natuurterreinen wendbaar en weerbaar te maken tegen de invloeden van moeder natuur. 4.3 Doelen De Gemeente Roermond heeft ervoor gekozen haar beheer thematisch in te vullen. Hierbij is gekozen om de doelen en doelstellingen aan te laten sluiten op de eerder genoemde speerpunten: Natuurwaarde, recreatie en beleving en Duurzaam, vitaal en klimaatbestendig bos- en natuur(beheer). Bij de uitvoering van het beheer in de Gemeente Roermond kunnen de speerpunten zoals weergegeven in de onderstaande tabel nader worden geconcretiseerd in operationele doelstellingen die in het dagelijks operationele beheer uitganspunt en kaderstellend kunnen zijn In onderstaand overzicht staan de belangrijkste doelstellingen per speerpunt aangegeven. Vertaling hiervan vind plaats in de werkzaamheden en projecten van het jaarlijkse werkplan. Figuur 4: operationele doelen
Doelen A.
B.
Natuurwaarde
Recreatie en beleving
1.
Flora
2.
Fauna
3.
Bossen
De ontwikkeling van korte vegetaties is in belangrijke mate afhankelijk van de groeiplaats. De aanwezige korte vegetaties worden beheerd overeenkomstig het betreffende beheertype met het oog op behoud en waar mogelijk ontwikkeling van aanwezige potenties. Het beheer is gericht op een positieve ontwikkeling van de in Gemeente Roermond voorkomende fauna. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelsoorten die bij de beheertypen benoemd worden en de soorten die voor Roermond uniek zijn. Bestaand areaal wordt zo veel mogelijk (duurzaam) in stand gehouden met inachtneming dat andere beheervormen wenselijk kunnen zijn. Aanleg structuurrijke bosranden op overgangen Op overgangen naar open agrarisch landschap worden op plekken die daartoe aanleiding geven structuurrijke en gevarieerde bosranden gecreëerd. Aanleg geschied alleen wanneer de bosranden middels natuurlijk successie kunnen ontstaan.
4.
Natuurterreinen
Bestaand areaal wordt zo veel mogelijk (duurzaam) in stand gehouden op basis van de SNL doeltype. Nadruk op aandachtsoorten: Bij de voorbereiding vindt een screening op aandachtsoorten plaats (zie bijlage 2 bij deze beheervisie). Waar mogelijk worden maatregelen ten faveure van de aandachtsoorten uitgevoerd.
1.
Veiligheid
Er wordt gestreefd naar een veilige situatie voor bezoekers van de terreinen in eigendom van de Gemeente Roermond.
Pagina 23 van 57
2.
Beleefbaarheid
Het beheer is erop gericht de bossen en natuurterreinen, inclusief bijbehorende cultuurhistorie, op een voor bezoekers veilige manier ‘beleefbaar’ te maken.
3.
Toegankelijkheid
Het areaal moet ten allen tijden veilig toegankelijk zijn.
Historische kernidentiteit
Het is belangrijk de onderlinge relaties tussen de cultuurhistorische objecten te benadrukken. Evenals de historische en landschappelijke processen door de tijd heen.
Gebiedsgerichte benadering
Het eigendom kent een grote differentiatie. Op plekken die daartoe aanleiding geven worden deze kenmerken benadrukt.
1.
Duurzaamheid
Streven naar een situatie die in zowel praktische als economische zin duurzaam te handhaven is waarbij het beheer gestoeld is op de principes voor duurzaam bosbeheer van het FSC®.
2.
Integrale benadering
Het beheer van de bossen en natuurterreinen wordt integraal en planmatig benaderd, aansluitend op de klimatologische ontwikkelingen.
Uniform beheer
Het beheer wordt zoveel mogelijk geüniformeerd waarbij karakteristieke elementen, en ontwikkelingen in het areaal niet uit het oog verloren worden.
Social return
Bij de uitvoering van maatregelen in het kader van de beheerovereenkomst wordt waar mogelijk gebruik gemaakt van lokale en regionale organisaties en bedrijven uit het sociaal-maatschappelijke veld.
Klimaatbestendigheid
Het bos wordt op een dusdanige manier ingericht en beheert dat het klimaatbestendig en veerkrachtig en weerbaar is richting toekomstige klimatologische ontwikkelingen.
Verjonging
De focus van de bosverjonging op de omvorming van voormalige productieopstanden met vnl. exotische naaldhoutsoorten naar meer natuurlijke bosvormen passend bij de groeiplaats en het geambieerde beheertype.
4.
5. C.
Duurzaam, vitaal en klimaatbestendig bos en natuur (beheer)
3.
4.
5.
6.
Pagina 24 van 57
5
Kwaliteit
De visuele – en de technische kwaliteit van arealen en voorzieningen is onlosmakelijk met elkaar verbonden. Hiertussen is een sterke verwevenheid. In de gemeentelijk bos- en natuurterreinen is de visuele kwaliteit met name bepalend in de aantrekkelijkheid van het areaal en is de technische kwaliteit met name bepalend in de veiligheid en beleefbaarheid en gebruiksvriendelijkheid van het areaal. 5.1
Visueel
De visuele kwaliteit van bos en natuurareaal heeft voornamelijk betrekking op de thema’s beleving en natuurwaarde. Het zegt iets over hoe de burger de natuur in Roermond ervaart. De visuele kwaliteit en het streven naar die kwaliteit wordt in Roermond bepaald op 3 niveaus: type areaal, de natuurdoeltype en de kwaliteit ten aanzien van de belangrijkste speerpunten. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt in kwaliteitsniveaus zoals die bijvoorbeeld in het beheerplan groen en bomen wordt gehanteerd. 5.1.1. Type areaal Kwaliteiten gedefinieerd worden voor de drie type areaal. Bossen We streven naar een ongelijkjarig, gemengd loof- naaldbos (OGLN). Uiteindelijk streven we naar 80% gemengd bos met een verhouding van 70% loofhout en 30% naaldhout. De overige 20% van ons bosareaal mag bestaand uit 100% (beekbegeleidend) loofbos. Hierbij worden zo veel als mogelijk rijk strooisel soorten toegepast. Bossen met een groot percentage naaldhout hebben slechte bodemomstandigheden. Naalden zijn slecht afbreekbaar, waardoor de bodemvruchtbaarheid vaak slecht is. Rijk strooisel soorten hebben goed afbreekbaar bladstrooisel. Door rijk strooisel soorten toe te passen in de bossen neemt de bodemvruchtbaarheid toe. Hier profiteren de bossen van en zorgt voor kwalitatieve bossen.
Aan de buitenrand van de bossen wordt steeds meer aandacht besteed aan het aanleggen van een struweelzone door middel van het ontwikkelen van een bosrand. Dit is een waardevolle toevoeging aan het ecosysteem. Deze overgangszones herbergen vaak een hoge biodiversiteit. In Nederland is maar weinig oud bos en bos in verval aanwezig. De bossen van Nederland bestaan vooral uit jong bos en bos van middelbare leeftijd. In oude bossen bevinden zich andere plant- en diersoorten dan in jongere bossen. In onze bossen, en het beheer ervan, laten we ons hierin vooral leiden door de natuur. Bomen sterven door droogte, letterzetter of dennenscheerder. Wanneer bomen sterven, dan wordt bekeken of het dood hout kan blijven staan/liggen. Daarnaast is een ongelijkjarig en divers bos aantrekkelijker om in te recreëren, heeft het een positieve ecologische bijdrage én is klimaatbestendig en weerbaar. Natuur: Een divers natuurareaal dat met name bestaat uit een kruidenrijke vegetatie waarin verbossing geen kans krijgt heeft een positieve bijdrage op de natuurwaarde en recreatieve waarde van het bos en natuur areaal in Roermond. Een diversiteit aan arealen zorgt er daarnaast voor dat
Pagina 25 van 57
habitatten zijn voor alle gewenste doelsoorten. Kwaliteit zit hem in deze terreinen dus met name in een diversiteit van type begroeiing en terreineigenschappen. Dit biedt variëteit in de landschapstype in Roermond en is daardoor ook aantrekkelijker om in te recreëren. Landschapselementen Landschapselementen in de vorm van houtwallen, houtsingels en struweelbosjes vormen een kenmerkende structuur in de overgangsgebieden tussen het stedelijk gebied en het bos- en natuurareaal in het buitengebied. De kwaliteit uit zich met name in duidelijke kenmerkende elementen behorende bij het omliggende landschap die structuur en begeleiding aan de omgeving geven. Daarnaast is een veilig en vitaal landschapselement, direct grenzend aan een functionele openbare ruimte van belang voor de beleving en om een veilige openbare ruimte te borgen. Landschapselementen in de vorm van poelen kenmerken zich door kwalitatieve habitatten voor diverse doelsoorten. De inrichting en het beheer is dan ook gericht op optimale situatie voor een bepaalde doelsoort. Het geeft daarnaast variatie aan het landschap. In sommige gevallen dient een landschapselement in de vorm van een poel of waterberging ook een functioneel belang door een waterhuishoudende functie. In dat geval zit kwaliteit in openheid, volume en bereikbaarheid van de poel. 5.1.2.
Natuurdoeltype Kwaliteit uit zich ook in de doestellingen ten aanzien van de provinciale SNL natuurdoeltype. De kwaliteitsomschrijving per natuurdoeltype is terug te vinden op www.bij12.nl . De belangrijkste uitgangspunten en kaders in het beheer zijn omschreven in de Ambitietype en de SNL doeltype. 5.2 Technisch De technische kwaliteit van bos en natuur heeft voornamelijk betrekking op de thema’s functioneel, vitaal en veilig. Structureel instandhoudingsbeheer is daarbij essentieel 5.2.1. Vitaal areaal Een vitaal bos is cruciaal om het bos duurzaam in stand te houden, de recreatieve en ecologische waarde te behouden en het bos veerkrachtig en weerbaar te maken. Een vitaal bos uit zich in een soortendivers bos met verschillende leeftijden en een juiste mix van loof en naaldsoorten. De beheermaatregelen en daarin te maken keuzes zijn hierin bepalend. Verjonging en omvorming is daarbij van groot belang. Vitaliteit wordt mede bepaald door een juiste soortensamenstelling en leeftijdsopbouw. Dit heeft met name betrekking op de bosarealen. Soortensamenstelling Kwaliteit in soortensamenstelling uit zich in een juiste balans tussen loof en naaldhout. Op relatief korte termijn streven we daarbij naar een verhouding van 60% loofhout en 40% naaldhout per vak binnen ons areaal. Op lange termijn streven we naar een verdeling van 70% loofhout en 30% naaldhout.
Soorten Bij het aandeel loof wordt zo veel mogelijk gewerkt met rijk strooisel soorten in de vorm van haagbeuk, winterlinde, esdoorn, boswilg, ratelpopulier en andere rijk strooisel soorten, omdat het bladstrooisel van deze soorten een gunstig effect heeft op de bosbodem. Hier profiteren ook de soorten van die geplant worden voor houtproductie. Wanneer de aanplant van rijk strooisel soorten kansrijk is, dan krijgen deze soorten voorrang vanwege het positief effect van de soorten op de bosbodem. Hoe hoger het percentage rijk
Pagina 26 van 57
strooiselsoorten, hoe hoger de kans op een kwaliteitsverbetering van de bodem. Dit maakt de bossen ook klimaatbestendiger. Waar de bodem hiervoor niet geschikt is, kan gebruik gemaakt worden van natuurlijke verjonging van berk om de bodemkwaliteit te verbeteren. Dit vind plaats op zeer arme groeiplaatsen. Boomsoorten die zich normaal later in de successie in het bos vestigen zijn bijvoorbeeld zomer/winterlinde, esdoorn, haagbeuk, eik en beuk. In het beheer wordt gestuurd op deze soorten middels selectieve uitkap en dunning. Voor de biodiversiteit is het toepassen van autochtoon plantmateriaal een belangrijk aandachtspunt in de borging van kwaliteit. Leeftijdssamenstelling Het streven is om de ingezette omvorming naar een ongelijkjarig loof en naaldbos door te zetten om aan de bovengenoemde kwaliteiten te voldoen. Er wordt gestreefd naar een ongelijkjarig gemengd bosareaal binnen de vakken, afdelingen én subafdelingen. Droog bos met productie wordt geleidelijk omgevormd naar dennen-, eiken- en beukenbos. Oude, vitale dennenbomen worden niet opgeofferd om de omvorming naar loofbossen te versnellen, enkel vanuit veiligheidsoogpunt. Deze bomen geven juist een extra kwaliteit aan het bos. Hier krijgt kwaliteit in hout de voorkeur boven soorten- en leeftijdsrijkdom. 5.2.2.