Bijlage 3 IHP Onderwijsaccommodaties.pdf
Tekst van het document
Referentie: 1308502-0040.3.0.
De school kent momenteel een normatieve overmaat van circa 600 m², deze ruimte worden ingezet voor het onderwijs. De sporthal van het dorp maakt onderdeel uit van de school.
Pagina 21 van 44
5.6. Vlodrop
5.7. Posterholt
Figuur 5.6 - St. Martinusschool, Vlodrop
Figuur 5.7 - Basisschool de Draaiende Wieken, Posterholt
Het gebouw van de St. Martinusschool dateert uit 1961 en is daarmee 60 jaar oud. Samen met de lage quickscanscore zorgt dit ervoor dat dit gebouw binnen 0-5 jaar toe is aan nieuwbouw/renovatie.
Het gebouw van basisschool De Draaiende Wieken dateert uit 1976 en is daarmee circa 45 jaar oud. Samen met de lage quickscanscore zorgt dit ervoor dat dit gebouw binnen 0-5 jaar toe is aan nieuwbouw/renovatie.
De eerste planvorming voor deze nieuwbouw is reeds opgestart en richt zich op een MFA (combinatie school, dorpshuis, sportfaciliteiten en een gemeenschappelijke huiskamer) op een andere locatie in het dorp. Het uitgangspunt is hierbij een vijfklassige school (gebaseerd op de huidige prognose) met een kleine ruimte voor groei, ook vanuit de multifunctionaliteit. Bij de nieuwbouw ziet men graag dat de samenwerking met Wee-Play wordt geïntensiveerd en daarnaast is er, ook vanwege laaggeletterdheid, behoefte aan een (school)bibliotheek in het gebouw. Het onderwijsconcept is in de maak. Bij de financiële doorrekeningen van de scenario’s zal er voor de volledigheid ook een scenario uitgewerkt worden van nieuwbouw op dezelfde locatie. Dit laatste met name om voorbereid te zijn op de mogelijke situatie dat de planvorming van een MFA op (korte) termijn niet haalbaar blijkt. Zoals beschreven in de ‘bouwstenen van beleid’, richten de duurzaamheidsambities zich op een schoolgebouw dat energieneutraal (ENG) en aardgasvrij is.
Momenteel zijn samenwerkingspartners breed aanwezig in de school, dit wordt ook als zeer wenselijk gezien voor het toekomstige scenario. Deze partners hebben reeds uitgesproken graag mee te willen in nieuwbouw. Er is nog niet concreet opgestart met de planvorming. Wel zijn de visie, de missie en het gewenste onderwijsconcept van de school inmiddels geformuleerd, Bewegend leren is hierin een speerpunt en daarmee de behoefte aan ruimte. Daarnaast hecht men waarde aan de samenwerking met de kindpartners (opvang, zorg etc.). De sporthal is aanwezig op een andere locatie en wordt beheerd door een stichting.
Referentie: 1308502-0040.3.0.
Ook hier geldt dat er vanuit de duurzaamheidsambities gestreefd wordt naar een schoolgebouw dat ENG en aardgasvrij is.
Pagina 22 van 44
5.8. Montfort
5.9. St. Odiliënberg
Figuur 5.8 - Basisschool De Hovenier, Montfort
Figuur 5.9 - Basisschool 't Kempke, St. Odiliënberg
Het gebouw van basisschool De Hovenier dateert uit 1989 en is daarmee 32 jaar oud. Samen met de gemiddelde quickscanscore zorgt dit ervoor dat dit gebouw binnen 5-10 jaar toe is aan nieuwbouw/renovatie. Ondanks dat dit gebouw niet direct aan de beurt is voor een (grootschalige) bouwkundige ingreep, behoeft het wel enige aandacht met betrekking tot het binnenmilieu. Dit is onder andere naar voren gekomen uit de onderzoeken die plaats hebben gevonden in het kader van COVID-19. Er wordt momenteel gekeken naar mogelijkheden om dit binnenmilieu voor de tijdelijkheid te verbeteren.
Het gebouw van basisschool ’t Kempke is in 2019 volledig gerenoveerd passend bij het onderwijsconcept. Samen met de hoge quickscanscore zijn er binnen de scope van dit IHP dan ook geen grootschalige bouwkundige ingrepen vereist. Dit gebouw is tijdens de recente renovatie aardgasvrij geworden en voorzien van 64 PV-panelen. Omdat vanwege de constructie een groter aantal PV-panelen niet haalbaar was, is het gebouw hiermee niet bijna energieneutraal (BENG).
De schoolbibliotheek bevindt zich momenteel in een tijdelijke unit naast het gebouw. In het toekomstige scenario wordt integraliteit daarvan als waardevol gezien. Momenteel bevindt zich ook de kinderopvang van Wee-Play zich in het gebouw (één lokaal). Elders in Montfort bevindt zich een grotere kinderopvanglocatie, hiermee wordt wel samengewerkt, maar niet fysiek. De gemeente is in overleg met deze kinderopvangorganisatie inzake het aanbod. De aanwezigheid van de sporthal wordt als prettig ervaren.
Referentie: 1308502-0040.3.0.
Kindpartners zijn breed vertegenwoordigd binnen het gebouw en dit wordt als zeer waardevol ervaren. Tegelijkertijd vormt dit een bedreiging die gemonitord dient te worden omdat kindpartners maar voor een paar jaar garant staan. De sporthal waar ’t Kempke gebruik van maakt ligt relatief ver van de school.
Pagina 23 van 44
5.10. Roerdalen
Figuur 5.10 - Overzicht scenario's
Referentie: 1308502-0040.3.0.
Pagina 24 van 44
5.11. Prioritering scenario’s
5.13. Samenwerking met kindpartners bij scenario’s
De in de vorige paragraaf omschreven scenario’s leiden tot de volgende prioritering op basis van quickscanscores, capaciteitsanalyse en afwegingscriteria:
Dit IHP duidt de vervangingsopgave voor de komende 20 jaar. Om voor de eerste 4 jaar de (financiële) opgave nog beter te kunnen duiden worden ook de opgaven voor de samenwerking met kindpartners op locatie voor deze termijn opgenomen.
Termijn 0-5 jaar 1. Vlodrop 2. Posterholt
St. Martinusschool (project is reeds in definitie-/ontwerpfase) De Draaiende Wieken
Termijn 5-10 jaar 1. Montfort
De Hovenier
Termijn na 20 jaar (buiten scope IHP) 1. Melick De Achtbaan 2. Herkenbosch De Berensprong 3. St. Odiliënberg ‘t Kempke
5.12. Interim-voorzieningen bij scenario’s Dit IHP duidt de vervangingsopgave voor de komende 20 jaar. Op basis van bovenstaande scenario’s is in hoofdstuk 7 een financiële vertaling opgesteld.
De bekostiging en definitieve realisatie van kindcentrum-functies in schoolgebouwen wordt in het uitvoeringsprogramma nader ingevuld. Het verwachte programma is: 1. St. Martinusschool: de verdere uitwerking van de samenwerking met kindpartners vindt plaats in het reeds lopende traject van de St. Martinusschool. In de MFA zal buitenschoolse opvang en kinderopvang aanwezig zijn. 2. De Draaiende Wieken: buitenschoolse opvang en kinderopvang zijn voor deze school ook onderdeel van de samenwerking. In het te starten traject zal dit verder worden uitgewerkt.
5.14. Samenwerking bibliotheek Roerdalen bij scenario’s Voor de scholen van het primair onderwijs in de gemeente Roerdalen is de samenwerking met de bibliotheek van groot belang. Dit belang wordt eveneens door de gemeente Roerdalen erkend. In dit IHP is geen aanvullend ruimtegebruik voor de bibliotheek opgenomen, in het uitvoeringsprogramma en bij de realisatie van projecten zal worden geduid hoe de bibliotheek onderdeel van de onderwijsruimten wordt.
Omdat de daadwerkelijke invulling van interim-voorzieningen zich op IHP-niveau lastig laat duiden worden deze voorzieningen niet verder behandeld in dit document. Na vaststelling van het IHP is er zicht op de fasering van de opgaven en kan er bij het uitvoeringsprogramma een plan worden gemaakt voor de tijdelijke huisvesting. Afhankelijk van de fasering kan er eventueel gebruik worden gemaakt van bestaande huisvesting en/of leegstand in scholen. De beschikbaarheid van (bouw)locaties speelt hierbij ook een wezenlijke rol.
Referentie: 1308502-0040.3.0.
Pagina 25 van 44
6.1.1 Resultaten IHP
6. Doelstellingen Klimaatakkoord Naar aanleiding van de doelstellingen zoals geformuleerd in het Klimaatakkoord is er voor het scholenbestand van de gemeente Roerdalen in het kader van dit IHP een analyse gedaan van de benodigde ingrepen om de CO2-uitstoot te verlagen om in 2030 en 2050 aan deze doelstellingen te voldoen. De doelstellingen zijn als volgt: Doelstelling CO2-reductie 2030 CO2-reductie 2050
Referentiejaar 1990 49,0%* 95,0%
Referentiejaar 2017 44,0% 94,5%
*Op basis van een uitspraak van de Europese Commissie wordt het streefdoel van 2030 mogelijk verhoogd naar 55% reductie. Mede vanwege het demissionair kabinet is de precieze uitwerking hiervan voor Nederland op dit moment nog niet duidelijk.
Wanneer deze ingrepen als resultaat van het IHP worden doorberekend leidt dat tot een verwachte CO2-reductie in 2030 van 74% ten opzichte van de uitstoot in 2017. Hiermee worden de doelstellingen uit het Klimaatakkoord voor 2030 ruimschoots behaald. De doelstelling voor 2050 vraagt echter ook in de termijn na 20 jaar nog om ingrepen aan de schoolgebouwen om tot de uiteindelijke doelstelling te komen. Indien de levensduur van De Berensprong en De Achtbaan op 40 jaar wordt gesteld en hier met dezelfde uitgangspunten als de ingrepen in het huidige IHP wordt gerekend, wordt de doelstelling voor 2050 naar verwachting tevens gehaald. Dit betekent namelijk dat deze gebouwen voor 2050 nog een grootschalige bouwkundige ingreep (renovatie of nieuwbouw) krijgen. Dit is iets waar de gemeente Roerdalen en de schoolbesturen bij de toekomstige herijking van het IHP rekening mee dienen te houden.
Dit betekent dat ten opzichte van de huidige CO2-uitstoot, representatief gesteld voor referentiejaar 2017, het einddoel per 2050 gesteld wordt op 94,5% CO2-reductie ten opzichte van dat referentiejaar. Voor 2030 is 44% reductie ten opzichte van 2017 door het rijk als doelstelling geformuleerd. Op basis van de verhoudingen voor de doelstelling per 2030 is de doelstelling per 2050 ten opzichte van 2017 bepaald.
6.1. Analyse CO2-reductie Op basis van de scenario’s zoals omschreven in hoofdstuk 5 en in lijn met de ambities van de gemeente Roerdalen en de schoolbesturen, zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd voor de berekening van de verwachte toekomstige CO2-uitstoot van de schoolgebouwen die binnen de scope van dit IHP zijn voorzien: • ’t Kempke: (met terugwerkende kracht) renovatie, aardgasvrij (2020). • St. Martinusschool: nieuwbouw ENG, aardgasvrij (2024). • De Draaiende Wieken: nieuwbouw ENG, aardgasvrij (2024). • De Hovenier: nieuwbouw ENG, aardgasvrij (2029).
Figuur 6.1 - Verwachte CO2-reductie ingrepen IHP 2021
In bijlage III is een portefeuilleoverzicht van de schoolgebouwen in de gemeente Roerdalen met betrekking tot deze CO2-doelstellingen opgenomen.
De schoolgebouwen van De Berensprong en De Achtbaan worden op 20-jarige leeftijd (respectievelijk 2025 en 2028) voorzien van duurzaam onderhoud, waarbij de Erkende Maatregelenlijst energiebesparing in acht wordt genomen (voor zover van toepassing).
Referentie: 1308502-0040.3.0.
Pagina 26 van 44
7. Financiële uitgangspunten en vertaling De in hoofdstuk 5 gepresenteerde scenario’s worden in dit hoofdstuk voorzien van een financieel kader. Er wordt eerst ingegaan op het kwaliteitsniveau en de demarcatie van de kosten. Vervolgens wordt de financiële vertaling voor onderwijshuisvesting (doorkijk komende 20 jaar) inzichtelijk gemaakt en wordt de investeringsopgave voor de 1e termijn verder uitgewerkt.
7.1. Kwaliteitsniveau In de nieuwbouw en renovatie van schoolgebouwen zijn verschillende kwaliteitsniveaus mogelijk. In afstemming met de schoolbesturen en de gemeente Roerdalen zijn in dit IHP drie niveaus opgenomen, zijnde: • Het wettelijk minimale kwaliteitsniveau waarvoor de gemeente zorgplicht draagt. • Basiskwaliteit, waarbij enkele aspecten ten behoeve van de toekomstbestendigheid van het schoolgebouw zijn meegenomen. • Extra kwaliteit, waarbij een aanvulling van deze aspecten met betrekking tot exploitatiegericht bouwen en het verhogen van het kwaliteitsniveau is opgenomen. Door de gemeente Roerdalen en de schoolbesturen is duidelijk de ambitie uitgesproken ten minste naar basiskwaliteit te streven. Indien het schoolbestuur een hogere bijdrage kan leveren is het streven de extra kwaliteit te benaderen.
7.1.1 Wettelijk minimum Een nieuwbouw school moet voldoen aan de diverse landelijke wetgeving en plaatselijke verordeningen, waaronder het Bouwbesluit. Onderdeel van het huidige wettelijk kader is het realiseren van een school die voldoet aan bijna energieneutraal (BENG) en aardgasvrij bouwen. De gemeente is verantwoordelijk voor het realiseren van een school conform Bouwbesluit. In tabel 7.1 is het kostenkengetal voor dit Wettelijk minimum weergegeven. Tabel 7.1 - Kostenkengetal wettelijk minimum Uitgangspunten Aantal leerlingen: Aantal leerlingen indien SBO: Uitgangspunt bouwlagen: Norm brutovloeroppervlak (bvo) [m²]: Resumé Totaal vaste kosten Kosten overige vaste kosten Kosten Frisse Scholen Kosten exploitatiegericht bouwen Kosten duurzaam bouwen Kosten verhogen kwaliteitsniveau Subtotaal: Prijsindicator Totale Kosten:
0%
100 62 1 703
200 130 1 1.206
300 199 2 1.709
400 267 2 2.212
€ 2.408 € € € € € € 2.408 € € 2.408
€ 2.254 € € € € € € 2.254 € € 2.254
€ 2.007 € € € € € € 2.007 € € 2.007
€ 1.955 € € € € € € 1.955 € € 1.955
Het Bouwbesluit en de verordening gaan echter uit van een ‘sober en doelmatig’ schoolgebouw dat een lage toekomstbestendigheid en een laag kwaliteitsniveau kent. Daarbij is BENG onvoldoende om de klimaatdoelstellingen van 95% CO2-reductie in 2050 te halen (zie bijlage III). In de hiernavolgende paragrafen en hoofdstukken is daarom de ambitie voor het kwaliteitsniveau van de betrokkenen in de gemeente Roerdalen verder uitgewerkt.
Referentie: 1308502-0040.3.0.
Pagina 27 van 44
7.1.2 Basiskwaliteit Vanwege de lage toekomstbestendigheid en het niet behalen van de klimaatdoelstellingen wanneer de wettelijk minimale kwaliteit wordt toegepast is het streven van de gemeente Roerdalen om schoolgebouwen (nieuwbouw) die vanaf nu gebouwd worden ENG (energieneutraal) en aardgasvrij te realiseren. Vanuit gezondheid en binnenklimaat is de ambitie uitgesproken om de kwaliteit van de schoolgebouwen op onderdelen te verhogen (Frisse Scholen) en deze ook zoveel als mogelijk flexibel uit te voeren. In gezamenlijk overleg is toegewerkt naar een definitie en uitwerking van de basiskwaliteit. Onderdeel van deze intentie is dat de schoolbesturen een (beperkte) financiële bijdrage leveren. De gemeente en de schoolbesturen sluiten daarbij aan bij de kwaliteitsstandaard van HEVO (zie bijlage V en onderstaand kader). In bijlage IV is het kostenkengetal voor basiskwaliteit bepaald middels de kostenconfigurator 20211. Tabel 7.2 geeft het kostenkengetal weer voor Basiskwaliteit.
Kwaliteitsstandaard Door HEVO is een onderzoek verricht naar de optimalisatie van de kwaliteit met inachtneming van de budgettaire kaders. De uitgangspunten en resultaten zijn in de werksessies gedeeld met schoolbesturen en gemeente. Gemeente en schoolbesturen hebben de intentie uitgesproken om zoveel als mogelijk tegemoet te komen aan deze kwaliteitsstandaard, deels afhankelijk van de bijdrage van het schoolbestuur. Binnen de basiskwaliteit is rekening gehouden met de kwaliteitsstandaard ten aanzien van Frisse Scholen, flexibel bouwen (geen dragende binnenwanden) in combinatie met ENG en aardgasvrij. Bij extra kwaliteit zijn exploitatieverlagende maatregelen toegevoegd in combinatie met het verhogen van de kwaliteit
Tabel 7.2 - Kostenkengetal basiskwaliteit Uitgangspunten Aantal leerlingen: Uitgangspunt bouwlagen: Norm brutovloeroppervlak (bvo)[m²]: Resumé Totaal vaste kosten incl. ENG Kosten ambitieniveau Kosten Frisse Scholen Kosten exploitatiegericht bouwen Kosten duurzaam bouwen Kosten verhogen kwaliteitsniveau Subtotaal: Prijsindicator Totale Kosten:
100 1 703
0%
€ € € € € € € € €
2.521 48 155 77 2.801 2.801
200 1 1.206
€ € € € € € € € €
2.366 44 136 77 2.623 2.623
300 2 1.709
€ € € € € € € € €
400 2 2.212
2.101 45 129 77 2.352 2.352
€ € € € € € € € €
2.048 44 125 77 2.294 2.294
Toelichting tabel: • De kostenconfigurator maakt onderscheid naar gebouwgrootte (aantal leerlingen). Onze ervaring leert dat het kostenkengetal van een kleine school hoger ligt dan van een grote school (schaalvoordelen). • Op basis van de ruimtebehoefteberekening volgens de verordening is het aantal m² bvo bepaald. • Het kengetal is opgedeeld naar vaste kosten (wettelijk minimum), toeslag voor het ambitieniveau (onderwijsvisie en esthetische kwaliteit), Frisse Scholen (extra kwaliteit) en verhogen kwaliteitsniveau (flexibel bouwen). • Voor de marktwerking en/of regiotoeslag houden we rekening met een prijsindicator die uitgaat van 0%.
(leerpleinen, zichtlijnen en flexibele wanden).
1 HEVO heeft de kostenconfigurator ontwikkeld. Dit is een actueel rekenmodel dat het kostenniveau
van een schoolgebouw kan bepalen, rekening houdend met de verschillende wet- en regelgevingen binnen de onderwijshuisvesting.
Referentie: 1308502-0040.3.0.
Pagina 28 van 44
7.1.3 Extra kwaliteit
7.1.4 Renovatie
Binnen het IHP is door de gemeente en schoolbesturen de intentie uitgesproken om de basiskwaliteit op onderdelen te verhogen. Beide partijen zien de meerwaarde van het verhogen van de kwaliteit ten gunste van de exploitatie en toekomst. Belangrijke afhankelijkheid voor het behalen van deze ambitie is de omvang van de bijdrage van de schoolbesturen.
Het streven is om ook bij renovatie de nieuwbouwkwaliteit zoveel als mogelijk te realiseren als volwaardig alternatief naast nieuwbouw (levensduurverlenging ten minste 25 jaar). Logischerwijs dienen deze investeringskosten projectspecifiek bepaald te worden en gelden dezelfde TCO-principes als bij nieuwbouw.
Het kwaliteitsniveau is op onderdelen opgehoogd ten opzichte van de basiskwaliteit: • Toeslag voor ambitieniveau in onderwijsconcept (leerpleinen e.d.). • Kosten voor exploitatiegericht bouwen (aluminium kozijnen, onderhoudsarme afwerkingen). • Kosten voor verhogen van de kwaliteit (onder andere zichtlijnen, flexibele wanden). In bijlage V is het kostenkengetal voor extra kwaliteit bepaald middels de kostenconfigurator 2021. Tabel 7.3 geeft het kostenkengetal weer voor Extra kwaliteit. Het kengetal is op onderdelen verhoogd vanuit extra kwaliteit, zie eerdere toelichting. Tabel 7.3 - Kostenkengetal extra kwaliteit Uitgangspunten Aantal leerlingen: Uitgangspunt bouwlagen: Norm brutovloeroppervlak (bvo) [m²]: Resumé Totaal vaste kosten Kosten ambitieniveau Kosten Frisse Scholen Kosten exploitatiegericht bouwen Kosten duurzaam bouwen Kosten verhogen kwaliteitsniveau Subtotaal: Prijsindicator Totale Kosten
Referentie: 1308502-0040.3.0.
100 1 703
0%
€ € € € € € € € €
2.521 169 155 48 179 3.072 3.072
200 1 1.206
€ € € € € € € € €
2.366 159 136 44 149 2.854 2.854
300 2 1.709
€ € € € € € € € €
2.101 164 129 46 138 2.578 2.578
400 2 2.212
€ € € € € € € € €
2.048 160 125 45 130 2.508 2.508
Binnen dit IHP is de afweging tussen renovatie en nieuwbouw voor de scholen uit de eerste fase niet aan de orde of nog niet gemaakt. Om het financiële kader niet te krap te stellen is daarom als uitgangspunt voor de kosten van renovatie gerekend met nieuwbouw.
7.2. Bijdrage schoolbestuur De schoolbesturen zien het als hun maatschappelijke plicht om een bijdrage te leveren aan de projecten van het IHP volgens de principes van Total Cost of Ownership (TCO) door extra kwaliteit te realiseren of exploitatieverlagende maatregelen te treffen. Dit geldt voor zover mogelijk binnen de beperkingen van het investeringsverbod. Hierbij maken schoolbesturen gebruik van de vergoeding voor materiële instandhouding die zij ontvangen van het rijk. De extra kwaliteit wordt bijvoorbeeld gefinancierd vanuit een verwacht exploitatievoordeel (op energiekosten) gedurende een deel van de levensduur van het gebouw en een besparing op onderhoud aan het bestaande gebouw voorafgaand aan een nieuwbouwopgave (besparing op investeringen in het lopende meerjarenonderhoudsplan). Per project zal in overleg tussen gemeente en schoolbestuur besproken worden in hoeverre het schoolbestuur de mogelijkheden heeft om te investeren en welke specifieke kwaliteitsverbeteringen zij ambiëren en/of mogelijk zijn met de betreffende financiële middelen. In het haalbaarheidsonderzoek wordt de omvang van de bijdrage onderbouwd (exploitatieberekeningen) en vastgesteld en geoormerkt aan de exploitatieverlagende maatregelen. Schoolbesturen hebben aangegeven de bijdrage bij aanvang van de investering in één keer te zullen inbrengen.
Voor de verdeling van de kosten naar gemeente en schoolbestuur is binnen het IHPproces een verkenning gemaakt van de bijdrage van het schoolbestuur voor het nastreven van de basiskwaliteit en extra kwaliteit. De bijdrage van de gemeente voor basiskwaliteit of extra kwaliteit is gelijk. Wanneer het schoolbestuur meer dan 5%
Pagina 29 van 44
bijdraagt, wordt daarmee ook het kwaliteitsniveau opgehoogd (extra kwaliteit). In de volgende paragrafen zijn de kostenkengetallen gebruikt als rekenvoorbeeld voor het IHP, in de haalbaarheidsonderzoeken worden de werkelijke kosten inzichtelijk gemaakt.
7.2.1 Basiskwaliteit In tabel 7.4 is de basiskwaliteit op onderdelen uitgesplitst en verdeeld naar bijdrage gemeente en bijdrage schoolbestuur. Tabel 7.4 - Kostenkengetallen basiskwaliteit Leerlingenaantal PO Bvo Bouwbesluit 2015
100 703 €
Toeslag ambitieniveau
€
85
€
80
€
82
€
80
Aanvullende kosten ENG
€
113
€
112
€
94
€
93
2.408
200 1206 € 2.254
300 1709 € 2.007
400 2212 € 1.955
Kosten Frisse Scholen
€
78
€
68
€
65
€
63
Flexibel bouwen
€
39
€
39
€
39
€
39
Gemeente: basiskwaliteit
€
2.722
€
2.552
€
2.286
€
2.229
In % van totaal
96%
96%
96%
Daarbij zijn onderstaande uitgangspunten gehanteerd: • Voor basiskwaliteit wordt uitgegaan van een minimale bijdrage van circa 5% vanuit de schoolbesturen. • Het streven om een energieneutraal en aardgasvrij gebouw te realiseren kan worden toegeschreven aan de gemeente. • Kosten voor flexibel bouwen (geen dragende wanden) om zo de toekomstbestendigheid te borgen heeft voor zowel schoolbestuur als gemeente voordelen (gedeelde kosten). • Binnen de kwaliteitsstandaard is per thema inzichtelijk gemaakt welk niveau nagestreefd moet worden als optimale balans in prijs en kwaliteit. Het verhogen van dit kwaliteitsniveau (gezonde onderwijsomgeving) wordt gezien als een gezamenlijk belang (gedeelde kosten).
96%
Toeslag ambitieniveau* Kosten Frisse Scholen
€
78
€
68
€
65
€
63
€
39
€
39
€
39
€
39
Schoolbesturen: extra kwaliteit
€
116
€
107
€
103
€
101
In % van totaal
4%
Totale Kosten
€
Kosten exploitatiegericht bouwen* Kosten verhogen kwaliteit* Flexibel bouwen*
Referentie: 1308502-0040.3.0.
4% 2.838
€
4% 2.659
€
4% 2.389
€
2.330
Pagina 30 van 44
7.2.2 Extra kwaliteit
7.3. Prijspeil, risico’s bouwkosten en andere randvoorwaarden
In tabel 7.5 is de extra kwaliteit op onderdelen uitgesplitst en verdeeld naar bijdrage gemeente en bijdrage schoolbestuur.
De investeringsniveaus voor het onderwijs zijn bepaald op prijspeil 1 januari 2021, inclusief btw. Niet opgenomen zijn: eventuele kosten of baten van grondverwerving of grondexploitatie bij vrijkomende terreinen. Daarnaast is de financiële vertaling nog exclusief: • Indexering. • Sloopkosten. • Tijdelijke huisvesting. • Voorfinanciering kinderopvang en overige partners (structureel gebruik). • Locatie specifieke kosten (infrastructurele voorzieningen). • Afschrijving boekwaarden. • Stikstof- en PFAS-problematiek. • Bijkomende kosten voor interne en/of externe ondersteuning.
Tabel 7.5 - Kostenkengetallen extra kwaliteit Leerlingenaantal PO
100
200
300
400
Bvo
703
1206
1709
2212
Bouwbesluit 2015
€
2.408
€
2.254
€
2.007
€
1.955
Toeslag ambitieniveau
€
85
€
80
€
82
€
80
Aanvullende kosten ENG
€
113
€
112
€
94
€
93
Kosten Frisse Scholen
€
78
€
68
€
65
€
63
Flexibel bouwen
€
39
€
39
€
39
€
39
Gemeente: basiskwaliteit
€
2.722
€
2.552
€
2.286
€
2.229
In % van totaal
89%
Toeslag ambitieniveau*
€
89% 85
89%
€
80
89%
€
82
€
80
Kosten Frisse Scholen
€
78
€
68
€
65
€
63
Kosten exploitatiegericht bouwen*
€
48
€
44
€
46
€
45
Kosten verhogen kwaliteit*
€
102
€
72
€
61
€
52
Flexibel bouwen*
€
39
€
39
€
39
€
39
Schoolbesturen: extra kwaliteit
€
351
€
302
€
292
€
In % van totaal Totale kosten
11% €
3.072
11% €
2.854
11% €
2.578
278 11%
€
2.507
Daarbij zijn onderstaande uitgangspunten gehanteerd: • De schoolbesturen hebben de ambitie om toe te werken naar een bijdrage van 10% en daarmee de gestelde extra kwaliteit te benaderen. • Indien de bijdrage meer of minder zal zijn dan de gestelde 10% dan gaan schoolbestuur en gemeente in overleg welke maatregelen worden uitgevoerd • De bijdrage van de gemeente voor basiskwaliteit of extra kwaliteit is gelijk.
Referentie: 1308502-0040.3.0.
Pagina 31 van 44
7.4. Investeringsbedragen schoolgebouwen De tabel onderaan de pagina geeft de financiële vertaling van de scenario’s inclusief de doorkijk voor de komende 20 jaar weer. Dit is de vertaling op basis van de uitgangspunten zoals verwoord in de voorgaande paragrafen en sluit aan op de scenario-ontwikkeling. De kosten zijn geraamd op basis van nieuwbouw. Er is rekening gehouden met een vast bedrag vanuit de gemeente. De bijdrage van het schoolbestuur is niet opgenomen in het overzicht. Tabel 7.6 - Financiële vertaling scenario's IHP Roerdalen 0-5 jaar Nieuwbouw Gem. ll. 10 jaar
m² - RBM 10 jaar
Totale Kosten ‘Basis’
Totale Kosten ‘Extra’
Bijdrage Gemeente
Totale Kosten ‘Basis’
Totale Kosten ‘Extra’
Bijdrage Gemeente
St. Martinusschool
115
778
€ 2.838
€ 3.072
€ 2.722
€ 2.208.852
€ 2.391.398
€ 2.118.552
De Draaiende Wieken
249
1.452
€ 2.659
€ 2.854
€ 2.552
€ 3.861.391
€ 4.145.349
€ 3.706.703
331
2.065
€ 6.070.243
€ 6.536.748
€ 5.825.255
Gem. ll. 10 jaar
m² - RBM 10 jaar
Totale Kosten ‘Basis’
Totale Kosten ‘Extra’
Bijdrage Gemeente
Totale Kosten ‘Basis’
Totale Kosten ‘Extra’
Bijdrage Gemeente
185
1.131
€ 2.659
€ 2.854
€ 2.552
€ 3.005.567
€ 3.226.590
€ 2.885.164
185
1.131
€ 3.005.567
€ 3.226.590
€ 2.885.164
Gem. ll. 10 jaar
m² - RBM 10 jaar
Totale Kosten ‘Basis’
Totale Kosten ‘Extra’
Bijdrage Gemeente
Totale Kosten ‘Basis’
Totale Kosten ‘Extra’
Bijdrage Gemeente
0
0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
0
0
€0
€0
€0
516
3.195
€ 9.075.811
€ 9.763.337
€ 8.710.419
Opgave
5-10 jaar Nieuwbouw Opgave De Hovenier
10-20 jaar Nieuwbouw Opgave Niet van toepassing
Totalen
Referentie: 1308502-0040.3.0.
Pagina 32 van 44
7.5. Financiële vertaling eerste termijn
7.5.3 Sloopkosten
7.5.1 Afweging renovatie of nieuwbouw
Voor de sloop van het bestaande schoolgebouw dient de gemeente rekening te houden met sloopkosten.
In overleg met de gemeente en de schoolbesturen is verkend in welke mate voor de eerste termijn de afweging gemaakt kan worden. Onderstaande beslisboom is daarbij gehanteerd: 1. Beeldbepalend. 2. Onderwijsconcept past binnen bestaande contouren (vanuit circulariteit behouden van enkele constructieve en bouwkundige elementen). 3. CO2-doorrekening geeft aan dat renovatie haalbaar is. Opgave
Beeldbepalend
Circulair (opzet)
CO2
Afweging
St. Martinusschool
nee
nee
nee
Nieuwbouw
De Draaiende Wieken
nee
nee
nee
Nieuwbouw
7.5.2 Tijdelijke huisvesting Op basis van de huidige inzichten kan het volgende voorgesteld worden: • St. Martinusschool: in de scenario-ontwikkeling is uitgegaan van een voorkeursscenario op een andere locatie. De school kan daarmee in de huidige huisvesting blijven. • De Draaiende Wieken: de omvang van het perceel biedt mogelijkheden om de nieuwbouw naast de huidige school te positioneren. Daarnaast is de verwachting dat er in de omgeving voldoende huisvesting aanwezig is voor de tijdelijke huisvesting van onderwijs en opvang. Dit moet nog wel worden onderzocht in een haalbaarheidsonderzoek. Daarmee is ook voor dit scenario de verwachting dat er geen tijdelijke huisvesting nodig is. Dit betekent dat schoolbestuur en gemeente vooralsnog (indicatief) geen kosten verwachten voor de tijdelijke huisvesting. Werkelijke kosten De behoefte aan en daarmee de kosten voor tijdelijke huisvesting is afhankelijk van de scenarioanalyse binnen het haalbaarheidsonderzoek.
Referentie: 1308502-0040.3.0.
Opgave
Bvo
Kengetal (m²)
Totaal
St. Martinusschool
1.204
€
85
€
102.340
De Draaiende Wieken
2.620
€
85
€
222.700
€
325.040
Totale kosten
Werkelijke kosten De omvang van de sloopkosten zijn onderdeel van het haalbaarheidsonderzoek.
7.5.4 Voorfinanciering kinderopvang en overige partners Gemeente en schoolbesturen streven naar het verder versterken van de voorschoolse voorzieningen, de doorgaande ontwikkelingslijn en realiseren van onderwijs en opvang onder één dak. Er zijn beleidsuitgangspunten geformuleerd voor de realisatie van kinderopvang bij nieuwbouw/renovatie. Basisbeginsel is dat middelen voor onderwijshuisvesting ook voor dat doel worden ingezet. Bij nieuwbouw kan de onderwijshuisvesting op initiatief van het schoolbestuur worden aangevuld met niet-onderwijsfuncties die bijdragen aan de doelstellingen van onderwijs en opvang onder één dak. Deze aanvullende functies dienen ook te worden gefinancierd. Kindpartners (bijvoorbeeld kinderopvang en buitenschoolse opvang) zullen bij nieuwbouw een marktconforme huur (conform de Wet Markt en Overheid) betalen voor het deel van het gebouw dat voor deze functie aan het bouwvolume van de school is toegevoegd door voorfinanciering van de gemeente, of zelf moeten investeren in deze nieuwbouw. De insteek is dat bij verhuur de gemeente het huurcontract met de kinderopvangorganisatie aangaat.
De marktconforme huur sluit aan bij de Wet Markt en Overheid en bestaat in basis uit een gebruiksvergoeding: de extra kosten die de verantwoordelijke voor onderhoud en exploitatie maakt als gevolg van de verhuur (ofwel exploitatiekosten) en een vergoeding voor investeringslasten: de jaarlijkse lasten die het gevolg zijn van het
Pagina 33 van 44
realiseren van de voorziening, bestaande uit rente en afschrijving, die kan worden verhoogd met een deel van de kosten van verzekering van het gebouw en de kosten van onroerendezaakbelasting. De vergoeding voor de investeringslasten gaat naar de investerende partij (tenzij dit uiteraard de kinderopvang zelf is).
gemeente zien het belang ervan in om dit project- en locatie specifiek te bepalen. Dit vraag om een goed onderbouwd verhaal van de noodzaak waarbij de deelnemende partners ook de intentie uitspreken om onderdeel te zijn van het project en de daarmee gepaard gaande kosten.
Schoolbesturen en kinderopvangorganisaties geven aan dat voorfinanciering door de gemeente de voorkeur heeft, zodat de kindpartner een huurder wordt van de huisvesting. Beide varianten leiden tot hogere lasten voor de kinderopvangorganisaties ten opzichte van de huidige situatie. Daar staat tegenover dat het hun eigen ruimte is en dat de ruimten niet kunnen worden opgeëist voor onderwijs als de school groeit. Dit houdt in dat deze vierkante meters geen onderwijsbestemming hebben, en dus niet gevorderd kunnen worden door de gemeente bij een ruimtetekort voor onderwijs. De verwachting is dat de organisaties voor kinderopvang voldoende tijd hebben om hierop te anticiperen. Het is wenselijk dat elke school (schoolbestuur) op inhoudelijke gronden een keus maakt voor een aanbieder van kinderopvang. Voorfinanciering brengt risico’s met zich mee, bijvoorbeeld bij leegstand. Dit kan deels worden ondervangen door langjarige huurcontracten. Het is van belang bij nieuwe ontwikkelingen in de businesscase (haalbaarheidsonderzoek) deze risico’s per kern en school af te wegen alvorens hierin een besluit te nemen.
7.5.5 Infrastructurele voorzieningen
Indicatief zijn de kosten voor de voorfinanciering van kinderopvang voor de eerste termijn inzichtelijk gemaakt in onderstaande tabel. Per school wordt gerekend met 100 m² opvang (1 groep) per 8 groepen onderwijs, met een minimum van 1 groep opvang. Er is uitgegaan van de prijs per m² die hoort bij de financiële vertaling uit paragraaf 7.2. Het kan zijn de kosten hoger doordat de wet- en regelgeving op onderdelen hogere eisen stellen dan het onderwijs. Opgave
Bvo
Kengetal (m²)
St. Martinusschool
100
€
2.846
€
284.600
De Draaiende Wieken
100
€
2.273
€
227.300
€
511.900
Totale kosten
Totaal
Werkelijke kosten In het haalbaarheidsonderzoek wordt onderzocht of en hoe de huisvesting van de kinderopvang en overige partners gefinancierd kan worden. Zowel schoolbestuur als
Referentie: 1308502-0040.3.0.
Hieronder wordt verstaan het bouwrijp maken, het aanleggen van de benodigde nutsvoorzieningen (o.a. riolering en trafo), het aanpassen van verkeersafwikkeling in en rond de school (o.a. kort en lang parkeren) en het openbaar maken van het terrein rondom de school: de speelplaats. De ambitie is om de speelplaatsen openbaar te maken en breder te zien als alleen een schoolplein. De speelplaats moet bijdragen aan de speelvoorzieningen binnen de kern en waar mogelijk een natuurlijke uitstraling hebben, passend bij de omgeving. Subsidiemogelijkheden dienen verkend te worden, bijvoorbeeld via Speeltuinwerk Limburg (SpeL). Opgave
Speelplaats
Overige kosten (5% van totaal)
Infrastructurele kosten
St. Martinusschool
€ 18.000
€ 113.000
€ 131.000
De Draaiende Wieken
€ 18.000
€ 209.000
€ 227.000
Totale kosten
€ 358.000
Werkelijke kosten Ook deze civiele kosten worden in het haalbaarheidsonderzoek inzichtelijk gemaakt en voorgelegd aan de Raad.
7.5.6 Indexering Risico’s ten aanzien van de bouwkosten zijn ook te vinden in de algemene prijsontwikkeling van bouwprojecten in Nederland en de regio Roerdalen. Het is zaak om - bij behoud van ambitie - de investeringsramingen voortdurend te relateren aan de feitelijke toekomstige ontwikkeling van de bouwkosten. De BDB-index vormt daarvoor een goede basis, deze is ook gekoppeld aan de normvergoeding van de VNG. Op basis van de huidige ontwikkelingen signaleert de BDB-index een ‘negatief’ percentage voor de prijsontwikkeling. We adviseren dit percentage niet over te nemen en dit
Pagina 34 van 44
projectspecifiek te benaderen. Voor de eerste termijn gaan we indicatief uit van een prijsindex van 1% per jaar. Werkelijke kosten In het haalbaarheidsonderzoek worden de kosten geïndexeerd naar prijspeil einde werk.
7.6. Eerste termijn Wanneer we rekening houden met de voorgaande paragrafen, dan komen we uit op onderstaande bijdrage van de gemeente en de indicatieve bijdrage voor de aanvullende kosten conform paragraaf 7.5. Indicatieve kosten
0-5 Nieuwbouw Opgave
Bvo (m²)
Bijdrage Gemeente*
Sloopkosten
Tijdelijke huisvesting
Kinderopvang (voorfinanciering)
Infrastructurele kosten
Indexering 2023
Totaal
St. Martinusschool
778
€ 2.118.552
€ 116.000
€0
€ 284.600
€ 131.000
€ 6.000
€ 2.656.152
De Draaiende Wieken
1.452
€ 3.706.703
€ 223.000
€0
€ 227.300
€ 227.000
€ 12.000
€ 4.396.003
Totale kosten
2.231
€ 5.825.255
€ 339.000
€0
€ 511.900
€ 358.000
€ 18.000
€ 7.052.155
*De bijdrage van de gemeente voor het onderwijs wordt in het raadsvoorstel voorgelegd.
Werkelijke kosten In het haalbaarheidsonderzoek wordt de indicatieve kosten nader inzichtelijk gemaakt.
Referentie: 1308502-0040.3.0.
Pagina 35 van 44
8. Randvoorwaarden bij uitvoering IHP Bij het uitvoeren van het IHP dient rekening gehouden te worden met een aantal randvoorwaarden.
8.1. Verankering De verankering van het IHP heeft een directe relatie met de werkwijze zoals omschreven in de inleiding: 1.
Strategisch: het IHP fungeert als beleidskader voor de uitgaven aan onderwijshuisvesting. Daarmee fungeert het IHP tevens als toetsingskader voor de aanvraagprocedure conform de verordening voor nieuwbouw en overige voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen. Uitzondering zijn de nieuwbouw voor een nieuw te stichten school en kosten voor eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair. Het IHP wordt vastgesteld door de gemeenteraad.
2.
Tactisch: het jaarlijks uitvoeringsprogramma komt in de plaats van het huisvestingsprogramma dat voorheen werd opgesteld aan de hand van de aanvragen voor voorzieningen van schoolbesturen. Het uitvoeringsprogramma wordt opgesteld conform het IHP.
uitvoeringsprogramma. Deze wijze van samenwerking op operationeel niveau dient nog verder te worden uitgewerkt.
8.2. Duurzaamheid Door vaststelling van het IHP krijgen schoolbesturen zicht op de vervangingstermijnen van hun gebouwen. Dit stelt schoolbesturen in staat om vanuit hun verantwoordelijkheid voor onderhoud en exploitatie te investeren in duurzaamheid. Daarbij kan met name worden ingezet op duurzaamheidsmaatregelen waarbij de terugverdientijden de vervangingstermijn niet overschrijden. Zo gaan investeringen in duurzaamheid niet ten koste van middelen voor onderwijs. De tussentijdse verduurzaming van schoolgebouwen is daarmee een taak van de schoolbesturen, dit kan worden verwerkt in de meerjarenonderhoudsplannen (MJOP’s) van de gebouwen. De gemeente kan wel een rol spelen bij bijvoorbeeld het voorfinancieren van ingrepen die zich laten terugverdienen. De gemeente en schoolbesturen hebben afgesproken dit na het IHPtraject verder uit te werken.
8.3. Actualisatie van projecten
Het uitvoeringsprogramma wordt jaarlijks vastgesteld in het Bestuurlijk Overleg Onderwijs. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling om het IHP jaarlijks ter discussie te stellen. Dit wordt immers eenmaal per 4 jaar vastgesteld. Indien er afwijkingen zijn, wordt dit besproken in het Bestuurlijk Overleg Onderwijs en opgenomen in het uitvoeringsprogramma. Op basis van het uitvoeringsprogramma geeft het College van B&W de beschikkingen af. Het uitvoeringsprogramma wordt ter informatie aangeboden aan de gemeenteraad. 3.
Operationeel: indien in de realisatiefase schoolbesturen bouwheer zijn, is er vanuit de gemeente de mogelijkheid om te kunnen toetsen of de plannen van het schoolbestuur voldoen aan de kaders zoals overeengekomen in het IHP en in het
Referentie: 1308502-0040.3.0.
Bij het opstarten van een in dit IHP gedefinieerd project, dient op dat moment het projectinitiatief getoetst te worden aan de dan geldende randvoorwaarden. De toetsing is bedoeld om te zorgen dat het project aansluit bij de dan geldende omstandigheden en vindt plaats in het uitvoeringsprogramma. Het gaat om actualisaties van bijvoorbeeld: • De leerlingenprognose met een scope van 15 jaar. In dit IHP is uitgegaan van het gemiddelde leerlingenaantal voor de komende 10 jaar en de bijbehorende ruimtebehoefte voor het ramen van de investeringsopgaven. Op deze wijze wordt geen rekening gehouden met de stijging van leerlingenaantallen die in de gemeente Roerdalen na 2030 volgens prognoses wordt voorzien. Van belang is dat de definitieve leerlingenaantallen waarvoor gebouwd wordt in het uitvoeringsprogramma (definitieve planvorming) nader worden gedefinieerd op basis van een actuele prognose. • Een definitieve afweging tussen nieuwbouw of renovatie. • De dan bekende bouwkostenniveaus en geïnventariseerde risico’s. • De TCO-benadering, waarbij er wordt bepaald welke investeringsbijdrage van het schoolbestuur wordt verwacht, op basis van exploitatievoordelen (onderhoud, energie) en extra kwaliteit voor het betreffende schoolbestuur.
Pagina 36 van 44
8.4. Aansluiting op kerngerichte aanpak Bij het opstarten van een project wordt aandacht besteed aan raakvlakken met de kerngerichte aanpak.
In het OOGO zullen de schoolbesturen jaarlijks of tweejaarlijks op de hoogte worden gebracht van de gestelde ontwikkelingen per project.
8.9. Demarcatie kosten 8.5. Vergroening en multifunctionaliteit buitenruimte Bij het opstarten van een project wordt aandacht besteed aan de mogelijkheden om de buitenruimte van scholen te vergroenen en multifunctioneel inzetbaar te maken.
8.6. Participatie bij de uitvoering van projecten Bij het opstarten van een project wordt aandacht besteed aan participatie van de volgende doelgroepen: • Leerlingen. • Docenten. • Ouders. • Wijk- en dorpsraden. • Omwonenden.
8.7. Bouwheerschap De schoolgebouwen zijn het juridisch eigendom van de schoolbesturen. In de onderwijswetgeving is bepaald dat het bouwheerschap in principe bij de schoolbesturen ligt. Dit sluit aan bij de eigendomsverhouding. Conform de VVHO vindt hier overleg over plaats.
Bij het vaststellen van de projectkaders in het haalbaarheidsonderzoek is het raadzaam om tijdig en gezamenlijk een eenduidige demarcatielijst2 op te stellen. In deze lijst wordt inzichtelijk gemaakt wie de budgeteigenaar is of hieraan bijdraagt (gemeente of schoolbestuur) en waaruit de kosten worden betaald (type budget). Er wordt onderscheid gemaakt naar de volgende budgetgroepen: 1. Locatiekosten: dit zijn kosten die gemaakt moeten worden om de grond over te dragen aan de bouwheer (in basis is dit het schoolbestuur). Hieronder vallen de kosten voor onder andere aankoop van gronden en opstallen, sloopkosten opstallen, bouwrijp maken, aanpassingen openbare ruimte, bestemmingsplanwijziging, inclusief bezwaren etc. 2. Bouwkosten: betreft de kosten voor het ontwerp en de realisatie van het gebouw prijsvast einde werk. Dit is inclusief de vaste (gebouwelijke) voorzieningen waar de gebruiker de inrichting en voorzieningen op kan aansluiten. 3. Inrichtingskosten: alle losse en vaste inrichting en voorzieningen om het schoolgebouw te gebruiken voor de doelgroep/type leerling. 4. Overige kosten/opbrengsten: tijdelijke huisvesting, festiviteiten, verkoop gronden, verhuiskosten, interne kosten onderwijsinstellingen/opdrachtgever.
8.10. Herijking van het IHP 8.8. Programmamanagement Na vaststelling van het IHP zullen organisatorisch stappen gemaakt moeten worden om het uitvoeringsplan van de eerste termijn te realiseren samen met de schoolbesturen. Dat betekent dat vanuit de gemeente een programmamanager wordt aangesteld die het overzicht bewaart van de projectkaders van alle projecten, inclusief de taken waar de gemeente voor verantwoordelijk is. Het is daarbij van belang dat onderling overeen wordt gekomen op welke wijze de projecten fasegewijs aan de gemeente ter goedkeuring worden voorgelegd.
Dit IHP geeft een beleidsmatige doorkijk over een periode van 20 jaar. Om het IHP upto-date te houden, is elke 4 jaar een herijking van het IHP wenselijk. Bij deze herijking kunnen de leerpunten van de evaluatie van het eerste 5-jaren tijdvak worden opgenomen en kan het IHP op onderdelen worden herzien en uitgebreid met een nieuwe scope van 20 jaar. Over herijking dient, net als over het voorliggende IHP, overeenstemming te zijn tussen gemeente en schoolbesturen. Daarnaast voeren gemeente en schoolbesturen jaarlijks overleg over de voortgang van het IHP.
2 Er zijn naast de stichtingskosten zoals geraamd in dit IHP, ook nog aanvullende kosten die per project specifiek in kaart worden gebracht.
Referentie: 1308502-0040.3.0.
Pagina 37 van 44
8.11. Aanpassingen bij wijzigingen wet- en regelgeving Dit IHP is opgesteld onder de wet- en regelgeving zoals deze geldt op het moment van opstellen daarvan. Echter, wet- en regelgeving is onderhavig aan voortschrijdend inzicht; zo ook de wetgeving met betrekking tot het huisvestingsstelsel voor het funderend onderwijs in Nederland. Bij (substantiële) wijzigingen van bijvoorbeeld het genoemde stelsel, de Algemene Uitkeringen van het Gemeentefonds, de wijze van bepalen van normbedragen, wijzigingen ten aanzien van Bouwbesluit, energieakkoorden of enig andere substantiële ontwikkeling, kan het nodig zijn om dit IHP (op onderdelen) aan te passen aan de dan geldende realiteit en mogelijkheden.
Referentie: 1308502-0040.3.0.
Pagina 38 van 44
BIJLAGE I: WAARDENWIJZER
Referentie: 1308502-0040.3.0.
Pagina 39 van 44
WAARDENWIJZER QUICKSCAN SCHOOLGEBOUWEN
INLEIDING Gemeenten en schoolbesturen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de kwaliteit van schoolgebouwen. Gemeenten zijn onder andere verantwoordelijk voor de nieuwbouw van schoolgebouwen. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het onderhoud (binnen- en buitenkant) en de exploitatie van schoolgebouwen. Het is wenselijk om de investeringen van beide partijen optimaal af te stemmen. De PO-Raad, de VO-raad en de VNG formuleren daarom een voorstel ter ontwikkeling van het huisvestingsstelsel voor het funderend onderwijs. Doel is om de Integrale Huisvestingsplannen (IHP) van gemeenten af te stemmen op de meerjarenonderhoudsplanning (MJOP) van schoolbesturen. Onderdeel daarvan is het vaststellen van het begrip 'renovatie' en de verankering van het IHP in wet- en regelgeving. HEVO is als adviseur betrokken bij de uitwerking van dit voorstel. Voor een optimale afstemming tussen IHP en MJOP is een beoordeling van het gebouwenbestand van wezenlijk belang. Het is belangrijk om zicht te krijgen op de vervangingstermijn van schoolgebouwen. Dit geldt tevens voor bijvoorbeeld haalbaarheidsonderzoeken, huisvestingsaanvragen en afwegingen tussen renovatie of nieuwbouw. HEVO werkt met een quickscan om schoolgebouwen te beoordelen en de vervangingstermijn in beeld te brengen. Door middel van een korte vragenlijst wordt snel, maar grondig, de staat van een schoolgebouw in kaart gebracht.
Deze waardenwijzer is het toetsingskader dat voor de quickscan wordt gebruikt. Op de volgende pagina’s staat een korte toelichting van de methodiek en een overzicht van de onderdelen die worden beoordeeld, met bijbehorende omschrijvingen en beoordelingscriteria.
's-Hertogenbosch, februari 2018
Pagina 2
TOELICHTING MEETMETHODIEK De gebouwen worden in de quickscan beoordeeld op de volgende onderdelen: Weging
Slecht/ onvoldoende
Matig
Voldoende
Redelijk
Goed
Uitstraling gebouw
1
4 tot 5
5,5
6
7
8
Bouwkundige staat
3
4 tot 5
5,5
6
7
8
Veiligheid
1
4 tot 5
5,5
6
7
8
Binnenmilieu
2
4 tot 5
5,5
6
7
8
Exploitatie
2
4 tot 5
5,5
6
7
8
Onderwijskundige staat
3
4 tot 5
5,5
6
7
8
Omschrijving
De zes onderdelen krijgen een wegingsfactor mee. Zo tellen de waardering voor bouwkundige staat en onderwijskundige staat drie keer mee, binnenmilieu en exploitatie krijgen een weging van twee en de uitstraling van het gebouw en de veiligheid tellen één keer mee. Alle gewogen scores worden bij elkaar opgeteld en de aldus bereikte totaalscore geeft een eerste indicatie van de op te stellen prioriteitenlijst van locaties waar op korte, middellange en lange termijn iets aan de huisvesting moet gebeuren. De beoordelingen worden volgens de kleuren van een verkeerslicht weergegeven zodat de score visueel meteen duidelijk is. - Groen: (ruim) voldoende. - Oranje: matig tot onvoldoende, deze kleur heeft een signaalfunctie. - Rood: onvoldoende tot slecht. Inmiddels zijn met deze quickscan meer dan 600 schoolgebouwen door heel Nederland beoordeeld. Dat heeft geleid tot het inzicht dat acties c.q. voorzieningen zijn vereist bij de volgende scores: - Bij <57 punten: binnen 5 jaar optimalisering (renovatie of aanpassing) of nieuwbouw. - Bij 57 - 63 punten: binnen 5 tot 10 jaar een keuze voor een structurele oplossing. - Bij >63 punten: voorlopig geen (integrale) voorzieningen. Pagina 3
UITSTRALING GEBOUW - WEGINGSFACTOR 1 Kwaliteitsniveau uitstraling
Beoordeling
Een gebouw met unieke en beeldbepalende architectuur, een herkenningspunt in de omgeving.
8
Een oud gebouw met een mooie monumentale uitstraling of een jong en opvallend vormgegeven schoolgebouw.
7
Een gebouw met een degelijke en functionele uitstraling.
6
Een verouderend gebouw waarbij zichtbaar is dat renovatie of levensduurverlenging op termijn noodzakelijk is.
5,5
Een verouderend gebouw waarbij zichtbaar is dat renovatie of levensduurverlenging binnen afzienbare tijd noodzakelijk is.
5
Pagina 4
BOUWKUNDIGE STAAT - WEGINGSFACTOR 3 Kwaliteitsniveau bouwkundige staat
Beoordeling
Nieuwbouwkwaliteit, zeer incidenteel kan een gebrek voorkomen. Invloeden vanuit het gebruik, weer en wind zijn nog niet zichtbaar. Voor de bouwkundige staat zijn levensduurverlengende activiteiten benodigd binnen 30 – 40 jaar.
8
De functievervulling is zonder meer gewaarborgd. Invloeden vanuit het gebruik, weer en wind manifesteren zich in de eerste gebreken. Voor de bouwkundige staat zijn levensduurverlengende activiteiten benodigd binnen 20 – 30 jaar.
7
Incidenteel kan een storing in de functievervulling zijn opgetreden. Het verouderingsproces beïnvloedt het gebouw. Voor de bouwkundige staat zijn levensduurverlengende activiteiten benodigd binnen 15 – 20 jaar.
6
Storingen in de functievervulling komen plaatselijk voor en/of zijn reeds meerdere malen gesignaleerd. Voor de bouwkundige staat zijn levensduurverlengende activiteiten benodigd binnen 10 – 15 jaar.
5,5
De functievervulling is niet volledig gewaarborgd. De noodzaak van renovatie/aanpassing is in zicht. Voor de bouwkundige staat zijn levensduurverlengende activiteiten benodigd binnen 5 – 10 jaar.
5
Het verouderingsproces is dusdanig gevorderd dat er sprake is van storing in de functievervulling. Voor de bouwkundige staat zijn levensduurverlengende activiteiten benodigd binnen 0 – 5 jaar.
4
Pagina 5
VEILIGHEID - WEGINGSFACTOR 1 Kwaliteitsniveau veiligheid
Beoordeling
Een conform Bouwbesluit 2012 (of later) gerealiseerde nieuwbouw, geldige gebruiksvergunning en geen veiligheidsproblemen.
7
Geldige gebruiksvergunning en geen veiligheidsproblemen.
6
Geldige gebruiksvergunning maar één of meerdere veiligheidsproblemen.
5,5
Geen geldige gebruiksvergunning door één of meerdere veiligheidsproblemen.
5
Pagina 6
BINNENMILIEU - WEGINGSFACTOR 2 Kwaliteitsniveau binnenmilieu
Beoordeling
Frisse Scholen klasse A: gebalanceerde installatie of mechanisch systeem dat gedurende 95% van de dag waarborgt dat het CO2-gehalte op of onder 800 ppm blijft.
8
Frisse Scholen klasse B: gebalanceerde installatie of mechanisch systeem dat gedurende 95% van de dag waarborgt dat het CO2-gehalte op of onder 950 ppm blijft.
7
Frisse Scholen klasse C: gebalanceerde installatie of mechanisch systeem dat gedurende 95% van de dag waarborgt dat het CO2-gehalte op of onder 1.200 ppm blijft.
6
Natuurlijke ventilatie >1,80 m in combinatie met een hoogte van de lesruimte van 4 m of meer en/of een groepsgrootte van slechts 15-16 leerlingen en/of ventilatiemogelijkheden aan twee zijden >1,80 m en/of mechanische ventilatie die niet goed functioneert.
5,5
Natuurlijke ventilatie >1,80 m. Het CO2-gehalte komt op delen van de dag uit boven de 1.200 ppm.
5
Natuurlijke ventilatie <1,80 m. Het CO2-gehalte komt gedurende grote delen van de dag boven de 1.200 ppm.
4
Pagina 7
EXPLOITATIE - WEGINGSFACTOR 2 Kwaliteitsniveau exploitatie
Beoordeling
Het gebouw voldoet aan de eisen van een bijna energieneutraal gebouw (BENG).
8
Het gebouw heeft nieuwbouwkwaliteit. De isolatiewaarde en energiehuishouding zijn goed. Er is geen overschrijding van de materiële instandhoudingsvergoeding (mi) op elektra en gas.
7
Het gebouw heeft weliswaar geen nieuwbouwkwaliteit maar is redelijk geïsoleerd. De energiehuishouding is redelijk op orde. Er is een overschrijding van de mi-vergoeding op elektra en gas: <10%.
6
Het gebouw is matig geïsoleerd. Energetisch zijn de installaties van matige kwaliteit. Er is een overschrijding van de mi-vergoeding op elektra en gas van 10% tot 25%.
5,5
Het gebouw is slecht geïsoleerd. Energetisch zijn de installaties van slechte kwaliteit. Er is een overschrijding van de mi-vergoeding op elektra en gas van 25% tot 50%.
5
Het gebouw is zeer slecht geïsoleerd. Energetisch zijn de installaties van zeer slechte kwaliteit. Er is een overschrijding van de mi-vergoeding op elektra en gas van meer dan 50%.
4
Pagina 8
ONDERWIJSKUNDIGE STAAT - WEGINGSFACTOR 3 Kwaliteitsniveau onderwijskundige staat
Beoordeling
De onderwijskundige visie wordt door de huisvesting optimaal gefaciliteerd. Het gebouw is ontworpen op het onderwijsconcept.
8
De onderwijskundige visie wordt door de huisvesting voldoende gefaciliteerd. Hoewel het gebouw niet ontworpen is om het onderwijsconcept te huisvesten kan het gebouw zonder problemen het onderwijsconcept faciliteren.
7
De onderwijskundige visie wordt door de huisvesting voldoende gefaciliteerd maar er is een beperkt tekort aan specifieke ruimten (bijvoorbeeld stafruimten). Het aan te passen brutovloeroppervlak (bvo) is maximaal 10%.
6
De onderwijskundige visie wordt door de huisvesting redelijk gefaciliteerd maar er is een tekort aan specifieke ruimten (bijvoorbeeld stafruimten). Het aan te passen bvo is tussen de 10% en 25%.
5,5
De onderwijskundige visie wordt door de huisvesting matig gefaciliteerd. Er is een tekort aan geschikte lesruimten (bijvoorbeeld individuele of groepswerkplekken) en/of specifieke ruimten (bijvoorbeeld stafruimten). Het aan te passen bvo is tussen de 25% en 50%.
5
De onderwijskundige visie wordt door de huisvesting slecht gefaciliteerd. Er is een substantieel tekort aan geschikte lesruimten (bijvoorbeeld individuele of groeps werkplekken) en/of specifieke ruimten (bijvoorbeeld stafruimten). Het aan te passen bvo is meer dan 50%.
4
Pagina 9
EXPERTS IN HUISVESTING EN VASTGOED HEVO voorziet opdrachtgevers met complexe huisvestings vraagstukken van antwoorden die bijdragen aan een optimale leef- en werkomgeving. De expertise die we hierbij opbouwen, willen we teruggeven, delen en samen verder ontwikkelen. We geloven in de kracht van kennisdeling met opdrachtgevers, deskundigen en procespartners. Alleen door voort te bouwen op elkaars deskundigheid kunnen we zorgen voor duurzaam presterend vastgoed: gebouwen die passen in hun omgeving, het welzijn van de gebruikers bevorderen en het milieu minimaal belasten. Daarom brengen wij publicaties in eigen beheer uit, organiseren we bijeenkomsten en nemen we deel aan diverse kennisnetwerken. Bovendien vindt u op www.hevo.nl actuele inzichten en achtergronden over huisvesting en vastgoed.
Postbus 70501 | 5201 CB 's-Hertogenbosch | T +31 (0)73 6 409 409 | @HEVO_actueel | info@hevo.nl | www.hevo.nl | www.rpmbyhevo.nl
BIJLAGE II: CAPACITEITSANALYSE
Referentie: 1308502-0040.3.0.
Pagina 40 van 44
Capaciteitsanalyse PO gemeente Roerdalen
Projectnaam: IHP Roerdalen
Bs. De Draaiende Wieken 2020 BVO onderwijs in m² (- medegebruik/verhuur) Leerlingen
243 98
Normatief tekort/ overschot (m²)
2025 2030 circa 1.520m² 244 239 93 118
2035 268 -28
RK Bs. De Berensprong 2020 2025 2030 2035 circa 2.120m² (excl. gymzaal) 262 234 237 257 602 743 728 627
BVO onderwijs in m² (- medegebruik/verhuur) Leerlingen Normatief tekort/ overschot (m²)
Bs. 't Kempke 2020 BVO onderwijs in m² (- medegebruik/verhuur) Leerlingen
190 -14
Normatief tekort/ overschot (m²)
2025 2030 circa 1.142m² 174 169 67 92
2035
2025 2030 circa 1.054m² 78 79 462 457
2035
2025 2030 circa 1.839m² 289 304 185 110
2035
2025 2030 circa 1.488m² 183 184 368 362
2035
195 -39
St. Martinusschool 2020 BVO onderwijs in m² (- medegebruik/verhuur) Leerlingen
105 326
Normatief tekort/ overschot (m²)
85 426
Bs. De Achtbaan 2020 BVO onderwijs in m² (- medegebruik/verhuur) Leerlingen
290 180
Normatief tekort/ overschot (m²)
324 9
Bs. De Hovenier 2020 BVO onderwijs in m² (- medegebruik/verhuur) Leerlingen Normatief tekort/ overschot (m²)
203 267
202 272
BIJLAGE III: CO2MPAS OVERZICHT
Referentie: 1308502-0040.3.0.
Pagina 41 van 44
Portefeuille overzicht CO2 uitstoot gemeente Roerdalen t.b.v. te behalen klimaatdoelstellingen Schoolbestuur INNOVO
Verwachte CO2 reductie 2030 (t.o.v. huidig)
Gemiddelde leeftijd huidige portefeuille
Investeringen per jaar
Verwachte CO2 reductie 2050 (t.o.v. huidig)
Doelstelling 2030 -44%
Swalm en Roer (leeg)
33
jaar
Doelstelling 2050 -94,5%
-74%
-74%
Sector
Aantal scholen naar bouwjaarklassen
PO
Totale CO2-uitstoot per jaar
3
(leeg)
2
2020
2025
2030
1
2035
2040
2045
2050
2055
2060
2050
2055
2060
Investeringen in euro's
School
Energieverbruik per jaar
BS de Achtbaan BS de Berensprong
1941-1960
1961-1980 Aantal scholen
1981-2000
2000 en later
BS De Hovenier
Oppervlakten naar bouwjaarklassen
BS st. Martinus 4500
(leeg)
4000
Oppervlakte in m2
BS 't Kempke
Verbruik in kWh
1940 en eerder
BS De Draaiende Wi...
CO2-uitstoor in Kg
0
3500 3000 2500 2000 1500 1000 500 0 1940 en eerder
1941-1960
1961-1980 Vierkante meters
1981-2000
2000 en later 2020
2025
2030
2035
2040
2045
2050
2055
2060
2020
2025
2030
Verbruik elektra Projectnaam: IHP Roerdalen Referentie: 1308502-011 Versie: 0,1 Datum: 18-2-2021
2035
2040
Verbruik gas
2045
Energieverbuik totaal
BIJLAGE IV: KOSTENCONFIGURATOR NIEUWBOUW
Referentie: 1308502-0040.3.0.
Pagina 42 van 44
NIEUWBOUW KOSTENCONFIGURATOR PRIMAIR ONDERWIJS Kosten in stichtingskosten incl. BTW / m² BVO Prijspeil 1-1-2021, regio 's-Hertogenbosch Projectnaam: IHP Roerdalen 2021 Basis kwaliteit UITGANGSPUNTEN Aantal leerlingen: Aantal leerlingen indien SBO: Uitgangspunt bouwlagen: Norm brutovloeroppervlak (BVO) [m²]:
100 62 1 703
<-- invoervelden
RESUMÉ Totaal vaste kosten Kosten overige vaste kosten Kosten Frisse Scholen Kosten exploitatiegericht bouwen Kosten duurzaam bouwen Kosten verhogen kwaliteitsniveau Subtotaal: Prijsindicator, marktwerking en/of regiotoeslag (t.o.v. regio 's-Hertogenbosch)1 TOTAALKOSTEN: € 1.800
200 130
€ 2.000
€ 2.200
0%
€ 2.400
€ € € € € € € € €
€ 2.600
2.521 48 155 77 2.801 2.801
1 1.206
€ € € € € € € € €
400 267
300 199
2.366 44 136 77 2.623 2.623
€ 2.800
2 1.709
€ € € € € € € € €
2.101 45 129 77 2.352 2.352
2 2.212
€ € € € € € € € €
2.048 44 125 77 2.294 2.294
€ 3.000 Totaal vaste kosten
100
€ 2.521
€ 48
€ 155
€-
€ 77
€Kosten overige vaste kosten
200
€ 44
€ 2.366
€ 136
€-
€ 77
€Kosten Frisse Scholen
300
€ 2.101
€ 45
€ 129
€-
€ 77
€Kosten exploitatiegericht bouwen
400
€ 2.048
€ 44
€ 125
€-
€ 77
€-
INVULVELDEN (in grijs) Basis, vaste kosten Kosten onderwijsgebouw conform wettelijk minimum (conform eisen 01-01-2021)2 Marsh eisen Aanvullende kosten ENG school (BENG-2 = 0)3 Kwaliteitskader Huisvesting4 van toepassing (excl. additionele zaken) Totaal vaste kosten Overige vaste kosten Toeslag ambitieniveau voor onderwijskundige visie (leerpleinen) en/of esthetische kwaliteit e.d.: 0 = sober, 1 = laag, 2 = midden, 3 = hoog …5 Kosten overige vaste kosten
n j n
€ € € € €
1
€
100 2.408 113 2.521
€ € € € €
100
200 2.254 112 2.366
€ € € € €
200 48
€
48
p.m. €
155 155
€ € € € € € €
-
€ € € €
-
€ € € € € € €
p.m. €
300 2.007 94 2.101
400 € € € € €
400
300 44
€
44
p.m. €
136 136
€ € € € € € €
-
€ € € €
-
€ € € € € € €
1.955 93 2.048
45
€
44
45
p.m. €
44
129 129
€ € € € € € €
-
€ € € €
-
€ € € € € € €
Ga verder met onderstaande invulvelden voor het toevoegen van aanvullende wensen/eisen Programma van Eisen Frisse Scholen6 Standaard Kwaliteitsadvies Frisse Scholen HEVO7 van toepassing Energie (indien ENG --> niet van toepassing) Lucht Temperatuur Licht Geluid Kosten Frisse Scholen
A/B/C j € € € € € € €
100
Exploitatiegericht bouwen Toepassing aluminium kozijnen (i.p.v. hout) Onderhoudsarme vloerafwerking (vinyl i.p.v. marmoleum) Onderhoudsarme wandafwerking (scanbehang met coating i.p.v. spuitwerk) Kosten exploitatiegericht bouwen
j/n n n n
100
Duurzaam bouwen Vergroten kierdichtheid gevel (qv;10 ≤ 0,25 dm³/s.m²) Vergroten isolatiewaarden gevel (Rc = 6,0 m²K/W) Triple beglazing (i.p.v. HR++ glas) Groen gevel Groen dak Vergroten isolatiewaarden dak (Rc = 8,0 m²K/W) Kosten duurzaam bouwen
j/n n n n n n n
Verhogen kwaliteitsniveau Flexibel gebouw (geen dragende binnenwanden) Vergroten zichtlijnen binnen (meer transparantie binnenwanden/-openingen, van 12% naar 18%) Verplaatsbare paneelwanden (50 m² in totaal) Elektrisch (centraal) bedienbare zonwering Kosten verhogen kwaliteitsniveau
j/n j n n n
€ € € €
200
200
100 € € € € € € €
77
€ € € € €
77
€ € € € €
400
300 77
400
300
200 77
125 125 400
300
200
100 € € € € €
400
300
77 77
€ € € € €
1:
Voor prijsstijgingen zie http://bdb.nl/Indexcijfers/Kostenontwikkelingen/default.aspx. Betreft de kosten voor het wettelijk minimum bouwniveau, geldend op het peildatum (dus inclusief BENG). Berekeningen o.b.v. Uniec 3.0.3.0. ENG betekent EnergieNeutraal Gebouw. Gebaseerd op NTA 8800. 4 : Kwaliteitskader Huisvesting PO d.d. november 2016, zoals uitgegeven door Stichting Ruimte voor Onderwijs en Kinderopvang (Ruimte-OK). 5: Overige locatiegebonden kosten zoals gevelafscherming tegen fijnstof/geluid, hemelwaterberging, verdiept parkeren e.d. zijn niet voorzien en zeer locatieafhankelijk. 6: Het Programma van Eisen Frisse Scholen versie september 2015 is verwerkt. 7 : Standaard kwaliteitsadvies HEVO versie december 2020, te vinden op onze website https://www.hevo.nl/over-ons/bibliotheek/huisvestingstools. 2: 3:
De HEVO-kostenconfigurator is door ons met zorg samengesteld om een indicatie van stichtingskosten weer te geven, doch voor de juistheid en volledigheid (van het gebruik) daarvan kan niet worden ingestaan. HEVO aanvaardt op geen enkele wijze aansprakelijkheid voor gebruikmaking van de (via de website van HEVO opgevraagde) HEVO-kostenconfigurator. Voor nadere informatie over deze HEVO-kostenconfigurator, kunt u contact opnemen met Martijn van Gemert, martijn.gemert@hevo.nl of 06-10963715.
77 77
NIEUWBOUW KOSTENCONFIGURATOR PRIMAIR ONDERWIJS Kosten in stichtingskosten incl. BTW / m² BVO Prijspeil 1-1-2021, regio 's-Hertogenbosch Projectnaam: IHP Roerdalen 2021 Extra kwaliteit UITGANGSPUNTEN Aantal leerlingen: Aantal leerlingen indien SBO: Uitgangspunt bouwlagen: Norm brutovloeroppervlak (BVO) [m²]:
100 62 1 703
<-- invoervelden
RESUMÉ Totaal vaste kosten Kosten overige vaste kosten Kosten Frisse Scholen Kosten exploitatiegericht bouwen Kosten duurzaam bouwen Kosten verhogen kwaliteitsniveau Subtotaal: Prijsindicator, marktwerking en/of regiotoeslag (t.o.v. regio 's-Hertogenbosch)1 TOTAALKOSTEN: € 1.800
€ 2.000
200 130
€ 2.200
€ 2.400
0%
€ 2.600
€ € € € € € € € €
2.521 169 155 48 179 3.072 3.072
€ 2.800
1 1.206
€ € € € € € € € €
400 267
300 199
2.366 159 136 44 149 2.854 2.854
€ 3.000
2 1.709
€ € € € € € € € €
2.101 164 129 46 138 2.578 2.578
2 2.212
€ € € € € € € € €
2.048 160 125 45 130 2.508 2.508
€ 3.200 Totaal vaste kosten
100
€ 2.521
€ 169
€ 155
€ 48€ -
€ 179
€Kosten overige vaste kosten
200
€ 159
€ 2.366
€ 136
€ 44€ -
€ 149
€Kosten Frisse Scholen
300
€ 2.101
€ 164
€ 129
€ 46€ -
€ 138
€Kosten exploitatiegericht bouwen
400
€ 2.048
€ 160
€ 125
€ 45€ -
€ 130