CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 IHP Onderwijsaccommodaties.pdf

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente RoerdalenBij agendapunt: Vaststelling IHP Onderwijsaccommodaties19.976 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Integraal Huisvestingsplan

Opdrachtgever Gemeente Roerdalen Datum 30 april 2021 Project IHP Gemeente Roerdalen Referentie 1308502-0040.3.0 Auteur(s) de heer P. Bressers MSc mevrouw ir. A. op 't Eijndt de heer ir. B.G. Verkerk

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Statenlaan 8

Postbus 70501

T +31 (0)73 6 409 409

www.hevo.nl

ISO 9001-gecertificeerd

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

5223 LA 's-Hertogenbosch

5201 CB 's-Hertogenbosch

info@hevo.nl

www.rpmbyhevo.nl

Inhoudsopgave Samenvatting

3

1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

Inleiding Doelstelling Werkwijze IHP Aanpak Leeswijzer

5 5 6 6 6

2. 2.1. 2.2.

Aanbod primair onderwijs en kinderopvang Basisonderwijs Kinderopvang

7 7 7

3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7.

Beleidskaders en beleidsambities Juridische kaders en ontwikkelingen Beleidskaders: beleid gemeente Roerdalen Bouwsteen 1: regie Bouwsteen 2: kwaliteit en duurzaamheid Bouwsteen 3: renovatie en vervangende nieuwbouw Bouwsteen 4: samenwerking: scholen, schoolbesturen en partners Bouwsteen 5: vraag en aanbod

8 8 10 12 13 14 15 16

4. 4.1. 4.2. 4.3. 4.4.

Methoden Quickscans Capaciteitsanalyse Urgentiecriteria Opheffingsnorm

17 17 17 18 18

5. 5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5.

Analyse en scenario’s Leerlingenprognoses Quickscanscores Inleiding analyse en scenario’s Melick Herkenbosch

19 19 19 20 21 21

Referentie: 1308502-0040.3.0.

5.6. 5.7. 5.8. 5.9. 5.10. 5.11. 5.12. 5.13. 5.14.

Vlodrop Posterholt Montfort St. Odiliënberg Roerdalen Prioritering scenario’s Interim-voorzieningen bij scenario’s Samenwerking met kindpartners bij scenario’s Samenwerking bibliotheek Roerdalen bij scenario’s

22 22 23 23 24 25 25 25 25

6. 6.1.

Doelstellingen Klimaatakkoord Analyse CO2-reductie

26 26

7. 7.1. 7.2. 7.3. 7.4. 7.5. 7.6.

Financiële uitgangspunten en vertaling Kwaliteitsniveau Bijdrage schoolbestuur Prijspeil, risico’s bouwkosten en andere randvoorwaarden Investeringsbedragen schoolgebouwen Financiële vertaling eerste termijn Eerste termijn

27 27 29 31 32 33 35

8. 8.1. 8.2. 8.3. 8.4. 8.5. 8.6. 8.7. 8.8. 8.9. 8.10. 8.11.

Randvoorwaarden bij uitvoering IHP Verankering Duurzaamheid Actualisatie van projecten Aansluiting op kerngerichte aanpak Vergroening en multifunctionaliteit buitenruimte Participatie bij de uitvoering van projecten Bouwheerschap Programmamanagement Demarcatie kosten Herijking van het IHP Aanpassingen bij wijzigingen wet- en regelgeving

36 36 36 36 37 37 37 37 37 37 37 38

Bijlagen: 5

Pagina 2 van 44

Samenvatting Een gezonde, duurzame toekomst voor het primair onderwijs in de gemeente Roerdalen is het uitgangspunt geweest voor dit Integraal Huisvestingsplan (IHP). Het IHP is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de gemeente en de betreffende schoolbesturen. Door middels het IHP te investeren in onderwijshuisvesting draagt de gemeente samen met de schoolbesturen bij aan een leefomgeving die sociaal, leefbaar, duurzaam, gezond en klimaatbestendig is. Het IHP bepaalt op basis van visie, gerichte analyses, scenario-ontwikkeling en een financiële vertaling de kaders waarbinnen de gemeente Roerdalen, samen met de schoolbesturen, investeert in de onderwijshuisvesting. Het IHP vormt het beleidskader voor het onderwijshuisvestingsbeleid voor de periode 2021-2041. Het IHP wordt iedere 4 jaar herijkt. In het jaarlijks te formuleren uitvoeringsprogramma worden projecten nader gedefinieerd alvorens wordt gestart met de realisatie van de projecten.

Visie en beleid In het IHP zijn vanuit visie en beleid strategische keuzes gemaakt. Deze zijn verwoord in vijf ‘bouwstenen van beleid’: 1. Regie: het beleid voor onderwijshuisvesting is vormgegeven in het IHP met een looptijd van 20 jaar. Het IHP faciliteert de afstemming tussen investering (gemeente) en gebruik (onderhoud en exploitatie - schoolbesturen). 2. Kwaliteit en duurzaamheid: er is aangesloten op de duurzaamheidsambitie van de gemeente Roerdalen: de realisatie van energieneutrale gebouwen. Ten aanzien van kwaliteit is gekozen voor gezonde en flexibele gebouwen. 3. Renovatie en vervangende nieuwbouw: renovatie is (nog) niet wettelijk geregeld. Middels dit IHP wordt renovatie een volwaardig alternatief voor nieuwbouw. 4. Samenwerking: gemeente en schoolbesturen zetten in op versterking van de fysieke samenwerking met kindpartners in onderwijsgebouwen om bijvoorbeeld doorlopende leerlijnen te faciliteren en om een wijkfunctie te vervullen. 5. Vraag en aanbod: vitale en toekomstbestendige scholen in de kernen van Roerdalen zijn het uitgangspunt. Dit uitgangspunt is in dit IHP geborgd.

Referentie: 1308502-0040.3.0.

Analyse De gemeente Roerdalen staat op het gebied van onderwijshuisvesting voor een vernieuwings- en investeringsopgave. Er zijn diverse analyses uitgevoerd, de quickscan is daar een onderdeel van: via deze quickscan wordt een schoolgebouw naast bouwkundige staat ook beoordeeld op onderwijskundige functionaliteit, binnenmilieu, veiligheid, exploitatie en uitstraling.

Scenario’s Voor de gebouwen met een vervangingsopgave in de komende 20 jaar zijn scenario’s ontwikkeld. Daarbij is, aanvullend op de quickscanscore, ook rekening gehouden met de ruimtebehoefte van de scholen en de capaciteit van de gebouwen. De scenario’s in de kernen gaan uit van solitaire vervangingsopgaven (nieuwbouw of renovatie). Qua prioritering en tijdspad leidt dit tot de volgende lijst: Termijn 0-5 jaar 1. Vlodrop 2. Posterholt

St. Martinusschool (project is reeds in definitie-/ontwerpfase) De Draaiende Wieken

Termijn 5-10 jaar 1. Montfort

De Hovenier

Termijn na 20 jaar (buiten scope IHP) 1. Melick De Achtbaan 2. Herkenbosch De Berensprong 3. St. Odiliënberg ‘t Kempke

Pagina 3 van 44

Financiën Op basis van de kostenconfiguratoren van HEVO zijn de scenario’s financieel doorgerekend. Gezien het gedefinieerde duurzaamheids- en kwaliteitsniveau zijn de schoolbesturen bereid om op basis van het principe van Total Cost of Ownership een deel van de stichtingskosten mee te financieren. Er is op basis van kengetallen (rekenvoorbeeld) een financiële vertaling gemaakt van: 1. De schoolgebouwen voor de komende 20 jaar. 2. Aanvullende kosten voor de eerste termijn (indicatief). Voor de investeringsbedragen wordt verwezen naar hoofdstuk 7.

Referentie: 1308502-0040.3.0.

Pagina 4 van 44

1. Inleiding In opdracht van de gemeente Roerdalen heeft HEVO de gemeente en de schoolbesturen begeleid om te komen tot een Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor het primair onderwijs. Het IHP is bedoeld voor de onderwijshuisvesting waarvoor de gemeente een zorgplicht heeft. Onderwijshuisvesting is een fundamentele schakel voor een toekomstbestendige leefomgeving. De gemeente zorgt samen met de schoolbesturen voor de huisvesting van het onderwijs. De gemeente is verantwoordelijk voor een deel van de vernieuwingsopgave van de onderwijshuisvesting en de schoolbesturen zorgen voor de invulling van het onderwijs en de exploitatie van de huisvesting. Vanuit de gedeelde belangen en de vraagstelling vanuit de gemeente is toegewerkt naar een aanpak om te komen tot een gedragen IHP passend bij de ambities van de gemeente en schoolbesturen. Door middels het IHP te investeren in onderwijshuisvesting draagt de gemeente samen met de schoolbesturen bij aan een leefomgeving die sociaal, leefbaar, duurzaam, gezond en klimaatbestendig is. Het duurzaamheidsbegrip gaat in dit IHP dan ook verder dan alleen energiebesparing: er wordt ingezet op gezonde, toekomstbestendige, multifunctionele én energieneutrale schoolgebouwen. Daarbij is ‘samen’ het sleutelwoord. Het IHP is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de schoolbesturen.

Het IHP heeft een strategisch karakter, waarbij vanuit visie en beleid strategische keuzes zijn gemaakt. Er is beleid ontwikkeld dat verder reikt dan de huidige wet- en regelgeving. De gemeente en schoolbesturen hebben hiermee zicht op de benodigde toekomstige investeringen in onderwijshuisvesting.

•

De mogelijke wettelijke verankering van kindcentra en de introductie van een basistoegangsrecht.

1.1. Doelstelling Het IHP bepaalt op basis van visie, gerichte analyse, scenario-ontwikkeling en financiële vertaling de kaders waarbinnen de gemeente Roerdalen, samen met de schoolbesturen, investeert in de onderwijshuisvesting. Het IHP vormt daarmee het koersdocument waarin ambities binnen deze kaders geprojecteerd zijn. Middels kostenkengetallen wordt in dit document in beeld gebracht voor welke opgave de gemeente Roerdalen op het gebied van onderwijshuisvesting staat. Deze kengetallen zijn nadrukkelijk geen harde feiten, bij de realisatie van projecten zullen op dat moment de daadwerkelijke kosten opnieuw geraamd moeten worden. In tegenstelling tot de werkwijze (uitsluitend) op basis van de verordening, wordt in het IHP uitgegaan van een proactief onderwijshuisvestingsbeleid. In formele zin laat de gemeente hiermee zien op welke wijze zij haar zorgplicht, op grond van de taak die zij heeft in het voorzien van huisvesting voor het funderend onderwijs, wenst in te vullen. Het IHP: • Stelt de gemeente en schoolbesturen in staat om op korte en lange termijn strategische keuzes te maken en proactief beleid te voeren. • Biedt een meerjarenperspectief waarop het eigen (investerings)beleid kan worden afgestemd. • Vormt het beleidskader voor het onderwijshuisvestingsbeleid voor de periode 2021-2041.

Het IHP wordt elke 4 jaar herijkt, zodat het beleidskader blijft aansluiten bij de vragen en behoeften van dat moment.

Door nu een strategisch IHP te ontwikkelen spelen gemeente en schoolbesturen bovendien in op, onder andere, de volgende nationale ontwikkelingen: • De mogelijke wettelijke status van IHP’s en renovatie (naar aanleiding van het wetsvoorstel van VNG, VO-raad en PO-raad). • De duurzaamheidsambities die voortvloeien uit de afspraken uit het Klimaatakkoord. • De druk die is ontstaan op de bekostiging van onderwijshuisvesting. Figuur 1.1 - Termijnen Integraal Huisvestingsplan

Referentie: 1308502-0040.3.0.

Pagina 5 van 44

1.2. Werkwijze IHP

zijn binnen het investeringskader van het IHP, kan het noodzakelijk zijn om het investeringskader aan te passen en ter besluitvorming voor te leggen aan de gemeenteraad.

De werkwijze middels een IHP heeft effect op drie beleidsniveaus: 1.

2.

Strategisch: het IHP duidt voor de komende 20 jaar de investeringen en bepaalt voor de komende 4 jaar het investeringskader en tevens de prioritering van projecten. De afbakening van het investeringskader wordt geduid in hoofdstuk 7. Het investeringskader wordt geraamd op basis van kengetallen. De gemeenteraad stelt het investeringskader vast voor de eerste 4 jaar. Het IHP wordt om de 4 jaar geactualiseerd. Tactisch: voor de uitvoering van de projecten in de eerste 4 jaar wordt na vaststelling van het IHP jaarlijks een gedetailleerd uitvoeringsprogramma (of jaarprogramma) opgesteld. Fundamenteel onderdeel van het uitvoeringsprogramma zijn haalbaarheidsonderzoeken voor de, in het IHP opgenomen, projecten. In de haalbaarheidsonderzoeken wordt bijvoorbeeld stilgestaan bij: definitieve afweging tussen nieuwbouw/renovatie, de daadwerkelijke inzet van tijdelijke huisvesting, ruimtelijke aspecten (bestemmingsplan, locatiekeuze etc.), definitieve leerlingenaantallen en bouwkostenniveaus etc. Vervolgens zal op basis van deze onderzoeken, een Meerjaren Uitgaven en Investeringsprogramma (MUIP) verzoek moeten worden ingediend om de benodigde investeringsbedragen in de gemeentebegroting op te nemen.

3.

Operationeel: nadat op tactisch niveau de projecten voldoende gedefinieerd zijn, wordt gestart met het operationeel niveau: de realisatie van projecten.

1.3. Aanpak Het IHP is in samenwerking tussen de gemeente en schoolbesturen ontwikkeld. De schoolbesturen hebben intensief en constructief geparticipeerd in het IHP-traject. Daarbij zijn gezamenlijk de volgende stappen doorlopen: • Stap 1: om te komen tot een gezamenlijke visie en beleidsuitgangspunten is in een bijeenkomst met alle schoolbesturen die actief zijn in de gemeente Roerdalen gesproken over de toekomst van de onderwijshuisvesting. De uitkomsten van deze kick-off zijn vastgelegd in de ‘Bouwstenennotitie gemeente Roerdalen’. • Stap 2: het gebouwenbestand van de onderwijshuisvesting in de gemeente Roerdalen is in beeld gebracht. Voor ieder schoolgebouw zijn een capaciteitsanalyse en een kwaliteitsanalyse middels een quickscan uitgevoerd. • Stap 3: op basis van de bouwstenen en de integrale beoordeling van het gebouwenbestand zijn door de gemeente en de schoolbesturen samen scenario’s ontwikkeld. Deze zijn tevens aan de locatiedirecteuren van de scholen voorgelegd. • Stap 4: de scenario’s zijn financieel doorgerekend.

1.4. Leeswijzer Voortschrijdend inzicht in deze fase kan op projectniveau leiden tot aanpassing van de investering zoals opgenomen in het IHP. Streven is om dit zoveel mogelijk op te vangen binnen het investeringskader van het IHP. Indien de afwijkingen (bijvoorbeeld door extreme prijsstijgingen of onvoorziene veranderingen in leerlingenaantallen) dermate groot zijn dat projecten niet meer haalbaar

Referentie: 1308502-0040.3.0.

Na dit eerste inleidende hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 het primair onderwijs en de kinderopvang van de gemeente Roerdalen. Hoofdstuk 3 gaat in op de beleidskaders, beleidsambities en de bouwstenen van beleid, die de kaders van het IHP vormen. Hoofdstuk 4 introduceert de gehanteerde methoden voor de analyse en scenarioontwikkeling die in hoofdstuk 5 worden gepresenteerd. De CO2-reductie als gevolg van de geformuleerde scenario’s wordt in hoofdstuk 6 onderzocht. Hoofdstuk 7 voorziet de scenario’s uit hoofdstuk 5 van financiële uitgangspunten en een financiële vertaling. In hoofdstuk 8 zijn de randvoorwaarden bij uitvoering van het IHP vermeld.

Figuur 1.2 - Beleidsniveaus effecten IHP

Pagina 6 van 44

2. Aanbod primair onderwijs en kinderopvang Dit hoofdstuk beschrijft het aanbod in het basisonderwijs en de kinderopvang in de gemeente Roerdalen.

2.1. Basisonderwijs Het scholenlandschap van de gemeente Roerdalen voor het primair onderwijs (PO) is verdeeld over de kernen aanwezig. Er zijn verschillen in denominatie, onderwijsconcept en omvang. Er zijn 2 schoolbesturen voor PO in Roerdalen gevestigd. Gezamenlijk hebben de schoolbesturen 6 scholen. Ze verzorgen het PO voor circa 1.250 leerlingen. Tabel 2.1 - Overzicht primair onderwijs gemeente Roerdalen

Schoolbestuur

Scholen

Locaties

Leerlingen aantal 2020*

Leerlingen % 2020

5 1 6

5 1 6

996 254 1.250

80% 20% 100%

Swalm & Roer INNOVO Totaal

*oktobertelling schooljaar 2020/2021

Een deel van de kinderen woonachtig in de gemeente Roerdalen volgt in andere gemeenten onderwijs. Het grootste deel van deze leerlingen (circa 160) volgt onderwijs in de gemeente Roermond. Het betreft hier met name onderwijsaanbod dat in Roerdalen niet aanwezig is zoals speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs.

Figuur 2.1 - Overzichtskaart aanbod gemeente Roerdalen

2.2. Kinderopvang De volgende organisaties voor kinderopvang en BSO zijn actief in de gemeente Roerdalen: Tabel 2.2 - Overzicht kinderopvangorganisaties gemeente Roerdalen

Kinderopvangorganisatie Stichting Leef Kind Wee-Play NATUURlijk Pouls Totaal

Referentie: 1308502-0040.3.0.

Locaties

BSO

Kdv

9 8 1 1 19

155 78

178 128 38 35 379

233

Pagina 7 van 44

3. Beleidskaders en beleidsambities Dit hoofdstuk behandelt de beleidskaders en de beleidsambities van dit IHP. Er wordt eerst ingegaan op de wettelijke taak van de gemeente en schoolbesturen op het gebied van onderwijshuisvesting en relevante ontwikkelingen. Daarna worden de beleidsambities van de gemeente, de schoolbesturen en de kinderopvangorganisaties benoemd: de ‘bouwstenen van beleid’. Deze bouwstenen zijn reeds vastgesteld met de schoolbesturen PO en de gemeente.

schoolgebouw en ondergrond juridisch aansprakelijk is. Wanneer een schoolbestuur geen gebruik meer maakt van het gebouw, valt het gebouw in juridisch eigendom terug aan de gemeente. De reden hiervoor is dat de gemeente het gebouw en de ondergrond heeft bekostigd. De gemeente heeft dus het economisch claimrecht. Schoolbesturen kunnen vanwege hun positie een gedeelte van het gebouw in medegebruik (voor culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden) geven aan instellingen die uit de openbare kas worden bekostigd met een ideëel doel of verhuren (commerciële partij). In alle gevallen dient de gemeente daar toestemming voor te geven.

3.1. Juridische kaders en ontwikkelingen 3.1.1 Zorgplicht

3.1.4 Huidig stelsel

Gemeenten hebben op het gebied van onderwijshuisvesting de zogeheten zorgplicht. De onderwijswetgeving stelt dat een gemeente dient te voorzien in voldoende en adequate huisvesting voor het primair onderwijs (PO), (voortgezet) speciaal onderwijs ((V)SO) en voortgezet onderwijs (VO), voor zover dat van toepassing is in de gemeente. De voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente verantwoordelijk is, zijn vastgelegd in de wetgeving. Daarbij gaat het onder andere om (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding en herstel van constructiefouten. Het onderhoud (binnen- en buitenkant) en de exploitatie van schoolgebouwen is de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. De voorziening renovatie is (vooralsnog) niet wettelijk geregeld.

De huidige rolverdeling (waarbij gemeenten verantwoordelijk zijn voor onder andere nieuwbouw en constructiefouten en schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor onder andere onderhoud, aanpassing en exploitatie) vertoont tekortkomingen. Het stelsel biedt beide partijen theoretisch de mogelijkheid om de eigen uitgaven te beperken.

3.1.2 Verordening De uitvoering van de zorgplicht wordt geregeld via een juridisch instrument, de verordening. Op grond van de Gemeentewet (artikel 149), de Wet op het Primair Onderwijs (artikel 102), de Wet op de Expertisecentra (artikel 100) en de Wet op het Voortgezet Onderwijs (artikel 76) is de gemeenteraad verplicht bij verordening een regeling vast te stellen. De verordening bevat de basis van het onderwijshuisvestingsbeleid en regelt uitgangspunten voor onder andere de voorzieningen die schoolbesturen jaarlijks kunnen aanvragen bij een gemeente, criteria voor het toetsen van deze aanvragen en procedurele afspraken. De Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Roerdalen is voor het laatst vastgesteld op 1 januari 2015 door de gemeenteraad.

3.1.3 Eigendom Schoolbesturen hebben het juridisch eigendom van een schoolgebouw met de daarbij behorende ondergrond. Dit houdt in dat een schoolbestuur als eigenaar van een

Referentie: 1308502-0040.3.0.

Figuur 3.1 - Huidig stelsel financiering onderwijshuisvesting

Pagina 8 van 44

Gemeenten kunnen eigen uitgaven beperken door relatief goedkope gebouwen neer te zetten, met als gevolg hoge onderhouds- en exploitatiekosten. Schoolbesturen kunnen de eigen uitgaven beperken door weinig te investeren in onderhoud en eerder nieuwbouw aan te vragen bij de gemeente. In de praktijk is dit niet aan de orde, maar in zekere zin geeft het stelsel wel een verkeerde impuls. Daarbij komt dat een aantal zaken niet geregeld zijn, zoals bekostiging als gevolg van aangescherpte eisen in het Bouwbesluit en maatschappelijk wenselijke voorzieningen waaronder op het gebied van duurzaamheid, en de voorziening renovatie.

3.1.5 Wetsvoorstel stelselwijziging Op 15 december 2016 hebben de PO-raad, de VO-raad en de VNG een gezamenlijk voorstel gestuurd aan toenmalig staatssecretaris Sander Dekker om de tekortkomingen in het huidige stelsel voor onderwijshuisvesting op te lossen. Het uitgangspunt van dit voorstel is dat gemeenten en schoolbesturen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de (kwaliteit van de) huisvesting van scholen. Op 9 mei 2018 is het verder uitgewerkte voorstel gepubliceerd door PO-raad, VO-raad en VNG. Inmiddels is het voorstel ook formeel door de VNG goedgekeurd. Het wordt naar verwachting binnenkort formeel aan de huidige minister aangeboden. Het voorstel pleit voor aanpassing van het stelsel om een aantal van de geconstateerde tekortkomingen op te heffen. Daarbij worden de nadelen van de scheiding van de financiële middelen zoveel mogelijk opgeheven. Gemeenten en schoolbesturen komen in een meer gelijkwaardige positie ten opzichte van elkaar. Belangrijke elementen uit het voorstel zijn: • De in de wet beschreven jaarcyclus voor aanvragen onderwijshuisvesting wordt vervangen door een langere periode, waarin gemeenten na overleg met betrokken schoolbesturen het huisvestingsbeleid en het investeringsprogramma voor een periode van 4 jaar vastleggen in een meerjarenprogramma (IHP), met een doorkijk tot ten minste het 16e jaar.

• De mogelijkheid om renovatie als volwaardig alternatief voor vervangende nieuwbouw in te kunnen zetten. Renovatie moet worden opgenomen als voorziening in de wet. Renovatie dient daarbij te leiden tot een startsituatie (of startconditie) die in functioneel en kwalitatief opzicht gelijkwaardig is aan nieuwbouw en gericht is op een levensduurverlenging van ten minste 25 jaar. • Het investeringsverbod voor het PO en SO wordt zodanig aangepast dat het overeenkomt met de betreffende bepalingen uit de Wet op het Voortgezet

Referentie: 1308502-0040.3.0.

•

Onderwijs. PO- en SO-besturen krijgen daarmee de mogelijkheid om in huisvesting te investeren. De concretisering van het Huisvestingsvoorstel van de sectorraden en de VNG gaat uit van het handhaven van de huidige financieringsstromen. Aanvullend kan de versoepeling van het investeringsverbod leiden tot een gezamenlijke financiering die de kwaliteit van onderwijshuisvesting kan vergroten dan wel het moment van investeren kan vervroegen.

Vooruitlopend op de kaders van de vigerende wetgeving en rekening houdend met een terugvaloptie streeft de gemeente Roerdalen ernaar mee te gaan met deze ontwikkeling.

3.1.6 Verhoging normbedragen VNG In maart 2018 heeft de VNG geadviseerd om de normbedragen voor nieuwbouw e.d. te verhogen met 40%. De aangekondigde verhogingen in de normbedragen gelden vanaf 2019. De reden hiervoor is dat de jaarlijkse indexering van de normbedragen over de afgelopen jaren de werkelijke prijsontwikkelingen in de markt niet goed blijkt te hebben gevolgd. Daarnaast is per 1 januari 2021 de wijziging met betrekking tot BENG uit het Bouwbesluit in werking getreden. De verplichting van BENG heeft ook gevolgen voor de kosten van onderwijshuisvesting. Hierdoor heeft de VNG de normbedragen bij de Modelverordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs eenmalig extra opgehoogd met 9,6%. De verhoging van de normbedragen heeft (nog) geen invloed gehad op de beschikbare middelen voor onderwijshuisvesting in het gemeentefonds. De rijksoverheid is een Interdepartementaal Beleidsonderzoek gestart waarbij wordt onderzocht welke opgaven er liggen op het gebied van onderwijshuisvesting (BENG, veroudering, verduurzamingsopgave etc.) en hoe hieraan voldaan kan worden.

3.1.7 Energieakkoord en Klimaatakkoord In het Klimaatakkoord is vastgelegd dat de PO-raad en de VO-raad sectorale routekaarten, behorende bij de klimaatopgave, dienen door te rekenen naar een CO2arme gebouwenvoorraad. HEVO heeft deze doorrekening -in opdracht van PO-raad en de VO-raad- uitgevoerd. Deze doorrekening richt zich enerzijds op de effectiviteit van mogelijke scenario’s op de totale reductie van gebouwgebonden CO2-productie.

Pagina 9 van 44

Anderzijds richt de doorrekening zich op de kosteneffectiviteit van de verschillende maatregelen die op de gebouwenvoorraad kunnen worden toegepast. Op het gebied van de te behalen doelstellingen is de opdracht aan de sectoren om: • Te komen tot een gebouwgebonden CO2-reductie van 49% in 2030 ten opzichte van de situatie in 1990, hetgeen overeenkomt met 44% ten opzichte van de situatie in 2017. • Te komen tot een gebouwgebonden CO2-reductie van 95% in 2050 ten opzichte van de situatie in 1990. Naast de doelstellingen op het gebied van CO2-reductie, hebben de beide sectorraden daaraan toegevoegd dat een duurzaam schoolgebouw een schoolgebouw is dat optimaal ten dienste staat van het onderwijs dat erin geboden wordt. Een goed binnenklimaat resulteert in een hoger leerrendement en minder ziekteverzuim. Een schoolgebouw is daarmee niet alleen duurzaam voor wat betreft de CO2-uitstoot of het energieverbruik; het is een gebouw dat aansluit bij de onderwijskundige visie van de school, past bij het aantal leerlingen en toekomstbestendig is bij veranderingen. De doelstellingen zijn als volgt: Doelstelling CO2-reductie 2030 CO2-reductie 2050

Referentiejaar 1990 49,0%* 95,0%

Referentiejaar 2017 44,0% 94,5%

*Op basis van een uitspraak van de Europese Commissie wordt het streefdoel van 2030 mogelijk verhoogd naar 55% reductie. Mede vanwege het demissionair kabinet is de precieze uitwerking hiervan voor Nederland op dit moment nog niet duidelijk.

Dit betekent dat ten opzichte van de huidige CO2-uitstoot, representatief gesteld voor referentiejaar 2017, het einddoel per 2050 gesteld wordt op 94,5% CO2-reductie ten opzichte van dat referentiejaar. Voor 2030 is 44% reductie ten opzichte van 2017 door het rijk als doelstelling geformuleerd. Op basis van de verhoudingen voor de doelstelling per 2030 is de doelstelling per 2050 ten opzichte van 2017 bepaald.

Referentie: 1308502-0040.3.0.

3.2. Beleidskaders: beleid gemeente Roerdalen 3.2.1 Coalitieprogramma 2018-2022, Samen doen In het coalitieprogramma van de gemeente Roerdalen is er veel aandacht voor een inclusieve en leefbare omgeving. Op hoofdlijnen zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd: • Samen doen: de gemeente Roerdalen streeft naar maximale ruimte en vrijheid voor de inwoners om zelf en samen met de gemeente een bijdrage te leveren aan de gezamenlijke opgaven. Het doel is de leefbaarheid in de gemeente samen te versterken. • Dorpsgerichte aanpak: de dorpen zijn de thuisbasis voor inwoners, ondernemers en verenigingen. Een veilige en goed onderhouden leefomgeving en een goed voorzieningenniveau, afgestemd op de behoeften, draagt bij aan de leefbaarheid van de kernen. • Kleine slagvaardige organisatie: in de gemeente Roerdalen worden burgerinitiatieven en lokale verantwoordelijkheden belangrijk geacht. De rol van de gemeente past zich hierop aan. • Communicatie en informatie: er wordt in de relatie tussen de gemeente en haar inwoners geïnvesteerd door actief, helder en zichtbaar te communiceren. • Samenwerking en democratische legitimiteit: middels een regionale samenwerking wordt economische ontwikkeling gestimuleerd.

• Positieve gezondheid, zorg en ondersteuning: de gemeente Roerdalen zet in op het vergroten van veerkracht en weerbaarheid zodat inwoners de eigen regie houden over de fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen die zij tegenkomen. Zorg en ondersteuning dichtbij, in de directe omgeving van de inwoner. • Werken moet lonen: in de regio draagt de gemeente Roerdalen actief bij aan de ontwikkeling van een regionale arbeidsmarkt. Het armoedebeleid gaat uit van maatwerk. Samen met (startende) ondernemers wordt er gekeken naar noodzakelijke wettelijke kaders en behoeften. • Wonen en leefomgeving: de gemeente Roerdalen werkt aan een flexibel en toekomstbestendig woningbestand in een aantrekkelijke en veilige leefomgeving met passende voorzieningen en accommodaties. Verkeer en verkeersveiligheid staan hierbij eveneens op de agenda. • Duurzaamheid: de transitie naar duurzame energie en aanpassingen die nodig zijn vanwege het veranderende klimaat staan op de agenda. Er wordt

Pagina 10 van 44

•

geïnvesteerd in duurzaamheid van gemeentelijk vastgoed en openbare verlichting en er wordt onderzocht welke mogelijkheden er zijn qua regionale samenwerking. Een sluitende meerjarenbegroting en voldoende weerstandsvermogen: er wordt ingezet op een sluitende begroting en een uitstekend weerstandsvermogen. Investeringen worden gedaan in zaken die de leefbaarheid duurzaam versterken.

Met name de uitgangspunten rondom ‘dorpsgerichte aanpak’ en ‘duurzaamheid’ hebben een directe relatie met het onderwijs en de onderwijshuisvesting binnen de gemeente Roerdalen. Leefbaarheid binnen de dorpen en kernen staat hoog in het vaandel. Het zoveel als mogelijk in stand houden van het lokale voorzieningenniveau, waaronder scholen, is daarvan een belangrijk onderdeel. Ten aanzien van duurzaamheid sluit de gemeente zich aan bij de landelijke richting voor wat betreft de klimaatdoelstellingen en het klimaatakkoord (zie ook paragraaf 3.1.7).

3.2.3 Omgevingsvisie (conceptversie: 20 januari 2021) De gemeente Roerdalen heeft een omgevingsvisie opgesteld voor het gehele grondgebied van de gemeente. Dit document bevat de visie op hoofdlijnen voor de toekomst van de gemeente Roerdalen. Deze visie gaat over de fysieke leefomgeving en laat zichzelf met de volgende woorden samenvatten: ‘Roerdalen is een landelijke/groene en duurzame gemeente waar het prettig wonen, werken en recreëren is en waar iedereen gelukkig, gezond en veilig kan verblijven. Kortom: Roerdalen is in balans.’ Het onderwijslandschap kent verschillende verbanden met het gemeentelijk beleid en dus ook met de (concept) omgevingsvisie. De raakvlakken tussen onderwijshuisvesting en de omgevingsvisie zijn met name terug te vinden in het thema ‘Samen Roerdalen’ en het thema ‘Duurzaam Roerdalen’. Elementen als (demografische) ontwikkelingen, voorzieningenniveaus, de balans tussen draagvlak en investeringen in maatschappelijke voorzieningen en duurzaamheidsambities komen in deze thema’s uitvoerig aan bod.

3.2.2 Nota Ontwikkeling maatschappelijk vastgoed Roerdalen 2014-2025 In de gemeente Roerdalen is een voorzieningenbeleid aanwezig waarin is vastgelegd hoe om te gaan met subsidies voor verenigingen en professionele instellingen. Daarnaast is de richting bepaald van keuzes rondom accommodaties, zoals sportparken, sportvelden, verenigingsgebouwen en scholen. De Nota Ontwikkeling maatschappelijk vastgoed richt zich op de accommodaties, ook wel de fysieke maatschappelijk voorzieningen of het maatschappelijk vastgoed genoemd. Een deel van de accommodaties in de gemeente wordt in stand gehouden door vrijwilligers met of zonder ondersteuning van de gemeente. Voor de sporthallen in de gemeente Roerdalen geldt dat deze alle (met uitzondering van de gymzaal bij de basisschool in Herkenbosch) in beheer en exploitatie zijn overgedragen aan burgerinitiatieven of beheerstichtingen.

Referentie: 1308502-0040.3.0.

Pagina 11 van 44

3.3. Bouwsteen 1: regie

materiële instandhouding die zij ontvangen van het rijk. Met de schoolbesturen wordt verkend of, en op welke manier TCO een plek kan krijgen in het IHP. In het IHP wordt rekening gehouden met het op dit moment nog geldende investeringsverbod voor het PO en de (exploitatie) tekorten die zij (net als de gemeente) ervaren in de bekostiging.

Deze bouwsteen geeft aan hoe gemeente en schoolbesturen met elkaar samenwerken op het gebied van onderwijshuisvesting. 1.

De gemeente en de schoolbesturen voeren samen de regie op schoolgebouwen. De gemeente is onder andere verantwoordelijk voor nieuwbouw en uitbreidingen. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het onderhoud, aanpassing en de exploitatie van schoolgebouwen. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het onderwijsaanbod. In het op overeenstemming gericht overleg (OOGO) vindt de afstemming van deze verantwoordelijkheden plaats door middel van gezamenlijk overleg (minimaal tweejaarlijks). Deze samenwerking overstijgt de samenwerking op basis van de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs. Voor het onderwijshuisvestingsbeleid wordt daarom in eerste instantie voor alle betrokken partijen het IHP leidend, voordat er wordt teruggevallen op de verordening. Deze wijze van samenwerking dient, in afwachting van de wettelijke regeling, juridisch vastgelegd te worden. In het geval dat huisvestingsvraagstukken een regionaal karakter hebben vindt, indien noodzakelijk, afstemming plaats met het regionale OOGO en/of het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs.

2.

Het IHP is in lijn met het voorstel van PO-raad, VO-raad en VNG om IHP’s in de wetgeving te verankeren. Met het vaststellen van het IHP worden tevens de financiële middelen voor de komende 0-4 jaar vastgesteld. Met de raad wordt verkend op welke wijze zij betrokken is bij de monitoring van de budgettaire kaders (programma- of projectniveau). Het IHP geldt voor een periode van 20 jaar en wordt om de 4 jaar geactualiseerd op basis van onder andere leerlingenprognoses en nieuwe inzichten vanuit (landelijk) beleid. Ieder jaar wordt in het OOGO de voortgang van het IHP besproken.

3.

Schoolbesturen en gemeente verkennen tijdens het IHP-traject de principes van Total Cost of Ownership (TCO). Bij TCO dragen schoolbesturen mogelijk bij aan een deel van de stichtingskosten van een nieuwbouw- of renovatieopgave. Deze investering komt de duurzaamheid van het gebouw op het gebied van onderhoud en exploitatie ten goede, waardoor een investering aan de voorkant een besparing kan opleveren tijdens het gebruik van het gebouw. Een integrale afweging tussen investering en onderhouds- en exploitatiekosten is daarbij van belang. Schoolbesturen maken voor hun bijdrage gebruik van de vergoeding voor

Referentie: 1308502-0040.3.0.

4.

De prognose van DUO uit 2015 vormt het uitgangspunt voor het IHP voor de voorspelling van de leerlingenontwikkeling. In het IHP volgen we deze prognose tot circa 2030, vanwege de herkenbare afnemende krimp. Op basis van ervaring en verwachting van schoolbesturen is er ruimte voor nuance, bijvoorbeeld met betrekking tot een toename van inwoners uit West-Nederland, Duitsland en OostEuropa. Voor de periode na vaststelling van het IHP is het van belang dat er zo snel mogelijk een prognose wordt opgesteld die specifiek de situatie in Roerdalen in beeld brengt. Deze nieuwe prognose zal worden gebruikt in haalbaarheidsonderzoeken en bij de herijking van het IHP.

5.

Vanwege veranderende omstandigheden in het onderwijsveld (met name ook op het gebied van leerlingenaantallen) worden bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma en de realisatie van de in het IHP gedefinieerde projecten de uitgangspunten uit het IHP getoetst aan de dan bekende randvoorwaarden.

Pagina 12 van 44

3.4. Bouwsteen 2: kwaliteit en duurzaamheid

Het definitieve kwaliteitsniveau en de verdeling van de kosten worden geconcretiseerd gedurende het IHP-traject.

Deze bouwsteen geeft aan welke kwaliteits- en duurzaamheidsambities gemeente en schoolbesturen nastreven op het gebied van onderwijshuisvesting. 1.

Gemeente en schoolbesturen zien het realiseren van kwalitatief goede en duurzame huisvesting als een maatschappelijke, gezamenlijke verantwoordelijkheid. Een kwalitatief goed en duurzaam gebouw heeft een positief effect op het onderwijs én op het leefklimaat voor de toekomstige generaties.

2.

Het IHP streeft, bij nieuwbouw, naar het realiseren van energieneutrale gebouwen (ENG) die tevens aardgasvrij zijn. Bij renovatie wordt beoogd om dit zoveel mogelijk te realiseren; dit dient per situatie bekeken te worden, met een gezonde balans tussen kwaliteit, duurzaamheid en de (financiële) middelen (kostenbatenanalyse). Per locatie dient in aanvullende onderzoeken, zoals een haalbaarheidsonderzoek, toegewerkt te worden naar een optimale balans tussen de diverse criteria passend bij het schoolgebouw en de omgeving.

3.

Gemeente en schoolbesturen willen duurzaamheid breder definiëren dan alleen energiebesparing en CO2-reductie: duurzaamheid gaat ook over goed onderwijs, een gezond leer- en leefklimaat, een gezonde financiële exploitatie, circulariteit en toekomstbestendigheid. Deze thema’s hebben een hogere prioriteit dan alleen energiebesparing: a. Ten aanzien van goed onderwijs gaat het om het goed faciliteren van het onderwijsconcept van de scholen (het pedagogische klimaat en gebruik). b. Ten aanzien van gezondheid wordt rekening gehouden met de Frisse Scholen-thema’s (naast energie): lucht, temperatuur, licht en geluid (in geprioriteerde volgorde) om een prettig en gezond klimaat voor kinderen en medewerkers te realiseren. c. Ten aanzien van circulariteit wordt ernaar gestreefd bewust om te gaan met de toegepaste materialen en waar mogelijk gebruik te maken van natuurlijke, herbruikbare materialen. d. Ten aanzien van toekomstbestendigheid wordt ingezet op maximale flexibiliteit (o.a. het vermijden van dragende binnenwanden) om ervoor te zorgen dat de schoolgebouwen in de toekomst ook andere onderwijsconcepten kunnen faciliteren. Hierbij gaat het zowel om interne flexibiliteit, als om transformatiemogelijkheden van het vastgoed.

Referentie: 1308502-0040.3.0.

4.

Naast bouwkundige kwaliteit van schoolgebouwen is er in het IHP expliciet aandacht voor andere (strategische) kaders voor vastgoedbeleid (in volgorde): onderwijskundige functionaliteit, binnenmilieu, exploitatie en uitstraling.

5.

Duurzaamheidsprincipes worden toegepast bij nieuwbouw/renovatie van schoolgebouwen. Daarbij bieden de principes van Trias Energetica houvast om hierin een realistische afweging te maken tussen ambitie en budget: a. Voorkomen van onnodig energieverbruik (bijvoorbeeld isolatie). b. Gebruik van duurzame energiebronnen (bijvoorbeeld zonnepanelen). c. Indien nodig, efficiënt gebruik van fossiele brandstoffen (bijvoorbeeld gas). De scholen en schoolgebouwen hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid en voorbeeldfunctie naar leerlingen, hun familie en de kern.

6.

Het is van belang dat de duurzaamheid op projectniveau intensief wordt afgestemd op de mogelijkheden in de kern en omgeving. Daarbij kan gedacht worden aan restgebruik van warmte, aansluiten op warmtenet of het toevoegen van extra zonnepanelen voor het leveren van energie aan omliggende woningen.

7.

Het IHP geeft de schoolbesturen inzicht in de vervangingstermijn van hun gebouwen. Schoolbesturen zijn door het IHP in staat om onderhoud en duurzaamheidsmaatregelen af te stemmen op het moment van nieuwbouw of renovatie en te koppelen aan terugverdientijden.

8.

Investeringen in duurzaamheid dienen gerelateerd te worden aan de gehele levenscyclus van gebouwen. Daarbij is een afstemming tussen de verantwoordelijkheden van gemeente en schoolbesturen van belang. Liever gezamenlijk goed investeren in deugdelijke maatregelen dan nadelige gevolgen te ondervinden in bijvoorbeeld exploitatie en onderhoud tijdens de levensduur van een gebouw. Dit valt samen met de principes van TCO: inzetten op betaalbare investeringen die zich laten terugverdienen in de exploitatie (zie bouwsteen 1, punt 3).

Pagina 13 van 44

3.5. Bouwsteen 3: renovatie en vervangende nieuwbouw Deze bouwsteen geeft aan hoe gemeente en schoolbesturen omgaan met renovatie en vervangende nieuwbouw. 1.

De gemeente is verantwoordelijk voor nieuwbouw, schoolbesturen zijn in alle situaties verantwoordelijk voor het goed onderhouden en exploiteren van gebouwen. Renovatie (lees: vernieuwbouw) is wettelijk nog niet geregeld. Renovatie kan een duurzamere oplossing zijn dan nieuwbouw. Ten aanzien van renovatie wordt aangesloten op het voorstel van PO-raad, VO-raad en VNG: a. Renovatie wordt opgenomen als voorziening in de wet. In de huidige situatie zijn gemeenten alleen verantwoordelijk voor vervangende nieuwbouw wanneer een gebouw aan het einde van zijn levensduur is (onder andere artikel 2 verordening). Door renovatie op te nemen als voorziening ontstaat de mogelijkheid om bij een gebouw dat aan het einde van zijn levensduur is ook renovatie toe te passen. b. Renovatie is daarbij een integrale levensduurverlengende ingreep in het gebouw, waarmee de levensduur van het gebouw met ten minste 25 jaar, maar bij voorkeur 40 jaar, wordt verlengd. In specifieke situaties kan van dit uitgangspunt worden afgeweken, als een tijdelijke oplossing noodzakelijk is, maar in principe zou renovatie gelijkwaardig aan nieuwbouw moeten zijn. c.

Uitgangspunt bij renovatie is dat de aanpassingen die leiden tot een levensduurverlenging van ten minste 25 jaar voor rekening komen van de gemeente, waarbij op basis van TCO en vanuit de meerjarenonderhoudsplannen (MJOP’s) een investeringsbijdrage van het schoolbestuur aan de dekking van de renovatie kan worden toegevoegd (bij renovatie gelden dezelfde TCO-principes als bij nieuwbouw; zie bouwsteen 1, punt 3).

2.

Bij investeringsopgaven in het kader van het IHP wordt de mogelijkheid van renovatie onderzocht. Daarbij wordt beoogd om de gedefinieerde duurzaamheidseisen (ENG) en kwaliteitseisen (Frisse Scholen) zoveel mogelijk te realiseren. Dit wordt in de afweging nieuwbouw of renovatie inzichtelijk gemaakt, waarbij BENG als minimumeis geldt.

Referentie: 1308502-0040.3.0.

3.

Per situatie wordt een afweging gemaakt (bijvoorbeeld in een haalbaarheidsonderzoek) of nieuwbouw of renovatie de beste oplossing is voor de betreffende school. Daarbij worden onder andere de volgende aspecten meegenomen in de afweging (willekeurige volgorde, per situatie kan prioriteit verschillen): a. Er wordt rekening gehouden met de onderwijskundige functionaliteit van de gebouwen. b. Er wordt rekening gehouden met een goede bezetting van gebouwen. Er wordt (bij voorkeur) niet gerenoveerd voor leegstand. c. Er wordt rekening gehouden met de culturele en maatschappelijke waarde en de stedenbouwkundige uitstraling in samenhang met de omgeving. d. Er wordt rekening gehouden met mogelijkheden om de gestelde duurzaamheidsambities (zie bouwsteen 2) te bereiken, met BENG als minimumeis voor renovatie. e. De kosten en mogelijkheden voor tijdelijke huisvesting worden meegenomen in de afweging voor nieuwbouw of renovatie. f. De toekomstige exploitatie- en onderhoudslasten worden meegenomen als afweging voor nieuwbouw of renovatie. g. Er wordt rekening gehouden met de mate van flexibiliteit en aanpasbaarheid in de toekomst.

Pagina 14 van 44

3.6. Bouwsteen 4: samenwerking: scholen, schoolbesturen en partners

3.

Schoolbesturen en gemeente streven naar samenwerking tussen scholen met overige maatschappelijke partners (bibliotheek, jeugdzorg, sportorganisaties, dorpshuis etc.): a. Er wordt tegemoetgekomen aan de sociaal-maatschappelijke rol van een school voor de kern. Deze functie kan per kern en per school anders worden ingevuld. Het IHP formuleert uitgangspunten, maar biedt ruimte om per project maatwerk te leveren, passend bij de lokale situatie. b. Scholen en (maatschappelijke) partners dragen bij aan de dorpskernontwikkeling. c. Andersom kan de school ook gebruik maken van de maatschappelijke voorzieningen die in de kern aanwezig zijn.

4.

Indien ruimten in schoolgebouwen in gebruik worden gegeven aan partijen anders dan het onderwijs (kinderopvang en/of andere maatschappelijke partijen) wordt ofwel ‘verhuur’ ofwel ‘medegebruik’ toegepast. Voorwaarde voor medegebruik is dat het bij medegebruik gaat om het gebruik door (uit de openbare kas bekostigd) onderwijs of voor culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden. In het geval van verhuur geldt een marktconforme huur. De marktconforme huur sluit aan bij de Wet Markt en Overheid en bestaat in basis uit een gebruiksvergoeding: de extra kosten die de verantwoordelijke voor onderhoud en exploitatie maakt als gevolg van de verhuur (ofwel exploitatiekosten) en een vergoeding voor investeringslasten: de jaarlijkse lasten die het gevolg zijn van het realiseren van de voorziening, bestaande uit rente en afschrijving, die kan worden verhoogd met een deel van de kosten van verzekering van het gebouw en de kosten van onroerendezaakbelasting. De vergoeding voor de investeringslasten gaat naar de investerende partij (tenzij dit uiteraard de kinderopvang of maatschappelijke partij zelf is).

Deze bouwsteen omschrijft de samenwerkingsmogelijkheden tussen het onderwijs onderling en overige partners die raakvlakken hebben met het onderwijs. 1.

Schoolbesturen en gemeente streven naar een maximale samenwerking tussen de beide schoolbesturen in de gemeente Roerdalen ten gunste van het onderwijs, de leerlingen en de medewerkers. Het onderwijs staat daarbij centraal. Samenwerking kan zowel inhoudelijk (kennis) als gebouwelijk (faciliteiten) worden vormgegeven, waarbij gebouwelijke samenwerking volgt op de inhoudelijke samenwerking.

2.

Schoolbesturen en kinderopvang zetten in op het behouden, versterken en waar nodig uitbreiden van samenwerking tussen het PO en kinderopvang, peuteropvang en buitenschoolse opvang. Dit worden ook wel de onderwijs- en kindpartners genoemd: a. De samenwerking richt zich op de afstemming van de pedagogiek en didactiek van beide partijen. b. De samenwerking tussen onderwijs- en kindpartners kan verschillende vormen aannemen. Er zijn verschillende manieren van integratie tussen onderwijs en kinderopvang. Het IHP formuleert uitgangspunten, maar biedt ruimte om per project maatwerk te leveren, passend bij de specifieke situatie. Gezamenlijke huisvesting is in sommige situaties een pre maar geen voorwaarde. c. Door de afname van het leerlingenaantal en vanuit politieke wenselijkheid is in veel bestaande gebouwen ruimte ontstaan voor onderwijs- en kindpartners. Het is van belang dat ook in nieuwe situaties (na nieuwbouw/renovatie) er ruimte beschikbaar blijft voor onderwijs- en kindpartners.

Referentie: 1308502-0040.3.0.

Pagina 15 van 44

3.7. Bouwsteen 5: vraag en aanbod

6.

Er is tevens aandacht voor de relatie met sport, bewegen en cultuur. Dit gaat enerzijds over de afstand tot en de bereikbaarheid van gymzalen en voorzieningen binnen Roerdalen, maar anderzijds ook over hoe de inrichting van een gebouw, het speelterrein (groen) en de directe omgeving beweging kunnen stimuleren. De school kan gebruik maken van de faciliteiten uit de kern, maar kan eventueel ook een functie voor de kern vervullen op het gebied van sport, bewegen en cultuur.

7.

Het onderwijs in de gemeente Roerdalen is verdeeld over de verschillende kernen. Behoud van een kwalitatief aanbod in onderwijs en kinderopvang in de afzonderlijke kernen zijn belangrijke doelstellingen voor de scenariovorming binnen het IHP-traject. Het moet voor elk kind mogelijk zijn in de eigen kern naar school te gaan, ongeacht of hier door ouders ook daadwerkelijk voor gekozen wordt.

Deze bouwsteen geeft aan welk aanbod de gemeente en schoolbesturen nastreven. Het gewenste aanbod van onderwijs is bepalend voor de huisvestingsoplossingen. 1.

Het streven is goede spreiding van de onderwijssoorten over de kernen van Roerdalen. Hierbij rekening houden met openbaar onderwijs in verband met wettelijke bepaling.

2.

De analyse- en scenario-ontwikkeling in het IHP richt zich voor het PO op het kernniveau: ‘thuis nabij’. Specifieke denominaties (levensbeschouwelijke visie), onderwijsvormen of speciaal onderwijs kunnen vragen om een analyse of scenario op regionaal niveau.

3.

Scholen zijn belangrijk voor de leefbaarheid in de kernen van Roerdalen. Er is daarom aandacht voor de afstand voor inwoners van de gemeente Roerdalen tot een basisschool. Want ook al is het verzorgingsgebied van een bepaalde basisschool mogelijk kernoverstijgend, het gebouw en de speelterreinen vormen toch een dorpsfunctie in samenwerking met verenigingen etc.

4.

Gemeente en schoolbesturen streven naar het terugdringen van onderwijsleegstand. De inkomsten van schoolbesturen voor onderhoud en exploitatie zijn afhankelijk van het aantal leerlingen. Bij leegstand moet een schoolbestuur met minder inkomsten hetzelfde aantal vierkante meters onderhouden.

5.

Voor het oplossen van leegstand zijn het verwijzen naar (gebruik van ruimteoverschotten door andere scholen met een ruimtetekort) en/of het in medegebruik geven of verhuren van ruimten reële mogelijkheden. Afstoten van leegstand is een optie.

Referentie: 1308502-0040.3.0.

Pagina 16 van 44

4. Methoden Dit hoofdstuk behandelt de gehanteerde methoden voor de analyse- en scenarioontwikkeling. De deelresultaten zijn samen met de schoolbesturen vastgesteld tijdens de werksessies op 27 januari en 10 februari 2021.

4.1. Quickscans Op basis van de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs (VVHO) is alleen de bouwkundige staat een formeel toetsingscriterium. Voor het IHP is het echter niet alleen de vraag of een pand een goed gebouw is, maar of een pand een goed schoolgebouw is. In de beoordeling van het gebouwenbestand is daarom gekeken naar meer dan alleen de bouwkundige staat. Er is ook gekeken naar onderwijskundige functionaliteit, binnenmilieu, veiligheid, exploitatie en uitstraling van de schoolgebouwen. Dit zijn kaders voor strategisch vastgoedbeleid.

Figuur 4.1 - Criteria Waardenwijzer

Op basis van de door HEVO ontwikkelde ‘Waardenwijzer’ (opgenomen in bijlage I bij dit IHP) is elk schoolgebouw op deze criteria beoordeeld en voorzien van een gewogen score. De totaalscore geeft daarmee op uniforme wijze richting aan de mate van urgentie tot een levensduurverlengende ingreep in relatie tot de gebouwkwaliteit: • • • •

Bij < 57 punten: Bij 57 - 63 punten: Bij 63 - 69 punten: Bij 69 > punten:

Referentie: 1308502-0040.3.0.

binnen 0-5 jaar (rood). binnen 5-10 jaar (oranje). binnen 10-20 jaar (lichtgroen). over meer dan 20 jaar (donkergroen).

De quickscanscores zijn input voor de scenario-ontwikkeling. Bij het besluit tot nieuwbouw/renovatie wordt bij de scenario-ontwikkeling ook gekeken naar andere belangrijke factoren zoals leeftijd van het gebouw en overige afwegingscriteria.

4.2. Capaciteitsanalyse Als onderdeel van de quickscans is ook de capaciteit van de schoolgebouwen geanalyseerd. De capaciteitsanalyse (bijlage II) maakt een ruimtetekort of -overschot per gebouw inzichtelijk. De ruimtebehoefte van een school wordt bepaald door de leerlingentelling en de prognose te vertalen naar ruimtebehoefte (op basis van de criteria in de VVHO). Deze ruimtebehoefte wordt vergeleken met het aantal vierkante meters dat beschikbaar is: de brutovloeroppervlakte (bvo). Belangrijke opmerking: dit is een genormeerde ruimtebehoefteberekening. In de praktijk zijn er efficiënte en minder efficiënte schoolgebouwen. Wanneer een schoolgebouw bijvoorbeeld veel (brede) gangen heeft, of een grote aula, kan er een genormeerd ruimteoverschot zijn, terwijl dit niet zo wordt ervaren. Er is relatief immers minder effectieve onderwijsruimte. Ook wordt in de praktijk gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot medegebruik of verhuur van ruimten. In het IHP is vanwege het beleidsrijke karakter ruimte voor nuance op de resultaten uit deze ruimtebehoefteberekeningen. Voor het uitvoeren van de normatieve ruimtebehoefte is in alle situaties gebruik gemaakt van de normen zoals vastgesteld door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Deze normen zijn zichtbaar in de modelverordening ‘Regelingen onderwijshuisvesting’.

Naast het inzichtelijk maken van eventuele ruimtetekorten is de capaciteitsanalyse van belang omdat een eventueel ruimteoverschot de schoolbesturen geld kost voor exploitatie en onderhoud. Schoolbesturen ontvangen een vergoeding voor materiële instandhouding op basis van het aantal leerlingen en niet op basis van het aantal m² in een schoolgebouw. Bovendien vormen ruimteoverschotten een risico voor de gemeente. Wanneer een gebouw geheel leeg komt te staan, zal de eigenaar (het schoolbestuur) dit terug willen geven aan de gemeente. Daarnaast dient de gemeente (op basis van de VVHO) te voorzien in oplossingen voor ruimtetekorten, waarmee kan worden verwezen naar leegstand.

Pagina 17 van 44

4.3. Urgentiecriteria Met de gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties zijn in gezamenlijke sessies tijdens het IHP-traject urgentiecriteria bepaald. Aan de hand van de urgentiecriteria zijn de scenario’s geformuleerd en is in overleg beoordeeld of een scenario aansluit bij de visie en ambitie van gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties (de bouwstenen). Het gaat om de volgende afwegingscriteria (willekeurige volgorde): • Quickscanscore. • Passende huisvesting: Reductie van ruimtetekorten/ruimteoverschotten. • Behouden en waar mogelijk en gewenst uitbreiden van samenwerking tussen het PO, kindpartners en maatschappelijke partners. • Aandacht voor leefbaarheid van dorpen. • Kansen benutten voor het realiseren van één of twee leerlijnen in kernen, waar mogelijk.

4.4. Opheffingsnorm Een school komt voor bekostiging in aanmerking als het leerlingenaantal gelijk is aan of boven de opheffingsnorm zit van de gemeente waarin deze gevestigd is. De bekostiging wordt beëindigd als het leerlingenaantal gedurende drie achtereenvolgende schooljaren minder heeft bedragen dan de opheffingsnorm. De Wet op het Primair Onderwijs kent enkele uitzonderingen op de hierboven genoemde regel inzake beëindiging bekostiging. De opheffingsnorm in Roerdalen is 51. Er zijn in de gemeente Roerdalen geen scholen onder de opheffingsnorm. Daarmee is de opheffingsnorm op dit moment geen onderdeel van de afwegingscriteria.

Referentie: 1308502-0040.3.0.

Pagina 18 van 44

5. Analyse en scenario’s Dit hoofdstuk behandelt de analyse van de onderwijshuisvesting voor het PO in de gemeente Roerdalen. Er wordt ingegaan op de leerlingenprognose, de quickscanscores van de gebouwen en de analyse en voorkeursscenario’s per kern. Ten slotte worden de voorkeursscenario’s voorzien van een prioritering.

5.2. Quickscanscores Onderstaande tabel geeft de quickscanscores weer van de schoolgebouwen binnen de gemeente Roerdalen, zie paragraaf 4.1 voor de toelichting op de scores. Deze scores geven een eerste indruk voor de prioritering van de vervangingsopgave van de schoolgebouwen binnen de gemeente Roerdalen wanneer deze uitsluitend gebaseerd zou zijn op deze scores.

5.1. Leerlingenprognoses Onderstaande grafiek visualiseert de leerlingenprognose van het primair onderwijs in de gemeente Roerdalen. De prognose van DUO uit 2019 vormt het uitgangspunt voor het IHP voor de voorspelling van de leerlingenontwikkeling. In het IHP volgen we deze prognose tot circa 2030, vanwege de herkenbare afvlakkende krimp. Op basis van ervaring en verwachting van schoolbesturen is hier wel enige nuance van toepassing, bijvoorbeeld met betrekking tot een toename van inwoners uit West-Nederland, Duitsland en Oost-Europa en enkele woningbouwontwikkelingen, in de gemeente Roerdalen en Roermond. Voor de periode na vaststelling van het IHP is het advies dat er zo snel mogelijk een prognose wordt opgesteld die specifiek de situatie in Roerdalen in beeld brengt. Deze nieuwe prognose zal worden gebruikt in haalbaarheidsonderzoeken op projectniveau en bij de herijking van het IHP. Voor de St. Martinusschool is uitgegaan van een afwijkend aantal t.o.v. DUO. In het IHP wordt rekening gehouden met een bandbreedte van 95 en 115 leerlingen. In de financiële doorrekening gaat het IHP uit van 115 leerlingen. In het haalbaarheidsonderzoek volgt de onderbouwing voor de werkelijke behoefte.

Leerlingen(prognose) Roerdalen 1.400 1.300 1.200 1.100 1.000

Figuur 5.1 - Overzicht quickscanscores gemeente Roerdalen

Uit de quickscanscores blijkt dat de gemeente Roerdalen met betrekking tot een deel van de schoolgebouwen in het basisonderwijs voor een vervangingsopgave staat. In vergelijking met het Nederlands gemiddelde zijn de schoolgebouwen in Roerdalen relatief jong. De gemiddelde leeftijd van de schoolgebouwen bedraagt 33 jaar. Het landelijke gemiddelde is 41 jaar. Onderstaande grafieken geven een overzicht van de bouwperioden voor het primair onderwijs.

Figuur 5.2 - Prognose aantal leerlingen PO in de gemeente Roerdalen (DUO, 2019)

Referentie: 1308502-0040.3.0.

Pagina 19 van 44

sport). De samenwerking met de kindpartners (opvang) is over het algemeen goed, op enkele locaties is behoefte aan een intensivering vanuit de doorlopende leerlijn. De scholen werken onderling samen en zien dit ook als kans voor het onderwijs, dit wordt ook besproken in het LEA en heeft onder andere betrekking op zorgpartners (spreekuur), opvang, delen van ervaringen (bouw en concepten). Binnen enkele dorpen is migratie een actueel onderwerp (taalontwikkeling) en bestaat er mede om die reden behoefte aan de nodige ondersteuningsruimte.

Figuur 5.3 - Bouwjaren schoolgebouwen PO gemeente Roerdalen, Nederland

De grafiek laat zien dat het gebouwenbestand in de gemeente Roerdalen evenredig is verdeeld over de bouwperioden 1961-1980, 1981-2000 en 2001 en later. Er is in de laatste 20 jaar door de gemeente reeds geïnvesteerd in het kwaliteitsniveau van de schoolgebouwen. Met name de schoolgebouwen uit de jaren 1961-1980, de wederopbouwperiode, nemen een belangrijke plek in dit IHP in. Het zijn verouderde gebouwen uit een periode waarin bovendien bouwkosten werden beperkt om de grote vraag aan te kunnen. Dit is te zien in de vaak gestandaardiseerde bouwmethodiek en de matige bouwkwaliteit.

5.3. Inleiding analyse en scenario’s In de volgende paragrafen worden per kern en per school de voorkeursscenario’s benoemd. Deze worden onderbouwd aan de hand van de quickscanscores, de capaciteitsanalyse en de overige urgentiecriteria. De voorkeursscenario’s en de prioritering zijn tot stand gekomen in samenspraak met de schoolbesturen en gedeeld met de kinderopvangorganisaties. Algemene visie op het onderwijs Iedere school beschikt over een onderwijsconcept. Over het algemeen biedt de huidige huisvesting daarin voldoende ondersteuning, behoudens de twee scholen binnen de vervangingsopgave. De scholen waarderen de aanwezigheid van de bibliotheek (noodzaak). De scholen werken veel samen met verenigingen (muziek, cultuur en

Referentie: 1308502-0040.3.0.

Toelichting scenariokaarten De kaarten in de hiernavolgende paragrafen visualiseren de scholen in de gemeente Roerdalen en de gebouwgegevens die van belang zijn voor de analyse- en scenarioontwikkeling. De kleur van het vak met daarin de schoolnaam geeft aan tot welk schoolbestuur de school behoort. Oranje is in dit geval Swalm & Roer, blauw is een school van INNOVO. De rij ‘Leerlingen’ daaronder geeft aan wat het leerlingenaantal is in de huidige situatie en het geprognosticeerde leerlingenaantal voor 2025, 2030 en 2035. De rij ‘Tekort/Overschot’ daaronder geeft aan wat het normatief tekort of overschot in aantal vierkante meters is bij een school volgens de capaciteitsanalyse. Een groen, positief getal is een overschot, een rood, negatief getal een tekort. Er is hier enkel gerekend met het bruto vloeroppervlakte (BVO) dat in gebruik is voor onderwijs. Eventueel medegebruik/verhuur aan derden of gymvoorzieningen zijn hiervoor in mindering gebracht op de totale BVO van het gebouw. Het overzicht hiervan is zichtbaar in onderstaande tabel. Tabel 5.1 - Overzicht bruto vloeroppervlakten Totaal bvo

Bvo derden

Bvo gymzaal

Bvo school

De Berensprong

3.130 m²

542 m²

468 m²

2.120 m²

’t Kempke

1.857 m²

715 m²

1.142 m²

St. Martinus

1.204 m²

150 m²

1.054 m²

De Achtbaan

2.129 m²

290 m²

1.839 m²

De Hovenier

1.570 m²

82,5 m²

1.488 m²

De Draaiende Wieken

2.620 m²

1.100 m²

1.520 m²

Pagina 20 van 44

5.4. Melick

5.5. Herkenbosch

Figuur 5.4 - Basisschool De Achtbaan, Melick

Figuur 5.5 - Basisschool De Berensprong, Herkenbosch

Het gebouw van basisschool De Achtbaan dateert uit 2008 en is daarmee slechts 13 jaar oud. Samen met de hoge quickscanscore zorgt dit ervoor dat er binnen de scope van dit IHP geen grootschalige bouwkundige ingrepen vereist zijn.

Het gebouw van r.-k. basisschool De Berensprong dateert uit 2005 en is daarmee zo’n 16 jaar oud. Samen met de hoge quickscanscore zorgt dit ervoor dat er binnen de scope van dit IHP geen grootschalige bouwkundige ingrepen vereist zijn. Het pand wordt door de gemeente geëxploiteerd. Gelet op duurzaamheid zijn hier mogelijkheden (onder andere PV-panelen) en lopen de installaties tegen het einde van hun levensduur. Er is sprake van bso en peuterarrangementen op de school en die samenwerking (met Leefkind) wordt als zeer waardevol gezien. Aandachtspunt is de verkeersveiligheid en het benutten van de (groene) omgeving.

In het gebouw bevindt zich ook bso en peuterarrangement van Leefkind. Dezelfde organisatie heeft de dagopvang op een andere locatie in het dorp. Deze (deels fysieke) samenwerking wordt als zeer waardevol gezien. De school werkt samen met en maakt gebruik van het sportcentrum in het dorp. De kans is aanwezig dat er in de buurt van Melick op termijn relatief grootschalige woningbouwontwikkeling binnen de gemeente Roermond plaats gaat vinden. Dit zou kunnen resulteren in een toenemend leerlingenaantal op deze school. Momenteel komt circa 9% van de leerlingen op de Achtbaan uit Roermond. Gezien de beperkte, en krimpende, overmaat op dit moment dient dat bij realisatie van het betreffende woningbouwproject gemonitord te worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=1f8e8a6a-1afa-4004-a41a-0c0709cd5873